CN MIRT-onderzoek bijlage 2 Ontwikkelperspectieven
Tekst van het document
liggen.
“Meer fiets en OV in Eindhoven. In het centrum daalt het autoverkeer. Op de Ring, daar buiten en op de Randweg stijgt het autoverkeer”. Jaarlijkse procentuele groei (2011 en 2018)
40
Richting toekomst is de vraag welke bereikbaarheidsstrategie
De vraag is echter in welke richting. Een autostrategie
de bereikbaarheid maar staat ver af van de huidige
de Brainport wil hanteren. Wanneer op de huidige voet
vraagt bij iedere uitbreiding stevigere ingrepen
structuur van de Brainport. De ‘derde weg’ van Smart
voortgegaan wordt, moet het autosysteem vanaf
waarbij het hoogst bereikbare is dat de huidige
is nog onzeker en daarmee de vraag of de Brainport
2030 opnieuw een forse capaciteitssprong maken.
bereikbaarheidskwaliteit behouden blijft. Een OV- en
hier haar toekomst van afhankelijk wil maken.
Die zal ruimtelijk en financieel net zo ingrijpend zijn
fietsstrategie is beter opschaalbaar en verbetert
als de vorige en nagenoeg de gehele hoofdstructuur raken. Het uitdijende systeem met steeds meer lange afstand mobiliteit maakt daarbij kwetsbaar. Om de reistijden acceptabel te houden moet de doorstroming goed zijn maar juist die langere afstanden zorgen voor meer autokilometers en zetten de doorstroming
Ontwikkeling intensiteiten snelwegen rondom Eindhoven Bron: 1980 tot 2020 jaarrapportages RWS en NDW, 2030 en 2040: NRM HOOG’
onder druk. In andere regio’s wordt verstedelijking in combinatie met OV en fiets ingezet als middel om
In het centrum daalt het autoverkeer.
te kunnen groeien zonder dat de automobiliteit te
Op de Ring, daar buiten en op
sterk toeneemt. Dat ligt echter ver af van de huidige
de Randweg stijgt het autoverkeer.
opbouw van de Brainport. De afgelopen jaren heeft de regio met ‘smart’ en ‘hubs’ gezocht naar een ‘derde weg’ waarbij de gespreide opbouw toch samengaat met een duurzaam multimodaal en opschaalbaar mobiliteitssysteem. Dit heeft ondanks een aantal successen echter nog niet geleid tot oplossingen met een substantieel aandeel in het mobiliteitssysteem. Het lijkt een riskante strategie om de toekomst van de Brainport na 2030 afhankelijk te maken van het slagen van deze mobiliteitsinnovaties.
Kortom, rond 2030 is de belasting van het hoofdwegennetwerk zodanig dat er keuzes voor de toekomst van het mobiliteitsysteem gemaakt moeten worden. Het is weer tijd voor een sprong.
41
Functioneren netwerken
42
Achtergrond Agglomeratiekracht Eindhoven beperkt in internationaal perspectief Tordoir, Brabantse Netwerken (2017): Noodzaak agglomeratiekracht? “Concurrentiekracht wordt bepaald door de omvang, breedte en diepte van het palet van specialisaties in de werkgelegenheid en beroepsbevolking”
“Eindhoven heeft niet de massa aan inwoners en banen om internationaal te concurreren. Voor voldoende agglomeratiekracht is o.a. uitstekende bereikbaarheid een voorwaarde.”
München 1.472.000 inw | 31.000 ha
Düsseldorf
Toulouse
Malmö
Milaan
447.000 inw | 11.800 ha
1.352.000 inw | 18.200 ha
619.000 inw | 21.700 ha
318.000 | 7.100 ha
Helsinki 610.000 inw | 21.300 ha
Eindhoven
231.600 inw | 8.892 ha
43
Eindhoven Airport o.a. Sofia, Kopenhagen, Nice, Edinburgh, Londen, Manchester, Budapest, Dublin, Milaan, Rome, Riga,
Internationale connectiviteit
Vilnius, Salzburg, Wenen, Warschau, Lissabon, Porto, Moskou, Belgrado, Bratislava, Barcelona, Madrid, Sevilla, Praag, Istanbul, Stockholm
Zijn er samenwerkingsverbanden en/
en Zuidoost-Azie. Om die reden is een verbinding
of afzetmarkten over de grens waarvoor
met een internationale Airport-Hub zoals Schiphol
connectiviteit van belang is? Het meest
van groot belang, al zal mogelijk de behoefte
uitgebreide onderzoek dat verricht is naar het
aan (intercontinentaal) vliegverkeer in het post-
internationale verbindingen profiel van Brainport
coronatijdperk op een (veel) lager niveau liggen.
Eindhoven betreft het Ruimtelijk-economische
Om die reden is naast goede verbindingen met
visie Brainport-Airport Eindhoven (Ecorys, 2009).
Amsterdam ook de connectiviteit met Dusseldorf-
Dit document is onderdeel van de zogenaamde
Airport en eventueel Frankfurt en Brussel-Airport
Alderstafel, welke integraal heeft gekeken naar de
van voor de internationale connectiviteit van het
groeibehoefte en -mogelijkheden van Eindhoven
bedrijfsleven in Brainport Eindhoven van belang.
Airport. Het betreffende onderzoek biedt
Overigens is Düsseldorf ook een belangrijke stad
aanknopingspunten om de meerwaarde die
voor internationale beurzen en treinknooppunt
Brainport haalt uit haar internationale positie
voor snelle ICE-treinen naar andere grote Duitse
te duiden. Ecorys schetst groepen van regio
agglomeraties.
Kennisagglomeratie
waarmee “versterken van de banden met (het bedrijfsleven in) groot belang is om de
Internationaal spoor
•
KU/Leuven
•
Luik
•
RWTH Aachen University
Düsseldorf
•
TU Delft
Antwerpen-CS en Leuven naar
•
Universiteit Utrecht/UMC Utrecht
•
•
•
Door het regionale bedrijfsleven geuite gewenste
regio-ambities waar te maken”. Zie hiervoor
bestemmingen vanaf Eindhoven Airport (o.b.v.
nevenstaande kader
enquête onder het bedrijfsleven): Aberdeen,
Hamont(grens) -Weert (NMBS 19) •
Eindhoven-Heerlen-Aachen
Manchester, Birmingham, Berlijn, München, Hoewel ruim 10 jaar oud, achten wij de
Hamburg, Wenen, Zürich, Geneve, Nice.
gehanteerde benadering nog steeds valide. Hierbij
Lissabon, Athene, Istanbul, Warschau, Moskou,
(kennisregio’s): Helsinki, Stockholm, München,
ziet de top 10 van de zogenaamde European
gelden wel enkele voorbehoudens: Vooropgesteld
Helsinki, Oslo, Kopenhagen, Sint-Petersburg,
Schotland, Vlaanderen, Milaan, Kopenhagen/
Regional Prospects regio’s (2009) als
dient te worden dat bij onderstaande
Parijs
Malmö, Wenen, Lyon-Grenoble, Cambridge
mogelijke interessante bestemmingen voor
Besliscentra van bedrijven met één of meerdere
Eindhoven Airport: Moskou, Sint-Petersburg,
bestemmingen is geredeneerd vanuit Eindhoven
•
Regio’s met huidige import- en exportrelaties van
•
•
Regio’s met een soortgelijk economisch profiel
•
Toekomstige economische groeicentra: Ecorys
Airport. De belangrijkste internationale
het regionale bedrijfsleven: Import: met name
R&D-vestigingen: Amsterdam, Londen, Parijs,
Vilnius, Riga, Warschau, Bratislava, Sofia,
zakenpartners voor veel bedrijven uit de regio
Vlaanderen, Duitsland en Dublin - Export met
München, Berlijn, Frankfurt, Hamburg, Zürich,
Tallinn, Boekarest, Praag
zijn gelokaliseerd in Duitsland en België en
name met omliggende regio’s en Milaan,
Geneve, Milaan, Barcelona, Madrid, Stockholm,
daarnaast wereldwijd: van USA tot China, Taiwan
Londen, Kopenhagen en Göteborg
Warschau
44
Achtergrond
Inkomende pendel Bron: Brainport Monitor 2017
(Inter)nationale connectiviteit Agglomeratiekracht Eindhoven beperkt in internationaal perspectief. Daarom Borrowed Size (=excellent infrastructureel systeem). Tordoir: Pendelstromen middenhoog opgeleide werkenden vooral in stadsgewesten en streken, pendelstromen hoger opgeleide werkenden vooral tussen steden.
