CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

A Ter kennisname geanonimiseerd

Gemeenteraad 11 november 2025, gemeente HelmondBij agendapunt: Ter kennisname28.965 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Inhoud (na 2030)

Beschrijving Uitgewerkt voorstel vanuit de voorzitter en secretaris met de aanbevelingen van organisatorische aard voor het LEO van 4 december 2025. In het advies ‘Opnieuw Verbonden’ staat het doel van 30% geluidsreductie in 2030 ten opzichte van 2019 opgenomen. De ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Defensie hebben voorgesteld om, bij het uitblijven van een nieuw Luchthavenbesluit, dit doel uit te werken met de medegebruiksvergunning. Dit vraagt de nodige uitwerking en hier wordt het LEO (en meer specifiek de werkgroep geluid) bij betrokken. Daarnaast worden de nog openstaande aanbevelingen uit ‘Opnieuw verbonden’ SMART gemaakt. We ontwikkelen een nieuwe toekomstvisie en agenda voor de periode na 2030. Hierbij sluiten we aan bij de systematiek die in ‘Opnieuw Verbonden’ is beschreven over het sturingsmodel geluid. Deze stap heeft samenhang met het traject van gemeenten en provincie om de meerwaarde van de luchthaven voor de regio te bepalen.

Staf Depla

Jelle van den Corput

Voorzitter LEO

Secretaris LEO

Bijlage -

Eindrapport Evaluatie Luchthaven Eindhoven Overleg – Opwaarts!

Pagina 2 van 2

Verslag

Partners

in verbetering

BMC RANDSTAD PROFESSIONAL

Rapport

Overleg Rijk Regio

Opwaarts!

Evaluatie Luchthaven Eindhoven

Overleg

Eindhoven Airport Classificatie

Vertrouwelijk Projectnummer

P0051332

Inhoudsopgave Kernboodschap​

1

Hoofdstuk 1 | Aanleiding, vraag en aanpak​

5

1.1 Aanleiding = het LEO is 5 jaar​

5

1.2 Doel is het functioneren van het LEO​

5

1.3 Onderzoeksaanpak​

6

1.4 Leeswijzer​

7

Hoofdstuk 2 | Het LEO: oorsprong, doelen, functies en structuur​

8

2.1 De oorsprong en hoofddoelstellingen van het LEO​

8

2.2 De vijf functies van het LEO​

9

2.3 De structuur van het LEO​

9

Hoofdstuk 3 | Bevindingen per kwadrant​

10

3.1 Motivatie: verlies aan waarde en werking​

10

3.2 Resultaten: die zijn er! Welke ook alweer?​

12

3.3 Interactie: Brabants, maar wel steeds stroever​

15

3.4 Organisatie: structuur verbeterd en tekort aan hulpbronnen​

17

3.5 Reflectie BMC​

19

Hoofdstuk 4 | Bevindingen inzake de aanbevelingen Van Geel​

20

4.1 Grote waardering voor het Van Geel traject​

20

4.2 Flink op dreef​

21

4.3 Reflectie BMC​

23

Hoofdstuk 5 | Bevindingen over wettelijke bepalingen (COVM & CRO)​

24

5.1 Adviserende rol en thematische reikwijdte van het LEO​

24

5.2 Reflectie BMC​

25

Hoofdstuk 6 | Bevindingen inzake agenda en veranderde tijden​

26

6.1 Thematische verbreding: gezondheid, leef- en luchtkwaliteit​

27

6.2 Verbinding met toekomstvisie en lange termijn​

27

6.3 Betrekken van nieuwe internationale relaties​

27

6.4 Reflectie BMC​

28

Hoofdstuk 7 | Conclusies​

29

7.1 Doel en kijkglas​

29

7.2 Functioneren overleg: effectieve netwerksamenwerking en professionele aanpak​

30

7.3 Status van de aanbevelingen​

32

7.4 Voldoet aan vrijwel alle wettelijke bepalingen​

33

7.5 Niet in ’Opnieuw verbonden’: relevante nieuwe inzichten en vooruitzichten​

33

Hoofdstuk 8 | BMC-aanbevelingen​

34

8.1 Introductie - het LEO-netwerk in relatie tot de bevoegde gezagen​

34

8.2 Herijk de agenda van het LEO​

35

8.3 Hervorm de overlegstructuur​

37

8.4 Vergroot de expliciete aandacht voor de interactie tussen leden​

39

8.5 Verbeter de realisatie door accent op de toegevoegde waarde van het LEO​

41

BMC, Opwaarts!

Bijlage 1 | Overzicht geraadpleegde documenten​

43

Bijlage 2 | Overzicht interviewees​

49

Bijlage 3 | Het functioneren van het LEO​

51

Bijlage 4 | Status aanbevelingen adviesrapport Van Geel​

69

Bijlage 5 | Overzicht taakomschrijving en chronologische reconstructie werkgroepen 2020 - 2025​

80

Bijlage 6 | Wettelijke conformiteit COVM-functie LEO​

96

​ ​ ​ ​ Dit document (inclusief eventuele bijlagen) is opgesteld door BMC en de (auteurs)rechten met betrekking tot de inhoud en het format van dit document berusten bij BMC. Dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de opdrachtgever en mag niet worden gepubliceerd of aan anderen ter beschikking worden gesteld zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van BMC.

BMC, Opwaarts!

Kernboodschap De kracht van het LEO Opwaarts!: Symbool voor het verlangen om verder te bouwen op wat al is bereikt. Om de goede dingen te behouden en met gerichte aanpassingen nog verder te komen. Dit document presenteert de bevindingen en aanbevelingen van de door BMC uitgevoerde evaluatie van het Luchthaven Eindhoven Overleg (LEO), in opdracht van het Overleg Rijk Regio Eindhoven Airport (ORREA). De afgelopen maanden hadden we het voorrecht om van dichtbij te observeren hoe de overheid, private sector, maatschappelijke organisaties en burgers samenkomen rond een complex en gevoelig dossier: het gebruik en de ontwikkeling van Luchthaven Eindhoven en de brede waaier aan thema’s die daarmee samenhangen. In openhartige gesprekken met bestuurders, ambtenaren, professionals en omwonenden - stuk voor stuk deskundig en betrokken bij het publieke belang - ontvouwde zich een rijk en gelaagd beeld van het overleg. Wat ons daarbij in het bijzonder opviel, is de veelzijdige kracht van het LEO. Die kracht rust op een stevig fundament dat werd gelegd tijdens het Van Geel-traject, en komt tot uiting in een sterk netwerk, een professionele organisatie, het hoge kennisniveau van de deelnemers en concrete, tastbare resultaten. Het LEO verdient erkenning als een platform waar diverse partijen, ondanks hun soms tegengestelde belangen, structureel met elkaar in dialoog blijven.

We merken dat deze gezamenlijke inspanning breed wordt gewaardeerd, vanwege de open informatie-uitwisseling en het gezamenlijk uitwerken van inhoudelijke voorstellen en adviezen. Daarmee biedt het LEO de formele besluitvormers - bevoegd gezag, de luchtmachtbasis en Eindhoven Airport - vernieuwende ideeën en maatschappelijke input. Het overleg levert zo een wezenlijke bijdrage aan zorgvuldige besluitvorming over de ontwikkeling van Eindhoven Airport, waarbij meervoudige waardecreatie centraal staat.

Het LEO op een kantelpunt De centrale conclusie van onze evaluatie is dat het LEO, ondanks de eerder benoemde kracht, op een kantelpunt staat. De oorspronkelijke energie is geleidelijk afgenomen door vertragingen in formele besluitvorming, met name het Luchthavenbesluit en MER, herhaalde technische discussies op inhoudelijke thema’s zoals geluidsberekeningen en -contouren, en een te grote focus op de overlast die gepaard gaat met de luchthaven(activiteiten). Wat begon als een constructieve dialoog, dreigt volgens deelnemers te verworden tot een "zero sum game", waarin winst voor de ene partij wordt gezien als een verlies voor de andere partij. Om de waarde van het overleg te behouden en het functioneren te versterken, zijn enkele gerichte aanpassingen nodig in de organisatie en de interactie tussen deelnemers van het LEO.

-1BMC, Opwaarts!

