DEF Begroting 2022
Tekst van het document
Dit geldt met name voor wat betreft de bekostiging van de onderwijstrajecten. Dit geldt ook voor de taakstelling huisvesting Statushouders. In 2022 kan deze waarschijnlijk niet worden gerealiseerd in verband met krapte op de woningmarkt. De achterstand die ontstaat in 2021 zal naar verwachting alleen maar oplopen. Een ander risico vanuit de Participatie is een hoger beroep op de open einde regelingen. Nu de coronasteun voor bedrijven gaat stoppen is het de vraag of je een boeggolf effect gaat krijgen voor wat betreft faillissementen. Als dat het geval is dan werkt dat, met enige vertraging, door in de uitgaven voor de open einde regelingen. Coronacrisis De coronarisico’s gericht op de kortere termijn zijn verlaagd waardoor deze uit de top 10 zijn verdwenen. Door het landelijke vaccinatiebeleid en het snel acteren bij de stijging aantallen besmettingen waaronder sluiting openbare ruimtes en verminderen aantallen bezoekers zijn de effecten op de korte termijn van de coronacrisis flink verlaagd. De risico’s binnen onze bedrijfsvoering zijn komen te vervallen. Door meerdere aanpassingen zoals de mogelijkheid om thuis te kunnen werken, het hanteren van een maximale bezettingsgraad binnen het huis van Cultuur en Bestuur en het ventileren en schoonhouden van de ruimtes is onze bedrijfsvoering gestabiliseerd. De verwachte economische negatieve effecten blijven vooralsnog uit.
Bouwgrondexploitaties De bouwgrondexploitaties waren afgelopen jaren een flink risico in de gemeentelijke begroting. Door het aantrekken van de woningmarkt en de interesse in industriekavels, zijn de risico’s afgenomen en staat alleen het risico met betrekking tot de aanpassing van de bestemming woonlocaties nog in de top 10. De verwachting dat het ongeldig verklaren van de PAS (Programma Aanpak Stikstof) door de Raad van effect zou hebben op de grondverkopen, bleek beperkt. De boekwaarde van ’t Lochter III bedraagt naar verwachting per 1 januari 2022 € 2,7 miljoen. Door de goede verkopen zijn de risico’s afgenomen. Van de oorspronkelijke 26 hectare terrein is op het moment van schrijven nog slechts 2,8 hectare niet verkocht. De exploitatie wordt samen met vijf marktpartijen gedaan. Hellendoorn deelt voor 40% in winsten en verliezen, de andere participanten gezamenlijk voor 60%. Hierover zijn contractuele afspraken gemaakt. De risico’s van de overige nog lopende grondexploitaties beperken zich momenteel nog tot bedrijventerrein Haarle en Hellendoorn Noord fase 1b. In 2021 worden Aan de Tuinen en Hart van Noetsele afgesloten. In de Branderij en de Heemtuin zijn alle kavels verkocht en alleen nog risico’s op het woonrijp maken. Voor de huidige en toekomstige grondexploitaties bestaat het risico op schadeclaims als gevolg van het omzetten van een bestemmingsplan (planschade).
93
Infrastructurele risico’s Ten aanzien van risico’s op het infrastructurele deel zien we één risico in de top 10. Het sterk toenemend gebruik van elektrische fietsen, maar ook de ontwikkelingen op het gebied van elektrische auto’s hebben ongetwijfeld een belangrijke invloed op de manier waarop we onze infrastructuur gebruiken en moeten in richten. We volgen deze ontwikkelingen en nemen, waar nodig, passende maatregelen. Bouw Reggesteyn Het schoolbestuur is bouwheer van de nieuwbouw van Reggesteyn, waarbij het budget waar we van uitgaan gebaseerd is op normbedragen. Het risico van hogere bouwkosten voor de nieuwbouw van Reggesteyn kan zich in de toekomst voordoen, terwijl de bekostiging vanuit het Rijk voor onderwijshuisvesting onvoldoende meebeweegt met de ontwikkeling van die normbedragen. Dit wordt inzichtelijk bij afronding van de verschillende tussenfases. Dan kan blijken dat het opgenomen investeringsbudget onvoldoende is.
bedragen x € 1.000 Benodigde weerstandscapaciteit Zekerheidspercentage: 10% 25% 50% 75% 80% 90% 95%
3.768 4.302 4.935 5.623 5.803 6.299 6.713
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Hellendoorn bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico’s in financiële zin af te dekken.
Risicokaart In de onderstaande risicokaart zijn de risico’s uitgezet naar financiële impact maal de kans dat het risico zich voordoet. Een risico dat in het groene gebied zit, vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico in het oranje gebied, vraagt om aandacht. Een risico met de risicoscore in het rode gebied vereist directe aandacht. U ziet dat er momenteel twee financiële risico’s in het oranje risicogebied liggen. Dit zijn: ■ Toename van Jeugdzorg in aantal en onvoldoende grip op de uitgaven (R162). ■ Daling uitkering gemeentefonds (R54).
Financieel 3
5
1
2
€ 250.000 < x < € 500.000
5
5
6
3
€ 100.000 < x < € 250.000
3
5
22
5
1
€ 25.000 < x < € 100.000
7
6
15
8
5
x < € 25.000
3
4
7
2
3
1 10%
30%
50%
Verwachte stand ultimo 2021
Vrij aanwendbare Reserve Financieringsreserve Bufferreserve grondexploitatie Totaal beschikbare weerstandscapaciteit
5.860 3.332 4.569 13.761
De benodigde weerstandscapaciteit wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van de berekening vormt de ratio weerstandsvermogen. De ratio geeft een indicatie of de gemeente voldoende in staat is om de aanwezige risico’s op te kunnen vangen. De ratio ziet er volgt uit:
x > € 500.000
Kans
Beschikbare weerstandscapaciteit
Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit
Netto
Geen financiele gevolgen
bedragen x € 1.000
1 70%
90%
Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de ingevoerde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 24,3 miljoen) ongewenst is. De risico’s zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Onderstaande grafiek en de bijbehorende tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie. Hieruit volgt dat 90% zeker is dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 6,3 miljoen (de benodigde weerstandscapaciteit).
De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio. bedragen x € 1.000 Weerstandsnorm
Ratio
Betekenis
Waarderingscijfer A B C D E F
groter dan 2.0 1.4 - 2.0 1.0 - 1.4 0.8 - 1.0 0.6 - 0.8 kleiner dan 0.6
uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende
Het ratio van gemeente Hellendoorn valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen.
94
95
Kengetallen In deze paragraaf presenteren we enkele kengetallen om de weerstandscapaciteit te kunnen beoordelen. Daarnaast bevordert dit de financiële vergelijkbaarheid tussen gemeenten. In onderstaand overzicht worden de totalen van de kengetallen weergegeven inclusief de signaleringswaarden.
Rekening Begroting Begroting 2020 2021 2022 104,8% 102,5% 116,8% 97,9% 97,2% 111,2% 10,9% 10,5% 10,5% 7,4% 3,3% 1,7% 6,1% 0,1% 0,5% 110,2% 112,3% 110,0%
Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Sovabliliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Gemeentelijke belastingcapaciteit
MJR 2023 116,8% 111,1% 11,3% 0,9% -1,1% 110,0%
MJR 2024 112,5% 106,8% 12,3% -0,4% -1,5% 110,0%
MJR 2025 109,1% 103,6% 13,7% -0,8% -1,2% 110,0%
Toelichting signaleringswaarden In overleg tussen de provincies en het ministerie van Binnenlandse zaken zijn afspraken gemaakt over signaleringswaarden voor de financiële kengetallen. Voor elk kengetal worden er drie categorieën onderscheiden: gezond (A), neutraal (B) en risicovol (C).
zettingen korter dan 1 jaar. Het betreft hier het saldo dat uitstaat bij de schatkist. In de begroting gaan we er van uit dat er voortvarend aan de slag wordt gegaan met (vervangings)investeringen, waardoor dit saldo terug loopt. De huidige doelstelling is om in de periode 2030-2032 uit te komen op een netto leningenportefeuille van 90% van het begrotingstotaal.
