CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

CN MIRT-onderzoek bijlage 1 Feitenrelaas

Opiniecommissie Inwoners 26 januari 2021, gemeente HelmondBij agendapunt: Verstedelijking en mobiliteit Helmond 2040 - resultaten MIRT studie (19.05-20.35 uur; 90 minuten)24.550 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

als campuslocatie. Strijp-S telt een relatief groot aantal bedrijven in de creatieve en

waarneembaar is. Daar is afgelopen jaren het voorzieningniveau verbetert (food-

Cushman & Wakefield, 2018). Uit onze eigen voorraadmonitor blijkt globaal genomen

designsector. Voor een belangrijk deel betreft het bedrijven die tevens tot de HTSM-

plaza), is de buitenruimte ingericht met wandelpaden en wordt voorzieningen en

dat hiervan ongeveer 1.000.000 m² te kwalificeren is als ‘zelfstandige kantoorruimte’

sector kunnen worden gerekend. Voor een belangrijk deel zijn deze gevestigd in

faciliteiten toegevoegd (congres). Voorbeelden van het integreren van onderdelen van

die ook als zodanig is bestemd (kantoorgebruik). Daarnaast is 350.000 m² te

bedrijfsverzamelgebouwen zoals Klokgebouw, Videolab, Glasgebouw en Microlab.

het industriële proces in stedelijke of kantooromgevingen zijn ook reeds te vinden op

kwalificeren als ‘kantoorachtige bebouwing’. Eindhoven beschikt over een relatief groot

Daarnaast is op verschillende kavels (o.a. op de bouwvelden P en U) nog ruimte voor

bijvoorbeeld Flight Forum waar, al dan niet tijdelijk, bijvoorbeeld software activiteiten

aandeel ‘kantoorachtige bebouwing’ vanwege de Philips-historie van de stad. Immers,

nieuwbouw.

worden gehuisvest in kantoorpanden.

verreweg het grootste deel van deze kantoorachtige gebouwen (ca. 300.000 m²) is in het verleden voor Philips gebouwd. De meeste van deze gebouwen worden inmiddels

Het kantorencluster op Flight Forum is een van de weinige locaties in Eindhoven die

Planvoorraad Eindhovense bedrijventerreinen

niet meer door Philips zelf gebruikt, maar in veel gevallen nog wel door gelijksoortige

als ‘snelweglocatie’ kan worden aangeduid. Op dit moment wordt dit cluster op Flight

Eindhoven beschikt over ca. 900 ha. grotere bedrijventerreinen (> 5 ha.). Uitgaande

bedrijven, meestal behorend tot de HTSM-sector. In veel gevallen gaat het daarbij om

Forum gedomineerd door zakelijke dienstverleners. HTSM-bedrijven zijn hier niet veel

van een gemiddeld bebouwingspercentage van 50% komt dat neer op ca. 4.500.000

bedrijven die rechtstreeks zijn voortgekomen uit het Philips-concern (o.a. NXP, Altran,

gevestigd, met uitzondering van ASML die hier tijdelijk ruimte huurt.

m² bebouwd oppervlak bedrijfsruimte, eventueel met bijbehorende kantoorruimte.

ATOS etc.).

In onderstaand overzicht zijn deze bedrijventerreinen weergegeven met daarbij een aanduiding van het aandeel HTSM-bedrijven (in aantal werkzame personen

Embedded software ontwikkeling en verkantorisering

ten opzichte van het totaal). Op alle Eindhovense bedrijventerreinen tezamen, is

Terwijl de traditionele HTSM-sector zich vooral bezig houdt met de ontwikkeling

het aandeel HTSMbedrijvigheid circa 32%. De bedrijventerreinen die al relatief veel

en productie van ‘hardware’, zien we dat een toenemend aandeel van de moderne

HTSM-bedrijven binnen de grenzen hebben, oefenen naar verwachting de meeste

HTSMsector zich vooral heeft toegelegd op de ontwikkeling van ‘software’. Dergelijke

aantrekkingskracht uit op andere HTSM-bedrijven met verhuisplannen. Qua type

software wordt – al dan niet door het bedrijf zelf – ‘embedded’ ingebracht in hardware

onderneming gaat het daarbij

apparaten of machines. De ontwikkeling en deels ook testing van de software kan

logischerwijs vooral om de activiteiten met een relatief grote productie-component

prima plaatsvinden in een kantoorachtige- dan wel kantooromgeving. Vandaar dat

(lees; vaak hogere milieuklasse). Vaak betreft het bedrijven die toeleverancier van

een toenemend aantal HTSM-bedrijven is gevestigd in dergelijke kantoorgebouwen /

Philips zijn (geweest), dan wel die toeleveren aan een of meer uit Philips voortgekomen

omgevingen. Behalve op campussen en bedrijventerreinen, kunnen HTSM-bedrijven in

bedrijven zoals NTS, Frencken en Anteryon. Daarnaast zijn er ook diverse

toenemende mate dus ook in een ‘standaard’ kantoorgebouw worden gehuisvest.

ondernemingen op bedrijventerreinen gevestigd die vanuit de TU/e zijn voortgekomen zoals Prodrive, AME en Bel Tech.

Kantoor(achtige) locaties in Eindhoven Onderstaand is een overzicht van de kantoor(achtige) locaties in Eindhoven weergegeven waar nog ruimte is om nieuwbouw te plegen (= planvoorraad).

34

Figuur 2.2.10

Toekomstige vergezichten en voorspellingen In een toekomstverkenning is in Brainport-verband door de triple-helix (bedrijfsleven, kennis en overheid) nagedacht over hoe de toekomst van de industrie eruit moet zien, om tegemoet te blijven komen aan de maatschappelijke uitdagingen op de lange termijn. In het document ‘Toekomstverkenning Brainport 2038’ (2019) worden met betrekking tot de Brainportindustrie in 2038 twee uitersten geschetst: •

‘Light-less’ industrie: volledig geautomatiseerde fabrieken. Het zijn gespecialiseerde ‘black boxes’ waarin robots en machines, goed geprogrammeerd, een beperkte variatie in producten en componenten produceren. Op afstand houden mensen de systemen in de gaten.

•

‘Collaboratieve workshops’: werkplaatsen waarin mensen, machines, universele 3D printers en cobots intensief en interactief met elkaar samenwerken. Mensen staan centraal en bepalen wat er gebeurt en in welk tempo ze willen werken. Machines en cobots houden hen nauwlettend in de gaten om precies op het juiste moment de taken uit te voeren waarvoor ze staan opgelijnd.

Foto: Lenze (BIC Kwaliteitsboek)

35

2.3. Groeiverwachtingen Nederlandse industriesector Groei van de industriesector vlakt af in 2020 (voorspellingen 2019)

Daarnaast zijn er ook interne effecten van grote invloed op de groeiverwachting van de

De middellangetermijnverkenning 2022-2025 van het Centraal Planbureau geeft aan

industriesector in Nederland: bedrijven in deze branche geven en masse aan dat met

dat de groei van de werkgelegenheid in de marktsectoren onder druk staat door de

name de grote personeelstekorten groei belemmeren.

afnemende groei van het arbeidsaanbod en de sterke vraag naar personeel in de zorgsector (CPB, 2020).

De coronacrisis leidt tot een negatieve bijstelling van groeiverwachting Over het verloop van de uitbraak van het coronavirus bestaat grote onzekerheid en

Na jaren van economische voorspoed voorspelden de sectorspecialisten van de

het is nog te vroeg om een cijfermatige analyse van de effecten op de economie, en in

Nederlandse banken (Rabobank, ING) dat de industriesector in Nederland in 2019 haar

het bijzonder de industriesector uit te voeren. Duidelijk is echter dat de corona-crisis

top qua economische groei bereikt leek te hebben. De bezettingsgraden zijn op dat

leidt tot een fors negatieve bijstelling van de economische groeiverwachting van de

moment hoog, er staan veel vacatures open en omdat de wereldhandel in een lagere

industrie op korte/middellange termijn (ING, 2020; Rabobank, 2020a).

versnelling terecht is gekomen vlakt de productie van de sterk exportgeoriënteerde industrie in Nederland verder af (Rabobank, 2019).

Nederlandse banken maken prognoses aan de hand van mogelijke scenario’s, gebaseerd op hoelang de maatregelen om het virus in te dammen aan kunnen houden. Volgens deze prognoses van Nederlandse banken zal de industrie van alle Nederlandse sectoren – op de toerisme- en horecasector na – de meest negatieve productiegroei (circa -10%) ondervinden door toedoen van de corona-crisis (Rabobank, 2020a; ING, 2020, ABN-Amro, 2020). Een voorzichtige conclusie is dat in tegenstelling tot de meeste andere sectoren de industriesector minder last heeft van directe impact van het corona-virus, maar naar verwachting indirect meer last heeft van de verminderde vraag uit binnenen buitenland en de verstoorde toeleveringsketens. Rabobank verwacht dat de industriesector daardoor niet in het tweede, maar in het derde kwartaal van 2020 de laagste activiteit zal laten zien (Rabobank, 2020b). ING duidt die indirecte effecten als volgt: “De industrie heeft in de eerste plaats last van gevolgschade door vertraging in de toelevering van grondstoffen en halffabricaten die de productie verstoren. Veel bedrijven in de maakindustrie werken met just-in-time-delivery en hebben beperkte voorraden” (ING, 2020).

