CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

A6 Jaarstukken 2022 GGD

Gemeenteraad 11 april 2023, gemeente HelmondBij agendapunt: Ter kennisname29.655 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

20

Vaccinatie Expertise Centrum/Reizigerszorg In 2022 is gestart met het opzetten en inrichten van een Vaccinatie Expertise Centrum bij GGD Brabant Zuidoost. De plek waar burgers voor allerlei soorten vaccinaties terecht moeten kunnen. Voor de campagne HPV18+, die in 2023 uitgevoerd wordt, zijn de voorbereidingen getroffen. De doelgroep 19 tot en met 26-jarigen krijgt in 2023 eenmalig de kans zich te laten vaccineren tegen HPV. Vanaf het tweede kwartaal van 2022 is de wereld weer opengegaan en werden verre reizen weer mogelijk. De vraag naar reisconsulten is vanaf toen sterk toegenomen en door middel van het snel opschalen van het team zijn veel burgers beschermd op reis gegaan. In totaal zijn er 8.169 reisconsulten en consulten voor beroepsgroepen uitgevoerd (dit is overigens nog lang niet op het niveau van voor Covid-19, toen waren er jaarlijks ca 19.000 consulten). Er zijn 212 consulten voor Vaccinaties op Maat uitgevoerd. Medisch-milieukundige zorg Team Gezondheid, Milieu en Veiligheid (GMV) beantwoordt vragen van bewoners, bedrijven en instellingen op het grensvlak milieu en gezondheid. In 2022 zijn 185 vragen van bewoners, bedrijven en instellingen beantwoord. De vragen betreffen zowel het binnenmilieu (in woningen en scholen) als het buitenmilieu (asbest, bodem, chemische stoffen, fijn stof, geluid, houtrook, lucht, geur, bestrijdingsmiddelen).

Daarnaast adviseert Team GMV gevraagd en ongevraagd aan gemeenten en levert het een bijdrage aan voorlichtingsbijeenkomsten in onze regio. Er zijn 9 voorlichtingsactiviteiten voor de regio/gemeenten uitgevoerd en daarnaast zijn 9 (proactieve) beleidsadviezen gegeven. Het gaat hierbij om gezondheidseffecten bij een asfaltcentrale, intensieve veehouderij, straling, agrarische kinderdagverblijven, omgevingsvisies, bestemmingsplannen, bodemverontreiniging, biomassacentrale en luchtkwaliteit rond Eindhoven Airport. Team GMV nam deel aan 13 regionale werkgroepen/projecten zoals het Regionaal meetnet Lucht en Geluid, RES MRE, overleg coalitie werkgroep LEO Vliegveld Eindhoven en het project metingen sensoren en beleving agrarische omgeving. In mei 2022 is het GGD-rapport gepubliceerd “luchtkwaliteit en gezondheid in de provincie Noord-Brabant”. Daarvoor is ook een webinar georganiseerd. Er zijn 6 acute incidenten geweest met betrekking tot kwik in de woning en asbest. Bij 16 milieu-incidenten (waarvan 3 GRIP-1 incidenten) heeft de geneeskundige adviseur gevaarlijke stoffen (GAGS) advies gegeven. Bijzondere zorg Sinds 2020 heeft de GGD er twee nieuwe (contract)taken bijgekregen: het uitvoeren van taken vanuit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de inzet van de Wijk GGD’er. Voor deze taken is een nieuw team gevormd: team Bijzondere Zorg.

In 2022 hebben de gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel, Reusel-de Mierden en Waalre de taken in het kader van de Wet verplichte GGZ bij de GGD belegd. Reeds eerder (2020 of 2021) waren de gemeenten Eindhoven, Best, Nuenen, Son & Breugel, Geldrop-Mierlo, Oirschot, Cranendonck en Heeze-Leende aangesloten. De meldfunctie voor de Wvggz is doorontwikkeld tot een meldpunt nietacute zorg of meldpunt zorgwekkend gedrag. 21

Hier kunnen zowel professionals als inwoners hun zorgen uiten over anderen in situaties die niet acuut zijn. Het gaat dan om mensen die (tijdelijk) de grip op hun leven (dreigen te) verliezen. Bijvoorbeeld mensen met zorgwekkend en/of onbegrepen gedrag die zorgmijdend zijn maar waarvan men vermoed dat ze wel hulp nodig hebben. Dit meldpunt vormt een laagdrempelig loket. De melder kan advies krijgen wat diegene zelf kan doen of de melding wordt door het meldpunt opgepakt en indien nodig toegeleid naar de juiste zorg en ondersteuning. Een aantal gemeenten heeft dit meldpunt zorgwekkend gedrag tevens bij de GGD belegd in combinatie met de taken in het kader van de Wvggz, met een aantal gemeenten lopen de gesprekken nog om dit te formaliseren. Er zijn 245 meldingen bij het GGD-meldpunt binnengekomen en beoordeeld. Er zijn in totaal 38 Verkennende Onderzoeken uitgevoerd en daarvan hebben er 30 geresulteerd in een aanvraag voor een verzoekschrift tot voorbereiding van een Zorgmachtiging. Het aantal meldingen ten opzichte van vorig jaar is ruim verdubbeld. Daarnaast komt een deel van de meldingen niet bij het meldpunt gezien deze rechtstreeks worden afgevangen door de WijkGGD’ers in Eindhoven, Geldrop-Mierlo en Waalre. Daarnaast zien we dat inwoners en ketenpartners de GGD goed weten te vinden voor consultatie en advies.

We hebben het afgelopen jaar met de wijk-GGD’ers en het meldpunt bijna 600 consultatievragen beantwoord. Er wordt zodoende een belangrijk appèl gedaan op het team door verschillende ketenpartners om mee te denken in casuïstiek. Het gaat dan om complexe problematiek al dan niet in combinatie met overlast, zorgverlamming of hiaten in het aanbod. De wijk-GGD’ers in Veldhoven en Waalre hebben in 2022 182 (nieuwe) trajecten opgepakt. In maart 2021 is een pilot Wijk-GGD gestart met twee Wijk-GGD’ers in Eindhoven in de stadsdelen Woensel-Zuid en Gestel. Eind 2021 is besloten de capaciteit te vergroten door een derde wijk-GGD’er aan te stellen. Deze pilot liep tot eind 2022 en is structureel geborgd voor ten minste de komende 4 jaar. De wijk-GGD’ers in Eindhoven hebben sinds de start van de pilot tot eind december 2022 378 meldingen opgepakt. In september 2022 is Geldrop-Mierlo gestart met een pilot Wijk-GGD welke loopt tot 1 juni 2023. Tot eind december 2022 zijn daar 53 meldingen opgepakt. Publieke gezondheidszorg voor asielzoekers Voor de asielzoekers die verbleven in de COA-locaties in Budel (AZC), Oirschot (tijdelijke noodopvang), Eindhoven (idem), Veldhoven (idem) en Helmond (AMV-opvang), heeft de GGD in opdracht van het COA de volgende taken uitgevoerd. -

In het kader van de JGZ 0-18 jarigen: intakes, medische onderzoeken, contactmomenten op indicatie, PGO’s, contactmomenten RVP. In totaal 688 contactmomenten voor 291 unieke kinderen en aan 24 zwangere vrouwen een 22-weken prik.

-

In het COL (aanmeldcentrum) in Budel zijn de TBC-screeningen uitgevoerd bij de nieuwe instroom van asielzoekers (zie TBC).

-

In het kader van infectieziektebestrijding heeft 1 collectieve interventie plaatsgevonden n.a.v. een uitbraak. In de 5 opvanglocaties hebben 7 hygiëne inspecties plaatsgevonden

-

Er zijn 49 groepsvoorlichtingen georganiseerd waaraan 368 personen deelnamen. De voorlichting betrof de thema's gezondheidszorg in Nederland & zelfzorg, relaties & seksualiteit, opvoeding en hygiëne. 22

Forensische geneeskunde Vanaf 1 januari 2022 is het team forensische geneeskunde gaan werken met (forensisch) verpleegkundigen en forensisch artsen samen. Waar tot 2022 alleen de forensisch artsen de dienstverlening naar de gemeente, politie, justitie en overige opdrachtgevers verzorgden doen ze dat nu samen met de (forensisch) verpleegkundigen. Echter de lijkschouw is voorbehouden aan de gemeentelijk lijkschouwer (forensisch arts). Er is ook een intensievere samenwerking op het gebied van de politieregio Brabant Oost met de GGD Hart voor Brabant. De politie verwacht vanaf 2023 één aanspreekpunt en contract op politieregioniveau. Daarnaast is er een start gemaakt met Forensische Medische Expertise Kinderen in de vorm van Letselcentrum BO, waarin diverse ketenpartners de samenwerking hebben opgezocht om deze dienstverlening te kunnen bieden. Gebaseerd op de samenwerking zoals die er ook is bij het Centrum Seksueel Geweld. Voor onze gemeenten zijn de volgende opdrachten uitgevoerd: -

Lijkschouwing (exclusief euthanasie): 510 keer uitgevoerd. Dat zijn er 60 meer dan in 2021.

