A4 MRE Nota beantwoording zienswijzen concept-Werkprogramma MRE 2023-2024 en concept Begroting 2024
Tekst van het document
Aan colleges van burgemeester en wethouders en en gemeenteraden van de 21 deelnemende gemeenten
uw kenmerk
uw brief van
onderwerp Aanbiedingsbrief reacties zienswijzen concept-Werkprogramma MRE 2023-2024 en concept-Begroting MRE 2024
ons kenmerk TPU-HLE003
datum 19 juni 2023
e-mailadres
Geachte colleges en gemeenteraden, In maart hebben we unaniem met elkaar een nieuw samenwerkingsakkoord vastgesteld. Onze gezamenlijke ambitie om de regionale opgaven in goede banen te leiden. De uitwerking hiervan voor de komende twee jaar hebben we opgeschreven in een conceptwerkprogramma en een conceptbegroting. Deze zijn de afgelopen maanden voor zienswijzen aan u als gemeenteraden voorgelegd. Het doel van het werkprogramma is de beoogde programmadoelen en regionale ambities met elkaar te kunnen realiseren en daar waar nodig ook sturing te kunnen geven vanuit de programmatische aanpak door respectievelijk de inhoudelijke portefeuillehoudersoverleggen en het Dagelijks Bestuur. De inhoudelijke activiteiten binnen de programma's, en programmatische aanpak, worden breed onderschreven, zo blijkt uit uw zienswijzen. Ook de rol van de regionale samenwerking in een kennisprogramma en gezamenlijke lobby naar provincie en Rijk op de ruimtelijke opgaven wordt onderschreven. Daarin is ook terug te lezen dat we met elkaar de juiste stappen zetten en een goede vertaling maken van de maatschappelijke opgaven naar concrete acties voor de complete regio. Specifiek zien we in de zienswijzen een drietal aandachtspunten naar voren komen, waar we in deze reactiebrief nader op in zullen gaan. Een uitgebreide toelichting op uw zienswijzen is opgenomen in de bijgevoegde Nota van beantwoording.
Uw zienswijzen hebben er mede toe bijgedragen dat het Werkprogramma 2023-2024 verder is aangescherpt. Zowel de Nota van beantwoording als deze reactiebrief zullen ook onderdeel uitmaken van de besluitvorming in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 5 juli 2023. Capaciteit voor realisatiekracht en dekking incidenteel/structureel Als eerste aandachtspunt vragen meerdere gemeenten aandacht voor de wijze, waarop de extra capaciteit wordt georganiseerd, zowel in middelen als capaciteit. Door enkele gemeenten zijn daarbij ook opmerkingen gemaakt over het incidentele of structurele karakter van de voorgestelde dekking uit de
herverdeling van middelen uit het Gemeentefonds. Tot slot wordt ook door enkele gemeenten een oproep gedaan om in capaciteit slim gebruik te maken van bestaande subregionale samenwerkingsstructuren. Het Dagelijks Bestuur heeft gezocht naar een balans tussen de urgentie van het realiseren van de regionale opgaven en het beperken van de financiële impact voor gemeenten met de opgaven waar zowel gemeenten als regio voor staan. Daarvoor is er gekozen, gedurende de looptijd van dit samenwerkingsakkoord, gebruik te maken van de verschuiving van middelen binnen de inwonerbijdrage uit het Stimuleringsfonds. Parallel hieraan zal in 2024 een proces opgestart worden, waarin de hoogte van de inwonerbijdrage i.r.t. de structurele dekking in zijn totale breedte meegenomen zal worden. Het tweede aandachtspunt is de borging van het perspectief brede welvaart in alle vijf programma's van het samenwerkingsakkoord. Het thema brede welvaart wordt over de lijn van de programma's in het MREwerkprogramma ingevuld. Uit de zienswijzen maken we op dat er behoefte is aan het praktisch handen en voeten geven aan het perspectief brede welvaart. Dit gaan we doen door de inrichting van een ambtelijke werkgroep brede welvaart (met een gemeentelijke afvaardiging) en borgen dit in de bestuurlijke portefeuillehoudersoverleggen.
We sluiten daarbij aan bij actuele onderwerpen, zoals het opstellen van de regionale ontwikkelstrategie. Het perspectief van brede welvaart passen we toe door de 8 thema's 1 van brede welvaart in te brengen. Hierbij borgen we ook afweging van de sociaal-maatschappelijke impact bij de regionale koers en richting, die we met elkaar bepalen. We zoeken daarbij de verbinding met lopende initiatieven, zoals Brainport voor Elkaar, en partners op dit onderwerp, zoals de Provincie Noord-Brabant en het nationaal netwerk brede welvaart. Specifiek op het onderwerp voorzieningen is een opdracht geformuleerd om tot een verkenning te komen, dat qua (basis-)voorzieningen nodig is passend bij de groei van de regio als samenhangend geheel, een regionale ‘barcode’. Daarbij rekening houdend met de diversiteit en complementariteit van zowel de stedelijke als landelijke kenmerken van deze regio. Met deze beide stappen geven we invulling aan de zienswijzen in relatie tot de sociaal-maatschappelijke impact van de regionale ontwikkelingen. Het derde aandachtspunt in de zienswijzen betreft de democratische legitimiteit van regionale keuzes en de lokale doorwerking daarvan, de regionale ontwikkelstrategie is daar een voorbeeld van. Het Dagelijks Bestuur herkent het belang van het zorgvuldig betrekken van gemeenteraden bij deze regionale ontwikkelingen.
In de laatste Metropoolconferentie van maart is daar ook al naar gerefereerd. In toenemende mate zal hier op de inhoudelijke dossiers extra aandacht aan besteed gaan worden. Een eerste extra stap daartoe is een extra Metropoolconferentie na de zomervakantie. Tot slot geeft de bundeling van alle zienswijzen ook de diversiteit van onze perspectieven weer in onze samenwerking. Ik herken deze diversiteit ook in de verschillende gesprekken, die ik met u als gemeenteraden heb mogen voeren. En juist dat kunnen we nog beter benutten als onze kracht. De diversiteit van zowel stedelijke als landelijke kenmerken samen maken onze regio uniek.
1
8 thema's brede welvaart op basis van CBS: subjectief welzijn, gezondheid, consumptie en inkomen, onderwijs en opleiding, ruimtelijke samenhang en kwaliteit, economisch kapitaal, natuurlijk kapitaal, sociaal kapitaal
pagina 2 van 3
De Regio, dat zijn we tenslotte samen, door elkaar te kennen en elkaar wat te gunnen door de verbinding aan te gaan vanuit ieders kwaliteit maken we de regio een stukje mooier, met oog voor iedereen. Om dat waar te maken voor onze inwoners vraagt het ook om ons als samenwerking sterker te organiseren op het realiseren van deze opgaven, en dat gaan we samen doen. Met vriendelijke groet, het Dagelijks Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven, de voorzitter,
de secretaris,
J.R.V.A. Dijsselbloem.
mevrouw J. Wiggers.
pagina 3 van 3
Nota van beantwoording zienswijzen concept-Werkprogramma 2023-2024 en ontwerp-Begroting 2024 Metropoolregio Eindhoven, versie 16 juni 2023
De gemeenteraden zijn gevraagd uiterlijk 8 juni 2023 een reactie te geven. Van alle deelnemende gemeenten is een reactie ontvangen.
\-1
Gemeentelijke reacties op concept-Werkprogramma 2023-2024 en ontwerp-Begroting 2024 Metropoolregio Eindhoven
Gemeente
Reactie
Antwoord
Asten def
Ingestemd is met concept-Werkprogramma 2023-2024 en ontwerp-Begroting 2024.
Wij danken u voor uw instemming en het onderstrepen van de activiteiten de komende jaren.