Hoofdbevindingen: analyse van de knelpunten Het LEO heeft zoals gezegd aantoonbare resultaten opgeleverd, die in dit rapport worden toegelicht. Tegelijkertijd hebben we ook een aantal knelpunten vastgesteld die de werking van het LEO belemmeren en leiden tot wisselende resultaten: ●​ Wisselende resultaten. Hoewel er mooie en concrete resultaten zijn geboekt, met name op het gebied van geluidsreductie, blijft de voortgang op thema's als klimaat, luchtkwaliteit en regionale meerwaarde achter. Successen worden bovendien onvoldoende gecommuniceerd, wat de motivatie van deelnemers en de externe perceptie van het LEO negatief beïnvloedt. ●​ Erosie van de "Van Geel-spirit", gekenmerkt door een gezamenlijke wil om tot een breed gedragen "package deal" te komen. Dit wordt gevoed door externe invloeden (vertraging in MER en Luchthavenbesluit) en een - zowel technische als emotionele - strijd over data: welke gegevens bieden een getrouwe weergave van “de werkelijkheid”? ●​ Onduidelijkheid over de rol en de positie van het LEO ten opzichte van formele besluitvormingsprocedures, taken en bevoegdheden van de bevoegde gezagen. Dit leidt tot onrealistische verwachtingen en het gevoel dat het LEO verwordt tot een "rituele dans". ●​ Organisatorische tekortkomingen: De huidige overlegstructuur mist resultaatgerichtheid en transparantie. De werkgroepen functioneren wisselend.

Opwaarts! Aanbevelingen voor het LEO Op basis van de analyse doen we een reeks samenhangende en stevige aanbevelingen, gericht op het herstellen van de motivatie, het verbeteren van de organisatie en interactie, en het vergroten van de tastbare resultaten. 1.​

Herijk (of stel bij) de agenda om de motivatie te versterken De huidige agenda, grotendeels gebaseerd op het advies van Van Geel, is niet meer volledig toereikend en mist een duidelijke langetermijnvisie (voorbij 2030). Een strategische herijking is cruciaal om het LEO weer richting en impact te geven. Fase 1: Operationaliseer en rond de openstaande Van Geel-aanbevelingen af (t/m 2030). ●​ Herijk de openstaande aanbevelingen uit het adviesrapport "Opnieuw Verbonden" van Pieter van Geel, die niet SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden) geformuleerd zijn. ●​ Stel een tijdelijke, slagvaardige projectgroep in om deze operationalisering voor het voorjaar van 2026 te realiseren. Dit legt een solide basis en voorkomt dat discussies over de toekomst worden gevoerd, terwijl de huidige afspraken nog niet zijn behaald. Fase 2: Ontwikkel een nieuwe toekomstvisie en jaaragenda voor de periode na 2030. ●​ Start rond 2027/2028 een nieuw proces om een geactualiseerde langetermijnvisie (bijvoorbeeld tot 2040) te ontwikkelen, gericht op het creëren van een duurzame balans tussen de belangen van de luchtvaart en het recht op een gezonde leefomgeving.

-2BMC, Opwaarts!

●​ Benader de onderhandelingen integraal en vanuit een multi-issue perspectief. Vermijd losse discussies over afzonderlijke thema's en zoek naar oplossingen waarbij de samenhang tussen economie, leefkwaliteit, defensie, wonen en ruimtelijke ordening centraal staat. ●​ Geef prioriteit aan nieuwe strategische thema's zoals de meerwaarde voor de Brainportregio, de militaire functie van de luchthaven en de relatie met de regionale schaalsprong (woningbouw en ruimtedruk). 2.​

Hervorm de overlegstructuur voor een betere organisatie De huidige structuur leidt tot onduidelijkheid en frustratie. Een heldere positionering en een meer doelgerichte werkwijze zijn essentieel. Expliciteer de rollen, taken en positie van het LEO. ●​ Breng de rol van het LEO binnen het formele beleidsproces helder in kaart, inclusief de relatie met bestuurlijke gremia als ORREA. Dit voorkomt misverstanden en doorbreekt de beeldvorming van "achterkamertjespolitiek". ●​ Maak de rollen en taken van alle LEO-deelnemers expliciet, zodat duidelijk is vanuit welke positie en verantwoordelijkheid iedereen bijdraagt. ●​ Schaf het presidium af en breng de agendavoorbereiding onder bij de voorzitter en secretaris. Dit vergroot de transparantie en vereenvoudigt de structuur. Versterk het resultaatgerichte karakter van het avonddeel: ●​ Behoud het informatieve middagdeel voor dialoog en kennisdeling. ●​ Transformeer het avondoverleg tot een platform waar concrete, voorbereide projectvoorstellen worden besproken, afgestemd en gemonitord.

3.​

Vergroot de expliciete aandacht voor de interactie tussen leden: ●​ Versterk de werking van het LEO door te investeren in relaties en een gedeelde kennisbasis. ○​ Stel uiterlijk eind 2025 een onafhankelijke facilitator aan voor een beperkte periode (bijvoorveeld 1 jaar). Deze facilitator richt zich op het verbeteren van de samenwerking, door bijvoorbeeld het ondersteunen en informeren over het opdrachtgericht samenwerken, versterken van zelfreflectie, en teambuilding bij de groep omwonenden. ○​ Pas "joint fact finding" (JFF) toe bij complexe dossiers zoals het sturingsmodel voor geluid. Door feiten, data en onderzoeksvragen gezamenlijk te definiëren, ontstaat een gedeeld begrip dat discussies over de betrouwbaarheid van gegevens voorkomt. ●​ Beperk de zittingsduur van leden om vernieuwing te stimuleren. ○​ Stimuleer de doorstroming van omwonendenvertegenwoordigers ten behoeve van vernieuwing, representatie en inclusie en schets een profiel voor alle LEO-deelnemers om de wisseling goed te begeleiden. ○​ Leg de regels voor roulerend lidmaatschap, benoemingstermijnen en profielen vast in het LEO-reglement.

-3BMC, Opwaarts!

4.​

Verbeter de realisatie door accent te leggen op de toegevoegde waarde van het LEO Het LEO moet evolueren naar een resultaatgericht platform dat meer tastbare en zichtbare resultaten boekt en hierover communiceert. ●​ Hervorm de werkgroepen naar tijdelijke projectgroepen. ○​ Beëindig vanaf 2026 de vaste werkgroepen en stap over op een jaarlijkse uitvoeringsagenda met afgebakende projecten. ○​ Stel per thema een tijdelijke projectgroep samen op basis van expertise en belangen, met een duidelijke (SMART) opdracht, scope, planning en budget. Dit zorgt voor meer focus, energie en impact. ●​ Communiceer actief over resultaten en de meerwaarde van het LEO. ○​ Maak behaalde successen zichtbaar voor zowel deelnemers als de buitenwereld om het leerproces en de motivatie te versterken. ○​ Zorg voor structurele terugkoppeling over wat er met de inbreng van LEO-deelnemers gebeurt. Dit verhoogt de transparantie en zorgt dat participatie als betekenisvol wordt ervaren.

-4BMC, Opwaarts!

Hoofdstuk 1 | Aanleiding, vraag en aanpak Hoe kunnen we het Luchthaven Eindhoven Overleg (LEO) doorontwikkelen, nu de aanvankelijke swung wat lijkt te zijn verdwenen? Deze centrale vraag vormt de kern van de evaluatie van het LEO. Het overleg is immers in het leven geroepen als platform voor dialoog, informatie-uitwisseling en samenwerking tussen een breed scala aan belanghebbenden rondom het gebruik en de ontwikkeling van Luchthaven Eindhoven. Daartoe behoren vertegenwoordigers van overheden, de luchthaven (militair en civiel), luchtvaartmaatschappijen, Defensie, omwonenden, maatschappelijke organisaties en andere relevante actoren.

1.1​

Aanleiding = het LEO is 5 jaar

Het LEO is officieel van start gegaan op 1 september 2020. Aanvankelijk bestond het uit twee kamers: de militaire COVM (Commissie Overleg & Voorlichting Milieuhygiëne Vliegbasis Eindhoven) en de civiele OEA (Kamer Ontwikkeling Eindhoven Airport). Op basis van een evaluatie van het initiële "inregeljaar" zijn deze twee kamers in 2022 formeel samengevoegd tot één LEO. Deze fusie maakt het mogelijk dat het LEO zich uitspreekt over ontwikkelingen met betrekking tot zowel Eindhoven Airport als de militaire vliegbasis. Deze evaluatie is in opdracht van het Overleg Rijk Regio Eindhoven Airport (ORREA) door ons uitgevoerd.

