2023 07 06 Gemeente Helmond Gemeenteraad
Tekst van het document
De voorzitter: We hebben een interruptie. De heer Van den Boogaard. De heer Van den Boogaard: Ja, dank u wel. Dat gaat nog even over de jeugdzorg. Want wij vragen in onze bijdrage ook specifiek aandacht voor jongeren die vanaf hun achttiende op eigen benen moeten staan. Ik weet of daar nog iets over zou zeggen in het vervolg. Want recent is ook D66-motie in de Tweede Kamer aangenomen voor verlengde jeugdhulp om daar onderzoek naar te doen. Dus daar wil ik nog even specifiek naar vragen hoe we dat in de gemeente op kunt pakken. De voorzitter: Wethouder Dortmans. Mevrouw Dortmans: Dank u wel, voorzitter. Wij leveren op sommige gebieden ook al verlengde jeugdhulp tot en met 21, maar ik heb ook kennisgenomen van die motie en we zullen ook zeker nog zien hoe dat dan ook in regionaal verband nog verder inhoud kunnen geven. Overigens zeggen jongeren zelf ook heel vaak, jullie denken allemaal wel dat wij alles weten als we 18 zijn, maar we hebben daar toch wel wat meer hulp bij nodig. En dat is misschien ook nog een element wat we meer aandacht kunnen gaan geven, in overleg en in samenspraak met jongeren wat mij betreft.
Heel kort iets over een recent gesloten Hervormingsagenda Jeugd, die is landelijk afgesloten en daar gaan wij denk ik ook voordelen van hebben, zowel landelijk, lokaal als regionaal en de heer Rieter vroeg ook van goh, kunnen we het allemaal wel aan die wettelijke taken? Nou die hervormingsagenda gaat juist in die wettelijke taken ook nog weer wat nadere duiding geven en misschien, nu zie je dat de Jeugdwet best een open wet is, zoals we dat dan noemen, dat je eigenlijk alles onder jeugdhulp kunt scharen. Dat wordt onder andere ook bijgesteld. Dus ik zie wel degelijk mogelijkheden dat die wettelijke taken ook beter door gemeenten kunnen worden uitgevoerd. De fractie van Mì Hellemonders heeft gevraagd van welke ontmoetingsplekken zijn er nou eigenlijk allemaal voor jongeren? En we hebben er best wat. U noemde zelf al het Tienerhuis. We hebben ook de Droomfabriek op dit moment in de binnenstad, is wel een tijdelijke locatie, maar hij wordt ongelooflijk goed gebruikt. We hebben een aantal mobiele hangplekken in Brandevoort en eentje ook in Mierlo-Hout, we hebben pannakooien, een sportcontainer en natuurlijk kunnen jongeren en kinderen ook gebruikmaken van wijkhuizen, al hoor ik ook nog weleens van jongeren terug dat ze dat misschien niet altijd zo'n aantrekkelijke optie vinden. Ik ben nog steeds met jongeren ook in gesprek om te kijken wat we nog meer kunnen doen.
Dus dat krijgt ook nog een vervolg. De fracties van D66 en Partij van de Arbeid onderstrepen het belang van de kadernota sociaal domein, dat kunnen wij alleen maar beamen. Dan geldt dat voor vier wethouders in het sociaal domein. De fractie van Helder Helmond noemde nog, we hebben een aantal cijfers die ontbreken of die we missen. Ik zou wel heel benieuwd zijn naar welke cijfers dat zijn. Dat kunt u ook na de vergadering nog aan mij kenbaar maken. We hebben na de sessie die we laatst met de raad hebben gehad, flink wat cijfers en een kennisagenda aan u beschikbaar gesteld. Maar als u behoefte hebt aan aanvullende cijfers, maakt dat vooral kenbaar, dan zullen we daarvoor zorgen. Het is belangrijk om te realiseren dat die kadernota een overkoepelende nota is en daar daaruit volgen dan nog heel veel deelprojecten die ook in de meeste gevallen bij u raad nog langskomen. En ik zou dan ook zelf in de richting van mevrouw Wijnands vooral ook willen zeggen, want zij refereert ook aan het rapport De raad in positie, geef als raad ook vooral zelf aan waar u behoefte aan hebt. Wij doen ons uiterste best om u te informeren, mee te nemen, het was de traditie in de vorige bestuursperiode dat twee keer in de in het jaar de raad werd bijgepraat over de stand van zaken sociaal domein. Wat ons betreft gaan we dat ook zeker weer doen.
Maar u gaat over uw eigen agenda, maar ik geef het wel van harte als suggestie mee. De voorzitter: Een interruptie van mevrouw Brouwers. Mevrouw Brouwers: Dank u wel, voorzitter. Ja, in de trant van het van kadernota, wij vroegen ons expliciet af of er een evaluatie komt van de afgelopen vier jaar, over het sociaal domein, de kadernota.
De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Dortmans: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij gebruiken op dit moment tweedashboards om meer informatie zelf ook te krijgen. We gebruiken veel meer data om te kijken van is dit nou wat, wat beogen wij? En komt dat dan ook uit? Dan heb je altijd nog wel weer het verschil tussen zogeheten output van wat organiseer je allemaal een outcome, wat is daarvan het effect? Dat laatste is in de regel best ingewikkeld als het over het sociaal domein gaat. Maar wij zijn ook bezig met een vernieuwing van een dashboard als het gaat over de uitvoering van de zorgplicht, dan gaat het over het bereik, de kwaliteit en de tijdigheid van ondersteuning. Dus dat is specifiek iets wat we nu op dit moment aan het vernieuwen zijn. Er komt geen volledige evaluatie van de vorige kadernota. Ik zou u vooral willen vragen om bij de behandeling van de herziene kadernota mee te geven wat u belangrijk vindt aan de voorkant. Dan kunnen we daar ook bij die tweejaarlijkse bijeenkomsten, maar ook bij de afronding van die kadernota rekening mee houden. Ik kan de toezegging doen dat de aanbevelingen uit het rapport De raad in positie, dat we die zeker zullen meenemen. Dan heeft de fractie van de PvdA in haar bijdrage een lans gebroken voor het mbo-onderwijs en ik kan dat alleen maar van harte onderstrepen. Sterker nog, ik was vanochtend op het ROC Ter AA.
Ik heb een gesprek met jongeren mogen voeren in het licht van het nationaal gesprek over vrijheid en ook daar heb ik gezegd, jullie zijn met geweldige opleidingen bezig, hebben jullie heel hard nodig in Nederland en wees trots op wat je doet, je mag doen. Maar je merkt ook in het gesprek dat het soms niet eenvoudig is voor mbo-studenten om aan een stageplek te komen en om die waardering te krijgen waar ze zo'n behoefte aan hebben. Ik denk dat het aan ons allemaal is om die trots uit te dragen. Het feit dat in de Voorjaarsnota staat dat wij niet over een hbo-instelling beschikken, daar schaam ik mij diep voor, want wij hebben wel degelijk een hbo-instelling. Wij hebben de Kempel en dat is hoegenaamd ook nog eens de beste hogeschool op dat gebied van Nederland. Dus dat gaan wij nog absoluut rechtzetten. De bedoeling achter eventueel hbo-onderwijs aanbieden is ook, en dat is eerder ook volgens mij door mijnheer Tuerlings, maar het kan ook door iemand anders zijn geweest, dat weet ik even niet meer. Maar als je vervolgonderwijs aan kunt bieden in Helmond zelf, dan maakt dat misschien dat het voor jongeren ook aantrekkelijker is om in Helmond te blijven wonen. Dat is de gedachte daarachter. Dan kom ik tot slot, voorzitter, bij de motie over het burgerberaad. Ik moet heel eerlijk zeggen dat als ik naar het dictum kijk dat ik daar toch wel twee vragen bij heb.