Bergeijk def
Werkprogramma 2023-2024 In het concept-Werkprogramma 2023-2024 wordt aandacht besteed aan het verder uitwerken en concretiseren van de verschillende thema's. Daarbij is ook aandacht voor brede welvaart en de samenhang tussen de verschillende thema's. Wij wensen u succes bij de verdere uitwerking en zien de concrete resultaten met belangstelling tegemoet. Begroting 2024 Het Samenwerkingsakkoord 2023-2026 geeft invulling aan een grotere opgave. Om de schaalsprong van de regio goed te laten landen, wordt brede welvaart als afwegingskader toegevoegd en ruimte en wonen als extra thema. Om hier invulling aan te geven én de uitvoeringskracht en programmatische aanpak te versterken, wordt de werkorganisatie van de MRE uitgebreid met 12 fte. Hiervoor is € 1,455 miljoen nodig. In de Begroting 2024 wordt € 0,78 miljoen (6,5 fte) gefinancierd door inzet van provinciale en Rijksmiddelen. Er wordt structureel € 675.000 (5,5 fte) vanuit de bijdrage Stimuleringsfonds toegevoegd aan de bijdrage Regionale opgaven (werkprogramma). Daarmee blijven de bijdragen van de gemeenten gelijk in de voorliggen conceptbegroting. De verschuiving van de interne middelen van Stimuleringsfonds naar werkorganisatie én de dekking van de externe middelen vanuit Rijk en Provincie zijn niet structureel.
Conform artikel 3.2 van de Beleidsregel Stimuleringsfonds Metropoolregio Eindhoven, kan deze inzet maximaal 3 jaar vanuit het Stimuleringsfonds betaald worden. Dit betekent dat er geen verplichtingen aangegaan kunnen worden voor een langer durende inzet van menskracht dan die maximale periode van 3 jaar. De 12 fte zullen flexibel ingevuld moeten worden. Om onafhankelijke ontwikkeling, advisering en uitvoering van de opgaven te garanderen, dient de extra formatie betrokken te worden uit verschillende organisaties.
Werkprogramma 2023-2024 / Begroting 2024
Financiën Er is sprake van een verlaging van de inwonerbijdrage Stimuleringsfonds en gelijke verhoging van de inwonerbijdrage Regionale opgaven. De kosten van extra fte worden deels gedekt uit de inwonerbijdrage Regionale opgaven, deels uit externe middelen. De beleidsregel Stimuleringsfonds is hierop niet van toepassing.
\-2
Als na 3 jaar nog behoefte is aan extra inzet van personele capaciteit op ditzelfde onderwerp, dan moet deze beschouwd worden als structurele capaciteit en kan deze niet meer gefinancierd worden uit de middelen van het Stimuleringsfonds. Dan lijkt het vooralsnog logisch om tijdig de discussie over de hoogte van de inwonerbijdrage te voeren als regio. Daarbij komt nog het risico van de structurele dekking van de externe middelen voor 6,5 fte. Ook deze worden nu uit incidentele middelen gedekt.
Als het MRE voornemens is de benodigde formatie in 2023 al structureel in te vullen, dan is de structurele dekking een risico voor de deelnemende gemeenten. De discussie over de structurele dekking en inwonerbijdrage dient in dit geval al eerder gevoerd te worden.
De raad verzoekt u om de invulling van de extra 12 fte en de (structurele) dekking daarvan duidelijker toe te lichten in de begroting 2024.
Zoals hierboven vermeld wordt de extra inzet van personeel gedeeltelijk gedekt uit de inwonerbijdrage Regionale opgaven. Als gedurende de looptijd van het samenwerkingsakkoord blijkt dat verhoging van de inwonerbijdrage noodzakelijk is, zal u hierover tijdig worden geïnformeerd. Het Dagelijks Bestuur heeft besloten, gegeven de opgaven, snelheid te houden in de realisatie en daarvoor gezocht naar mogelijkheden de inzet op de activiteiten op de dossiers zoals wonen, mobiliteit en brede welvaart te organiseren. De voorgestelde dekking door een verschuiving van middelen binnen de inwonersbijdrage wordt daarvoor als meest passend gezien. Daarnaast zal voor de lange termijn ook gekeken worden of het verhogen van de inwonerbijdrage tot de mogelijkheden behoort. Dit omdat de opgaven een doorlooptijd van minimaal 10 jaar hebben. Wij onderschrijven dat structurele lasten gedekt moeten worden door structurele inkomsten. MRE gaat er gezien de opgaven vanuit dat de betreffende Rijks- en provinciale middelen voor een langere termijn dan 3 jaar beschikbaar zijn en beschouwt deze daarmee als structureel. Met de invulling van de extra formatie zal pas na besluitvorming worden gestart. Aan het Algemeen Bestuur wordt voorgesteld het positief jaarresultaat 2022 van de werkorganisatie MRE incidenteel in te zetten ter dekking van deze kosten.
Voor het jaar 2023 zien wij dan ook geen financieel risico voor de gemeenten. Dekking van de formatie-uitbreiding wordt gevonden in een structurele verschuiving binnen de inwonerbijdrage en bijdragen uit externe financiering. Aangaande de externe financiering; MRE gaat er gezien de opgaven vanuit dat de betreffende Rijks- en provinciale middelen voor een langere termijn dan 3 jaar beschikbaar zijn en beschouwt deze daarmee als structureel. Indien er meer externe financiering wordt gerealiseerd dan nodig is voor de dekking van de extra personele kosten, zal deze worden toegevoegd aan het Stimuleringsfonds
\-3
Best def
Begroting 2024 Wij zijn niet overtuigd dat een structurele dekking via het Stimuleringsfonds noodzakelijk is Op basis van het vastgestelde Samenwerkingsakkoord 20232026 heeft u een vertaling gemaakt van maatschappelijke opgaven naar personele en financiële consequenties. U kiest vervolgens voor een combinatie van financiering uit externe middelen en voor het herschikken binnen de begroting van MRE (meer concreet: ombuigen vanuit het Stimuleringsfonds), waarmee een verhoging van de inwonerbijdrage achterwege kan blijven. Gelet op de maatschappelijke opgaven die er zeker ook op ons als gemeente afkomen zijn wij blij dat de inwonerbijdrage ongemoeid is gelaten. Wij vinden het wel jammer dat nu het Stimuleringsfonds wordt aangesproken, een faciliteit die we hebben voor innovatieve projecten die de economie versterken. Vooral ook omdat deze ombuiging structureel is. Wij vragen ons af of er voldoende is gekeken naar publiek-private constructies, waarbij ook marktpartijen hun verantwoordelijkheid gaan nemen in de financiering van onze gezamenlijke ambities. Wij hebben nog de nodige vragen over de door u geschetste personele consequenties van het samenwerkingsakkoord Het samenwerkingsakkoord schetst de ambities, opgaven, doelen en afspraken van 21 gemeenten. Deze zijn ook door de gemeente Best onderschreven.
Voor deze ambities, opgaven, doelen en afspraken staan niet alleen de concernorganisatie MRE, maar (juist) ook de subregio en de individuele gemeenten aan de lat. Niet in de laatste plaats omdat daar veel uitvoeringskracht zit. U geeft nu aan dat de MRE organisatie moet groeien van 20,3 naar 32,3 fte. Wij zien, met u, de grote ambities van de regio en de impact die ‘de schaalsprong’ zal hebben op de samenwerkende overheden. We vragen ons wel af of een groei van +60% in de formatie van MRE nodig is voor de realisering van die ambities. Wat ons betreft kunnen taken met een meer tactisch of operationeel karakter beter aan de subregio’s of aan gemeenten geadresseerd worden. We hebben de indruk dat hier nog een slag te maken is.
Financiën Naast de voorgestelde herverdeling van de middelen lopen er ook verschillende gesprekken met private partijen om de realisatie van de gezamenlijke ambities te versnellen. Een van de eerder benoemde voorbeelden daarvan is het woonfonds te benutten voor extra capaciteit om de woonopgaven voor gemeenten te realiseren. Daarnaast wordt eenzelfde systematiek voor het mobiliteitsfonds verkend.
Strategie en samenwerking In de toelichting op de capaciteit is ook een nuance aangegeven dat er sprake is van het samenvoegen, van een aantal verspreide reeds bestaande organisaties. Daarnaast is er een nieuw programma toegevoegd, ruimte en wonen, en is nadrukkelijk vanuit gemeenten gevraagd om een stevigere inspanning met elkaar te leveren op het perspectief brede welvaart. Strategie en samenwerking Zoals ook beschreven in het samenwerkingsakkoord richt de regionale samenwerking, en de organisatorische inzet, zich op het strategisch niveau en is er vanuit de programma's een samenspel met de gemeenten/ subregio's op operationeel en tactisch niveau.