-

Euthanasie toetsing: 394 keer en dat zijn ook bijna 40 meer dan in 2021.

-

Lijkenpas/ uitstel begraven: heeft 107 keer plaatsgevonden.

Voor de politie zijn de volgende opdrachten uitgevoerd: -

Medische Arrestantenzorg (inclusief telefonisch overleg): 1.927 consulten.

-

Forensisch Medische Expertise: 1.237 keer uitgevoerd, waarvan in onze GGD-regio 1.070 keer bloedproeven conform artikel 8 zijn uitgevoerd. Forensische Medische Expertise is een verzamelbegrip voor alles waar uitsluitend het forensisch team bevoegdheden heeft. Denk hierbij ook aan zedendelict onderzoek, letselbeschrijvingen, enz.

GGD Academy Door de GGD Academy zijn 15 trainingen/workshops gegeven waaraan 154 professionals van buiten de GGD hebben deelgenomen. Het gemiddelde cijfer voor de trainingen is 4,7 (op een schaal van 1 t/m 5, waarvan 5 het hoogst). In de trainingen kwamen de volgende onderwerpen aan de orde: eenzaamheid, suïcide preventie, alcohol en drugs in het voortgezet onderwijs, positieve gezondheid en gezonde seksuele ontwikkeling bij kinderen en seksueel grensoverschrijdend gedrag.

23

Crisisplan en crisisorganisatie GGD Het Crisisplan van de GGD is in 2022 beoefend door middel van trainingen en oefeningen van het crisisteam, gericht op ICT-uitval. Ook is geoefend met een scenario rondom een infectieziektenuitbraak. Continuïteitsanalyses zijn geactualiseerd voor de crisisprocessen van de GGD. De crisisorganisatie is verder geoptimaliseerd d.m.v. een start van beleidsvorming rondom de borging van piketrollen. Het project rondom versterken samenwerking met de GHOR bij opgeschaalde processen en bij opleiden/trainen/oefenen, is afgerond. Samen met de GHOR is gestart met het project ‘zorgrisicoprofiel’ in de regio. De crisisorganisatie van de GGD is in 2022 opgeschaald rondom opvang vluchtelingen in de regio (zie hierboven). Met het bestuur van de Veiligheidsregio zijn nadere afspraken gemaakt over de positie en rol van de DPG t.o.v. de GHOR. De GGD heeft evenals voorgaande jaren piketfuncties geleverd t.b.v. de GHOR (O-DPG, ACG, OvD, HIN). Psychosociale hulpverlening (PSH) bij rampen en incidenten In 2022 zijn 22 meldingen bij het PSH-piketteam van de GGD binnengekomen. Het ging om suïcides (9), zedenzaken (5), noodlottig ongeval (5), moord (1) en overig (2). PSH heeft bij de helft van deze incidenten de psychosociale hulpverlening gecoördineerd, bij de andere helft advies gegeven.

Bij een grote zedenzaak in de regio is een PSH-medewerker van de GGD lid van het scenarioteam van de gemeente geweest. Rondom de vluchtelingencrisis heeft PSH voor de regio Brabant-Zuidoost een tweetal adviezen geschreven, beide adviezen zijn overgenomen als landelijk PSH-advies voor vluchtelingen.

3.2 Ambulancezorg De minister heeft de GGD in 2021 aangewezen als de (enige) houder van de ambulancezorg in onze regio (voorheen lag de vergunning voor de ambulancezorg bij de Veiligheidsregio). In 2022 zijn in totaal 55.510 ritten uitgevoerd waarvan 26.264 ritten een spoedeisend karakter hadden (A1) en 11.610 ritten besteld vervoer waren (waarvan 5.385 door ALS-ambulance en 6.225 door een zorgambulance). Een ambulance heeft in het geval van een hoog spoedeisend karakter (A1 inzet) gemiddeld een kleine 10 minuten nodig om bij het slachtoffer te komen. Gemiddeld 93.5% van de A1-inzetten is binnen de rijtijdnorm van 15 minuten uitgevoerd (inclusief aanname en uitgifte door de meldkamer). Dat percentage is lager dan in 2021. Oorzaken hiervoor zijn: de relatief grote groei van het aantal ritten (ongeveer 7.5%) en het hoge verzuim vanwege Covid-19 onder het personeel, waardoor er relatief minder inzetbaar personeel was op straat. Het percentage A2-inzetten dat binnen de rijtijdnorm van 30 minuten heeft plaatsgevonden bedroeg 98,3 % (norm is 95%); dit percentage is identiek aan 2021. Dit jaar is er gestart met het voorbereiden van de aanschaf van kunstmatige intelligentie die gaat ondersteunen bij het spreiden van ambulances over de regio en het inzetten van de ambulance die het snelste op plek van het incident kan zijn.

Dit wordt gedaan in samenwerking met RAV Brabant Midden West Noord. Begin 2023 wordt gestart met de aanbesteding en implementatie.

24

Tevens neemt GGD Brabant-Zuidoost deel aan de landelijke pilot voor Physician Assistent (PA) en Verpleegkundig Specialisten (VS) solo op de wagen. Dit houdt in dat er wordt gekeken of de PA en VS efficiënt kunnen worden ingezet bij meer zorg op locatie. Hiermee wordt vervoer naar een ziekenhuis of andere zorginstelling voorkomen waardoor er minder druk is op de SEH's of de andere spoedposten. Deze pilot sluit naadloos aan op de ambitie van Ambulancezorg Nederland voor de juiste zorg, op de juiste plek, op het juiste moment. De pilot wordt medio 2023 afgerond. Als laatste zijn we ook gestart met het opzetten van een uitwisseling van personeel tussen ziekenhuizen en de GGD. Het idee is dat er personeel afwisselend wordt ingezet op de SEH en op de Ambulance. Dit sluit aan bij de ambitie van het binden en boeien van personeel en zorgt voor een nauwe samenwerking tussen de Ambulancedienst en de regionale ziekenhuizen. De eerste werknemer voor deze uitwisseling is inmiddels aangenomen en gaat begin 2023 starten.

3.3

Covid-19 bestrijding, MPOX, Opvang van Oekraïense vluchtelingen en Crisisnoodopvang van asielzoekers

Naast de reguliere taken Publieke Gezondheid en Ambulancezorg zoals bij 3.1. en 3.2 beschreven, heeft de GGD in 2022 extra taken uitgevoerd die via meerkostenregelingen door het Rijk zijn vergoed. Het gaat hierbij om de bestrijding van Covid-19 en MPOX en de opvang van Oekraïense vluchtelingen en de crisisnoodopvang van asielzoekers. Het zijn activiteiten met een eenmalig crisiskarakter die in deze paragraaf apart zijn verantwoord.

3.3.1 Covid-19 bestrijding Het jaar 2022 stond in het teken van afschalen van de COVID-organisatie, zowel in aantal medewerkers als het aantal locaties. In 2022 was de COVID-organisatie werkzaam op kantoor De Lage Landen in Eindhoven. Op 31 december zijn de medewerkers overgegaan naar het IZBplein, op de test- en vaccinatiemedewerkers na. Testen De vraag naar NAAT-testen (zoals een PCR of TMA) bij de GGD verloopt grillig in 2022 en zet een duidelijke neerwaartse trend in als in april 2022 zelftesten de norm wordt. Alleen voor deze doelgroepen blijft een NAAT-test (zoals PCR of TMA) bij de GGD het advies: -

Zorgmedewerkers die werken met mensen met een kwetsbare gezondheid;

-

Inwoners van een verpleeghuis of een andere instelling met kwetsbare personen met een kwetsbare gezondheid (boven de 70 jaar of met een ernstige afweerstoornis) ;

-

Mensen die thuis wonen en naar de dagbesteding gaan (boven de 70 of met een ernstige afweerstoornis);

-

Mensen die geen zelftest kunnen doen, ook niet met hulp van anderen;

-

Mensen die een herstelbewijs nodig hebben.

