CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

A Ter kennisname geanonimiseerd

Gemeenteraad 1 juli 2025, gemeente HelmondBij agendapunt: Ter kennisname23.922 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Publiek-private samenwerking

Afhankelijk van doel

Het samenwerken van gemeenten met private partijen om maatschappelijke voorzieningen te realiseren, als losstaand project of als onderdeel van een gebiedsontwikkeling of breder (regionaal) publiek-privaat investeringsarrangement.

Reserves vanuit parkeren, grondexploitatie

Direct gerelateerde voorzieningen

Eventuele opbrengsten uit parkeren, grondexploitatie (en in andere gemeenten erfpacht) kunnen via een reserve of fonds worden ingezet voor de bekostiging van voorzieningen. Mobiliteit en parkeren zijn out of scope in deze quickscan.

Belastingen en heffingen

Afhankelijk van doel

De eventuele toename van baten uit de onroerendezaakbelasting (OZB) valt grotendeels weg door de negatieve maatstaf in het gemeentefonds.** Riool- en waterheffingen zijn gerelateerd aan investeringen die in de quickscan out of scope zijn.

Leningen

Gemeentelijke investeringen

Het aangaan van leningen om grote investeringen te bekostigen. De kapitaallasten hiervan zijn de structurele lasten voor de gemeente, te dekken uit de algemene middelen.

* De eerste inventarisatie van toepasbare bekostigingssytematieken is gebaseerd op deskresearch en ervaringen uit de dagelijkse adviespraktijk van Deloitte.

De haalbaarheid (kansrijkheid) dient nader onderzocht worden en hangt af van factoren zoals het type voorziening, de gemeente en juridische/economische omstandigheden. ** Zie hiertoe uitgebreid Bijlage A9 Negatieve maatstaf onroerendezaakbelasting (OZB) – Correctiemechanisme’

© 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

21

Gemeentefondsuitkering

04. Bekostigingssystematieken | Gemeentefondsuitkering - Introductie

Gemeenten krijgen, gebaseerd op maatstaven en vaste uitkeringen, geld van de Rijksoverheid uit het gemeentefonds waarmee zij een belangrijk deel van hun uitgaven dienen te dekken Wat is het?

Hoe werkt het?

•

Het gemeentefonds is het centrale systeem waarbij de Rijksoverheid geld verstrekt aan gemeenten om een deel van hun uitgaven te dekken. Dit geld komt uit de centrale overheidsbegroting en vormt een aanzienlijk deel van de gemeentelijke inkomsten.

•

•

Gemiddeld komt ongeveer 50% tot 80% van de gemeentelijke begroting uit het Gemeentefonds, afhankelijk van de grootte en de specifieke situatie van de gemeente. Gemeenten mogen zelf bepalen waaraan zij het geld besteden, maar moeten dit wel verantwoorden aan de gemeenteraad.

De hoogte van de algemene uitkering uit het gemeentefonds per gemeente wordt grotendeels vastgesteld op basis van verschillende kenmerken (ook wel ‘maatstaven’ genoemd) als onderdeel van de algemene uitkering, zoals het aantal inwoners, het aantal jongeren, en de oppervlakte van de gemeente. De maatstaven bepalen daarmee de hoogte van de algemene uitkering binnen de gemeentefondsuitkering (op basis van de Septembercirculaire 2024).

•

Sommige gemeenten ontvangen daarnaast een vaste uitkering of ‘Decentralisatieuitkeringen’ (DU) en ’Integratie-uitkeringen’ (IU) vanuit het gemeentefonds.

•

Voornoemde componenten van de gemeentefondsuitkering worden op de navolgende pagina’s nader toegelicht, waarbij ten aanzien van de component van de maatstaven wordt geanalyseerd wat de mogelijke effecten van de regionale schaalsprong op de omvang van de algemene uitkering in de MRE kunnen zijn.

Gemeentefonds

Aandeel gemeente

Groei gemeentefonds

Groei aandeel Prijsontwikkeling (‘indexatie’)

Rëele groei (‘accres’)

ca. 40 miljard euro

Gemeenten ontvangen een gedeelte uit het Gemeentefonds (‘taartpunt’) © 2025 Deloitte The Netherlands

De ‘taart’ wordt groter door prijsontwikkeling en reële groei

De ‘taartpunt’ (gemeentefondsinkomsten) wordt groter bij ‘bovengemiddelde groei’ van de gemeente Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

22

Gemeentefondsuitkering

04. Bekostigingssystematieken | Gemeentefondsuitkering - Maatstaven

De hoogte van de gemeentefondsuitkering per gemeente wordt vastgesteld op basis van maatstaven, die vooral gekoppeld zijn aan het aantal inwoners, huishoudens en de demografische samenstelling van een gemeente Maatstaven • Hoeveel geld gemeenten uit het gemeentefonds krijgen, hangt grotendeels af van hun kenmerken (ook wel ‘maatstaven’ genoemd). Hierbij valt onder meer te denken aan het aantal inwoners, het aantal jongeren, het aantal uitkeringsgerechtigden, de oppervlakte van de gemeente en de grootte van de watergebieden. • In de praktijk bestaan er tientallen maatstaven, waarbij elke maatstaf een bedrag heeft voor elke ‘eenheid’. Daarmee krijgen gemeenten dus een bedrag voor iedere inwoner, iedere jongere, iedere uitkeringsgerechtigde, iedere vierkante meter gemeenteoppervlakte en iedere vierkante meter oppervlakte van de watergebieden. • Veel maatstaven zijn gekoppeld aan het aantal inwoners, huishoudens en demografische samenstelling binnen een gemeente (zie tabel rechts). Hierdoor kan een eventuele schaalsprong de gemeentefondsuitkering aanzienlijk beïnvloeden. De inkomsten uit het Gemeentefonds, als aandeel van de totale beschikbare gemeentefondsmiddelen, stijgen zodoende bij een bovengemiddelde groei van de gemeente ten opzichte van andere gemeenten, en dalen bij krimp of bij een lagere dan gemiddelde groei.

• Om de effecten van de aanvullende groei van de MRE ten gevolge van de regionale schaalsprong op het Gemeentefonds te benaderen, is het van belang om de relevante maatstaven in de systematiek te isoleren. Van de 49 maatstaven relateren 13 aan (een groei van) het aantal inwoners en huishoudens binnen een gemeente (zie groen gearceerde maatstaven in de nevenstaande tabel)1. Deze benadering wordt nader toegelicht op de navolgende pagina’s.

© 2025 Deloitte The Netherlands

Maatstaven 1 Bedrijven 2 Bewoonde oorden 1930 3 Historische woningen in bewoonde oorden 1930 4 Bijstandsontvangers

27 Oeverlengte*bodemfactor gemeente 28 Omgevingsadressendichtheid 29 Onderwijsachterstand 30 Oppervlak bebouwing buitengebied

5 Doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep 6 Eénpersoonshuishoudens 7 Extra groei jongeren 8 Extra groei leerlingen voortgezet onderwijs

31 Oppervlak bebouwing buitengebied ∗ bodemfactor buitengebied 32 Oppervlak bebouwing woonkern 33 Oppervlak bebouwing woonkern ∗ bodemfactor woonkern 34 Oppervlak binnenwater

9 Grote woonkernen 10 Huishoudens met een laag inkomen met drempel 11 Inwoners

35 Oppervlak buitenwater 36 Oppervlak historische kern < 40 ha

12 inwoners 75+ met drempel 13 Inwoners waddengemeenten (<2.500 inwoners) 14 Inwoners waddengemeenten (>7.500 inwoners) 15 Inwoners waddengemeenten (2.500 tot 7.500 inwoners) 16 Jongeren

38 Oppervlak historische kern 40 tot 65 ha 39 Oppervlak land* bodemfactor gemeente 40 Oppervlak land 41 Ozb niet-woningen eigenaren 42 Ozb niet-woningen gebruikers

17 Kernen 18 Laag opleidingsniveau met drempel 19 Leerlingen (voortgezet) speciaal onderwijs

43 Ozb woningen eigenaren 44 Vast bedrag 45 Vast bedrag Amsterdam

20 Leerlingen voortgezet onderwijs 21 Loonkostensubsidie 22 Migratieachtergrond 23 Landelijke centrumfunctie 24 Lokale centrumfunctie