\-4
Formatie ruimte en wonen Het thema wonen en ruimte is voor de MRE organisatie een nieuwe tak van sport. We wijzen erop dat de subregio SGE hier al een goed georganiseerde aanpak en overlegstructuur heeft liggen. Met zeer beperkte middelen is men er hier in geslaagd om met partijen als het Rijk en de Provincie tot bijvoorbeeld een Woondeal en een Verstedelijkingsakkoord te komen. In dit licht zijn wij benieuwd naar de onderbouwing, die hoort bij de middelen voor 3,0 fte. Is het denkbaar dat u deze subregionale kennis uitbouwt en hieraan ook middelen en capaciteit toewijst?
Strategie en samenwerking / ruimte en wonen De gevraagde formatie is op basis van verschillende, qua type opgaven, gelijke inzet opgebouwd. Als voorbeeld gaat het hier om inzet van programmamanagers en directe ondersteuning om het programma, de programmadoelen en de onderliggende activiteiten met een te vormen programmateam te realiseren. Zoals ook eerder aangegeven zal ook slim gebruik gemaakt worden van reeds bestaande organisatie(s) op subregionaal niveau.
Het thema wonen en ruimte gaat bovendien òòk over de doorontwikkeling van de regionale ontwikkelstrategie en de ruimtelijke inpassing (puzzel) van majeure opgaven. Wij stellen vast dat u recentelijk individuele gemeenten heeft aangeschreven om mensen te leveren om te komen tot een regionaal antwoord op de "Brabantse aanpak nationale opgaven en het ruimtelijke voorstel”. Hoe verhoudt zich dit tot de capaciteitsclaim in de conceptbegroting MRE 2024?
Strategie en samenwerking / ruimte en wonen In ruimtelijke zin grijpen de regionale aanpak (regionale ontwikkelstrategie, woondeal, mobiliteit, landelijk gebied) en de provinciale aanpak (ruimtelijk voorstel, PMIEK, BPLG, NOVEX stedelijk Brabant, NOVEX De Peel) op elkaar in. Richting provincie is ook aangegeven dat onze inhoudelijke inzet op het provinciaal traject voortkomt uit de lopende regionale projecten. Vanuit de regio wordt hiervoor de coördinatie opgepakt om de inzet beter te stroomlijnen. Daarmee hoeven gemeenten niet individueel inzet te leveren. De coördinatie op de ruimtelijke dossiers zal vanuit het programma ruimte en wonen plaats gaan vinden. Strategie en samenwerking / mobiliteit In het AEF-rapport/advies is aangegeven, dat er voor mobiliteit effectiever en efficiënter samen gewerkt kan worden als een programmabureau wordt opgezet. De bestuurders hebben ingestemd met dit advies en opdracht gegeven op basis van het AEF-rapport/advies het programmabureau op te richten. Hierbij hoort een capaciteitsverhoging voor mobiliteit.
Formatie mobiliteit Ook de middelen voor mobiliteit springen in het oog. U vraagt 6,3 fte voor mobiliteit (dit is momenteel 1,8), meer concreet voor programmamanagement en coördinatie. Kan dit beter onderbouwd worden? Wordt deze capaciteit ook gevraagd voor bijvoorbeeld het realiseren van meer uitvoeringskracht? Met betrekking tot mobiliteit wordt op subregionaal niveau (bv. Bovens) veel werk verzet. Wij denken dat er nog een efficiencyslag kan worden gemaakt ten aanzien van de overlegstructuren in de regio. Wij wijzen wat dit betreft (nogmaals) op de adviezen van Andersson Elffers Felix over het gelijk trekken van de subregio-indeling met die van het-ruimtelijk en economisch domein.
Bij het programmabureau is geen capaciteit geraamd voor het uitvoeren van projecten. Een efficiencyslag op de overlegstructuren van de regio is mogelijk. Dit wordt voorgelegd aan het Portefeuillehoudersoverleg mobiliteit.
\-5
Formatie Stimuleringsfonds De benodigde formatie voor het Stimuleringsfonds blijft gelijk (2,0). U stelt ook voor om structureel € 675.000,- te onttrekken aan het fonds om de financiering van extra formatie te dekken. Hoort bij een substantieel kleiner fonds ook niet een beperkter fondsmanagement?
Huisvestingskosten Wij lezen in de begroting niets over (extra) huisvestingskosten. Is dit wel in lijn met de door u beoogde ontwikkeling van de organisatie? Werving personeel Tot slot vragen wij ons af of het, in de huidige arbeidsmarkt, reëel is dat de MRE in 2024 12 (i.v.m. deeltijdfactor waarschijnlijk meer) specialistische functies weet in te vullen?
Best wil daarbij in ieder geval nog opmerken dat de werving van deze mensen het liefst vooral buiten de regio plaatsvindt. We willen als samenwerkende gemeenten niet van de regen in de drup geraken! Bladel def
Cranendonck def
Werkprogramma 2023-2024 Het anticiperen op de samenhang tussen de thema's achten wij van groot belang om tot integraal afgewogen besluiten of uitvoeringsactiviteiten te komen, die behulpzaam zijn aan de doelstellingen van alle thema's. De samenhang tussen de thema's heeft ons inziens in het werkprogramma voldoende de aandacht maar komt onvoldoende tot uiting in concrete acties of maatregelen. We verzoeken de MRE daarom om deze concrete acties en maatregelen nader te beschrijven in het werkprogramma. We stellen voor om dat onder hoofdstuk 2 van het werkprogramma nader uit te werken.
Strategie en samenwerking / Stimuleringsfonds Minder middelen betekent niet dat er minder aanvragen zijn en daarbij horend proces. Daarnaast is op verzoek van het Dagelijks Bestuur sinds afgelopen jaar ingezet op meer management en control over het fonds, deze lijn wordt voortgezet. Financiën / huisvesting Met enkele interne aanpassingen kan de beoogde extra capaciteit gehuisvest worden binnen het huidige pand. Strategie en samenwerking De situatie op de arbeidsmarkt is voor alle organisaties, markt en overheid, niet eenvoudig. We zoeken naar optimale balans tussen inzet vanuit gemeentelijke organisaties (zoals Eindhoven, Helmond) en het werven van mensen uit de markt. Strategie en samenwerking De samenwerking is van en voor de 21 gemeenten. Samen staan we voor de regionale opgaven. Daarmee draagt regionale inzet juist bij aan de opgaven van de 21 gemeenten. Strategie en samenwerking Om nadere invulling te geven aan de samenhang tussen de verschillende programma's zullen op gezette tijden crossovers plaatsvinden tussen de portefeuillehoudersoverleggen. Daarnaast worden organisatorisch poho-overleggen in praktische zin op elkaar afgestemd qua tijd en agenda. Ook zullen we op raadsniveau tijdens de Metropoolconferenties hier extra aandacht aan schenken.
Begroting 2024 Geen zienswijze In het recent vastgestelde Samenwerkingsakkoord 2023-2026 “In goede banen” zijn de inhoudelijke lijnen uitgezet, waarlangs de samenwerking tussen de 21 gemeenten in de komende vier jaar plaatsvindt. De belangrijkste ontwikkelingen zijn de toevoeging van het programma ruimte en wonen als een van de vijf pijlers van de MRE-samenwerking, en de wens voor sterkere sturing op de programma’s vanuit het niveau van de MRE. In
\-6
onze zienswijze op het samenwerkingsakkoord gaven wij reeds aan in te kunnen stemmen met de voorgestelde wijze van samenwerking. In de begroting en het werkprogramma gaat u in op de personele en financiële middelen, waarmee u deze ontwikkeling vorm gaat geven. Formatie-uitbreiding De veranderingen voor de MRE-organisatie zijn niet gering: met een toevoeging van 12 fte (van de huidige 20,3) groeit uw organisatie met de helft. De extra inzet en expertise landt met name op de terreinen ruimte en wonen, energietransitie en mobiliteit. We spreken hierbij wel de verwachting uit dat dit naast een verbeterde inhoudelijke sturing, ook leidt tot de betere afstemming en samenwerking tussen MRE en de 21 gemeenten onderling. De MRE blijft onzes inziens in de basis namelijk ook een procesorganisatie. Financiering formatie-uitbreiding De wijze waarop deze groei van de organisatie wordt gefinancierd kan op onze instemming rekenen. Door te korten op het Stimuleringsfonds is het niet nodig om de inwonerbijdrage te verhogen, om het hoofd te bieden aan de uitdagingen van de huidige tijd. Hoewel we als gemeente hechten aan het stimuleren van innovatie en groei in onze regio, vinden we het goed te verantwoorden dat deze middelen nu worden besteed aan het in goede banen leiden van die groei.
