CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

A Ter kennisname geanonimiseerd

Gemeenteraad 24 februari 2026, gemeente HelmondBij agendapunt: Ter kennisname28.601 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Artikel 44 1.

Archiefbewaarplaats

Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de gemandateerde taken is aangewezen de archiefbewaarplaats van de deelnemende gemeente(n)

2.

Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van het openbaar lichaam is aangewezen de archiefbewaarplaats van het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe)

Artikel 45 1.

Toezicht

Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de gemandateerde taken is belast de archivaris van de deelnemende gemeente(n)

2.

Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van het openbaar lichaam is belast de streekarchivaris van het RHCe

Artikel 46 1.

Terbeschikkingstelling archiefbescheiden

De deelnemers aan de regeling stellen tijdig aan het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam de archiefbescheiden beschikbaar, die nodig zijn voor de uitvoering van de overgedragen taken

2.

In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden vastgelegd. In de verklaring kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de terbeschikkingstelling

Artikel 47 1.

Verantwoording

De archivaris van het RHCe brengt jaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats

2.

De archivaris van de deelnemende gemeente(n) brengt jaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de gemandateerde taken, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats

3.

Het dagelijks bestuur brengt jaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer, als bedoeld in artikel 42, lid 1 en 2 en artikel 43, lid 1

HOOFDSTUK 14 EVALUATIE VAN DEZE REGELING OF HET BELEID

Artikel 48 1.

Het Algemeen Bestuur kan, eventueel op voorstel van individuele leden of op verzoek van een of meerdere colleges of raden, besluiten tot het houden van een evaluatie van deze regeling

2.

Het Algemeen Bestuur bepaalt hierbij wat de concrete vraagstelling is, wat de reikwijdte van de evaluatie is en welke procedure wordt gevolgd

3.

Het Algemeen Bestuur rapporteert aan de colleges en raden het resultaat van de uitgevoerde evaluaties onder vermelding van de daaruit getrokken conclusies

4.

Het Algemeen Bestuur kan in het kader van een specifiek besluit of agendapunt ertoe besluiten om ingezetenen van de gemeenten en belanghebbende te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid zoals ‘beschreven’ in artikel 10, zevende lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen

HOOFDSTUK 15 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING, OPHEFFING

Toetreding

Artikel 49 1.

Toetreding van een college tot de gemeenschappelijke regeling vindt slechts plaats naar aanleiding van de indeling van regio’s als bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s of in geval van een samenvoeging van twee of meer regio’s

2.

Het Algemeen Bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan hier nadere voorwaarden aan verbinden

3.

Tenzij bij of krachtens enig wettelijk voorschrift anders is bepaald, vindt toetreding plaats met ingang van 1 januari van het jaar volgende op dat waarin de voor toetreding noodzakelijke wijziging van de regeling in werking is getreden, het college van de toetredende gemeente daartoe heeft besloten en voldoet aan de eventueel door het Algemeen Bestuur aan de toetreding verbonden voorwaarden

Uittreding

Artikel 50 1.

Indien het uittreden van een gemeente leidt tot overdracht van materiaal, materieel of gebouwen van de regeling dan vindt de overdracht ervan plaats tegen boekwaarde op de uittredingsdatum

2.

Over de overdracht van personeel worden in goed overleg afzonderlijke afspraken gemaakt

3.

Indien het uittreden van een gemeente leidt tot een daling van opbrengsten worden de negatieve financiële gevolgen ervan aangemerkt als frictie- en desintegratiekosten, deze worden als volgt over een periode van drie jaar door het uittredend bestuursorgaan gecompenseerd: Het eerste jaar na uittreding voor 100%, het tweede jaar 66% en het derde jaar 33% van deze kosten

4.

De frictie- en desintegratiekosten worden als volgt bepaald, de daling van opbrengsten vermindert met de directe kosten op jaarbasis van de overgedragen taken, materiaal, materieel, gebouwen en personeel

5.

Voor het opgebouwde vermogen (reserves) dat kan worden toegerekend aan de uittredende gemeente vindt compensatie plaats naar rato van de verdeelsleutel

6.

Voorzieningen worden alleen overgedragen voor het onderdeel dat betrekking heeft op overdragen taken, materiaal, materieel, gebouwen en personeel

7.

Op uittreding van een college uit de gemeenschappelijke regeling is artikel 46 van overeenkomstige toepassing

Wijziging

Artikel 51 1.

Een voorstel tot wijziging van deze gemeenschappelijke regeling kan worden gedaan door het Algemeen Bestuur of door de colleges van ten minste zeven van de deelnemende gemeenten

2.

De gemeenschappelijke regeling wordt gewijzigd indien de colleges van de deelnemende gemeenten daartoe, met toestemming van de raden, eensluidend besluiten

3.

Het Algemeen Bestuur stelt dat de colleges en raden van de deelnemende gemeenten, zoals vereist op grond van artikel 1, tweede en derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, in de gelegenheid om bij het college een zienswijze naar voren te brengen over het ontwerp van de onderhavige gewijzigde regeling

4.

Het Algemeen Bestuur biedt de colleges en raden in het kader van de in het derde lid genoemde een termijn van minimaal twaalf weken om een zienswijze naar voren te brengen

Opheffing en liquidatie

Artikel 52 1.

De gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven voor zover de Wet publieke gezondheid hier niet aan in de weg staat

2.

Een besluit tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt niet genomen voordat de colleges van alle deelnemende gemeenten na verkregen toestemming van de raden daarmee hebben ingestemd

3.

Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het Algemeen Bestuur tot liquidatie en treft daarvoor de nodige afspraken. Bij dat besluit kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken

4.

Het liquidatieplan wordt door het Algemeen Bestuur, nadat de raden van de deelnemende gemeenten hun zienswijze hebben kunnen inbrengen, vastgesteld. Voor zover mogelijk wordt het liquidatieplan gelijktijdig met het voorstel tot opheffing, aan de bestuursorganen van de deelnemende gemeenten voor inspraak respectievelijk ter besluitvorming voorgelegd

5.

Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging heeft voor het personeel

6.

Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van het openbaar lichaam

7.

Het Dagelijks Bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie

8.

De organen van het openbaar lichaam blijven ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie volledig is voltooid

HOOFDSTUK 16 GESCHILLEN, KLACHTEN

Geschillen

Artikel 53 1.

Voordat over een geschil, als bedoeld in artikel 28 van de wet, de beslissing van gedeputeerde staten wordt ingeroepen, legt het Algemeen Bestuur het geschil voor aan een geschillencommissie

2.

De commissie, genoemd in lid 1 wordt als volgt samengesteld: a.

één lid aan te wijzen door de colleges van de deelnemende gemeenten die in geschil zijn

b.

één lid, aan te wijzen door het Algemeen Bestuur

c.

één lid, aan te wijzen door de leden, bedoeld onder a. en b., met dien verstande, dat bij het ontbreken van overeenstemming tussen hen gedeputeerde staten dat lid aanwijzen

3.

De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen

4.

De geschillencommissie brengt advies uit over de mogelijkheden om partijen tot overeenstemming te brenge

Klachten

Artikel 54 1.

Voor de behandeling van klachten als bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt door het Algemeen Bestuur een voorziening getroffen

2.

Voor de behandeling van klachten in tweede aanleg, als bedoeld in titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht, kan het Algemeen Bestuur een voorziening treffen. Bij gebreke daaraan is de Nationale ombudsman bevoegd

HOOFDSTUK 17

SLOTBEPALINGEN

Inwerkingtreding

Artikel 55 Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en treedt in werking met ingang van 1 januari 2026 met ingang van de eerste dag na de bekendmaking in het gemeenteblad. De bekendmaking van deze regeling geschiedt door het college van de gemeente Eindhoven

Toezending

Artikel 56 De bij de wet voorgeschreven toezending van de wijziging van deze regeling aan gedeputeerde staten geschiedt door het college van de gemeente Eindhoven

Aanhaling

Artikel 57 Deze regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke regeling GGD Brabant-Zuidoost 2025”

Vastgesteld door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre

Gemeenschappelijke regeling GGD Brabant-Zuidoost - Toelichting

De Wet publieke gezondheid (Wpg) verplicht de colleges van gemeenten die samen een Veiligheidsregio vormen, een gezondheidsdienst in te stellen en in stand te houden voor de uitvoering van taken genoemd in die wet. De colleges hebben daarbij geen vrijheid in de keuze voor de rechtsvorm. De Wpg stelt het verplicht een gemeenschappelijke regeling te treffen waarbij een openbaar lichaam wordt ingesteld.