Uitgaande pendel Bron: Brainport Monitor 2017
MIRT A2 Deil-Vught: “A2 Kennisas: zakelijke woonwerkpendel van met name hoger opgeleide werknemers”
45
Achtergrond (Inter)nationale connectiviteit Agglomeratiekracht Eindhoven beperkt in internationaal perspectief. Daarom Borrowed Size (=excellent infrastructureel systeem).
“Regio OssVeghel-Eindhoven is de nummer 6 Logistieke hotspot van Nederland”
46
Achtergrond Daily Urban System Metropoolregio Eindhoven
47
Achtergrond Dashboard Generatie van mobiliteitstrips en
Eindhoven
Nijmegen
Den Haag
Amsterdam
Rotterdam
Utrecht
reizigerskilometers Langjarige analyse van het CBS-OViN (Onderzoek Verplaatsingen in Nederland) laat zien dat de mate van nabijheid (van inwoners en banen) correleert met het verplaatsingsgedrag van de inwoners in deze gebieden. Bijvoorbeeld: Inwoners in (hoog)stedelijke gebieden kiezen vaker voor de fiets, lopen of het OV. In suburbane milieus is het aandeel autotrips fors groter. Het Dashboard berekend (op basis van zes stedelijkheidsklasses) per modaliteit de generatie van trips en reizigerskilometers. Dit geeft inzicht in de druk die zal ontstaan op het mobiliteitsnetwerk. Ook kan er een kengetal aan de reizigerskilometers worden gekoppeld om de totale CO2-uitstoot en energievraag te berekenen.
48
Achtergrond Dashboard
2005
Generatie van mobiliteitstrips en reizigerskilometers Langjarige analyse van het CBS-OViN (Onderzoek Verplaatsingen in Nederland) laat zien dat de mate van nabijheid (van inwoners en banen) correleert met het verplaatsingsgedrag van de inwoners in deze gebieden. Bijvoorbeeld: Inwoners in (hoog)stedelijke gebieden kiezen vaker voor de fiets, lopen of het OV. In suburbane milieus is het aandeel autotrips fors groter. Het Dashboard berekend (op basis van zes stedelijkheidsklasses) per modaliteit de generatie van trips en reizigerskilometers. Dit geeft inzicht in de druk die zal ontstaan op het mobiliteitsnetwerk. Ook kan er een kengetal aan de reizigerskilometers worden gekoppeld om de totale CO2-uitstoot en energievraag te berekenen.
49
Achtergrond Dashboard
2016
Generatie van mobiliteitstrips en reizigerskilometers Langjarige analyse van het CBS-OViN (Onderzoek Verplaatsingen in Nederland) laat zien dat de mate van nabijheid (van inwoners en banen) correleert met het verplaatsingsgedrag van de inwoners in deze gebieden. Bijvoorbeeld: Inwoners in (hoog)stedelijke gebieden kiezen vaker voor de fiets, lopen of het OV. In suburbane milieus is het aandeel autotrips fors groter. Het Dashboard berekend (op basis van zes stedelijkheidsklasses) per modaliteit de generatie van trips en reizigerskilometers. Dit geeft inzicht in de druk die zal ontstaan op het mobiliteitsnetwerk. Ook kan er een kengetal aan de reizigerskilometers worden gekoppeld om de totale CO2-uitstoot en energievraag te berekenen.
50
Doorrekening Dashboard
Situatie 2018
Perspectief 1 - Metropool
Stedelijkheid SGE neemt sterk toe. Dat heeft gevolgen voor mobiliteit In alle onderzochte perspectieven neemt de stedelijkheid sterk toe. Meer dan helft van de SGE inwoners woont in (hoog)stedelijk gebied, tegen ongeveer een kwart nu. Het hoogstedelijke centrum van Eindhoven is voor de regio een nieuwe stedelijkheidscategorie.
Perspectief 2 - Netwerk
Stedelijkheid en mobiliteit hangen sterk samen. In hoogstedelijk gebied worden ten opzichte van suburbaan half zoveel autoverplaatsingen afgelegd en anderhalf keer zoveel fiets en OV verplaatsingen. De verstedelijking zet op termijn dus ook een flinke ‘modal shift’ in gang. De oorzaken van het verschil in mobiliteitsgedrag zijn divers: een grotere nabijheid, ruimteschaarste in de stad, meer draagvlak voor OV, oriëntatie op stedelijke bestemmingen en verschil in
Perspectief 3 - Regionale Ontwikkeling
preferenties.
51
Doorrekening Dashboard Druk op mobiliteitsnetwerken
Aantal trips/werkdag onderverdeeld naar subregio’s
BEVINDINGEN: •
In alle perspectieven gaat het aantal fietstrips sterk stijgen
•
Het aantal treintrips stijgt ten opzichte van 2018 met 170-180%
“In alle perspectieven gaat het aantal fietstrips sterk stijgen” “Het aantal treintrips stijgt ten opzichte van 2018 met 170-180%
52
Doorrekening Dashboard Modal shift richting OV en fiets
Veranderingen in trips/werkdag (%). Dashboard Verstedelijking.
In de Dashboard Verstedelijking zijn de effecten van de verstedelijking op het mobiliteistgedrag gekwantificeerd op basis van nationale gemiddelden (OViN, CBS). Het verschil tussen 2018 en de perspectieven voor 2040 is groot terwijl het verschil tussen de perspectieven beperkt is. Metropool is het meest stedelijke perspectief en laat daarom de grootste verschuiving ten opzichte van 2018 zien. In absolute zin vindt de grootste verschuiving plaats van auto naar fietsverplaatsingen. Relatief gezien is de toename van OV-reizen met 60% tot 80% het grootste.
Les: Resultaat van sterk stedelijker worden is een modal shift richting meer fiets en OV en minder auto. Effect treedt op in alle perspectieven maar het meeste in Metropool.
53
Eindhoven Centrum
Banen
Doorrekening Verkeersmodel
Auto
Het mobiliteitsgedrag voor de drie perspectieven is ook geprognosticeerd met het
Inwoners
OV en fiets (BBMA)
Fiets
Modal shift richting
OV
BBMA verkeersmodel. Waar de Dashboard Verstedelijking uitgaat van landelijke gemiddelden neemt BBMA het specifieke mobiliteitsysteem van de regio als uitgangspunt. Ook neemt BBMA de inkomende pendel (arbeidsplaatsen) mee. Het
Het autoverkeer blijft gemiddeld ongeveer constant in het SGE en neemt af in (hoog)stedelijke gebied. De toename van inwoners en arbeidsplaatsen wordt dus gecompenseerd door een modal-shift.
•
De grootste verschuiving vindt plaats van auto naar fiets maar in absolute
Fiets
•
Auto
Het totaal aantal trips stijgt mee met het aantal inwoners.
Banen
•
Helmond Centrum
Inwoners
resultaat is echter vergelijkbaar:
OV
termen laat het OV ook een groei van 40% tot 70%, afhankelijk van het perspectief. De verschuivingen in mobiliteitsgedrag in BBMA worden grotendeels veroorzaakt
Veldhoven
Banen
door de gebiedsgerichte mobiliteitsmaatregelen (parkeerkosten, parkeren op
Fiets
afstand, afwaarderen autonetwerk) die in de invoer gekoppeld zijn aan de gebieden
Dit effect verklaart ook de verschillen tussen de perspectieven: •
Auto
Inwoners
die (hoog)stedelijk ontwikkeld worden.
Metropool heeft een groot gebied waarin die gebiedsgerichte maatregelen zijn toegepast. En dit gebeid ligt ook gunstig ten opzichte van IC-stations. Dat leidt tot veel OV en fiets gebruik.
Fiets
stedelijk ontwikkelde werklocaties aan de Randweg. Daardoor beïnvloeden die
MRE
Banen
In Netwerk zijn de gebiedsmaatregelen ook toegepast op de gemengd maatregelen behalve de inwoners ook de inkomende werkpendel. Dit leidt tot
OV Auto
veel OV en fietsgebruikers.
Inwoners
•
54
Stedelijk fietsgebruik groeit sterk – met ‘smartlanes’ ook kans op wat langere afstanden.
Versterken van het fietsnetwerk is een no regret
De mobiliteitsgroei van de regio komt uitgedrukt in het absolute aantal ritten vooral bij de fiets terecht. Inwonergroei
Dashboard
en modal shift door verstedelijking tellen
Verstedelijking
op. Het merendeel van die ritten is over korte afstand en in de stad. Op belangrijke stedelijke fietsroutes zal een verdubbeling of verdrievoudiging optreden. Het
Smart- en Slowlane + Ring
gebiedsgericht doorontwikkelen van het
Fijnmazige sterstructuur met herkenbare ringen
stedelijk fietsnetwerk is belangrijk om die ritten goed te faciliteren. De BBMA-berekeningen laten ook zien dat het fietsgebruik over langere afstanden toe kan nemen als de fietssnelheid enkele kilometers per uur hoger komt te leggen. Een effect dat bereikt kan worden met de (e) fiets en met de talloze smart e-vehicles met fiets+ snelheden die nu hun intrede doen. Een netwerk van ‘smartlanes’ dat dit type mobiliteit faciliteert, werkt dan ook goed om de verplaatsingen tussen de SGE kernen die net iets langer zijn dan een traditionele
8m brede Smartlane
fietsafstand te bedienen.