Want daar staat, dan ga ik naar de laatste zin, dit burgerberaad zal nog verder worden uitgewerkt in het nieuwe participatie beleid. Wij hebben afgelopen dinsdag al over een eerste nota over de kaders voor participatiebeleid gesproken en daar staat het burgerberaad ook al als instrument in. En ik weet dat de afspraak is geweest dat die nota over participatie, dat hij nu eerst aan de orde komt in de werkgroep van u raad over participatie en ik kan mij voorstellen dat u daar dan ook verder u buigt over het instrument Burger Praat. Het staat dus al genoemd en ik wil u nog een, ik zie een interruptie. De voorzitter: De heer Boetzkes. De heer Boetzkes: Ja voorzitter, dank u wel. Het staat inderdaad genoemd. Daar werd gelukkig ook al eerder op gewezen. Eén keer, op pagina 16, met als kenmerk let op, dit kost veel geld. Dus in die zin, ik sluit alleen maar aan op ook de indieners en de vraag die ik al eerder heb gesteld ook, hoe verhoudt zich nou dit tot het beleid? Dat is echt een vraag die nog onvoldoende beantwoord is. De voorzitter: Wethouder Dortmans. Mevrouw Dortmans: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik denk dat u daar vooral heel erg zelf over gaat in de toekomst. Kijk het is een van de instrumenten, ik wilde ook nog zeggen dat de motie die nu is ingediend het lijkt alsof het burgerberaad daar een doel op zich is. En daarvan zou ik willen meegeven, in die nota over
participatiebeleid staan ook andere mogelijkheden om de inbreng van inwoners of de invloed van inwoners te vergroten. Dat kan door middel van een burgerberaad, de motie als zodanig lijkt alsof het heel erg een doelredenering is. Dus daarom ook de vraag terug, op welke manier wilt u zelf verdere uitwerking geven in het participatiebeleid over dat instrument. En in de richting van de heer Boetzkes, los van dat het geld kost vraagt het ook capaciteit en ik kan mij herinneren dat we een aantal mensen hebben uitgenodigd tijdens een podiumbijeenkomst van u raad en dat daar ook werd gezegd, doe het goed als je het doet, want je kunt er ook je eigen teleurstelling mee creëren. Want als je dit niet heel goed en grondig aanpakt op een onderwerp waar het burgerberaad ook van op toepassing is, dan kan het zelfs de teleurstelling onder inwoners alleen maar vergroten. Dus mijn suggestie is eigenlijk, het staat nu genoemd, weliswaar maar één keer, zou u ook vooral willen vragen, werk het zelf uit in de werkgroep van u raad.
Kies een onderwerp waar dit instrument zich voor leent, en er zijn ook andere instrumenten als het gaat over participatie, en realiseert u zich dat het niet alleen gaat om de middelen voor het burgerberaad als zodanig, maar dat het ook behoorlijk wat capaciteit vraagt en dat het in die zin ook dan wel raadzaam is om daarover het gesprek met de ambtelijke organisatie of het college te voeren. De voorzitter: De heer Boetzkes en dan mevrouw Wijnands. De heer Boetzkes: Ja voorzitter, dank u wel. Mijn vraag of mijn opmerking was ook vooral gericht aan de indieners van de motie, om daar wellicht nog op te reageren. Want ja, ik onderstreep dit en ik denk dat we daar goed over na moeten denken. En als we het ook gericht inzetten, zo lees ik de motie op dit moment ook, is het ook echt gericht om gericht een burgerberaad te gaan houden en dan is dat wellicht ook onderdeel van de motie. De voorzitter: Mevrouw Wijnands. Mevrouw Wijnands: Ja, dank u wel voorzitter. Zoals ik de motie gelezen heb gaat het met name om het reserveren van een bedrag en niet per se dat het ook gaat worden uitgevoerd. Ik zat alleen te denken toen u uw betoog hield, u geeft suggesties mee aan de raad. Ik heb het eigenlijk gezien als een instrument van de raad voor de stad, iets wat we eigenlijk als raad beslissen.
Dus ik ben eigenlijk benieuwd welke rol u dan vanuit college ziet als het gaat om wel of niet een burgerberaad. Of als er als een burgerberaad komt, welke rol u dan ziet voor het college. De voorzitter: Wethouder Dortmans en zou ik even de indieners, misschien dat de heer Van den Boogaard eerst de vraag even kan duiden. De heer Van den Boogaard: Ja, de bedoeling was om met deze motie een extra reservering alvast te doen voor de begroting, zodat we daar vaste rekening mee kunnen houden. Dus dit is eigenlijk puur financieel en de verdere uitwerking moet natuurlijk nog in de werkgroep opgepakt worden. En als blijkt dat we daar meer tijd van nodig hebben, dat we moeten temporiseren, dan is dat prima natuurlijk. Dus dit geld reserveren we alleen, stel dat we niet nodig hebben dan kan het altijd weer terug naar de algemene middelen. Dus dat is één. Dus met deze motie leggen we ons niet vast, maar we willen wel gewoon dat we alvast toekomstgericht daar rekening houden. En even het antwoord op de heer Boetzkes. Wij zien dit als een van de instrumenten binnen het participatiebeleid en het wordt ook genoemd daarin en wij zien een burger beraad ook als een goede toevoeging het participatiebeleid. Dus vandaar dat we daar ook graag werk van willen maken. De voorzitter: De heer Boetzkes.
De heer Boetzkes: Voorzitter, dank u wel. Zoals ik al eerder aangaf zijn wij er ook zeer positief in en zien wij dat ook als een goed instrument. Wij zoeken alleen naar de link met het beleid en wellicht dat het dan later in de bespreking, in het advies en later in de raad verder naar voren moet komen. Dat vinden we in ieder geval wel heel belangrijk om uiteindelijk steun te kunnen geven aan deze motie. Dank u wel. De voorzitter: Dank wel. Wethouder Dortmans tot slot. Mevrouw Dortmans: In reactie op mevrouw Wijnands, welke rol ik voor het college zie of wij als college zien. Nou, het is uiteraard aan u raad. Het is alleen wel zo dat er, en dat leert de ervaring in andere gemeenten, dat er ook sprake zal zijn van ambtelijke ondersteuning om dit voor elkaar te krijgen. Dat kan ook ondersteuning van de griffie zijn, hoor, dat hoeft niet per se ondersteuning vanuit de ambtelijke organisatie te zijn. Maar de ervaring in andere gemeenten leert wel dat je het niet zomaar georganiseerd krijgt. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Boogaard. De heer Van den Boogaard: Ja, nog een toevoeging. Het kost inderdaad wel wat capaciteit, maar we willen ook het bedrag juist ook gebruiken om een extern bureau in te huren die heel veel uit handen kan nemen voor onze organisatie. Dus dat … De voorzitter: Dank u wel, wordt vervolgd. Mevrouw Dortmans: Dank u wel, voorzitter.
Ik heb wel een vraag, want ik vind eerlijk gezegd, in de motie worden twee bedragen genoemd, in de overwegingen, en dan staat in het dictum dat er verzocht wordt een realistisch bedrag te reserveren. Mag ik nu aannemen dat we uit moeten gaan van die eerdergenoemde 80.000 tot 100.000 euro? Of wat heeft de voorkeur van u raad? Want dat is voor ons natuurlijk relevant om te weten in de voorbereiding van onze begroting. De voorzitter: De heer Van den Boogaard, hoeveel wilt u hebben? De heer Van den Boogaard: Inderdaad, dat is het richtbedrag. Ja 80.000 tot 100.000 euro is wat het waarschijnlijk zal gaan kosten, dat hebben we ook opgehaald bij vergelijkbare burgerberaden. En zo hebben we het ook begrepen dat dit een goed budget zou zijn. Dus dat is inderdaad het bedrag wat we daarvoor willen opnemen. Ja. Mevrouw Dortmans: Dan laat ik het oordeel over deze motie graag aan u raad. De voorzitter: Dank u wel. Dank u wel voor uw inbreng. Dan zou ik willen vragen wethouder De Vries te reageren. De heer De Vries: Dank u wel, voorzitter. Dan reageer ik op de inbrengen in de raad, natuurlijk niet op mijn collega Dortmans, die hiervoor stond. Voorzitter, voor veel mensen in Helmond en daarbuiten zijn het zware tijden.
