A16 Resultaten Bestuurlijke Overleggen 6 november 2024
Tekst van het document
btw voor de realisatie van de derde tranche deelmobiliteithubs in de gemeente Apeldoorn (ontvanger rijksbijdrage); • draagt 50% van de werkelijke kosten met een maximum van € 150.000 incl. btw voor de realisatie van de derde tranche deelmobiliteithubs in de gemeente Ede (ontvanger rijksbijdrage). Bovenstaande reserveringen worden omgezet in een definitieve bijdrage onder voorwaarden van een door betreffende gemeente en het ministerie van IenW vastgesteld uitvoeringsplan en een positief bestuurlijk besluit over de beschikbaarheid van de benodigde regionale financiële bijdrage van minimaal 50% van de kosten. 17. Regionale bereikbaarheidsaanpak Rijk en provincie Gelderland investeren € 5,5 miljoen incl. btw voor 2025 in het integrale maatregelenpakket van de provincie Gelderland. Het Rijk draagt maximaal 50% van de kosten met een maximum van € 2,25 miljoen incl. btw (Ontvanger: provincie Gelderland). De middelen worden beschikbaar gesteld op basis van een uitvoeringsplan dat de provincie Gelderland uiterlijk 1 maart 2025 indient bij het rijk. Onderdeel van het plan zijn een praktische beschrijving van de maatregelen, de doelen en te verwachten resultaten (output en outcome), de verdeling van de financiën en de manier waarop aangesloten wordt op de landelijke aanpakken benutten mobiliteitsnetwerken spits spreiden.
Rijk en provincie Overijssel investeren de op het BO MIRT 2023 afgesproken middelen volgens het uitvoeringsplan dat begin 2024 door het rijk is geaccordeerd. Rijk en regio spreken af dat er minimaal per kwartaal een voortgangsgesprek plaatsvindt om de uitvoering van de maatregelen te monitoren. 18. Meerjarige Adaptieve Uitvoeringsagenda Fiets (MAUF) De provincie Gelderland ontvangt een bijdrage van € 1.308.615 incl. btw van het Rijk voor doorfietsroute Ede-Wageningen (Picobellopad).
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
42
Programma Goederenvervoercorridors 1. Vervolg nachtelijke weekendbediening Maas en Brabantse kanalen De corridorpartners hechten belang aan goede bereikbaarheid over het water van Brabantse en Limburgse verladers, ook in de nacht. Om 7x24 bereikbaar te zijn over het water is nachtelijke weekendbediening van sluizen en bruggen van belang. Hierdoor zijn de inland terminals in staat om optimale binnenvaartdiensten te blijven uitvoeren van en naar de deep sea terminals in de zeehavens. Hiermee kan eventuele congestie in de zeehavens beter in het achterland worden opgevangen waarmee de integrale ketenoptimalisatie in de containerbinnenvaart kan worden versterkt. Voor het bekostigen van de meerkosten voor de nachtelijke weekendbediening van sluizen en bruggen op de Maas en Brabantse kanalen voor de periode tot en met 2030 is een maatwerkoplossing gevonden. Het Ministerie van IenW financiert de totale meerkosten van deze maatwerkoplossing van € 900.000 incl. btw. Met deze maatwerkoplossing accepteren de corridorpartijen dat de kwaliteit van de dienstverlening door het efficiënter inzetten van sluisbedienaars in de nachtelijke uren voor de periode 2025-2030 in bijzondere gevallen kan afnemen.