25-30 km/h
55
Doorrekening Verkeersmodel Significant meer gebruik van het spoor Het OV wordt in alle perspectieven significant meer gebruikt dan in de referentie voor 2040. In de perspectieven is de toename 40%-70% ten opzichte van het basisjaar, terwijl de referentie voor 2040 minder dan 10% groei laat zien. Op het spoor (in- en uitstappers) lijkt de groei met 30% - 60% iets beperkter. Deze toenames ten opzichte van de huidige situatie zijn waarschijnlijk een onderschatting omdat de 2040 referentie behoorlijk laag ligt. De prognoses zijn namelijk erg gevoelig voor de kostenparameters. In de achterliggende WLOscenario’s nemen de autokosten ten opzichte van OV richting 2040 behoorlijk af. Resultaat is een prognose die – zeker voor de langere verplaatsingen via het spoor – behoorlijk afwijkt van de trend van de afgelopen jaren (zie hiervoor het Feitenrelaas). Het resultaat van de doorrekening moet dus eerder geïnterpreteerd worden als 30% - 50% ten gevolge van de verstedelijking bovenop de autonome
In- en uitstappers stations SGE (index op basis van referentie Eindhoven CS)
groei. Dit betekent dus ook dat eerder geconstateerde capaciteitsknelpunten (NMCA) op het spoor en de stationsknopen eerder zullen optreden en groter zullen zijn ten gevolge van het extra (hoog)stedelijk programma en de bijbehorende modalshift. Het hogere aandeel OV gebruik in de perspectieven is voor een groot deel het gevolg van de gebiedsgerichte mobiliteitsmaatregelen (parkeerkosten, parkeren op afstand,
Lessen: Opgave op stationsknoop Eindhoven groter dan tot nu toe in beeld voor 2040
afwaarderen autonetwerk) in de (hoog)stedelijke gebieden. Dat verklaart het hoge OV-gebruik in Netwerk omdat daar de belangrijke werkzones aan de Randweg stedelijk gemengd ontwikkeld zijn. Doordat in Netwerk geen radiale verbinding (Brainportlijn) is opgenomen, is het aantal in- en uitstappers in Eindhoven CS in Netwerk het grootste. Gesommeerd over alle stations heeft Metropool de meeste inen uitstappers. Het nieuwe station ‘Noordas’ krijgt een vergelijkbaar aantal reizigers als Helmond. Ook in die situatie heeft Eindhoven CS nog steeds 20% meer reizigers dan bij de 2040 referentie. De capaciteitsopgave op Eindhoven CS is dus evengoed nog groter dan in de huidige basisprognose. Metropool laat ook zien dar Helmond 50% meer reizigers kan trekken door een combinatie van verstedelijking in de noordzuid richting en extra IC-bediening.
56
Doorrekening Verkeersmodel
•
Referentie
•
Regionale Ontwikkeling
•
Netwerk
•
Metropool
Goed gebruik van de tangentlijn langs de Randweg De HOV-verbindingen laten een vergelijkbare groei als het spoor zien. Ten opzichte van de referentie 2040 laten alle perspectieven een toename zien op de radialen. Afhankelijk van de aanwezigheid van een Brainportlijn zijn er wel verschillen: •
De analyse ondersteunt de conclusies van de Brainportlijn studie, namelijk dat dit een kansrijk nieuw concept is. Deze tangentiële verbinding trekt in Regionale Ontwikkeling aan de noordzijde en westzijde een vergelijkbare hoeveelheid reizigers als de zwaarste radialen.
•
In combinatie met een verknoping aan de noordwest kant met het spoor zoals toegepast in Metropool is het aantal reizigers op de Brainportlijn het grootste (10.000 – 20.000 reizigers per etmaal op doorsneden).
•
Zonder Brainportlijn is de groei op de radialen fors groter dan met Brainportlijn. Maar in alle gevallen groeien de radialen meer dan in de 2040 referentie.
Les: Brainportlijn is kansrijk nieuw concept
Verschil met referentie
57
Achtergrond Dashboard Nabijheid van openbaar vervoer Door nieuwe woningen en banen dichtbij bestaand openbaar vervoer te realiseren worden eerdere investeringen in het openbaar vervoer beter benut. Het Dashboard toont aan in hoeverre woningen goed per OV bereikbaar zijn. Hiervoor zijn twee methoden gebruikt: PTAL (Public Transport Accessibility Level) en Open OV. Op basis van de kwaliteit (frequentie en snelheid) van de OV-bediening en de afstand tot trein-, metro-, tram-, en busstations wordt een bereikbaarheidsscore bepaald.
58
Doorrekening Dashboard
2018 (met projectie totaal aantal woningen in rood)
Perspectief 1 - Metropool (projectie woningen)
Principiële keuze OV-Connectiviteit In het metropool perspectief is onderzocht wat maximaal kiezen voor OV-connectiviteit tussen de steden kan opleveren. Hiertoe is de ontwikkelopgave volledig nabij IC-stations geprojecteerd en is aan de noordwestkant een tweede IC-knoop in Eindhoven gecreëerd.
Perspectief 2 - Netwerk (projectie woningen)
Ook is IC-Helmond verzwaard in bediening. Resultaat is dat 50% van de inwoners van het SGE nabij een IC-station komt te wonen. Het aandeel personen zonder treinstation of HOV-halte in de nabijheid halveert. Ook in de andere perspectieven neemt de OV-bereikbaarheid toe maar aanzienlijk minder sterk en meer georiënteerd op sprinterstations en HOV. Op dit aspect is dus echt iets te kiezen.
Les: De helft van de SGE inwoners kan in 2040 nabij een IC-station wonen door maximaal in te zetten op Intercity bereikbaarheid met drie IC-knopen en daarop gerichte woningbouw.
Perspectief 3 - Regionale Ontwikkeling (projectie woningen)
•
Nabijheid van OV voor de totale woningvoorraad
59
Doorrekening Dashboard
2018 (met projectie totaal aantal FTE’s in blauw)
Perspectief 1 - Metropool (projectie FTE)
Principiële keuze OV-Connectiviteit In het metropool perspectief is onderzocht wat maximaal kiezen voor OV-connectiviteit tussen de steden kan opleveren. Hiertoe is de ontwikkelopgave volledig nabij IC-stations geprojecteerd en is aan de noordwestkant een tweede IC-knoop in Eindhoven gecreëerd.
Perspectief 2 - Netwerk (projectie FTE)
Ook is IC-Helmond verzwaard in bediening. Resultaat is dat 50% van de inwoners van het SGE nabij een IC-station komt te wonen.
•
Nabijheid van OV
Het aandeel personen zonder treinstation
voor de nieuw
of HOV-halte in de nabijheid halveert.
geprojecteerde
Ook in de andere perspectieven neemt de
woningen
OV-bereikbaarheid toe maar aanzienlijk minder sterk en meer georiënteerd op sprinterstations en HOV. Op dit aspect is dus echt iets te kiezen.
Les: De helft van de SGE inwoners kan in 2040 nabij een IC-station wonen door maximaal in te zetten op Intercity bereikbaarheid met drie IC-knopen en daarop gerichte woningbouw.
Perspectief 3 - Regionale Ontwikkeling (projectie FTE)
60
Doorrekening Verkeersmodel Hub-netwerk Een NRM-doorrekening van het Metropool perspectief met hubs geeft een potentie van 20.000 gebruikers per etmaal en dit levert een substantiële bijdrage aan het beperken van de automobiliteit op de Randweg en het stedelijke netwerk. Voorwaardelijk voor het functioneren van het hub-netwerk zijn concurrerend OV als natransport en gebiedsgerichte maatregelen op de bestemmingen (parkeren op afstand en/of stevig kostenniveau, afwaarderen stedelijke infra, etc). Bij een lage weerstand worden de hubs nog
Bestemmingen en herkomsten
De hub gebruikers komen grofweg voor 1/3 uit de
Gevoeligheidsanalyses met verschillende
nauwelijks gebruikt. Vanaf een weerstand van
De gebruikers van de hubs hebben in de
direct omgeving van de hub, 1/3 uit de omliggende
weerstanden
10 minuten worden de hubs gebruikt en wordt
modeldoorrekeningen zowel de mogelijkheid met
gemeenten en 1/3 van verder. Voor Maarheeze is
In een parallel onderzoekstraject is gerekend
er verkeer afgevangen op de Randweg. Deze
het OV als met de fiets door te reizen. Elke hub
hieronder de selected link weergegeven. Het gros
aan doorrekeningen van de hubs met
horde komt doordat er op de hubs moet worden
kent eigen bestemmingen die goed verbonden
van de gebruikers komt uit Limburg, en enkele uit
het standaard 2040 Hoog perspectief.
overgestapt, waardoor er tijd verloren gaat. Tot 10
zijn. Zo verbindt de hub bij Eersel vooral met
Duitsland en Belgie.