Solvabiliteitsratio
Rekening Begroting Begroting 2020 2021 2022 18.191 16.392 15.660 166.860 155.544 149.393 10,9% 10,5% 10,5%
2. Solvabiliteitsratio A. Eigen vermogen B. Totaal passiva Solvabiliteit
+ /
MJR 2023 16.303 144.626 11,3%
bedragen x € 1.000 MJR MJR 2024 2025 17.340 18.538 140.564 135.378 12,3% 13,7%
Toelichting Het eigen vermogen is in 2020 sterk toegenomen door incidentele meevallers, maar ook de komende jaren verwachten we dat de stijging doorzet. Dit heeft een voordelig effect op de solvabiliteitsratio, hoewel deze nog wel aan de lage kant is.
Grondexploitatie Signaleringswaarden kengetallen 1a. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2. Sovabliliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit
Categorie A
Categorie B
Categorie C
< 90% < 90% > 50% < 20% > 0% < 95%
90 - 130% 90 - 130% 20 - 50% 20 - 35% 0% 95 - 105%
> 130% > 130% < 20% > 35% < 0% > 105%
Hieronder worden de kengetallen afzonderlijk toegelicht.
Netto schuldquote Rekening Begroting Begroting 2020 2021 2022 126.300 119.997 114.444 5.082 4.900 4.900 8.619 5.200 5.200 126 151 226 7.179 5.638 5.521 26.746 17.227 4.941 382 512 512 4.411 4.400 4.400 103.343 105.150 97.992 104,8% 102,5% 116,8% 97,9% 97,2% 111,2%
1. Netto schuldquote A. Vaste schulden B. Netto vlottende schuld C. Overlopende passiva D1. Financiële activa (excl. verstekte leningen) D2. Financiële activa (verstrekte leningen) E. Uitzettingen < 1 jaar F. Liquide middelen G. Overlopende activa H. Totale saldo van baten (excl. mut. res.) Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
+ + + /
MJR 2023 108.891 5.108 5.200 210 5.404 3.102 512 4.400 95.022 116,8% 111,1%
bedragen x € 1.000 MJR MJR 2024 2025 103.338 97.785 5.603 4.900 5.200 5.200 193 177 5.287 5.170 3.424 632 512 512 4.400 4.400 93.912 93.610 112,5% 109,1% 106,8% 103,6%
Toelichting In de meerjarige ontwikkeling van de netto schuldquote zien we in 2022 een stijging van het percentage ten opzichte van de jaren 2020 en 2021. Dit is voornamelijk het gevolg van daling van het totale saldo van baten, want de netto schulden nemen – conform ingezet beleid – keurig af. De daling van het saldo van baten ten opzichte van de jaren ervoor is het gevolgd van de hausse in grondverkopen in de grondexploitaties. Vooral de vaste schulden laten een gestage daling zien. In het overzicht zien we ook een dalend bedrag op de uit-
96
Rekening Begroting Begroting 2020 2021 2022 6.532 3.426 1.644 87.704 105.150 97.992 7,4% 3,3% 1,7%
3. Grondexploitatie A. Niet in exploitatie genomen bouwgronden B. Bouwgronden in exploitatie C. Totale saldo van baten (excl. mut. res.) Grondexploitatie
+ + /
MJR 2023 868 95.022 0,9%
bedragen x € 1.000 MJR MJR 2024 2025 - 402 - 755 93.912 93.610 -0,4% -0,8%
Toelichting Bovenstaande tabel laat zien dat de impact die de grondexploitatie heeft op onze reguliere bedrijfsvoering opnieuw verder afneemt. In de gemeenterekening 2015 was dit percentage nog 33,1%. De boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie neemt af met het uitgeven van kavels en door het treffen van voorzieningen. Doordat er nog geen nieuwe grondexploitaties zijn opgestart en in de bestaande grondexploitaties veel wordt verkocht en afgerond, neemt het percentage af: zelfs tot een negatieve boekwaarde, wat betekent dat er winsten in zitten.
Structurele exploitatieruimte Rekening Begroting Begroting 2020 2021 2022 97.038 104.906 96.962 103.343 105.150 97.892 100 450 103.343 105.150 97.992 6,1% 0,1% 0,5%
4. Structurele exploitatieruimte A. Totale structurele lasten B. Totale structurele baten C. Totale structurele toevoegingen aan de reserves D. Totale structurele onttrekkingen aan de reserves E. Totale saldo van baten (excl. mut. res.) Structurele exploitatieruimte
+ + /
MJR 2023 96.114 95.022 95.022 -1,1%
bedragen x € 1.000 MJR MJR 2024 2025 95.328 94.769 93.912 93.610 93.912 93.610 -1,5% -1,2%
Toelichting In 2022 hebben we een minimale begrotingsruimte en de jaren daarna is de structurele ruimte negatief. We verwachten dat dit na de toegezegde middelen van het Rijk wordt opgeheven.
97
Paragraaf 3: Onderhoud kapitaalgoederen
Gemeentelijke belastingcapaciteit Rekening Begroting Begroting 2020 2021 2022 403 403 413 240 228 234 211 240 245 855 871 892 776 776 811 110,2% 112,3% 110,0%
5. Gemeentelijke belastingcapaciteit A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde C. Afvalstoffenheffing voor een gezin D. Eventuele heffingskorting voor een gezin E. Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde F. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar er voor
+ + + /
MJR 2023 413 234 245 892 811 110,0%
Toelichting De belastingdruk ligt hoger dan het landelijk gemiddelde (zie ook paragraaf 1 lokale heffingen).
MJR 2024 413 234 245 892 811 110,0%
MJR 2025 413 234 245 892 811 110,0%
Inleiding In deze paragraaf geven wij inzicht in het onderhoud van de kapitaalgoederen van de gemeente Hellendoorn. Het onderhoud van deze kapitaalgoederen is van groot belang voor het optimaal functioneren van de gemeente, onder meer op het gebied van veiligheid, vervoer en recreatie. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan zijn bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard ook voor de (jaarlijkse) lasten.
De kapitaalgoederen kunnen als volgt gerubriceerd worden: ■ infrastructuur (wegen, bruggen en riolering); ■ voorzieningen (openbaar groen, speelplaatsen, openbare verlichting); ■ gebouwen. Het onderhoud van deze kapitaalgoederen is van groot belang voor het optimaal functioneren van de gemeente, onder meer op het gebied van veiligheid, vervoer en recreatie. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. Binnen Hellendoorn is sprake van de volgende kapitaalgoederen ■ Woonruimten ■ Bedrijfsgebouwen ■ Grond- weg en waterbouwkundige werken Onderverdeeld in: a. Wegen b. Openbare verlichting c. Bruggen en tunnels d. Speelplaatsen e. Riolering f. Openbaar groen g. Buitensportaccommodaties
Kapitaalgoed
Beheer/onderhoudsplan
Vastgesteld
Onderhoudsniveau
Voorziening
Woonruimten en bedrijfsgebouwen Wegen Openbare verlichting Bruggen en tunnels Speelplaatsen Riolering Openbaar groen Buitensportaccommodaties
Meerjarenonderhoudsplan Onderhoudsprogramma wegen Duurzaam beheer 2016-2020 Uitvoeringsplan bruggen en tunnels Speelruimte visie Hellendoorn 2021 Samen leven met water 2021-2025 Groenbeleidsplan 2015-2025 Cyclisch vervangen toplagen i.o.m. de Blos
1 x per 2 jaar Elke 3 jaar 2016 2021 2021 2020 2015 Jaarlijks
Score 3 NEN2767 CROW C CROW B/C Gemiddeld CROW B/C Gemiddeld CROW A/B/C Sober en doelmatig
Nee Ja Nee Ja Nee Nee Nee Nee
Hierna wordt ingegaan op de verschillende kapitaalgoederen en de nota’s die over het onderhoud hiervan zijn geschreven.
98
99
De Kapitaalgoederen
Vastgoed
Areaal
Aantal
Wegen • Asfalt en beton verharding • Asfalt en beton verharding • Klinkerverharding • Klinkerverharding • Onverhard en halfverharding • Wegen
306 1.252.654 122 593.168 138 566
Eenheid km. m2 km. m2 km. km.
