CConstaterende datHelmond
Koppel je AI →
Document · PDF

A Ter kennisname geanonimiseerd

Gemeenteraad 24 februari 2026, gemeente HelmondBij agendapunt: Ter kennisname28.601 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ingekomen stukken Nummering

2026-02-A20

Onderwerp

A20 Senzer inzake RIB Business cases en uitwerking in programma van eisen en plan van aanpak

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

26-01-2026

Datum raadsvergadering

24-02-2026

Hoofddocument

A20 Senzer inzake RIB Business cases en uitwerking in programma van eisen en plan van aanpak

Nummering

2026-02-A21

Onderwerp

A21 CDAV Brabant inzake veiligheid rondom Carnaval GEANONIMISEERD

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

26-01-2026

Datum raadsvergadering

24-02-2026

Hoofddocument

A21 CDAV Brabant inzake veiligheid rondom Carnaval GEANONIMISEERD

Nummering

2026-02-A22

Onderwerp

A22 Wijziging gemeenschappelijk regeling (GR) GGD Brabant Zuidoost

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

27-01-2026

Datum raadsvergadering

24-02-2026

Hoofddocument

A22 Wijziging gemeenschappelijk regeling (GR) GGD BrabantZuidoost

1

Nummering

2026-02-A23

Onderwerp

A23 GGD Brabant ZO Eerste wijziging Programmabegroting 2026

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

27-01-2026

Datum raadsvergadering

24-02-2026

Hoofddocument

A23 GGD Brabant ZO - Eerste wijziging Programmabegroting 2026

Nummering

2026-02-A24

Onderwerp

A24 Het Vergeten Kind Gezinshulp eerst GEANONIMISEERD

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

02-02-2026

Datum raadsvergadering

24-02-2026

Hoofddocument

A24 Het Vergeten Kind -Gezinshulp eerst GEANONIMISEERD

Nummering

2026-02-A25

Onderwerp

A25 SGE Jaarprogramma 2026

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

09-02-2026

Datum raadsvergadering

24-02-2026

Hoofddocument

A25 SGE Jaarprogramma 2026

Nummering

2026-02-A26

Onderwerp

A26 Nota van beantwoording wensen en bedenkingen inrichting BV structuur Fondsbeheer

Categorie

A Ter kennisname

Datum ontvangst

12-02-2026

Datum raadsvergadering

24-02-2026

Hoofddocument

A26 Nota van beantwoording wensen en bedenkingen inrichting BV-structuur Fondsbeheer

Regionale raadsinformatiebrief aangeboden door het algemeen bestuur van Senzer aan de raden en (in afschrift aan) de colleges van de zeven gemeenten die deelnemen aan de GR Senzer

Datum Ons kenmerk Uw kenmerk Referentie

23 januari 2026

Contactpersoon Telefoonnummer E-mail Locatie

M. van Limpt

Onderwerp

Business cases en uitwerking in programma van eisen en plan van aanpak

Montgomeryplein 6, Helmond

Geachte leden van de gemeenteraad, In de begroting van Senzer voor 2025 en 2026 is beschreven dat de toekomstige huisvesting van Senzer onderwerp van onderzoek is. De aanleiding hiervoor is het feit dat de huidige locatie en de inrichting van de gebouwen niet meer voldoen aan de geldende eisen en toekomstige wensen van de dienstverlening van Senzer. Daarnaast wordt het, zonder drastische en dure maatregelen, onmogelijk om te kunnen blijven voldoen aan de wet- en regelgeving. Ook hebben wij u, met een informatiebrief op 8 oktober 2025, geïnformeerd over het Strategisch huisvestingsplan (SHP), de scenario’s die bij het opstellen van dit huisvestingsplan zijn onderzocht en de aankoop van de percelen aan de Engelseweg tussen Montgomeryplein en Churchilllaan. Deze aankoop is geëffectueerd op 9 oktober 2025. Scenario’s Op basis van een extern onderzoek zijn drie scenario’s nader uitgewerkt: twee nieuwbouw scenario’s en een verbouwscenario. Geconcludeerd is dat, gelet op de uitkomsten van dit onderzoek, het scenario van nieuwbouw met gebruik van de nieuw aangekochte percelen aan de Engelseweg het meest duurzaam en voordelig is voor de langere termijn. Het algemeen bestuur heeft op 17 december 2025 dan ook besloten dit scenario verder uit te werken in een programma van eisen en plan van aanpak voor de bouwfase.

Hiermee ontstaat een scherper beeld van de nodige investeringen, huisvestingslasten, exploitatiebegroting, afwaardering, kansen- en risico’s en fasering. Deze uitwerking gebeurt aankomend jaar en leidt tot nadere besluitvorming eind 2026. Mocht deze uitwerking leiden tot nieuwe en of andere inzichten, dan wordt het scenario daarop aangepast.

Senzer probeert de financiële consequenties van de toekomstige huisvesting binnen de bestaande begrotingsafspraken op te vangen. Bij de genoemde uitwerking wordt uiteraard gebruik gemaakt van de kennis van nieuwbouw en verbouw die binnen de gemeentehuizen aanwezig is. Vervolgtraject In de komende fase wordt een communicatieplan opgesteld om alle betrokken partijen, zoals deelnemende gemeenten, huurders en overige partners, te informeren over de toekomstige huisvesting. De raden en colleges worden daarbij eind 2026 geïnformeerd over de uitkomsten van het programma van eisen en plan van aanpak. Vanzelfsprekend worden de raden vooraf om een zienswijze gevraagd als verdere besluitvorming het budgetrecht raakt. Wij vertrouwen erop u met deze brief daarover voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Het algemeen bestuur van Senzer, namens deze, De voorzitter

De secretaris

I.v.m. publicatie is deze brief niet voorzien van handtekeningen

M.V. de Kort

H.A.A.J. van Rinsum

zo 25-1-2026 14:49

De gemeenteraad van Helmond, Bijgaand een aandachtsmail van het CDAV Brabant rondom veiligheid en respect tijdens carnaval. Ons verzoek aan u om dit door te sturen naar B&W en naar alle partijen. Deze mail is ook verstuurd naar de Brabantse Carnavals Federatie. Door een goede samenwerking tussen de verschillende gremia hopen we bij te dragen aan een mooi, veilig en verbindend carnaval! Hartelijke groet, CDAV Brabant Geachte Brabantse Carnaval Federatie, Carnaval is bij uitstek een feest van saamhorigheid, vrijheid en verbondenheid. Van die waarden en van de organiserende carnavalsvereniging, bent u als Brabantse Carnavals Federatie een belangrijke vertegenwoordiger. Tegelijkertijd brengt het samenkomen van grote groepen mensen ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid met zich mee. In overleg met de Brabantse gemeenten zou kunnen worden ingezet op extra bewustwording rondom sociale veiligheid, wederzijds respect en zorg voor elkaar tijdens carnaval. In aanloop naar het komende carnavalsseizoen willen wij daarom graag uw aandacht vragen voor het thema “Wij eisen de nacht op”. Onder deze vlag is een landelijke campagne en beweging in Nederland ontstaan na een aantal geweldsincidenten tegen vrouwen in de zomer van 2025.