Corridorpartijen besluiten tot een gezamenlijke monitoring gedurende de periode 2025-2030 zodat er op basis van feitelijk vraag en aanbod gezamenlijk in corridorverband nieuwe afspraken kunnen worden gemaakt voor na 2030. Ook is besloten om met de aan de corridor gelieerde brancheorganisatie MCA Brabant verdere invulling te geven aan eerder gemaakte modal shift afspraken op het Maximakanaal, de ZuidWillemsvaart en het Wilhelminakanaal waardoor de maatschappelijke meerwaarde van de continuering van de nachtelijke weekendbediening verder kan worden vergroot. Hiervoor financieren IenW en de provincie Noord-Brabant voor de jaren 2025 en 2026 jaarlijks ieder € 7.000 incl. btw, waarbij deze opdracht aan MCA Brabant in een bestaande samenwerkingsovereenkomst tussen RWS ZN en MCA Brabant wordt ingepast. 2. Optimalisatie wegtransport: hubfunctie achterland Een regiohub is kansrijk om congestie op de weg te verminderen en de betrouwbaarheid van het logistieke proces te verhogen zonder negatieve effecten op de bedrijfsvoering. In 2024 is een pilot uitgevoerd met een regiohub in Moerdijk. Aanvullend onderzoek is nodig om een positieve businesscase aan te kunnen tonen. Provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland, IenW/RWS en Havenbedrijf Rotterdam besluiten om in de eerste helft van 2025 de uitgevoerde pilot in een aangepaste vorm door te zetten.
De bedrijven Vepco en DLG-Logistics blijven betrokken. Voor het doorzetten van de pilot is € 50.000 incl. btw bijeengebracht, waarbij de volgende verdeling is gehanteerd: Provincie Noord-Brabant, provincie Zuid-Holland en Havenbedrijf Rotterdam dragen ieder € 10.000 incl. btw bij. IenW draagt € 20.000 incl. btw bij. Aanvullend dragen Vepco en DLG en het Havenbedrijf Rotterdam in kind bij voor additionele analyses. Projectmanagement wordt ingevuld door het Havenbedrijf Rotterdam. 3. Truckparkings Om het tekort aan vrachtwagenparkeerplekken op de Goederenvervoercorridors te verminderen werken partijen samen aan oplossingen in de werkgroep Truckparkings. In de jaaragenda voor 2025 worden de volgende acties opgenomen: • Voortzetten van de realisatie van de beveiligde truckparkings op kansrijke locaties, zoals Moerdijk en Nieuw Reijerwaard. • Provincie Limburg en het Rijk werken gezamenlijk de pilot uit voor een truckparking aan een verzorgingsplaats uit, zodat medio 2025 een gezamenlijk besluit genomen kan worden over het al dan niet starten van de pilot op een daarvoor geschikte locatie (Midden- of Zuid-Limburg). • Ministerie van IenW houdt de werkgroep op de hoogte van de pilots uit het handhavingsplan. Hieronder vallen de pilot dynamische informatievoorziening en de pilot parkeerduurbeperking. Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
43
Quickscan en analyse instrument haalbaarheid voor publiek toegankelijk vrachtwagenparkeren op bestaande bedrijventerreinen. De resultaten van dit onderzoek worden in november van 2024 verwacht. De werkgroep werkt vervolgens een aanpak uit om het aantal parkeerplekken op bedrijventerreinen te vergroten. • Doorontwikkeling van de werkgroep Truckparkings, waarbij zal worden gekeken naar nieuwe initiatieven en andere organisatievormen binnen de werkgroep. De financiering van de samenwerking in de werkgroep Truckparkings wordt ongewijzigd voortgezet met een bijdrage voor 2025 van de provincies Zuid-Holland, Limburg en NoordBrabant van ieder € 25.000 incl. btw en een bijdrage van het ministerie van IenW van € 75.000 incl. btw, totaal € 150.000 incl. btw. IenW stelt in twee fases een totaalbudget van € 2,5 miljoen beschikbaar voor de pilot ‘beveiligde truckparkeerplaatsen aan een verzorgingsplaats’. In de eerste fase worden uit dit budget de kosten betaald voor een gezamenlijke projectorganisatie om de pilot voor de locaties ‘midden’ en ‘zuid’ concreet uit te werken in een aanpak voor de realisatie van de pilot. Bij deze uitwerking zijn onder andere de geschiktheid van de locaties, de kosten, de opschaalbaarheid van de pilot en consistentie met overig beleid relevant.