46 Verkiezingen Den Haag 47 Vast bedrag Rotterdam 48 Woonruimten

25 Regionale centrumfunctie 26 Overlengte

37 Oppervlak historische kern > 65 ha

49 Woonruimten ∗ bodemfactor woonkern Le genda: Gerelateerd aan groei

Niet gerelateerd aan groei

Enkele maatstaven, zoals de maatstaven ten aanzien van ‘Centrumfunctie’, relateren aan het voorzieningenniveau binnen een gemeente. Omdat hierbij niet kan worden aangenomen dat de toebehorende uitkering groeit naar rato van het aantal inwoners, blijven deze maatstaven buiten beschouwing Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

23

Gemeentefondsuitkering

04. Bekostigingssystematieken | Gemeentefondsuitkering – Effecten aanvullende groei

Een mogelijke aanvullende groei vanuit het gemeentefonds zou voor de MRE-gemeenten gezamenlijk kunnen leiden tot een aanvullende algemene uitkering van (bij benadering) circa € 116,5 miljoen in 2040 Analyse aanvullende bijdrage (per inwoner) • Om de effecten van aanvullende groei binnen een gemeente op de (hoogte van) de algemene uitkering te bepalen, moet de aanvullende uitkering per extra inwoner worden vastgesteld. Hiertoe wordt de totale bijdrage van de op de vorige pagina weergegeven geïsoleerde maatstaven gedeeld door het aantal inwoners van de gemeente1. Voor de gemeente Eindhoven is die berekening als volgt: Bijdrage vanuit geïsoleerde maatstaven / aantal inwoners = uitkering per extra inwoner € 427.588.898 / 246.417 = € 1.735

• Met inzicht in de aanvullende algemene uitkering per extra inwoner (€ 1.735) en het aantal inwoners bovenop de autonome groei per gemeente (zie bijlage ‘A8. Verdieping effecten gemeentefondsuitkering'), kan een indicatie worden gegeven van de aanvullende algemene uitkering per gemeente voor het peiljaar 2040, zie de tabel hiernaast. Voor alle MRE-gemeenten gezamenlijk resulteert dit in een geschatte aanvullende jaarlijkse algemene uitkering van circa € 116,5 miljoen per 2040. • Tegenover deze groei van de algemene uitkering staat groei van gemeentelijke lasten. Als de MRE-gemeenten 10% tot 20%2 van de aanvullende jaarlijkse uitkering zouden kunnen reserveren via een ‘groeikader’, resulteert dit in een financiële dekking van € 11,6 miljoen tot € 23,3 miljoen per jaar per 2040. De kapitaal- en exploitatielasten bedragen in de praktijk doorgaans ca. 10% van een investering in maatschappelijke voorzieningen (ervaringscijfer andere gemeenten). De inschatting is dan dat de MREgemeenten ongeveer € 116 tot 233 miljoen. aan investeringen kunnen dekken in 20402. 1) De benadering gaat uit van een gelijkmatige demografische ontwikkeling. In de praktijk kan de demografische ontwikkeling anders verlopen (zoals het aandeel huishoudens met lage inkomens of eenpersoonshuishoudens), wat invloed heeft op de hoogte van de aanvullende algemene uitkering per extra inwoner.

Deze afwijkingen kunnen ook leiden tot een andere verdeling (en daarmee uitkering) van het gemeentefonds, waarmee in dit voorbeeld geen rekening wordt gehouden. 2) Zie voor een uitgebreide toelichting op deze benadering ‘Bijlage A8 – Verdieping effecten gemeentefondsuitkering’.

© 2025 Deloitte The Netherlands

Aanvullende groei huishoudens 2024-2040*

Aanvullend aantal inwoners 2040 (2,11 per huishouden)

Uitkering per extra inwoner (€)

Aanvullende uitkering Gemeentefonds (2040) (€)

Best

1.105

2.332

1.355

3.159.856

Eindhoven

10.822

22.834

1.735

39.622.446

GeldropMierlo

(693)

(1.462)

1.521

(2.223.508)

Helmond

5.510

11.626

1.740

20.228.937

Nuenen c.a.

609

1.285

1.277

1.641.346

Oirschot

(39)

(83)

1.260

(104.000)

Son en Breugel

(431)

(910)

1.273

(1.157.821)

Veldhoven

1.515

3.196

1.438

4.596.056

Waalre

247

521

1.258

655.105

Cranendonck

2.675

5.644

1.460

8.241.659

Heeze-Leende

(281)

(592)

1.304

(772.133)

Valkenswaard

(474)

(999)

1.651

(1.649.260)

Bergeijk

(6)

(13)

1.292

(16.456)

Bladel

15

32

1.376

44.443

Eersel

4.498

9.492

1.286

12.202.942

Reusel-De Mierden

37

78

1.235

96.459

Asten

867

1.829

1.475

2.697.611

Deurne

5.482

11.567

1.517

17.546.182

Gemert-Bakel

1.617

3.411

1.467

5.004.900

Laarbeek

1.224

2.583

1.416

3.656.553

Someren

1.019

2.150

1.399

3.007.482

Totaal

35.319

74.523

Gemeente

116.478.799

*o.b.v. september circulaire 2024 vs. Ontwikkelstrategie, zie voor uitleg ‘Bijlage A8’.

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

24

04. Bekostigingssystematieken | Gemeentefondsuitkering – Voorfinanciering

Gemeentefondsuitkering

Door de zogenoemde ‘T-2-systematiek’ van het gemeentefonds ontstaat bij benadering een bedrag in de ordegrootte van € 280 miljoen aan ongedekte lasten van de gemeentelijke investeringsopgave in voorzieningen Voorfinancieringsvraagstuk

Benadering bedrag voorfinanciering

• Een belangrijk vraagstuk – naast de investeringsopgave en de (uiteindelijke) bekostiging daarvan – is het voorfinancieringsvraagstuk.

• In deze quickscan is, op basis van Scenario 3, de geschatte gemeentelijke investeringsopgave berekend op ca. € 1,4 miljard (prijspeil januari 2025).

• De belangrijkste bekostigingsbron voor gemeenten is het gemeentefonds, in het bijzonder de groei van de algemene uitkering uit het gemeentefonds.

• Stel nu dat de realisatie van woningen en de realisatie van voorzieningen in de komende 15 jaar samen opgaan. Dit zou betekenen dat de extra inwoners er (gemiddeld gezien) steeds zijn op het moment dat de voorzieningen in gebruik worden genomen.

• Het gemeentefonds kent een zogenoemde ‘T-2-systematiek’. De ‘T-2-systematiek’ betekent dat de verdeling van de financiële middelen aan gemeenten gebaseerd is op cijfers van twee jaar eerder (T-2). Dit houdt in: − De uitkeringen uit het Gemeentefonds in een bepaald jaar (bijvoorbeeld 2025) zijn gebaseerd op de situatie en gegevens uit de twee kalenderjaren daarvoor (in dit voorbeeld 2024 en 2023). Dit geldt onder andere voor de maatstaven waarop de verdeling wordt gebaseerd, zoals bevolkingsaantallen, sociale factoren en andere objectieve kenmerken; − Hierdoor loopt de verdeling van het gemeentefonds altijd twee jaar achter op de actuele situatie. De reden voor deze systematiek is om stabiliteit en voorspelbaarheid in de gemeentelijke financiën te bieden, zodat gemeenten hun begrotingen goed kunnen plannen; − Tegelijkertijd kan het een nadeel zijn voor snelgroeiende gemeenten, omdat hun financiering achterloopt op de werkelijke situatie.

Noot: Voorfinanciering betekent in dit geval niet letterlijk dat er op enig moment verdiend wordt, anders dan via de algemene uitkering. Voorfinanciering is hier bedoeld als tijdelijk dekkingstekort voor de kapitaal- en overige exploitatielasten van investeringen.