Met de leus "wij eisen de nacht op, laat vrouwen veilig thuiskomen" roepen wij op om te bouwen aan een samenleving waarin iedereen zich vrij en veilig kan bewegen, los van politieke ideologieën. Het thema staat symbool voor het belang van een veilige, inclusieve en respectvolle openbare ruimte tijdens het uitgaan en vieren, met name in de avond- en nachtelijke uren. Wij willen u als bestuur van de federatie vragen om, waar mogelijk, dit thema onder de aandacht te brengen binnen uw vereniging en voorafgaand aan alle carnavalsactiviteiten. Dit kan bijvoorbeeld door het bespreken van het onderwerp binnen de vereniging en in overleg met het gemeentebestuur. In overleg met de gemeente zou er gewerkt kunnen worden aan opstappunten en veilige fietsroutes. Ook in de briefings voor politie, BOA´s , ambassadeurs en anderen die tijdens carnaval actief zijn in de openbare ruimte op het gebied van orde en veiligheid, kan hier aandacht aan besteed worden. Wij waarderen de belangrijke rol die carnavalsverenigingen spelen in het culturele en sociale leven van Brabant en hopen samen met u en de gemeenten bij te dragen aan een feestelijk, veilig en verbindend carnaval. Bij voorbaat dank voor uw inzet en betrokkenheid. Mocht u vragen hebben of nadere afstemming wensen, dan gaan wij daar graag over in gesprek.

Een afschrift van deze brief sturen wij naar de burgemeester van uw gemeente (portefeuille Openbare Orde en Veiligheid) Hartelijke groet, Namens het bestuur CDAV Brabant, Voorzitter

Per e-mail Vertrouwelijk Aan de Colleges van B&W en gemeenteraden van gemeenten verbonden aan de GGD Brabant-Zuidoost

Ons kenmerk:

2026/ab

Behandeld door:

:Je kenmerk:

Uw Kenmerk

:Doorkiesnummer:

:Onderwerp:

Wijziging Gemeenschappelijke Regeling

:

Rick de Kort

Datum:

088 0031 201

:

26 januari 2026

Geacht College, Geachte Raad, De huidige Gemeenschappelijke Regeling GGD Brabant-Zuidoost is van kracht sinds 2024. In de tussentijd is de gewijzigde Wet van school naar duurzaam werk in werking getreden en is in het kader van de heroriëntatie GGD het verzoek om de contracttaak Nu Niet Zwanger op te nemen in het basisaanbod, als gevolg waarvan de Gemeenschappelijke Regeling GGD Brabant-Zuidoost aangepast dient te worden. Aan de colleges van de deelnemende gemeenten wordt nu gevraagd de ontwerpregeling voor te leggen aan de gemeenteraad teneinde de gemeenteraad in de gelegenheid te stellen een zienswijze naar voren te brengen. Het Algemeen Bestuur heeft hiertoe een voorstel voor een geactualiseerde versie vrijgegeven met een effectieve ingangsdatum op 1 januari 2026, die wij hierbij namens het bestuur mogen aanbieden. De wijziging zal met terugwerkende kracht in werking treden. De aanpassingen hebben onder andere betrekking op: •

De bevoegdheid van GGD Brabant-Zuidoost om persoonsgegevens te verwerken van jongeren in de leeftijd van 5 – 27 jaar, wanneer dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de gedelegeerde wettelijke taken

•

Het toevoegen van de contracttaak Nu Niet Zwanger aan het basisaanbod van de GGD

Overige aanpassingen hebben betrekking op verplicht aan te vullen zaken of tekstuele wijzigingen. Ook is de nummering van artikelen aangepast en consequent doorgenummerd. In de bijgevoegde “was/wordt-tabel” kunt u de gewijzigde passages lezen ten opzichte van de huidige regeling.

Postadres

Bezoekadres

ggdbzo.nl

GGD Brabant-Zuidoost

Gebouw De Witte Dame

088 0031 100

Postbus 8684

Clausplein 10

Kvk nr. 50451154

5605 KR Eindhoven

5611 XP Eindhoven

Daar het toevoegen van de taak Nu Niet Zwanger aan het basisaanbod gevolgen heeft voor de gemeentelijke inwonerbijdrage wordt ook een begrotingswijziging 2026 ingebracht. In deze begrotingswijziging is zowel de verlaging van de CAO indexatie opgenomen als het toevoegen van Nu Niet Zwanger in de inwonersbijdrage. Deze begrotingswijziging wordt separaat, maar gelijktijdig ingebracht voor zienswijze. Het Algemeen Bestuur van de GGD ontvangt graag de zienswijze van uw raad uiterlijk 1 mei a.s. waarna eventuele aanpassing van het voorstel kan volgen. Aangezien de gemeenschappelijke regeling van de GGD een regeling van colleges van deelnemende gemeenten betreft, is vervolgens instemming met de voorgestelde aanpassingen van alle colleges vereist. Op grond van de Wgr kunnen colleges alleen instemmen als zij hiertoe toestemming krijgen van hun raden. Tot slot willen wij u informeren dat momenteel de verdere uitwerking van de heroriëntatie GGD plaatsvindt. In dit proces kan het de komende jaren voorkomen dat het Bestuur vaker een verzoek indient om taken aan het basisaanbod toe te voegen of hieruit te verwijderen. Dit leidt telkens tot een wijziging van de huidige Gemeenschappelijke Regeling, mits deze niet beschreven staan onder wettelijke taken.

Daarom wordt thans verkend of de Gemeenschappelijke Regeling zodanig kan worden aangepast dat het Bestuur, passend binnen de kaders van de heroriëntatie, zelfstandig taken kan opnemen of schrappen uit het basisaanbod en deze jaarlijks kan verwerken in de ontwerp-programmabegroting. Hierbij wordt gebruikgemaakt van voorbeelden van andere GGD’en. Het vervolg van dit traject wordt besproken in het Dagelijks en Algemeen Bestuur en kan mogelijk later dit jaar opnieuw aan u worden voorgelegd. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Namens het Algemeen Bestuur

V. Zeeman

S. Toub

Voorzitter

Secretaris

Wijziging gemeenschappelijk regeling (GR) GGD Brabant-Zuidoost

Was GR 2024

Wordt GR 2024

Reden van wijziging

De gemeenschappelijke regeling voor

Een aantal artikelen van de

De GR GGD BZO stamt uit 2008

de vijfde maal te wijzigen, waarna

gemeenschappelijke regeling te

en is eerder in 2014,2016,2017,

deze als volgt luidt

wijzigen, luidend:

2020 en 2024 gewijzigd.

Artikel 4, eerste lid, onder e

Artikel 4, eerste lid, onder e

Technische wijziging van de

Het houden van toezicht op en het

Het houden van toezicht op

registreren van leerplichtige leerlingen

schoolverzuim en het registeren

in de leeftijd van 5 tot 18 jaar,

van leerplichtige leerlingen in de

voortijdige schoolverlaters in de

leeftijd van 5 tot 18 jaar, alsmede

leeftijd van 18 tot en met 22 jaar die

het, binnen het kader van de DSP-

niet meer leerplichtig zijn, ter

wet (zoals gedefinieerd in de

uitvoering van de Leerplichtwet 1969,

begrippenlijst van de verordening

artikel 118h van de Wet op het

Bestuurscommissie bestrijding

voortgezet onderwijs, artikel 8.3.2

schoolverzuim en voortijdig

Wet educatie beroepsonderwijs en

schoolverlaten Z.O. Brabant),

Met de inwerkingtreding op

artikel 162b van de Wet op de

begeleiden van jongeren in de

1 januari 2026 van de Wet van

expertisecentra”.