Op basis van deze uitwerking nemen het Rijk en de Provincie Limburg medio 2025 op bestuurlijk niveau een go/no go beslissing over het starten van de pilot. Dan wordt ook een besluit genomen over de kosten. In geval van een go stelt IenW het resterende deel van het budget beschikbaar voor de tweede fase waarin de pilot gerealiseerd wordt. •
4. Internationale pilot Vers-op-Spoor Om een belangrijke deel van de versstromen uit Zuid-Europa naar Rotterdam en vandaaruit naar Scandinavië (en vice versa) per trein te vervoeren werken enkele grote versverladers samen aan het ontwikkelen van een internationale dedicated verstrein. Bij voldoende succes kan de pilot een aanjager zijn voor verplaatsing van internationale stromen van weg naar spoor (modal shift). Als onderdeel van dit initiatief wordt voor 2025 een deelproject ingericht om (tussentijds) resultaten te meten en te monitoren en waar mogelijk bij te sturen om de kans op succes te vergroten. De kosten voor dit monitoringsproject bedragen in totaal € 130.000 incl. btw. Het Ministerie van IenW draagt hiervoor € 80.000 incl. btw bij, de provincie Zuid-Holland € 50.000 incl. btw. De verladers dragen in-kind bij.
5. Grijze Machinistenpool voor verhogen veerkracht Brabantroute Om tijdens dubbelsporige buitendienststellingen van het traject Emmerich-Oberhausen (ten behoeve van de bouw van het derde spoor in Duitsland) de impact van verstoringen op het grensstation Venlo te minimaliseren en het gebruik van de beschikbare goederenpaden te maximaliseren, gaan de spoorgoederenvervoerders een gezamenlijke pool van machinisten inzetten. Hierbij wordt één machinist (een zogenaamde grijze machinist) per dienst in Venlo en één in Rotterdam gestationeerd. Deze maatregel draagt bij aan het verhogen van de veerkracht tijdens de periode van werkzaamheden aan het derde spoor en het daardoor voorkomen van (extra) economische schade. De inzet van een grijze machinistenpool betreft in totaal 20 weken dubbelsporige onttrekkingen (niet aaneengesloten) ten tijde van de in totaal 80 weekse werkzaamheden Emmerich-Oberhausen in de periode van november 2024 tot en met mei 2026. Het betreft de inzet van zes machinistendiensten per etmaal, in totaal 20 weken lang. De totale kosten hiervoor bedragen € 820.000 (incl. btw). De gezamenlijke spoorgoederenvervoerders nemen de kosten voor veiligheid, technische borging en operationalisering voor hun rekening (€ 255.000 incl. btw). Het ministerie van IenW draagt € 565.000 (incl. btw) bij.
Vervoerders/ machinistenleveranciers krijgen vanuit het beschikbaar gestelde budget een subsidie in de vorm van een vast bedrag per gestelde machinistendienst. 6. Optimalisatie spoor Port of Moerdijk
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
44
Port of Moerdijk vormt als extended gate en short sea haven een toegangspunt voor de gehele corridor. De verbinding via de verschillende modaliteiten met het achterland is daarvoor cruciaal. Om de verdere ontwikkeling en verduurzaming in de haven te stimuleren zijn de volgende investeringen voorzien. Het verbeteren van de spoorzijdige bereikbaarheid om daarmee de extended gate toegangspoort Moerdijk ook via spoor met de corridor te verbinden. De projecten behelzen 1) het beter benutten van bestaand spoor (eindspoor Middenweg), 2) het uitvoeren van een capaciteitsvergrotingsplan emplacement Moerdijk en havenspoorlijn, en 3) onderzoek naar het vergroten van de trimodale overslagcapaciteit. Deze projecten dragen bij aan een duurzame verbinding met het achterland. Partijen besluiten om voor deze spoorprojecten en maatregelen rondom Moerdijk een budget van € 1.161.600 (incl. btw) beschikbaar te stellen. Het ministerie van IenW draagt € 580.800 (incl. btw) bij, de regio draagt eenzelfde bedrag bij waarvan € 474.925 (incl. btw) door havenbedrijf Moerdijk en € 105.875 (incl. btw) door Provincie Noord-Brabant. Om verrekeningen te minimaliseren wordt de Rijksbijdrage zoveel mogelijk aangewend voor de ProRail opdrachten. De verdere uitvoering wordt verzorgd onder coördinatie van Havenbedrijf Moerdijk. 7.