25

GGD Brabant-Zuidoost had bij de start van 2022 drie testlocaties: -

Eindhoven (XL-locatie parking Antoon Coolenlaan)

-

Helmond (Wethouder Ebbenlaan)

-

Eersel (Mortelveld, Kuilenhurk)

Het jaar 2022 begint met een explosieve stijging van de testvraag, we breiden de testcapaciteit uit op alle locaties en zetten medewerkers van Defensie in op alle testlocaties. Eind 2021 hielpen zij al bij vaccineren. Vanaf eind maart zien we de testvraag sterk teruglopen. In februari verhuist de testlocatie Helmond naar de woonboulevard Helmond. Op 6 april sluiten we de testlocatie Eersel definitief. De XL-locatie Eindhoven sluit in april. Na een korte periode op Fellenoord plaatsen we een kleine test-unit op de parking Antoon Coolenlaan. Eind december sluit ook testlocatie Helmond definitief. Eind december is er nog 1 testlocatie actief: testlocatie Eindhoven (parking Antoon Coolenlaan), inwoners kunnen hier 6 dagen per week op afspraak terecht. In 2022 hadden we maximaal 26 testlijnen tot onze beschikking in onze regio, afhankelijk van de mate van opschaling. Op 30 januari testten we een recordaantal van 6.135 inwoners op één dag. In december 2022 testten we gemiddeld nog 26 inwoners per dag. We hebben thuistesten aangeboden voor niet-mobiele inwoners. Vaccineren In 2022 boden we continu vaccinaties aan op twee vaste vaccinatielocaties aan in Eindhoven en Helmond. Daarnaast zetten we in het voor- en najaar pop-uplocaties in om inwoners dichtbij te kunnen informeren en vaccineren.

En werken we met mobiele teams om specifieke doelgroepen (zoals niet-mobiele thuiswonenden) aan huis of op locatie te vaccineren. Er zijn dit jaar twee grote vaccinatierondes: -

Herhaalprik voor 70+ en kwetsbaren (voorjaar 2022)

-

Herhaalprik voor voor 12+ (najaar 2022)

In het voorjaar verwelkomen we een aantal nieuwe doelgroepen, zoals kinderen van 5 t/m 11 jaar (basisserie) en kinderen van 12 t/m 17 jaar (boostervaccinatie). Ook komt er een nieuw eiwitvaccin als alternatief voor de mRNA-vaccins (BioNTech/Pfizer en Moderna) of vectorvaccin (Janssen). Vaccinatielocatie Eindhoven is in de eerste helft van 2022 1 van de 14 vaccinatielocaties in Nederland waar dit Novavax-vaccin beschikbaar is. De vaccinatielocatie Eindhoven verhuist in juni vanuit het Beursgebouw naar een tijdelijke locatie (Fellenoord). In oktober verhuizen we naar het nieuwe vaccinatiepaviljoen op de parking Antoon Coolenlaan. In Q1 zijn pop-uplocaties actief in Asten, Bladel, Geldrop, Mierlo, Someren en Veldhoven. In Q2 openen we pop-uplocaties in Bakel, Best, Budel, Deurne, Gemert en Valkenswaard. De opkomst varieert per locatie, de reacties zijn erg positief. Medio september start de najaarscampagne: inwoners van 12+ die de basisserie hebben afgerond, komen in aanmerking voor 1 herhaalprik tegen Covid-19. 26

In november is de grootste hausse voorbij en starten we opnieuw pop-uplocaties in de regio: in Bladel, Veldhoven, Valkenswaard, Someren en Beek en Donk. Opnieuw is de opkomst hoog op deze pop-uplocaties en zijn de reacties positief. In 2022 hadden we maximaal 42 vaccinatielijnen tot onze beschikking in onze regio, afhankelijk van de mate van opschaling. Op 2 januari vaccineerden we een recordaantal van 11.385 inwoners op één dag. In Q3 verbetert GGD Brabant-Zuidoost het vaccinatieproces. We introduceren op de locaties Eindhoven en Helmond het gebruik van een scanner, waarmee we het administratieproces sterk vereenvoudigen versnellen en de foutgevoeligheid verkleinen. De administratief medewerkers scannen voortaan de barcode op de afspraakbevestiging op de mobiele telefoon van de inwoner. Daarmee gaan we van 15 administratieve handelingen naar 3 handelingen, de inwoner hoeft dus minder lang te wachten op de administratie. GGD Brabant-Zuidoost heeft ook kwetsbare en moeilijk bereikbare doelgroepen gevaccineerd, hiervoor werd een mobiel team ingezet: -

Niet-mobiele thuiswonenden (ter ondersteuning van de huisartsen in de regio)

-

AZC-inwoners (we maakten de afspraak dat we op afroep beschikbaar zijn)

-

Vluchtelingen uit Oekraïne (we zijn op afroep beschikbaar voor voorlichting en vaccinatie op de opvanglocaties)

Bron- en contactonderzoek (bco) Sinds 30 juni 2022 was een kleinschalig kernteam over. Gemiddeld nam het kernteam nog 30 steekproeven per dag af voor bron- en contactonderzoek, conform de landelijke afspraken. Uit onderzoek bleek dat de bco’s geen meerwaarde hadden om het virus in te dammen. Daarom zijn per 1 september de steekproeven gestopt en nemen we ook geen bco's meer af. Sindsdien is de naam van dit team aangepast naar Monitor en Advies. We monitoren de aantallen en adviseren waar nodig. In oktober hebben we de integratie voortgezet naar het reguliere infectieziekten-team. Sinds 31 december hoort het team Monitor en Advies officieel bij het IZBteam.

27

Jaarcijfers Covid-19 2022 Het totaal aantal afgenomen testen in de teststraten van de GGD Brabant-Zuidoost in 2022 was 365.743 testen. Het totaal aantal positief geregistreerden in onze regio in 2022: 244.067 inwoners (incl. personen die in andere teststraten getest zijn). Tijdens de piek van de Omikron golf begin 2022 werden er door onze GGD tot ruim 40.000 testen per week afgenomen. Vanaf week 15 werd de noodzaak voor een bevestigingstest bij de GGD na een positieve zelftest geschrapt (met uitzondering voor bijzondere doelgroepen). Sindsdien lag het aantal afgenomen testen gemiddeld (ruim) onder duizend per week. Alleen kort vóór en kort na de zomerperiode nam het aantal afgenomen testen tijdelijk iets toe.

Aantal afgenomen Covid-19 testen in 2022 door de GGD BZO 45000 40000 35000 30000 Aanpassing testbeleid:

25000

confirmatietest niet meer

20000

noodzakelijk v.a. 11 april 2022

15000 10000 5000

2022-52

2022-50

2022-48

2022-46

2022-44

2022-42

2022-40

2022-38

2022-36

2022-34

2022-32

2022-30

2022-28

2022-26

2022-24

2022-22

2022-20

2022-18

2022-16

2022-14

2022-12

2022-10

2022-08

2022-06

2022-04

2022-02

2021-52

0

28

Aantal Covid-19 testen per locatie (samengevoegd):

Aantal testen per testlocatie in 2022

50.232

94.487 221.024

Eindhoven

Helmond

Eersel

Aantal Covid-19 positief geregistreerde inwoners per dag in 2022:

Aantal Covid-19 positief geregistreerde inwoners in 2022 naar leeftijd:

29

Aantal gezette vaccinaties door de GGD Brabant-Zuidoost in 2022: 436.522 vaccinaties De piek in het aantal gezette vaccinaties lag in de eerste weken van 2022 ten tijde van de boostercampagne. In week 1 werden bijna 69.000 prikken gezet door onze GGD. In het voorjaar en in het najaar van 2022 volgden nog twee herhaalvaccinatie campagnes.

Aantal gezette vaccinaties per week in 2022 70000 60000 50000 40000 30000 20000 10000

2021-52 2022-02 2022-04 2022-06 2022-08 2022-10 2022-12 2022-14 2022-16 2022-18 2022-20 2022-22 2022-24 2022-26 2022-28 2022-30 2022-32 2022-34 2022-36 2022-38 2022-40 2022-42 2022-44 2022-46 2022-48 2022-50 2022-52

0

Klanttevredenheidonderzoeken Covid-organisatie 2022 In de eerste helft van het jaar is de klanttevredenheid gemeten op de vaccinatielocaties, dit is de uitkomst:

Vanwege de lage respons op de testlocaties zijn geen resultaten beschikbaar van de klanttevredenheid bij testen. Het onderzoek naar de klanttevredenheid tijdens de vaccinatiecampagne in het najaar van 2022 loopt nog door tot 31 januari 2023.