De functies van de GGD - preventie en acute zorg - zijn bij uitstek overheidstaken, uit te voeren door de gemeentelijke gezondheidsdienst. De gemeente formuleert zijn gezondheidsbeleid en stuurt de GGD vanuit dat kader aan. De GGD moet dan ook genoeg keuzevrijheid bieden en voldoende flexibel zijn om aan te sluiten op de lokale wensen. Maar hij moet ook bedrijfsmatig optimaal kunnen opereren om daarmee de risico's voor de gemeenten te minimaliseren.

De uitgangspunten bij de vormgeving van de bestuurlijke structuur zijn dan ook: •

gemeenten hebben een regierol. Daarnaast moeten zij de GGD zo nodig direct kunnen inzetten

•

er moet ruimte zijn voor gemeenten om de GGD zowel individueel als gezamenlijk aan te sturen

•

de GGD functioneert binnen de (gemeentelijke) kaders als een zelfstandige, professionele organisatie

•

gemeenten moeten kunnen ingrijpen als de GGD de taken niet goed uitvoert

Van belang is dat de GGD een slagvaardige bedrijfsvoering kan voeren, die leidt tot het behalen van de door de gemeenten geformuleerde doelen. Daarbij kunnen de gemeenten inhoudelijke kaders stellen en op afstand toezicht houden op het beheer van de GGD. Het Algemeen Bestuur richt zich vooral op de beleidskaders, de begroting en de rekening. Het Dagelijks Bestuur richt zich vooral op het toezicht op de directie.

In het najaar van 2015 is de Gemeenschappelijke regeling van de GGD Brabant Zuidoost grondig gewijzigd. Aanleiding voor het in procedure brengen van deze wijziging is voornamelijk een herziening van de Wet gemeenschappelijke regelingen. In deze wet zijn per 1 januari 2014 enige duale elementen in de van oorsprong monistische verhouding tussen Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur doorgevoerd. Ook is de positie van de gemeenteraden/staten ten opzichte van het bestuur van het openbaar lichaam versterkt.

De duale elementen vindt u terug in het opnemen van eigen bevoegdheden van het Dagelijks Bestuur van de GGD in artikel 16 van de GR en in het vestigen van een actieve informatieplicht van leden van het Dagelijks Bestuur richting het Algemeen Bestuur in artikel 27. Ook het Algemeen Bestuur zelf heeft meer explicietere bevoegdheden gekregen.

De versterkte rol van de gemeenteraden komt tot uitdrukking in een uitgebreide inlichtingenplicht van het bestuur van het openbaarlichaam richting GS/colleges en staten/raden. De verantwoording die een lid van het Algemeen Bestuur aan het bestuursorgaan dat hem heeft aangewezen, dient af te leggen, kan in het uiterste geval bovendien resulteren in een ontslag als lid. Dat was al geregeld in de wetswijziging in 2015.

Een ander instrument dat al eerder geïntroduceerd was in de GR om de positie van de raden bij de besluitvorming door het openbaar lichaam, te verstevigen is de voorhangprocedure. Bij dossiers die de kwalificatie majeur verdienen, bijvoorbeeld omdat er politieke implicaties aan verbonden zijn, kan het Algemeen Bestuur ervoor kiezen eerst het gevoelen van de raden/staten in te winnen voordat zij daarover een besluit neemt. Deze procedurestap is in ieder geval al verplicht bij het oprichten of deelnemen in privaatrechtelijke rechtspersonen door het openbaar lichaam en bij het instellen van een bestuurscommissie.

Tot slot was de invloed van de raden op het functioneren van het openbaar lichaam in 2015 al vergroot door een evaluatiebepaling in de Gr op te nemen. Het Algemeen Bestuur zal nadrukkelijker dan nu het geval is het resultaat van uitgevoerde evaluaties rapporteren aan de deelnemers. Via de wetswijziging in 2022 is de positie/invloed van raden versterkt door de verruiming van mogelijkheden om een zienswijze aan raden te vragen, aanscherping van de informatieplicht door het bestuursorgaan en verruiming van de zienswijze termijn.

De overige wijzigingen van de GR dragen een min of meer technisch karakter. Deze wijzigingen zijn ook terug te vinden in de GR van andere openbare lichamen waaraan de colleges/raden deelnemen. De GR van de GGD is gemodelleerd naar de voorbeelden van die uitvoeringsorganisaties. Achterliggende gedachte daarbij is dat een eenduidige redactie van complexe regelingen zoals die van een openbaar lichaam bijdraagt aan een beter begrip van dit soort verbonden partijen.

De gelegenheid is tot slot te baat genomen om enige overige wetstechnische onvolkomenheden te herstellen.

Artikelgewijze toelichting

Artikel 2 - Algemeen Het openbaar lichaam GGD heeft rechtspersoonlijkheid en kan uit dien hoofde zelfstandig aan het rechtsverkeer deelnemen. De wet bepaalt dat in de regeling de vestigingsplaats benoemd moet worden. Het betreft de statutaire vestigingsplaats van het openbaar lichaam. Dit is onder meer van belang voor de inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Artikel 3 - Belang en doel Doel, belang en taken van de GGD dienen in de GR beschreven te worden. De Wet laat gemeenten vrij hoe zij dat doen en er geldt daarbij slechts één beperking: het openbaar lichaam kan niet zelf besluiten om de taken en bevoegdheden uit te breiden. Hier moet dus altijd een besluit van de deelnemers aan ten grondslag liggen. Het is belangrijk dat de omschrijving van doel en belang en taken afdekt waarvoor men de GGD in stand houdt en dat de omschrijving robuust is, d.w.z. dat de beschrijving enige jaren meekan. Een te algemene beschrijving geeft te weinig sturing, daarentegen is het nadeel van een te concrete beschrijving dat de GR voortdurend moet worden aangepast door verandering in de werkelijkheid. Het gaat om het vinden van een goede balans. Over het algemeen is er draagvlak voor het algemene doel van de GGD: een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg en de ambulancezorg. De GGD is in 2021 door de minister aangewezen als de aangewezen organisatie die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de ambulancezorg in de regio BZO (zowel de meldkamer als de rijdienst). Het belang van de GGD kan worden gezien in het bundelen en beschikbaar stellen van (deskundige) menskracht en middelen om de doelstelling te realiseren.

Artikel 4 - Taken Bij de omschrijving van de taken is een onderscheid gemaakt in gezamenlijke taken en contracttaken. Gezamenlijke taken worden zoals het bijvoeglijk naamwoord al suggereert uitgevoerd voor alle deelnemers. In het eerste lid van artikel 4 worden de gezamenlijke taken onderverdeeld in drie categorieën: 1.

gemeentelijke taken die ingevolge de Wpg verplicht aan de GGD belegd dienen te worden

2.

taken die op grond van andere, sectorale wetgeving, aan de GGD zijn toevertrouwd

3.

aan gemeenten wettelijk voorgeschreven taken ten aanzien waarvan de deelnemers besloten hebben die aan de GGD op te dragen. Zij passen binnen de doelomschrijving van artikel 3. De gezamenlijke taken worden overwegend gefinancierd uit de jaarlijkse inwonerbijdrage van de deelnemers en voorts uit algemene bijdragen en rijksbijdragen

“Met de toevoeging van ‘Nu Niet Zwanger’ aan het basisaanbod wordt dit programma regionaal aangeboden en bekostigd uit de inwonersbijdrage van de deelnemende gemeenten.”

Naast de gezamenlijke taken voert de GGD op contractbasis andere taken uit voor de deelnemers. De taken dienen te passen binnen de algemene doelomschrijving van de GGD.