Realisatiepact Rotterdam In het Uitvoeringsplan Realisatiepact Rotterdam en omgeving (ReaReo), startend 1 januari 2025, werken de pactpartners (Ministerie van IenW, Provincie Zuid-Holland en het Havenbedrijf Rotterdam samen met het regionale bedrijfsleven en publieke partijen aan een programma van studies naar de haalbaarheid en het uitwerken van value cases van prioritaire projecten rondom hubvorming, digitalisering en modal shift. Op grond hiervan wordt vervolgens op een later moment op het landsdelige BO MIRT (of ander geëigend besluitvormingsproces) een eventueel besluit over bijbehorende publieke investeringen. Vanuit het Uitvoeringsplan worden ook op kleine schaal al investeringen uitgevoerd. Het Uitvoeringsplan kent een significante inbreng vanuit het bedrijfsleven en lokale publieke partijen en er worden bestaande stimuleringsinstrumenten voor het versterken van de multimodaliteit, het verduurzamen van de transportketen en de digitalisering van het goederenvervoer maximaal benut. Daarnaast brengen de pactpartners een bijdrage in: • Het additionele bedrag dat IenW hierbij beschikbaar stelt, bedraagt maximaal € 2,5 miljoen (incl. btw). • Het Havenbedrijf Rotterdam en de provincie Zuid-Holland dragen ieder maximaal € 2 miljoen (incl. btw) bij. Voor de uitvoering wordt een programmabureau ingericht.
De provincie Zuid-Holland, het Havenbedrijf Rotterdam en het Rijk brengen hiervoor elk 0,2 fte aan eigen bijdrage in de ondersteuning van het programmabureau in en het budget voor een (externe) programmamanager. 8. Realisatiepact Venlo Partijen hebben bij vaststelling van het Realisatiepact Venlo in 2023 afspraken gemaakt over de uitwerking van vier projecten die vervolgens het afgelopen jaar zijn opgepakt. Betrokken partijen hebben hiervoor destijds € 980.000 (50% Rijk, 50% Regio) beschikbaar gesteld. Tevens is op dat moment besloten om op een later moment afspraken te maken over de resterende € 1.020.000 afhankelijk van de voortgang. De voortgang die inmiddels bij de uitwerking van deze vier projecten is geboekt heeft partijen doen besluiten om de resterende € 1.020.000 (incl. btw) (50% Rijk, 25% gemeente Venlo en 25% provincie Limburg) in te zetten voor de periode 2024-2027. Dit budget is evenals het eerder toegekende budget gericht op onderzoek, voorbereiding en procesondersteuning voor de projecten die in het BO MIRT 2023 zijn vastgesteld. Vervolgens worden projecten en investeringen voortkomend uit het Realisatiepact elders geagendeerd of ingebracht. Hierbij kan worden gedacht aan landsdelige MIRT-programma’s, regiodeals en EU-middelen.
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
45
9. Last Mile Spoor Het project Last Mile Spoor is gericht op het beter benutten van bestaande capaciteit op emplacementen Botlek, Moerdijk, Houtrak en Maasvlakte West/ Westwest en het genereren tot 25% extra planbare capaciteit op het spoor. Samen met IenW en de (zee)havens wordt getracht om structurele financiering te organiseren voor een bredere landelijke uitrol. Samen met de havens van Amsterdam, Moerdijk en Rotterdam en de andere knooppunten op de Goederenvervoercorridors wordt gewerkt aan het doorontwikkelen van de tools Last Mile Spoor, het verdiepen van Last Mile Spoor fase 2 op de emplacement Houtrak (Aziëhaven) en de stamlijnen van Botlek, het uitwerken van het bestendigen van de bestaande pilotlocaties en het uitwisselen van data met PortBase. Voor deze aanvullende acties in 2025 is een extra budget benodigd van € 2.634.229 incl. btw. Dit budget wordt opgebracht door Rijk en regio, waarbij het Ministerie van IenW € 2.115.497 incl. btw bijdraagt, aangevuld met een in kind bijdrage van ProRail en de havenbedrijven gezamenlijk van € 518.731 (met een vergelijkbare verdeling cash en in kind als in 2024 zoals vastgesteld in BO MIRT 2023). 10.
