A Ter kennisname geanonimiseerd
Tekst van het document
Ingekomen stukken Nummering
2025-07-A1
Onderwerp
A1 Waterstof productie met elektriciteit van windturbines op de Noordzee
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
12-05-2025
Datum raadsvergadering
01-07-2025
Hoofddocument
A1 Waterstof productie met elektriciteit van windturbines op de Noordzee
Nummering
2025-07-A2
Onderwerp
A2 Brief MRE inzake Herijking Woondeal Zuidoost Brabant 2025 (GEANONIMISEERD)
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
20-05-2025
Datum raadsvergadering
01-07-2025
Hoofddocument
A2 Brief MRE inzake Herijking Woondeal Zuidoost Brabant 2025(GEANONIMISEERD)
Nummering
2025-07-A3
Onderwerp
A3 MRE inzake Regionale reactie huurbevriezing 2025
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
20-05-2025
Datum raadsvergadering
01-07-2025
Hoofddocument
A3 MRE inzake Regionale reactie huurbevriezing 2025 (GEANONIMISEERD)
1
Nummering
2025-07-A4
Onderwerp
A4 Werkgroep Bezorgde Paardenhouders inzake vliegbasis De Peel
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
20-05-2025
Datum raadsvergadering
01-07-2025
Hoofddocument
A4 Werkgroep Bezorgde Paardenhouders inzake vliegbasis De Peel
Nummering
2025-07-A5
Onderwerp
A5 Brief MRE inzake Afronding fase voorzieningen en vervolgaanpak Beethovendeal
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
20-05-2025
Datum raadsvergadering
01-07-2025
Hoofddocument
A5 Brief MRE inzake Afronding fase voorzieningen en vervolgaanpak Beethovendeal (GEANONIMISEERD)
Nummering
2025-07-A6
Onderwerp
A6 Brief MRE Toekenning subsidie Regiodeal ''Thuis in Brainport''
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
21-05-2025
Datum raadsvergadering
01-07-2025
Hoofddocument
A6 Brief MRE Toekenning subsidie Regiodeal ''Thuis in Brainport''(GEANONIMISEERD)
Nummering
2025-07-A7
Onderwerp
A7 Brief wijziging fractievoorzitter CDA
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
22-05-2025
Datum raadsvergadering
01-07-2025
Hoofddocument
A7 Brief wijziging fractievoorzitter CDA
2
Nummering
2025-07-A8
Onderwerp
A8 Brief D. Pater inzake onnodige netwerk uitbreiding
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
26-05-2025
Datum raadsvergadering
01-07-2025
Hoofddocument
A8 Brief D. Pater inzake onnodige netwerk uitbreiding
Nummering
2025-07-A9
Onderwerp
A9 Provincie Noord Brabant inzake aanvulling begrotingscirculaire 2025
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
26-05-2025
Datum raadsvergadering
01-07-2025
Hoofddocument
A9 Provincie Noord Brabant inzake aanvulling begrotingscirculaire 2025.(GEANONIMISEERD)pdf
Nummering
2025-07-A10
Onderwerp
A10 Brief Q support over leveren maatwerk voor Q koortspatienten
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
27-05-2025
Datum raadsvergadering
01-07-2025
Hoofddocument
A10 Brief Q support over leveren maatwerk voor Qkoortspatienten (GEANONIMISEERD)
3
Nummering
2025-07-A11
Onderwerp
A11 Gemeente Gemert Bakel inzake zienswijze en amendement GR Blink
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
28-05-2025
Datum raadsvergadering
01-07-2025
Hoofddocument
A11 Gemeente Gemert Bakel inzake zienswijze en amendement GR Blink
Nummering
2025-07-A12
Onderwerp
A12 St EHS VN verdrag Handicap en elektrogevoeligen
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
03-06-2025
Datum raadsvergadering
01-07-2025
Hoofddocument
A12 St EHS VN-verdrag Handicap en elektrogevoeligen
Nummering
2025-07-A13
Onderwerp
A13 2025 uitnodiging gemeenten Orange the World GEANONIMISEERD)
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
06-06-2025
Datum raadsvergadering
01-07-2025
Hoofddocument
A13 2025 uitnodiging gemeenten Orange the World GEANONIMISEERD)
Nummering
2025-07-A14
Onderwerp
A14 GGD zienswijzen gemeenten op de ontwerpbegroting 2026
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
16-06-2025
Datum raadsvergadering
01-07-2025
Hoofddocument
A14 GGD zienswijzen gemeenten op de ontwerpbegroting 2026
4
Nummering
2025-07-A15
Onderwerp
A15 Concept samenwerkingsagenda's MRE (GEANONIMISEERD)
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
17-06-2025
Datum raadsvergadering
01-07-2025
Hoofddocument
A15 Concept samenwerkingsagenda's MRE (GEANONIMISEERD)
Nummering
2025-07-A16
Onderwerp
A16 Aanbiedingsbrief Overdrachtsdocument RWG Vergaderwijze
Categorie
A Ter kennisname
Datum ontvangst
18-06-2025
Datum raadsvergadering
01-07-2025
Hoofddocument
A16 Aanbiedingsbrief Overdrachtsdocument RWG Vergaderwijze
Ap J.H.G. Cloosterman
8 mei 2025
De toekomst! Productie van waterstof op de Noordzee als energiebuffer. Twee proefprojecten: I. Elektriciteitsproductie en -opslag en tevens waterstof productie en -opslag (Base Load Power Hub: BLBH)
CrossWind BLBH, een joint-venture van Shell en Eneco. Het innovatieve project is ontwikkeld door CrossWind, een joint venture van Shell en Eneco. De BLBH is een uniek concept, waarbij een elektrolyzer, een brandstofcel en een batterijopslagsysteem worden gecombineerd voor offshore omstandigheden. De installatie is 19x41m² qua oppervlak en weegt in totaal zo'n 2200 ton. Na afronding van de laatste inbedrijfstellingstesten op de werf van Rosetti Marino Group in Italië, wordt de BLBH per schip naar Nederland vervoerd. Naar verwachting wordt het platform deze zomer (2025) in de Eemshaven opgesteld. CrossWind en haar partners onderzoeken elektrische energieopslag in batterijen met zelfs een waterstoffabriek op locatie, die waterstof produceert en opslaat maar ook de waterstof in stroom kan omzetten wanneer dat nodig is. BLBH biedt een prachtige kans om op zeer korte termijn kennis te vergaren die nodig is om in de toekomst op grote schaal soortgelijke offshore windenergiehubs te realiseren. Bovendien kan BLBH op deze manier bijdragen aan een betere afstemming tussen vraag en aanbod van elektriciteit. Van de andere kant kan een dergelijke installatie een strategisch doelwit zijn voor Russische drones en zal maar moeilijk te beschermen zijn. Pagina 1 van 7
Ap J.H.G. Cloosterman II.