1.2​

Doel is het functioneren van het LEO

Het primaire doel van de evaluatie is het in beeld brengen van het functioneren van het LEO, de reeds behaalde resultaten en de kwaliteit van samenwerking tussen de betrokken partijen, om vervolgens aanbevelingen te doen ter versterking en doorontwikkeling van de overlegstructuur. Daarbij staan de volgende deelvragen centraal: 1.​ Hoe ervaren de leden van het LEO en andere betrokken partijen het functioneren van het overleg? 2.​ Wat is de huidige status van de aanbevelingen uit het rapport "Opnieuw Verbonden"? 3.​ In hoeverre voldoet het LEO aan de bepalingen voor COVM’s en CRO’s zoals vastgelegd in de wet- en regelgeving? 4.​ Welke ontwikkelingen en prioriteiten, niet genoemd in het rapport "Opnieuw Verbonden", hebben invloed op de toekomstige ontwikkeling en agenda van het LEO? Hoewel het LEO geen besluitvormend orgaan is, levert het met zijn voorstellen en adviezen wel een belangrijke bijdrage aan de besluitvorming door het bevoegd gezag, de luchtmachtbasis en Eindhoven Airport. Door een genuanceerd beeld te schetsen van de uiteenlopende belangen binnen het LEO en het functioneren ervan te evalueren, worden de knelpunten in de samenwerking zichtbaar. Onze analyse hanteert daarbij een positief-kritische benadering, met aandacht voor zowel de behaalde resultaten en de waardering van de deelnemers als de specifieke verbeterpunten.

Deze insteek helpt het gezamenlijke commitment vast te houden én te versterken als basis voor de doorontwikkeling van het overleg. We hebben er vertrouwen in dat deze evaluatie daarmee bijdraagt aan een transparanter en gedragen besluitvormingsproces – essentieel voor een toekomstbestendige luchthavenontwikkeling die recht doet aan alle betrokken belang(hebbend)en.

-5BMC, Opwaarts!

1.3 Onderzoeksaanpak Onze evaluatie is gebaseerd op een bureaustudie, inclusief een documentanalyse van het LEO reglement, jaarplannen/-verslagen, notulen van de algemene LEO-vergaderingen en werkgroepen en andere relevante stukken. Daarnaast hebben we semigestructureerde interviews gehouden met alle formele deelnemers van het LEO, om diepgaand inzicht te verkrijgen in hun percepties, ervaringen en suggesties met betrekking tot de centrale onderzoeksthema’s. Voor een volledig overzicht van de geraadpleegde documenten voor de bureaustudie en geïnterviewde deelnemers verwijzen we naar bijlagen 1 en 2. Bij de bureaustudie en interviews hebben we het ‘kijkglas’ voor succesvolle samenwerking van Twynstra Gudde gehanteerd. Dit kijkglas bestaat uit vier kwadranten die betrekking hebben op de 'motivatie' om samen te werken, de 'interactie' tijdens de samenwerking, de 'organisatie' van de samenwerking en dat wat de samenwerking concreet oplevert: de 'realisatie'. Deze vier kwadranten zijn verder uitgewerkt in 16 factoren, die de basis vormden voor de interviews in deze evaluatie: 1.​ Motivatie gaat over de motieven van de leden om betrokken te zijn bij het LEO: waarom werken we samen? Wat zijn onze gedeelde ambities en doelen? Ook de urgentie om samen op te trekken speelt hierin een belangrijke rol.

Motivatie is essentieel om commitment vast te houden en ervoor te zorgen dat iedereen actief bijdraagt aan het creëren van gezamenlijke meerwaarde. 2.​ Interactie heeft betrekking op de manier waarop deelnemers binnen het LEO met elkaar samenwerken, zowel tijdens de vergaderingen als in werkgroepen, waarbij de nadruk ligt op de zachte relationele aspecten. Het gaat daarbij ook om hoe de verschillende functies van het LEO worden ervaren: communicatie, informatie-uitwisseling, participatie, het gezamenlijk uitwerken van voorstellen en het geven van advies. Belangrijke vragen daarbij zijn: Is er sprake van gelijkwaardigheid tussen de partijen? Worden belangen open en helder uitgesproken, en verschillen in perspectief gewaardeerd? En: is de juiste expertise aanwezig om als een krachtig en effectief team te opereren? 3.​ Organisatie gaat in op de harde, structurele, aspecten van het LEO. Dit betreft de samenstelling van de overlegstructuur en het functioneren van de voorzitter, secretaris en het presidium. Daarnaast gaat het om de strategie, structuur en processen die de samenwerking ondersteunen. Er wordt onderzocht of uitbreiding met nieuwe partijen of aanpassing van de rolverdeling nodig is om de samenwerking optimaal te laten functioneren.

4.​ Resultaat gaat over de vraag of het LEO betekenisvolle resultaten oplevert voor alle betrokken partijen, en op welke manier die resultaten zichtbaar en concreet worden gemaakt. Zijn de afgesproken doelen gehaald? Worden er duidelijke resultaten geboekt die relevant zijn voor de betrokkenen? Dit onderdeel biedt de mogelijkheid om te reflecteren op successen en eventuele verbeterpunten te identificeren. We hebben een conceptversie van onze voorlopige bevindingen naar alle deelnemers van het LEO gestuurd en deze gepresenteerd tijdens de middagsessie van het LEO op 19 juni 2025. Naar aanleiding daarvan ontvingen

-6BMC, Opwaarts!

we van verschillende deelnemers feedback op diverse onderdelen van de notitie. De aangepaste notitie treft u aan in de bijlagen 3 t/m 6.

1.4​

Leeswijzer

De rest van het rapport is als volgt opgebouwd: ●​ Hoofdstuk 2 gaat in op de achtergrond, doelen, functie en structuur van het LEO. ●​ Hoofdstuk 3 presenteert de bevindingen per kwadrant (motivatie, resultaten, interactie, en organisatie), als gestructureerde evaluatie van het functioneren van het LEO. ●​ Hoofdstuk 4 gaat in op de voortgang rond de aanbevelingen van Van Geel. ●​ Hoofdstuk 5 behandelt de mate waarin het LEO voldoet aan de wettelijke bepalingen/regelingen rondom COVM's en CRO's. ●​ Hoofdstuk 6 richt zich op de agenda van het LEO in veranderende tijden. ●​ Hoofdstuk 7 bevat de beantwoording van de onderzoeksvragen. In vier paragrafen worden inzichten samengebracht en expliciete antwoorden geformuleerd. ●​ Hoofdstuk 8 sluit af met concrete aanbevelingen voor de toekomst.​

-7BMC, Opwaarts!

Hoofdstuk 2 | Het LEO: oorsprong, doelen, functies en structuur 2.1​

De oorsprong en hoofddoelstellingen van het LEO

Het LEO is een permanente overlegstructuur waarin verschillende belanghebbenden rondom Eindhoven Airport samenwerken. De oprichting van het LEO vindt zijn oorsprong in het traject dat Pieter van Geel tussen 2017 en 2019 heeft doorlopen: de Proefcasus Eindhoven Airport 2020–2030. In dit traject werd hij door de minister van Infrastructuur en Waterstaat aangesteld als onafhankelijk verkenner, met als opdracht het ontwikkelen van een toekomstperspectief voor de luchthaven. De centrale vraag daarbij was: hoe kan vanuit regionaal perspectief invulling worden gegeven aan de transitie naar een slimmere, duurzamere en meer op kwaliteit gerichte luchtvaart- en luchthavenontwikkeling? Dit resulteerde in een langetermijnvisie voor de periode tot 2030 en concrete voorstellen voor de korte termijn (tot 2023). Een centraal element in het adviesrapport van Van Geel, getiteld "Opnieuw Verbonden", was de oprichting van een permanente overlegstructuur: het LEO. Het primaire doel van het LEO is het continu en op passende wijze betrekken van de omgeving (omwonenden) en andere belanghebbenden bij besluitvormingsprocessen over het gebruik en de ontwikkeling van de luchthaven. Daarbij staat ook het bieden van betrouwbare en transparante informatievoorziening centraal.

