2023 07 06 Gemeente Helmond Gemeenteraad
Tekst van het document
Ja, als de gemeente excuses wil aanbieden voor iets wat ze wellicht niet gedaan heeft, ja is wat mij betreft ook prima. De voorzitter: Dat gaan we niet doen. De heer Fkihi: Dat is een grapje, uiteraard.
De heer Van den Boogaard: Ik wil even rectificeren, want volgens mij worden mijn woorden verkeerd begrepen. Het is niet zo dat we iets moeten concluderen zonder dat er onderzoek ernaar. Ik zeg, er is al heel gedegen onderzoek naar gedaan, dus er is al heel veel bekend, dus daaruit blijkt al dat we een rol gespeeld hebben als Helmond zijnde. Volgens mij zijn er al voorbeelden genoeg genoemd waaruit dat blijkt, dat er Helmondse ondernemers betrokken bij zijn. De voorzitter: Maar dat is niet de gemeente Helmond. Dat zijn individuen. Maar waar gaan we hier landen? Willen we het nog verder over die motie hebben? Is er iets nog niet duidelijk aan de motie? Nee? De heer Van Geel nog? Wat is niet duidelijk? Alleen nog over wat niet duidelijk is. De heer Van Geel: Ik wil graag nog even reageren op het laatste wat u zegt. Want diezelfde redenering kun je op landelijk niveau ook trekken. Daar kun je ook zeggen van ja, het waren ondernemers die verantwoordelijk waren. Nee, je bent als overheid altijd faciliterend richting die ondernemers ook. Dat betekent ook dat hier in Helmond, als hier ondernemers zijn geweest die zich met slavernij bezig hebben gehouden … De voorzitter: Dank u wel, maar die rol is niet uitgezocht en daar wordt nu een oproep voor gedaan. En als die uitgezocht is, kunnen we altijd nog en dan hebben we nog wel met elkaar een debat.
Ik kijk even, die wil hier nog iets over zeggen? De heer Van de Werff nog? De heer Van de Werff: Ja, ik wil alleen maar wijzen op het artikel van Giel van Hooff in de krant vanmorgen en ik wil wijzen op de Heemkundekring er wordt grondig onderzoek gedaan. Dus in het dictum staat, ga een onderzoek doen, ik vind het overbodig. De voorzitter: Wij zullen er zo meteen wel even op reageren. Dank u wel voor uw bijdrage. Was u klaar? De heer Fkihi: Ik had nog een klein stukje. De voorzitter: Doet u maar, rondt u af. De heer Fkihi: Eigenlijk heb ik het al enigszins benoemd, dat we indienen dat de gemeente dient verantwoordelijkheid te nemen en een excuus te maken op 1 juli 2024, want we zijn ervan overtuigd dat excuus zal bijdragen aan erkenning van het slavernijverleden. Want stilstaan en bewustwording bij deze periode draagt bij een openheid en begrip voor elkaar. Tot zover mijn bijdrage. De voorzitter: Dank u wel. Als ik de motie mag hebben, dan zal ik het dictum voorlezen. Dank u wel. De eerste motie is Uitstroompremie voor mensen die werken na langdurige bijstand, verzoekt het college te onderzoeken of een uitstroompremie van 1.000 euro voor mensen die duurzaam werk hebben gevonden na langdurige bijstand helpt bij het verbeteren van de uitstroom, te onderzoeken wat de consequenties hiervan zijn voor zowel de doelgroep als de uitvoering en de raad hierover te informeren.
Maakt onderdeel uit van de beraadslagingen. Dan hebben we ondertekenen van de Charter Diversiteit en deelname aan Diversity Day 2023, verzoekt het college om de Charter Diversity die door de universiteiten en bedrijven geïnitieerd is te ondertekenen, de ondertekening actief te communiceren naar de buitenwereld, de gemeenteraad te informeren over de ondertekening en het effect daarvan, zich aan te melden voor de Diversity Day op 3 oktober 2023 en gaat over tot de orde van de dag. En is ook voldoende ondertekend, maakt onderdeel uit van de beraadslagingen. Dan de motie over Helmonds aandeel in de slavernijverleden … Mevrouw Maráczi.
Mevrouw Maráczi: Als mede-indiener vraag ik ook om hier bij deze om gewoon alles te benoemen, omdat dit een heel ingewikkeld probleem is, is het wel fijn om ook die context erbij te noemen. De voorzitter: Oké. Onderzoek naar mogelijke excuses voor Helmonds aandeel in het slavernijverleden. De gemeenteraad van Helmond in openbare vergadering bijeen op 6 juli 2023, constaterende dat Nederland medeverantwoordelijk is voor het vervoeren van meer dan 600.000 slaafgemaakte en een deel van de nakomelingen in Helmond wonen en in afwachting zijn van erkenning en eerherstel, de slachtoffers van de slavenhandel en de slavernij in de voormalige Nederlandse koloniën jaarlijks herdacht worden tijdens Keti Koti, het Nederlandse slavernijverleden een ingewikkeld en een heel gevoelig onderwerp is. Overwegende dat er signalen zijn dat Helmond mogelijk een aandeel heeft gehad in het slavernijverleden. Daar staan twee gedachten bij, die verwijzen naar het www, dus naar een aantal websites waaruit dat zou blijken. Tweede gedachte punt is, overwegende dat, als dat zo is het gemeentebestuur haar verantwoordelijkheid dient te nemen en excuses zou moeten maken voor haar aandeel.
Derde, excuses bijdraagt aan erkenning van het slavernijverleden, het slavernijverleden een gedeeld verleden is, stilstaan en bewustwording bij deze periode bijdraagt aan openheid en begrip voor elkaar, kennis van het verleden en historisch besef bijdraagt aan het bestrijden van racisme. Verzoekt het college om een - tussen haakjes - wetenschappelijk onderzoek uit te laten voeren over de exacte rol die de stad Helmond heeft gespeeld in de slavernijgeschiedenis van Nederland en de uitkomsten de delen met u, raad, om dit onderzoek te gebruiken als eerste opmaat naar formele excuses tijdens Keti Koti op 1 juli 2024 indien de uitkomst van het onderzoek aangeeft dat Helmond inderdaad een aandeel heeft gehad in het slavernijverleden. En gaat over tot de orde van de dag. Voldoende ondertekend en maakt onderdeel uit van de beraadslagingen. Dank u wel. Dan gaan we, de heer Rieter. De heer Rieter: Ja, dank u wel voorzitter, heel kort hoor. Maar ik heb er wel moeite mee dat de moties van mevrouw Maráczi voorgelezen moeten worden, helemaal van begin tot eind en andere niet. Ik vind dat wel een beetje vreemd hoor. Ik bedoel het zijn allemaal moties, iedereen die moties indient ze allemaal belangrijk vinden en dan moeten haar moties allemaal van begin tot eind n voorgelezen worden. Ik vind dat een beetje, ja daar heb ik echt wel moeite mee. De voorzitter: Mevrouw Maráczi.
Mevrouw Maráczi: Sorry, u bent vrij om hetzelfde te vragen. Ik doe dit juist omdat wij dichter bij de inwoners willen zijn. Nou, de inwoners hebben niet de volledige motie en ik vind het wel belangrijk om de context erbij te schetsen. De voorzitter: Mevrouw Wijnands. Mevrouw Wijnands: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat de bijdrage bedoeld is om zelf de motie uit te kunnen leggen. Je kunt tien minuten volgens mij gebruiken om je motie kenbaar te maken. De voorzitter: Ik denk dat gewoon, zeker de uitleg van mevrouw Maráczi, mij nu aan twijfelen brengt omdat ik daarmee expliceer alsof andere moties niet dichter bij de burger zijn omdat ik die alleen in het dictum voorlees, vind ik niet juist geïnterpreteerd. Ik heb het gedaan omdat het een expliciet verzoek was en daar nu geen probleem van wil maken. Ik wil dit onderwerp terug laten komen in het fractievoorzittersoverleg om te kijken hoe we dat kunnen doen. Voor vandaag laat ik het bij deze twee moties en is het waarvan akte van deze opmerking en wij komen hier op terug. Maar de uitleg dat andere moties die ik niet voor heb gelezen, dat dat dan niet dichter bij de burger is, daar neem ik afstand van.