© 2025 Deloitte The Netherlands

• Als gevolg van de ‘T-2-Systematiek’ hebben de MRE-gemeenten in dat geval (gemiddeld) ca. twee jaar aan (delta) kapitaal- en exploitatielasten te overbruggen, omdat de algemene uitkering is gebaseerd op het inwonertal van 2 jaar geleden. • Uit ervaringscijfers van andere gemeenten blijkt dat de jaarlijkse lasten van investeringen in maatschappelijke voorzieningen ongeveer 10% zijn van de investering. Dit bestaat uit kapitaallasten (rente + afschrijving) en overige exploitatiekosten. • Benadering bedrag: 10% * € 1,4 miljard * 2 jaar = € 280 miljoen, (exclusief eventuele verschuldigde rente tijdens de bouwfase). Dit zijn de (theoretische) ongedekte lasten van de gemeentelijke investeringsopgave in voorzieningen als gevolg van de T-2 systematiek. • Bovenstaande betreft nadrukkelijk een theoretische benadering en gaat alleen op indien de realisatie van woningen en voorzieningen gelijk op gaan. Indien de voorzieningen (gemiddeld gezien) een jaar eerder worden gerealiseerd dan de woningen is de delta 3 jaar in plaats van 2 (en het bedrag ca. € 420 miljoen). Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

25

04. Bekostigingssystematieken | Gemeentefondsuitkering – Vaste bedragen en DU/IU

Gemeentefondsuitkering

De gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Den Haag krijgen een vaste uitkering uit het gemeentefonds; ook is het mogelijk om een Decentralisatie-uitkering of Integratie-uitkering te krijgen Vaste uitkeringen binnen de algemene uitkering

Decentralisatie-uitkeringen (DU) en Integratie-uitkeringen (IU)

• Naast de maatstaven, die met name van invloed zijn bij bovengemiddelde groei, kennen enkele specifieke gemeenten een vaste uitkering uit het gemeentefonds.

• Naast de algemene uitkering o.b.v. de maatstaven zoals een vast bedrag kunnen gemeenten en provincies op grond van artikel 5, tweede lid, van de Financiëleverhoudingswet decentralisatie- en integratie-uitkeringen ontvangen. Deze uitkeringen zijn een aanvulling op de algemene uitkering uit het gemeentefonds en het provinciefonds en worden gebruikt om middelen te verdelen op een manier die afwijkt van de generieke verdeling van de algemene uitkering. Hiermee heeft het kenmerken van een (eventueel voor een specifiek tijdvak) structurele uitkering. Hierbij kan gedacht worden aan:

• De gemeenten Amsterdam en Rotterdam ontvingen in 2024 een vast bedrag uit het Gemeentefonds van respectievelijk €74,2 miljoen. en €27,1 miljoen.1. Deze gemeenten hebben hogere uitgaven vanwege hun (landelijke) functies en formaat die niet worden gecompenseerd binnen het verdeelmodel. • De gemeente Den Haag ontving in 2024 een vaste uitkering uit het Gemeentefonds van €1,5 miljoen. voor de taken die zij uitvoert op grond van de Kieswet, zoals de registratie van kiezers in het buitenland2. • Tot en met 2022 maakten de gemeenten Utrecht, Den Haag en de Waddengemeenten aanspraak op een vast bedrag. Deze vaste bedragen zijn komen te vervallen vanwege aanpassingen in het verdeelmodel. In het oude verdeelmodel (t/m 2020) hadden de G4-gemeenten en de Waddeneilanden een uitzonderingspositie, omdat het verdeelmodel hun kosten niet goed benaderde. Het nieuwe model benadert de kosten van de G4 en de Wadden beter, waardoor bij Utrecht en Den Haag het vaste bedrag op nul is gezet3. • Voor het vervallen van voornoemde vaste bedragen is de totale hoogte hiervan sinds 2009 afgenomen van €670 miljoen.4 naar €251 miljoen. in 2022 (-62,4%). De Raad voor de financiële verhoudingen (nu onderdeel van ‘Raad voor het Openbaar Bestuur’) heeft al in 2009 voorgesteld om de uitzonderingsposities van gemeenten te minimaliseren.

− Decentralisatie-uitkeringen (DU) worden gebruikt voor de bekostiging van specifiek beleid met een tijdelijke looptijd, als niet alle gemeenten of provincies de uitkering ontvangen of wanneer de termijn van de overgang van de uitkering naar de algemene uitkering nog niet is vast te stellen. Zo ontvangt de gemeente Groningen in 2024 ca. € 629.000 voor ‘Behoud sociale voorzieningen Groningen’. Deze DU is bedoeld voor de organisatie van de ontwikkeling van de sociale agenda binnen ‘Nij Begun’; het pakket van 50 maatregelen ter herstel van de gaswinning5. − Integratie-uitkeringen (IU) zijn uitkeringen waarbij de termijn van overgang naar de algemene uitkering is vastgesteld, maar waarvan de specifieke verdeling (op basis van een verdeelsleutel of maatstaf) nog niet is bepaald. Een voorbeeld is de IU ‘Beschermd Wonen’, die is gericht op het bekostigen van woonvoorzieningen voor cliënten met psychische problemen of verslavingen. Gemeenten ontvangen deze IU om maatwerk te kunnen leveren aan hun inwoners.

1 September Circulaire 2024; 2 Toelichting op de berekening gemeentefonds 2024; 3 Nota van toelichting Eerste Kamer; 4Naar een transparante financiële

verhouding tussen het Rijk en de vier grote steden (Raad financiële verhoudingen, 2009); 5 Meicirculaire gemeente Groningen 2024. © 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

26

Gemeentefondsuitkering 04. Bekostigingssystematieken | Gemeentefondsuitkering – Beschouwing (27 Voor alle MRE-gemeenten gezamenlijk zou de beoogde groei tot 2040 kunnen resulteren in een aanvullende jaarlijkse /2)

uitkering vanuit het gemeentefonds van (bij benadering) € 116,5 miljoen per jaar (peiljaar 2040) Toepasbaarheid groeikader

Voordelen

• Als de MRE-gemeenten sneller groeien dan het landelijk gemiddelde, ontvangen zij meer middelen uit het gemeentefonds, wat hen extra financiële ruimte biedt.

• De uitkering vanuit het Gemeentefonds is gebaseerd op een bestaande systematiek. Gemeenten hoeven hiervoor geen nieuwe systematiek te gebruiken, aangezien de uitkering automatisch wordt berekend en verstrekt. Er is daardoor geen specifieke expertise of aanvullende inspanning vereist voor het ontvangen van deze gelden door de gemeenten.

• Voor alle MRE-gemeenten gezamenlijk zou de beoogde groei met ruim 100.000 woningen tot 2040 kunnen resulteren in een aanvullende jaarlijkse uitkering vanuit het gemeentefonds van (bij benadering) € 116,5 miljoen per jaar (peiljaar 2040). • Door de lastengroei (organisatie, diensten, sociaal domein), die samenhangt met de bovengemiddelde groei te beheersen, kan mogelijk een surplus ontstaan dat kan worden ingezet voor de ontwikkeling van extra voorzieningen.

Innovatief idee • De gemeente Utrecht heeft in de afgelopen jaren gewerkt met een innovatief ‘Groeikader’, gelieerd aan de ‘Utrechtse Barcode’*, om de samenhang tussen ruimtelijke strategie en maatschappelijke agenda te bepalen en zo een deel van de uitkering te alloceren voor voorzieningen. • In de praktijk blijkt het Groeikader in Utrecht echter niet goed te werken, omdat de daadwerkelijke groei en de bijhorende uitkering onvoldoende tot elkaar herleidbaar blijken. Ook heeft de gemeente ondervonden dat de lastengroei een aanzienlijk deel van de (extra) groei van de algemene uitkering tenietdoet (zie ook Bijlage A8).

Nadelen • Niet alle MRE-gemeenten groeien naar verwachting bovengemiddeld; sommige ervaren zelfs een daling. Hierdoor neemt de algemene uitkering voor die betreffende MRE-gemeenten (relatief) af. • Gemeenten krijgen vanaf 2026 (‘het Ravijnjaar’) als gevolg van een door de landelijk politiek aangekondigde korting op de gemeentefondsuitkering minder geld en hebben door de invoering van de bbp-indexering mogelijk te maken met achterblijvende jaarlijkse volumegroei, die eerste gecompenseerd dient te worden. • De aanvullende jaarlijkse uitkering uit het gemeentefonds wordt pas verkregen wanneer de extra woningen en inwoners daadwerkelijk zijn gerealiseerd. Hierdoor gaan de kosten (en gemoeide kapitaal- en exploitatielasten) vooraf aan de baten. • In de praktijk gaat een groot deel van de toename van de gemeentefondsuitkering op aan de groei van de algemene lasten (zoals het sociaal domein, organisatie en diensten), waardoor er weinig middelen overblijven voor een groeikader.