Reservering Uitvoeringsmiddelen Realisatiepacten De uitvoering van Realisatiepacten op de multimodale knooppunten is van belang voor een efficiënte, duurzame en toekomstbestendige uitvoering van het goederenvervoer over de (inter)nationale goederencorridors en de koppeling met de regionale logistiek. Voor de ontwikkeling van de Realisatiepacten North Sea Port/ Zeeland, Moerdijk, Amsterdam/ Noord-Holland, Sittard-Geleen/ Stein, Nijmegen en Tiel reserveert het Rijk een bijdrage van € 1 miljoen (incl. btw) per Realisatiepact als bijdrage aan de uitvoering. De bijdrage komt beschikbaar bij het sluiten van het realisatiepact in het BO MIRT GVC 2025 en onder voorwaarde van cofinanciering van gelijke omvang door de regionale partners. De regionale partners geven bij de Programmaraad GVC van juni 2025 inzicht in de cofinanciering.
11. Clean Energy Hubs Voor de verduurzaming van goederentransport over weg en water is een landelijk dekkend netwerk van Clean Energy Hubs noodzakelijk. Door samenwerking tussen Rijk en regio en het beschikbaar stellen van subsidies willen betrokken partijen de aanleg van Clean Energy Hubs versnellen. Het continueren van de samenwerking Clean Energy Hubs voor de jaren 2025, 2026 en 2027. Waarbij de GVC-provincies Limburg, Noord-Brabant, Zeeland, Zuid-Holland, Noord-Holland, Gelderland en de provincies Utrecht, Overijssel, Flevoland, Drenthe, Friesland en Groningen jaarlijks € 30.250 incl. btw per partner bijdragen in de organisatiekosten van de Clean Energy Hubs. Het Ministerie van IenW draagt voor de jaren 2025 tot en met 2027 jaarlijks € 150.000 incl. btw bij. De jaarlijkse kosten voor de Locatietool en de inhuur van de voorzitter van de Learning Community Clean Energy Hubs worden door het Ministerie van IenW in mindering gebracht op de Rijksbijdrage aan de provincie Gelderland, omdat de jaarlijkse kosten rechtstreeks door het Ministerie van IenW worden betaald. Het Ministerie van IenW stelt in 2025 0,2 FTE vanuit RWS beschikbaar voor het continueren van de Locatietool Clean Energy Hubs en de deelname aan het Kernteam CEH. 12.
Autonoom rijden en varen (Z) Om de meerwaarde van autonoom transport binnen de logistieke keten te bewerkstelligen is adoptie van autonome voer- en vaartuigen en de integratie met relevante processen in de logistieke omgeving van GVC Zuid benodigd. In het BO MIRT 2023 is het plan van aanpak autonoom rijden en varen vastgesteld. Er is budget beschikbaar gesteld voor werkpakket A t/m C in 2024. Voor werkpakket D was nog geen budget beschikbaar gesteld. Voor 2025 wordt een budget van € 200.000 incl. btw beschikbaar gesteld voor de uitvoering van werkpakket D ‘standaardisatie, afspraken en
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
46
gemeenschappelijke kader’ op GVC Zuid, waarbij de havens en provincies € 100.000 incl. btw bijdragen en het Ministerie van IenW ook € 100.000 incl. btw bijdraagt. Het beschikbaar gestelde budget wordt ingezet om: • Vier pilotprojecten te identificeren die kansrijk zijn voor GVC Zuid. Van de vier worden tenminste twee pilotprojecten opgewerkt die voldoen aan het gemeenschappelijk vastgestelde kader voor autonoom transport. Dit gebeurt via projecten van GVC- partners met behulp van de corridoraanpak, met inzet van kennis, kunde, draagvlak, het netwerk en de positie van GVC-partners. • Een structuur in te richten voor het gezamenlijk aansturen van het programma en delen en borgen van kennis uit de verschillende pilotprojecten (inzet cluster coördinator voor autonoom rijden en voor autonoom varen). Dit in samenhang met SMASH! voor varen en het programma VIAV voor rijden. GVC Zuid richt zich op standaardisatie in de corridor, het programma VIAV van het Ministerie van IenW is geschikt om de uitkomsten in heel Nederland te delen.
13. Zero emissie rangeren - Pilot Port of Moerdijk Voor de verduurzaming van last mile spoorgoederenvervoer is zero emissie rangeren een belangrijk initiatief. Door uitvoering van de pilot van twee maanden wordt kennis opgedaan met zero emissie rangeren en inzichtelijk gemaakt welke uitstootbesparing wordt bereikt. Partijen spreken af dat Havenbedrijf Moerdijk samen met ProRail, het Ministerie van IenW en de andere corridorpartijen zich inzetten om een emissievrije rangeerlocomotief te vinden en het proces te doorlopen dat deze locomotief tijdelijk op het Niet Centraal Beheerd Gebied (NCBG) van Port of Moerdijk toegelaten wordt om testen uit te voeren. Voor uitvoering van de pilot en het (mogelijk) aanpassen van de walstroominstallatie/ tijdelijk hoogvermogen laadstation wordt een budget gereserveerd van € 665.000 (incl. btw). Het Ministerie van IenW draagt hier € 332.500 (incl. btw) aan bij, Havenbedrijf Moerdijk draagt € 207.500 (incl. btw) bij en Provincie Noord-Brabant draagt € 125.000 (incl. btw) bij. ProRail draagt hier in-kind aan bij door de inzet van experts. Eén van de spoorgoederenvervoerders die actief is in Port of Moerdijk voert de pilot uit. De extra kosten die de vervoerder voor de uitvoering van de pilot moet maken, zijn onderdeel van het pilotbudget. Projectmanagement wordt ingevuld door het Havenbedrijf Moerdijk. 14.
Rail Connected Het digitaliseren van de berichtenuitwisseling tussen railoperators, terminals, vervoerders en overheden in het spoorgoederenvervoer maakt het spoorgoederenvervoer als modaliteit meer concurrerend. In dit project werken de belangrijkste railoperators, terminals en spoorgoederenvervoerders, Port of Rotterdam, Ministerie van IenW en Portbase samen om nieuwe digitale berichtensets te ontwikkelen en te implementeren. Voor 2025 staan de volgende activiteiten gepland: • Doorontwikkeling en implementatie ETA Trein: Het verder ontwikkelen van het ETA Treinsysteem, met specifieke aandacht voor de integratie van datapunten via Portbase. Hierbij wordt gestreefd naar een succesvolle implementatie in de markt. • Integraal/ Dynamisch Plannen: De uitvoering van het concrete plan voor de verdere uitrol omvat: (1) De ontwikkeling van een performance dashboard om de voortgang van de bovengenoemde activiteiten te monitoren en te borgen en (2) het ontwikkelen van een planningstool. • Aansluiting datadelen ProRail: met name wordt gekeken naar het uitwisselen van data over treinsamenstelling data en wagon/ container-combinatie data ten behoeve van de wagenmeester check.
• Verkenning toekomstig digitalisering spoor: (1) Samen met DIL en Portbase onderzoeken hoe de federatief data delen gedachte vanuit de BDI toepasbaar is op Rail Connected en (2) onderzoeken samenwerkingsvorm met alle marktpartijen, IenW en Havenbedrijf Rotterdam die toekomstbestendig is. Om de activiteiten uit te voeren wordt een budget ingezet van € 450.000 incl. btw, voor 50% gefinancierd door Ministerie IenW en voor 50% door het Havenbedrijf Rotterdam. Vanuit het
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
47
ministerie van IenW betreft dit besluit een reservering vanuit het Ministerie IenW, definitieve toekenning gaat via de reguliere procedures.