Mevrouw Maráczi: Dat heb ik dus ook niet gezegd, voorzitter. Ik vraag gewoon aan u om die volledig voor te lezen. Dat is hier, iedereen kan dat vragen. Ik zeg niet dat mijn motie daarmee belangrijker is. Ik wil gewoon dat de mensen weten waar ons dictum vandaan komt. De voorzitter: Dank u wel. Even voldoende voor hier nu. De laatste bijdrage is van de heer Guldenaar van Mì Hellemonders. De heer Guldenaar: Dank u wel, voorzitter. Lest best, natuurlijk. Allereerst wil ik het college en de ambtenaren bedanken voor het opstellen van de Voorjaarsnota. Het ambitieakkoord vertaald in de Voorjaarsnota. Even iets uitleggen. De mate van aandacht voor cultuur laat zien hoe ontwikkeld een land is, dat was vroeger zo en dat is nog steeds zo. Ik kan iedereen aanbevelen om de Huizingalezing door staatssecretaris Gunay Uslu van 9 december 2022 te lezen. Ik citeer, kunst en cultuur liggen aan de basis van een samenleving gebouwd op vrijheid en waardigheid. Precies daarom beschouw ik de waardering voor cultuur als onmisbaar voor behoud en ontwikkeling van de samenleving. Als we dat een beetje gaan uitsplitsen, de makers. Zonder makers geen cultuurontwikkeling. Daarom zijn er onlangs regelingen opgesteld voor startende makers en jongeren. Dit helpt de makers zich te ontwikkelen en geeft mensen op jonge en latere leeftijd zich te ontplooien. Het tweede, toegankelijkheid.
Zorg dat iedereen in aanraking kan komen, ook met een smalle beurs, met kunst en cultuur. Bijvoorbeeld bibliotheek, maar ook museum, festivals, ontmoetingsplaatsen en creatieve werkplaatsen. En letterlijk ook toegankelijk voor de mindervalide. Vernieuwing en innovatie, juist door in te spelen op kunst en cultuurbeleving en -beoefening van de jongere generaties schiet kunst en cultuur wortel in de samenleving. Erfgoed, werken met erfgoed betekent voortdurend schakelen tussen lang geleden en nu. Belangrijk is het te blijven praten over onze omgang met erfgoed en daarmee in verbinding te blijven. Creatieve denkkracht inzetten bij maatschappelijke problemen. Laat ik een voorbeeld geven, bouwen van wijken, is er herkenning? Is dat gebouw ook werkelijk thuis? Krijgt de buurt een goed gevoel en een identiteit? Kan erfgoed en ontwerp een betekenis hebben voor een wijk en hoe kunnen we die betaalbaar maken voor iedereen? De Dutch Design Week bevestig dat kunstenaars ook uitvinders kunnen zijn. Ik heb het even opgezocht, want ik wil natuurlijk weten hoe de provincie daar ook over denkt. Cultuurbeleid per provincie, provincie Noord-Brabant, de aanvraag voor CmK3, dat is de cultuureducatie met kwaliteit deel drie voor de periode 2021-2024 is in Brabant gezamenlijk opgepakt met de grote gemeenten.
Er is één gezamenlijke aanvraag gedaan door de gemeente Breda, gemeente Tilburg, gemeente ‘s Hertogen Bosch, gemeente Helmond, gemeente Oss en de provincie Noord- Brabant. Hier komt de eerste vraag, hoe zien we dit terug als investering in de Voorjaarsnota? Dit gezegd hebbende, ambitieakkoord, cultuur, en nou komt het woord alweer terug, Schaalsprong. Wij zijn blij dat de bibliotheek en het Kunstkwartier niet samengevoegd gaan worden in één gebouw. Is al een keer eerder gezegd, vraagt twee eigenlijk. Wij willen graag horen, is dit definitief? Wij willen weten hoe de ambtenaren hun hulp gaan inzetten bij het invullen van de formulieren aanvraag evenementen. Voordien was het altijd zo dat ze alleen controlerend volgens de regels gingen controleren of de aanvraag goed was ingevuld. En ik denk dat er ook nog een weg is dat de ambtenaren ook suggesties kunnen doen, zodat dat iets soepeler zou kunnen verlopen. Wijkontwikkeling en jeugd, wat is er geregeld voor de jeugd? Wijkhuizen worden niet of nauwelijks bezocht door de jeugd. Waar blijft de jeugd na school en 's avonds? Zijn er ontmoetingsplekken? Kan de jeugd ergens terecht om samen, ik noem maar iets op, bijvoorbeeld muziek te maken. Tienerhuis vormt hierin dan een uitzondering.
De vraag is dus, wat is er geregeld voor jeugd? En de tweede vraag is, als leerlingen een werkstuk zouden moeten maken op school over dit is onze wijk, wat zou dan daarin komen staan? Ja. Het volgende, talentontwikkeling en participatie. Cultuurcontact, Méér Muziek in de Klas, POST#5700, Annatheater, het Speelhuis, Cacaofabriek, Urban Matterz, er zijn veel plaatsen in ieder geval die iets bijdragen aan de cultuur. Ik wil alleen als voorbeeld heel even aangeven Urban Matters, de Dance Battles die georganiseerd worden, je weet dat in ieder geval Dance
Battles ook als een onderdeel is opgenomen in de Olympische Spelen. Dance Battles, Bebop Battles, Artist Talk, Urban Movies, Urban Expo, Urban Market en een hele rij nog van Urban Sports die dat tegenwoordig zijn, BMX, steppers, skate, inline skating, free runner, ja ik kan wel bezig blijven. En dan heb ik het alleen over één ding nog maar, over Urban Matterz maar ik wil het Annetheater natuurlijk niet overslaan met hun vele producties die ze maken in samenwerking met scholen en met veel vrijwilligers. Mijn vraag is, kunnen zij allemaal rekenen op geldelijke steun? Of wordt dit weer afgebouwd of nog erger, staat het mooi om deze cijfers te printen, maar niet na te komen? Cultuur verrijkt, cultuur vernieuwt, cultuur verdient, cultuur verzacht, cultuur verbindt. Ouderenzorg is ook nog een heikel punt in de komende jaren. De minister heeft dit al aangeven, er komen forse ingrepen terwijl de vergrijzing nog meer verdubbelt na 2040. Alzheimer, dementie gaan giga stijgen. De Zorgboog, Thuiszorg en Savant Zorg moeten overkoepelend gaan samenwerken. Ja, dat is wel een duidelijk advies. Maar hoe zien we dit terug in de Voorjaarsnota? Het laatste, inbedding Veteranenwet en zorgplicht binnen de ambtelijke organisatie met één fte die dan op zich neemt om de organisatie aan te bevelen.
De Veteranenombudsman heeft een goed onderzoek gedaan en vele gemeenten snappen dat er nog niks van is gekomen. Een cultuuromslag dus weer. De Veteranenwet bestaat komend jaar tien jaar, de B7 en ook de commissaris van de Koning hebben op het hart gedrukt dat hier eindelijk werk van gemaakt moet worden. Dus daarom gaan wij een motie indienen, Veteranenwetborging en bijzondere zorgplicht. En dat is tevens het einde van mijn bijdrage, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, de heer Guldenaar. Ik kan eens even kijken, zijn er vragen? Nee. Mag ik de moties misschien hebben? De heer Guldenaar: Wilt u de motieven voorlezen? De voorzitter: Ja. Mag ik volstaan met het dictum? Een lang dictum. Het gaat over de Veteranenwetborging en bijzondere zorgplicht.
Roept het college op om bovengenoemde onder te brengen bij een juist loket binnen de gemeente Helmond, de VNG op te roepen een actieve rol te nemen, de gemeente heeft veel verantwoordelijkheden voor verschillende burgers, groepen burgers, om de aandacht voor veteranen te vergroten en te behouden kunnen onder meer de VNG en het Veteraneninstituut die kennis hierover actief delen met de gemeente, de kennis over veteranen en de Veteranenwet beter te borgen, bijvoorbeeld door iemand binnen de gemeente aan te wijzen als portefeuillehouder en informatie op te nemen in de gemeentelijke handboeken en actief in contact te treden met VNG en de VNG op te roepen informatie te delen over de zorgplicht richting veteranen. En is ondertekend en maakt onderdeel uit van de beraadslagingen. Dank u wel, heer Guldenaar. Mevrouw Willems. Mevrouw Willems-Kardol: Dank u wel, voorzitter. Ik had even verduidelijkende vraag aan Mì Hellemonders. In de motie over veteraan, de VVD heeft natuurlijk ook een warm hart voor de veteranen. En u vraagt iemand aan te wijzen als portefeuillehouder, volgens mij is de burgemeester dat en volgens mij ook in haar rol bij het Nationaal Comité is ze volgens mij heel betrokken bij veteranen. We hebben als raad unaniem een motie aangenomen over veteranen nog kortgeleden.
