CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

CN MIRT-onderzoek bijlage 2 Ontwikkelperspectieven

Opiniecommissie Inwoners 26 januari 2021, gemeente HelmondBij agendapunt: Verstedelijking en mobiliteit Helmond 2040 - resultaten MIRT studie (19.05-20.35 uur; 90 minuten)19.948 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

MIRT-Onderzoek

Verstedelijking en Mobiliteit

Brainportregio Eindhoven

16 oktober 2020

Bijlage II - Ontwikkelperspectieven

Brainportregio Eindhoven MIRT-Onderzoek Verstedelijking en Mobiliteit

Inleiding MIRT-Onderzoek Verstedelijking en Mobiliteit Brainportregio Eindhoven Het MIRT onderzoek Brainportregio moet leiden tot

spelen daarin wereldwijd een steeds belangrijkere

De scope, de beoogde resultaten en de

Het totale onderzoek bestaat uit drie hoofdelementen:

een gedeeld beeld over de aard, omvangen en urgentie

rol. Deze krachtige economische ontwikkeling

afgesproken aanpak van deze projecten

•

Bijlage 1: Feitenrelaas

van de samenhangende opgaven op het gebied van

leidt tot groeipijn, met name op verstedelijking en

blijven (vooralsnog) ongewijzigd. Wel wordt

bereikbaarheid en verstedelijking.

bereikbaarheid. Alleen al ASML trekt maandelijks

uitdrukkelijk ingezet op het maken van een

honderden nieuwe medewerkers aan. Het is nu ook

integrale afweging. De verstedelijkingslocaties en

Gedurende het BO-MIRT van 2019 hebben partijen de

tevens juist de grote uitdaging om talenten aan

bereikbaarheidsmaatregelen tussen nu en 2030

afspraak gemaakt om ernaar te streven om in een jaar

Brainport te binden voor behoud en doorontwikkeling

worden in dit onderzoek in principe als autonoom

tijd een MIRT-Onderzoek Brainportregio te verrichten.

van het unieke economische systeem. Hiervoor dient

meegenomen als die reeds zijn vastgesteld. Een

Letterlijk is het volgende afgesproken (Afsprakenlijst

Brainport een duurzame kwalitatieve schaalsprong

uitkomst van dit MIRT-onderzoek kan zijn dat plannen

Bestuurlijke Overleggen MIRT 20 en 21 november

te maken om toekomstbestendig te blijven en

niet of gewijzigd worden uitgevoerd, omdat de nu

2019):

aantrekkelijker te zijn voor talent en (toekomstige)

beoogde oplossing van deze projecten onvoldoende

•

Bijlage 2: Ontwikkelperspectieven (dit document)

‘Rijk en regio spreken af om gezamenlijk een

bewoners, werkgevers en werknemers (BNA, REOS,

bijdraagt aan de totaal opgaven van de Brainportregio

gebiedsgericht en integraal MIRT-onderzoek te starten

BrainportCity, EIK XL). De bereikbaarheid van de regio,

in het perspectief van 2040.

voor de Brainportregio. Het onderzoek moet leiden

die nu al onder druk staat, zal als gevolg van deze

tot een gedeelde perceptie tussen Rijk en regio over

verstedelijking de komende decennia verslechteren. De

de urgentie, aard, omvang, onderbouwing en aanpak

huidige infraprojecten in de regio zijn ontoereikend om

van de samenhangende opgaven op het gebied van

de groei te accommoderen en de mobiliteitsproblemen

verstedelijking en bereikbaarheid’.

op te lossen. Een schaalsprong is nodig om een

‘Op basis van dit beeld worden strategische

adequate oplossing te bieden.

•

Ontwikkelpad

hoofdkeuzes gemaakt. Het streven is om tijdens het BO-MIRT van 2020 beslissingen te nemen over een

Momenteel wordt er o.a. gewerkt aan plannen voor

adaptief ontwikkelpad inclusief maatregelenpakket’.

het stationsgebied Eindhoven (EIK XL), Binnenstad Eindhoven, mobiliteitshubs, de Randweg A2/N2, de

Brainportregio is de kennismotor van de Nederlandse

bundelroutes noordoost, en de regionale uitwerking

economie en kent een bovengemiddelde economische

van toekomstbeeld OV. De fase waarin deze projecten

groei van 2,5% over de afgelopen 10 jaar. De groei

verkeren en de ‘hardheid’ variëren. Alleen door een

wordt vooral veroorzaakt door de kennisintensieve

gezamenlijke en integrale aanpak ontstaat inzicht en

maakindustrie. In die kenniseconomie is nabijheid

overzicht in de feitelijke situatie en de opgaven voor de

en uitwisseling van kennis van essentieel belang.

Brainportregio, wat nodig is voor de ontwikkeling van

Metropolitane gebieden, zoals de Brainportregio,

oplossingsrichtingen.

Onderzoeksopzet

Inhoudsopgave

MIRT-Onderzoek Verstedelijking en Mobiliteit Brainportregio Eindhoven 1.

Bevindingen

2.

Ruimte gezocht voor woningbouw •

3.

Drie perspectieven •

4.

5.

6.

7.

8.

Verstedelijkingsopgave Algemene beschrijving

Agglomeratie- en economische kracht •

Veranderende nabijheid (stedelijkheid)

•

Bereikbare banen

Bereikbaarheid •

Druk op mobiliteitsnetwerken

•

Capaciteitsknelpunten

•

Verdeling vervoerswijzen

•

Nabijheid van openbaar vervoer

•

Reisrelaties naar toplocaties

•

Logistieke ketens

Kwaliteit van de leefomgeving •

Nabijheid van voorzieningen

•

Woontypologie

•

Bedrijventypologie

•

Meekoppelkans kwetsbare wijken

Gezonde en klimaatbestendige regio •

Verlies en nabijheid van groen

•

Hittestress

•

Wateropvang en wateroverlast

•

Meekoppelkansen energie & CO2

•

Geluid en luchtkwaliteit

•

Verkeersveiligheid

Haalbaarheid

Drie verschillende schaalniveau’s (zie Feitenrelaas) •

•

Stedelijk gebied Eindhoven (SGE) bestaande uit

•

Voor de verplaatsingspatronen is een het

Oirschot, Best, Son&Breugel, Nuenen, Helmond,

studiegebied vergroot met Boxtel, Meierijstad,

Geldrop-Mierlo, Veldhoven, Waalre en Eindhoven

Uden en Boekel omdat blijkt dat deze gemeenten

Metropoolregio Eindhoven (MRE): voorgaande

een significante relatie hebben met Eindhoven.

•

Investerings-, exploitatie en onderhoudskosten

gemeenten aangevuld met Laarbeek, Gemert-

Daarom hebben we apart een “Daily Urban

•

Dekkingsmogelijkheden

•

Ontwikkelstrategie

Bakel, Deurne, Asten, Someren, Heeze-Leende,

System” benoemd waarin deze gemeenten zijn

Cranendonck, Valkenswaard, Bergeijk, Eersel,

meegenomen.

9.

Bijlage: Special: Karakteristiek van de regio

10.

Bijlage: Benchmarksteden

11.

Bijlage: Afweegkader

Bladel, Reusel-De Mierden

1. Bevindingen

Bevindingen Ruimte Fundamentele keuzes

De accenten hebben betrekking op de omvang van

Gebiedstransformatie biedt kansen voor nieuwe

van het stedelijk gebied te laden en werken met

Met de afspraak om 62.000 woningen aan SGE toe te

de stedelijkheid in Helmond, door daar met aantallen

typologie en diversiteit

wonen en voorzieningen in een hoogstedelijk milieu

voegen is impliciet de keuze gemaakt om hoofdzakelijk

te variëren ontstaat er een al dan niet hogere

In het onderzoek (zie bijlage Feitenrelaas) is

te combineren. Het vraagt een type bebouwing en

te verdichten in bestaand stedelijk gebied. Weliswaar

mate van stedelijkheid. In Eindhoven ontstaan de

geconstateerd dat de dichtheid van woningen in het

gebiedsontwikkeling waarin een dergelijk ambitie ook

houden alle onderzochte perspectieven rekening met

verschuivingen door een aantal fundamentele keuzes

stedelijk gebied van Eindhoven uitzonderlijk laag is

prioriteit moet zijn, het is geen makkelijke opgave

een verdichtingsopgave voor de kleinere kernen, een

die onder de perspectieven schuil gaan. Wanneer de

vergelijken met steden uit de G4 of kleinere steden

maar het levert de stad en de regio veel op, vooral een

relatief groot aantal woningen voor dergelijke dorpen is

ambitie bestaat om volledig in te zetten op Intercity

als Leiden, Haarlem en Arnhem. Juist deze ruimte

interessant stedelijk gebied met een sterk eigen profiel.

een relatief klein aandeel op het totaal van 62.000.