Brede welvaart Tot slot vragen wij aandacht voor de borging van het thema brede welvaart binnen de programma’s van de MRE. Het sociaal domein in brede zin heeft momenteel geen eigen programma binnen de MRE-samenwerking. We zijn echter wel van mening dat vanuit de huidige vijf programma’s de verbinding moet worden gezocht met deze beleidsvelden ten aanzien van onder andere het voorzieningenniveau en sociaal-maatschappelijke vraagstukken. Een adequate betrekking van de vakinhoudelijk portefeuillehouders in de regio is hierbij onontbeerlijk.
Deurne def
Strategie en samenwerking Met de nieuwe koers zoals vastgesteld in het samenwerkingsakkoord zal er, naast het continueren van het samenwerkingsproces, meer programmatisch en strategisch gestuurd worden op de realisatie van de regionale ambities. De inhoudelijke poho's worden hiermee ook meer in positie gebracht om te sturen op de programmadoelen.
Brede welvaart Het thema brede welvaart wordt over de lijn van de 5 programma's in het MRE-werkprogramma ingevuld. We sluiten aan bij actuele onderwerpen, zoals het opstellen van de regionale ontwikkelstrategie. Hierbij borgen we dat de sociaal-maatschappelijke impact wordt meegewogen bij de regionale koers en richting, die we met elkaar bepalen. We zoeken daarbij de verbinding met initiatieven, zoals Brainport voor Elkaar. Specifiek op het onderwerp voorzieningen is een opdracht geformuleerd om tot een verkenning te komen wat qua (basis-) voorzieningen nodig is passend bij de groei van de regio als samenhangend geheel. Daarbij rekening houdend met de diversiteit en complementariteit van zowel de stedelijke als landelijke kenmerken van deze regio.
Werkprogramma 2023-2024 Twee onderwerpen in het conceptwerkprogramma geven ons aanleiding voor de volgende opmerkingen:
\-7
Ruimte en wonen Voor ruimte en wonen (en m.n. wonen) is de insteek sterk gericht op ‘bouwen’ terwijl ‘brede welvaart’ om een verbreding vraagt. Het is onvoldoende als alleen vanuit het deelprogramma ‘brede welvaart’ een ‘afwegingskader’ wordt opgesteld. De zienswijze die wij eerder op dit punt hebben afgegeven op het concept-samenwerkingsakkoord blijft actueel. Die luidde als volgt: “Naast de snelheid, omvang en kwaliteit van de woningbouwproductie in de regio is er juist ook specifieke aandacht nodig voor de mensen en welzijn (brede welvaart). We constateren dat er in de stukken nog geen specifieke aandacht uitgaat naar de huisvesting van kwetsbare doelgroepen (waaronder ouderen) en de steeds duidelijker wordende meerwaarde van het koppelen van woonbeleid aan zorg en welzijn. Van belang is bijvoorbeeld dat er meer geschikte woningen komen voor wonen en zorg in zorgzame leefgemeenschappen (waarin men naar elkaar omkijkt).” Wij verzoeken u dit aspect ook in dit werkprogramma te verankeren. Het valt op dat het Woningfonds als activiteit is ondergebracht onder het programma economie – doorontwikkeling Mainport. Het betreft inderdaad private middelen vanuit bijvoorbeeld ASML, maar de vraag is of deze plaatsing een juiste keuze is. Naar dit fonds is onder ruimte en wonen (via de 10 fte versnelling) ook een duidelijke koppeling gelegd.
Voor 10 fte ‘versnellingsteam’ verwachten we dat naast de private gelden ook een aanvraag bij de provincie wordt ingediend om aanspraak te maken op de gelden uit de woningbouwversnelling 2e tranche. Insteek moet zijn om deze middelen (en dus ook de fte) voor de gehele regio aan te vragen en in te zetten - vanuit beide programma’s (ruimte en wonen en economie). Tenslotte achten we de voorgestelde uitbreiding van de formatie ruimte en wonen met 3 absoluut noodzakelijk. De 1 fte wonen is verklaarbaar vanuit de gekozen (beperkte) insteek voor wonen, maar te laag als ‘brede welvaart’ leidend is.
Verbinding tussen thema’s in het werkprogramma De verbinding en samenhang tussen de verschillende onderdelen/ thema’s blijft een aandachtspunt in het werkprogramma. Bijvoorbeeld in het deelprogramma regionaal
Ruimte en wonen De opdracht wonen, zoals nu geformuleerd richt zich inderdaad nu op de brede opgave wonen en minder op specifieke doelgroepen. Dit ook, omdat de focus nu gelegd wordt op de inrichting van een regionaal systeem van woningbouwplanning, datamonitoring en inzet van expertise om de grote woningbouwopgave van de regio (schaalsprong) te kunnen realiseren. Binnen de afspraken van de woondeal wordt wel specifiek ingezet op wonen voor kwetsbare doelgroepen. Hier heeft het specifieke aandacht.
Ruimte en wonen Inzet in het werkprogramma is al onderdeel van het kwartiermakerschap voor de opdracht wonen een regionale aanpak te formuleren voor de inrichting van een expertteam/ versnellingsteam. Dit ook als basis om aanspraak te maken op verschillende genoemde financieringsvormen. Deze opdracht wordt nu concreet opgepakt en ingevuld.
Strategie en samenwerking / ruimte en wonen De capaciteitsinzet i.r.t. brede welvaart is erop gericht praktisch handen en voeten geven aan dit perspectief. Dit is in eerste instantie zo ingericht dat er ook een inspanning van een ambteliike werkgroep (bestaande uit gemeentelijke collega's) inzet daarop kan leveren. Daarnaast zal in 2024 een proces gestart worden vanuit het perspectief brede welvaart wat het regionaal perspectief is voor de regio voor de toekomst. Strategie en samenwerking In de uitwerking van de programma's zal nadrukkelijk aandacht zijn voor de verbinding op de onderdelen zoals het landelijk gebied –
VOORSTEL In het definitieve werkprogramma zal nog een aanvulling worden opgenomen over de
\-8
perspectief is een integrale koers op wonen, mobiliteit, economie en ruimte genoemd als activiteit genoemd. De transitie van het landelijk gebied en duurzaamheid/energietransitie worden hier gemist terwijl de hoofdopgave ook de verbinding van stad, land en regio betreft.
Eersel
def
Voor het overige kunnen wij instemmen met het conceptWerkprogramma 2023-2024 en de concept-Begroting 2024. Werkprogramma 2023-2024 Het concept-Wwerkprogramma 2023-2024 is behandeld in de raadsvergadering van 23 mei en voortgezet in de raadsvergadering van 25 mei 2023. De raad heeft daarbij een amendement aangenomen en een ander besluit genomen dan dat is voorgesteld.
duurzaamheidsopgaven. Ook de principes zoals water en bodem sturend worden hierin nadrukkelijk meegegeven.
samenhang van de opgaven landelijk gebied en de duurzaamheidsopgaven.
Eersel stemt niet in met werkprogramma
De raad heeft het volgende besloten: 1-
2-
3-
Het Werkprogramma 2023-2024, net als het Samenwerkingsakkoord 2023-2026, voor kennisgeving aan te nemen en verwijzen hierbij voor het werkprogramma naar de vier punten van onze eerdere reactie op het concept- Samenwerkingsakkoord 2023-2026. Het college de opdracht te geven in het Algemeen Bestuur het standpunt van de raad toe te lichten en niet in te stemmen met het Werkprogramma 2023-2024 Metropoolregio Eindhoven. Het Dagelijks Bestuur te verzoeken zo spoedig mogelijk aan de gemeente Eersel schriftelijk een inhoudelijke reactie te geven op wat het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur gedaan hebben en/of nog voornemens zijn te doen met de reactie van de gemeente Eersel op het Samenwerkingsakkoord 2023-2026 en wat het Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur gaan doen met voorliggende reactie op het (concept-)Werkprogramma 2023-2024.