VNG hebben we als college volgens mij ook hele korte banden mee, zelfs iemand die voorzitter is, of tenminste de wethouder, en zeker daar in het bestuur zit. Dus ik vraag me eigenlijk af, wat wilt u nog meer dat we als gemeente extra doen bovenop hetgeen wat we nu al doen? De voorzitter: De heer Boetzkes is ook op dit punt. De heer Boetzkes: Ja, voorzitter dank u wel. We hebben naar deze motie gekeken en wat vooral heel lastig is, dat het lijkt alsof uw constatering en overwegingen door elkaar heen lopen. En in het dictum roept dan ook nog op tot zaken welke niet genoemd zijn in die overwegingen en constateringen. En daarom is mijn vraag, en
ik heb er twee, maar heeft u zelf geconstateerd dat onze gemeente niet weet wie de veteranen zijn, of welke hulp ze moeten bieden of hoe ze die hulp moeten? En heeft u zelf geconstateerd dat de gemeente onvoldoende kennis heeft over de Veteranenwet en dat deze onvoldoende geborgd is? En ik stel deze vraag, ik heb het rapport bekeken, ik heb de 19 pagina's niet in detail doorgelezen, maar het zijn nogal algemene aanbevelingen die daar gedaan worden. En heel eerlijk, ik heb het idee dat we die redelijk geborgd hebben als gemeente. Dus ik ben heel benieuwd hoe uw constateringen daarin zitten. De heer Guldenaar: De eerste opmerking die ik hierover wil geven is dat het stuk is niet door mij opgesteld maar door degene die de echte veteranen kent en die de veteranen behartigt, de belangen daarvoor behartigt. Het enige wat ik daarvoor extra wel wil benoemen is dat, indien dat de gemeente denkt dat dat genoeg geborgd is, en ik hoor uit in ieder geval reacties dat zij vinden dat het voldoende is geborgd, dan is het enige wat ik daar nog aan toe wil voegen dat de VNG, dat de spreiding daardoor wat breder wordt. Want dat blijkt dus niet overal hetzelfde te zijn. Als hij in de gemeente Helmond goed geborgd is, dan is dat gedeelte dan opgelost, laat ik het zo zeggen. Maar ik ben niet de expert die de belangen behartigt en die contacten heeft met alle veteranen.
De voorzitter: De heer Boetzkes. De heer Boetzkes: Voorzitter, dank u wel. U dient de motie in, dus mijn vraag is aan u, vindt u dat dit voldoende geborgd is? Want als u dat ook niet vindt, ja moet u misschien de motie weer intrekken. Dus vindt u dat dit voldoende geborgd is? De voorzitter: De heer Guldenaar. De heer Guldenaar: Ik vind dat het goed geborgd is. Ik vind de motie goed genoeg opgesteld en ik wil, laat de raad, ik bedoel wat jullie ervan vinden in een stemming. Ik ga niet, luister, ik ben niet de expert die daarover gaat. En dan zou ik moeten zeggen, nee dat ga ik niet doen. De voorzitter: Ik zal zo meteen in de beantwoording even op de motie ingaan en dan kunt u alsnog even zien wat u in tweede termijn doet. Dank u wel, de heer Guldenaar. Ik kijk even naar de gemeenteraad. Mevrouw Willems nog even. Mevrouw Willems-Kardol: Ik had nog één vraag. Ik ben veteraan dus ik weet wel hoe het een beetje geborgd is binnen de gemeente en ik moet eerlijk zeggen, ik ben tevreden. Maar u spreekt ook dat het is opgesteld door een expert en ik vraag me ook af, heeft u die Stichting Veteranen Helmond, die dus recentelijk is opgericht, ook betrokken bij de opstelling van deze motie? En wat vinden zij daarvan? De voorzitter: De heer Guldenaar.
De heer Guldenaar: Ja, nogmaals ik moet dat antwoord gewoon schuldig blijven omdat ik ben er niet bij geweest bij het opstellen en het onderzoek daarvoor. Ik nam gewoon aan, of ik neem ook gewoon aan, dat de motie op de juiste manier qua dictum en qua de zorg die daaraan kleeft, goed is opgesteld. Voor de verdere rest denk ik ook gewoon van ja, ik kan natuurlijk wel zeggen van nee, ik haal hem terug of zo. Maar iemand anders die dat heeft onderzocht, heeft hem opgesteld. En dan zal ik de laatste zijn om te zeggen dat ik hem intrek. Want ik weet er niet genoeg van. Dus dat erken ik.
De voorzitter: Dank u wel voor uw toelichting. We gaan schorsen. We gaan een uur schorsen dus ik stel voor om halfzes weer te beginnen. Ik schors de vergadering. Dames en heren, het is halfzes. Neemt u uw plaatsen in? Het is halfzes, graag heropen ik de vergadering voor de beantwoording vanuit het college van de eerste termijn van u raad. En als eerste, we hebben dus geen spreektijden, maar we hebben wel gevraagd om kort en bondig te zijn, ook vanuit het college. De heer De Kort, wethouder De kort zal als eerste het woord voeren als wethouder Financiën en portefeuillehouder Economische Zaken. En die zal wel in zijn inleiding even wat hoog over wat financiële beschouwingen geven rondom de Voorjaarsnota. Dus ik zou willen vragen, wethouder De Korte neemt u achter het spreekgestoelte plaats om uw bijdrage te starten? Wethouder De Kort. De heer De Kort: Sorry voorzitter, inclusief de voorzorgsmaatregelen om hopelijk mijn bijdrage tot een verstaanbaar einde te brengen voor u allen. Ja, dank u wel voorzitter. Ik sloop het lampje ondertussen. En dank aan alle fracties voor de input.
En ook dank voor de partijen die de ambtelijke organisatie ook nog nadrukkelijk bedankt, ik wil me daar graag bij aansluiten, er is heel hard gewerkt maar ik wil ook graag nog een collega Van den Waardenburg bedanken want ik, zoals u weet ben ik een tijdje in de VS geweest en hoewel ik keurig netjes bij alles betrokken ben geweest, heeft zij wel een heleboel werk van deze Voorjaarsnota op zich genomen. Dus ik vind het wel netjes om daar ook even dank voor te zeggen. Ja het belangrijkste ijkpunt voor handelen, en dan kom ik eigenlijk terug op wat in heel veel bijdragen gezegd werd, is de inzet op brede welvaart en de kwaliteitssprong. Materiële welvaart en economische groei zijn niet een doel maar een middel, een middel om een duurzame, inclusieve, levendige stad te zijn met kansengelijkheid en kwaliteit van leven. Ik ben blij dat dat in veel bijdragen ook terugkwam. Dan over deze Voorjaarsnota, het is de eerste Voorjaarsnota van dit college. De begroting 2023 stond nog in het teken van het verwerken van het ambitieakkoord, een nieuw beleid waar nodig, en het voortzetten van bestaand beleid waar mogelijk. We hebben toen de keus gemaakt, dat hebben we toen ook uitvoerig besproken met elkaar, om de budgetten veelal alleen voor 2023 vast te zetten en beschikbaar te stellen, zodat de uitwerkingen meerjarige financiële vertaling vormgegeven kon worden in dit jaar.
