CN MIRT-onderzoek bijlage 1 Feitenrelaas
Tekst van het document
MIRT-Onderzoek
Verstedelijking en Mobiliteit
Brainportregio Eindhoven
19 mei 2020
Bijlage I - Feitenrelaas
MIRT-Onderzoek Verstedelijking en Mobiliteit
Brainportregio Eindhoven
Inhoudsopgave Het totale onderzoek bestaat uit drie hoofdelementen: Inleiding 4 Hoofdstuk 1: Brainport in Nationaal perspectief
•
Bijlage 1: Feitenrelaas (dit document)
•
Bijlage 2: Ontwikkelperspectieven
•
Ontwikkelpad
6
1.1. Brainport in cijfers 7 1.2. Sterke Brainport - gedeeld belang - integrale opgave
11
1.3. Groeiverwachtingen in tijden van het Coronavirus
13
Hoofdstuk 2: Economie 14 Conclusies 15 2.1. Ruimteaanbod bedrijfslocaties 22 2.2. Ontwikkeling werkgelegenheid 28 2.3. Groeiverwachtingen Nederlandse industriesector
36
2.4. Prognose aantal arbeidsplaatsen (2030-2040)
38
2.5. Voorzieningen 41 Hoofdstuk 3: Wonen 47 Conclusies 48 3.1. Woningbouwopgave. Woondeal. 55 Hoofdstuk 4: Verplaatsingspatronen 71 Conclusies 72 4.1. Daily Urban System 74 4.2. Stedelijkheid versus mobiliteit 85 Hoofdstuk 5: Mobiliteit en netwerken
91
Conclusies 92 5.1. Ontwikkeling mobiliteit 95 5.2. Openbaar vervoer 108 5.3. Langzaam verkeer 120 5.4. Autonetwerk 126 5.5. Smart Mobility en parkeren
143
5.6. Logistiek 157 5.7. Totaalbeeld ontwikkeling verkeer in relatie tot grote knelpunten
161
Inleiding Feitenrelaas Brainportregio
Het integrale MIRT-onderzoek moet leiden tot een gedeelde perceptie tussen Rijk en regio (provincie Noord-Brabant, MRE en gemeente Eindhoven) over de urgentie, aard, omvang, onderbouwing en aanpak van de samenhangende opgaven op het gebied van verstedelijking (wonen en werken) en bereikbaarheid.
Deze partijen willen tijdens het bestuurlijk overleg MIRT dit (na) jaar afspraken maken over de programmatische ruimtelijke ontwikkelingen en de bereikbaarheidsopgave van Brainport Eindhoven. Voor dit overleg willen zij beschikken over een integrale visie op verstedelijking en mobiliteit voor de periode 2030-2040, waaruit een aantal adaptieve ontwikkelpaden, een overzicht van mogelijke maatregelen en inzicht in kosten en mogelijke bekostiging af te leiden zijn.
Als onderbouwing op de visie om langjarige sturing en invulling te geven aan infrastructuur en ruimte is het in de eerste fase noodzakelijk een overzichtsbeeld van de gedeelde feiten op wonen, werken, infrastructuur en mobiliteit te hebben. Daarvoor ligt een al feitenrelaas ontwikkeld door de partners, dat moet worden aangevuld met nieuwe feiten en informatie.
Gebiedsindeling In de kaarten in dit Feitenrelaas hanteren we verschillende schaalniveau’s: • Stedelijk gebied Eindhoven (SGE) bestaande uit Oirschot, Best, Son&Breugel, Nuenen, Helmond, Geldrop-Mierlo, Veldhoven, Waalre en Eindhoven • Metropoolregio Eindhoven (MRE): voorgaande gemeenten aangevuld met Laarbeek, Gemert-Bakel, Deurne, Asten, Someren, Heeze-Leende, Cranendonck, Valkenswaard, Bergeijk, Eersel, Bladel, Reusel-De Mierden • Voor de verplaatsingspatronen (hoofdstuk 4 en 5 van het feitenrelaas) is een het studiegebied vergroot met Boxtel, Meierijstad, Uden en Boekel omdat blijkt dat deze gemeenten een significante relatie hebben met Eindhoven. Daarom hebben we apart een “Daily Urban System” benoemd waarin deze gemeenten zijn meegenomen.
Brainport in Nationaal perspectief Feitenrelaas Brainportregio
1
1.1. Brainport in cijfers Figuur 1.2.1.
Bron beeld linksboven: Brainport Nationale Actieagenda. voortgangsrapportage juli 2019 (p4)
Brainport Eindhoven heeft een grotere economische groei dan het landelijk gemiddelde. In 2011 werd de regio door het Intelligent Community Forum (ICF) verkozen tot slimste gemeenschap ter wereld. De regio volgens de OESO in 2013 het hoogste aandeel patenten per 10.000 inwoners. Sinds het kabinet Brainport Eindhoven in 2016 heeft erkend als derde economisch kerngebied van nationale betekenis heeft de regio een extra impuls gekregen. De werkgelegenheid groeit al jaren gestaag en er is een positief migratiesaldo. Kenmerkend voor de regio is de kennisintensieve industrie van high tech systemen en materialen (HTSM). In dat type economie draait het niet zo zeer om bulkproductie maar gelden parameters als als Research & Development (R&D), toegevoegde waarde en migratie (als onderliggende maatstaf voor de aantrekkelijkheid van internationaal talent). De regio (van SGE en MRE) wordt gekenmerkt door een agglomeratie die van oudsher is opgebouwd uit kleine kernen, waar de erfenis van een tijdperk dat werd gedomineerd door metaal- en textielindustrie en specifiek door Philips en DAF, bestaat uit een stelsel van een kleine tiental OEM-bedrijven en een grote keten van toeleveranciers. Toen eind twintigste eeuw een economisch crisis voor bijna 40.000 mensen het ontslag betekende is het roer om gegaan.
Niet langer was er de dominantie van enkele concerns maar ontstond op basis van de aanwezige industriële voorzieningen en een community die high-tech-gedreven was een stelsel van ontwikkelende en producerende bedrijven. Na een periode van individuele groei van bedrijven is in toenemende mate in de eerste decennia van de 21-ste eeuw een tendens ontstaan naar een meer collectieve presentatie en prestatie: de Brainport als mondiale technologie hub waar nieuwe ontwikkelingen niet alleen geboren worden maar ook worden waar gemaakt. Deze geïntegreerde keten ‘van zand tot klant’, die bovendien gekenmerkt wordt door een triple helix aanpak, kan met recht een ecosysteem genoemd worden. In het high tech cluster Brainport worden niet alleen technologische ontwikkelingen gedaan die op wereldschaal baanbrekend zijn, ook vindt er ten behoeve van die techniek productie plaats. Een brede basis van MBO geschoold personeel draagt zorg voor het daadwerkelijk maken van technologische vernieuwing. Deze mix en samenwerking tussen WO, HBO en MBO personeel is kenmerkend voor de regio.
7
Figuur 1.1.2a. Economische groei
Economische groei
Internationale handel
Internationale handel
Beelden: Brainport Monitor 2019
Die productie kent een hoge mate van technologische toepassing en een hoge omloopsnelheid. De oplage van productie in de maakindustrie van Brainport bedraagt maximaal ongeveer 2000 stuks. Voor serieproductie in hoge oplage worden productiefabrieken in lage lonen landen ingezet. (bron: interviews leden Brainport Industries)
Buiten de algemene groeicijfers van economie (dat boven het landelijk gemiddelde bedraagt) is de toenemende groei van export vanuit de Brainport een graadmeter (zie afbeelding Internationale handel). Brainport concurreert als economisch regio niet zozeer met andere mainports als Rotterdam en Amsterdam (in dat perspectief geldt steeds meer complementariteit - Connectivity of Economies, Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur, 2016) maar positioneert zich op mondiale schaal. De bovengemiddelde cijfers op het gebied van aandeel R&D, toegevoegde waarde en buitenlandse migratie (aangenomen dat aan de hand van landen van herkomst kan worden vastgesteld dat dit om een aanzienlijk aandeel kenniswerkers gaat) zijn dan in het licht van de bovenstaande beschreven situatie een bevestiging van deze kenmerken van de economie van de regio.