Boodschappen en de huur of hypotheek kunnen betalen, kinderen naar een sportclub kunnen laten gaan, een winterjas kopen, veel mensen hebben moeite dit soort hele gewone uitgaven te doen en kunnen de eindjes nauwelijks nog aan elkaar knopen. Waar mogelijk hebben we de afgelopen tijd geprobeerd om er voor deze mensen te zijn. Met de energietoeslag voor inwoners met de lagere inkomens en met het Koopkrachtfonds waar u raad vorig jaar bij de begrotingsbehandeling 10 miljoen euro beschikbaar heeft gesteld. En GroenLinks refereerde hier ook al aan. Zo hebben we onze inwoners, ondernemers en
maatschappelijke instellingen en organisaties de winter door geholpen en ik ben er trots op dat we dit hebben kunnen doen met u, maar ook met alle partners in de stad. Maar ik zie tegelijkertijd dat het soms een druppel op een gloeiende plaat is. Dat de bestaanszekerheid van te veel mensen in toenemende mate onder druk staat en dat baart mij grote zorgen. Ik vind het dan ook heel belangrijk dat we als gemeente onze inwoners zo goed mogelijk blijven ondersteunen. En dat brengt mij meteen bij de vraag van Lokaal sterk om alle regelingen die er zijn duidelijk te communiceren. En ik denk dat we dat al best aardig doen. Zoals u weet hebben we rondom het Koopkrachtfonds een uitgebreide communicatiecampagne opgezet en dat hebben we gedaan in samenwerking met tal van partners in de stad zoals de Lefgroep, woningcoöperaties, Senzer, et cetera. En op die manier hebben we heel veel inwoners bereikt, zelfs meer dan we eigenlijk vooraf gedacht hadden. En uiteraard zullen we hier ook in de toekomst aandacht voor houden. D66 vraagt in haar bijdrage om een integraal armoedebeleid. Nu we zien dat de bestaanszekerheid van steeds meer mensen onder druk staat is een goed armoedebeleid belangrijker dan ooit en daar hebben we de afgelopen jaren best veel aandacht aan besteed.
Zo is er een beleidsplan Armoede en Schulden, dat heeft een aantal jaar geleden vastgesteld, dat is dus ook al wel wat ouder. Die aanpak gaan wij actualiseren en uiteraard zult u daar als raad t.z.t. ook bij betrokken worden. Voorzitter, er zijn drie moties ingediend die allemaal betrekking hebben op de bijstand en daarmee ook raken aan de Participatiewet en aan het werkbedrijf Senzer en voordat ik per motie een reactie ga geven wil ik eerst iets breder even wat context schetsen. Want in de huidige arbeidsmarkt zijn mensen die aan het werk kunnen vrijwel allemaal ook aan het werk. Er is een enorme krapte en we zien dat mensen voor wie een volledige baan een brug te ver is, die worden met loonkostensubsidie ondersteund om eventueel parttime aan het werk te gaan. Dat betekent tegelijkertijd ook dat mensen die nu nog in de bijstand zitten veelal te maken hebben met problemen op diverse terreinen die ervoor zorgen dat werken voor hen absoluut niet vanzelfsprekend is. In ons jargon, zei hebben een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Dat maakt het dus hoe dan ook lastig om hen naar betaald werk te begeleiden.
En ik vind dat we moeten blijven streven om zoveel mogelijk mensen aan het werk te krijgen en ik ben absoluut voor maatregelen die dit stimuleren maar geef wel de winstwaarschuwing dat we daar gezien de complexiteit van de problemen waar deze groep mee te maken heeft geen wonderen van mogen of kunnen verwachten. Van de moties PvdA, DENK en SP, ik zag een interruptie voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Spoek. Mevrouw Spoek-van Dinther: Dank u wel. Misschien ben ik nou te vroeg omdat de eerste toelichting eigenlijk al heel sterk op de motie ging meedoen met werk. Ik ben heel benieuwd, is er mogelijk, stel dat er in de groep van de bijstandsgerechtigden wel mensen zitten die wel naar de arbeidsmarkt zouden kunnen, is er een risico dat, stel dat ze dus dadelijk met bijstandsuitkering wel mogelijkheden hebben om te gaan werken, dat dan als dat werk te veel loont, dat het dan uiteindelijk niet als stimulans kan werken om vervolgens naar werk te gaan met een minimuminkomen. Ofwel, is dan dadelijk de bijstandsuitkering plus bijverdiensten misschien weer interessanter dan een minimumloon? De voorzitter: Wethouder De Vries. De heer De Vries: Ja voorzitter, daar moeten we altijd kritisch naar blijven kijken. Ik heb niet gezegd dat de groep die nu in de bijstand zit, dat dat mensen zijn die absoluut niet naar werk kunnen.
Daar spelen problemen die om veel meer aandacht vragen, bijvoorbeeld schuldenproblematiek of anderszins problematiek die een belemmering vormt om de stap naar werk te zetten. Met extra begeleiding, met extra aandacht bij die stapjes die gezet moeten worden, denk ik dat we wel degelijk kunnen zorgen dat nog steeds nog veel meer mensen aan de slag kunnen. Zeker omdat er ook op dit moment heel veel een vraag is naar arbeidskrachten.
Uw vraag of een te hoog bijstandsniveau zorgt dat mensen niet meer de stap zetten naar een baan waar wellicht minimumloon tegenover staat. Dat risico is er altijd, maar ik ben er ook van overtuigd dat mensen ook heel graag aan de slag willen. Nogmaals, het is niet dat mensen daar nu zitten en denken van ja, laat die boot maar aan mij voorbijgaan. Nee, daar zit een belemmering en daar moeten we volgens mij de komende tijd ook echt de aandacht op vestigen. Dan ga ik verder met de moties. Inderdaad de motie van PvdA DENK en SP, ingediend om te bekijken of de limiet voor giften in de bijstand verhoogd kan worden naar 1.800 euro per jaar. Ik kan die motie omarmen. De besluitvorming hierover is met de dit jaar vastgestelde Gemeenschappelijke Regeling Senzer gedelegeerd aan het algemeen bestuur van Senzer, maar ik zeg u toe dat ik dit daar samen met collega De Kort zal inbrengen. En uiteraard met als doel om te kijken of we dit voor de hele arbeidsmarktsregio op kunnen pakken, zoals ook in de motie wordt opgeroepen. Dan hebben DENK, SP, PvdA en GroenLinks … Voorzitter, ik zag nog een interruptie. De voorzitter: De heer Boetzkes. De heer Boetzkes: Ja voorzitter, dank u wel. Ik had ook nog een beetje een technische vraag gesteld bij deze motie.
Dat dat ging er onder andere over of dat giften die worden ontvangen voor specifiek doelen, zoals kosten van medische behandeling, schuldhulpverlening en duurzame gebruiksgoederen, of die buiten die gift zitten? Of dat die daar ook bij zitten? De voorzitter: Wethouder De Vries. De heer De Vries: Ja, dank u wel voorzitter. Ik ga me even omdraaien. Giften voor noodzakelijke kosten of uit medisch oogpunt wenselijke kosten, die worden niet meegerekend. En daarnaast, als er via de voedselbank of via Stichting Speel je mee of andere instellingen giften worden gedaan, dan worden die ook niet meegerekend als inkomen. Dus die worden sowieso niet meegenomen daarin. De voorzitter: Mevrouw Wijnands heeft ook nog een interruptie, op hetzelfde punt denk ik. Mevrouw Wijnands: Ja dank, voorzitter. Nog even een technische opmerking, u heeft dan denk ik een oude motie en ik wil even zeggen dat die ook mede-ingediend is door GroenLinks, D66 en Mì Hellemonders. U noemde alleen PvdA, DENK en SP, maar ik vind het wel netjes om even alle partijen te noemen. De voorzitter: Dank u wel. De heer De Vries: Zeer terecht, dan heb ik de laatste aanpassing van de logo's niet meegekregen. Mocht ik dat dadelijk nogmaals doen dan onderbreek mij gerust nog een keer.
Dan doe ik het volgens mij DENK, SP, PvdA en GroenLinks hebben ook een motie ingediend waarin gevraagd wordt om te onderzoeken of een uitstroompremie zinvol kan zijn bij het begeleiden naar werk van mensen die langdurig in de bijstand zitten. Ik zeg u toe dat wij dit onderzoek kunnen gaan doen waarbij wij denk ik ook heel kritisch moeten kijken of dit middel ook echt helpt om het doel, namelijk het verbeteren van de uitstroom, te realiseren. Geld of een beloning is vaak namelijk niet de enige motivatie voor mensen om een stap naar de arbeidsmarkt te zetten. Dat is ook die goede begeleiding, goede kinderopvang, dat kunnen heel bepalende factoren zijn voor mensen om weer aan het werk te kunnen gaan. En daarnaast moeten we ook willen voorkomen dat mensen door een premie te geven aan de ene kant wellicht toeslagen aan de andere kant gaan verliezen. Dat zou het onderzoek ook goed in kaart moeten brengen, want dan zouden we ze eigenlijk blij maken met een sigaar uit eigen doos. En dat moeten we volgens mij ook niet willen. Maar nogmaals, dat kan volgens mij prima uit dat onderzoek komen.