Deze Voorjaarsnota geeft een eerste inzicht in de uitwerking van de ambities van dit college waarmee wij willen komen tot een sterker Helmond voor iedereen en we geven in grote lijnen de prioriteiten aan wat betreft het college. De keuzes zullen we samen met u raad moeten maken richting de begroting van 2024 die we in november met elkaar bespraken. Daar komen we later natuurlijk nog op terug. Want heel belangrijk daarbij is namelijk dat we financieel en qua capaciteit nou eenmaal niet alles kunnen doen en zeker niet alles tegelijk kunnen doen. Ik ben overigens ook blij met alle input die u gegeven heeft, want dat helpt ons in het voorbereiden van de begroting. Deze Voorjaarsnota is ook uniek omdat die is opgesteld aan de hand van de nieuwe begrotingsindeling met de drie inhoudelijke programma's, meedoen, rondkomen, vooruitkomen, duurzaam en leefbaar en economisch vitaal en aantrekkelijk, waarbinnen zoveel mogelijk lijnen samenkomen. Werken aan brede welvaart vraagt immers per definitie een integrale aanpak en werkwijze die de afzonderlijke beleidsterreinen overstijgt. We willen in de begroting zelf straks nadrukkelijker vertellen welke ambities en doelen we hebben en hoe we die willen bereiken. Niet alleen met nieuw beleid maar ook, wat doen we al.
en dus niet alleen op financiën gericht, maar nog meer wat doen we nou beleidsinhoudelijk? Met andere woorden, wat merkt de Helmonder er nou van, wat we doen op ieder van die drie grote thema's? Dat zal best nog een uitwerking vergen de komende maanden, maar ik hoop oprecht dat we straks aan u een begroting kunnen voorleggen die dat beeld mooi geeft. Deze Voorjaarsnota bevat vanzelfsprekend een doorkijk naar de budgettaire ruimte voor de komende jaren en zoals velen van u duidelijk is opgevallen, 2024 en 25 zien er nog best goed uit. Maar vanaf 2026 is het beeld echt aanzienlijk minder rooskleurig. Er zijn nog wel heel veel onzekerheden, moet daar ook bij gezegd worden. De discussies met het rijk, de ontwikkelingen, de financieringssystematiek van gemeenten, die lopen allemaal nog. En laat ik het heel simpel zeggen, de financieel onzekere situatie van het ravijnjaar 2026, kijkende naar de grote structurele opgaven waar wij ook namens het rijk voor staan als gemeente zijn wat ons betreft niet aanvaardbaar. En
daarom trekken we, en dat is al bekend, samen met andere gemeenten via de VNG ook echt samen op richting het rijk om hier duidelijkheid in te krijgen. Een eerste stap in de goede richting is dat het kabinet erkent dat er … Nou is de echo er weer. We gaan het proberen en anders ga ik ook maar naar de overkant. Ik voel me op zich wel prima op links, dat is het probleem dan weer niet, mijnheer Manders. Dat is ook wel weer mooi dan toch? Eerste stap in de goede richting is dat kabinet erkent dat er een disbalans is ontstaan tussen taken en middelen van decentrale overheden. Dat kwam naar voren in een gesprek van 3 juli tussen een delegatie van het kabinet en de decentrale overheden. Tijdens het overhedenoverleg in september wordt dit vervolgd en vanzelfsprekend, zodra wij een duidelijk verhaal hebben waar we aan toe zijn zullen we dat op de juiste manier verwerken en aan u laten weten. Voorzitter, dan kom ik toe aan de inhoudelijke reacties op de bijdragen van de diverse fracties en ik zal het doen aan de hand van de verschillende portefeuilleonderdelen en dus niet in de volgorde van de sprekers. Dan begin ik met financieel en algemeen. Lokaal sterk onderschrijft nadrukkelijk de visie op brede welvaart en de inzet van het college daarbij. En ook lokaal sterk ziet dat we een solide financiële basis hebben maar de onzekerheid groot zijn er de inflatie ons parten speelt.
En dat sluit ook aan bij het punt waar we het over hebben met meerdere partijen, de gemeentelijke financiën en hoe gaan we nu de juiste balans vinden? Met betrekking tot onder andere indexeringen van zowel uitgaven als inkomsten. D66, VVD, GroenLinks, meerdere partijen, CDA, hadden het hierover. In zijn algemeenheid kijken wij heel vaak naar de exploitatie, maar als je goed wil kijken naar het financiële verhaal, dan moet je eigenlijk het totaalplaatje bekijken, dan moet je er een beetje boven gaan hangen en dan zie je dat er drie elementen zijn die meespelen. De exploitatie, onze jaarlijkse gewoon uitgaven, inkomsten. Daarbij speelt die indexering nu in deze jaren, nu die bedragen zo anders zijn dan normaal volgens onze systematiek, een nadrukkelijke rol. Want het was helemaal niet raar dat Helmond heel lang een bepaalde systematiek heeft gevolgd. Daar kwamen hele redelijke indexerings- en ozb-percentages uit. Maar ja, diezelfde systematiek nu volgen, dat is geen vanzelfsprekendheid meer, daar moet je het met elkaar over hebben omdat daar nu zowel aan de indexeringenkant voor de subsidies als ook aan de inkomstenkant van de leges en de ozb dan hele hoge percentages uitkomen. Dat moet met elkaar in balans zijn. Als we veel willen uitgeven, zullen we ook moeten zorgen dat onze inkomsten stijgen.
Andersom, als we zeggen we gaan wat minder indexeren op de subsidies, op de interne uitgaven, dan kun je dus ook kijken wat heb je dan nog nodig aan je ozb? Die discussie zullen we met elkaar richting de begroting gaan voeren. Een andere draaiknop die heel relevant is, en ik ben blij dat de VVD het benoemde, is sparen. Want we hebben de afgelopen jaren heel veel investeringen met elkaar besloten of besproken en die waren heus nog niet allemaal verwerkt. Er komen grote kansen op ons pad, kijk naar bijvoorbeeld een Houtsdonk, maar als we al die dingen willen gaan doen, dan vind ik het als wethouder Financiën in ieder geval niet meer dan normaal dat we daar ook voor sparen. En sparen kun je doen door jaarlijks uit je exploitatie een steeds grotere hap te nemen en daarmee je spaarpot verder te vullen. Maar je kunt ook kijken naar andere manieren. Ik ben blij dat, zoals gezegd in ieder geval de VVD daar al aan refereerde in de bijdrage, wij zullen zorgen dat we bij de begroting met een voorstel komen hoe wij dat voor ons zien om de komende jaren voor die kwaliteitssprong ook op de juiste manier geld apart te zetten, zodat we ook netjes sparen voor wat we willen gaan uitgeven. Dan ga ik door naar economie, de bedrijventerreinen. Een aantal partij had het erover, D66 onder andere, de visie op bedrijventerreinen moet niet alleen regionaal plaatsvinden, maar zeker ook lokaal.
Ik ben het daar volstrekt mee eens en daar zijn we ook volop mee bezig. We zijn regionaal en subregionaal op dit moment druk met de visie werklocaties. Waar staat de Brainportregio als geheel voor? Wat zijn de specifieke profielen van de subregio’s en hoe zorg je dat je dat met elkaar goed plant? Dat is mooi op dat niveau, maar wij moeten hier in Helmond ook goed gaan kijken wat we willen. En dan refereer ik eigenlijk naar het debat dat we hier gehad hebben rondom de XXL-logistiek waar, en ik weet nog dat prachtige Den Uyl-verhaal van de heer Manders wat erop neerkwam van goh, wij moeten toch gaan kijken hoe wij nou gaan sturen of wat we wel en niet willen hebben. Het zal me altijd bijblijven, mijnheer Manders. En daar zijn we druk met bezig, met de, de heer Boetzkes had er ook opmerkingen over, ook met
een amendement. Ja, wat wil je nou wel, wat wil je niet? We zijn ermee bezig. We komen daar ook bij u op terug. Maar ik wilde toen in het kader van een totale visie op de bedrijventerreinen. Want het puur actualiseren van onze huidige visie is onvoldoende gezien de grote opgave waarvoor wij staan. We kunnen met die uitbreiding die er in de regio is niet alleen volstaan met nieuwe bedrijventerreinen toevoegen, die ruimte is overigens ook beperkt. We zullen ook moeten kijken hoe we beter gebruik maken van onze bedrijventerreinen. De verduurzamingsslag, de mobiliteit, maar ook problemen als netcongestie op de bestaande bedrijventerreinen nopen ons tot het samen met het bedrijfsleven, wil ik heel nadrukkelijk benadrukken, samen met het bedrijfsleven zoeken, hoe zien wij onze bedrijventerreinen? Hoe zien wij de stip aan de horizon en wat moeten we dan de komende jaren doen om daarnaartoe te komen? Daarbij maakte Lokaal sterk de opmerking over werkgelegenheid. Ja, vanzelfsprekend is dat een van de van de belangrijke elementen als bedrijven hiernaartoe komen. Ik wil daar wel meteen een kanttekening bij maken. In een krappe arbeidsmarkt is werkgelegenheid wat mij betreft niet meer het enige argument.