30

Op de pop-uplocaties is in Q2 gevraagd waarom mensen zich laten vaccineren op deze locaties:

De bezoekers van de pop-uplocatie waarderen vooral de mogelijkheid om dichtbij huis de Covid-19 prik te halen. Financiële verantwoording Covid-19 Voor de financiële verantwoording verwijzen we naar hoofdstuk 7.

3.3.2 MPOX

In mei 2022 werden we geconfronteerd met een uitbraak van MPOX onder met name mannen die seks hebben met mannen (MSM). In goede samenwerking tussen de teams Seksuele Gezondheid en Infectieziektebestrijding werden 109 personen getest en werd bij 36 positief bevonden personen bron- en contactonderzoek verricht, inclusief vaccineren van deze contacten. Aansluitend werd een vaccinatiecampagne georganiseerd voor de risicogroep, waarbij in totaal 925 personen werden gevaccineerd. De uitbraak is inmiddels “bedwongen”. De vaccinaties vonden plaats op de Covid locaties op dagen dat er geen Covid vaccinaties plaatsvonden. Voor de financiële verantwoording verwijzen we naar hoofdstuk 7.

31

3.3.3 Opvang van Oekraïense vluchtelingen

Sinds maart 2022 zijn in onze regio ca. 2.200 Oekraïense vluchtelingen opgevangen in ca. 65 gemeentelijke opvangvoorzieningen. In de eerste opvangmaanden (maart t/m juli) heeft de GGD bij ruim 1.200 Oekraïense vluchtelingen een gezondheidscheck uitgevoerd waarbij er beoordeeld is of er een acute zorgvraag is en waar nodig is de vluchteling verwezen naar een huisarts, verloskundige, het consultatiebureau of een andere zorgvoorziening. Na juli is dit gestopt omdat sindsdien de instroom sterk afnam. Bij de intake hebben de vluchtelingen ook informatie ontvangen over de gezondheidszorg in Nederland. De GGD heeft bij de grotere opvanglocaties hygiëne inspecties uitgevoerd, in totaal zijn 27 locaties bezocht. Aan de vluchtelingen is vaccinatie tegen Covid-19 aangeboden en tevens heeft de GGD Covid-zelftesten ter beschikking gesteld. Op het moment dat de Oekraïense kinderen geregistreerd zijn in het gemeentelijke bevolkingsregister ontvangen zij een uitnodiging voor een preventieve gezondheidsscreening en voor vaccinatie (RVP). In 2022 zijn 992 Oekraïense kinderen in zorg geweest bij JGZ. Er zijn achterstanden opgelopen bij het screenen van deze kinderen. Deze achterstanden worden in 2023 ingehaald. De JGZ-kosten vallen buiten de meerkostenregeling; de financiering hiervan loopt via het gemeentefonds. Ook is een advies opgesteld vanuit de GGD m.b.t.

psychosociale hulp aan de Oekraïense vluchtelingen die langdurig in de gemeentelijke opvang verblijven. Overzicht meerkosten opvang Oekraïners (excl. Kosten JGZ)

32

3.3.4 Crisisnoodopvang (CNO) asielzoekers

De regio Zuidoost Brabant had de opdracht om 400 asielzoekers op te vangen in een CNO. De Veiligheidsregio’s kregen de opdracht van het Rijk om dat te regelen. De eerste 225 asielzoekers werden ondergebracht in twee sporthallen in Waalre. Ze verbleven daar 3 weken. Vervolgens werd deze groep steeds na 3 weken verhuisd naar een andere opvanglocatie in een andere gemeente: in Best, Heeze-Leende, Helmond, Beek & Donk, Hapert, Mierlo en tenslotte in Someren (waar een langer verblijf dan 3 weken is geregeld). Eind 2022 verbleven nog ca. 140 personen in de CNO. De GGD heeft een paar keer geadviseerd bij een infectieziekte uitbraak (schurft, Covid-19). Aan de asielzoekers is vaccinatie tegen Covid-19 aangeboden en zelftesten zijn beschikbaar gesteld. De GGD heeft informatieavonden voor omwonenden van een CNO bijgewoond om vragen van bewoners m.b.t. de CNO te kunnen beantwoorden. Ook zijn er drie groepsvoorlichtingen door de GGD gegeven aan deze asielzoekers. Door team Technische Hygiënezorg (THZ) zijn alle CNO-locaties bezocht en van een advies voorzien. Ook is er informatie gegeven via MS-Teams over infectiepreventie aan de medewerkers. De GGD heeft verder een advies uitgebracht voor psychosociale hulp aan de bewoners die lang in de CNO verblijven.

Het advies lijkt veel op het advies voor de Oekraïners maar wijkt er ook vanaf omdat de context en situatie van deze asielzoekers anders is (minder privacy, zij mogen i.t.t. de Oekraïense vluchtelingen niet werken, voor kinderen is er geen school enz.). JGZ heeft 3 vaccinatierondes gehouden in de CNO (Beek & Donk, Hapert, Someren). In totaal zijn ca. 75 kinderen gevaccineerd. Om de GGD-activiteiten voor Oekraïense vluchtelingen en de CNO goed af te stemmen is vanaf het begin een intern Crisisteam geformeerd waarin de belangrijkste disciplines participeerden (JGZ, THZ, IZB/Covid, PSH, Communicatie). Ook de GHOR is daarbij aangeschoven. Dit crisisteam kwam in het begin wekelijks bij elkaar, daarna tweewekelijks. De directie heeft deelgenomen aan het Regionaal Beleidsteam (RBT) o.l.v. de voorzitter van de Veiligheidsregio.

3.4 Gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage per inwoner 2022 is in de primaire programmabegroting vastgesteld op € 17,357 per inwoner. Middels de 1e bestuurlijke begrotingswijziging (betreft aanpassing van het RijksVaccinatieProgramma (RVP)) is een stijging van de gemeentelijke bijdrage vastgesteld van totaal € 283.220 waardoor de werkelijke bijdrage per inwoner over 2022 € 17,718 bedraagt. De inwonerbijdrage JGZ 0-4 per kind wordt in de begroting per gemeente berekend tegen het voor die gemeente geldende tarief en het meest recent bekende aantal kinderen 0-4; conform de afspraak bij de JGZ-integratie wordt echter per gemeente definitief afgerekend tegen het werkelijk aantal kinderen per 1 januari van het begrotingsjaar. In de begroting 2022 is uitgegaan van in totaal 29.205 kinderen terwijl er dat in werkelijkheid 29.924 bleken te zijn.

33

Bijdrage per inwoner Monitoren, signaleren en

Prim. Begroting 2022

Werkelijk 2022

1.260.000

1,61

1.260.000

1,61

1.650.000

2,10

1.650.000

2,10

345.000

0,44

345.000

0,44

60.000

0,08

60.000

0,08

5.460.000

6,95

5.745.000

7,31

700.000

(0,89)

700.000

(0,89)

290.000

0,37

290.000

0,37

Overhead

4.550.000

5,81

4.550.000

5,81

Bijdrage (per inwoner)

14.315.000

17,36

14.600.000

17,72

Bijdrage JGZ 0-4 per kind

12.355.000

12.660.000

TOTAAL

26.670.000

27.260.000

adviseren Uitvoerende taken gezondheidsbescherming Publieke gezondheid bij incidenten, rampen en crises Toezicht houden Jeugdgezondheidszorg Pubercontactmoment JGZ* Aanvullende taken Publieke Gezondheid

* per 2016 is het pubercontactmoment (pcm) van de contracttaken overgeheveld naar het gezamenlijke takenpakket. Het wordt echter niet o.b.v. een bijdrage per inwoner gefinancierd maar o.b.v. de verdeelsleutel zoals door VWS gehanteerd voor de verdeling van de middelen naar de gemeenten. In bovenstaande tabel is wel het totaal bedrag pcm 2022 inclusief bijbehorende overhead (€ 700.000) herrekend naar een bedrag per inwoner (0,89), in de totaaltelling van het bedrag per inwoner is deze, om verwarring met de bedragen in de bijlagen te voorkomen, niet opgenomen.