De groei van de industriesector en haar subsectoren is echter lastig te voorspellen vanwege haar sterk afhankelijke/afgeleide karakter i.r.t. tot onzekerheden in buitenlandse economieën en markten (extern): geopolitieke handelsspanningen, Brexit, economische stagnatie in Duitsland, maar ook bijvoorbeeld verminderde autoproductie in China (ING, 2019a; ING, 2019b; Rabobank, 2019).

36

In verschillende beleidsdocumenten wordt de term Toplocaties genoemd. De definitie van Toplocaties is niet duidelijk en de toplocaties beslaan ook niet alle fundamentele werkgebieden van de Brainport Einhoven. Zo is bijvoorbeeld ASML niet benoemd als

Methodologische verdieping bij 2.3 Nationaal onderzoek naar innovatiecampussen in opdracht ministerie EZ

Toplocatie. Wij pleiten voor een bijgestelde definitie van de sleutellocaties voor de Brainport. In de tekst word de term Toplocatie overgenomen als deze is gehanteerd in het geciteerde document. specifiek vijf locaties benoemd:

In eerder onderzoek in opdracht van het ministerie van economische zaken heeft Buck High Tech Campus Eindhoven

Consultants een inventarisatie gemaakt van innovatiecampussen. De oorsprong van deze analyse stamt nog uit de tijd van gebiedsgerichte economisch stimuleringsbeleid

TU/e Campus

vanuit het Ministerie van Economische Zaken onder de noemer Pieken in de Delta (midden jaren 2000).

Automotive Campus

Het onderzoek is later enkele keren geactualiseerd, waarbij ook pogingen zijn ondernomen om campussen naar hun fase van groei c.q. volwassenheid te typeren. Campuslocaties worden meegenomen in het onderzoek indien sprake is van een

Brainport Industries Campus

concentratie van R&D/innovatieve bedrijven met onderlinge relaties. Definitie: Er is sprake van een 1) focus op R&D en/of technologie gedreven (bedrijfs)activiteiten,

Food Technology Park Brainport

2) fysieke hoogwaardige vestigingsmogelijkheden, 3) aanwezigheid van manifeste

Typering Innovatiecampus van nationaal belang Innovatiecampus van potentieel nationaal belang Innovatiecampus van potentieel nationaal belang Thematisch bedrijvenpark Thematisch bedrijvenpark

Acties Versterk internationale concurrentiekracht (A) Verhoog attractiviteit (B)

Verhoog attractiviteit (B)

Actuele Brainport strategie en Brainport Nationale Actieagenda Actuele strategische plannen vanuit Brainport pakken niet verder door op dit specifieke onderscheid, al wordt het algemene belang van toplocaties voor de innovatieve en technologische industrie wel sterk benoemd in relatie tot bereikbaarheid. De Brainport Nationale Actieagenda (2018) vraagt aandacht voor: •

Transformeren van het stationsgebied Eindhoven tot Internationale Knoop XL (EIK-XL) en overstapmachine voor de toplocaties van de Brainportregio – onder

Doorontwikkeling (C)

meer HTCE/ASML en Eindhoven Airport/Brainport Industries Campus. Met een

Doorontwikkeling (C)

regio voor talent.

verbeterde (internationale) bereikbaarheid versterkt dit de aantrekkelijkheid van de •

kennisdragers en 4) een actieve open innovatie tussen kennisbron en bedrijven.

Toplocaties bereikbaar houden met nieuwe vervoersconcepten. Veel toplocaties in de Brainportregio maken een spectaculaire groei door. Maar dit zet de bereik-

Acties gericht op het verhogen van de top

baarheid vaak nog verder onder druk. Een van de meest pregnante voorbeelden

Campussen worden ingedeeld naar:

(A) Innovatiecampussen van nationaal belang het vestigingsklimaat versterkt door

is bedrijventerrein de Run in Veldhoven. ASML en overheden gaan samenwerken

•

Science park (kern van de magneet is dan een universiteit)

investeringen in de volgende zaken:

om het bedrijf goed bereikbaar te houden door onder meer slimme, nieuwe

•

Innovatiecampus (kern van de magneet is dan een R&D afdeling van een bedrijf)

•

onderzoeksinfrastructuur: wetenschappelijke infrastructuur en R&D-faciliteiten;

mobiliteitsconcepten (smart hubs).

•

Faciliteitencampus (kern van de magneet is dan de aanwezigheid van specifieke

•

kennisbasis: behoud van bestaande en vestiging van nieuwe kennisinstituten die een (bewezen) meerwaarde hebben voor het bedrijfsleven in Zuidoost-Nederland;

onderzoeksfaciliteiten) • Voor de Brainport regio zijn 4 campuslocaties meegenomen in de analyse van 2018: High Tech Campus Eindhoven TU/e Campus Automotive Campus Brainport Industries Campus

Typering Innovatiecampus Science park Science park Faciliteiten campus

Ontwikkelfase Volwassen Volwassen Groei Opstart

bedrijfsbasis: onrendabele top van starters- en acceleratorgebouwen en financieringsmogelijkheden voor startende ondernemingen, snelle groeiers en aan

In de toekomstverkenning Brainport 2038 wordt nog specifiek over werklocaties

te trekken buitenlandse bedrijven; en bereikbaarheid en ruimtelijke kwaliteit.

gesproken, en vraagstukken rondom het fysieke vestigingsklimaat en specifieke plekken daarbinnen meer gekoppeld aan onderwijs en competentieontwikkeling

(B) De attractiviteit van de innovatiecampussen van potentieel nationaal belang wordt

(‘leercampussen’ als transparante ontmoetingsplaatsen. Opvallend is wel de zeer

verhoogd door investeringen in de volgende zaken:

uitgebreide aandacht voor mobiliteit, zowel mobiliteit als een van de technologische

•

bereikbaarheid: fysieke infrastructuur en ruimtelijke kwaliteit;

disciplines van de Brainport met als regionale manifestatie de ombouw van Eindhoven

•

incubators: onrendabele top van starters- en acceleratorgebouwen en

Airport tot ‘multiport’.

De analyse maakt duidelijk dat naar werkgelegenheid de High Tech Canpus Eindhoven veruit de grootste campuslocatie in Nederland is, met in absolute zin ook

Deze benaderingswijze vormt mede de basis voor het MIRT-onderzoek Brainport.

financieringsmogelijkheden voor startende ondernemingen en snelle groeiers; kennisbasis: behoud van bestaande en vestiging van nieuwe kennisinstituten die

de sterkste werkgelegenheidsgroei vanaf 2014. De in het rapport gebruikte cijfers

Conclusies

een (bewezen) meerwaarde hebben voor het bedrijfsleven in Zuidoost-Nederland

voor werkgelegenheid zijn nu onbruikbaar. Er sprake is van sterke groei van bijv. de

•

(kennisbasis);

inzichten geen voor het MIRT-onderzoek Brainport te hanteren afbakening van

onderzoeksinfrastructuur: wetenschappelijke infrastructuur en R&D-faciliteiten;

topbedrijfslocaties. Bestaande bronnen zijn ontoereikend om goed zicht te krijgen

Brainport Industries Campus (die medio 2018) nog op “0” staat, maar ook omdat het

•

•

werkgelegenheid binnen onderwijsinstellingen en studenten buiten beschouwing laat.

In nationaal economisch beleid en/of economische literatuur is naar onze

op het huidige aantal werklocaties en dan met name de economische toplocaties: Acties gericht op het verbreden van de basis

Onderscheid innovatiecampussen en thematische bedrijvenparken

Er is geen sluitende definitie en aangebrachte onderscheidingen zijn te weinig

(C) Thematische bedrijvenparken worden in hun ontwikkeling verder ondersteund,

De Brainport 2020 agenda voor Zuidoost-Nederland uit 2010 maakte in haar

robuust; en een aantal cruciale werklocaties voor kennisintensieve industrie zoals

waarbij specifiek aandacht is voor investeringen gericht op:

strategische benadering en voorgestelde acties een onderscheid tussen

bijv. Strijp-S, ASML etc. blijft buiten beschouwing.

•

Bereikbaarheid en ruimtelijke kwaliteit; en

innovatiecampussen en thematische bedrijvenparken. Voor de regio Eindhoven werden

•

gemeenschappelijke faciliteiten in de ruimste zin.

•

Dit biedt ruimte voor een nieuwe typologie van (top)werklocaties in Brainport.