connectiviteit en nabijheid van treinstations dan moet

in stedelijk gebied maakt het mogelijk om met de

Voor Helmond geldt dat zij met de hefboom van een

een fors aantal woningen worden gerealiseerd rondom

verdichtingsopgave zeer nauwkeurig om te gaan de

ongeveer 10.000 woningen en een evenredig aantal

Door te streven naar een verdichting in

de nieuwe stationsknoop in Eindhoven Noordwest. Het

met de toekomstige identiteit van de steden en de

arbeidsplaatsen haar eigen ambities met betrekking

combinatie met bereikbaarheid hebben we uit

levert een groot aandeel woningen in directe nabijheid

regio. Het biedt kansen om bijvoorbeeld ook voor

tot een sterker autonoom economisch profiel,

de ontwikkelperspectieven geleerd dat het in alle

van een station op (daarover meer in het volgende

gezinnen een aantrekkelijke stad te worden. We zien in

complementaire aan Eindhoven, kan waarmaken. Door

varianten leidt tot een sprong in stedelijkheid van het

hoofdstuk) maar betekent dus ook dat er niet fors

referenties dat juist ook zij in toenemende mate in de

concentratie in het centrum krijgt het stationsgebied

centrum van Eindhoven en Helmond. Het centrum

verdicht kan worden in de zuidwestlob van Eindhoven,

nabijheid van stations en voorzieningen willen wonen

een krachtige impuls: er ontstaat een stedelijk milieu

van Eindhoven gaat volgens de nabijheidsklasse van

van De Run (ASML) in Veldhoven tot aan de ring. Het

en bijdragen aan de diversiteit en levendigheid van de

op een intercity knoop op korte afstand van Eindhoven.

het Dashboard Verstedelijking naar een hoogstedelijk

aantal dat gepaard gaat met deze keuze is ongeveer

stad. Hiervoor zijn - voor Eindhoven - niet gebruikelijke

milieu, Helmond stijgt (bij een toename van ongeveer

17.000 woningen.

gebieds- bebouwings- en buitenruimtetypologieën

Complementariteit als kracht

noodzakelijk.

In de kleinere kernen van het Stedelijk gebied

10.000 woningen, voornamelijk in het centrum) van het huidige suburbane milieu naar een stedelijke

Met andere woorden: hoewel het plaatje van de output

omgeving.

van het Dashboard op het eerste oog maar weinig

De verstedelijkingsopgave heeft naast wonen ook

het landschap zijn complementair aan de steden

Bovendien breidt het stedelijk milieu in Eindhoven, als

verschil laat zien, is juist het de impact van de keuze

betrekking op werken. Alhoewel er op enkele plekken

en dragen zodoende bij aan het vestigingklimaat

gevolg van de toename van het aantal woningen, fors

van dit aantal (17.000) woningen fundamenteel voor

clusters zijn gevormd rondom creativiteit en design

van de regio als totaal. Uit de doorrekeningen van

uit. Daarmee bevestigd het Dasboard Verstedelijking

het ruimtelijk economisch systeem van de regio. Ofwel

(denk aan Design Academy) is het een opgave om

het dashboard bleek dat een woningbouwopgave

dat het toevoegen van 62.000 woningen een grote

wordt ingezet op een integratie en verstedelijking

de Brainport spirit waarmee de regio internationaal

voor deze kernen niet alleen kansen biedt voor het

impact heeft op het stedelijk gebied als totaal. Er is

rondom toplocaties rondom de randweg A2/N2 ofwel

bekend staat ook meer te laten doorleven in het

afstemmen van demografische ontwikkelingen en

geen keuze of de stedelijkheid, en daarmee dus ook

is de inzet een nieuwe stationsknoop met bijbehorende

stedelijk gebied. In het onderzoek hebben we geleerd

het woningaanbod maar juist ook op een thema’s als

de identiteit en het mobiliteitsprofiel, van Eindhoven,

economische kansen (nieuw business district) en een

dat in de Brainport in toenemende mate activiteiten

energietransitie. Voor de daarmee gepaard gaande

Veldhoven en Helmond wordt vergroot. Er zijn wel

zeer hoge mate van nabijheid van woningen bij een - al

plaatsvinden die gericht zijn op onderzoek, testing,

systeemaanpassingen is schaalgrootte van belang.

keuzes met betrekking tot - op het eerste oog -

dan niet reeds bestaande - stationsknoop.

(embedded-) software en schone productie. Dat

En daarmee treedt er een spanningsveld op met de

biedt een enorme potentie om daarmee de identiteit

bestaande identiteit, de contouren van de

accenten.

Eindhoven geldt een ander evenwicht. De dorpen en

6

dorpen in het beschermde omliggende landschap

De kansen dienen zich in een strategie waarbij wordt

industrialisatie van de landbouw versus een ‘stedelijke’

en het uitgangspunt om geen monofunctionele

ingezet op minder automobiliteit in de stedelijke centra

behoefte aan aantrekkelijk uitloopgebied met

grootschalige uitbreidingslocaties toe te voegen (niet

aan en vragen om een nadere uitwerking. Dat daarbij

goede luchtkwaliteit en plek voor klimaatadaptatie

multimodaal ontsloten). Aan het compact bouwen

in Eindhoven is ingezet op het verbinden van het

(bijvoorbeeld berging, verkoeling) en energietransitie

in deze dorpen zit een grens: forse hoogbouw sluit

centrum via drie groene wiggen naar het buitengebied

(opwekken energie). In de verstedelijkingsstrategie in

niet aan op bestaande ruimtelijke kwaliteit en blijkt

is een kans om opgaven op- en af te schalen naarmate

de ontwikkelperspectieven is ingezet op verdichting

ook geen ambitie te zijn. De woonbouwopgave

meer of minder binnenstedelijk. Een goed bereikbaar

van bestaand stedelijk gebied. Dat geeft alle kans om

van het bouwen in de kleine kernen is dus vooral

ommeland is een grote kwaliteit voor het leefklimaat

op het thema regionale groen een kwalitatieve agenda

gekoppeld aan een kwaliteitsopgave: vitaliteit van

van de regio. Vanuit 96% van de woningen binnen

te ontwikkelen die van doorslaggevend belang kan zijn

de voorzieningen, een passend aanbod bij een

het SGE kan binnen een loopafstand van 750 meter

in het ontwikkelen van een Brainport met internationale

veranderende vraag en het inzetten van woningbouw

meer dan 5 hectare groen bereikt worden. Hier schuilt

aantrekkingskracht.

als middel om structuuringrepen te doen op het gebied

echter een kwalitatieve vraag achter: is het groen ook

van energietransitie en klimaatadaptatie. Dat vraagt

daadwerkelijk toegankelijk en beleefbaar?

om een strategische aanpak van deze gemeenten om te voorkomen dat de aantallen (ordegrootte in totaal

Wat opvalt is dat het stedelijk groen (parken in en

6.000 voor Oirschot, Son en Breugel, Nuenen, Geldrop,

rondom stedelijk gebied) in de regio niet intensief

Mierlo en Waalre) binnen de gestelde kaders haalbaar

wordt gebruikt: de cultuur van ontmoeten in het

zijn.

park en collectieve tuinen als vervanging van een eigen tuin ontbreekt in het huidige beeld SGE nog

Groen met betekenis

veelal. Dit gebruik, dat past bij een metropolitaan

De succesvolle verdichtingsopgave stelt hoge

karakter, zal eisen stellen aan de inrichting en

kwaliteitseisen aan de inrichting van de omgeving.

programmering. Helemaal aan de buitenkant van

Die omgeving voorziet in dagelijkse behoeften zoals

de regio liggen de grote beschermde (Natura 2000)

ontmoeting, spelen en sporten en recreatie. Daarnaast

landschappen, hoogwaardige natuurlandschappen

moet de omgeving ingericht worden om verschijnselen

met goede fietsnetwerken. Tussen de bebouwde

als hittestress en waterberging (pieken) op te vangen.

omgeving en deze hoogwaardige natuurgebieden

Kortom, de inrichting van groen - parken, ontharding

bevindt zich een landschap, dat we vaak als groen

buitenruimte, verbinding met landschap, vergroenen

aanduiden maar in feite een productielandschap is

daken en gevels - is een belangrijke troef in een

van agrariërs. Hier spelen dilemma’s die betrekking

toekomstbestendige aangename stedelijke omgeving.

hebben op de behoefte van schaalvergroting en

7

Bevindingen Bereikbaarheid Sprong in stedelijkheid biedt kans voor transitie

en anderzijds een stevige gebiedsgerichte agenda

De omvang van de shift naar OV is afhankelijk

Hubs en smartlanes als slimme verbinders van

naar meer fiets en OV en minder auto

waarin lopen en fietsen stevig gefaciliteerd worden

van het ontwikkelperspectief. Versterkende

stedelijk gebied met de kernen

De mobiliteit wordt sterk beïnvloedt door de sprong

en juist beperkingen in de positie van de auto worden

elementen zijn 1) ontwikkelen bij IC-stations, 2)

Ondanks de toename van stedelijkheid zal zeker

in stedelijkheid die het SGE gaat maken. Waar nu

aangebracht (parkeren op afstand en/of stevig

de mate waarin gebiedsmaatregelen (parkeren,

de helft van de inwoners van SGE (en daarbuiten)

ongeveer een kwart van de inwoners in stedelijk

kostenniveau, afwaarderen stedelijke infra, etc).