*De Utrechtse Barcode is daarbij een methodiek om de kwantitatieve voorzieningenbehoefte in Utrecht in beeld te brengen. © 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

27

Gemeentefondsuitkering 04. Bekostigingssystematieken | Gemeentefondsuitkering – Beschouwing (28 Gezien het specifieke doel en beleid ter realisatie van de schaalsprong in combinatie met de tijdelijke doorlooptijd /2)

hiervan zou een Decentralisatie-uitkering (DU) voor de voorzieningenopgave nader kunnen worden verkend Toepasbaarheid vaste uitkering en DU/IU

Voordelen

• De algemene uitkering uit het gemeentefonds is gebaseerd op maatstaven, waarbij de gemeenten Amsterdam en Rotterdam daar bovenop een vaste uitkering krijgen. Deze uitkering is gebaseerd op de uitdagingen waarvoor deze grote steden staan (zoals veiligheid en toerisme). Een denkrichting is een vaste uitkering voor de MREgemeenten gezamenlijk of voor enkele MRE-gemeenten specifiek, hoewel dit niet in lijn is met de recente ontwikkeling van de gemeentefondssystematiek.

• De Decentralisatie-Uitkering (DU) is een uitkering van het Rijk aan een of meer gemeenten of provincies met enerzijds een specifiek doel die anderzijds aan deze gemeenten of provincies verstrekt wordt via het gemeente- of provinciefonds en dus bestedingsvrij is. Dit hybride karakter maakt in bepaalde omstandigheden een aanpak mogelijk, waarbij het Rijk wenselijk beleid kan realiseren in overleg met medeoverheden, zonder die medeoverheden te belasten met financiële verantwoordingslasten. Er is dus beperkte financiële sturing door het Rijk.

• Gezien het specifieke doel van het beleid ter realisatie van de schaalsprong – namelijk het ondersteunen van de groei van de kennisintensieve maakindustrie – en de tijdelijke doorlooptijd hiervan, kan een Decentralisatie-uitkering (DU) mogelijk opportuun zijn.

Innovatief idee • De gemeente Almere heeft ten behoeve van haar verdere ontwikkeling afspraken gemaakt met de provincie en het Rijk in de vorm van het RijkRegieProgramma AmsterdamAlmereMarkermeer (RRAAM). Ten behoeve van het RRAAM krijgt de gemeente Almere een ‘DU Groeiopgave’ om (gedeeltelijk) te voorzien in bekostiging van (onder meer) voorzieningen (zie ‘Bijlage A11 – Uitwerking DU Almere’). • Naast de DU ontvangt de gemeente Almere middelen uit grondverkopen die het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) in het gebied Oosterwold en in het gebied Pampus genereert. De mogelijkheid tot dergelijke, soortgelijke afspraken zou door de MRE nader onderzocht kunnen worden.

Nadelen • De vaste bedragen en Decentralisatie-Uitkeringen (DU) zijn politiek-bestuurlijk gevoelige aangelegenheden, sinds de kritiek van de Algemene Rekenkamer op het gebruik daarvan. Daarnaast is de hoogte van de bedragen sinds 2009 afgenomen (namelijk ca. 63%, zoals is toegelicht op p.26).1 Het is niet onaannemelijk dat de discussie over dergelijke uitkeringen om een intensief proces vraagt om tot maatwerkafspraken met het Rijk te komen, waarvan de uitkomsten op voorhand niet zeker zijn.

1 Verantwoordingsonderzoek 2018 en 2019’, Algemene Rekenkamer (2018 en 2019).

© 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

28

04. Bekostigingssystematieken | Kostenverhaal en financiële bijdragen - Introductie

Kostenverhaal en financiële bijdragen

Bij gebiedsontwikkelingen kan de gemeente bepaalde kosten verhalen op ontwikkelaars, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen verschillende soorten kosten, zoals gebiedseigen kosten of bovenplanse kosten Wat is het?

Hoe werkt het?

•

Onderscheid kan worden gemaakt tussen de volgende typen verhaalbare kosten:

•

•

•

•

Bij gebiedsontwikkelingen kan de gemeente bepaalde kosten verhalen op ontwikkelaars. Kostenverhaal kan op twee manieren: (1) Publiekrechtelijk middels kostenverhaalsregels, (2) Privaatrechtelijk middels een (anterieure) overeenkomst. Het tweede is het meest gebruikelijk. In de wet is beschreven welke kosten verhaald kunnen worden in de zogenoemde 'Kostensoortenlijst' (artikel 8.15 Omgevingsbesluit, aangewezen in bijlage IV van het Omgevingsbesluit). Kosten zijn alleen verhaalbaar als zij voldoen aan de criteria Profijt, Toerekenbaarheid en Proportionaliteit (of ‘Evenredigheid’) (hierna: PTP-criteria). Daarnaast is er onder de Omgevingswet de nieuwe ‘afdwingbare financiële bijdrage’. Artikel 8.21 Omgevingsbesluit geeft ‘Categorieën ontwikkelingen waarvoor financiële bijdragen kunnen worden verhaald’. De gemeente Eindhoven heeft in 2019 een generieke wijze van kostenverhaal van voorzieningen geïntroduceerd met de Nota Kostenverhaal. Recentelijk heeft de gemeente een Programma Bovenplanse Investeringen vastgesteld, waarin (eveneens) wordt gewerkt met vaste bijdragen per m2 bvo. De systematiek werkt vooral voor infrastructurele en groen-voorzieningen (conform de ‘Kostensoortenlijst’) en niet voor de voorzieningenopgave in deze quickscan.

Het verhalen van kosten voor (bovenwijkse) maatschappelijke voorzieningen is soms niet mogelijk, omdat ze niet altijd op de wettelijk vastgelegde lijsten staan en/of er soms onvoldoende financiële ruimte in de project-businesscase is om de kosten te verhalen.

© 2025 Deloitte The Netherlands

Type

Uitleg

Voorbeelden

Gebiedseigen kosten

Kosten alleen en volledig ten behoeve van het (plan)gebied

Speelvoorzieningen Straatverlichting Straten en erven

Bovenwijkse voorzieningen*

Kosten ten behoeve van meerdere (plan)gebieden

Randweg Carpool Riolering

Bovenplanse kosten*

Kosten ten behoeve van beleidsmatige doelen

Compensatie voor parkeren of sociale woningbouw

Afdwingbare financiële bijdragen (voorheen vrijwillig)

Kosten voor verhogen leefbaarheid en kwaliteit

Groene buffers Recreatieve wandel- en fietspaden

*Deze kosten moeten voldoen aan de criteria van: Profijt, Toerekenbaarheid en Proportionaliteit.

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

29

04. Bekostigingssystematieken | Kostenverhaal en financiële bijdragen - Beschouwing

Kostenverhaal en financiële bijdragen

Voor de voorzieningen op het gebied van ‘Lokaal park’ en ‘Percentage groen’ zou een vorm van kostenverhaal en/of (afdwingbare) financiële bijdragen een geschikte bekostigingssytematiek kunnen zijn Toepasbaarheid

Voordelen

• Een vorm van kostenverhaal vergelijkbaar met de systematiek van Eindhoven (Programma Bovenplanse Investeringen) en/of (afdwingbare) financiële bijdragen biedt een bestaande juridische grondslag voor het bekostigen van voorzieningen.

• Met het wettelijk kader voor kostenverhaal en financiële bijdragen zijn bepaalde kosten juridisch afdwingbaar.

• Voor de voorzieningen op het gebied van ‘Lokaal park’ en ‘Percentage groen’ zou een vorm van kostenverhaal en/of (afdwingbare) financiële bijdragen een geschikte bekostigingssytematiek kunnen zijn.

• Het legt een expliciete relatie tussen de woningbouwopgave en (een deel van) de voorzieningenopgave. • Naast het bedrijfsleven worden hiermee ook projectontwikkelaars betrokken bij de investeringsopgave.

Nadelen • Alleen de voorzieningen ‘Lokaal park’ en ‘Percentage groen’ (zoals vermeld in de Nulmeting) komen mogelijk in aanmerking voor kostenverhaal of een afdwingbare financiële bijdrage, aangezien zij zijn opgenomen op de ‘Kostensoortenlijst’ in de Omgevingswet. De investeringen in de voorziening ‘Lokaal park’ bedragen1 in de huidige opzet van de schatting van de investeringsopgave slechts een relatief beperkte bedrag (1%) op de totaal geschatte investeringsopgave van ca. € 2,8 miljard. • Voor andere voorzieningen kan mogelijk een vrijwillige bijdrage worden gevraagd, maar dit is niet altijd afdwingbaar. • Het uitwerken van een systematiek van (verplichte en/of vrijwillige) financiële bijdragen op MRE-niveau is complex en vergt relatief veel coördinatie. • Een financiële bijdrage vragen voor voorzieningen werkt alleen bij (woningbouw-) projecten die financieel rendabel zijn. 1) De voorziening ‘Openbaar groen’ wordt verondersteld overwegend te worden bekostigd binnen gebiedsontwikkelingen, vanuit grondexploitaties en/of kostenverhaal van gebiedseigen kosten (of eventueel bovenwijkse voorzieningen). © 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

30

04. Bekostigingssystematieken | Subsidies en bijdragen - Introductie

Subsidies en bijdragen

Subsidies en bijdragen zijn voornamelijk bedoeld om specifieke activiteiten te financieren; er zijn meerdere vormen van subsidies en bijdragen mogelijk, zoals via een SPUK, bestuursakkoorden en bijdragen vanuit Europees verband Wat is het?