8
Figuur 1.1.2b. R&D personeel
Bruto Regionaal product
Beelden: Brainport Monitor 2019
Bruto toegevoegde waarde
9
Figuur 1.1.2c. Migratie
Beelden: Brainport Monitor 2019
Buitenlandse nationaliteiten
10
1.2. Sterke Brainport - gedeeld belang - integrale opgave In 2018 zijn Rijk, provincie Noord-Brabant en regio Brainport met de Brainport
Voortgangsrapportage 2019: Uitvoering goed van start
Nationale Actieagenda een langjarig partnership met elkaar aangegaan om de
De uitvoering van de actieagenda met 61 acties en initiatieven is in de breedte goed
economische kracht van Brainport Eindhoven te behouden en te versterken. Immers,
van start gegaan. Rijk, provincie en regio werken gezamenlijk hard aan de uitvoering
zo erkennen we als Rijk, provincie en regio: Brainport Eindhoven is van groot belang
van acties. Het levert nu in het eerste jaar al concrete resultaten op voor bedrijven
voor het innovatie- en verdienvermogen van Nederland.
(groot en mkb) en mensen van alle opleidingsniveaus in de regio. Met een positieve impact op de brede welvaart. De financiële impuls van de Regio Deal Brainport Eindhoven
Het doel: versterken en versnellen van de inspanningen om de potentie van de economisch
blijkt hierbij als een belangrijke versneller te werken. Ook met andere investeringen
krachtige regio maximaal voor onze nationale economie te benutten.
en bijdragen wordt goede voortgang geboekt. Denk bijvoorbeeld aan maatregelen op het gebied van infrastructuur en ruimte (via het MIRT), het innovatie- en MKBfinancieringsinstrumentarium en investeringen gericht op het versterken van de samenwerking tussen onderwijs en het bedrijfsleven op diverse campussen in de regio. Aansluitend op de actieagenda hebben Rijk en regio het afgelopen jaar ook een Woondeal gesloten voor het aanpakken van de woonopgave van het Stedelijk Gebied Eindhoven en werkt Metropoolregio Eindhoven met de Regionale Energiestrategie aan de ruimtelijke inpassing van de energietransitie.
De focus is daarbij breder dan alleen economische groei. We zien een bredere maatschappelijke agenda, waarbij zoveel mogelijk inwoners van de regio en Nederlanders baat hebben bij en meekunnen in de snelheid van economische ontwikkelingen.
Beelden rechts: Elektronicagigant Philips heeft een ijzersterk fundament gelegd voor technologie in Nederland, waar een breed scala aan baanbrekende producten en toepassingen uit is voortgekomen. Lange tijd was het bedrijf een broedplaats van het omzetten van een enorme hoeveelheid kennis in kapitaal, dat tot een heel ecosysteem van industriële bedrijven heeft geleid. Nog steeds blinkt Brainport mondiaal uit in het ontwikkelen en toepasbaar maken van verschillende industriële sleutel- technologieën. Dat gebeurt nu niet meer onder de paraplu van één bedrijf, maar door nauwe samenwerking in het ecosysteem. Bron: Brainport Nationale Actieagenda
11
Figuur 1.2.1
Vestigingsklimaat Vestigingsklimaat: Brainport Eindhoven werkt aan een indrukwekkende groeispurt: meer bedrijven, meer banen, meer inwoners. Dat zet ook het woon- en leefklimaat én de bereikbaarheid onder druk. Terwijl dit juist aspecten zijn, die – samen met grootstedelijke kwaliteit – noodzakelijk zijn om talent en bedrijven aan te trekken en te behouden. Rijk en regio maken nu met diverse acties een inhaalslag om op korte termijn de voorzieningen naar een hoger niveau te tillen. Dit maakt het woon- en leefklimaat attractief en waarborgt een goede mobiliteit. Aan de bereikbaarheid van toplocaties wordt gewerkt via een combinatie van infrastructurele maatregelen en innovatieve duurzame mobiliteitsoplossingen, zoals voor De Run in Veldhoven. Maatschappelijke innovaties: Brainport Eindhoven is voor Nederland een belangrijke kennis- en experimenteerhub voor slimme mobiliteitsoplossingen, die direct bijdragen aan de bereikbaarheid van de regio én aan mobiliteitsvragen die wereldwijd leven. Denk aan autonoom en verbonden rijden, slimme diensten en elektrisch vervoer. Om de positie en ontwikkeling van Brainport als hub verder te versterken, startte in februari 2019 het platform Brainport Smart Mobility op de Automotive Campus – een samenwerking tussen ZO Slim Bereikbaar en SmartwayZ.NL.
Het platform richt zich op onder meer deelauto’s/fietsen, Mobility-as-a-Service, en het Fabulos project, waarbij autonome shuttles station Helmond verbinden met de Automotive Campus. De verschillende concepten worden getest en opgeschaald op de zogeheten Smart Hubs, waarvoor nu drie locaties (momenteel P+R) zijn aangewezen. Via het Mobility Lab worden startups geprikkeld en geholpen mobiliteitsconcepten in de markt te zetten. Daarnaast onderzoekt AutomotiveNL met het project ICADI hoe men het zelfstandig rijden door voertuigen kan verbeteren.
Bron: Brainport Nationale Actieagenda, juli 2018 (p11)
12
1.3. Groeiverwachtingen in tijden van het Coronavirus De uitbraak van het nieuwe coronavirus Covid-19, inmiddels geclassificeerd als een
Een voorzichtige conclusie is dat in tegenstelling tot de meeste andere sectoren
pandemie, trekt een zware wissel op de Nederlandse economie. De economische groei
de industriesector minder last heeft van directe impact van het corona-virus, maar
slaat dit jaar naar verwachting om in een krimp door de ingrijpende maatregelen om
naar verwachting indirect meer last heeft van de verminderde vraag uit binnen-
het virus te bestrijden. Deze redden levens maar betekenen ook dat tal van grote en
en buitenland en de verstoorde toeleveringsketens. Rabobank verwacht dat de
kleinere bedrijven in zwaar weer komen. En ook de woningmarkt is niet immuun voor
industriesector daardoor niet in het tweede, maar in het derde kwartaal van 2020 de
het coronavirus.
laagste activiteit zal laten zien (Rabobank, 2020b). ING duidt die indirecte effecten als
Medio februari spraken we de verwachting uit dat de huizenprijzen in 2020 met 5,5
volgt: “De industrie heeft in de eerste plaats last van gevolgschade door vertraging
procent stijgen, gevolgd door 2,5 procent in 2021. Tegelijkertijd waren er toen al
in de toelevering van grondstoffen en halffabricaten die de productie verstoren. Veel
neerwaartse risico’s in de vorm van een afzwakkende economie. Met de gevolgen van
bedrijven in de maakindustrie werken met just-in-time-delivery en hebben beperkte
het coronavirus voor de Nederlandse economie zijn de neerwaartse risico’s alleen
voorraden” (ING, 2020).
maar toegenomen. Op dit moment ligt het dan ook voor de hand dat de huizenprijzen dit jaar minder hard zullen stijgen dan 5,5 procent. Dit komt niet alleen door de
Het feitenrelaas bevat veel informatie dat tot stand is gekomen voor de uitbraak van
impact van het coronavirus op de Nederlandse economie en de arbeidsmarkt. Ook
het coronavirus. De mogelijke effecten van het virus zijn nog niet bekend en daarom
drukt het virus het vertrouwen van (potentiële) huizenkopers en –verkopers in de
heeft er ook geen correctie plaatsgevonden op de in dit document gepresenteerde
koopwoningmarkt en daarmee hun koopbereidheid.
stukken.
De uiteindelijke impact van het coronavirus op de huizenprijsontwikkeling is afhankelijk van de duur van de periode waarin het virus de economie en samenleving goeddeels platlegt. Wanneer het virus in het tweede kwartaal 2020 daadwerkelijk onder controle komt, normaliseert de economie in de tweede helft van 2020 en in 2021 weer geleidelijk. In dat scenario wordt door de Rabobank niet uitgegaan van een daling van de huizenprijzen (‘Ook de huizenmarkt is niet immuun voor het coronavirus, themabericht Rabobank, 20 maart 2020). Bovendien loopt het woningtekort de komende jaren alleen maar verder op. Deze factoren gaan op den duur weer de boventoon voeren in de ontwikkeling van de huizenprijzen. Hierdoor verwachten wij dat deze, als de fase van economische neergang door het coronavirus achter ons ligt, gestaag maar zeker verder stijgen. Voor wat betreft de economische ontwikkelingen bestaat nog grote onzekerheid en is het nog te vroeg om een cijfermatige analyse van de effecten op de economie, en in het bijzonder de industriesector uit te voeren. Duidelijk is echter dat de corona-crisis leidt tot een fors negatieve bijstelling van de economische groeiverwachting van de industrie op korte/middellange termijn (ING, 2020; Rabobank, 2020a).