leeftijd van 18 tot 27 jaar die niet

school naar duurzaam werk blijft

meer leerplichtig zijn en geen

de term voortijdig

startkwalificatie hebben, het

schoolverlaten inhoudelijk

begeleiden van jongeren van 16

relevant, de focus verschuift

tot 27 jaar bij de overgang van

naar bredere begeleiding van

school naar duurzaam werk, het

jongeren tot 27 jaar waardoor

bieden van passende

artikel 8.19 Wet op het

ondersteuning en maatwerk, het

voortgezet onderwijs 2020 en

samenwerken met

artikel 146 Wet op de

onderwijsinstellingen,

expertisecentra moeten worden

doorstroompunten en regionale

toegevoegd, en artikel 8.3.2 Wet

Hoofdstuk 2 Belang, doel, bevoegdheden en taken

artikelen 118h Wet op het voorgezet onderwijs en 162b Wet op de expertisecentra die op 1 augustus 2022 zijn vervallen, en zijn vervangen door artikelen 8.22 Wet op het voortgezet onderwijs 2020 en artikel 147 Wet op de expertisecentra.

ketenpartners, ter uitvoering van

educatie beroepsonderwijs moet

de bevoegdheden die voortvloeien

worden gewijzigd in artikel 9.2.1,

uit de Leerplichtwet 1969,

9.2.4 en 9.2.5 Wet educatie

artikelen 8.19 en 8.22 van de Wet

beroepsonderwijs, als ook dat

voortgezet onderwijs 2020,

de leeftijd van 22 jaar moet

artikelen 9.2.1, 9.2.4 en 9.2.5 van

worden gewijzigd in tot 27 jaar;

de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikelen 146 en 147 van de Wet op de expertisecentra, en ook uit opvolgende, vervangende of aanvullende bepalingen in deze of andere relevante wet- en regelgeving, voor zover deze betrekking hebben op dezelfde taken en bevoegdheden.

Door toevoeging van de tekst: “, alsmede uit opvolgende, vervangende of aanvullende bepalingen in deze of andere relevante wet- en regelgeving, voor zover deze betrekking hebben op dezelfde taken en bevoegdheden” hoeft het delegatiebesluit niet bij elke wetswijziging te worden herzien

Ten behoeve van de uitvoering van

mits die inhoudelijk vergelijkbaar

deze taken is de GR GGD bevoegd

is met de bestaande taken en

tot het verwerken van

mits de wetgever delegatie nog

persoonsgegevens van jongeren

steeds toestaat. Als in de wet

in de leeftijd van 5 tot 27 jaar voor

fundamenteel andere taken

zover dit noodzakelijk. De GR GGD

worden geregeld dan moet

is tevens bevoegd tot het

delegatiebesluit wel worden

verwerken van persoonsgegevens

herzien.”

van ouders van deze jongeren, voor zover deze verwerking functioneel en noodzakelijk is in het kader van overdracht, vroegsignalering of samenwerking met onderwijsinstellingen, doorstroompunten en andere regionale ketenpartners.

Geeft de bevoegdheid van de verwerking van persoonsgegevens weer ten aanzien van de hierin genoemde taken

Artikel 4, eerste lid, onder f

Artikel 4, eerste lid, onder f

Ten behoeve van de uitvoering van de

Ten behoeve van de uitvoering van

uitvoering van deze taken heeft de

de taken genoemd in artikel 4,

GGD toestemming van de colleges

eerste lid, onder a tot en met d van

om de gegevens van de 0 tot 4-jarigen

deze gemeenschappelijke regeling

en de oudergegevens van de 0 tot en

is de GR GGD bevoegd tot het

met 22 jarigen te raadplegen.

verwerken van persoonsgegevens

Geeft de bevoegdheid van de verwerking van persoonsgegevens weer ten aanzien van in artikel 4 eerste lid, a tot en met d. taken.

kinderen tot 18 jaar. Tevens is zij bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens van de ouders van deze kinderen, voor zover de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van deze taken en plaatsvindt binnen de kaders van de AVG. Artikel 4, eerste lid, onder g

Artikel 4, eerste lid, onder g

-

“Het uitvoeren van het programma ‘Nu Niet Zwanger’ als onderdeel van het gezamenlijke basisaanbod, bekostigd uit de inwonersbijdrage.”

Toevoegen van de contracttaak Nu Niet Zwanger aan het basisaanbod, vanwege opname als basisfunctionaliteit in het Aanvullend Zorg en Welzijn Akkoord (AZWA) en passend binnen de nieuwe strategische visie van de GGD, voortkomend uit de heroriëntatie GGD (2025)

Gemeenschappelijke Regeling GGD Brabant-Zuidoost

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre.

overwegende dat: •

ingevolge artikel 14 van de Wet publieke gezondheid de gemeenten zorgen voor de instelling en instandhouding van gemeentelijke gezondheidsdiensten

•

het voor een optimale behartiging van deze taak wenselijk is dat zij samenwerken

•

zij daartoe een openbaar lichaam hebben ingesteld

•

zij aan dat openbaar lichaam de behartiging van de in deze regeling aan te geven belangen, taken en bevoegdheden hebben opdragen en middelen ter beschikking hebben gesteld

•

er aanleiding is de gemeenschappelijke regeling te wijzigen

•

die aanleiding gelegen is in de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022 , het feit dat de minister de GGD Brabant Zuidoost heeft aangewezen als de organisatie die in onze regio verantwoordelijk is voor de ambulancezorg en het herstel van enige technische of redactionele onvolkomenheden

•

uitgangspunt van de Gemeenschappelijke regeling blijft dat het bestuur en het beheer van het openbaar lichaam zo moeten zijn ingericht dat de gemeentebesturen zoveel mogelijk betrokken blijven bij die belangenbehartiging

•

het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur daarbij het beleid van de GGD Brabant-Zuidoost gestalte geven en de uitvoering ervan controleren, waarbij de bedrijfsvoering bij de directie ligt

•

de financiële risico's voor de gemeenten door een adequate bedrijfsvoering daarbij zo laag mogelijk moeten blijven

gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen

Besluiten De gemeenschappelijke regeling GGD Brabant-Zuidoost voor een zesde maal te wijzigen, waarna deze als volgt luidt: Gemeenschappelijke regeling GGD Brabant-Zuidoost.

Hoofdstuk 1

Algemene Bepalingen

Begripsbepalingen Artikel 1 1.

In deze regeling verstaat onder: a.

wet: Wet gemeenschappelijke regelingen

b.

regeling: Gemeenschappelijke regeling GGD Brabant-Zuidoost

c.

gemeente(n): aan de regeling deelnemende gemeente(n)

d.

college: college van burgemeester en wethouders van een gemeente

e.

raad: raad van een gemeente

f.

werkgebied: gebied van de aan deze regeling deelnemende gemeenten

g.

Brabant-Zuidoost: de regio die bestaat uit het gebied van de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre

h.

Gedeputeerde Staten: het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

i.

geneeskundige hulpverlening: geneeskundige hulpverlening zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s

j.

gezamenlijke taken; een taak die door de GGD voor alle gemeenten uitvoert en die wordt gefinancierd op basis van de inwonerbijdrage

k.

contracttaken: taken die de GGD op contract- of subsidiebasis uitvoert voor individuele gemeenten, rijk of derden

l.

pijler: een inhoudelijk samenhangend pakket van GGD taken, waarbinnen in de begroting gezamenlijke taken en contracttaken zijn opgenomen

2.

Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt in die artikelen in plaats van 'de gemeente', 'de raad', 'burgemeester en wethouders' en 'de burgemeester' respectievelijk gelezen: 'de GGD', 'het Algemeen Bestuur', 'het Dagelijks Bestuur' en 'de voorzitter'

Algemeen Artikel 2 1.

Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genaamd GGD Brabant-Zuidoost.