37

2.4. Prognose aantal arbeidsplaatsen (2030-2040) De (on)mogelijkheid van betrouwbare arbeidsmarktprognoses

Huidige cijferreeksen tonen grillig verloop groei industriebanen

Rapportages met voorspellingen van hoe de arbeidsmarkt zich in een sector of regio

De ontwikkeling van de groei van het aantal banen van werknemers op de eerder

gaat ontwikkelingen, hebben vaak een maximale tijdshorizon van 3 jaar vooruit. Alle

beschreven schaalniveaus provincie Brabant, ZO-Brabant en centrumstad Eindhoven

uitspraken over ontwikkelingen die verder weg in de tijd liggen, worden meer onzeker.

is hieronder weergegeven. Na een beperkte krimp van het aantal totaal banen van werknemers in 2012 en 2013 is het aantal banen de laatste 5 jaar op alle

Het Centraal Planbureau komt weliswaar met middellange termijnverkenningen tot

schaalniveaus jaarlijks toegenomen.

2025, maar die gaan over de ontwikkeling van arbeid en economie in Nederland in het algemeen. De algemene conclusies van deze verkenning is dat de vergrijzing leidt tot een lagere stijging van het arbeidsaanbod en daarmee tot een lagere bbp-groei. De zogenaamde Toekomstverkenning Welvaart en Leefomgeving (WLO) opgesteld door Planbureau voor de Leefomgeving en het Centraal Planbureau tezamen heeft een nodig verdere tijdshorizon: Nederland in 2030-2050. De twee WLO-scenario’s die deze

Bron: CBS Statline, 2020; eigen berekening

toekomstverkenning heeft opgeleverd zijn de basis voor veel beleidsbeslissingen op het gebied van de fysieke leefomgeving in Nederland:

Wat opvalt is dat de banendynamiek van centrumstad Eindhoven grilliger is dan die

•

Scenario Hoog combineert een relatief hoge bevolkingsgroei met een hoge

van ZO-Brabant en provincie Noord-Brabant. Dit manifesteert zich vooral door een

economische groei van ongeveer 2% per jaar.

gedurende 2014-2017 sterk bovengemiddelde groeivoet in het totaal van banen, en

In scenario Laag gaat een beperkte demografische ontwikkeling samen met een

zowel uitschieters in negatieve als positieve zin m.b.t. de groei van industriebanen.

•

gematigde economische groei van ongeveer 1% per jaar.

Bron: CBS Statline, 2020; eigen berekening Onvoorspelbare groeiverwachting industriesector

De deelbijdrage over regionale ontwikkeling dateert van 2015. Het aggregatieniveau

Toename van het aantal banen in periode 2010-2018

De ontwikkeling van de Nederlandse industriesector laat zich mede door haar sterk

zijn provincies, waarbij provincie Brabant samen met Gelderland en Overijssel is

Bron: CBS Statline, 2020; eigen berekening

export-gerelateerde karakter lastig voorspellen. Externe onzekerheden en buitenlandse

ingedeeld in de “intermediaire zone”. In het scenario hoog gaat het voor Brabant 20122030 om 8% banengroei; in het scenario laag om 0% banengroei. Daarnaast zijn er een randstadzone en een zone ”overig” Nederland. In tegenstelling tot de G4 zijn geen afzonderlijke berekeningen gemaakt voor Eindhoven.

Nederland Provincie Noord-Brabant Zuidoost-Brabant Eindhoven Veldhoven

2010-2018 6,8 % 7,3 % 10,5 % 19,6 %

24,5 %

Met betrekking tot de industriesector zijn dergelijke uitspraken op basis van deze data lastiger te doen. Waar in de periode 2015-2016 het aantal industriebanen op alle

economieën en markten hebben grote effecten op (orderportefeuilles van) Nederlandse bedrijven in deze sector. Afhankelijkheden tussen hightechbedrijven in de economische structuur van Brainport werken ontwikkelingen bij OEMs (volwassen worden nieuwe doorbraaktechnologie; het betreden van een nieuwe markt) sterk door in de gehele keten van toeleverende bedrijven. Conclusies •

de sterke vertegenwoordiging (maak)industrie als leidende sector uiterst lastig

schaalniveaus toeneemt, is de voortgang richting 2018 niet eenduidig te definiëren. Daarbij zijn voor banen van werknemers in de sector industrie zijn niet voor alle jaartallen op gemeentelijk niveau CBS-data voorhanden.

De groeiverwachting van het aantal arbeidsplaatsen in Brainport/SGE laat zich door voorspellen.

•

Op basis van de afgelopen periode kunnen we voor de korte termijn een voorzichtige prognose maken door extrapolatie van de groeitrend van het totaal aantal banen en het aantal industriebanen. Op langere termijn volstaat extrapolatie door grote (vaak onbeïnvloedbare) onzekerheden niet.

38

Figuur 2.4.1

Opgave werklocaties Extrapolatie van recente groeicijfers voldoet niet in een grillige groeimarkt van industriebanen. Op basis van extrapolatie van recente groeicijfers en beschikbaar terrein zou de ontwikkeling van de Brainport Industries Campus een locatie worden van bijna 20.000 werknemers. Ook ASML zou groeicijfers laten zien die meer zijn dan 10.000 arbeidsplaatsen op de middenlange termijn. Het advies is om met een scenario aanpak te werken in de ontwikkelperspectieven waarbij uitgegaan wordt van een hoog en laag scenario. Het voorkeursperspectief kan beide scneario’s bedienen, het tempo van maatregelen en verstedelijking zal in ieder scenario anders liggen. Bron: Programmering bedrijventerreinen Stedelijk Gebied Eindhoven 2016

Kaart status bedrijventerreinen Grijs = Bestaand Groen = groen licht Oranje = oranje licht Rood = rood licht

39

Bron: Programmering bedrijventerreinen Stedelijk Gebied Eindhoven 2016

40

Figuur 2.5.1

2.5. Voorzieningen

Voorzieningen S - Catharina Ziekenhuis T - TUE/Fontys U - Campus Rachelsmolen V - Maxima MC Luchthaven G - Annaziekenhuis Geldrop E - Elkerliek Helmond

41

Figuur 2.5.2a

Eindhoven Airport Vliegbasis Eindhoven is een militaire luchthaven met civiel medegebruik door Eindhoven Airport. Op basis van de Wet Luchtvaart is de minister van Defensie bevoegd gezag, voor de burgerluchtvaart in overeenstemming met de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Duidelijk is dat een eventuele groei van de burgerluchtvaart na 2019 alleen mogelijk is met een nieuw Luchthavenbesluit, omdat de civiele geluidscontour uit het Luchthavenbesluit Eindhoven 2014 volledig wordt benut bij ca. 43.000 vliegtuigbewegingen. In het militaire gebruik van de luchthaven zijn geen wijzigingen voorzien. In de Analysefase zijn aan de hand van een viertal hypothetische onderzoekscenario’s voor groei van het aantal vliegtuigbewegingen in de periode 2020 t/m 2030 onderzocht. Gekeken is naar de impact, en mogelijke aandachtspunten en knelpunten voor leefbaarheid, milieu en duurzaamheid, van de bereikbaarheid van de luchthaven met de auto, de trein, bus, fiets of te voet (landzijdige bereikbaarheid), de luchthaven infrastructuur en het luchtruim in kaart gebracht van een groei van het aantal vliegtuigbewegingen. Ook is de economische betekenis van groei van de luchthaven voor de regio in kaart gebracht. De onderzochte scenario’s zijn geen beleidsopties op basis waarvan een keuze wordt gemaakt.

Deze vier scenario’s waren alleen bedoeld om inzichtelijk te maken wat de impact is van hypothetische groei van het aantal vliegtuigbewegingen (VTB). De vier onderzoekscenario’s waren: 1. geen verdere groei, 43.000 vliegtuigbewegingen 2. groei naar 55.000 VTB in 2030 3. groei naar 73.000 VTB in 2030 4. groei naar 100.000 VTB in 2030 (bron: Opnieuw Verbonden, Advies Ontwikkeling Eindhoven Airport 2020-2030) Met betrekking tot het feitenrelaas van het MIRT Onderzoek Brainport zijn de onderzoeksscenario’s relevant omdat deze ook betrekking hebben op de verstedelijking en mobiliteit aan de landzijdige context. Het is weliswaar nog een feit van onbekend omvang maar feit blijft dat de toekomst van Airport Eindhoven een impact gaat hebben waarmee in de op te stellen toekomstperspectieven rekeningen gehouden dient te worden.

42

Figuur 2.5.2b

Eindhoven Airport Er zijn een paar opmerkingen te maken: •

De luchthaven is lastig te bereiken via OV (voor passagiers en werknemers). Voor 9.00 uur zijn de OV verbindingen beperkt. Daarentegen kan met de auto binnen 1,5 uur reistijd een gebied met de omvang van een cirkel met een straal van 100 km worden bereikt. Het openbaar vervoer is nauwelijks concurrerend met de auto (indien die auto beschikbaar is). (Bron: Reistijdanalyse Eindhoven Airport, 2020)

•

De huidige Modal Split van reizigers van Eindhoven Airport is geschat op 15% OV gebruik. (bron: Landzijdige Bereikbaarheid Eindhoven Airport, RHDHV, 2018) Bestuurlijk heeft de regio de ambitie om te komen tot mobiliteitsbrede oplossingen met multimodale maatregelen die kunnen bijdragen aan een vergroting van het aandeel OV. (deze modal split is een schatting, reizigersonderzoek van Eindhoven Airport laat een hoger aandeel voor het OV zien.)