afwaarderen autonetwerk, etc) geïmplementeerd

in suburbane en landelijke kernen wonen. Die zijn

worden en 3) het bieden van snelle, hoogfrequente

vanwege de lage dichtheden alleen goed te ontsluiten

gebied woont, neemt dit door verdichting toe tot

•

meer dan de helft. Daarbinnen is bijna de helft ‘hoog

OV gebruik en OV bereikbaarheid kunnen flink

en rechtstreekse verbindingen (o.a. Brainportlijn

met individueel vervoer; de (e)fiets en auto. Op korte

stedelijk’, een categorie die nu nergens in het gebied

toenemen maar vragen wel ingrepen

met verknoping met spoor).

afstand neemt binnen het stedelijk gebied maar ook

voorkomt. Deze aandelen verschillen nauwelijks

Voor de wat langere afstand neemt juist het OV-

Naast de hoeveelheid OV-gebruikers laten de

binnen de kernen het fietsgebruik toe. Het oprekken

tussen de perspectieven, al is het aandeel (hoog)

gebruik toe. Ten opzichte van de huidige situatie

perspectieven ook zien hoe de OV-bereikbaarheid

van die afstand door de (e)fiets en nieuwe kleine

stedelijk binnen metropool net iets hoger. Het feit

geeft de Dashboard Verstedelijking aan dat het

en connectiviteit kan toenemen. In het metropool

e-vervoersmiddelen te faciliteren, helpt substantieel

dat de verstedelijking plaatsvindt is dus van grotere

aantal reizen met 60% tot 80% toeneemt. In de BBMA

perspectief woont 50% van de inwoners nabij een

om de kernen met het stedelijk gebied te verbinden.

invloed dan hoe die verstedelijking precies vorm krijgt.

doorrekeningen is deze toename afhankelijk van het

IC-station, tegenover 20% nu. Ook in de andere

Het concept van de smart-lane biedt daarvoor

De Dashboard Verstedelijking prognosticeert op basis

perspectief 40% (regionale ontwikkeling) tot 70%

perspectieven neemt de OV-bereikbaarheid toe maar

toekomstvaste infrastructuur. Voor grotere afstanden

van landelijke gemiddeldes hoe stedelijkheid doorwerkt

(metropool). Dit terwijl de basisprognose 2040 van

aanzienlijk minder sterk en meer georiënteerd op

(en met name de inkomende pendel) biedt een

in mobiliteitsgedrag. Daarbij geldt dat hoe stedelijker

BBMA een toename geeft van nog geen 10%. Hieruit

sprinterstations en HOV. Op dit aspect is dus echt

netwerk van regionale hubs een oplossing. Een NRM-

het gebied hoe meer fiets- en OV- en hoe minder

kunnen een aantal conclusies getrokken worden:

iets te kiezen. Het beterde HOV-netwerk (radialen

doorrekening van het Metropool perspectief met hubs

autogebruik. De verstedelijking van het SGE leidt

•

De combinatie van verstedelijking, gebiedsgerichte

en Brainportlijn) inclusief verknoping met het spoor

geeft een potentie van 20.000 gebruikers per etmaal en

volgens die wetmatigheid tot een constant autogebruik

maatregelen (o.a. parkeren en afwaarderen

versterkt ook de OV-bereikbaarheid van de toplocaties.

dit levert een substantiële bijdrage aan het beperken

van SGE-inwoners, ondanks de toevoeging van

stedelijke wegen) en verbeterd OV leidt tot een

De contour van OV-bereisbare arbeidsplaatsen neemt

van de automobiliteit op de Randweg en het stedelijke

alle extra woningen. Voor fiets en OV geldt juist het

substantiële groei.

daardoor toe. Dit effect wordt nog flink versterkt door

netwerk. Voorwaardelijk voor het functioneren van het

Deze groei ligt fors boven de basisprognose.

de verdichting. De toplocaties kunnen putten uit een

hub-netwerk zijn concurrerend OV als natransport en

inwoner leiden tot anderhalf tot twee keer meer

Dat betekent dat capaciteitsknelpunten op OV-

groter gebied waar bovendien nog meer mensen

gebiedsgerichte maatregelen op de bestemmingen

verplaatsingen. In absolute termen is de verschuiving

verbindingen en op de stationsknopen eerder en

wonen.

(parkeren op afstand en/of stevig kostenniveau,

van auto naar fiets het grootste. Het meeste effect

forser zullen optreden dan op basis van eerdere

treedt dus op bij relatief korte ritten. Cruciale

prognoses (zoals NMCA) in beeld gebracht is.

omgekeerde. Meer inwoners en meer gebruik per

•

afwaarderen stedelijke infra, etc).

voorwaarde voor deze shift is enerzijds het creëren van stedelijke nabijheid (verdichten en functiemenging)

8

Opgave autobereikbaarheid; op zoek naar

Daardoor worden ook daar de gebiedsgerichte

van het Metropool perspectief zien dat het door

combinatie van ingrepen

mobiliteitsmaatregelen (parkeren, afwaarderen,

de mobilitestransitie wel lukt om op de gehele

Het autogebruik van inwoners van het SGE kan

etc.) veronderstelt en dit remt de inkomende

Randweg en John. F. Kennedylaan ten opzichte van

ondanks de groei van de bevolking constant

autopendel.

2040 hoog een afname te realiseren tot ongeveer het niveau van 2030 hoog. Dit ondanks het extra

blijven of zelfs licht afnemen. Dat betekent echter niet dat de bestaande en geprognosticeerde

Tussen de perspectieven zijn er belangrijke verschillen:

programma. Met alleen het extra programma

doorstromingsproblemen niet optreden. In alle

•

Het Regionaal Ontwikkelperspectief bevat een

is er ten opzichte van 2040 hoog juist een forse

onderzochte perspectieven is stevige congestie

stevige ingreep aan de noordoostkant met een

toename.

zichtbaar op de Randweg en/of aan de noordoostkant

bypass voor doorgaand verkeer bij Eindhoven en

van de regio, vooral in Eindhoven op de John. F.

Helmond. Deze lost de doorstromingsproblemen

Vanuit deze resultaten kunnen twee routes worden

Kennedylaan en het noordoostkwadrant van de Ring.

aan de noordoostkant op. Op de Randweg resteren

afgeleid om de problematiek op het autonetwerk aan te

De oorzaak van die schijnbare tegenstelling tussen

echter forse problemen, vooral aan de noordkant

pakken:

stabiel autogebruik en toenemende drukte op delen

waar het door de bypasses nog extra druk wordt.

•

Het Netwerk perspectief bevat grootschalige

uiteindelijk zowel op de Randweg (inclusief

De mobiliteitstransitie beïnvloedt ritten over

capaciteitsuitbreidingen op zowel de Randweg als

aansluitende snelwegen) als op de bundelroute

korte afstand het meest. Juist de ritten over

de aansluitende snelwegen. Dat lost de congestie

stevige ingrepen nodig zijn.

lange afstand belasten de hoofdinfrastructuur.

daar op maar neemt de problematiek aan de

Die ritten nemen per inwoner wel af ten gevolge

Noordoostkant niet weg.

ingrepen. De ombouw van de N2 naar 2x3 70 km/

Het Metropool perspectief zet maximaal in op

uur biedt daarvoor perspectief maar nog geen

van inwoners en arbeidsplaatsen resteert in dit

een mobilteitstransitie. De N2 parallelstructuur

oplossing voor de noord- en noordoostkant.

segment wel een toename.

krijgt meer capaciteit en een lagere snelheid

Naast de ritten van inwoners is er ook een

(2x3 70 km/uur). Deze aanpak beperkt het

inkomende pendel, vrachtverkeer en zijn er de

autoverkeer het meeste en de omgebouwde

ritten van doorgaand verkeer. Door de toename

N2 blijkt een effectieve maatregel. Maar aan de

van arbeidsplaatsen en de landelijke trend van

noordkant van de Randweg waar geen N2 is

steeds meer lange afstand verkeer (personen

en op de John. F Kennedylaan resteren flinke

en logistiek) nemen deze categorieën toe. Dit

doorstromingproblemen. Die worden mede

verklaart ook waarom het ‘netwerk perspectief’ een

veroorzaakt doordat het afwaarderen van stedelijke

relatief grote modal-shift laat zien. Hierin worden

infrastructuur het verkeer meer naar buiten

de toplocaties gemengd stedelijk ontwikkeld.

drukt. Overigens laat een NRM-doorrekening

van het netwerk is: •

van de mobiliteitstransitie maar door de groei

•

•

Grootschalige capaciteitsingrepen waarbij

•

•

Een stevige mobiliteitstransitie met aanvullende

9

2. Ruimte gezocht voor woningbouw

Ruimte gezocht voor woningbouw De Woondeal gaat uit van een woningbouw-

heeft met haar plannen voor het centrum de ambitie

Leiden centrum

ontwikkeling van 62.000 woningen (hoge scenario) tot

uitgesproken om haar huidige identiteit te willen

2040 in MRE. Voor de periode 2019-2023 is door Rijk,

ombuigen naar een meer stedelijk milieu. Daar past

provincie Noord-Brabant en SGE de afspraak gemaakt

verdichting bij en dus ook andere - voor Eindhoven

om 28.232 nieuwe woningen te realiseren, waarvan

nieuwe - woonmilieus. En nu ook de voorkeuren

Inwoners/km2 12.549 Woningen/ha 96 Stedelijkheidsscore 1200 Aandeel gezinnen 5% Huishoudensgrootte 1,3 Auto’s per huishouden 0,3 Aandeel appartementen 68%

15.712 in Eindhoven en 12.530 in ‘overig SGE’. Voor

van de woonconsument veranderen - steeds meer

de periode daarna (tot 2040) zouden nog eens 33.758

gezinnen kiezen bijvoorbeeld voor een stedelijke

woningen gerealiseerd moeten worden, wat deels is

woonomgeving - stelt dat de gemeenten voor een

vastgelegd in harde en zachte plannen; voor meer dan

extra ontwerpopgave.