De afname van contracttaken is vrijwillig en deze worden individueel door de afnemende gemeenten gefinancierd. Het onderscheid in gezamenlijke taken en contracttaken is ook relevant voor de afspraken die men wil maken over het dragen van financiële risico’s en het dragen van frictiekosten. Het is de GGD ook toegestaan contracten af te sluiten met niet deelnemende gemeenten of met derden over het uitvoeren van taken die passen binnen de doelstelling van de GGD. Een voorwaarde voor het accepteren van contracttaken ten behoeve van niet deelnemers is dat de dienstverlening aan derde partijen niet ten koste mag gaan van de dienstverlening aan de vaste deelnemers. Zo mag de GGD de taken alleen uitvoeren indien dat voor de deelnemers geen nadelige financiële consequenties heeft. Het spreekt voor zich dat in voorkomende gevallen ook rekening dient te worden gehouden met aanbestedingswetgeving. In het derde lid is zeker gesteld dat de GGD niet eigenstandig het (gezamenlijke) takenpakket kan wijzigen. Hier dient besluitvorming van de deelnemers onder te liggen, in de vorm van een wijziging van de Gemeenschappelijke regeling. Voor die wijziging hebben de deelnemers toestemming nodig van hun raad. In het vierde lid is tot slot vastgelegd dat bij de uitvoering van de (gezamenlijke) taken ruimte is voor maatwerk.

De intensiteit van afname van gezamenlijke taken kan per deelnemer verschillen. Dit is mede afhankelijk van incidenten, door de GGD gepresenteerde keuze in het aanbod e.d. Artikel 5 - Bevoegdheden

In dit artikel is een algemene bevoegdheidsomschrijving gegeven die aansluit bij de Wet. Gehandhaafd is de bepaling dat in de Gr beperkingen kunnen worden gesteld aan bevoegdheden die de deelnemers overdragen aan het openbaar lichaam. Het eerste lid van artikel 5 geeft daar uitvoering aan. De GGD heeft geen verordende bevoegdheid, behalve als het gaat om aangelegenheden die de eigen bedrijfsvoering betreffen. Voorbeelden zijn een archiefverordening, klachtenregeling, financiële verordening en een aanvullende regeling voor de rechtspositie van het personeel. Voor het overige is de GGD een uitvoerende dienst, waaraan alleen collegebevoegdheden kunnen worden toegekend. In de sporadische gevallen dat de GGD rechtens bindende besluiten moet nemen, doet zij dat, voor zover het gemeentelijke taken betreft, op basis van een expliciet mandaatbesluit. Dat is geregeld in het vijfde lid. De leden 2 tot en met 3 benoemen een aantal die ingevolge de Wgr. aan het Algemeen Bestuur van een openbaar lichaam toevertrouwd kunnen worden indien de Gr die mogelijkheid biedt. Het vierde lid stelt zeker dat aan het Dagelijks Bestuur de bevoegdheid toekomt om met andere publiekrechtelijke rechtspersonen een overeenkomst af te sluiten over het over en weer inzetten van personeel voor uitvoering van de zogenaamde PIOFACH-taken.

De GGD kan mede op deze wijze voldoen aan de wens van de gemeenten om de ambtelijke organisatie volgens het ‘lean and mean’ principe in te richten.

Speciale vermelding verdient het uitvoeren van taken door de GGD op het gebied van leerplicht en voortijdig schoolverlaten. De colleges van de gemeenten hebben met toestemming van hun raden besloten deze taken over te dragen aan het Dagelijks Bestuur van de GGD.

De gemeenschappelijke regeling is met het oog hierop in 2017 voor een derde maal gewijzigd. In tegenstelling tot de taken die de GGD uitvoert op grond van artikel 4, eerste lid, onder a tot en met d, en het tweede lid, van de gemeenschappelijke regeling, is in dit geval sprake van taakoverdracht, dus van delegatie. De colleges hebben aan het Dagelijks Bestuur van de GGD al hun bevoegdheden overgedragen die hen op grond van de Leerplichtwet, artikel 118h van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 8.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 162b van de Wet op de expertisecentra. Concreet komt die overdracht neer op het uitvoeren van de volgende taken: a.

Het bespreken met de colleges van aangelegenheden die de coördinatie, planning en uitvoering van de taken op het gebied van de leerplichten voortijdig schoolverlaten betreffen

b.

Het uitoefenen van de bevoegdheden die de colleges toekomen op grond van de leerplichtwet, artikel 118h van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 8.3.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 162b van de Wet op de expertisecentra

c.

Alle voorbereidings- en uitvoeringshandelingen die met de uitoefening van bevoegdheden als bedoeld onder b, gepaard gaan

Meest in het oog springende handeling is het aanbesteden en inkopen van een geautomatiseerd systeem waarin de gegevens worden geregistreerd en geraadpleegd, als bedoeld in de Leerplichtwet en de overige genoemde wetten.

Artikel 6

Organen

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 7

Samenstelling Algemeen Bestuur

Onderwerp van deze gemeenschappelijke regeling is de uitoefening van collegebevoegdheden. Op grond van de wet kunnen alleen leden van het college van burgemeester en wethouders lid zijn van het Algemeen Bestuur van het openbaar lichaam. Elk college kan een lid voor het Algemeen Bestuur aanwijzen. Ook dient er per gemeente een plaatsvervangend lid aangewezen te worden. Op deze manier is men steeds verzekerd van de bestuurlijke betrokkenheid van de deelnemende gemeente bij het bestuur over het openbaar lichaam.

Artikel 8

Werkwijze Algemeen Bestuur

In de wet is geregeld dat het Algemeen Bestuur een reglement van orde vaststelt. In het reglement van orde worden minimaal regels opgenomen met betrekking tot: •

vaststellen vergaderschema

•

opstellen agenda, uitnodiging c.q. kennisgeving vergadering en verslaglegging

•

wijze van behandeling van voorstellen en besluitvorming

•

handhaving van de orde tijdens de vergadering

•

besloten- c.q. openheid van vergadering. In beginsel zijn de vergaderingen openbaar

Onder voorwaarden kan besloten worden tot een besloten vergadering. De onderwerpen waarover niet in een besloten vergadering kan worden beraadslaagd of besloten, zijn limitatief opgesomd in het vierde lid. De verwijzing naar de artikelen uit de Gemeentewet hebben betrekking op het functioneren van de gemeenteraad (b.v. ordehandhaving, onthouden van deelname aan stemmingen). In de Wgr. wordt de gemeenteraad gelijk gesteld aan het Algemeen Bestuur.

De vergaderfrequentie van het Algemeen Bestuur is gebonden aan het wettelijke minimum van twee keer per jaar. Bij die gelegenheden wordt over de begroting respectievelijk jaarrekening beraadslaagd. Het tweede lid kent een procedure voor het houden van meer vergaderingen. Doorgaans zal het bijeenroepen van het Algemeen Bestuur op instigatie van het Dagelijks Bestuur gebeuren. In de praktijk vergaderen DB en AB ca. 5 keer per jaar.

Artikel 9

Besluitvorming

Het Algemeen Bestuur bestaat uit 21 leden. Dat is inclusief de stemmen van het Dagelijks Bestuur. Ingevolge de monistische opzet van de Wet, behoren de leden van het Dagelijks Bestuur tot het Algemeen Bestuur.

Bij de besluitvorming geldt het principe van ‘one man one vote’. Uitzondering hierop is de besluitvorming over de begroting, begrotingswijzigingen en jaarrekening. Over die dossiers beslist het Algemeen Bestuur met gewogen stemmen.

Artikel 10

Bevoegdheden

In de wet bepaald dat de bevoegdheden bij de regeling worden overgedragen aan het Algemeen Bestuur tenzij bij de wet of in de regeling anders is bepaald. In artikel 33 van de Wgr zijn bevoegdheden opgesomd die in elk geval behoren bij het Dagelijks Bestuur. Met het toekennen van eigen bevoegdheden aan het Dagelijks Bestuur is een duaal element in de onderlinge verhouding van het geleed bestuur van een openbaar lichaam toegevoegd. Bij het toekennen van bevoegdheden aan het Dagelijks Bestuur heeft de wetgever zoveel mogelijk aangesloten bij de collegebevoegdheden zoals die zijn omschreven in artikel 160, van de Gemeentewet. Zo is het Dagelijks Bestuur nu bevoegd om regels te stellen over de organisatie van het openbaar lichaam en over de rechtspositie van de eigen medewerkers. Voorheen lagen die bevoegdheden bij het Algemeen Bestuur.

Artikel 11

Geheimhouding

Bepaling is gelijk aan bepalingen uit de Gemeentewet die gelden voor raadsvergaderingen (artikel 25, van de Gemeentewet).