•

Om het openbaar vervoer aandeel in de modal split minimaal gelijk te kunnen houden is het absoluut noodzakelijk dat de rijtijd de huidige rijtijd van de Airport Shuttle minimaal evenaart, ongeacht de route. (bron: Landzijdige Bereikbaarheid Eindhoven Airport, RHDHV, 2018)

•

Voor een aantal locaties op de toe leidende wegen naar en op de randweg van Eindhoven worden significante dynamische snelheidsreducties gemodelleerd in scenario 1. In de NMCA 2017 is o.b.v. economische verlieskosten een samenhangende wegopgave op de Eindhovense ring (A2) geconstateerd bij de hoge groeiscenario (Global Economy). Naar aanleiding van de NMCA 2017 is reeds een bestuurlijk proces gestart in het kader van SmartwayZ.NL. In de onderzoekscenario’s voor landzijdige bereikbaarheid met hogere aantallen vliegbewegingen worden de dynamische snelheidsreductie vergroot, zowel in invloedsgebied als in duur van de reductie. Verder is gekeken naar de toename in reistijd op de verschillende wegvakken. In scenario 2 treedt een geringe reistijdtoename op het hoofdwegennet op, op het onderliggende wegennet is een aanzienlijke toename van 14% reistijd te zien in de avondspits. Omdat het over een korte afstand vanaf de N2 gaat, blijft de vertraging beperkt. In scenario 3 neemt de reistijd met 3 à 4% toe op het hoofdwegennet, het onderliggend wegennet komt verder onder druk te staan. In scenario 4 zijn de gevolgen van het hoge scenario van Eindhoven Airport op de reistijden aanzienlijk. Het statische model laat verschillen zien voor de toename door het aantal vliegbewegingen.

Op het drukste punt (Anthony Fokkerweg) in de avondspits is de toename in scenario 2 ten opzichte van scenario 1 7-10% in het aantal verkeersbewegingen. In scenario 4 is de toename in verkeersbewegingen op dezelfde locatie zo’n 25%. (bron: Landzijdige Bereikbaarheid Eindhoven Airport, Themarapport analysefase, Eindhoven Airport na 2019)

43

Basisonderwijs, aantal binnen 1km (2015)

Figuur 2.5.3

Nabijheid van voorzieningen (keuzevrijheid) Bron: CBSinuwbuurt

Cafes, aantal binnen 1km (2016)

Huisartsenpraktijken, aantal binnen 1km (2012)

Kinderdagverblijven, aantal binnen 1km (2016)

Restaurants, aantal binnen 1km (2016)

44

Figuur 2.5.4a

Toerisme in cijfers Bezoek van Nederlanders aan Eindhoven (nbtc-nipo, 2018): •

Aantal Nederlandse bezoekers (18 jaar en ouder) in 2018: 2.035.000

•

Aantal Nederlandse bezoeken in 2018: 8.942.000

•

Frequentie van bezoeken: 4,4 -> relatief hoog vergeleken met andere steden in Nederland

•

Is daarmee de zesde meest bezochte stad van Nederland

•

De meeste bezoeken vinden plaats in het tweede kwartaal van het jaar (apr-jun) en de minste in het derde kwartaal van het jaar (jul-sep).

•

Gemiddeld wordt er €58,60 uitgegeven per persoon per bezoek uitgegeven

•

Het grootste aandeel van de bezoekers is tussen de 18-29 jaar (28%)

•

39% van de bezoekers komt uit eigen regio

Reden voor bezoek •

De belangrijkste reden voor een bezoek aan Eindhoven is winkelen voor plezier (40% van de bezoeken)

•

De daaropvolgende reden is lunchen/ dineren in restaurant of café (13%)

•

Met 9% procent staat bezoek van een evenement op de derde plek, waarbij 5% een bezoek aan een sportwedstrijd (PSV) betreft.

•

De laatste grotere reden is een bezoek aan theater of concert (5%)

45

Figuur 2.5.4b

Toerisme in cijfers Vervoersmiddel: •

Auto: 64% -> landelijk gemiddelde: 59%

•

Trein: 23% -> landelijk gemiddelde: 26%

•

Streekvoer: 4%

•

Fiets: 8%

•

Overig: 1%

Binnenstadsmonitor (dynamic concepts consultancy, 2019): •

•

• Gemiddeld bezoekduur is 260 minuten •

Toegevoegde waarde € 163 miljoen, werkgelegenheid 3.589 banen. De directe bestedingen in de Eindhovense binnenstad leiden tot een toegevoegde waarde van ruim €163 miljoen en een werkgelegenheid van 3.589 banen over de verschillende economische sectoren. De sector horeca heeft het grootste aandeel aan toegevoegde waarde en werkgelegenheid. In deze sector wordt ook het grootste deel van de bestedingen in de binnenstad gedaan.

•

77% uit brabant

•

13% uit limburg

•

33,5% komt uit eindhoven

•

65% komt van binnen straal van 30 km

•

5% uit Belgie, 4% overig buitenland

•

Winkelen (43%)

•

Dagje uit (17%)

•

Sfeer en beleving (10%)

Meest bezochte delen van de binnenstad •

18 septemberplein/piazza (63%)

•

Markt (51%)

•

Heuvelgalerie/Catharina plein (44%)

Transport naar binnenstad •

Auto (33%), waarvan p+r (11%)

•

Trein (23%)

•

Fiets/brommer (21%)

•

Bus (15%)

•

Te voet (14%)

•

€51,47 uitgegeven per bezoek

•

Spin-off is €1,08 miljard aan bestedingen

91% van bezoekers komt uit nederland •

Bezoekreden:

•

•

€1,03 miljard consument

•

€54 miljoen zakelijk

23,9 miljoen bezoekers •

19,4 miljoen additionele bezoekers

•

17,8 miljoen consumenten

•

1,6 miljoen zakelijke bezoeken

•

70% bezoekt binnen 4 weken opnieuw

46

Wonen Feitenrelaas Brainportregio

3

Conclusies hoofdstuk 3 Wonen De bevolking is in omvang gegroeid. De bevolking in de Brainport Eindhoven

binnen de Ring. (Eindhoven realiseert daarmee in totaal 15.000

Nota bene: de 21.000 woningen, die hierboven in het

groeit sinds 2011 relatief gezien harder dan de bevolking van Nederland.

woningen)

Ontwikkelperspectief Eindhoven Centrum zijn benoemd, zijn nog maar

2024-2040: 22.500 - 35.000 woningen in SGE waarvan tussen de

deels vertaald naar concrete voorstellen voor woningbouwplannen

gegroeid dan het landelijk gemiddelde (5,5% versus 4,4%). In verhouding

12.500 - 25.000 woningen in Eindhoven worden gerealiseerd (Bron:

zoals opgenomen in de Woningbouwmatrix van het SGE. Deze zijn

met andere stedelijke regio’s is de groei relatief evenredig. Er is een

Woondeal 2019)

deels onderdeel van de eerder benoemde aantallen.

Over een periode van tien jaar is de bevolking van de regio harder

•

verschil tussen groei in de stad en de omliggende kernen; de stad groeit Het laadvermogen van het centrum van Eindhoven bedraagt 21.000 woningen tot

Als uitgangspunt voor het vinden van deze locaties is in de Woondeal

2040. Met het Ontwikkelperspectief Eindhoven Centrum is een integrale

afgesproken dat de ruimte in de bestaande gebouwde omgeving zoveel

In de toekomst houdt de bevolkingsgroei aan maar vindt selectiever plaats. In

ruimtelijke vertaling van beleidsdoelstellingen voor klimaatadaptatie,

mogelijk benut dient te worden, functies zoveel mogelijk te combineren en het

stedelijke milieus (Eindhoven en Helmond) groeit de bevolking harder

gezondheid, mobiliteit en verdichting, als voorwaarden voor een vitale

ruimtebeslag zo klein mogelijk te houden. Het toevoegen van woningen

dan niet stedelijke milieus. De prognoses laten voor alle kleinere kernen

economie en een sociaal-inclusieve stad. Het perspectief vormt de

kan zo ook een impuls geven aan de doelstellingen van mobiliteit,

(Geldrop-Mierlo, Nuenen, Oirschot, Son en Breugel en Waalre) in de regio

leidraad voor de wijze waarop verdichting in de verschillende ontwikkel-

klimaatadaptatie, -mitigatie en gezondheid (Bron: Woondeal 7 maart

een kleine afname zien op termijn (pas in het laatste deel van de periode

en zoeklocaties binnen het centrum van Eindhoven mogelijk is en hoe

2019, Rijk, Provincie en gemeente Eindhoven)