Gelet op het bovenstaande besluit verzoeken wij u om een schriftelijke inhoudelijke reactie te geven op hetgeen in het genomen raadsbesluit is verwoord. Begroting 2024 De concept-Begroting 2024 is behandeld in de raadsvergadering van 23 mei 2023. De raad heeft besloten een zienswijze in te dienen op de ontwerp-Begroting 2024 voor het thema economie, inhoudende dat het nodig en billijk is om niet alleen de MRE, maar ook de subregio's te ondersteunen met een financiële bijdrage uit het Stimuleringsfonds voor een periode van
Strategie en samenwerking / Stimuleringsfonds Wanneer we vanuit het Stimuleringsfonds naast formatie team MRE ook formatie voor de subregio's gaan financieren, dan daalt het beschikbare budget voor de projecten tot onder de bijdrage, die nu jaarlijks voor projecten wordt uitgezet. Projecten die op basis van kwaliteit een bijdrage zouden ontvangen, ontvangen deze dan
\-9
maximaal 3 jaar en de begroting hierop aan te passen en in lijn te brengen met het Werkprogramma 2023-2024.
Eindhoven def
Werkprogramma 2023-2024 Om te beginnen, vinden wij dat dit conceptwerkprogramma op een overzichtelijke wijze inhoudelijke invulling geeft aan de eerste twee jaarschijven van het recent vastgestelde Samenwerkingsakkoord 2023-2026. Daarmee sluit het werkprogramma ook goed aan bij de ambities en prioriteiten van de gemeente Eindhoven. Wij onderschrijven de noodzaak voor de versterking van de MRE-organisatie om de urgente opgaven en versnelling in de uitvoering te realiseren, en ondersteunen de voorgestelde wijze van financiering door herschikking van de inwonersbijdrage en externe financiering. Wij ondersteunen dan ook het voorliggend conceptWerkprogramma 2023 -2024. Wel hebben wij enkele aandachtspunten m.b.t. de uitvoering van het werkprogramma. Deze punten treft u hieronder aan: Versnellen en verankeren regionale uitvoeringskracht Het versnellen en verankeren van de regionale uitvoeringskracht is, gezien de omvang en urgentie van de opgaven, van groot belang. Het is goed om te zien hoe hier, als afgeleide van het samenwerkingsakkoord, in dit voorliggende conceptwerkprogramma op wordt geanticipeerd. Waarbij we het van groot belang achten dat de programmatische werkwijze op korte termijn invulling krijgt.
Bij de uitvoering van het werkprogramma is het van belang dat er zowel in de inhoudelijke portefeuillehoudersoverleggen als in het dagelijks bestuur continu aandacht is voor de stand van zaken en haalbaarheid omtrent de uitvoering. Eigenaarschap, krachten bundeling en (slimmere) inzet van capaciteit en middelen van alle gemeenten is randvoorwaardelijk voor het behalen van de gestelde doelen. Hier dient vanuit de MRE niet alleen bestuurlijk, maar ook door de MREorganisatie proactief op te worden gestuurd en in te
niet vanwege het tekort aan financiële middelen. We gaan daarmee dan tornen aan de initiële doelstelling van het Stimuleringsfonds, dit staat haaks op de afspraken uit het onlangs vastgestelde samenwerkingsakkoord.
Strategie en samenwerking Met u onderschrijven we de urgentie om gezamenlijk tot realisatie te komen van onze regionale strategische opgaven. Concreet zijn kwartiermakers aangetrokken om de programmatische werkwijze in te richten. Daarnaast heeft het Dagelijks Bestuur vanuit haar rol op de bedrijfsvoering opdracht gegeven aan een extern adviesbureau om advies uit te brengen op het optimaal inrichten van de organisatie in deze context. Strategie en samenwerking Met de programmatische aanpak worden ook de poho's strategisch meer in positie gebracht om op de programmadoelen te sturen. De MREorganisatie wordt daarop ook programmatisch ingericht. Daarnaast zien we ook effectief terug dat u als centrumstad een extra inspanning levert in de vorm van onder andere ambtelijke capaciteit.
\-10
worden ondersteund. Als centrumstad vinden we het belangrijk om nadrukkelijk onze verantwoordelijkheid te nemen in (de gesprekken over) de uitvoering van het werkprogramma en hier actief aan bij te dragen.
Bij de uitvoering van de programma’s van het werkprogramma, vragen wij voor de volgende punten aandacht: Ruimte en wonen Een goede balans tussen het stedelijk en landelijke gebied bij het invullen van de ruimtelijke opgaven. M.b.t. de ontwikkelstrategie vragen we extra aandacht voor het integraal meenemen van de bedrijventerreinprogrammering en de samenhang met het bereikbaarheidsvraagstuk. Mobiliteit Wij ondersteunen het snel inrichten van het in het werkprogramma genoemde programmabureau, dat cruciaal is in de benodigde coördinatie op de vele verschillende mobiliteitsprojecten (en de daarbij betrokken instanties). Verder vragen wij aandacht voor schone lucht i.r.t. de uitvoering van dit programma. Energietransitie Wij ondersteunen een effectievere coördinatie en programmasturing vanuit de MRE organisatie. Bijvoorbeeld in relatie tot een betere samenhang en wisselwerking met de RES-structuren en een sterkere verbinding met Brainport Development in het optrekken naar Provincie en Rijk. Verder vragen wij een onderscheid te maken tussen strategische samenwerking op het thema energietransitie en de uitvoering van de RES. Gemeenten krijgen vanaf 2023 veel middelen vanuit het Rijk voor uitvoering van het Klimaatakkoord (naast de RES-middelen). Dat schept nieuwe verwachtingen van en vraagt aanvullende afspraken binnen de regionale samenwerking.
Economie Vanuit economisch perspectief kijken wij in bredere zin naar de versterking van onze fysieke leefomgeving en zien wij niet alleen samenhang met de thema’s ruimte en wonen, maar ook met de thema’s bereikbaarheid en energietransitie. Wij vinden het van belang dat aan het bieden van ruimte voor het ontwikkelen van nieuwe
Ruimte en wonen Dit is reeds expliciet onderdeel ontwikkelstrategie, wel op hooflijnen. Specifieke uitwerking in Regionale Programmering Werklocaties en Mobiliteitspakketten.
Mobiliteit Aandachtspunt schone lucht wordt meegenomen in de uitwerking van de mobiliteitsvisie en agenda.
Energietransitie Samen met de betrokken ambtenaren energietransitie uit de regio verkennen we de te zetten stappen om tot een meer programmatische sturing te komen. Hierbij maken we een duidelijk onderscheid tussen het strategische, tactische en operationele niveau. De basis hiervoor is een goed monitoringssysteem.
Economie / Energietransitie In de nieuwe programmeringsafspraken zal eerst naar intensiverings- en verdichtingsmogelijkheden op bestaande terreinen worden gekeken, voordat nieuwe locaties in beeld komen. Bij verdichting hoort ook automatisch een kwaliteitsslag.
\-11
terreinen, een kwaliteitsslag op bestaande bedrijventerreinen wordt toegevoegd. Omdat het energienetwerk steeds meer een obstakel vormt in het halen van onze ambities als het gaat om vestiging van bedrijven, is het van belang dat met name wordt ingezet op forse verzwaring en uitbreiding ervan, flexibilisering in gebruik én lokale energiehubs. Landelijk gebied Het is van belang om in gezamenlijkheid toe te werken naar concrete resultaten op het gebied van het oplossen van de stikstofproblematiek. Ook zien wij kansen in het gezamenlijk verkennen van innovatie in circulaire productie van biobased bouwmaterialen. En in het samen met andere partners inzetten op innovatieve voorbeeldprojecten op het vlak van eiwittransitie gekoppeld aan het deelprogramma transitie voedselketen. Regionale strategie en samenwerking Het is goed om te zien dat in het werkprogramma wordt ingezet op het steviger borgen van zowel de regionale samenwerking als ook de samenhang tussen de inhoudelijke opgaven. We denken dat een regionaal perspectief hieraan kan bijdragen evenals een gezamenlijk beeld brede welvaart. Aanhaking en betrokkenheid van raden is hierin cruciaal evenals een pragmatische aanpak.