Artikel 12

Samenstelling Dagelijks Bestuur

De gemeenten Eindhoven en Helmond hebben volgens gewoonterecht standaard een vertegenwoordiger in het Dagelijks Bestuur. Daarnaast heeft het Algemeen Bestuur ervoor gekozen dat de volgende clusters van gemeenten een vertegenwoordiger in het Dagelijks Bestuur hebben: De Peel, De Kempen, A2-gemeenten, Dommelvallei Plus en het cluster Best-Oirschot-Veldhoven.

Op grond van artikel 14 derde lid Wgr mogen de leden van het Dagelijks Bestuur nimmer de meerderheid uit maken in het Algemeen Bestuur. Met deze bepaling is uitdrukkelijk rekening gehouden bij de samenstelling van het Dagelijks bestuur en bij het toebedelen van stemgewicht. De ratio van deze bepaling is dat de verantwoordingsplicht van het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen Bestuur anders volkomen illusoir zou worden.

Artikel 13

Taak Dagelijks Bestuur

Naast de vaste portefeuilles van voorzitter en plaatsvervangend-voorzitter is er tenminste een portefeuillehouder financiën. Daarnaast kunnen er meer portefeuilles worden gevormd. Combinatie van portefeuilles is mogelijk.

Artikel 14

Bevoegdheden Dagelijks Bestuur

Dit artikel behoeft door de letterlijke vertaling van de wettelijke bepalingen ter zake geen toelichting. Verwezen wordt naar het gestelde bij artikel 10.

Artikel 15

Vergaderingen Dagelijks Bestuur

De bepalingen in de Gemeentewet betrekking hebbende op stemmingen en het functioneren van het college van burgemeester en wethouders zijn van overeenkomstige toepassing. De vergadering van het Dagelijks Bestuur vinden plaats achter gesloten deuren. Het Dagelijks Bestuur stelt een regelement van orde op dat aan het Algemeen Bestuur wordt toegezonden.

Artikel 16

Geheimhouding

Identiek aan het gestelde onder artikel 11, met dien verstande dat de bepaling een analoge toepassing is van artikel 55, van de Gemeentewet.

Artikel 17

Voorzitter, plaatsvervangend-voorzitter

De voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur aangewezen op grond van het bepaalde in artikel 13 negende lid Wgr. Het aanwijzen van een externe voorzitter is onder vigeur van de gewijzigde WGR niet langer mogelijk. De voorzitter van het Algemeen Bestuur is tevens voorzitter van het Dagelijks Bestuur (artikel 13 lid 9 juncto artikel 14 lid 1 Wgr). Vervanging geschiedt door en uit het Algemeen Bestuur.

Artikel 18

Secretaris

Uitgegaan wordt van de situatie dat het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur worden bijgestaan door een bestuurlijk secretaris met als aandachtsgebied de bewaking van de bestuurlijke, juridische en financiële kaders waarbinnen het openbaar lichaam moet functioneren. De secretaris is afkomstig van een van de deelnemende gemeente en maakt deel uit van het Dagelijks Bestuur. De secretaris ondertekent mede de stukken die van het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur uitgaan.

Artikel 19

Bestuurscommissies

Omwille van korte heldere bestuurlijke lijnen dient terughoudend omgegaan te worden met het instellen van het zware instrument van bestuurscommissies. Voor de volledigheid is deze optie toch in de regeling opgenomen Het Algemeen Bestuur dient ingevolge artikel 25 eerste lid Wgr het voornemen om een functionele bestuurscommissie in het leven te roepen te melden bij de raden van de deelnemende gemeenten en hen in de gelegenheid stellen hun wensen en bedenkingen ter kennis te brengen van het Algemeen Bestuur.

Artikel 20

Commissies van advies

Raadsleden kunnen in een collegeregeling geen lid zijn van een adviescommissie. De instelling van vaste commissies van advies aan het Dagelijks Bestuur en aan de voorzitter geschiedt door het Algemeen Bestuur. Andere commissies van advies aan het Dagelijks Bestuur of de voorzitter worden ingesteld door het Dagelijks Bestuur respectievelijk de voorzitter.

Artikel 21

Werkgroepen, overlegvormen

Het gaat hier om informele overlegvormen, die als zodanig niet zijn benoemd in de Gemeentewet. Genoemde overlegvormen kunnen een rol spelen bij de beleidsvoorbereiding of beleidsuitvoering. Bekend voorbeeld zijn de portefeuillehouders overleggen.

Artikel 22

Tegemoetkoming

Uitgangspunt is dat zo min mogelijk bestuurskosten ten laste van het openbaar lichaam worden gebracht. Denkbaar is dat in incidenteel gevallen een uitzondering gemaakt moet worden op deze hoofdregel. In een op te stellen verordening zal dit uitgewerkt moeten worden.

Artikel 23

Majeure dossiers

De gemeenschappelijke regeling is een collegeregeling. Bewust is ervoor gekozen om geen bevoegdheden van de gemeenteraden in te brengen. Om de inhoudelijke betrokkenheid van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten te borgen is een voorhangprocedure opgenomen met betrekking tot dossiers die het predicaat majeur verdienen. Het gaat dan over dossiers met een grote politieke of bestuurlijke impact. Te denken valt aan een andere opzet van de financiële of bestuurlijke structuur van de GGD. Voor zover die binnen de grenzen van de Gemeenschappelijke regeling gewijzigd kunnen worden, verdient het aanbeveling dat de colleges vooraf het gevoelen van hun gemeenteraad inwinnen alvorens daarover een besluit in het Algemeen Bestuur te nemen.

Het blijft een kwestie van inschatting in hoeverre een dossier gekwalificeerd moet worden als majeur. Bedacht dient te worden dat een wijziging van de Gemeenschappelijke regeling in ieder geval al onderhevig is aan het toestemmingsvereiste van de lokale raden en dat die regeling al een uitgebreide inspraakprocedure kent voor met name genoemde dossiers. Te noemen valt de vaststelling van de jaarlijkse begroting, deelname aan privaatrechtelijke rechtspersonen en het instellen van een bestuurscommissie. Er is afgezien van het creëren van een afzonderlijke procedure voor het bestempelen van een dossier als ‘majeur’. Het is het Algemeen Bestuur dat hierover met gewone meerderheid beslist.

Artikel 24

Interne inlichtingenplicht en verantwoordingsplicht lid Dagelijks Bestuur

De artikelen 24 tot en met 26 zijn aangepast als gevolg van de wijziging van de Wgr.

Artikel 25

Meerjarige beleidsvisie

De GGD kent sinds 2018 een meerjarige beleidsvisie. De wet biedt de mogelijkheid om andere voorgenomen besluiten dan het vaststellen van de begroting of een begrotingswijziging voor een zienswijze aan raden voor te leggen. De meerjarige beleidsvisie is een belangrijk sturend document waaraan gemeenten (colleges en raden) kaders en doelstellingen kunnen verbinden.

Artikel 26

Passieve informatieplicht

Artikel 26 spiegelt met artikel 17 van de Wgr. De externe inlichtingenplicht betreft het Dagelijks Bestuur het Algemeen Bestuur en de voorzitter als bestuursorganen. Zij verschaffen de deelnemers en de raden de door die bestuursorganen gevraagde inlichtingen. Eenzelfde externe verplichting heeft het lid van het Algemeen Bestuur jegens het college dat hem heeft aangewezen en jegens de raad van de gemeente waar hij lid van het college is.

Artikel 27

Actieve informatieplicht

De Wet Open Overheid stelt kaders voor de actieve informatieplicht van een openbaar lichaam. Hieraan is in deze GR invulling gegeven door de vergaderstukken van het Algemeen Bestuur openbaar te maken via de website van de GGD. Vanaf 19 juni 2023 wordt het mogelijk om een koppeling tussen de GGD website en de WOO-index zodat deze vergaderstukken ook via dit landelijke systeem voor iedereen toegankelijk is.

Artikel 28

Verantwoordingsplicht AB-lid

Dit artikel spiegelt met artikel 16 Wgr, dat ingevolge artikel 18 Wgr eveneens van toepassing is op collegeregelingen. De verantwoordingsplicht kan naar zijn aard alleen betrekking hebben op afzonderlijke leden van het Algemeen Bestuur jegens het ‘eigen’ college of de raad. Het Algemeen Bestuur als zodanig legt geen verantwoording af aan de deelnemers en raden. Dit heeft te maken met de autonome positie van het Algemeen Bestuur.

Zij neemt in staatsrechtelijk opzicht een eigen positie in en is niet ondergeschikt aan de deelnemers en raden. De wijze waarop een individueel AB-lid verantwoording aflegt een college en raad is een interne aangelegenheid binnen een gemeente.