In Eindhoven 50.000 inwoners binnen de Ring in 32.000 woningen (33 woningen/hectare)

de helft van deze nieuwbouw zullen nieuwe locaties gevonden moeten worden.

Met het toevoegen van ruim 60.000 woningen in de regio hangt het identiteitsvraagstuk boven de

De Pijp Amsterdam Inwoners/km2 23.589 Woningen/ha 156 Stedelijkheidsscore 2600 Aandeel gezinnen 14% Huishoudensgrootte 1,5 Auto’s per huishouden 0,3 Aandeel appartementen 100%

In het algemeen is er een nationale trend

markt. Met de basisafspraak dat er gebouwd dient

waarneembaar waarbij de verschillen tussen stad en

te worden binnen bestaand stedelijk gebied bestaat

ommeland en tussen stedelijkheid en dorpse milieus

het keuzemenu immers uit verdichting van bestaand

groter worden. Ook de groeiprognoses van het SGE /

woongebied en/of transformatie van bijvoorbeeld

MRE laten deze ontwikkeling zien waarbij voor enkele

bedrijventerreinen. Hoe dan ook zal dit impact hebben

de Pijp te komen moeten

kernen zich zelfs een krimpscenario ontplooit.

op de identiteit van bestaande stedelijke, suburbane en

er 120.000 woningen bij

De bevolkingsontwikkeling wordt stevig bepaald door

dorpse milieus binnen het SGE.

Om tot de dichtheid van

binnen de Ring

regionale afspraken en bouwontwikkelingen. Als gemeenten, zoals Geldrop - Mierlo in de afgelopen

Die ontwikkeling wordt overigens versterkt doordat er

jaren, nauwelijks bouwen, dan is dat ook terug te zien

een groeiende behoefte ontstaat onder gezinnen om

in de bevolkingsontwikkeling. Tevens is de vraag hoe

in een stedelijke omgeving te wonen. Dat veronderstelt

de woonwensen van de toekomstige woonconsument

in de eerste plaats dat er sprake is van stedelijkheid

worden geëxpliciteerd. Bouwen voor doelgroepen die

maar in de tweede plaats ook dat er een aanbod is aan

we nog niet kennen neemt ook risico’s met zich mee:

woningtypologie en voorzieningen dat afgestemd is op

het is een nieuwe markt. Tegelijkertijd betekent niet

deze huishoudens.

Den Haag Zeeheldenkwartier Inwoners/km2 14.151 Woningen/ha 88 Stedelijkheidsscore 1900 Aandeel gezinnen 18% Huishoudensgrootte 1,6 Auto’s per huishouden 0,4 Aandeel appartementen 90%

Om tot de dichtheid van

bouwen van woningen specifiek op woonwensen van

het Zeeheldenkwartier

de gewenste nieuwe doelgroepen een bedreiging voor

te komen moeten er

de ambities van de regio. De gemeente Eindhoven

50.000 woningen bij binnen de Ring

11

Woonopgave- en afspraken (+62.000 woningen)

12

Impact van de woondeal Met de afspraak om maximaal 62.000 woningen aan de regio toe te voegen is impliciet gekozen voor

Les: de voorliggende opgave gaat over transformatie en inbreiding

een grootschalige transformatie van het stedelijk

36x

gebied. Dat die verstedelijkingsopgave, zoals in de woondeal is vastgelegd, met name binnen bestaand stedelijk gebied zal moeten plaatsvinden benadrukt en versterkt die fundamentele keuze. Overigens leert een analyse van het ‘groen’ rondom de stedelijk gebieden dat uitbreidingen daar door planologische bescherming (Nationaal Natuurnetwerk Brabant, Natura 2000) nauwelijks mogelijk is.

19x 62.000 woningen betekent een toevoeging van 31% woningen aan de totale woningvoorraad van SGE. Voor een uitleglocatie van het type ‘Leidsche Rijn-Vleuten-De Meern’ (omvat 30.000 woningen) is geen ruimte. Er zijn locaties in binnen bestaand stedelijk gebied die ‘opgevuld’ kunnen worden en er zijn verouderde werklocaties die op termijn

5x

getransformeerd kunnen worden naar woningbouw. Met deze opportunistische benadering wordt het

9x

totaal echter niet gehaald. Bovendien zou het eerst dicht zetten van de ruimte structuur ingrepen mogelijk in de weg staan. De transformatie van de regio zal dus moeten worden aangevlogen door

13x

8x

vanuit een nieuwe spatial fix (Richard Florida, The great Reset) - ofwel een nieuwe ruimtelijke setting moten worden aangevlogen.

13

Impliciet onderdeel van het kiezen voor een

nieuwe voltijdbaan (1 FTE). Een verhoudingsgetal

beschouwen”. Daaraan gekoppeld is het advies daarbij

evenwicht te brengen. Onze inschatting, ook op basis

verstedelijkingsstrategie (die leidt tot een groei met

van 1:1. De argumentatie is dat elk huishouden

een generatie vooruit te kijken, waarmee wordt gedoeld

van de prognoses van de verschillende werklocaties,

62.000 woningen en bijbehorende arbeidsplaatsen)

gemiddeld 1 inkomen uit een voltijdbaan heeft.

op het rekening houden met lange termijneffecten van

is dat met de komst van 62.000 woningen het verschil

zijn een nieuwe orde van stedelijkheid, een nieuwe

Dit verhoudingsgetal is gebaseerd op het landelijk

woningbouw op gebied van bijvoorbeeld duurzaamheid

wel enigszins gedempt zal worden maar er nog steeds

orde van mobiliteit en werklocaties; hogere woon-

gemiddelde en is niet regio-specifiek. Bij regio’s

(CO2-uitstoot) en mobiliteitsbewegingen.

een forse groei zal optreden die groter is dan het aantal

en werkdichtheden, andere mobiliteitsprofielen en

met een belangrijke werkgelegenheidsfunctie en

een veranderende identiteit van -op zijn minst delen

daarmee samenhangende hoge inkomende pendel

De groei van het aantal banen in de Brainport ten

tot 2040 -bij de komst van 62.000 woningen- 72.000

van- de regio en met name de steden. Dat geldt voor

(voorbeeld: Metropoolregio Amsterdam) ligt het

opzichte van woningen was tussen 2006 en 2016

banen (uitgedrukt in hele fte’s) bij zullen komen.

alle ontwikkelperspectieven die binnen de boven

aantal banen hoger dan het aantal woningen. Een

bijna 2:1. Met andere woorden: per woning ontstonden

geschetste kaders mogelijk zijn.

groot deel van mensen die in de regio werken, woont

twee banen. Die in verhouding forse groei van banen

Nota bene: voor de groei van het aantal studenten en

buiten de regio. Voor regio’s met een beperkte

zien we overigens ook - weliswaar in iets mindere

leerlingen is geen inschatting gedaan.