Naast het toevoegen van hubs is het OV
minuten weerstand is doorrijden voor bijna elke
de Run en Maarheeze vooral met Eindhoven
natransport verbeterd gelijk het Regionaaal
automobilist sneller.
centrum. Bij hubs in Best, die redelijk dicht tegen
Omntwikkelperspectief en is een oplopende
Bij een weerstand van 15 minuten wordt ongeveer
het stedelijk weefsel aanliggen, wordt de fiets
weerstand op de stad toegevoegd.
10 tot 17% van het passerende verkeer met een
ook gebruikt om de noordelijke gebieden van
Deze weerstand is in minuten ingevoerd
bestemming in Eindhoven, Veldhoven of Helmond
Eindhoven te bereiken.
en representeert een combinatie van
afgevangen. Dit afvangen van verkeer leidt tot
maatregelen om automobiliteit naar de stad
een reductie van ongeveer 4% op het wegennet
af te remmen.
rondom Eindhoven.
61
Logistiek Zowel de verstedelijking als de
andere manier nagedacht moet worden over
voor een afname van logistieke bewegingen
naar een klasse 4 vaarweg (richting Tilburg)
mobiliteitsoplossingen in de onderzochte
de binnenstedelijke logistiek. De logistiek
en vergroot ook de beheersing van aan- en
meer mogelijkheden doen ontstaan voor
perspectieven raken de logistiek. Middels een
neemt immers toe en de ruimte neemt af.
afvoer van producten voor de industrie zelf. De
transport van goederen over water. Dit type
De inzet van Stadshubs is een
Brainport Industries Campus is een voorbeeld
afwegingen valt buiten de scope van het MIRT-
oplossingsrichting die in de andere G5-
waarin een clustering van bedrijven en slimme,
onderzoek.
gemeenten wordt verkend en beproefd, maar
nabije logistiek oplossingen bijdragen aan het
Functie Randweg in goederencorridor blijft
ook nog veel onzekerheden en vragen oproept.
verminderen van logistieke bewegingen. Dit is
onverminderd belangrijk
De businesscase van bedrijven en de logistieke
een mooie kans voor het totale ecosysteem
•
keten is hierop nog niet voorbereid.
van de Brainportregio.
expertsessie zijn de afhankelijkheden in beeld
•
gebracht. De belangrijkste afhankelijkheden zijn:
De Brainportregio is een belangrijke schakel in de internationale goederencorridor, zowel
•
Tegelijkertijd ligt er een enorme opgave om alle
gericht op de economie van de Brainport
binnenstedelijke goederenvervoersstromen
Gezien de forse bouwopgave is bouwlogistiek een
als als draaischijf in het wegennetwerk
zero emissie uit te voeren. Er zat en zit ook nog
belangrijk thema
van Zuid-Nederland. Dit belang blijft de
een groei in het aantal ritten met bestelbussen
•
komende decennia onverminderd en
en light vehicles binnenstedelijk. Oplossingen
stromen. Het realiseren van 62.000 woningen
leidt ook tot groei van het vrachtverkeer
voor de stedelijke logistiek zullen deze opgaven
en herontwikkeling van werkgebieden betekent
(zoals verwerkt in de basisprognoses). Er
integraal moeten aanpakken.
gedurende 20 jaar een omvangrijke logistiek.
moet dus voldoende wegcapaciteit voor
Bouwlogstiek is een van de grootste logistieke
Dit vraagt regie en specifieke oplossingen
deze functie beschikbaar blijven. In alle
Supply chain management en logistiek als kans voor
voor bouwlogistiek, met name waar deze
perspectieven is in de doorrekening en in het
slimmer plannen en bundelen.
binnenstedelijk in een metropolitaan milieu
mobiliteitsconcept rekening gehouden met
•
Supply chain management biedt nog veel
zullen landen. Hier ligt een kans om een
het verwachte goederenverkeer op de corridor
potentie voor de economie van de Brainport.
slimme koppeling te maken met stadshubs
in 2040. Voor het doorgaande verkeer op de
ASML is een voorbeeld van een bedrijf dat
(bevoorrading tbv woningbouw via stadshubs).
Randweg A2 blijken de verstedelijkings- en
hier slim mee omgaat. Via supply chain
bereikbaarheidskeuzes niet van directe invloed.
management en smartlogistics in de
Water als kans voor het goederenvervoer
maakindustrie kan een grote kwaliteitsslag
•
Voor vervoer over water is er
De mobiliteitstransitie heeft zowel op personenvervoer
worden gemaakt door slimmer te plannen en
voorwaardenscheppend al veel gebeurd
als het vervoer van goederen betrekking
te bundelen. De transportsector is zelf ook
om de potentie van bijv. Beatrixkanaal,
•
gebaat bij een efficiënt transport
Wilhelminakanaal en Zuid-Willemsvaart te
Een clustering van schakels in de keten zorgt
benutten. Op lange termijn zou een opschaling
De verdichting en sterke groei van het (hoog) stedelijke gebied maakt het dat er op een
Les: belangrijkste thema's op snijvlak van logistiek en stedelijke ontwikkeling zijn supply chain management als kans voor Brainporteconomie en stedelijke logistiek.
•
62
Doorrekening Verkeersmodel Aantal autoritten SGE neemt af In de autonome ontwikkeling stijgt het autogebruik tot 2040 met zo’n 30%. Daarbij gaat BBMA uit van een sterke stijging tot 2030 en daarna stabilisatie, terwijl het NRM een meer geleidelijke groei hanteert. Realiseren van het programma (woondeal en extra arbeidsplaatsen) zonder enige ingreep
Les” Het aantal autoritten neemt af. Dit zijn relatief vaak korte ritten waardoor het aantal autokilometers relatief hoog blijft.
in het mobiliteitsysteem genereert nog eens 10% extra verkeer (alleen onderzocht in NRM). In NRM en BBMA compenseert het pakket mobiliteitsmaatregelen de extra groei van inwoners en arbeidsplaatsen. De belangrijkste maatregel hierin zijn de gebiedsgerichte maatregelen (parkeerkosten, parkeren op afstand, afwaarderen autoinfrastructuur). Aangezien die maatregelen het sterkste geïmplementeerd zijn in Metropool en Netwerk, is daarin het aantal ritten het meest beperkt. In BBMA blijft in Metropool de groei beperkt tot enkele procenten meer dan in het basisjaar. In het NRM is dit 15-20%, vergelijkbaar met het niveau van 2030 hoog. Voor een situatie in 2040 met fors extra programma is dit een enorm effect.
63
Doorrekening Verkeersmodel
Verschilplot Metropool en
Verschilplot Metropool en
Verschilplot Metropool en
basisjaar 2014
2030 hoog
2040 hoog
Verschillen in gebruik van het wegennet De groei van het autoverkeer komt
Bron: NRM Groen: afname Rood: toename
vooral terecht op doorgaande wegen rond Eindhoven; de Randweg en John F. Kennedylaan. De Ring is in de perspectieven
Referentie
Metropool
Netwerk
Regionale ontwikkeling
afgewaardeerd als onderdeel van het pakket gebiedsgerichte maatregelen in de (hoog) stedelijke gebieden. Gevolg is een forse reductie, tot halvering, van het verkeer. Op de Randweg is wel een duidelijk verschil zichtbaar tussen BBMA en NRM. BBMA geeft in alle perspectieven op de Randweg een duidelijke groei ten opzichte van de 2040 referentie. NRM geeft ten opzichte van 2040 hoog een reductie en ten opzichte van 2030 hoog een hele lichte groei. Dit suggereert dat met een forse mobiliteitstransitie ook op de Randweg een niveau van rond 2030 hoog niet onhaalbaar is, maar dat een groei naar 2040 hoog zeker ook in de realistische bandbreedte valt. Ook op de John. F. Kennedylaan geeft het NRM in Metropool wat minder verkeer, iets tussen basisjaar en 2030 hoog.