Artikel 29

Overige zienswijzen

Dit artikel is toegevoegd n.a.v. de wetswijziging in 2022 waarin de wet het bestuur van een openbaar lichaam de mogelijkheid biedt om andere voorgenomen besluiten dan het vaststellen van de begroting ed. voor een zienswijze voor te leggen aan colleges en raden.

Artikel 30

Informatieplicht rekenkamer(commissies)

Door expliciete vermelding van deze medewerkingsplicht kunnen de lokale reken(commissies) hun onderzoeksterrein uitbreiden naar het openbaar lichaam. Zij ontlenen hun bevoegdheid daartoe aan de Gemeentewet, in het bijzonder aan de artikelen 184, lid 1, onder a. Het is het openbaar lichaam, niet toegestaan een eigen rekenkamer(commissie) in te stellen. De Wgr kent die mogelijkheid niet.

Artikel 31

De directeur publieke gezondheid

De Wpg bepaalt dat aan de leiding van de GGD een directeur publieke gezondheid staat. De Wgr bepaalt voorts dat het Algemeen Bestuur de directeur benoemt. Zij kan die bevoegdheid niet overdragen aan bijvoorbeeld het Dagelijks Bestuur. Bij de benoeming betrekt het Algemeen Bestuur, het bestuur van de Veiligheidsregio, aangezien de directeur publieke gezondheid ook het GHOR-bureau functioneel aanstuurt. De Wgr spreekt over overeenstemming. Dit impliceert dat de Veiligheidsregio dient in te stemmen met de benoeming.

Artikel 32

Organisatie

Het stellen van regels over de organisatie was voor de wetswijziging voorbehouden aan het Algemeen Bestuur. Sinds 1 januari 2015 is deze bevoegdheid overgeheveld naar het Dagelijks Bestuur. Om die reden spreken we niet meer van een organisatieverordening, maar van een organisatiebesluit.

Artikel 33

Personeel

Dit artikel behoeft geen toelichting.

Artikel 34

Rechtspositie personeel

Het stellen van aanvullende regels over de rechtspositie van het personeel van de GGD is sinds 1 januari 2015 een bevoegdheid van het Dagelijks Bestuur. In de Gr is alleen vastgelegd dat de CAO/SGO en de CAO/Ambulancezorg van toepassing zijn op het GGD personeel. Het vaststellen van de CAO’s zelf gebeurt op landelijk niveau door akkoord tussen werkgevers en werknemers.

Artikel 35

Financiële informatieplicht

Dit artikel vloeit voort uit het bepaalde in artikel 34b Wgr.

Artikel 36

Begroting

De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn ook van toepassing verklaard op de gemeenschappelijke regelingen. Ook het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is van toepassing. De ontwerpbegroting wordt zodanig ingericht dat daaruit blijkt welke kosten met welke producten verband houden. Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerpbegroting minimaal 12 weken (was 8) voordat zij wordt vastgesteld toe aan de colleges van de deelnemende gemeenten conform het bepaalde in artikel 35 Wgr. Binnen die periode zijn de colleges in de gelegenheid het gevoel van de gemeenteraad in te winnen.

Het Dagelijks Bestuur stuurt de vastgestelde begroting toe aan gedeputeerde staten vóór 15 september in het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient. Voorheen was dat 1 augustus. De termijn waarop de begroting uiterlijk moet zijn vastgesteld door het Algemeen Bestuur stelt gemeenten in staat de uitgaven die gemoeid zijn met het openbaar lichaam in de eigen begroting te verwerken. Het gaat immers om verplichte uitgaven ex artikel 193 Gemeentewet. Nieuw opgenomen zijn de leden 4 t/m 6 die voortvloeien uit de wetswijziging 2022.

Artikel 37

Jaarrekening

Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening vast vóór 10 juli in het jaar volgend op het jaar waarop deze rekening betrekking heeft. De jaarrekening wordt na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten van Noord-Brabant en aan de colleges van de deelnemende gemeenten gezonden. De totstandkoming van de jaarstukken bij de GGD loopt parallel aan die bij gemeenten. Dit laat de informatiebehoefte van onze deelnemers onverlet. Vandaar dat de 4GR middels een uitgewerkt format de benodigde gegevens zo snel mogelijk verstrekken d.w.z. uiterlijk op 1 maart volgende op het jaar waarop de jaarstukken betrekking hebben.

Hiermee wordt geborgd dat de deelnemers tijdig en eenduidig van de voor de jaarstukken benodigde informatie worden voorzien. In de praktijk stelt het AB de jaarrekening bij voorkeur in maart vast inclusief de bestemming van het exploitatieresultaat.

Artikel 38

Verdeling der kosten

Voor de kosten van de gemeenschappelijke basistaak Jeugdgezondheidszorg voor 0-4 jarigen betalen gemeenten een bijdrage per kind. We zien dat als een verbijzondering van de inwonerbijdrage (kinderen zijn ook inwoners). De Algemene bijdragen vloeien voort uit specifieke afspraken met één of meerdere gemeenten en die zij ieder jaar aan de GGD betalen. Te noemen vallen onder meer: •

Bij de fusie in 2008 is overeengekomen dat de gemeente Eindhoven de kosten van de uitloopschaal van medewerkers die van de GGD Eindhoven in de fusie zijn ingebracht zal blijven betalen. Dat wordt jaarlijks berekend en door Eindhoven betaald

•

Gemeenten bepalen zelf hoe zij de onderzoeklocaties voor JGZ willen organiseren. De ene gemeente regelt en betaalt dat helemaal zelf en de ander laat dat aan de GGD over en vergoedt de kosten dan aan de GGD

•

Over frictiekosten kan nog het volgende worden vermeld. Frictiekosten voor gemeenten hebben zich tot nu toe altijd alleen maar voorgedaan als een langjarige/structurele opdracht van ‘enige omvang’ beëindigd wordt, met name omdat daar vaak vast personeel met specifieke kennis op is ingezet die je niet zo gemakkelijk kunt herplaatsen

Of er sprake is van frictiekosten en hoeverre die voor rekening van de betreffende gemeenten komen, zal voorafgaand aan de taakbehartiging situationeel/afhankelijk van de omstandigheden door het AB worden bepaald. Relevante omstandigheden zijn de situatie op de arbeidsmarkt, krijgt de GGD tegelijkertijd nieuwe opdrachten, worden er tegelijkertijd meerdere opdrachten beëindigd?

Artikel 39

Verplichte uitgaven

De kosten voortvloeiend uit deelname aan een gemeenschappelijke regeling zijn voor de deelnemers verplichte uitgaven als bedoeld in artikel 193 Gemeentewet. Als de gemeenteraad deze kosten niet opvoert als uitgaven in de programmabegroting gebeurt dat door gedeputeerde staten. Deelname aan het openbaar lichaam is daarom geen vrijblijvende aangelegenheid. De deelnemende gemeenten zijn samen en ieder voor zich verantwoordelijk voor het openbaar lichaam GGD.

Artikel 40

Financiële gegoedheid

Het openbaar lichaam zal bancaire relaties moeten aangaan. Deze bepaling is op verzoek van de Bank Nederlandse Gemeenten opgenomen. De bank verkrijgt hiermee de zekerheid dat het openbaar lichaam alle maatregelen zal nemen om de gemeenten aan hun verplichtingen te laten voldoen. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft in een circulaire uit 1999 aangedrongen op het opnemen van deze bepaling in gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 41

Financiële voorschriften

De verordenende bevoegdheid als genoemd in dit artikel wordt ontleend aan de Gemeentewet hoofdstuk XIV-artikelen 212 en 213. In artikel 4 tweede lid van de regeling is deze verordende bevoegdheid van het Algemeen Bestuur exclusief benoemd.

Artikel 42 t/m 47

Archiefzorg en -beheer, archiefbewaarplaats, toezicht en verantwoording

Het DB draagt zorg voor het archief van de GGD en de GGD-directeur is belast met het beheer. De archiefbepalingen in deze GR zijn aangepast conform de door het LOPAI aangereikte modelparagraaf. In de regio Brabant-Zuidoost is het Regionaal Historisch centrum Eindhoven (RHcE) aangewezen als archiefbewaarplaats. De streekarchivaris heeft een toezichthoudende rol en rapporteert aan het DB. Het DB legt verantwoording af aan het AB wat betreft de archiefzorg.