De voorzitter: De heer Vervoort heeft een interruptie. De heer Vervoort: Ja, dank u wel voorzitter. Ik had straks gevraagd, ik zeg wij hebben behoorlijk wat mensen gehad die langdurig in het kritieke bestand hebben gezeten, zitten vaak in de schuldsanering, dan krijgen ze een reguliere baan, vervolgens komt de deurwaarder en ze hebben nog weer niks. Dus dan kan ze nog niet naar het werk komen. Toen heb ik gevraagd, zijn daar die eventueel 1.000 euro beschikbaar voor? Dan plaatsen we het zowel in ander per perspectief als op lange termijn. Hoe kijkt de wethouder daartegen? De voorzitter: Wethouder De Vries. De heer De Vries: Ja, dank u wel. Heel grappig want mijn volgende twee woorden waren, de heer Vervoort, want de heer Vervoort vroeg in het verlengde hiervan hoe om te gaan met die deurwaarders, die dan ook eigenlijk, in uw woorden, klaarstaan om dat geld direct op te eisen. Ja, daar heeft de heer Boetzkes volgens mij ook al aardig antwoord op gegeven. Als er geen schulden zijn dan gaat het geld natuurlijk gewoon rechtstreeks naar de naar de mensen in de bijstand, waarbij we wel dus moeten kijken is het dan niet aan de andere kant schadelijk als er toeslagen wegvallen.
Is er wel sprake van schulddienstverlening, dan liggen daar afspraken onder in een aanpak, in een plan, ook met afspraken met schuldeisers en daar ligt ook weer een beslagvrije voet onder om te zorgen dat mensen in ieder geval kunnen beschikken over een minimaal inkomen waarmee zij hun lasten kunnen betalen. Dus ik hoop dat dat een antwoord is op uw vraag. Tenslotte de motie van GroenLinks, PvdA, SP en DENK over het onderzoek meedoen met werk, of misschien wel beter, meer doen met werk. De voorzitter: Mevrouw Brouwers heeft een interruptie. Mevrouw Brouwers: Sorry, dat ging nog over die motie van net. Ik had er een vraag over. Deze uitstroompremie, is dat een mogelijkheid dat er ook een perverse prikkel door ontstaat? Of is daar geen angst voor? Mijn woorden zijn een beetje krom, maar … De voorzitter: We begrijpen wat u bedoelt. De heer De Vries: Niet krom, maar ik ben wel benieuwd wat u dan verstaat onder een perverse prikkel. Mevrouw Brouwers: Ik moet eerst even nadenken over mijn woorden, merk ik. Toen ik deze motie aan het lezen was had ik misschien het idee dat er een mogelijkheid zou kunnen zijn dat je door het belonen juist ervoor zorgt dat dat er juist ongewenste dingen ontstaan. Als je als je mensen beloont dat je bijvoorbeeld langer gaat wachten tot je weer een baan aanneemt of minder snel een baan accepteert omdat je dan niet in aanmerking komt daarvoor.
De voorzitter: Wethouder De Vries. De heer De Vries: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij ziet de motie ook toe op dat het juist gaat om een bepaalde periode dat mensen al duurzaam aan het werk zijn voordat er überhaupt sprake kan zijn van een beloning. Het enige risico wat ik zie is dat door plussen te zetten op het inkomen dat aan de andere kant mensen toeslagen of anderszins gekort worden op inkomens. Dat vind ik een reëel risico wat we in kaart moeten brengen voordat ik u van een advies kan voorzien om deze stap te zetten. De voorzitter: De heer Van Geel.
De heer Van Geel: Ja, om hem iets scherper te stellen want ik zat natuurlijk ook bij die discussie die we toen gehad hebben. Stel dat iemand tegen de grens aanzit van dat hij lang genoeg in de bijstand zit om hiervan te kunnen profiteren. Als hij dan nog een twee maanden moet wachten voordat hij hiervan iets mee kan pikken, gaat hij dan wachten? En dat is die perverse prikkel waar ze het over had. De voorzitter: Wethouder De Vries. De heer De Vries: Voorzitter, ik denk dat dit in theorie altijd zal bestaan. Ik denk in de praktijk, als je kijkt welke stappen er gezet moeten worden naar betaald werk, welke begeleiding daarop zit en wat er allemaal voor nodig is om mensen daar te brengen, dan schat ik in dat het risico daarop erg klein is. Omdat mensen juist die stap willen gaan zetten naar betaalde arbeid. Het is niet dat die 1.000 euro dan dadelijk het enige inkomen is. Langdurige arbeid betekent ook dat er een langdurig inkomen tegenover staat en dat zal altijd meer opleveren dan de bonus die aan dit is gekoppeld. Je moet het zien als een stimulans om die stap te gaan zetten, denk ik. En daar gaan wij het onderzoek verder naar verrichten. Ik vervolg mijn betoog. De motie van GroenLinks, PvdA, SP en DENK, dat onderzoek meer meedoen met werk of misschien beter, zoals ik het net al aangaf, meer doen met werk.
Want dat is toch volgens mij de strekking ook van de motie, zorgen dat mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt een nuttige bijdrage kunnen leveren en wat bij kunnen verdienen waarmee aan de andere kant de Helmonders hier ook iets aan hebben. En ook deze motie kan ik omarmen. We hebben de afgelopen jaren in Helmond een pilot gedaan om te bekijken wat er nodig is om mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt te laten participeren. Die pilot krijgt een regionaal vervolg. Hiervoor zijn binnen Senzer middelen vrijgemaakt van uit het jaarsaldo 2021 en daar zou deze motie prima een plek kunnen krijgen als u raad deze vanavond aanneemt. Tot slot voorzitter, 50PLUS, GroenLinks en Mì Hellemonders vragen naar de vergunningverlening rond evenementen en u vraagt om deze eenvoudiger te maken. Ja. Helaas is dat weer niet zo eenvoudig als het lijkt. In de afgelopen jaren zijn de eisen die gesteld worden aan evenement en aan veiligheid een stuk strenger geworden en dat heeft ook gevolgen voor de vergunning en alles wat hiervoor aangeleverd moeten worden.
En we zien echt dat dit niet altijd eenvoudig is en we hebben daarom dit jaar een aantal organisatoren al extra ondersteund bij die vergunningsaanvraag en we verwachten naar aanleiding van ook die ondersteuning dat we structureel iets extra's zullen moeten doen voor de evenementen in onze stad omdat, je vraagt soms wel erg veel, dat is niet realistisch voor de organisatoren, zeker daar waar mensen het vrijwillig doen en zich met ziel en zaligheid inzetten. En daarom hebben in de Voorjaarsnota ook aangegeven dat we voornemens zijn om organisatoren meer te ondersteunen bij het indienen van een deugdelijke evenementenvergunning. De voorzitter: Ik zie interruptie bij mevrouw Hendriks en daarna de heer Van de Werff. Mevrouw Hendriks. Mevrouw Hendriks: Mijnheer De Vries is het niet misschien mogelijk een soort van beslisboom te maken bij het aanvragen van de vergunning? Dat ook op een moment dat een evenement binnen plaatsvindt, zijn er meer regels nodig dan wanneer een evenement buiten plaatsvindt. Dus dat je een soort van ja-nee-vakje hebt waardoor het voor buitenevenementen misschien makkelijker wordt om de vergunning aan te vragen dan voor binnenevenementen. De voorzitter: Mijnheer Van de Werff. De heer Van de Werff: Dank u wel. Die extra ondersteuning zou zeer welkom zijn.
Ik heb de ervaring met een paar organisatoren die zitten vooral in de creatieve hoek en die kunnen echt niet op de stoel van een accountant gaat zitten. Maar wat mij wel opvalt, de ambtenaren wel op de stoel van een creatieveling kunnen gaan zitten en dat werkt niet altijd mee, wethouder.
