CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Voorstel bestemmingsplan

Gemeenteraad 22 oktober 2024, gemeente HellendoornBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Doorstroomwoningen Haarlerveldweg 6-8 Haarle27.885 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Planspecifiek Het aspect 'water' vormt geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.

4.9

Externe veiligheid

4.9.1 Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Bij het transport, de opslag en bij het be- en verwerken in bedrijven van gevaarlijke stoffen, maar ook nabij luchthavens bestaat de kans op ongevallen waarbij slachtoffers vallen die niet bij de activiteit betrokken zijn. Personen die in bedrijven werken worden door de wetgeving rond arbeidsomstandigheden beschermd. Personen die zich buiten (extern) de bedrijfsgrens bevinden worden beschermd door wet- en regelgeving voor externe veiligheid.

50

Het doel van de toets op externe veiligheidsaspecten rond ruimtelijke plannen is na te gaan welke risico’s de voorgenomen ontwikkelingen met zich brengen. Dit om de mogelijkheid te bieden een externe veiligheidssituatie te creëren die voldoet aan de behoeften. Daartoe kan het ruimtelijk initiatief of specifieke wijze worden ingevuld en kunnen eventuele aanvullende maatregelen worden getroffen. Het externe veiligheidsonderzoek richt zich eerst op het plaatsgebonden risico. Dit geeft een beeld van de ruimtelijke verdeling van de hoogte van de risico’s rond een bron. Vervolgens wordt nagegaan wat de hoogte van het groepsrisico is. Dit geeft inzicht in de aantallen personen die bij een ongeval kunnen worden betrokken. Als er sprake is van groepsrisico, als een ongeval tot meer dan 10 dodelijke slachtoffers kan leiden, moeten risicogegevens worden verzameld, moet een advies over het voorgenomen initiatief aan de regionale brandweer worden gevraagd en is de initiatiefnemer verplicht de veranderingen in het groepsrisico door de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling te verantwoorden. Het Besluit richt zich primair op inrichtingen zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. In artikel 2, lid 1 van het Bevi staan de inrichtingen genoemd waarop het besluit van toepassing is. Deze inrichtingen brengen risico’s met zich mee voor de in de omgeving aanwezige risicogevoelige objecten.

Een woning is geen risicoveroorzakende inrichting, maar volgens het Bevi kan het een beperkt kwetsbaar object zijn, wanneer er zich maximaal 2 woningen op 1 hectare bevinden. Hierdoor dient beoordeeld te worden of zich in de nabijheid van het perceel inrichtingen of transportleidingen bevinden, die van invloed zijn of kunnen zijn op het ruimtelijk initiatief. Hiertoe is een check uitgevoerd aan de hand van de risicokaart uit de Atlas Leefomgeving.

Figuur 23: Uitsnede risicokaart (Bron: Atlas Leefomgeving)

51

Westelijk van de locatie loopt een leidingenzone die is opgenomen in de Structuurvisie buisleidingen 2012-2035, deze ligt op ±780 m afstand . Oostelijk van de locatie loopt een hoofdaardgasleiding, deze ligt op ±900 m van de locatie. Op ±1,8 km liggen een aantal LPG-installaties en op ±1,5 km ligt een bovengrondse hoogspanningsleiding. Planspecifiek Er bevinden zich geen Bevi-inrichtingen of wegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt in de directe nabijheid van het plangebied. De in de omgeving liggende leidingen en installaties vormen, gezien de grote afstanden, geen belemmering voor de ontwikkeling.

4.10 Archeologie en cultuurhistorie 4.10.1 Archeologie Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Voor ruimtelijke plannen die archeologische waarden bedreigen, moeten betrokken partijen daarom in beeld brengen welke archeologische waarden in het geding zijn. Planspecifiek De gemeente Hellendoorn heeft de archeologische verwachtingswaarde van haar buitengebied doorvertaald in het geldende bestemmingsplan voor het buitengebied. In gebieden met een middelhoge en hoge archeologische verwachtingswaarde geldt voor werken en werkzaamheden die een groter oppervlak bedragen dan 2.500 m2 en dieper gaan dan 0,3 m onder het peil, een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Deze gebieden hebben de dubbelbestemming "Waarde - Archeologische verwachtingswaarde" gekregen.

