A16 Resultaten Bestuurlijke Overleggen 6 november 2024
Tekst van het document
Rijk en regio spreken af dat er minimaal per kwartaal een voortgangsgesprek plaatsvindt om de uitvoering van de maatregelen te monitoren.
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
25
Regio Noordwest-Nederland
1. Regionaal trendonderzoek stedelijke gebieden Rijk en regio onderschrijven dat de conclusies van het door de Metropoolregio Amsterdam en de G4 uitgevoerde verdiepend trendonderzoek naar (stedelijke) mobiliteit van toegevoegde waarde zijn als bouwsteen voor de uitwerking van de bereikbaarheidsdoelen en voor de Welvaart- en leefomgevingscenario’s (PBL) en Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA). Rijk en regio spreken af om samen de kansen van deze nieuwe perspectieven te onderzoeken voor de regionale opgave in het gebiedsprogramma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid en een voorstel voor vervolg af te spreken in het BO MIRT 2025. 2. A28/A1 Hoevelaken Rijk en regio herbevestigen de urgentie van een snelle realisatie van het project A1/A28 knooppunt Hoevelaken en het belang van een goed functionerende knooppunt voor de landelijke en regionale bereikbaarheid en de realisatie van 40.000 woningen en 32.000 arbeidsplaatsen tot 2040 in de Regio Amersfoort; Op dit moment is er geen zicht op de volledige herstart van het project A1/A28 Knooppunt Hoevelaken.
Het Rijk onderzoekt in samenspraak met de regio voor BO MIRT 2025 of het mogelijk is om het MIRT-project A1/A28 Knooppunt Hoevelaken in kleinere projecten op te delen en te faseren; Bij gehele of eventueel gedeeltelijke herstart van project A1/A28 Knooppunt Hoevelaken vormen het Ontwerp-Tracébesluit van 2018 en de gemaakte bestuurlijke afspraken het vertrekpunt; Rijk en regio hebben het afgelopen jaar binnen het programma U Ned de Mobiliteitsagenda Regio Amersfoort 2040 opgesteld. De Minister van IenW heeft besloten € 50 miljoen (incl. btw) beschikbaar te stellen. De regio stelt eveneens een budget van € 50 miljoen beschikbaar voor het maatregelenpakket. Rijk en regio kiezen hiermee voor maatregelen die passen binnen het afgesproken beoordelingskader: a) Doorfietsroute Amersfoort – Soesterberg – Zeist – Utrecht Science Park; b) Doorfietsroute Baarn – Soest – Bilthoven – Utrecht CS; c) Doorfietsroute Amersfoort – Veenendaal; d) Aanpak sluipverkeer rondom knooppunt Hoevelaken (inclusief verkeersmanagement, VRI’s aanpassen) e) Pre-verkenning BRT Amersfoort – Utrecht Science Park; f) A1 kunstwerk 500, fietstunnels en aanpassen kruispunten A1 aansluiting 14 / Amersfoortsestraat g) Aansluiting A1 – N199 – Ontsluitingsweg Bovenduist; h) A30 – aansluiting Barneveld Zuid.
Voor de pre-verkenning BRT (e) zal bij het BO MIRT 2025 op basis van de resultaten bekeken worden hoe deze maatregelen gefinancierd kunnen worden. De maatregelen (f,g,h) zijn opgenomen in het pakket onder voorwaarde van het Rijk dat vanwege schaarse RWS-capaciteit, de gemeente / regio Amersfoort de realisatie (incl. planuitwerking) van deze aansluitingen op zich neemt. Rijk en regio werken het voorgestelde maatregelenpakket in 2025 nader uit. Rijk en regio verkennen hoe en op welk moment zij hun bijdrage kunnen voldoen. Rijk en regio gaan in 2025 met elkaar in gesprek over de aanvullende financiering van de quick win aansluiting bij Eemnes (A27).
3. Programma U Ned Groot Merwede: MIRT Verkenning OV en Wonen, MIRT Onderzoek A12-zone in samenhang met Rijnenburg Rijk en regio stellen op basis van de tot nu toe bekende resultaten het volgende vast:
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
26
Om de ruimtelijke ontwikkelingen Groot Merwede (inclusief A12-zone) en Rijnenburg mogelijk te maken én de verkeersdoorstroming op de Ring Utrecht als (inter)nationale draaischijf te waarborgen er inzet nodig is op nabijheid, vraagbeïnvloeding, en fiets en OV als dragende modaliteiten, om de groei van automobiliteit als gevolg van de ontwikkeling van de A12-zone en Rijnenburg te beperken. Daarnaast zijn er (uitgaande van realisatie van het Tracébesluit A12/A27 Ring Utrecht) ingrepen voor het Hoofdwegennet (Ring Utrecht, A2 én A12) en in het Onderliggend Wegennet nodig om te voorkomen dat de knelpunten op de Ring Utrecht groter worden als gevolg van de autonome groei van het autoverkeer, waardoor de bereikbaarheid van de regio verminderd wordt. In fase 2 van het MIRT-onderzoek onderzoeken Rijk en regio de effecten van een pakket van diverse maatregelen op het gebied van bereikbaarheid (A2, A12, OWN, Merwedelijn en fiets), waarbij onder andere kosten en de ruimtelijke impact worden uitgewerkt. Om verstedelijking in Groot Merwede (incl. A12 zone) en Rijnenburg mogelijk te maken is voor de ov-component duidelijk dat hoogwaardig OV nodig is voor verstedelijking; een snelle en hoogfrequente Merwedelijn (Hoogwaardig OV, HOV) is randvoorwaardelijk voor de ontwikkeling van de A12-zone en Rijnenburg.
De onderzochte maatregelen in de MIRT-verkenning OV en Wonen moeten een schaalsprong in het OV voor Groot Merwede en Rijnenburg mogelijk maken. Rijk en regio stellen voor de MIRT-verkenning OV en Wonen vast dat: • De MIRT-verkenning OV en Wonen op basis van de huidige inzichten nog geen voorkeursalternatief kan worden vastgesteld waarbij maakbaarheid, voldoende doelbereik en (financiële) randvoorwaarden bij elkaar komen. • Er voor de MIRT-verkenning OV en Wonen een verdiepingsfase wordt gedaan om besluitvorming over een (voorlopig) voorkeursalternatief tijdens het BO MIRT 2025 mogelijk te maken. • De onderzochte Papendorplijn geen onderdeel gaat uitmaken van het Voorkeursalternatief van de MIRT-verkenning OV en Wonen. Rijk en Regio zetten zich in om in het BO MIRT 2025 op basis van de resultaten toe te werken naar een (voorlopig) voorkeursbesluit voor de Merwedelijn (MIRT-verkenning OV en Wonen) in combinatie met vervolgstap(pen) voor het HWN, OWN en fietsnetwerk (MIRT-onderzoek). Rijk en regio stellen vast dat onderdelen van besluitvorming daarbij zijn: • Een (voorlopig) voorkeursalternatief voor de MIRT-verkenning OV en Wonen, met een richtinggevend besluit over de wijze van OV-ontsluiting van de A12-zone in samenhang met de OV-ontsluiting van Rijnenburg.
• Een richtinggevend besluit ten aanzien van woningbouw in Groot Merwede en Rijnenburg, in combinatie met werkgelegenheid en samenhangende en randvoorwaardelijke aspecten en thema’s als energie, groen en grondverwerving. • Vervolgstappen ten aanzien van het benodigde pakket van multimodale maatregelen voor zowel de doorstroming op de Ring Utrecht als voor de verstedelijking in de A12-zone en Rijnenburg mogelijk te maken. Het gaat hierbij onder andere om; o het daarvoor benodigde fietsnetwerk; o de daarvoor benodigde ingrepen in het Hoofdwegennet; o de daarvoor benodigde ingrepen in het Onderliggende Wegennet. • Afspraken over toekomstige organisatie voor gebiedssamenwerking en bijbehorende ontwikkelstrategie inclusief fasering. Rijk en regio zetten zich in om voor BO MIRT 2025 stappen te zetten op het gebied van programmering in tijd en financiën van bovenstaande bouwstenen, om tot uitvoering van de opgaven te komen.