2030-2040). De groei van bevolking is wel kleiner dan de afgelopen

zich dit verhoudt tot de openbare ruimte en mobiliteit. Ten aanzien van

25 jaar maar door het verdunningseffect van huishoudens (minder

woningbouw is de conclusie dat het maximale laadvermogen van het

Ter onderbouwing gaat het SGE in 2019, in samenwerking met de

personen in een woning) heeft de bevolkingsgroei op de woningmarkt

centrum van Eindhoven 21.000 woningen omvat.

provincie, de regionale woningbehoefte nader onderzoeken. Dit onderzoek

harder en in sommige randgemeenten vond nauwelijks groei plaats.

een dubbel effect: meer mensen maar minder mensen in een woning

is nog niet beschikbaar.

betekent dat de groei van het aantal woningen relatief harder moet

De woningbouwplannen van het SGE, een optelling van harde en zachte

stijgen dan de bevolkingsgroei. Een goede woningmarkt met voldoende

plannen, omvatten een totale omvang van ongeveer 39.500 woningen

Huishoudensopbouw volgens de trendprognose 2038 stabiel. Bij het

aanbod in een breed spectrum is een voorwaarde voor een aantrekkelijk

(bron: Woningbouwplannen SGE april 2020). Dat is inclusief de

realiseren van de nieuwe woningen kan voor Eindhoven de huidige

vestigingklimaat.

woningbouwproductie van 3000 woningen in de regio in 2019. In het

huishoudensopbouw als uitgangspunt gehanteerd worden. Er is een

overzicht van woningbouwplannen in het SGE is voor de periode 2020 tot

groei van het aantal huishoudens maar deze groei vindt plaats in alle

Als onderdeel van de Brainport Nationale Actieagenda is de Woondeal

en met 2024 een aantal van 12.738 woningen als onderdeel van harde

segmenten van type huishouden. Zodoende wordt de koek groter maar

gesloten. De Woondeal is richtinggevend voor de kwantitatieve

plancapaciteit ingevoerd. Voor dezelfde periode geldt een plancapaciteit

de verdeling naar rato gelijk. (bron: SGE Woningbouwmonitor)

ontwikkeling van de woningvoorraad. De Woondeal omvat de volgende

van 13.143 aan zachte plannen. Voor de periode na 2024 staat een totale

afspraken:

plancapaciteit (hard en zacht) van 6.236 woningen. Dat betekent dat voor

•

2019-2023: 27.000 nieuwe woningen in SGE met een zwaartepunt

22.500 woningen nog geen plancapaciteit is gereserveerd in het overzicht

voor groen-stedelijk wonen in negen prioritaire locaties en een

van de woningbouwplannen SGE.

zwaartepunt voor het realiseren van een centrum-stedelijk woonmilieu

Figuur 3.0.1

Woningvoorraad Hiernaast een weergave van het aantal woningen geprojecteerd op de kaart. Des te groter de cirkel, des te groter het aantal woningen in het desbetreffende gebied. Bij het projecteren van de woningvoorraad op de kaart wordt de vingerstructuur van Eindhoven duidelijk zichtbaar. Buiten de grote woonlob aan de noordkant (woensel) zijn de radiale structuur van de stad en de groene vingers goed zichtbaar.

49

Figuur 3.0.2

Bevolkingsontwikkeling Bron Brainport Monitor 2019 p8

De bevolking in de Brainport Eindhoven groeit sinds 2011 relatief gezien harder dan de bevolking van Nederland. Over een periode van tien jaar is de bevolking van de regio harder gegroeid dan het landelijk gemiddelde (5,5% versus 4,4%). Als we inzoomen op de stedelijke ontwikkeling van Eindhoven dan zien we over een periode van 25 jaar een groeicijfer van 18% (van 197.374 in 1996 tot 234.456 in 2020). Het groeicijfer van de Brainport Eindhoven ligt lager dan bijvoorbeeld de gemeente Amsterdam. Daar groeide de gemeente in afgelopen 25 jaar met afgerond 21% (https://allecijfers.nl/ gemeente/)

50

Figuur 3.0.3

Ontwikkeling bevolking 2006-2018 Bron: CBS Stedelijke milieus (Eindhoven, Tilburg, ‘s-Hertogenbosch, Nijmegen) groeien over het algemeen harder dan suburbane milieus en plattelandsgemeenten. Opvallend: Helmond groeit in de periode vanaf 2006 met 3,9%. dat is vergelijkbaar met kleinere gemeenten. Als we de cijfers wat verder in de tijd terug hierbij betrekken dan zien we sinds 1996 een groei van 23%. De verklaring van de groeispurt tot 2006 en de afvlakking van de groei daarna kan schuilen in het feit dat de nieuwe wijk Brandevoort grotendeels is gerealiseerd voor 2006. Een ander element dat bijdraagt aan de beperkte groei van het aantal inwoners is de verdunning van huishoudens. Dat is een element wat bijvoorbeeld in de gemeente Veldhoven kan bijdragen aan de situatie dat er wel meer woningen zijn gebouwd maar dat het aantal inwoners nauwelijks is gegroeid (0,8%) Opvallend: In tegenstelling tot de groeicijfers van de arbeidsplaatsen blijft juist in gemeenten als Veldhoven en Best de ontwikkeling van de bevolkingsomvang redelijk stabiel.

51

Figuur 3.0.4

Inwoneraantallen per gemeente 2018 (links) Bron: CBS

Figuur 3.0.5

Bevolkingsdichtheid 2018 (rechts) Bron: CBS, bewerking Studio Bereikbaar

Bij het projecteren van de bevolkingsdichtheid op de kaart wordt de vingerstructuur van Eindhoven duidelijk zichtbaar. Buiten de grote woonlob aan de noordkant (woensel) zijn de radiale structuur van de stad en de groene vingers goed zichtbaar. Daarnaast valt op dat er in een verdichting plaatsvindt richting Veldhoven en Helmond: een duidelijke oost-west oriëntatie in stedelijkheid.

52

Vergelijkbare kaarten zijn te maken met prognoses uit andere bronnen. Hier is een vergelijking gemaakt met de sociaal-economische gegevens uit het NRM. Vanwege de clustering in zones en de verschillende start of eindjaren zijn deze gegevens onderling niet één-op-één vergelijkbaar. Op hoofdlijnen valt te zien dat de richtingen van beide prognoses aardig overeenkomen, maar dat de absolute aantallen licht van elkaar afwijken. Zo voorspelt het NRM

Figuur 3.0.6

Prognose Bevolkingsgroei 2018-2035 (links) Bron: PBL, CBS

in 2040 een paar procent meer banen in bijvoorbeeld Helmond, Den Bosch en Tilburg dan het BBMA. Bij de inwonersprognoses komt het NRM redelijk overeen met de prognose van het PBL. Beide prognoses gaan uit van de sterkste groei in Eindhoven, Helmond, Tilburg en Den Bosch. Het NRM geeft wel een paar procent lagere groei in Someren en Asten dan het PBL.

Figuur 3.0.7

Prognose Bevolkingsgroei 2018-2050 (rechts) Bron: PBL, CBS

Met uitzondering van gemeente GeldropMierlo zien we in de hele regio een groei van de bevolking. Stedelijke milieus (Eindhoven en Helmond) groeien harder dan niet stedelijke milieus. De groei van bevolking is wel kleiner dan de afgelopen 25 jaar (zie voorgaande pagina’s) maar door het verdunningseffect van huishoudens (minder personen in een woning) heeft de bevolkingsgroei op de woningmarkt een dubbel effect: meer mensen maar minder mensen in een woning. De groei van het aantal woningen moet dus relatief harder stijgen dan de bevolkingsgroei.

53

Figuur 3.0.8

Ontwikkeling huishoudens 2017-2040 Bron: Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant

Ontwikkeling huishoudens Algemene beeld is dat het aantal personen per huishouden afneemt. In stedelijke milieus is die trend minder fors dan in plattelandsgemeenten.

54

3.1. Woningbouwopgave. Woondeal. Met de Brainport Nationale Actieagenda hebben Rijk en regio de handen ineengeslagen voor het behoud en versterken van de economische kracht van deze regio. Brainport

Plancapaciteit uit woondeal. Zie ook Figuur 3.1.1 •

Het SGE heeft behoefte aan 27.000 woningen in de periode 2019 tot en met

Eindhoven laat al meer dan 10 jaar bovengemiddelde economische groeicijfers zien

2023. Deze behoefteraming geldt als richtinggevend bij de versnelling van de

2019 - 2023:

en dat vertaalt zich ook in een schaalsprong en groeiopgave (kwantiteit en kwaliteit),

woningbouwproductie. De minister, de provincie en het SGE spreken het volgende

= groen stedelijk wonen (Aarle,

die het draagvermogen van de regio te boven gaat en ook inzet van Rijk en provincie

af:

Brandevoort, Blixembosch, Ekenrooi Zuid,

vraagt.