De voorzitter: Wethouder De Vries. De heer De Vries: Voorzitter, volgens mij moeten we vooral ondersteunen in het proces, niet gaan overnemen, want dat lijkt me een verkeerde beweging. En in antwoord op de vraag van mevrouw Hendriks, we hebben heel veel instrumenten, beslisbomen, documenten waarin wij heel duidelijk aangeven wat wij vragen. Maar de onderbouwing vanuit een evenement, hoe bijvoorbeeld om wordt gegaan met risico's die er zijn, dat vraagt best veel en dat kunnen we niet vervatten in tabelletjes of iets dergelijks en juist daar moeten we volgens mij onze ondersteuning op richten zodat daar waar het ingewikkeld wordt, we onze expertise op koppelen aan wat nodig is voor de organisatoren. De voorzitter: Mijnheer Van Geel. De heer Van Geel: Ja, in hoeverre zouden de cultuurdragers of de cultuurpijlers die toch een soort doorlopende vergunning hebben, zullen we maar zeggen hierin ook een ondersteunende rol kunnen spelen? De voorzitter: Wethouder De Vries. De heer De Vries: Ik begrijp het helemaal goed, voorzitter. Het cultureel …? De voorzitter: Cultuurdragers. De heer Van Geel: Cultuurdragers, dus het Speelhuis, de Cacaofabriek, als die het beveiligingsgedeelte bij bijvoorbeeld voor rekening zouden kunnen nemen, zouden ze daarmee een stuk ondersteuning kunnen bieden misschien. De heer De Vries: Voorzitter, dit vraagt hele specifieke expertise.
Een evenement in het Speelhuis of in de Cacaofabriek is iets heel anders dan wanneer er een Drakenbootfestival wordt georganiseerd, met alle risico’s van dien. Dus ik denk juist dat wij als gemeente ook behoorlijk wat expertise in huis hebben die we nu veel gerichter in moeten zetten om hen daarbij te ondersteunen. Dat is ook de inspanning die wij willen doen en waar voor komend jaar ook extra middelen voor aan willen vragen. Juist om te zorgen dat de evenementen blijven, want die dragen bij aan een levendige wijk, een bruisend centrum. Dat is wat ons betreft enorm belangrijk voor onze stad De voorzitter: U gaat afronden? De heer De Vries: Ik ben afgerond, voorzitter. Dat was het laatste punt. De voorzitter: Dank u wel. Want dan wil ik graag wethouder Van den Waardenburg net nog voor de dinerpauze het woord geven. Dus het is aan u hoelang we, voor de dinerpauze. Mevrouw Van den Waardenburg: Voor het diner zult u het nog even met mij moeten doen, dus ik ga aan de slag. Voorzitter, afgelopen woensdag waarde er een storm in Nederland, in Helmond vielen de gevolgen hiervan gelukkig mee. En graag trek ik dan ook de parallel met de woningbouw, want op dit moment pakken zich in het hele land donkere wolken samen boven de bouw. En daarover hebben we die ook al in de raadsinformatie brief ingelicht en de analyse, zoals de VVD die ook schetste, die zien wij dan ook.
Maar tegen die trend in willen we toch blijven bouwen, want we gaan niet bij de pakken neerzitten. En daarbij is de samenwerking tussen alle partijen echt essentieel. Dus denk aan corporaties, de ontwikkelaars, maar ook in regionaal verband. En zoals D66 terecht stelt is daarbij ook de regionale versnellingstafel die nu wordt
ingesteld, ook met behulp van het rijk en de provincie, heel belangrijk. En waarom doen we dat dan? Want juist bouwen, dat doen we niet voor onszelf, maar voor al die mensen in de stad die op zoek zijn naar een woning. In het kader van een woonvisie was ik op bezoek bij verschillende personen in Helmond over hun woonwensen en zo was ik ook op bezoek bij een stel jonge starters op Suytkade en die gaven aan, wij hebben een huis maar ik maak me echt zorgen om mijn vrienden die nog geen woning hebben. En ja voorzitter, zoals GroenLinks, Helder Helmond en Partij van de Arbeid aangeven, groei is geen doel op zich. We bouwen juist voor die mensen die een huis zoeken, we bouwen om een diverse, ongedeelde en bruisende stad te zijn met levendige wijken. Een groot deel van de woningen landen in het centrum, zoals van Suytkade tot Oostende. Maar wat bouwen we daar dan? Daarbij is altijd de basis dat iedereen een kans moet maken om op die genoemde plekken te wonen. De inzet op sociale huurwoningen, middendure huurwoningen en betaalbare koopwoningen, die gouden driehoek die ik misschien tot in den treure wel met uw deel, maar die echt heel belangrijk is, zijn essentieel voor de doorstroming. En daaraan refereert ook Lokaal sterk.
Dat zorgt juist namelijk dat er weer doorstroming komt op die markt en tijdens de bespreking van de woonvisie zullen we daar ook nader met elkaar over spreken, over die verdeling van schaarste. Maar we bouwen zeker ook niet alleen in het centrum, want ik ben ook blij dat de SP en Lokaal sterk aandacht vragen voor die wijken en het wijkgericht werken en de wijkontwikkelingsplannen, want we zetten juist ook integraal in op die wijken, op de leefbaarheid en de sociale cohesie. En de uitvoering van die plannen is eigenlijk een volle gang. De voortgang van de wijkontwikkelingsplannen delen we jaarlijks met u en ook Helmond-Noord ligt volgende week aan u voor in de raad. Daarbij is wonen, welzijn en zorg altijd een heel belangrijk leidmotief, want je moet in je eigen wijk oud kunnen worden en de vergrijzing die eraan komt is groot. En zoals het CDA ook terecht aangeeft, veel mensen hopen oud te worden in de eigen wijk. Ook Mì Hellemonders vraagt aandacht daarvoor, want daarbij is de doorstroming binnen de eigen wijk cruciaal. Het sociaal vangnet is daar namelijk, maar het zorgt ook voor dat juist de jongeren in die grondgebonden woningen kunnen gaan wonen en weer voor een impuls zorgen in de wijk. Door de Partij van de Arbeid zijn vragen gesteld over twee recente wetten rondom de huisvesting.
Allereerste Wet goed verhuurderschap, deze wet bevat eigenlijk drie componenten waaronder de eerste is namelijk, goed verhuurderschap en dat moeten wij invullen via een meldpunt. Dat moet 1 één januari volgend jaar worden ingevuld en daar zijn wij druk mee doende om op 1 januari dat meldpunt te hebben. Daar ligt nu ook alle focus op. De andere twee componenten van deze wet zien onder meer op de leefbaarheidsvraagstukken en arbeidsmigranten. Dat zijn, ik zie een vraag. De voorzitter: Mevrouw Wijnands. Mevrouw Wijnands: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij is het belangrijkste punt van de wet op dit moment dat er per 1 juli die zeven algemene regels moeten worden gehandhaafd. Dus u geeft aan, we zijn nu druk bezig met het meldpunt, dat is volgens mij 1 januari verplicht, maar als het op dit moment een huurder bij u meldt dat hij bijvoorbeeld gediscrimineerd wordt of wat dan ook, moet erop gehandhaafd worden. De vraag is eigenlijk, is dat al mogelijk? Is de organisatie bekend met die nieuwe regel? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Van den Waardenburg: Zeker, zeker, de organisaties is daar druk mee doende, ook met dat thema. Daarnaast weet u denk ik ook heel goed, omdat u er diep in zit, dat er ook vergunningsstelsels kunnen worden opgericht, daar rondom leefbaarheidsvraagstukken en arbeidsmigranten.