Als hier een bedrijf wil komen en die wil heel veel werkgelegenheid bieden aan een groep mensen waar een zwaar tekort aan is in deze regio, dan moeten we niet enkel naar werkgelegenheid kijken. Als op diezelfde plek een bedrijf wil komen wat misschien maar weinig banen toevoegt, maar wat een enorme oplossing voor maatschappelijke opgaven zoals de netproblematiek biedt, moet dat ook kunnen. En daarmee schets ik, en daar zouden we nog lang over kunnen praten, maar dan zal ik u niet aandoen, dat kunnen we op een ander moment. Daarmee schets ik wel meteen de moeilijkheid van hoe kom je tot een goed kader, wat je wel en niet wil? Dat zijn communicerende vaten. Maar we komen daar dus op terug. Het grote zorgpunt voor mij daarbij is echt de netcongestieproblematiek op dit moment die heel veel ontwikkelingen verschrikkelijk lastig maakt. En weet dat wij zeer druk bezig zijn, ondersteund door echt een werkelijk fantastische lobby van Brainport Development, ik kan niet anders zeggen, ook richting het rijk om te zorgen dat wij hier hopelijk ook de ruimte krijgen om met onze kennis te gaan innoveren. Dan ga ik door naar het volgende onderwerp, de topsectoren, daar kan ik eigenlijk redelijk kort over zijn. Foodtech Brainport heb ik hier ook al eerder genoemd, daar komen we zo snel mogelijk bij u terug.
We zijn samen met de community voortvarend aan slag daar met een gedragen voorstel te komen en de Automotive Campus hebben we het deze week nog uitvoerig over gehad. En ik moet zeggen dat ik dat gesprek bijzonder plezierig ervaren hebben ook als een steun in de rug zie voor de koers die we op dit moment hebben ingezet. Dan kom ik bij het onderwerp arbeidsmarkt en D66 vroeg over de relatie tussen technologie arbeidsmarkt, specifiek dan ook over kunstmatige intelligentie. En de link met skills werd gelegd. Skills is eigenlijk iets wat je moet zien, bijna in het kader van de motie van de SP, het gaat niet alleen om welk diploma iemand heeft, het gaat om wat iemand kan, welke vaardigheden iemand heeft. En we zetten in de arbeidsmarktregio's steeds nadrukkelijker daarop in. Iemand kan ongeschoold zijn, maar inmiddels na 30 jaar een fantastische werkervaring hebben opgedaan. En dat inzichtelijk maken zorgt ervoor dat de arbeidsmarktkansen op mensen toenemen. Vanzelfsprekend zijn ontwikkelingen op het gebied van bijvoorbeeld artificial intelligence voor een aantal beroepsgroepen daarin van groot belang. En natuurlijk gaat dat ook, en ik spreek met onder andere het onderwijs, worden dat soort dingen meegepakt.
Ik wil daar wel een verwijzing doen naar een mooi voorbeeld wat ik in een reclame zag, op een gebouw wat nog in aanbouw was de tekst, ChatGPT can you finish this building? En dan haak ik aan op de opmerking van mevrouw Wijnands van de PvdA, de waardering voor de mensen met, vanuit ons beroepsonderwijs, de makers, de bouwers. Dus we kijken wel per sector waar het relevant is. En vanzelfsprekend, het hele verhaal rondom skills, de hele manier hoe zorgen we dat onze arbeidsmarktpopulatie fit blijft, doen via Brabant Leert via BOOST en allerlei andere instituten in onze arbeidsmarktregio. Dan 50PLUS vroeg naar de motie rondom open hiring en daar werken we echt hard aan in dat aspect, het wordt opgepakt en gestimuleerd door het WerkgeversServicepunt en het is ook een van de vier landelijke wervingsroutes in het actieplan Dichterbij dan je denkt. Dus we zetten daar vol in en het maakt ook onderdeel uit van het regionaal arbeidsmarktplan dat we vorig jaar hebben vastgesteld. Dus ik hoop dat u daarmee blijkbaar na herhaaldelijk vragen nu in ieder geval
een afdoend antwoord heeft. En u vroeg ook naar de doelgroep ouderen bij onbenut en onderbenut personeel, die zijn we zeer zeker niet vergeten. Juist in een krappe arbeidsmarkt is de kans voor iedereen ook groter om aan de bak te komen, en hoe onterecht het ook is, zijn ouderen vaak buiten de boot gevallen op dat vlak. Daar is nu denk ik steeds minder sprake van. Ik heb hier een hele lijst met zaken die we doen om 50plussers duurzaam aan het werk te houden, dienstverlening specifiek voor die groep, ondersteuning uit het MKB. Ik kan het hier voorlezen, maar dan wordt de voorzitter ongeduldig en dat begrijp ik. Stel voor dat ik u dat straks even laat zien, het is namelijk zo'n lap tekst. Maar het geeft wel een goed beeld dat we veel doen. Dan tot slot, samenwerking in de Peel, de motie van de VVD. Ik worstelde er een klein beetje mee want we denken hier precies hetzelfde over. Ik wil twee dingen benadrukken. Eén, we werken in de Peel op allerlei vlakken heel erg goed samen. Op het op het sociaal domein, om maar een voorbeeld te noemen, maar ook bijvoorbeeld in onze arbeidsmarktregio hebben we een bijzondere plezierige samenwerking. Tegelijkertijd constateren wij ook dat op veel vlakken die samenwerking echt een professionaliseringsslag verdient.
Als we het vergelijken met bijvoorbeeld de samenwerkingen in het SGE, en ik doe het dan even vanuit mijn eigen economieportefeuille, dan is dat van een ander niveau qua voorbereiding, begeleiding, et cetera. En daarmee laten we als Peel kansen liggen. Ik ben het dus zeer eens met de oproep die u doet. U weet ook dat we de werving voor een Peel-programmamanager inderdaad hebben uitgezet. Waar mijn twijfel zit bij de motie, en daarom wil ik u even voorstellen of ik hem op een bepaalde manier mag interpreteren. Wij willen de motie lezen als een steun in de rug van die Peel-programmamanager. Als ik hem moet lezen als dat wij als Helmond extra kracht erin moeten zetten, dan vind ik het dus niet zo fijn, want het gaat er juist om dat we met alle Peelgemeenten samen die stap zetten. Daarom dat we ook gezamenlijk die Peel-programmamanager aannemen. Dus als ik hem op die manier mag interpreteren, dan kan ik hem graag als een steun in de rug zien en dan kan ik hem ook omarmen. De voorzitter: De heer Manders. De heer Manders: Er staat ook in de motie dat het een steuntje in de rug zou moeten zijn voor die programmamanager. En ik heb u ook gezegd, het gaat ons er niet om wie is de baas of wie moet het doen, maar het gaat puur om het pragmatisch aspect dat die samenwerking heel veel kan betekenen voor Helmond en dat we daarmee bezig zijn. Dus zo mag u hem lezen. De voorzitter: Dank u wel.
U bent gekomen aan het einde van het betoog, de heer De Kort? De heer De Kort: Dat wou ik u net zeggen, voorzitter. Correct. De voorzitter: De heer Van de Werff en de heer Van Geel De heer Van de Werff: Een korte, misschien wel technische vraag. Misschien weet deze wethouder dat. Waarom zijn wij uit Gemeenschappelijke Regeling Peelgemeente. Gestapt? De voorzitter: Die kan ik wel beantwoorden, volgens mij en ik heb geen spreektijd. De heer Van geel. De heer Van Geel: Twee dingen. Het eerste, wat wordt bedoeld met innoveren op het elektriciteitsnet? Is dat onder andere ook loopbanen, dat soort oplossingen? En het tweede is over die skills, ik had die eigenlijk gelezen als dat het naar de 21st-century skills zou verwijzen. Want het is wel zaak natuurlijk om de beroepsbevolking de kennis bij te brengen die ze nodig hebben om mee te kunnen blijven komen. De ontwikkelingen qua arbeidsproductiviteit gaan namelijk zo snel dat ze anders misschien aan de kant komen te staan. En dus ik wil daar wel graag aandacht voor.
De voorzitter: De heer De Kort. De heer De Kort: Met betrekking tot de eerste vraag, ik was daar niet bij, een paar anderen wel. Dus ik denk dat die een beter antwoord kunnen geven. En dan met betrekking tot de vraag van de heer Van Geel skills als geheel is inderdaad alle skills. Dus ook als je een hele goede bouwvakker bent en je hebt bepaalde skills dat je dat in beeld brengt. Aandacht voor de skills van de toekomst hebben we zeker. In de arbeidsmarktregio zijn we bezig met een dashboard te ontwikkelen. Het UWV heeft daar continu informatie over hoe ontwikkelt de arbeidsmarkt zich, waar is behoefte aan. En in de arbeidsmarktregiokerngroep zit ook het onderwijs, maar zitten ook dus de werkgevers. Onderwijs is één kant, maar ook als je eenmaal aan het werk bent moet je fit blijven. Dus ja, daar is absoluut aandacht voor. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van de Werff. De heer Van de Werff: Ja voorzitter, Dank u wel voor het antwoord. Ik heb toch antwoord gehad eigenlijk een beetje tussen de regels door Dank u wel. Nou heb ik iets anders. Wij hebben als fractie een paar weken geleden een deskundige op het gebied van gemeenschappelijke regelingen uitgenodigd om ons een en ander duidelijk te maken. Wij zijn met zijn tweeën die vergadering uit gegaan en het was nog meer spaghetti dan wij dachten. En nou komt er een motie van de VVD om weer een nieuw overleg te starten.