13
Economie Feitenrelaas Brainportregio
2
Conclusies hoofdstuk 2 Economie Om een antwoord te formuleren op de vraag hoe werklocaties en
gepresenteerd. De creatieve industrie groeit sinds 2008 in de Brainport
arbeidsplaatsen zich zullen ontwikkelen – en wat dat zal betekenen
harder dan het landelijk gemiddelde.
Daarom een verdieping op de economische structuur van Brainport. Brainport Eindhoven heeft binnen Nederland een uitzonderlijk profiel vanwege
voor de ruimtevraag en mobiliteit – is het eerst noodzakelijk om te weten hoe de economische structuur rond de hightech maakindustrie
Topsector HTSM (high tech systems & materials) is verantwoordelijk voor ruim
de vele uitzonderlijk goede hightech- en industriële maakbedrijven.
als leidende sector in Brainport in elkaar steekt. Aan de hand van ons
een derde van de totale banengroei binnen Brainport Eindhoven. Van de 7.722
Deze bedrijven investeren veel in onderzoek en ontwikkeling (R&D),
onderliggende onderzoek voor dit feitenrelaas concluderen wij dat die
extra banen in 2018 in de regio, is ruim een derde (2.781) afkomstig
leggen veel van hun ideeën vast met patenten en exporteren hun unieke
structuur en ontwikkeling niet alleen wordt bepaald door ruimteaanbod
uit de Topsector HTSM. Het aantal banen in Topsector HTSM is met
producten over de hele wereld. Het concurrerend vermogen van Brainport
van bedrijventerreinen en andere kwantitatieve randvoorwaarden. Er
4,3% gegroeid t.o.v. 2017 tot een totaal van 67.454 banen in Brainport
Eindhoven is voor een groot deel te danken aan de sterk ontwikkelde
zijn regionaal grote verschillen tussen locaties met een sterke groeiende
Eindhoven. Landelijk is er een stijging van 20.307 HTSM banen (3,5%),
kennisintensieve maakindustrie. De in de regio aanwezige industrie heeft
ontwikkeling en gebieden met beperkte dynamiek.
met een totaal van 601.689. In 2018 is 11,2% van alle banen in de
mondiaal gezien unieke kwaliteiten op het gebied van zware hightech,
Topsector HTSM in Nederland te vinden in Brainport Eindhoven.
complexe machines en ‘precision engineering’.
Op macroniveau voldoet planaanbod bedrijventerreinen aan de vraag. Als we
Het innovatie-ecosysteem van Brainport wordt gekenmerkt door open
alle meters aan nog nieuw uitgeefbare, lege kavels optellen plus de
De grootste dynamiek in werkgelegenheid binnen de regio Brainport
innovatie en nauwe samenwerking tussen grote Original Equipment
hectares die al in harde bestemmingsplannen vastliggen, dan beschikt
Eindhoven vindt plaats in de sector Industrie. De overige sectoren
Manufacturers (OEM’s) zoals ASML, Philips, DAF en toeleverende
Zuidoost-Brabant nu over circa 359 hectare harde plancapaciteit
vertonen een min of meer traditioneel beeld. En aangezien de
bedrijven en kennisinstellingen. Om producten en diensten van de
bedrijventerrein. Bekeken tot en met 2030 is daarmee sprake van een
uitzonderlijke economische prestaties van de regio geleverd worden
toekomst te kunnen ontwikkelen en fabriceren en als ecosysteem
kwantitatief overschot in de regio. In het Stedelijk Gebied Eindhoven zijn
door deze industriële sector wordt in dit feitenrelaas deze sector nader
competitief te blijven, wordt van de industrie gevraagd voortdurend te
vraag en aanbod (kwantitatief) meer in evenwicht. Het harde planaanbod
uitgediept.
innoveren op gebied van productieprocessen en fabricagetechnologie.
(178 ha) is voldoende om in de uitbreidingsvraag in het middenscenario
De nauwe samenwerking wordt ook zichtbaar in de ontwikkeling van
te voorzien. Bron: Stec Groep 2018 op basis van IBIS provincie Noord-
Opvallend zijn de regionale verschillen in groei. In het verleden profiteerde
arbeidsplaatsen: wanneer een OEM fabrikant meer moet leveren dan
Brabant (peildatum 1-1-2018)
weliswaar de hele regio van groei maar was deze al uiteenlopend van
is dat - als een multiplier - terug te zien in een hogere productiviteit en
omvang. In de prognose worden deze verschillen groter, ter illustratie:
daarmee ook arbeidsplaatsen van de toeleverketen.
Het algemene beeld van ontwikkeling van werkgelegenheid en vestigingen: een
Veldhoven (+10,3% / 12,8%) en Helmond (-1,4% / -3,7%). Ook andere
daling van de werkgelegenheid in de eerste helft van het decennium
gemeenten aan de oostzijde van de regio presenteren lichte krimpcijfers.
Hightech toeleveranciers maar ook de hightech supply chain als geheel staan
2010-2020 is gevolgd door een positieve ontwikkeling die inmiddels tot
De (noord)westzijde van Eindhoven daarentegen laat groeicijfers zien.
gelijktijdig voor meerdere grote uitdagingen:
meer werkgelegenheid heeft geresulteerd dan de top voor de daling.
De ligging van de gespecialiseerde toplocaties aan de A2/N2 (HTC,
•
Het aantal vestigingen is sinds 2014 sterker toegenomen. Opvallend
ASML, BIC, Philips Medical Best, Science Park) zou daar een plausibele
is dat het binnen de HTSM sector de ‘dip’ in werkgelegenheid al enkele
verklaring voor kunnen zijn. Geconcludeerd kan daarmee worden dat niet het
jaren eerder plaatsvond en er sinds 2010 alleen groeicijfers worden
aanbod van oppervlakte bedrijventerrein bepalend is voor economische groei.
Aantrekken en behouden van talent met juiste mentaliteit en skills (human capital)
•
Aanpassen van productie en diensten in antwoord op vragen van klanten en partners
15
Conclusies hoofdstuk 2 Economie • •
Investeren in productie innovatie en smart industry thema’s en in een
naar bijvoorbeeld een meer stedelijke context. Als een voorbeeld
minder last van directe impact van het corona-virus, maar heeft ze naar
onderscheidend technologieportfolio
van verkleuring kan de NTS-campus op bedrijventerrein De Hurk
verwachting indirect meer last van de verminderde vraag uit binnen- en
Omgaan met internationalisering
worden aangehaald. Hier vindt een ontwikkeling plaats van een steeds
buitenland en de verstoorde toeleveringsketens.
hoogwaardiger wordende fabriekslocatie: Het bedrijf - als eerstelijns De plek doet er toe! De strategie van verstedelijking en mobiliteit draagt bij
toeleverancier een grote speler in het ecosysteem Brainport - profileert
Binnen de sector vinden verschuivingen van activiteiten plaats die gevolgen
aan de antwoorden op:
haar oorspronkelijk klassieke industrie locatie steeds meer als een
hebben voor de vestigingsplaatscondities. Naast de traditionele HTSM-sector
•
Fysieke nabijheid wordt in toenemende mate belangrijk, een fysieke
‘campus’. Een ontwikkeling die ook bij ASML waarneembaar is. Daar
zich vooral bezig houdt met de ontwikkeling en productie van ‘hardware’,
plek voor open innovatie (colocatie) tussen hightech toeleveranciers
is afgelopen jaren het voorzieningenniveau verbeterd (foodplaza), is de
zien we dat een toenemend aandeel van de moderne HTSMsector zich
en kennis-/onderwijsinstellingen is voorwaarde in antwoord op de
buitenruimte ingericht met wandelpaden en worden voorzieningen en
vooral heeft toegelegd op de ontwikkeling van ‘software’. Dergelijke
uitdagingen vanuit Smart Industrie.
faciliteiten toegevoegd (congres).Voorbeelden van het integreren van
software wordt – al dan niet door het bedrijf zelf – ‘embedded’ ingebracht
Internationale connectiviteit wordt nog belangrijker. Groei van
onderdelen van het industriële proces in stedelijke of kantooromgevingen
in hardware apparaten of machines. De ontwikkeling en deels ook testing
productiefaciliteiten in Brainport regio concurreert met groei op
zijn ook reeds te vinden op bijvoorbeeld Flight Forum waar, al dan
van de software kan prima plaatsvinden in een kantoorachtige- dan wel
vestigingen in andere landen.
niet tijdelijk, bijvoorbeeld software activiteiten worden gehuisvest in
kantooromgeving. Vandaar dat een toenemend aantal HTSM-bedrijven
Ruimtelijke ontwikkelingen richten zich op het vergroten van
kantoorpanden.
is gevestigd in dergelijke kantoorgebouwen / omgevingen. Behalve op
•
•
arbeidsmarktbereik (bereikbaarheid) en het versterken van het •
campussen en bedrijventerreinen, kunnen (onderdelen van) HTSM-
vestigingsklimaat voor het binden en behouden van talent.