15. Optimalisatie railvervoer INDIGO+ Het vertrek van goederentreinen op de terminal wordt nu vertraagd doordat handmatig controles moeten plaatsvinden. Dit project is erop gericht om automatisch-digitaal controle op remmen, wagons en koppelingen te laten plaatsvinden, waarmee per vertrek een tijdswinst van 30 tot 45 minuten wordt geboekt. Het project bevindt zich nu in de fase van het toewerken naar een operationele pilot met spoorvervoerders. Voor het opstellen van het functioneel ontwerp en de roadmap wordt een budget van € 200.000 beschikbaar gesteld. Met aandacht voor het vaststellen van de technische scenario’s en de inrichting van het Living Lab met betrokken partijen als ProRail, technologieleveranciers, spoor- en terminaloperators en wagonleasemaatschappijen. De financiering vindt als volgt plaats: Ministerie IenW € 100.000 incl. btw, Provincie ZuidHolland € 50.000 incl. btw en vanuit het Realisatiepact Knooppunt Venlo € 50.000 incl. btw. Daarnaast leveren de volgende partijen een in-kind bijdrage: ProRail, Havenbedrijf Rotterdam, RtB Cargo, DB Cargo, RSC, Voith en VTG.
16. Werkgroep digitalisering ketens In deze werkgroep bundelen de opdrachtgevers binnen het MIRT GVC Oost en Zuidoost programma hun krachten om nieuwe digitaliseringprojecten met marktpartijen en overheden op de corridors te formuleren, te starten en uit te voeren. Continueren van de werkgroep voor 2025. De provincies Noord-Brabant, Zuid-Holland, Limburg en Gelderland dragen elk € 40.000 incl. btw bij. Ministerie IenW draagt € 160.000 incl. btw bij. 17. Living Labs Digitalisering Binnenhavens De digitalisering van de berichtenuitwisseling tussen gemeentelijke binnenhavens en binnenvaartoperators stimuleert het gebruik van binnenhavenvoorzieningen en maakt het mogelijk om efficiënter te werken en kosten te besparen. Deze digitalisering omvat onder andere de communicatie over walstroom, ligplaatsmanagement en inning havengelden. De projectpartners spreken af om in 2025 € 250.000 en in 2026 € 250.000 te investeren in het doorontwikkelen en verder adopteren van twee ‘use cases’, walstroom en inning. Daarbij het opstarten van een derde ‘use case’ ligplaatsmanagement. De toepassingen worden ontwikkeld met de binnenhavenorganisaties en havengebruikers, waarbij de eerste wordt gezien als toekomstig beheerder van digitale voorzieningen. De provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant, Gelderland, Limburg en Havenbedrijf Rotterdam stellen elk € 25.000 incl.
btw per jaar beschikbaar en IenW draagt per jaar € 125.000 incl. btw bij. Vanwege regie op het digitale transitie proces van de binnenhavens, worden de diverse binnenhaven ‘use cases’ als één geheel via een stuurgroep bestuurd. In de stuurgroep zijn de binnenhavenorganisaties als toekomstige beheerders van de fysieke en digitale haveninfrastructuren vertegenwoordigd alsook de Werkgroep Digitalisering namens de BO MIRT partners naast havengebruikers en softwareleveranciers. Het gehele pakket van living lab en dienstenontwikkeling wordt zoveel mogelijk als één geheel aanbesteed. 18. Living Labs Digitalisering Verslogistiek De verdere digitalisering van de berichtenuitwisseling tussen marktpartijen en overheden in de verslogistiek op GVC maakt het mogelijk om efficiënter en duurzamer te werken en kosten te besparen. Digitalisering maakt het ook mogelijk om de lastendruk voor het bedrijfsleven in de verslogistiek te verlagen. De projectpartners spreken af om in het Living Lab Digitalisering Verslogistiek voor een budget van € 300.000 incl. btw in 2025 drie activiteiten uit te voeren: (1) Faciliteren van meerdere ‘use cases’ voor digitalisering verslogistiek via federatief datadelen, waaronder a) inzicht in vervoersbewegingen, b) slimmere inspectieprocessen, c) ondersteuning van containerhubs, (2)
Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2024
48