72.000 arbeidsplaatsen

werkgelegenheidsfunctie is dit andersom, meer

mate - terug in de MRA en U10. Gesteld kan worden

Naast de groei van het aantal woningen moet ook

woningen dan voltijdbanen. Het CRa adviseert het Rijk

dat de woningbouwopgave van 62.000 dus deels een

rekening gehouden worden met de groei van het

dan ook “woningbouw-opgave op regionaalniveau te

inhaalslag betekent om banengroei en woningmarkt in

woningen. We hebben daarom als aanname dat er

aantal arbeidsplaatsen. De groei van het aantal arbeidsplaatsen is moeilijk vast te pinnen op een exact

SGE exl. Stedelijke functie + beschermde ruimte

getal. er zijn veel variabelen die de groei beïnvloeden: hoe ontwikkelt de regionale economie zich? Is er

Vraag: als niet transformatie en inbreiding. Waar bouwen we dan?

ca 7.200ha

sprake van doorzetting van de trend van concentratie van arbeidsplaatsen en een kennisintensivering van de industrie? Of vindt er een disruptieve ontwikkeling

Inzoom op niet beschermde gronden (in zwart, thv Middelbeers)

plaats van een productieproces die juist minder arbeidsintensief is en waardoor de huidige trend afgebogen wordt? Het College van Rijksadviseurs (CRa) adviseert het Rijk over ruimtelijke kwaliteit. In hun Dashboard verstedelijking (2018) – waarin wordt gekeken naar de maatschappelijke meerwaarde van de woningbouwopgave tot 2040 - komt het beeld naar voren dat er grofweg 1 woning nodig is voor elke

Wat past er in 7.200 hectare? (rekenend met verschillende dichtheden) SGE (42.670 hectare | 198.030 woningen) Opgave 62.000 woningen = +31%)

Rekenvoorbeeld extensief. Almere Oosterwold (0,3 woningen/ha) = max 2.160 woningen Rekenvoorbeeld regulier. Dorpskernen SGE (bandbreedte circa 5-10 wo/ha) • 5 wo/ha = 36.000 woningen • 10 wo/ha = 72.000 woningen (90% bebouwen)

Rekenvoorbeeld Stedelijk. Meerhoven / Brandevoort (25 wo/ha) • 25wo/ha = 180.000 woningen (=35% bebouwen) Let op: ook bedrijvigheid, recreatie, waterberging, energie-opgave, etc. hebben een ruimtevraag.

14

De argumenten in dit kader geven feitelijke

•

Aantal banen in Zuidoost-Brabant neemt sneller toe

onderbouwing voor deze inschatting.

dan het aantal woningen. Dit blijft naar verwachting

•

Zuidoost Brabant heeft een relatief sterke

zo: De oververtegenwoordigde sectoren in Brabant zijn

werkgelegenheids-functie (economisch centrum).

motoren voor banengroei. Het aantal banen in regio

De werkgelegenheidsfunctie van Nederland

Zuidoost-Brabant in 2020 is 329.000. De totale

als geheel is 96,6 in 2018. Dit betekent dat

woningvoorraad in 2019 is 345.866. In Zuidoost-

er in Nederland 3,7% minder banen zijn dan

Brabant neemt de woningvoorraad jaarlijks met

mensen in de beroepsbevolking (15-65 jaar). De

ong. 3.000 toe, terwijl het aantal banen jaarlijks met

werkgelegenheidsfunctie van Zuidoost-Brabant is

ong. 10.000 toeneemt (licht afvlakkend). M.a.w.

105,3. Dat wil zeggen dat er circa 9% meer banen

Zuidoost-Brabant zit ondanks de afvlakking op

zijn in Zuid-oost Brabant dan het Nederlands

toename van banen veel hoger in banencreatie dan

gemiddelde. (Zie: https://kwaliteitvanleven.pbl.nl/

in woningbouw (Werk, 2019). Alle sectoren waarin

dashboard/dashboard/werken/)

Zuidoost-Brabant meer banen dan gemiddeld in

Zuidoost-Brabant heeft een sterk positief pendelsaldo.

Nederland heeft - de industrie voorop, gevolgd

Het dagelijks pendelsaldo van Zuidoost-Brabant

door specialistische zakelijke diensten, overige

is gemiddeld 30 duizend positief; Ongeveer 70.000

zakelijke diensten, ICT en uitzendbureaus – laten

inkomend, tegen ongeveer 40.000 uitgaand.

(sterke) banengroei zien (zie figuur hierboven).

Gemeten over de periode 2005-2014 hebben

N.B. Corona-effecten zijn nog niet meegenomen

centrumstad Eindhoven én de 7 gemeenten

in de beschrijving. (Zie: https://www.werk.nl/

ten westen grenzend aan Eindhoven positieve

arbeidsmarktinformatie/images/Regio_in_

pendelsaldi, wat betekent dat er dagelijks meer

Beeld_ZuidoostBrabant.pdf, https://opendata.

mensen in de gemeente komen werken dan er

cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82900NED/

in een andere gemeente gaan werken. Opvallend

table?fromstatweb )

•

is dat Tilburg een negatief pendelsaldo heeft, waarbij de meeste pendel uitgaat naar Eindhoven. (Zie: E,til, De arbeidsmarkt in Zuidoost-Brabant, 2013; https://www.omgevingswetinbrabant.nl/ media/1356/downloadboekjelicht.pdf, p.23)

Werknemersbanen per sector: omvang, aandeel en ontwikkeling Bron: https://www.werk.nl/arbeidsmarktinformatie/images/Regio_in_Beeld_ZuidoostBrabant.pdf

•

Meer inwoners van Zuidoost-Brabander zijn gaan werken (=toenemende arbeidsparticipatie). Netto-arbeidsparticipatie is bovengemiddeld sterk toegenomen, terwijl de werkloosheid bovengemiddeld sterk is afgenomen in ZuidoostBrabant (periode 2014-2017). Dit houdt in dat mensen die toch al in Zuidoost-Brabant wonen, zijn gaan werken. Waardoor de banencreatie sneller gaat dan de (benodigde) woningcreatie (Zie: https://kwaliteitvanleven.pbl.nl/dashboard/ dashboard/werken/)

15

3. Drie perspectieven

Methode Ontwerpend onderzoek Deze rapportage beschrijft de lessen die getrokken zijn uit het ontwerpend onderzoek met ontwikkelperspectieven. Doel van dit onderzoek was leren welke

6 x perspectief

integrale keuzes voor ruimtelijke ontwikkeling en bereikbaarheid effectief zijn om de opgave van de Brainport in te vullen. De ontwikkelperspectieven zijn theoretische ‘eindbeelden’ voor 2040. Niet bedoeld om een voorkeur te kiezen, wel om lessen uit te trekken. De gehanteerde aanpak is iteratief en interactief (in werkaterliers): •

In de eerste iteratie zijn 6 perspectieven verkend. Het trendperspectief (doortrekken

Metropool

Bandstad

Netwerkstad

Rurbania

Regionale Ontwikkeling

Trend

Netwerk

Regionale Ontwikkeling

van de lijn) en het Regionaal Ontwikkelperspectief (combinatie van bestaande plannen) vervulden de rol van Benchmark. Daar tegenover zijn vier perspectieven gesteld waarmee de hoeken van het speelveld zijn verkend. •

In de tweede iteratie zijn 5 verdiepende case-studies uitgevoerd: stedelijke verdichting Helmond, versterking kern Geldrop, IC-knoop ‘Noordas’, gemengd stedelijk gebied De Run-De Hurk en metropolitaan centrummilieu Eindhoven.

•

In de laatste iteratie is geconvergeerd naar drie perspectieven. Met opnieuw Regionale Ontwikkeling als benchmark in het midden en twee uitdagers of de flanken, een sterk stedelijk Metropool perspectief en een stedelijke doorontwikkeling van de

5 x gebiedscasus

toplocaties in het Netwerk perspectief.

De effecten van de ontwikkelperspectieven zijn kwantitatief onderzocht met de Dashboard Verstedelijking en de verkeersmodellen BBMA en NRM. De Dashboard Verstedelijking is in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken ontwikkeld door Studio Bereikbaar, naar een initiatief van het College van Rijksadviseurs. Deze tool brengt op strategisch niveau de effecten van verstedelijkingsmodellen in beeld op aspecten als stedelijke dichtheid, mobiliteit, meekoppelkansen energietransitie en toegang tot groen. BBMA ZOB is het regionaal verkeersmodel dat integraal het gebruik van

3 x perspectief

auto, OV en fiets prognosticeert voor de regio Zuidoost Brabant. Het NRM zuid is specifiek gebruikt om het effect van de mobiliteitstransitie inclusief regionale hubs op de rijkswegen te valideren. De systematische beschrijving en effectbepaling van dit ontwerpend onderzoek zijn te vinden in bijlage 2. In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste lessen achter elkaar gezet en toegelicht vanuit een selectie van de resultaten.

Metropool

17

Metropoolperspectief

Toelichting perspectief Metropool De kern van de onderzoeksvraag achter perspectief Metropool is of we door maximaal in te zetten op een OV-systeem doorstroming kunnen bereiken op het wegennet zonder grote aanpassingen daaraan te doen. De Brainportregio wordt zodoende echt aangehaakt op het intercity netwerk van agglomeratie NL en de lokale Brainportring (OV) krijgt, door de toevoeging van een 2e ICknoop in Eindhoven, een enorme impuls. Openbaar vervoer wordt concurrerend met de auto.

Voorwaarde in het verstedelijkingsmodel is een sterk Eindhoven Centrum als vertrekpunt. Door ook de ruimte in de ring op te zoeken kan de ontwikkeling van centrum Eindhoven opgeschaald worden naar 30.000

Infra-maatregelen: •

woningen. Helmond profiteert van de verbeterde

Versterking HOV-radialen en Brainportlijn met extra kwaliteit

•

intercity bereikbaarheid van de regio, is aangesloten op

Hogere treinfrequenties conform Toekomstbeeld OV 2040 met extra IC-knoop Noordwest en extra

het intercitynetwerk en heeft kans om door te groeien

IC-bediening Helmond •

naar een centrum met 12.000 woningen.