De groei van de industriesector en haar subsectoren is lastig te voorspellen
bedrijven in toenemende mate dus ook in een ‘standaard’ kantoorgebouw
Verschuiving naar softwarecompetenties leidt tot een andere
vanwege haar sterk afhankelijke/afgeleide karakter i.r.t. tot onzekerheden
worden gehuisvest.
arbeidssamenstelling (opleidingsniveau, richting) en veranderende
in buitenlandse economieën en markten (extern): geopolitieke
vraag naar werkomgeving, veelal geïntegreerd werken-wonen.
handelsspanningen, Brexit, economische stagnatie in Duitsland, maar
Met het oog op het vervolg van het MIRT-onderzoek:
ook bijvoorbeeld verminderde autoproductie in China (ING, 2019a; ING,
•
Opgave is een betere matching van bedrijven met locaties. Een
2019b; Rabobank, 2019).
eerdere conclusie is dat wordt geconstateerd dat de opgave voor de
Huidige definities en afbakeningen zijn niet toereikend. Voor de aanpak in het MIRT Onderzoek Brainport constateren we: In nationaal economisch beleid en/of economische literatuur is naar onze
regio niet bestaat uit het toevoegen van meer bedrijventerreinen. Er
Daarnaast zijn er ook interne effecten van grote invloed op de
inzichten geen voor het MIRT-onderzoek Brainport te hanteren
zijn in kwantitatief opzicht genoeg terreinen beschikbaar. Het gaat,
groeiverwachting van de industriesector in Nederland: bedrijven in deze
afbakening van topbedrijfslocaties. Bestaande bronnen zijn
afgaande op de toekomststrategie van de sector, veel meer om een
branche geven en masse aan dat met name de grote personeelstekorten
ontoereikend om goed zicht te krijgen op het huidige aantal
juiste matching tussen bedrijf en locatie. Dat kan leiden tot uitbreiden
groei belemmeren. Bovendien: de corona-crisis leidt tot een fors
werklocaties en dan met name de economische toplocaties: Er is geen
binnen plancapaciteit (zoals bij BIC en HTC), een autonome ‘verkleuring’
negatieve bijstelling van de economische groeiverwachting van de
sluitende definitie en aangebrachte onderscheidingen zijn te weinig
van locaties (vgl. gentrification in bedrijventerreinen), een actieve
industrie op korte/middellange termijn (ING, 2020; Rabobank, 2020a).
robuust; en een aantal cruciale werklocaties voor kennisintensieve
transformatie van werklocaties of het verplaatsen van werkactiviteiten
In tegenstelling tot de meeste andere sectoren heeft de industriesector
industrie zoals bijv. Strijp-S, ASML etc. blijft buiten beschouwing.
16
Conclusies hoofdstuk 2 Economie maar in het derde kwartaal van 2020 de laagste activiteit zal laten •
•
Op basis van de afgelopen periode kunnen we voor de korte termijn een
zien (Rabobank, 2020b). ING duidt die indirecte effecten als volgt: “De
voorzichtige prognose maken door extrapolatie van de groeitrend van het
industrie heeft in de eerste plaats last van gevolgschade door vertraging
totaal aantal banen en het aantal industriebanen. Op langere termijn
in de toelevering van grondstoffen en halffabricaten die de productie
volstaat extrapolatie door grote (vaak onbeïnvloedbare) onzekerheden
verstoren. Veel bedrijven in de maakindustrie werken met just-in-time-
niet.
delivery en hebben beperkte voorraden” (ING, 2020).
Om de groeiverwachting van het aantal arbeidsplaatsen in Brainport/SGE voor de periode 2030-2040 in te kunnen schatten volstaat extrapolatie van groeitrends van de afgelopen jaren naar onze mening niet. Daarvoor is de ontwikkeling van de maakindustrie als leidende sector in Brainport te onzeker. Voor een toekomstbestendige visie is het raadzaam om in de ontwikkelperspectieven ruimte in te bouwen voor onzekerheden die de groei van de maakindustrie in Brainport beïnvloeden. Wij adviseren daarvoor een beperkte scenariostudie voor de industrie uit te voeren. Bij een scenariostudie neem je de onvoorspelbaarheid van de toekomst (mogelijke banengroei in de maakindustrie) als uitgangspunt, terwijl je nadenkt over hoe de regio zich voor kan bereiden op mogelijke toekomstperspectieven. Volgend op een scenariostudie kunnen de partijen een visie opstellen die binnen de verschillende mogelijke scenario’s standhoudt.
Een voorzichtige conclusie is dat in tegenstelling tot de meeste andere sectoren de industriesector minder last heeft van directe impact van het coronavirus, maar naar verwachting indirect meer last heeft van de verminderde vraag uit binnen-en buitenland en de verstoorde toeleveringsketens. Rabobank verwacht dat de industriesector daardoor niet in het tweede,
17
Figuur 2.0.1.
“Succes van de kenniseconomie: achterland van ASML qua werknemerbestand uitgestrekt tot aan Amsterdam, Rotterdam en Zuid-Limburg”
Hiernaast zijn de woonlocaties van medewerkers van Congrescentrum Koningshof (rood), ASML (geel) en het Máxima Medisch Centrum (oranje) in kaart gebracht. Deze drie hebben allen een plek op bedrijventerrein De Run in Veldhoven. De kaart is illustratief en geeft een mooi beeld van het ‘achterland’ van de drie bedrijven qua werknemersbestand.
A2 Kennis as Bron: MIRT A2 Deil-Vught In de periode van het mainportbeleid van de nationale overheid werd gestreefd naar krachtige regio’s met sterke eigen economische profielen. In de volgende stap in dit beleid, Mainports voorbij, adviseert de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli) te streven naar verbinding tussen de regio’s. Volgens de Rli ontstaan daardoor een economies of connection. In deze economie is de behoefte aan verplaatsing op de A2as tussen Eindhoven en Amsterdam groot en van cruciaal belang voor het bereiken van een hoge productiviteit. Zo ontstaan unieke cross-overs tussen de topsectoren.
MIRT A2 Deil-Vught: “A2 Kennisas: zakelijke woonwerkpendel van met name hoger opgeleide werknemers”
Nevenstaande kaart is een illustratieve impressie van de A2 kennisas. Binnen de Brainport Regio Eindhoven concentreren zich sinds onder de noemer Brainport Avenue (in 2014 opgevolgd door Brainport City) tal van ontwikkelingen in de zone aan weerszijden van de A2/ N2 Randweg, voornamelijk gerelateerd aan de hightechindustrie. Ook landelijk zijn overal langs de A2 zijn tussen 2006 en 2010 terreinen ontwikkeld, in totaal 5.000 hectare (overigens niet allemaal kennis-gerelateerd). De Kennisas A2, die van Amsterdam via Eindhoven en Chemelot/Maastricht naar Aachen/Luik loopt typeert zich in ruimtelijk opzicht als een rijk geschakeerde en afwisselende doorsnede van steden en landschappen.
18
Figuur 2.0.2.
A58 / A67 Logistieke as Bron: MIRT A2 Deil-Vught Nevenstaande kaart is een illustratieve impressie van logistieke corridors Oost en Zuidoost. Corridor Oost loopt van Rotterdam naar Arnhem/Nijmegen - Duitsland via A15, Betuweroute en de Waal. Corridor Zuidoost loopt van Rotterdam naar Noord-Brabant / Limburg - Duitsland via A16, A58, A67, Brabantroute en Maas). In het geel op de kaart een indicatie van de vrachtintensiteit op de twee corridors.