Is het niet belangrijk dat we voor onze raad eerst die spaghetti duidelijk krijgen, voordat we weer een nieuwe spaghettisliert toevoegen aan het geheel? De voorzitter: Wethouder. De heer De Kort: We hebben toen ik net begon een presentatie gehad toen over de regionale samenwerking, met daarin ook zijn overzichtje. Dus wellicht is het goed om die er nog eens bij te pakken op de momenten dat de spaghetti te groot wordt, wat ik me overigens bijzonder goed kan voorstellen. Ik heb de motie van de VVD niet gelezen als een oproep om nu een grote nieuwe gemeenschappelijke regeling op te tuigen, om te zorgen dat we die Peel-samenwerking naar een beter niveau tillen. Dus wees gerust, op het moment dat we met het idee spelen een nieuwe gemeenschappelijk regeling, komt het altijd nog bij u terug en mag u er op dat moment iets van vinden. De voorzitter: De heer Boetzkes. De heer Boetzkes: Korte vraag, voorzitter. De heer De Kort gaf aan dat hij het lijstje wat hij allemaal aan het doen is voor 50-plussers om aan de arbeidsmarkt te komen wil delen. Misschien is dat om via de griffie even met iedereen te delen, dan kunnen wij het ook zien. Dank wel. De heer De Kort: Ik kijk naar de nieuwe voorzitter. Ik antwoord alvast even als u het goed vindt, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Sorry. Aan u het woord. De heer De Kort: Akkoord.
En terwijl de voorzitter haar keten omhangt was dat wat mij betreft het einde van mijn bijdrage. Ik zie geen vraag meer. De plaatsvervangend voorzitter: Zijn er nog vragen aan de wethouder? Op dit moment niet. Dan moeten we heel even wachten want de burgemeester komt zo terug en die is als volgende aan de beurt.
De heer Van den Boogaard: Voorzitter kunnen we de volgorde niet omwisselen? Een beetje raar om te gaan zitten wachten. De plaatsvervangend voorzitter: We wachten heel even, een paar minuutjes. Dan geef ik nu het woord aan onze burgemeester voor haar portefeuille. Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Dank u wel, voorzitter. Allereerst zou ik de gemeenteraad en al uw fracties willen danken voor de constructieve bijdragen aan dit debat, zeker voor de Voorjaarsnota. Het is mooi om te zien dat we samen de verantwoordelijkheid willen nemen voor de grote uitdagingen die wij als stad hebben op dit moment. En gezien de bijdragen, als we kijken naar de mooie, gevarieerde bijdrages van de verschillende fracties, dan denk ik dat we op weg zijn naar een mooie we begrotingsbehandeling in het najaar van dit jaar. Ik heb een korte bijdrage. Allereerst hebben velen van u in bijdrage iets gezegd over participatie. We hebben afgelopen week een overleg gehad met uw fractie over de participatie. Als ik kijk naar de participatie en de bijdrage van mevrouw Beisterveld is daar natuurlijk een voorbeeld van geweest waarin wij heel nadrukkelijk hebben gezegd, participatie begint eigenlijk nog vooraf om afspraak is afspraak, doen wat je wat je zegt en zeggen wat je doet en gewoon nakomen van de afspraken.
Ook een aantal van u hebben het gehad over meldingen die dan niet opgevolgd worden te laat opgevolgd worden, dat is het begin van het vertrouwen van onze inwoners. En ik zou onszelf als raad, als college, ambtelijke organisatie echt willen oproepen, en dat is eigenlijk in al uw bijdragen ook nadrukkelijk aan de orde gekomen, om gewoon die basis op orde te hebben en te doen wat we behoren te doen. We zijn er, en ik dacht dat mevrouw Wijnands dat ook heel nadrukkelijk nog in haar bijdrage had staan, we zijn er voor de in inwoners en de inwoners zijn er niet voor ons. En dat is dus gewoon een oproep aan ons allemaal en ik denk, we gaan die participatienotitie, die kaders gaan we met elkaar in de raad vaststellen. Daarna wordt het een onderdeel van een Andere Overheid, dan zal wethouder Dortmans dat verder in haar portefeuille nemen. Maar ik denk die Andere Overheid, dat wordt niet door woorden maar dat is vooral daden en laten zien dat onze inwoners centraal staan in alles wat we met elkaar doen. Een grote uitdaging, maar ik denk dat als we het hebben over herstel van vertrouwen, dat daar begint. En dan is participatie een vervolg van gewoon de basis hoe we met elkaar omgaan. Dan kom ik op het mijn portefeuille Veiligheid. Een paar hebben gezegd er staat weinig in over veiligheid. Nou dat staat volgens mij precies in wat wij met elkaar hebben afgesproken.
We hebben dat Galan-rapport gehad. We hebben toen gezegd, we hebben een problematiek die best wel grootstedelijk is, we moeten echt investeren in onze afdeling veiligheid, in onze boa's, zichtbaarheid in de wijk, ondermijning, cybercriminaliteit. We hebben ook gezegd, geef ons de kans om stapsgewijs te groeien naar een organisatie die past bij de problematiek en de stad die we zijn. En wij hebben vorig jaar behoorlijk wat geïnvesteerd en ook nu staan er een aantal zaken in, of het nou uitbreiding boa's is of ondermijning, er staan een aantal onderwerpen die wij ook in de begrotingsbehandeling weer nadrukkelijk naar voren zullen brengen. En je zou kunnen zeggen, we hebben de afspraak om in die eigenlijk te groeien en de problematiek aan te pakken, conform afspraak in de Galan-rapportage. En daar zult u ook in de begrotingsbehandeling daarvan ook zaken terugvinden. Dus dat wat betreft … En dan even over Preventie met Gezag dat is, als we kijken naar Preventie met Gezag en de jongerenproblematiek, dat doen we ook, wethouder Dortmans en ik samen, maar Preventie met Gezag is zo'n landelijk programma waarvoor wij nu geselecteerd zijn. U hebt ook nadrukkelijk ons opgeroepen om gezien de problematiek die we hebben, om ook daar aan de deur te kloppen om wat extra middelen of extra programma's.
Preventie met gezag is zo'n programma waarin we een miljoen per jaar gedurende vier jaar krijgen en met uitzicht, als dat programma succesvol is, om nog eens tien jaar. Je zou kunnen zeggen dat je dan structureel ook van de landelijke overheid voor wat extra problematiek in onze stad, om daar wat extra in te investeren. Dus ik heb wel alle vertrouwen dat wij de goede kant op zijn. Maar er is geen tijd om te verslappen of te slapen, want de crimineel doet dat ook niet, dus alle hens aan dek. Maar wij liggen wel op
koers. Dan zijn er twee moties waar ik even op in wil gaan. De eerste motie, dat is de motie met betrekking tot het slavernijverleden. Ik wil hem eigenlijk graag omarmen, deze motie. Het aller- allerliefste heb ik eigenlijk een comité gewoon, dat zie je bij heel veel grote steden hebben ze een comité samengesteld vanuit de samenleving, want het is van ontzettend belang dat die eigenlijk vanuit de samenleving komt. En dan zouden we gewoon een aantal feiten kunnen laten onderzoeken. Er zijn veel initiatieven al in de stad. Ik zie hem dan ook dat ik even de regie pak om te kijken wat voor initiatieven zijn er, wat hebben we nog nodig? En ik zou een mooi comité wat eigenlijk misschien wel permanent op weg is gewoon om Keti Koti per jaar een comité die dat dan ook herdenkt ieder jaar. Maar laat mij gewoon kijken hoe we daar het beste kunnen doen. Als dat uiteindelijk het onderzoek, want daar gaat het ook over, zal leiden tot excuses of anderszins, dan kom ik ook bij u raad nog even terug hoe we daar de resultaten met elkaar bespreken en hoe we die kunnen interpreteren. En daar waarin ik te vroeg had gezegd, nee dat niet, ik kijk even naar de heer Van den Boogaard, dat was echt, als voorzitter had ik dat niet mogen doen. Dus excuus daarvoor wel. Maar het was even dat ik zeg van ja, we moeten heel zorgvuldig met elkaar dit doen. En daarom wil graag deze motie omarmen.