Mobiliteitstransitie in (hoog)stedelijke gebieden (centrum en Ring met ruime omgeving en Noordwest).

De noordwestknoop, waar de nieuwe IC-knoop ter

•

Snelle regionale fietsinfrastructuur

•

N2 omgebouwd naar 2x3 70 km/uur.

(20.000 woningen), maar ook voor andere functies. De huidige toplocaties worden in dit perspectief optimaal per HOV ontsloten en hebben alle ruimte om specifieke HTSM-activiteiten te ontplooien. Om een scherp

Stedelijkheid

ICknopen. Hier is niet alleen ruimte voor woningbouw

Toegevoegde FTE

gepositioneerd ten opzichte van de andere twee

Toegevoegde woningen

hoogte van de Anthony Fokkerweg ligt, wordt sterk

onderzoeksresultaat te krijgen is er in dit perspectief geen woningbouw geprojecteerd buiten deze drie ICknopen.

18

Netwerkperspectief

Toelichting perspectief Netwerk Het netwerkperspectief is opgebouwd in de overtuiging dat internationale toplocaties in de toekomst worden gekenmerkt door geïntegreerde werkmilieus waarbij de aantrekkelijkheid van de werkomgeving bepalend is voor het aantrekken van talent. We brengen de stedelijke kwaliteiten naar de toplocaties. Dat betekent een forse woningbouwopgave bovenop de groei van arbeidsplaatsen in de lobben van de regio: zuidwest en noordwest worden zwaar geprogrammeerd en daarmee ondergaan deze gebieden een grote identiteitsverandering.

Eindhoven centrum ontwikkelt zich hier ook sterk rondom de internationale knoop met een balans waarin

Infra-maatregelen:

ook werkgelegenheid zwaar is vertegenwoordigd. Dit

•

Versterking HOV-radialen

•

Hogere treinfrequenties conform Toekomstbeeld OV 2040

perspectief kent geen Brainport HOV-lijn (tangent) en

•

het OV is stevig opgehangen aan de radialen.

Mobiliteitstransitie in (hoog)stedelijke gebieden (centrum, Ring en gemengde toplocaties).

Er is een forse structurele capaciteitsuitbreiding van

•

Snelle regionale fietsinfrastructuur

•

Flinke capaciteitsuitbreiding Randweg en aansluitende snelwegen

de A2/N2 noodzakelijk om de bereikbaarheid van de

Stedelijkheid

in de andere twee perspectieven.

Toegevoegde FTE

BSD fors, maar in het centrum wat minder stevig dan

Toegevoegde woningen

toplocaties te garanderen. Helmond groeit rondom

19

Regionale ontwikkelperspectief

Toelichting perspectief Regionale ontwikkeling Een stapeling van regionale plannen. Zwaartepunt van het perspectief is de centrumontwikkeling en een verstedelijking langs de HOV-radialen van Eindhoven en een weginfra-oplossing (ruimtelijk nader uit te werken) tussen A50 en N279.

Openbaar vervoer volgt het Regionaal OVtoekomstbeeld, de bundelvariant uit de studie Brainportlijn is daar onderdeel van. Op de A2/N2 wordt capaciteit verruimd met een aanpak gericht op knelpunten (korte termijn maatregelen). Gemeenten rondom Eindhoven worden allemaal voor een uitdagende inbreidingsopgave gesteld, ook Helmond transformeert in en rond het stationsgebied fors.

Infra-maatregelen: •

Brainportlijn en versterking HOV radialen.

•

Hogere treinfrequenties conform Toekomstbeeld OV 2040

Groei van werkgelegenheid is deels - als het gaat

•

om echte Brainport activiteiten – verspreid over de

Mobiliteitstransitie in (hoog)stedelijke gebieden (centrum en Ring).

economisch toplocaties en ontwikkelt deels in een meer algemene economische groei simultaan aan de

•

Snelle regionale fietsinfrastructuur

•

Ingreep autonetwerk noordwest (bypasses Helmond en Eindhoven)

Stedelijkheid

Toegevoegde FTE

Toegevoegde woningen

verdichtingsopgave verspreid in stedelijk gebied.

20

Kwalitatieve beoordeling Hoofdkeuze Ruimte. Waar woningen en FTE toegevoegd? De tabel hiernaast is opgesteld aan de hand van ontwerpend onderzoek en gebruikt als input voor doorrekening met het Dashboard. Opgave gaat voor het overgrote deel over inbreiding en transformatie. Quick scan risico’s: •

Confrontatie met bestaande stad (inspraak, complexe en integrale opgave)

•

Transformatie bedrijventerreinen (i.v.m. milieucategorieën en zoneringen)

•

Ontwikkeling Eindhoven NoordWest (samenkomst lucht- en geluidsoverlast weg, spoor, vliegcontour, milieucategorieën en beschermde natuur)

GIS-invoer Dashboard

“Opgave gaat vooral om transformatie en inbreiding binnen bestaand stedelijk gebied. Complex: raakt aan meer hindercontouren en risico’s. Niet elke plek heeft dezelfde mogelijkheden. Daardoor belangrijk om niet te denken vanuit plekken maar vanuit structuren. Dat vraagt regie.”

21

Waar woningen en FTE toegevoegd?

AANTAL FTE

Hoofdkeuze Ruimte.

AANTAL WONINGEN

Doorrekening Dashboard

Perspectief 1 - Metropool

De mate van (hoog)stedelijkheid wordt in Eindhoven voornamelijk bepaald door het aantal toegewezen woningen en FTE aan het gebied binnen de centrumring, aan de ring en nabij de ring (incl. Woensel-Zuid). Dit zijn in de perspectieven: •

Metropool: 31.000 woningen, 25.000 FTE

•

Netwerk: 22.500 woningen, 28.000 FTE

•

Regionaal Ambitie: 33.600 wo, 30.000 FTE

Perspectief 2 - Netwerk

Verder zitten verschillen in: Eindhoven Noordwest •

Metropool: 20.000 woningen, 23.000 FTE

•

Netwerk: 8.100 woningen, 16.000 FTE

•

Regionaal Ambitie: 2.600 wo, 16.000 FTE

Eindhoven Zuidwest (incl. Veldhoven) •

Metropool: 0 woningen, 12.000 FTE

•

Netwerk: 13.000 woningen, 17.000 FTE

•

Regionaal Ambitie: 7.000 wo, 11.500 FTE

Perspectief 3 - Regionale Ontwikkeling

Helmond: •

Metropool: 11.000 woningen, 12.000 FTE

•

Netwerk: 7.000 woningen, 5.000 FTE

•

Regionaal Ambitie: 9.100 wo, 7.500 FTE

22

Doorrekening Dashboard

Woninvoorraad onderverdeeld in subregio’s (%)

Totale woningvoorraad per subregio

Hoofdkeuze Ruimte. Waar woningen en FTE toegevoegd? De verstedelijkingsopgave komt hoofdzakelijk terecht in Eindhoven, Helmond en Veldhoven. Meest extreem is dit het geval in perspectief Metropool waar voor de rest van de SGE geen nieuw programma is opgenomen.

23

Doorrekening Dashboard

Nieuwe woningen onderverdeeld in subregio’s (%)

Nieuw toegevoegde woningen per subregio

Hoofdkeuze Ruimte. Waar woningen en FTE toegevoegd? De verstedelijkingsopgave komt hoofdzakelijk terecht in Eindhoven, Helmond en Veldhoven. Meest extreem is dit het geval in perspectief Metropool waar voor de rest van de SGE geen nieuw programma is opgenomen.

“De verstedelijkingsopgave komt hoofdzakelijk terecht in Eindhoven, Helmond en Veldhoven. Voor het gebied Eindhoven-Veldhoven betekent dit dat er de noodzaak is tot een integrale verstedelijkingsstrategie.”

24

Achtergrond Perspectieven Hoofdkeuzes Bereikbaarheid

Perspectief Metropool. De binnenstadsring niet als centrale verdeler van mobiliteit maar

(Auto)

Integratie N-weg in stedelijk systeem: gesegmenteerde uitwaaiiering naar de snelweg mogelijk

Toekomst binnenstadsring? Nieuwe bypass nodig en wat doen maatregelen op het hoofdwegennet?

Perspectief Regionale Ambitie. Aanpak knelpunten hoofdwegennet

Perspectief Netwerk.

en nieuwe bypass Eindhoven Oost-Helmond

Capaciteitsuitbreiding van het hoofdwegennet

Nieuwe bypass

25

Achtergrond Perspectieven Hoofdkeuzes Bereikbaarheid

Dilemma. Overstap stad-regio maakt concurrentie met auto lastig,

Perspectief Regionale Ambitie OV Bundelroute. Hogere frequentie in

(OV)

in stad hogere stedelijke massa nodig.

stedelijk systeem door lokale bundeling van versnipperd suburbaan systeem

Perspectief Netwerk

Perspectief Metropool. Extra ringlijn tussen IC-knopen.

OV-radialen richting de kernen en toplocaties

Zorgt voor aanzienlijke verhoging van de knoopwaarde.