Geldrop-Mierlo def
Zoals in het werkprogramma is benoemd agenderen we knelpunten in het energienetwerk bij de netwerkbedrijven en proberen we invloed uit te oefenen op de keuzes in investeringen.
Landelijk gebied Goede opmerkingen, nemen we over.
Strategie en samenwerking De samenhangende opgaven als gevolg van de groei van de regio vragen om een regionaal perspectief, waarin de rol van de raden van groot belang is. Tijdens de Metropoolconferentie van maart is de betrokkenheid van de raden bij deze vervolgstappen ook onderstreept. We richten hiervoor ook een proces in, waarin deze betrokkenheid zal worden geborgd.
Begroting 2024 Wij hebben geen opmerkingen bij de concept-Begroting 2024. We onderschrijven ten volle dat we als 21 gemeenten samen aan zet zijn op de opgaven in deze regio. Gemeente Geldrop-Mierlo zal zeker de schouders zetten onder onze regionale samenwerking en bijdragen aan de regionale opgaven binnen Geldrop-Mierlo en Zuidoost-Brabant. We willen middels deze zienswijze graag verschillende punten onder de aandacht brengen ten aanzien van het werkprogramma en de begroting. Werkprogramma 2023-2024 De korte en bondige opzet van het werkprogramma vinden wij prettig werken. Het geeft een compact beeld, waardoor de samenhang tussen ontwikkelingen goed in beeld te houden is. Ook zien we dat het werkprogramma goed aansluit op het samenwerkingsakkoord.
\-12
We zijn blij dat het belang van brede welvaart een duidelijke plek heeft gekregen in het werkprogramma. Werkprogramma meer van de 21 gemeenten maken Het is goed om in beeld te hebben wat de MRE-organisatie gaat doen voor de activiteiten binnen het werkprogramma. Dat geeft een beeld waarom u in de begroting een uitbreiding van formatie voorstelt. We merken wel op dat de focus in het werkprogramma op de MRE-organisatie een risico in zich draagt dat het niet zozeer als werkprogramma van de gemeenten 21 voelt. We zien graag meer nadruk liggen op de inzet, die we met elkaar plegen.
Extern advies afwachten Wij houden bij voorkeur verschillende opties open om de uitvoering van het samenwerkingsakkoord en het werkprogramma te organiseren. Het externe advies dat in de maak is, kan een bijdrage leveren in de afwegingen, die we met elkaar kunnen maken over de wijze van organiseren. Wij willen daarom het externe advies afwachten, voordat de formatie binnen de MRE-organisatie zo fors wordt uitgebreid. Mogelijk blijkt versterking van de capaciteit binnen gemeenten een belangrijkere randvoorwaarde dan uitbreiding van de MRE-organisatie. Onze ambtelijke organisatie merkt dat de regionale vraag om inzet zich opstapelt en dat het steeds uitdagender wordt om hier invulling aan te geven. Belangrijk is dat we met elkaar een realistische benadering hanteren en dat we investeren in realisatiekracht op die plekken waar het ’t meeste bijdraagt aan de versnelling. Zoals gezegd vinden we het werkprogramma goed aansluiten op het samenwerkingsakkoord. We onderschrijven de prioritering die binnen de diverse programma’s is aangebracht. We hebben enkele verzoeken bij twee programma’s: Energietransitie In het deelprogramma Verduurzaming gebouwde omgeving zien we graag concreet welke activiteiten er in 2023-2024 worden opgepakt. We vinden het belangrijk dat we met
Strategie en samenwerking De regionale opgaven, zoals verwoord in het samenwerkingsakkoord en verwerkt in het werkprogramma vragen om een stevige inspanning van de gehele regio, MRE-organisatie én gemeenten. De inzet. die de MRE-organisatie pleegt is er volledig op gericht om strategisch van meerwaarde te zijn voor de 21 gemeenten. Daarnaast is er ook afstemming met de 21 gemeentesecretarissen op organisatieniveau tot een goede wederzijdse afstemming te komen over inzet van capaciteit (per programma) vanuit de 21 gemeenten. Een van de voorbeelden voor meer eigenaarschap is overigens dat ook enkele gemeenten formatie-inzet leveren in de programma's. Strategie en samenwerking Het Dagelijks Bestuur heeft verzocht om een extern advies in het verlengde van het vastgestelde samenwerkingsakkoord. Dit advies spitst zich toe op de inrichting van de organisatie. Dit wordt gedaan mede op basis van de formatie, zoals opgenomen in het conceptwerkprogramma en de concept-begroting.
Energietransitie Een uitwerking van de activiteiten is terug te vinden in het Samenwerkings- en uitvoeringsprogramma RES. Dit is terug te
\-13
elkaar de uitvoering en nakoming van de gemaakte afspraken monitoren en dat er aandacht is voor coördinatie en afstemming ten aanzien van de diverse samenwerkingscoalities, die in het kader van de RES worden opgestart. We denken dat het gezamenlijk werken aan het wegnemen van belemmeringen van belang is.
vinden via https://energieregiomre.nl/uitvoering/default.aspx. U kunt hiervoor ook terecht bij uw college. Samen met de betrokken ambtenaren energietransitie uit de regio verkennen we de te zetten stappen om tot een meer programmatische sturing te komen. De basis hiervoor is een goed monitoringssysteem.
Economie Wij zien binnen het deelprogramma Versterken vestigingsklimaat graag expliciet aandacht voor het toekomstbestendig maken van bestaande bedrijventerreinen. Daarbij breken we een lans om te verkennen welke kansen er zijn om anders om te gaan met de beperkingen van de fysieke ruimte, zoals bijvoorbeeld het optoppen van de bestaande bouw.
Economie In de nieuwe programmerings- afspraken zal eerst naar intensiverings- en verdichtingsmogelijkheden op bestaande terreinen worden gekeken, voordat nieuwe locaties in beeld komen. Bij verdichting hoort ook automatisch een kwaliteitsslag. Ook het optoppen van bestaande bouw past hierbij (mits passend en haalbaar).
Begroting 2024 We constateren dat de begroting is opgesteld conform de gemaakte afspraken over de gemeentelijke inwonersbijdragen en het toepassen van een indexering van 3,56%. Ook zien we de moeite die is gedaan om te bereiken dat het versterken van de realisatiekracht niet tot een hogere inwonerbijdrage leidt. Wel hebben we zorgen over de financiering van de formatieuitbreiding en de bijstelling van de werkbudgetten. Financiering formatie-uitbreiding In onze beleving zijn de Rijks- en provinciale gelden incidentele inkomsten en daarmee ongeschikt als dekking voor structurele personeelslasten. Een ander belangrijk deel van de financiering moet voortkomen uit de herschikking van middelen van het Stimuleringsfonds naar de regionale opgaven. Onvoldoende duidelijk is wat de impact is op wat we voor ogen hadden met het Stimuleringsfonds. Het subsidiëren van veelbelovende innovatieve projecten, die bijdragen aan de economische kracht in de regio blijft naar ons idee onverminderd van belang. Bijstellingen werkbudgetten Om werkbudget vrij te maken voor het programma Wonen en ruimte zijn de werkbudgetten voor andere programma’s naar beneden bijgesteld. Onze ambities zijn met het versnellen van de schaalsprong echter scherper geworden. Daarmee rijst de vraag of de onttrekking aan de andere werkbudgetten haalbaar is.
Financiën Wij onderschrijven dat structurele lasten gedekt moeten worden door structurele inkomsten. MRE gaat er gezien de opgaven van uit dat de betreffende Rijks- en provinciale middelen voor een langere termijn dan 3 jaar beschikbaar zijn en beschouwt deze daarmee als structureel. Stimuleringsfonds Voor wat het Stimuleringsfonds betreft verwachten wij geen negatief effect op het subsidiëren van innovatieve projecten. Financiën In de begroting wordt uitgegaan van een evenredige verdeling van de werkbudgetten over de verschillende thema's. Deze lijn is in de Begroting 2024 doorgezet. Bij de realisatie van de werkzaamheden zal blijken of de uitgaven
\-14
Gemert-Bakel
def
Werkprogramma 2023-2024 Wij hebben besloten om geen zienswijze in te dienen op het concept- Werkprogramma 2023-2024. In het vastgestelde Samenwerkingsakkoord 2023-2026 komen de grote opgaven, waar we als regio mee aan de slag moeten goed naar voren. We zien hierin ook het belang, de nut en de noodzaak om regionaal samen te werken. Vooral om er samen voor te zorgen dat er een goede balans blijft tussen stad en platteland om te kunnen komen tot brede welvaart voor alle inwoners van onze regio.
binnen de budgetten verantwoord kunnen worden of dat bijstelling nodig is. Strategie en samenwerking Het werkprogramma geeft een verdere uitwerking weer van de beoogde activiteiten in relatie tot de in het samenwerkingsakkoord opgestelde programmadoelen. Het portefeuillehoudersoverleg is daarmee ook beter in positie gebracht om te kunnen monitoren en sturen op de programmadoelen en de onderliggende activiteiten op de jaarlijkse werkprogramma's.