8 mei 2025
Een waterstoffabriek op de Noordzee
PosHYdon installatie: groene waterstof uit zeewater. Het allereerste project ter wereld waarbij op zee groene waterstof wordt geproduceerd, is het PosHYdon project van Neptune Energy en partners. TNO voert het testprogramma uit. Ruim tien kilometer uit de kust van Den Haag gaat de PosHYdon-installatie groene waterstof produceren uit duurzame elektriciteit, opgewekt door wind en Zon. Dit betekent een grote stap naar waterstofproductie op zee. Door elektrolyse van zeewater kun je elektriciteit omzetten in waterstof en transporteren via bestaande gasleidingen. Transport van waterstof is een stuk goedkoper dan elektriciteit transporteren via elektriciteitskabels vanaf windparken op zee naar het land. Pagina 2 van 7
Ap J.H.G. Cloosterman
8 mei 2025
Elektrolyse van water:
H
H
le tri iteit van e in t r ine
Door op kleine schaal te experimenteren met een elektrolyser op zee, kunnen opgedane ervaringen later op grote schaal ingezet worden bij windparken verder op de Noordzee. Grootschalige waterstofproductie op zee zou tussen 2030 en 2035 werkelijkheid kunnen worden. In industriële processen kan aardgas vervangen worden door waterstof. Op termijn kan waterstof ook worden ingezet voor zwaar transport over de weg, water en mogelijk de lucht. Het plan is om waterstof op te slaan in lege aardgasvelden in de bodem van de Noordzee. Er zijn in de Nederlandse Noordzee veel gasvelden die mogelijk in aanmerking komen voor opslag van waterstof. Deze gasvelden zijn merendeels al ontwikkeld en aangesloten op een platform en aardgasinfrastructuur. Echter, de technische haalbaarheid van waterstofopslag in gasvelden moet nog definitief worden bewezen. Rendement van de cyclus windstroom naar waterstof We bezien de rendementen van de volgende processtappen: windturbine → stroom → elektrolyse → waterstof → comprimeren → opslag
Pagina 3 van 7
Ap J.H.G. Cloosterman
8 mei 2025
4
Het Directoraat-generaal Klimaat en Energie schrijft o.a. in haar brief aan de minister van Klimaat en Groene Groei (22.11.2024): Waterstofproductie op zee zal naar verwachting een belangrijke rol gaan spelen bij de verdere ontwikkeling van wind op zee. Demonstratieprojecten helpen om de ontwikkeling, die nog in de kinderschoenen staat, verder te brengen. Gasunie is gevraagd om deze waterstof naar het waterstofnetwerk op land te transporteren. De verwachting is dat het project rond 2030 op zee waterstof kan produceren. U wordt gevraagd om akkoord te gaan met het proces om een consortium te selecteren voor het ontvangen van subsidie en het realiseren van het project. De minister heeft inmiddels het gereedkomen van het project bijgesteld op 2031. Ik vraag mij af of het daarbij zal blijven! De overgang van aardgas naar waterstofgas. Vanaf 2030 moeten Nederlandse gascentrales 1% waterstof bijmengen. In 2032 loopt dit op tot minimaal 5%. Het is een van de maatregelen van het kabinet Schoof om extra CO2-reductie te bewerkstelligen in 2030. De verbrandingswaarde van waterstof is zo’n 66% kleiner dan die van aardgas. Bijmengen van 1% of 5% waterstof bespaart respectievelijk slechts 0,3% en 1,5% CO2-uitstoot in de gascentrales. Pagina 4 van 7
Ap J.H.G. Cloosterman
8 mei 2025
Onbegrijpelijk dat je zo’n maatregel oplegt zonder dat je zekerheid hebt over een adequaat leidingennet en er voldoende aanbod van waterstof is. Het is toch niet voor niks dat er een proefproject start voor de productie van waterstof. Het proefproject start pas in 2031! Zie verderop ❶ In 2030 en ook in 2032 zijn nog lang niet alle gascentrales aangesloten op het landelijke waterstofnet. Aanvoeren van waterstof per vrachtwagen is een optie, maar (attentie alarmisten) daarmee verhoog je door het transport de CO2 uitstoot. Bovendien is transport over de weg niet zonder risico’s. Uiteindelijk schiet er niets mee op! Verstandiger en veiliger is om eerst het waterstofnet te realiseren.
Een tube-trailer met 9 stalen drukcilinders (200 bar) (M-Tech, 2020)
[Note: In de jaren ’70 ben ik bedrijfsleider geweest van een bedrijf in het Botlek gebied dat o.a. eetbare oliën met waterstof in 12 tons autoclaven hydrogeneerde tot vetten. Waterstof werd via een pijpleiding aangevoerd van AKZO-Botlek dat via elektrolyse waterstof produceerde. Wij hadden een oplegger met drukcilinders en haalden bij tekorten waterstof uit Hengelo]
Nog steeds ondervinden we de chaos die is ontstaan door een niet adequate overgang van gas naar stroom: het netwerk kon dit niet aan! Klimaat en Groene Groei zou hier toch van geleerd moeten hebben! ❶ Zelfs een ezel stoot zich niet voor de tweede keer aan dezelfde steen. De Tweede Kamer heeft als taak om toe te zien op een juist functioneren van de Regering, maar samen met Klimaat en Groene Groei dronken zij een glas, deden een plas en lieten het zoals het was. Als het management in het bedrijfsleven zulke miskleunen begaat dan betekent dat: einde verhaal. Pagina 5 van 7
Ap J.H.G. Cloosterman
8 mei 2025
pslag van waterstofgas. NWP (Nationaal Waterstof Programma) meldde op 25.04.2025: “Ondergrondse waterstofopslag in zoutcavernes en poreuze reservoirs lijkt technisch haalbaar. Maar verschillende uitdagingen houden gebruik van deze technieken op grote schaal nog tegen. [Zoutcavernes: Dit zijn ondergrondse holle ruimtes in zoutlagen. Poreuze reservoirs: Dit zijn ondergrondse gesteenten met kleine open ruimtes (poriën). Leeggepompte gasvelden zijn een voorbeeld hiervan]. Het waterstof molecuul is aanzienlijk kleiner dan het methaan (aardgas) molecuul en dat betekent dat waterstof gemakkelijker uit cavernes of reservoirs kan ontsnappen. Terdege onderzoek zal dus nodig zijn voordat men aan een ondergrondse waterstofberging begint. Er is mogelijk een alternatief als een pijpleiding niet aanwezig of aanleg niet mogelijk is, maar daar hoor je niets over: Waterstofopslag in metaalhydride. Waterstofopslag in metaalhydriden is mogelijk omdat sommige metalen en metaallegeringen gasvormige waterstof kunnen opslaan. De waterstof wordt chemisch gebonden, of geabsorbeerd door het metaal, zonder dat compressie nodig is. In plaats daarvan functioneert het vaste metaalhydride als een spons die het gas absorbeert en weer afgeeft. Om de waterstof uit het metaalhydride te winnen, moet je warmte toevoegen.
Omdat de waterstof alleen vrijkomt bij toevoeging van warmte, blijft deze gebonden, zelfs als de container beschadigd raakt. Een ander voordeel ten opzichte van opslagsystemen met gecomprimeerd gas en vloeibare waterstof is dat de waterstof chemisch gebonden is in het metaalhydride en niet explosief kan ontsnappen. Bovendien maakt de opslag van waterstof in metaalhydriden grotendeels verliesvrije en zeer langdurige opslag mogelijk. Metaalhydride opslagtanks worden al commercieel gebruikt, bijvoorbeeld in Duitse onderzeeërs. Zuurstof. Bij elektrolyse komt aan de anode ook zuurstof vrij. Over het mogelijk gebruik van deze zuurstof is nauwelijks of geen informatie. Veelal wordt gemeld dat de zuurstof in de lucht wordt vrijgelaten. Wellicht heeft dit te maken dat er ook elektrolyse plaatsvindt van het zoute (NaCl) zeewater, waarbij aan de anode ook het agressieve chloorgas ontstaat.
Pagina 6 van 7
Ap J.H.G. Cloosterman
8 mei 2025
Als dat het geval is, dan ben ik zeer benieuwd hoe men daar mee omgaat. Je kunt het levensgevaarlijke chloorgas niet zonder meer in de atmosfeer lozen. Denk aan mensen en dieren die dit kunnen inademen, bijvoorbeeld vogels, zeehonden en dolfijnen. Uw reactie is welkom: apcloos@gmail.com
Pagina 7 van 7
A2 Brief MRE inzake Herijking Woondeal Zuidoost Brabant 2025(GEANONIMISEERD)
Het bestand A2 Brief MRE inzake Herijking Woondeal Zuidoost Brabant 2025(GEANONIMISEERD) kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://helmond.notubiz.nl/document/15693753/1/A2+Brief+MRE+inzake+Herijking+W oondeal+Zuidoost+Brabant+2025%28GEANONIMISEERD%29?connection_type=17&connection_id=12009423
A3 MRE inzake Regionale reactie huurbevriezing 2025 (GEANONIMISEERD)
Het bestand A3 MRE inzake Regionale reactie huurbevriezing 2025 (GEANONIMISEERD) kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://helmond.notubiz.nl/document/15693786/1/A3+MRE+inzake+Regionale+reactie +huurbevriezing+2025+%28GEANONIMISEERD%29?connection_type=17&connection_id=12009469
A4 Werkgroep Bezorgde Paardenhouders inzake vliegbasis De Peel
Het bestand A4 Werkgroep Bezorgde Paardenhouders inzake vliegbasis De Peel kon niet correct worden ingeladen, het is mogelijk corrupt of beschadigd. Het originele bestand kunt u hier vinden: https://helmond.notubiz.nl/document/15567434/1/A4+Werkgroep+Bezorgde+Paardenh ouders+inzake+vliegbasis+De+Peel?connection_type=17&connection_id=11881888
METROPOOL REGIO EINDHOVEN
Metropoolregio Eindhoven
040 259 45 94 info@metropoolregioeindhoven.nl www.metropoolregioeindhoven.nl
Aan: Colleges van B&W en gemeenteraden Bezoekadres Raiffeisenstraat 18 5611 CH Eindhoven Postadres Postbus 985 5600 AZ EINDHOVEN
uw kenmerk
uw brief van
Onderwerp Afronding verkennende fase (basis- en top)voorzieningen en vervolgaanpak
ons kenmerk
Datum 19 mei 2025
e-mailadres
Geacht college en gemeenteraad, Omdat de schaalsprong in de regio consequenties heeft voor sociaal-maatschappelijke opgaven hebben wij als dagelijks bestuur in december 2023 de opdracht gegeven om te komen tot een gedragen regionale aanpak voor basis- en topvoorzieningen. Dit is aangevuld met de opdracht van Rijk en Regio samen, die voortkomt uit het convenant Beethoven (maart 2024). Opdracht: Verkenning Beethoven , Rijk
Onderzoek: 0-metingen kengetallen regio DB opdracht: Regionale aanpak Voorzieningen
------ 1:>asisvoorzieningen
Breed gedragen Regionale aanpak voorzieningen
egionale voorzieningen
Onderzoek: Regionale topvoorzieningen
Topvoorzieningen
/
Rijk en Regio hebben in convenant Beethoven afgesproken een verkenning uit te voeren naar de sociaal-maatschappelijke opgaven in de gebiedsontwikkeling waaronder sociale cohesie, faciliteiten als onderwijshuisvesting, zorg, bibliotheken en andere culturele instellingen. Tijdens het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving op 6 november 2024 hebben kabinet en regio afgesproken te streven naar eerste concrete (financiële )afspraken voor de zomer 2025. Op 14 april 2025 hebben wij de verkennende fase afgerond en opdracht gegeven voor de vervolgfase (uitwerking). In deze brief informeren we u hierover.
METROPOOL REGIO EINDHOVEN Basisvoorzieningen Inhoudelijke opgave De 0-meting is een eerste basisinzicht voor het bepalen van de omvang van het vraagstuk voor basisvoorzieningen. Het beeld uit de 0-meting is zeer divers en verschilt ook per gemeente in de regio Zuidoost-Brabant. Op een aantal onderdelen zijn er minder voorzieningen dan het landelijk gemiddelde, bijvoorbeeld basis- en voortgezet onderwijs, huisartsen, apotheken, verloskundigen, GGZ-instellingen en hotels. Ook het winkelaanbod (zowel de dagelijkse als niet-dagelijkse boodschappen) is in de regio in de volle breedte minder dan het landelijk gemiddelde. Andere voorzieningen zijn er juist meer dan het landelijk gemiddelde: buurthuizen, cafés en sportvelden. Het beeld van overige voorzieningen is op of nabij het landelijk gemiddelde of er kan geen vergelijking met het landelijk gemiddelde worden gemaakt. Een aantal basisvoorzieningen in de regio vragen dus om nadere aandacht. Het werk aan de voorzieningen is lokaal maatwerk, zowel inhoudelijk, ruimtelijk als qua timing. Met deze cijfers als basis kunnen gemeenten dus zelf, in samenwerking met elkaar en met maatschappelijke partners de programmering verder oppakken. Het is geen absolute waarheid maar geeft richting waaraan gewerkt kan/moet worden.
Financiële opgave Voortbouwend op de uitkomsten van de 0-meting is in een quickscan in beeld gebracht wat de financiële opgave is voor de groei van basisvoorzieningen en welk deel hiervan gemeentelijk gefinancierd moet worden. In deze inschatting is ook verwerkt dat de regio in haar ontwikkeling een reële inhaalslag te maken heeft. De investeringsopgave voor voorzieningen in de 21 regiogemeenten wordt tot 2040 geschat op circa€ 2,8 miljard (exclusief regionale voorzieningen, exclusief groenvoorzieningen). Hiervan behoort € 1,4 miljard (prijspeil januari 2025) tot de gemeentelijke investeringsopgave. Voor de eerste periode t/m 2028 is in totaal€ 0,3 miljard al in gemeentelijke begrotingen opgenomen. De overige €1,4 miljard komt voor rekening van anderen bijvoorbeeld het zorgkantoor, hoger-onderwijsinstellingen of horecaondernemers. In de quickscan is naast de financiële opgave ook in beeld gebracht welke bekostigingsstrategieën de regio samen met het Rijk en partners in de vervolgfase kan uitwerken. Deze uitwerking is dan ook onderdeel van de vervolgaanpak. De Quickscan treft u als bijlage bij deze brief aan. Het beeld van de quickscan wordt ondersteund door het beeld dat zichtbaar wordt in een ambtelijke inventarisatie van bestaande en in ontwikkeling zijnde integrale huisvestingsplannen onderwijs.
Er zijn grote investeringen nodig alleen al in de wettelijke taak onderwijshuisvesting. Met de groei van de regio en dus de leerlingenaantallen komt hier een grote financiële opgave aan. Niet voor niets werd hier in het Beethovenconvenant door de regio dit onderwerp al specifiek genoemd.
pagina 2 van 4
METROPOOL REGIO EINDHOVEN Regionale en topvoorzieningen Vanaf mei 2024 zijn in een brede inventarisatie onder de 21 gemeenten zowel potentiële topvoorzieningen als regionale voorzieningen in beeld gebracht. Na prioritering en definiëring leidt dit tot een adaptieve lijst die jaarlijks wordt gemonitord. Bij topvoorzieningen gaat het om een (inter)nationaal onderscheidend aanbod. Deze voorzieningen met een bovenregionaal karakter geven kleur aan het (internationaal) profiel van de regio. Voorzieningen die nu zijn aangewezen om door te groeien naar topvoorzieningen zijn: • Versterken Futurelab/Evoluon Eindhoven • Toonaangevend internationaal museum • Grootschalige Multifunctionele Faciliteit, kansrijke locatie Aqua Best De Peel door laten groeien naar Nationaal park • De Groote Heide Versterken Design Ecosysteem Eindhoven De verdere ontwikkeling van de gezamenlijke strategie regionale- en topvoorzieningen is in de komende fase de verantwoordelijkheid van betreffende gemeentelijke trekker en partners. Er wordt in de komende fase een samenhangende uitvoeringsagenda van regionale- en topvoorzieningen uitgewerkt. Initiatief wethouders Sociaal Domein Tijdens de verkennende fase is een beweging op gang gekomen vanuit de wethouders sociaal domein.
Het resultaat is een zogenoemd white paper waarin staat dat 'de schaalsprong ongekende kansen biedt, maar ook complexe uitdagingen met zich meebrengt'. De wethouders sociaal domein willen de ruimtelijke groeistrategie versterken met een sociaal-maatschappelijke groeistrategie van de 21 gemeenten. "Hiermee bouwen we aan een zorgzame en vitale samenleving en investeren we in sociale cohesie. Dit is cruciaal voor het welzijn van alle inwoners, vooral kwetsbare groepen, om achterblijven te voorkomen. Alleen door een integrale en lange termijn aanpak, waarin fysieke, economische én sociale ontwikkeling hand in hand gaan, kunnen we zorgen voor een regio waar iedereen prettig kan leven vanuit alle aspecten van brede welvaart", aldus de wethouders in het white paper. Parallel aan de aanpak van de MRE willen de wethouders sociaal domein in onze regio daarom komen tot een gezamenlijke actieplan om in de volgende fase de regionale aanpak voorzieningen inhoudelijk te voeden. Wij hebben als dagelijks bestuur van de MRE kennisgenomen van het white paper en besloten om het initiatief van de wethouders sociaal domein te zwaluwstaarten met het vervolgtraject voorzieningen. Een vertegenwoordiger van de wethouders sociaal domein zal daarom als verbindende schakel nauw betrokken worden bij de sturing op de vervolgaanpak voor de basisvoorzieningen.
Voor de goede orde: het eigen, parallelle traject van de wethouders sociaal domein is geen onderdeel van het MRE-werkprogramma of de MRE-governance. Vervolgaanpak Naast de gesprekken met het Rijk tijdens het Bestuurlijk overleg Leefomgeving over de financiering, wordt voor de volgende (uitwerkings)fase een inhoudelijk plan van aanpak uitgewerkt. Hierbij gaat het om het concreet uitwerken van de regionale voorzieningenstrategie/aanpak met daarin: • Monitoring en kennisdeling lokale programmering. De lokale programmering zelf blijft verantwoordelijkheid van individuele gemeenten;
pagina 3 van 4
METROPOOL REGIO EINDHOVEN • •
Regionale (uitvoerings)strategie en programmering Voorzieningen; Het uitwerken van een bekostigingssystematiek, mede gevoed door nog te maken afspraken met het Rijk; • Uitgewerkte governancestructuur en -afspraken voor na de uitwerkingsfase. Voor de sturing in deze fase zullen voorzitters van het poho Economie en het poho Ruimte & Wonen samenwerken met de vertegenwoordiger vanuit de wethouders Sociaal Domein. Regioconferentie Tijdens de Regioconferentie van 11 juni a.s. organiseren we een deelsessie over de aanpak voorzieningen. U wordt dan van harte uitgenodigd om verder in gesprek te gaan over onderwerpen van de uitwerkingsfase. We hopen u hiermee voor nu voldoende te hebben geïnformeerd en praten graag met u verder de komende maanden. Met vriendelijke groet, Namens het dagelijks bestuur,
de secretaris,
pagina 4 van 4
METROPOOL REGIO EINDHOVEN
Bijlage: 20250409 DEFINITIEF Eindrapportage - Quickscan bekostiging voorzieningen
pagina 5 van 4
Metropoolregio Eindhoven (MRE) Eindrapportage - Quickscan bekostiging voorzieningen 9 april 2025
Belangrijke opmerkingen Dit rapport is vervaardigd binnen de beperkingen zoals beschreven in ons voorstel met kenmerk 311571838 d.d. 29 oktober 2024, door de Metropoolregio Eindhoven (MRE) voor akkoord retour ontvangen d.d. 13 november 2024, en op basis van de aanbiedingsbrief op de hierna volgende pagina. Wij accepteren geen aansprakelijkheid ten opzichte van derden die dit rapport inzien. De getekende versie van het rapport is definitief en bepalend. De reikwijdte van onze werkzaamheden is substantieel minder dan een controle- of beoordelingsopdracht uitgevoerd in overeenstemming met algemeen aanvaardbare controle- respectievelijk beoordelingsstandaarden (en wij hebben, bijvoorbeeld, niet getracht de beschikbare informatie te verifiëren). Derhalve wordt geen zekerheid verstrekt omtrent de getrouwheid van de financiële informatie. De bevindingen in dit rapport zijn gebaseerd op gegevens die zijn verzameld tot en met 4 april 2025, en zijn mogelijk niet representatief voor de situatie na deze datum. De cijfers omtrent de reeds begrote investeringen binnen dit rapport zijn door de MRE-gemeenten aangeleverd. Deloitte heeft de door de MRE-gemeenten aangeleverde cijfers niet op juistheid gecontroleerd. Op de aangeleverde cijfers zijn geen aanpassingen gemaakt.
De prognoses in dit rapport zijn opgesteld op basis van analyses van adviesbureau BRO en enkel de verantwoordelijkheid van de MRE. Wij accepteren geen verantwoordelijkheid voor de prognose of de realisatie ervan. De prognose heeft betrekking op de toekomst en omvat schattingen, aannames en onzekerheden ten tijde van het opstellen. De quickscan is geen gedetailleerde, diepgaande analyse, maar beperkt zich tot een eerste, globale kijk op/een analyse van [scope subject]. Onze diensten moeten daarom niet worden beschouwd als een adequate vervanging voor een diepgaande analyse, aangezien we mogelijk niet alle feiten of informatie identificeren die relevant voor u zijn. Als we aanvullende analyses hadden uitgevoerd, zouden onze bevindingen anders kunnen zijn geweest of zouden we mogelijk aanvullende zaken hebben geïdentificeerd die we onder uw aandacht moesten brengen. Daarom aanvaarden we geen enkele verplichting, verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid jegens u of andere partijen met betrekking tot de resultaten van de quickscan. Alle bedragen in dit rapport zijn in miljoenen Euro’s, tenzij anders aangegeven. Bepaalde cijfers in dit rapport zijn aan afronding onderworpen. Derhalve kan in bepaalde gevallen de som van de cijfers in een kolom of rij niet helemaal overeenkomen met het totaalcijfer weergegeven voor die specifieke kolom of rij.
Wij merken op dat indien de Metropoolregio Eindhoven (MRE) op grond van de Wet open overheid (Woo) voornemens is uit eigen beweging deze eindrapportage te openbaren en/of indien de Metropoolregio Eindhoven (MRE) een verzoek tot publicatie van de eindrapportage ontvangt, dan zal de Metropoolregio Eindhoven (MRE) Deloitte hierover terstond informeren, voor zover wettelijk toegestaan. Voorts zal de Metropoolregio Eindhoven (MRE) Deloitte als belanghebbende aanmerken in het kader van de openbaarmaking en zal de Metropoolregio Eindhoven (MRE) Deloitte in de gelegenheid stellen haar zienswijze inzake de openbaarmaking aan de Metropoolregio Eindhoven (MRE) kenbaar te maken. De Metropoolregio Eindhoven (MRE) zal die zienswijze bij haar besluitvorming betrekken. Zoals overeengekomen in de Opdrachtbevestiging is deze eindrapportage uitsluitend opgesteld ten behoeve van de Metropoolregio Eindhoven (MRE). Tenzij anders overeengekomen in de Opdrachtbevestiging mag u, zonder voorafgaande schriftelijk toestemming van Deloitte, deze eindrapportage niet voor andere doeleinden gebruiken, (geheel of ten dele) publiceren, aan derden ter beschikking stellen of aan refereren. © 2025 Deloitte The Netherlands
Deloitte Consultative Services B.V. Gustav Mahlerlaan 2970 1081 LA Amsterdam Postbus 58110 1040 HC Amsterdam T: +31 88 288 2888 W: www.deloitte.nl
Metropoolregio Eindhoven Raiffeisenstraat 18 5611 CH Eindhoven Uitsluitend per e-mail verzonden g.wouters@metropoolregioeindhoven.nl Onderwerp Eindrapportage ‘Quickscan bekostiging voorzieningen’ Datum 9 april 2025 Ons kenmerk 311571838 Behandeld door Hielke Bos Jouke van Campenhout Tim Scheeren
Geachte heer Wouters, beste Giovanni, Met genoegen presenteren wij, Deloitte Consultative Services B.V., Real Estate (hierna: ‘Deloitte’ of ‘wij’), aan de Metropoolregio Eindhoven (hierna: ‘MRE’ of ‘Opdrachtgever’) onze eindrapportage ‘Quickscan bekostiging voorzieningen’. Deze eindrapportage is het resultaat van een quickscan naar de bekostiging van het gewenste voorzieningenniveau in de MRE, waarbij onderscheid is gemaakt in: (1) het in kaart brengen van de investeringsopgave tot en met 2040, (2) inzicht in de mate waarin de gemeenten binnen de MRE financieel rekening houden met de bijbehorende investeringsopgaven (‘investeringsgereedheid’), en (3) het identificeren van mogelijke bekostigingssystematieken voor de gemeentelijke investeringsopgave. Voornoemde heeft geresulteerd in een advies dat is opgenomen in de conclusies en aanbevelingen van deze eindrapportage. Deze eindrapportage wordt aan u verstrekt op basis van onze voorwaarden zoals vermeld in onze Opdrachtbevestiging met kenmerk 311571838 d.d. 29 oktober 2024, door de MRE voor akkoord retour ontvangen op 13 november 2024. Voorts wijzen wij u op de ‘belangrijke opmerkingen’ op de voorgaande pagina. Wij hebben met veel plezier gewerkt aan deze opdracht en kijken terug op een prettige samenwerking.
Wij hopen dat deze rapportage bijdraagt aan het volgende hoofdstuk van de schaalsprong in deze voor Nederland belangrijke regio. Mocht u naar aanleiding van deze quickscan vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met Hielke Bos op telefoonnummer +31 6 82 01 24 55. Met vriendelijke groet,
Deloitte Consultative Services B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Rotterdam onder nummer 33259541.
Deloitte Consultative Services B.V. Real Estate
Managementsamenvatting In deze quickscan is voor de MRE in beeld gebracht: (i) de gemeentelijk investeringsopgave in maatschappelijke voorzieningen, (ii) de investeringsgereedheid van de MRE-gemeenten, (iii) de mogelijke bekostigingssystematieken • De Metropoolregio Eindhoven (hierna: ‘MRE’) is een drijvende kracht voor de Nederlandse economie en staat voor een schaalsprong van 100.000 woningen tot 2040 om de groei van de kennisintensieve maakindustrie te ondersteunen. De MRE bestaat uit 21 gemeenten (hierna: ‘MRE-gemeenten’). • De schaalsprong brengt aanzienlijke sociaal-maatschappelijke uitdagingen met zich mee, waardoor het voorzieningenniveau in de MRE-gemeenten dient mee te groeien met de behoeften van inwoners, leidende tot een urgente en significante investeringsopgave voor de MRE-gemeenten. In december 2023 startte de MRE met een regionale aanpak. Dit leidde tot de afspraak in het Beethovenconvenant met het Rijk een verkenning uit te voeren van de voorzieningenopgave. • In opdracht van de MRE heeft adviesbureau BRO het adviesrapport ‘Nulmeting voorzieningen Metropoolregio Eindhoven’ (d.d. 22 november 2024, hierna: ‘de Nulmeting’) uitgebracht. De Nulmeting bevat een categorisering van 44 voorzieningen naar zeven typologieën, namelijk: ‘Zorg en welzijn’, ‘Onderwijs’, ‘Detailhandel’, ‘Horeca’, ‘Cultuur & recreatie’, ‘Openbaar groen’ en ‘Sport & spel’.
• De Nulmeting hanteert twee scenario's voor de voorzieningenbehoefte in 2040: (1) extrapolatie van het huidige voorzieningenniveau en (2) groei naar het landelijke gemiddelde voorzieningenniveau. Deloitte heeft in de afgelopen periode een quickscan uitgevoerd naar de bij de scenario’s behorende investeringsopgave en de mogelijke bekostiging daarvan. • Hiertoe zijn diverse gesprekken gevoerd binnen en buiten de MRE, waaronder met de ‘kerngroep voorzieningen’ vanuit de MRE-gemeenten en enkele strategen (ambtenaren) die voor de gemeenten Utrecht, Almere en Eindhoven werkzaam zijn op het gebied van (de bekostiging van) gemeentelijke voorzieningen. © 2025 Deloitte The Netherlands
• Deloitte heeft daarnaast een vragenlijst verspreid onder de MRE-gemeenten om hun investeringsgereedheid te onderzoeken. Ter verduidelijking van de antwoorden zijn gesprekken gevoerd met enkele respondenten. • Op basis van de uitgangspunten en afbakeningen in deze rapportage is de inschatting dat de investeringsopgave in voorzieningen in de MRE (conform het gemiddelde van de twee scenario’s van BRO) tot en met 2040 ongeveer € 2,8 miljard bedraagt (prijspeil januari 2025), waarvan ca. € 1,4 miljard (prijspeil januari 2025) tot de gemeentelijke investeringsopgave behoort. Dit is exclusief regionale voorzieningen en exploitatiekosten (zie p. 13). • Op basis van de resultaten van de vragenlijst blijkt dat de 21 MRE-gemeenten gezamenlijk circa € 0,3 miljard hebben begroot voor de ‘gemeentelijke investeringsopgave’ in de periode 2025-2028. De MRE-gemeenten geven aan hiertoe soms harde en moeilijke keuzes te hebben moeten maken. Voor de periode daarna zijn investeringen in beeld voor nog eens circa € 0,3 miljard, maar deze zijn nog geen onderdeel van sluitende begrotingen. • Ten aanzien van het te dichten tekort zijn de volgende bekostigingssystematieken nader geanalyseerd: de (groei en allocatie van de) gemeentefondsuitkering, kostenverhaal en financiële bijdragen, subsidies en bijdragen, fondsvorming en publiek-private samenwerking.
Dit vergt nader onderzoek, uitwerking en afspraken om te komen tot een sluitende, coherente bekostigingsstrategie. De bouwstenen daarvoor zijn in deze rapportage verkend en aangereikt. • Aanbeveling aan de MRE is om met strategische partners (Rijk en regio, publiek en privaat), de gesprekken te intensiveren en samen de strategie voor de bekostiging van maatschappelijke voorzieningen nader te verkennen en uit te werken. Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen
4
Inhoudsopgave
01 | Inleiding
6
02 | Geschatte investeringsopgave voorzieningen 8 03 | Investeringsgereedheid MRE-gemeenten
16
04 | Bekostigingssystematieken
19
05 | Conclusies en aanbevelingen
37
Bijlagen
42
© 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen
5
01. Inleiding
© 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen
6
01. Inleiding | Aanleiding In deze eindrapportage is de Nulmeting van BRO gebruikt om de investeringsopgave en de investeringsgereedheid van de MRE-gemeenten tot 2040 te schatten en is onderzocht hoe deze investeringsopgave bekostigd kan worden Achtergrond
Situatie
Scope van het rapport
• Het Beethovenconvenant erkent dat de Metropoolregio Eindhoven (hierna: ‘MRE’) van groot belang is voor de Nederlandse economie. De MRE staat voor een ruimtelijke schaalsprong van ca. 100.000 woningen tot 2040 om de groei van de kennisintensieve maakindustrie te ondersteunen.
• Met Beethovenconvenant is een gezamenlijke verkenning afgesproken tussen het Ministerie van BZK (thans VRO) en de MRE, alvorens het voorzieningenniveau te versterken. Op 26 juni 2024 zijn de eerste contouren van deze verkenning vastgesteld door de regio en het directoraat-generaal Volkshuisvesting en Bouwen: 1. Een nulmeting brengt de huidige voorzieningen in kaart als basis voor prognoses. Deze fase is uitgevoerd door adviesbureau BRO;
• In deze eindrapportage zijn de resultaten van de Nulmeting van BRO gebruikt om de investeringsopgave en de investeringsgereedheid van de MRE-gemeenten indicatief te schatten. Tevens is onderzocht hoe de investeringsopgave mogelijk kan worden bekostigd door de MRE-gemeenten.
• De schaalsprong brengt sociaal-maatschappelijke uitdagingen met zich mee. Het voorzieningenniveau moet meegroeien met de behoeften van de inwoners. Volgens de MRE brengt de voorzieningengroei een urgente en significante investeringsopgave voor de MRE-gemeenten met zich mee. • In december 2023 startte de MRE met een regionale aanpak om inzichtelijk te maken wat de voorzieningenopgave is in relatie tot de regionale schaalsprong. Dit heeft mede geleid tot de afspraak in het Beethovenconvenant om samen met het Rijk een nadere verkenning ten behoeve van voorzieningen uit te voeren. Deze verkenning is onder ‘Situatie’ weergegeven en vormt een basiskader om tot meerjarige financieringsafspraken tussen het Rijk en de MRE te komen voor de zomer 2025. © 2025 Deloitte The Netherlands
2. Regiospecifieke kengetallen voor de behoefte aan voorzieningen waren bij het schrijven van deze eindrapportage in ontwikkeling. Met deze kengetallen kunnen voorzieningen worden berekend voor verschillende woonmilieus, om te voldoen aan de toekomstige bevolkingsgroei en woningbouwdoelen; 3. Quickscan naar bekostiging van het gewenste voorzieningenniveau met zowel gemeentelijke als niet-gemeentelijke middelen. De quickscan is bedoeld om eerste inzichten te verkrijgen, waardoor sommige bevindingen op een later moment nader kunnen worden ingevuld. De quickscan is het onderwerp van deze eindrapportage.
• De resultaten zijn daarbij verrijkt aan de hand van diverse vormen van onderzoek, waaronder (1) deskresearch, (2) interviews met experts binnen en buiten de regio, en (3) vragenlijsten aan en interviews met betrokken ambtenaren van de verschillende MREgemeenten.
Leeswijzer • Op sommige plaatsen wordt in deze eindrapportage gebruik gemaakt van een blok met overwegingen (zie hiervoor onderstaande afbeelding). • In het blok met overwegingen wordt een (nadere) toelichting of verdieping gegeven op de inhoud van de tekst, bijvoorbeeld over hoe bepaalde aannames geïnterpreteerd kunnen worden of welke aanbevelingen mogelijk zijn. Overwegingen Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen
7
02. Geschatte investeringsopgave voorzieningen
© 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen
8
02. Geschatte investeringsopgave voorzieningen | Framework van meervoudig sturen Het ‘Framework Meervoudig sturen’ onderscheidt een viertal rollen en biedt aanknopingspunten voor het vormgeven van de bredere sturingsopgave op de te realiseren voorzieningen, naast de investeringsopgave Overweging Sturen op afstand
Overheden kunnen vanuit verschillende rollen sturen op realisatie van opgaven, zoals de voorzieningenopgave in de MRE. De voorzieningenopgave MRE is niet alleen een investeringsopgave maar een bredere sturingsopgave waarbij het framework van ‘meervoudig sturen’ aanknopingspunten kan bieden voor de uitwerking daarvan. 1
Representatief/generiek
Vier rollen 1
2
3
4
Richting geven Kaderstellende instrumenten die de keuzes van partijen beïnvloeden (visies, interactieve planvorming, planoptimalisatie) Reguleren Juridische instrumenten die de mogelijkheden van partijen beperken of verminderen en tegelijkertijd sturen op prioriteiten (programmeren aan de hand van het omgevingsplan, Nota Voorzieningen) Verbinden Instrumenten die de samenwerking en (zelf)organisatie van partijen bespoedigen (ketensamenwerking, wervende coalitie, convenanten en akkoorden/deals) Stimuleren Instrumenten die (in)direct kosten/risico’s voor partijen verlagen (investeringen, subsidies, leningen), zoals financiële of fiscale instrumenten
1
2
Zachte sturing
Harde sturing
Communicatief/ relationeel
Juridisch /financieel
3
4
Sturen in overleg Participatief/specifiek
1 Verheul, Daamen, Hobma & Heurkens (2017)
© 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen
9
02. Geschatte investeringsopgave voorzieningen | Sturingsstrategieën De voorzieningenopgave in de MRE is zowel een programmeringsopgave als een investerings- en bekostigingsopgave, waarop de MRE-gemeenten kunnen sturen aan de hand van verschillende (uit te werken) sturingsstrategieën Analyse
Sturen op afstand
• De voorzieningenopgave in de MRE is zowel een (publiek/private) programmeringsopgave als een bekostigingsopgave.
Representatief/generiek
Commerciële exploitatie
• In het geval van programmering kan worden gedacht aan het beschikbaar stellen van ruimtelijke kaders, zoals het vaststellen van omgevingsplannen en het verlenen van omgevingsvergunningen. • In het geval van bekostiging zijn de gemeenten zelf verantwoordelijk voor de publieke bekostiging van de gewenste voorzieningen. In de praktijk betreft het hierbij ‘gemeentelijke’ voorzieningen die door de gemeente opgepakt worden, of die door de gemeenten worden afgewenteld op private partijen (zoals in het geval van kostenverhaal). • In bepaalde situaties kunnen de private sector en de publieke sector besluiten om gezamenlijk zorg te dragen voor de realisatie van voorzieningen, bijvoorbeeld met publiek-private samenwerking.
Programmering
Zachte sturing
Harde sturing
Communicatief/ relationeel
Juridisch /financieel
Bekostiging
Publieke bekostiging Sturen in overleg Participatief/specifiek
© 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen
10
02. Geschatte investeringsopgave voorzieningen | Scope voorzieningen investeringsopgave De Nulmeting van BRO kent een categorisering van voorzieningen; de MRE-gemeenten zijn verantwoordelijk voor de bekostiging van de ‘gemeentelijke’ voorzieningen, zoals scholen, sport, buurthuizen en bibliotheken Legenda*:
#
Type
Subtypen
Zorg en welzijn
Huisartspraktijk
Tandartspraktijk
Fysiotherapie
Apotheken
Buurthuizen
Onderwijs
Primair onderwijs
Voortgezet onderwijs
Speciaal primair onderwijs
Speciaal voortgez. onderwijs
Hoger onderwijs
Detailhandel
Supermarkt < 150m2
SuperSupermarkt markt 150-500 m2 > 500 m2
Overig dagelijks
Horeca
Restaurant
Café
Cafetaria
Cultuur en recreatie
Museum
Theater
Bibliotheek
Openbaar groen
Lokaal park
Groenpercentage
Recreatief water
Sport en spel
Sportveld
Sporthal
Stedelijk sportpark
Buitenschoolse opvang
Kinderdagverblijf
Drogist
Recreatief
Doelgericht
Koffiezaak
Lunchroom
Bezorgdienst
Hotel
Bioscoop
Casino
Commerciële recreatie
Zwembad
Overdekte speelplek
Speeltuin
Gastouders
Niet-gemeentelijk
Consultatiebureau
Verloskundige praktijk
Gemeentelijk
GGZ
Ziekenhuizen
Regionaal** (en niet-gemeentelijk)
Specialistische zorg
Nachtclubs
* Aanvullend op de Nulmeting uitgevoerd door BRO is door Deloitte een onderscheid gemaakt tussen niet-gemeentelijke en gemeentelijke investeringen (zie ook Bijlagen ‘A1. Analyse per type voorziening’ en ‘A2. Nadere analyse
totaaloverzicht van voorzieningen’), waarmee een nadere duiding gegeven wordt aan voorzieningen die de MRE-gemeenten eventueel gezamenlijk met private partijen zouden kunnen bekostigen; ** Dit betreffen voorzieningen die behoren tot de regionale, niet-gemeentelijke investeringsopgave. Deze niet-gemeentelijke voorzieningen zijn niet gekwantificeerd binnen de investeringsopgave, maar weergegeven in Bijlage ‘A4. Uitgangspunten investeringsopgave’. Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen 11 © 2025 Deloitte The Netherlands
02. Geschatte investeringsopgave voorzieningen | Uitgangspunten investeringsopgave De totale investeringsopgave is geschat op basis van drie scenario’s gebaseerd op de behoefteraming van BRO, diverse aannames over de indicatieve maatvoering per voorziening en gangbare bouwkosten en bijkomende kosten per m² BVO Uitgangspunten en variabelen De indicatieve schatting van de totale investeringsopgave is in overleg met de MRE opgesteld en betreft het gemiddelde van Scenario 1: Voorzieningenniveau 2040 op basis van extrapolatie van het huidige niveau, en Scenario 2: Voorzieningenniveau 2040 op basis van het landelijk gemiddelde, hierna: ‘Scenario 3’. De scenario’s zijn gebaseerd op de volgende uitgangspunten: Theoretische behoefte 2040 aantal voorzieningen o.b.v. 100.000 te realiseren woningen tot 2040: • Scenario 1: Een extrapolatie van het huidige voorzieningenniveau (peiljaar 2024), aangeleverd door BRO. De extrapolatie gaat uit van toevoeging van ongeveer 100.000 woningen tot 2040 binnen de MRE-gemeenten (zie 'Bijlage A3 – Woningbouwopgave’) 2. • Scenario 2: Een groei van het voorzieningenniveau in de MRE (tot 2040) naar het landelijk gemiddelde voorzieningenniveau. • Scenario 3: Een gemiddelde van Scenario 1 en Scenario 2. Disclaimers •
Voor alle aannames en verantwoording betreffende datakwaliteit omtrent de behoefte aan voorzieningen wordt verwezen naar de Nulmeting van BRO. Deloitte heeft geen werkzaamheden verricht ten aanzien van de juistheid, volledigheid of haalbaarheid van de door BRO gehanteerde aannames en de door haar opgestelde scenario’s in de Nulmeting.
•
Scenario’s 1 en 2 zijn opgesteld en aangeleverd door BRO. Op verzoek van MRE is Scenario 3 als gemiddelde van Scenario 1 en 2 door Deloitte toegepast. De scenario's houden geen rekening met de kwaliteit van bestaande voorzieningen, noch met demografische ontwikkelingen die de werkelijke behoefte ten opzichte van de extrapolatie kunnen beïnvloeden. Nader onderzoek naar regiospecifieke kengetallen per voorziening kan mogelijk een ander beeld opleveren. De woningbouwopgave volgt uit de ‘Opgave herijking woondeal - Ontwikkelstrategie ambitie 2022 tot 2040 (incl. knopen)’ (vastgesteld eind 2024). MRE-gemeenten kunnen gemeentespecifieke getallen hanteren die hiervan afwijken.
•
Indicatieve maatvoering (m²) gebruiksoppervlak (GBO) per voorziening: Op basis van ervaringen uit de dagelijkse vastgoedpraktijk is een indicatieve maatvoering in m² gehanteerd per X voorziening. Wanneer dergelijke ervaringen op het gebied van specifieke maatvoering ontbreken, is de metrage bepaald op basis van deskresearch en/of referenties uit vergelijkbare projecten.
Bouwkosten per m² bruto vloeroppervlak (BVO) per voorziening:
Grondkosten voorzieningen
De bouwkosten per m² BVO zijn gebaseerd op de directe bouwkosten, een opslagpercentage van 25,7% voor bijkomende kosten en X een vormfactor (GBO/BVO) per voorziening. De gehanteerde bouwkosten, bijkomende kosten en vormfactoren zijn afkomstig van BouwkostenKompas. De kengetallen hebben een prijspeil januari 2025, en zijn specifiek voor de regio Eindhoven.
Benadering grondkosten voor de te bebouwen kavels ten + behoeve van de voorzieningen, zoals toegelicht is in Bijlage ‘A6. Grondkostenberekening’.