Ter plaatse van het plangebied aan de Haarlerveldweg geldt geen dubbelbestemming 'Waarde Archeologische verwachtingswaarde', hierdoor is archeologisch onderzoek niet nodig 4.10.2 Cultuurhistorie Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, ook cultuurhistorische waarden in het projectgebied worden meegewogen bij ruimtelijke ontwikkelingen die met een nieuw bestemmingsplan planologisch mogelijk worden gemaakt. Planspecifiek Er zijn in het plangebied geen rijks- en/of gemeentelijk beschermde objecten aanwezig. De doorstroomwoningen worden in de karakteristiek vorm van een kapschuur gebouwd, waarmee de cultuurhistorische kenmerken van een agrarisch erf worden benadrukt.

5 Toelichting op de regels 5.1

Opzet regels

5.1.1 Algemeen In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting 52

geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels. 5.1.2

Regels

5.1.2.1 Inleidende regels regels hoofdstuk 1 bevat de Inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen: artikel 1 In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten: artikel 2 Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. 5.1.2.2 Bestemmingsregels regels hoofdstuk 2 bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: • • • • • • •

Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte, goothoogte etc.); Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarde(n) mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels. Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn of onder welke voorwaarden toegestaan zijn; Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarde(n) mag afgeweken worden van de aangegeven bestemming en/of specifieke gebruiksregels. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: Voor welke werken of werkzaamheden een omgevingsvergunning is vereist. Wijzigingsbevoegdheid: bevoegdheid welke burgemeester en wethouders de mogelijkheid geven het plan op ondergeschikte punten te wijzigen.

In toelichting paragraaf 5.2 wordt de bestemming nader toegelicht en wordt aangegeven waarom voor het plangebied voor deze bestemming is gekozen.

53

5.1.2.3 Algemene regels Algemene regels hoofdstuk 3 bevat regels die gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel artikel 6 Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van (bijvoorbeeld) een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels artikel 7 In dit artikel worden algemene bouwregels omtrent bestaande afmetingen en afstanden en afstand tot wegen beschreven. Algemene gebruiksregels artikel 8 In dit artikel wordt aangeven welk gebruik in ieder geval in strijd is met het bestemmingsplan. Verder wordt hier ingegaan op de mogelijkheden voor een ‘beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis en de mogelijkheden voor het realiseren van een paardenbak. Algemene afwijkingsregelsartikel 9 In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Overige regels artikel 10 In dit artikel zijn regelingen voor voldoende parkeergelegenheid, afstemmingsregels ten aanzien van parkeren, laden en lossen, hemelwaterafhandeling en landschappelijke inpassing opgenomen.

5.1.2.4 Overgangs- en slotregels Overgangs- en slotregels hoofdstuk 4 bevat twee onderdelen, de overgangsregels en de slotregels. In de overgangsregels is het overgangsrecht aangegeven waarin bepaald is wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. Dit betreft bouwen en gebruik. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

5.2

Nadere toelichting op de regels

5.2.1 Groen - Landschapsgroen In het bestemmingsplan Buitengebied 2009 zijn landschapselementen (zoals houtwallen en –singels, bosschages) bestemd als “Groen - landschapselement”. Deze elementen vertegenwoordigen met name een cultuurhistorische en landschappelijke waarde. Ook is de bestemming bedoeld voor groenvoorzieningen. Het moederplan voorziet niet in een bescherming van landschappelijke inpassing van erven. In dit plan is de landschappelijke inpassing (ook groenvoorziening) rondom het erf ook zo bestemd vanwege de landschappelijke kwaliteitsbijdrage.

54

5.2.2 Natuur De ±9.000 m2 aangelegde natuur naast Haarlerveldweg 2a wordt in dit bestemmingsplan ook als zodanig bestemd. Nu heeft het nog de bestemming Agrarisch. 5.2.3 Wonen De bestaande voormalige bedrijfswoningen hebben, samen met het overige bebouwde deel van het agrarisch bouwvlak, de bestemming 'Wonen' gekregen. Het betreft het deel dat bij de woningen hoort, grofweg het oostelijk deel van het erf. Hetzelfde geldt voor het erfdeel tussen het voormalige bouwvlak en de weg. Dit is conform de systematiek van de daar nu geldende bestemmingsplannen “Buitengebied 2009” en “Buitengebied 2009 herziening regels 2-2012”. Het grootste deel van de juridische regeling is gebaseerd op de regeling zoals ook opgenomen is in deze bestemmingsplannen. Gronden met de bestemming ‘Wonen’ zijn bestemd voor wonen, beroep aan huis, niet-agrarische nevenactiviteiten en tuinen en erven. Voor woningen geldt onder andere dat deze uitsluitend op de bestaande plaats zijn toegestaan. Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal woningen dat ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ is aangegeven. Tevens zijn bijgebouwen en overkappingen, waaronder begrepen hobbykassen, dierenverblijven en soortgelijke gebouwen, andere bouwwerken, zoals erf- of perceelafscheidingen en tuinmeubilair toegestaan. Per onderdeel gelden specifieke bouwregels.