4. Oostflank Metropoolregio Amsterdam Algemeen In lijn met de afspraken in de Rijkstructuurvisie RRAAM (2013) en herbevestigd in het Perspectief Oostflank MRA (2020) hebben Rijk en Flevoland een opgave om grootschalig woningen te bouwen. In Flevoland is nog voldoende ruimte om op rijksgronden een substantieel aantal woningen toe te voegen. Flevoland levert daarmee een essentiële bijdrage Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
27
aan de woningnood van de huidige inwoners en aan nationale woningproductie. In dat licht zal Almere zich inspannen om de woningbouwproductie te verhogen om meer woningen te realiseren met als streefgetal tenminste 2.000 – 3.000 woningen per jaar. De groei van het aantal woningen moet in evenwicht zijn met werklocaties, de ontwikkeling van mobiliteitsinfrastructuur en stedelijke voorzieningen. In de Rijkstructuurvisie van 2013 is afgesproken dat een vervolgonderzoek (MIRT-verkenning) naar verdere infrastructuurmaatregelen voor de ontsluiting van Almere Pampus wordt gestart wanneer ten opzichte van 2010 circa 25.000 woningen zijn gebouwd en er zicht is op afronding van de tweede fase van Amsterdam IJburg. Daarvan hoeven nog minder dan 7.000 woningen worden gebouwd en het finaliseren van IJburg is nabij. De verdere concretisering van de toekomstige bereikbaarheid van Pampus/Flevoland (IJmeerverbinding) wordt met het voortvarend doorbouwen van woningen urgent. Onderstaande afspraken moeten aan deze urgentie invulling geven.
Almere Pampus De ruimtelijk strategische verkenning voor de grootschalige woningbouw Almere Pampus wordt vastgesteld. Het Masterplan Almere Pampus vormt het uitgangspunt voor de ontwikkeling van dit nieuwe stadsdeel. Waarbij Rijk en regio zich realiseren dat een langjarige samenwerking van alle betrokken partijen nodig is om tot grootschalige woningbouwontwikkeling in Almere Pampus te komen. Status IJmeerverbinding bij ontwikkeling Pampus Bij een volledige ontwikkeling van Almere Pampus naar een hoog stedelijk woonmilieu is een goede ontsluiting door middel van een IJmeerverbinding noodzakelijk waarbij de bereikbaarheid van heel Almere blijvend aandacht verdient. Gezien het grote belang van een goede ontsluiting van de grootschalige woningbouwlocatie Pampus binnen de MRA en de regio Flevoland is het daarom noodzakelijk een concreter beeld te krijgen van de kansen op private en publieke financiering van een IJmeerverbinding tussen Almere en Amsterdam. De bereikbaarheid van Almere en Flevoland is randvoorwaardelijk voor de groei van wonen en werken. Hiermee wordt de grootste - nog beschikbare Rijks ontwikkellocatie in de Randstad ontsloten en het vestigingsklimaat verbeterd. Vervolgonderzoek Parallel aan de voorbereiding van de bouw van de 1e fase Pampus met 7.500 woningen en 4.000 arbeidsplaatsen wordt op initiatief van de regio een gezamenlijke ‘P-verkenning’ gestart.
Deze P-verkenning onderzoekt de mogelijkheden en kansrijkheid van alternatieve bekostiging van een IJmeerverbinding. Dit onderzoek is een alternatieve route naar de start van een MIRT verkenning. Hiervoor wordt een integrale businesscase opgesteld voor de bereikbaarheidsopgave van Almere, waarvan de bekostiging van de IJmeerlijn onderdeel is, inclusief een investeringsfonds voor sociale en leefbare ontwikkeling van Pampus en de stad. De resultaten van het onderzoek worden geagendeerd voor het BO MIRT Noordwest 2026. De kosten van dit onderzoek worden 50/50 door Rijk en regio gedragen waarbij de ministeries van VRO en IenW gezamenlijk de opdrachtgevers zijn en dit onderzoek in overleg met de gemeente Almere en de provincie Flevoland wordt opgezet en (tussen)resultaten worden gepresenteerd. Te starten met de uitwerking van de gebiedsontwikkeling van de eerste fase van de grootschalige woningbouw in Almere Pampus, bestaande uit circa 7.500 woningen, 4.000 arbeidsplaatsen en bijbehorende voorzieningen. Uit de beschikbare middelen van € 54 miljoen uit het BO MIRT 2022 voor een HOV-verbinding Pampus en/of Oosterwold wordt € 54 miljoen gereserveerd voor een HOV-verbinding Almere Pampus. De hoogte van de rijksbijdrage wordt na nader onderzoek (investering, beheer, onderhoud en exploitatie) bepaald.
Door middel van parallel plannen streven partijen ernaar om ruim eerder dan 2030 te starten met de woningbouw van de eerste fase Almere Pampus waarbij een actueel woningbouwprogramma dat aansluit bij de woningbehoefte leidend is.
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
28
De afspraken voor de vervolgfase worden vastgelegd in een nader op te stellen bestuursovereenkomst Pampus waarvan het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het coördinerende departement zal zijn. Bij de uitwerking is het uitgangspunt dat de ontwikkeling van Almere Pampus minimaal financieel neutraal verloopt voor partijen en er 2/3 betaalbare woningen worden gerealiseerd. Het Rijk beoogt geen winst te maken op deze ontwikkeling. Voor de stedelijke ontwikkeling van Almere wordt de Uitvoeringsovereenkomst Almere 2.0 geactualiseerd naar een Uitvoeringsovereenkomst 3.0. Daarin worden nieuwe (financiële) afspraken gemaakt voor de integrale stedelijke ontwikkeling van de gebieden Oosterwold, Almere Centrum, Weerwater, Almere Pampus alsmede in relatie met sociale en leefbare ontwikkeling van de stad.
Autobereikbaarheid De uitspraak over de (on)mogelijkheid van een wegverbinding (IJmeerweg) gekoppeld aan de IJmeerverbinding vloeit voort uit de uitkomsten van de integrale business case. Almere/Zeewolde Oosterwold/A27 Partijen spreken af dat in fase 2 Almere/Zeewolde Oosterwold op basis van bestaande afspraken meer woningen in hogere dichtheden worden toegevoegd. Daarmee wordt invulling gegeven aan de gewenste versnelling van de woningbouw. Partijen verkennen verder op welke wijze een effectieve samenwerking van publieke en private partijen hier een bijdrage kan leveren in het realiseren van deze opgave. Na besluit over de mogelijke komst van een defensiekazerne in Flevoland worden in 2025 nadere afspraken gemaakt over de verdere ontwikkeling van Oosterwold. De monitor naar de doorstroming op de A27 laat in toenemende mate zien dat er filevorming plaatsvindt en dat het perspectief van een ingrijpend mobiliteitsknelpunt toeneemt. De A27 is van vitaal belang voor de bereikbaarheid van grote woningbouwlocaties in Flevoland (Oosterwold, Lelystad Zuider-C). Rijk en Regio onderschrijven dit. In combinatie met de ambitie om de woningbouw in Flevoland te versnellen en de mogelijke komst van een kazerne worden de knelpunten op de A27 nog urgenter. Rijk en regio onderschrijven dat.
Lelystad Zuiderhage De Mastervisie ZuiderC vormt het kader voor grootschalige woningbouw in Lelystad Zuiderhage met 15.000 woningen. In het BO MIRT Noordwest 2025 worden de resultaten geagendeerd van het lopende onderzoek naar de bereikbaarheid van Lelystad Zuiderhage. A6 Almere Oostvaarders – Lelystad Toenemende congestie op de A6 is een probleem voor de woningbouw, de economische ontwikkeling en de onderliggende infrastructuur in Flevoland. Maximale capaciteit voor betreffende deel A6 is voor de spitsperioden reeds bereikt. Er zijn meermalen extra middelen toegevoegd voor de realisatie. Vanaf 2019 worden belemmeringen gesignaleerd door beperkte stikstofruimte. Rijk en regio werken samen om deze belemmeringen in kaart te brengen en op te lossen. Inmiddels is met een quickscan stikstof duidelijk geworden dat de beperkingen rondom stikstof niet van dermate omvang zijn, dat dit een doorstart van het project in de weg staat. Rijk en regio hebben overeenstemming over de verbreding van de A6 in Flevoland en het rijk zal zich inspannen om de uitvoering van dit project op een gepast moment en binnen afzienbare tijd te laten plaats vinden. Hightech Ecosysteem Almere Almere wordt binnen het programma “Ruimtelijk Programmeren voor de Nederlandse kennisindustrie” van het ministerie van Economische Zaken beschouwd als een toekomstig
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
29
hightech brandpunt en zal meedraaien binnen dit programma. Horizon Flevoland zal hierin een belangrijke rol spelen.