Binnen het LEO staan de volgende doelstellingen centraal: 1.​ Actief sturen op vermindering van de geluidbelasting: Het LEO streeft naar een luchthaven die aanzienlijk minder geluid veroorzaakt – met als doel 30% reductie ten opzichte van 2019. Dit gebeurt niet langer via een limiet op het aantal vliegbewegingen, maar door te sturen op een vaste norm voor geluidbelasting. De grootste winst wordt verwacht van vlootvernieuwing, aangevuld met aanvullende hinderbeperkende maatregelen. 2.​ Structurele bijdrage aan de klimaatdoelstellingen: De luchthaven moet een actieve rol spelen in het behalen van klimaatdoelen, onder andere door de inzet van duurzame brandstoffen, regionale CO₂-compensatie en innovatieve technologieën. De luchthaven fungeert hierbij als proeftuin binnen het Brainport-ecosysteem, met oog voor samenwerking in de keten en regionale impact. 3.​ Verbetering van luchtkwaliteit en gezondheid: Hoewel de luchtkwaliteit rond de luchthaven voldoet aan wettelijke normen, zet het LEO in op verdere verbetering. Door het verminderen van stikstof- en (ultra)fijnstofuitstoot, en het toepassen van betrouwbare meetsystemen, ontstaat beter inzicht in gezondheidsrisico’s en kunnen deze worden meegewogen in besluitvorming.

4.​ Het bieden van meerwaarde voor de regio: De luchthaven moet niet gericht zijn op maximale groei, maar op meervoudige waardecreatie (maatschappelijk en economisch) binnen de geluidskaders. Dat betekent onder andere aansluiting bij de behoeften van de Brainportregio, stimulering van inkomend toerisme, samenwerking met onderwijsinstellingen en het creëren van regionale werkgelegenheid. 5.​ Het versterken van het vertrouwen vanuit de omgeving: Voor duurzame ontwikkeling is blijvende participatie van omwonenden en belanghebbenden essentieel. Het LEO biedt hiervoor een permanente overlegstructuur, waarbinnen wordt geadviseerd over beleid en operationele kwesties.

-8BMC, Opwaarts!

2.2​

De vijf functies van het LEO

Naast de hiervoor genoemde doelstellingen kent het LEO vijf functies: ●​ Communicatie: Gericht op het versterken van de informatievoorziening en betrokkenheid van deelnemers van het LEO. ●​ Informatie: Gericht op een eenduidige en onafhankelijke informatievoorziening over het gebruik van de luchthaven en de impact op de omgeving, onder andere via de website “Samen op de Hoogte”. ●​ Participatie: Het LEO fungeert als platform voor publieke participatie, onder meer door de betrokkenheid van vertegenwoordigers van omwonenden, de openbaarheid van vergaderingen en de mogelijkheid voor inwoners om in te spreken tijdens de avondbijeenkomsten. ●​ Gezamenlijk voorstellen uitwerken: Leden werken binnen verschillende werkgroepen aan inhoudelijke onderzoeken, voorstellen en adviezen over inhoudelijke thema’s die samenhangen met de doelstellingen. ●​ Adviseren: Via de onafhankelijk voorzitter brengt het LEO zowel gevraagd als ongevraagd advies uit aan de Ministeries van Defensie en Infrastructuur en Waterstaat, de luchtmachtbasis en Eindhoven Airport. Hoewel het LEO geen besluitvormend orgaan is, kan het via deze adviesfunctie wel degelijk invloed uitoefenen op de uiteindelijke besluitvorming rond de luchthaven.

2.3​

De structuur van het LEO

Om de hoofddoelen en functies te kunnen realiseren, heeft het LEO de volgende structuur ingericht: ●​ Leden: vertegenwoordigers van overheden, de luchthaven (militair en civiel), luchtvaartmaatschappijen, Defensie, omwonenden, maatschappelijke organisaties en andere actoren. ●​ Voorzitter: een onafhankelijk voorzitter die het overleg voorzit. ●​ Secretaris: Het LEO wordt ondersteund door de secretaris, die wordt geleverd door de stichting “Samen op de Hoogte”. ●​ Werkgroepen: Binnen het LEO functioneren diverse werkgroepen met wisselende samenstellingen. Zij bereiden onderzoeken, voorstellen en adviezen voor op inhoudelijke thema’s die aansluiten bij de doelstellingen van het overleg, zoals geluid, klimaat, luchtkwaliteit, gezondheid en regionale meerwaarde. ●​ Presidium: Het presidium bereidt de agenda voor de vergaderingen van het LEO voor, en voorziet in de procedure ter voorbereiding van de benoeming van de voorzitter. ●​ Middag- en avondvergaderingen: Het LEO komt viermaal per jaar bijeen. De bijeenkomsten bestaan uit een informatief middagprogramma en een avondgedeelte, waarin agendapunten over het gebruik en de ontwikkeling van de luchthaven worden behandeld — ter informatie, bespreking of advisering.

-9BMC, Opwaarts!

Hoofdstuk 3 | Bevindingen per kwadrant De samenwerking rond de luchthaven wordt gekenmerkt door uiteenlopende belangen, langdurige discussies en een complexe besluitvorming. Een BMC-snapshot van het LEO op 3 juni 2025: de motivatie van de leden wordt op de proef gesteld door de aanhoudende discussie over vliegen na 23.00 uur. De voorzitter krijgt de opdracht om tot overeenstemming te komen, maar die opdracht blijkt onuitvoerbaar. Onderzoeken stapelen zich op, terwijl bekende knelpunten blijven terugkeren zonder structurele oplossing. De luchtvaartpartijen (luchthaven en vliegmaatschappij) presenteren feitelijke verbeteringen, terwijl bewoners en milieuorganisaties hinder en gezondheidsrisico’s centraal stellen. Wethouders balanceren voortdurend tussen bestuurlijke verantwoordelijkheid en de belangen van hun inwoners. Ondanks een constructieve sfeer en een gezamenlijke bereidheid tot kennisdeling, blijven conflicterende belangen een bron van frictie binnen het overleg. In dit hoofdstuk staat de volgende deelvraag centraal: Hoe ervaren de leden van het LEO en andere betrokken partijen het functioneren van het overleg?

3.1​

Motivatie: verlies aan waarde en werking

Tegengestelde belangen waren er al en zijn er nog In theorie vormen het advies van Van Geel, inclusief de daarin opgenomen doelstellingen, aanbevelingen en de horizon richting 2030, de gezamenlijke ambitie van het LEO. Hoewel dit advies een formele basis biedt voor het overleg, blijkt uit de interviews dat deze gezamenlijke ambitie in de praktijk slechts beperkt wordt gedeeld. Binnen het LEO klinken de (veronderstelde) tegengestelde belangen van individuele leden vaak sterker door dan de collectieve stip op de horizon. Met name de interpretatie en concretisering van onderdelen van het Van Geel-advies – zoals het nieuwe sturingsmodel voor geluid en de onderliggende aannames over vliegtuigdata en rekenmodellen – leiden tot uiteenlopende opvattingen, wat de onderlinge verhoudingen onder druk zet. Een meerderheid van de leden ervaart een fundamentele spanning tussen het streven naar groei in vliegbewegingen en het beperken van hinder voor omwonenden en schade aan de natuur. Dit wordt door hen als volgt uitgelegd: ●​ Enerzijds zijn er partijen zoals de luchthaven, luchtvaartmaatschappijen en Defensie, die primair gericht zijn op economische groei, bereikbaarheid, toerisme of ruimte voor militaire activiteiten. Vanuit dit perspectief streven zij naar een toename van het aantal vliegbewegingen door innovatie en het behoud van bestaande openingstijden.