“Regio OssVeghel-Eindhoven is de nummer 6 Logistieke hotspot van Nederland”
Noord-Brabant herbergt meer dan 30% van alle vierkante meters aan distributiecentra in Nederland. De regio kent ook rond de 12% aan werkgelegenheid in logistieke functies bij alle bedrijven, en haalt veruit de meeste logistieke vestigers binnen. Het succes van de logistieke sector in Brabant zorgt jaarlijks voor hoge scores in de verkiezing van logistieke hotspot van Nederland: De regio West-Brabant staat op 1, TilburgWaalwijk op 3 en Oss-Veghel-Eindhoven op 6. Dit succes hangt samen met de ligging aan de logistieke corridors Oost (Rotterdam - Arnhem/Nijmegen - Duitsland) en Zuidoost (Rotterdam Noord-Brabant / Limburg - Duitsland). De corridors zijn van vitaal belang in het duurzaam verbinden van economische activiteiten in Nederland.
19
Figuur 2.0.3
Oververtegenwoordiging Industrie In de COROP regio Zuidoost-Brabant bedraagt in 2019 het aandeel van de werkgelegenheid voor de sector Industrie ongeveer 18%. het is daarmee de grootste sector voor Groot- en detailhandel (16,7%) en gezondheidszorg (14%). In de werkgelegenheidsontwikkeling is de sector met 7,1% de grootste, twee keer zo groot als de nummer twee op de lijst (Bouwnijverheid). Opvallend is bovendien dat het aantal uitzendbanen in 2019 voor ruim 43% banen in de sector Industrie betrof. (bron: BrabantAtlas.nl/factsheets/pdf/index.php) Over het algemeen is het uitgangspunt bij modelberekeningen (bijv. wanneer WLO input levert voor TIGRIS XL ) het credo ‘arbeidsplaatsen volgen inwoners’. De factor ‘technologische ontwikkelingen’ is geen variabelen in dergelijke beschouwingen. In plaats daarvan wordt een meer evenwichtig en gemiddelde verdeling gemaakt tussen sectoren. De relatieve oververtegenwoordiging van de sector Industrie in de regio Brainport Eindhoven en het belang van deze sector voor de economische prestaties en werkgelegenheid is zo groot dat het nodig is te verdiepen op de wetmatigheden van deze industrie.
De overige sectoren volgen de traditionele samenhang tussen ontwikkeling van inwoneraantal en sectorontwikkeling en/of hebben een zo klein aandeel in de totale werkgelegenheid dat een voor die sector relatief sterke toename op het totaal toch een zeer beperkte impact heeft. In de sectorenbenadering van de BrabantAtlas is de creatieve industrie niet als sector gedefinieerd. Omdat deze in de aandacht staat bij de Brainport Eindhoven lichten we daarover in deze feitenatlas deze sector daarom kort toe.
Bron tabellen is BrabantAtlas corop gebied Zuidoost-Brabant
20
Figuur 2.0.4 Geografische weergave van het totaal aantal banen
Unieke industriële en technologische Signatuur Hoe ziet de economische structuur van Brainport maakindustrie eruit? Om een antwoord te formuleren op de vraag hoe werklocaties en arbeidsplaatsen zich zullen ontwikkelen – en wat dat zal betekenen voor de ruimtevraag en het aantal verplaatsingen – is het eerst noodzakelijk om te weten hoe de economische structuur rond de hightech maakindustrie als leidende sector in Brainport in elkaar steekt. Hoe heeft de maakindustrie zich heeft kunnen ontwikkelen en hoe verhouden bedrijven in de industriële ketens van uitbesteden en toeleveren zich tot elkaar. Deze inzichten kunnen uitspraken over voor de toekomstige ontwikkeling en groeiverwachtingen funderen. Die vraag wordt beantwoord door middel van een aantal statements.
Brainport heeft een unieke industriële en technologische Signatuur Brainport Eindhoven heeft binnen Nederland een uitzonderlijk profiel vanwege de vele uitzonderlijk goede hightech- en industriële maakbedrijven. Deze bedrijven investeren veel in onderzoek en ontwikkeling (R&D), leggen veel van hun ideeën vast met patenten en exporteren hun unieke producten over de hele wereld. Het concurrerend vermogen van Brainport Eindhoven is voor een groot deel te danken aan de sterk ontwikkelde kennisintensieve maakindustrie. Philips en ook DAF hebben hiervoor de basis gelegd. De in de regio aanwezige industrie heeft mondiaal gezien unieke kwaliteiten op het gebied van zware hightech, complexe machines en ‘precision engineering’.
“De Technologie Signatuur laat zien dat Brainport daarvoor alle ingrediënten in huis heeft. De regio kan niet alleen voortbouwen op een technologiebasis van wereldklasse, maar ook op sterke samen-werkingsverbanden, designcompetenties en het vermogen om systemen te integreren in de digitale
De Technologie Signatuur Het innovatie-ecosysteem van Brainport wordt gekenmerkt door open innovatie en nauwe samenwerking tussen grote Original Equipment Manufacturers (OEM’s) zoals ASML, Philips, DAF en toeleverende bedrijven en kennisinstellingen. Om producten en diensten van de toekomst te kunnen ontwikkelen en fabriceren en als ecosysteem competitief te blijven, wordt van de industrie gevraagd voortdurend te innoveren op gebied van productieprocessen en fabricagetechnologie.
wereld.” (Brainport, 2016 en Technologie Signatuur van Brainport, 2016)
21
2.1. Ruimteaanbod bedrijfslocaties Uit rapport Prognose bedrijventerreinen en kantoren Noord-Brabant Kwantitatief: hard planaanbod groter dan uitbreidingsvraag Als we alle meters aan nog nieuw uitgeefbare, lege kavels optellen plus de hectares die al in harde bestemmingsplannen vastliggen, dan beschikt Zuidoost-Brabant nu over circa 359 hectare harde plancapaciteit. Bekeken tot en met 2030 is daarmee sprake van een kwantitatief overschot in de regio.Daarnaast is er nog circa 355 hectare aan overige plancapaciteit in Zuidoost-Brabant. Dit zijn terreinen waarvoor nog geen hard
Figuur 2.1.1 Vraag-aanbodconfrontatie Zuidoost-Brabant Bron: Stec Groep 2018 op basis van IBIS provincie Noord-Brabant (peildatum 1-1-2018)
bestemmingsplan is, maar waarvoor soms wel concrete belangstelling is vanuit de markt of waarover de gemeenten in regionale afspraken overeenstemming over hebben bereikt. Ook betreft het soms locaties die de regio’s graag willen ontwikkelen om hun economische ambities en kansen te kunnen pakken. In Figuur 2.1.1 staat de kwantitatieve confrontatie.
In het Stedelijk Gebied Eindhoven zijn vraag en aanbod (kwantitatief) meer in evenwicht. Het harde planaanbod (178 ha) is voldoende om in de uitbreidingsvraag in het middenscenario te voorzien. En heb voldoende aandacht voor de bestaande terreinen Verder is de kwaliteit en courantheid van de bestaande voorraad een belangrijk aandachtspunt. De uitbreidingsvraag, die in deze prognose geraamd wordt, gaat feitelijk maar om een klein deel van de bedrijventerreinenvraag in Zuidoost-Brabant. Zo’n 90% van de dynamiek vindt komende jaren gewoon plaats op de bestaande bedrijventerreinen. Denk aan bedrijven die investeren in hun pand, verhuizen, bijhuren/kopen, ruimte afstoten, starters, scale-ups, et cetera. De prognose gaat er inherent vanuit dat deze bestaande voorraad over de gehele periode kwalitatief geschikt blijft voor (toekomstige) ruimtevragers. Met alle ontwikkelingen in de economie (circulair, robotisering, smart industry, etc.) en energie- en klimaatopgaven is dat geen vanzelfsprekendheid en zullen gemeenten in Zuidoost-Brabant dus ook voldoende aandacht moeten hebben voor het verduurzamen en toekomstbestendig houden en maken van de bestaande voorraad.
22
Figuur 2.1.2a
Ontwikkeling 2010-2018 Beroepsbevolking
Vestigingenregister Eindhoven
Banen
Beelden: Brainport Monitor 2019
Algemeen beeld Een algemeen beeld van ontwikkeling van werkgelegenheid en vestigingen: een daling van de werkgelegenheid in de eerste helft van het decennium 2010-2020 is gevolgd door een positieve ontwikkeling die inmiddels tot meer werkgelegenheid heeft geresulteerd dan de top voor de daling. Het aantal vestigingen is sinds 2014 sterker toegenomen. Opvallend is dat het binnen de HTSM sector de ‘dip’ in werkgelegenheid al enkele jaren eerder plaatsvond. De creatieve industrie groeit sinds 2008 in de Brainport harder dan het landelijk gemiddelde. Topsectoren Topsector HTSM is verantwoordelijk voor ruim een derde van de totale banengroei binnen Brainport Eindhoven. Van de 7.722 extra banen in 2018 in de regio, is ruim een derde (2.781) afkomstig uit de Topsector HTSM. Het aantal banen in Topsector HTSM is met 4,3% gegroeid t.o.v. 2017 tot een totaal van 67.454 banen in Brainport Eindhoven. Landelijk is er een stijging van 20.307 HTSM banen (3,5%), met een totaal van 601.689. In 2018 is 11,2% van alle banen in de Topsector HTSM in Nederland te vinden in Brainport Eindhoven. Banengroei in Creatieve Industrie blijft zich voortzetten in Brainport Eindhoven. In 2018 zijn er in Brainport Eindhoven 412 banen (+3,6%) bijgekomen in de Topsector Creatieve Industrie, wat een totaal geeft van 11.740 banen.