5. Multimodale Ring Alkmaar (spoorzone – N9 – N242) Rijk en regio spreken af dat onder verantwoordelijkheid van de regio en met medewerking van het Rijk een onderzoek wordt gedaan naar de bereikbaarheids- en verkeersveiligheidsopgaven van de multimodale Ring Alkmaar (waaronder Spoorzone Heerhugowaard – N9 – N242). Dit in relatie tot de afspraak van een continue, hoge bouwstroom van 42.500 woningen tot en met 2030 en de ambitie van 62.500 woningen tot 2040, ontwikkeling van het Maritiem Cluster met Defensie in Den Helder en bereikbaarheid Greenport NHN. Bij het onderzoek worden alle modaliteiten betrokken en rollen en verantwoordelijkheden van partijen in de uitvoering van projecten in kaart gebracht. Voor de uitvoering van dit onderzoek (maximaal € 120.000) dragen Rijk en regio gezamenlijk 50% van de kosten. De Rijksbijdrage zal aan de regio worden uitgekeerd. De resultaten en aanbevelingen van het onderzoek worden geagendeerd in het BO Leefomgeving 2025 en vormen de basis voor vervolgafspraken in opmaat richting BO MIRT Noordwest 2025, als uit het onderzoek een heldere bereikbaarheidsopgave voor het Rijk blijkt. De resultaten zijn mede input voor voorstellen vanuit de regio bij de afweging en besluitvorming in 2025 voor de verdeling van de extra middelen die door het kabinet zijn gereserveerd voor mobiliteit in het kader van woningbouw. 6.
Pakket projecten Zuidasdok, OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer, knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel, derde perron Amsterdam Zuid, OVverbinding Sloterdijk – Amsterdam Centrum Rijk en regio werken hard aan de projecten Zuidasdok, OV-verbinding AmsterdamHaarlemmermeer, knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel, derde perron Amsterdam Zuid en OV-verbinding Sloterdijk-Amsterdam Centrum. Daarbij zijn belangrijke stappen gezet. De projecten hebben niet alleen importantie voor de bereikbaarheid van de regio, maar ook voor het verdere OV-netwerk. Projecten kennen ook de nodige uitdagingen, zowel inhoudelijk als financieel. Rijk en regio zijn hierover in gesprek en blijven deze gesprekken doorzetten, waarbij de samenhang tussen de gemaakte afspraken steeds in ogenschouw wordt genomen. IenW en regio spreken af voor de zomer van 2025 een goed voorbereid bestuurlijk overleg te organiseren over de zorgen over de samenhangende projecten uit het pakket. Daarbij wordt de minister van VRO uitgenodigd. 7. OV-verbinding Amsterdam – Haarlemmermeer Beoogde planning was om eind 2025 te komen tot een voorkeursbeslissing. Dit blijkt te ingewikkeld te zijn. Op basis van actuele inzichten is het wel haalbaar dat eind 2025 het belangrijkste deel van de beslisinformatie beschikbaar is, waarbij gezamenlijk een richtinggevend concept besluit genomen kan worden voor een voorkeursalternatief.
Daarna is er nog circa een jaar nodig om dit voorkeursalternatief verder uit te werken. De hernieuwde planning is dat eind 2026 de beslisinformatie gereed is voor het kunnen nemen van de voorkeursbeslissing. Rijk en spreken af om gezamenlijk te streven naar het kunnen nemen van een voorkeursbeslissing eind 2026. 8. OV Schiphol – Amsterdam – Almere – Lelystad Rijk en regio constateren dat de OV-bereikbaarheid van (nieuwe) woon- en werklocaties in de MRA van belang is. Om die bereikbaarheid te faciliteren, is beoogd om meer treinen op de Schiphol-Amsterdam-Almere-Lelystad (SAAL) corridor te gaan rijden vanaf dienstregeling 2033.
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
30
Rijk en regio spreken af om een bestuurlijk overleg te organiseren voor de zomer van 2025, er van uitgaande dat de beslisinformatie over de herijking ERTMS en Programma Hoogfrequent Spoor (PHS)/SAAL dan beschikbaar is. 9. Poort van Hoorn Rijk en regio spreken de intentie uit gezamenlijk tot een oplossing te komen voor het tekort op de spoor gerelateerde onderdelen binnen de gebiedsontwikkeling Poort van Hoorn van € 25,4 miljoen (incl. btw, prijspeil 2024). Daarbij wordt afgesproken deze casus te betrekken bij de landelijke afweging voor de verdeling van de € 2,5 miljard die door het kabinet is gereserveerd voor de ontsluiting van nieuwe woningbouw en van de € 5 miljard voor woningbouw. De provincie Noord-Holland spant zich in om (onder voorbehoud goedkeuring van Gedeputeerde Staten), en onder voorwaarde dat het rijk het resterende financiële tekort dekt, een extra bijdrage te doen van € 3 miljoen (excl. btw). Rijk en regio beogen om in het BO Leefomgeving van voorjaar 2025 hierover een besluit te nemen of zoveel eerder als mogelijk, omdat de realisatie van het project anders vertraging oploopt. De regio is teleurgesteld dat een besluit hierover niet snel kan worden genomen. Het ministerie overlegt met de regio over de gevolgen. 10.
OV-knoop Haarlem Nieuw-Zuid Het ministerie van IenW heeft besloten het restbudget van de A9 Rotterpolderplein niet in te zetten voor de OV-knoop Haarlem Nieuw-Zuid. Rijk en regio spreken de intentie uit gezamenlijk tot een oplossing te komen voor het resterende tekort op het project mobiliteitshub Haarlem Nieuw Zuid van € 11,7 miljoen. Daarbij wordt afgesproken deze casus te betrekken bij de landelijke afweging voor de verdeling van de € 2,5 miljard die door het kabinet is gereserveerd voor de ontsluiting van nieuwe woningbouw en van de € 5 miljard voor woningbouw. Rijk en regio beogen om in het BO Leefomgeving van voorjaar 2025 hierover een besluit te nemen of zoveel eerder als mogelijk, omdat de realisatie van het project anders vertraging oploopt. De regio is teleurgesteld dat een besluit hierover niet snel kan worden genomen. Het ministerie overlegt met de regio over de gevolgen.
11. Programma U Ned: Mobiliteitsbouwstenen in NOVEX-gebied Utrecht Amersfoort Aanpak 2030: Rijk en regio hebben een overzicht vastgesteld van potentiële mobiliteitsmaatregelen welke het NOVEX gebied Utrecht-Amersfoort beter bereikbaar maken én verdere verstedelijking mogelijk maakt. Rijk en regio zetten zich in om voor BO MIRT 2025 stappen te zetten op het gebied van programmering in tijd en financiën van bovenstaande bouwstenen, om tot uitvoering van de opgaven te komen. Mobiliteitsagenda Regio Amersfoort 2040: Rijk en regio onderschrijven de Mobiliteitsagenda Regio Amersfoort 2040 en spannen zich gezamenlijk in om de hierin genoemde maatregelen nader uit te werken.
Rijk en regio spreken af de volgende maatregelen uit de Mobiliteitsagenda met voorrang uit te werken: • Aansluiting A1 – Bunschoten/ Bovenduist (grootschalige woningbouw Bovenduist) • Aansluiting A1 – Hoevelaken (grootschalige woningbouw Hoevelaken) • Regionaal Verkeersmanagement met het doel slim, duurzaam en veilig te sturen op toenemende druk op het hoofd en onderliggend wegennet • BRT tussen Amersfoort en het Utrecht Science Park • Verkeersveiligheidsmaatregel A1/A30 • Veluwelijn (verhoging treinfrequentie Amersfoort – Harderwijk Rijk en regio zetten zich in om voor BO MIRT 2025 stappen te zetten op het gebied van programmering in tijd en financiën van bovenstaande bouwstenen, om tot uitvoering van de opgaven te komen. Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
31
Korte termijnaanpak 2025-2030/Goedopweg: In aanvulling op de vorig jaar op het BO MIRT in het kader van de “korte termijn aanpak (Goedopweg) Uned 2025-2030” gemaakte financieringsafspraak draagt het Rijk voor het jaar 2026 maximaal € 2,4 miljoen incl. btw bij, op basis van een gelijke financiële bijdrage vanuit de regio (verdeelsleutel van 50/50). Ontvanger van de Rijksbijdrage is de provincie Utrecht. Rijk en regio streven ernaar om uiterlijk op het BO MIRT 2025 vervolgafspraken over Goedopweg te maken voor de resterende periode tot en met 2030. Daarbij wordt ook de samenhang met, en de regionale vertaling van, de landelijke aanpak spits spreiden meegenomen. 12. Programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid Jaarplan Mobiliteitsgedrag SBaB 2025 Rijk en regio spreken af om: In het kader van de Meerjarenaanpak Mobiliteitsgedrag SBaB 2024-2030 samen met andere partners zoals werkgevers en vervoerbedrijven invulling te geven aan gedragsprincipes van het MTB. Daarbij € 3.930.000 ter beschikking te stellen voor de uitvoering van activiteiten in 2025. Dit bedrag bestaat uit een maximale Rijksbijdrage van € 1.050.000 (ontvanger: provincie NoordHolland) ten behoeve van de werkgeversaanpak (Breikers en IJmond Bereikbaar) en een maximale regiobijdrage van € 1.840.000. Alle bedragen zijn inclusief btw, zowel van het Rijk als de regio.