64
Doorrekening Verkeersmodel
Referentie
Metropool
Netwerk
Regionale ontwikkeling
Geen van de automaatregelen heeft volledig oplossend vermogen op congestie In alle onderzochte perspectieven is stevige congestie zichtbaar op de Randweg en/of aan de noordoostkant van de regio, vooral in Eindhoven op de John. F. Kennedylaan en het noordoostkwadrant van de Ring. Tussen de perspectieven zijn er belangrijke verschillen: •
Het Regionaal Ontwikkelperspectief bevat een stevige ingreep aan de noordoostkant met een bypass voor doorgaand verkeer bij Eindhoven en Helmond. Deze lost de doorstromingsproblemen aan de noordoostkant op. Op de Randweg resteren echter forse problemen, vooral aan de noordkant waar het door de bypasses nog extra druk wordt.
•
Het Netwerk perspectief bevat grootschalige capaciteitsuitbreidingen op zowel de Randweg als de aansluitende snelwegen. Dat lost de congestie op de Randweg op maar neemt de problematiek aan de Noordoostkant niet weg.
•
Het Metropool perspectief zet maximaal in op een mobilteitstransitie. De N2 parallelstructuur krijgt meer capaciteit en een lagere snelheid (2x3 70 km/uur). Deze aanpak beperkt het autoverkeer het meeste en de omgebouwde N2 blijkt een effectieve maatregel. Maar aan de noordkant van de Randweg, waar geen N2 is, en op de John. F Kennedylaan resteren flinke doorstromingproblemen. Die worden mede veroorzaakt doordat het afwaarderen van stedelijke
Voertuigverliesuren (snelheid t.o.v. restdag)
infrastructuur het verkeer meer naar buiten drukt. Overigens laat een NRM-doorrekening van het Metropool perspectief zien dat het door de mobilitestransitie wel lukt om op de gehele Randweg en John. F. Kennedylaan ten opzichte van 2040 hoog een afname te realiseren tot ongeveer het niveau van 2030 hoog. Dit ondanks al het extra programma. Met alleen het extra programma is er ten opzichte van 2040 hoog juist een forse toename.
Netwerk A50-N en Regionale Ontwikkeling zijn gecorrigeerd naar 0, aangezien op deze trajecten een ingreep is gedaan waarbij wordt aangenomen dat het de aanwezige knelpunten oplost.
65
Samengevat. Waarom neemt het aantal autoritten af en de congestie op Randweg en John F. Kennedylaan toe?
Het aantal autoritten neemt af. Vooral korte afstand. Binnen de stad is fietsen en lopen hiervoor een prima alternatief.
De afname van ritten betreft vooral de
Maar daardoor rijden
korte autoritten die niet of nauwelijks op de
via Randweg en
hoofdwegen komen. Die worden relatief hard
ontsluitingswegen
geraakt door de extra weerstand en hebben in
Fiets =alternatief
de versnelde fiets een goed alternatief. Op de langere afstand verschuift de modal split ook wel (naar OV) maar daar is door de toename van inwoners en arbeidsplaatsen netto toch een toename van ritten. De Dashboard Verstedelijking geeft het
Voor beïnvloeding langere afstand autoverkeer andere prikkels nodig. Openbaar vervoer en prijsprikkel per km. Of strategie voor werklocaties (gemengd stedelijk en creëren van weerstand)
grootste effect in termen van minder autoverkeer. Maar deze tool gaat over mobiliteit van bewoners. Maar er zijn ook veel nieuwe arbeidsplaatsen die deels van buiten worden ingevuld. Dat zorgt voor meer autoverplaatsingen in de regio. Het Netwerk perspectief geeft wel aan dat als de gebiedsmaatregelen ook op de werklocatie worden toegepast, de reductie van
Gemengd stedelijk
autoverkeer groter is.
op werklocaties en
Als onderdeel van de gebiedsgerichte
autoweerstand
maatregelen wordt het stedelijk wegennet afgewaardeerd in de (hoog)stedelijke gebieden. Hierdoor gaat verkeer meer naar buiten waardoor het op Randweg (en aantal ontsluitingswegen) drukker wordt.
66
Doorrekening Verkeersmodel
Referentie
Metropool
Netwerk
Regionale ontwikkeling
Bereikbaarheid OV De bereikbaarheidsindex per OV is een maat voor het aantal inwoners en banen dat bereikbaar is binnen een redelijke reistijd (op basis van waargenomen gedrag uit het OViN). De OV-bereikbaarheid neemt door de toevoeging van OV-aanbod en door extra inwoners en arbeidsplaatsen.
Les: Bereikbaarheid per OV neemt in alle perspectieven toe. Dit komt deels door een verbetering van de OV-reistijden en deels door het toevoegen van extra woningen en arbeidsplaatsen.
67
Doorrekening Verkeersmodel
Referentie
Metropool
Netwerk
Regionale ontwikkeling
Bereikbaarheid Auto De invloed van de gebiedsmaatregelen (parkeerkosten, parkeren op afstand, afwaarderen autoinfrastructuur) is goed te zien in de bereikbaarheidsindex per auto. Deze score bestaat uit het gewogen aantal inwoners en arbeidsplaatsen wat bereikt kan worden binnen algemene acceptabele reistijden. Deze neemt op de stedelijke locaties af. Dit effect wordt weer gecompenseerd doordat er in de nabijheid meer inwoners en arbeidsplaatsen worden toegevoegd. Het effect van veranderingen in het congestiebeeld op de bereikbaarheid is heel gering.
Les: Afname bereikbaarheid auto in stedelijke locaties.
68
Doorrekening Verkeersmodel OV-bereikbaarheid en concurrentiepositie OV verbeteren flink door stedelijke perspectieven In de referentie zijn alleen de stationslocaties van Helmond en Eindhoven beter bereikbaar per OV dan per auto. Dit is gemeten in het aantal inwoners en arbeidsplaatsen binnen dagelijks goed bereisbare tijd op basis van waarnemingen uit het OViN. Nagenoeg alle werklocaties zijn autolocaties. In het meest stedelijke Metropool perspectief ontstaat bij het nieuwe IC-station aan de noordwest kant een OV-locatie. Bovendien neemt door de Brainportlijn de OV-bereikbaarheid van de hele Randweg-zone flink toe en wordt daarmee het OV op locaties concurrerend met de auto.
69
Doorrekening Verkeersmodel OV-bereikbaarheid en concurrentiepositie OV verbeteren flink door stedelijke perspectieven Het voorbeeld van BIC illustreert dit effect met reistijdcontouren. De OV-contour van BIC wordt in metropool flink groter door de Brainportlijn met verknoping met het spoor aan de noordwest kant. De autocontour is nog wel flink ruimer maar evengoed is de bereikbaarheid per OV voor BIC niet slechter. Dat komt doordat: •
Veel van het goed bereikbare gebied per auto kent een lage dichtheid en draagt dus weinig bij aan het aantal bereikbare inwoners en arbeidsplaatsen.
•
De ‘goed bereisbare tijd’ is in de praktijk voor OV wat groter dan voor de auto.
Les: Verbetering van het OV-aanbod met een Brainportlijn met verknoping met het spoor maakt het OV concurrerend voor de werklocaties in de Randweg-zone.
70
Doorrekening Verkeersmodel OV-bereikbaarheid en concurrentiepositie OV verbeteren flink door stedelijke perspectieven Het voorbeeld van BIC illustreert dit effect met reistijdcontouren. De OV-contour van BIC wordt in metropool flink groter door de Brainportlijn met verknoping met het spoor aan de noordwest kant. De autocontour is nog wel flink ruimer maar evengoed is de bereikbaarheid per OV voor BIC niet slechter. Dat komt doordat: •
Veel van het goed bereikbare gebied per auto kent een lage dichtheid en draagt dus weinig bij aan het aantal bereikbare inwoners en arbeidsplaatsen.
•
De ‘goed bereisbare tijd’ is in de praktijk voor OV wat groter dan voor de auto.
71
Doorrekening Verkeersmodel ASML OV-bereikbaarheid De OV-bereikbaarheid neemt in Metropool en Regionale Ontwikkeling behoorlijk toe, vooral aan de noordkant van het SGE. Hier is het effect van de Brainportlijn zichtbaar. Buiten de kaart, maar duidelijk zichtbaar in de data, is dat de verknoping met het spoor in Metropool ook leidt tot betere OVbereikbaarheid buiten het SGE met de andere Brabantse steden en verder.
72
Doorrekening Verkeersmodel ASML autobereikbaarheid De auto bereikbaarheid wordt het meeste beïnvloedt door de uitgangspunten ten aanzien van de mobiliteitstransitie. In Netwerk worden de toplocaties gemengd stedelijk ontwikkeld en wordt daar de positie van de auto beperkt. Dit leidt ertoe dat de autobereikbaarheid afneemt. Verder is de invloed van congestie op de bereikbaarheid te zien. In Regionale Ontwikkeling is de problematiek op de Randweg het grootste. Dit vertaalt zich in afname van de autobereikbaarheid aan de noordkant.