Voor de woningen gelden de nu daarvoor geldende regels voor de inhoud met maximaal 750 m3 als maximale inhoudsmaat. De goot- en bouwhoogte van woningen mag respectievelijk niet meer bedragen dan 3,5 en 10 meter. Bestaande afwijkingen bij bestaande woningen mogen gehandhaafd blijven. 5.2.4 Wonen-Doorstroomwoningen De doorstroomwoningen hebben, samen met het bijbehorend erf, de bestemming 'WonenDoorstroomwoningen' gekregen. Het betreft grofweg het westelijk deel van het erf. Gronden met de bestemming ‘Wonen-Doorstroomwoningen’ zijn bestemd voor wonen, beroep aan huis en tuinen en erven. Woningen mogen uitsluitend in het bouwvlak worden gebouwd. Binnen het bouwvlak mag het aantal woningen niet meer bedragen dan het aangegeven aantal ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’, zijnde acht en worden deze aaneen gebouwd. De voorgevel van deze woningen dient aan de zijde van het bouwvlak met de aanduiding ‘gevellijn’ te worden gebouwd. De inhoud van de woningen mag per woning niet meer bedragen dan 310 m3. Deze is gebaseerd op de volgende afwegingen: 1. Er wordt 1.685 m³ gesloopt, gerekend bovengronds. 2. Bij de berekening van de inhoud van een woning moet gerekend worden vanaf onderkant beganegrondvloer. 3. Er wordt uitgegaan van de onder 1 genoemde te slopen inhoud. Met inbegrip van een standard dikte van een beganegrondvloer wordt de te herbouwen inhoud 1.850 m³.

Deze inhoud gedeeld door de maximaal toegestane zes woningen resulteert in, afgerond naar boven, 310 m³ per woning. De goot- en bouwhoogte van de woningen mag niet meer bedragen dan respectievelijke 2,75 en 3,50 meter. Bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluiten gebouwd worden binnen de resterende bestaande bebouwing. 5.2.5 Leiding-Gas en Leiding-Riool De bestaande bestemmingen gelegen binnen de toe te kennen bestemming ‘Natuur’ worden overgenomen. 55

6 Financiële uitvoerbaarheid 6.1

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Het is echter mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld, indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Het project betreft een volledig particulier initiatief. De financiering van het project is rond. In het voorliggende geval worden de gemeentelijke kosten, op basis van de legesverordening, verhaald op initiatiefnemer. Met initiatiefnemer wordt tevens een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid In deze paragraaf worden, wanneer deze beschikbaar zijn en indien noodzakelijk, de resultaten van het overleg op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening uiteengezet.

7.1

Vooroverleg

7.1.1 Rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Met dit bestemmingsplan worden geen nationale belangen geschaad, daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.

7.1.2 Provincie Overijssel Het plan is in het kader van vooroverleg aan de provincie Overijssel toegezonden. Dit is gebeurd op 10 november 2023. Vanwege de tervisielegging die op 23 december 2023 is gestart heeft de provincie niet tijdig een vooroverlegreactie kunnen geven en daarom is een zienswijze ingediend. Zie voor de reactie verder paragraaf 7.4. 7.1.3 Waterschap In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De uitkomsten van deze watertoets hebben ertoe geleid dat de ‘korte procedure’ van toepassing is, daarom is in het kader van vooroverleg geen overleg noodzakelijk met het waterschap.

7.2

Inspraak

Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In voorliggend geval is afgezien van het ter inzage leggen van een voorontwerpbestemmingsplan.

7.3

Participatie

De initiatiefnemer heeft diverse malen overleg gehad met omwonenden. Daar van is het volgende verslag opgesteld:

7.4

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 22 december 2023 voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is er één zienswijze ingediend. Deze zienswijze is ingediend door de Provincie Overijssel en heeft geleid tot globaal de volgende wijzigingen: 56

1. 2. 3. 4. 5.