Artikel 48

Evaluatie van de regeling en het beleid

De wet schrijft voor dat in de GR afspraken worden vastgelegd over de evaluatie van de regeling. Hiervoor is een ruime bepaling opgenomen waarin uiteindelijk het Algemeen Bestuur bepaalt wanneer, met welke reikwijdte en op welke wijze de evaluatie plaatsvindt. Het Algemeen Bestuur rapporteert over de resultaten van de evaluatie met colleges en raden. Het Algemeen Bestuur kan inwoners in de regio betrekken bij de evaluatie en het beleid. Het Algemeen Bestuur heeft de intentie om elke bestuursperiode te evalueren, bij voorkeur in het derde jaar van de bestuursperiode. In de praktijk voert de GGD daarnaast regelmatig klanttevredenheidsonderzoeken uit waarin aan klanten van de GGD vragen worden gesteld over de geleverde diensten. Verder heeft de GGD een digitaal klantenpanel waaraan regelmatig vragen worden voorgelegd.

Artikel 49

Toetreding

Een gemeenschappelijke regeling dient regels te bevatten over toetreding. De bepaling van de condities bij toetreding wordt bepaald door het Algemeen Bestuur in overleg met de toetredende gemeente. Toetreding veronderstelt wijziging van deze gemeenschappelijke regeling. Toetreding tot de gemeenschappelijke regeling van de GGD is een vrijheid in gebondenheid. De Wpg maakt het slechts mogelijk om toe te treden tot een gemeenschappelijke gezondheidsdienst indien de indeling van de Veiligheidsregio’s wijzigt.

De GGD-regio en de Veiligheidsregio zijn congruent aan elkaar. Een tweede mogelijkheid om toe te treden tot een gemeenschappelijke regeling waarbij een GGD is ingesteld, vinden we terug in artikel 14, vijfde lid, van de Wpg. De colleges van de gemeenten die zijn gelegen in twee of meer Veiligheidsregio’s kunnen besluiten om voor deze regio’s één GGD op te richten.

Artikel 50

Uittreding

De gevolgen van uittreding en de daaraan te stellen voorwaarden zijn uitgewerkt in dit artikel. De wet verplicht dat. Een college kan niet zonder meer besluiten uit te treden uit de gemeenschappelijke regeling. Deelname aan een gemeenschappelijke regeling waarbij een GGD is opgericht, is verplicht op grond van de Wpg.

Artikel 51

Wijziging

Gekozen is voor wijziging van de gemeenschappelijke regeling alleen ingeval alle colleges na verkregen toestemming van de gemeenteraden hierover eensluidend besluiten.

Artikel 52

Opheffing

Opheffing van de gemeenschappelijke regeling kan alleen ingeval alle colleges na verkregen toestemming van de gemeenteraden hierover eensluidend besluiten en de Wpg hieraan niet in de weg staat. In de praktijk zal een opheffing alleen aan de orde zijn bij het samenvoegen van twee of meer GGD-regio’s tot één gezamenlijke regio (artikel 14, vijfde lid, van de Wpg).

Artikel 53

Geschillen

Dit artikel sluit aan bij de wet. Er is eerder gekozen voor een geschillencommissie voordat een geschil aan gedeputeerde staten wordt voorgelegd.

Artikel 54

Klachten

Een openbaar lichaam is evenals gemeenten verplicht een klachtenvoorziening in stand te houden. Dat geldt zowel voor de interne klachtenvoorziening als voor behandeling van klachten in tweede aanleg. Uitwerking van deze wettelijke verplichting geschiedt via het vaststellen van een klachtenverordening door het Algemeen Bestuur. De deelnemende gemeenten zullen in hun eigen klachtenverordening een uitzondering moeten maken voor die taken die eventueel in mandaat worden verricht door het openbaar lichaam GGD. De GGD beschikt over een klachtenregeling en een klachtenfunctionaris.

Artikel 55

Inwerkingtreding

Verwezen wordt naar de nieuwe bepaling in artikel 26 tweede en derde lid Wgr.

Artikel 56

Toezending

Verwezen wordt naar de nieuwe bepaling in artikel 26 eerste lid Wgr.

Per e-mail Vertrouwelijk Aan de Colleges van B&W en gemeenteraden van gemeenten verbonden aan de GGD Brabant-Zuidoost

Ons kenmerk:

2026/ab

Behandeld door:

:Je kenmerk:

Uw Kenmerk

:Doorkiesnummer:

:Onderwerp:

Eerste wijziging Programmabegroting 2026:

Rick de Kort

Datum:

088 0031 201

:

26 januari 2026

Geacht College en Raad, Hierbij bieden wij u de eerste wijziging van de Programmabegroting 2026 aan van de GGD Brabant-Zuidoost, zoals deze zijn voorgelegd aan het Algemeen Bestuur van de GGD in haar vergadering van 10 december 2025. We leggen deze wijziging van de Programmabegroting voor zodat u deze van uw zienswijze kan voorzien. Eerste wijziging Programmabegroting 2026 Deze eerste wijziging heeft betrekking op de inmiddels vastgestelde nieuw CAO, in werking vanaf 1 april 2025. De berekening van de gemeentelijke bijdragen over 2026 zijn in de programmabegroting 2026 nog gebaseerd op het niveau van de programmabegroting 2025, waarin een indexering van 5,9% was gehanteerd. Deze index 2025 is later verlaagd naar 3,23% (we verwijzen hiervoor naar de 1e begrotingswijziging 2025). De doorwerking van deze verlaging in de bijdragen over 2026 wordt met deze wijziging nu doorgevoerd. De index over 2026 zelf ad 4,2% blijft ongewijzigd. Tevens wordt de huidige contracttaak Nu Niet Zwanger, in het kader van de heroriëntatie, toegevoegd aan het basisaanbod. Dit betekent een verhoging van de gemeentelijke inwonerbijdrage met € 0,475 per inwoner in de begroting 2026, gecompenseerd door een evenredige verlaging in de omvang van de contracttaken. Het opnemen van Nu Niet Zwanger in het basisaanbod vergt tevens een aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling.

Deze wordt separaat, maar gelijktijdig voor zienswijze voorgelegd, waarna deze nog voor instemming wordt ingebracht. Wanneer er geen instemming plaatsvindt op de Gemeenschappelijke Regeling, zal dit automatisch invloed hebben op de voorgelegde begrotingswijziging. Nu Niet Zwanger zal in dat geval gecontinueerd blijven worden als contracttaak.

Postadres

Bezoekadres

ggdbzo.nl

GGD Brabant-Zuidoost

Gebouw De Witte Dame

088 0031 100

Postbus 8684

Clausplein 10

Kvk nr. 50451154

5605 KR Eindhoven

5611 XP Eindhoven

Wij verzoeken u om uw raad in de gelegenheid te stellen een zienswijze op bovenstaande document uiterlijk 1 mei a.s. kenbaar te maken aan het Algemeen Bestuur van de GGD zodat het Algemeen Bestuur hierover op 20 mei a.s. een besluit kan nemen. Tot slot willen we nog vermelden dat, gezien de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart a.s., het als gevolg daarvan doorschuiven van de DB en AB overleggen naar data in de twee weken daarop volgend, de programmabegroting 2027 op 1 april ter zienswijze aan de raden kan worden voorgelegd. Tevens wordt dan ook het nieuwe Meerjarenbeleidsplan 2026 – 2030 ter zienswijze voorgelegd.

Mocht u nog vragen hebben n.a.v. deze begrotingswijziging dan kunt u die richten tot Rick de Kort, bestuurssecretaris.