Het Werkprogramma 2023-2024 is in onze ogen een goede vertaling van het samenwerkingsakkoord naar doelen en acties. Zoals eerder aangegeven in onze zienswijze op het nieuwe samenwerkingsakkoord staan we positief tegenover het toevoegen van de opgave wonen en ruimte en het vereenvoudigen van governancestructuren in de regio. Ook de duidelijk benoemde lobby-rol van de MRE richting provincie en Rijk vinden we belangrijk. Niet alleen om onze eigen ambities waar te kunnen maken, maar ook om als regio de schaalsprong in goede banen te kunnen leiden. Wel willen we graag een opmerking plaatsen over de formatie-uitbreiding in relatie tot een slagvaardige organisatie. We vragen u om dit meetbaar te maken en daarvoor een plan van aanpak op te stellen. Begroting 2024 Wij kunnen ons vinden in de door u voorgestelde conceptBegroting 2024. Deze begroting doet recht aan het nieuwe samenwerkingsakkoord en de urgente opgaven, die we als regio samen op willen en moeten pakken. We zien dat door nieuwe governancestructuren én door het toevoegen van de opgave wonen en ruimte een uitbreiding van formatieplaatsen binnen de MRE nodig is. Het concept-Werkprogramma 2023-2024 en de concept-begroting geven inzicht in hoe de financiering hiervan wordt voorgesteld.
We zien dat door externe bijdragen en verschuiving van middelen het totale werkprogramma mogelijk wordt zonder verhoging van de inwonersbijdrage. En we constateren dat de inwonersbijdrage conform afspraken wordt geïndexeerd. Hier kunnen wij ons in vinden.
\-15
Heeze-Leende def
Mobiliteit Eén van de urgente opgaven waar we als regio voor staan is mobiliteit. Het concept-Werkprogramma 2023-2024 geeft prioriteit aan de aanpak van mobiliteitsproblemen in de stedelijke gebieden rondom Eindhoven. Voor deze aanpak zal aan Gemert-Bakel een flinke financiële bijdragen gevraagd gaan worden. De Peelregio – en daarmee Gemert-Bakel – kent diverse verkeersknelpunten, zoals de Beekse Brug en de N279. Concrete maatregelen en oplossingen moeten hiervoor opgenomen worden in het mobiliteitspakket dat voor de subregio De Peel vastgesteld gaat worden. Wij achten de aanpak van deze knelpunten als noodzakelijk, aangezien Gemert-Bakel met de ambitie om door te groeien naar 35.000 inwoners een belangrijk aandeel heeft in de regionale schaalsprong. Eerder hebben wij aan de hand van het Samenwerkingsakkoord 2023 - 2026 (hierna: Samenwerkingsakkoord) een goed gesprek gevoerd over de MRE-samenwerking, onze relatie als gemeente Heeze-Leende met deze samenwerking en de toekomst van onze regio. De basis van het gesprek dat wij destijds gevoerd hebben, was een positieve. De keuze voor de bekende MRE-thema’s (economie, mobiliteit, energietransitie, transitie landelijk gebied) met een uitbreiding van ‘ruimte en wonen’ is een begrijpelijke keuze om scherpte aan te brengen en te behouden in het vehikel van deze samenwerking, zoals eerder ook aangegeven.
Aanvullend op onze positieve houding ten opzichte van de MRE samenwerking, geven we middels deze zienswijze echter ook enkele aandachtspunten en punten van zorg mee, in eerste instantie algemeen en vervolgens per thema. Deze zienswijze wordt afgesloten met een integrale reactie op de conceptbegroting. Werkprogramma 2023-2024 Coördinatie op sociale thema’s is van belang Wat wij reeds aangegeven hebben in onze zienswijze op het Samenwerkingsakkoord, is dat de MRE zich uitsluitend richt op strategische coördinatie van ruimtelijke thema’s, maar dat de strategische coördinatie op sociale thema’s binnen de regio Zuidoost Brabant sterk achter blijft. Met Brainport Voor Elkaar wordt hier (opnieuw) een aanzet toe gedaan, maar de urgentie is nu al bijzonder hoog. We zien dat de eerdere oproepen tot coördinatie op sociale thema’s haar vruchten afwerpt en hier in het werkprogramma aandacht voor
Mobiliteit Gemeente moet de opgave inbrengen in het proces om te komen tot multimodale mobiliteitspakketten.
Strategie en samenwerking Samenwerking op het sociaal domein is op andere tafels op verschillende schaalniveaus georganiseerd in de regio. De regionale agenda kenmerkt zich in de basis door een inhoudelijke agenda met ‘ruimtelijke’ onderwerpen. Door toepassing van het perspectief brede welvaart brengen we de sociaal-maatschappelijke impact van deze ontwikkelingen beter in beeld en werken we gezamenlijk toe naar een regionaal perspectief. Een en ander is ook in de aanbiedingsbrief van
\-16
begint te komen. Dat neemt niet weg dat we op sociale thema’s nog een grote inhaalslag te maken hebben.
Gemeentelijke ambtelijke capaciteit is knelpunt De vraag, die op gemeenten af komt met het Samenwerkingsakkoord, de werkprogramma’s, de schaalsprong, de regionale ontwikkelstrategie en alle andere opgaven die vanuit Rijk, provincie of MRE komen, is dusdanig groot dat ambtelijke organisaties op dit moment worstelen met beschikbare capaciteit om alles op te pakken. Deze worsteling lijkt met de huidige arbeidsmarkt en ambities voor de toekomst eerder groter dan kleiner te worden. Dit knelpunt geldt voor elk van de thema’s binnen het MREwerkprogramma. Samenwerking als het gaat om inzet van capaciteit, kennis en kunde zou een welkome aanvulling zijn. Gebrek aan borging van democratische legitimiteit De keuzes, die we als MRE-regio maken, gaan ergens over. De plannen, die binnen de MRE-structuren opgesteld worden, zoals bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, het samenwerkingsakkoord en de werkprogramma’s, hebben grote impact op de 21 gemeenten binnen de MRE regio. Deze plannen worden vervolgens voorgelegd aan gemeenteraden, die middels zienswijzen hun visie op de voorgelegde plannen kunnen meegeven, als daar al de mogelijkheid toe bestaat. Het Algemeen Bestuur (hierna: AB) van de MRE neemt vervolgens een besluit over wat zij doet met de zienswijzen. Daarmee hebben gemeenteraden slechts indirect zeggenschap over zaken, die fundamenteel raken aan hun gemeente.
Volgens artikel 160 en 169 van de gemeentewet, hebben gemeenteraden een besluitvormende bevoegdheid als het gaat om keuzes met significante impact op hun gemeente. Kijkend naar de keuzes die binnen de MRE en op de bestuurlijke overlegtafels gemaakt worden, missen wij de stem van de gemeenteraden in deze keuzes en constateren wij dat gemeenteraden onvoldoende in positie zijn over besluiten, die hun gemeenten aan gaan. Graag zien wij dat de MRE een gesprek tussen de 21
het samenwerkingsakkoord nadrukkelijk opgenomen en zal deze periode extra aandacht krijgen. We begrijpen uw zorgen over de sociaalmaatschappelijke impact als gevolg van de groei met als voorbeelden de tekorten aan voldoende huisartsen. Daarvoor is in het werkprogramma een opdracht opgenomen om het voorzieningenniveau van de regio in beeld te brengen. Strategie en samenwerking In het werkprogramma is een actie opgenomen om tot een kennisprogramma te komen wat aansluit op uw knelpunt. Naast een kennisprogramma wordt gewerkt aan een woonfonds. Daarmee willen we capaciteit organiseren als een soort flexibele schil waar gemeenten bij specifieke casuïstiek een beroep op kunnen doen.