•

SGE

27.000 --> 9 prioritaire ontwikkellocaties

a. Het zwaartepunt voor het realiseren van groen-stedelijke woonmilieus

Nuenen West, Meerhoven, Tongelrese

Een aantrekkelijk vestigingsklimaat is immers een belangrijke en noodzakelijke

ligt - zoals vastgelegd in het Afsprakenkader Wonen SGE 2017 - in de negen

Akkers, Waalre Noord en Zilverackers).

voorwaarde om de economische kracht van de regio voor Nederland te behouden en

prioritaire locaties: Aarle, Brandevoort, Blixembosch, Ekenrooi Zuid, Nuenen

versterken.

West, Meerhoven, Tongelrese Akkers, Waaire Noord en Zilverackers. De

minister, de provincie en het SGE volgen de ontwikkeling van deze locaties als

= 3.000 per jaar

Aansluitend op de Brainport Nationale Actieagenda en als belangrijke pijler van een

geheel op het gebied van aantallen en exploitatie. Het zwaartepunt voor het

aantrekkelijk vestigingsklimaat, is de aanpak van de woonopgave die zich in deze

realiseren van centrum-stedelijke woonmilieus ligt in Eindhoven binnen de

regio aftekent. De regio Eindhoven ervaart momenteel de gevolgen van het huidige

Ring (waaronder het centrumgebied en Knoop XL).

2024 - 2040:

b. Onderzoek toont aan dat de woningbehoefte in Eindhoven de komende

Waarvan in Eindhoven 12.500-25.000

woningtekort, de daarbij behorende prijsstijgingen en de druk op de betaalbaarheid van

•

de regio voor vooral de middeninkomens.

Waarvan in Eindhoven

SGE

15.000 (als onderdeel van totaal SGE)

22.500 - 35.000

vijf jaar ca. 15.000 woningen bedraagt (als onderdeel van het totaal van 27.000 voor het SGE). Dit vraagt een forse versnelling van de jaarlijkse

Dit vraagt om een versnelling van de woningbouwproductie en het wegnemen van belemmeringen. Brainport Eindhoven heeft met haar mainportstatus- naast Rotterdam

woningbouwproductie naar ca. 3.000 woningen gemiddeld per jaar. •

c. De minister, de provincie en het SGE onderzoeken of de versnelling kan

en Schiphol - een bijzondere positie. Het hebben van voldoende beschikbare en

worden uitgevoerd binnen de bestaande mogelijkheden. Indien aanpassingen

betaalbare woningen om het (internationaal) talent naar deze regio te kunnen trekken

nodig zijn in bijvoorbeeld provinciale beleidskaders, regelgeving of

en vervolgens vast te kunnen houden is daarmee een urgente opgave. Eindhoven als

35.000 woningen te realiseren, waarvan voor Eindhoven tussen de 12.500 en

instrumenten, dan spannen de provincie en het SGE zich gezamenlijk in om

centrumstad heeft bovendien een specifieke opgave op het gebied van verstedelijking,

25.000. Ter onderbouwing gaat het SGE in 2019, in samenwerking met de provincie, de

deze wijzigingen doorte voeren. De minister spant zich in om, indien nodig,

met een majeure woningbouwopgave in het centrumgebied en de stationsomgeving,

regionale woningbehoefte nader onderzoeken. Dit onderzoek is (anno april 2020) nog niet

het toepassen van bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte mogelijk te

met als prioritaire transformatielocatie Eindhoven Internationale Knoop XL (Knoop

beschikbaar.

maken.

•

Het SGE heeft de behoefte om tussen 2024 en 2040 tussen de 22.500 en

XL). Ook ligt er een opgave op het gebied van sociale huur; in een regio waarin groei en inclusiviteit centraal staan moet er ook daarvoor voldoende plek zijn. Met de economische ontwikkeling en aantrekkingskracht komen er niet alleen hoogopgeleiden en hogere inkomens naar de regio, ook mensen met een lager inkomen moeten aan een betaalbare woning kunnen komen. Tot slot ligt er een opgave voor voldoende aanbod voor studenten en starters op de woningmarkt in deze regio. Het Rijk hecht veel belang aan een toereikend woningaanbod dat aansluit op de woningbehoefte. Om kwaliteit in de stedelijke leefomgeving te borgen zaI in de Nationale omgevingsvisie (NOVI) worden aangegeven hiertoe de ruimte in de bestaande gebouwde omgeving zoveel mogelijk te benutten, functies zoveel mogelijk te combineren en het ruimtebeslag zo klein mogelijk te houden. Het toevoegen van woningen kan zo ook een impuls geven aan de doelstellingen van mobiliteit, klimaatadaptatie, -mitigatie en gezondheid. (Bron: Woondeal 7 maart 2019, Rijk, Provincie en gemeente Eindhoven))

55

Figuur 3.1.2

Bevolkingsontwikkeling regio

Oss Den Bosch

Breda

Tilburg

Bron: https://bevolkingsprognose.brabant.nl/hoofdstuk/groei-en-krimp-gemeente.

Meierijstad

Als we met behulp van de provinciale prognose inzoomen op de bevolkingsontwikkeling van de regio dan zien we toenemende verschillen ontstaan

Eindhoven

Helmond

tussen groeiende stedelijke gebieden en het ommeland. De eerstkomende jaren kennen veel gemeenten – en met name samenhangend met migratie-ontwikkelingen – nog altijd een bevolkingsgroei, zij het dat deze groei veelal bescheiden is en bovendien (sterk) afneemt in de tijd. Vanaf het midden van de jaren ’20 zien we op de gehele provincie het aantal gemeenten, dat te maken krijgt met bevolkingskrimp echter sterk toenemen, eerst vooral ‘aan de randen’ van de provincie en in de landelijke gebieden, later ook elders. Verschillen in leeftijdsopbouw en de mate van vergrijzing spelen hierbij een rol, evenals (beleidsmatige) migratieontwikkelingen. Vooral op termijn,

Oss

wanneer de natuurlijke groei omslaat in een natuurlijke afname, zullen de (selectief

Den Bosch

samengestelde) migratiestromen hierbij meer en meer bepalend worden voor de bevolkingsontwikkelingen.

Breda

Tilburg

Meierijstad

Eindhoven

Helmond

Opvallend is dat in en rond de grotere gemeenten de bevolking nog langere tijd (licht) blijft groeien, terwijl voor de kleinere ‘plattelandsgemeenten’ al eerder bevolkingskrimp in het verschiet ligt. Recente studies, maar bijvoorbeeld ook de jongste regionale bevolkings- en huishoudensprognose van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) laten eveneens dit beeld zien.

Oss Den Bosch

Breda

Tilburg

Meierijstad

Eindhoven

Helmond

56

Figuur 3.1.3

Woonopgaveen afspraken Bronnen: Feitenrelaas 1, Woondeal SGE, Ontwikkelplan Centrum Eindhoven, gemeenten

57

Figuur 3.1.3a

Woningbouwplannen totaal (hard en zacht) Bron: Woningbouwplannen SGE

Op de kaart staan alle bekende woningbouwplannen uit de Matrix woningbouwcapaciteit SGE.

58

Figuur 3.1.3b

Uit de Matrix woningbouwcapaciteit SGE:

Woningbouwcapaciteit in plannen (aantallen, naar eigendom en type)

Woningbouwcapaciteit in plannen (aantal onderscheiden naar procedurefase)

2020 t/m 2024

Per 1 jan 2020 Totaal aantal woningen

Aandeel Koop

Aandeel Huur

Aandeel Eengezins

Aandeel Meergezins

Aandeel Nultreden

Totaal Best

2.170

1.507

663

1.583

Totaal Eindhoven

15.555

4.824

10.731

3.374

587

8.584

Totaal Geldrop-Mierlo

1.332

752

580

537

12.181

1.035

Totaal Helmond

4.402

2.209

2.193

2.191

795

2.211

Totaal Nuenen

1.144

728

416

802

2.211

382

Totaal Oirschot

835

564

271

506

342

337

Totaal Son en Breugel

383

314

69

305

329

121

Totaal Veldhoven

3.490

1.741

1.749

1.615

78

1.943

Totaal Waalre

825

541

284

424

1.875

378

569

Totaal SGE

30.233

13.271

16.962

11.415

18.818

15.581

%

100%

44%

56%

38%

62%

52%

waarvan harde plancapaciteit

12.738

5.911

6.827

6.181

6.557

5.674

%

42%

45%

40%

54%

35%

36%

Totaal aantal woningen

Aandeel Koop

Aandeel Huur

Aandeel Eengezins

Aandeel Meergezins

Aandeel Nultreden

Totaal Best

1.859

836

1.023

1.059

800

800

Totaal Eindhoven

692

342

350

20

672

602

Totaal Geldrop-Mierlo

816

486

330

624

192

367

Totaal Helmond

1.239

616

623

1.016

223

223

Totaal Nuenen

680

625

55

650

30

30

Totaal Oirschot

65

33

32

13

52

12

Totaal Son en Breugel

249

120

129

134

115

130

Totaal Veldhoven

164

114

50

14

160

184

Totaal Waalre

471

316

155

316

155

155

Totaal SGE

6.236

3.489

2.747

3.847

2.399

2.503

%

100%

56%

44%

62%

38%

40%

waarvan harde plancapaciteit

1.695

1.407

288

1.365

330

315

%

27%

40%

10%

35%

14%

13%

totaal SGE per 1 jan. 2020

2020 t/m 2024

2025 t/m 2029

2030 e.v.