Daarvan kan ik u meegeven, wat we ook in een woonvisie hebben staan die dus in concept naar u toe komt, dat we dat eigenlijk willen kijken of dat effect heeft. Want op dit moment willen we dus vooral het meldpunt gaan inrichten, kijken wat voor signalen er binnen kunnen komen en dan kunnen we altijd nog op die andere twee thema's, dus die arbeidsmigranten
en die leefbaarheidsvraagstukken een vergunningsstelsel in het leven roepen. Maar dat is niet zonder consequenties, zo'n vergunningsstelsel, vandaar ook dat we dat niet meteen doen. De voorzitter: Mevrouw Wijnands. Mevrouw Wijnands: Ik begrijp dat u die volgorde aanhoudt omdat het ook niet verplicht is, die vergunningen. Alleen, ik kan me ook voorstellen dat arbeidsmigranten, die kunt wel wachten op de meldingen die binnenkomen, maar dat is zo'n kwetsbare groep dat ik me ook kan voorstellen dat een overheid zelf een vergunning gaat inrichten voor deze groep mensen omdat ik betwijfel of er heel veel meldingen zullen komen uit hunzelf. Dus dat wil ik wel meegeven. Maar anders kunnen we op een ander moment er nog wel op terugkomen met de woonvisie. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Van den Waardenburg: Ja, bij de woonvisie komt dat sowieso nog terug, arbeidsmigranten zat voorheen ook bij mij in de portefeuille. Wij hebben daar nooit heel veel klachten van gehad, ook omdat wij ook inzetten op huisvesting die eigenlijk ook losgekoppeld is van het bedrijf zelf. Maar mochten die klachten nou echt meer komen, dan kun je altijd nog overwegen om zo'n vergunningstelsel in het leven te roepen. Maar in het kader van de woonvisie komen we daar zeker nog terug.
Dan de Huisvestingswet, daar heeft u ook naar gevraagd, de Partij van de Arbeid, of we van plan zijn om inwoners met lokale binding of met bepaalde beroepen voorrang te geven, ik denk dat die discussie heel mooi past bij de woonvisie. Wel een schot voor de boeg, ik kan u meegeven dat we in ieder geval in regionaal verband daarover spreken en daarnaast, als u kijkt naar die lokale binding, dan begrijp ik heel goed dat het een punt is in bijvoorbeeld, ja wij zijn een grote stad natuurlijk, maar in hele grote steden zoals Amsterdam en Utrecht, et cetera. Dat daar die 50 procent lokale binding geborgd moet worden. Maar in Helmond zit die lokale binding al op 61 procent. Dus op zich is die lokale binding met Helmond al heel groot en het invoeren van zo'n Huisvestingswet waar je heel specifiek de lokale binding op 50 procent vastzet heeft dan ook vooralsnog weinig effect voor Helmond. Dus dat in ieder geval een schot voor de boeg. Maar dat komt ook nog bij de woonvisie terug. Dat brengt mij bij de vraag van de VVD over de erfpachtcanon. In 2016 en ‘18 is een overeenkomst gesloten met een bedrijf op ozb-terrein, die moeten we nu herzien in 2023. Dat hebben we nu gedaan en gelet op de lagere rente van de BNG komen wij dus nu uit op deze lagere canon. Daardoor ontstaat er lagere opbrengst en die ziet u dus ook terug in de Voorjaarsnota.
In 2026 moeten we hem weer opnieuw herzien en dan kan dat zomaar leiden tot een hogere canon. En dan, ik zie geen vraag maar ieder geval volgens mij was dat uw vraag en ja, dat heeft echt te maken met een overeenkomst uit het verleden uit 2016 en ‘18. En in ‘26 komt hij wederom terug of dat iets. En tot slot voorzitter, door al deze maatregelen, dus het bijbouwen, inzet op de wijken, bevorderen van de doorstroming, zorgen we ervoor dat steeds meer mensen een toekomst kunnen opbouwen in Helmond. En na de storm van gisteren schijnt hier inmiddels weer de zon. En dat hopen we uiteraard ook ondanks tegenwind en conjunctuur en samen met de partners willen wij dit oppakken, hopen wij ook vooruitgang voor Helmond en voor de bouw. Dank u wel. De voorzitter: De heer Guldenaar en dan de heer Vervoort. De heer Guldenaar: Er zijn al meer mensen blij geweest dat de bibliotheek in het Kunstkwartier niet samengevoegd zouden worden in één gebouw. Wij willen weten of de wethouder kan aangeven dat dit definitief is, of is dat iets is wat we bekijken over een jaar en na twee jaar misschien dadelijk toch … De voorzitter: Dit onderwerp behoort bij wethouder Van Dijk.
De heer Guldenaar: Sorry. De voorzitter: Dank u wel, de heer Vervoort. De heer Vervoort: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik weet niet of het bij de wethouders Van den Waardenburg of De Vries of Van Dijk hoort, want het kan eigenlijk alle drie thuishoren. Het gaat over het MMC, het gezondheidscentrum in Stiphout. De voorzitter: Wethouder Van Dijk gaat daarover. Echt de spannende komt pas na de dinerpauze. Dus alles bij wethouder Van Dijk. Zijn er nog andere vragen aan de wethouder? Zo niet dan dank ik wethouder Van den Waardenburg voor haar bijdrage en schors ik de vergadering tot kwart voor acht. Dames en heren, het is kwart voor acht en we zouden de vergadering om kwart voor acht heropenen. Ik vraag u uw plaatsen in te nemen. Ik vraag u uw plaatsen in te nemen, bijna voltallig. Ik heropen de vergadering. Ik wilde eigenlijk beginnen met een vraag die is blijven liggen. En dat gaat over de MFSH en Stiphout en alles wat daaromheen zit. En dat gaat wethouder De Vries nu even vanaf zijn plaats, ik weet niet wie de vraag gesteld had, de heer Vervoort, en die is blijven liggen en die had wethouder De Vries moeten doen. En dat gaat hij nu doen. De heer De Vries: Ja voorzitter, dank u wel, excuses daarvoor. Ik zie al een interruptie. De voorzitter: Meteen een interruptie. D e heer Boetzkes: De vraag is toch niet gesteld. Blijkbaar één op één, maar de vraag is nog niet gesteld.
De voorzitter: De heer Vervoort heeft in zijn bijdrage een vraag gesteld over MFSH. Dat is absoluut niet in eentweetje geweest. Het is echt in het openbaar hier met elkaar besproken. Wethouder De Vries. De heer De Vries: Dan gaat het om het MMC Stiphout, neem ik aan. We dachten we schuiven de rest door naar wethouder Van Dijk maar deze kreeg ik toch niet doorgeschoven. Voorzitter, na de twee uitspraken van de rechter zijn wij ons natuurlijk als college aan beraden op de vervolgstap in dit dossier. En als ik de vraag van CDA goed begrepen heb, gaat u daarmee ook het gesprek aan met de omgeving en de directbetrokkenen? Het antwoord daarop is eenduidig, ja. Sterker nog, ik heb al enkele gesprekken gevoerd en die zullen wij betrekken bij onze afwegingen over het vervolg hiervan. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik wethouder Van Dijk eigenlijk tweevoud het woord geven, want hij zal eerst zijn eigen bijdrage doen en daarna zal hij de onderwerpen van wethouder Van Lierop ook voor zijn rekening nemen. Succes wethouder. De heer Van Dijk: Dat voorspelt niet veel goeds. Nee, dank u wel voorzitter.
Ja, het fundament van ons ambitieakkoord is brede welvaart, iedereen bekend, en het is wel vaker genoemd, het gaat hier niet alleen om economische groei qua werk en inkomen, maar het gaat ook over de kwaliteit van leven, welzijn, zorg en wonen en ik vind het gewoon heel mooi om dat in heel veel bijdrages terug te horen. In Helmond vinden we ook dat iedereen kan meedoen, of mee kan doen en belangrijk daarbij is dat al onze inwoners kunnen delen in die toenemende welvaart. En om dat te bereiken is het van belang dat onze inwoners ook toegang tot de voorzieningen hebben. En daarmee bedoel ik niet alleen de fysieke toegang tot een gebouw, maar ook tot toegang tot zorg en voorzieningen. En een groot gedeelte van onze inwoners, volgens mij werd het ook al in bijdragen gezegd, daar heb ik het van, lukt dat al aardig zelf en zij vinden voldoende ondersteuning, maar er is ook een groot gedeelte inderdaad bij wie de nog steeds niet lukt. En daar moeten wij voor staan. Dus ik
ondersteun, en volgens mij heeft de heer De Vries daar ook al een stukje op beantwoord, over de regelingen die er zijn. Ik ondersteun dat samen met jou om deze regelingen te blijven communiceren zodat ook iedereen echt kan meedoen. En eigenlijk zoals het CDA het ook aangeeft, dat wij als gemeente onze verantwoordelijkheid moet nemen en als vangnet, mocht dat nodig zijn, moeten blijven functioneren. Wanneer brede welvaart ons fundamenten vormt, dan zijn voor mij de thema’s, daar werd hier ook over gesproken inclusie en toegankelijkheid dan ook leidend. En graag werk ik dan ook samen met u toe naar een inclusie- en antidiscriminatieagenda. Een agenda die zich gaat richten op diegenen die misschien nu worden uitgesloten en tegelijkertijd gaan we ook het blikveld verruimen naar die brede aanpak van inclusie. En wat mij betreft komt het streven naar een inclusieve samenleving niet alleen tot uitdrukking, dadelijk in een mooi specifiek inclusiviteitsbeleid, maar ik vind vooral dat dat binnen de organisatie en binnen Helmond bij iedereen tot in de vezels moet zitten, tot echt tot in het DNA. En ja, dat moeten we echt doen door de relatie aan te gaan met onze inwoners. En daar wordt hier ook al heel vaak over gesproken, over de afstand.