2.

De GGD Brabant-Zuidoost is een regionaal samenwerkingsverband van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten: Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre als bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid

3.

Het openbaar lichaam is gevestigd in Eindhoven

4.

Onderdelen van de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam kunnen in verschillende deelnemende gemeenten gevestigd zijn of zijn ondergebracht bij een ander openbaar lichaam

Hoofdstuk 2

Belang, Doel, Bevoegdheden en Taken

Belang en Doel

Artikel 3 De GGD heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg en de Ambulancezorg, alsmede aan de bestrijding van onwettig schoolverzuim.

Taken

Artikel 4 1.

Het openbaar lichaam is belast met: a.

Het ontwikkelen en in stand houden van een dienst voor de uitvoering van de publieke gezondheidszorg en de ambulancezorg

b.

Uitvoering van taken welke bij of krachtens de wet Publieke Gezondheid zijn opgedragen aan de colleges en op grond van die wet bij de GGD dienen te worden belegd.

In het bijzonder is de GGD belast met: •

het adviseren van gemeenten over hun beleid op het gebied van gezondheidspreventie, gezondheidsbevordering en –bescherming, waaronder het signaleren en monitoren van gezondheidsrisico’s in de fysieke en sociale omgeving en advisering over bestuurlijke beslissingen op andere beleidsterreinen

•

gezondheidsbescherming door middel van Algemene infectieziekten bestrijding, TBC-bestrijding, SOApreventie, SOA-curatie en Seksualiteitshulpverlening, Medisch-milieukundige zorg en Technische Hygiënezorg

•

het bewaken van de publieke gezondheid bij rampen en crisis (crisisteam en crisisplan, psychosociale hulpverlening bij ingrijpende gebeurtenissen)

• c.

het bieden van gezondheidszorg aan personen boven de 65 jaar

Uitvoering van taken welke bij of krachtens enig ander wettelijk voorschrift zijn opgedragen aan de GGD. In het bijzonder betreft dit het houden van toezicht op kinderopvang & peuterspeelzalen.

d.

e.

Uitvoering van wettelijk voorgeschreven taken die de colleges opdragen aan de GGD. Dit betreffen: •

het bieden van gezondheidszorg aan jongeren van 0-18 jaar

•

het uitvoeren van het rijksvaccinatieprogramma

•

het uitvoeren van de ambulancezorg

•

het leveren van sleutelfunctionarissen voor GHOR-functies bij rampen en crisis

•

het verrichten van lijkschouwingen

•

het afgeven van euthanasieverklaringen

•

het toezicht houden op tattoo- & piercingshops

Het houden van toezicht op schoolverzuim en het registeren van leerplichtige leerlingen in de leeftijd van 5 tot 18 jaar, alsmede het, binnen het kader van de DSP-wet (zoals gedefinieerd in de begrippenlijst van de verordening Bestuurscommissie bestrijding schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten Zuidoost Brabant), begeleiden van jongeren in de leeftijd van 18 tot 27 jaar die niet meer leerplichtig zijn en geen startkwalificatie hebben, het begeleiden van jongeren van 16 tot 27 jaar bij de overgang van school naar duurzaam werk, het bieden van passende ondersteuning en maatwerk, het samenwerken met onderwijsinstellingen, doorstroompunten en regionale ketenpartners, ter uitvoering van de bevoegdheden die voortvloeien uit de Leerplichtwet 1969, artikelen 8.19 en 8.22 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, artikelen 9.2.1, 9.2.4 en 9.2.5 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikelen 146 en 147 van de Wet op de expertisecentra, en ook uit opvolgende, vervangende of aanvullende bepalingen in deze of andere relevante wet- en regelgeving, voor zover deze betrekking hebben op dezelfde taken en bevoegdheden.

Ten behoeve van de uitvoering van deze taken is de GR GGD bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens van jongeren in de leeftijd van 5 tot 27 jaar voor zover dit noodzakelijk is. De GR GGD is tevens bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens van de ouders van deze jongeren, voor zover deze verwerking functioneel en noodzakelijk is in het kader van overdracht, vroegsignalering of samenwerking met onderwijsinstellingen, doorstroompunten en andere regionale ketenpartners” f.

“Ten behoeve van de uitvoering van de taken genoemd in artikel 4, eerste lid, onder a tot en met d van deze gemeenschappelijke regeling is de GR GGD bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens van kinderen tot 18 jaar. Tevens is zij bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens van de ouders van deze kinderen, voor zover de verwerking noodzakelijk is voor de uitvoering van deze taken en plaatsvindt binnen de kaders van de AVG”

g.

“Het uitvoeren van het programma ‘Nu Niet Zwanger’ als onderdeel van het gezamenlijke basisaanbod, bekostigd uit de inwonersbijdrage”

2.

Het Dagelijks Bestuur van het openbaar lichaam kan daarnaast op verzoek van één of meer gemeenten en van niet aan de regeling deelnemende gemeenten dan wel van derden opdrachten aannemen voor de uitvoering of ondersteuning van taken mits die passen binnen de doelstelling van de GGD en dat gebeurt op een budgettair neutrale wijze voor de andere deelnemende gemeenten

3.

Wijziging van het takenpakket als benoemd in het eerste lid, onder d, ten gevolge van gemeentelijke besluitvorming, verplicht tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling

4.

Er is ruimte voor lokale accenten in de uitvoering van taken door de GGD. Het Dagelijks Bestuur bepaalt de voorwaarden waaronder aan de lokale accenten invulling kan worden gegeven

Bevoegdheden

Artikel 5 1.

Het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur hebben uitsluitend verordenende en regelgevende bevoegdheden met betrekking tot de aangelegenheden die de bedrijfsvoering van het openbaar lichaam betreffen

2.

Het Algemeen Bestuur respectievelijk het Dagelijks Bestuur kunnen afzonderlijk of te samen, ieder voor zover zij bevoegd zijn, een gemeenschappelijke regeling treffen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van het openbaar lichaam

3.

Het Algemeen Bestuur is bevoegd te besluiten tot de oprichting van of deelname in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperaties en verenigingen, dan wel de ontbinding daarvan of beëindiging van deelneming daaraan op voorwaarde dat de raden van de deelnemende gemeenten vooraf in

de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorgenomen besluit aan het Algemeen Bestuur kenbaar te maken 4.

Het Dagelijks Bestuur is bevoegd met een of meer colleges van al dan niet deelnemende gemeenten of met bestuursorganen van andere openbare lichamen samenwerkingsovereenkomsten te sluiten met betrekking tot ondersteunende dienstverlening voor taken waarmee het openbaar lichaam belast is

5.

Voor zover nodig worden de collegebevoegdheden betreffende uitvoering van de taken als bedoeld in artikel 4, eerste lid onder a tot en met d, en het tweede lid, onder verantwoordelijkheid van de colleges opgedragen aan het Dagelijks Bestuur van het openbaar lichaam op basis van een door elk college afzonderlijk vast te stellen extern mandaatbesluit

6.

De colleges dragen met hun bevoegdheden die horen bij het uitvoeren van de taken als bedoeld in artikel 4 lid 1, sub e, alsmede alle voorbereidings- en uitvoeringshandelingen die daarmee gepaard gaan, met het vaststellen van de 3e wijziging van de gemeenschappelijke regeling, over aan het Dagelijks Bestuur(delegatie)

Hoofdstuk 3

Bestuursorganen

Organen Artikel 6 Het openbaar lichaam kent de volgende bestuursorganen: a.

het Algemeen Bestuur

b.

het Dagelijks Bestuur

c.

de voorzitter

d.

de door het bestuur ingestelde commissies

HOOFDSTUK 4

ALGEMEEN BESTUUR

Samenstelling

Artikel 7 1.