Hoe werkt het?

•

•

Een subsidie of bijdrage is een aanspraak op financiële middelen die kan worden aangevraagd bij een overheid en wordt verstrekt met het oog op uit te voeren activiteiten.

•

Subsidies en bijdragen zijn met name bedoeld om bepaalde activiteiten mee te financieren.

•

De financiële middelen bestaan niet altijd alleen uit geld, maar kunnen bijvoorbeeld ook gericht zijn op fiscaal voordeel.

•

In de praktijk bestaan er verschillende soorten subsidies en bijdragen, zoals: maatwerkafspraken (waaronder Regio Deals, zoals het Beethovenconvenant en andere bestuursakkoorden, zoals het Fonds Verstedelijking Almere); specifieke uitkeringen (SPUK), voor projecten, instellingen, of op basis van bestaande regelingen, en; subsidies die worden verleend vanuit Europese structuur eninvesteringsfondsen.

•

De openstelling van subsidies en bijdragen kan variëren op basis van tijd, specifieke doelstellingen en (voldoende) beschikbaarheid van financiële middelen. De beschikbaarheid van subsidies en bijdragen kan daardoor fluctueren, en er kunnen beperkingen gelden afhankelijk van de beschikbaarheid of de criteria die door de betreffende verlener zijn gesteld.

© 2025 Deloitte The Netherlands

In de praktijk zijn voor de bekostiging van voorzieningen onder meer de volgende subsidies en bijdragen denkbaar: o

Structurele en incidentele deals (zoals de Regio Deal) en andere bestuursakkoorden ontstaan uit samenwerking tussen overheden om uitdagingen en kansen gezamenlijk aan te pakken. Na het ontwikkelen van plannen, onderhandelen overheden over financiering en verantwoordelijkheden. De afspraken worden vastgelegd en uitgevoerd, met monitoring om doelen te bereiken, gericht op het oplossen van problemen of het stimuleren van ontwikkeling.

o

Bij een SPUK kunnen MRE-gemeenten individueel aanspraak maken op extra geld om bepaald beleid van de Rijksoverheid uit te voeren. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het verbeteren van schoolprestaties, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en sociale basis.

o

In Europees verband bestaan er ook bijdragen of subsidies, die veelal worden verzorgd vanuit de zogenoemde Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen). Deze fondsen zijn in het leven geroepen om lidstaten binnen de Europese Unie te helpen om hun economieën te versterken.

o

Vanuit verschillende ESI-fondsen ontvangt Nederland geld, waarbij het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en subsidies van Interregionale samenwerking (Interreg) mogelijkheden biedt voor voorzieningen, zoals ‘Cultuur en recreatie’ en ‘Sport en spel’. Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

31

04. Bekostigingssystematieken | Subsidies en bijdragen - Beschouwing

Subsidies en bijdragen

Mogelijke opbrengsten uit subsidies en bestuursakkoorden moeten nader worden onderzocht, gezien dit maatwerk betreft; het toewijzingsproces kan tijdrovend zijn, met het risico dat subsidies vaak slechts tijdelijk beschikbaar zijn Toepasbaarheid

Voordelen

• De MRE zou nader onderzoek kunnen doen naar mogelijke subsidies en bijdragen van hogere overheden waarmee voorzieningen bekostigd kunnen worden.

• Subsidies en bijdragen van hogere overheden kunnen projecten mogelijk maken die de MRE-gemeenten zelfstandig niet kunnen dragen.

• Daarnaast kan de MRE de mogelijkheid tot aanvullende bestuursakkoorden, regionale deals of convenanten verkennen met het Rijk, zoals een addendum op het Beethovenconvenant voor voorzieningen of een specifiek voorzieningenconvenant.

Nadelen • De aanvraag van subsidies, bijdragen en regionale deals kunnen in de praktijk mogelijk administratief en tijdrovend zijn, zonder dat op voorhand duidelijk is of het (volledige) bedrag daadwerkelijk zal worden toegekend. • De beschikbaarheid van subsidies fluctueert wat het benaderen van een mogelijk uitkeringsbedrag bemoeilijkt. • Gemeenten zijn verplicht om te rapporteren over de ontvangen subsidies en bijdragen, wat extra administratieve lasten met zich meebrengt.

© 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

32

04. Bekostigingssystematieken | Fondsvorming - Introductie

Fondsvorming

Fondsvorming ondersteunt strategische besluitvorming en maakt het mogelijk om proactief in te spelen op toekomstige financiële behoeften door het verzamelen en reserveren van (gemeentelijke en niet-gemeentelijke) financiële middelen Wat is het?

Hoe werkt het?

•

Fondsvorming is het proces waarbij financiële middelen worden verzameld en gereserveerd voor een specifiek doel of toekomstig gebruik, zoals het bekostigen van voorzieningen, het opbouwen van reserves voor infrastructurele projecten of het vervangen van kapitaalgoederen.

•

•

Door fondsen te vormen, kunnen gemeenten beter omgaan met financiële risico's en onverwachte kosten zonder directe druk op de huidige begroting. Dit bevordert financiële stabiliteit en continuïteit in de dienstverlening aan burgers en bedrijven.

Gemeenten en andere overheden kunnen geld in een fonds storten, zowel op regelmatige (‘serieel’) als eenmalige (‘incidenteel’) basis, bijvoorbeeld met een vast bedrag van de gemeentefondsuitkering of opbrengsten uit andere activiteiten, zoals het afromen van winsten uit (grond)exploitaties. Het fonds wordt uitsluitend gebruikt voor de realisatie van voorzieningen die verband houden met de geplande schaalsprong.

•

Fondsvorming kan ook plaatsvinden in samenspraak met (of alleen door) private partijen. Hierbij kan zowel gekeken worden naar vastgoedontwikkelaars als de grote werkgevers in de regio (zie ook hoofdstuk ‘Publiek-private samenwerking’). Afspraken kunnen bijvoorbeeld worden gemaakt over projectbijdragen of periodieke bijdragen aan het fonds (vgl. het huidige Brainport Partnerfonds)

•

Het vormen van fondsen maakt deel uit van een bredere financiële strategie en planning. Hierdoor kunnen gemeenten hun langetermijnplannen beter afstemmen op beschikbare middelen, wat leidt tot een efficiëntere en effectievere werking. Fondsen ondersteunen strategische besluitvorming en maken het mogelijk om proactief in te spelen op toekomstige financiële behoeften.

© 2025 Deloitte The Netherlands

Overweging • Naast financiële fondsvorming is het mogelijk om nieuwe investeringen (activa) in een fonds onder te brengen. Door deze voorzieningen in een fonds, op afstand van de gemeente, in een aparte (voorzieningen)entiteit onder te brengen, kan mogelijk een flexibeler en op onderdelen voor gemeenten meer marktconform waarderingsregime worden toegepast (flexibeler dan het ‘Besluit begroting en verantwoording’). Voorbeelden zijn gemeentelijke sportbedrijven of gemeentelijke cultuurorganisaties. • Een entiteit is mogelijk aantrekkelijk voor externe investeerders en vergemakkelijkt samenwerkingen met private partijen. Bovendien biedt het meer mogelijkheden voor dynamisch beheer van investeringen en desinvesteringen. Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

33

04. Bekostigingssystematieken | Fondsvorming - Beschouwing

Fondsovrming

Fondsvorming kan zowel door de MRE-gemeenten als in samenwerking met private partijen plaatsvinden, waarbij het de vraag is welke ruimte hiervoor ligt naast de reeds bestaande fondsen Toepasbaarheid

Voordelen

• Fondsen kunnen onder meer worden gevormd vanuit resultaten uit gemeentelijke activiteiten en exploitaties (grond, parkeren, erfpacht), of door een vast bedrag vanuit de gemeentefondsuitkering te storten in het fonds.