Dit bereiken we door echt in de wijk met elkaar het gesprek aan te gaan en vanuit de eerste hand te horen wat speelt hier nou? Wat houdt mensen nou bezig? Om als volgende stap, juist vanuit die praktijk tot de theorie te komen en voorstellen dan gaan doen die onze mensen ook echt en onze inwoners ook echt gaan helpen. Een appel dat ik ook in de bijdrage van de SP beluisterde, spreekt over een Andere Overheid en werken volgens de bedoeling. En natuurlijk kijken we ook naar onze eigen organisatie die groeiende is er waarbij het uitgangspunt is dat we streven naar een sterke, robuuste, maar ook diverse organisatie die de Helmondse samenleving beter weerspiegelt. Een belangrijk aandachtspunt in ons personeelsbeleid, waarbij we ook graag willen uitdragen dat we ons, dat is een heel belangrijk aandachtspunt, en waarbij wij ook graag willen uitdragen dat we ons committeren aan die diverse en inclusieve organisatie. Verder dient in onze stad iedereen te kunnen gebruikmaken van sport en culturele voorzieningen. Sport en cultuur zijn niet alleen creatieve en gezonde vrijetijdsbestedingen, ze leven ook een actieve bijdrage aan ontmoeting, verbreden je wereld en zorgen voor verbinding tussen mensen, hier ook al eerder aangegeven in de bijdrages. En daarom ben ik ook echt heel trots op al die verenigingen, ze zijn echt het maatschappelijk hart van onze stad.
En dan laat ik zoals Lokaal sterk verzoekt ook dat verzoek echt niet voorbijgaan om hen met een speciaal Event hoe dat ook vorm gaat krijgen te eren. En zoals D66 het omschreef, verenigingen zorgen voor sociale binding, voor verantwoordelijkheidsgevoel, voor normen en waarden en voor inzet en doorzettingsvermogen. En ja, dat kan ik, en hoop ik jullie, alleen maar van harte ondersteunen. En verenigen moeten we dus in die zin ook echt koesteren, maar misschien ook faciliteren. En ja, daar hoort ook bij, en ik kijk even naar de heer Vervoort, naar een goede gebouwde jas, zoals we nu moeten gaan realiseren met een langverwacht nieuw zwembad en een sportcomplex De Braak. En vandaar ook dat we destijds gestart zijn met die scans, niet alleen voor de wijkaccommodaties, maar ook voor de sportaccommodaties om te bezien wat nodig is. En ik hoop echt in het najaar dat met jullie allemaal te kunnen delen. En tot slot wil ik mij extra hard maken voor de meest kwetsbare mensen in onze stad, en ook D66 refereerde daarbij aan de groep, die door levensgebeurtenissen de weg naar zelfredzaamheid maar moeilijk kunnen vinden. Ik vond het een mooie. Het zijn de mensen die echt inderdaad voortdurend tussen het wal en het schip vallen en ik ben er best trots op dat we daarom ook die time out-voorziening met elkaar gecreëerd hebben om ook hen een mooie en goede plek te kunnen bieden.
Dan de moties, voorzitter. Wanneer u mijn reactie goed heeft beluisterd dan zal het ook niet verbazen dat ik de volgende moties, het SportEvent, het ondertekenen van charter diversiteit en deelname daaraan en het werven vervolgens de bedoeling kan omarmen. De motie duurzame accommodaties, daarvan zou ik u willen vragen om die toch aan te houden. Ik heb net aangegeven dat ik bezig ben met die scan, daar komt binnenkort een uitslag over, een rapport over. En ik denk in het licht van die gesprekken moeten we denk ik dat zeker daarin meenemen. Dus ik wil u vragen om die motie aan te houden. Dan resteren nog wat enkele open vragen. DENK vraagt naar de resultaten van de barometer culturele diversiteit van Helmond en hiervan heb ik begrepen dat we deze gegevens, die filteren we uit de CBS, Centraal Bureau voor Statistiek-rapportages
en die informatie die kunnen we ook met u raad delen, want dat was uw vraag. 50PLUS vraagt om de stand van zaken rond de open hiring, die had er weinig van gehoord. Toch zijn we daar al volop mee bezig. We kijken namelijk voortdurend naar alternatieve methoden van werven, mede ingegeven juist door die krappe arbeidsmarkt en open hiring is een van die alternatieven en ondanks dat open hiring vooral wordt ingezet voor functies waar weinig of geen startkwalificaties worden gevraagd, passen wij dit momenteel toe binnen de gehele organisatie door het maken van informele kennisavonden, bijvoorbeeld echt dat mensen ook zonder cv gewoon aan tafel kunnen. En zo hebben, dit is recent, gisterenavond nog in Brandevoort is een wandeling georganiseerd voor de werving van personeel voor het fysieke domein en waar uiteindelijk twaalf potentieel geïnteresseerden aansloten. Eerder hebben we al binnen het sociaal domein een laagdrempelige bijeenkomst gehad en dat heeft ook daadwerkelijk weer geleid tot drie nieuwe personeelsleden. En daarmee hoop ik u te hebben bevestigd dat we hier echt wel mee bezig zijn en dat we werken in de lijn van wat u destijds gevraagd had. Ook vraagt u trouwens naar de inhuur en het ziekteverzuim. Voor wat betreft de inhuur en het ziekteverzuim liggen we als gemeente onder het landelijk gemiddelde en de gemiddelden van gelijke gemeentes qua omvang.
Als ik dan kijken naar de inhuur, dan komen we uit op een inhuurpercentage van, op dit moment, 14,2 procent ten opzichte van vorig jaar is het een kleine daling van een half procent. Landelijk is een uur 17 procent. En het ziekteverzuim in Helmond bedraagt 4,9 procent en vergelijkbare gemeentes van gelijke grootte is dat 5,8 procent. Tot slot vraagt ook de VVD naar instroom en verloop binnen het personeelsbestand. Dit jaar zijn er 104, ja 104 nieuwe collega's aangenomen, 104, en die komen natuurlijk wel gelukkig gefaseerd in dienst en dat komt ongeveer dus neer op ongeveer 15 tot 20 collega's per maand die wij nu erbij krijgen. Qua werving zitten we nu, zegt men, zitten we aan onze max en dus dat verloopt voorspoedig. De voorzitter: De heer Manders. De heer Manders: Het ging ons om het feit, u bevestigt aan de ene kant dat er meer mensen worden aangenomen via open hiring, of dit effect heeft op de uitstroom van die nieuwe instromers. Dus omdat je dus minder kijkt naar misschien de vaardigheden, competenties, maar mensen laat kennismaken met die gemeente, 20 per maand. Zijn er nu meer die na een paar maanden vertrekken van die nieuwelingen? Of niet? Dat was eigenlijk de bedoeling van onze vraag. De voorzitter: Wethouder. De heer Van Dijk: Voorzitter, dat antwoord moet ik ook dit moment schuldig blijven.
Die recente cijfers heb ik niet, maar daar kom ik graag schriftelijk bij u op terug. Zoals D66 omschrijft, vereniging zorgen voor sociale binding, voor verantwoordelijkheidsgevoel, voor normen en waarden en voor en voor inzet en doorzettingsvermogen. Volgens mij heb ik de verkeerde. Volgens mij, ik heb het al, dit was het slot. De voorzitter: Ja, dit was het slot. De heer Van de Werff. De heer Van de Werff: Wethouder, beste mijnheer Van Dijk, lieve Harrie. De voorzitter: Laten we het gewoon even zakelijk houden. Ja? De heer Van de Werff: Horen de energiecontracten bij u of bij wethouder Bonte? De voorzitter: Horen bij wethouder Bonte. De heer Van de Werff: Bonte. Oké, dank u wel.