Strategie en samenwerking We delen uw zorgen over de democratische legitimiteit van de regionale keuzes en afstemming, die met elkaar gemaakt worden als gevolg van de regionale ontwikkelingen. In toenemende mate willen we aandacht schenken aan de betrokkenheid van de gemeenteraden. Daarvoor zullen we ook extra stappen zetten in de verschillende processen. Voorbeelden hiervan zijn de regionale ontwikkelstrategie en de mobiliteitsvisie
\-17
gemeenteraden faciliteert over hoe deze democratische legitimiteit wel geborgd kan worden. Naast deze punten van zorg, geven we u ook nog wat aandachtspunten mee per thema. Ruimte en wonen Zoals reeds eerder gemeld in onze zienswijze op het Samenwerkingsakkoord zien we geen grote rol voor de gemeente Heeze-Leende als het gaat om het verhogen van het woningaanbod. In onze regio verschilt een dergelijk uitgangspunt per gemeente en om die reden is het goed om te zien dat ingezet wordt op een brede coördinatie en strategiebepaling, mede gelet op de woondeal. Hoewel het reeds opgenomen is in het conceptwerkprogramma verzoeken wij hierbij om meer in te zetten op het organiseren van het versnellingsteam. Om in dit geval tot een goede uitvoering te komen van de opgaven waar we voor staan, is het van belang, mede in deze tijd waar nog steeds een aanhoudende krapte is op de arbeidsmarkt, voldoende ingezet wordt op voorbereiding van de uitvoering en daarmee meer op gelijk niveau komt met het beleidsmatige. Mobiliteit Het is goed om te zien dat binnen dit thema de nadruk zoveel ligt op meer duurzame, gezonde, schone en veilige mobiliteit. Wij als Heeze-Leende zien hierin de aansluiting op de focus voor wat betreft het neerzetten van een verbetering in het openbaar vervoer en de keuze van de fiets boven die van de auto. Gezien de ligging van Heeze-Leende t.o.v.
van bedrijvenlocaties biedt het aanleggen van doorfietsroutes grote kansen. Hetgeen we graag nog nadrukkelijk terug zouden zien, en niet uitsluitend vanuit lokaal oogpunt, maar ook vanuit subregionaal en provincie overschrijdend belang, om het intensiverend sluipverkeer, als gevolg van het dichtslippen van de A2 en A67, terug te dringen en in te zetten op een verbetering van die bestaande Rijkswegen en lokale verbindingswegen. Wij staan ervoor open om deze op te waarderen, zodat er minder doorgaand verkeer door de kernen gaat rijden en ook een regionale/provinciale functie kunnen vervullen. In het Samenwerkingsakkoord is opgenomen dat aan de oostkant van de regio een pakket aan maatregelen nodig is. Wij zien dit breder. De regio zuid wil samen met de gemeenten aan oostkant komen tot een pakket van maatregelen om de bereikbaarheid te verbeteren.
Ruimte en wonen De opgave m.b.t. de inrichting van versnellingsopgave is naast datamanagement een van de prioritaire opgaven, die in het kader van het werkprogramma nu wordt opgepakt. Dit is in lijn met het verzoek vanuit Heeze-Leende.
Mobiliteit Gemeente moet de opgave inbrengen in het proces om te komen tot multimodale mobiliteitspakketten.
\-18
Helmond def
Energietransitie Wij vinden het goed om terug te zien dat de regio zich inzet om in 2050 klimaatneutraal te zijn met als tussenstap om in 2030 al 55% CO2 reductie te willen bereiken. Inzet op een optimale benutting van het energienetwerk in onze regio is zeker van belang. Hierbij willen we wel de opmerking maken dat er ten allen tijde sprake moet zijn van voldoende netwerkcapaciteit. Niet enkel om de verschillende duurzame ontwikkelingen voor wat betreft opwek te kunnen realiseren, maar ook aansluitingen te kunnen waarborgen. Wij adviseren om eerst te zorgen dat de basis op de orde is voordat andere ontwikkelingen plaats gaan vinden, die een druk gaan vormen op het elektriciteitsnetwerk. Anders wordt elektriciteitsnetwerk de remmende factor voor nieuwe Ontwikkelingen, zoals beoogd met de schaalsprong. Economie De eerder ingediende zienswijze zien wij onvoldoende terug. We erkennen de noodzaak om de Mainport verder te ontwikkelen en het vestigingsklimaat te verbeteren. Tegelijkertijd is het van belang dat de lokale economie voldoende aandacht krijgt. In het geval van Heeze-Leende betekent dit dat we ons richten op de stimulering van lokaal ondernemerschap en het bevorderen van recreatie en toerisme. Deze aspecten zijn al benadrukt als belangrijke bijdragen aan de regio, eveneens binnen de A2-subregio.
Landelijk gebied In onze zienswijze op het conceptsamenwerkingsakkoord hebben we aangegeven het van belang te vinden dat er ruimte wordt behouden voor onze agrarische sector. Dit staat nog onverkort overeind. We zijn dan ook verheugd te zien dat er wordt gestreefd naar een verbreding en verduurzaming van het regionale productiepalet. Begroting 2024 Ten aanzien van de begroting, zoals deze voorgesteld wordt, kunnen we korter zijn, waarbij opgemerkt wordt dat we voor de inhoudelijke reactie verwijzen naar voorgaand. Het is goed om te zien dat ondanks de toevoeging van een thema en de indexering dat de stijging van de bijdrage vanuit de gemeenten (absoluut bezien) beperkt blijft en kunnen ons in zoverre vinden in de begroting. Werkprogramma 2023-2024 Grote uitdagingen Zoals ook opgenomen in het Samenwerkingsakkoord 2023-2026 staan we regionaal voor grote uitdagingen. De dynamiek in de
Energietransitie Zoals in het werkprogramma is benoemd agenderen we knelpunten in het energienetwerk bij de netwerkbedrijven en proberen we invloed uit te oefenen op de keuzes in investeringen.
Economie In de op dit moment op te stellen visie op bedrijventerreinenprogrammering wordt aandacht besteed aan de subregionale profilering. De focus van de A2-gemeenten op lokaal ondernemerschap en leisure wordt hierin meegenomen. Ook de dit jaar nog te bespreken voortzetting van deelname aan het provinciale Leisure Ontwikkelfonds kan bijdragen aan de economische ambities van Heeze-Leende. Landelijk gebied De agrarische sector is in transitie. Een duurzaam perspectief voor de sector is onderdeel van onze aanpak.
-
Strategie en samenwerking Met de programmatische aanpak worden ook de poho's strategisch meer in positie gebracht om op de programmadoelen te sturen. De MRE-
\-19
regio vraagt om een lange termijn perspectief, waarin de groei (schaalsprong en versnelling) in balans is met behoud en versterking van kwaliteit en de regionale welvaart. Rijk en provincie zoeken steeds meer de regio op voor beleidsontwikkeling en -uitvoering. De recent gewijzigde Wgr beoogt de betrokkenheid van raden bij de regionale samenwerking te vergroten. Deze uitdagingen vragen een andere rolneming, waarbij de Metropoolregio Eindhoven (meer) regie voert op het proces en de samenhang in en verbinding tussen agenda’s. Capaciteitsuitbreiding De grote uitdagingen vinden we met name vertaald in de aanzet tot programmasturing in het concept-Werkprogramma 20232024. Voor de MRE-organisatie betekent dit een uitbreiding van de formatie welke deels gefinancierd wordt uit externe middelen. Deels ook uit de inwonerbijdrage. Uw bestuur kiest daarbij voor een verschuiving tussen de bijdrage voor het Stimuleringsfonds en de bijdrage voor Regionale opgaven, waardoor per saldo geen “extra” verhoging van de inwonerbijdrage (bovenop de indexering en inwonersgroei) nodig is. Wij waarderen deze keuze in de begroting. Wij roepen uw bestuur ook op, te blijven zoeken naar externe financiering voor de regionale opgaven. Wij herkennen vanuit de uitdagingen ook de noodzaak om de formatie uit te breiden.