Het resterende budget van € 1.040.000 wordt gedekt vanuit de programmabegroting van SBaB. De Programmaraad SBaB te mandateren voor de daadwerkelijke toekenning van middelen naar projecten en start uitvoering. Dit op basis van overeenstemming tussen rijk en regio over het Jaarplan Mobiliteitsgedrag SBaB 2025 en de definitieve opdracht aan de uitvoerende partijen voor gedragsmaatregelen in 2025. Bereikbaarheidsmaatregelen SBaB voor Uitvoeringsagenda NOVEX-gebied MRA Rijk en regio spreken af om: De rapportage ‘Overzicht benodigde bereikbaarheidsmaatregelen SBaB voor NOVEX MRA’ vast te stellen. Het overzicht te beschouwen als een momentopname en daarom jaarlijks te actualiseren. Te starten met het vanuit mobiliteitsperspectief (SBaB) toe te werken naar een advies over fasering aan NOVEX MRA. Dit gebeurt aan de hand van nog te definiëren criteria. Uitgangspunt daarbij is het nakomen en uitvoeren van bestaande MIRT 2022 afspraken.
13. Draaiend houden Ringen (Amsterdam en Utrecht) Rijk en regio hebben in 2023 overeenstemming bereikt over 5 werksporen en een invulling van deze werksporen op hoofdlijnen. Rijk en regio hebben in de afgelopen periode inhoudelijk overeenstemming bereikt over de volgende nadere concrete invulling van de 5 werksporen: 1. Smart Mobility I/Incidentmanagement: verminderen van de effecten van ongeplande verstoringen door een snellere start en afhandeling van incidentmanagement in combinatie met in-car veiligheidswaarschuwingen (preventie, detectie, diagnose, aanrijden, afhandeling), door te investeren in de volgende systemen en projecten: in-car waarschuwingen voor gevaarlijke situaties, inzet van AI voor snelle analyse van detectiesystemen, ontwikkeling ‘common operational picture’ voor verbeteren samenwerking met professionele ketenpartners, verminderen ‘blind spots’ in cameradekking, verbetering van voorspelling restduur incidenten; 2. Smart Mobility II/informatie: effectiever informeren van de reiziger pré-trip en on-trip via in-car informatie over met name verkeershinder en routering, door te investeren in de volgende systemen en projecten: smart routing en smart destination (incl. verwijzing naar hubs) voor spreiding van verkeer op de ringen, doorontwikkeling coördinatiestructuur voor publiek-private samenwerking, digitaliseren beleidsinformatie (bijvoorbeeld regionale
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
32
verkeerscirculatieplannen), en de ontwikkeling van het bijbehorende instrumentarium, vooraankondiging bij wegwerkzaamheden en evenementen; 3. Verkeersmanagement: betere benutting van het bestaande netwerk met behulp van investeringen in verkeersmanagementsystemen, door te investeren in de volgende systemen en projecten: matrixborden, lussen, camera’s, toeritdosering (TDI’s), verkeersregelinstallaties (iVRI’s), maar ook meer inzetten op digitaal Verkeersmanagement zoals digitaliseren van regelscenario’s (Diego) en Verkeersmanagement Informatie voor Routeadvies (VM-IVRA) en de bovenliggende afspraken en systemen om vanuit (regionale) verkeerscentrales zorg te dragen voor een optimale inzet van de verkeersmanagementsystemen, inclusief de opzet van een landelijk aanpak; 4. Kleine infrastructurele maatregelen (zoals buffercapaciteit op-/afritten, betere inrichting van knooppunten, verbetering van belijning, verbindingen en aansluitingen en ontwikkelen van mobiliteitshubs): enerzijds ter vergroting van de effecten van Smart Mobility en Verkeersmanagement en anderzijds ter verbetering van kleine onvolkomenheden in het netwerk; 5. Netwerkoptimalisaties Ring Eindhoven: het pakket waarover met de regio is besloten in het BO MIRT najaar 2022 wordt momenteel stapsgewijs gerealiseerd.
Het beschikbare budget van IenW van € 300 miljoen wordt op basis van de hierboven genoemde concrete invulling als volgt over de werksporen verdeeld: werkspoor 1 maximaal € 65,6 miljoen, werkspoor 2 maximaal € 58,6 miljoen, werkspoor 3 maximaal € 49 miljoen en werkspoor 4 maximaal € 76,8 miljoen. Voor werkspoor 5 is reeds eerder € 50 miljoen overeengekomen. Rijk en regio spreken af dat IenW deze invulling zal verwerken in een opdracht aan Rijkswaterstaat voor de uitvoering, uiterlijk vanaf medio 2025, voor zover in het komende half jaar blijkt dat de maatregelen inpasbaar zijn. Hiermee wordt bedoeld dat de opdracht aan Rijkswaterstaat medio 2025 uitsluitend maatregelen kan en zal bevatten die 1.) kunnen worden ingepast in de werkplanning van Rijkswaterstaat (het geheel van projecten op het gebied van exploitatie, onderhoud, vernieuwing en aanleg), 2.) kunnen worden ingepast in het Basiskwaliteitsniveau voor het Hoofdwegennet (langjarige instandhouding binnen de budgettaire kaders) en 3.) kunnen worden ingepast in de RWS-organisatie (structurele inpassing van fte’s binnen de kaders daarvoor). Uiterlijk medio 2025 zal IenW de regio informeren over de opdracht aan Rijkswaterstaat. Rijk en regio concluderen dat inzet van de regio (onder meer de regionale wegbeheerders) noodzakelijk is en de regio bereid is deze inzet daar waar mogelijk en relevant te leveren.
Het betreft op hooflijnen de volgende inzet: • werkspoor 1: structurele inzet van weginspecteurs op elkaars wegennet, informatie delen en capaciteit en expertise leveren in de aanpak van de hoogtemeldingen-problematiek; • werkspoor 2: stimuleren van digitalisering in de organisatie (onder andere beleidsdata), bijdrage leveren aan pilots en werkgroepen, stimuleren gebruik beschikbare diensten bij projecten, vergroten regionale betrokkenheid, bijdrage leveren aan landelijk diensten (inkoop en kwaliteitszorg); • werkspoor 3: langjarige inzet van organisaties zoals het Regieteam Verkeersmanagement Noord-Holland en Zuid-Holland Bereikbaar om maatregelen nader uit te werken in benodigde personele capaciteit en budget als onderdeel van de regionale samenwerking (onder andere regelaanpak), het beschikbaar stellen/delen van relevante informatie, het creëren van draagvlak binnen de eigen organisatie tot en met het opdrachtgeven voor het doorvoeren van aanpassingen aan het eigen instrumentarium; • werkspoor 4: inzet voor dan wel uitvoering van maatregelen aan het Onderliggend Wegennet en inzet voor maatregelen aan de Hoofdwegennet voor zover er effecten zijn op het Onderliggend Wegennet. Rijk en regio spreken af dat de medewerking van externe partijen voor de werksporen 1, 2 en 3 gezamenlijk zal worden georganiseerd, onder leiding van Rijkswaterstaat.