●​ Anderzijds worden omwonenden en milieuorganisaties gezien als belanghebbenden die hinder van luchthavenactiviteiten ervaren, zoals geluidsoverlast en luchtvervuiling, wat hun zorgen over gezondheid en leefkwaliteit vergroot. Binnen deze groep zijn ook stemmen die vinden dat de luchthaven al te groot is en dat de activiteiten niet passen binnen een duurzame, gezonde leefomgeving en bredere

- 10 BMC, Opwaarts!

maatschappelijke doelen. Vanuit dit standpunt wordt gepleit voor een substantiële krimp van de luchthavenactiviteiten. De ervaren belangentegenstellingen komen onder andere tot uiting in discussies over het nieuwe sturingsmodel geluid, het aantal vliegbewegingen aan de randen van de dag, de openingstijden van de luchthaven op zondag, en de vraag in hoeverre de luchthaven daadwerkelijk meerwaarde biedt voor de regio. Dit betekent echter niet dat de deelnemers aan het LEO, waaronder Luchthaven Eindhoven en de luchtvaartmaatschappijen, zich niet inzetten om de hinder voor omwonenden te beperken en bij te dragen aan een gezondere leefomgeving. Door innovaties zoals vlootvernieuwing en het gebruik van duurzame brandstoffen (SAF) wordt er concreet gewerkt aan het verminderen van geluidsoverlast en uitstoot. Binnen het Van Geel-proces heeft bovendien een zorgvuldige belangenafweging en onderhandeling plaatsgevonden, waarbij alle partijen compromissen hebben gesloten. Tot slot zijn binnen het LEO in de afgelopen jaren al concrete resultaten behaald, waaraan de luchtvaartsector aantoonbaar een belangrijke bijdrage heeft geleverd (zie paragraaf 2.2).

​ ​ De genoemde en ervaren belangentegenstellingen weerspiegelen de complexe afweging tussen economische ontwikkeling en groei en de kwaliteit van de leefomgeving – een spanningsveld waarin de betrokken partijen voortdurend hun positie zoeken. In de praktijk wordt het LEO door veel geïnterviewden dan ook eerder gezien als een overlegtafel voor deze tegengestelde belangen ("belangentafel") dan als een platform met een daadwerkelijk gedeelde ambitie en doelstellingen. De belangen van de betrokken partijen lijken in de praktijk moeilijk verenigbaar, waardoor volgens sommige deelnemers sprake is van een zogenoemde "zero sum game": winst voor de één wordt automatisch gezien als verlies voor de ander. De verdeeldheid en botsende belangen leiden ertoe dat de deelnemers van het LEO vasthouden aan hun eigen standpunten, wat het overleg laat verzanden in discussies over technische details. Dit belemmert echte samenwerking en concrete voortgang.

Rollen en verantwoordelijkheden van overheden Overheden zijn verantwoordelijk voor de afweging van verschillende deelbelangen vanuit hun politiek-bestuurlijke en maatschappelijke rol, waaronder het Ministerie van I&W, de gemeente Eindhoven, provincie Noord-Brabant en de randgemeenten: 1.​ Het Ministerie van I&W is bevoegd gezag. Het ministerie heeft zich gecommitteerd aan de uitwerking en implementatie van het Van Geel-advies, waarin een zorgvuldige belangenafweging is gemaakt. Vertegenwoordigers van I&W signaleren dat lokale politici in de praktijk vaak sterk beïnvloed worden door de meest vocale groepen in de samenleving, met name bewoners die zich uitspreken tegen groei in vliegbewegingen. Hierdoor dreigen economische belangen en de bredere meerwaarde van de luchthaven onderbelicht te blijven in de LEO-discussies. Vanuit het ministerie wordt benadrukt dat het

- 11 BMC, Opwaarts!

van belang is dat lokale bestuurders hun bestuurlijke verantwoordelijkheid nemen door álle belangen – inclusief de economische – mee te laten wegen in hun overwegingen. 2.​ Het Ministerie van Defensie is eveneens bevoegd gezag en vervult een centrale rol op en rond Luchthaven Eindhoven, met Vliegbasis Eindhoven als strategisch knooppunt binnen de Koninklijke Luchtmacht. Als structurele en operationele partner werkt Defensie nauw samen met civiele partijen, waarbij afstemming nodig is over vliegbewegingen, gebruik van infrastructuur en veiligheidsprotocollen. De COVM-functie informeert de omgeving over ontwikkelingen en milieuaspecten ten aanzien van de luchthaven. De basis huisvest het Air Mobility Command, dat wereldwijd militair luchttransport, humanitaire missies en speciale opdrachten uitvoert. Dankzij het gemengde civiel-militaire karakter stelt Defensie haar infrastructuur beschikbaar voor commerciële vluchten via Eindhoven Airport, op basis van een medegebruikersvergunning. 3.​ De gemeente Eindhoven heeft een dubbele rol: als aandeelhouder van Eindhoven Airport en als omliggende gemeente. Wethouders zoeken de balans tussen de baten en lasten van de luchthaven voor de regio. Dit vraagt om het integraal afwegen van uiteenlopende belangen, zoals duurzaamheid, gezondheid, woonaantrekkelijkheid en werkgelegenheid.

4.​ De provincie Noord-Brabant, als mede-aandeelhouder van de luchthaven, bevindt zich net als de gemeente Eindhoven in een spagaat: aan de ene kant behartigt zij de belangen van de luchthaven als 'ondernemer', terwijl ze aan de andere kant ook de belangen van de omliggende gemeenten, met name op het gebied van overlast en milieu, dient. Zowel de provincie als de gemeente Eindhoven hebben hun standpunt ten opzichte van de groei van Eindhoven Airport in de loop van de tijd aanzienlijk veranderd: de inzet op (snelle) groei is bij deze partijen verdwenen. 5.​ De randgemeenten beschouwen het behartigen van het regionale belang als hun hoofdrol en streven ernaar om individuele gemeentelijke standpunten op dit vlak daaraan ondergeschikt te maken. Het advies van Van Geel geldt hierbij als leidraad en vormt een fundamentele afspraak die door hun gemeenteraden is onderschreven. Dit advies gaat nadrukkelijk verder dan hinderbeperking alleen, en omvat ook bredere thema’s zoals gezondheid, duurzaamheid en regionale samenhang. In de praktijk ligt de nadruk vaak op het vertegenwoordigen van de belangen van de eigen inwoners. De randgemeenten nemen deel aan de overleggen met bijzondere aandacht voor leefkwaliteit, waaronder geluidsbelasting en fijnstof.

Zij erkennen dat deze lokale belangen in veel gevallen zwaarder wegen dan sociaal-economische afwegingen of de positionering van de luchthaven binnen het bredere regionale perspectief. Dit spanningsveld tussen lokale prioriteiten en regionale doelstellingen vormt een terugkerend aandachtspunt binnen hun positie in het overleg.

3.2​

Resultaten: die zijn er! Welke ook alweer?

De voortgang en uitdagingen rondom de luchthaven van Eindhoven omvatten diverse beleidsterreinen, met wisselende resultaten en percepties onder de betrokken partijen.

- 12 BMC, Opwaarts!

Vermindering van geluidsbelasting Op het gebied van het actief terugdringen van geluidsbelasting is de meeste vooruitgang geboekt, waarbij de werkgroep Geluid als meest effectief wordt ervaren. Het regionaal geluidsmeetnet is grotendeels geïnstalleerd, maar enkele meetpalen moeten nog verplaatst worden en het meten versus berekenen moet nog systematisch plaatsvinden volgens omwonenden. Per 1 januari 2025 is NADP1 de standaard startprocedure voor vliegtuigen, wat naar verwachting het geluid zal verminderen. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan het terugdringen van vluchten na 23.00 uur, terwijl oorzaken van late vluchten worden geanalyseerd en mitigerende maatregelen worden voorgesteld. Vlootvernieuwing blijft een belangrijke strategie voor geluidsreductie, waarbij Transavia nieuwe toestellen aanschaft en de luchtvaartsector inzet op stillere vliegtuigen, hoewel het aandeel vernieuwde vloot mogelijk lager uitvalt dan aanvankelijk verwacht. Route-optimalisatie wordt besproken binnen het LEO, met aandacht voor transparante communicatie richting omwonenden, maar de procedure voor burgerinitiatieven functioneert nog niet optimaal. Het doel is om de 35 Ke-geluidscontour voor 2030 met 30% te verkleinen, al bestaat scepsis bij omwonenden over het daadwerkelijke effect.

Het Regionaal Informatiecentrum (RIC) is opgericht in 2023, en het nieuwe sturingsmodel voor geluid wordt ontwikkeld, maar de herziening van het luchthavenbesluit loopt vertraging op. Daarnaast heeft het LEO speciale aandacht voor schrijnende gevallen van geluidshinder, waarvan drie inmiddels zijn uitgekocht en een vierde nog in onderhandeling is.