In Nederland steeg het aantal banen in de creatieve industrie met 11.111 (+4,0%) tot 286.090 banen. Het afgelopen decennium is het aantal banen in de creatieve industrie regionaal (+50%) beduidend sterker gegroeid dan nationaal (+34,9%). (bron: Brainport Monitor 2019) Ter vergelijking: daar waar het HTSM cluster van Brainport een aandeel heeft van ruim 11% van het totaal aantal HTSM-banen in Nederland, daar heeft de creatieve industrie een aandeel van 4,1%. De regio is met de groei van 50% sinds 2008 bezig aan een ‘inhaalslag’.
23
Figuur 2.1.2b Beroepsbevolking
Banen
Beroepsbevolking werkzaam in techniek
Beroepsbevolking
Beroepsbevolking werkzaam in techniek
Vacatures
Beelden: Brainport Monitor 2019
24
Figuur 2.1.3
Ontwikkeling arbeidsplaatsen 2006-2018 (links) Bron: CBS In de periode 2006 - 2018 heeft vrijwel iedere gemeente in de regio een groei gekend in het aantal arbeidsplaatsen. Nuenen kent binnen de Brainport regio een opvallende negatieve score. Ook Weert scoort negatief. Grootste stijger is Veldhoven met een groei van bijna 20%
Figuur 2.1.4a
Woon-werk verhouding 2018 (rechts) Bron: CBS De kaart van de verhouding woonwerk laat een onderscheid zien tussen het westelijk en oostelijk deel van de regio. Gemeenten als Veldhoven, Eindhoven, Son en Breugel en Best laten verhoudingsgetallen zien van 600 en hoger. Het gebied tussen Helmond en Eindhoven scoort nog niet de helft van deze cijfers en ook Helmond scoort met 480 lager.
25
Figuur 2.1.4b
Verdeling banen Op basis van CBS-data (CBS Statline, 2020) kan een berekening gemaakt worden van de verdeling van de banen van werknemers over geografische indelingen: provincie, regio (‘corop’) en gemeenten. Binnengemeentelijke cijfers zijn niet openbaar voor handen. Zo telt Zuidoost-Brabant in 2018 5,1% van het aantal banen in Nederland; en 4,5% van het aantal inwoners. In Zuidoost-Brabant zijn dus fors meer banen dan je op basis van inwoneraantal zou verwachten (CBS) Zuidoost-Brabant biedt plaats aan circa 33% van het totaal aantal banen (Tabel A) in Brabant (t.o.v. 30% van het aantal inwoners); Eindhoven biedt daarbinnen plaats aan 45% van alle banen in ZO-Brabant in 2018. Terwijl het aandeel banen van ZuidoostBrabant in het Brabants totaal nagenoeg gelijk blijft (rond de 32%), groeit het aandeel
(*) De verdeling van het totaal aan banen over deze geografische indelingen is te berekenen op basis van
van banen van gemeente Eindhoven in Zuidoost Brabant geleidelijk van 41% naar 45%
aandelen (aantal banen in Zuidoost-Brabant ten opzichte van aantal banen in Noord-Brabant), en ziet er als
over de afgelopen 10 jaar. Dit duidt erop dat steeds meer banen in Zuidoost-Brabant
volgt uit (tabel A). Centrumstad Eindhoven is hier op gemeenteniveau als uitgangspunt genomen. Omdat
zich in de gemeente Eindhoven manifesteren (tabel A)
de banengroei in Zuidoost-Brabant in grote mate drijft op de industrie als grootste sector is deze specifiek uitgelicht (tabel B).
Met betrekking tot banen van werknemers in de industriesector (Tabel B) biedt ZO-Brabant plaats aan een groter aandeel banen (ca 38%) dan ZO-Brabant in het totaal aan banen biedt (ca 33%, zie conclusie 1). Met betrekking tot Eindhoven is dit andersom: Eindhoven biedt plaats aan 29% (in 2017, 2018 niet beschikbaar) van de industriebanen in ZO-Brabant, terwijl de gemeente plaats biedt aan 45% van alle banen in ZO-Brabant Wat ook opvalt is dat het aandeel van de industriebanen in ZO-Brabant dat zich manifesteert in gemeente Eindhoven geleidelijk afneemt van 32 naar 29%, terwijl het aandeel van ZO-Brabant in provincie Brabant juist geleidelijk toeneemt van 37 naar 38%. Dit duidt erop dat steeds zich in verhouding steeds meer industriebanen in ZOBrabant buiten de gemeente Eindhoven manifesteren
26
Figuur 2.1.5
Arbeidsplaatsen per gemeente 2018 (links) Bron: CBS
Figuur 2.1.6
Dichtheid arbeidsplaatsen 2018 (rechts) Bron: CBS, bewerking Studio Bereikbaar
27
2.2. Ontwikkeling werkgelegenheid Ontwikkeling werkgelegenheid
Prognose
Over het algemeen groeit de arbeidsmarkt in het MRE. Er zijn echter grote verschillen.
Resultaten zijn aannames uit het verkeersmodel. Eerlijksheidshalve moet echter worden opgemerkt dat bij arbeidsplaatsen vooruitkijken lastig is. Zie prognoses
Werkgelegenheid in Eindhoven is in 2019 gegroeid met 1%. In de stedelijke economie (sector Advisering is de grootste sector 16%) heeft de industrie een aandeel van ruim
Figuur 2.2.3 & 2.2.4 Vergelijkbare kaarten zijn te maken met prognoses uit andere
10% en is in 2019 gegroeid met 510 banen. Veldhoven kent de meest uitgesproken
bronnen. Hier is een vergelijking gemaakt met de sociaal-economische gegevens uit
cijfers: het aandeel Industrie bedraagt met bijna 15.000 banen 41,9% van de
het NRM. Vanwege de clustering in zones en de verschillende start of eindjaren zijn
werkgelegenheid in Veldhoven. De totale groei van 3.780 banen in 2019 wordt bijna
deze gegevens onderling niet één-op-één vergelijkbaar. Op hoofdlijnen valt te zien
volledig veroorzaakt door de groei van bijna 3.400 banen in de industrie (dat is 30%
dat de richtingen van beide prognoses aardig overeenkomen, maar dat de absolute
groei van het aantal banen in deze sector in Veldhoven).
aantallen licht van elkaar afwijken. Zo voorspelt het NRM in 2040 een paar procent
Figuur 2.2.2
meer banen in bijvoorbeeld Helmond, Den Bosch en Tilburg dan het BBMA. Gemeente Bladel, waar het Kempisch Bedrijvenpark in ontwikkeling is, kent al enige jaren een toenemende groei in werkgelegenheid (vanaf 2015). De ontwikkeling draagt
Opvallend is het regionale verschil in groei arbeidsplaatsen van 12% - 16% tussen
bij aan het lokale aanbod van werkgelegenheid maar in vergelijking met Veldhoven
Veldhoven (+10,3% / 12,8%) en Helmond (-1,4% / -3,7%). Ook andere gemeenten aan
bedraagt deze groei slechts 7%.
de oostzijde van de regio presenteren uiteenlopende krimpcijfers. De (noord)westzijde van Eindhoven daarentegen laat groeicijfers zien. De ligging van de gespecialiseerde
Conclusie: over het algemeen is er groei. De mate van groei is uiteenlopend.
locaties aan de A2/N2 (HTC, ASML, BIC, Philips Medical Best, Science Park) zou daar
Aangenomen kan worden dat een beperkt aantal succeslocaties verantwoordelijk zijn
een plausibele verklaring voor kunnen zijn.
voor deze sterke verschillen (gemeente Veldhoven met ASML) maar om dit exact vast te stellen is verdiepend onderzoek op basis van LISA data noodzakelijk. Opmerkelijk is het groeicijfer van Helmond in de sector Industrie, slechts 12 banen. Ook in Son en Breugel (gemeente van Science Park) is de groei in de sector Industrie
Figuur 2.2.1
beperkt (50 banen, 1,2% groei). Opvallend is dat de sector advisering en onderzoek fors hoger is. Mogelijk dat een groeiend aandeel van activiteiten in de industrie, als gevolg van de toenemende research component, worden geregistreerd in de sector Onderzoek. Ook het inhuren van personeel via detachering kan een vertekend beeld geven van de cijfers.