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend, Namens het Algemeen Bestuur

V. Zeeman

S. Toub

Voorzitter

Secretaris

Bijlage(n):

Concept eerste wijziging Programmabegroting 2026

1e BEGROTINGSWIJZIGING 2026:

Correctie gemeentelijke bijdragen 2026 ivm doorwerking indexverlaging 2025 en toevoeging Nu niet zwanger aan basispakket

Toelichting: Met deze begrotingswijziging worden de volgende aanpassingen verwerkt in de gemeentelijke bijdragen over 2026: - De berekening van de gemeentelijke bijdragen over 2026 zijn in de programmabegroting 2026 nog gebaseerd op het niveau van de programmabegroting 2025, waarin een indexering van 5,9% was gehanteerd. Deze index 2025 is later verlaagd naar 3,23%, zie ook de 1e begrotingswijziging 2025. De doorwerking van deze verlaging in de bijdragen over 2026 wordt met deze wijziging nu gecorrigeerd. De index over 2026 zelf ad 4,2% blijft ongewijzigd. - Het algemeen bestuur heeft in de vergadering van oktober 2025 besloten dat met ingang van 2026 de taak Nu Niet Zwanger (NNZ) in het basispakket zal worden opgenomen. Dit betekent een aanpassing van inwonerbijdrage met + € 0,475 per 2026, gecompenseerd met een omgekeerde mutatie in de omvang van de contracttaken. In bijlage 1 wordt de herziene begroting 2026 weergegeven, afgezet tegen de primaire begroting 2026. Hierbij zijn overigens alleen mutaties als gevolg van deze wijziging verwerkt en nog geen andere en/of algehele actualisatie. De blauw gearceerde kolommen daarin zijn gelijk aan onderstaande wijziging. In bijlage 2 wordt het gewijzigde overzicht van de bijdragen per gemeente weergegeven. In bijlage 3 wordt de gewijzigde berekening van de inwoner- en kindbijdragen weergegeven.

UITGAVEN Codering Omschrijving van de post

Programma Publieke Gezondheid 4.1.0 Personele kosten

INKOMSTEN Verhoging

Bedrag Verlaging

0

Codering Omschrijving van de post

920.000

Programma Publieke Gezondheid

920.000

1.4.2 Gem. inwonerbijdrage JGZ 0-4 bijdrage basispakket 5.3.4 Contracttaken gemeenten

Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de GGD Brabant Zuidoost dd maart 2026.

Voorzitter: Mevr. V. Zeeman

Secretaris: Dhr S. Toub

1

Verhoging

Bedrag Verlaging

0

920.000 125.000 405.000 390.000

Bijlage 1 Herziene begroting 2026 PUBLIEKE GEZONDHEID Begroting Volgnr. Cat. Omschrijving

1e wijziging begroting 2026

AMBULANCEZORG

TOTAAL GGD

Begroting

Begroting

1e wijziging

Begroting

Begroting

1e wijziging

Begroting

2026

Doorwerking

Toevoegen

2026

2026

Begroting

2026

2026

Begroting

2026

primair

index 2025

NNZ

na 1e wijz.

primair

2026

na 1e wijz.

primair

2026

na 1e wijz.

70.510.000

-920.000

69.590.000

Lasten 4

1.0 Personele kosten

6

2.0 Rente en afschrijvingen

8

3.0 Inhuur personeel van derden

10 12 14 16 18

4.2 Vermogensoverdrachten

20

0 Verrekening inzet en overhead

42.710.000

-920.000

41.790.000

27.800.000

27.800.000

780.000

780.000

1.740.000

1.740.000

2.520.000

0

2.520.000

3.600.000

3.600.000

560.000

560.000

4.160.000

0

4.160.000

3.1 Energie

140.000

140.000

670.000

670.000

810.000

0

810.000

3.3 Duurzame goederen

55.000

55.000

0

0

55.000

0

55.000

3.4 Overige goederen en diensten

12.685.000

12.685.000

6.600.000

6.600.000

19.285.000

0

19.285.000

6.0 Toevoeging reserves/voorz.

170.000

170.000

255.000

255.000

425.000

0

425.000

570.000

570.000

0

0

570.000

0

570.000

-2.315.000

-2.315.000

2.315.000

2.315.000

0

0

0

Wendbaarheid-/ontwikkelingsbudget

865.000

865.000

0

0

865.000

0

865.000

Vennootschapsbelasting

30.000

30.000

0

0

0

30.000

0

30.000

0

39.940.000

99.230.000

-920.000

98.310.000

0

20.295.000

-125.000

20.170.000

Totaal lasten

59.290.000

-920.000

0

58.370.000

39.940.000

4.2 Gem. inwonerbijdrage

20.295.000

-515.000

390.000

20.170.000

0

1a

4.2 JGZ 0-4 bijdrage basispakket

16.125.000

-405.000

3

4.2 Bijdragen gemeenten

Baten 1

160.000 -390.000

15.720.000

0

0

16.125.000

-405.000

15.720.000

160.000

10.000

10.000

170.000

0

170.000

5

3.4 Contracttaken gemeenten

8.615.000

8.225.000

0

0

8.615.000

-390.000

8.225.000

5a

3.4 Idem Mantelzorgcompliment

570.000

570.000

0

0

570.000

0

570.000

7

4.1 Baten Rijk

7.640.000

7.640.000

2.165.000

2.165.000

9.805.000

0

9.805.000

9

3.4 Baten Zorgverzekeraars

330.000

330.000

37.400.000

37.400.000

37.730.000

0

37.730.000

11

3.4 Baten instell/bedrijven

3.440.000

3.440.000

320.000

320.000

3.760.000

0

3.760.000

13

3.4 Baten particulieren

1.855.000

1.855.000

0

0

1.855.000

0

1.855.000

17

3.4 Diverse baten

0

0

0

0

0

0

0

19

6.0 Onttrekking reserves

260.000

260.000

45.000

45.000

305.000

0

305.000

Totaal baten

59.290.000

-920.000

0

58.370.000

39.940.000

0

39.940.000

99.230.000

-920.000

98.310.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Saldo

Bijlage 2 Herzien overzicht inwonerbijdrage en overige bijdragen per gemeente 2026. Gemeente

# Inwoners

# kinderen

Inwoner

corr index '25

correctie

Inwoner

corr

Inwoner

corr

Inwoner

Bijdrage

corr

Bijdrage

per

0-4 per

bijdrage

aanpassing

toevoegen

bijdrage

index '25

bijdrage

index '25

bijdrage

onderzoek

index '25

uitloop

1-1-2025

1-1-2025

puber cm

p/kind 0-4

p/kind 0-4

TOTAAL

locaties

onderz.lo-

schalen

534,494

€

(incl wijz)

JGZ

caties JGZ

per inwoner €

23,772

inw bijdr €

-0,599

NNZ €

puber cm

0,475

€

886.125

€

-22.328

-13,47

Totaal

(incl wijz)

Asten

17.390

680

413.398

-10.422

8.260

18.523

-467

363.456

-9.163

783.585

Bergeijk

19.260

692

457.852

-11.543

9.149

20.163

-508

369.870

-9.325

835.658

835.658

Best

31.652

1259

752.437

-18.970

15.035

35.566

-896

672.928

-16.965

1.439.134

1.439.134

Bladel

21.009

758

499.430

-12.591

9.979

21.984

-554

405.146

-10.214

913.180

913.180

Cranendonck

21.739

698

516.784

-13.029

10.326

21.844

-550

373.077

-9.406

899.046

899.046

Deurne

33.388

1204

793.706

-20.011

15.859

36.095

-910

643.531

-16.224

1.452.047

1.452.047

783.585

Eersel

20.389

812

484.691

-12.220

9.685

19.351

-488

434.009

-10.942

924.087

Eindhoven

249.054

8812

5.920.559

-149.266

118.301

272.317

-6.862

4.709.960

-118.742

10.746.267

Geldrop-Mierlo

40.765

1515

969.073

-24.432

19.363

45.877

-1.156

809.758

-20.415

1.798.070

1.798.070

Gemert-Bakel

31.534

1287

749.632

-18.899

14.979

33.122

-835

687.894

-17.342

1.448.550

1.448.550

Heeze-Leende

17.079

595

406.005

-10.236

8.113

16.512

-416

318.024

-8.018

729.984

Helmond

96.540

3622

2.294.967

-57.860

45.857

122.700

-3.092

1.935.937

-48.806

4.289.702

Laarbeek

23.324

922

554.463

-13.979

11.079

24.499

-617

492.803

-12.424

1.055.824

1.055.824

Nuenen, Gerwen en Nederwetten

24.291

927

577.450

-14.558

11.538

24.264

-611

495.476

-12.491

1.081.067

1.081.067

Oirschot

19.546

695

464.651

-11.715

9.284

20.013

-504

371.473

-9.365

843.838

843.838

Reusel-De Mierden

13.653

558

324.562

-8.183

6.485

13.439

-339

298.248

-7.519

626.693

626.693

Someren

20.214

917

480.531

-12.115

9.602

19.835

-500

490.131

-12.357

975.127

975.127

Son en Breugel

18.130

740

430.990

-10.866

8.612

19.157

-483

395.525

-9.971

832.964

832.964

Valkenswaard

31.958

1176

759.712

-19.154

15.180

32.610

-822

628.565

-15.847

1.400.245

1.400.245

Veldhoven

47.604

1635

1.131.651

-28.531

22.612

48.688

-1.227

873.898

-22.032

2.025.060

2.025.060

Waalre

17.894

665

425.380

-10.724

8.500

19.566

-493

355.438

-8.961

788.705

788.705

816.413

30.169 ***)