73
Doorrekening Verkeersmodel Centrum Eindhoven OV-bereikbaarheid De verschillen in OV-bereikbaarheid van het centrum van Eindhoven zijn beperkt. Dat lijkt verrassend vanwege alle OV-ingrepen. Dat komt doordat juist het centrum nu al een goede OV-bereikbaarheid heeft. Een deel van de ingrepen gaat vooral over capaciteit en verbetering van de tangentiele verbindingen (Brainportlijn). Met een meer gedetailleerde blik is te zien dat met name verhoging van de snelheid van de HOVtangent verbindingen zich uitbetaald in betere OV-bereikbaarheid. Dat is ook te zien voor de spoorbereikbaarheid in de vorm van hogere frequenties. Die winst valt buiten het kaartbeeld.
74
Doorrekening Verkeersmodel Centrum Eindhoven autobereikbaarheid De autobereikbaarheid wordt vooral bepaald door de uitgangspunten ten aanzien van de mobiliteitstransitie en in mindere mate door congestie op het netwerk. Dit zorgt ervoor dat de autobereikbaarheid in alle perspectieven afneemt voor het centrumgebied. Daarbij valt op dat juist het Metropoolperspectief leidt tot minder reductie van autobereikbaarheid. Daar is de doorstroming van het stedelijk netwerk en grote delen van de Randweg het beste op orde.
75
Doorrekening Verkeersmodel Automotive campus Helmond OV-bereikbaarheid De verschillen in OV-bereikbaarheid zijn beperkt. Het versterken van de IC-bediening van Helmond (Metropool) heeft iets meer effect dan aansluiten op de Brainportlijn (Regionale Ontwikkeling).
76
Doorrekening Verkeersmodel Automotive campus Helmond autobereikbaarheid De autobereikbaarheid wordt vooral bepaald door de uitgangspunten ten aanzien van de mobiliteitstransitie en in mindere mate door congestie op het netwerk. Het Netwerk perspectief laat daarom een duidelijke achteruitgang in de autobereikbaarheid zien omdat de Automotive Campus hierin een gemengd stedelijk gebied geworden is met lokaal een slechtere autobereikbaarheid. Dit effect is groter dan de betere doorstroming door bypasses op de bundelroutes.
77
6. Kwaliteit van de leefomgeving
Opgave Ecosysteem Brainportregio Opgaven Brainportregio Eindhoven op snijvlak
woningvoorraad van het SGE - is de vraag hoe om te
economie, ruimte en mobiliteit
gaan met die ruimtelijke setting.
Brainportregio heeft economische kracht en potentie. Brains en techniek, daar is de regio goed in. De
Vragen die daar bij spelen:
successen van afgelopen jaren zijn alom bekend, maar
•
Welke ruimtelijke constellatie (fysieke inrichting de
om de internationale concurrentiepositie van deze
regio) van de Brainport vraagt het HTSM-cluster de
‘kennis- en techniekhub’ in de toekomst ook waar
komende decennia?
te maken is versterking van de ruimtelijke structuur
•
In het Feitenrelaas is geconstateerd dat er
noodzakelijk: het voorzieningenniveau en de (inter)
voldoende bedrijventerreinen voorhanden zijn
nationale bereikbaarheid heeft een kwaliteitsimpuls
maar dat er wel een kwaliteitsopgave is. Aan welke
nodig om in het internationale krachtenveld niet
kwaliteiten is er behoefte?
achterop te raken. De opdrachtgevende partijen van dit
•
Waaruit bestaat de ruimtelijk economische
onderzoek, de ministeries van IenW, BZK, de provincie
samenhang tussen het westelijk en oostelijk deel
Noord-Brabant en de gemeente Eindhoven, stellen dat
van de regio? Wat is hierin de opgave voor de
er - in samenwerking met andere gemeenten binnen
toekomst?
de Metropoolregio Eindhoven - een schaalsprong ten
•
Wat zijn kwalitatieve opgaven voor de Brainport,
aanzien van verstedelijking en bereikbaarheid nodig
bijvoorbeeld op economisch en sociaal vlak, die in
is om toekomstbestendig te blijven, aantrekkelijker
de realisatie van de woonopgave centraal zouden
te zijn voor talenten en een goede kwaliteit van de
moeten staan?
leefbaarheid te behouden.
•
Wat zijn de belangrijkste opgaven voor de toekomst van de Brainport in de connecties op
De economische prestaties van de regio Eindhoven
verschillende schaalniveaus; in de regio, met
kennen een historie waarbij vanuit Philips een groot
de andere steden (B5, agglomeratie NL) en
belang bestond bij de inrichting van de stad. Naast
internationaal?
ontwikkellocaties en productiefabrieken nam het bedrijf initiatief voor woningbouw en bijvoorbeeld
•
Welke mobiliteitsstrategie past het beste bij de behoeften van de Brainport na 2030?
sportverenigingen (PSV). De economische, ruimtelijke en maatschappelijke structuur zijn in de regio vergaand geïntegreerd. Met het de schaalsprong uit de woondeal - 62.000 woningen is 31% van de totale
79
Ecosysteem Brainport •
Supply chain wordt supply netwerk. Uitdaging: vroegtijdig betrekken van toeleverketen en verschillende divisies (ontwerp, inkoop, productie en service) bij het ontwerp is cruciaal voor concurrentie op prijs en kwaliteit.
•
Plekken en netwerken voor ontmoeting van ideeën en mensen. Voorbeelden: het oude Philips netwerk, Brainport Industries en de Brainport Industries Campus.
•
Gedeelde innovatie, faciliteiten en risicodragende projecten (kraamkamer). Samenwerking nodig voor investering. Voorbeeld: vroegere Natlab, HTCE HighTechXL. Competenties van industriele eindproducenten en en toeleverbedrijven in maakindustrie bundelen.
•
Samenwerking onderwijs en bedrijfsleven (door schaarste talent). Steeds complexer en hoogopgeleider. Geen MBO niv. 1&2.
•
Focus: meester van onderscheidende technologie om daar vervolgens verschillende toepassingen op te baseren voorbeeld: nauwkeurig bewegen en positioneren (mechatronica) in agri-food). Groei in: Halfgeleider-industrie (chips en software), Analytische industrie (elektronenmicroscopen, röntgenstraling,
“Uitdagingen: aantrekken en behoud van talent, fysieke nabijheid, ontmoetingsplekken, aantrekkelijk vestigings- en verblijfsklimaat, samenwerking, agglomeratiekracht en (internationale) connectiviteit.” (*) Webinar ‘Meesters in de maakindustrie’ 8 juli 2020
protonentherapie) en toepassingen in materiaalonderzoek en Health care.
80
Segregatie en integratie Geografie van topsector HTSM Ruimtelijke opbouw van de Brainport in retrospectief.
afnemen wat de ingenieurs bedachten. De organisatie
Jarenlang was Philips de grote economische
moest antwoorden vinden op behoeften uit de
kracht van de regio Eindhoven. In de regio werkten
markt. Gezien het tijdsgewricht en de internationaal
90.000 mensen in dienst bij Philips. Er heerste, van
opkomende industrieën geen onvoorstelbare keuze. De
onderhoudsmonteur tot ingenieur en directie, trots
consequenties waren echter enorm. Reorganisaties en
op de wereldwijd baanbrekende uitvindingen die
verandering van strategie leidden er toe dat er in 2010
het bedrijf herkenbaar maakte. Kennis en innovatie
nog maar 9.000 mensen in de Brainport bij Philips in
stonden centraal. De hele organisatie was er op
dienst zijn. Een deel van de productontwikkeling heeft
gericht de beste uitvindingen van de wereld te
het bedrijf ge-out-sourced naar de ‘keten’.
plegen. Hiertoe werd een bedrijfscultuur in het leven geroepen welke uitging van leren en proberen. Talenten
In de huidige Brainport zijn 5 grote industriële
werden middels de zogenaamde ‘denkspleten’ op de
eindproducenten - ook wel OEM’ers worden genoemd
verschillende NatLab’s op Strijp, De Hurk (Beatrix)
(Original Equipement Manufacturer) - met een
en Waalre (nu HTC) grootgebracht tot zelfstandige
industriële output van tegen de 1 miljard per jaar of
ingenieurs. Deze kraamkamers van talent en innovatie
meer. Deze OEM bedrijven richten zich met name
waren waardevol voor de carrière van de werknemer.
op de voor- en achterkant van het productieproces:
Door een gezamenlijke start kon men elkaar ook later
de ‘research en development’ aan de voorkant en de
nog goed vinden. Letterlijk, fysiek in de organisatie,
‘sales en service’ aan de achterkant van het proces.
als ook in taal, had men aan een half woord genoeg.