De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten wijzen ieder uit hun midden een lid van het Algemeen Bestuur aan. Ook wijzen zij uit hun midden ieder een plaatsvervangende lid aan die het door hen benoemde lid bij ontstentenis vervangen

2.

De leden van het Algemeen Bestuur worden aangewezen voor een zittingsduur van 4 jaar en treden af op de dag waarop in het kader van een nieuwe zittingsperiode van de gemeenteraad een nieuw geïnstalleerd college een besluit neemt tot aanwijzing van het lid en plaatsvervangend lid van het Algemeen Bestuur. Aftredende leden kunnen opnieuw als lid worden aangewezen

3.

Wanneer het lidmaatschap van het college van burgemeester en wethouders eindigt, eindigt ook het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het Algemeen Bestuur

4.

Een lid van het Algemeen Bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Dit gebeurt door mededeling aan het Algemeen Bestuur

5.

Indien tussentijds de plaats van een lid vacant komt, wijst het daartoe bevoegde college zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan

6.

Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van één van de deelnemende gemeenten dan wel door of vanwege het Dagelijks Bestuur van het lichaam aangesteld of daaraan ondergeschikt. Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit lid gelijkgesteld zij die in dienst van één der deelnemers dan wel van het lichaam op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn

Werkwijze

Artikel 8 1.

Het Algemeen Bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. Dit reglement, en de daarin aangebrachte wijzigingen, worden aan de colleges van de deelnemende gemeenten gezonden. De artikelen 16, 17, 19, 20, 22, 26 en 28 t/m 33 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing

2.

Het Algemeen Bestuur vergadert minimaal twee maal per jaar. Meerdere vergaderingen kunnen ingelast worden wanneer de voorzitter of het Dagelijks Bestuur dit nodig acht en wanneer ter voldoening aan het bepaalde in artikel 12, tweede lid van deze regeling een of meer leden van het Dagelijks Bestuur moeten

worden benoemd of wanneer tenminste 5 leden van het Algemeen Bestuur, onder opgave van redenen, dit schriftelijk verzoeken 3.

De vergaderingen van het Algemeen Bestuur zijn openbaar. De vergadering kan met gesloten deuren plaatsvinden wanneer ten minste 5 van de aanwezige leden hierom verzoekt of de voorzitter dit nodig acht en het Algemeen Bestuur hiertoe besluit. Voor het overige is ten aanzien van de openbaarheid artikel 23 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing

4.

In een vergadering met gesloten deuren van het Algemeen Bestuur kan niet worden beraadslaagd of worden besloten over: a.

de vaststelling en wijziging van de begroting

b.

de vaststelling van de jaarrekening

c.

de vaststelling van het liquidatieplan

d.

de vaststelling of wijziging van verordeningen

e.

de vaststelling of wijziging van een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam en andere openbare lichamen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke regeling

f.

de oprichting van of deelname in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperaties en verenigingen, dan wel de ontbinding daarvan of beëindiging van deelneming daaraan

5.

Op verzoek van de voorzitter geschiedt de in artikel 19 tweede lid Gemeentewet bedoelde openbare kennisgeving voor zijn vergaderingen op de gebruikelijke wijze

6.

Derden kunnen worden uitgenodigd om als adviseur de vergaderingen van het Algemeen Bestuur bij te wonen

Besluitvorming

Artikel 9 1.

Bij het nemen van besluiten door het Algemeen Bestuur tot vaststelling van de jaarrekening en tot vaststelling van de begroting en begrotingswijzigingen geldt de volgende stemverhouding:

2.

•

het lid aangewezen door de raad van gemeenten tot 20.000 inwoners heeft één stem

•

het lid aangewezen door de raad van gemeenten vanaf 20.000 inwoners heeft twee stemmen

•

het lid aangewezen door de raad van de gemeente Helmond heeft drie stemmen

•

het lid aangewezen door de raad van de gemeente Eindhoven heeft vijf stemmen Bij de overige besluitvorming door het Algemeen Bestuur vindt stemming plaats op basis van gewone stemwaardering (één stem per gemeente)

3.

De besluitvorming vindt plaats bij volstrekte meerderheid van stemmen. Het bepaalde in artikel 28 tot en met 32 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing

4.

Het Algemeen Bestuur vergadert en besluit slechts indien meer dan de helft van het aantal stemgerechtigde leden van het Algemeen Bestuur aanwezig is

5.

Jaarlijks wordt een vergaderschema vastgesteld van de data waarop begroting en rekening worden behandeld

6.

Indien het vereiste aantal leden als bedoeld in het vierde lid niet aanwezig is bij een vergadering, kan de voorzitter een nieuwe vergadering beleggen, welke binnen twee weken dient plaats te vinden

7.

Het Algemeen Bestuur kan bij toepassing van het zesde lid over alle onderwerpen met uitzondering van de begroting, een begrotingswijziging en de jaarstukken, beraadslagen en besluiten nemen ongeacht het aantal aanwezige leden

Bevoegdheden

Artikel 10 1.

Aan het Algemeen Bestuur behoren met betrekking tot de verwezenlijking van de doelstelling van het openbaar lichaam alle bevoegdheden, die bij deze regeling niet aan het Dagelijks Bestuur of de voorzitter zijn opgedragen

2.

Het Algemeen Bestuur kan de uitoefening van door hem te bepalen bevoegdheden volgens door hem te stellen regels overdragen aan het Dagelijks Bestuur of aan een commissie als bedoeld in artikel 25 van de wet, met uitzondering van: a.

Het vaststellen van de meerjarige beleidsvisie

b.

het vaststellen en wijzigen van de begroting

c.

het vaststellen van de jaarrekening

d.

het stellen van regels over het aangaan van geldleningen, het uitlenen van geld, of de directe regeling van hetgeen verder de geldmiddelen van het openbaar lichaam aangaat

e.

het nemen van besluiten over het instellen van commissies, als bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de wet

f.

het oprichten en deelnemen in een rechtspersoon als bedoeld in artikel 31a van de wet

g.

het benoemen van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de secretaris

h.

het benoemen van de directeur publieke gezondheid en de directeur

i.

het regelen van de gevolgen van toetreding of uittreding van een college tot respectievelijk uit de regeling alsmede het verbinden van nadere voorwaarden daaraan

j.

het doen van een voorstel aan de colleges tot wijziging van de regeling

k.

het vaststellen van een liquidatieplan bij opheffing van het openbaar lichaam

Geheimhouding

Artikel 11 Het Algemeen Bestuur kan in een vergadering met gesloten deuren, op grond van de belangen, genoemd in artikel 5.1 van de Wet Open Overheid, omtrent het in die vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het Algemeen Bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen, totdat het Algemeen Bestuur haar opheft.

HOOFDSTUK 5

DAGELIJKS BESTUUR

Samenstelling

Artikel 12 1.

Het Dagelijks Bestuur bestaat inclusief de voorzitter uit zeven leden

2.

De leden van het Dagelijks Bestuur worden door en uit de leden van het Algemeen Bestuur aangewezen in de eerste vergadering van het Algemeen Bestuur in nieuwe samenstelling

3.

De samenstelling is aldus dat de leden van het Dagelijks Bestuur qua stemgewicht nimmer de meerderheid mogen vormen in het Algemeen Bestuur

4.