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
33
Rijk en regio stellen vast dat de volgende kleine infrastructurele maatregelen (werkspoor 4) in aanmerking (kunnen) komen voor een bijdrage uit het beschikbare Rijksbudget voor het draaiend houden van de Ringen: Ring Amsterdam: doorvoeren van kleine infrastructurele maatregelen in de vorm van aanpassingen in wegmarkering, herinrichting van een dienstweg, vergroting van de capaciteit van een tunnelgemaal en optimalisatie van toe- en afritten ten behoeve van verbetering van verkeersgedrag en verkeersdoorstroming op diverse punten op de Ringwegen van Amsterdam (A2, A5, A10); een budgetreservering van maximaal € 7 miljoen incl. btw ter dekking van kosten van auto-gerelateerde investeringen voor uitbreiding van de P+R-locatie/hub Muiden van 170 naar ten minste 700 parkeerplekken; Ring Utrecht: capaciteitstoevoegingen aan twee verbindingsbogen in Knooppunt Lunetten; een budgetreservering van maximaal € 9 miljoen incl. btw voor de realisatie van een zogenoemde divergerende diamant aansluiting (DDI) A2-N230; een budgetreservering van maximaal € 12,5 miljoen incl.
btw ter (stapsgewijze) dekking van kosten van auto-gerelateerde investeringen voor de realisatie van de P+R-locatie/hub Vianen, uitgaande van het bereiken van overeenstemming binnen de regio dat bij goede benutting van deze hub, de hub (stapsgewijs) wordt uitgebreid naar minimaal 1.000 parkeerplaatsen; een budgetreservering van maximaal € 7,5 miljoen incl. btw voor de aanpassing van de aansluiting A2 op de hub Papendorp, indien overeenstemming wordt bereikt over de hub Vianen (met minimaal 1.000 parkeerplekken) zoals hierboven beschreven , ter verdere verbetering van de BRT-verbinding Breda-Gorinchem-Utrecht; Rijk en regio spreken ten aanzien van de hub Muiden, de hub Vianen, de DDI A2-N230 en de aansluiting A2 op de hub Papendorp af dat de budgetreservering wordt gemaakt onder voorbehoud van 1.) overeenstemming over de concrete uitwerking en effectbeoordeling van de voorgestelde maatregelen, 2.) de regio de maatregelen zal realiseren in afstemming met Rijkswaterstaat en waar nodig met medewerking van Rijkswaterstaat vóór 2030 en 3.) de maatregelen worden gerealiseerd met de hierboven beschreven taakstellende bijdrage van IenW. Rijk en regio realiseren zich dat het draaiend houden van de Ringen een forse opgave blijft, ondanks de hierboven beschreven inzet.
Rijk en regio zullen in het kader van de gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma’s (SBAB, U NED en MoVe) in gesprek blijven over deze opgave. 14. Overdracht Merwedekanaal Utrecht – Vaartsche Rijn – Catharijnesingel Zuid Rijk en regio streven naar een overdracht in het voorjaar van 2027. Het Rijk stelt een budget van ten hoogste € 125 miljoen beschikbaar voor de overdracht en zal deze afspraak opnemen in de financiële programmering van Rijkswaterstaat. De komende twee jaar worden gebruikt om een conceptovereenkomst uit te werken met daarin afspraken over onder andere de assets, beheer en onderhoudstaken, overdrachtsdatum, overdrachtsvergoeding en resterende risicoverdeling. Mocht het budget van € 125 miljoen voor de overdracht ontoereikend blijken, dan gaan partijen opnieuw in gesprek. Deze overeenkomst wordt ter goedkeuring aangeboden aan het bestuur van gemeente Utrecht, het algemeen bestuur van HDSR en het Rijk. 15. Veluwelijn Rijk en regio concluderen dat frequentieverhoging op de Veluwelijn sterk verbonden is met het ontsluiten van (nieuwe) woningbouw- en werkgelegenheidslocaties in de (NOVEX-) regio’s Utrecht, Amersfoort, Foodvalley en Noord-Veluwe.
Rijk en regio vinden het belangrijk om de voorgestelde oplossingsrichtingen uit de préverkenning op korte termijn nader uit te werken, zodat er voldoende beslisinformatie beschikbaar is op het moment dat de middelen eventueel beschikbaar zijn.
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
34
De regio geeft, met steun van het Rijk, opdracht aan ProRail om de eerste fase van de alternatievenstudie keervoorziening Harderwijk conform het proces derdenwerken uit te voeren. Hierin worden ook de overwegveiligheidsmaatregelen onderzocht die nodig zijn voor zowel de frequentieverhoging als de woningbouwontwikkeling. De regio (provincies Gelderland en Utrecht, regio’s Noord-Veluwe en Amersfoort en gemeente Nijkerk) maakt € 650.000 vrij voor de studie. Het Rijk draagt via het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat maximaal € 300.000 bij aan de studie. 16. Samenhang spoorprojecten ruit Amsterdam Rijk en regio nemen kennis van de conclusies uit de rapportage liaisons Samenhang spoorwerkzaamheden en productstappen Ruit Amsterdam: Voor het tijdig kunnen uitbreiden van de dienstregeling volgens de PHS-afspraken en de hoofdrailnetconcessie van IenW en NS (meer IC’s en meer sprinters) zijn er drie risico’s die uw aandacht vragen: • Risico 1: Risico dat projecten langer duren of te maken krijgen met lastige keuzes voor de scope vanwege beperkte beschikbaarheid van personeel, materiaal en materieel (in de gehele keten), alsmede marktwerking en beperkte financiële middelen bij opdrachtgevers, zoals Rijk en regio. Als dit risico optreedt, dan kunnen productstappen vertragen en/of stationsprojecten niet (volledig) gerealiseerd worden.
• Risico 2: Risico op significante extra reizigershinder de komende jaren door de grote hoeveelheid complexe werkzaamheden en buitendienststellingen in de Ruit van Amsterdam. Dit risico is actueel op Amsterdam Centraal; een expertteam onderzoekt de mogelijkheden voor de dienstregeling vanaf medio 2025. Het vraagt veel van reizigers om te kunnen bouwen met de ‘winkel open’ en dit heeft mogelijk impact op de reizigersontwikkeling. Hierbij is het van groot belang om zowel op landelijk als regionaal niveau de gedragsaanpak ‘spreiden en mijden’ uit te dragen, bijvoorbeeld in SBAB en hierbij te starten met het initiatief ‘Overheden geven het goede voorbeeld’. • Risico 3: Risico dat de bereikbaarheid op de SAAL-corridor onder druk komt, doordat de beoogde productstap later gerealiseerd wordt vanwege het niet tijdig gereed zijn van de randvoorwaarden van PHS en ERTMS. Nu reizigersprognoses lager zijn, is vooralsnog het risico minder groot dat hierdoor een vervoersknelpunt ontstaat. Desondanks blijft het vanwege geplande woningbouw langs de SAAL-corridor belangrijk om in 2025 meer duidelijkheid te krijgen over bovengenoemde randvoorwaarden. De samenhang in de ruit Amsterdam vraagt om urgentie, afstemming en flexibiliteit vanuit ieders betrokkenheid bij de spoorprojecten. 17.
MIRT-onderzoek Lelylijn, Novex-gebied Lelylijn en MIRT-onderzoek Nedersaksenlijn De afgelopen twee jaar is door Rijk en regio, in het kader van het Deltaplan voor Noordelijk Nederland, constructief samengewerkt aan de MIRT-onderzoeken Lelylijn en Nedersaksenlijn. Rijk en regio besluiten om de rapportages uit deze MIRT-onderzoeken vast te stellen en te constateren dat beide lijnen en de daarmee samenhangende gebiedsontwikkeling inhoudelijk de moeite waard zijn om een vervolgstap te zetten. De regio wil graag voor beide trajecten een stap naar MIRT-verkenning zetten. Het Rijk constateert dat dit nu nog niet kan, vanwege het ontbreken van het benodigde zicht op 75% van de financiering. Rijk en regio spreken af om voor het einde van dit jaar verder te praten over een vervolgstap voor zowel Lelylijn als Nedersaksenlijn.
18. Pilot Bus Rapid Transit (BRT) Haarlem-Schiphol-Amsterdam Rijk en regio starten met een pilot Bus Rapid Transit Haarlem-Schiphol-Amsterdam (BRT HSA). Voor de pilot dragen Rijk en regio ieder maximaal € 1 miljoen bij (prijspeil 2025, incl. btw), op basis van een 50/50 verdeling Rijk-regio. De Rijksbijdrage zal via een SPUK aan de regio worden uitgekeerd.