Het volledige proces van design & engineering,
Een ander wezenlijk voordeel van deze werkcultuur
prototyping & industrialization, component production
was dat er focus was op technologische ontwikkeling
en system integration wordt uitbesteed aan een keten
en innovatie. Rangen en standen doen er niet zoveel
van toeleveranciers. Het Brainportcluster omvat een
toe als je samen bent opgegroeid en een inhoudelijke
kleine driehonderd van dergelijke bedrijven. Deze
gedrevenheid hebt om baanbrekende innovaties te
bedrijven, verschillend van omvang en kunde, staan
plegen. De focus lag bij de technologie.
in directe verbinding met de OEM of leveren aan
Voor 1965: Bedenken, Onderzoeken, Ontwerpen, Testen, Maken en Verkopen op een beperkt aantal locaties in
Na 1965: Uitsortering en decentralisatie van activiteiten. Groei keert zich van de stad af. Herontwikkeling van
de stad.
binnenstedelijke industriële terreinen.
Geschiedenis van de Eindhovense bedrijventerreinen gaat over uitsortering en decentralisatie van activiteiten
een toeleverancier. Dit heeft geleid tot vergaande In de jaren ‘90 veranderde dit. Philips veranderde
specialisatie van bedrijven, gepaard gaande met
van strategie. In plaats van inhoudgedreven vond er
intensieve samenwerking. De vraag is hoe robuust
een verschuiving plaats naar marktgericht. Hiermee
deze kwaliteiten zijn voor toekomstige trends zoals
kwam ook het opleidingenmodel onder druk te staan.
internationalisering, digitalisering en de opkomst van
Niet langer was men overtuigd dat de markt zou
nieuwe sleuteltechnologieën.
81
De topsector HTSM (‘high tech systems & materials’) biedt
dergelijke plekken. Korte termijn gaat voor duurzaam
blijken succesfactoren van bloeiende economische
haar heen maar ook een sterkere interactie van de
67.454 (2017) banen in Brabant en is verantwoordelijk
economisch model.
regio’s. En waar in steden als Utrecht en Amsterdam
toplocaties, het stedelijke gebied, de woongebieden en
(of internationaal: Londen) dit soort stedelijke
natuur daarbuiten.
voor ruim een derde van de totale banengroei in de regio in 2018. Ruim 11% van alle HTSM in
In toenemende mate leidt het besef ,dat innovatie
interactiemilieus al lang verbonden zijn met de daar
Nederland is te vinden in de Brainport Eindhoven.
en hoogwaardige technologische productie
belangrijkste economieën, ontbreekt die verbinding
Een tweede invalshoek om een aantrekkelijker en
Alhoewel er landelijk een daling te zien is in het aantal
mensenwerk is, tot een herinterpretatie van de
in de Brainport met haar HTSM cluster nog in grote
vooral ook een robuuster economisch ecosysteem te
industriebanen groeit de industrie sector (waarvan
werkgebieden. Als het de grootste uitdaging van de
mate. Sterker nog: de ontwikkelrichting van de meest
ontwikkelen wordt geïntroduceerd door de opvatting
HTSM onderdeel is) fors vanaf 2010 in de Brainport
sector is om voldoende gekwalificeerd en getalenteerd
dynamische gebieden (vb. ASML, BIC, HTC maar ook
dat de Brainport een sterke eenzijdige afhankelijkheid
regio Eindhoven. De industriesector is de grootste
personeel aan te trekken dan blijkt, naast primaire
in mindere mate TU/e) is van de stad afgekeerd, het
heeft ten aanzien van het HTSM cluster. De kennis
sector in de regio en voorziet in 17% van de totale
arbeidsvoorwaarden, een aantrekkelijke werkomgeving
landschap in. Het lijkt een begrijpelijke keuze vanuit
en kunde van de Brainport is een competentie die
werkgelegenheid (landelijk 7,7%).
een sterke troef te zijn. Het uit zich in de ontwikkeling
een individuele, private afweging maar hoe houdbaar
sectoroverstijgend volop benut zou kunnen worden. De
van het campusmodel in verschillende gedaanten, op
is dat op de lange termijn? Het vraagt om een
regio zou hier met het oog op de toekomst een forse
Ruimtelijk zien we een hele duidelijke weerslag van de
verschillende plekken en uiteenlopend qua succes. De
strategisch gesprek over de lange termijn in triple helix
inzet op moeten leveren door een ruimtelijke setting
segregatie van het productieproces. Het Brainport
meest succesvolle tot nu toe is de High Tech Campus
verband in de context van dit MIRT -Onderzoek.
te creëren die naast ondersteunig van het hightech
adagium van ‘zand tot klant’ - waarbij zand een
Eindhoven waar de identiteit van de plek zo sterk is
De regio ontleent haar kwaliteit en identiteit aan haar
profiel ook verdere verbreding van economische
verwijzing is naar silicium, grondstof voor chips -
geworden dat er wereldwijde bekendheid is opgetreden
suburbane leefmilieus en aanbod van grootschalige
activiteiten bespoedigd. De Brainport staat voor een
bestaat uit afzonderlijke stappen in het proces van
en dat internationaal het hebben gewerkt op de High
omringende natuurgebieden die diep doordringen in
kennis en kunde die breed toepasbaar is, dat zou
de supplychain, ieder met een eigen businesscase
Tech Campus als een ‘CV-builder’ wordt gezien.
het stedelijke milieu, alhoewel deze sterk onder druk
meer tot expressie moeten komen in hoe de regio zich
staat van toenemende logistieke activiteiten (verdozing
manifesteert. Het vraagt om sterke interactiemilieus op goed bereikbare plekken.
en rentabiliteit van investeringen. Het heeft zijn weerslag op de geografie van de regio waarbij grofweg
Het belang van de werkomgeving krijgt bovendien
van het landschap), veroudering van industriële
de activiteiten op de integrale Philipslocaties zijn
een nieuwe dynamiek door de toenemende rol van
terreinen en aanwezigheid van een steeds verder
uitgeplaatst en verspreid over bestaande en ook veelal
software, met daarmee een nieuw type werknemer
geïndustrialiseerde landbouw (meer dan 15.000.000
nieuwe werkgebieden. Daar gelden de regels van de
in de high tech industrie. Deze nieuwe doelgroep in
kippen in Metropoolregio Eindhoven), een slechte
klassieke bedrijventerreinen: goedkoop bouwen en
het personeelsbestand hecht nog meer waarde aan
luchtkwaliteit en forse opgaven met betrekking tot de
logistieke processen als leidende principes voor de
‘hypercaffeïnated’ plekken: een stedelijke(re) omgeving
klimaatopgave (o.a. hittestress, droogte, waterberging).
ruimtelijke inrichting, verzegeld met hekken rondom
waarin spontane en verrassende ontmoetingen,
het perceel om het eigendom te beschermen.
inspiratie en voorzieningenaanbod in hoge mate
Om blijvend te kunnen concurreren met Europese
De zo noodzakelijke interactie tussen mensen om
aanwezig zijn maar ook een stedelijke identiteit
kennis- en innovatieregio’s is een stevige inzet op
de open innovatie te stimuleren is een algemeen
aanwezig is waar een klimaat ontstaat voor een
agglomeratiekracht noodzakelijk: een versterking
belang en daarmee niet vertegenwoordigd op
cultuur die past bij de regio. Juist die ‘community’s’
van de verbindingen van de regio met de wereld om
82
Opgave in perspectief De verschuiving van supply chain naar supply netwerk zorgt
•
voor trendbreuk in opzet bedrijventerreinen Gemengde woon-werkmilieus en de bredere
bedrijf of sociale groep •
ontwikkeling naar innovation districts kunnen een rol spelen voor de verbeterde internationale concurrentiepositie van Brainport door een grotere
Engagement: interactie met mensen in de eigen
Trendbreuk: supply netwerk vraagt om fysieke nabijheid: wonen, werken, onderzoeken en ontmoeten in een integraal systeem. Dus.. niet meer ruimte nodig maar kwaliteitsimpuls: fysieke nabijheid en ontmoeting van mensen.
Exploration: interactie met mensen van een ander bedrijf of groep
•
Energy: groter totaal aantal interacties ongeacht herkomst
aantrekkingskracht op de belangrijke doelgroep van internationaal talent.
Brookings en het Global Institute on Innovation Districts (GIID) vertalen dit naar innovatiedistricten
Bij het inrichten van professionele werkomgevingen
welke worden gedefinieerd als geografische
gaat het om de correlatie tussen persoonlijke
omgevingen waar leading-edge anchor instituties
interactie, productiviteit en innovatie. Sociaal-
en bedrijven zich clusteren en verbinden met
wetenschappelijke analyses op dit gebied heeft
startups, incubators en accelarators. Ze zijn
steevast als belangrijkste uitkomst dat face-to-face
fysiek compact en zeer toegankelijk en bieden
interactie tussen werknemers het allerbelangrijkste is
een mix van bedrijfsvestiging, kantoorruimte en
(onafhankelijk van waar die interactie over gaat).
ontmoetingsplekken.