=
Geschatte investeringsopgave
Zie bijlage A5 ‘Uitgangspunten geschatte investeringsopgave’ voor een totaaloverzicht van de investeringsopgaves met daarin een specificatie per voorziening. © 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen
12
02. Geschatte investeringsopgave voorzieningen | Afbakening investeringsopgave De geschatte investeringsopgave beperkt zich uitsluitend tot de fysieke investeringen in gebouwen en grond, waarbij onder meer de exploitatiekosten en subsidies buiten beschouwing zijn gelaten Afbakening van de geschatte investeringsopgave •
Exploitatiekosten die voortkomen uit het gebruik en onderhoud van voorzieningen, zijn uitdrukkelijk geen onderdeel van de schatting van de investeringsopgave.*
•
Exploitatiesubsidies kunnen mogelijk noodzakelijk zijn. Bepaalde voorzieningen die tot de niet-gemeentelijke investeringsopgave behoren, zullen mogelijk niet rendabel zijn, terwijl deze wel van maatschappelijk belang zijn en derhalve gerealiseerd dienen te worden. De exploitatiesubsidies van gemeenten zijn bedoeld om de onrendabele exploitatie te dekken. Deze subsidies ondersteunen de continuïteit van diensten in verschillende sectoren, zoals culturele instellingen en sociaal-maatschappelijke organisaties. Zonder exploitatiesubsidies zullen dergelijke voorzieningen waarschijnlijk niet gerealiseerd worden. Exploitatiesubsidies zijn geen onderdeel van de schatting.*
•
Investeringen in gemeentelijk groen, (zijnde het ‘groenpercentage’ binnen een gemeente, exclusief agrarische grond) worden verondersteld te worden bekostigd vanuit gebiedsontwikkelingen en maken dus geen deel uit van de schatting.
•
Regionale voorzieningen zijn geen onderdeel van de geschatte investeringsopgave in deze eindrapportage. Tot deze investeringsopgave behoren voorzieningen zoals ziekenhuizen, regionale parken en regionaal recreatief water, hoger onderwijs en specialistische voorzieningen (zie ‘Bijlage A5. Uitgangspunten geschatte investeringsopgave’). Dit betreffen doorgaans geen ‘gemeentelijke’ investeringen. −
BRO hanteert de categorie ‘Specialistische zorgcentra’, maar het is onduidelijk welke voorzieningen hierin zijn opgenomen. Hierdoor zouden eventuele ontbrekende voorzieningen kunnen leiden tot een hogere regionale investeringsopgave dan de indicatieve schatting uit ‘Bijlage A5. Uitgangspunten geschatte investeringsopgave’.
•
Personele en gemeentelijke apparaatskosten maken geen deel uit van de geschatte programmeringsopgave. Investeringen in voorzieningen voor de schaalsprong leiden mogelijk tot een extra belasting van het gemeentelijke apparaat. Dit kan leiden tot de noodzaak van extra personeel of het inschakelen van aanvullende expertise, zoals ruimtelijke adviseurs, alsmede gemoeide kosten.
•
Indexeringen maken geen deel uit van de geschatte investeringsopgave. Alle weergegeven bedragen zijn gebaseerd op het prijspeil van januari 2025. De investeringsopgave zal toenemen door prijsstijgingen die geïndexeerd moeten worden. Bijvoorbeeld, bij een gemiddelde realisatie van de voorzieningen over 7,5 jaar (van halverwege 2025 tot 2040) en een inflatie van 2,0% (conform de streefinflatie van de ECB), zal de geschatte investeringsopgave met ongeveer 16% toenemen.
•
Investeringen op het gebied van woningbouw, energie en infrastructuur zijn conform de afgesproken scope geen onderdeel van de analyse.
*Hoewel eventuele exploitatiekosten niet zijn opgenomen in de investeringsopgave, dienen deze kosten wel te worden gedragen door de MRE-gemeenten. Zie voor een uitgebreide toelichting op de verdieping op exploitatiekosten en – subsidies ‘Bijlage A7. Verdieping exploitatiekosten en –subsidies. © 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen
13
02. Geschatte investeringsopgave voorzieningen | Scenario’s De investeringsopgave wordt geschat op het gemiddelde van Scenario 1 en Scenario 2, namelijk ca. €2,8 miljard, waarvan ongeveer de helft ‘gemeentelijk’; dit bedrag wordt als uitgangspunt gebruikt in deze eindrapportage 1
Extrapolatie huidig voorzieningenniveau 0,1 0,0 0,2
2
Voorzieningenniveau o.b.v landelijk gemiddelde
3
Gemiddelde van de Scenario’s 1 en 2
0,3 0,0 0,3
0,2 0,1 0,2
0,6
0,4
0,2 0,3 0,1
0,0
0,6 1,0
0,2 0,3
0,2 0,1
0,1 0,0 0,2 0,2 Legenda
0,5
Circa € 1,8 miljard
1,3
Circa € 3,9 miljard
0,9
Circa € 2,8 miljard Uitgangspunt voor deze eindrapportage
Noot: Eventuele verschillen tussen de optellingen van de subtypen en het totaal zijn het gevolg van afrondingsverschillen. © 2025 Deloitte The Netherlands
Zorg en welzijn
Onderwijs
Detailhandel
Horeca
Cultuur en recreatie
Openbaar groen
Sport
Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen
14
02. Geschatte investeringsopgave voorzieningen | Indicatief overzicht investeringsopgave De investeringsopgave is in de MRE tot 2040 geschat op circa € 2,8 miljard (exclusief regionale voorzieningen), waarvan € 1,4 miljard (prijspeil januari 2025) tot de geschatte gemeentelijke investeringsopgave behoort Legenda*:
Indicatieve schatting investeringsopgave voorzieningen MRE (€ miljard)
Circa €2,8 miljard
0,9
0,2
0,2
Circa 48%
0,1
0,6
0,4
Gemeentelijk
0,2
Niet-gemeentelijk
0,1 0,2
Circa 52%
Gemeentelijke investeringsopgaven
Niet-gemeentelijke investeringsopgaven
• Op basis van de uitgangspunten die op pagina’s 12 en 13 zijn beschreven, bedraagt de geschatte investeringsopgave van de voorzieningen (waarvan de scope is toegelicht op p. 13) van de MRE ongeveer € 2,8 miljard. De MRE-gemeenten zijn verantwoordelijk voor circa 48% van deze opgave (€ 1,4 miljard).* De gemeentelijke opgave van ca. € 1,4 miljard is als volgt verdeeld (%) over de volgende thema’s: • Onderwijs: 64%, bestaande uit (speciaal) primair en voortgezet onderwijs; • Sport en spel: 15%, bestaande uit sporthallen, velden en complexen; • Cultuur en recreatie: 16%, bestaande uit musea, theaters en bibliotheken; • Zorg en welzijn: 4%, bestaande uit buurthuizen en consultatiebureaus; • Openbaar groen: <1%, bestaande uit inrichting van lokale parken (excl. grondkosten). Investeringen in het ‘groenpercentage’ zijn buiten beschouwing gelaten (zie p. 12 en 13).
• Naast de gemeentelijke investeringsopgave van ca. € 1,4 miljard dient de overige € 1,4 miljard (52%) te worden bekostigd door private en semi-publieke partijen. • De subtypen ‘Detailhandel’ en 'Horeca’ zijn in de praktijk niet-gemeentelijke investeringsopgaven. Daarnaast zijn sommige subtypen van de types ‘Cultuur en recreatie’ en ‘Sport en spel’, zoals casino’s en overdekte speelhallen, ook als niet-gemeentelijke investeringsopgave geclassificeerd. • Ook bij niet-gemeentelijke investeringsopgaven is publiek belang van betekenis, en is de gemeente verantwoordelijk voor het (ruimtelijk) programmeren van deze voorzieningen. Deze voorzieningen zijn echter niet altijd rendabel. Zoals op pagina 13 vermeld dienen gemeenten rekening te houden met mogelijke exploitatiesubsidies.
*Een vergelijkbare studie van REBEL voor de 17 grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties (juni 2024) levert bij 100.000 woningen een investeringsopgave van € 1,36 miljard op. Eventuele verschillen tussen de optellingen van de subcategorieën en het totaal zijn het gevolg van afrondingsverschillen. Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen © 2025 Deloitte The Netherlands
15
03. Investeringsgereedheid MRE-gemeenten
© 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen
16
03. Investeringsgereedheid MRE-gemeenten | Vragenlijst Met een vragenlijst die door de MRE is uitgezet onder de 21 MRE-gemeenten, is onderzocht in hoeverre de MREgemeenten ‘investeringsgereed’ zijn om de gemeentelijke investeringsopgave in voorzieningen te bekostigen Vragenlijst
Belangrijke aandachtspunten vanuit de MRE-gemeenten
•
In de periode 18 december 2024 tot en met 27 januari 2025 is door de MRE, in afstemming met Deloitte, een vragenlijst uitgezet onder de 21 MRE-gemeenten.