In afwijking van het bepaalde in lid 2 kan het Algemeen Bestuur derden aanwijzen die deel uitmaken van het Dagelijks Bestuur. Derden mogen geen meerderheid vormen in het Dagelijks Bestuur

5.

De zittingsperiode van de leden van het Dagelijks Bestuur is gelijk aan de zittingsperiode van de colleges van burgemeester en wethouders. De leden kunnen opnieuw worden benoemd. Zij blijven hun functie waarnemen totdat voorzien is in hun opvolging

6.

Het lidmaatschap eindigt zodra een lid ophoudt lid te zijn van het Algemeen Bestuur dan wel ontslag neemt als lid van het Dagelijks Bestuur

7.

Het lid van het Dagelijks Bestuur dat ontslag neemt blijft in functie tot de eerstvolgende vergadering van het Algemeen Bestuur

8.

Een lid kan worden ontslagen indien hij het vertrouwen niet meer bezit van het Algemeen Bestuur

9.

Indien tussentijds een plaats van een lid openvalt, wordt zo spoedig mogelijk een nieuw lid aangewezen

Taak Dagelijks Bestuur

Artikel 13 1.

Het Dagelijks Bestuur stelt in zijn eerste vergadering na zijn verkiezing een portefeuilleverdeling vast en deelt zijn besluit hierover mee aan het Algemeen Bestuur

2.

Het Dagelijks Bestuur stelt voor de uitvoering van zijn taken een reglement van orde vast. Op het houden van de orde van de vergadering van het Dagelijks Bestuur zijn de artikelen 52, 53 en 54 tot en met 60 van de Gemeentewet, voor zover daarvan niet bij of krachtens de wet wordt afgeweken, van overeenkomstige toepassing

Bevoegdheden Dagelijks Bestuur

Artikel 14 1.

Het Dagelijks Bestuur oefent de taken en bevoegdheden die in deze gemeenschappelijke regeling aan het Dagelijks Bestuur zijn opgedragen uit

2.

Het Dagelijks Bestuur is in het bijzonder belast met: a.

het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het Algemeen Bestuur hiermee is belast

b.

beslissingen van het Algemeen Bestuur voor te bereiden en uit te voeren

c.

regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam

d.

ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan, met uitzondering van de directeur publieke gezondheid en de directeur

e.

het benoemen van de ambtelijk secretaris van het bestuur

f.

tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de wet

g.

te besluiten namens het openbaar lichaam, het Dagelijks Bestuur of het Algemeen Bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het Algemeen Bestuur, voor zover dat het Algemeen Bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist

h.

het voorstaan van de belangen van het openbaar lichaam bij andere overheden, instellingen of personen, waarmee contact voor het openbaar lichaam van belang is

i.

de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam

j.

de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding

3.

Het Dagelijks Bestuur neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit

Vergaderingen Dagelijks Bestuur

Artikel 15 1.

Het Dagelijks Bestuur vergadert minimaal vier maal per jaar en zo dikwijls de voorzitter het nodig oordeelt of tenminste twee leden de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed hierom verzoeken. In het laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een zodanig verzoek gehouden

2.

Besluiten van het Dagelijks Bestuur vinden plaats op basis van gewone meerderheid van stemmen

3.

Het bepaalde in artikel 28, eerste tot en met derde lid, 29, 30 en 59 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing

Geheimhouding

Artikel 16 1.

Het Dagelijks Bestuur kan op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1 van de Wet Open Overheid, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het Dagelijks Bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens de vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat het Dagelijks Bestuur haar opheft

2.

Op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1 van de Wet Open Overheid, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter of een commissie, ten aanzien van de stukken die zij aan het Dagelijks Bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat het orgaan, dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel het Algemeen Bestuur haar opheft

HOOFDSTUK 6

DE VOORZITTER EN PLAATSVERVANGEND VOORZITTER.

De voorzitter en plaatsvervanger

Artikel 17 1.

De voorzitter van het openbaar lichaam wordt door en uit het Algemeen Bestuur aangewezen

2.

De voorzitter wordt bij zijn afwezigheid vervangen door een door het Algemeen Bestuur aan te wijzen lid van het Dagelijks Bestuur

3.

De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur en draagt er zorg voor, dat de besluiten van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur naar behoren worden uitgevoerd

4.

De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging na overleg met het Dagelijks Bestuur in rechtsgedingen en bij buitengerechtelijke rechtshandelingen opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon

5.

De voorzitter tekent samen met de secretaris de stukken die van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur uitgaan

HOOFDSTUK 7

SECRETARIS.

De secretaris

Artikel 18 1.

De secretaris wordt aangewezen door het Algemeen Bestuur uit de leden van het Dagelijks Bestuur

2.

Het aangewezen lid is zowel secretaris van het Algemeen als van het Dagelijks Bestuur en wordt bij de uitvoering van zijn taken bijgestaan door een medewerker van het openbaar lichaam

3.

Alle stukken uitgaande van het Algemeen of het Dagelijks Bestuur worden door de secretaris mede ondertekend

4.

De secretaris wordt bij ziekte of ontstentenis vervangen door een door het Dagelijks Bestuur aan te wijzen medewerker van het openbaar lichaam, die als plaatsvervangend secretaris fungeert

5.

Het bepaalde in artikel 12 is op de secretaris van overeenkomstige toepassing

HOOFDSTUK 8

COMMISSIES, WERKGROEPEN, OVERLEG, TEGEMOETKOMING

Bestuurscommissies

Artikel 19 1.

Het Algemeen Bestuur kan, conform artikel 25 van de wet, commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. Het Algemeen Bestuur stelt vooraf de raden van de deelnemende gemeenten van dit voornemen op de hoogte en stelt hen in de gelegenheid hun wensen en bedenkingen ter kennis van het Algemeen Bestuur te brengen

2.

Een lid van het Dagelijks Bestuur is voorzitter van een commissie als bedoeld in het eerste lid

3.

Bij de instelling wordt in ieder geval geregeld: a.

de samenstelling

b.

de bevoegdheid of bevoegdheden

c.

de werkwijze

d.

de openbaarheid van vergaderingen

e.

het toezicht van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur

f.

de verhouding van de toegekende bevoegdheden tot die van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur

g.

de verantwoording aan het Algemeen Bestuur

h.

wanneer de commissie is ingesteld voor bepaalde tijd, wordt tevens de einddatum van de commissie geregeld

Commissies van advies

Artikel 20 1.

Het Algemeen Bestuur kan besluiten commissies van advies in te stellen ten behoeve van de uitvoering van de hen opgedragen taken conform artikel 24 van de wet

2.

De instelling van commissies van advies aan het Dagelijks Bestuur en de regeling van haar bevoegdheden en samenstelling geschieden door het Algemeen Bestuur op voorstel van het Dagelijks Bestuur

3.

Bij de instelling wordt in ieder geval geregeld: a.

de samenstelling

b.

de bevoegdheid/bevoegdheden

c.

de werkwijze

d.

de openbaarheid van vergaderingen

e.

het toezicht van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur

f.

de verhouding van de toegekende bevoegdheden tot die van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur

g. 4.

de verantwoording aan het Algemeen Bestuur Andere commissies van advies aan het Dagelijks Bestuur of aan de voorzitter worden door het Dagelijks Bestuur onderscheidenlijk de voorzitter ingesteld

Werkgroepen, overleg

Artikel 21 Het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter kunnen werkgroepen en overlegvormen instellen.

Tegemoetkoming in kosten

Artikel 22 1.