Mobiliteitstransitie Grote modal shift is mogelijk maar vraagt om concentratie van verstedelijking en structuur- ingreep in OVsysteem

Vanaf Eindhoven CS 77min Amsterdam Zuid 49 min Utrecht Centraal 18 min Den Bosch 60 min Maastricht 90 min Dusseldorf

26

Achtergrond Perspectieven Hoofdkeuzes Bereikbaarheid

Basis: Smart- en Slowlane

Plus: Smart- en Slowlane + Stadsring

(Fiets)

Fijnmazige sterstructuur

Fijnmazige sterstructuur met herkenbare ringen

Fijnmazige sterstructuur met herkenbare ringen. Acht meter brede smartlanes voor toekomstbestendigheid?

8m brede Smartlane 25-30 km/h

27

Achtergrond Perspectieven Hoofdkeuzes Bereikbaarheid

Perspectief Metropool.

Perspectief Netwerk Gebiedshubs: wandelen en fietsen op de toplocaties,

(Hubs)

Hubs op de overgangen van stedelijkheidszones stad en regionaal

mogelijk gemaakt door gebiedshubs

Hubs op de overgangen van stedelijkheidszones stad en regionaal of wandelen en fietsen op de toplocaties, mogelijk gemaakt door gebiedshubs.

Perspectief Regionale Ambitie Hubs op de overgangen van stedelijkheidszones stad en regionaal

28

4. Agglomeratie- en economische kracht

Achtergrond Dashboard Nabijheid van inwoners en banen (stedelijkheid) Ruimtelijke nabijheid is een goede voorwaarde voor samenwerking, kennisdeling, ontmoeting en innovatie. Concurrentiekracht wordt in de mondiale economie bepaald door de omvang, breedte en diepte van het palet van specialisaties in de werkgelegenheid en beroepsbevolking. Een krachtige agglomeratie hoeft echter niet uit één grote stad te bestaan. Agglomeratievoordelen kunnen georganiseerd worden door activiteiten dicht op elkaar te zetten, maar ook door activiteiten goed met elkaar in verband te brengen en van elkaar te laten profiteren. Hoe groter het gebied dat functioneert als één stedelijk systeem, de agglomeratie, hoe groter de welvaart. Het Dashboard categoriseert nabijheid in zes stedelijkheidsklasses: •

Hoogstedelijk (>12.500);

•

Stedelijk (6.000-12.500),

•

Suburbaan (4.000-6000),

•

Laag suburbaan (2.000-4.000),

•

Dorps (1.000-2.000) en

•

Landelijk (<1.000 inwoners + banen per km2)

30

Doorrekening Dashboard

Situatie 2006

Perspectief 1 - Metropool

Situatie 2018

Perspectief 2 - Netwerk

Nabijheid van inwoners en banen (stedelijkheid) BEVINDINGEN: •

In alle perspectieven neemt de (hoog) stedelijkheid enorm toe ten opzichte van de huidige situatie. De regio verandert naar een gebied met een veel stedelijkere identiteit.

•

Waar nu ongeveer een kwart van de inwoners in stedelijk gebied woont, neemt dit door verdichting toe tot meer dan de helft. Daarbinnen is bijna de helft ‘hoog stedelijk’, een categorie die nu nergens in het gebied voorkomt. Deze aandelen verschillen nauwelijks tussen de perspectieven, al is het aandeel (hoog) stedelijk binnen metropool net iets hoger. Het feit dat de verstedelijking plaatsvindt is dus van grotere invloed dan hoe die verstedelijking precies vorm krijgt.

•

De belangrijkste verschillen tussen de perspectieven zitten in de ontwikkeling in Helmond en in de oriëntatie van het stedelijk gebied Eindhoven. Ontwikkeld Helmond zich als een tweede stedelijke

“Grote stap. In alle perspectieven verkleuren Eindhoven en Helmond qua stedelijkheid. Er valt wat te kiezen in richting van verstedelijking en de mate van verstedelijking van Helmond.”

Perspectief 3 - Regionale Ontwikkeling

kern of als een suburbaan gebied? Omvat het stedelijk gebied Eindhoven een nieuwe tweede IC-knoop of integreert het met de toplocaties op een zuidwest-as?

31

Doorrekening Dashboard

Woninvoorraad onderverdeeld in subregio’s (%)

Totale woningvoorraad per subregio

Nabijheid van inwoners en banen (stedelijkheid) BEVINDINGEN: •

De grafieken kwantificeren de stedelijkheidskaarten van de vorige pagina. Het Metropool perspectief is het meest stedelijke perspectief, maar de verschillen met de andere zijn klein. De keuze om de woondeal als verdichtingsopgave te realiseren die ten grondslag ligt aan alle perspectieven is dus de belangrijkste keuze.

Percentage van het aantal woningen onderverdeeld naar nabijheidsklasse

“Voor stedelijkheid vooral belangrijk wat er op en aan de binnenring gebeurt (incl. Woensel-Zuid, DAF-terrein en De Hurk). Voor mate van stedelijkheid doet de extra OV-knoop niet zo veel.”

32

Achtergrond Dashboard Nabijheid van werkgelegenheid Het vergroten van agglomeratiekracht betekent het vergroten van het aantal mensen (inwoners, bedrijven, voorzieningen) dat elkaar snel en gemakkelijk kan bereiken binnen acceptabele afstand. In stedelijke agglomeraties hebben vragers en aanbieders van arbeid meer keuze, is er betere marktwerking en is er ruimte voor specialisatie. Bij ontslagen kunnen werknemers sneller bij andere werkgevers aan de slag. En omdat werknemers makkelijker van werkgever kunnen wisselen, worden ook eerder kennis en vaardigheden uitgewisseld tussen bedrijven en sectoren. Deze ‘crossovers’ stimuleren innovatie. Het Dashboard drukt de nabijheid van werkgelegenheid aan in het gemiddelde aantal banen binnen 10 kilometer.

33

Doorrekening Dashboard

2006

Perspectief 1 - Metropool

2018

Perspectief 2 - Netwerk

Totaal aantal FTE BEVINDINGEN: •

De verschillen in de verdeling van de arbeidsplaatsen zijn minder groot dan bij de woningen. Dat komt doordat een deel van het werken de verstedelijking volgt in de vorm van gemengde stedelijke milieus maar een ander deel altijd een voortzetting is van de groei op de toplocaties.

“De structuur van banen blijft grotendeels hetzelfde. Kernlocaties zijn de toplocaties en de binnensteden van Eindhoven en Helmond”.

Perspectief 3 - Regionale Ontwikkeling

34

Doorrekening Dashboard

Gemiddelde aantal banen binnen 10km van woning

Onderverdeling naar subregio’s

Totaal aantal FTE BEVINDINGEN: •

De verschillen in de verdeling van de arbeidsplaatsen zijn minder groot dan bij de woningen. Dat komt doordat een deel van het werken de verstedelijking volgt in de vorm van gemengde stedelijke milieus maar een ander deel altijd een voortzetting is van de groei op de toplocaties.

•

De onmiddelijke nabijheid van banen zegt iets over geografische integratie.

“De verschillen in bereikbaarheid van banen (binnen 10km) zijn gering”

35

5. Bereikbaarheid

Keuzes maken voor bereikbaarheid Een van de belangrijkste ontwikkelingen van de

kenniseconomie (hightech, zakelijke diensten) die

afgelopen decennia is de toenemende verstedelijking.

zich vooral in de hoofdknopen en assen van het

Wonen en werken concentreren zich in de steden.

interstedelijke netwerk ontwikkelt.

De steden hebben daarbij een relatief jonge en hoogopgeleide bevolking. Het toenemende verschil tussen stedelijk en niet-stedelijk gebied is ook zichtbaar in het mobiliteitsgedrag. De inwoner van het stedelijk gebied verplaatst zich vooral in de stad en tussen de steden. Het aantal verplaatsingen tussen regio en stad groeit juist nauwelijks meer. Het bijbehorende vervoer is de combinatie van fiets en

Provinciale prognoses 2025-2049 (blauw=groei, rood=krimp)

snel openbaar vervoer (trein, metro). De fiets-trein combinatie is de snelst groeiende modaliteit van

De toenemende verstedelijking en de relatie daarvan

Nederland. Onderliggende oorzaken in het verschil

met mobiliteit pakt voor de Brainport niet per definitie

in mobiliteitsgedrag zijn nabijheid, kwaliteit van het

gunstig uit. De stedelijkheid van de Brainport regio

openbaar vervoer en toenemende verschillen tussen

is namelijk beperkt. De economische kerngebieden

de stedelijke en niet-stedelijke populatie, zowel socio-

kenmerken zich door een snelweg-georiënteerde

economisch als in lifestyle en voorkeuren. Ook in

ruimtelijke opbouw. De auto-oriëntatie zorgt er voor dat

Brabant is deze ontwikkeling zichtbaar. Door Pieter

grote delen van de Brainport lastig te bereiken zijn voor

Tordoir is aangetoond hoe de Brabantse steden steeds

de trein-fiets georiënteerde stedeling. De reistijd per

meer als stedelijk netwerk gaan fungeren (2017, P.P.