Naarmate technologie onderlinge afstanden ogenschijnlijk kleiner en onbeduidende maakt,
Brainport heeft lange tijd een succesvolle strategie
wordt fysieke nabijheid en face-to-face contact
gevolgd waarbij dedicated werkmilieus ontstonden
juist belangrijker. Dit vormt een stimulans voor de
buiten de stad. Inmiddels zien we een internationale
Essen, Duitsland
veronderstelde en middels diverse casestudies
trend waarbij de ontwikkeling 180 graden is gedraaid.
Inwoners Essen: 583.000 Grootte campus: 280 hectare
vastgestelde uitkomsten van hogere productiviteit,
Om interactie aan te moedigen en een aantrekkelijk
meer innovatie (nieuwe productlanceringen), hogere
werkklimaat te bereiken vindt vergaande integratie
verkopen. Out of sight, out of sync.
plaats. Dat zien we niet alleen bij de concurrerende
|
ThyssenKrupp AG
Erlangen, Duitsland |
Siemens AG
Inwoners Erlangen: 112.000 Grootte campus: 90 hectare
technologie hubs in Azië (Jurong Lake District, De werkomgeving moet mensen uitnodigen en
Singapore) maar ook dichter bij huis in Duitsland (zie
uitlokken om ’in botsing te komen’ (‘collide’) met
afbeeldingen).
anderen, zowel van binnen de organisatie als daarbuiten. Harvard Business Review duidt op basis
ASML
NTS
Brainport Industries Campus
van onderzoek drie relevante vormen van interactie:
83
Wat zijn toplocaties? Een nadere beschouwing van de
Onderscheid binnen werklocaties in Brainport is
typologie van toplocaties helpt om onderscheid in
bijvoorbeeld te maken op Goederen Distributie
‘belang’ op eensluidende manier te kunnen maken. De
Centrum (GDC) Acht, waar te midden van handels- en
belangrijkste voorwaarde is daarom een voor iedereen
logistieke bedrijvigheid bij het cluster ThermoFisher,
heldere en begrijpelijke afbakening.
VDL ETG en MAG4 veel hightech kennisproductie
Vanuit oogpunt van economische en ruimtelijke
plaatsvindt. Iets vergelijkbaars zien we in de omgeving
ontwikkeling is het belangrijk om binnen (grotere)
Dillenburgstraat en Hoevenweg op De Hurk met
werklocaties onderscheid te maken, door zones met
centrale vestigingen van onder meer Frencken Europe,
specifieke hoogwaardige bedrijfslocaties te midden
VDL, NTS Group terwijl daar ook de Praxis, Hanos en
van meer generieke bedrijvigheid te kunnen aanwijzen
Kampeermarkt gesitueerd zijn.
De complete maakindustrieketen is in Brainport vertegenwoordigd Toplocaties in Brainport Eindhoven specialiseren zich op een of meerdere stappen in de waardeketen van fundamenteel idee tot commercie Source: Strategy Unit © 2018
(zie kader). Een nieuwe typologie moet daar ons inziens ruimte voor bieden.
Naar een typologie voor vestigingslocaties in Brainport Source: Strategy Unit © 2018
Afbeelding boven: Brainport Eindhoven beschikt over diverse innovatiecampussen en gespecialiseerde bedrijfslocaties. Deze plekken blinken vanuit één dominante positie in de kenniswaardeketen uit in meerdere onderdelen van het innovatieproces. Met elkaar vormen ze een ware ring die alle stappen afdekken in de technologische waardeketen
Als typologie om economische toplocaties in de Brainport regio van reguliere werklocaties te onderscheiden, stellen wij een indeling langs twee dimensies voor (zie afbeelding links): •
van fundamenteel idee en uitvinding tot het commerciële toepassing. Afbeelding links: Met twee kleuren – lichtblauw/geel – is aangegeven waar
Het primaire bedrijfsproces: klantcontact, productie of kennisontwikkeling
•
De primaire marktfocus: regionaal, nationaal, internationaal (herkomst grootste omzetdeel)
afgelopen jaren de focus naar uit ging als het gaat om
Door meer reliëf aan te brengen tussen
ondersteuning van deze topvestigingslocaties
kennisontwikkeling en productie, kan nog beter recht
vanuit publieke belang. We baseren ons hierbij op het onderscheid aangebracht in innovatiecampussen van
worden gedaan aan de eerder in het feitenrelaas
(potentieel) nationaal belang en thematische bedrijven-
beschreven kenniswaardeketen van de hightech
locaties, zoals uitgewerkt in de Brainport 2020 agenda.
maakindustrie van Brainport.
84
De verschillen zijn groot Het SGE is geen homogene regio Het westelijk deel van de regio (met name Eindhoven,
vertegenwoordiging van bedrijven uit de HTSM sector.
Veldhoven, Best en ook Son en Breugel) beschikt over
vooralsnog niet wegnemen, bovendien is de campus
het ecosysteem Brainport ondersteunen (denk
meer georiënteerd op samenwerkingen met bedrijven
aan toeleveranciers als bijvoorbeeld MCB en Wilvo
relatief veel arbeidsplaatsen. Het oostelijk deel van SGE
Daar waar op de bedrijventerreinen aan de
en kennisinstellingen in en rondom Eindhoven dan
maar ook aan thematisch bedrijventerreinen als het
wordt gekenmerkt door relatief veel woningen. Deze
westzijde van de regio mensen werken die vanuit
dat er in en rondom Helmond sprake is van een
Kempisch bedrijvenpark in Hapert). De kwaliteit van
verschillen tussen gemeenten in de regio komen terug
alle richtingen bereid zijn ver te reizen zien we aan
onderscheidend ecosysteem op basis van automotive.
de kleine kernen staat, door de ambitie om ook in vele
in de ontwikkeling van arbeidsplaatsen. Veldhoven
de oostzijde bedrijvigheid met een minder sterke
Buiten de verschillen tussen oost en west van het
kernen mee te groeien qua bedrijventerreinen, onder
en Oirschot zijn daarin uitschieters met een groei van
aantrekkingskracht: de arbeidsmarkt is aan de
stedelijk gebied zijn de verschillen nog groter tussen
druk. Sterker nog, het vestigingsklimaat van de hele
bijna 20% in de afgelopen 10 jaar. Eindhoven groeit met
oostzijde een meer lokale aangelegenheid. Het
het stedelijk gebied en het meer landelijke gebied
regio staat hiermee onder druk (denk aan: verdwijnen
bijna 7%.
resultaat is een situatie waarbij het effect van de
daaromheen, in de Peel en de Kempen. In dit mozaïek
tegenstellingen stad - land, verdwijnen waardevolle
Voor de huidige geografie kunnen verklaringen uit het
opwaartse spiraal van het westelijk deel niet, of
landschap zijn de kernen de kleinschaligheid voorbij.
dorpsstructuren en landschappen, toename verkeer
verleden worden gevonden (o.a. Philips eigendom,
in ieder geval in veel mindere mate, optreedt aan
Het zijn dorpen met historische kernen die voor een
- terwijl juist in het contrast de kwaliteiten van
clustering rondom technologische hotspots, starten
de oostzijde van de regio. De Automotive Campus
sterke identiteit zorgen, maar ook vaak voorzien
complementariteit het meest tot uitdrukking komen) .
van nieuwe initiatieven in de nabijheid van bestaande
- tussen Eindhoven en Helmond - kan dat beeld
van forse uitbreidingen en bedrijventerreinen die
successen). Duidelijk is dat recente successen in korte tijd een vlucht hebben genomen. In ‘no-time’ hebben plekken als High Tech Campus en ASML een internationale aantrekkingskracht verworven. Daarnaast draagt de ligging van Eindhoven Airport, waardoor een oriëntatie ontstaat tussen Eindhoven centraal station en Noordwest Eindhoven, en de ligging aan de A2/N2 bij aan een sterke bereikbaarheid van het westelijk deel van de regio. Opgemerkt dient te worden dat in het openbaar vervoer hier nauwelijks een rol in speelt. De westzijde van de regio werkt daarmee als een magneet op een groot gebied, het kent een dagelijkse pendel die vanuit alle windrichtingen ver reikt. Het oostelijk deel van de regio laat een veel meer regulier patroon zien wat we herkennen in meer generieke regio’s in Nederland: Gemengde bedrijventerreinen met een minder sterke