De vastgoedportefeuille van de gemeente Hellendoorn bevat 81 objecten met een bruto vloer-oppervlakte van zo’n 55.000 m². Onderstaand volgt een overzicht per gebruiksfunctie.
Sportgebouwen (32%)
Gebruiksfunctie gemeentelijk vastgoed Hellendoorn 23%
Kantoor (23%) 21%
Bijeenkomst (21%) Parkeren (13%)
13%
Openbare verlichting • Lichtpunten
7.550
stuks
Riolering • Vrijverval-riolering • Persleiding • Inspectieputten • Rioolgemalen • Bergbezinkbassins • Tunnel- en Oppervlaktegemaal • Pompunits • Overstorten vuilwater • Overstorten hemelwater
233 220 7.773 27 7 10 762 48 72
km. km. stuks stuks stuks stuks stuks stuks stuks
Openbaar Groen • Stedelijk groen (gazon, heesters, sier) *) • Landschappelijk groen (berm, bosplantsoen, riet) *) • Begraafplaatsen
1.475.308 1.840.289 100.844
Speelplaatsen • Aantal speelplaatsen
83
Kunstwerken • Verkeersbruggen • Spoorbrug • Spoortunnel • Fietstunnel • Fietsbrug • Voetgangersbrug
15 3 6 3 17 1
Gebouwen • Gebouwen en objecten (eigendom) • Onderwijshuisvesting
35 25
*) De grote stijging tov 2021 wordt veroorzaakt door het in kaart brengen en classificeren van de bermen in verband met het ter hand nemen van het ecologisch bermbeheeer. Uiteraar waren deze bermen er altijd al.
m2 m2 m2
32%
Wonen (5%) 5% 4%
2%
Winkel (2%) Overig (4%)
Naast het reguliere advieswerk en de geplande onderhoudswerkzaamheden zijn voor 2022 de volgende speerpunten benoemd: ■ Proactieve advisering en continue afstemming met het corporate beleid ■ Relatiebeheer met huurders ■ verduurzamen van de vastgoedportefeuille Verder zal er actief worden gestuurd op de prestatie van de vastgoedportefeuille. Dient het vastgoed geen beleidsdoel (meer) dan zal het worden afgestoten. In de programmabegroting 2022 bedraagt het reguliere onderhoudsbudget € 679.000,--. Daarnaast is er ook een calamiteitenbudget van jaarlijks € 65.000,-- in de begroting opgenomen.
stuks stuks stuks stuks stuks stuks
Onderwijshuisvesting Wij zijn verantwoordelijk voor nieuwbouw en uitbreiding van schoolgebouwen, herstel van constructiefouten en het beschikbaar stellen van het eerste onderwijsleerpakket en meubilair als een onderwijsvoorziening wordt uitgebreid. Hiervoor is jaarlijks € 70.000,-- beschikbaar. De schoolbesturen zijn zelf verantwoordelijk voor het binnen- en buitenonderhoud van schoolgebouwen. Voor de nieuwe onderwijsvoorziening voor CSG Reggesteyn is onderzocht is hoe het schoolbestuur en de gemeente elkaar kunnen versterken binnen beider financiële draagkracht. De oplossing is gevonden door afwijkend van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Hellendoorn 2015, een maatwerkconstructie aan te gaan en over te gaan tot doordecentralisatie. Hiervoor zijn wij een overeenkomst met het schoolbestuur aangegaan en hebben wij in de begroting jaarlijks een vast bedrag staan. De verantwoordelijkheid voor het bouwheerschap van de nieuwe school met sportzalen ligt bij het bestuur van CSG Reggesteyn. Om strategische keuzes te maken t.a.v. de onderwijsvoorzieningen en om te bepalen hoe met investeringen om te gaan, gaan we in 2022 een Integraal Huisvestingsplan (IHP) opstellen. Hiervoor is een bedrag van € 35.000,-- beschikbaar. In een IHP leggen we samen met de schoolbesturen onze lange termijn visie op de Hellendoornse onderwijsvoorziening vast.
100
101
Wegen
■ ■
Inspectie en kwaliteit van verhardingen Eén keer in de drie jaar worden de verhardingen globaal visueel geïnspecteerd door een extern bureau waarbij de kwaliteit in beeld wordt gebracht conform de landelijke richtlijnen van het CROW. Voor het laatst is een nieuwe inspectie uitgevoerd in 2019. In het eerste kwartaal van 2022 worden de wegen opnieuw geïnspecteerd. Het regelmatig opnieuw inspecteren van de verhardingen is noodzakelijk om ook in de toekomst voldoende inzicht te houden in de kwaliteit van het areaal. Om gewogen keuzes te kunnen maken in onderhoudsmaatregelen voor wegen is het essentieel dat het areaal, de gewenste kwaliteit en de beschikbare financiële middelen bekend zijn. Langjarig wegenonderhoud en achterstand De visuele weginspectie over het totale wegenareaal vormt de basis voor het onderhoudsprogramma voor de komende jaren. Er is een meerjarenplanning en een financiële doorrekening gemaakt waarbij ook rekening wordt gehouden met het onderhoud aan de verhardingen vanuit projecten die uitgevoerd worden. Dat kunnen projecten zijn vanuit de vakgebieden Verkeer, Riolering en Groen waardoor ook maatregelen aan de verharding noodzakelijk zijn. Voor het benodigde budget, op basis van het cyclisch onderhoud van het wegenareaal, werken we met een voorziening onderhoud wegen. In 2022 storten we een bedrag van € 1.330.000,-- in deze voorziening.
Uitgangspunt bij cyclisch onderhoud is overigens dat er geen achterstallig onderhoud aanwezig is. In de planning van het langjarig wegenonderhoud tot en met 2030 zijn de wegvakonderdelen met asfaltverharding en elementen opgenomen die achterstallig onderhoud kennen. Het plan is erop gericht dat de uit de inspectie blijkende achterstand in 2030 is weggewerkt. De hoeveelheid achterstallig onderhoud vermindert daardoor jaarlijks. Echter, ieder jaar ontwikkelt zich ook nieuw achterstallig onderhoud. We monitoren dit jaarlijks om het onderhoudsniveau C te handhaven. Asfaltverharding Het wegbeheer geeft vanuit de voorziening prioriteit aan het wegwerken van de achterstand in onderhoud wat tot kapitaalvernietiging leidt. (Kapitaalvernietiging wordt gedefinieerd als het verschil tussen de oorspronkelijke maatregel en de zwaardere maatregel, die als gevolg van uitstel noodzakelijk is). Hier is gehoor aangegeven door slim te plannen en afstemming te zoeken met diverse vakdisciplines. Het is van belang om een goede balans te vinden in het onderhoud aan slechte, onvoldoende en matige verhardingen. Wanneer het gehele budget wordt besteed aan de slechte verhardingen, dan zullen de onvoldoende en matige verhardingen ver-slechteren zodat hier vaker een zwaardere maatregel nodig zal zijn.
Elementverharding Bij elementverhardingen verloopt het verouderingsproces veel trager, vandaar dat er prioritering is gegeven aan het wegwerken van de achterstand op het onderdeel asfaltverharding. Op basis van de toestand en de kwaliteit van de materialen dient rekening te worden gehouden met een toename van de onderhoudskosten voor de elementenverhardingen voor de lange termijn Riolering Rioolstelsels zijn van oudsher primair aangelegd vanuit het maatschappelijk belang van de volksgezondheid. Afvalwater wordt via rioolstelsels op een hygiënische manier uit woonkernen afgevoerd. Daarnaast draagt het bij aan een aantrekkelijke woon- en recreatie omgeving. In de loop der tijd zijn het beheersen van wateroverlast in woonkernen en het beheersen van emissies naar het milieu bij het beheer van rioolstelsels als maatschappelijke belangen toegevoegd. Het beleid in de gemeente Hellendoorn is uitgewerkt in het beleidsplan “Samen leven met water 2021 t/m 2025”. De gemeente heeft een aantal wettelijk verplichte watertaken: ■ Het inzamelen en verwerken van afvalwater;
102
Het verwerken van afstromend hemelwater; Het beperken van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming.