Structurele bijdrage aan de klimaatdoelstellingen In tegenstelling tot geluid wordt de werkgroep Klimaat als 'zieltogend' ervaren, met beperkte invloed en resultaten. Initatieven om klimaatdoelstellingen te bereiken zijn na Van Geel met name op Europees en nationaal niveau geregeld, zoals het EU ETS-systeem, nationale vliegtax en verplichte SAF-bijmenging. Eindhoven Airport sluit aan op Europese en nationale wetgeving en regelingen en onderzoekt de mogelijkheden voor extra bijmenging binnen het streng gereguleerde wettelijke kader. Volgens vertegenwoordigers van de werkgroep Klimaat zijn de meeste aanbevelingen uit het rapport van Van Geel inmiddels afgerond of bleken in de praktijk niet uitvoerbaar. Hierover is anderhalf jaar geleden gerapporteerd aan het LEO. Initiatieven zoals onderzoek naar biobrandstoffen, lobbyactiviteiten voor het inzetten van de nationale vliegtaks voor duurzame brandstoffen en compensatieprojecten hebben niet geleid tot concrete resultaten. Sinds de afronding zijn kennisontwikkeling en onderlinge uitwisseling van informatie de belangrijkste bestaansredenen van de werkgroep, maar er zijn geen daadwerkelijke acties meer volgens de werkgroep. Desondanks is het onderwerp klimaat in de tussentijd nog belangrijker geworden. Er zijn overwegingen om de werkgroep samen te voegen met de werkgroep Gezondheid.

De raakvlakken met “uitstootactiviteiten” worden hierbij specifiek genoemd.

Verbetering van luchtkwaliteit en gezondheid Deelnemers geven aan dat de doelstelling ”verbetering van de luchtkwaliteit” binnen het LEO relatief minder aandacht krijgt. De werkgroep Gezondheid zoekt actief samenwerking met andere werkgroepen en pakt zelfstandig gezondheidsonderwerpen op die niet onder de taakomschrijving van andere werkgroepen vallen. ​

- 13 BMC, Opwaarts!

In samenwerking met de GGD en het RIVM wordt gekeken naar gezondheidseffecten zoals slaapverstoring, en gewerkt aan het ontwikkelen van effectieve monitoringsmethoden voor luchtkwaliteit en gezondheid. De GGD voert periodiek (elke 3 à 4 jaar) een belevingsonderzoek uit onder omwonenden om inzicht te krijgen in de ervaren hinder. Het eerste onderzoek vond plaats in 2024, en de resultaten zijn officieel gepresenteerd en openbaar gemaakt. De werkgroep zet kennis en expertise in voor projecten die gefinancierd worden vanuit het Gezondheidswinstfonds. Daarnaast is er onderzoek gedaan naar blootstelling aan ultrafijnstof en de mogelijke gevolgen daarvan. Rondom Luchthaven Eindhoven is een regionaal meetnet voor luchtkwaliteit ingericht, gericht op stoffen zoals ultrafijnstof, stikstofoxiden (NOx) en fijnstof (PM10 en PM2.5). Hoewel de meetresultaten waardevol zijn voor een actueel beeld van de lokale luchtkwaliteit, voldoen ze niet aan de specifieke (Europese) meetstandaarden die vereist zijn voor juridische toetsing. Enkele vertegenwoordigers van omwonenden geven aan dat het meetnet momenteel nog niet volledig operationeel is.

Meerwaarde voor de regio De doelstelling 'meerwaarde bieden voor de regio' wordt door veel leden gezien als van groot belang, maar de aandacht ervoor en de resultaten vindt men onvoldoende. Voor bedrijven zoals Brainport en VNO-NCW is de luchthaven van fundamenteel belang voor de arbeidsmarkt en het werven van talent voor de high-tech- en maakindustrie, en draagt daarmee bij aan de concurrentiekracht van de regio. Het actief uitdragen en versterken van deze meerwaarde is dan ook essentieel om de positie van het LEO als platform voor meervoudige waardecreatie te borgen en te voorkomen dat het ten onrechte wordt gereduceerd tot een “klaagclubje”. Er is kritiek op de nadruk die Eindhoven Airport legt op vakantievluchten, terwijl de ontwikkeling van zakelijke connectiviteit achterblijft. Daarnaast wordt het gemis aan actieve profilering en promotie van de regio vanuit de luchthaven als een gemiste kans gezien.

Het versterken van de interactie Het traject en het advies van Pieter van Geel hebben in de beginfase een belangrijke basis gelegd voor samenwerking en inhoudelijke afstemming binnen het LEO. Volgens deelnemers vervult het LEO een centrale rol in het faciliteren van dialoog tussen partijen met uiteenlopende belangen, doordat het een structureel platform biedt voor overleg. De informele middagsessies, gezamenlijke maaltijden en de samenwerking binnen met name de werkgroepen Geluid en Klimaat worden gewaardeerd als elementen die bijdragen aan een constructieve sfeer. Ook de concrete voortgang op inhoudelijke thema’s draagt bij aan de functionele werking van het overleg. Tegelijkertijd zijn er knelpunten die de effectiviteit van het LEO beïnvloeden. De vertraging van het Luchthavenbesluit en de MER-procedure wordt door omwonenden als belastend ervaren en roept vragen op over de voortgang. Daarnaast zorgen het ontbreken van formele invloed, onduidelijkheid over mandaten, het sturingsmodel geluid en vermeende groeiplannen van de luchthaven voor spanningen in de beeldvorming. Sommige deelnemers ervaren belemmeringen in hun deelname aan het overleg, onder andere door beperkte communicatie vanuit ministeries zoals I&W en Defensie en een gebrek aan ondersteuning voor bewonersvertegenwoordigers. Dit kan ertoe leiden dat niet iedereen zich even goed in staat voelt om actief bij te

- 14 BMC, Opwaarts!

dragen. In enkele gevallen leidt dit tot terughoudendheid in participatie en wordt gewezen op het risico dat discussies zich kunnen verplaatsen naar juridische trajecten.

3.3​

Interactie: Brabants, maar wel steeds stroever

Groeiende ergernis De ‘Van Geel-spirit’ brokkelt af door vertragingen, spanningen en verlies van energie bij de leden. Waar de middag nog nuance biedt en waardering krijgt, groeit de ergernis over de avondvergadering. Het LEO, overlegorgaan zonder mandaat, worstelt met zijn rol en belandt in een bredere impasse: hinderbeperking versus economische en militaire groei. Modellen worden betwist, juridische stappen lonken.

Vijf functies van het LEO De wijze waarop het LEO zijn functies in de praktijk invult, laat een wisselend beeld zien. De uitvoering en effectiviteit verschillen per onderdeel, met opvallende verschillen in beleving en in de mate van zichtbare resultaten: ●​ Intern worden de communicatie en informatievoorziening binnen het LEO over het algemeen als goed en bereikbaar ervaren. Naar buiten toe zijn de communicatie en informatievoorziening beperkt en ontoereikend. Weinig mensen weten van het bestaan van het LEO, successen worden onvoldoende gedeeld, en de informatie op de website 'Samen op de Hoogte' wordt als mogelijk gekleurd ervaren. ​ De werkgroep Communicatie is zoekende naar haar rol en mist aansluiting bij andere werkgroepen. ●​ De participatie van de LEO-leden wordt als goed beoordeeld, met ruimte voor debat, al zijn er kanttekeningen over de beperkte betrokkenheid van zakelijke partijen (bijvoorbeeld: VNO-NCW, Brainport Development) en het onvoldoende benutten van inspraakmogelijkheden. De participatie vanuit de bredere omgeving blijft beperkt. Veel omwonenden ervaren hun invloed als onvoldoende en typeren het overleg als weinig doeltreffend, met termen als "tandloos" en "bezigheidstherapie". Dit leidt tot groeiende frustratie en vermoeidheid onder de betrokkenen. Van de groep omwonenden zijn het vooral de kritische inwoners die participeren.