De voorzitter: De heer Guldenaar en dan … De heer Guldenaar: Ik had nog een vraag over de talentontwikkeling en de participatie erbij. De voorzitter: Dat is beantwoord door de wethouder De Vries. Ik geef even de heer Rieter en wethouder De Korte. De heer Rieter. De heer Rieter: Dank u wel, voorzitter. We gingen wel heel snel door de moties, door dus ik wil even een aantal vragen stellen over twee moties. Allereerst het SportEvent, wij worstelen daar nog een beetje mee want geeft al aan, ja ik ben daar positief over, maar we willen een beetje wat context erachter hebben. Dus wat was bijvoorbeeld de reden dat we destijds zijn gestopt? Wat kost dit? Hoeveel hebben we daar destijds mensen mee bereikt? Was het een succes? We moeten wel iets van context hebben om hier voor of tegen te zijn. Dus dat is eigenlijk één, die de eerste motie. En de tweede motie is over diversiteit, daar heeft u ook kort wat over gezegd. Twee korte vragen. Zijn hier dus kosten aan verbonden en brengt dit verplichtingen met ons mee? Tot zover. De voorzitter: Wethouder. Zijn er nog andere vragen aan de wethouder? Zo niet, tot slot. De heer Van Dijk: Dank u wel. Wat betreft die, inderdaad goede vraag, de Sportgala.
We waren reeds bezig, we waren al aan het denken over een nieuw sportgala binnen de organisatie, maar ook een aantal sporters die bij mij over de vloer kwamen, kunnen we weer een sportgala organiseren? We hebben dat heel lang gedaan, we hebben dat, de laatste keer is, ik weet niet of u dat nog herinnert, in het Fletcher hotel gedaan, maar dat was een gezamenlijke met Brabant Stad, of met Brabant, met Eindhoven en dergelijke. En daarna is het eigenlijk gestopt omdat men dat eigenlijk te groots en niet waardig vond om alleen onze Helmondse sporters onder de aandacht te brengen. Uiteindelijk heeft een club, die heet Tribune, dat weer opgepakt en elk jaar organiseren zij, dit jaar hebben ze dat in de Annakerk gedaan, een Sportgala waarbij ze eigenlijk een sportman, sportvrouw, sportploeg en sportcoach eren. Dat is wat op dit moment gebeurt. Maar sportverenigingen, wij zoeken met elkaar toch naar een ander iets om sport niet alleen de beste sportman of beste sportvrouw, maar vooral sport met elkaar te kunnen vieren. Dus in die zin klopt dit precies bij eigenlijk wat we nu met elkaar aan het verkennen zijn.
Ik ben ook met diverse, en ik ga nog met diverse sporters ex-sporters in gesprek om ook van hen te horen van hoe zien jullie dat? En dat doe ik ook met mensen in het veld bij sport, om eerst eens met elkaar eens te verkennen, wat betekent dat nou en wat zou nou een mooi sportevent zijn? De voorzitter: Dank u wel. En het andere. De heer Van Dijk: Ja, die motie diversiteit. Ik denk als u mijn bijdrage gehoord hebt is dit precies waar wij nu met betrekking tot de antidiscriminatieagenda, maar niet alleen dat, de hele inclusieagenda mee bezig zijn, en ik denk dat dit een mooie aanvulling, misschien wel een kers op de taart is met hetgeen waar we mee bezig zijn door ook andere te laten reflecteren op hetgeen wat wij doen. De voorzitter: De heer Rieter. De heer Rieter: Ja, kort voorzitter. Laatste motie duidelijk, nog even over de motie dus SportEvent. Want het blijft nog even onduidelijk van welke kosten komen dan op ons af. Want u geeft dus eigenlijk aan dat er al een sportevenement is en geeft ook aan, ik ga een beetje onderzoeken en daarna kijken wat we gaan doen. Maar de motie roept echt op, er komt dus een jaarlijks SportEvent. Dus het is een beetje van … Ja, dat staat al wel.
De heer Van Dijk: Volgens mij staat er, zoals ik hem lees, onderzoek of dat haalbaar is. Nou ja, dat is eigenlijk waar we mee bezig zijn. En mocht ik daar een kant en klaar antwoord op hebben, dan kom ik graag bij u terug om juist met elkaar te discussiëren is dit wenselijk? Past dit of past dit niet en hoe, als we al zouden moeten financieren, hoe gaan we dat dan doen? De voorzitter: De heer Rieter. De heer Rieter: Voorzitter, ja ik vind dat een hele goede constructie die u nou verwoord, maar zo staat het niet. Er staat echt gewoon, verzoekt het college om het jaarlijkse sportevenement te laten terugkeren. Dus dan moet of de motie aangepast worden of we nemen de geest van het antwoord van de wethouder nemen we over, die motie. Ik weet het niet, maar we moeten wel even weten wat we moeten met deze motie. De heer Van Dijk: Terechte vraag. Ik kijk even naar Lokaal sterk om dat punt toe te voegen, om met scenario's te komen. De voorzitter: Het wordt een onderzoek. Ja. Maar ik schors dadelijk toch nog de vergadering om even de moties nog onder elkaar, als jullie het willen, of te wijzigen en dan gaan we dat nog even goed nakijken. Ja? Dank u wel, wethouder. Dan geef ik nu het woord aan wethouder De Bonte. Sorry, andere wethouder? De Volgende De heer Van Dijk: Dank u wel, voorzitter.
Ja, zoals u weet heb ik de afgelopen weken de portefeuille van wethouder Van Lierop overgenomen, of waargenomen omdat dat zij dus uit running is vanwege echt een flink geval met haar fiets. En zo heb ik me dus de afgelopen weken ook beziggehouden met recreatie, afvaldienstverlening, met mantelzorgers, die zorgen dat echt heel veel dingen worden opgevangen. Maar ook met Urban, ontwikkelingen, kunst en culturele faciliteiten en uitdagingen en kansen die die daar allemaal bij liggen. En ook helemaal gezien de schaalsprong waar we voor staan en waar anderen ook allemaal aan refereerden, dus mooi om een keer in die wereld ook wat dieper in te gaan zitten. Want die schaalsprong, waar hebben we met elkaar over? Die gaat niet alleen maar over groeien. Ik ben blij dat dat hier heel vaak, of economische groei, benoemd wordt. We moeten ervoor zorgen dat Helmond ook in de toekomst leefbaar blijft en dat we een stad blijven waar mensen graag willen wonen, werken, verblijven en elkaar ontmoeten. Voor een aantrekkelijke stad zijn culturele activiteiten en voorzieningen, inderdaad zoals gezegd werd, onbetaalbaar en niet in geld uit te drukken. Fijn dat zoveel zovelen van jullie cultuur als enorm belangrijk hebben benoemd. Er wordt geopperd dat de budgetten per persoon meer gelijkgetrokken mogen worden met de uitgaven die daarvoor in Eindhoven worden gedaan.
Of dat het doel moet zijn, dat is de vraag. Maar wel staat vast dat culturele ambities om investeringen gaan vragen. Niet alleen financieel overigens, maar ook investeringen in de visies en beleid. En dan doel ik nu op de cultuurvisie en de erfgoedvisie die eraan gaan komen. En hierbij haak ik ook graag aan op de vraag die door de VVD werd gesteld met betrekking tot de taakstelling van de bibliotheek en het Kunstkwartier. Ja, de vraag welke alternatieven zijn er bekeken? Volgens mij hebben we een RIB toegestuurd waarin die alternatieven benoemd zijn en waaruit gebleken is dat, er waren er drie, die alternatieven niet haalbaar waren. Verlagen van exploitatiebijdragen aan beide instellingen was dat, taakstelling op de hele begroting Cultuur en oplossingen zoeken in de huisvestingssfeer, maar die leidden niet tot een oplossing. Vandaar dat we deze beslissing met elkaar genomen hebben. Overigens willen we wel degelijk gaan kijken of we nog een efficiencyslag, zo heet dat, gaan bezien in de integrale afweging straks bij die nieuwe cultuurvisie om daar te kijken van wat is er nodig en waar kunnen we winst halen met elkaar? Dan pak ik even terug op onze culturele infrastructuur. Want die moet zowel kwalitatief als kwantitatief kunnen meegroeien met de sprong die we gaan maken.