Met het uitvoeren van deze watertaken wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de volksgezondheid en leefbaarheid in de gemeente Hellendoorn. De speerpunten voor de komende jaren zijn: Het zo lang mogelijk en bedrijfszeker instant houden van het rioolstelsel is onze kerntaak. Daarnaast zetten we de komende jaren vooral in op het klimaatadaptief inrichten van onze openbare ruimte. Dit betekent dat we met de inrichting van de openbare ruimte rekening proberen te houden met langdurige droogte/hitte en met extremere neerslag. Bruggen In 2021 is het strategisch beheerplan civiele kunstwerken 2021-2025 vastgesteld. Op basis van dit beheerplan is er een voorziening onderhoud civiele kunstwerken ingesteld. In 2022 storten we hierin een bedrag van € 196.000,--. In strategisch beheerplan zijn de uitgangspunten voor het onderhoud en de instandhouding van de kunstwerken vastgelegd. Om inzicht en ook overzicht te houden in het totale kunstwerkenbestand en de daarbij behorende onderhoudsbehoefte, is het gehele areaal in 2019 onderworpen aan een inspectie. Na deze inspectie kon een goed beeld worden gevormd van wat de huidige onderhoudsstaat van de kunstwerken is. Deze gegevens zijn op gestructureerde wijze vastgelegd in ons het beheersysteem. Op deze wijze kan in de toekomst het kunstwerkenbestand eenvoudig worden beheerd.
Openbaar groen Het groenbeleidsplan geeft voor een periode van tien jaar (2015-2025) een richting aan de wijze waarop het openbare groen wordt beheerd, onderhouden en (opnieuw) wordt ingericht. De gemeente streeft naar een duurzame vergroening van de woonkernen waarbij de huidige groene kwaliteit minstens wordt behouden en waar mogelijk wordt versterkt. Bij het plan behoort een kaart met de groenstructuren en de diverse onderhoudszones. In ver-band met andere maatschappelijke wensen, zoals biodiversiteit, verdroging, hittestress, water-overlast, problematiek eikenprocessierupsen, krijgt het groenbeleidsplan een update. Door de invoering van het werken met beeldkwaliteit is het beeld bepalend voor het onderhoudsniveau. Het uitgangspunt is niet meer de onderhoudsfrequentie, maar hoe het openbaar groen eruit moet zien. Dit beeld wordt gegarandeerd door onderhoud te plegen op het moment dat het nodig is (afhankelijk van de groeiomstandigheden) en niet wanneer het ‘weer aan de beurt’ is. Op basis van een globale inspectie is de kwaliteit van het groenareaal in kaart gebracht. Aan de hand daarvan wilden we het groen in de centra en op de begraafplaatsen op (CROW) A-niveau brengen en in de wijken op B/C-niveau.
Gelet op de areaaluitbreidingen de afgelopen jaren en wat er nog de komende jaren bij komt vanuit diverse projecten, afgezet tegen de beschikbare middelen, is onderhoudsniveau B in de wijken niet haalbaar. Wij faciliteren en ondersteunen burgerinitiatieven om het groen gezamenlijk te onderhouden. In Haarle voeren we het onderhoud samen uit met Plaatselijk Belang en bewoners Het onderhoud van het openbaar groen wordt deels door eigen mensen, deels door bedrijven maar ook deels door medewerkers vanuit de uitvoering sociale werkvoorziening uitgevoerd. Voor 2022 is er voor het product openbaar groen € 1.015.000,-- aan materiële kosten beschikbaar. Deze bedragen zijn exclusief apparaatskosten en overhead, maar inclusief de inschakeling van medewerkers sociale werkvoorziening. Openbare verlichting We streven naar een doelmatig en duurzaam beheer voor de openbare verlichting voor de komende jaren. En gaan daarnaast kritisch om met het plaatsen en vervangen van verlichting onder het motto ‘niet verlichten, tenzij’. In 2022 wordt verdergegaan met het vervangen van de verlichting in enkele wijken van Nijverdal en Hellendoorn
103
door energiezuinige verlichting (LED). Daarmee zijn we goed op weg om de energiedoelstellingen (en beperking CO2-uitstoot) te halen. Voor de komende jaren is een investeringsbudget opgenomen en voor de langere termijn hebben we de benodigde budgetten in het Meerjarig Investeringsprogramma inzichtelijk gemaakt. Verder wordt, om de veiligheid van lichtmasten te waarborgen, ook in 2022 weer een NEN-keuring uitgevoerd bij een steekproef van ca. 100 lichtmasten. Speelplaatsen De gemeente heeft op dit moment 83 openbare speelplekken plus 30 sportvoorzieningen (trapvelden, asfaltplakken) in beheer en onderhoud. Als eigenaar is de gemeente verantwoordelijk voor de veiligheid op deze openbare speelplekken en zijn wij verplicht om van elk speeltoestel een nauwkeurig logboek bij te houden om een helder beeld te hebben in het beheer en de werkzaamheden en controles die zijn uitgevoerd. Op dit moment staat er voor ca. € 3 miljoen aan kapitaalgoederen binnen de gemeente aan speeltoestellen (incl. valondergronden). In het kader van de ombuigingen voor de begroting 2021 is het onderhoudsbudget structureel verlaagd naar € 55.000,--. Naar aanleiding van deze ombuiging is ervoor gekozen om het aantal speelplaatsen te verminderen. Het bepalen welke speelplaatsen of speeltoestellen moeten verdwijnen en op welke wijze, is vanwege het ontbreken van actueel beleid erg lastig gebleken.
Daarom is in 2021 een visie opgesteld voor de toekomstige inrichting van het aantal speelplaatsen. Dit leidt tot een structuur waarbij een netwerk van speelplaatsen wordt gerealiseerd die is afgestemd op de behoefte aan speelplaatsen en de soorten speelplaatsen. Daarmee zullen we de komende jaren bepaalde speelplaatsen langzaam omvormen zonder dat er sprake is van kapitaalvernietiging doordat goede toestellen worden verwijderd. De visie wordt in voorjaar 2022 verder vertaald in een nieuw beleidsplan. Het streven in de komende jaren is om de speelplekken op een goed en veilig niveau te houden. Daarnaast wordt op een verantwoorde wijze uitvoering te geven aan de uitwerking en uitvoering van het nieuwe beleid. Buitensportaccommodaties We onderhouden onze buitensportaccommodaties op een sober en doelmatig niveau. De vervanging van de kunstgrasvelden is opgenomen in het meerjarig investeringsprogramma (MIP). De toplagen van de natuurgrasvelden worden gerenoveerd aan de hand van het door de BLOS vastgestelde schema op basis van economische afschrijvingstermijnen. Als de staat van de natuur- en kunstgrasvelden (sporttechnisch) nog goed is, dan worden de renovaties doorgeschoven in tijd.
Voor 2022 staan in de planning: ■ renovatie natuurgrasveld op sportpark De Leemkamp (Marle); ■ vervanging toplaag van de atletiekbaan (Nijverdal); ■ vervanging toplaag van kunstgras sport- en spelvoorziening De Plakke (Haarle); ■ vervanging toplagen van twee kunstgras voetbalvelden op sportpark De Voordam (Hellendoorn); ■ vervanging toplaag van één kunstgras voetbalveld op sportpark Smidserve (Nijverdal).
Paragraaf 4: Financiering
Inleiding Het doel van deze paragraaf is de raad te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van financieringsrisico’s. De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Meer concreet gaat het om financiering van het beleid tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden.
Verbeteren financieringspositie Een belangrijk uitgangspunt blijft het versterken van de financiële positie. In 2011 is beleid vastgesteld om de financieringspositie te verbeteren. Dit betekent onder andere dat we teruggaan naar een ‘regulier’ investeringsvolume dat past bij een gemeente van onze omvang. In februari 2020 hebben we dit beleid opnieuw geëvalueerd. Het investeringsvolume is nu gemaximeerd op € 6,35 miljoen netto per jaar. De € 6,35 miljoen is inclusief de reeds lopende strategische projecten. We streven naar een langlopende netto schuldenlast van maximaal 90% van het begrotingstotaal. Doelstelling is om dit voor het eerst te behalen in de periode 2030-2034. De raadsbesluiten bij de begroting 2020 en bij de evaluatie van de financieringspositie in februari 2020 hebben geleid tot een storting in de financieringsreserve van € 450.000,-- in 2021 en structureel € 600.000,-- in de jaren daarna. Bij de behandeling van de jaarrekening 2020 is besloten om de bufferreserve af te romen met € 1 miljoen en in 2021 te storten in de financieringsreserve. We storten in de periode 2022-2025 per saldo in totaal € 2,2 miljoen in de financieringsreserve. We zien hierdoor een (verwachte) groei van de financieringsreserve van circa € 2 miljoen in 2020 tot 5,6 miljoen eind 2025.
Op basis van de huidige inzichten verwachten we de doelstelling te behalen om de netto schuldenlast te verminderen. Treasurybeleid Het algemene beleidsuitgangspunt van het treasurybeheer binnen onze gemeente kan als volgt worden omschreven: de gemeente voert –gelet op haar publiekrechtelijke taak om maatschappelijke kapitaal te beheren– een risicomijdend treasurybeleid. Binnen dit risicomijdend beleid stelt de gemeente zich ten doel een zo hoog mogelijk rendement over het belegd vermogen en/of zo laag mogelijke kosten over leningen te realiseren binnen duidelijk geformuleerde randvoorwaarden ter beperking van risico’s. De uitgangspunten en bevoegdheden in het treasurybeheer zijn vastgelegd in het treasurystatuut. Het gaat daarbij om de beleidsmatige vaststelling van de uitgangspunten, doelstellingen, de organisatorische en financiële kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie. De doelstellingen van het treasurybeleid zijn: 1. het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden met als doel het uitvoeren van de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting; 2. het verzekeren van een duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 3.
het beschermen van gemeentelijke vermogens en resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s; 4. het optimaliseren van renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido, aanvullende regelgeving en de voorschriften die in dit besluit zijn opgenomen; 5. het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.
104
105
Rentebeleid Bij financiering is er de keus tussen projectfinanciering en integrale financiering. Bij projectfinanciering wordt de lening aangetrokken ten behoeve van een bepaalde investering of project. Bij deze methode ligt het voor de hand de rentelasten van de lening toe te rekenen aan de investering of programma waarvoor de investering is aangetrokken. Bij integrale financiering wordt de totale financieringsbehoefte van de gemeente bekeken en daarvoor wordt financiering aangetrokken. Door middel van de omslagrente wordt de rente van investeringen toegerekend aan producten en maken deze lasten vervolgens deel uit van de betreffende programma’s. De omslagrente heeft een stabiliserend effect op de begroting. Wij passen de methode van integrale financiering toe en maken gebruik van een renteomslag. Op basis van de te betalen rente, leningen met vaste percentages en de huidige boekwaarde van investeringen berekenen we de omslagrente. De renteomslag bedraagt voor de periode 2022-2025 1,9% (2019 2,8%). De gemiddelde rente over de langlopende geldleningen bedraagt 2,0%. In 2020 zijn 16 bestaande opgenomen langlopende geldleningen bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) omgezet in één nieuwe langlopende geldlening.
Doordat de boeterente voor de vervroegde aflossing van deze leningen is verdisconteerd in het rentepercentage én de lening een lange looptijd heeft, heeft er een flinke daling van de rentekosten plaatsgevonden ten opzichte van voorgaande jaren (renteomslag was 2,8% en de gemiddelde rente over langlopende leningen 3,1%).
Begroting 2021
Begroting 2022
- 2.931 141
- 2.482 89
- 2.346 88
- 2.790
- 2.393
- 2.258
(+)
742
227
79
bedragen x € 1.000
(+)
-
-
-
(+) (+)
Saldo rentelasten en rentebaten
(+)
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen (contante waarde)
-
-
-
- 2.048
- 2.166
- 2.179
-
-
- 2.048
- 2.166
- 2.179
2.148
2.190
2.272
100
24
93
(+) (+)
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e. Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
Kredietrisico’s De financiering van en de garantstelling voor de Woningstichting loopt via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Daartoe heeft de gemeente met het WSW een achtervangovereenkomst gesloten. Deze achtervangovereenkomst is in 2021 geactualiseerd voor de nieuwe leningen die woningcorporaties afsluiten. Voor hypothecaire woningleningen van particulieren staat de gemeente voor 50% garant voor leningen die afgesloten met een Nationale Hypotheekgarantie en vóór 2011 zijn aangegaan. Vanaf 2011 staat het Rijk volledig in de achtervang garant,
Rekening 2020
Renteschema
c1. Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c2. Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
Treasurybesluit In 2019 is het geactualiseerde treasurybeleid in werking getreden. In het treasurybesluit wordt het treasurybeleid van de gemeente op hoofdlijnen vastgelegd. In het treasurybesluit zijn de doelstellingen op treasurygebied vastgelegd. Hierin zijn tevens de taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties, de bijbehorende informatievoorziening en de richtlijnen en limieten voor het aantrekken van korte en lange financieringsmiddelen opgenomen. Een belangrijk deel van de limieten en richtlijnen is bepaald door de Wet financiering decentrale overheden (wet fido). Middels de limieten en richtlijnen wordt het “risicoprofiel” van de gemeente bepaald, waarbinnen de treasuryactiviteiten dienen te worden uitgevoerd.
Kasgeldlimiet Door het omzetten van geldleningen bij de BNG wordt minder snel afgelost, waardoor er de komende jaren geen nieuwe financiering hoeft te worden aangetrokken. Op het moment dat dit weer nodig is, zal – indien het aantrekken van kortlopende geldlening nog steeds zo voordelig is- hier eerst gebruik van worden gemaakt. Het aanhouden van kortlopende leningen is echter gelimiteerd: dit wordt de kasgeldlimiet genoemd. De kasgeldlimiet houdt in dat de totale omvang van de vlottende schuld maximaal 8,5% van de lastenkant van de gemeentebegroting mag zijn. Het begrotingstotaal voor 2022 komt uit op een bedrag van € 100,6 miljoen. De kasgeldlimiet voor 2022 komt derhalve uit op ruim € 8,5 miljoen.
bedragen x € 1.000
a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering b. Externe rentebaten (idem)
Treasurybeheer
(-)
f. Renteresultaat op het taakveld treasury
1e kwartaal
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
Netto vlottende schuld Omvang vlottende schulden Omvang vlottende middelen Netto vlottende schuld
15.691 - 15.691
12.691 - 12.691
9.691 - 9.691
4.941 - 4.941
Toegestane kasgeldlimiet Omvang begroting Kasgeldlimiet (in % van de grondslag) Toegestane kasgeldlimiet
100.555 8,5% 8.547
100.555 8,5% 8.547
100.555 8,5% 8.547
100.555 8,5% 8.547
24.238
21.238
18.238
13.488
Kasgeldlimiet
Toets kasgeldlimiet Onderschrijding Overschrijding
Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen voor gemeenten niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De renterisiconorm benadrukt vooral het belang van een goede spreiding van de leningenportefeuille en van de renterisico’s. De norm is een benadering hiervoor. Door de omzetting van de geldleningen zijn er in de periode 2022-2025 geen renterisico’s te verwachten in de opgenomen geldleningen.
106
107
bedragen x € 1.000 Renterisico Renterisico op vaste schulden Renteherziening o/g Renteherziening u/g Netto saldo herziening Aflossingen Renterisico vaste schulden (3+8) Toegestane renterisiconorm Omvang begroting (= grondslag) Renterisiconorm (in % van de grondslag) Minimumbedrag (wettelijk bepaald) Toegestane renterisiconorm Toets renterisiconorm Onderschrijding Overschrijding
Begroting 2022
MJR 2023
MJR 2024
MJR 2025
5.553 5.553
5.553 5.553
5.553 5.553
5.553 5.553
100.555 20,0% 2.500 20.111
97.962 20,0% 2.500 19.592
96.913 20,0% 2.500 19.383
96.071 20,0% 2.500 19.214
14.558
14.039
13.830
13.661
Gemeentefinanciering De financieringsbehoefte wordt bepaald door ontwikkelingen in exploitatie en balans. De berekening van de financieringsbehoefte is in onderstaande tabel weergegeven. bedragen x € 1.000 Begroting 2022
MJR 2023
MJR 2024
MJR 2025
Kasstromen uit investerings- en financieringsactiviteiten Jaarlijkse aflossing vaste schuld Netto investeringen Voorfinanciering Reggesteyn Afname voorraden Subtotaal investerings- en financieringsactiviteiten
5.553 14.971 p.m. - 1.856 18.668
5.553 5.455 p.m. - 756 10.251
5.553 4.573 p.m. - 1.249 8.877
5.553 5.648 p.m. - 332 10.869
Kasstromen uit operationele activiteiten Ontwikkeling reserves en voorzieningen Afschrijvingen Subtotaal operationele activiteiten
- 674 7.015 6.341
597 7.487 8.084
1.015 7.576 8.591
1.090 7.582 8.672
Totale financieringsbehoefte
12.327
2.167
286
2.197
Reeds gefinancierd Geldleningen Interen op schatkist Financiering met kort geld
12.286 -
1.839 327
-
2.197 -
41
1
286
-
Financieringsbehoefte
Resterende financieringsbehoefte
Leningenportefeuille en schuldenpositie Mede door het hoge investeringsvolume van de afgelopen decennia is onze totale schuldenpositie sterk toegenomen en staat onze solvabiliteit onder druk. Per 1 januari 2022 staat aan vaste geldleningen een restant schuld van € 120 miljoen open. De staat van opgenomen geldleningen ziet er voor 2022 als volgt uit:
Opgenomen leningen
Oorspr. Bedrag
Rente %
Rente Bedrag
Begin looptijd
Opname 2022
bedragen x € 1.000 BoekAflossing waarde 2022 31-12-2022
Leningen Woningcorporaties n.v.t.
-
-
-
-
-
Leningen Woningcorporaties
-
-
-
-
-
3.500 9.500 106.997
-
- 500 - 500 - 4.553
3.000 9.000 102.444
Leningen overig Waterschapsbank BNG BNG
5.000 10.000 113.826
Leningen overig
128.826
2.344
119.997
-
- 5.553
114.444
Totaal
128.826
2.344
119.997
-
- 5.553
114.444
4,67% 1,80% 1,94%
150 167 2.028
2008 2020 2020
2028 2040 2045
Zoals aangegeven in hoofdstuk 2 verwachten we dat de langlopende schulden na 2022 verder afnemen. Eind 2025 is het saldo van de langlopende schulden € 97,8 miljoen.
In dit overzicht is nog geen rekening gehouden worden met de voorfinanciering van Reggesteyn. We hebben met Reggesteyn afgesproken dat wij de voorfinanciering van de bouw in de periode 2020-2023 regelen. Tot medio 2021 heeft Reggesteyn hier geen gebruik van hoeven maken. We waren voornemens kortlopende leningen aan te trekken maar gezien de positieve stand van onze liquide middelen kunnen we in 2021, 2022 en wellicht zelfs in 2023 deze voorfinanciering uit eigen middelen betalen.
108
Einde looptijd
Boekwaarde 1-1-2022
109
Paragraaf 5: Bedrijfsvoering
er weer een generatiepactregeling ingevoerd kan worden, maar dan onder de noemer vitaliteitsregeling. Dit draag bij om medewerkers vitaal toe te kunnen laten werken naar het pensioen. De digitalisering van P&O-processen wordt in 2022 verder uitgebouwd en de informatie is (overal en altijd) via het web beschikbaar voor medewerker en manager. Dit moet zorgen voor een betere en snellere verwerking van personele wijzigingen, bijbehorende budgetten en actuele managementinformatie.
Inleiding In deze paragraaf gaan we in op de bedrijfsvoeringsaspecten in onze organisatie en welke speerpunten we daarin hanteren voor 2022. Bedrijfsvoering gaat over de manier waarop we dingen regelen en hoe we als medewerkers en bestuurders elkaar het best kunnen ondersteunen. De paragraaf is nu nog redelijk beschrijvend vanuit de bedrijfsvoeringsteams. We willen deze paragraaf volgend jaar op een andere manier vormgeven en het meer richten op de totale bedrijfsvoering van onze gemeente.
Wat we willen bereiken Inkoop, aanbesteding en contractmanagement In de loop van 2021 komt ons inkoop en contractmanagement systeem gereed. Daardoor zijn we beter in staat onze contracten te monitoren en is het een hulpmiddelen voor ambtenaren en de leden van de Tenderboard om beter inzicht en begeleiding te krijgen bij het inkoopproces. Er staan weer diverse Europese aanbestedingen op de agenda die door onze eigen inkopers of door collega’s uit andere gemeenten, in het kader van de samenwerking met de 14 Twentse gemeenten, begeleid worden. Personeels- en organisatiebeleid Uitgangspunt voor 2022 is dat wederom een zo flexibel en wendbaar mogelijke inzet van de personele capaciteit en kwaliteit wordt nagestreefd. Via maatwerk wordt op dit moment invulling gegeven aan instrumenten om de noodzakelijke flexibele inzetbaarheid en mobiliteit op gang te brengen. Hoewel de medewerker verantwoordelijk is voor zijn eigen loopbaan, is stimulering en begeleiding vanuit management en P&O ook van belang. Onder invloed van de coronacrisis is het werk er in korte tijd anders uit komen te zien. Ook relaties met collega’s en leidinggevenden staan hierdoor in een ander daglicht. Een deel van de veranderingen hebben een blijvend effect zoals het meer thuiswerken en digitaal vergaderen.
Medewerkers en leidinggevenden moeten hierbij de werk-privébalans bewaken en zorgen voor een goede onderlinge afstemming. P&O biedt hierbij advies en ondersteuning. Met de managers wordt nader ingezoomd op de personele planning voor de komende jaren. Het gaat hierbij om de instroom, doorstoom en uitstroom van personeel waardoor de juiste medewerker, op je juiste plaats zit, op het juiste moment om de gewenste resultaten te kunnen behalen. De personele uitstroom voor de komende jaren is in beeld. Doel hierbij is zo goed mogelijk in te spelen op toekomstige ontwikkelingen, personele uitstroom ,nieuwe competenties, formatie en taakstelling en herbezetting en de situatie op de arbeidsmarkt. Op dit moment zien we dat het zien we steeds meer krapte op de arbeidsmarkt ontstaan. Hierdoor wordt het steeds moeilijker alle vacatures in te vullen. Het vinden en binden van personeel is komend jaar dan ook een belangrijke uitdaging . Aandacht voor aantrekkelijk werkgeverschap en aandacht voor het welzijn van de medewerker is hierbij van groot belang. Uitgangspunt hierbij zijn aandacht voor opleidings- en ontwikkelmogelijkheden, goede balans tussen werk en privé en zo optimaal mogelijk gebruik maken van de aanwezige capaciteiten en talenten. In de tweede helft van 2021 zijn de nieuwe gesprekscyclus (spilgesprekken) uitgerold. De dialoog tussen leidinggevende en medewerker centraal.
Spil stelt de groei van de medeweker centraal. De focus is toekomstgericht en er wordt een continue dialoog gevoerd. De frequentie van de gesprekken wordt in overleg tussen leidinggevende en medewerker vastgesteld. De voortgang wordt in 2022 verder gemonitord. In de nog definitief af te sluiten Cao gemeenten (2021) worden ook afspraken gemaakt over vitaliteitsbeleid. Dit zal lokaal moeten worden uitgewerkt. Uitgangspunt hierbij is vitale medewerkers die gedurende hun hele loopbaan energie hebben om hun werk goed uit te voeren, op verschillende plekken en in verschillende omstandigheden inzetbaar zijn en gezond hun pensioen te halen; fysiek, mentaal en sociaal. Hierbij wordt onder meer onderzocht of
110
Toegestane formatie Begroting Begroting 2021 2022
Personele sterkte Bestuur Bestuur Totaal bestuur
Personeelslasten Begroting Begroting 2021 2022
32,48 32,48
32,48 32,48
-1.136 - 1.136
-1.162 - 1.162
Directie en Staf Team Fysiek Domein Team Openbare Ruimte Team Maatschappelijk Domein Team Sociaal Domein Team Dienstverlening en Informatisering Team Bedrijfsvoering
8,11 42,78 83,21 34,54 53,35 45,78 39,47
8,11 43,78 83,21 34,54 51,85 45,78 39,47
-810 -3.472 -5.220 -2.378 -3.969 -3.474 -3.097
-833 -3.611 -5.490 -2.429 -4.144 -3.640 -3.116
Overig Taakstelling ambtelijk apparaat
1,73
1,73
-152 61
-188 156
308,98
308,48
- 22.511
- 23.295
0,00
0,00
- 225 - 225
- 224 - 224
341,46
340,96
- 23.873
- 24.681
Totaal Huidig personeel Voormalig personeel Burgemeester en wethouders Totaal Voormalig personeel Totaal personeel
Met ingang van 1 april 2021 is de organisatiewijziging doorgevoerd. Voor de leesbaarheid van bovenstaande tabel is uitgegaan van de nieuwe organisatie-indeling per 1 januari 2021. De cao gemeenten liep af per 1 januari 2021. Bij het opstellen van de begroting is er nog geen akkoord bereikt. Voor 2022 gaan we uit van een raming van de lonen en salarissen van 2%. De pensioenlasten en sociale premies zijn gebaseerd op het premieniveau van 2021, waarbij rekening is gehouden met een geraamde stijging van 2,5% voor de pensioenpremies en 1,5% voor de sociale lasten. Informatievoorziening De digitale technologie heeft de maatschappij in een kwart eeuw ingrijpend veranderd. We kunnen ons nauwelijks meer de tijd herinneren waarin we niet altijd telefonisch bereikbaar waren, er geen Facebook, Twitter en Instagram was. Er was nog geen big data en blockchain, de privacy werd gewaarborgd door het brief- en telefoongeheim. Informatietechnologie is een zegen. Die nieuwe technologie zorgt er bijvoorbeeld voor dat kennis en informatie voor miljarden mensen bereikbaar is in plaats van voor een selecte groep en dat we door bundeling en analyse van gegevens beter beleid kunnen maken. Ons leven en de samenleving als geheel zijn er grondig door veranderd en in veel opzichten aangenamer en gemakkelijker geworden. Informatietechnologie heeft echter ook een keerzijde.
Hoe beschermen we onze privacy? Wat doet fake news met de meningsvorming? Hoe gaan we om met artificiële intelligentie, de ontwrichtende effecten van cybercriminaliteit en de vervuiling van data? Wat gebeurt er met onze data en welke consequenties heeft dat?
111
In 2020 hebben we geconstateerd dat onze ICT en informatievoorziening onvoldoende op orde was. Daardoor ontstonden in toenemende mate risico’s, enerzijds vanuit de veiligheid, anderzijds vanuit de bedrijfscontinuïteit. Ook de functionaliteit was in veel situaties onvoldoende.
Vanuit het uitgangspunt ’de basis op orde’ zijn we in 2020 gestart met het op orde brengen van onze systemen. In 2021 is gestart met de bijbehorende inrichting, organisatie, processen en de verdere uitrol daarvan binnen de organisatie. Inmiddels is de basis wat betreft techniek en organisatie op orde.
We zullen ons in 2022 en verder in toenemende mate gaan richten op het meer aanbieden van digitale diensten aan onze inwoners bijvoorbeeld in de vorm van e-diensten. Hiervoor is het noodzakelijk dat we de organisatie beter gaan ondersteunen, onder andere door procesoptimalisatie en data gedreven werken. De processen zullen in toenemende mate digitaler, transparanter en uniformer worden ingericht. Dit betekent dat de processen op orde zijn en data c.q. informatie beschikbaar is om het werk goed en efficiënt te kunnen uitvoeren. Voor inwoners geldt dan dat helder is wie wat wanneer doet, dat steeds meer de eigen informatie digitaal ingezien kan worden en dat steeds meer diensten digitaal worden aangeboden. Naast het technisch en organisatorisch op orde brengen en houden van de informatievoorziening is mede vanuit de hack in de Hof van Twente waakzaamheid op het gebied van informatieveiligheid een belangrijk vraagstuk voor alle overheden en dus ook voor de gemeente Hellendoorn. Kortheidshalve wordt hiervoor verwezen naar paragraaf 8, Informatieveiligheid en privacy.
Paragraaf 6: Verbonden partijen
Inleiding Verbonden partijen zijn vennootschappen (NV’s en BV’s), stichtingen, verenigingen en gemeenschappelijke regelingen, waar de gemeente in deel neemt. Een partij geldt als verbonden partij als de gemeente in die partij een bestuurlijk en/of een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan een zetel in het bestuur of het hebben van stemrecht. Met een financieel belang wordt bedoeld dat de gemeente (meerjarig) financiële verplichtingen is aangegaan met een verbonden partij. De gemeente neemt daarbij het risico dat zij de ter beschikking gesteld financiële middelen kwijt is in geval van faillissement van de verbonden partij en/of dat bij financiële problemen van de verbonden partij kosten verhaald kunnen worden op de gemeente. Verbonden partijen zijn tegenwoordig niet meer weg te denken in het publieke domein en vervullen steeds vaker een belangrijke rol voor gemeenten. Meer en meer hebben organisaties elkaar nodig om de benodigde kennis en expertise samen te brengen en in te zetten om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. De decentralisaties binnen het sociale domein versterken dat beeld. De laatste evaluatie laat zien dat de gemeente deelneemt in een overzichtelijk aantal verbonden partijen, waaraan in zowel beleidsmatig als financieel opzicht geen grote risico’s verbonden zijn.
Diverse deelnemingen zijn historisch bepaald; andere zijn op basis van landelijke wet- en regelgeving voorgeschreven.
Beleid In de raadsvergadering van 31 januari 2017 is de kadernota ‘verbonden partijen’ vastgesteld. In de kadernota is uiteengezet hoe we als gemeente met verbonden partijen om willen gaan. Ook worden de rollen en bevoegdheden van gemeenteraad en college beschreven in deze nota. Onderdeel van het beleidskader is een besliskader voor het wel of niet deel (blijven) nemen aan verbonden partijen. Met de afspraken in deze kadernota menen we het inzicht in verbonden partijen voor alle betrokkenen te kunnen vergroten. Het beleidskader verbonden partijen zal in principe eens in de vier jaar worden geactualiseerd of zoveel vaker als daar aanleiding voor is. Op basis van de kadernota vindt samenwerking met andere overheidslichamen (met overdracht van verantwoordelijkheden, bevoegdheden en/of financiële participatie) alleen plaats als dit het geëigende middel is om beleidsdoelstellingen van de gemeente Hellendoorn te realiseren. De Wet gemeenschappelijke regelingen is hiervoor dan het meest aangewezen kader. Gemeenschappelijke regelingen worden pas getroffen na instemming van de gemeenteraad. Bij het aangaan van een samenwerking moet bovendien expliciet worden vastgelegd op grond van welke overwegingen tot samenwerking wordt besloten. De kadernota staat op de nominatie om te worden herzien. Dat wacht op de voorgenomen wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
De wet is inmiddels door de Tweede Kamer aangenomen maar moet nog door de Eerste Kamer worden behandeld.
Kaderstellende nota’s ■ ■ ■
112
Beleidskader verbonden partijen (2016 / 16INT00862) Begroting 2022 gemeenschappelijke regelingen (2021 / 2021-012960) Evaluatie relatie verbonden partijen (2017 / 17INT02041)
113
Publiekrechtelijke rechtspersonen Publiekrechtelijke samenwerking vindt plaats op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Dergelijke samenwerkingsverbanden zijn te karakteriseren als verlengd lokaal bestuur. Op deze wijze participeert de gemeente Hellendoorn in de onderstaande 11 gemeenschappelijke regelingen / bestuurlijke overleggen.
1. Veiligheidsregio Twente 2. GR Gezondheid 3. Bestuurlijk overleg sociaaleconomische structuurversterking (SES) 4. Recreatieschap Twente 5. Stadsbank Oost-Nederland 6. Euregio 7. Omgevingsdienst Twente 8. Twentse Kracht 9. IT-Platform Twente 10. Samenwerking mobiliteit 11. Milieu Duurzaamheid Afval (MDA) en de Regionale energiestrategie (RES) De uitgaven die voortvloeien uit deelname aan gemeenschappelijke regelingen zijn verplichte uitgaven die in de gemeentebegroting opgenomen dienen te worden. Op grond van het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen heeft uw raad de mogelijkheid opmerkingen over de ontwerpbegroting kenbaar te maken aan het algemene bestuur van de betreffende gemeenschappelijke regeling. In het voorjaar 2022 worden de ontwerpbegrotingen van de 5 verschillende openbare lichamen aan de raad voorgelegd.
Gemeenschappelijke Doelstelling / taken regeling / bestuurlijk overleg Het bestuurlijk overleg is geformaliseerd door een bestuursovereenkomst tussen de 14 Twentse Bestuurlijk overleg sociaalgemeenten. De bestuursovereenkomst ziet in eerste instantie op het overleg tussen leden van de 14 economische structuurversterking colleges over de overheidsinbreng in de Twente Board. Daarnaast biedt de overeenkomst de Postbus 1400 mogelijkheid om andere onderwerpen te bespreken op het terrein van sociaaleconomische 7500 BK Enschede ontwikkeling.
GR Gezondheid Postbus 1400 7500 BK Enschede
De GR Gezondheid is de rechtsopvolger van Regio Twente, waarin gemeenschappelijke taken van de 14 Twentse gemeenten zijn ondergebracht op het gebied van GGD, OZJT en VTT met gastheerschappen voor Samen14 en Kennispunt Twente. Doelstelling is het bundelen van krachten op inhoudelijke thema’s binnen het gezondheidsdomein.
Veiligheidsregio Twente Nijverheidstraat 30 7511 JM Enschede
Veiligheidsregio Twente (VRT) wil de veiligheid van iedereen die in Twente woont, werkt en verblijft vergroten door de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen efficiënt, effectief en professioneel te organiseren.
Recreatieschap Twente Postbus 1400 7500 BK Enschede
In de bedrijfsvoeringsorganisatie Recreatieschap Twente is het beheer en onderhoud ondergebracht van de drie Twentse recreatieparken en de recreatieve routenetwerken. Daarnaast verzorgt het recreatieschap Twente, met inbreng vanuit de Twente Board, de subsidiëring van de toeristische marketing en promotie van Twente.
Twentse Kracht Postbus 20 7500 AA Enschede
Twentse Kracht is een platform voor alle ambtenaren van inmiddels 22 aangesloten overheidsinstanties, waaronder de 14 Twentse gemeenten. De verschillende partijen werken samen op het gebied van professionele en persoonlijke ontwikkeling van de Twentse ambtenaren en op het gebied van arbeidsmobiliteit. De gemeente Enschede treedt op als gastheer voor deze coalitie.
IT Platform Twente Postbus 20 7500 AA Enschede
In het IT Platform zijn gezamenlijke producten, diensten en thema’s op het vlak van informatisering & automatisering (I&A) ondergebracht. Het IT Platform Twente past in de doelstelling van samenwerking binnen Twente op het gebied van de bedrijfsvoering, om hoge kwaliteit van dienstverlening te kunnen blijven realiseren. De gemeente Enschede treedt op als gastheer voor deze coalitie.
Samenwerking mobiliteit Postbus 18 7550 AA Hengelo
De samenwerking mobiliteit betreft het bestuurlijk overleg van de regionale portefeuillehouders bereikbaarheid over samenwerking op gebied van verkeer en vervoer/ mobiliteit. De gemeente Hengelo treedt op als gastheer voor deze coalitie.
Binnen Twente wordt al geruime tijd samengewerkt op het gebied van milieu, duurzaamheid en afval. Samenwerking Milieu, Duurzaamheid en Afval(MDA) De regionale energiestrategie is daar de laatste jaren bij gekomen. Dat is een verplichte samenwerking tussen o.a. de gemeenten, provincie en waterschappen. De gemeente Hengelo treedt op als gastheer Postbus 18 voor deze coalitie. 7550 AA Hengelo
114
EUREGIO Enscheder Strasse 362 48599 Gronau
De EUREGIO maakt zich er sterk voor de samenwerking tussen Nederland en Duitsland te vereenvoudigen en te komen tot meerwaarde voor beide zijden. Daarbij staat voorop: ● vergroting van de economische kracht en de kwaliteit van leven en ● bevordering van de integrae van het gebied.
Stadsbank Oost Nederland Postbus 1393 7500 BJ Enschede
De Stadsbank richt zich samen met de deelnemende gemeenten op het versterken van de financiële weerbaarheid en de eigen kracht van vooral minder financieel draagkrachtigen. Daar waar mogelijk worden maatwerkgerichte oplossingen aangeboden voor financiële vraagstukken en schuldenproblematiek.
Omgevingsdienst Twente Haven Zuidzijde 30 7607 EW Almelo
De Omgevingsdienst Twente (ODT) zorgt ervoor dat de leefomgeving voor mens en dier veilig is en dat het milieu wordt beschermd. Zij is belast met de voorbereiding van te verlenen milieuvergunningen aan (risico)bedrijven en controleert of bedrijven zich aan de regels houden. De dienst voert die taken uit in opdracht van de gezamenlijke overheden (provincie en gemeenten) in de regio.
115
Ontwikkelingen Voor 2022 kunnen als belangrijke ontwikkelingen worden genoemd: Regio Twente is op 8 juli 2021 ontvlochten en gaat verder in drie delen: ■ Twente Board en een uitvoeringsorganisatie Een samenwerking op sociaal economisch gebied tussen overheid, ondernemers en kennisinstellingen. De gemeentelijke inbreng in de Twente Board stemmen we onderling af in het Bestuurlijk overleg sociaaleconomische structuurversterking. ■ Een gemeenschappelijke regeling met focus op het gebied van gezondheid Gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD), Organisatie voor Zorg en Jeugdhulp (OZJT) en Veilig Thuis Twente. ■ Recreatieschap Twente Een organisatie voor het beheer en onderhoud van de drie Twentse recreatieparken en de toeristische routes alsmede de subsidiëring van de toeristische marketing en promotie van Twente. We zijn op dit moment nog volop bezig met het inrichten van de nieuwe samenwerking.
■
■
■
Coalitions of the willing zijn de vrijwillige samenwerkingen van 2 of meer gemeenten en eventuele andere organisaties die gefaciliteerd werden door Regio Twente. Omdat het om vrijwillige samenwerkingen gaat, is het aan de deelnemende gemeenten zelf om dit te organiseren. Voor ons betreft dit Samen14, Mobiliteit, Milieu Duurzaamheid Afval (MDA), Twentse Kracht en het IT-Platform Twente. Hoewel nog niet alles is afgerond, zijn inmiddels al wel afspraken gemaakt dat de GR Gezondheid, respectievelijk de gemeenten Hengelo en Enschede, als gastheer voor de coalities zullen optreden. Op het gebied van Veiligheidsregio Twente (VRT) speelt er naast de reguliere veiligheidstaken in 2022 een aantal thema’s. De overgang naar de nieuwe meldkamer vraagt in de eerste plaats de nodige aandacht. Dit betreft onder andere de zorg voor het meldkamerpersoneel, de aansturing van de meldkamer, de borging van alarmering en opschaling van de crisisorganisatie door de meldkamer en het ontsluiten van relevante data uit het meldkamersysteem. De planning is dat de nieuwe meldkamer in de tweede helft van 2022 gereed zal zijn. Ook de omgevingswet heeft gevolgen voor de VRT-organisatie, specifiek voor de brandweer in samenwerking met gemeenten.