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
35
19. Pilot Bus Rapid Transit (BRT) Breda – Gorinchem – Utrecht Rijk en Regio constateren dat er een breed gedragen ambitie is voor een kwaliteitsverbetering in het OV op de corridor Breda-Gorinchem-Utrecht. Rijk en provincies Utrecht, Zuid-Holland en Noord-Brabant besluiten om de hoofdlijnen uit het bestuurlijk vastgestelde rapportage ‘Hinkstap-sprong naar Bus Rapid Transit op Breda–Gorinchem-Utrecht’ uit april 2022 als uitgangspunt te nemen voor de te nemen maatregelen op deze corridor. De gewenste kwaliteitssprong in het OV zal via een adaptieve en samenhangende strategie bereikt worden. Concreet betekent dit dat over onderstaande maatregelen in dit BO MIRT besluiten worden genomen, omdat deze prioriteit hebben en dat de overige gewenste maatregelen voor de verbeterstap op korte termijn niet verder worden uitgewerkt. Voor de opgaven Hub Vianen en busaansluiting op de A2 bij Papendorp is onder voorwaarden besloten tot een financiële bijdrage vanuit het Rijk in het kader van het project “Draaiend houden Ringen (kleine infrastructurele maatregelen (werkspoor 4): Ring Utrecht)” (Zie BO MIRT besluit Draaiend houden Ringen BO MIRT Noordwest). Rijk en Regio stellen vast dat voor de Hub Sleeuwijk De Tol enkele dilemma’s op tafel liggen en dat een verdiepende uitwerking nodig is.
Hiervoor spreken Rijk en de provincie Noord-Brabant af dat: • Zij gezamenlijk en met prioriteit de ‘basis op orde’-maatregel uitwerken om daarmee de kwaliteitsverslechtering voor het OV, ten gevolge van de ombouw A27 Houten-Hooipolder bij de oostelijke aansluiting Werkendam te kunnen mitigeren. • Hierop voortbouwend zij gezamenlijk een ontwerp maken voor een ‘BRT-waardige hub’ met snelle halteertijden en voldoende voorzieningen, rekening houdend met ieders rol en verantwoordelijkheid. • Als dit leidt tot gedragen ontwerpen, Rijk en de provincie Noord-Brabant een risicoanalyse uitvoeren, onder andere om te voorkomen dat het realiseren van deze maatregelen de voortvarende uitvoering van de ombouw van de A27 conform het huidige Tracébesluit A27 Houten – Hooipolder in gevaar brengt. Dit resulteert in een advies aan de bestuurders om hier op het BOL 2025 over te besluiten. • Bij positieve beoordeling zij gezamenlijk overgaan tot het opstellen van een kostenraming en realisatiestrategie (in samenwerking met de projectorganisatie A27 Houten – Hooipolder) van eerst de ‘basis op orde’-maatregel en daarna de ‘BRT-waardige’maatregel.
• Op basis van de resultaten én een aanvullende maatschappelijke onderbouwing Rijk en regio een definitief besluit nemen over ontwerp, kostenverdeling, realisatie en realisatiestrategie, uiterlijk voordat de aannemer dit nodig heeft om OV-maatregelen nog te kunnen meenemen in de realisatie van project A27 Houten-Hooipolder. Rijk en provincies Utrecht, Zuid-Holland en Noord-Brabant spreken af om de komende jaren (bestuurlijk) in gesprek te blijven over het adaptief uitwerken en tot besluitvorming overgaan van de overige (doorstromings)maatregelen die stapsgewijs leiden tot de geambieerde kwaliteitssprong c.q. uitbouw naar BRT-verbindingen op de corridor. 20. Meerjarige Adaptieve Uitvoeringsagenda Fiets (MAUF) De provincie Utrecht ontvangt een bijdrage van € 1,5 miljoen incl. btw van het Rijk voor doorfietsroute IJsselstein – Nieuwegein – Utrecht. De provincie Utrecht ontvangt een bijdrage van € 1,5 miljoen incl. btw van het Rijk voor doorfietsroute Houten – Bunnik – Utrecht Science Park. De provincie Noord-Holland ontvangt een bijdrage van € 1,5 miljoen incl. btw van het Rijk voor doorfietsroute Schagen – Warmenhuizen-Alkmaar. In het CD MIRT van 5 juli 2023 is toegezegd om zich in te zetten dat eind 2024 besluiten genomen kunnen worden over het al dan niet realiseren van de Dom tot Dam doorfietsroute.
Deze zomer is gestart met een werkgroep van alle vertegenwoordigde wegbeheerders ten behoeve van het opstellen van het voorlopig ontwerp. De benodigde beslisinformatie is daardoor niet eind 2024 gereed, maar naar verwachting bij het MIRT van 2025.
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
36
21. Deelmobiliteitshubs (Noord Holland, Amsterdam, Utrecht) Op het BO MIRT van 2022 heeft het Rijk € 7 miljoen incl. btw gereserveerd voor de regionale implementatie van uniforme deelmobiliteithubs. Van dit bedrag is op het BO MIRT van 2022 in totaal € 4,175 miljoen incl. btw toebedeeld aan regio’s voor de eerste en tweede uitroltranche. Vanuit het resterend deel van de op het BO MIRT 2022 gedane reservering van € 7 miljoen incl. btw investeert het Rijk nu in de derde uitroltranche deelmobiliteithubs om praktijkervaring op te doen over de effecten van deelmobiliteit en hubs in landelijk gebied en verstedelijkte omgeving. In dit kader reserveert het Rijk: • 50% van de werkelijke kosten met een maximum van € 375.000 incl. btw bij voor de realisatie van de derde tranche deelmobiliteithubs in de provincie NoordHolland (ontvanger rijksbijdrage); • draagt 50% van de werkelijke kosten met een maximum van € 350.000 incl. btw voor de realisatie van de derde tranche deelmobiliteithubs in de Gemeente Amsterdam (ontvanger rijksbijdrage); • 50% van de werkelijke kosten met een maximum van € 350.000 incl. btw voor de realisatie van de derde tranche deelmobiliteithubs (Provincie Utrecht).
Bovenstaande reserveringen worden omgezet in een definitieve bijdrage onder voorwaarden van een door de betreffende provincie respectievelijk gemeente en het ministerie van IenW vastgesteld uitvoeringsplan en een positief bestuurlijk besluit over de beschikbaarheid van de benodigde regionale financiële bijdrage van minimaal 50% van de kosten. 22. Brief MRA Onderuitputting Rijksbegroting De MRA heeft aan de bewindspersonen van IenW een brief gestuurd over de onderuitputting van Rijksbegroting in relatie tot het mobiliteitsfonds. Deze brief wordt betrokken in de gesprekken over de Voorjaarsnota 2025. 23. Schaalsprongen mobiliteit in relatie tot woningbouw Rijk en regio hebben oog voor projecten van grote omvang (schaalsprongen), zoals in Groot Merwede en Rijnenburg, en daarmee gemoeide investeringen. Rijk en regio bezien hoe met deze projecten moet worden omgegaan en welke stappen met de huidige beschikbare middelen wel gezet kunnen worden. De uitkomsten hiervan worden betrokken bij de systematiek in de verdeling van de € 5 miljard voor woningbouw en de € 2,5 miljard voor ontsluiting woningbouw. Het ministerie van VRO neem initiatief om het gesprek hierover te organiseren. 24.
Regio Alternatief Ring Utrecht en NRU Rijk en regio treden ambtelijk en bestuurlijk in gesprek over het Regioalternatief Ring Utrecht naar aanleiding van de brief van de minister van IenW aan de Tweede Kamer over dit onderwerp. Daarbij wordt de voortgang van de Noordelijke Randweg Utrecht (NRU) betrokken.
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
37
Regio Oost-Nederland
1. Knooppunt A1-A30 Barneveld, mitigerende maatregelen (verbeteren verkeersveiligheid) Voor de belangrijke maatregel verbindingsboog A1/A30 reserveert IenW € 12 miljoen. Hiermee wordt een deel van het project A1/A30 Barneveld gerealiseerd. De regio (provincie Gelderland) werkt, in overleg met het Rijk, de voorkeursvariant inzake het verbeteren van de verkeersveiligheid in de aansluiting A1-A30 uit tot een uitvoeringsbesluit voor het realiseren van een verkeersveilige verbindingsboog van de A1 vanuit Amersfoort naar A30 richting Ede alsmede de bijbehorende maatregelen zoals een aanpassing van de verbinding van de A30 richting A1 Voorthuizen / Apeldoorn. Het Rijk en de regio spreken af om de realisatie van deze maatregel te koppelen aan de uitvoering van het groot onderhoud van de A30 Ede – Barneveld door Rijkswaterstaat, naar verwachting in de periode 2027 / 2028. Kosten voor de planuitwerking en de realisatie worden betaald uit het restbudget van het Rijk voor de aanpak van het MIRT-project A1-A30 Barneveld. Rijk en regio werken bovenstaande afspraken voor BO MIRT 2025 uit en leggen deze vast in een brief. Het Rijk start het MIRT project A1-A30 Barneveld zo snel als mogelijk weer op in afstemming met het MIRT project A1-A28 knooppunt Hoevelaken. 2.