●​ Het gezamenlijk opstellen van voorstellen binnen de werkgroepen getuigt van grote persoonlijke inzet, maar leidt slechts in beperkte mate tot tastbare resultaten en concrete beleidsveranderingen. De afzonderlijke werkgroepen functioneren vaak los van elkaar, waardoor samenhang tussen inhoudelijke thema’s ontbreekt. Hoewel er voorbeelden van succes zijn, zoals het meetnet geluid en stijgingsprocedures, worden de werkgroepen gehinderd door onduidelijke mandaten, en een tekort aan secretariële ondersteuning en budgetten voor onderzoek. Deze structurele knelpunten, gecombineerd met de hoge werkdruk voor voorzitters en omwonendenvertegenwoordigers van de werkgroepen,

- 15 BMC, Opwaarts!

ondermijnen de effectiviteit en leiden tot frustratie en bij de laatstgenoemden het gevoel dat zij "toch niets kunnen veranderen". ●​ De adviserende rol van het LEO, via de onafhankelijke voorzitter, richt zich op formele besluitvormingstrajecten. Het opstellen van één gezamenlijk LEO-advies is lastig door fundamentele belangentegenstellingen, waardoor vaak een rapport met gedeelde standpunten én een addendum met afwijkende posities wordt gepresenteerd. Ongevraagd advies komt zelden voor.

LEO & bestuurlijk overleg Het bestuurlijk overleg ORREA (Overleg Rijk Regio Eindhoven Airport) fungeert als het centrale platform voor formele besluitvorming en beleidsafstemming op strategisch niveau over het gebruik en de ontwikkeling van de luchthaven. Binnen dit overleg komen vertegenwoordigers van de Ministeries van Defensie en Infrastructuur & Waterstaat, aandeelhouders zoals de provincie Noord-Brabant en de gemeente Eindhoven, en omliggende randgemeenten samen. Er is onduidelijkheid bij vertegenwoordigers van omwonenden over de wisselwerking tussen het LEO en het ORREA. Zij hebben naar eigen zeggen vaak geen inzicht in wat er vanuit het LEO naar dit overleg wordt doorgestuurd, wat er precies besproken wordt en hoe de inbreng van het LEO wordt meegenomen in beleidsvorming. Sommige leden vernemen pas maanden later via informele kanalen wat er in het bestuurlijk overleg is besproken en/of besloten. Dit gebrek aan transparantie en inzicht voedt de perceptie dat het LEO een "rituele dans" is, waarin besluitvorming te veel plaatsvindt achter gesloten deuren.

De LEO vergaderingen: middag- en avondvergaderingen De meeste geïnterviewden geven aan dat de informele middagsessies en gezamenlijke maaltijden bijdragen aan een positieve sfeer, het versterken van onderlinge relaties en het stimuleren van informatie-uitwisseling tussen deelnemers. De avondvergaderingen worden als goed voorbereid en geleid ervaren. De leden merken op dat het proces stroef verloopt door de uiteenlopende belangen van betrokken partijen. Dossiers blijven hangen, standpunten worden vooral naast elkaar gelegd, en de voorzitter staat voor de onmogelijke opgave om hier duidelijke conclusies uit te trekken. Hierdoor ontstaat stilstand en blijft overeenstemming uit. Het uitblijven van het Luchthavenbesluit draagt hieraan bij. De houding van de Rijksoverheid, met name Defensie en het Ministerie van I&W, wordt als een obstakel ervaren: Defensie is afstandelijk en I&W wordt sinds de kabinetswisseling als terughoudend en pro-luchtvaart beschouwd.

Het functioneren van de werkgroepen: waardering en uitdagingen De werkgroepen van het LEO worden door de deelnemers gewaardeerd als een effectief middel om inhoudelijke thema’s te verdiepen en de samenwerking tussen de verschillende partijen te bevorderen. De voornaamste kracht ligt in het openhouden van de dialoog, zelfs wanneer directe oplossingen niet direct

- 16 BMC, Opwaarts!

voorhanden zijn. Dit zorgt ervoor dat partijen aan tafel blijven, met elkaar in gesprek gaan en informatie uitwisselen over complexe materie. De LEO-structuur wordt dan ook als een uniek overlegplatform gezien voor het samenbrengen van diverse perspectieven en het creëren van wederzijds begrip tussen deelnemers. De betrokkenheid van zowel wethouders als ambtenaren is hoog en de samenwerking wordt als positief ervaren. De grondige voorbereiding van de randgemeenten draagt bovendien bij aan een inhoudelijke inbreng. Binnen het LEO wordt van de werkgroepen verwacht dat zij inhoudelijke verdieping bieden en concrete voorstellen opleveren, maar in de praktijk stuiten zij op verschillende uitdagingen. Veel werkgroepen worstelen met onduidelijke mandaten, vage doelstellingen en ontbrekende planningen, waardoor ze eerder als informele "praatgroepen" dan als taakgerichte organen worden ervaren. Ze opereren vaak geïsoleerd, wat een integrale aanpak bemoeilijkt. Door het gebrek aan structuur en ondersteuning – zoals secretariële hulp en onderzoeksbudgetten – ligt de verantwoordelijkheid grotendeels bij vrijwilligers en voorzitters die deze rol er vaak ‘bij’ doen, zonder extra capaciteit of mandaat. Dit leidt tot hoge werkdruk en frustratie, vooral bij vertegenwoordigers van omwonenden, die zich doorgaans goed voorbereiden maar ervaren dat hun inbreng onvoldoende wordt meegenomen.

Het gevoel weinig te kunnen veranderen zorgt bij sommigen voor uitputting of afhaken, en deelname wordt door meerdere deelnemers soms eerder als verplichting dan als waardevolle bijdrage gezien. Daarnaast wordt de betrokkenheid van partijen als Defensie en I&W door sommigen als beperkt of afstandelijk ervaren, wat de effectiviteit en beleidsdoorwerking ondermijnt. Het opstellen van inhoudelijke adviezen verloopt moeizaam door uiteenlopende belangen en het uitblijven van consensus, waarbij de adviesrol van de voorzitter soms wordt gezien als manier om impasses te doorbreken.

3.4​

Organisatie: structuur verbeterd en tekort aan hulpbronnen

Voorzitter De leden van het LEO zijn over het algemeen positief over de onafhankelijkheid van de voorzitter, zijn manier van vergaderingen leiden en zijn bijdrage aan de totstandkoming van adviezen richting het bevoegd gezag, de luchtmachtbasis en Eindhoven Airport. Zij ervaren hem als een persoon met de juiste senioriteit, bestuurlijke ervaring, verbindend vermogen, neutraliteit, pragmatisme en doorzettingskracht. Volgens de leden zorgt de voorzitter ervoor dat iedereen aan het woord komt, vat hij de discussies helder samen en weegt hij de verschillende belangen op evenwichtige wijze af. Enkele geïnterviewden geven aan dat het optreden van de voorzitter nog aan kracht kan winnen, met name in de omgang met tegengestelde belangen en de vaak complexe dynamiek tijdens avondvergaderingen. Volgens sommigen nemen bepaalde omwonenden onevenredig veel ruimte in of vertonen storend gedrag, wat een negatieve sfeer creëert en leidt tot frustratie bij andere deelnemers én de voorzitter zelf. Daarnaast hebben sommigen behoefte aan een meer sturende rol van de voorzitter, waarbij hij sneller knopen doorhakt en discussies niet te lang laat voortduren. Vooral bij vastgelopen onderwerpen wordt gewenst dat hij zijn autoriteit nadrukkelijker inzet om richting te geven aan het proces.

Verder geven sommigen aan dat de adviesfunctie van het LEO, zoals gefaciliteerd door de voorzitter, onvoldoende tot ontwikkeling komt. Er is behoefte aan een

- 17 BMC, Opwaarts!

actievere opstelling, waarbij de voorzitter ook ongevraagd advies uitbrengt aan de staatssecretaris/minister, bevoegde gezagen, de luchtmachtbasis en Eindhoven Airport.

Secretaris De rolinvulling door de secretaris wordt over het algemeen als zeer positief ervaren en wordt gekarakteriseerd als onpartijdig, enthousiast, deskundig, toegankelijk, nauwkeurig en als een verbindende kracht binnen het overleg. Een aandachtspunt betreft de informatieve functie richting de omgeving: met name de openbaarheid van ingekomen stukken zou mogelijk verder verbeterd kunnen worden. De ondersteuning via de Stichting Samen op de Hoogte, waar de secretaris onder valt, wordt over het algemeen als adequaat beoordeeld. Wel bestaat er enige onduidelijkheid over de precieze aard en omvang van deze ondersteuning.