• Met fondsvorming kan op de lange termijn worden gepland aangezien het een stabiele bron van financiering betreft.

• Fondsen kunnen ook in samenwerking met private partijen worden gevormd (zie ‘5. Publiek-private samenwerking’). • Fondsen kunnen worden ondergebracht in een aparte entiteit om een voor gemeenten flexibeler waarderingsregime te realiseren.

Innovatief idee • De gemeente Almere investeert met het programma ‘Almere 2.0’ in de groei van de gemeenten, onder meer op de thema’s woningbouw en infrastructuur. • Om de realisatie van de voorzieningen die met Almere 2.0 gepaard gaan, mogelijk te maken, hebben gemeente Almere, provincie Flevoland en het Rijk het Fonds Verstedelijking Almere (FVA) in het leven geroepen. Bij aanvang van dit fonds was de omvang ruim € 150 miljoen. • De wethouder Financiën van de gemeente Almere is de Fondsbeheerder van het FVA, die in samenspraak met de overige overheden afspraken maakt over de besteding. • Een dergelijk fonds zou in de MRE ook opportuun kunnen zijn, eventueel in samenwerking met private partijen. 1

Noot:

• Binnen Brainport Eindhoven bestaan er al diverse private fondsen, zoals voor ‘Mobiliteit’, de ‘Sociale Brainport Agenda’, ‘Talent’ en ‘Wonen’. Deze bestaande samenwerkingen kunnen wellicht worden uitgebreid.

Nadelen • Het opzetten en beheren van een fonds kan mogelijk politiek en financieel complex zijn, en vereist daardoor een gestructureerde governance om de complexe besluitvorming te stroomlijnen en de controle over investeringsbeslissingen te waarborgen, vooral bij samenwerking met private partijen. • In het recente verleden zijn er verschillende beroepen gedaan op private organisaties uit de regio. In december 2024 werd een bedrag van € 219 miljoen (gebundeld en) toegezegd door een groep van twaalf bedrijven uit de Brainportregio, middels het Brainport Partnerfonds.1 Via dat private fonds gaan regionale bedrijven in een periode van 12 jaar bijdragen aan maatschappelijke doelstellingen op het gebied van bereikbaarheid, betaalbare woningbouw, extra talent voor de arbeidsmarkt en kansengelijkheid voor inwoners. Het is de vraag welke financiële ruimte hiervoor momenteel nog ligt bij de private sector of dat er mogelijk overlap bestaat in de doelstellingen met andere initiatieven of fondsen, die kunnen concurreren met een nieuw op te richten fonds.

https://brainporteindhoven.com/nl/nieuws/bedrijfsleven-betaalt-mee-aan-maatschappelijke-doelstellingen-met-brainport-partnerfonds

© 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

34

04. Bekostigingssystematieken | Publiek-private samenwerking - Introductie

Publiek-private samenwerking

Bij publiek-private samenwerking werken private organisaties financieel samen met overheden aan het realiseren van specifieke projecten, als onderdeel van een gebiedsontwikkeling of een breder publiek-privaat investeringsarrangement Wat is het?

Hoe werkt het?

•

•

Publiek-private samenwerking kan zich op verschillende manieren uiten, zoals het samenwerken op basis van een samenwerkingsovereenkomst, met het oprichten van een rechtsvorm (zoals een stichting of besloten vennootschap) of met het aangaan van een financiële verbinding.

•

Bij een publiek-private samenwerking hebben zowel de publieke als de private partij belang bij het succes van het project, waarbij beide partijen bereid zijn om (financiële) risico’s te dragen.

•

Private partijen brengen vaak innovatieve oplossingen, verbinden hun naam aan het initiatief (zie onderstaande afbeeldingen ter inspiratie) of dragen bij aan efficiëntie, terwijl publieke partijen zorgen voor maatschappelijk draagvlak.

•

Publiek-private samenwerking (ook wel ‘PPS’) is een samenwerkingsvorm tussen overheidsorganisaties (publieke partijen) en private bedrijven (commerciële partijen). Het doel van publiek-private samenwerking is om gezamenlijk projecten of diensten te realiseren waarbij beide partijen hun middelen, expertise en verantwoordelijkheden combineren. Publiek-private samenwerking wordt ook vaak toegepast bij complexe, grootschalige projecten, zoals gebiedsontwikkeling en sociale huisvesting, maar ook bij kleinschaliger projecten zoals het realiseren van voorzieningen op het gebied van sport en cultuur. Hierbij zijn ook hybride varianten mogelijk, waarbij voorzieningen als losstaand project worden benaderd, of als onderdeel van een breder (regionaal) publiek-privaat investeringsarrangement.

De gemeente Amsterdam is eigenaar van een concert- en evenementenhal, waarvan het bedrijf AFAS naamgever en sponsor is. © 2025 Deloitte The Netherlands

De gemeente Den Haag is eigenaar van het voetbalstadion van ADO Den Haag, waarvan het bedrijf Bingoal naamgever is.

Depot Boijmans Van Beuningen is een initiatief van de gemeente Rotterdam, in samenwerking met diverse stichtingen. Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

35

04. Bekostigingssystematieken | Publiek-private samenwerking - Beschouwing

Publiek-private samenwerking

De MRE zou de samenwerking met private organisaties kunnen uitbreiden, op het gebied van het realiseren van (specifieke) voorzieningen Toepasbaarheid

Voordelen

• Publiek-private samenwerking is een alternatieve route ten opzichte van generieke bijdragen zoals de voornoemde bekostigingssystematieken, waarbij per voorziening actief partners en bijdragen worden gezocht.

• Een gedeelte van de lasten die door de MRE bekostigd zouden moeten worden, kunnen voor rekening kunnen komen van private organisaties.

• In de regio Eindhoven zijn diverse (kapitaalkrachtige) organisaties actief die baat kunnen hebben bij het realiseren van voorzieningen, bijvoorbeeld voor hun medewerkers, ketenpartners, klanten of andere stakeholders. • De MRE zou de samenwerking met private organisaties kunnen uitbreiden, op het gebied van het realiseren van voorzieningen, waarbij medewerkers, ketenpartners, klanten of andere stakeholders, baat hebben. Hierbij valt te denken aan de categorieën ‘Cultuur en recreatie’ en ‘Sport en spel’.

© 2025 Deloitte The Netherlands

• Gerichte coalities en bijdragen per type voorziening, die ook voor de private partijen beter uitlegbaar zijn.

Nadelen • De MRE is afhankelijk van de bereidwilligheid van private organisaties om een financiële bijdrage te leveren. • Momenteel bestaan er al diverse publiek-private samenwerkingen in de regio (zoals het ‘Brainport-fonds’) die een financieel beroep doen op het bedrijfsleven. Hierdoor zouden private initiatiefnemers mogelijk overvraagd kunnen worden.

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

36

05. Conclusies en aanbevelingen

© 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

37

05. Conclusies en aanbevelingen | Conclusies De MRE-gemeenten hebben voor de peride 2025-2028 gezamenlijk circa € 0,3 miljard begroot voor maatschappelijke voorzieningen, waarmee tot 2040 een dekkingsopgave van circa € 1,1 miljard resteert (exclusief prijsstijgingen) Conclusies investeringsopgave MRE

Conclusies investeringsgereedheid MRE-gemeenten

• Deze eindrapportage gaat in op de maatschappelijke voorzieningenopgave in de MRE, in het kader van de beoogde schaalsprong van de MRE met 100.000 woningen tot 2040.

• De MRE-gemeenten zijn aan de hand van een vragenlijst bevraagd op hun investeringsgereedheid.

• Adviesbureau BRO heeft twee scenario’s opgesteld voor de voorzieningenopgave in de MRE tot 2040, uitgaande van een groei van 100.000 woningen: (1) een groei naar rato c.q. extrapolatie van het huidige voorzieningenniveau; (2) een voorzieningenopgave o.b.v. een toegroei naar het landelijk gemiddelde voorzieningenniveau. • Op basis van de uitgangspunten en afbakeningen in deze rapportage is onze inschatting dat de investeringsopgave in voorzieningen in de MRE (conform het gemiddelde van de twee scenario’s van BRO) tot en met 2040 ongeveer € 2,8 miljard bedraagt (prijspeil januari 2025), waarvan ca. € 1,4 miljard tot de gemeentelijke investeringsopgave behoort. Dit is o.a. exclusief ‘regionale voorzieningen’ en exploitatiekosten (zie p. 13). • Een benadering van de exploitatiekosten en –subsidies gerelateerd aan deze investeringsopgave vergt nader onderzoek. NB: de openbare begrotingen van de MRE-gemeenten bieden hiervoor onvoldoende gedetailleerde informatie (zie Bijlage A7 - Verdieping exploitatiekosten en –subsidies).

• De MRE-gemeenten die op de vragenlijst hebben gereageerd, hebben gezamenlijk circa € 0,3 miljard begroot voor de ‘gemeentelijke investeringsopgave’ (onderwijs, sport en cultuur) in de periode 2025-2028. De MRE-gemeenten geven aan hiertoe soms harde en moeilijke keuzes te hebben moeten maken. • Voor de periode van 2029 tot 2040 zijn investeringen in beeld voor nog eens circa € 0,3 miljard, maar deze zijn nog geen onderdeel van sluitende gemeentebegrotingen. Dit resulteert in een dekkingsopgave van nog eens ca. € 1,1 miljard aan investeringen (exclusief prijsstijgingen en exclusief gemoeide exploitatiekosten) voor de periode 2029-2040. • Naast de investeringsopgave is er een ‘voorfinancieringsvraagstuk’ voor de kapitaal- en overige exploitatielasten van investeringen in maatschappelijke voorzieningen. Dit is naar schatting ca. € 280 miljoen als gevolg van de ‘T-2 systematiek’ van het gemeentefonds (zie p. 25). Indien de maatschappelijke voorzieningen (gemiddeld) eerder worden gerealiseerd dan de woningen kan dit bedrag oplopen.

• Bovenstaande geeft een indicatief beeld, waarbij zij opgemerkt dat een gedetailleerde analyse op gemeenteniveau noodzakelijk is om een meer nauwkeurige benadering te krijgen, waardoor de omvang van genoemde bedragen kan wijzigen. © 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

38

05. Conclusies en aanbevelingen | Conclusies In deze ‘quickscan’ is de bekostiging van de investeringsopgave in maatschappelijke voorzieningen via het gemeentefonds op hoofdlijnen onderzocht en enkele alternatieve bekostigingssystematieken

Conclusies bekostiging via gemeentefonds

Conclusies overige bekostigingssystematieken

• Ten aanzien van de bekostiging van de resterende investeringsopgave is in deze rapportage ingegaan op de werking van het gemeentefonds:

• Naast het gemeentefonds (en de groei daarvan) zijn in deze rapportage de volgende systematieken nader verkend*:

− Gemeentefondsuitkering (Groei) | Dit betreft de groei van de algemene uitkering als gevolg van de bovengemiddelde regionale groei en de mogelijke inzet daarvan. Dit is in deze rapportage verkend, maar vergt veel aannames en nader onderzoek. Een belangrijk uitgangspunt is welk deel van de groei op gaat aan dekking van (algemene) lastengroei. − Gemeentefondsuitkering (Vaste uitkering) | Het werken met een vaste uitkering voor de MRE-gemeenten binnen de algemene uitkering lijkt weinig kansrijk, gelet op de (politieke en beleidsmatige) ontwikkeling van de gemeentefondssystematiek. De mogelijkheden van een decentrale uitkering specifiek voor maatschappelijke voorzieningen, bijvoorbeeld zoals in de gemeente Almere is gedaan, kunnen nader worden verkend.

− Kostenverhaal en financiële bijdragen | Dit werkt vooral bij infra en groen en lijkt weinig kansrijk voor maatschappelijke voorzieningen. − (Publiek-private) fondsvorming | Dit zou nader kunnen worden verkend analoog aan het Brainport Partnerfonds met thans € 219 miljoen aan private bijdragen voor bereikbaarheid, woningbouw en arbeidsmarkt, op basis van vaste, jaarlijkse bijdragen. Een stap verder dan een fonds is voorzieningen (gebundeld) onder te brengen in een specifieke (publiek-private) entiteit met een eigen financierings- en waarderingsregime. − Publiek-private samenwerking | Specifieke private bijdragen organiseren voor specifieke private voorzieningen die relevant zijn voor specifieke bedrijven (als alternatief voor, of aanvullend op vaste, jaarlijkse bijdragen).

*Subsidies en bijdragen zijn in overleg met de opdrachtgever nog niet specifiek onderzocht in het kader van deze opdracht. De MRE verkent dit momenteel zelf, in het bijzonder de mogelijkheden van subsidies waarvan de EIB de uitvoerder is. Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen 39 © 2025 Deloitte The Netherlands

05. Conclusies en aanbevelingen | Aanbevelingen Aanbeveling aan de MRE is om met strategische partners (Rijk en regio, publiek en privaat), de gesprekken te intensiveren en samen toe te werken naar een strategie voor de bekostiging van maatschappelijke voorzieningen Fase

Opbouw narratief en intensiveren van gesprekken

Nader uitwerken van de opgave en de bekostigingssystematieken

Bepalen van mogelijke strategieën om voorzieningenopgave te bekostigen

Doel

Het (nader) betrekken van partners, zoals het Rijk en private partners bij de voorzieningenopgave

Het verkrijgen van een gedetailleerder beeld van de voorzieningenopgave binnen de MRE

Het uitwerken, selecteren en combineren van bekostigingssystematieken

Fasering* (indicatief) *De verschillende fasen kunnen gelijktijdig plaatsvinden, afhankelijk van de te verrichten activiteiten. 1.

Opbouw van een sterk narratief rondom samen investeren in voorzieningen.

2.

Aansluiten bij bestaande overlegstructuren binnen de regio, zoals het Brainport Partnerfonds, met het oog op publiekprivate samenwerking (zoals een fonds).

Activiteiten 3.

Intensiveren van gesprekken met het Rijk, onder meer ten aanzien van afspraken over mogelijke bijdragen.

4.

5.

Opstellen van een nadere en meer verfijnde voorzieningenopgave per MRE-gemeente (in plaats van de huidige grofmazige scenario’s), ten behoeve van een betere schatting van de investeringsopgave. Nader onderzoeken investeringsgereedheid gemeenten op langere termijn (2029-2040), i.r.t. meerjarendoorkijk begrotingen.

7.

Nader onderzoek naar de kansrijkheid van de diverse bekostingssystematieken (zie voorgaande pagina’s).

8.

Selecteren van bekostingssystematieken die bij de investeringsopgave passen, op basis van vier mogelijke strategieën (zie uitgebreid pagina hierna): A. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de bekostiging B. Voorzieningenconvenant met het Rijk C. Publiek-privaat voorzieningenfonds D. Publiek-private samenwerking per voorziening

Resultaat

✓ Bewustwording bij Rijk en regionale partners over (rol en verantwoordelijkheid bij) de voorzieningenopgave die te verwachten is i.h.k.v. de schaalsprong.

✓ Een beter onderbouwde investeringsopgave in maatschappelijke voorzieningen.

✓ Een uitgewerkte en vastgelegde strategie voor de bekostiging van de voorzieningenopgave binnen de MRE.

✓ Een nadere uitwerking van de bekostigingssystematieken, leidende tot een beter beeld van de dekkingsmogelijkheden.

✓ Startpunt voor een voortvarende uitvoeringsstrategie.

✓ Intensievere betrokkenheid van Rijk en regionale partners bij de voorzieningenopgave. © 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

40

05. Conclusies en aanbevelingen | Mogelijke strategieën Op basis van de quickscan wordt een drietal strategieën onderscheiden, die variëren van het zelf zoeken van financiële ruimte, specifieke afspraken met het Rijk, tot het creëren van een publiek-privaat voorzieningenfonds Strategieën STRATEGIE A | GEMEENTEN NEMEN VERANTWOORDELIJKHEID VOOR DE BEKOSTIGING Deze strategie gaat ervan uit dat de gemeenten (grotendeels) zelf verantwoordelijk zijn voor het sluitend krijgen van de bekostigingsopgave. Hoewel de MRE-gemeenten op basis van de inventarisatie overwegend actief zijn met het vormen een visie op hun investeringsopgave in maatschappelijke voorzieningen, vereist dit echter politieke en beleidsmatige keuzes om deze opgave ook daadwerkelijk op te kunnen nemen in sluitende begrotingen. De huidige investeringsgereedheid is momenteel nog onvoldoende om de volledige opgave te dekken, wat vraagt om onderzoek naar en de overweging van alternatieve systematieken (zie voorgaande pagina).

STRATEGIE B | MRE SLUIT EEN VOORZIENINGENCONVENANT MET HET RIJK Met een convenant specifiek voor maatschappelijke voorzieningen, bijvoorbeeld in de vorm van een aanvulling op het Beethovenconvenant of een Decentralisatie-uitkering (DU), zou de investeringsopgave haalbaarder kunnen worden voor de MRE-gemeenten. Het is daarbij van belang dat de alternatieven in voldoende mate zijn onderzocht en de cijfermatige aannames in voldoende mate zijn onderbouwd. Het is daarbij in onze optiek essentieel om een sterk narratief op te bouwen, die nut en noodzaak van de rijksbijdrage duidelijk maakt in relatie tot de bijdrage van de regio aan landelijke doelen en opgaven en ten opzichte van wat reeds is afgesproken in het Beethovenconvenant.

STRATEGIE C | MRE CREËERT VOORZIENINGENFONDS

AANVULLEND D | PPS PER VOORZIENING

Met de oprichting van een nieuw (of aanvullend) publiekprivaat fonds dat zich specifiek richt op de realisatie van voorzieningen, zouden de MRE-gemeenten en private partijen gezamenlijk zorg kunnen dragen voor de bekostiging van voorzieningen, aangevuld met een Rijksbijdrage (strategie B).

Een andere (aanvullende) strategie is om bij bepaalde voorzieningen een specifieke samenwerking aan te gaan met één of meer private partijen. Dit kan onder meer door hun naam te verbinden aan een voorziening in combinatie met bekostiging/sponsoring.

© 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

41

Bijlagen

© 2025 Deloitte The Netherlands

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

42

A1. Analyse per type voorziening | Zorg en welzijn

Legenda:

Niet-gemeentelijk

Subtype

Definiëring t.b.v. Nulmeting BRO*

Categorie

Voornaamste financieringsstroom

Huisartspraktijk

Praktijk waar huisartsen hulp uitoefenen

Niet-gemeentelijk

Zorgverzekering en particulier

Tandartspraktijk

Praktijken waar tandartsen hulp uitoefenen

Niet-gemeentelijk

Zorgverzekering en particulier

Fysiotherapie

Praktijk waar fysiotherapeuten hulp uitoefenen

Niet-gemeentelijk

Zorgverzekering en particulier

Apotheken

Locatus branche Apotheken

Niet-gemeentelijk

Zorgverzekering en particulier

Buurthuizen

Een gemeenschapshuis/wijkcentrum etc

Gemeentelijk

Gemeentefondsuitkering

Buitenschoolse opvang

Data en definiëring van LRK.

Niet-gemeentelijk

Particulier

Kinderdagopvang

Data en definiëring van LRK.

Niet-gemeentelijk

Particulier

Gastouders

Data en definiëring van LRK.

Niet-gemeentelijk

Particulier

Consultatiebureau

Definiëring GGD Brabant Zuidoost.

Gemeentelijk

Gemeentefondsuitkering

Verloskundigepraktijk

Terugkoppeling gemeenten.

Niet-gemeentelijk

Zorgverzekering en particulier

GGZ

Data en definiëring GGzE en GGZ Oost Brabant.

Niet-gemeentelijk

Zorgverzekering en particulier

*Conform ‘Nulmeting voorzieningen Metropolregio Eindhoven’ door BRO © 2025 Deloitte The Netherlands

Gemeentelijk

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

43

A1. Analyse per type voorziening | Onderwijs

Legenda:

Niet-gemeentelijk

Subtype

Definiëring t.b.v. Nulmeting BRO*

Categorie

Voornaamste financieringsstroom

Primair onderwijs

Data en definiëring van DUO

Gemeentelijk

Gemeentefondsuitkering

Voortgezet onderwijs

Data en definiëring van DUO

Gemeentelijk

Gemeentefondsuitkering

Speciaal primair onderwijs

Data en definiëring van DUO

Gemeentelijk

Gemeentefondsuitkering

Speciaal voortgezet onderwijs

Data en definiëring van DUO

Gemeentelijk

Gemeentefondsuitkering

*Conform ‘Nulmeting voorzieningen Metropolregio Eindhoven’ door BRO © 2025 Deloitte The Netherlands

Gemeentelijk

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

44

A1. Analyse per type voorziening | Detailhandel

Legenda:

Niet-gemeentelijk

Subtype

Definiëring t.b.v. Nulmeting BRO*

Categorie

Voornaamste financieringsstroom

Supermarkt < 150 m2

Locatus branches Minisuper en Locatus groep supermarkt

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Supermarkt 150-500 m2

Locatus branches Minisuper en Locatus groep supermarkt

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Supermarkt > 500 m2

Locatus branches Minisuper en Locatus groep supermarkt

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Overig dagelijks

Locatus branches Groente/Fruit, Bakker, Vlaaien, Toko, Chocola, Koffie/Thee, Delicatessen, Kaas, Boerderijwinkel, Nachtwinkel, Poelier, Dieet/Voedingssupplementen, Slagerij, Slijter, Tabak/Lectuur, Tabak speciaalzaak, Vis, Zoetwaren en overige levensmiddelen.

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Drogist

Locatus branches Drogist, Parfumerie, Haarproducten en overige persoonlijke verzorging.

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Recreatief

Clustering van mode en luxe zaken.

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Doelgericht

Locatus branches Dibevo, tuincentra en meubelen

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

*Conform ‘Nulmeting voorzieningen Metropolregio Eindhoven’ door BRO © 2025 Deloitte The Netherlands

Gemeentelijk

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

45

A1. Analyse per type voorziening | Horeca

Legenda:

Niet-gemeentelijk

Subtype

Definiëring t.b.v. Nulmeting BRO*

Categorie

Voornaamste financieringsstroom

Restaurant

Locatus branches Café-restaurant, restaurant en pannenkoeken

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Café

Locatus branche Café

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Cafetaria

Locatus branches Fastfood, Grillroom/Shoarma en Crêpes/Wafels/Donuts & ijssalons.

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Koffiezaak

Locatus Branches Koffiebar en Koffiehuis

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Lunchroom

Locatus branche Lunchroom

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Bezorgdienst

Locatus branches Bezorg/Halen

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Hotel

Locatus branches Hotel en Hotelrestaurants

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

*Conform ‘Nulmeting voorzieningen Metropolregio Eindhoven’ door BRO © 2025 Deloitte The Netherlands

Gemeentelijk

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

46

A1. Analyse per type voorziening | Cultuur en recreatie

Legenda:

Niet-gemeentelijk

Subtype

Definiëring t.b.v. Nulmeting BRO*

Categorie

Voornaamste financieringsstroom

Museum

Locatus branche Museum (terugkoppeling gemeente)

Gemeentelijk

Gemeentefondsuitkering

Theater

Locatus branche Theater en terugkoppeling gemeente.

Gemeentelijk

Gemeentefondsuitkering

Bibliotheek

Locatus branche Bibliotheek

Gemeentelijk

Gemeentefondsuitkering

Bioscoop

Locatus branche Bioscoop

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Casino

Locatus branche Casino/Amusementshal

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

Commerciële recreatie

Locatus branche Escape room, Bowling, Biljart/Pool, Binnenspeeltuin en Amusement overig.

Niet-gemeentelijk

Commerciële exploitatie

*Conform ‘Nulmeting voorzieningen Metropolregio Eindhoven’ door BRO © 2025 Deloitte The Netherlands

Gemeentelijk

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

47

A1. Analyse per type voorziening | Openbaar groen

Legenda:

Niet-gemeentelijk

Subtype

Definiëring t.b.v. Nulmeting BRO*

Categorie

Voornaamste financieringsstroom

Lokaal park

Openbare parken, via: Open Streetmap

Gemeentelijk

Kostenverhaal

Groenpercentage

Percentage van groen, via: Klimaateffectatlas

Gemeentelijk

Kostenverhaal

*Conform ‘Nulmeting voorzieningen Metropolregio Eindhoven’ door BRO © 2025 Deloitte The Netherlands

Gemeentelik

Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen

48

A1. Analyse per type voorziening | Sport en spel

Legenda:

Niet-gemeentelijk

Subtype

Definiëring t.b.v. Nulmeting BRO*

Categorie

Voornaamste financieringsstroom

Sportveld

Open Streetmap, Mulier Instituut en terugkoppeling gemeente

Gemeentelijk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15699045/1