34

3.5 Overzicht gerealiseerde baten en lasten GGD exploitatierekening 2022

Realisatie 2022

Publieke Gezondheid

75.393.707

Ambulancezorg

29.053.249

Baten

104.446.956

Publieke Gezondheid

63.288.086

Ambulancezorg

23.565.341

Directe Lasten

86.853.427

Publieke Gezondheid

11.173.466

Ambulancezorg

5.628.692

Overhead Lasten

16.802.158

Publieke Gezondheid

33.553

Ambulancezorg Vennootschapsbelasting

33.553

Publieke Gezondheid

898.602

Ambulancezorg

-140.784

Totaal saldo van baten en lasten

757.818

Publieke Gezondheid

931.700

Ambulancezorg

65.000

Toevoeging aan reserve (-)

996.700

Publieke Gezondheid

476.321

Ambulancezorg

175.000

Onttrekking aan reserve (+)

651.321

Publieke Gezondheid

443.223

Ambulancezorg

-30.784

Gerealiseerd resultaat

412.439

* Publieke gezondheid omvat alle pijlers behalve de pijler ambulance zorg.

35

4. Financiële paragrafen 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Volgens artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bestaat het weerstandsvermogen uit de relatie tussen: -

De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en de mogelijkheden waarover kan worden beschikt om niet begrote kosten te dekken.

-

Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als de mate waarin de GGD in staat is niet structurele financiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit gevolgen heeft voor het bestaande takenpakket. De omvang van het weerstandsvermogen is afhankelijk van het risicoprofiel van de GGD. Dit profiel geeft het totaal van risico’s met een substantiële impact die gedekt moeten kunnen worden met de beschikbare weerstandscapaciteit. De kwantificering van de risico’s op basis van een kans- en impact-inschatting vindt plaats via een zogenaamde risico-inventarisatie, die jaarlijks wordt opgesteld. De inventarisatie per begin 2023 (zie ook paragraaf 4.1.2) resulteert in een benodigde weerstandscapaciteit van ca. € 2.400.000 voor het programma Publieke Gezondheid en ca. € 2.500.000 voor Ambulancezorg.

4.1.1 Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is het geheel van middelen en mogelijkheden waarover de GGD beschikt om niet begrote substantiële kosten te dekken. Binnen de GGD kan alleen de Algemene Reserve als weerstandscapaciteit worden aangemerkt. Volgens de BBV vallen onder de weerstandscapaciteit ook de bestemmingsreserves en de voorzieningen. Dit zijn echter financiële middelen die gevormd zijn ter dekking van al voorziene risico’s en gebeurtenissen die niet opgenomen worden in de risico-inventarisatie. Overigens is het wel zo dat voor wat betreft de bestemmingsreserves het bestuur kan besluiten deze reserves een andere bestemming te geven. De voorzieningen hebben als doel om de kosten in de jaarlijkse exploitatie te egaliseren en/of bestaande verplichtingen te verantwoorden. De begrotingspost ‘Onvoorzien’ komt in de begroting van de GGD niet meer voor, zo is in 2015 bij de vaststelling van de Notitie Weerstandsvermogen & risicomanagement, Reserves & Voorzieningen en Post Onvoorzien besloten. Er wordt onder de personeelskosten nog wel een stelpost van ca. € 200.000 geraamd voor ‘risico’s personele kosten’. De post dient de facto als dekking van noodzakelijke (ziekte-)vervangingen. De Algemene Reserve is bedoeld als buffer voor onvoorziene uitgaven.

36

Hiermee kunnen onder andere schommelingen in de jaarlijkse exploitaties worden opgevangen, zodat niet elk jaar voor relatief beperkte bedragen een afrekening met de gemeenten hoeft plaats te vinden. De Algemene Reserve heeft een meerjarige functie. Eerder is besloten dat, gegeven de financieringsstructuur, voor de beide programma’s afzonderlijke algemene reserves worden aangehouden. Het bestuur heeft eerder vastgesteld dat het weerstandsvermogen niet direct tot het niveau van de risico-inventarisatie hoeft te worden aangevuld, maar dat de kaders en staffels zoals vastgesteld in de beleidsnotitie Kaders P&C-documenten 4GR-deel 2 hiervoor leidend zijn. Gegeven de omzet 2022 (exclusief crises-financieringen) is dan voor PG een kaderstellende bandbreedte van toepassing van minimaal € 1.500.000 en maximaal € 2.000.000 en voor AZ van minimaal € 1.200.000,- en maximaal € 1.500.000,-. Het wordt hierbij echter aan het Algemeen Bestuur van de Verbonden Partij overgelaten of die bandbreedte volledig wordt ingevuld, aangezien dit organisatie-specifiek is en wordt bepaald door de aard van de baten en lasten. Een laag weerstandsvermogen betekent wel dat financiële tegenvallers van enige omvang niet uit de algemene reserve kunnen worden opgevangen. De Algemene Reserve wordt hoofdzakelijk gevuld door middel van eventuele voordelige exploitatieresultaten.

In 2019, 2020 en 2021 zijn er, in het kader van de uitvoering van de bestuursopdracht, onttrekkingen gedaan aan de Algemene Reserve PG. Dit betreft met name projectkosten ter voorbereiding op de integratie van JGZ 0-4 per 1-1-2021, waarbij de doelstelling en verwachting was dat de reserve de volgende jaren met positieve resultaten hierop weer kon worden aangevuld. Tot en met 2022 zijn er in dat kader ten laste van de exploitatie ook stortingen gedaan. Na vaststelling van deze jaarrekening bedraagt de Algemene Reserve PG exclusief de resultaatbestemming 2022 ca. € 1.500.000 en voor AZ ca. € 1.400.000; na resultaatbestemming 2022 *) zal de reserve PG ca. € 1.700.000 en AZ ca. € 1.350.000 bedragen. Mochten er zich de komende jaren echter voor een hoger bedrag tekorten voordoen dan deze saldi, dan dragen de gemeenten daarvan het financiële risico, ieder naar rato van het inwoneraantal.

4.1.2 Risicomanagement Om risico's te beheersen wordt door de GGD BZO actief risicomanagement ontwikkeld. Elk trimester staat het management in de marap-gesprekken nadrukkelijk stil bij de ontwikkeling en ontstaan van relevante risico's, en welke maatregelen genomen moeten worden om deze risico's te beperken.

37

Als belangrijkste risico’s worden gezien: Stijging van kosten Het risico dat de loon- en materiële kosten sneller stijgen dan de in de begroting opgenomen indexering van de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke takenpakket en/of het NZA-budget voor ambulancezorg, en dat deze niet in de daaropvolgende jaren wordt rechtgetrokken. In de budgetafspraken met gemeenten is vastgelegd dat voor de berekening van de gemeentelijke bijdragen een vooraf overeengekomen index wordt toegekend en dat daarop geen nacalculatie wordt toegepast. Hierdoor ontstaat het risico dat de kosten meer stijgen dan de inkomsten. Dit risico bestaat ook bij Ambulancezorg omdat de indexering van het budget bij Ambulancezorg niet plaatsvindt op basis van de werkelijke kostenontwikkeling in de sector en dus ook af kan wijken. Gezien de recente ontwikkelingen m.b.t. de loonkostenontwikkeling (m.n. CAO en inflatie & energieprijs) waardoor aanzienlijke tekorten (zijn) ontstaan, is dit risico pregnant, hoewel gemeenten / bestuurders aangegeven hebben deze stijging (bij PG) te zullen vergoeden. Het risico dat door fusie, reorganisatie, conflicten etc. er wachtgelden/frictiekosten dienen te worden uitbetaald die niet door gemeenten, derden of de lopende exploitatie worden gedekt.

In de Gemeenschappelijke Regeling is vastgelegd dat alleen bij vermindering van de bijdragen de gemeente(n) gehouden zijn de kosten die daar een gevolg van zijn te vergoeden. In andere situaties komen die kosten ten laste van de reguliere exploitatie van de GGD, die daarvoor echter geen ruimte biedt. Het risico dat als gevolg van (belasting)wet- en regelgeving de kosten meer dan gemiddeld stijgen en/of tot een naheffing leiden. Hierbij concreet te denken aan zaken zoals de invoering van de Vennootschapsbelasting voor overheidsinstellingen, het risico van belastingheffing i.v.m. overschrijding van de Werkkostenregeling en sinds 2020 als gevolg van de WNRA het toegenomen risico om transitievergoedingen te betalen. Maar ook het toegenomen risico op naheffingen vanwege achteraf vast te stellen premiepercentages en vanwege eventuele andere foutieve toepassingen in wet- en regelgeving die achteraf worden geconstateerd. Toegenomen regeldruk maakt dit risico pregnanter. Toenemende arbeidsmarktkrapte bij specifieke functies betekent dat vaker tijdelijk een andere invulling van de taakuitvoering moet worden georganiseerd (bv duurder personeel van derden / ZZP inhuren) om de noodzakelijke dienstverlening op peil te houden.