Presidium Het presidium wordt in de eerste plaats gezien als een agendacommissie die verantwoordelijk is voor de voorbereiding van de LEO-vergaderingen. Toch bestaat er bij sommige betrokkenen onduidelijkheid over de exacte samenstelling en taakverdeling binnen dit orgaan. Dit leidt ertoe dat het presidium door enkele geïnterviewden als ondemocratisch en weinig transparant wordt ervaren. Voor nieuwkomers binnen de LEO-structuur blijkt het presidium bovendien een onbekend en weinig toegelicht gremium. Er wordt gesuggereerd dat de rol van het presidium in de agendering duidelijker gedefinieerd, besproken en vormgegeven zou moeten worden.​

Benoeming en profiel omwonendenvertegenwoordigers Omwonendenvertegenwoordigers die via gemeenten zijn betrokken, worden benoemd door het college van de betreffende gemeente. Omwonenden zijn niet vertegenwoordigd in bestuurlijke overleggen. Er is geen vastgestelde einddatum of roulatieschema (aftreedrooster) voor deze benoemingen, wat vragen oproept over openheid en toegankelijkheid van het proces. De benoemingsprocedure wordt door meerdere geïnterviewden als onduidelijk ervaren, wat wijst op een gebrek aan uniformiteit in het proces. De vertegenwoordigers binnen het overleg beschikken over een uitzonderlijk hoog kennisniveau, met historische en inhoudelijke expertise over het dossier; sommigen worden zelfs omschreven als “wandelende bibliotheken”. Deze deskundigheid draagt bij aan de kwaliteit van de inhoudelijke bijdragen en het behalen van resultaten, maar leidt volgens geïnterviewden ook tot een sterke focus op technische details, waardoor de bredere gezamenlijke doelstellingen soms uit beeld raken. Veel vertegenwoordigers zijn vanuit persoonlijke frustratie over overlast betrokken geraakt en tonen een grote mate van gedrevenheid, al gaat dit bij sommigen gepaard met gevoelens van uitputting door de langdurige strijd. Een deel van de groep wordt als activistisch gekarakteriseerd, onder meer door hun kritische houding en het actief zoeken naar grijze gebieden in afspraken.

Tegelijkertijd bestaat er bij meerdere betrokkenen twijfel over

- 18 BMC, Opwaarts!

de mate waarin deze vertegenwoordigers daadwerkelijk de bredere achterban van omwonenden weerspiegelen. Hoewel bewonersvertegenwoordigers zich inspannen om signalen op te halen en terug te koppelen, blijkt dit in de praktijk complex. De mate van betrokkenheid en organisatie verschilt sterk per gebied: soms verloopt dit via goed georganiseerde netwerken van kernen en wijken, maar in andere gevallen ontbreken zulke structuren en is het lastig om de 'achterban' effectief te bereiken.

3.5​

Reflectie BMC

Wat opvalt, is hoe het ontbreken van een breed gedragen visie leidt tot een versplintering van standpunten. ​ In plaats van collectieve vooruitgang, ontstaat een sfeer van strategisch positioneren en defensieve belangenbehartiging. De “zero sum game”-mentaliteit ondermijnt het potentieel voor synergie en voedt het gevoel dat elke winst voor de één een verlies voor de ander betekent. Hoewel er technische vooruitgang is geboekt op het gebied van geluidsreductie, blijft de maatschappelijke acceptatie broos. De angst dat vrijgekomen geluidsruimte zal worden benut voor meer vliegbewegingen toont aan dat vertrouwen niet alleen afhankelijk is van maatregelen, maar ook van transparantie en intentie. Tegelijkertijd blijven urgente thema’s als klimaat en luchtkwaliteit onderbelicht, wat de geloofwaardigheid van het proces verder aantast. Binnen de samenstelling van de deelnemers aan het overleg is zichtbaar dat er, met uitzondering van de omwonenden, sprake is van enige roulatie als gevolg van de functionele context waarin zij opereren. Deze natuurlijke wisseling draagt bij aan een zekere dynamiek in het overleg. Om te voorkomen dat standpunten bij de vertegenwoordiging van omwonenden te statisch worden en om meer beweging en vernieuwing in het gesprek te stimuleren, lijkt het wenselijk om ook binnen deze groep enige doorstroming te bevorderen.

Dit kan bijdragen aan het voorkomen van verharding in posities en een meer open dialoog. De rol van overheden is complex. Als aandeelhouders én vertegenwoordigers van omwonenden bevinden zij zich in een spagaat, waarbij het ontbreken van consensus over groei hen dwingt tot voorzichtig balanceren. Dit dualisme maakt het moeilijk om helder en daadkrachtig op te treden. De participatie van omwonenden is een ander pijnpunt. Hun betrokkenheid wordt door hen als tandeloos ervaren. Het gebrek aan formele invloed leidt tot frustratie en zelfs juridische dreiging. De interne organisatie van het LEO lijkt op orde, met goed voorbereide vergaderingen en een onafhankelijk voorzitter. Deze situatie vraagt om herbezinning. Echte samenwerking vereist meer dan overlegstructuren; het vraagt om gedeelde ambitie, transparantie en erkenning van alle betrokken belangen. Zonder deze elementen blijft het LEO gevangen in een patroon van vertraging en wantrouwen. De uitdaging ligt in het hervinden van de oorspronkelijke spirit – niet als nostalgie, maar als fundament voor een toekomstgerichte dialoog.

- 19 BMC, Opwaarts!

Hoofdstuk 4 | Bevindingen inzake de aanbevelingen Van Geel Hoewel dit BMC-advies niet bedoeld is als een evaluatie van het Van Geel-traject, blijkt dat de aanbevelingen uit Opnieuw Verbonden van grote invloed zijn op de werking van het LEO. Het rapport is uitgegroeid tot meer dan een verzameling adviezen: voor veel betrokkenen binnen het LEO vormt het een gedeeld kompas en gezamenlijk referentiekader. Het markeert niet alleen het begin van nieuwe verhoudingen tussen de deelnemers en een omslag van groei naar het verminderen van hinder, maar biedt ook richting bij het nadenken over de toekomst van de luchthaven en de kaders waarbinnen groei in vliegbewegingen mogelijk is. Dit hoofdstuk gaat dan ook expliciet in op de 32 aanbevelingen van Van Geel en geeft de bevindingen weer ten aanzien van de huidige status van de aanbevelingen uit het rapport "Opnieuw Verbonden". In de bijlagen is per aanbeveling een toelichting opgenomen op de huidige status, aangevuld met een beoordeling op SMART-criteria (Specifiek, Meetbaar, Aantoonbaar, Realistisch en Tijdsgebonden).​

4.1​

Grote waardering voor het Van Geel traject

Het rapport Opnieuw Verbonden wordt tijdens de interviews vaak genoemd als kader, oriëntatiepunt of ijkpunt voor het huidige overleg. Door mee te nemen hoe er wordt teruggekeken op het Van Geel-traject, wordt zichtbaar hoe de waarden, verwachtingen en spanningen binnen het huidige LEO mede geworteld zijn in dit traject. De geïnterviewden noemen de volgende aspecten als positief en waardevol: 1.​ Rol van Pieter van Geel: Pieter van Geel werd door betrokkenen gezien als een gezaghebbende figuur – een verbindende én sturende kracht – onder wiens leiding alle partijen zich maximaal inspanden om gezamenlijk te komen tot een “package deal” en toekomstperspectief voor de luchthaven dat voor iedereen acceptabel was. Iedereen moest daarbij een beetje geven en nemen. Zijn rol als onafhankelijk voorzitter werd gewaardeerd; hij haalde alle "beelden op bij alle partijen" en legde een "totaal verhaal weer terug" namens het LEO, wat als een "way to go" werd gezien. Hij onderkende zowel het maatschappelijk belang van omwonenden en hun recht op een gezonde leefomgeving, als het belang van de luchtvaartsector om, via innovatie, ruimte te creëren voor verantwoord groeipotentieel.

2.​ Trendbreuk, structuur en richting: Het advies van Van Geel markeerde een duidelijke trendbreuk: van een focus op groei in vliegbewegingen naar een gerichte inzet op het verminderen van overlast en het vergroten van de meerwaarde voor de omgeving. Daarnaast bracht het structuur en bood het een heldere koers voor de toekomst. Het fungeerde als een ankerpunt voor de gezamenlijke agenda en inspanningen van het LEO, waaraan de leden zich nog steeds hechten. Het proces leidde tot het vaststellen van vijf speerpunten die het LEO als leidraad hanteert. Dit zorgde voor rust, duidelijkheid en een gedeeld uitgangspunt in de samenwerking.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16152061/1