Programmabegroting 2022 concept
Tekst van het document
19 // PROGRAMMABEGROTING 2022
Wat gaan we doen? Focus op getroffenen Bevolkingszorg en Crisiscommunicatie zetten zich tijdens een crisis in voor getroffenen die niet in staat zijn zichzelf te helpen en om mensen die wel zelfredzaam zijn een handelingsperspectief te bieden. In de oefeningen, trainingen en evaluaties hebben we oog voor de mens in de crisis. De kolom crisiscommunicatie wordt door de gemeenten ook steeds vaker als partner gevonden bij dreigende of voorzienbare situaties waarbij ernstige maatschappelijke onrust te verwachten is. Vakbekwame medewerkers met hart voor de crisis We investeren in de verbinding met de gemeenten. We vragen aandacht voor de positie van de huidige gemeentelijke medewerker in de regionale crisisorganisatie, stimuleren de werving van nieuwe medewerkers en creëren bewustwording in wat er op de verschillende gemeentelijke onderdelen afkomt tijdens en na een crisis. Aangezien zowel Bevolkingszorg als Crisiscommunicatie een beroep doen op de gemeenten vindt deze aanpak in samenwerking plaats. We willen een aantrekkelijk competentiegericht opleidingsaanbod bieden waar gemeentelijke medewerkers, ook buiten de crisisorganisatie, profijt van hebben. Daarnaast spelen netwerkbijeenkomsten een belangrijke rol om elkaar beter te leren kennen en ervaringen te delen. Naast het uitvoeren van beide mono OTO programma’s nemen beide kolommen deel aan de relevante multi programmaonderdelen.
Slimme informatievoorziening Er liggen kansen om de data van gemeenten te koppelen aan de incidentbestrijding. Het is van belang om direct inzicht te hebben in de omvang en aard van de bevolking in een getroffen gebied om adequaat en doeltreffend op te kunnen optreden. Tijdens acute crisis of bij een dreigende situatie monitoren omgevingsanalisten van de gemeenten en uit de crisiscommunicatiepoule van de VRT middels een mediamonitoringssysteem de online (social) media op informatiebehoefte en sentiment zodat de communicatie inzet hier zo goed mogelijk op aan kan sluiten. Ook kunnen inwoners en bedrijven via risicocommunicatie preventief geïnformeerd worden en zich voorbereiden op én tijdens een ramp of crisis. Dit maakt hen zelfredzamer en weerbaarder. Borgen alarmering en informatiepositie De meldkamer Twente in Hengelo verdwijnt in 2022. Samen met de coördinatoren van de andere Oost 5 Veiligheidsregio’s spannen we ons in om de alarmering van de Twentse gemeenten en de kolommen Bevolkingszorg en Crisiscommunicatie van de VRT te borgen en relevante data te ontsluiten. Indicatoren Indicator Inzetmonitor Officier van Dienst en Algemeen Commandant Bevolkingszorg / Crisiscommunicatie Opkomstpercentage OTO programma Bezettingsgraad regionale poule vanuit gemeenten. Wat gaat het kosten? Gemeenten Crisiscommunicatie Bevolkingszorg Totaal Gemeenten
Lasten 197.684 304.871
2022 Baten 182.101 284.919
Lasten 195.962 301.045
2021 Baten 179.513 280.155
502.554
467.020
497.007
459.668
35.535
37.339
Verschil Lasten Baten 1.722 2.588 3.826 4.764 5.547
7.352 -1.804
Binnen de gemeentelijke kolom worden de functionarissen en de piketvergoedingen ad. € 296.816,- bekostigd vanuit de algemene middelen. De kosten m.b.t. o.a. OTO, informatievoorziening ad. € 205.739,- wordt bekostigd vanuit een separate bijdrage van de gemeenten.
20 // PROGRAMMABEGROTING 2022
3.5
Programma Twente Safety Campus
De Twente Safety Campus is een plek waar partners op het gebied van veiligheid elkaar ontmoeten en samenwerken. De Twente Safety Campus is opgezet vanuit een denken-doen-beleven- concept. Het ‘doen’ gedeelte van Twente Safety Campus is het oefencentrum TRONED waar verschillende hulpdiensten werken aan hun vakbekwaamheid. Er is ruimte om te oefenen, om te experimenteren en om bezig te zijn met de praktijk. Het centrum wordt gebruikt door Twents brandweerpersoneel, maar wordt ook ingezet voor trainingen aan andere regio’s en partners in het veiligheidsdomein (zoals politie, defensie en Dienst Speciale Interventies, die deze trainingen inkopen. Ook worden er bij trainingen nieuwe technieken ingezet om first responders nog effectiever en veiliger hun werk te laten doen. Denk hierbij aan de inzet van drones, Smart View (observatietechniek m.b.v. camera’s), virtuele rijsimulatoren, etc. In de Risk Factory kan veiligheid ‘beleefd’ worden. Het doel is vergroten van het veiligheidsbewustzijn en zelfredzaamheid van burgers. In de Risk Factory kunnen mensen door levensechte simulaties (on)veiligheid aan den lijve ervaren. Zo leren mensen een onveilige situatie te herkennen of te voorkomen. Ook leren ze om in een bepaalde situatie snel, veilig en zeker te kunnen optreden. Hierbij krijgen ze voorlichting en handelingsperspectieven aangeboden.
Het Safety Field Lab is een plek waar kennis (‘het denken’) centraal staat en een platform biedt om samen met kennisinstituten en bedrijven kennis en producten om ideeën te ontwikkelen naar producten en deze naar de veiligheidspraktijk te brengen. In de kennisprogramma’s wordt samengewerkt met andere partijen waarbij we op zoek zijn naar innovatieve veiligheidsoplossingen. Oplossingen die Twente (betaalbaar) veilig houden én die vermarkt kunnen worden: van kennis naar kunde naar kassa. Verder is er door het AB van de VRT een akkoord gegeven op de voorgenomen plannen om samen met DNV GL een batterij brandveiligheid test- en certificerings-centrum op te zetten. Belangrijke argumentatie hiervoor is dat hulpdiensten (m.n. brandweer) kennis kan opdoen t.a.v. de brandgevaren van lithium-ion pakketten en kan verwerken in doctrines van veilig optreden. Hiermee is de TSC een belangrijke ontmoetingsplek voor veiligheid in Twente. De verschillende onderdelen van de TSC (oefencentrum TRONED, de Risk Factory en het Safety Field Lab) halen verschillende disciplines en deskundigheden bij elkaar en waar mensen en kennis bij elkaar komen ontstaan ideeën en bedrijvigheid. Dit is de kern van TSC als onderdeel van het brede veiligheidsnetwerk in Twente.
Bestuurlijk In 2017 is er een portefeuilleraad TSC ingesteld waarin de bestuurlijk portefeuillehouder TSC, commandant Brandweer, secretaris VRT en de manager Twente Safety Campus zitting hebben. In 2017 is de visie op doorontwikkeling van de Twente Safety Campus verder uitgewerkt en wordt er periodiek een terugkoppeling gegeven. In september 2018, april 2019 en december 2020 is de voortgang van (onderdelen van) de Twente Safety Campus behandeld in het Algemeen Bestuur. Wat willen we bereiken? We willen de vakbekwaamheid en professionaliteit van hulpverleners en de hulpverlenersorganisatie stimuleren. Met de Risk Factory geven we invulling aan het veiligheidsbewustzijn door de zelfredzaamheid en het handelingsperspectief van Twentse burgers te vergroten. Niet alleen voor basisschoolleerlingen, maar ook voor hun omgeving en de groep van thuiswonende ouderen vanaf 65-70 jaar. Samen met bedrijven en kennisinstellingen zijn we op zoek naar innovatieve veiligheidsoplossingen die Twente betaalbaar veilig houden. Hiermee helpen we tevens Twentse bedrijven om ideeën door te ontwikkelen tot vermarktbare producten (Safety Field Lab). Dit alles naast de bijbehorende doelstelling om TSC op een bedrijfseconomisch verantwoorde manier exploiteren, continueren en doorontwikkelen.
Wat doen we ervoor? We bieden onze activiteiten aan, aan verschillende doelgroepen: • Oefenprogramma’s en trainingen voor hulpverleners (Troned); • Interactieve educatieprogramma’s gericht op veiligheidsbewustzijn en zelfredzaamheid van inwoners (Risk Factory); • Mogelijkheden voor testen, simulaties en experimenteermogelijkheden voor bedrijven (Safety Field Lab). In het fieldlab wordt samengewerkt met bedrijven en overheidspartijen aan veiligheidsthema’s. Hier worden onder andere producten getest op brandveiligheid. Daarnaast vindt daar co-creatie plaats, waarbij de unieke kenmerken van het vliegveld (afgeschermd, mooie testlocatie, veel ruimte) wordt benut.
21 // PROGRAMMABEGROTING 2022
Noot financieel De uitgangspunten voor TSC zijn niet voor alle onderdelen gelijkluidend, omdat de aard en karakter van de te onderscheiden activiteiten van elkaar verschillen. Troned en SFL acteren op de “markt” en verkeren in een “concurrerende”, private setting. Voor deze onderdelen geldt het uitgangspunt van kostendekkendheid. De Risk Factory vormt in de communicatie naar buiten toe onderdeel van de campus, maar is in de kern een locatie van waaruit activiteiten in de preventieve sfeer worden opgepakt. Met als doel het verhogen van de veiligheidsbewustzijn van bepaalde groepen in de samenleving. De activiteiten vallen ook grotendeels binnen het wettelijk kader van VRT. De lasten en baten van de Risk Factory zijn dan ook binnen het programma Brandweer (onderdeel brandveiligheid) verantwoord. Wat gaat het kosten? Gemeenten Troned Safety Field Lab Totaal TSC
22 // PROGRAMMABEGROTING 2022
2022 2021 Lasten Baten Lasten Baten 2.305.481 2.305.481 2.257.631 2.257.631 156.156 156.156 153.454 153.454 2.461.637 2.461.637 2.411.085 2.411.085 0
0
Verschil Lasten Baten 0 0 0 0 0
0 0
3.6
Geraamde totaal saldo van baten en lasten
Multidisciplinaire onderwerpen; 331.528
GHOR; 585.250
Brandweer; 46.874.264
TSC; 0 Gemeenten; 35.535
Multidisciplinaire onderwerpen
Brandweer
Programma
Lasten
GHOR
Baten
Gemeenten
Totaal
Multidisciplinaire onderwerpen Brandweer GHOR Gemeenten TSC
2.340.518 52.510.098 1.514.690 502.554 2.461.637
Totaal Veiligheidsregio Twente
59.329.497 11.502.919 47.826.578
23 // PROGRAMMABEGROTING 2022
2.008.989 331.528 5.635.834 46.874.264 929.440 585.250 467.020 35.535 2.461.637 0
TSC
3.7
Overzicht van herkomst en bestedingen baten en lasten Personeel
Lasten
60.000.000
Incidentele middelen
50.000.000
Overige uitgaven out-of-pocket
27.429.252 4.600.589 2.382.784 1.748.810 891.193 1.329.185
Kapitaallasten
7.641.786
Rente Afschrijvingen
1.105.936 6.535.850
Gebouwen en terreinen
40.000.000
Overige uitgaven materieel en materialen
30.000.000
Overige uitgaven gebouwen en terreinen
Huur gebouwen en terreinen Onderhoud Overige gebouwgebonden kosten
Materieel en materialen
20.000.000
Kapitaallasten
10.000.000
Personeel
0
Baten 60.000.000 Incidentele middelen
50.000.000
38.381.814
Salarissen Vergoedingen vrijwilligers Piket en overige toelagen FLO Overig personeel Inhuur personeel
Onderhoud materiaal/materieel Brandstof
3.545.195 709.348 913.021 1.922.827
1.251.927 840.540 411.386
Overige out-of-pocket
8.003.460
Opleiden/oefenen ICT / informatievoorziening Verzekeringen Overig
3.442.748 2.173.467 481.011 1.906.234
Incidentele middelen
505.315
Totaal lasten
59.329.497
Rijksbijdrage Gemeentelijke bijdrage Opbrengsten OMS Omzet TSC
6.471.219 47.826.577 657.250 2.417.742
Overige opbrengsten
1.451.394
Overige opbrengsten Separate gemeentelijke bijdrage
890.991 560.403
Overige opbrengsten/ bijdrage derden
40.000.000 Omzet TSC
30.000.000
20.000.000
Incidentele middelen
505.315
Opbrengsten OMS
Gemeentelijke bijdrage
Rijksbijdrage
10.000.000 0
Totaal baten
24 // PROGRAMMABEGROTING 2022
59.329.497
4
Paragrafen
De begroting bevat de volgende paragrafen: 1. 2. 3. 4. 5.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen
Dit hoofdstuk bestaat uit 5 paragrafen. Ze geven een dwarsdoorsnede van de begroting vanuit een bepaald perspectief. Het gaat hierbij om onderdelen die betrekking hebben op de beleidslijnen van beheersmatige aspecten. Deze aspecten kunnen grote financiële gevolgen hebben en daardoor de realisatie van de programma’s beïnvloeden.
4.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Deze paragraaf omvat zowel de beschikbare weerstandscapaciteit als een inschatting van risico’s die daarmee moeten worden afgedekt. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en benodigde weerstandscapaciteit. Al afgedekte risico’s, via voorzieningen of verzekeringen, hebben geen invloed op het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen laat zien hoe robuust de begroting van de VRT is voor wat betreft het kunnen opvangen van risico’s. Technisch gesproken geeft het weerstandsvermogen de relatie weer tussen: a. De middelen en mogelijkheden waarover VRT beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken (de beschikbare weerstandscapaciteit); b. Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Dit komt tot uiting in de benodigde weerstandscapaciteit. Schematisch: bekende risico’s
beschikbare middelen
benodigde weerstandscapaciteit
beschikbare weerstandscapaciteit
weerstandsvermogen
De in 2019 vastgestelde nota risicomanagement en weerstandsvermogen stelt hiervoor de beleidskaders. Daarin wordt onder andere ingegaan op wat als beschikbare weerstandscapaciteit kan worden gerekend en hoe, op basis van de risico’s, de benodigde weerstandscapaciteit wordt berekend. 4.1.1 Beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit dient om de continuïteit van de organisatie te waarborgen. We maken hierbij onderscheid tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Incidentele weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit bestaat in beginsel uit algemene middelen die als buffer dienen voor de opvang van onvoorziene incidentele kosten. Voor de VRT geldt dat vanwege de hybride financieringsstructuur de middelen afkomstig kunnen zijn van zowel de gemeenten als het Rijk. Gemeentelijke middelen Tot het weerstandsvermogen wordt gerekend de algemene reserve en de bestemmingsreserves waarop nog geen verplichtingen rusten. De VRT beschikt per 31 december 2020 over een Algemene Reserve van € 427.000. Het deel van de bestemmingsreserves waarop nog geen verplichting rust bedraagt in totaal € 457.000.
25 // PROGRAMMABEGROTING 2022
Rijksmiddelen Veiligheidsregio’s ontvangen jaarlijks een doeluitkering van het Rijk, de zogenaamde Brede Doel Uitkering Rampenbestrijding (BDUR). De BDUR is in brede zin inzetbaar voor de rampenbestrijding en crisisbeheersing. In het verleden is vanuit incidentele stimuleringsmiddelen een post onvoorzien gevormd. Dit is echter volledig ingezet ter dekking van de negatieve jaarrekeningresultaten 2016 en 2018. De omvang van de totale weerstandscapaciteit bedraagt daarmee per 31 december 2020 € 884.000. Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit de onbenutte capaciteit uit hoofde van tarieven, heffingen en bijdragen. Deze kan worden benut om structurele tegenvallers te compenseren, als hiervoor geen andere dekkingsmiddelen bestaan. De structurele weerstandcapaciteit van de VRT is nihil. Slechts een fractie van de begroting is afgedekt met tarieven en deze zijn overwegend marktconform. Verhoging zou daarom automatisch leiden tot omzetverlies. 4.1.2 Benodigde weerstandscapaciteit Jaarlijks wordt, conform beleidskader, het financiële risicobeeld in termen van kans en impact geactualiseerd. In het beleidskader zijn kans en impact in ordinale scores tot uitdrukking gebracht in een range van 1 (= klein) tot 5 (= groot). Een risico is daarom minimaal gewaardeerd op 1 en maximaal op 25.
Risico’s met een score vanaf 9 (oranje en rode scores) wegen mee in de weerstandscapaciteitsberekening. Risico’s met een score lager dan 9 (groene scores) in beginsel niet tenzij het geheel ervan uitstijgt boven 1% van het begrotingsniveau. Begin 2021 is het risicobeeld geactualiseerd. In onderstaande tabel zijn de belangrijkste risico’s (met een oranje score) opgenomen. Daarbij is aangegeven welke beheersmaatregelen denkbaar zijn. Risico-omschrijving Twente Safety Campus exploitatieverlies Enerzijds is het risico kleiner geworden, vanwege de verbreding van de klantenkring en de aanwezige meerjarige orderportefeuille. Anderzijds zijn er een aantal onzekere factoren bijgekomen, zoals de stikstofproblematiek en de aanvragen voor de omgevingsvergunning. Voor de langere termijn blijft het een aandachtspunt om evenwicht te bewaren tussen investeringsbehoefte (doorontwikkeling oefenterrein) en investeringsmogelijkheden (ontwikkeling vrije kasstroom). Langdurig verzuim en arbeidsongeschiktheid Elke organisatie heeft te maken met verzuim. Bovengemiddeld langdurig verzuim, eventueel resulterend in arbeidsongeschiktheid, kan leiden tot hoge kosten in de vorm van inhuur van personeel en WGA uitkeringen. VRT is eigen risicodrager voor de WGA.
Vervanging brandweermaterieel en materiaal De prijzen van het specialistische brandweermaterieel en materiaal stijgen mogelijk sneller dan de reguliere prijsindex. Als belangrijke oorzaak wordt gezien het gebrek aan marktwerking.
Beheersmaatregelen Kennis van de branches waarin TSC zich begeeft. Aandacht voor marketing. Optimalisatie van de bedrijfsvoering. Aankoop van stikstofrechten.
Type endogeen
KansxImpact € 375.000
-
exogeen
€ 266.000
exogeen
€ 179.000
exogeen
€ 75.000
-
-
-
Informatieveiligheid/cybercrime Elke organisatie loopt het risico om te worden gehackt. Een steeds vaker voorkomende variant is afpersing door middel van gijzelingssoftware.
-
-
26 // PROGRAMMABEGROTING 2022
Bevorderen vitaliteit personeel (ergonomie, beweging en voeding). Al in een vroegtijdig stadium actief sturen op verzuim. Bijtijds inzicht in vervangingsmomenten en een zorgvuldige afweging maken ten aanzien van eisen en kosten. Zo veel mogelijk kiezen voor standaardaflevering in plaats van maatwerk. Back-up strategie waarbij ook back-ups van langer geleden worden bewaard. Segmentatie van het netwerk. Adequaat patch-beleid. Gebruikmaking van antivirus software en firewall.
-
Voldoen aan de maatregelen uit de BIO
Totaal
€ 895.000
Risico’s die zijn opgetreden of die gaan optreden Opgetreden risico’s die op zeker gaan optreden, tellen mee in de benodigde weerstandscapaciteit. In het beleidskader is vastgelegd dat risico’s met een structurele impact worden gekwantificeerd op basis van 3x de jaarlast. Daarmee wordt verondersteld dat de organisatie in staat is het structurele effect van risico’s binnen een termijn van 3 jaar op te vangen. In die redenering is het uitgangspunt voor risico’s die gaan optreden een aflopende risicoscore ter berekening van de weerstandscapaciteit. De score vervalt dus volledig na 3 jaar (of eerder, afhankelijk van het moment waarop het effect is ondervangen). Omschrijving Effect gaat nog optreden Gelijke behandeling beroeps en vrijwilligers (taakdifferentiatie) Op grond van de Europese richtlijn voor deeltijdwerk kan de huidige inrichting en werkwijze ten aanzien van vrijwilligheid bij de brandweer niet behouden blijven. Het gaat met name om die situaties waarin vrijwilligers taken uitoefenen met een verplichtend karakter, zoals kazernering. Dit leidt waarschijnlijk tot hogere personeelskosten. Het is niet duidelijk of het Rijk hiervoor middelen beschikbaar gaat stellen. De inschatting is dat de effecten van taakdifferentiatie zich niet manifesteren in 2022. De bedragen uit de risicotabel begroting 2021 zijn daardoor niet meer toepasbaar.
Wel kan de onzekerheid in de aanloop naar deze organisatieaanpassing risico’s met zich meebrengen. Zoals het moeilijker kunnen werven van vrijwilligers of een grotere uitstroom van vrijwilligers gedurende de verdere uitwerking van taakdifferentiatie. Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (WNRA) De invoeringsdatum van de WNRA voor de veiligheidsregio's is voor onbepaalde tijd uitgesteld, in verband met de specifieke problematiek van brandweervrijwilligers. Bij het invoeren van de WNRA zal er extra werk zijn in het omzetten van aanstellingen naar arbeidsovereenkomsten. Indien onderscheid in overeenkomst wordt gemaakt tussen beroeps en vrijwilliger wordt het extra bewerkelijk. In elk geval zullen er extra kosten zijn voor benodigde aanpassingen. Voor de jaren 2020 en 2021 is met VNG afgesproken dat CAR-UWO nog wordt bijgehouden. In september 2020 heeft het Veiligheidsberaad het principebesluit genomen tot het oprichten van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV), die met werknemersorganisaties afspraken maakt over arbeidsvoorwaarden. Het opgenomen bedrag is als volgt berekend: in de risicotabel begroting 2021 opgenomen € 100.000 x factor aflopende risicoscore (2/3). Totaal
Bedrag € 200.000
€ 67.000
€ 267.000
Risico’s die in de toekomst kunnen ontstaan Hieronder volgt een opsomming van toekomstige risico’s, dat wil zeggen risico’s die pas na 2022 kunnen optreden. Daarom tellen zij nog niet mee in het benodigde weerstandsvermogen. Risico-omschrijving Tweede loopbaanbeleid Voor brandweermedewerkers die na 2006 in dienst zijn gekomen, geldt de verplichting, zowel voor de medewerker als voor de werkgever, om na 20 jaar te zorgen voor een andere functie (binnen of buiten de organisatie). Maatregelen hiervoor moeten al eerder in gang worden gezet. Kosten die nu al optreden zijn opleidingskosten en compensatie van uitroosteren. Voor medewerkers die per 2013 in dienst waren is (deels) dekking aanwezig in de met gemeenten afgesproken FLO-budgetten. Het (toekomstige) risico is dat medewerkers niet (bijtijds) een vervolgbaan kunnen vinden. Werkkostenregeling onkosten vrijwilligers De vrijstelling voor onkosten vrijwilligers is verlengd tot en met 2024. Mogelijk volgt daarna een nieuwe verlenging. Twente Safety Campus afloop vergunning Per 2025 loopt de vergunning voor het geheel van de activiteiten af. Er bestaat een risico dat deze niet wordt verlengd of wordt verlengd met nieuwe beperkingen. Dat laatste kan kostbare maatregelen tot gevolg hebben.
27 // PROGRAMMABEGROTING 2022
Beoordeling weerstandsvermogen Aantal geïdentificeerde risico’s Aantal groene scores (waardering 1-8) Aantal oranje scores (waardering 9-16) Aantal rode scores (waardering 17-25)
18 14 4 0
Is de som van de groene scores > 1% van de begroting Hoe hoog stijgt de som van groene scores hierboven uit? Zijn de rode scores alleen exogeen (ontstaan buiten de invloedssfeer van de organisatie)?
Nee n.v.t. n.v.t.
Berekende omvang van het risico (oranje, rode en groene scores boven de drempel en risico’s die zijn opgetreden of gaan optreden) Beschikbare weerstandscapaciteit ter dekking van de risico’s (stand per 31-12-2020)
€ 1.162.000
Weerstandsratio feitelijk o.g.v. huidig risicobeeld
76%
Weerstandsratio norm (cf. beleidskader)
70%
€ 884.000
In het beleidskader risicomanagement / weerstandsvermogen is vastgelegd dat VRT een weerstandsratio van 70% hanteert als richtsnoer. De feitelijke weerstandsratio per 31-12-2020 wijkt daar niet ver van af. 4.1.3 Financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - in aanvulling op de ratio weerstandsvermogen - een verplichte set van vijf financiële kengetallen wordt opgenomen. De kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel (financiële) ruimte Veiligheidsregio Twente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of op te vangen. De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn niet van toepassing voor Veiligheidsregio Twente. Daarom worden deze kengetallen niet meegenomen in deze paragraaf. Netto schuldquote De netto schuldquote laat het niveau van de schuldenlast zien, ten opzichte van de baten. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten op de exploitatie drukken.
1a 1b
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Jaarrekening 2020 87,8%
2021 96,6%
2022 105,1%
Begroting 2023 2024 102,9% 103,3%
2025 103,2%
87,7%
96,5%
105,0%
102,8%
103,1%
103,2%
De toename per 2021 en 2022 resulteert uit de beoogde investeringen in nieuwbouw kazernes (Almelo, Hellendoorn) en de daarvoor benodigde financiering. Ook worden in 2021 nieuwe tankautospuiten aangeschaft. Na 2022 wordt een lager investeringsniveau verwacht, zodat de schuldquotes weer licht afnemen. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio is de verhouding eigen vermogen/ totaal vermogen en geeft inzicht in de mate waarin een organisatie in staat is op de langere termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen.
Solvabiliteitsratio
Jaarrekening 2020 4,8%
2021 3,3%
2022 1,0%
Begroting 2023 0,5%
2024 0,1%
2025 0,3%
VRT heeft al sinds de oprichting een beperkt eigen vermogen en daarmee een lage solvabiliteit. De terugval komt voort uit de te verwachten aanspraak op de FLO-reserves. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is nodig om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte nodig is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.
Structurele exploitatieruimte
28 // PROGRAMMABEGROTING 2022
Jaarrekening 2020 0,0%
2021 0,0%
2022 0,0%
Begroting 2023 0,0%
2024 0,0%
2025 0,0%
4.1.4 Beoordeling onderlinge verhouding kengetallen in relatie tot de financiële positie De structurele baten en lasten zijn in evenwicht. Het eigen vermogen is klein en kan tijdelijke verstoringen in dit evenwicht maar beperkt opvangen.
4.2
Onderhoud kapitaalgoederen
In deze paragraaf beschrijven we het beleidskader voor het onderhoud van kapitaalgoederen. Hierbij wordt ingegaan op het onroerende deel van de kapitaalgoederen en het materieel. De onderhoudsaspecten van de overige kapitaalgoederen zijn minder noemenswaardig. Gebouwen Veiligheidsregio Twente heeft in totaal 39 gebouwen in gebruik (45.000 m2 BVO) waarvan er 30 in eigendom zijn van de VRT. Brandweer Twente heeft hier 31 gebouwen (31.500 m2 BVO) van in gebruik (de brandweerkazernes). De boekwaarde van allen panden tezamen bedraagt per 2020 33,9 mln. Het beheer van de vastgoed portefeuille is belegd bij de sector Beheer & Techniek van Brandweer Twente. Het team Service & Beheer heeft hiertoe een Servicedesk ingericht die 24 uur per dag en 7 dagen in de week bereikbaar is voor storingen, klachten en schades. Het onderhoud wordt uitgevoerd op basis van onderliggende onderhoud- en beheersplannen. De plannen worden periodiek tegen het licht gehouden en op onderdelen herijkt. Uitgangspunt daarbij is dat het onderhoud wordt afgestemd op conditieniveau 3. Het bijbehorende onderhoudsbudget was de laatste jaren gefixeerd op € 0,80 mln. Gemiddeld genomen is dit budget toereikend. De onderhoudsuitgaven hebben afgelopen jaren vanwege storingen en andere correctieve aanpassingen de nodige fluctuatie vertoond. Inmiddels is de nadruk komen te liggen op preventief (planbaar) onderhoud.
Voor de komende periode (en doorlopend in kalenderjaar 2022) staan o.a. de volgende specifieke thema’s op de rol: • Aanbesteding en oplevering nieuwe kazerne Hellendoorn • Verbouw kazerne Hengelo (2e en 3e fase) • Oplevering nieuwe kazerne Almelo • Verdere initiatieven op gebied van verduurzaming en reductie van energie. Materieel VRT beschikt over een groot arsenaal aan voertuigen. Ruwweg zijn deze op te delen in voertuigen die voor operationele taken worden ingezet (zoals tankautospuiten) en dienstvoertuigen. In totaal gaat het om c.a. 100 voertuigen voor incidentbestrijdende activiteiten. En een 90-tal dienstvoertuigen bedoeld voor brandveiligheidstaken, aan de operatie ondersteunende activiteiten (zoals logistiek) en personele vervoersbewegingen binnen en buiten Twente. Voor al dit materieel is een bumper-tot-bumper-concept geïntroduceerd, waarmee zowel de voertuigen als materialen zoals ademluchtapparatuur op één locatie worden onderhouden en gekeurd. Dit om redenen van efficiency en betere sturing op het beheer van de roerende goederen. Het bijbehorende onderhoudsbudget (outof-pocket) bedraagt € 0,25 mln. Dit budget is gefixeerd. Momenteel wordt de organisatie geconfronteerd met oplopende onderhoudsuitgaven. Voor een groot deel is dit terug te voeren op een verouderd wagenpark.
De verwachting is dat de werkelijke uitgaven weer in lijn zijn te brengen met het budget als het wagenpark in 2021 (met name tankautospuiten en dienstvoertuigen) is vernieuwd. Op het budget rust nog een taakstellende bezuiniging die verband houdt met de reductie van het grootschalig materieel in de periode 2016-2019 (zogenaamde efficiencyroute). Die bezuiniging lijkt voorlopig niet realiseerbaar vanwege de gemelde trend van uitgaven. Voor de komende periode staan de volgende specifieke thema’s op de rol: • Aanbesteding tankwagens • Levering van het operationeel uniform • Aanbesteding van pagers (zogeheten terugmeldpagers). • Aanbesteding van de verzorgingscontainer
29 // PROGRAMMABEGROTING 2022
4.3
Financiering
Treasury gaat over het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen en de hieraan verbonden risico’s. Het in 2018 vastgestelde treasurystatuut stelt hiervoor de beleidskaders. Het Rijk heeft met de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en aanvullende regelgeving regels gesteld over hoe decentrale overheden hun geld en kapitaal beheren. De regeling schatkistbankieren houdt in dat overtollige middelen van decentrale overheden bij het ministerie van financiën moeten worden aangehouden. Het treasurystatuut sluit aan op de regelgeving en geeft ook de verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden weer. Belangrijk instrument voor de uitvoering van de treasury is de liquiditeitsplanning. Tweemaal per jaar wordt een treasurybericht opgesteld voor de portefeuillehouder Middelen. Dit bericht geeft inzicht in de stand van zaken van de treasury en legt een basis voor de uitvoering van de treasury in de komende periode. Risicobeheer Door de wet Fido en aanvullende regelgeving zijn de risico’s op de treasury activiteiten als beperkt te kwalificeren. De wet Fido stelt grenzen aan de mogelijkheid om goederen te financieren met kortlopende middelen (kasgeldlimiet) en maximeert de aflossing en renteherziening op aangetrokken leningen in enig jaar (renterisiconorm).
Daarmee wordt het renterisico beperkt. Ook zijn er regels gesteld ten aanzien van het gebruik van derivaten, de vorm waarin leningen worden opgenomen of verstrekt en met welk soort instellingen financiële transacties mogen worden gedaan. Door proactief uitvoering te geven aan de treasuryfunctie (periodiek opstellen liquiditeitenplanning en periodieke check op renteprognoses) zijn de restrisico’s verder te verminderen. Wettelijke kengetallen Vanuit de regelgeving zijn er drie kengetallen die periodiek moeten worden berekend. De kasgeldlimiet en het schatkistbankierenpercentage worden achteraf gemiddeld per kwartaal berekend. Voor de renterisiconorm wordt vooruit gekeken met een berekening voor het komende jaar en een doorkijk naar de volgende jaren. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is opgenomen om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. Deze limiet beperkt het aandeel van de financieringsbehoefte dat met kortlopend vreemd vermogen mag worden gefinancierd. Bij wet is het maximum gesteld op 8,2% van het begrotingstotaal. Dat komt voor de organisatie neer op een bedrag van ca. € 4,8 mln. Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat decentrale overheden de verplichting hebben om hun middelen aan te houden bij het ministerie van financiën. Voor de middelen beneden het drempelbedrag (0,75% van het begrotingstotaal) geldt deze verplichting niet.
Met de bank is afgesproken om automatisch saldo af te dragen. Renterisiconorm De renterisiconorm bepaalt dat van de vaste schuld jaarlijks een bedrag van maximaal 20% (ca. € 11,6 mln.) van het begrotingstotaal onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering. Hiermee is een grens gesteld aan het renterisico op de leningenportefeuille. De renterisicopercentages voor de komende jaren staan in onderstaande tabel.
Renterisiconorm
Maximum 20%
2022 4,3 %
2023 5,2 %
2024 0,0 %
2025 3,8 %
In 2022, 2023 en 2025 lopen onderdelen van de langlopende leningenportefeuille af. Het gaat om resp. € 2,5 mln., € 3,0 mln. en € 2,2 mln. Hiermee wordt de renterisiconorm niet overschreden. Lening portefeuille De langlopende leningenportefeuille bedraagt in totaal € 37,5 miljoen (stand ultimo 2020). Onderstaande grafiek geeft de verdeling van deze portefeuille naar afloopdata.
30 // PROGRAMMABEGROTING 2022
Afloop lange leningen 10.000.000 8.000.000 6.000.000 4.000.000 2.000.000 0 2021
2022
2023
2025
2027
2028
2033
2038
2043
Voor de aflopende leningen in de jaren 2022 en 2023, in totaal 5,5 mln., zullen nieuwe langlopende leningen moeten worden aangetrokken. De investeringsplanning voor de komende jaren geeft aan dat het verwachte investeringsniveau relatief hoog is, met name vanwege de beoogde nieuwbouw Almelo en de investeringen in brandweermaterieel. Resultaat hiervan is dat de langlopende leningenportefeuille per saldo aanzienlijk zal toenemen. Omslagrentepercentage Het omslagrentepercentage wordt berekend door de verwachte rentelasten te delen door de verwachte boekwaarde van de vaste activa per 1 januari van het begrotingsjaar. De rente wordt doorberekend aan de taakvelden waar de vaste activa bij behoren. Het gecalculeerde omslagpercentage mag op een veelvoud van 0,5% worden afgerond. Een actuele prognose van het omslagpercentage voor 2022 komt uit op 1,93%. Bij de keuze voor de kleinste afronding komt de te hanteren omslagrente uit op 2,0%. Hiermee wordt gekozen voor een stabiele meerjarige omslagrente. Het verschil tussen de geprognosticeerde en de te hanteren omslagrente moet als een verwacht positief resultaat worden opgenomen op taakveld Treasury. De externe rentelasten, renteomslag en renteresultaat zijn opgenomen in onderstaand renteschema. Renteschema 2022 (x € 1.000) a. de externe rentelasten over korte en lange financiering b.
de externe rentebaten over de korte en lange financiering Saldo rentelasten en rentebaten c1.
1.138 17 1.121
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden doorberekend De rentebaat van door-verstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken, die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
n.v.t. n.v.t.
d1. d2.
Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
n.v.t. n.v.t. 0
e. f.
De aan taakvelden toe te rekenen rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld treasury
1.163 42
c2. c3.
31 // PROGRAMMABEGROTING 2022
n.v.t.
0
4.4
Bedrijfsvoering
Veiligheidsregio Twente is een organisatie van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing onder één regionale bestuurlijke regie. De bedrijfsvoering voor de gehele organisatie is neergelegd bij de sector Strategie & Ondersteuning (kolom brandweer). De onderstaande passage gaat in op de ontwikkelingen die relevant zijn voor de inrichting en uitvoering van de ondersteunende processen. Met daarbij een separate passage over informatieveiligheid en rechtmatigheid. Dit vanwege ook de bestuurlijke verantwoording die daarover zal worden afgelegd. Ontwikkelingen die (mogelijk) van invloed gaan zijn op de bedrijfsvoering van de VRT: 1
Toekomstige arbeidsvoorwaardenvorming Veiligheidsregio’s
Per 1-1-2020 is de WRNA van kracht gegaan. De WNRA regelt dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde rechtspositie krijgen als werknemers in het bedrijfsleven. Veiligheidsregio’s hebben van de minister van BZK, uitstel gekregen voor de invoering in verband met de discussie over de positie van de brandweervrijwilligers. De duur van dit tijdelijk uitstel van inwerkingtreding hangt samen met het vinden van oplossingsrichtingen voor het vrijwilligersvraagstuk. Voor de jaren 2020 en 2021 is met de VNG-organisatie afgesproken dat de CAR-UWO nog wordt gevolgd. De veiligheidsregio’s zullen evenwel in de toekomst (structureel) zelf tot arbeidsvoorwaardenvorming moeten komen. Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s Op 14 september 2020 heeft het Veiligheidsberaad het principebesluit genomen tot het oprichten van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV), die namens de besturen van de veiligheidsregio’s onderhandelt met de werknemersorganisaties en bindende afspraken maakt over arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s (uitgezonderd de medewerkers in dienst bij de sector ambulancezorg, zij hebben een branche-cao). De toekomstige arbeidsvoorwaardenregeling van de WVSV wordt zoveel mogelijk vergelijkbaar met de Cao Gemeenten/Cao SGO, met toevoeging van c.q.
aparte aandacht voor specifieke brandweeronderwerpen (vergelijkbaar met de huidige brandweerbepalingen in de CAR-UWO). 2
Taakdifferentiatie en rechtspositie vrijwilligers
In het verlengde van de discussie over de positie van de brandweervrijwilligers is uit een onderzoek naar voren gekomen dat elementen in de rechtspositie van de brandweervrijwilligers in strijd zijn met de normen uit Europese en internationale wet- en regelgeving. Als denkrichting wordt taakdifferentiatie tussen groepen brandweermedewerkers onderzocht. Hiervoor is een landelijke denktank opgericht, waarbij de veiligheidsregio's ook input konden aandragen. Het project bevindt zich nu (2021) in de fase van denkrichting en besluitvorming daarover. De verwachting is dat het een langdurig traject zal worden van meerdere jaren, aangezien het veel consequenties heeft het op gebied van onder andere opleidingen en arbeidsvoorwaarden. 3
Eenduidige aanspraken na dienstongevallen en (gedeeld) eigen risicodragerschap
De Veiligheidsregio’s zijn de afgelopen jaren geconfronteerd met de verharding van de verzekeringsmarkt. Dit is de aanleiding geweest voor de gezamenlijke veiligheidsregio’s nu te overwegen tot eigen risicodragerschap voor bepaalde risico’s (zoals dienstongevallen) over te gaan en te onderzoeken welke juridische, financiële en contractuele vorm dit zou kunnen krijgen. Gedacht wordt aan een waarborgfonds voor veiligheidsregio’s. De VNG is nauw betrokken bij dit initiatief. Randvoorwaardelijk voor gedeeld eigen risicodragerschap is dat de aanspraken ingeval van een dienstongeval worden geharmoniseerd. Het geüniformeerde pakket van aanspraken is in de loop van 2020 uitgewerkt. De aanspraken, de juridische basis voor landelijke samenwerking op dit punt en bijbehorende financiering worden naar verwachting gefaseerd (in 2021 en 2022) aan de besturen van de veiligheidsregio’s ter besluitvorming voorgelegd. Indien daadwerkelijk wordt besloten tot de oprichting van een privaatrechtelijke rechtspersoon dan worden de gemeenteraden o.b.v. de WGR in de gelegenheid gesteld om hun wensen en bedenkingen kenbaar te maken.
32 // PROGRAMMABEGROTING 2022
4
Meldkamertransitie
Er ligt een landelijke opdracht tot het samenvoegen van de 25 regionale meldkamers naar 10 landelijke meldkamers. De meldkamer van Twente wordt onderdeel van de meldkamer Oost-Nederland. Begin 2021 zijn de onderhandelingen met het BGO en de BOR gestart over het sociaal plan en de nieuwe organisatie. Op het gebied van bedrijfsvoering en personeel is de VRT momenteel druk bezig om de overstap naar de nieuwe werkgever zo goed mogelijk te laten verlopen, zoals de plaatsingen van de medewerkers. 5
Functioneel Leeftijdsontslag (FLO)
In 2018 heeft er een herziening van het FLO overgangsrecht plaatsgevonden. Een van de wijzigingen is dat de levensloopregeling vervalt. Dit heeft gevolgen voor de individuele tegoeden van de medewerkers van de VRT die hiervoor in aanmerking komen. De VRT is druk bezig met de transitie van de levenslooptegoeden. Dit geldt slechts voor een aantal gemeenten. Rechtmatigheidsverantwoording Vanaf 2022 legt het dagelijks bestuur zelf verantwoording af over de financiële rechtmatigheid van activiteiten van de organisatie. Dit doet ze door hierover een verklaring op te nemen in de jaarrekening. Tot dusverre worden dergelijke verklaringen afgegeven door de accountant. Daar komt per 2022 dus verandering in. Waarbij verslagjaar 2021 wordt beschouwd als een proefjaar. Schematisch ziet de verandering er als volgt uit:
Opgemerkt wordt hierbij dat rechtmatigheidsaspecten die direct van invloed zijn op het getrouwe beeld van de jaarrekening onderdeel zijn en blijven van de accountantscontrole. Financiële rechtmatigheid bestaat uit een 9-tal criteria. Daarvan zijn er 6 afgedekt met een accountantsverklaring. De rechtmatigheidsverantwoording spitst zich toe op de resterende 3 criteria: het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium en het M&O-criterium.
In 2021 wordt op basis van een onderliggend plan van aanpak de rechtmatigheidsverklaring ingevoerd. Het AB besluit in het voorjaar van 2021 over het gewenste ambitieniveau en over de ondergrens die moet worden gesteld aan de rapportering over rechtmatigheidsfouten. Het accent van het plan van aanpak is gelegd op aanvullingen op het huidige controledossier. Hierbij moet worden gedacht aan structurele aandacht voor het thema fraude en integriteit en het eigenstandig uitvoeren van audits op onderwerpen die op dat moment relevant worden geacht. De eerste toelichting op de rechtmatigheidsverklaring zal worden gegeven in de paragraaf bedrijfsvoering horende bij de jaarrekening 2021. Nadien zal in de passage horende bij de begroting vooral de aandacht worden gevestigd op de te ondernemen stappen om de financiële rechtmatigheid beter te borgen.
33 // PROGRAMMABEGROTING 2022
Informatieveiligheid Informatieveiligheid is de overkoepelende term voor het geheel van organisatorische, technische en procedurele maatregelen, gericht op bescherming van informatie. Mede vanwege het toenemende aantal cyberaanvallen, dat zich ook in 2020 in het publieke domein heeft gemanifesteerd, is het thema meer dwingend op de agenda gezet. Bij veiligheidsregio’s gaat de zorg in dit kader vooral uit naar de vertrouwelijkheid en beschikbaarheid van informatie. En uiteraard de continuïteit van toegang tot die informatie. De privacyrisico’s zijn relatief (in vergelijking met die van een gemeente) beperkt. Voor de komende periode (2021 en verder) wordt een betere borging voor informatieveiligheid nagestreefd door: 1)
Ontwikkeling van een volwaardige beheerscyclus voor informatieveiligheid. Het thema wordt momenteel nog onvoldoende als cyclus benaderd. Dat wil zeggen: een periodieke actualisatie van geïdentificeerde risico’s, de kwalificatie van die risico’s, het treffen van bijpassende maatregelen en het toetsen van de werking van die maatregelen. Voor het laatste dient ook een interne methodiek van auditing te worden ontwikkeld. De Baseline Informatiebeveiliging Overheden (BIO) vormt daarbij het toetsingskader.
2)
Opstellen en vaststellen van een continuïteitsplan ICT: recente data-incidenten tonen het belang van een dergelijk continuïteitsplan aan. Daarom wordt dit onderdeel van de BIO met voorrang opgepakt. Het blijft in dit geval niet alleen bij vaststelling van een plan. Het plan moet ook worden beoefend met het “responsteam” dat verantwoordelijk is voor uitvoering van het plan.
3)
Samenwerking met veiligheidsregio’s: in opdracht van het Veiligheidsberaad wordt ook gekeken naar de mogelijkheden om landelijke voorzieningen te creëren, die 24/7 waken over de IT-omgeving van veiligheidsregio’s (een zogenaamde SOC) en in het geval van een incident het responsteam van de getroffen veiligheidsregio kan ondersteunen met specialistische kennis en know-how (een zogenaamde CERT).
Met ingang van de jaarrekening 2021 worden de bevindingen uit de jaarlijkse IT-audit en bijbehorende aanbevelingen in deze paragraaf samengevat.
34 // PROGRAMMABEGROTING 2022
4.5
Verbonden partijen
Deze paragraaf betreft derde rechtspersonen waarmee Veiligheidsregio Twente een bestuurlijk én financieel belang heeft, door een participatie in een vennootschap of deelnemingen in stichtingen. Met een bestuurlijk belang bedoelen we een zetel in het bestuur van een deelneming of stemrecht. Een financieel belang houdt in dat de organisatie middelen ter beschikking heeft gesteld en die verliest bij faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de verbonden partij op haar verhaald kunnen worden. Van een financieel belang is ook sprake als Veiligheidsregio Twente bij liquidatie van een derde rechtspersoon middelen uitgekeerd kan krijgen. Visie en beleid op verbonden partijen Veiligheidsregio Twente heeft geen specifieke visie ontwikkeld op gebied van verbonden partijen. Het belang daarvan groeit naarmate de organisatie zich verbindt aan meer partijen. Maar dat is niet het geval. Het aantal verbonden partijen van VRT is sinds oprichting stabiel. Risicoanalyse verbonden partijen Het is niet nodig om de partijen waarmee VRT zich heeft verbonden te voorzien van een risicoscore. Zowel de vereniging van eigenaren als de stichting Meldkamer Twente zijn rechtspersonen die enkel in het leven zijn geroepen om de uitvoering van zaken te waarborgen. Het zijn bovendien rechtspersonen zonder personeel (en dus zonder eigen wil).
Voor stichting BOGO worden de risico’s als zeer laag ingeschat. Lijst met verbonden partijen Stichtingen en verenigingen Vereniging van Eigenaren genaamd Hulpverleningsdiensten. Gevestigd aan de Demmersweg 55 (Westermaat) te Hengelo. 1. Doestelling
2.
Bestuurlijk en financieel belang
3.
Mate van beïnvloedbaarheid in bedrijfsvoering Financiële kengetallen 4. Jaarrekeningresultaat 5. Eigen vermogen 6. Vreemd vermogen
35 // PROGRAMMABEGROTING 2022
Informatie De vereniging opereert conform het vastgestelde reglement als bedoeld in artikel 111d, Boek 5 van het B.W., welk reglement bestaat uit een Modelreglement bij Splitsing Appartement. Daarnaast is opgenomen dat het bepaalde in annex 1 uitdrukkelijk niet van toepassing is en zijn aanvullingen en wijzigingen op het modelreglement in de splitsingsakte vermeld. De eigenaren in de gemeenschap zijn stemgerechtigd voor de volgende delen: • Veiligheidsregio Twente 39 stemmen • Stichting Ambulance Oost 61 stemmen Het bestuur van de vereniging bestaat uit twee bestuurders van Veiligheidsregio Twente namelijk de portefeuillehouder Financiën en de secretaris VRT en één bestuurder (directeur) van de Stichting Ambulance Oost. Veiligheidsregio Twente bezit 39 procent eigendomsrecht van het onroerend goed. Zij kan voor 39/100 deel aansprakelijk gesteld worden bij een faillissement of bij een financieel probleem Invloed op bedrijfsvoering is mogelijk via de benoemde bestuurders. 01-01-2022 31-12-2022 € 10.000 € 65.995 € 65.995 € 47.000 € 47.000
Stichting Meldkamer Twente Gevestigd aan de Demmersweg 55 (Westermaat) te Hengelo. 1. Doestelling
2.
Bestuurlijk en financieel belang
3.
Mate van beïnvloedbaarheid in bedrijfsvoering Financiële kengetallen 4. Jaarrekeningresultaat (prognose) 5. Eigen vermogen 6. Vreemd vermogen Stichting BOGO Brandweeropleidingen gevestigd te Zwolle. 1. Doestelling
2.
Bestuurlijk en financieel belang
3.
Mate van beïnvloedbaarheid in bedrijfsvoering Financiële kengetallen 4. Jaarrekeningresultaat (prognose) 5. Eigen vermogen 6. Vreemd vermogen
36 // PROGRAMMABEGROTING 2022
Informatie Het bevorderen van multidisciplinaire samenwerking van de meldkamers van de Politie Twente, Ambulance Oost en Veiligheidsregio Twente, door het faciliteren van ondersteunende processen. Zij tracht haar doelstelling te bereiken door het verwerven en exploiteren van infrastructuur en andere voorzieningen. De stichting wordt financieel gevoed door de achterliggende organisaties. (Politie, Ambulance Oost en VRT). Het stichtingsbestuur wordt gevormd door de directeuren van de verschillende hulpverleningsdiensten. De beïnvloedbaarheid in de bedrijfsvoering is redelijk groot gelet op het lidmaatschap van VRT in het stichtingsbestuur. 01-01-2022 31-12-2022 € 25.000 € 959.329 € 959.329 € 4.000 € 4.000 Informatie Het bevorderen van de opleiding, oefening en training ten behoeve van de brandweer en de hulpverlening in de ruimste zin, zulks overeenkomstig, voor zover van toepassing, de richtlijnen te dezer zake van overheidswege, met dien verstande dat hieronder niet zijn begrepen commerciële en marktgerichte activiteiten Het bestuur van de stichting bestaat naast de voorzitter, vice voorzitter en secretaris uit 6 regionale commandanten. De regionaal commandant van VRT is hier één van. Bij liquidatie van de stichting komt het aanwezig batig saldo ter beschikking van de deelnemende Samenwerkingsverbanden.
Een beperkte mate van beïnvloedbaarheid in de bedrijfsvoering is mogelijk via het lid in het bestuur. 31-08-2021 31-08-2022 100.000 2.234.728 2.234.728 4.800.000 4.700.000
5
Financiële begroting 2022
Conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten bestaat de financiële begroting uit een overzicht van baten en lasten en een uiteenzetting van de financiële positie, aangevuld met een toelichting. We starten met de grondslagen waarop de financiële begroting is gebaseerd.
5.1
Financiële uitgangs- en aandachtspunten
a. Basis begrotingskader 2022 De begroting van het lopende begrotingsjaar vormt in eerste aanleg het financiële kader voor de begroting van het komende begrotingsjaar. Het fundament voor deze begroting is grotendeels neergelegd in het principebesluit tot regionalisering d.d. 22 februari 2012. b. Loon- en prijscompensatie De cijfers van de Macro Economische Verkenning (MEV), uitgevoerd door het Centraal Plan Bureau (CPB), dienen als basis voor de berekening van de compensatie van loon- en prijsstijgingen. Voor de begroting 2022 worden de cijfers uit de MEV 2021 van september 2020 gehanteerd. Loonmutaties De huidige CAO gemeenten heeft slechts een looptijd tot 31 december 2020 en daarom wordt uitgegaan van de loonvoet sector overheid uit de MEV. Het CPB gaat uit van een loonstijging van 1,8 % in 2021. Voor 2022 is nog geen prognose afgegeven. Daarom wordt het cijfer voor 2021 ook van toepassing verklaard voor 2022. Noot: Het verschil tussen de geraamde en de werkelijke ontwikkeling van de loonsom, voor zover het CAOontwikkelingen of mutaties in het stelsel van sociale zekerheid betreft, wordt, indien sprake is van een betekenisvolle afwijking, separaat tussentijds verrekend met de gemeenten. Prijsmutaties Voor de prijsmutaties wordt uitgegaan van de IMOC (netto materiële overheidsconsumptie) met correcties van de indices over de jaren t-3, t-2 en t-1.
Deze index is nog niet berekend voor 2022 en daarom wordt de index voor 2021 op extrapolatiebasis aangehouden. De index voor 2021 bedraagt 1,5%. Vorig jaar werd uitgegaan van een index voor 2021 van 1,6%, derhalve een bijstelling met -0,1%. Het CPB heeft de inflatiecijfers voor 2019 en 2020 ook weer bijgesteld met resp. 1,0% en -0,1%. In totaal bedraagt de nacalculatie 0,8%. Om die reden worden de prijsindex-gerelateerde budgetten voor het begrotingsjaar 2022 verhoogd met (1,5% + 0,8%)= 2,3%. b1. Grondslag voor de loonsom Ten behoeve van het principebesluit is in het zogeheten normalisatietraject de formatie van de brandweer doorgerekend op basis van max-1 van de functieschaal plus een dekking voor de kosten van zogenaamde “uitloopschalen”. Dit vormt tevens de grondslag voor de loonsom van 2022. Dezelfde grondslag (max-1 van de functieschaal) wordt eveneens voor de overige kolommen van de organisatie toegepast. Voor beschikbare vacatures wordt de “max-2”-regel als grondslag genomen. c. FLO overgangsrecht Voor brandweerfunctionarissen met een bezwarende functie geldt het FLO-overgangsrecht. De bezwarende functies komen voor in een viertal gemeenten (Almelo, Hengelo, Enschede en Borne). De financiële implicaties van de regeling zijn voor rekening van de desbetreffende gemeenten (gesloten systematiek).
De uitgangspunten die liggen onder de berekening van de FLO-kosten zijn in 2012 met de gemeenten overeengekomen. Ook bestaat er consensus over de dekking van deze kosten. In 2017 is een definitief landelijk akkoord gesloten over de herziening van het FLO-overgangsrecht. De FLO-reservepositie is aanzienlijk toegenomen vanwege het principe van “doorschuiven” van het FLO-pad door medewerkers. Echter het gewijzigde overgangsrecht is mede ingegeven door het feit dat de levensloopregeling per 2022 eindigt. In de periode tot aan 2022 wordt die regeling maximaal benut en daarom moet het taakstellende spaarsaldo versneld worden volgestort. De reserves zijn bruikbaar om te voldoen aan deze verplichting. Het ingebrachte budget is niet structureel van aard: op termijn dalen de lasten, omdat het aantal FLOgerechtigden allengs verder zal afnemen. Gezien de beeindiging van de levensloopregeling per 2022 ligt het voor de hand om de financieringsafspraken te herijken. Hierover treedt VRT met betrokken gemeenten in overleg. Vooralsnog blijft het budget in 2022 gebaseerd op de bestaande afsprakenkaders.
37 // PROGRAMMABEGROTING 2022
d.
Kapitaallasten
Rentelasten en rentebaten Voor de begroting wordt het omslagrentepercentage berekend door de verwachte rentelasten te delen door de verwachte boekwaarde van de vaste activa per 1 januari van het begrotingsjaar. De rente wordt doorberekend aan de taakvelden waar de vaste activa bij behoren. Het bij de begroting gecalculeerde omslagrentepercentage mag op een veelvoud van 0,5% worden afgerond. Een actuele prognose van het omslagpercentage voor 2022 komt uit op 1,93% Bij de keuze voor de kleinste afronding komt de te hanteren omslagrente uit op 2,0%. Hiermee wordt gekozen voor een stabiele meerjarige omslagrente. Het verschil tussen de geprognotiseerde en de te hanteren omslagrente moet als een verwacht positief renteresultaat worden opgenomen. Vervangingsinvesteringen De investeringsruimte blijft op peil door de kapitaaluitgaven die in de begroting zijn afgeschreven, op te voeren als vervangingsinvestering. Vervangingsinvesteringen worden gecorrigeerd voor inflatie. Hierbij geldt eveneens het herrekende IMOC-cijfer van het CPB (voor 2022 dus 2,3%). e. Tarieftaken Voor taken, die niet via de algemene bijdrage van gemeenten worden bekostigd, gelden tarieven die alle bedrijfskosten moeten afdekken. Deze tarieven, gerelateerd aan een reëel te verwachten omzet, dienen tenminste een kostendekkend exploitatieresultaat op te leveren. Dit sluit aan bij de wet Markt en Overheid. f.
Financieringssystematiek Op 29 juni 2015 heeft het algemeen bestuur besloten om de zogenaamde Cebeon-norm als grondslag te nemen voor de verdeling van de gemeentelijke bijdrage. Op 12 oktober 2015 is met het algemeen bestuur een nadere technische uitwerking van het Cebeon-model overeengekomen. Deze technische uitwerking vormt dan ook de basis voor de financieringssystematiek voor de begroting 2022. In concreto komt het neer op de volgende uitgangspunten: • Grondslag voor de maatstafaantallen in enig begrotingsjaar (t): septembercirculaire t-2. • Grondslag voor de verdeelmodule: de per 15 maart (t-1) bekende bedragen per maatstaf. • Het rekeningresultaat wordt na rato inbreng verrekend met gemeenten. • Er vindt geen nacalculatie plaats vanwege bijstelling van de maatafaantallen voor enig jaar. De septembercirculaire t-2 blijft leading.
38 // PROGRAMMABEGROTING 2022
5.2
Overzicht van baten en lasten en de toelichting
Hieronder zijn totaaloverzichten van alle lasten, baten en reservemutaties opgenomen. In het onderstaand overzicht worden naast de vier programma’s de algemene dekkingsmiddelen, overhead, heffing vennootschapsbelasting (Vpb) en het bedrag voor onvoorzien gepresenteerd. Hierdoor wijkt het gepresenteerde totaal per programma in hoofdstuk 3 (incl. overhead, etc.) af van het hieronder gepresenteerde totaal per programma (exclusief overhead, etc.).
Bedragen x € 1.000,Programma Multidisciplinaire onderwerpen Brandweer GHOR Gemeenten Covid-19 Subtotaal Algemene dekkingsmiddelen Gemeentelijke bijdrage Overhead Heffing VPB Bedrag onvoorzien Subtotaal Totaal gerealiseerde saldo baten en lasten Toevoegingen/ onttrekkingen aan reserves Onttrekking aan weerstandsvermogen Gerealiseerd resultaat
Realisatie 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Lasten 1.952 42.018 1.121 488 175 45.754 10.587 10.587
Baten 2.650 7.253 892 453 50 11.298 45.285 491 45.776
Saldo 698 34.7652293512534.45645.285 10.09635.189
Lasten Baten Saldo Lasten Baten Saldo 1.488 2.005 517 1.430 2.008 578 43.344 7.355 35.989- 44.378 7.573 36.8051.268 946 3221.256 929 327497 460 37503 467 3646.597 10.766 35.831- 47.566 10.977 36.58946.761 46.761 47.827 47.827 11.447 517 10.930- 11.763 525 11.23811.447 47.278 35.831 11.763 48.352 36.589
56.341
57.074
733
56
1.086
1.030
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
56.397
58.160
1.763
58.044 58.044
58.044 58.044
-
-
59.329 59.329
59.329 59.329
Algemene dekkingsmiddelen Onderstaand geven we een beeld van de algemene dekkingsmiddelen (gesaldeerd: lasten en baten). Bedrag x € 1.000,Lokale heffingen Algemene uitkeringen Dividend Saldo van financieringsfunctie Overige algemene dekkingsmiddelen Totaal algemene dekkingsmiddelen
Begroting 2022 47.827 47.827
5.2.1 Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Binnen Veiligheidsregio Twente is er geen sprake van structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves.
39 // PROGRAMMABEGROTING 2022
-
-
5.2.2 Taakvelden Het volgende overzicht geeft inzicht in het verdelingsprincipe van de taakvelden naar de programma's voor het begrotingsjaar 2022. De lasten en baten zijn exclusief reservemutaties Taakveld Bedragen x € 1.000,0.1 Bestuur 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Heffing VPB 1.1 Crisisbeheersing & Brandweer 1.2 Openbare orde & veiligheid 8.3 Wonen & Bouwen Totaal
40 // PROGRAMMABEGROTING 2022
Multidisciplinaire onderwerpen Baten Lasten 50 1 911 -
Baten 524 -
Lasten 10.594 42 273 -
Baten -
Lasten 258 -
Baten -
1.480
1.093
6.523
41.533
929
1.256
467
503
34.985
528 -
287 -
-
1.480
-
-
-
-
-241 1.480
2.009
2.341
7.047
53.922
929
1.515
467
503
47.827
Brandweer
GHOR
Gemeenten
Totaal
Lasten Saldo 50 11.238 42 273 -
5.3
Uiteenzetting financiële positie
Deze paragraaf geeft een uiteenzetting weer van de financiële positie. De paragraaf bevat een meerjarenperspectief met daarin de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage, prognose van de balans en het EMU-saldo. Daarnaast zal aandacht worden besteed aan het verloop van de reserves en het verloop van de voorzieningen, de investeringen en de jaarlijkse terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. 5.3.1 Meerjarenraming 2022-2025 Het meerjarenperspectief en daarin de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage is hieronder beknopt weergegeven. De uitgangspunten die in de meerjarenraming zijn gehanteerd worden weergegeven onder het meerjarenoverzicht.
Uitgangspunten bij meerjarenraming: 1) Loon- en prijscompensatie zijn meerjarig geraamd op 1,75% (gewogen gemiddelde van huidige CPBcijfers. 2) De afschrijvingscomponent van de kapitaallasten worden geïndexeerd met 1,75% (gewogen gemiddelde van huidige CPB-cijfers) 3) Het financieel kader van het vastgestelde beleidsplan ’21-’24 (stabiel gedurende de beleidsperiode) is leidend voor deze meerjarenraming. 4) Nieuw beleid is mede vanwege punt 3 voor de periode 2022-2025 geraamd op 0. 5) Risico’s, zoals beschreven in par. 4.1 treden niet op of worden eigenstandig opgevangen. 6) De financiële gevolgen van de organisatiewijziging vanwege de gelijke behandeling beroeps en vrijwilligers (taakdifferentiatie) is vooralsnog niet verwerkt in de meerjarenraming. Dit vanwege de grote onzekerheden, onder andere wat betreft compensatie van het Rijk.
41 // PROGRAMMABEGROTING 2022
5.3.2 Geprognosticeerde balans In het onderstaand overzicht is de geprognotiseerd balans (per 31-12) opgenomen voor de desbetreffende jaren. Activa (x € 1.000)
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Materiële vaste activa
52.232
58.032
62.962
61.312
61.312
61.312
Kapitaalverstrekkingen
0
0
0
0
0
0
Leningen
73
73
73
73
73
73
Uitzettingen > 1 jaar
0
0
0
0
0
0
Totaal Vaste Activa
52.304
58.104
63.034
61.384
61.384
61.384
Voorraden Uitzettingen <1 jaar Liquide middelen
0
0
0
0
0
0
4.039
855
3.570
2.944
2.591
2.579
0
0
0
0
0
0
Overlopende activa
1.875
1.875
1.875
1.875
1.875
1.875
Totaal Vlottende Activa
5.914
2.730
5.445
4.819
4.466
4.454
Totaal Activa
58.218
60.834
68.479
66.204
65.851
65.839
Passiva (x € 1.000)
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Eigen vermogen
2.822
2.025
675
332
79
167
Voorzieningen
0
0
0
0
0
0
Vaste schuld
37.500
42.200
51.700
50.700
50.700
50.700
Totaal Vaste Passiva
40.322
44.225
52.375
51.032
50.779
50.867
Vlottende schuld
14.785
13.862
13.862
13.862
13.862
13.862
Overlopende passiva
3.112
2.748
2.243
1.310
1.210
1.110
Totaal Vlottende Passiva
17.896
16.609
16.104
15.172
15.072
14.972
Totaal Passiva
58.218
60.834
68.479
66.204
65.851
65.839
Toelichting op de belangrijkste mutaties in de balansprognose: • Materiële vaste activa In 2021 en 2022 zorgen de aanschaf van 12 tankautospuiten en de nieuwbouw van kazerne Almelo voor een aanzienlijke stijging van de waarde van de vaste activa. In 2023 is er een afname door een lager investeringsniveau en door de beoogde verkoop van het pand aan de Demmersweg (Meldkamer). • Uitzettingen < 1 jaar In deze post, die onder andere de rekening schatkistbankieren bevat, zijn de schommelingen in de liquiditeitspositie zichtbaar. • Eigen vermogen De geraamde afname van het eigen vermogen is voornamelijk te verklaren door de uitkering van een deel van het jaarrekeningresultaat 2020 aan de gemeenten en door de mutaties in de reserves FLO. • Vaste schuld Voor de grote investeringen in 2021 en door de afloop van een langlopende lening in dat jaar (€ 2,3 mln.), is het noodzakelijk om langlopende leningen af te sluiten voor in totaal € 7 mln. In 2022 loopt een lening van € 2,5 mln. af en is een nieuwe lening benodigd van € 12 mln. Vanaf 2023 stabiliseert de vaste schuld op het hogere niveau. • Overlopende passiva Deze post neemt af door de besteding van vooruit ontvangen Rijksbijdragen. Belangrijk element hierin is de vergoeding voor de transitie Meldkamer. Deze vergoeding wordt ingezet in 2023, met name voor de afboeking van een deel van de boekwaarde van het gebouw voor de Meldkamer.