38

Onvoldoende Budget Het risico dat om de paraatheid van de Ambulancezorg te handhaven er, bv vanwege een hoog ziekteverzuim of een groot personeelsverloop, te weinig budget is om de vervangingskosten te dekken. Daarnaast bestaat m.b.t. ambulancezorg een algemeen exploitatierisico op de omvangrijke materiële kosten. In het verleden heeft de situatie van hoge vervangingskosten zich voorgedaan en heeft dit tot (aanzienlijke) tekorten geleid. Er mag vanuit gegaan worden dat een dergelijke ernstige verstoring binnen een afzienbare periode tot adequate maatregelen leidt; eventueel met ondersteuning van verzekeraars die daar ook een rol en belang in hebben en dit in het verleden ook hebben getoond met incidentele aanvullende financiering. In het uiterste geval kan ook besloten worden om de paraatheid, en dus het niveau van dienstverlening, terug te brengen om daarmee binnen de budgettaire kaders te blijven. Uitvoering van noodzakelijke activiteiten zonder financiering Het risico dat door een ramp bij PG veel extra inzet nodig is en/of waardoor het reguliere werk in gevaar komt. Bij een grotere ramp zal de inzet van de GGD wellicht groot zijn terwijl de kosten van die inzet mogelijk niet volledig kunnen worden verhaald.

De Covid-19-, MPOX- en Oekraïne-crises zijn voorbeelden van een dergelijke situatie; de daarvoor toegekende vergoedingsregelingen vanuit het Rijk geven op dit moment vertrouwen dat alle extra kosten vergoed worden, de risico-inschatting verandert derhalve daardoor niet. Er bestaat echter wel het risico op meer werk en kosten op de langere termijn als gevolg van een algemene verslechterde gezondheidssituatie van de inwoners in onze regio. Het risico dat verplichte landelijke wet- en regelgeving bij PG leidt tot activiteiten waarvan de kosten nog niet zijn opgenomen in de begroting. Het risico bestaat dat de GGD verplicht is om, in het kader van (nieuwe) wet- en regelgeving, bepaalde taken uit te voeren zonder dat daar meteen voldoende middelen tegenover staan. Te denken valt hierbij aan de besluitvorming door de centrale overheid zoals die bij de decentralisaties, gepaard gaande met een efficiencykorting. Dit risico wordt middels het wendbaarheidsbudget in de jaarlijkse begroting (grotendeels) afgedekt/beperkt.

39

Extra kosten door organisatieverandering Het risico dat, wanneer de aanwijzing voor ambulancevervoer niet meer aan de GGD wordt toegekend, een deel van centrale overhead niet meer wordt gedekt. Dit risico is momenteel minimaal omdat de aanwijzing (voorheen vergunning genoemd) voor het uitvoeren van ambulancevervoer in onze regio in 2021 aan de GGD is toegekend. Daarmee vervalt de oorspronkelijke grond voor dit risico. In theorie bestaat dit risico echter nog steeds, bv in het geval van wanprestatie door de GGD of bij onvoorziene wijziging van wet- of regelgeving. Bij integrale overgang van AZ naar een andere organisatie zal er naar verwachting ook een overdracht van overheadtaken en -medewerkers plaats vinden. Ten aanzien van de achterblijvende ongedekte overhead (zoals directie, huisvesting ed.) wordt dan veelal wel een afbouwregeling van enkele jaren getroffen, maar daarna ontstaat een dekkingsprobleem als geen nieuwe activiteiten met externe financiering kunnen worden ontplooid en/of kosten kunnen worden bespaard. Extra kosten door verandering taakuitvoering Het risico dat er (door externe ontwikkelingen) een wijzing in de taakinhoud optreedt waardoor er tijdelijk meerkosten ontstaan. Bij wijziging van een taakinhoud zullen er wellicht tijdelijk meerkosten zijn waarvoor geen budget in de begroting is opgenomen. Hierbij valt te denken aan situaties zoals met de Q-koorts.

Dit risico wordt middels het wendbaarheidsbudget in de jaarlijkse begroting (grotendeels) afgedekt /beperkt. Extra kosten door afname van markttaken Het risico dat door marktomstandigheden er tijdelijk ongedekte kosten blijven bij de contracttaken voor het rijk en derden. Bij deze contracttaken moet gedacht worden aan betaalde activiteiten voor instellingen, bedrijven, het Rijk en particulieren. In tegenstelling tot de gemeentelijke contracttaken ontstaat bij afname of beëindiging van deze financiering een risico van ongedekte kosten. Bij de gemeentelijke contracttaken is, conform afspraken in de Gemeenschappelijke Regeling, de opzeggende gemeente gehouden de daaraan verbonden frictiekosten te vergoeden. Aangezien het personeel dat belast is met de uitvoering van deze contracttaken voor een groot deel bestaat uit vast personeel, zullen er bij een lagere omzet c.q. het geheel afstoten van deze taken kosten zijn waarvoor geen financiële dekking meer is. Gezien de aanzienlijke omzettoename van de afgelopen jaren en een daarmee gepaard gaande toegenomen risicospreiding, neemt dit risico relatief gezien (de kans-inschatting) wel af.

40

Beveiliging en (onder-)verzekering Het risico dat toegewezen schadeclaims niet volledig worden afgedekt door de afgesloten verzekeringen. De normale bekende risico’s voor de GGD zijn afgedekt middels afgesloten verzekeringen. Jaarlijks wordt bezien of deze nog afdoende dekking bieden. Toch blijft er een rest risico bestaan dat in het weerstandsvermogen dient te worden afgedekt. Het risico dat er zich ICT-beveiligingsproblemen voordoen. Hierbij te denken aan risico's van stroomuitval, datalek, cybercrime/hacken en andere situaties waarin systemen uitvallen en/of gegevens (tijdelijk) niet beschikbaar zijn of dat er schade ontstaat vanwege misbruik. Vanwege toegenomen (inzicht in de) externe dreiging en ervaringen (o.a. datalek Covid), geconstateerde achterstand in informatiebeveiliging in combinatie met de grote hoeveelheid persoonsgegevens die de GGD zowel bij PG als AZ beheert, wordt de kans op dit risico substantieel hoger ingeschat. Verbonden Partijen Het risico dat bij liquidatie van een der verbonden partijen er claims aan de GGD zullen zijn. Uit een analyse per verbonden partij komt geen specifiek te duiden risico voort. Desalniettemin wordt een algemeen risico ingeschat voor deze en andere niet formele samenwerkingsverbanden; deze laatste nemen namelijk steeds meer toe.

Het risico dat er zich nog overige (personele) tegenvallers zullen voordoen waarmee nog geen rekening is gehouden. Dit risico wordt de facto gedekt door hiervoor in de jaarlijkse begroting bij de personele kosten een stelpost op te nemen.

4.1.3 Financiële kengetallen Op grond van een wijziging in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dient in de begroting en jaarrekening de ontwikkeling van een aantal voorgeschreven financiële kengetallen te worden opgenomen en toegelicht. Concrete normen zijn hiervoor niet voorhanden, waardoor alleen de ontwikkeling in de tijd een indicatie geeft. De kengetallen voor de begroting worden gebaseerd op geprognosticeerde balansgegevens, hetgeen een bepaalde onnauwkeurigheid met zich meebrengt. De voorgeschreven kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn niet van toepassing, omdat er geen activiteiten m.b.t. grondexploitatie en heffing van gemeentelijke belastingen uitgevoerd worden door de GGD Brabant-Zuidoost.

41

Kengetallen

Realisatie

Begroting

Realisatie

2021

2022

2022

Netto schuldquote

1,6%

6,7%

0,9%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle

1,6%

6,7%

0,9%

Solvabiliteitsrisico

13,9%

23,1%

15,5%

Structurele exploitatieruimte

0,4%

0,2%

0,6%

verstrekte leningen

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de GGD ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De schuldquote wordt uitdrukt in een percentage van de totale baten. Het solvabiliteitsrisico betreft de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen en geeft inzicht in de mate waarin de GGD in staat is aan zijn financiële verplichtingen op de langere termijn te voldoen. Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de GGD heeft in de eigen exploitatie, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bovengenoemde kengetallen worden voor de realisatie 2021 en 2022 sterk beïnvloedt door de kosten en balansposities vanwege de Covid-19-kosten en de financiering daarvan. Met name de netto schuldquote en het solvabiliteitsrisico geven daardoor een vertekend beeld t.o.v. de begroting 2022 waarin daarmee geen rekening is gehouden.

4.2 Onderhoud kapitaalgoederen 4.2.1 Beleidskader De GGD streeft naar een optimale staat van haar kapitaalgoederen. Hiervoor is onderhoud van deze kapitaalgoederen noodzakelijk. Het beleid voor het onderhoud van kapitaalgoederen kent vijf onderdelen. Te weten; gebouwen, machines, apparaten en installaties, hard- en software en vervoermiddelen.

4.2.2 Gebouwen De GGD heeft geen panden in eigendom maar heeft ervoor gekozen om alle benodigde panden te huren. Het beheer en onderhoud van de gehuurde gebouwen is voor rekening van de verhuurder, alle kosten die door de GGD gemaakt worden hebben betrekking op kleine reguliere onderhoudswerkzaamheden aan de binnenkant en het binnen schilderwerk.

42

4.2.3 Machines, apparaten en installaties Voor de waardevolle ondersteunende machines, apparaten en installaties zijn voor een groot deel onderhoudscontracten aanwezig. Voor de overige machines, apparaten en installaties met een beperkte waarde en waarvan er slechts een beperkt aantal aanwezig zijn, zijn geen onderhoudscontracten aanwezig.

4.2.4 Hard- en software Voor de optimale beschikbaarheid van hard- en software zijn voor de belangrijke bedrijfsapplicaties dienstverleningsovereenkomsten gesloten. Voor het onderhoud van hard- en software wordt geen voorziening gevormd. Alle kosten komen ten laste van de exploitatie.

4.2.5 Vervoermiddelen Voor voertuigen van de ambulancedienst worden onderhoudscontracten afgesloten. Hierin worden kosten van periodiek preventief onderhoud, reparatie als gevolg van normaal zorgvuldig gebruik en het treffen van maatregelen tegen normale slijtage gedekt. Maandelijks wordt hiervoor een vast bedrag betaald aan de leverancier van de diensten. Deze kosten komen ten laste van de exploitatie. De overige reparaties en het eigen risico bij schadeherstel worden ook rechtstreeks in de exploitatie verwerkt. Voor het onderhoud aan ambulances, piketauto’s en dienstauto’s is conform regelgeving geen voorziening gevormd. In onderstaand overzicht staan de werkelijke kosten die zijn gemaakt voor het onderhoud aan kapitaalgoederen.

Kapitaalgoederen

Realisatie 2022

Gebouwen

179.000

Machines, apparaten en installaties

201.900

Hard- en software

98.100

Vervoermiddelen

476.900

Totaal

955.900

43

4.3 Financiering 4.3.1 Beleidskader Op grond van de Wet Financiering Decentrale Overheid (FIDO) dient de GGD jaarlijks in de jaarrekening verantwoording af te leggen over het gevoerde beleid inzake de treasuryfunctie. Het beleid voor de treasuryfunctie van de GGD is vastgelegd in het treasurystatuut, waarvan de laatste geactualiseerde versie door het Algemeen Bestuur is vastgesteld op 14-12-2022.

4.3.2 Rentebeleid De renterisico’s bij het aantrekken en uitzetten van geldmiddelen worden beperkt door de overeengekomen rentepercentages bij de transactie te baseren op de actuele rentestand en de rentevisie van de geldverstrekker (Bank Nederlandse Gemeenten). De korte rente is ook in 2022 nog laag geweest en lager dan de lange rente. Op basis hiervan is het uitgangspunt de financieringsbehoefte eerst te dekken met de maximale kasgeldlimiet en de resterende behoefte te dekken met langlopende leningen. Met deze aanpak wil de GGD zorgen voor zo laag mogelijke financieringskosten, rekening houdend met het risicoprofiel. Hierbij wordt de GGD door de treasury afdeling van de gemeente Eindhoven ondersteund.

4.3.3 Financieel Risicobeheer Door een actief risicobeheer probeert de GGD de financiële risico’s te beperken. In het treasurystatuut zijn richtlijnen en limieten voor het risicobeheer opgenomen. De GGD hanteert de normen die in de Wet FIDO zijn bepaald. Het niveau van de kasgeldlimiet is gelimiteerd op 8,2% van de begrote lasten, de renterisiconorm houdt in dat voor maximaal 20% van het begrotingstotaal, langlopende leningen per jaar kunnen worden afgelost. De norm beoogt een evenwichtige opbouw van de leningen in de tijd. De provincie toetst de kasgeldlimiet en de renterisiconorm in het kader van het financieel toezicht.

4.3.4 Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een door de Wet FIDO voorgeschreven sturings- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld met een rente typische looptijd van korter dan een jaar. Als grondslag voor de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt 8,2% van de jaarbegroting aangehouden. Indien de werkelijke omvang lager is dan de wettelijk toegestane omvang, is er sprake van ruimte; indien de werkelijke omvang hoger is, dan is er sprake van overschrijding.

44

Conform de wettelijke kasgeldlimiet kan de GGD de financieringsbehoefte tot een bedrag van € 5.251.000,- dekken met kortlopende leningen. In onderstaand overzicht wordt de kasgeldlimiet van 2022 weergegeven.

Kasgeldlimiet

Werkelijk 2021

Werkelijk 2022

Totaal lasten

59.450.000

64.040.000

Wettelijk kasgeldlimiet (8,2%)

4.875.000

5.251.000

Netto vlottende schuld

-7.779.000

-11.982.000

Ruimte onder(+)/boven(-) kasgeldlimiet

12.654.000

17.233.000

Daarmee is voldaan aan de kasgeldlimiet.

4.3.5 Renterisiconorm De renterisiconorm benadrukt vooral het belang van een goede spreiding van de leningenportefeuille en van de renterisico’s. De berekening van het renterisico is een benadering van het te lopen of het gelopen renterisico. Zowel bij een overschrijding als een onderschrijding van de renterisiconorm zal de GGD (en vervolgens de toezichthouder) zich een oordeel moeten vormen over de consequenties. De renterisiconorm bepaalt het feitelijke renterisico op de langlopende lening. Jaarlijks mogen de renterisico’s van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. In 2022 is de ruimte onder de renterisiconorm € 12.755.700,-. Renterisiconorm

Werkelijk 2021

Werkelijk 2022

1. Begrotingstotaal per 1 januari

59.450.000

64.040.000

2. Renterisiconorm (20%)

11.890.000

12.808.000

-

-

4. Betaalde aflossing

50.200

52.300

5. Renterisico langlopende leningen (3+4)

50.200

52.300

Ruimte onder renterisiconorm (2-5)

11.839.800

12.755.700

Ruimte boven renterisiconorm (5-2)

-

-

3. Netto renteherziening langlopende leningen

Daarmee is voldaan aan de renterisiconorm.

45

4.3.6 Bedrag aan middelen buiten de Rijks schatkist Het schatkistbankieren houdt in dat GGD BZO de overtollige liquide middelen boven het drempelbedrag aan moet houden bij het ministerie van Financiën. Voor openbare lichamen met een begrotingstotaal kleiner of gelijk aan € 500 mln. is het drempelbedrag gelijk aan 2% van het begrotingstotaal, waarbij het drempelbedrag minimaal €1.000.000,- bedraagt. Het begrotingstotaal op 1 januari 2022 is € 64.040.000,-. Op basis van dit bedrag is het drempelbedrag € 1.281.000,-. Het gemiddelde van aangehouden liquide middelen in het jaar 2022 buiten de schatkist is € 235.000,-, waarmee per saldo voldaan is aan de norm. Bedrag aan middelen buiten de Rijks

Werkelijk

schatkist

2022

1. Begrotingstotaal per 1 januari

64.040.000

2. Drempelbedrag

1.281.000

3. Werkelijke middelen buiten schatkist

235.000

Ruimte onder het drempelbedrag (2-3)

1.046.000

Ruimte boven het drempelbedrag (3-2)

-

4.3.7 Financieringsbehoefte Met betrekking tot de liquiditeitsontwikkeling was de financieringsbehoefte in 2022 ruim € 8,6 miljoen. Vaste activa worden gefinancierd met lang vreemd vermogen voor zover eigen middelen daar niet toereikend voor zijn. In het volgende overzicht is de boekwaarde vergeleken met de langlopende leningen. Financieringsbehoefte

Saldo 1-

Bestem.

Toe-

Ont-

Vrijval

Saldo 31-

1-2022

resultaat

voeging

trekking

Reserves

4.707.800

412.400

996.700

651.300

-

5.465.600

Voorzieningen

1.218.100

-

310.900

25.400

-

1.503.600

Langlopende leningen

1.584.400

-

-

52.300

-

1.532.100

Totaal beschikbaar

7.510.300

8.501.300

Boekwaarde activa

8.966.600

8.631.800

Financieringstekort

1.456.300

130.500

12-2022

Beschikbare financieringsmiddelen:

46

Uit het overzicht ‘financieringsbehoefte’ blijkt dat de boekwaarde investeringen (vaste activa) voor een groot deel wordt gefinancierd met lang vreemd vermogen, reserves en voorzieningen. Het resterende financieringstekort wordt gefinancierd met kortlopende schulden.

4.3.8 Leningenportefeuille De leningenportefeuille toont de ontwikkeling van leningen o/g en leningen u/g in 2022 (zie overzicht ‘leningenportefeuille’). Leningenportefeuille Stand per 1 januari 2022 Nieuwe leningen Reguliere aflossing Vervroegde aflossing Stand per 31 december 2022

Leningen o/g Mutaties

Gem. rente

1.584.392

4,16%

52.329 1.532.063

4,16%

De stand van de leningenportefeuille o/g is afgenomen met € 1.584.392 naar € 1.532.063 per 31 december 2022. De reguliere aflossingen betreffen aflossingen op de langlopende lening. De omvang van de leningenportefeuille u/g is nihil; de GGD heeft geen uitzettingen uitstaan.

4.3.9 EMU-saldo Decentrale overheden moeten in hun jaarrekening een berekening opnemen van het zogenoemde EMU-saldo over het begrotingsjaar. EU-lidstaten mogen een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product. Hiervan is in Nederland 0,5% voor de decentrale overheden. De EMU-systematiek is anders dan het baten-lastenstelsel; bij een sluitende exploitatie kan toch een negatief EMU-saldo ontstaan, vandaar deze afzonderlijke berekening. De berekening laat voor 2022 een positief saldo zien.

1 + 2 + 3 + 4 5 + 6a + 6b 7 8a + 8b 9 10 11 -

Berekening EMU-saldo Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan/onttrekking uit reserves Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Bruto dotaties aan voorzieningen ten laste van de exploitatie Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd Bijdragen Rijk, provincies, EU en overigen mbt de investeringen die niet via de exploitatie lopen Verkoopopbrengsten uit desinvesteringen in vaste activa (tegen verkoopprijs) De boekwinst op desinvesteringen in vaste activa Aankoop grond, bouw-, woonrijp maken e.d. ( met derden en niet via de exploitatie) Opbrengsten uit verkoop van grond (tegen verkoopprijs) De boekwinst op grondverkopen Betalingen ten laste van de voorzieningen (met derden) Betalingen die niet via de exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves Boekwinst bij verkoop van deelnemingen en aandelen

2022 757.818 2.028.057 310.909 2.008.248 65.000 25.410 -

EMU-saldo

1.128.126

47

4.3.10

Rechtmatigheid

Eind 2022 heeft het Algemeen Bestuur een geactualiseerde controleverordening vastgesteld. In deze verordening zijn de kaders en richtlijnen voor de accountantscontrole vastgesteld, zoals de goedkeurings- en rapporteringstoleranties die door de accountant gehanteerd moeten worden bij de controle van de jaarrekening. In die verordening is ook vastgelegd dat jaarlijks een controleprotocol en normenkader voor de rechtmatigheidscontrole moet worden vastgesteld. Dit betreft de inventarisatie van de voor de accountantscontrole relevante regelgeving van hogere overheden en verordeningen en regelingen van de GGD zelf ten aanzien van de relevante financiële processen. Interne controle heeft als doel onvolkomenheden in de uitvoering tijdig op te sporen en te corrigeren. Tevens biedt interne controle de kans op het treffen van preventieve maatregelen om onvolkomenheden in de toekomst te voorkomen. De informatie uit interne controles plus de inbedding van interne controlemaatregelen in de organisatie helpen de kwaliteit van de bedrijfsvoering in alle opzichten te verbeteren. Door de interne controles kan de goede werking van de administratieve organisatie en de rechtmatigheid van de inkomsten en uitgaven worden vastgesteld.

In het verslagjaar zijn voorbereidingen getroffen om te kunnen voldoen aan de wijziging in de rechtmatigheidsverantwoording, die na enkele keren uitstel, nu met ingang van het boekjaar 2023 zal ingaan; vanaf dat jaar dient het DB in de jaarrekening verantwoording af te leggen over de rechtmatigheid. In de huidige situatie is het dagelijks bestuur al verantwoordelijk voor de rechtmatigheid, maar is het de externe accountant die hierover verslag uitbrengt en het gesprek voert met het algemeen bestuur. Vanaf het verslagjaar 2023 stelt het dagelijks bestuur (ic de GGD namens deze) zelf een verantwoording op, die opgenomen wordt in de jaarrekening. Dit heeft gevolgen voor de interne beheersing binnen de GGD. De verantwoordelijkheid voor het rechtmatig handelen komt explicieter bij de organisatie zelf, en formeel bij het DB, te liggen. De rol van het AB is kaders te stellen, bevindingen wegen en de organisatie/het DB aanspreken op onrechtmatigheden. Binnen de GGD is middels het interne controleplan reeds sprake van activiteiten ten behoeve van de interne beheersing, ook wel verbijzonderde interne controle (VIC) genoemd, waarbij rechtmatigheid de aandacht krijgt. De invoering van deze rechtmatigheidsverantwoording zorgt ervoor dat nu structureel extra werkzaamheden uitgevoerd moeten worden op het gebied van voorbereiding, uitvoering en rapportage ter onderbouwing hiervan.

Ook de rol van de accountant verandert hierdoor, deze zal de rechtmatigheidsverantwoording betrekken bij het oordeel over de getrouwheid.

48

4.4 Bedrijfsvoering 4.4.1 Bestuursopdracht aan GGD In 2018 is aan de GGD de opdracht gegeven om te komen tot een stabiele, financieel gezonde en wendbare organisatie. Aanleiding waren de toenmalige zorgen bij het bestuur en de directie van de GGD en haar regiogemeenten over de financiën en de bedrijfsvoering van de GGD BrabantZuidoost. De belangrijkste onderdelen van de bestuursopdracht zijn: -

de integratie van JGZ 0-4 binnen de GGD (gerealiseerd per 1.1.2021)

-

van een drielagen naar een tweelagen structuur (afgerond in 2022)

-

de implementatie van Lean principes (loopt)

-

de groei naar zelforganiserende teams en bijpassende leiderschapsstijl (loopt)

-

het verbeteren van de bedrijfsvoering van de GGD (loopt)

-

het creëren van financiële ruimte voor inhoudelijke ontwikkelingen via een zgn. wendbaarheidsbudget (gerealiseerd).

Voor de uitvoering van de bestuursopdracht hebben onze gemeenten in 2020 aan de GGD een eenmalige kapitaalinjectie van € 1,- per inwoner gedaan. Met ingang van 2021 staat daar een structurele verlaging van de inwonerbijdrage van € 0,20 per inwoner tegenover. Met deze incidentele impuls kan de GGD het HRM instrumentarium en begeleiding naar zelforganisatie financieren en de informatiehuishouding optimaliseren, LEAN prestatiedoorbraken faciliteren en operationele en bestuurlijke management rapportages opleveren. Dit veranderingsproces is een meerjarig proces. Door de COVID-19 crisis is er vertraging opgetreden in het veranderingsproces. Eind 2023 hopen we bovenstaand veranderproces met een eindevaluatie af te ronden.

4.4.2 Bestuur en organisatie Bestuurswisseling In 2022 heeft een bestuurswisseling plaatsgevonden a.g.v. de gemeenteraadsverkiezingen die in maart plaatsvonden. Vijf leden uit het vorige Algemeen Bestuur keerden terug en 16 nieuwe wethouders namen zitting in het Algemeen Bestuur van de GGD. Het Algemeen Bestuur heeft uit haar midden het volgende Dagelijks Bestuur gekozen: 1.

Cathalijne Dortmans (voorzitter)

2.

Eric Beex (vice voorzitter en portefeuille personeel

3.

Veronique Zeeman (secretaris)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12561944/1