Het Algemeen Bestuur kan voor zijn leden, de leden van het Dagelijks Bestuur, de voorzitter bij verordening een tegemoetkoming in de kosten vaststellen. Deze verordening bevat regels omtrent de hoogte en de toekenning van de tegemoetkoming in de kosten

2.

De hoogte van de tegemoetkoming in de kosten bedraagt niet meer dan de werkelijke kosten, mede rekening houdende met de tegemoetkoming in de kosten welke de bestuurder ontvangt uit hoofde van zijn lidmaatschap van een van de deelnemende gemeenten

3.

Ten aanzien van de werkzaamheden en de kosten van de leden van de commissies, ingesteld met het oog op de behartiging van bepaalde belangen, is het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

4.

De leden van commissies van advies die geen burgemeester, wethouder of raadslid zijn, kunnen een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie ontvangen

5.

De artikelen 96 tot en met 99 van de Gemeentewet, alsmede de op grond daarvan gestelde nadere regelen, zijn alsdan van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat, wanneer daarin sprake is van een onderverdeling in gemeenteklassen, het bepaalde voor de gemeenteklasse van 50 001-100 000 inwoners van toepassing is

HOOFDSTUK 9

MAJEURE DOSSIERS

Artikel 23 1.

Het Algemeen Bestuur kan aan een dossier de kwalificatie ‘majeur’ toekennen

2.

Het Algemeen Bestuur kan besluiten de besluitvorming over een majeur dossier maximaal 3 maanden aan te houden teneinde de colleges in de gelegenheid te stellen hun gemeenteraden te consulteren

3.

Het Algemeen Bestuur maakt geen gebruik van de mogelijkheden om de colleges om een reactie te vragen als bedoeld in het tweede lid indien, naar het oordeel van het Algemeen Bestuur, om redenen van spoed eerdere besluitvorming noodzakelijk is

HOOFDSTUK 10

INFORMATIE- EN VERANTWOORDINGSPLICHT

Interne inlichtingenplicht en verantwoordingsplicht lid Dagelijks Bestuur

Artikel 24 1.

Het Dagelijks Bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het Algemeen Bestuur verantwoording schuldig over het door het Dagelijks Bestuur gevoerde bestuur

2.

Het Dagelijks Bestuur geeft het Algemeen Bestuur alle inlichtingen die het Algemeen Bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft

3.

Het Algemeen Bestuur regelt van welke besluiten van het Dagelijks Bestuur in ieder geval kennisgeving wordt gedaan aan de leden van het Algemeen Bestuur

4.

Daarbij kan het Algemeen Bestuur de gevallen bepalen waarin met ter inzage legging kan worden volstaan. Het Dagelijks Bestuur laat de kennisgeving of ter inzage legging achterwege voor zover deze in strijd is met het openbaar belang

5.

Het Algemeen Bestuur kan een lid van het Dagelijks Bestuur, indien dit lid het vertrouwen van het Algemeen Bestuur niet meer bezit, ontslag verlenen

Meerjarige beleidsvisie

Artikel 25 1.

Het Algemeen Bestuur stelt de colleges en raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid om hun zienswijzen kenbaar te maken m.b.t. het ontwerp van de meerjarige beleidsvisie voordat zij deze visie vaststelt

2.

Het Algemeen Bestuur biedt de raden in het kader van de in het eerste lid genoemde een termijn van minimaal twaalf weken om een zienswijze naar voren te brengen

Passieve informatieplicht

Artikel 26 1.

Het bestuur van het openbaar lichaam verstrekt schriftelijk aan de colleges en de raden de door een of meer leden van die colleges en raden gevraagde inlichtingen zo spoedig mogelijk, voor zover dat niet strijdig is met het openbaar belang

2.

Deinlichtingen worden in ieder geval binnen twee maanden schriftelijk verstrekt en wel door het Dagelijks Bestuur, tenzij de inlichtingen uitdrukkelijk van het Algemeen Bestuur of de voorzitter worden verlangd

3.

De inlichtingen zoals bedoeld in lid 1 en lid 2 worden verstrekt door middel van het toezenden van stukken of het verwijzen naar de vindplaats van stukken via de griffies

Actieve informatieplicht

Artikel 27 Agenda en stukken van de vergaderingen van Algemeen Bestuur worden voorafgaande aan de vergadering via de website van de GGD openbaar gemaakt.

Verantwoordingsplicht lid AB

Artikel 28 1.

Het lid van het Algemeen Bestuur is aan het college die dit lid heeft aangewezen verantwoording schuldig over het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid

2.

Een lid van het Algemeen Bestuur verstrekt aan het college die hem heeft aangewezen de door een of meer leden van dat college gevraagde inlichtingen, voor zover zulks niet strijdig is met het openbaar belang

3.

Het college kan een door hem aangewezen lid van het Algemeen Bestuur, indien dit lid het vertrouwen van dat college niet meer bezit, als zodanig ontslag verlenen

4.

Het in het eerste en tweede lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de raden

Overige zienswijzen gemeenteraden

Artikel 29 1.

Buiten de meerjarige beleidsvisie (artikel 25), de begroting (artikel 36) en de wijziging van deze regeling (artikel 51), kan het Algemeen Bestuur besluiten om ten aanzien van andere voorgenomen besluiten de raden in de gelegenheid te stellen een zienswijze in te dienen

2.

Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoekt. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte

3.

Indien het eerste of tweede wordt toegepast, dan hebben de raden twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven is, stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt

Informatieplicht rekenkamer(commissies)

Artikel 30 De rekenkamer(commissie)s van de deelnemende gemeenten afzonderlijk en in samenwerking met elkaar worden door het Dagelijks Bestuur in staat gesteld om alle informatie te verkrijgen die voor de wettelijke taakuitoefening nodig is, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 184 Gemeentewet.

HOOFDSTUK 11

AMBTELIJKE ORGANISATIE

De directeur publieke gezondheid

Artikel 31 1.

Het openbaar lichaam heeft een directeur publieke gezondheid die onder verantwoordelijkheid van het Dagelijks Bestuur belast is met de algehele leiding van de het openbaar lichaam en zorg draagt voor een juiste taakvervulling door het openbaar lichaam

2.

Het Algemeen Bestuur beslist over benoeming, schorsing en ontslag van de directeur in overeenstemming met het bestuur van de Veiligheidsregio.

3.

Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directeur legt het Algemeen Bestuur vast in een instructie

4.

De directeur publieke gezondheid staat de bestuursorganen en de commissies van het openbaar lichaam bij in de vervulling van hun taak en woont de vergaderingen van de bestuursorganen als adviseur bij. Hij kan medewerkers van het openbaar lichaam aanwijzen, die hem daarin bijstaan

5.

Het Algemeen Bestuur wijst een waarnemer aan die de directeur publiek gezondheid vervangt bij ziekte of ontstentenis

6.

De directeur publieke gezondheid is bestuurder inzake de WOR

Organisatie

Artikel 32 Het Dagelijks Bestuur regelt de taken, bevoegdheden en werkwijze van de ambtelijke organisatie en legt die vast in een organisatiebesluit.

Personeel

Artikel 33 1.

Bij het openbaar lichaam is personeel werkzaam

2.

Onverminderd het bepaalde in artikel 31, tweede lid, geschiedt aanstelling, schorsing en ontslag van personeel door het Dagelijks Bestuur

3.

Het Dagelijks Bestuur kan de in het tweede lid bedoelde bevoegdheden tot het aanstellen, schorsen en ontslaan van personeel van het openbaar lichaam mandateren aan de directeur publieke gezondheid

Rechtspositie personeel

Artikel 34 1.