OV naar de economische toplocaties is twee of meer

Tordoir. Netwerken in Brabant, Sociaal-geografische

keer zo groot als met de auto. Terwijl de hoogopgeleide

gehaald. Hoogstedelijkheid beperkt zich tot het

met de vier andere grote steden (G5) – een veel groter

systeemwerking in Noord- Brabant). De hoogopgeleide

kenniswerker dus steeds vaker in het stedelijk gebied

centrumgebied. De omliggende woonwijken tot en

deel van de herkomsten ook ruraal of suburbaan is.

en gemiddeld jongere bevolking groeit en reist voor

woont, werkt en verblijft, is de Brainport maar beperkt

met Veldhoven zijn stedelijk. Datzelfde geldt voor

Daardoor is de stedelijkheid aan twee kanten van

werk en voorzieningen gemakkelijk tussen de steden.

aangesloten op het systeem van fiets en snel openbaar

het centrum van Helmond. De schil met omliggende

de verplaatsing laag en ontbreekt de omgeving en

Naast Brabant maken – vanuit Brabants perspectief -

vervoer dat het stedelijk netwerk vormt.

werkgebieden en buurgemeenten is (laag)suburbaan.

massa voor sterk OV. Los van dichtheden is ook de

ook de Randstad en Nijmegen deel uit van dit systeem.

Het mobiliteitsaanbod (autogericht) hangt sterk samen

De mobiliteit past vrij goed bij deze stedelijkheid

functiemenging beperkt. Echte stedelijke menging en

De Brainportregio is naast een regionaal centrum ook

met de ruimtelijke opbouw. De stedelijkheid van de

niveaus. Het ontbreken van echte hoogstedelijkheid

nabijheid – waarbij fiets en snel openbaar vervoer zo

steeds meer onderdeel van dit stedelijk systeem. Deze

regio is relatief gering. Nergens worden - zoals in de

leidt dus tot een behoorlijke autogeoriënteerd gebied.

goed gedijen – ontbreekt in het overgrote deel van de

ontwikkeling is nauw verbonden met de geavanceerde

andere G5 gemeenten - metropolitane dichtheden

Dit wordt nog extra gevoed doordat – in vergelijking

Brainport.

37

Stedelijkheid versus mobiliteit Nabijheid en diversiteit zijn een goede graadmeter voor de auto-afhankelijkheid van een gebied. Globaal gezegd neemt het aandeel aan autoverplaatsingen af naarmate de stedelijkheid toeneemt. Dit komt doordat er meer voorzieningen en functies op korte (loop- en fietsbare) afstand beschikbaar zijn en omdat er meer draagvlak en potentie is voor andere vormen van mobiliteit (tram, metro, HOV-bus en deelmobiliteit) vanwege het grotere reizigersaanbod. Het aandeel niet-auto kilometers neemt sterk toe naarmate de stedelijkheid van een plek toeneemt. Waar een hoogstedelijke inwoner

Toelichting bij het ‘vierkantje’: De horizontale as laat de

De figuren zijn gebaseerd op het ODiN 2004-2017 (Onderzoek

in 2004 gemiddeld nog 1,7 keer zoveel

vervoerwijze verdeling zien (0-100%). De verticale as gaat over

Verplaatsingen in Nederland, CBS) en bewerkt door Studio Bereikbaar.

treinkilometers genereerde als een suburbane

het aantal verplaatsingen per afstandsklasse (0-100%)

inwoner steeg dit tot 2015 tot 2,3 keer. Op basis van doortrekken CBS trend 2006-2015 zou dit verschil richting 2030 doorgroeien

Eindhoven centrum

Utrecht centrum

naar 3,6 keer. In vergelijking met andere steden is het OV-aandeel van Eindhoven beperkt en lijkt er ook minder op de lange afstand gereisd te worden. Er is ook een zekere samenhang met het fietsgebruik; bij een hoog OV aandeel op de lange afstand hoort ook een hoog fietsgebruik op de korte afstand.

38

Eindhoven Airport

Stedelijke (inter)nationale connectiviteit

o.a. Sofia, Kopenhagen, Nice, Edinburgh, Londen, Manchester, Budapest, Dublin, Milaan, Rome, Riga, Vilnius, Salzburg, Wenen, Warschau, Lissabon,

De belangrijkste internationale

Porto, Moskou, Belgrado, Bratislava, Barcelona,

zakenpartners voor veel bedrijven uit de

Madrid, Sevilla, Praag, Istanbul, Stockholm

regio zijn gelokaliseerd in Duitsland en België en daarnaast wereldwijd: van USA tot China, Taiwan en Zuidoost-Azie. Om die reden is een verbinding met een internationale Airport-Hub van groot belang, al zal mogelijk de behoefte aan (intercontinentaal) vliegverkeer in het post-coronatijdperk op een (veel) lager niveau liggen. Om die reden is naast goede verbindingen met Amsterdam ook de connectiviteit met Dusseldorf-Airport en eventueel Frankfurt en Brussel-Airport voor de internationale connectiviteit van het bedrijfsleven in Brainport Eindhoven van belang. Overigens is Düsseldorf ook een belangrijke stad voor internationale beurzen en treinknooppunt voor snelle ICE-treinen naar

Kennisagglomeratie

andere grote Duitse agglomeraties. Zie nadere toelichting op de internationale samenwerkingsverbanden van de Brainportregio in bijlage 2

Internationaal spoor

•

KU/Leuven

•

Luik

•

RWTH Aachen University

•

Düsseldorf

•

TU Delft

•

Antwerpen-CS en Leuven naar

•

Universiteit Utrecht/UMC Utrecht

Hamont(grens) -Weert (NMBS 19) •

Eindhoven-Heerlen-Aachen

39

Capaciteit dwingt om systeemkeuze te maken rond 2030 8 juni 2010 opende Camiel Eurlings de omgebouwde

lange afstand verplaatsingen zitten. De belangrijkste

Randweg Eindhoven. De afgelopen 10 jaar is de

regionale knelpunten zijn de N279 Asten-Veghel,

gerealiseerde capaciteit snel opgevuld met nieuw

Randweg Eindhoven/N2, N270 Deurne-Helmond-

verkeer. De prognose is dat de Randweg A2 Eindhoven

Eindhoven, John F. Kennedylaan en de aansluitende

en de aansluitende snelwegen A50, A2, A58 en A67

wegen op de N2 aan de westkant van Eindhoven.

tegen 2030 volledig benut zijn (90% of meer) ondanks

Bovenstaande geldt in mindere mate voor het OV-

maatregelen op de A58 en A67. De belangrijkste

systeem. De groei (en knelpunten) zitten op een aantal

oorzaken van die groei zijn de ontwikkeling van

spoorverbindingen en op de zware busverbindingen

inwoners en arbeidsplaatsen:

naar Eindhoven centrum, Veldhoven en Eindhoven

•

Een toenemende concentratie van werken

Airport. Ook hier is het effect van groei in de steden,

en daarmee samenhangende grotere

concentratie van werken en toenemende lange

pendelafstanden. Deze ontwikkeling wordt extra

afstand mobiliteit dus zichtbaar. De OV-knelpunten

gevoed doordat de kosten van automobiliteit in de

zijn wel meer specifiek dan die op de weg. Er is

prognoses dalen.

geen sprake van een over de hele linie overbelast

De regio vervult ook een belangrijke knooppunt

systeem. Dat komt allereerst doordat de regio sterk

functie voor doorgaand verkeer, waaronder

autogeoriënteerd is, en dat geldt in nog sterkere mate

een fors aandeel internationaal vrachtverkeer.

voor de werkgebieden. De groei van het OV is zowel

Ook dit interregionale verkeer groeit fors door

absoluut als relatief beperkter. En op veel plekken is

internationalisering en flexibilisering (vracht en

er nog restcapaciteit. Wat ook meespeelt is dat de

zakelijk) en toename van de pendelafstand (woon-

prognoses voor groei van het OV aan de lage kant

werk).

lijken. De afgelopen jaren is het OV sterker gegroeid

•

dan de prognoses aangeven. Als die trend doorzet, zijn Opmerkelijk is dat de automobiliteit in stedelijk gebied

de knelpunten in het OV aanmerkelijk forser dan de

niet meer toeneemt en dat het aantal autoritten per

prognoses aangeven.

inwoner landelijk afneemt. Maar juist de ‘niche’ van

Daarnaast is er de kwalitatieve opgave om het OV

lange afstand verplaatsingen (meer dan 25 kilometer)

concurrerend te maken. De reistijd per OV naar de

groeit en precies dat segment vormt het overgrote

economische toplocaties is twee of meer keer zo groot

deel van de snelwegverplaatsingen. Buiten de snelweg

als met de auto. Omgekeerd, als die opgave wordt

gebeurt ongeveer hetzelfde. Groei en knelpunten

ingevuld zal ook het OV-gebruik substantieel hoger

treden op waar het werken zich concentreert en veel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9626161/1