19.407.923

-489.304

387.796

886.125

-22.328

16.125.146

-406.527

35.888.832

924.087 64.323

-1.621

75.000

10.883.969

729.984 32.338

96.661 **)

-815

-2.436

4.321.226

75.000

36.058.058

*)

*) Deze bijdrage wordt achteraf afgerekend obv de werkelijke kosten. **) Behoudens de genormeerde bijdragen van Helmond en Eindhoven voor het gebruik van onderzoekslocaties in de beide hoofdgebouwen, geldt dat in alle gemeenten de JGZ-locatie 4-18 door de gemeente geregeld en integraal betaald wordt, zodat de vergoeding daarvoor niet in een algemene bijdragesfeer valt. ***) Deze bijdrage wordt achteraf definitief vastgesteld op basis van het werkelijke aantal kinderen 0-4 per 1-1-2026. Het werkelijke aantal kinderen 1-1-2025 zoals in deze tabel opgenomen is inmiddels weliswaar gewijzigd, voor de eenduidigheid worden hier nu nog de aantallen volgens de programmabegroting aangehouden.

Bijlage 3 Berekening gewijzigde inwonerbijdrage 2026

Bijdrage per inwoner gemeensch takenpakket na 1e begr wijz 2025 ivm verlaging index Indexering 2026

€ 22,239 4,20%

Totaal inwonerbijdrage 2026 na correctie doorwerking indexverlaging 2025

€ 0,934 € 23,173 *)

Toevoeging Nu Niet Zwanger in basispakket

€ 0,475

Bijdrage per inwoner 2026 gemeensch takenpakket herzien

€ 23,648

Bijdragen Pubercontactmoment na 1e begr wijz 2025 ivm verlaging index

€ 828.967

Indexering 2026

4,20%

€ 34.830

Totaal Bijdragen 2026 pubercontactmoment herzien

€ 863.797 **)

Bijdrage JGZ 0-4 per kind na 1e begr wijz 2025 ivm verlaging index

€ 500,018

Indexering 2026 Bijdrage per kind 2026 JGZ 0-4 herzien

4,20%

€ 21,001 € 521,019 ***)

*) volgens de primaire programmabegroting '26 bedroeg deze € 23,772; per saldo dus een verlaging met € 0,599 dit betekent procentueel een verlaging van 0,599 / 23,772 = 2,52% **) volgens de primaire programmabegroting '26 bedroeg deze € 886.125; per saldo dus een verlaging met € 22.328 ***) volgens de primaire programmabegroting '26 bedroeg deze € 534,494; per saldo dus een verlaging met € 13,475

do 29-1-2026 Beste gemeenteraadslid, “Steungezinnen, buurtteams, begeleiding voor mijn moeder, zoveel had mijn uithuisplaatsing kunnen voorkomen. Ik was nooit echt in gevaar." (Marilène, 21 jaar). Vandaag start de Week van Het Vergeten Kind. Met deze actie vragen we aandacht voor de hoeveelheid aan onnodige uithuisplaatsingen en de oplossing om dit terug te dringen: gezinshulp eerst. Lees het uitgebreide verhaal van Marilène. Onderzoek toont aan: gezinshulp onvoldoende ingezet Jaarlijks worden in Nederland duizenden kinderen uit huis geplaatst, terwijl dit vaak te voorkomen is. Uit het onderzoek Van inzicht naar uitvoering – Het verminderen van het aantal uithuisplaatsingen van het Verwey-Jonker Instituut, in opdracht van Het Vergeten Kind, blijkt dat er volop kennis en ervaring is over wat werkt om kinderen veilig en zo thuis mogelijk te laten opgroeien maar dat dit niet structureel wordt ingezet. Met een hardnekkig hoog aantal kinderen dat uit huis wordt geplaatst als gevolg. “We weten wat werkt, nu moeten we het ook doen”, zegt Margot Ende- van den Broek, directeur van Het Vergeten Kind. Lees de verhalen van jongeren en ouders die te maken kregen met een uithuisplaatsing.

Podcast Oost, West, Thuis Best In de podcast Oost, West, Thuis Best hoor je eerlijk, indringend en soms schrijnend wat er écht speelt binnen gezinnen: een jongere die haar verhaal durft te delen, ouders die hun worstelingen openhartig vertellen en experts die daarop reageren. Luister hier de podcast. We hopen dat je deze podcast gaat luisteren en dat het je motiveert je in te zetten voor goede gezinszorg. Wat kunnen gemeenten doen? Gemeenten kunnen financiële en organisatorische schotten wegnemen en met lokale zorgaanbieders afspraken maken over samenwerkingen tussen professionals vanuit de verschillende domeinen (zoals jeugdhulp, schuldhulp, ggz en Wmo). Het gaat hierbij om teams die werkzaam zijn in wijken en een breed mandaat krijgen om te doen wat nodig is. Als gemeenteraadslid kunt u helpen bij deze belangrijke opgave. Denk aan het stellen van vragen over dit probleem en pleiten voor de hierboven genoemde oplossingen. Lees ons uitgebreide manifest. Petitie Met een petitie roept Het Vergeten Kind het Rijk op om landelijke regie te pakken en te zorgen voor continuïteit en een langetermijnvisie op de zorg voor gezinnen. Een minister voor Jeugd en Gezin aanstellen is hard nodig om de problemen in de jeugdzorg aan te pakken, kinderen en hun ouders van de juiste zorg te voorzien en hen zo te beschermen tegen onnodig trauma.

We helpen gemeenten graag! Wilt u weten hoe de jeugdzorg met verblijf in uw gemeente aandachtsvoller georganiseerd kan worden? En wilt u bijvoorbeeld een motie of amendement indienen over dit onderwerp? Neem dan contact met op met mijn collega's Freke Evers en Keshia Juliënne via wereldvanaandacht@hetvergetenkind.nl . Wil je voortaan onze mailings ontvangen waarmee we gemeenten een paar keer per jaar op de hoogte houden van onze missie? Stuur ook dan een e-mail naar wereldvanaandacht@hetvergetenkind.nl

Hartelijke groet, Experts Aandachtsvolle Jeugdzorg

Aan de leden van de gemeenteraden in het stedelijk gebied

Uw brief van

Uw kenmerk

Afdeling/Ambtenaar

SGE Secretariaat Onderwerp

SGE Jaarprogramma 2026

Ons kenmerk

Datum

15 januari 2026

Geachte heer/mevrouw, Met deze brief informeren wij u over het Jaarprogramma 2026 van onze samenwerking in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE). Hierin werken wij ‘als waren wij één gemeente’ samen op de thema’s: Wonen, Economie, Voorzieningen en Ruimte. Ons jaarprogramma is gebaseerd op de Samenwerkingsagenda 2023 die u heeft vastgesteld. Via onze kwartaalberichten en ons jaarverslag houden wij u op de hoogte van de voortgang op de activiteiten in ons jaarprogramma. Vragen? Heeft u vragen en/of opmerkingen n.a.v. het jaarprogramma? Neemt u dan contact op met één van uw vertegenwoordigers. U vindt uw vertegenwoordigers in het jaarprogramma. Met vriendelijke groeten, Namens het Bestuurlijk Platform van het Stedelijk Gebied Eindhoven Dhr. J.C.J. (Jos) van Bree (voorzitter)

w: www.stedelijkgebiedeindhoven.nl, t: @StedelijkGebied, y: Stedelijk Gebied Eindhoven

S T E DE L I J K GE B I E D!

BEST - EINDHOVEN - GELDROP-MIERLO - HELMOND - NUENEN - OIRSCHOT - SON EN BREUGEL - VELDHOVEN - WAALRE

STEDELIJK GEBIED!

JAARPROGRAMMA

Stedelijk Gebied Eindhoven 2026 Samenwerken als ‘waren we één gemeente’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16601312/1