Bij de interpretatie van de resultaten van de vragenlijst dient rekening te worden gehouden met een aantal belangrijke aandachtspunten vanuit de MRE-gemeenten:
•
Met de vragenlijst is onderzocht in hoeverre de MRE-gemeenten investeringsgereed zijn om de gemeentelijke voorzieningen te bekostigen. Hierbij wordt louter uitgegaan van de investeringsplanning (en daarmee niet van de afgeleide kapitaallasten cq. afschrijvingen en rente).
•
Per ‘gemeentelijke voorziening’ (in totaal 15) zijn aan iedere MRE-gemeente de volgende vijf vragen gesteld:
•
1.
Houdt uw gemeente op dit moment al rekening met de toename van dit type voorziening in het kader van de schaalsprong? (ja/nee/deels);
2.
Zo ja, hoeveel voorzieningen? (#);
3.
Voor welk bedrag heeft uw gemeente (de groei van) dit type voorzieningen financieel begroot in de periode 2025-2028 (€, in meerjarenbegroting)?;
4.
Voor welk bedrag heeft u (de groei van) dit type voorzieningen financieel in beeld in de periode 2029 tot 2040? (€);
5.
In welk(e) document(en) ligt dit bedrag (vraag 4) vast?
De vragenlijst is door vertegenwoordigers van alle 21 MRE-gemeenten beantwoord.
© 2025 Deloitte The Netherlands
• Politieke, beleidsmatige en financiële keuzes: Aan de begroting van specifieke gemeentelijke voorzieningen liggen veelal politieke, beleidsmatige en financiële keuzes van de MRE-gemeenten ten grondslag, die hun prioritering van opgaven kunnen beïnvloeden. Dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat (aanvullende) investeringen in gemeentelijke voorzieningen ten koste gaan van andere investeringen, zoals die in het sociaal domein of het gemeentelijk apparaat. Daarbij kan worden gedacht aan het herstellen van achterstanden die zijn ontstaan, doordat onvoldoende is geïnvesteerd in bestaande voorzieningen, of dat opgebouwde reserves worden ingezet voor de bekostiging van voorzieningen. De mogelijke financiële gevolgen als gevolg van dergelijke keuzes worden niet weerspiegeld in de beantwoording van de vragenlijst. • Gedeelde voorzieningen: in bepaalde MRE-gemeenten worden specifieke gemeentelijke voorzieningen (zoals een zwembad, middelbare school of bibliotheek) gebruikt door inwoners uit nabijgelegen (MRE-)gemeenten, waardoor deze niet in alle gevallen zijn opgenomen in gemeentespecifieke begrotingen. • Capaciteit: de investering in voorzieningen voor de schaalsprong vereisen meer dan alleen financiële middelen; er is ook personele capaciteit nodig voor zowel de exploitatie van de voorzieningen als de interne gemeentelijke administratie, inclusief kennis en expertise.
Deze behoefte aan capaciteit vormt een extra (financiële) opgave en legt druk op het ambtelijk apparaat, terwijl dit niet wordt weerspiegeld in de beantwoording van de vragenlijst. Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen
17
03. Investeringsgereedheid MRE-gemeenten | Resultaten vragenlijst De MRE-gemeenten hebben gezamenlijk ca. € 0,3 miljard begroot van de geschatte, gemeentelijke investeringsopgave van € 1,4 miljard (prijspeil januari 2025) die bekostigd dient te worden
Investeringsgereedheid MRE (€ miljard.) Gemeentelijke investeringsopgave
1,4 -1,1
Reeds begroot
0,3
Inzichten
Inzichten
• Van de geschatte gemeentelijke investeringsopgave (€ 1,4 miljard op prijspeil januari 2025) is door de MRE-gemeenten € 0,3 miljard (21%) begroot voor de periode 2025 - 2028. • Het merendeel van de totale begrote investeringsopgave is bestemd voor Onderwijs. Cultuur en recreatie, openbaar groen en sport en spel kennen lagere begrotingen die grofweg gelijk zijn aan elkaar. Zorg en welzijn is door de respondenten het minst begroot. • Naast de begrote investeringsopgave hebben de MRE-gemeenten aangegeven dat de investeringsopgave tussen 2029 en 2040 weliswaar gedeeltelijk in beeld is, maar dat financiële middelen hiervoor in de praktijk veelal ontbreken. • Gezien de geschatte investeringsopgave en de reeds begrote voorzieningen resteert een investeringsopgave van (minstens) € 1,1 miljard (exclusief prijsstijgingen en de op pagina 13 genoemde afbakeningen) die nog geen onderdeel is van sluitende begrotingen.
• Alle 21 MRE-gemeenten hebben de vragenlijst ingevuld. 8 van de 14 MREgemeenten hebben binnen de vragenlijst aangegeven geen rekening te houden met de geschatte investeringsopgave in voorzieningen in het kader van de schaalsprong. • Veel MRE-gemeenten voeren momenteel (verkennende) gesprekken over de opgave ten aanzien van bepaalde voorzieningen (met name sport). • In bepaalde MRE-gemeenten is de woningbouwopgave minder groot. Derhalve geldt voor deze MRE-gemeenten een kleinere geschatte investeringsopgave voor voorzieningen. Dit verklaart mogelijk deels waarom bepaalde MRE-gemeenten hier (nog) niet of nauwelijks rekening mee hebben gehouden in hun begroting.
© 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen
18
04. Bekostigingssystematieken
© 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen
19
04. Bekostigingssystematieken | Indicatie bekostigingssystematieken Voor de gemeentelijke investeringsopgave is het de uitdaging om de opgave te koppelen aan bekostigingssystematieken, afhankelijk van de aard van de opgave en de passendheid en kansrijkheid van de bekostigingssystematiek
Zorg en welzijn
Openbaar groen
Buurthuizen, consultatiebureau
Lokaal park, groen percentage
Voorzieningen
Onderwijs Primair, voortgezet, speciaal primair, speciaal voortgezet
Cultuur en recreatie
Sport en spel
Museum, theater, bibliotheek
Bekostigingssystematieken*
Sportveld, sporthal, stedelijk sportpark, zwembad
Gemeentefondsuitkering
Fondsvorming
Kostenverhaal en financiële bijdragen
Subsidies en bijdragen van (hogere) overheden Publiek-private samenwerking
Belastingen en heffingen
Leningen
*Deze indicatieve, niet limitatieve inventarisatie van bekostigingssystematieken is gebaseerd op deskresearch en ervaringen uit de dagelijkse praktijk. © 2025 Deloitte The Netherlands
Eindrapportage | Quickscan bekostiging voorzieningen
20
04. Bekostigingssystematieken | Overzicht mogelijke bekostigingssystematieken
Mogelijk toepasbaar*
Een eerste beeld was dat de gemeentefondsuitkering, kostenverhaal en financiële bijdragen, subsidies en bijdragen, fondsvorming en publiek-private samenwerking mogelijk toepasbaar zijn als bekostigingssystematiek Type
Gericht op bekostiging van
Toelichting
Gemeentefondsuitkering
Publieke taken gemeente
De belangrijkste inkomstenbron voor gemeenten voor de algemene bekostiging van publieke taken en voorzieningen. Bij relatief sterke groei neemt de algemene uitkering toe, waarvoor een allocatiesystematiek kan worden uitgewerkt.
Kostenverhaal en financiële bijdragen
Openbaar nut (grijs, groen en blauw)
Methodiek onder de Omgevingswet waarbij de kosten van bepaalde ‘bovenwijkse’ of ‘stedelijke’ voorzieningen (deels) worden verhaald op projectontwikkelaars. Verhaalbare kostensoorten zijn met name infrastructureel van aard.
Subsidies en bijdragen
Afhankelijk van doel
Het verkrijgen van subsidies van provincies, het Rijk, of de Europese Unie voor specifieke projecten, inclusief eventuele specifiek regionale gelden.
Fondsvorming
Afhankelijk van doel
Het vormen van fondsen voor het bekostigen van bepaalde projecten of voorzieningen, waarin voornoemde typen bekostiging gecombineerd kunnen worden.