Aantal woningen

37.187 100%

30.233 100%

6.236 100%

718 100%

- aandeel onherroepelijk

13.798 37%

12.137 40%

1.236 20%

425 59%

- aandeel vastgesteld

1.060 3%

601 2%

459 7%

- totaal harde plancapaciteit

14.858

12.738

1.695

425

40%

42%

27%

59%

- aandeel ontwerp

2.084 6%

1.974 7%

110 2%

- aandeel planologische voorbereiding

9.018 24%

7.515 25%

1.503 24%

- aandeel potentieel

5.689 15%

3.654 12%

1.779 29%

256 36%

- totaal zachte plancapaciteit

16.791 45%

13.143 43%

3.392 54%

256 36%

2025 t/m 2029

Woningbouwcapaciteit in plannen (aantal onderscheiden naar in- en uitbreiding) Per 1 jan 2020 totaal SGE per 1 jan. 2020

2020 t/m 2024

2025 t/m 2029

2030 e.v.

Aantal woningen

37.187 100%

30.233 100%

6.236 100%

718 100%

- inbreiden

25.832 69%

22.685 75%

2.950 47%

197 27%

- uitbreiden

11.231 30%

7.294 24%

3.376 54%

561 78%

59

Figuur 3.1.4

Ontwikkelperspectief Eindhoven centrum Laadvermogen woningbouw centrum Eindhoven Als uitwerking van de verdichtingsopgave voor het centrum van Eindhoven is het Ontwikkelperspectief centrum opgesteld. Het perspectief is een integrale ruimtelijke vertaling van beleidsdoelstellingen voor klimaatadaptatie, gezondheid, mobiliteit en verdichting, als voorwaarden voor een vitale economie en een sociaal-inclusieve stad. Het perspectief vormt de leidraad voor de wijze waarop verdichting in de verschillende ontwikkel- en zoeklocaties binnen het centrum van Eindhoven mogelijk is en hoe zich dit verhoudt tot de openbare ruimte en mobiliteit. Brainport Eindhoven doet het goed en Eindhoven is in trek. Dit leidt tot een grote vraag naar woningen, en een meer divers en hoogstedelijk aanbod dat complementair is aan de regio. Eindhoven kampt met ruimtegebrek om in de groei van de stad te voorzien: het verkeer staat vaak vast, er is vaak wateroverlast, er zijn onvoldoende goede voorzieningen en de woningaanbod kan veelzijdiger. Om deze groei van de stad hand in hand te laten gaan met kwaliteit en het versterken van het vestigingsklimaat, kiest Eindhoven voor de ontwikkeling van een compacte stad: verdichten in het centrum met een divers woningaanbod, een kwaliteitsimpuls van de openbare ruimte en een goede bereikbaarheid met hoogwaardig openbaar vervoer, fiets, en de auto.

Eindhoven heeft een kwaliteitssprong nodig met meer ruimte voor groen, stedelijk wonen en verblijven, meer ruimte voor interactie tussen Eindhovenaren, een goede bereikbaarheid. In het ontwikkelperspectief: •

is de Ring cruciaal om het centrum bereikbaar te houden. Vanuit de ring wordt het centrum beter bereikbaar. De centrumring wordt meer ingericht voor fiets en openbaar vervoer;

•

wordt middels de groen blauwe structuur van beekdalen en omliggende parken kwalitatieve openbare ruimte gecombineerd met klimaatadaptatie;

•

is verdichting op de huidige zoek- en ontwikkellocaties mogelijk tot 21.000 extra woningen. Voor de binnenstad komt dit neer op ca. 3.700 woningen en voor Internationale Knoop XL ca. 6.500 woningen. Buiten Knoop XL en de binnenstad, maar wel binnen de Ring rond het centrum, is ruimte voor 11.000 extra woningen. Verdere verdichting (bovenop de 21.000 woningen zoals vermeld in punt 5) moet dus landen in de gebieden buiten de centrumring. Daar zit de verdere draagkracht van Eindhoven om op leefbare, gezonde en inclusieve wijze te verdichten. Specifiek gaan de gedachten o.a. uit naar Winkelcentrum Woensel, Kastelenplein en te transformeren school- en bedrijfslocaties.

•

is mobiliteitstransitie randvoorwaardelijk voor de integrale ontwikkeling van het centrum. Een autoluw centrum is randvoorwaardelijk voor extra verdichting.

60

Figuur 3.1.5

Morfologie en bouwjarenkaart Bron: BAG Afbeelding toont de bouwjaren van de bebouwing in het gebied.

61

Figuur 3.1.6

Mixed Use Index Bron: Ruimtelijke dichtheden en functiemenging in Nederland (RUDIFUN, PBL) Afbeelding toont de mate van het mengen van functies. In rood en blauw zijn de monofunctionele gebieden van respectievelijk wonen en werken zichtbaar. Centra van de gemeenten kennen over het algemeen een grote mate van functiemenging. In de afbeelding is de radiale structuur van Eindhoven herkenbaar, functiemenging (wonen, werken, winkels) zijn geconcentreerd aan de uitvalswegen van centrum naar rand van de stad. Gemeente Helmond kent bovendien een opvallend groot aandeel gemengde milieus.

62

Figuur 3.1.7

Floor Space Index Bron: Ruimtelijke dichtheden en functiemenging in Nederland (RUDIFUN, PBL) De Floor Space Index (FSI) is de coëfficient die de mate van stapeling van een gebouw of kavel aangeeft. De index is hoog bij veel gebruikslagen/verdiepingen en nul indien de grond braak ligt of niet bebouwd is. Bij kavels is de FSI een gemiddelde van het aantal gebouwlagen van het bebouwde oppervlak waarbij de bijbehorende onbebouwde buitenruimte wordt meegeteld. In overeenstemming met de Mixed Use Index en aantal bouwlagen is het patroon van verdichting in centra zichtbaar.

63

Figuur 3.1.8 Cultuurhistorisch landschap

Beschermde natuur

Te beschermen kwaliteit Cultuurhistorisch landschap: • • • • •

Waterlopen en beken (blauwe lijn) Nat beekdal (blauw) Veen (groen) Zandlandschap - Pleistoceen (beige) Voormalige essen (bruin)

Beschermde natuur

• • • •

Groene contramal

Cultuurhistorische elementen

Natura2000 (rood gearceerd) Natte natuurparels (blauw gearceerd) NNB (groen gearceerd) Ecologische verbindingszone (lijn)

Cultuurhistorische elementen • Infrastructuur (grijs) • Waterloop (blauw) • Natuur/Beplanting/bebossing (groen) • Bebouwing (rood) • Landgoederen en buitenplaatsen (zwart omlijnd) • Percelering (groen-bruin) • Overige objecten

64

Stikstofgevoelige natuurgebieden In totaal bevinden zich 14 stikstofgevoelige natuurgebieden in Brabant, waarvan een aanzienlijk deel in of aan de randen van het onderzoeksgebied ligt. Voor deze gebieden worden wordt momenteel een gebiedsgerichte aanpak ontwikkeld, waarin wordt gewerkt aan de reductie van stikstofdepositie en het realiseren van ontwikkelruimte. Hierbij zet de provincie in op bronmaatregelen (aankopen van grote stikstofbronnen), het versnellen en intensiveren van natuurherstel, het bepalen van concrete doelstellingen voor de afname van de stikstofdepositie per gebied en door samen met betrokkenen te werken aan maatwerk en meerwaarde. Daarnaast heeft het Rijk met de provincies afgesproken om intern en/of extern te salderen (stikstofruimte vrij maken op eigen locatie of overname van stikstofruimte van bedrijven die (gedeeltelijk) stoppen) en ervoor te zorgen dat door de implementatie van stalaanpassingen 100% van de stikstofopbrengsten voor de natuur is. Niet gebruikte

Figuur: schematische weergave van de Brabantse stikstofgevoelige natuurgebieden

Bron: Leefbaarometer (2018), Leefbaarheid in Nederland (2018) Atlas voor Gemeenten

stikstofruimte vervalt na een tijd en is mogelijk om stikstofruimte tijdelijk beschikbaar

Bronnen: Praatplaat ‘Brabantse Aanpak Stikstof’.

(16 augustus 2019).