Voor het personeel van het openbaar lichaam geldt de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties en de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling Ambulancezorg

2.

Het DB kan aanvullend op voornoemde CAO’s personele regelingen vastleggen in een verordening

HOOFDSTUK 12 FINANCIELE BEPALINGEN

Kadernota

Artikel 35 Het Dagelijks Bestuur van het openbaar lichaam zendt voor 30 april van het jaar voorafgaande aan waarvoor de begroting dient de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten.

Begroting

Artikel 36 1.

Het Dagelijks Bestuur stelt elk jaar een ontwerpbegroting op van het openbaar lichaam overeenkomstig het bepaalde in artikel 186 tot en met 213 Gemeentewet, alsmede het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten

2.

De ontwerpbegroting gaat vergezeld van een meerjarenraming en geeft inzicht in de kosten per pijler

3.

De ontwerpbegroting wordt, minimaal 12 weken voordat deze wordt vastgesteld door het Algemeen Bestuur, aan de raden van de deelnemende gemeenten gezonden om hen in de gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze kenbaar te maken

4.

Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden

5.

Het Dagelijks Bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het tweede lid, alsmede de conclusies die het daaraan verbindt

6.

De inlichtingen zoals bedoeld in lid 5 worden verstrekt door middel van het toezenden van stukken of het verwijzen naar de vindplaats van stukken via de griffies

7.

Het Dagelijks Bestuur stuurt de door het Algemeen Bestuur vastgestelde begroting vóór 15 september van het jaar voorafgaand aan dat jaar waarvoor de begroting dient op aan het college van gedeputeerde staten.

8.

Op begrotingswijzigingen, die: a.

leiden tot aanpassingen in de inwonerbijdrage van gemeenten

b.

het Algemeen Bestuur om andere redenen aan de gemeenten wil voorleggen, is het bepaalde in het derde en vierde lid van overeenkomstige toepassing

Jaarrekening

Artikel 37 1.

Het Dagelijks Bestuur stelt elk jaar de ontwerp jaarrekening van het voorgaande jaar op

2.

Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening vast vóór 10 juli van het jaar volgend op het verslagjaar

3.

Het Dagelijks Bestuur stuurt de door het Algemeen Bestuur vastgestelde jaarrekening vóór 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarvoor de jaarrekening geldt op aan het college van gedeputeerde staten en aan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten

4.

Het Dagelijks Bestuur informeert de colleges tijdig over de gerealiseerde programmakosten en nadere informatie die noodzakelijk is voor de door de deelnemende gemeenten op te stellen jaarrekeningen

Verdeling van de kosten

Artikel 38 1.

1.

De kosten die verband houden met de taken zoals genoemd in artikel 4 worden bestreden uit: a.

inwonerbijdragen van de gemeenten voor het uitvoeren van de gezamenlijke taken

b.

algemene bijdragen van de gemeenten

c.

vergoeding van de gemeenten voor de uitvoering van de contracttaken

d.

vergoeding van niet deelnemende gemeenten en van derden voor de uitvoering van contracttaken;

e.

rijksbijdragen

f.

overige inkomsten De bijdragen van de deelnemende gemeenten als genoemd in het eerste lid, onder a, worden verdeeld naar rato van het aantal inwoners van iedere gemeente, per 1 januari van het direct voorafgaande kalenderjaar, overeenkomstig de aantallen zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek deze openbaar gemaakt heeft

2.

Het Algemeen Bestuur kan besluiten in specifieke gevallen een uitzondering op het principe van verdeling naar inwoneraantal te maken

3.

De algemene bijdragen van gemeenten worden door het Algemeen Bestuur situationeel bepaald en met de betrokken gemeenten overeengekomen

4.

De tarieven voor de vergoeding van uitvoering van contracttaken, als bedoeld in het eerste lid, onder c en d, worden vastgesteld door het Dagelijks Bestuur

5.

De gemeenten betalen bij wijze van voorschot ieder kwartaal telkens een kwart van de verschuldigde jaarlijkse inwonerbijdrage en algemene bijdrage

6.

Bij opzegging van de uitvoering van gezamenlijke taken of van langdurige contracttaken met een substantiële omvang, vergoedt de betrokken gemeente aan de GGD Brabant-Zuidoost het daaruit voortvloeiende financiële nadeel, zoals het Algemeen Bestuur dit situationeel vaststelt

7.

Indien door het Dagelijks Bestuur besloten wordt tot het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst met een van de deelnemende gemeenten als bedoeld in artikel 5, vierde lid, dan geldt hierbij als uitgangspunt dat hiervoor door de betreffende gemeente enkel in rekening gebracht kunnen worden de toe te rekenen personeelskosten plus gemeentelijke overhead

Verplichte uitgaven

Artikel 39 Wanneer aan het Algemeen Bestuur blijkt dat de raad van een deelnemende gemeente niet voldoet of zal voldoen aan het gestelde in artikel 38, doet het Algemeen Bestuur aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot overeenkomstige toepassing van artikel 194 van de Gemeentewet.

Financiële gegoedheid

Artikel 40 1.

De deelnemende gemeenten zullen er steeds zorg voor dragen dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan alle verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen

2.

Indien aan het Algemeen Bestuur van het openbaar lichaam blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het Algemeen Bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet

3.

In geval van opheffing van het openbaar lichaam GGD-BZO zijn de deelnemende gemeenten gehouden alle financiële verplichtingen na te komen die voortvloeien uit het door het Algemeen Bestuur vastgestelde liquidatieplan als bedoeld in artikel 46

Financiële voorschriften

Artikel 41 1.

Het Algemeen Bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten vast voor het financieel beleid alsmede het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan

2.

Deze verordening als bedoeld in het eerste lid bevat in elk geval regels over: a.

waardering en afschrijving van activa

b.

algemene doelstellingen en te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie, alsmede de administratieve organisatie van de financieringsfunctie, daaronder begrepen taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening

3.

Het Algemeen Bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst

4.

Het Algemeen Bestuur wijst de accountant aan die belast wordt met de controle op de in artikel 34 genoemde jaarrekening. Het hierover gestelde in artikel 213 van de gemeentewet is van overeenkomstige toepassing

5.

De accountant zendt de accountantsverklaring en een verslag van bevindingen aan het Algemeen Bestuur

6.

Het openbaar lichaam verzekert zich tenminste tegen:

7.

a.

burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor schade aan personen en goederen

b.

wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade Als de verzekering een voor rekening van het openbaar lichaam komende schade niet dekt wordt deze gedragen door het openbaar lichaam

HOOFDSTUK 13 ARCHIEF

Artikel 42 1.

Archiefzorg

Het Dagelijks Bestuur is zowel belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam als met de zorg voor de archiefbescheiden die worden gevormd krachtens de gedelegeerde taken

2.

Het Dagelijks Bestuur is gemandateerd om uitvoering te geven aan het zorgdragerschap voor de archiefbescheiden die worden gevormd krachtens de gemandateerde taken

3.

De uitvoering van hetgeen bepaald in lid 1 en 2 geschiedt overeenkomstig een door het Algemeen Bestuur, met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995, vast te stellen archiefverordening, die aan het college van Gedeputeerde Staten moet worden medegedeeld

4.

Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform artikel 4 lid 1 van de Archiefwet 1995

Artikel 43 1.

Archiefbeheer

De directeur c.q. secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden als bedoeld in artikel 42, lid 1 en 2, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats

2.

Het Dagelijks Bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden als bedoeld in lid 1, met inachtneming van het bepaalde in de archiefverordening zoals genoemd in artikel 42, lid 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16601312/1