Aanpak verkeersveiligheid N36 Rijk en regio vinden het belangrijk dat het gehele traject van de N36 van Almelo tot Ommen veilig wordt ingericht. Rijk en regio constateerden in 2023 dat het beschikbare budget onvoldoende is om de gehele N36 te voorzien van fysieke rijbaanscheiding. Met het taakstellende budget van € 125 miljoen wordt ingezet op realiseren van een standaard wegprofiel met fysieke rijbaanscheiding in de middenberm, over een zo groot mogelijk aantal kilometers. Rijk en regio spreken af in gesprek te blijven over de aanpak van het resterende deel van de N36. 3. Verkenning keervoorziening Veluwelijn, inclusief veiligheid Rijk en regio concluderen dat frequentieverhoging op de Veluwelijn sterk verbonden is met het ontsluiten van (nieuwe) woningbouw- en werkgelegenheidslocaties in de (NOVEX-) regio’s Utrecht, Amersfoort, Foodvalley en Noord-Veluwe; Rijk en regio vinden het belangrijk om de voorgestelde oplossingsrichtingen uit de préverkenning op korte termijn nader uit te werken, zodat er voldoende beslisinformatie beschikbaar is op het moment dat de middelen eventueel beschikbaar zijn; De regio geeft, met steun van het Rijk, opdracht aan ProRail om de eerste fase van de alternatievenstudie keervoorziening Harderwijk conform het proces derdenwerken uit te voeren.
Hierin worden ook de overwegveiligheidsmaatregelen onderzocht die nodig zijn voor zowel de frequentieverhoging als de woningbouwontwikkeling; De regio (provincies Gelderland en Utrecht, regio’s Noord-Veluwe en Amersfoort en gemeente Nijkerk) maakt € 650.000 vrij voor de studie. Het Rijk draagt via het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat maximaal € 300.000 bij aan de studie. 4. A50 Ewijk-Bankhoef-Paalgraven Rijk en regio blijven vooruitlopend op de planuitwerking A50 Ewijk-Bankhoef-Paalgraven in gesprek over de stikstofproblematiek, de vervolgstappen (of uitwerking van) in de Mobiliteitsaanpak A50, en mogelijke andere maatregelen, die een bijdrage leveren aan het oplossen van de knelpunten op de A50 op het traject Nijmegen-Eindhoven. 5. N50 Kampen-Kampen Zuid Provincie Overijssel en het ministerie van IenW onderstrepen het belang van de aanpak van de N50 tussen Kampen en Kampen Zuid.
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
38
Provincie Overijssel en ministerie van IenW constateren dat de verkeers- en stikstofberekeningen voor de N50 Kampen-Kampen Zuid momenteel worden geactualiseerd. Na deze actualisatie wordt de stikstofopgave besproken met de provincie Overijssel. Als hieruit blijkt dat er zicht is op een oplossing voor de stikstofopgave, spreken IenW en de provincie Overijssel af de planstudie zo spoedig mogelijk te hervatten. IenW spant zich dan in om de capaciteit beschikbaar te stellen. De geactualiseerde cijfers komen in het eerste kwartaal van 2025 beschikbaar, waarna de het ministerie van IenW en de provincie Overijssel in het tweede kwartaal van 2025 de stikstofopgave bespreken en bezien of er zicht is op een oplossing voor de stikstofproblematiek. Ministerie van IenW en Overijssel adresseren beiden de stikstofopgave vanuit hun eigen verantwoordelijkheid. Deze resultaten worden uiterlijk in het derde kwartaal van 2025 besproken in een Rijk-regio stuurgroep N50 Kampen-Kampen Zuid, waarna (bij positief besluit) uiterlijk voor het BO MIRT 2025 de planuitwerking wordt hervat. 6.
A28/A1 Hoevelaken Rijk en regio herbevestigen de urgentie van een snelle realisatie van het project A1/A28 knooppunt Hoevelaken en het belang van een goed functionerende knooppunt voor de landelijke en regionale bereikbaarheid en de realisatie van 40.000 woningen en 32.000 arbeidsplaatsen tot 2040 in de Regio Amersfoort; Op dit moment is er geen zicht op de volledige herstart van het project A1/A28 Knooppunt Hoevelaken. Het Rijk onderzoekt in samenspraak met de regio voor BO MIRT 2025 of het mogelijk is om het MIRT-project A1/A28 Knooppunt Hoevelaken in kleinere projecten op te delen en te faseren; Bij gehele of eventueel gedeeltelijke herstart van project A1/A28 Knooppunt Hoevelaken vormen het Ontwerp-Tracébesluit van 2018 en de gemaakte bestuurlijke afspraken het vertrekpunt; Rijk en regio hebben het afgelopen jaar binnen het programma U Ned de Mobiliteitsagenda Regio Amersfoort 2040 opgesteld. De Minister van IenW heeft besloten € 50 miljoen (incl. btw) beschikbaar te stellen. De regio stelt eveneens een budget van € 50 miljoen beschikbaar voor het maatregelenpakket.
Rijk en regio kiezen hiermee voor maatregelen die passen binnen het afgesproken beoordelingskader: a) Doorfietsroute Amersfoort – Soesterberg – Zeist – Utrecht Science Park; b) Doorfietsroute Baarn – Soest – Bilthoven – Utrecht CS; c) Doorfietsroute Amersfoort – Veenendaal; d) Aanpak sluipverkeer rondom knooppunt Hoevelaken (inclusief verkeersmanagement, VRI’s aanpassen) e) Pre-verkenning BRT Amersfoort – Utrecht Science Park; f) A1 kunstwerk 500, fietstunnels en aanpassen kruispunten A1 aansluiting 14 / Amersfoortsestraat g) Aansluiting A1 – N199 – Ontsluitingsweg Bovenduist; h) A30 – aansluiting Barneveld Zuid. Voor de pre-verkenning BRT (e) zal bij het BO MIRT 2025 op basis van de resultaten bekeken worden hoe deze maatregelen gefinancierd kunnen worden. De maatregelen (f,g,h) zijn opgenomen in het pakket onder voorwaarde van het Rijk dat vanwege schaarse RWS-capaciteit, de gemeente / regio Amersfoort de realisatie (incl. planuitwerking) van deze aansluitingen op zich neemt. Rijk en regio werken het voorgestelde maatregelenpakket in 2025 nader uit. Rijk en regio verkennen hoe en op welk moment zij hun bijdrage kunnen voldoen. Rijk en regio gaan in 2025 met elkaar in gesprek over de aanvullende financiering van de quick win aansluiting bij Eemnes (A27). 7.
A2 Deil – Vught
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
39
De Minister van IenW heeft besloten € 54 miljoen beschikbaar te stellen uit het restbudget van de A2 Deil – Vught. De regio stelt eveneens een budget van € 54 miljoen beschikbaar voor het adaptieve maatregelenpakket. Rijk en regio kiezen hiermee voor maatregelen die passen binnen het afgesproken beoordelingskader. Het maatregelenpakket bevat onder andere: • Voorkomen sluipverkeer: snelheidsremmers aanbrengen en aanpassingen onderliggend wegennet. • Investeren in (snel)fietsinfrastructuur • Businfrastructuur verbeteren en zorgen voor betere overstapplaatsen (Hubs) • Plaatsen van intelligente verkeersregelinstallaties (iVRI’s) • Verbeteren aansluitingen hoofd- en onderliggend wegennet • Fysieke veiligheidsmaatregelen op wegen die drukker worden als gevolg van pauzeren (bv middenbaanscheiding/scheiding snel/langzaam verkeer) Regio werkt het voorgestelde maatregelenpakket in 2025 nader uit. IenW verkent hoe en op welk moment zij haar regionale bijdrage kan voldoen. 8. MIRT-onderzoek Lelylijn, Novex-gebied Lelylijn en MIRT-onderzoek Nedersaksenlijn De afgelopen twee jaar is door Rijk en regio, in het kader van het Deltaplan voor Noordelijk Nederland, constructief samengewerkt aan de MIRT-onderzoeken Lelylijn en Nedersaksenlijn.