Tot slot worden een aantal generieke maatregelen getroffen, waarbij wordt ingezet op

Leefbaarheid

Geluidkwaliteit

drempelwaardes om ontwikkelingen mogelijk te maken :

Steeds meer mensen wonen in een gebied met een leefbaarheid die als ‘ruim

De kaartbeelden geven een overzicht van het geluidproductieplafond (GPP). In de

•

Voor de industrie wordt ingezet op reductie door innovatie en zet de provincie zich

voldoende’ wordt getypeerd op basis van de Leefbaarometer 2018. De langjarige trend

linker kaart wordt het totaaloverzicht van GPP’s getoond in de rechter kaart alleen de

in voor kennisdeling.

is duidelijk positief. Eenzelfde beeld zien we ook terug in het onderzoeksgebied. In

knelpunten met een (dreigende) overschrijding van het GPP. Het GPP wordt op een

•

In de bouw wordt getracht de uitstoot te verminderen door elektrificatie.

het hele gebied is de leefbaarheidssituatie minimaal ‘ruim voldoende’ (Eindhoven en

aantal plekken in het onderzoeksgebied overschreden. Per knelpunt wordt de oorzaak

•

Voor het wegverkeer wordt ingezet op smart mobility, toekomstbestendig OV en de

Helmond), in een aanzienlijk deel is de leefbaarheidssituatie goed tot zeer goed en in

en de (genomen) maatregelen weergegeven:

elektrificatie van vervoersmiddelen.

Nuenen uitstekend.

•

te stellen voor andere activiteiten.

Al met al zorgen deze maatregelen er mede voor dat de natuurgebieden zo goed

A2 Randweg Eindhoven: De overschrijding wordt veroorzaakt doordat de verkeersomvang groter is dan de verkeersprognose van het besluit waarop

mogelijk beschermd worden. *Maatregelen voor de veehouderij zijn bij de beschrijving

Zodra verder wordt ingezoomd, vallen meer gemeenten/gebieden uit de regio in

de GPP’s zijn gebaseerd. Tussen knooppunt Ekkersweijer en de aansluiting

van de aanpak stikstof buiten beschouwing gelaten.

de categorie uitstekend. Ook in Eindhoven en Helmond vallen een aantal wijken in

Eindhoven-airport is sprake van een samenloop van het nalevingsknelpunt met

de categorie goed. Alleen in Helmond bevinden zich twee deelgebieden die (bij de

de projecten A58 Eindhoven - Tilburg (InnovA58) en het gemeentelijke project

ingezoomde kaart) voldoende scoren.

N2 Challengevariant. De overschrijding van de GPP’s tussen de knooppunten Ekkersweijer en Batadorp worden middels het Tracébesluit A58 Eindhoven - Tilburg (InnovA58) opgelost. Voor de Randweg Eindhoven ten zuiden van de aansluiting Eindhoven-airport is Rijkswaterstaat gestart met een akoestisch onderzoek waarin de doelmatigheid maatregelen wordt onderzocht. Na vaststelling van het Tracébesluit, de GPP-wijziging N2 Challengevariant en een eventuele GPP-wijziging voor de Randweg Eindhoven ten zuiden van de aansluiting Eindhoven-airport wordt voor het resterende knelpunt omstreeks 2020/2021 een nieuw akoestisch onderzoek opgestart. •

A50 Eindhoven – Oss: De overschrijding ten zuiden van het Wilhelminakanaal wordt veroorzaakt doordat de verkeersomvang groter is dan de verkeersprognose van het besluit waarop de GPP’s ten zuiden van het Wilhelminakanaal zijn gebaseerd. De overschrijding ten noorden van het Wilhelminakanaal wordt veroorzaakt door een sterke groei van het verkeer ten opzichte van het jaar 2008, waarop de GPP’s hier

Overzichtskaart Natura 2000 gebieden

zijn gebaseerd. Naar verwachting worden in 2019 aanvragen voor de wijziging van

65

•

het GPP in procedure gebracht voor de A50 ten zuiden van de aansluiting Son en

Naast de knelpunten op het hoofdwegennet speelt sluipverkeer in de gehele regio

voor het gedeelte tussen de aansluitingen Veghel en Volkel. Voor het overige deel

eveneens een rol die leefbaarheidsknelpunten veroorzaakt (geluidsoverlast en

van de A50 wordt in 2019 (ten noorden van Uden) en 2021 (tussen Son en Veghel)

luchtvervuiling). Tot slot zijn twee overschrijdingslocaties uit het nalevingsverslag

een stiller wegdek in de vorm van het experimentele wegdek tweelaags zoab fijn

van 2017 in 2018 opgelost door de aanleg van een stiller wegdek. Een van de

aangelegd, waardoor de (dreigende) overschrijding wordt weggenomen.

overschrijdingslocaties was de A2 Randweg Eindhoven – Het Vonderen.

A67 Belgische grens – Knooppunt de Hogt: De overschrijding wordt veroorzaakt door een sterke groei van het verkeer ten opzichte van het jaar 2008, waarop de GPP’s hier zijn gebaseerd. Op 23 augustus 2018 is de GPP-wijziging vanwege de aansluiting Hapert vastgesteld. Voor het wegvak tussen de Belgische grens en km 4,65 is een wijziging van het GPP in voorbereiding. In 2020 en 2021 legt Rijkswaterstaat stillere wegdekken aan tussen km 10,0 en km 17,6. Rijkswaterstaat monitort de ontwikkeling van de geluidruimte op de rest van dit traject en legt zo mogelijk in combinatie met gepland asfaltonderhoud - een stiller wegdek aan in de vorm van tweelaags zoab. Zo nodig wordt hiervoor een tijdelijke ontheffing aangevraagd.

•

A67 Knooppunt Zaarderheiken - Duitse grens: De overschrijding wordt veroorzaakt

In Eersel, Vessem, Wintelre, Son en Breugel geeft 13-28% aan ernstige geluidhinder te

door een sterke groei van het verkeer ten opzichte van het jaar 2008 waarop de

ondervinden van vliegtuigen. In Veldhoven, Middelbeers, Oostelbeers, Oirschot, Best,

GPP’s hier zijn gebaseerd. In 2019 realiseert Rijkswaterstaat een bronmaatregel in

Sint-Oedenrode, Veghel, Erp, Boekel, Volkel en Uden in dit aantal 5-13%.

de vorm van tweelaags zoab op de rechter rijbaan tussen km 71,5 en km 75,1. Na realisatie van deze bronmaatregel is de overschrijding opgelost.

(Bovenstaande kaart is ‘rechter’ kaart) Bron: Nalevingsverslag geluidproductieplafonds 2018 Rijkswaterstaat Geluidshinder trein-, vliegtuig en wegverkeer Uit de Atlas Leefomgeving komt naar voren dat in Heeze, Oud-Tongelre, Helmond, Deurne/Zeilberg meer dan 4% ernstige geluidhinder ondervindt van (passerende) treinen. In Best, Erp/Oud-Woensel, Geldrop en Rijpelberg ondervinden 3-4% ernstige geluidhinder van (passerende) treinen.

(Bovenstaande kaart is ‘linker’ kaart)

66

In bijna heel het onderzoeksgebied wordt aangegeven dat men geluidhinder van

Bundelroutes

In het hele onderzoeksgebied wordt 2-3% geurhinder door wegverkeer ervaren. In

wegverkeer <50 km/u ervaart. In Eindhoven, Helmond en het gebied Lierop – Someren

Uit de Bundelroutes studie (RHDVH) blijkt dat er zich geluidknelpunten (geluidbelasting

de Randstad ligt het percentage hoger en in Zeeland en (grotendeels) het Noorden

ligt dit aantal boven 8%.

boven de 68 dB) bevinden op de volgende locaties:

ligt het percentage lager. Dit beeld verandert niet als verder wordt ingezoomd op het

•

John. F. Kennedylaan in Eindhoven;

onderzoeksgebied.

•

Kasteel-Traverse in Helmond;

•

Europaweg in Helmond;

•

Deurneseweg in Helmond.

In bijna heel het onderzoeksgebied wordt aangegeven dat men geluidhinder van

Bron: Atlas Leefomgeving

wegverkeer >50 km/u ervaart. In Eindhoven, Aalst, Waalre en Helmond ligt dit aantal boven 6%.

Luchtkwaliteit

Bundelroutes

Op deze kaart worden de stikstofdioxideconcentraties in het onderzoeksgebied

In de huidige situatie zijn er nauwelijks luchtkwaliteit-knelpunten binnen het

weergegeven. Verkeer stoot relatief veel stikstofdioxide uit. Bij drukke verkeerswegen

studiegebied. De Europese norm die geldt voor fijnstof (PM10 <40 µg/m³) wordt alleen

is de concentratie dan ook hoger. De concentratie is het gemiddelde voor het jaar 2017

overschreden op de Veldmaarschalk Montgomerylaan.

en wordt uitgedrukt in microgram per kubieke meter (µg/m3). De luchtkwaliteit voldoet met concentraties van 20 tot 35 µg/m3 aan de norm van 40 µg/m3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9626160/1