Dan de veteranenmotie. De plaatsvervangend voorzitter: Er is een interruptie van de heer Van de Werff. De heer Van de Werff. De heer Van de Werff: Betekent dat dus, een concrete vraag, dat gaat samenwerken met de Heemkundekring? Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Absoluut. Ja vandaag bestaat er al heel veel en ik kan u ook zeggen dat wij … De plaatsvervangend voorzitter: Het woord is aan de burgemeester. Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Nou weet u eens hoe moeilijk het is. Ja dat weet ik, zit ik zo in het onderwerp. Ik weet ook dat, het museum heeft ook een onderzoek, die zijn op weg om het ook in beelden te brengen. Dus er zijn wel wat initiatieven en het zou zo mooi zijn dat het eigenlijk in zo'n comité bij elkaar komt en dat we dan ook echt stappen zetten. Het gaat ook om respect en een stukje verleden en erkenning wat daar gebeurd is. Ik zie de initiatieven, we gaan het wat bundelen. De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Maráczi. Mevrouw Maráczi: Ja, ik ben daar natuurlijk ook heel blij mee. Maar volgens mij vergeet u nog een woordje. Het gaat ook om bewustwording. Ja, daar kan comité misschien ook iets in betekenen. De plaatsvervangend voorzitter: Burgemeester. Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Dank u wel, voorzitter. Natuurlijk. Nee, die bewustwording is heel bijzonder. Ik had eigenlijk al liever gewild dat er eigenlijk zo'n comité spontaan in de stad ontstaan was.
Dan hadden we dat kunnen doen, want het is wel die bewustwording is één en het is ontzettend belangrijk dat het niet, dat wij vinden dat zij bewust worden maar dat de samenleving ook dat gevoel heeft. Dus dat vraagt wel om deze motie, om dat ook van onderaf op een beetje te stimuleren. Met uw goedvinden, voorzitter, de laatste motie even. De laatste motie gaat over de veteranen. Er was net al even een discussie over. Eigenlijk alles wat in het dictum staat, daar zijn wij min of meer mee bezig. Ik zou eigenlijk mijnheer Guldenaar willen vragen dat rapport van de ombudsman met betrekking tot de veteranen, de veteranenzorg die heel na aan mijn hart zit, en degene die dat weten, ik ben ook landelijk lid van het Veteranen Comité, maar ik draag het
een heel warm hart toe. We hebben een Stichting Veteranen, we kennen onze 600 veteranen in Helmond, die dragen we een warm hart toe. U hebt er al eens een keer een motie voor ingediend, zij zijn ook heel druk om zichzelf te organiseren en roepen mij, maar niet alleen mij want ik ben de portefeuillehouder Bestuurlijk maar ook binnen onze organisatie zijn er ook medewerkers die daarbij betrokken zijn. Dus als ik het zo mag lezen, dat ik denk van neem dat rapport van de ombudsman serieus, ga een aantal dingen nog wat beter concretiseren, dan zou ik wel zeggen, kijk even of u tijdens de begrotingsbehandeling al een aantal dingen ziet gebeuren en hou die motie aan of trek hem even in, dan zou ik kunnen kijken of wij met de begrotingsbehandeling dit zouden kunnen afdoen. Ja? Dus dat tot zover, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank. Ik zie de heer Rieter nog met een vraag. De heer Rieter: Ja, dank u wel voorzitter. Ik had even wat vragen opgespaard. Om in ieder geval bij het eerste punt te beginnen, burgerparticipatie. Een concrete vraag die we hebben gesteld, u stipt mevrouw Beisterveld aan. Wij vroegen ons wel af, is er dan ook al meteen contact gelegd met haar? Gekeken van waar ligt het probleem en dergelijke? Dus dat is eigenlijk vraag één. Gekoppeld hieraan, er ligt ook nog een motie voor een burgerberaad.
Wie van de portefeuillehouders gaat die oppakken dan? Dan is dat ook even helder. Het tweede puntje is natuurlijk omtrent veiligheid. U geeft aan stapsgewijs gaan we daarnaartoe groeien. Dat heeft u natuurlijk vaker gezegd. Wellicht hebben wij wat gechargeerd weggezet in de bijdrage, maar zeker gezien de schaalvergroting die op handen is, moeten we dan ook zien dat dat stagewijs toegroeien dan nog langer zal gaan duren tot we echt dat niveau gaan krijgen? Want de schaalvergroting is nooit meegenomen in dat onderzoek. En ten derde is de buurtpreventie, daar heeft u niet op gereageerd. De plaatsvervangend voorzitter: Burgemeester, aan u het woord. Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Dank u wel. De vragen over burgerparticipatie, dat zal wethouder Dortmans doen, want de mimiek kunnen ze thuis niet zien. Dus vandaar dat ik dat even zeg, dat dat daar behandeld wordt. Met betrekking tot veiligheid, het onderzoek van de Galan-groep heeft ons op dit moment gezien als de stad van bijna 200.000. Dan kun je zeggen ja, daar zijn we niet. Ik hoop dat met de schaalsprong de criminaliteit ook niet diezelfde schaalsprong maakte. Dat ik dit wel voor ben en probeer toch binnen de kaders die we nu kennen, maar ik vind het ook heel bijzonder om te zeggen dit doe ik voor de eeuwigheid.
Dat kan best zijn dat we over twee jaar weer eigenlijk een wat diepteonderzoek kunnen doen van hoe staat het er nu mee? Waar staan we nu? En vraagt dat nog ergens een impuls? Maar volgens mij hebben wij nu op dit moment best wel heel veel impulsen en veranderingen in onze aanpak van veiligheid. We willen ook in die wijk gericht werken en dat zichtbaar zijn in die wijk en dan ook, ik heb het al met Preventie met Gezag, we kunnen ook niet overvoerd zijn. Dus laten we gewoon scherp blijven en wat nodig is ook doen. En als het blijkt dat het, en ik hoop het niet, maar dat er toch op andere punten nog wat extra inzet nodig is, dan komen we daar met elkaar op terug. Maar dan zal ik u daar, en dat ziet u dan ook wellicht of aan de cijfers of aan voorvallen. En buurtpreventie … De plaatsvervangend voorzitter: De heer Rieter nog? Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Buurtpreventie, wij hebben net de afgelopen week een uitgebreide barbecue gehad met alle buurtpreventen in onze stad. Er waren een kleine honderd personen. Wij zijn bezig met hun samen, met nieuwe medewerkers, want daar hebben we nieuwe medewerkers op zitten bij buurtpreventie om stadsdekkend een vorm van buurtpreventie te hebben, samen met de Lefgroep. Het gaat over de leefbaarheid en de veiligheid in de wijken, wijkgericht. En sommigen zeggen ook, de ouderwetse manier van buurtpreventie vraagt ook om vernieuwing.
The WhatsApp-groep is er daar één van, maar ook de
manier hoe je samen de buurt veilig en leefbaar maakt, dat kan per straat, per wijk, per situatie kan dat gewijzigd worden, maar we zijn dat echt weer nieuw leven aan het inblazen omdat we vanaf 2019, 20 en 21 met de corona zag je gewoon dat dat wat verslapt is en dat heeft echt nieuwe energie en nieuwe impulsen nodig. En die aftrap hebben we echt afgelopen week gemaakt met elkaar. De plaatsvervangend voorzitter: De heer Rieter. De heer Rieter: Dank u wel. Nog even kort op de conclusie van het Galan-rapport, het begin waar u op in ging. Ja kijk, onze zorgen blijven toch wel nadrukkelijk wel, die blijven toch wel en dat ligt eraan omdat u zegt van ja, we gaan er stapsgewijs naartoe groeien en wellicht als het t.z.t. Alweer een nieuw onderzoek starten. Maar onze fractie wil gewoon zo snel mogelijk gewoon voldoen aan die conclusies. Dus als we dan weer een nieuw onderzoek gaan doen, dan heeft onze fractie het idee van dat we nog langer qua onveiligheid niet voldoen aan die conclusies. Dus dat baart ons wel zorgen, uw antwoord. De plaatsvervangend voorzitter: Burgemeester. Mevrouw Blanksma-van den Heuvel: Nee, dat is eigenlijk dezelfde discussie die we natuurlijk gehad hebben naar aanleiding van de Galan-groep.
Uiteindelijk is het ook u, gemeenteraad, die de ruimte geeft hoeveel ik kan investeren in veiligheid en we hebben met elkaar, en daar hebben we draagvlak voor, om die stapsgewijze investering te doen. Ik heb niet gezegd dat we over twee jaar weer een onderzoek doen, maar als het noodzakelijk zou zijn om in de diepte te kijken dat er iets noodzakelijk zou zijn, dat we dat dan met elkaar zouden kunnen beleven. Maar op dit moment zitten wij op koers met de afspraken die we hebben gemaakt met de gemeenteraad. De heer Rieter: Ja precies, maar mijn opmerking geen natuurlijk nadrukkelijk op die schaalvergroting natuurlijk. En u heeft net wel gezegd dat er wellicht dan een onderzoek komt. Maar, tot slot. De plaatsvervangend voorzitter: Ja, voldoende voor iedereen? Dan dank ik de burgemeester en dan roep ik mevrouw Dortmans op om haar bijdrage te delen. Mevrouw Dortmans. Mevrouw Dortmans: Dank u wel, voorzitter. En dank aan de raad voor de inbreng in eerste termijn. En de burgemeester heeft net al aan een aantal dingen gerefereerd als het gaat over participatie. Dat was voor haar een kapstok om een aantal dingen te noemen. Ik wil graag onder de kapstok van Andere Overheid een aantal dingen noemen die u zelf in uw bijdragen hebt weergegeven.
Ik heb dingen gehoord over sterke overheid, over bejegening, participatie dan ook al, inwonersinitiatieven, daar heb ik ook een pleidooi voor opgevangen, werken volgens de bedoeling en ook de motie van de SP over werven volgens de bedoeling zou volgens mij ook prima onder de noemer van Andere Overheid een plek kunnen krijgen. Twee weken geleden kwam overigens Tim 'S Jongers langs bij een bijeenkomst die we hebben gehad over Ruimte om te leven er die heeft een buitengewoon indrukwekkend pleidooi gehouden voor de inzet van ervaringskennis. Hij zei bijvoorbeeld, hoe kunnen mensen die zelf nooit armoede hebben beleefd wel beleid maken over armoede? En waar wordt dan gebruik gemaakt van ervaringskennis omdat beleid dan ook echt het goede beleid te laten zijn? Nou mocht u nog tijd hebben in het zomerreces, het boekje Beledigende broccoli van Tim 'S Jongers kan ik daarin van harte aanbevelen. Het gaat over de allerbeste intenties die soms helaas compleet verkeerd uitpakken. Ik heb afgelopen dinsdag tijdens de behandeling samen met de burgemeester over participatie ook al gezegd dat ik u raad op enig moment, dat zal ook nog ergens dit jaar zijn, zal informeren over datgene wat wij onder Andere Overheid verstaan. Wat ik dinsdag overigens ook heb gezegd is, dit gaat ook om een cultuurverandering en daar waar een aantal dingen al absoluut zijn ingezet, en dat ik blij ben dat we er in het
college al veel over spreken en dat ik u dus ook verschillende dingen hoor zeggen die onder die paraplu vallen. Dit zijn geen dingen die je met een knopje oplost of van de één op de andere dag. Dit vraagt tijd, maar ik ben in ieder geval al blij met het bewustzijn hier in deze zaal en ik kom er dus op een later moment op terug. Verschillende van u hebben aandacht gevraagd voor onze jongeren, onze jeugd in de stad. Onder andere de fracties van D66, 50PLUS en GroenLinks hebben aangegeven dat het belangrijk is om te investeren in weerbaarheid, veerkracht en vooral ook perspectief en kansengelijkheid. De burgemeester zei het net, we zijn samen hard bezig met het programma Preventie met Gezag, maar we doen gelukkig ook al heel veel. Als het dan gaat over alle jongeren in Helmond doen we al hele mooie dingen. Dan heb je een groep die misschien wat extra begeleiding en aandacht nodig heeft. En dan heb je een groep die misschien de verkeerde afslag ergens heeft genomen waarvan je hoopt dat die ook weer de weg terug weten te vinden. Nou, daar zijn we hard mee aan het werk. En ik heb ook al eerder toegezegd, en dat bevestig ik nog weer een keer, in het vierde kwartaal komen we ook bij u terug, bij u raad, met een meerjarenprogramma over jongeren.
En we gaan dan ook vooral kijken wat doen wij eigenlijk nu allemaal al? Hoe kunnen we dat bundelen? Wat is effectief, waar gaan we mee door? En waarvan blijkt dat het eigenlijk niet zo goed werkt, daar gaan we dan ook mee stoppen. De fractie van D66 doet de suggestie om de verlengde schooldag uit te breiden en mijnheer Van den Boogaard noemde het de rijke en de verlengde schooldag. Het mooie is dat Helmond al de verlengde schooldag had voordat het rijk met de rijke schooldag kwam. Dus daar mogen wij in Helmond ook eigenlijk wel heel erg trots op zijn. En op dit moment maken tien scholen gebruik van de verlengde schooldag en dat doen wij vanuit de gemeente samen met die scholen. Dan gaat het om negen scholen in het primair onderwijs en het Vakcollege hier in Helmond. De financiering daarvan is helaas nu nog niet structureel. Tot en met 24 is die geborgd. Van rijkswege, zeggen we dan zo mooi, kan er op dit moment ook weer nieuwe subsidie worden aangevraagd. Dat dienen scholen in eerste instantie zelf te doen, maar daar zullen we ze ook zeker bij ondersteunen. De fractie van 50PLUS is echt specifiek ook nog ingegaan op de jeugdzorg, want los van jeugd en jeugdbeleid, jeugdvoorzieningen hebben we natuurlijk ook een belangrijke verantwoordelijkheid als gemeentes als het gaat over jeugdhulp en jeugdzorg.
En de fractie van 50PLUS ging ook in op de financiële situatie en de wachtlijsten. Jeugdhulp en jeugdzorg zijn brede begrippen, wij doen een aantal dingen lokaal, maar sommige dingen doen we beter regionaal, een prachtig voorbeeld daarvan is wat we daarin samen met de Peelgemeenten en nog een aantal andere gemeenten doen. En sommige dingen doen we zelfs ook wat dan heet bovenregionaal en/of landelijk. Wij werken er regionaal aan om in ieder geval te zorgen dat we zo'n passend mogelijk aanbod hebben. We hebben ook recent gesproken met de jeugdbeschermingsinstellingen en zij ervaren op dit moment dat het nog niet zo eenvoudig is om, als er dan extra hulp nodig is, om die dan ook snel te kunnen krijgen. Dat ligt soms aan geld, dat ligt soms aan het feit of jeugdhulp al dan niet is ingekocht, maar soms heeft het ook te maken met personeelskrapte. En dat is iets waar we in de hele keten tegenaan lopen, die helaas dan ook een bijdrage levert aan die wachtlijsten. Want wij hebben wel voldoende geschoold personeel nodig om die hulp te kunnen bieden waar we allemaal zo'n behoefte aan hebben. Misschien ook nog, u ging ook nog in op mentale gezondheid. Want ik denk dat het heel terecht is dat u daar specifiek aandacht voor heeft gevraagd.
Want de cijfers, ook na corona maar ik zag laatst ook nog cijfers van voor corona, eigenlijk is het best wel zorgelijk dat onze jongeren zich veel zorgen maken en weinig perspectief voor zichzelf zien. Nou hebben wij een aantal projecten hier in de regio, het STORM-project, dat gaat over vroegsignalering voor depressiviteit onder jongeren. Dat hebben we weten te continueren, ook voor de komende jaren. En de heer Rieter van de fractie van Helder Helmond had het ook al over het Gezond & Actief Leven Akkoord, daar maakt mentale gezondheid onder andere bij jongeren ook deel van uit en de bedoeling is dat wij ons plan van aanpak als gemeente uiterlijk 31 oktober indienen en dan hopen wij voor de komende drie jaar ook weer voldoende middelen te hebben, onder andere om die mentale gezondheid van jongeren daar iets aan te kunnen doen. Wij zullen uw raad informeren over dat plan van aanpak van het Gezond & Actief Leven Akkoord, zodat u daar kennis van kunt nemen uiteraard.