28
Figuur 2.2.3
Prognose groei arbeidsplaatsen 2014-2030 (links) Figuur 2.2.4
Prognose groei arbeidsplaatsen 2014-2040 (rechts) Resultaten zijn aannames uit het verkeersmodel Brabantbrede Modelaanpak (BBMA). Eerlijksheidshalve moet worden opgemerkt dat bij arbeidsplaatsen vooruitkijken lastig is.
29
Figuur 2.2.5
Verdieping ecosysteem Brainport Om de regionale verschillen in de prognoses te kunnen duiden is nadere verdieping in het ecosysteem Brainport noodzakelijk. Het is duidelijk dat een plat aanbod van beschikbare oppervlakte bedrijventerrein geen ticket naar economisch voorspoed is. In volgende pagina’s kijken we naar de wetmatigheden van de regionaal economie van de Brainport en trekken we daaruit lering voor de toekomst.
De innovatiecapaciteit toeleverketen bepaalt competitiviteit van Brainport De economie van Brainport Eindhoven blinkt mondiaal uit in het maken van zeer complexe hoogtechnologische machines. Deze hightech maakindustrie wordt gekenmerkt door “high mix, high complexity, low volume” in het bijzonder in de volgende (samenhangende) supply chains: •
Medical equipment (Philips)
•
Semiconductor industry (ASML)
•
Solar industry (OTB)
•
Printing (Océ)
•
Analytical equipment (Thermo Fisher)
•
Aerospace (Fokker, Airbus, Boeing)
•
Automotive (DAF)
Het kenmerk van ‘high complexity, low volume, high mix’ productie komt feitelijk neer om een combinatie van nauwkeurigheid en complexiteit. Nauwkeurigheid omdat een groot deel van toelevering ten dienste staat van uiterst precieze apparaten die tot op nanometer schaal functioneren: elektronenmicroscopen, gezondheidsscanners, machines voor chipproductie. Het vervaardigen hiervan is ook nog eens complex omdat het een groter aantal items en competenties omvat die geïntegreerd en benut moeten worden om tot een werkend productieapparaat/-systeem te komen. Industriële eindproducenten (OEMs) acteren in toenemende mate als ‘kop-staart’ onderneming door zich naast klantcontact met hun afnemers, hoofdzakelijke te Bron: www.brainportindustries.com / Kwaliteitsboek - Brainport Industries Campus
concentreren op R&D en cruciale kerncompetenties (core) en sleuteldisciplines (key) van eigen fabricage- en assemblageprocessen. Maakactiviteiten besteden OEMs zo mogelijk uit aan eerstelijns toeleveranciers (tier-1) die evengoed/beter, goedkoper en/ of sneller kunnen produceren.
30
Dat uitbesteden en toeleveren gaat veel verder dan het vervaardigen van onderdelen
Hightech toeleveranciers maar ook de hightech supply chain als geheel staan
of componenten. Van eerstelijns hightech toeleveranciers wordt verwacht dat zij een
gelijktijdig voor meerdere grote uitdagingen:
grote rol vervullen in het maakproces van hun klanten, van ontwerp en ingenieurswerk
•
Aantrekken en behouden van talent met juiste mentaliteit en skills (human capital)
tot aan systeemintegratie.
•
Aanpassen van productie en diensten in antwoord op vragen van klanten en
Bovendien wordt van deze toeleverbedrijven ketenregie gevraagd door relaties te onderhouden met hightech en mediumtech toeleveranciers in een tweede (tier-2) en
partners •
derde lijn (tier-3). Basisstappen voor productie (base) zoals componenten-productie en sommige assemblage werkzaamheden kunnen tier-1 bedrijven aldus overlaten aan
Investeren in productie innovatie en smart industry thema’s en ineen onderscheidend technologieportfolio
•
Omgaan met internationalisering
anderen. De leidende OEMs in de regio besteden meer internationaal uit. Op hun beurt hebben
“De industriële toeleverketen krijgt een verantwoordelijkheid en rol over een groter gedeelte van de productiewaardeketen. Dit vraagt van industriële toeleveranciers om continu te investeren om te kunnen blijven voldoen aan steeds weer aangescherpte of nieuwe klantwensen”
industriële toeleveranciers geïnvesteerd in het opzetten van netwerken van (eigen) toeleverbedrijven in het buitenland. Bovendien is de toeleverindustrie in Brainport ook meer gaan werken voor klanten uit het buitenland. Plus: er is felle competitie met machinebouwers die opereren vanuit met name Azië. Complexe productiesystemen komen in toenemende mate daar vandaan.
“Het ecosysteem blijft gezond en concurrerend, indien toeleverende bedrijven in staat blijven mee te gaan in de innovatie-uitdagingen van hun industriële opdrachtgevers”
Vergelijkbaar met de keten binnen het HTSM cluster vindt er op regionale schaal in de welvaart ook een dergelijke waterval plaats. Een goede performance van je topcluster leidt niet alleen tot meer banen binnen dat cluster maar ook tot meer activiteiten
Op deze manier vormen hightech industrial supply chains het cement van Brainport
en concentratie van mensen, en dus ook banen, daaromheen. Het zorgt voor
Eindhoven als uniek technologisch ecosysteem. Voor bedrijven die hierin actief zijn,
werkgelegenheid in de breedte en draagt bij aan een goed voorzieningenniveau. Anders
zijn uitgangspunten in de markt van toeleveren en uitbesteden veranderd. Er zijn
dan het topcluster HTSM - dat mensen aantrekt van ver buiten de regio - volgt deze
majeure verschuivingen opgetreden in de aard en omvang van het uitbesteed werk.
lokale arbeidmarkt de wetmatigheden van een algemene economie waarbij groei van
Zo heeft ASML enorme groei doormaakt. Flexibiliteit en aanpassingsvermogen
banen afhankelijk is van de groei en concentratie van de bevolking.
van de toeleverketen is steeds meer een cruciale (succes)factor geworden door toenemende verantwoordelijkheden. Om een niet te grote afhankelijk te hebben van de ontwikkelingen in één marktvenster, zijn hightech toeleveranciers meer dan in het verleden ingesteld om te werken voor industriële eindmarkten en eindproducenten (OEMs) actief in meerdere supply chains.
31
Figuur 2.2.6
De complete maakindustrieketen is in Brainport vertegenwoordigd
Strategy Unit, 2018
Om internationaal competitief te zijn zien we dat hightech ondernemingen zich in toenemende mate in elkaars nabijheid (en in de nabijheid van kennisinstellingen) vestigen op campuslocaties vanwege het delen van kennis en faciliteiten. Bedrijven die niet kiezen voor vestiging op een campus doen mee in innovatieprogramma’s van innovatiecampussen of ontwikkelen eigen campussen rond hun hoofdlocatie. De voornaamste reden hiervoor is de behoefte aan open-innovatie. Brainport Eindhoven beschikt over diverse
Werklocaties in Brainport Eindhoven specialiseren zich op een of meerdere stappen in de waardeketen van fundamenteel idee tot commercie.
innovatie-campussen en gespecialiseerde bedrijfslocaties. Deze plekken blinken vanuit één dominante positie in de kenniswaardeketen uit in meerdere onderdelen van het innovatieproces. Dit weerspiegelt zich in de ondertitels waarmee zij hun innovatieomgevingen in de publiciteit brengen. Met elkaar vormen
Het ecosysteem Brainport beperkt zich niet tot het stedelijk
ze een ware ring die alle stappen afdekken
gebied. Vanuit de historie is er een grote verwevenheid met
in de technologische waardeketen van
de omliggende regio's. Zo zijn in de Kempen bijvoorbeeld 315
fundamenteel idee en uitvinding tot
maakbedrijven die toeleveren in high tech gevestigd. Een bedrijf
commerciële toepassing. De verschillende
als VDL, van oudsher toeleverancier voor bedrijven als Philips
innovatiecampussen in de regio vormen
en DAF Trucks, is geworteld in de Kempen en heeft inmiddels
broedplaatsen voor startups en nieuwe
in ongeveer 20 landen 16.000 medewerkers. Bovendien
innovaties.
zijn de landelijke gemeenten in de MRE onderdeel van het aantrekkelijke vestigingsklimaat.
