CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

A4 MRE Nota beantwoording zienswijzen concept-Werkprogramma MRE 2023-2024 en concept Begroting 2024

Gemeenteraad 11 juli 2023, gemeente HelmondBij agendapunt: Ter kennisname20.429 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

We roepen uw bestuur daarbij op, oog te houden voor wat de schaalsprong en versnelling vragen van gemeenten (en de samenwerkingsverbanden in bijvoorbeeld het Stedelijk Gebied Eindhoven en de Peel), en dit op den duur ook inzichtelijk te maken. Ook vragen wij uw bestuur daarbij bewust te zijn dat ook de gemeentelijke organisaties onder druk staan vanwege de schaalsprong en de krappe arbeidsmarkt. Inhoudelijke samenhang Het concept-Werkprogramma 2023-2024 bevat de uitwerking van het samenwerkingsakkoord. Per opgave zijn meerdere deelprogramma’s benoemd, waarbij is beschreven “ wat willen we bereiken”, “wat doen we hiervoor”, de rol van MRE en de jaarschijf of jaarschijven, waarin de activiteiten plaatsvinden. Het werkprogramma fungeert tevens als de inhoudelijke verdieping op de thema’s in de begroting. We zien echter inhoudelijke verschillen in de beschrijvingen. We vragen uw bestuur de begroting en het werkprogramma inhoudelijk met elkaar in overeen stemming te brengen.

organisatie wordt daarop ook programmatisch ingericht. Verbinding tussen de agenda's zal plaatsvinden in het Dagelijks Bestuur, Algemeen Bestuur en op de Metropoolconferenties.

Strategie en samenwerking/ financiën We beseffen ons goed voor welke opgaven gemeenten staan en het zorgvuldig omgaan met de middelen. Vanuit onze lobbyrol zijn we continu op zoek naar middelen om de regionale opgaven en ambitie te kunnen (blijven) realiseren. Enkele voorbeelden hiervan zijn o.a. het woonfonds met inleg van private middelen en de inzet richting de Rijksmiddelen op o.a. het NPLG.

Strategie en samenwerking We beseffen ons dat de arbeidsmarkt onder druk staat. Gezamenlijk proberen we, indien nodig met inventieve organisatievormen, de gezamenlijke opgaven voor uw gemeente(n) te realiseren.

Strategie en samenwerking/ financiën Beide beleidsdocumenten zullen met elkaar in overeenstemming gebracht worden.

\-20

Energietransitie In de programmabegroting voor het thema energietransitie zijn 565.000 euro aan baten opgenomen; wij begrijpen dat dit de Rijksbijdrage is voor specifieke opgaven vanuit het Klimaatakkoord, zoals uitgewerkt in de RES. Wij vragen om verduidelijken voor welke activiteiten uit het werkprogramma deze geoormerkte middelen worden ingezet. Wij zien in het werkprogramma vooral procesactiviteiten opgenomen. Wij verzoeken uw bestuur om de middelen ook daadwerkelijk in te zetten voor uitvoering rondom het klimaatakkoord en de RES en deze middelen niet in te zetten ten behoeve van ondersteuning en procesvoering.

Energietransitie In het Bestedingsplan RES dat jaarlijks wordt opgesteld is een uitwerking gegeven van de uitgaven in het kader van de RES. Dit bestedingsplan wordt vastgesteld door de Stuurgroep RES en periodiek gemonitord. Vanuit het Rijk is voor onze regio voor 2024 een bedrag van €565.000 uitgekeerd, geoormerkt voor de RES-organisatie. Een groot deel hiervan wordt ingezet voor ondersteuning van uitvoering van de taken uit het Klimaatakkoord door de gemeenten, maar een deel is ook bestemd voor programmamanagement, procesondersteuning en communicatie. Meer informatie hierover is op te vragen via uw college.

Samenhang In het samenwerkingsakkoord zijn de 5 inhoudelijke opgaven verbonden aan 2 hoofdopgaven: De duurzame schaalsprong (tevens kwaliteitssprong) Brainport en de nieuwe balans landelijk gebied. Wij missen in het werkprogramma hoe de opgaven \ deelprogramma’s met de hoofdopgaven verbonden zijn. Het overzicht op pagina 5 van het werkprogramma biedt deze samenhang nog niet. Een integrale afweging is nu meer dan ooit van groot belang voor de duurzame ontwikkeling van de regio. Ook de vermenging van inhoudelijke opgaven en organisatorische vraagstukken in dit schema is verwarrend. Prioriteiten U benoemt op pagina 2 van het werkprogramma verschillende prioriteiten. Wij missen hierin een duurzame en betrouwbare energievoorziening als prioriteit. Samen met een toekomstbestendig mobiliteitssysteem en natuur en landschap van hoge kwaliteit zijn dit randvoorwaarden om de prioriteiten voor woningbouw, werklocaties en toekomstbestendige voedsel productie te realiseren. Lokale verankering Wij herkennen ons in de constatering dat de opgaven uit het samenwerkingsakkoord een stevige inspanning van ons allemaal vragen. Naast participatie en inbreng in programma’s vanuit gemeenten gaat het om lokale verankering en realisatie. Dit vraagt van de kant van MRE ook een actieve informatievoorziening. Een goed voorbeeld is de Metropoolconferentie van 22 maart 2023.

Wij verzoeken uw bestuur actieve informatievoorziening nadrukkelijker op te nemen in de taak- en rol omschrijving van Team MRE.

Strategie en samenwerking

Strategie en samenwerking Gezien de enorme opgaven en druk op het energienet zullen we deze opmerking aanvullend toevoegen.

VOORSTEL Toevoegen op pagina 2: “Een duurzame en betrouwbare energievoorziening als prioriteit”.

Strategie en samenwerking Wij zijn ons bewust van de actieve informatievoorziening als regionale samenwerking. Daarbij hebben we op verschillende niveaus ieder zijn rol. Zo zijn ook de portefeuillehouders van de 21 gemeenten het eerste aanspreekpunt op de inhoudelijke thema's in eigen gemeenteraden. Op ambtelijk niveau zijn alle vakinhoudelijk ambtenaren aangesloten bij

\-21

Ook missen wij in het werkprogramma een overzicht van de activiteiten, waarvoor participatie van raden (raadsleden) wordt verwacht (beeldvorming, oordeelsvorming), dan wel lokale verankering (besluitvorming).

Laarbeek

def

Wij hebben kennisgenomen van technische detailopmerkingen, die vanuit het college reeds onder uw aandacht zijn gebracht. Wij stemmen verder in met de ontwerp-Begroting 2024 en het Werkprogramma 2023-2024. Graag leveren wij ook in 2024 onze bijdrage aan de regionale samenwerking. Begroting 2024 Wij ondersteunen de ontwikkeling en koers, die de MRE heeft ingezet. Over de manier waarop de gemeenten op diverse manieren betrokken worden, zijn we zeer te spreken. We prijzen de snelheid en daadkracht waarmee de MRE stappen zet en uitvoering geeft aan de ambities van de gemeenten. De wijze waarop de formatieve versterking vanuit gelden van het Stimuleringsfonds worden gefinancierd is goed te verantwoorden en geeft mogelijkheden voor een stevige impuls aan de gezamenlijke slagkracht in de regio. Claim Attero De tekstuele toelichting op de claim Attero (pagina 18, pagina 19 in de pdf) is reeds achterhaald. Dit komt uiteraard door de timing van het opstellen van de begroting en de datum van de uitspraak van de Hoge Raad. Verzocht wordt dit wel te actualiseren bij de definitieve begroting. Stimuleringsfonds In de aanbiedingsbrief wordt aangegeven dat indien vanuit het Rijk of andere bronnen een grotere bijdrage komt voor de te dekken personele kosten het surplus aan het Stimuleringsfonds wordt toegevoegd.

Wij willen adviseren om een eventueel surplus niet toe te voegen aan het Stimuleringsfonds, maar indien hier sprake van is dit terug te storten naar de gemeente.

de verschillende ambtelijke voorbereidingsoverleggen. Daarnaast zijn op de website van de Metropoolregio Eindhoven de openbare voorstellen en besluiten van het bestuur te raadplegen. Strategie en samenwerking Per programma en de daaronder liggende activiteiten zullen planningen worden uitgewerkt. Daarover zal vanuit de poho's tijdig worden gecommuniceerd naar de gemeenteraden. Daarnaast zijn er op de algemene dossiers jaarplanningen beschikbaar, die ook gecommuniceerd worden met de griffiers, zodat zij deze in de lokale raadsplanningen kunnen opnemen.

Financiën Dit is een juiste constatering, de tekst zal worden aangepast op de uitspraak.

VOORSTEL Tekstuele toelichting op claim Attero actualiseren in begroting.

Financiën Uitgangspunt is dat een eventueel surplus wordt toegevoegd aan het Stimuleringsfonds. Het surplus zal deel uitmaken van het jaarresultaat en worden betrokken in het voorstel resultaatbestemming bij het vaststellen van de jaarrekening.

\-22

In de ambtelijke toelichting is namelijk aangegeven dat de verschuiving van het Stimuleringsfonds voor inzet dekking formatie zonder al te veel inhoudelijke gevolgen kan plaatsvinden. Eerder zijn uit deze middelen de herstelaanpak van Corona gefinancierd. Hier is echter nu geen sprake meer van. Daarnaast vraagt de tijd van nu om meer investering in de schaalsprong, deze investeringen zullen in de regio gaan plaats vinden. Formatie uitbreiding In de begroting is een forse uitbreiding op formatie weergegeven (12 FTE). Vanuit de gemeente zelf is aangegeven dat de MRE meer verantwoordelijkheid moet pakken en er extra aandacht moet naar wonen en mobiliteit. Hoe de inzet van deze formatie wordt vormgegeven is bepalend voor het vergroten van de gezamenlijke slagkracht en daarom van groot belang. Deze uitwerking zien we nog onvoldoende terug in deze begroting en mag nog meer uitgewerkt worden. Ook al is er op totaalniveau nauwelijks sprake van een verhoging van de gemeentelijke bijdrage (waar wij voorstander van zijn) zijn er binnen de begroting grote verschuivingen. Voor de toekomst wordt gevraagd om grote verschuivingen en grote formatie uitbreidingen duidelijker toe te lichten in de begroting alsmede de overwegingen, die hierbij gespeeld hebben. Versnellingsopgave Tot slot vragen wij aandacht voor de aansluiting van de lokale gemeenten in de versnellingsopgave.

Bij de inzet van de nieuwe formatie uitbreiding moet oog zijn voor adequate aansluiting met de regio’s en de lokale gemeenten. Ondanks dat de MRE ambtelijk heeft aangegeven dat de formatie uitbreiding juist moet gaan helpen bij het ontzorgen en moet gaan helpen in het creëren van meer samenhang en gezamenlijke realisatie kracht mét alle gemeenten. Blijft nog open welke aanpak de MRE hierin gaat pakken om dit daadwerkelijk te realiseren. Formatie individuele gemeenten Daarnaast is niet duidelijk wat een formatie uitbreiding van de MRE voor een gevolgen heeft voor de werkzaamheden / formatie bij de individuele gemeenten. Gemeenten (helemaal kleinere gemeenten) moeten wel gelijk kunnen blijven oplopen met de MRE. De positie van juist kleine gemeente moet verder versterkt worden binnen de MRE. Nuenen c.a.

def

Samenwerking binnen de regio Wij onderschrijven het belang, nut en noodzaak om regionaal samen te werken. De samenwerking binnen de regio heeft ons gebracht waar we nu staan en de erkenning door het Rijk met de

Samenwerking en strategie De inhoudelijke uitwerking van de formatie vindt plaats door de kwartiermakers op de afzonderlijke programma's. Het programmabureau mobiliteit is daarvan een van de meest concrete voorbeelden. De uitwerking hiervan vindt momenteel plaats. Nadere besluitvorming hierover wordt op een later moment aan de gemeenten voorgelegd.

Samenwerking en strategie De versnelling van de schaalsprong realiseren we samen. Daarvoor is de bijdrage en realisatieen draagvermogen van iedere regio cruciaal. De programmatische aanpak wordt via de verschillende programmabureaus momenteel verder uitgewerkt. De kwartiermakers hebben daar een actieve rol in. We blijven u als gemeenten daarin actief meenemen. Samenwerking en strategie Het via de programmamanager versterken van de regionale samenwerking heeft als doel om de lokale gemeenten op het strategisch vlak te ontzien/ niet verder te belasten i.r.t. de regionale opgaven. Alle 21 gemeenten hebben een evenwaardige inbreng in de regio en zijn van belang voor het unieke karakter van deze regio. Strategie en samenwerking Als 21 gemeenten staan we gezamenlijk voor een grote uitdaging om onze regionale ambities ook gezamenlijk te realiseren. Op het gebied van

\-23

Mainportstatus. Om deze positie te behouden vraagt blijvende inzet van alle stakeholders, waaronder die van gemeenten. Daarnaast staan we als regio ook voor andere grote uitdagingen, zoals het in goede banen leiden van de schaalsprong, die we als regio doormaken, de energietransitie en de transitie landelijk gebied. Dit vraagt om regionale afstemming en koersbepaling om zodoende alles ingepast te krijgen binnen de beschikbare ruimte en om zoveel mogelijk (Rijks)gelden naar de regio te halen. Onze samenwerking binnen de Metropoolregio Eindhoven (MRE) kan hieraan bijdragen mits de gemeenten, de subregio’s en de MRE-organisatie, ieder vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheden, een actieve bijdrage leveren en de gemaakte afspraken nakomen.

woningbouw, mobiliteit, bedrijventerreinen, landelijk gebied en energietransitie. Daarvoor is gekozen voor een meer programmatische aanpak met bijbehorende programmadoelen. De extra capaciteit voor de MRE-organisatie komt voort uit twee stappen, enerzijds het samenvoegen van (nu nog) verspreide initiatieven. Dit is het geval bij o.a. mobiliteit. En anderzijds door het toevoegen op regionale schaal van nieuwe opgaven, mobiliteit en het perspectief brede welvaart. De extra capaciteitsinzet voor een meer regionaal programmatische aanpak moet ertoe leiden dat er niet onnodig meer ‘werk’ bij gemeenten terecht komt.

Willen we als regio echt een extra stap zetten dan is extra capaciteit binnen Team MRE alleen van meerwaarde als ook binnen de gemeenten extra capaciteit wordt vrijgemaakt voor de regionale opgaven. Binnen de gemeente wordt immers de inhoudelijke inbreng, lokale standpunten, (politiek) draagvlak, verankering in lokaal beleid en de uitvoering georganiseerd. Voor de werkzaamheden van Team MRE is het essentieel dat dit goed is georganiseerd anders kan dit team niet verder. Bovendien verwachten we dat een groter team MRE meer initiatieven neemt, waardoor er meer werk op gemeenten afkomt. Voor ons is de vraag of alle 21 gemeenten bereid zijn en de mogelijkheden hebben om binnen de eigen organisatie voldoende capaciteit te kunnen vrijmaken voor (sub)regionale samenwerking. Werkprogramma 2023-2024 Samenspel MRE, subregio’s en gemeenten Om tot resultaten binnen de samenwerking te komen is niet alleen de inzet van de MRE-organisatie nodig. De inzet van bestuurders en medewerkers van de gemeenten en de afstemming binnen de subregio’s is hiervoor essentieel. Alleen als dit samenspel goed en strak georganiseerd en op orde is waarbij ook de subregio’s in hun kracht worden gezet, kunnen we als regio extra stappen zetten. In het werkprogramma missen wij hoe we dit samenspel gaan organiseren. Dit moet alsnog toegevoegd worden.

Daarbij komt dat wij uit het werkprogramma niet kunnen opmaken wat Team MRE concreet gaat doen en wat we van dit team concreet kunnen verwachten.

Strategie en samenwerking In de bijlage van het concept-werkprogramma is ook een schema opgenomen, dat is afgestemd met o.a. een van de subregio's (het SGE), waarin ook het samenspel schematisch is weergegeven.

Strategie en samenwerking De rollen van Team MRE zijn beschreven in het werkprogramma. De beschrijving hiervan is een

\-24

In het werkprogramma zien wij tevens nieuwe rollen voor team MRE ten opzichte van het samenwerkingsakkoord zonder nadere toelichting en duiding. Dit in combinatie met het ontbreken van afspraken over het organiseren van het samenspel geeft ons onvoldoende mogelijkheden om invulling te geven aan onze controlerende rol als raad zijnde. Wij verzoeken u om dit nader te concretiseren in het werkprogramma. Het werkprogramma lijkt primair gericht te zijn op Team MRE, zijn rollen en het rechtvaardigen van de beoogde formatieuitbreiding. Daarmee voldoet het niet aan onze verwachting. In het werkprogramma zou de samenwerking tussen de gemeenten centraal moeten staan; wie doet wat, hoe kunnen we kennis en middelen slim inzetten, welke inzet wordt van elke gemeente verwacht en willen/kunnen gemeenten deze ook leveren. De rol van Team MRE is om deze samenwerking te ondersteunen en zou in het werkprogramma niet centraal moeten staan. De MRE-organisatie is immers niet de samenwerking MRE. De benadering in het werkprogramma draagt niet bij aan het versterken van eigenaarschap en medeverantwoordelijkheid van gemeenten. Wij vinden dit een gemiste kans. Werkprogramma en inzet team MRE Wij vragen ons af of de activiteiten in het werkprogramma een verdubbeling van Team MRE rechtvaardigen. We realiseren dat de ambitie binnen de samenwerking hoog is.

Deze hoge ambitie kan Team MRE niet zelfstandig waar maken. De (extra) inzet van bestuurders en medewerkers van de gemeenten is hiervoor essentieel. In vele gemeenten worden nu al capaciteitsproblemen ervaren. Daarbij kampen gemeenten met meerdere openstaande vacatures, die in de huidige arbeidsmarkt lastig zijn in te vullen. Dit dwingt gemeenten om keuzes te maken in en te prioriteren van de inzet van ambtelijke capaciteit. De praktijk leert dat er nu al veel afwezigen zijn bij overleggen in MRE-verband en het gemeenten niet lukt om (tijdig) inbreng te leveren. Daarom vinden wij het belangrijk dat er in het kader van het werkprogramma afspraken worden gemaakt over ieders inzet waarop we elkaar kunnen aanspreken. Het initiatief om tot deze afspraken te komen ligt bij de directeur MRE. Pas als duidelijk is wat van gemeenten wordt verwacht en wat ze daadwerkelijk aan inzet kunnen leveren, kan bepaald worden wat een passende formatie is voor Team MRE.

verdere vertaling van het samenwerkingsakkoord in relatie tot de in het werkprogramma beschreven activiteiten.

Strategie en samenwerking In het werkprogramma is nadrukkelijk ingegaan op de activiteiten, die nodig zijn om de gezamenlijke programmadoelen te realiseren. Team MRE richt zich daarmee meer op de regionale strategische activiteiten in het regionaal belang. De rol van de portefeuillehouders is steviger geworden, doordat zij via het poho beter in staat worden gesteld te sturen op de regionale programmadoelen. Deze opzet draagt in onze ogen bij aan het versterken van het eigenaarschap en medeverantwoordelijkheid.

Strategie en samenwerking Zoals ook als reactie op eerdere zienswijzen is verwoord is een deel van de extra formatie al verspreid actief en wordt deze samengebracht binnen de regionale samenwerking om meer effectiviteit en een betere sturing te kunnen organiseren. Daarnaast zijn er extra taken bij de regionale samenwerking neergelegd wat rechtvaardigt dat daar ook capaciteit wordt ingezet en inzet op gepleegd zal worden (o.a. wonen en ruimte en het perspectief brede welvaart).

\-25

Prioritering Zoals hiervoor is opgemerkt is de ambitie binnen de samenwerking hoog. Om deze ambities waar te kunnen maken zou het beter zijn om ons eerst op een aantal onderwerpen te focussen en deze te realiseren. Vervolgens kan de focus op een nieuw onderwerp gericht worden. Het werkprogramma geeft het beeld dat we al onze ambities in de jaren 2023 en 2024 oppakken. We vragen ons af of dit realistisch is, mede vanwege ons beeld dat regionale samenwerking op dit moment nog onvoldoende is georganiseerd. Wij stellen voor een prioritering aan te brengen. De aandacht zou daarbij eerst moeten uitgegaan naar strategische verkenning, koersbepaling, visie, enz. voor 2030. Als deze trajecten (bijna) zijn afgerond dan starten met verkenningen en koersbepalingen richting 2040/2050. Dit geeft focus en voorkomt ruis om dat gelijktijdig op twee verschillende horizonnten geschakeld moet worden. Ruimte en wonen Binnen de subregio Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) werken 9 gemeenten samen op de thema’s wonen en ruimte. De afgelopen jaren hebben deze gemeenten goede resultaten geboekt op deze thema’s. Onze oproep is om deze ervaringen te gebruiken, de goede dingen over te nemen en aan te sluiten bij wat er al is bij het (op)nieuw vorm geven van dit thema binnen de MRE-samenwerking. Het zou jammer zijn als capaciteit en middelen worden ingezet om het wiel opnieuw uit te vinden.

Economie De bedrijvenprogrammering is als nieuwe activiteit opgenomen in het werkprogramma. In de periode voor 2018 werkten we binnen de MRE-samenwerking hier ook al aan. In 2018 is besloten dit niet langer meer te doen. Daarom hebben wij dit met 8 andere gemeenten opgepakt binnen de SGE-samenwerking. We zien dat het nu weer wordt opgepakt binnen de MREsamenwerking. Waarom is dit onderwerp opnieuw opgenomen in de MREsamenwerking? Wat wordt op subregionaal en regionaal niveau concreet opgepakt? Wat wordt concreet bedoeld met de coördinatierol van de MRE? Landelijk gebied Dit programma is vooral ingestoken vanuit oogpunt van landbouw en lijkt vooral gericht op de tegenstelling stedelijk en landelijk gebied. Het landelijke gebied heeft veel meer functies (o.a. ecosystemen), die ook aandacht moeten krijgen in dit

Strategie en samenwerking Binnen de onderwerpen is in de eerste inventarisatie van de regionale opgaven en de uitwerking daarvan in het conceptwerkprogramma al een eerste prioritering gemaakt. Daarbij zijn relevante wegingsfactoren geweest de urgentie, reeds bestaande bovenregionale afspraken met o.a. provincie of Rijk en de strategische samenhang hiervan. Dit heeft geleid tot het concept-werkprogramma. Als concreet voorbeeld, de regionale ontwikkelstrategie zal straks ook gaan dienen als inbreng voor het ruimtelijk voorstel, dat op 1 oktober gereed zal moeten zijn.

Ruimte en wonen Geheel eens met deze oproep. Het is allerminst de bedoeling om dingen dubbel te doen. Er wordt al afstemming gezocht om de werkzaamheden goed op elkaar af te stemmen en op gebied van wonen worden op dit moment al de ervaringen van het SGE benut. Dit principe van leren van elkaars ervaringen geldt natuurlijk niet enkel voor het SGE, maar ook voor de andere subregio's. Strategie en samenwerking / Economie De coördinatie bedrijventerreinen is op verzoek van alle 21 gemeenten en de provincie NoordBrabant op de agenda gekomen in 2021. Daarover is een besluit genomen op de Omgevingsdag. Het doel van de coördinatie is om tot een betere gezamenlijke afstemming te komen en kwalitatieve programmering van bedrijventerreinen.

Landelijk gebied Het landelijk gebied is als totaal benaderd. In de provinciale en Rijksopgaven, waaraan we een bijdrage leveren gaat het om de integraliteit van de opgave.

\-26

programma. Daarbij zou de nadruk moeten liggen op de relatie tussen stedelijk en landelijk gebied. In dit kader zou het goed zijn om ook melding te maken van NOVEX Stedelijk Brabant. Wij zien geen noodzaak om het in 2020 vastgestelde streefbeeld te herzien, omdat het inhoudelijk nog goed aansluit met de gewenste ontwikkelingen. De inzet zou gericht moeten zijn op monitoring van de gestelde doelen. De MRE dient zich meer in te zetten tot het ontsluiten van kennis over de ontwikkelingen binnen het landelijke en provinciale beleid over de nu lopende beleidsprogramma’s, zoals NPLG, NOVEX de Peel en NOVEX Stedelijk Brabant. Begroting 2024 Financiering formatie-uitbreiding We constateren dat de inwonersbijdrage conform afspraken wordt geïndexeerd. Tegelijkertijd blijkt uit de begroting dat er fors geïnvesteerd wordt in formatie-uitbreiding. Deze formatieuitbreiding wordt grotendeels gefinancierd door Rijksgelden en vanuit de inwonersbijdrage Stimuleringsfonds. Wij lezen in de risicoparagraaf nieuwe potentiële risico’s ten opzichte van de Begroting 2023 in verband met het niet ontvangen van externe financiële middelen en bezuinigingen bij gemeenten met als gevolg een lagere inwonersbijdrage. De forse formatie-uitbreiding neemt extra risico’s met zich mee en dit achten wij niet wenselijk.

Gelet op het bovenstaande verzoeken wij u een pas op de plaats te maken met betrekking tot de formatie-uitbreiding en deze te beperken tot het hoogst noodzakelijke. Het is onwenselijk om formatie-uitbreiding te financieren met incidentele inkomsten (lees: Rijks- en provinciale gelden). Daarom verzoeken wij u om incidentele inhuur of detachering vanuit de gemeenten te overwegen in plaats van het werven van nieuwe medewerkers. Deze inhuur/detachering zou gefinancierd kunnen worden vanuit de Rijks- en provinciale gelden, waarvan zeker is dat de MRE deze gelden ontvangt. Wij zijn verbaasd te lezen dat vanuit het Stimuleringsfonds formatie-uitbreiding wordt gefinancierd. Deze inwonersbijdrage is immers beoogd voor een ander doel. Is dit niet oneigenlijk? Wat zijn de gevolgen nu de hoogte van het Stimuleringsfonds naar beneden wordt bijgesteld? Is er in het verleden door gemeenten niet te veel bijgedragen aan het Stimuleringsfonds nu deze gelden niet nodig zijn voor het eigenlijke doel? We missen een nadere toelichting hierop in de conceptbegroting.

Landelijk gebied Monitoren is opgenomen in het werkprogramma. We zoeken daarbij aansluiting met soortgelijke activiteiten o.a. in het kader van NOVEX De Peel. Het streefbeeld wordt getoetst op actualiteit en zo nodig geactualiseerd. Is het oordeel dat dit niet nodig is dan wordt het streefbeeld niet geactualiseerd. Financiën Wij gaan er van uit dat de externe financiering wordt gerealiseerd. Er bestaat echter altijd een risico dat dit niet geheel het geval is. Om deze reden is dit benoemd en gekwantificeerd in de risicoparagraaf. Bij het voorstel tot resultaatbestemming van de Jaarrekening 2022 wordt een toevoeging aan de algemene reserve voorgesteld, waarmee dit risico wordt afgedekt.

Financiën Wij onderschrijven dat structurele lasten gedekt moeten worden door structurele inkomsten. MRE gaat er gezien de opgaven vanuit dat de betreffende Rijks- en provinciale middelen voor een langere termijn dan 3 jaar beschikbaar zijn en beschouwt deze daarmee als structureel.

Financiën Voorgesteld wordt de inwonerbijdrage Stimuleringsfonds te verlagen en de inwonerbijdrage Regionale opgave voor hetzelfde bedrag te verhogen. De formatieuitbreiding wordt gedekt uit de bijdrage Regionale opgaven en is daarmee niet oneigenlijk. Met een gelijkblijvend aantal aanvragen/ toekenningen zijn er geen gevolgen op korte

\-27

Oirschot def Reusel-De Mierden def

Verschuivingen in werkbudgetten In het Samenwerkingsakkoord is een nieuw thema, ruimte en wonen, opgenomen. Om werkbudget voor dit thema vrij te maken, is het werkbudget van andere thema’s naar beneden bijgesteld. Uit het werkprogramma kunnen wij niet opmaken dat de ambities op deze andere thema’s naar beneden zijn bijgesteld c.q. dat er een prioritering is aangebracht. Wat heeft deze verlaging van werkbudgetten voor consequenties voor de desbetreffende thema’s? Wij hebben besloten geen zienwijze in te dienen en wensen u succes met de realisatie van uw voornemens. Werkprogramma 2023-2024 Er bestaat veel samenhang tussen de thema’s ruimte en wonen, mobiliteit, energietransitie, economie en het landelijk gebied. Deze samenhang in de praktijk brengen is van belang om te voorkomen dat in het ene thema besluiten worden genomen of uitvoering wordt gegeven aan zaken, die in het nadeel zijn van of tegenstrijdig zijn aan hetgeen bij andere thema’s leeft. In de totstandkoming van het Samenwerkingsakkoord 20232026 is deze samenhang verwerkt via de overkoepelende begrippen schaalsprong en brede welvaart. Ook het in het samenwerkingsakkoord beschreven besturingsmodel (governance) van de MRE is erop gericht om in te spelen op de samenhang tussen de thema’s. In het werkprogramma worden de samenhang en de daarop te nemen acties ook uitgebreid beschreven, maar wel op een abstract niveau.

termijn. In het verleden zijn onder andere de uitvoering Regio Deal 1 en de Corona Herstelaanpak met middelen uit het Stimuleringsfonds (in lijn met de doelstelling) ingezet. Er is daardoor niet teveel bijgedragen. Strategie en samenwerking / Financiën In de begroting wordt uitgegaan van een evenredige verdeling van de van de werkbudgetten over de verschillende thema's. Deze lijn is in de Begroting 2024 doorgezet. Bij de realisatie van de werkzaamheden zal blijken of de uitgaven binnen de budgetten verantwoord kunnen worden of dat bijstelling nodig is.

Strategie en samenwerking Om nadere invulling te geven aan de samenhang tussen de verschillende programma's zullen op gezette tijden crossovers plaatsvinden tussen de portefeuillehoudersoverleggen. Daarnaast worden organisatorisch poho-overleggen in praktische zin op elkaar afgestemd qua tijd en agenda. Ook zullen we op raadsniveau tijdens de Metropoolconferenties hier extra aandacht aan schenken.

Het anticiperen op de samenhang tussen de thema’s achten wij van groot belang om tot integraal afgewogen besluiten of uitvoeringsactiviteiten te komen, die behulpzaam zijn aan de doelstellingen van alle thema’s. De samenhang tussen de thema’s heeft ons inziens in het werkprogramma voldoende aandacht, maar komt onvoldoende tot uiting in concrete acties of maatregelen. We verzoeken de MRE daarom om deze concrete acties en maatregelen nader te beschrijven in het werkprogramma. We stellen voor om dat onder hoofdstuk 2 van het werkprogramma nader uit te werken.

\-28

Landelijk gebied Pagina 34 - De afstemming trajecten BPLG / Novex de Peel / Novex Stedelijk Brabant / PMIEK / ruimtelijk voorstel met de regionale ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. Deze taak staat alleen ingepland voor 2023. Deze trajecten worden dit jaar niet afgerond en gelden ook voor 2024. De MRE zorgt voor een monitor Vitaal Platteland, waarbij zal worden aangesloten op bestaande (landelijke) initiatieven. Onduidelijk is wat dit inhoudt en toevoegt aan lopende trajecten. Dit graag omschrijven in het werkprogramma. Pagina 35 - Oprichten werkgroep regionale voedselstrategie Wij verzoeken de MRE eerst te onderzoeken wat de behoefte is aan een nieuwe werkgroep en of hier capaciteit voor beschikbaar is bij de gemeenten. De coördinatie is ingevuld voor 2023, dit zou ook moeten gelden voor 2024. Ruimte en wonen Door de toevoeging van het programma ruimte en wonen wordt ook een beroep gedaan op de (gemeentelijke) capaciteit. Het is van belang de samenhang van de programma’s te blijven zien en overlappingen (dezelfde zaken op verschillende tafels) te voorkomen zodat de extra personele capaciteit wordt geminimaliseerd. Ten behoeve van onze realisatiekracht is er daarom de behoefte aan een eenvoudigere structuur (governance), waarbij besluiten die genomen worden centraal worden gecommuniceerd ten behoeve van het behouden van het totale overzicht.

Gemeentelijke capaciteit De impact voor inzet van de Metropoolregio Eindhoven is in het concept-Werkprogramma 2023-2024 uitgewerkt, die voor de individuele gemeenten niet. De inzet van extra capaciteit op kleinere gemeenten zal behoorlijk zijn. Kleinere gemeenten kunnen op subregionaal niveau weliswaar samenwerken om beschikbare capaciteit optimaal te benutten, maar ook dit zal voor de gemeente Reusel-De Mierden niet toereikend zijn. Inzet van capaciteit op subregionaalniveau (De Kempen) is vooralsnog het maximaal haalbare. Voor de overige programma’s regionale samenwerking en strategie, mobiliteit, energietransitie en economie dienen wij geen zienswijze in. Begroting 2024 Formatie-uitbreiding / Stimuleringsfonds Het betreft hier tijdelijke formatie om het samenwerkingsakkoord en de Brainport Agenda te realiseren. Dit sluit aan op de Beleidsregel Stimuleringsfonds Metropoolregio Eindhoven 2023

Landelijk gebied Inderdaad, dat klopt

VOORSTEL het werkprogramma hierop aanpassen

Landelijk gebied Monitoren is opgenomen in het werkprogramma. We zoeken daarbij aansluiting met soortgelijke activiteiten o.a. in het kader van NOVEX De Peel. Landelijk gebied De begeleiding van de activiteiten op het gebied van voedselstrategie wordt vooraf met ambtenaren en bestuurders besproken. Ruimte en wonen Dank voor het delen van deze behoefte. Ook het MRE streeft naar een eenvoudige structuur.

Strategie en samenwerking / ruimte en wonen We nemen kennis van uw opmerking inzake de mogelijk te leveren capaciteit binnen dit thema. We wijzen u erop dat we regionaal bezig zijn met het inrichten van een woonfonds, waarbij we ook de intentie hebben om een flexibele schil in te richten waar gemeenten in specifieke gevallen gebruik van kunnen maken.

Strategie en samenwerking / Financiën Het betreft een verschuiving van de inwonerbijdrage, waardoor de Beleidsregel Stimuleringsfonds niet meer van toepassing is.

\-29

van 14 november 2022. Om te billijken dat de middelen onttrokken worden aan de stimulering van andere projecten in de triple helix, moet de tijdelijke formatie getoetst worden aan genoemde beleidsregel. Dat houdt in dat de extra personele inzet vanuit de MRE ook in lijn moet zijn met deze beleidsregel. Dat betekent dat de tijdelijke inzet maximaal 3 jaar uit het Stimuleringsfonds betaald wordt conform artikel 3.2. Dit betekent eveneens dat er geen verplichtingen aangegaan worden voor een langer durende inzet van menskracht dan die maximale periode van 3 jaar. Dit betekent dat flexibel 12 fte aan extra menskracht moet worden ingeschakeld. Uitbreiden personele capaciteit ongewenst Het uitbreiden van de personele capaciteit met 12 fte (zijnde een uitbreiding van 60%) wordt als ongewenst beschouwd, aangezien de MRE een strategisch samenwerkingsverband is en de voorbereiding en uitvoering van beleid bij de individuele gemeenten ligt. Dit in combinatie met de uitbreiding met één beleidsveld, en het verleggen van de focus, rechtvaardigt een dergelijke uitbreiding van de capaciteit niet. Om onafhankelijke ontwikkeling, advisering en uitvoering van de opgaven te garanderen, dient de extra formatie betrokken te worden uit minimaal 3 verschillende organisaties.

Strategie en samenwerking Zoals ook in reactie op andere zienswijzen is aangegeven zal een deel van de extra personele capaciteit bij een van de 21 gemeenten vandaan komen. Daarnaast zal een ander deel van de capaciteit worden samengevoegd uit reeds bestaande verspreide initiatieven. E.e.a. om snelheid in de realisatie van de regionale ambities te houden. We nemen uw opmerking mee om een proces op te starten over de hoogte van de inwonersbijdrage.

Indien na 3 jaar nog behoefte is aan extra inzet van personele capaciteit op ditzelfde onderwerp, dan moet deze beschouwd worden als structurele capaciteit en kan deze niet meer gefinancierd worden uit de middelen van het Stimuleringsfonds. Dan lijkt het vooralsnog logisch om tijdig als regio de discussie te voeren over de hoogte van de inwonerbijdrage. Capaciteit gemeenten / Stimuleringsfonds De impact voor inzet van de MRE is gekwantificeerd, die voor de individuele gemeenten niet. Juist de impact op kleinere gemeenten zal enorm zijn en tijdelijk van aard, net als bij de MRE. Kleinere gemeenten kunnen op subregionaal niveau weliswaar samenwerken om beschikbare capaciteit optimaal te benutten, maar ook dit zal niet toereikend zijn. Daarom is het nodig en billijk om niet alleen de MRE, maar ook

Strategie en samenwerking / Stimuleringsfonds De verschuiving uit het Stimuleringsfonds is er primair op gericht om de opgaven ruimte en wonen en het perspectief brede welvaart regionaal steviger op te pakken. Wanneer we vanuit het Stimuleringsfonds naast formatie team MRE ook formatie voor de

\-30

Someren

def

de subregio’s te ondersteunen met een financiële bijdrage uit het Stimuleringsfonds voor een periode van maximaal 3 jaar en de conceptbegroting hierop aan te passen.

subregio's gaan financieren, dan daalt het beschikbare budget voor de projecten tot onder de bijdrage. die nu jaarlijks voor projecten wordt uitgezet. Projecten, die op basis van kwaliteit een bijdrage zouden ontvangen, ontvangen deze dan niet vanwege het tekort aan financiële middelen. We gaan daarmee dan tornen aan de initiële doelstelling van het Stimuleringsfonds, dit staat haaks op de afspraken uit het onlangs vastgestelde samenwerkingsakkoord.

Voorzieningenniveau De conceptbegroting op het onderwerp van het voorzieningenniveau in lijn te brengen met het conceptwerkprogramma. In zijn vergadering van 1 juni jl. heeft de raad de conceptbegroting en het conceptwerkprogramma besproken. Zowel de conceptbegroting als het conceptwerkprogramma geven de raad geen aanleiding tot het indienen van een (nieuwe) zienswijze anders dan de bij brief van 30 januari jl. ingediende zienswijze op het conceptSamenwerkingsakkoord 2023-2026 van de Metropoolregio. Financiën Met nadruk wijst de raad nogmaals op het onderdeel ‘Financiën’ zoals opgenomen in voornoemde brief: Een punt van zorg is de financiële onderbouwing en uitwerking van dit akkoord. In de aanbiedingsbrief staat vermeld dat begin 2023 een organisatievoorstel volgt. Wij zullen dit voorstel afwachten. Het maakt echter het instemmen met het samenwerkingsakkoord wel moeilijk, omdat nu nog niet duidelijk is of dit akkoord realistisch, uitvoerbaar én betaalbaar is.

Financiën Indien hier over voorzieningenniveau in inhoudelijke zin wordt gesproken zullen we deze op elkaar afstemmen.

Financiën De Metropoolregio Eindhoven zal uitvoering geven aan de begroting c.q. het werkprogramma, zoals deze wordt vastgesteld door het Algemeen Bestuur.

De reden voor deze aandacht is het feit de financiële positie van de gemeente Someren behoorlijk onder druk staat. Op basis van een voorlopige prognose verwachten wij negatieve resultaten over de jaren 2024-2027. Als onverhoopt mocht blijken dat de Meicirculaire Gemeentefonds 2023 voor onze gemeente onvoldoende financieel perspectief biedt om over 2024 een gemeentebegroting met een positief resultaat op te stellen dan zijn wij genoodzaakt om te besparen. In dat geval verwachten wij dan dat ook de Metropoolregio een bijdrage levert aan deze besparing.

\-31

Son en Breugel def

Werkprogramma 2023-2024 Logische uitwerking van samenwerkingsakkoord We hebben geen inhoudelijke reactie op het conceptwerkprogramma. Het concept-werkprogramma is een logische uitwerking op het Samenwerkingsakkoord 2023-2026. We zijn blij met de aandacht voor brede welvaart en de manier, waarop het MRE met dit thema aan de slag wil gaan. Uitbreiding MRE-organisatie niet concreet onderbouwd Als regio staan we komende jaren voor grote uitdagingen, die grotendeels samenhangen met de schaalsprong die de regio naar verwachting gaat doormaken. In onze zienswijze op het concept-samenwerkingsakkoord hebben we al aangegeven dat we hiervoor ook een organisatorische schaalsprong voorzien. In het concept-werkprogramma zien we die verwachting op twee manieren uitkomen: -De manier van werken binnen de regio wordt aangepast naar programmasturing. Hiervoor zal de MRE-organisatie worden aangepast. We ondersteunen deze heldere keuze. Tegelijkertijd vragen we ook aandacht voor de rol van de zogenaamde subregio’s en gemeenten in de regionale samenwerking. Dit is in onze ogen nog niet voldoende uitgewerkt. Dat is wel nodig om succesvol samen te werken aan de grote opgaven van de toekomst. - Voorgesteld wordt om de MRE-organisatie uit te breiden met 12 fte. Gezien het voorgaande vinden we het logisch dat de omvang van de MRE-organisatie wordt uitgebreid.

De omvang van die uitbreiding wordt in het werkprogramma echter niet concreet onderbouwd. In onze ogen is het aantal benodigde fte’s en de invulling van die functies een afgeleide van een organisatievoorstel of -model. Deze missen we, waardoor het lijkt alsof zaken in een verkeerde volgorde worden gedaan. Hierdoor kunnen we ons onvoldoende een inhoudelijke mening vormen over uw voorstel. Naar onze mening is het conceptwerkprogramma nog onvoldoende uitgewerkt om te worden vastgesteld. Begroting 2024 In het concept-werkprogramma 2023-2024 is beschreven op welke manier u de MRE-organisatie wil veranderen en uitbreiden. De financiële gevolgen hiervan zijn opgenomen in de concept-Begroting 2023-2024. Hiervoor stelt u grofweg een

Strategie en samenwerking

Strategie en samenwerking De BD-opdracht aan een extern adviesbureau gaat over de inrichting van de organisatie op basis van het samenwerkingsprogramma, conceptbegroting en het conceptwerkprogramma. In dit advies wordt met dezelfde (formatie)uitgangspunten rekening gehouden, die nu ook voorliggen.

\-32

drietal keuzes voor, waar wij diverse vragen en opmerkingen bij hebben. Toevoegen thema “ruimte en wonen” gaat ten koste van andere thema’s In de begroting zien we dat voor het nieuwe thema ruimte en wonen een bedrag á € 43.097,-- voor programmakosten is opgenomen. Dit bedrag is bij elkaar ‘geschraapt’ door de programmakosten van de andere thema’s te verlagen. Betekent dit dat de activiteiten bij de andere thema’s worden verminderd? In onze ogen staat dit haaks op het beeld dat de regionale opgave voor alle thema’s groter is geworden ten opzichte van afgelopen jaren. Helaas vinden we in de begroting (en ook niet in het concept-werkprogramma) geen toelichting op de gemaakte keuzes. Inzet externe middelen maakt meerjarenbegroting onzeker In de begroting wordt voorgesteld om 6,5 fte van de personele uitbreiding te financieren met externe middelen van bijvoorbeeld provincie en Rijk. Dit brengt personeelsrisico’s met zich mee. Het voorstel is gebaseerd op bijdragen, die de regio momenteel en komende jaren ontvangt van het Rijk. Er is volgens ons geen zicht op de continuïteit van deze middelen. Hoewel sprake is meerjarige afspraken, zien we dat toch als incidentele bijdragen. Het lijkt ons niet verstandig om deze in te zetten voor vaste fte’s. We vragen u om een nadere toelichting van de manier waarop u wil omgaan met de bijbehorende risico’s.

We vrezen dat op het moment dat de externe middelen lager worden, een beroep wordt gedaan op gemeenten. Op voorhand willen wij ons niet committeren aan dit financiële risico. Leidt verlagen Stimuleringsfonds tot minder innovatie? Een ander deel van de personele uitbreiding van de MREorganisatie wordt gefinancierd door het verlagen van het Stimuleringsfonds. Als gevolg hiervan kunnen we komende jaren minder veelbelovende ideeën en plannen helpen. Voor een innovatieve regio als Brainport vinden we het Stimuleringsfonds een belangrijk instrument. Ook voor deze keuze missen we een toelichting in de begroting. Gemaakte keuzes sluiten niet aan bij grote opgave en ambities Het Samenwerkingsakkoord 2023-2026 en het conceptwerkprogramma zijn gebaseerd op de grote opgaven, die op onze regio afkomen in combinatie met de ambities die we samen hebben. Dit leidt ertoe dat het werkpakket van het MRE

Strategie en samenwerking / financiën In de begroting wordt uitgegaan van een evenredige verdeling van de van de werkbudgetten over de verschillende thema's. Deze lijn is in de Begroting 2024 doorgezet. Bij de realisatie van de werkzaamheden zal blijken of de uitgaven binnen de budgetten verantwoord kunnen worden of dat bijstelling nodig is.

Financiën Wij onderschrijven dat structurele lasten gedekt moeten worden door structurele inkomsten. MRE gaat er gezien de opgaven vanuit dat de betreffende Rijks- en provinciale middelen voor een langere termijn dan 3 jaar beschikbaar zijn en beschouwt deze daarmee als structureel. Wij gaan ervan uit dat de externe financiering wordt gerealiseerd. Er bestaat echter altijd een risico dat dit niet geheel het geval is. Om deze reden is dit benoemd en gekwantificeerd in de risicoparagraaf. Bij het voorstel tot resultaatbestemming van de jaarrekening 2022 wordt een toevoeging aan de algemene reserve voorgesteld, waarmee dit risico wordt afgedekt. Strategie en samenwerking / Stimuleringsfonds Wij verwachten geen negatief effect binnen het Stimuleringsfonds op het subsidiëren van innovatieve projecten.

Strategie en samenwerking / Financiën Door de inwonerbijdrage Stimuleringsfonds te verlagen en de inwonerbijdrage Regionale opgaven voor hetzelfde bedrag te verhogen, wordt, in combinatie met de inzet van externe middelen bereikt dat de inwonerbijdrage op

\-33

Valkenswaard

def

toeneemt. Toch zien we in de meerjarenbegroting dat de inwonersbijdrage (afgezien van de jaarlijkse indexatie) niet toeneemt. Dit is voor ons uiteraard erg prettig, maar tegelijkertijd voelt het ook vreemd. Het is logischer om te verwachten dat de uitvoering van het samenwerkingsakkoord vraagt om een hoger budget. De nu voorgestelde keuzes leiden echter tot verlaging van bedragen in andere onderdelen van de begroting. De voorgestelde keuzes niet zijn toegelicht. Het is voor ons dan ook onmogelijk om er een inhoudelijke zienswijze op te geven. Wij worden graag beter betrokken bij te maken keuzes In onze zienswijze op het concept-samenwerkingsakkoord hebben we expliciet aandacht gevraagd voor een regionale discussie over de gevolgen voor de MRE-organisatie en de manier van werken. We vragen u dan ook om de gemeenten beter te betrekken bij deze keuzes, zoals u zelf op pagina 9 van het concept-werkprogramma aangeeft: “Dit doen we vanuit het versterken van eigenaarschap en medeverantwoordelijkheid door het in positie brengen en houden van de gemeente(raden) en colleges van b&w.” De eerstvolgende mogelijkheid daarvoor dient zich binnenkort aan. We doelen hierbij op het organisatie-adviestraject, waarvoor u onlangs een adviesbureau heeft ingeschakeld. We stellen voor om in dat traject een goede regionale discussie te voeren, waarbij ook de gemeenteraden worden betrokken.

Werkprogramma 2023-2024 Eerder hebben wij aan de hand van uw Bouwstenennotitie een goed gesprek gevoerd over de MRE samenwerking, onze relatie als gemeente Valkenswaard met deze samenwerking en de toekomst van onze regio. De basis van het gesprek dat wij destijds gevoerd hebben, was een positieve. Onze eerder met u gedeelde zienswijze op het concept-samenwerkingsakkoord was eveneens positief doch kritisch op enkele punten. We zien duidelijk de meerwaarde van de MRE. Die blijkt eens temeer uit het onderzoek ‘Meerwaarde MRE’ dat in 2022 is uitgevoerd door onze rekenkamer. Deze meerwaarde zien wij nu ook weer terug in de plannen en ambities, zoals opgenomen in het conceptwerkprogramma. Aanvullend op onze positieve houding ten opzichte van de MRE samenwerking, geven we middels deze zienswijze echter ook enkele aandachtspunten en punten van zorg mee. Eerst in algemene zin, daarna meer specifiek inhoudelijk. We hebben vergelijkbare coördinatie op sociale thema’s nodig

totaalniveau gelijk blijft.

Strategie en samenwerking Het organisatieadvies richt zich op de inrichting van de organisatie in het verlengde van de kaders die in het samenwerkingsakkoord zijn vastgesteld. Het samenwerkingsakkoord heeft een breed gedragen regionaal proces doorlopen en de keuzes daarin zijn unaniem ondersteund in het Algemeen Bestuur.

Strategie en samenwerking De regionale agenda kenmerkt zich in de basis

\-34

Wat wij reeds aangegeven hebben in onze zienswijze op het samenwerkingsakkoord, is dat de MRE zich uitsluitend richt op strategische coördinatie van ruimtelijke thema’s, maar dat de strategische coördinatie op sociale thema’s binnen de regio Zuidoost Brabant sterk achter blijft. Met Brainport Voor Elkaar wordt hier (opnieuw) een aanzet toe gedaan, maar de urgentie is nu al bijzonder hoog. We kunnen eigenlijk niet wachten tot een nieuw initiatief volledig tot wasdom komt op basis van de vrijwillige deelname. Er is nú actie nodig om te voorkomen dat ons sociaal-maatschappelijk weefsel bezwijkt onder de nu al hoge druk van de schaalsprong, die met toenemende impact op ons af komt. We zien dat ons continue betoog voor coördinatie op sociale thema’s haar vruchten afwerpt en hier in het werkprogramma aandacht voor begint te komen. Dat neemt niet weg dat we op sociale thema’s nog een grote inhaalslag te maken hebben.

door een inhoudelijke agenda met ‘ruimtelijke’ onderwerpen. Door toepassing van het perspectief brede welvaart brengen we de sociaal-maatschappelijke impact van deze ontwikkelingen beter in beeld en werken we gezamenlijk toe naar een regionaal perspectief. Een en ander is ook in de aanbiedingsbrief van het samenwerkingsakkoord nadrukkelijk opgenomen en zal deze periode extra aandacht krijgen. We begrijpen uw zorgen over de sociaalmaatschappelijke impact als gevolg van de groei met als voorbeelden de tekorten aan voldoende huisartsen. Daarvoor is in het werkprogramma een opdracht opgenomen om het voorzieningenniveau van de regio in beeld te brengen.

Ambtelijke capaciteit bij gemeenten is een groot knelpunt De vraag, die op gemeenten af komt met het samenwerkingsakkoord, de werkprogramma’s, de schaalsprong, de regionale ontwikkelstrategie en alle andere opgaven die vanuit Rijk, provincie of MRE komen, is dusdanig groot dat ambtelijke organisaties op dit moment worstelen met beschikbare capaciteit om alles op te pakken. Deze worsteling lijkt met de huidige arbeidsmarkt en ambities voor de toekomst eerder groter dan kleiner te worden. Dit knelpunt geldt voor elk van de thema’s binnen het MRE-werkprogramma.

Strategie en samenwerking Wij verwijzen in uw zienswijzen graag naar de reactie zoals geformuleerd bij Heeze-Leende.

Daarnaast lijkt het ons zinvol om als MRE-gemeenten afspraken te maken over het concurreren om medewerkers werkzaam binnen andere MRE gemeenten. Samenwerking als het gaat om inzet van capaciteit, kennis en kunde zou daarentegen een welkome aanvulling zijn. In de organisatiestructuur missen wij borging van democratische legitimiteit De keuzes, die we als MRE-regio maken, gaan ergens over. De plannen die binnen de MRE structuren opgesteld worden, zoals bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, het samenwerkingsakkoord en de werkprogramma’s, hebben grote impact op de 21 gemeenten binnen de MRE regio. Deze plannen worden vervolgens voorgelegd aan gemeenteraden, die middels zienswijzen hun visie op de voorgelegde plannen kunnen meegeven, als daar al de mogelijkheid toe bestaat. Het Algemeen Bestuur van de MRE neemt vervolgens een besluit over wat zij doet met de zienswijzen. Daarmee hebben

Strategie en samenwerking Wij verwijzen in uw zienswijzen graag naar de reactie, zoals geformuleerd bij Heeze-Leende.

\-35

gemeenteraden slechts indirect zeggenschap over zaken, die fundamenteel raken aan hun gemeente. Volgens artikel 160 en 169 van de Gemeentewet, hebben gemeenteraden een besluitvormende bevoegdheid als het gaat om keuzes met significante impact op hun gemeente. Kijkend naar de keuzes ,die binnen de MRE en op de bestuurlijke overlegtafels gemaakt worden, missen wij de stem van de gemeenteraden in deze keuzes en constateren wij dat gemeenteraden onvoldoende in positie zijn over besluiten die hun gemeenten aan gaan. Graag zien wij dat de MRE een gesprek tussen de 21 gemeenteraden faciliteert over hoe deze democratische legitimiteit wel geborgd kan worden. Tot slot in algemene zin vragen wij aandacht voor de doorlooptijden van agendering van thema’s binnen de verschillende gremia. Goede en zorgvuldige besluitvorming vraagt om goede en zorgvuldige voorbereiding, zowel ambtelijk, bestuurlijk als politiek. Het is van belang dat hiervoor voldoende tijd beschikbaar is, rekening houdend met de benodigde tijd voor het procesmatige gedeelte van agendering. Onze natuur maakt ons uniek en biedt unieke kansen Valkenswaard heeft met haar Natura2000 gebieden (de Groote Heide en de beekdalen) en de Malpie een fysiek unieke ligging.

Dit heeft ertoe geleid dat Valkenswaard zich positioneert als ‘De Tuin van Brainport’, waarin onze natuur met offline recreatie de mogelijkheid biedt om te ontsnappen aan de hectiek van het grootstedelijke leven in Brainport. Zowel ten zuiden van Valkenswaard als ten noorden van Valkenswaard liggen in de natuur grote kansen met raakvlakken op meerdere domeinen. Dit vraagt echter wel om krachtige borging van de positie van die natuur. Het begin is gemaakt, maar wij zouden dit graag nadrukkelijker terug zien. Positie natuur mag niet ondergeschikt zijn aan vraag naar groei De schaalsprong die op ons af komt, legt een grote claim op de schaarse ruimte die we in Zuidoost Brabant hebben. Daarnaast liggen er claims op gebied van wonen, mobiliteit, de RES 1.0 etc. Al met al hebben we meer claims dan beschikbare ruimte. Dit betekent dat fundamentele keuzes gemaakt zullen moeten worden en dat we moeten accepteren dat niet alles kan. Het is bij deze afwegingen van belang om de natuur niet ondergeschikt te maken aan ruimtelijke claims met een (in euro’s uitgedrukt) gunstiger verdienmodel. Juist als we onze natuur als uitgangspunt nemen, kan een grote bijdrage geleverd worden aan onze klimaatambities, een groeiende economie en een gezonde, duurzame leefomgeving voor de gehele regio. Natuur

Strategie en samenwerking We nemen uw opmerking over het tijdig in procedure brengen van de verschillende documenten mee in de vervolgstappen. Het blijft daarin zoeken naar een balans vanwege de verschillende behandelcycli bij gemeenten in doorlooptijd en opzet. Ruimte De verwachting is dat de Ontwikkelstrategie dit deze oproep zal ondersteunen.

Ruimte Dit doen we expliciet in de ontwikkelstrategie door bodem en water als belangrijk ontwikkelprincipe te hanteren.

\-36

laat zich niet zomaar uitdrukken in economische waarde, maar heeft een onschatbare maatschappelijke waarde. Wij pleiten er daarom sterk voor om natuur, water, lucht en bodem meer status te geven. Natuur is bij uitstek een middel om klimaatambities te realiseren Vanuit het perspectief dat natuur niet ondergeschikt mag zijn aan de vraag naar groei, zien wij ook kansen op gebied van het realiseren van de klimaatambities en het Klimaatakkoord. Natuur, zeker zoals we die in Valkenswaard kennen, heeft buitengewoon positieve impact op klimaatadaptatie en waterberging. Door het versterken van onze natuur én onze beekdalen , kunnen wij als gemeente een specifieke bijdrage leveren aan de klimaatambities die we in onze regio hebben. Dit betekent tegelijkertijd dat er spanning zit op de invulling van onze ruimte en daarmee op het behalen van de doelen uit de RES 1.0. Een windmolen in een Natura2000 gebied zou immers onwenselijk zijn. Met haar natuur wil Valkenswaard vanuit een specifieke invalshoek bijdragen aan het realiseren van het Klimaatakkoord. Echter, zoals reeds gesteld, laat natuur zich niet zomaar uitdrukken in economische waarde en financiële baten, maar brengt deze wel kosten met zich mee. De financiële consequenties van de RES 1.0 moeten wat Valkenswaard betreft uiteindelijk wel in balans gebracht worden met de financiële consequenties van de Valkenswaardse natuur.

Landelijk gebied Valkenswaard biedt grote kansen voor leisure Kijkend naar de ligging en fysieke kenmerken van Valkenswaard en de mogelijkheden tot recreatie in onze natuur, zien wij op het thema landelijk gebied dan ook vooral leisure als economische drager. We geven al reeds lange tijd aan dat we leisure-economie graag terug zouden zien in het thema landelijk gebied, met een crossover naar het thema economie (waarin leisure als economische drager eveneens niet of nauwelijks genoemd wordt).

Tegelijkertijd draagt Valkenswaard mede zorg voor haar agrarische ondernemers Minder groot is in Valkenswaard het vraagstuk rondom landbouw en voedselkringlopen, wat niet wegneemt dat wij mede zorgdragen voor de toekomst van onze agrarische ondernemers en hen willen faciliteren bij de omschakeling naar

Energietransitie Bij het opstellen van de concept-RES is een onderzoek uitgevoerd naar hoe andere opgaven in het gebied gecombineerd kunnen worden met de energie-opgave om zo een grotere meerwaarde voor de regio te creëren. Hiervoor zijn per landschapstype de mogelijkheden voor inpassing in het landschap, aanpassing van het landschap en transformatie van het landschap onderzocht. Invulling van de zoekgebieden vergt altijd lokaal maatwerk wat de ruimtelijke inpassing en de lokale situatie betreft.

Landelijk gebied / economie In de op dit moment op te stellen visie op bedrijventerreinenprogrammering wordt aandacht besteed aan de subregionale profilering. De focus van de A2-gemeenten op lokaal ondernemerschap en leisure wordt hierin meegenomen. Ook de dit jaar nog te bespreken voortzetting van deelname aan het provinciale Leisure Ontwikkelfonds kan bijdragen aan de economische ambities van Valkenswaard.

-

De betekenis van R&T wordt in de bijdragen aan trajecten van Rijk en provincie en NOVEX De Peel meegenomen. Landelijk gebied De context van de ontwikkelingen op hogere schaalniveaus zijn uitdagend.

\-37

generatie-inclusieve landbouw of bij het vinden van een andere invulling van hun ondernemerschap en percelen. De onzekerheid, die op dit vlak blijft bestaan door politieke ontwikkelingen op landelijk en provinciaal niveau draagt naar ons inzicht niet bij aan het vertrouwen om tot een gedragen oplossing te komen. We vragen aandacht voor de stappen ná de RES 1.0 We hebben in gezamenlijkheid onze focus liggen op de RES 1.0. Deze RES 1.0 is de eerste trede op de ladder van de energietransitie. Voor veel inwoners, maar ook voor ons als gemeenteraad, is niet of onvoldoende duidelijk hoe groot de impact van het traject ná de RES 1.0 gaat zijn. In het kader van verwachtingsmanagement vragen wij aandacht voor het feit dat we na de RES 1.0 nog lang niet klaar zijn met de energietransitie en dat er eigenlijk zo snel mogelijk zicht moet komen op welke stappen ná de RES 1.0 gezet gaan worden. Valkenswaard hecht aan goede bereikbaarheid Valkenswaard wil maximaal inzetten op het realiseren van een HOV-netwerk en hubs om een bijdrage te kunnen leveren aan de mobiliteitstransitie. De huidige maatschappelijke ontwikkeling staat echter haaks op de gewenste en in het werkprogramma geschetste mobiliteitstransitie. Het gezegde “De beste reclame voor de auto is het OV” wordt helaas maar al te vaak bevestigd.

Stijgende kosten, verdwijnende buslijnen die met pijn en moeite behouden kunnen worden, afgeschaalde treindienstregelingen en te volle bussen op de HOV-as richting Eindhoven zorgen er tegelijk voor dat het OV in onze regio steeds onbereikbaarder wordt en dat onze regio met het OV steeds onbereikbaarder wordt. Wij hebben tevens behoefte aan een duidelijk proces, waarin helder is wanneer gemeenten en gemeenteraden betrokken worden, welke ruimte er is voor lokale lijnen en hoe de mobiliteitstransitie meer invulling gaat krijgen. Wegenstructuur rond Valkenswaard Daarnaast zien we dat de wegenstructuur rondom Valkenswaard (o.a. de afrit bij Dommelen en de route tussen de N69 en A2) sterk onder druk staat. Hier zijn grote investeringen nodig om Valkenswaard bereikbaar te houden en om de regio bereikbaar te houden vanuit Valkenswaard. Houd oog voor de innovatiekracht van kleinschalige ondernemers in onze regio We zien in de MRE-regio dat grote ondernemingen/ondernemers een sterke claim leggen op onze schaarse ruimte. Wij vragen er aandacht voor dat steeds meer kleine

Energiestrategie In het Samenwerkings- en uitvoeringsprogramma RES zijn de acties uitgewerkt voor de thema's energiesysteem, warmte en besparing. Hieraan wordt hard gewerkt door de ambtenaren van de regiogemeenten, ondersteund vanuit het Team MRE. De voortgang wordt periodiek gemonitord.

Mobiliteit Gemeente moet de opgave inbrengen in het proces om te komen tot multimodale mobiliteitspakketten. Proces is in het Portefeuillehoudersoverleg mobiliteit besproken. Portefeuillehoudersoverleg wordt ook meegenomen in de verschillende processtappen.

Mobiliteit Gemeente moet de opgave inbrengen in het proces om te komen tot multimodale mobiliteitspakketten.

Economie In de op dit moment op te stellen visie op bedrijventerreinen-programmering wordt aandacht besteed aan de subregionale profilering. De focus van de A2-gemeenten op

\-38

Veldhoven def

ondernemers en MKB’ers zich weggejaagd voelen door de grotere ondernemers, terwijl de unieke positie van onze regio juist gestoeld is op de innovatiekracht van startups en kleine ondernemers. We willen voorkomen dat in onze regio straks enkele grote vissen zwemmen die de kleintjes oppeuzelen. Begroting 2024 Eerder hebben wij aan de hand van uw Bouwstenennotitie een goed gesprek gevoerd over de MRE-samenwerking, onze relatie als gemeente Valkenswaard met deze samenwerking en de toekomst van onze regio. De basis van het gesprek, dat wij destijds gevoerd hebben, was een positieve. Onze eerder met u gedeelde zienswijze op het concept-samenwerkingsakkoord was eveneens positief doch kritisch op enkele punten. We zien duidelijk de meerwaarde van de MRE. Die blijkt eens temeer uit het onderzoek ‘Meerwaarde MRE’ dat in 2022 is uitgevoerd door onze rekenkamer. Deze meerwaarde zien wij nu ook weer terug in de plannen en ambities, zoals opgenomen in de conceptbegroting. Aanvullend op onze positieve houding ten opzichte van de MRE samenwerking, geven we middels deze zienswijze echter graag mee dat de druk op onze ambtelijke organisatie op dit moment reeds bijzonder groot is. Middels de door u voorgelegde conceptbegroting maakt u, in onze ogen terecht, ruimte vrij voor de benodigde extra capaciteit binnen de MRE om de regionale opgaven goed te kunnen laten landen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12895315/1