Rijk en regio besluiten om de rapportages uit deze MIRT-onderzoeken vast te stellen en te constateren dat beide lijnen en de daarmee samenhangende gebiedsontwikkeling inhoudelijk de moeite waard zijn om een vervolgstap te zetten. De regio wil graag voor beide trajecten een stap naar MIRT-verkenning zetten. Het Rijk constateert dat dit nu nog niet kan, vanwege het ontbreken van het benodigde zicht op 75% van de financiering. Rijk en regio spreken af om voor het einde van dit jaar verder te praten over een vervolgstap voor zowel Lelylijn als Nedersaksenlijn. 9. Sluiscomplex Kornwerderzand (Regiosluis) Rijk en regio maken de afspraak om op korte termijn het eens worden over een financiële oplossing voor het tekort KWZ en te komen tot een oplossing/voorkeursvariant. De regio is uitgenodigd om met een alternatief te komen. 10. Vaarweg IJsselmeer – Meppel In voorjaar 2023 is het project Vaarweg IJsselmeer – Meppel (VIJM) als onderdeel van de herprioritering op het Mobiliteitsfonds gepauzeerd. Rijk en Regio hebben daarna afgesproken om met het waterschap Zuiderzeeland de meekoppelkansen met het project Versterking IJsselmeerdijk te onderzoeken. Dit bleek echter niet haalbaar gelet op de planning en marktbenadering van dat project.
Vervolgens is de blik verlegd naar mogelijkheden voor het meekoppelen van de opgave voor de VIJM met 3e tranche Kaderrichtlijn Water (KRW) en/ of Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) projecten. Dit lijkt meer perspectief te bieden, mits de kwaliteit van de bodem in de VIJM geschikt is. Rijkswaterstaat heeft daarom afgelopen juli opdracht gekregen om de bodemkwaliteit te onderzoeken en zij is gevraagd om een offerte op te stellen voor de meekoppeling met KRW en/ of PAGW projecten. Naar verwachting zal begin 2025 duidelijk worden of en onder welke voorwaarden de projectopgave van de VIJM via deze route kan worden gerealiseerd. 11. Spoorknooppunt Zwolle – Meppel Rijk en regio nemen kennis van de resultaten van de preverkenning “Maatregelen rondom Meppel”. Rijk en regio constateren dat huidige budget niet genoeg is om alle geadviseerde maatregelen uit te kunnen voeren.
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
40
Rijk en regio komen overeen het huidige budget in te zetten voor aanpassing van emplacement Meppel waarbij er een 4e perronspoor wordt aangelegd (2030). Daarnaast wordt gekozen voor verscheidene maatregelen die op de korte termijn (2027) de robuustheid verhogen. Rijk en regio constateren dat de aanpak van overwegen zorgt voor een verbetering van de robuustheid en overwegveiligheid die ook nodig is voor frequentieverhogingen. Op dit moment zijn er onvoldoende middelen beschikbaar voor de uitvoering van maatregelen in dit kader. Rijk en regio spreken af dat nader onderzoek wordt gedaan naar de aanpak van overwegen en de maatregelen die nodig zijn voor frequentieverhoging (zoals een derde en vierde IC van en naar Groningen conform motie Van der Graaf of extra treinen in open toegang conform motie Eppink). Hiervoor wordt een budget van maximaal € 500.000,- gereserveerd uit de huidige gereserveerde middelen. De resultaten van de studie naar de verbetering van Bestaand Spoor, onderdeel van het Deltaplan Noordelijk Nederland, worden hierin meegenomen. 12. Elektrificatie spoor Almelo-Mariënberg en Zutphen-Hengelo-Oldenzaal Het Rijk en de provincies Overijssel en Gelderland hechten veel waarde aan de elektrificatie van de diesel-spoorlijnen Almelo-Mariënberg (ALMA) en Zutphen-Hengelo-Oldenzaal (ZHO) in hun provincies.
Met de Voorjaarsnota is vanuit het Klimaatfonds maximaal € 98 miljoen incl. btw beschikbaar gesteld voor de elektrificatie van de betreffende spoorlijnen, zijnde een bijdrage van 50 procent van de realisatiekosten van elektrificatie (prijspeil 2023). De provincie Overijssel heeft de intentie uitgesproken bij te dragen aan de elektrificatie van ALMA en ZHO. De eerder door de provincie Overijssel gereserveerde middelen voor haar aandeel in de elektrificatie van Almelo-Mariënberg en Zutphen-Oldenzaal zullen na instemming van Provinciale Staten op een later moment definitief beschikbaar worden gesteld. De provincie Gelderland spreekt, onder voorbehoud instemming van haar Provinciale Staten, de intentie uit bij te dragen aan de elektrificatie van ZHO. Gelderland werkt naar een besluit toe voor een nader te bepalen bedrag, naar verwachting zal dit besluit met de Voorjaarsnota 2025 genomen worden. Momenteel stellen Rijk en regio bestuursovereenkomsten op, passend bij het afsprakenkader derdenwerken. Partijen streven daarbij na om zo snel mogelijk tot afspraken te komen over de financiering van de kosten, opdat de planuitwerking gestart kan worden en de bestuursovereenkomsten ondertekend.
In de bestuursovereenkomsten zullen de partijen nadere bestuurlijke afspraken vastleggen voor de planuitwerkings-, realisatie- en gebruiksfase, over onder andere: • Het opdrachtgeverschap richting ProRail en overige governance van beide projecten, • De bijdrage van de verschillende partijen aan de planuitwerkingskosten, realisatiekosten en Beheer-, Onderhoud- en Vervangings-(BOV)kosten, • Moment van verrekening van de verschillende kosten tussen de partijen, • De verdeling van de risico’s gedurende de verschillende fases. 13. Station Nijmegen Als vervolg op de BO MIRT (2020) afspraken over stationsproject Nijmegen Centrumzijde is het verkenningenrapport in het Bestuurlijk Overleg Nijmegen vastgesteld. Het rapport laat een geraamd financieel tekort zien. Vanwege het grote belang van het project voor de mobiliteit en woningbouwopgave in de regio zullen partijen (Gemeente, Provincie, Rijk, NS Stations) benodigde aanpassingen aan scope en/of budget verkennen. Ambitie is medio 2025 een voorkeursbesluit te kunnen nemen zodat de planuitwerking onverwijld kan starten. 14. MIRT-onderzoek spoorcorridor Utrecht-Arnhem-Duitse grens Rijk en regio zijn verheugd te melden dat zij inmiddels tot een gezamenlijk plan van aanpak zijn gekomen voor het MIRT-onderzoek naar de spoorcorridor Utrecht-Foodvalley-ArnhemDuitse grens.
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
41
Partijen zijn hier nu voortvarend mee aan de slag. 15. Starten Netwerkanalyse Arnhem-Nijmegen-Foodvalley In 2022 is afgesproken dat Rijk en regio een netwerkanalyse 2030-2040 Arnhem-NijmegenFoodvalley starten na ontstaan van capaciteit na afronding van andere onderzoeken in deze regio. Deze onderzoeken zijn inmiddels afgerond. Rijk en regio zijn daarop gestart met de voorbereidingen van dit onderzoek. Resultaten worden verwacht medio 2025. 16. Deelmobiliteitshubs (Steenwijkerland, Apeldoorn, Ede) Op het BO MIRT van 2022 heeft het Rijk € 7 miljoen incl. btw gereserveerd voor de regionale implementatie van uniforme deelmobiliteithubs. Van dit bedrag is op het BO MIRT van 2022 in totaal € 4,175 miljoen incl. btw toebedeeld aan regio’s voor de eerste en tweede uitroltranche. Vanuit het resterend deel van de op het BO MIRT 2022 gedane reservering van € 7 miljoen incl. btw investeert het Rijk nu in de derde uitroltranche deelmobiliteithubs om praktijkervaring op te doen over de effecten van deelmobiliteit en hubs in landelijk gebied en verstedelijkte omgeving. In dit kader reserveert het Rijk: • 50% van de werkelijke kosten met een maximum van € 325.000 incl. btw voor de realisatie van de derde tranche deelmobiliteithubs in de gemeente Steenwijkerland (ontvanger rijksbijdrage); • draagt 50% van de werkelijke kosten met een maximum van € 350.000 incl.