DONAStedenbouw / Lap Landscape & urban design
32
Figuur 2.2.9
Bovendien is de toeleverindustrie in Brainport ook meer gaan werken voor klanten
Zichtbare trends en ontwikkelingen
In lijn met de nationale Smart Industry agenda is door BOM, Brainport
uit het buitenland.
Industries, Provincie Noord-Brabant en 75 bedrijven en onderwijsinstellingen het
De coronacrisis versterkt mogelijk het proces naar multi-source supply chains,
innovatieprogramma ‘Fabriek van de Toekomst’ opgesteld, waar in 7 strategische
inhoudende dat industriële bedrijven voor hun productie niet langer afhankelijk
Strategy Unit identificeert op basis van eerder analyses en adviesprojecten die
projecten & fieldlabs wordt gewerkt. Deze Fabriek van de Toekomst is fysiek
willen zijn van toelevering vanuit 1 land.
volgende zes relevante trends en ontwikkelingen:
gehuisvest op de Brainport Industries Campus. (Brainport Industries, 2019).
1.
Consequentie voor ruimte- en arbeidsontwikkeling: Internationale connectiviteit wordt nog belangrijker.
Urgentie om te investeren in Smart Industry uitdagingen
Groei van productiefaciliteiten in Brainport regio concurreert met groei op
2. •
•
Gevolgen voor het hightech-ecosysteem: Industriële bedrijven met een positie in
Er wordt een meer (risico)dragende rol gevraagd van zowel OEMs als toeleveranciers in innovatie en (sleutel)technologie-ontwikkeling
vestigingen in andere landen.
mondiale waardeketens worden uitgedaagd hun productiviteit te verhogen door te innoveren in productieprocessen en efficiëntie van bedrijfsvoering. Vooroplopen
•
Gevolgen voor het hightech-ecosysteem: Hightech toeleveranciers worden
in digitalisering van de industrie is cruciaal voor een duurzame ontwikkeling en
in toenemende mate uitgedaagd bij te dragen aan de innovatie- en
productiviteitsstijging.
ontwikkeluitdagingen van OEMs.
De smart industry-uitdagingen zijn samengevat:
• Bron: Smart Industry, Implementatieagenda 2018-2021
Consequentie voor ruimte- en arbeidsontwikkeling: Dit veronderstelt de opbouw van
5.
Toenemende krapte op de arbeidsmarkt, met name in technisch geschoold personeel
•
Gevolgen voor het hightech-ecosysteem: Dit leidt tot voortdurende druk op
eigen compentence- & development centres ook door eerstelijns toeleveranciers.
talentontwikkeling, zowel wat het aantrekken van nieuw personeel als het levenlang-ontwikkelen van huidige werknemers betreft: human capital is meer dan voorheen prioritair aandachtspunt van bedrijven geworden.
3.
Risicospreiding door het bedienen van meerdere marktvensters
In samenhang met globalisering zorgt krapte op de arbeidsmarkt er mede voor dat bedrijven steeds vaker op die plekken gaan zitten waar talent voor handen is,
•
Gevolgen voor het hightech-ecosysteem: Om een niet te grote afhankelijkheid te
in plaats van waar de klanten zitten (verschuiving van market-acces naar tech-
hebben van de ontwikkelingen in één marktvenster, zijn hightech toeleveranciers
acces).
meer dan in het verleden ingesteld om te werken voor eindproducenten actief in
•
Consequentie voor ruimte- en arbeidsontwikkeling: Ruimtelijke ontwikkelingen richten
meerdere supply chains.
zich op het vergroten van arbeidsmarktbereik (bereikbaarheid) en het versterken
In de regel stellen toeleverbedrijven voor niet meer dan 20% van hun omzet
van het vestigingsklimaat voor het binden en behouden van talent.
afhankelijk willen zijn van 1 klant. Sommige industriële toeleverbedrijven geven aan dat ze heel bewust in 3 of 4 markten actief willen zijn, dus in bijv. foodsystems, naast semiconductor business en gezondheidssector. • Het is zaak om bij te blijven en voorop te lopen bij ontwikkeling van sleutel
6.
Consequentie voor ruimte- en arbeidsontwikkeling: Risicospreiding over klanten en markten zorgt voor additionele investeringen en voor een evenwichtiger groeipad.
•
technologieën. Daarbij hoort een slimme strategie gericht op specialisatie als op •
4.
samenwerking. •
Vergaande internationalisering van de toeleverketen van maakindustriebedrijven
Consequentie voor ruimte- en arbeidsontwikkeling: Fysieke nabijheid wordt in toenemende mate belangrijk, met als sprekend voorbeeld de realisatie van
Gevolgen voor het hightech-ecosysteem: Digitalisering en robotisering in de industrie zorgt voor verschuiving in de vraag naar het type competenties van werknemers.
samenwerking met andere partners in de keten. Immers: (Maak)bedrijven kunnen deze digitaliseringsslag mogelijk beter en sneller realiseren door te zoeken naar
De rol van software-competenties/-bedrijven wordt belangrijker
Consequentie voor ruimte- en arbeidsontwikkeling: Verschuiving naar softwarecompetenties leidt tot een andere arbeidssamenstelling (opleidingsniveau, richting) en veranderende vraag naar werkomgeving, veelal geïntegreerd werkenwonen.
•
Gevolgen voor het hightech-ecosysteem: De leidende OEMs in de regio besteden meer
Brainport Industries Campus in Eindhoven, een fysieke plek voor open innovatie
internationaal uit. Op hun beurt hebben industriële toeleveranciers geïnvesteerd
(colocatie) tussen hightech toeleveranciers en kennis-/onderwijsinstellingen.
in het opzetten van netwerken van (eigen) toeleverbedrijven in het buitenland.
33
Opgave is een betere matching van bedrijven met locaties. Een eerdere conclusie is dat wordt
Alleen op de bedrijventerreinen Strijp-T en Park Forum west is nog planvoorraad
Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat HTSM-bedrijven zich vestigen in bestaande
geconstateerd dat de opgave voor de regio niet bestaat uit het toevoegen van meer
beschikbaar (nieuwbouw). Gelet op het profiel van Strijp-T gaan in de nieuw te
kantoorruimten. Omdat de omvang van het aanbod van deze bestaande kantoren erg
bedrijventerreinen. Het gaat, afgaande op de toekomststrategie van de sector, veel
realiseren panden op deze locatie, naar verwachting meer HTSM-bedrijven landen
kan fluctueren in de tijd, is dit niet in onderstaand overzicht meegenomen.
meer om een juiste matching tussen bedrijf en locatie. Dat kan leiden tot uitbreiden
dan op Park Forum west dat veel meer het karakter heeft van een ‘gemengd
binnen plancapaciteit (zoals bij BIC en HTC), een autonome ‘verkleuring’ van locaties
bedrijventerrein’. Op de overige locaties is niet of nauwelijks ruimte voor nieuwbouw,
(vgl. gentrification in bedrijventerreinen), een actieve transformatie van werklocaties
maar HTSM-bedrijven kunnen hier eventueel wel terecht in bestaande bedrijfspanden
of het verplaatsen van werkactiviteiten naar bijvoorbeeld een meer stedelijke
die vrij komen. Vorig jaar lag het bedrijfsruimteaanbod op alle Eindhovense
context. Een voorbeeld van verkleuring wordt de NTS-campus op bedrijventerrein De
bedrijventerreinen tezamen op circa 3,5%.Dit ligt ruim onder het de ‘gezond’ geachte
Hurk als voorbeeld aangehaald. Hier vindt een ontwikkeling plaats van een steeds
frictieleegstand van ca. 6%(Bron: Cushman & Wakefield; Funda in Business jan. 2019)
hoogwaardiger wordende fabriekslocatie. Het bedrijf - als eerstelijns toeleverancier een grote speler in het ecosysteem Brainport - profileert haar oorspronkelijk klassieke
Planvoorraad Eindhovense Kantoorlocaties
Van bovenstaande kantoorlocaties is Strijp-S de enige die ook wel wordt aangeduid
industrie locatie steeds meer als een ‘campus’. Een ontwikkeling die ook bij ASML
In de gemeente Eindhoven is ca. 1.350.000 m² kantoorruimte aanwezig (bron: