CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

A16 Resultaten Bestuurlijke Overleggen 6 november 2024

Gemeenteraad 26 november 2024, gemeente HelmondBij agendapunt: Behandeling ingekomen stukken en mededelingen zoals vermeld op de bij deze agenda behorende lijst48.463 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Voor de opgaven Hub Vianen en busaansluiting op de A2 bij Papendorp is onder voorwaarden besloten tot een financiële bijdrage vanuit het Rijk in het kader van het project “Draaiend houden Ringen (kleine infrastructurele maatregelen (werkspoor 4): Ring Utrecht)” (Zie BO MIRT besluit Draaiend houden Ringen BO MIRT Noordwest). Rijk en regio stellen vast dat voor de Hub Sleeuwijk De Tol enkele dilemma’s op tafel liggen en dat een verdiepende uitwerking nodig is. Hiervoor spreken Rijk en de provincie Noord-Brabant af dat: • Zij gezamenlijk en met prioriteit de ‘basis op orde’-maatregel uitwerken om daarmee de kwaliteitsverslechtering voor het OV, ten gevolge van de ombouw A27 Houten-Hooipolder bij de oostelijke aansluiting Werkendam te kunnen mitigeren. • Hierop voortbouwend zij gezamenlijk een ontwerp maken voor een ‘BRT-waardige hub’ met snelle halteertijden en voldoende voorzieningen, rekening houdend met ieders rol en verantwoordelijkheid. • Als dit leidt tot gedragen ontwerpen, Rijk en de provincie Noord-Brabant een risicoanalyse uitvoeren, onder andere om te voorkomen dat het realiseren van deze maatregelen de voortvarende uitvoering van de ombouw van de A27 conform het huidige Tracébesluit A27 Houten – Hooipolder in gevaar brengt. Dit resulteert in een advies aan de bestuurders om hier op het BOL 2025 over te besluiten.

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

7

Bij positieve beoordeling zij gezamenlijk overgaan tot het opstellen van een kostenraming en realisatiestrategie (in samenwerking met de projectorganisatie A27 Houten – Hooipolder) van eerst de ‘basis op orde’-maatregel en daarna de ‘BRT-waardige’maatregel. • Op basis van de resultaten én een aanvullende maatschappelijke onderbouwing Rijk en regio een definitief besluit nemen over ontwerp, kostenverdeling, realisatie en realisatiestrategie, uiterlijk voordat de aannemer dit nodig heeft om OV-maatregelen nog te kunnen meenemen in de realisatie van project A27 Houten-Hooipolder. Rijk en provincies Utrecht, Zuid-Holland en Noord-Brabant spreken af om de komende jaren (bestuurlijk) in gesprek te blijven over het adaptief uitwerken en tot besluitvorming overgaan van de overige (doorstromings)maatregelen die stapsgewijs leiden tot de geambieerde kwaliteitssprong c.q. uitbouw naar BRT-verbindingen op de corridor. •

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

8

Regio Zuid-Nederland 1. SmartwayZ.NL Meerjarige Multimodale Agenda Zuid-Nederland:  In het BO MIRT van 2023 hebben Rijk en regio afgesproken om gezamenlijk een gebiedsgerichte multimodale agenda (MMA) te ontwikkelen voor Zuid-Nederland. Deze agenda moet leiden tot een gedeeld beeld tussen Rijk en regio over de urgentie, aard, omvang, onderbouwing en (gefaseerde) aanpak van de samenhangende opgaven op het gebied van bereikbaarheid gericht op het bevorderen van de brede welvaart.  De MMA is het gezamenlijk uitgangspunt van Rijk en regio voor het vinden van bereikbaarheidsoplossingen in samenhang met de ruimtelijke strategie in Zuid-Nederland.  Het streven was om tijdens het BO MIRT van 2024 besluiten te nemen over een adaptief Ontwikkelpad inclusief eerste maatregelen. Rijk en regio constateren dat het toewerken naar een gezamenlijke MMA een stapsgewijze aanpak vraagt. Als eerste stap is nu een gedeeld beeld opgesteld van de samenhangende opgaven op het gebied van bereikbaarheid voor personen- en goederenvervoer (2025-2040) gericht op het bevorderen van de brede welvaart in Zuid-Nederland.

Vanuit het kompas brede welvaart, de dominante ontwikkelingen (verstedelijking en economische ontwikkelingen) die impact hebben op het mobiliteitssysteem én de context van de bestaande (en nog te maken) afspraken, zijn er zes hoofdopgaven gedefinieerd, te weten: • bereikbaarheid voor stad en dorp; • stevig verbeteren brede welvaartsaspecten veiligheid, leefomgeving en gezondheid; • benutten kansen grensoverschrijdend; • multimodale goederenaanpak; • kwaliteitsopgave Spoor en BRT/HOV; • weg: brede aanpak bereikbaarheid hoofdnetwerk.  Rijk en regio spreken af deze hoofdopgaven als vertrekpunt te nemen bij de verdere gezamenlijke uitwerking van de MMA om te komen tot een passend maatregelpakket voor de genoemde opgaven uitgezet in een agenda voor de korte, middellange en lange termijn (geprioriteerde/gefaseerde aanpak 2025-2040).

Op basis hiervan maken Rijk en regio in het BO MIRT van 2025 nadere (uitvoerings)afspraken, rekening houdend met ieders rol en verantwoordelijkheid;  In de uitwerking wordt aandacht besteed aan onderstaande samenhangende thema’s, waarbij Rijk en regio binnen SmartWayZ.NL nog nadere afspraken maken over de wijze van uitwerking van deze thema’s inclusief rol- en verantwoordelijkheden: • het prioriteren en faseren van een mobiliteitsaanpak voor de Daily Urban Systems; • het opstellen van een robuuste aanpak voor leefomgeving, klimaatadaptiviteit van infrastructuur, duurzame mobiliteit, veiligheid en leefbaarheid; • het uitwerken van een strategie voor grensoverschrijdende mobiliteit op het schaalniveaus van de Daily Urban Systems en de internationale connectiviteit; • het in beeld brengen, en vanuit samenhang agenderen en prioriteren van een multimodale goederenaanpak; • het herijken, prioriteren faseren van het toekomstbeeld-OV voor Zuid-Nederland gekoppeld aan het landelijk OV Toekomstbeeld; • het concretiseren van een brede aanpak voor de bereikbaarheid via de hoofdwegenstructuur.  Nadere afspraken in het kader van Meerjarige Multimodale Mobiliteitspakketten (MMMP) in Brabant, afspraken voor de MRE met betrekking tot het korte termijn pakket (Beethoven), die in het BO MIRT van 2024 tussen Rijk en regio worden gemaakt, worden meegenomen in de verdere uitwerking van de MMA.

 In de Programmaraad SmartwayZ.NL d.d. 14 december 2023 is besloten dat Rijk en regio de onderzoekskosten voor het opstellen van de MMA gezamenlijk financieren. Deze onderzoekskosten bedragen € 200.000 (excl. btw). Rijk (IenW) en regio dragen beiden 50% van de kosten, te weten € 100.000 (excl. btw). SmartwayZ.NL is opdrachtgever voor de MMA.

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

9

De Rijksmiddelen worden door IenW excl. btw middels een SPUK-regeling overgemaakt naar de provincie Noord-Brabant als penvoerder van het programma SmartwayZ.NL en opdrachtgever voor de MMA. De btw wordt door IenW in het btw-compensatiefonds gestort.

Werkprogramma SmartwayZ.NL 2025-2027:  Rijk en regio bevestigen dat SmartwayZ.NL de integrale tafel is voor het strategisch gesprek over bereikbaarheid in Zuid-Nederland.  Rijk en regio hebben in de programmaraad van 17 oktober 2024 goedkeuring gegeven voor de concretisering werkprogramma SmartwayZ.NL voor de periode van 2025-2027 en daarbij gekozen voor scenario 2 binnen bestaand programmabudget.  In de tweede helft van 2027 zal het werkprogramma SmartwayZ.NL worden geëvalueerd en zullen rijk en regio op basis van de uitkomsten van de evaluatie nieuwe afspraken maken over de voortzetting (inclusief de financiële verdeelsleutel). Financiële afspraken:  IenW draagt € 45.000 (excl. btw) bij aan de onderzoekskosten voor de verbreding van de tunnel Erica.  In de programmaraad zal halfjaarlijks terugkoppeling gegeven worden over de financiële situatie van SmartwayZ.NL en voortgang van het werkprogramma. A58 Breda – Tilburg en InnovA58 Sint Annabosch – Galder:  De minister van IenW heeft besloten € 23 miljoen beschikbaar te stellen uit het restbudget van de A58 Tilburg – Breda en InnovA58 St. Annabosch – Galder. De regio stelt eveneens een budget van € 23 miljoen beschikbaar voor het alternatieve maatregelenpakket.

• Rijk en regio kiezen hiermee voor maatregelen die passen binnen het afgesproken beoordelingskader: • Werkgeversaanpak • P+R/OV-hub Lage Zwaluwe • Door Smart Logistics het aandeel transporteurs op de A58 verminderen (door efficiency) en daarmee de doorstroming verbeteren • Anti-sluipverkeer maatregelen dorpskernen: samen de dorpen die sluipverkeer ervaren locatie specifieke maatregelen bedenken. Denk aan: herinrichting van wegen, snelheid remmende maatregelen, geslotenverklaring tijdens spits (borden+camera’s), educatie en campagnes.  Regio werkt het voorgestelde maatregelenpakket in 2025 nader uit. IenW verkent hoe en op welk moment zij haar bijdrage kan voldoen. A67 Leenderheide – Geldrop:  Gezien de afspraken in het Beethovenconvenant krijgt de regio de mogelijkheid om een voorstel voor alternatieve en mitigerende maatregelen in te dienen, met een maximale rijksbijdrage ter hoogte van het restbudget.  Bij de beoordeling van dit voorstel zal het Rijk het in het BO MIRT 2023 overeengekomen afweegkader en de daarbij behorende spelregels hanteren.  Definitieve besluitvorming zal uiterlijk in het BO MIRT 2025 plaatsvinden. 2. Brainport Convenant Beethoven:  In het interbestuurlijk coördinatie-overleg wordt de regie gevoerd op de uitvoering van de gemaakte afspraken.

Onder regie van dit coördinatie-overleg stellen Rijk en regio met ingang van 2025 een jaarprogramma op voor de totale opgaven uit de Brainport- en Beethovendeal. Zodat gestuurd kan worden op de uitvoering en/of realisatie van de afgesproken maatregelen. Per jaar wordt concreet omschreven wat partners aan Rijk en Regiozijde (inclusief uitvoeringsorganisaties en andere betrokkenen) willen realiseren. Dit jaarprogramma wordt vastgesteld door het BO Brainport.

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

10

 

  

Als onderlegger voor dit overkoepelende jaarprogramma wordt binnen de pijler Verstedelijking & Mobiliteit (V&M) een (meer)jaarprogramma V&M opgesteld onder regie van het BO V&M. Aanvullend op de in 2022 gemaakte afspraken, spreken Rijk en regio voor de mobiliteitsonderdelen uit Beethoven onderstaande financiële verdeling af: Project Totaal Bijdrage Rijk Bijdrage regio MMK Eindhoven 198 145 53 HOV4 157 87 70 HWN/OWN A2/N2 inclusief 503 415 88 Brianportlijn en NW ontsluiting Multimodaal pakket MRE 2024 200 71 129 Totaal mobiliteit (mln. €) 1.058 718 340 Rijk en regio hebben de verdeling van financiën en risico’s van de Beethovenafspraken nader uitgewerkt. Voor de verdeling en de risico’s wordt aangesloten bij de gemaakte afspraken op het BO MIRT van 2022: Rijksinfrastructuur risico Rijk, regionale infrastructuur risico regio. Voor de maakcapaciteit bij Rijkswaterstaat spreken Rijk en regio af: Rijkswaterstaat en de provincie Noord-Brabant trekken samen op om aanvullende capaciteit aan te trekken. De uitvoering van de bus op vluchtstrook en kleine infrastructurele maatregelen zal elkaar opvolgen. In de eerste helft van 2025 kunnen de bussen over de vluchtstrook van de A67 rijden. De andere Bus op Vluchtstrook-trajecten – eerst de A2, dan de A50 – worden met prioriteit daarna gerealiseerd.

Waarbij het team dat werkt aan de Bus op Vluchtstrook A67 na afronding van dat project ingezet zal worden om de overige Bus op Vluchtstrook maatregelen uit te voeren. Hetzelfde geldt voor het team dat zich bezighoudt met de voorbereiding voor de Erica tunnel. Dit team zal na deze voorbereiding bijdragen aan de voorbereiding en vervolgens planuitwerking voor de A58 Eindhoven – Tilburg.

MIRT-Verkenning OV knoop Brainport Eindhoven:  Rijk en regio hebben het plan van aanpak voor de MIRT-verkenning OV-knoop Brainportregio Eindhoven gezamenlijk vastgesteld. De uitvoering van de MIRT-verkenning loopt op schema met het oog op keuze van een voorkeursalternatief voor de Multimodale Knoop (MMK) en Spoorknoop Eindhoven (SKE) in 2025 om planstudie en realisatie voorspoedig op te kunnen pakken.  Rijk en regio blijven de samenhang tussen de verschillende stappen in de MIRT-verkenning nader bespreken. Uitgaande van de stapsgewijze uitbreidbaarheid en het behoud van inhoudelijke samenhang. Daarmee zal worden bepaald op welke manier de inzichten uit de verkenning voor uitbreidingsstappen 2 en 3 van de Spoorknoop Eindhoven in relatie tot stap 1 zo goed mogelijk benut kunnen worden.  Ook is, om te komen tot een voorkeursalternatief, het nodig dat de ontwikkeling van de SKE blijvend wordt afgestemd op de ontwikkelingen van de MMK. Conform de in 2022 genomen startbeslissing dient daarbij stap 1 toekomst vast gerealiseerd te worden. Daarvoor wordt onder andere inzichtelijk gemaakt wat de meerwaarde is en in hoeverre het financieel haalbaar is om – eventueel delen van – stap 3 in samenhang met stap 1 te realiseren.  In het convenant Beethoven is afgesproken aanvullend € 198 miljoen in de MMK te investeren.

Deze middelen zijn beschikbaar gesteld voor het verdiepte voorkeursalternatief dat mogelijk uit de lopende MIRT-verkenning komt.  Voor de MIRT-Verkenning wordt integraal naar de verschillende componenten gekeken in relatie tot HOV4 om deze waar mogelijk in onderlinge samenhang uit te voeren.  Om de HOV4 op de MMK te laten aansluiten wordt een vijfde tunnelmond toegevoegd aan de scope van de MMK. Deze scopewijziging wordt opgenomen in een aangepaste bestuurlijke opdracht en vastgesteld in de bestuurlijke kerngroep Eindhoven KnoopXL. De meerkosten van deze wijziging, € 66 miljoen, worden gefinancierd uit de Beethoven-gelden.

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

11

HOV4 (uitgewerkt in samenhang met Ontwikkelas Zuidwest):  Op basis van het vastgestelde tracé vindt uitwerking plaats tot een Voorlopig Ontwerp inclusief de bijbehorende inspraak en participatie. Verwachting is dat het voorlopig ontwerp begin 2025 aan gemeenteraden van Eindhoven en Veldhoven kan worden aangeboden.  In het convenant Beethoven is afgesproken extra middelen toe te kennen aan HOV4. Dit betreft € 91 miljoen voor de stedelijke inpassing van HOV4 in Eindhoven en Veldhoven. Partijen optimaliseren het ontwerp zodat dit binnen budget kan worden gerealiseerd en maken zo nodig en zo mogelijk aanvullend afspraken op grond van het financiële afsprakenkader dat is opgesteld op basis van de Brainportdeal 2022.  De scopewijzing HOV4/ontwikkelas Zuidwest is opgenomen in een aangepaste bestuurlijke opdracht en vastgesteld in de bestuurlijke kerngroep HOV4/ontwikkelas Zuidwest.  De regio heeft aangegeven in 2025 tot aanbesteding over te willen en kunnen gaan. Rijk en regio zijn in gesprek om de financiële afspraken tijdig af te ronden. Hiervoor wordt uiterlijk het 1e kwartaal van 2025 een Bestuursovereenkomst gesloten.

MIRT verkenning HWN/OWN A2/N2, Brainportlijn en noordwestelijke ontsluiting:  In het convenant Beethoven is vastgelegd dat Rijk en regio een integrale MIRT-verkenning starten naar het Hoofdwegennet/Onderliggend Wegennet A2/N2, de tangent Brainportlijn (tracé A2/N2) en noordwestelijke ontsluiting. Voor deze verkenning hebben Rijk en regio hebben een startdocument opgesteld, waar de bestuurlijke kerngroep A2N2 Brainportlijn op hoofdlijnen mee ingestemd heeft. In het voorjaar 2025 vindt de formele start van de verkenning plaats via een officiële kennisgeving  Het budget voor de verkenning is opgebouwd uit de volgende posten: • € 309 miljoen voor oplossingen A2/N2 gebaseerd op het MIRT-onderzoek A2/N2; • € 129 miljoen voor de Brainportlijn op basis van de ramingen van de regio voor de Brainportlijn; • € 55 miljoen voor de verbreding van de tunnel bij de Erica; • € 4 miljoen voor de ontsluiting van de hub A58; • € 6 miljoen voor de Noordwestelijke ontsluiting.  In de Verkenning worden meerdere oplossingsrichtingen uitgewerkt om te komen tot een integrale oplossing voor het verbeteren van de doorstroming op de A2/N2 (oplossen van het NMCA Knelpunt) en de inpassing van de Brainportlijn tangent.  De regio is trekker van de tracé- en inpassingsstudie voor de Brainportlijn, het Rijk trekt de overall MIRT-verkenning.

 Leidend bij de uitwerking van de scope zijn de netwerkstudie HWN-OWN en de ontwerpstudie naar de tangent Brainportlijn.  Voor de MIRT-verkenning A2/N2 wordt integraal naar de verschillende componenten gekeken om deze in onderlinge samenhang (ook financieel) uit te voeren.  De onderzoekskosten voor de integrale verkenning worden gedekt uit het totale budget voor de verkenning, zoals dit ook is afgesproken bij de OV Knoop XL. Multimodaal pakket MRE:  Conform de afspraken uit het Beethovenconvenant stellen Rijk en Regio het Korte Termijn Maatregelpakket 2 (KTM2) vast.  Het KTM2 heeft als doel om de mobiliteitstransitie in de regio te versnellen, het nationale en regionale wegennet te ontlasten en de verstedelijkingsopgave te faciliteren. Het KTM2 bestaat uit een tweede tranche aan maatregelen op het gebied van hubs (Brainporthubs en overige regionale hubs), fiets, openbaar vervoer (bus op vluchtstrook en doorstromingsmaatregelen), gedrag (werkgevers- onderwijsaanpak) en programmavoering.  In de verdere uitwerking van het pakket wordt gebruik gemaakt van de gezamenlijk ontwikkelde kennis, uitgangspunten en methodieken. Bijvoorbeeld uit de gezamenlijke trajecten rond de uitwerking programma hubs in het kader ontsluiting woningbouw, landelijke aanpak benutten mobiliteitsnetwerken, landelijke aanpak spits spreiden, actieagenda BRT, etc.

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

12

Het Rijk draagt € 71 miljoen bij, waarbij uitgangspunt is dat middelen zonder overboeking tussen overheden plaatsvinden. Indien uit de verdere concretisering van het pakket blijkt dat dit deels anders is, treden Rijk en regio via het BO V&M in overleg over de wijze van uitkering.

Actualisatie MIRT-onderzoek verstedelijking en bereikbaarheid:  De in het convenant Beethoven afgesproken actualisatie van het MIRT-onderzoek uit 2020 moet leiden tot een gezamenlijk beeld van de aanvullende en urgente ruimtelijke opgaven en aanpak van de samenhangende opgaven op het gebied van verstedelijking en bereikbaarheid. Op basis van dit beeld worden strategische hoofdkeuzes gemaakt. De keuzes die gemaakt worden moeten aansluiten bij de keuzes die gemaakt worden in de multimodale agenda voor Zuid-Nederland die binnen SmartwayZ.NL in ontwikkeling is.  Het streven is om tijdens het BO Leefomgeving van 2025 een eerste beeld te hebben van de te maken keuzes. Het geactualiseerde MIRT-onderzoek zal op het BO MIRT van 2025 worden geagendeerd.  Rijk en regio hanteren het geactualiseerde MIRT-onderzoek voor de Brainport als leidraad voor het gesprek in het BO verstedelijking en mobiliteit. Het is daarmee een hulpmiddel bij het afwegen en prioriteren/faseren van toekomstige (ruimtelijke) en bereikbaarheidskeuzes in relatie tot de benodigde schaalsprong.  Scope is het geografisch gebied MRE met aandacht voor aangrenzende regio’s met potentie om een deel van de groei te faciliteren. De tijdshorizon betreft 2030-2050.  De onderzoekskosten worden gedekt uit aanvullende middelen. Rijk en regio nemen beide de helft van de kosten voor hun rekening.

Voorbereidingskosten:  Rijk en regio verwachten dat een vaste verdeling van toekomstige voorbereidingskosten kan leiden tot efficiëntie.  Rijk en regio gaan hierover in gesprek en agenderen een voorstel in het bestuurlijk overleg Verstedelijking en Mobiliteit Brainport. 3. Veilig, Slim en Duurzaam Regionale bereikbaarheidsaanpak Limburg:  Rijk en regio investeren voor het uitvoeringsplan 2025 in totaal € 2,8 miljoen incl. btw. Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 1,4 miljoen incl. btw (Ontvanger: Provincie Limburg).  De BO MIRT-afspraken 2020 en 2023 bevatten nog onbestede middelen. De middelen worden beschikbaar gesteld op basis van een uitvoeringsplan dat de provincie Limburg uiterlijk 1 maart 2025 indient bij het Rijk. Onderdeel van het plan zijn een praktische beschrijving van de maatregelen, de doelen en te verwachten resultaten (output en outcome), de verdeling van de financiën en de manier waarop aangesloten wordt op de landelijke aanpakken benutten mobiliteitsnetwerken en spits spreiden. Op het eerstvolgende DO MIRT Zuid wordt het plan van aanpak ter accordering voorgelegd.  Rijk en regio spreken af dat er minimaal per kwartaal een voortgangsgesprek plaatsvindt om de uitvoering van de maatregelen te monitoren.

 Rijk en regio investeren specifiek voor de verbreding van de A2 Het Vonderen – Kerensheide van 2026 tot en met 2028 in totaal € 1.920.000 incl. btw in de Limburgse bereikbaarheidsorganisaties. Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 960.000 incl. btw. Deze bijdragen zijn bedoeld voor effectieve hindermaatregelen en stellen Rijkswaterstaat in staat dat via de huidige, goed functionerende Limburgse bereikbaarheidsorganisaties te doen. Regionale bereikbaarheidsaanpak Brabant:  Rijk en regio investeren voor het uitvoeringsplan 2025 in totaal € 1.200.000 incl. btw. Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 600.000,- incl. btw (Ontvanger: Provincie Noord-Brabant).

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

13

De middelen worden beschikbaar gesteld op basis van een uitvoeringsplan dat de provincie Brabant uiterlijk 1 maart 2025 indient bij het rijk. Onderdeel van het plan zijn een praktische beschrijving van de maatregelen, de doelen en te verwachten resultaten (output en outcome), de verdeling van de financiën en de manier waarop aangesloten wordt op de landelijke aanpakken benutten mobiliteitsnetwerken en spits spreiden. Op het eerstvolgende DO MIRT Zuid wordt het plan van aanpak ter accordering voorgelegd.

Deelmobiliteitshubs (Eindhoven):  Op het BO MIRT van 2022 heeft het Rijk € 7 miljoen incl. btw gereserveerd voor de regionale implementatie van uniforme deelmobiliteitshubs. Van dit bedrag is op het BO MIRT van 2022 in totaal € 4,175 miljoen incl. btw toebedeeld aan regio’s voor de eerste en tweede uitroltranche.  Vanuit het resterend deel van de op het BO MIRT 2022 gedane reservering van investeert het Rijk nu in de derde uitroltranche deelmobiliteitshubs om praktijkervaring op te doen over de effecten van deelmobiliteit en hubs in landelijk gebied en verstedelijkte omgeving.  In dit kader reserveert het Rijk 50% van de werkelijke kosten met een maximum van € 250.000 incl. btw voor de realisatie van de derde tranche deelmobiliteitshubs in de gemeente Eindhoven (ontvanger rijksbijdrage).  De reservering wordt omgezet in een definitieve bijdrage onder voorwaarden van een door de gemeente en het ministerie van IenW vastgesteld uitvoeringsplan en een positief bestuurlijk besluit over de beschikbaarheid van de benodigde regionale financiële bijdrage van minimaal 50% van de kosten voor de derde tranche.

4. A2 Deil – Vught De Minister van IenW heeft besloten € 54 miljoen beschikbaar te stellen uit het restbudget van de A2 Deil – Vught. De regio stelt eveneens een budget van € 54 miljoen beschikbaar voor het adaptieve maatregelenpakket. Rijk en regio kiezen hiermee voor maatregelen die passen binnen het afgesproken beoordelingskader. Het maatregelenpakket bevat onder andere: • Voorkomen sluipverkeer: snelheidsremmers aanbrengen en aanpassingen onderliggend wegennet. • Investeren in (snel)fietsinfrastructuur • Businfrastructuur verbeteren en zorgen voor betere overstapplaatsen (Hubs) • Plaatsen van intelligente verkeersregelinstallaties (iVRI’s) • Verbeteren aansluitingen hoofd- en onderliggend wegennet • Fysieke veiligheidsmaatregelen op wegen die drukker worden als gevolg van pauzeren (bv middenbaanscheiding/scheiding snel/langzaam verkeer) Regio werkt het voorgestelde maatregelenpakket in 2025 nader uit. IenW verkent hoe en op welk moment zij haar regionale bijdrage kan voldoen. 5. BRT Breda – Gorinchem – Utrecht Rijk en Regio constateren dat er een breed gedragen ambitie is voor een kwaliteitsverbetering in het OV op de corridor Breda-Gorinchem-Utrecht.

Rijk en provincies Utrecht, Zuid-Holland en Noord-Brabant besluiten om de hoofdlijnen uit het bestuurlijk vastgestelde rapportage ‘Hinkstap-sprong naar Bus Rapid Transit op Breda–Gorinchem-Utrecht’ uit april 2022 als uitgangspunt te nemen voor de te nemen maatregelen op deze corridor. De gewenste kwaliteitssprong in het OV zal via een adaptieve en samenhangende strategie bereikt worden. Concreet betekent dit dat over onderstaande maatregelen in dit BO MIRT besluiten worden genomen, omdat deze prioriteit hebben en dat de overige gewenste maatregelen voor de verbeterstap op korte termijn niet verder worden uitgewerkt. Voor de opgaven Hub Vianen en busaansluiting op de A2 bij Papendorp is onder voorwaarden besloten tot een financiële bijdrage vanuit het Rijk in het kader van het project “Draaiend houden Ringen (kleine infrastructurele maatregelen (werkspoor 4): Ring Utrecht)” (Zie BO MIRT besluit Draaiend houden Ringen BO MIRT Noordwest).

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

14

1

Rijk en Regio stellen vast dat voor de Hub Sleeuwijk De Tol enkele dilemma’s op tafel liggen en dat een verdiepende uitwerking nodig is. Hiervoor spreken Rijk en de provincie Noord-Brabant af dat: • Zij gezamenlijk en met prioriteit de ‘basis op orde’-maatregel uitwerken om daarmee de kwaliteitsverslechtering voor het OV, ten gevolge van de ombouw A27 Houten-Hooipolder bij de oostelijke aansluiting Werkendam te kunnen mitigeren. • Hierop voortbouwend zij gezamenlijk een ontwerp maken voor een ‘BRT-waardige hub’ met snelle halteertijden en voldoende voorzieningen, rekening houdend met ieders rol en verantwoordelijkheid. • Als dit leidt tot gedragen ontwerpen, Rijk en de provincie Noord-Brabant een risicoanalyse uitvoeren, onder andere om te voorkomen dat het realiseren van deze maatregelen de voortvarende uitvoering van de ombouw van de A27 conform het huidige Tracébesluit A27 Houten – Hooipolder in gevaar brengt. Dit resulteert in een advies aan de bestuurders om hier op het BOL 2025 over te besluiten. • Bij positieve beoordeling zij gezamenlijk overgaan tot het opstellen van een kostenraming en realisatiestrategie (in samenwerking met de projectorganisatie A27 Houten – Hooipolder) van eerst de ‘basis op orde’-maatregel en daarna de ‘BRT-waardige’maatregel.

• Op basis van de resultaten én een aanvullende maatschappelijke onderbouwing Rijk en regio een definitief besluit nemen over ontwerp, kostenverdeling, realisatie en realisatiestrategie, uiterlijk voordat de aannemer dit nodig heeft om OV-maatregelen nog te kunnen meenemen in de realisatie van project A27 Houten-Hooipolder. Rijk en provincies Utrecht, Zuid-Holland en Noord-Brabant spreken af om de komende jaren (bestuurlijk) in gesprek te blijven over het adaptief uitwerken en tot besluitvorming overgaan van de overige (doorstromings)maatregelen die stapsgewijs leiden tot de geambieerde kwaliteitssprong c.q. uitbouw naar BRT-verbindingen op de corridor. 6. AROV/Spoorbrug Maastricht Rijk en provincie Limburg hebben in lijn met – en binnen de gestelde kaders van de Kamerbrief van 20 juni 2024 1 – alsmede binnen het beschikbare budget van € 36,7 miljoen (prijspeil 2024) afspraken gemaakt over de herbestemming van de Rijksbijdrage voor de tram Hasselt – Maastricht, in het kader van het Actieprogramma Regionaal Openbaar Vervoer (AROV) voor het verbeteren van de regionale en internationale bereikbaarheid. De provincie Limburg zal met deze middelen: 1. Zorgdragen voor het realiseren van het aanpassen van de overwegveiligheid tussen Maastricht en Eijsden zodat de tweede Drielandentrein naar Luik kan gaan rijden.

De provincie Limburg zal daartoe aan ProRail de opdracht geven om dat te realiseren en zal daarvoor een bedrag van € 6,5 miljoen reserveren; 2. Een opdracht verstrekken aan Rijkswaterstaat (RWS) om de spoorburg te slopen. RWS ontvangt van de provincie de benodigde middelen à € 10 miljoen voor de sloop van de spoorbrug, inclusief de pijlers, waardoor een waterstanddaling van ca. 5 cm kan worden bereikt en een scheepvaart-onveiligheidsprobleem wordt opgelost. 3. De gronden en assets van het spoor tussen Maastricht en grens overnemen van ProRail voor een bedrag van € 4,5 miljoen. De provincie is voornemens deze gronden door te leveren en met de gemeente Maastricht afspraken te maken over de sanering en gebiedsontwikkeling van deze gronden. 4. Een afspraak maken met de gemeente Maastricht over de realisatie van langzaamverkeersbrug met een bijdrage van € 15,7 miljoen, onder de voorwaarde dat de gemeente Maastricht uiterlijk in 2026 de benodigde vergunning voor sloop van de spoorbrug afgeeft. Rijk en regio spreken af dit verder uit te werken in een bestuursovereenkomst, waarmee de AROV-overeenkomst wordt beëindigd.

Kamerstuk 36 410-A, nr. 61

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

15

 

 

 

7. Multimodale Mobiliteitspakketten Brabant Rijk en regio stellen vast dat de Multimodale Mobiliteitspakketten (MMMP’s) voor de vier stedelijke regio’s binnen NOVEX Stedelijk Brabant een goede basis vormen voor verdere afspraken tussen Rijk en regio. De MMMP’s gaan onder andere in op het belang van mobiliteitshubs en stations, frequentie en kwaliteit van HOV (zoals BRT) en trein, de samenhang tussen hoofd- en onderliggend wegennet en fietsbeleid. Daarbij wordt, net als in de MMA, ook aandacht besteed aan de effecten van mobiliteit op brede welvaart, waaronder barrièrewerking en impact van het spoor. De MMMP’s lopen mee in de verdere uitwerking van de Multimodale Mobiliteits Agenda (MMA) voor Zuid Nederland waarover in het BO MIRT 2025 verdere (uitvoerings)afspraken voorgelegd zullen worden, rekening houdend met ieders rol en verantwoordelijkheid. 8. OV knoop ’s-Hertogenbosch Centraal Rijk en regio (her)bevestigen de ambities met betrekking tot de OV Knoop Bosch Centraal (zoals opgenomen in de document ‘Bosch Centraal, middelpunt van jouw ontmoeting’). Rijk en regio spreken af om parallel aan de afronding van het verkenningenrapport een sluitende financieringsstrategie op te stellen, vanwege de constatering dat de huidige varianten niet binnen budget kunnen worden gerealiseerd. De regio is bereid te onderzoeken om hiertoe een extra financiële stap te zetten.

Rijk en regio spreken af om hiervoor het restbudget MIRT A2 Deil – Vught als een van de dekkingsbronnen te beschouwen. Rijk en regio onderzoeken of met een aanvullende Rijksbijdrage extra woningen kunnen worden ontsloten en in hoeverre dit kan bijdragen aan de financieringsstrategie. Daarbij wordt ook gekeken naar aanleg van een nieuw busstation (inclusief ontsluiting), verbreding van perron 6/7 en faseringsmogelijkheden voor de bestaande scope. Rijk en regio concluderen dat op basis van de MIRT-verkenning Bosch Centraal een definitief besluit over het voorkeursalternatief mogelijk is, zodra hierover een gezamenlijke financieringsafspraak gemaakt kan worden. Partijen verkennen benodigde aanpassingen aan scope en/of budget vanwege het grote belang van het project voor de mobiliteit en de woningbouwopgave in de regio. Rijk en regio spreken af om begin 2025 tot een voorkeursalternatief inclusief een sluitende financieringsstrategie te komen op basis waarvan alle partijen, in de aanloop naar het BOL van juni 2025, hun interne besluitvorming kunnen regelen, zodat een voorkeursbesluit genomen kan worden en de planuitwerking kan starten. 9. Roosendaal – Antwerpen Rijk en regio nemen kennis van het rapport ‘verkennende studie Roosendaal-Antwerpen’, die in nauwe samenwerking door Rijk en de Belgische federale overheid tot stand is gekomen.

Rijk en regio gaan hierover nader in gesprek, evenals over de mogelijkheden voor vervolgonderzoek. De mogelijkheden voor verbetering in de dienstregeling via station Roosendaal zijn onderzocht. Dit heeft geresulteerd in een verbeterde verbinding tussen Brabant en Zeeland: de sprinter Vlissingen – Roosendaal wordt vanaf dienstregeling 2026 – voor ten minste 3 jaar – gekoppeld aan de IC over de IJssellijn en wordt daarmee een directe trein tussen Vlissingen, Breda en verder naar Zwolle. Daarmee is invulling gegeven aan de afspraak uit het BO MIRT van 2023. Het Handelingsperspectief voor spoorknoop Roosendaal is de afgelopen periode nader uitgewerkt door de regio en spoorpartners, mede in relatie tot de provinciale verstedelijkingsopgave. In de komende periode wordt dit opgevolgd binnen de afspraken voor de verstedelijkingsopgave van Roosendaal. 10. A50 Bankhoef – Ewijk – Paalgraven Rijk en regio blijven vooruitlopend op de planuitwerking A50 Ewijk-Bankhoef-Paalgraven in gesprek over de stikstofproblematiek, de vervolgstappen (of uitwerking van) in de

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

16

Mobiliteitsaanpak A50, en mogelijke andere maatregelen, die een bijdrage leveren aan het oplossen van de knelpunten op de A50 op het traject Nijmegen-Eindhoven.

 

 

11. Oss Centraal De Regio zal in afstemming met het Rijk in de eerste helft van 2025 een quickscan-onderzoek uitvoeren naar maatregelen om de barrièrewerking van het spoor in Oss te verminderen en de kwaliteit van het stationsgebied te verbeteren. Dit als onderdeel van de integrale opgave voor verstedelijking, economische ontwikkeling, woningbouw en mobiliteitstransitie in het stedelijke gebied “Oss Centraal” gelegen tussen de stations Oss en Oss West. De uitkomsten van de quickscan worden geagendeerd in het BO MIRT van najaar 2025. 12. Bus Rapid Transit A50 – Meijerij Rijk en regio starten met een pilot Bus Rapid Transit A50 – Meierij. Voor de pilot dragen Rijk en regio ieder maximaal € 1 miljoen (prijspeil 2025), incl. btw, bij op basis van een 50/50 verdeling tussen Rijk en regio. De Rijksbijdrage zal via een SPUK aan de regio worden uitgekeerd. 13. N65 De vernietiging van de bestemmingsplannen voor de reconstructie van de N65 heeft ertoe geleid dat IenW, provincie Noord-Brabant en de gemeenten Vught en Oisterwijk de reconstructie van de N65 op een later moment oppakken waarbij realisatie van het VKA+ nog steeds het einddoel is.

Om de bestaande problematiek op het gebied van verkeersveiligheid en leefbaarheid op en rondom de N65 tussentijds te verlichten heeft de Stuurgroep N65 besloten haalbare en gedragen kortetermijnmaatregelen te realiseren waarbij het VKA+ uitgangspunt is. Rijk en regio maken in de Stuurgroep N65 afspraken over een pakket kortetermijnmaatregelen inclusief financiering daarvoor in het voorjaar van 2025. 14. PHS Boxtel Rijk en Regio onderkennen dat de afronding van de PHS-infrastructuur maatregelen in Boxtel vertraging oploopt; Rijk en regio spreken af dat de provincie Noord-Brabant hierover als inspanningsverplichting op zich neemt zo spoedig mogelijk te starten met het proces om tot Wnb vergunningverlening te komen. Rijk en regio bevestigen dat na afronding van de PHS-infrastructuur maatregelen de daaraan gekoppelde productstappen, zoals de 3e en 4e IC Eindhoven – Breda, ingevoerd kunnen worden; Rijk en regio spreken af dat het Rijk hierover als inspanningsverplichting op zich neemt zo spoedig mogelijk met NS het proces te starten om, gegeven de concessieafspraken, te bezien wat nodig is om - direct na afronding van de PHS-infrastructuur maatregelen in Boxtel – tot de productstap 3e en 4e IC Eindhoven – Breda te komen. 15.

Omleiding Betuweroute Rijk en regio stellen vast dat alle in dit verband afgesproken maatregelen reeds zijn gerealiseerd of op afzienbare termijn nog worden gerealiseerd. De regio blijft geïnformeerd en betrokken voor, tijdens en na de omleidingen, zoals toegezegd in de stuurgroep. De regio vraagt om proactieve communicatie vanuit de betrokken partijen (zoals ProRail) richting overheden, bedrijven en burgers, zodat er te allen tijde een actueel beeld is van de situatie op en om het spoor. Rijk en regio spreken af dat specifiek wordt gemonitord of er een toename is in het aantal en soort meldingen van omwonenden, zoals dat sinds de start van de omleidingen ook is gedaan. Met deze monitoring wordt specifiek data verzameld ten aanzien van de hinder ten aanzien van onder meer geluid en trillingen, ten gevolge van de toename van het spoorgoederenvervoer op de omleidingsroutes.

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

17

  

   

 

 

  

Rijk en regio herbevestigen dat lopende die omleidingsperiode het incident-management op het spoor stand-by staat, zodat verstoringen snel worden verholpen en de bereikbaarheid van Zuid-Nederland op niveau blijft. 16. Eindhoven – Düsseldorf In Venlo is de voor de IC Eindhoven – Düsseldorf benodigde perronverlenging voorzien in 2028. Rijk en regio achten het halen van de overeengekomen indiensttreding van die IC per eind 2026, al dan niet in combinatie met tijdelijke maatregelen, van groot belang. ProRail voert momenteel een analyse uit naar mogelijkheden voor een tijdelijke oplossing (tot eind 2028) om de overeengekomen dienstregeling te halen. 17. Venlo Integraal Rijk en regio hebben kennis genomen van de Notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen van de integrale uitwerking van het spooremplacement te Venlo. De integrale oplossingsrichtingen bieden weliswaar maatregelen voor alle opgaven op het emplacement, maar de kosten ervan bedragen een veelvoud van het beschikbare budget. Daarom worden nu alleen de urgentste opgaven verder uitgewerkt. Dat zijn de opstelsporen voor goederentreinen van 740 meter lengte en de vervanging van de spanningssluis. ProRail is gevraagd om voor de uitwerking van deze opgaven een Plan van Aanpak te maken. Opdrachtverlening wordt in het 4e kwartaal van 2024 verwacht. 18.

A67/A73 Zaarderheiken Regio is inmiddels goed geïnformeerd over de actualisatie van de verkeers- en stikstofberekeningen voor de A67/A73 Knooppunt Zaarderheiken. De geactualiseerde cijfers komen in het eerste kwartaal van 2025 beschikbaar. Rijk en regio gaan na actualisatie in gesprek over de mogelijke stikstofopgave. Als een stikstofprobleem bestaat en zicht is op een oplossing daarvoor, spreken Rijk en regio af het tracébesluit zo spoedig mogelijk te actualiseren, om ook eventuele geluidshinder rondom het traject te verminderen. Het Rijk spant zich dan in spoedig de maakbaarheidscapaciteit beschikbaar te stellen, teneinde de stappen naar realisatie te zetten. Mocht het project binnen afzienbare termijn geen doorgang vinden, gaan IenW en Limburg in gesprek om geluidshinder voor de omgeving tot realisatie van het project tot aan de wettelijke normen te verminderen. 19. Wilhelminakanaal De minister van IenW heeft de MIRT-3 projectbeslissing genomen voor het project “Wilhelminakanaal Sluis II” waardoor de realisatiefase kan worden gestart. Nadere afspraken over onder andere de cofinanciering van het project door Noord-Brabant en Tilburg zullen uiterlijk begin 2025 in een bestuursovereenkomst worden vastgelegd. Met zicht op de realisatie van Sluis II kan het aansluitende regionaal geïnitieerde project “Optimalisatie WHK Kraaiven-Loven” eveneens een vervolg krijgen.

Voor dit laatste project is geconstateerd dat de eerder door de provincie en gemeente vrijgemaakte middelen inclusief de toegekende Rijksbijdrage van € 4,75 miljoen ontoereikend zijn om de bijgestelde projectkosten als gevolg van onder andere vertraging rondom het project Sluis II te dekken. Gegeven het logistieke belang van knooppunt Tilburg voor de Goederenvervoer Corridors spannen partijen zich gezamenlijk in om na te gaan of, en in welke mate er dekking voor dit tekort kan worden gevonden en streven dit in 2025 in een bestuursovereenkomst vast te leggen. Tot slot zal de gemeente Tilburg met het perspectief op betere bereikbaarheid van Tilburg, vanuit de samenwerking met Rijk en provincie in het Realisatiepact, zich inspannen om met het bedrijfsleven afspraken te maken om meer gebruik te gaan maken van het kanaal en aanvullende investeringen te doen in kadevoorzieningen, een trimodale containerterminal en zero-emissie varen.

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

18

  

20. Weert – Hamont – Antwerpen Rijk en regio werken aan het onderzoeken van de mogelijkheden voor een directe reizigerstrein Weert-Hamont-Antwerpen. Daartoe zijn vooral op het Nederlandse trajectdeel tussen Weert-Hamont infrastructurele aanpassingen nodig. Deze aanpassingen zijn in 2023 in een studie uitgewerkt. De kosten hiervoor zijn geraamd tussen de € 47 en € 88 miljoen (incl. btw). In de studie zijn de benodigde inpassingsmaatregelen nog niet meegenomen. Deze worden in opdracht van IenW nader onderzocht. Op verzoek van de Nederlandse partners en in opdracht van de Belgische overheid voert Infrabel een expert opinion uit bovengenoemde studie uit 2023. Aan de hand van beide onderzoeken worden volgende stappen besproken in overleg tussen betrokken overheden. 21. VDL Nedcar In het BO MIRT van 2020 is door IenW een financiële bijdrage toegezegd aan de aanpassing van de infrastructuur bij VDL Nedcar. De bijdrage is in het BO MIRT van 2023 verlengd tot eind 2025. De gewijzigde situatie van VDL Nedcar heeft impact op de beoogde gebiedsontwikkeling en bijbehorende bereikbaarheidsvraagstukken. De regio bespreekt in 2025 de plannen voor een alternatieve invulling in afstemming met VDL Nedcar en daarna met EZ en IenW. Over de IenW bijdrage van € 5 miljoen (incl. btw) kan vervolgens in het BO MIRT 2025 een geactualiseerd en passend besluit worden genomen. 22.

IC naar Aken Rijk en regio concluderen dat spoorprojecten als de Maaslijn, IC Eindhoven – Düsseldorf, IC Eindhoven – Aken en de Drielandentrein onlosmakelijk verbonden zijn met het ontsluiten van (nieuwe) woningbouw- en werkgelegenheidslocaties in Zuidoost-Nederland (onder andere Limburg Centraal). Voor de spoorse bereikbaarheid van heel Zuidoost-Nederland zijn aanpassingen nodig aan de OV-knoop Eindhoven, zoals onderzocht wordt in de MIRT-verkenning OV-knoop Brainport Eindhoven. In het komen tot een voorkeursalternatief voor de OV-knoop Eindhoven in 2025 wordt meegenomen wat de stand van zaken is, wat de noodzaak is van investeringen en hoeveel financiële ruimte partijen hebben. Tijdens het BO-MIRT 2025 wordt geagendeerd wat de stand van zaken is en wat de mogelijkheden en termijnen zijn om maatregelen te nemen die een volwaardige IC naar Aken mogelijk maken. Vooruitlopend op de volwaardige IC naar Aken werd er onder leiding van de provincie Limburg onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om in de dagranden alvast een IC-verbinding tussen Eindhoven en Aken op te starten. Dat blijkt juridisch en financieel ingewikkelder dan gedacht, daarom is op voorspraak van de provincie Limburg in de stuurgroep IC Aken besloten om de aandacht primair te richten op een volwaardige IC-verbinding, in lijn met het eerdere besluit in 2020 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 29 984, nr. 897).

Sinds begin 2023 hebben OV-reizigers de mogelijkheid om in Heerlen twee keer per uur crossplatform over te stappen van de IC uit Eindhoven naar de Drielandentrein naar Aken (en omgekeerd). Diverse acties van de betrokken stakeholders zijn ingezet op verbeteren van het functioneren van de Drielandentrein. 23. Transferknelpunt Maastricht Rijk en regio nemen kennis van de resultaten van de verkenning naar het transferknelpunt bij station Maastricht, in combinatie met de mogelijkheden voor een interwijkverbinding voor fietsers en voetgangers ter hoogte van het stationsgebouw, als onderdeel van de ambitie 'Stad en Spoor'. Rijk en regio concluderen dat het knelpunt aanpakken relatief grote technische ingrepen en investeringen vereist, die niet opwegen tegen de ernst van het knelpunt. ProRail stelt namelijk vast dat het een comfortknelpunt betreft, en geen veiligheidsissue.

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

19

 

 

   

Rijk en regio concluderen daarnaast dat er geen goede, kostenefficiënte oplossingen zijn gevonden voor de interwijkverbinding. Daarom besluiten Rijk en regio om de oplossingsrichtingen voor het transferknelpunt nu niet nader te onderzoeken. Wel zal het knelpunt zal de komende jaren blijven worden gemonitord. 24. Decentralisatie Sprinterdiensten Limburg Provincie Limburg en IenW hebben in 2014 in het convenant decentralisatie stoptreindiensten afspraken gemaakt over onder meer de exploitatiebijdragen voor de regionale treinverbindingen Roermond-Maastricht Randwyck en Sittard-Heerlen. Deze financiële afspraak loopt eind 2024 af. In het convenant is vastgelegd dat voor de periode 2025 tot het einde van de regionale concessie in 2031 het rijk de intentie heeft tot passende afspraken over de exploitatiebijdrage te komen. De komende periode zullen de Provincie Limburg en het ministerie van IenW gezamenlijk werken aan de wijze waarop invulling kan worden gegeven aan deze afspraak uit 2014. De inzet van partijen is erop gericht om dit traject voor de zomer van 2025 af te ronden. 25. Brug bij Itteren Afgelopen periode is de renovatievariant nader uitgewerkt en vergeleken met de kosten van een nieuwe brug. Hieruit is gebleken dat de kosten dusdanig dicht bij elkaar liggen dat door IenW alsnog besloten wordt tot een nieuwe brug.

De scope betreft het in 2020 overeengekomen en in een uitvoeringsovereenkomst vastgelegde plan. Rijkswaterstaat stemt de vervolgaanpak en planning af met de gemeente Maastricht. 26. Meerjarige Adaptieve Uitvoeringsagenda Fiets (MAUF) De provincie Limburg ontvangt een bijdrage van € 1,5 miljoen incl. btw van het Rijk voor doorfietsroute Weert-Nederweert. De provincie Limburg ontvangt een bijdrage van € 1,5 miljoen incl. btw van het Rijk voor doorfietsroute Sittard-Avantis. De provincie Noord-Brabant ontvangt een bijdrage van € 1,5 miljoen incl. btw van het Rijk voor doorfietsroute Helmond-Deurne. De doorfietsroute Eindhoven-Gemert, ingediend door de provincie Noord-Brabant, is geselecteerd voor een mogelijke financiële bijdrage van het Rijk. Er is nog onduidelijkheid over de realiseerbaarheid en zelfstandige uitvoerbaarheid van de routedelen die raken aan het areaal van Rijkswaterstaat. Rijk en regio spreken af dat de regio in gesprek gaat met Rijkswaterstaat over de realiseerbaarheid van de route. Bij een positieve uitkomst kan in 2025 een subsidieverzoek ingediend worden onder de tijdelijke stimuleringsregeling slim, veilig, doelmatig en duurzaam gebruik van mobiliteitsinfrastructuur.

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

20

Regio Noord-Nederland  

 

1. Deltaplan voor het Noorden Rijk en Regio stellen het rapport ‘Perspectief 2050, het integrale toekomstbeeld voor Noordelijk Nederland’ vast. Rijk en Regio zetten hun samenwerking op het niveau van het Deltaplan voor Noordelijk Nederland voort, maken gezamenlijk afspraken over de scope hiervan en stellen deze vast in het Bestuurlijk Overleg Deltaplan. 2. MIRT-onderzoek Lelylijn, Novex-gebied Lelylijn en MIRT-onderzoek Nedersaksenlijn De afgelopen twee jaar is door Rijk en regio, in het kader van het Deltaplan voor Noordelijk Nederland, constructief samengewerkt aan de MIRT-onderzoeken Lelylijn en Nedersaksenlijn. Rijk en regio besluiten om de rapportages uit deze MIRT-onderzoeken vast te stellen en te constateren dat beide lijnen en de daarmee samenhangende gebiedsontwikkeling inhoudelijk de moeite waard zijn om een vervolgstap te zetten. De regio wil graag voor beide trajecten een stap naar MIRT-verkenning zetten. Het Rijk constateert dat dit nu nog niet kan, vanwege het ontbreken van het benodigde zicht op 75% van de financiering. Rijk en regio spreken af om voor het einde van dit jaar verder te praten over een vervolgstap voor zowel Lelylijn als Nedersaksenlijn. 3. Sluiscomplex Kornwerderzand (Regiosluis) Rijk en regio maken de afspraak om op korte termijn het eens worden over een financiële oplossing voor het tekort KWZ en te komen tot een oplossing/voorkeursvariant.

De regio is uitgenodigd om met een alternatief te komen.

4. Hoofdvaarweg Lemmer – Delfzijl: Friese bruggen Provincie en Rijk spreken af om uiterlijk december 2024 tot bestuurlijke afspraken te komen over de bruggen Spannenburg en Kootstertille.

5. Bereikbaarheid Ameland Provincie en Rijk spreken af om op korte termijn in een apart bestuurlijk overleg over de bereikbaarheid van Ameland te praten.

  

2

6. Ontsluiting Groningen Airport Eelde Tijdens het BO MIRT van 2023 hebben het Rijk en de provincie Drenthe afspraken gemaakt over het taakstellend budget van € 6,5 miljoen (incl. btw) voor de realisatie van weginfrastructuur rondom Groningen Airport Eelde (GAE). De middelen zijn beschikbaar gesteld op basis van het amendement van de leden Koerhuis en Van der Molen. 2 Rijk en regio hebben kennisgenomen van de gefaseerde realisatie van (infrastructuur)plannen door GAE. De Rijksbijdrage wordt ingezet voor de realisatie van een verkeersveilige ontsluitingsweg voor het nieuwe Business Park Bravo die naar verwachting eind 2026 start. De provincie Drenthe ziet toe op een doelmatige besteding van de taakstellende Rijksbijdrage. De bijdrage wordt in 2025 uitgekeerd aan de provincie Drenthe. 7. Knelpunten hoofdwegennet en onderliggend wegennet: A7 afrit 34 Leek Rijk en de provincie Groningen hebben tijdens het BO MIRT van 2023 afgesproken in overleg te treden over de aanpak zowel de noordelijke als de zuidelijke afrit op de A7 afrit 34 Leek in de plaats van het knelpunt A28 afrit 38 Haren.

Kamerstuk 36 200 A nr. 54

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

21

  

3

De provincie Groningen, Gemeente Westerkwartier en het Rijk zijn tot overeenstemming gekomen gezamenlijk te investeren in de veiligheid en doorstroming van het knelpunt A7 afrit 34 Leek. Hiertoe stelt het Rijk taakstellend € 1 miljoen (incl. btw) beschikbaar, ook de regio stelt € 1 miljoen beschikbaar. Het totaalbudget van € 2 miljoen zal gebruikt worden voor het realiseren van infrastructurele maatregelen gericht op voorkomen van terugslag op de A7 en bevorderen van de veiligheid en afwikkeling van het lokale verkeer. Maatregelen worden uitgevoerd onder regie van de provincie Groningen. Het streven is om de maatregelen uiterlijk medio 2027 gereed te hebben. 8. Knelpunten hoofdwegennet en onderliggend wegennet: Drenthe Het Rijk neemt kennis het verzoek van de provincie Drenthe om de beschikbaar gestelde taakstellende rijksbijdrage van € 3 miljoen (incl. btw) voor knelpunten HWN/OWN, zoals afgesproken tijdens het BO MIRT van 2023, anders te besteden. Tijdens het BO MIRT van 2023 hebben partijen afgesproken de rijksbijdrage te besteden aan het oplossen van de HWN/OWN knelpunten: • Rotonde westelijke kruising A28 aansluiting 37 en de Groningerstraat; • Rotondes bij de kruisingen A28 aansluiting 29 en de N855; • Rotonde zuidelijke kruising A37 aansluiting 4 en de N376.

Vanwege herprioritering bij de Provincie Drenthe is de realisatie van de voorgenomen maatregelen bij de knelpunten A28/N855 en A37/N376 op korte termijn niet realiseerbaar. Rijk en regio hechten belang aan de aanpak van HWN/OWN knelpunten en zijn in overleg getreden over een alternatieve bestemming. Partijen herbevestigen dat deze middelen besteed zullen worden aan de uitvoering van maatregelen die bijdragen aan doorstroming of verbetering van verkeersveiligheid op het raakvlak van het hoofdwegennet en het onderliggend wegennet. Dat de regio hetzelfde bedrag beschikbaar stelt als cofinanciering en de maatregelen snel uitvoerbaar zijn. Op basis hiervan spreken partijen af in totaal € 6 miljoen (incl. btw), waarvan € 3 miljoen (incl. btw) rijksbijdrage, aan te wenden aan de volgende drie maatregelen: • Rotonde westelijke kruising A28 aansluiting 37 en de Groningerstraat; • Korte termijn maatregelen N33/N34 knooppunt Gieten; • Rotonde kruising A32 aansluiting 4. De provincie Drenthe draagt zorg voor de uitvoering van de maatregelen. De maatregelen zijn uiterlijk eind 2026 gereed. 9. Programmatische benadering N33 Midden (Zuidbroek – Appingedam) en N33 Noord (Appingedam – Eemshaven) en gefaseerde herstart N33 Midden Met de kabinetsreactie ‘Nij Begun’ heeft het Rijk in totaal € 395 miljoen (incl.

btw) taakstellend beschikbaar gesteld voor de verbreding de N33 tussen Zuidbroek- Eemshaven. 3 Hiervan is € 145 miljoen beschikbaar voor de N33 Midden van Zuidbroek – Appingedam en € 250 miljoen voor de verbreding van de N33 Noord van Appingedam – Eemshaven inclusief realisatie van een oeververbinding. Rijk en de provincie Groningen spreken af tot één programmatische benadering voor de N33 Midden en Noord te komen. Met als uitgangspunt samenhang in verkeerskundige en technische keuzes, financiën, organisatie en communicatie. Tijdens het BO MIRT van 2023 hebben partijen besloten tot het starten van een MIRT onderzoek voor de N33 Noord inclusief oeververbinding. De uitkomsten hiervan worden tijdens het BO MIRT van 2025 geagendeerd. Voor de gefaseerde herstart van de N33 Midden (Zuidbroek – Appingedam) stellen partijen een kwartiermakersfase in. Het uitgangspunt is dat dit zo snel als mogelijk in 2025 plaatsvindt, zodra er voldoende zicht is op de benodigde stikstofruimte, (personele)capaciteit en financiën.

Kamerstuk 35 561, nr. 17

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

22

  

 

  

 

Partijen spreken af om gezamenlijk met prioriteit de benodigde capaciteit op orde te brengen voor de herstart van de N33 Midden en hierbij te kijken naar diverse mogelijkheden. Voorts treden Rijk en regio met elkaar in overleg over de financiële bijdrage vanuit de regio voor de N33 Midden. Realisatie van het Ontwerp Tracébesluit (OTB) van de N33 Midden blijft het uitgangspunt. De inzet van partijen is om voor de N33 Midden toe te werken naar een Ontwerp Projectbesluit (onder de Omgevingswet). Partijen spreken af om in 2025 toe te werken naar de actualisatie van benodigde onderzoeken en hernieuwde afspraken die zullen resulteren in een nieuwe Bestuursovereenkomst voor de N33 Midden. 10. Hoofdvaarweg Lemmer – Delfzijl: Paddepoelsterbrug (Gr) Voor de aanleg van de Paddepoelsterbrug heeft het Rijk een extra taakstellende bijdrage van € 9,54 miljoen aan de gemeente Groningen toegezegd, zodat de bouw van een nieuwe brug door kan gaan. De gemeente is verantwoordelijk voor het ontwerp en de realisatie van de nieuwe oeverbinding Paddepoelsterbrug en treedt op als opdrachtgever van de werkzaamheden. Streven van de Gemeente is om in 2026 te starten met de realisatie en openstelling in 2027. Rijk en Gemeente zullen deze afspraak nader uitwerken in een Bestuursovereenkomst. 11.

Vaarweg IJsselmeer - Meppel In voorjaar 2023 is het project Vaarweg IJsselmeer – Meppel (VIJM) als onderdeel van de herprioritering op het Mobiliteitsfonds gepauzeerd. Rijk en Regio hebben daarna afgesproken om met het waterschap Zuiderzeeland de meekoppelkansen met het project Versterking IJsselmeerdijk te onderzoeken. Dit bleek echter niet haalbaar gelet op de planning en marktbenadering van dat project. Vervolgens is de blik verlegd naar mogelijkheden voor het meekoppelen van de opgave voor de VIJM met 3e tranche Kaderrichtlijn Water (KRW) en/ of Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) projecten. Dit lijkt meer perspectief te bieden, mits de kwaliteit van de bodem in de VIJM geschikt is. Rijkswaterstaat heeft daarom afgelopen juli opdracht gekregen om de bodemkwaliteit te onderzoeken en zij is gevraagd om een offerte op te stellen voor de meekoppeling met KRW en/ of PAGW projecten. Naar verwachting zal begin 2025 duidelijk worden of en onder welke voorwaarden de projectopgave van de VIJM via deze route kan worden gerealiseerd. 12. Deltaplan voor het Noorden: Verbeteringen Bestaand Spoor Rijk en regio nemen kennis van de eindrapportage en de inzichten en aanbevelingen uit het onderzoek Verbetering Bestaand Spoor. Rijk en regio spreken af de nuttige inzichten uit dit onderzoek te betrekken bij lopende spoorprojecten in Noord-Nederland.

Rijk en regio gaan nader in overleg over de potentie van autonoom rijden op het spoor en de ambities van Noord-Nederland op dit vlak, met als doel een duidelijk uitgangspunt voor de volgende regionale concessies vast te kunnen stellen. Rijk en regio blijven in gesprek over de marktordening in relatie tot het treinaanbod in NoordNederland. Rijk en regio werken ernaar toe om tijdig, dus ruim voor de eerstvolgende aanbestedingen in de regio, afspraken te maken over onder andere de financiering van zero emissie treinvervoer. 13. Spoorknooppunt Zwolle – Meppel Rijk en regio nemen kennis van de resultaten van de preverkenning “Maatregelen rondom Meppel” en constateren dat het huidige budget niet genoeg is om alle geadviseerde maatregelen uit te kunnen voeren. Rijk en regio komen overeen het huidige budget hoofdzakelijk (€ 60,5 miljoen) in te zetten voor een toekomstvaste aanpassing van emplacement Meppel waarbij er een 4e perronspoor

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

23

 

 

 

wordt aangelegd (oplevering 2030). Daarnaast wordt gekozen voor verscheidene maatregelen die op de korte termijn (oplevering 2027) de robuustheid verhogen en reistijdwinst opleveren. Rijk en regio constateren dat de aanpak van overwegen zorgt voor een verbetering van de robuustheid en overwegveiligheid die ook nodig is voor frequentieverhogingen. Op dit moment zijn er onvoldoende middelen beschikbaar voor de aanpak van overwegen. Rijk en regio spreken af nader onderzoek te doen naar de aanpak van overwegen en de maatregelen die nodig zijn voor frequentieverhoging (zoals een derde en vierde IC van en naar Groningen, meer sneltreinen c.q. stoptreinen conform moties Van der Graaf c.s. 4 en motie Eppink c.s. 5). Uiterlijk in het tweede kwartaal van 2025 zijn de resultaten beschikbaar, zodat in het BO MIRT van 2025 nadere afspraken gemaakt kunnen worden. Voor dit onderzoek wordt een budget van maximaal € 500.000,- gereserveerd uit de huidige gereserveerde middelen. De resultaten van de recente studie naar de verbetering van bestaand spoor, onderdeel van het Deltaplan Noordelijk Nederland, worden hierin meegenomen. 14. Vervanging HRMK-Spoorbrug Rijk en regio nemen kennis van de conclusies van het onderzoek naar de technische en functionele uitgangspunten, het ontwerp en de kosten van een spooraquaduct. Rijk en regio stellen vast dat er nu geen zicht is op 75% financiering.

Om deze reden stelt het Rijk vast dat het nu niet mogelijk is om een startbeslissing te nemen voor het uitvoeren van een MIRT-verkenning. Rijk en regio brengen de mogelijkheden voor aanvullende financiering in beeld om voor eind 2025 een startbeslissing te kunnen nemen en kijken daarbij naar Europese, nationale, regionale en private middelen. Hierbij wordt door de regio nadere uitwerking gegeven aan de meerwaarde van een spooraquaduct voor de omgeving en de woningbouwopgave. Rijk en regio bezien welke stappen al nader in beeld gebracht zouden kunnen worden vooruitlopend op een startbeslissing. 15. Meerjarig Adaptieve Uitvoeringsagenda Fiets (MAUF) De provincie Groningen ontvangt een bijdrage van € 1,5 miljoen incl. btw van het Rijk voor doorfietsroute Assen-Groningen. De provincie Drenthe ontvangt een bijdrage van € 1,5 miljoen incl. btw van het Rijk voor doorfietsroute Emmen-Klazienaveen. 16. MIRT-onderzoek Westflank Groningen Rijk en Regio melden dat het MIRT onderzoek gebiedsgerichte ontsluiting Westflank Groningen nagenoeg is afgerond. Het onderzoek geeft aan dat, als gevolg van de grootschalige woningbouwopgave, er een integrale bereikbaarheidsopgave in de Westflank van Groningen ligt. Rijk en Regio bevestigen afspraken van het BO MIRT van november 2022 met betrekking tot de opgave en financiële reserveringen.

Als vervolgstap zetten Rijk en Regio de constructieve gesprekken over de deelopgaven en mogelijke oplossingsrichtingen de komende tijd voort om te komen tot een evenwichtige en gedragen ontwikkelagenda voor de Westflank. Passend bij de woningbouwopgave zal de ontwikkelagenda ter besluitvorming worden voorgelegd in het BO Leefomgeving van 2025. 17. Deelmobiliteitshubs (Groningen – Assen) Op het BO MIRT van 2022 heeft het Rijk € 7 miljoen incl. btw gereserveerd voor de regionale implementatie van uniforme deelmobiliteithubs. Van dit bedrag is op het BO MIRT van 2022 in totaal € 4,175 miljoen incl. btw toebedeeld aan regio’s voor de eerste en tweede uitroltranche. Vanuit het resterend deel van de op het BO MIRT 2022 gedane reservering van € 7 miljoen incl. btw investeert het Rijk nu in de derde uitroltranche deelmobiliteithubs om praktijkervaring

4 Kamerstuk 29 984, nr. 1162 5

Kamerstuk 29 984, nr. 1155

Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024

24

op te doen over de effecten van deelmobiliteit en hubs in landelijk gebied en verstedelijkte omgeving. In dit kader reserveert het Rijk 50% van de werkelijke kosten met een maximum van € 200.000 incl. btw voor de realisatie van de derde tranche deelmobiliteithubs in de Regio Groningen-Assen (ontvanger rijksbijdrage: Provincie Groningen). De reservering wordt omgezet in een definitieve bijdrage onder voorwaarden van een door de regio en het ministerie van IenW vastgesteld uitvoeringsplan en een positief bestuurlijk besluit over de beschikbaarheid van de benodigde regionale financiële bijdrage van minimaal 50% van de kosten voor de derde tranche. 18. Regionale bereikbaarheidsaanpak Rijk en regio investeren € 5 miljoen incl. btw voor 2025 in het integrale maatregelenpakket. Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 2,5 miljoen incl. btw (Ontvanger: Provincie Groningen). De middelen worden beschikbaar gesteld op basis van een samenhangend uitvoeringsplan dat de regio uiterlijk 1 maart 2025 indient bij het rijk. Onderdeel van het plan zijn een praktische beschrijving van de maatregelen, de doelen en resultaten (output en outcome), de verdeling van de financiën en de manier waarop aangesloten wordt op de landelijke aanpakken benutten mobiliteitsnetwerken en spits spreiden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14806010/1