Het aantal woningen is verkleind van 8 naar 6. De goot- en bouwhoogten zijn verlaagd. De inhoud van de nieuwe bebouwing is ongeveer gehalveerd. Er is een perceel nieuwe natuur toegevoegd als KGO-bijdrage. De landschappelijke inpassing van het erf is verder versterkt.

57

8 Bijlagen Bijlage 1: Erfinrichtingsplan Bijlage 2: Tellers en Noemers Bijlage 3: Noaberschap Haarle Bijlage 4: Bijlage III-richtlijn me.r. Bijlage 5: Aerius berekeningen Bijlage 6: Verkennend Asbest en nader(Asbest)bodem-onderzoek Bijlage 7: Beoordeling Woon- en Leefklimaat Bijlage 8: Quickscan flora en fauna Bijlage 9: Nader onderzoek Vleermuis en huismus Bijlage 10: Watertoets Bijlage 11: Mail Watertoets Verkorte procedure

58

Regels

bestemmingsplan “Doorstroomwoningen Haarlerveldweg 6-8 Haarle” Planstatus: vastgesteld Datum: 2024-09-14 Plan identificatie: NL.IMRO.0163.BPBUHAARLERVELDWG6-VG01 Auteur: CLOse-Up RO-Advies B.V.

1 Inleidende regels .................................................................................................................................. 6 Artikel 1 Begrippen .............................................................................................................................. 6 Artikel 2 Wijze van meten .................................................................................................................. 10 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk ......................................................................................... 10 2.2 de goothoogte van een bouwwerk .......................................................................................... 10 2.3 de inhoud van een bouwwerk .................................................................................................. 11 2.4 de oppervlakte van een bouwwerk .......................................................................................... 11 2 Bestemmingsregels ............................................................................................................................ 12 Artikel 3 Groen - Landschapselement ............................................................................................... 12 3.1 Bestemmingsomschrijving .......................................................................................................

12 3.2 Bouwregels .............................................................................................................................. 12 3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ............................................................................................................................ 12 3.3.1 Vergunningplicht ................................................................................................................... 12 3.3.2 Uitzonderingen ..................................................................................................................... 12 3.3.3 Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden ...................................................................... 13 3.3.4 In te winnen adviezen ........................................................................................................... 13 Artikel 4 Natuur .................................................................................................................................. 13 4.1 Bestemmingsomschrijving ....................................................................................................... 13 4.2 Bouwregels ..............................................................................................................................

13 4.3 Uitsluiting toepasselijkheid artikel Wet ruimtelijke ordening .................................................... 14 4.4 Toepasselijkheid omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden 14 Artikel 5 Wonen ................................................................................................................................. 14 5.1 Bestemmingsomschrijving ....................................................................................................... 14 5.2 Bouwregels .............................................................................................................................. 14 5.2.1 Toegestane bouwwerken ..................................................................................................... 14 5.2.2 Bouwen ................................................................................................................................. 14 5.3 Afwijken van de bouwregels .................................................................................................... 15 5.3.1 Afwijken van de bouwregels voor niet-agrarische nevenactiviteiten .................................... 15 2

5.3.2 Afwijken van de bouwregels plaats woning .......................................................................... 15 5.3.3 Afwijken van de bouwregels situering bijgebouwen ............................................................. 16 5.3.4 Afwijken van de bouwregels oppervlakte bijgebouwen met saneringsvoorwaarde ............. 16 5.3.5 Afwijken van de bouwregels oppervlakte bijgebouwen met saneringsvoorwaarde ............. 16 5.3.6 Afwijken van de bouwregels oppervlakte bijgebouwen voor hobbymatige agrarische activiteiten en beroep aan huis ...................................................................................................... 16 5.3.7 Afwijken van de bouwregels bouwhoogte erf- of perceelsafscheidingen ............................. 16 5.4 Specifieke gebruiksregels........................................................................................................ 17 5.4.1 Aanvullende regels voor detailhandel als niet-agrarische nevenactiviteit ............................ 17 5.4.2 Aanvullende regels voor verblijfsrecreatieve voorzieningen als niet-agrarische nevenactiviteit ................................................................................................................................ 17 5.4.3 Vormen van verboden gebruik .............................................................................................

17 5.5 Afwijken van de gebruiksregels ............................................................................................... 17 5.5.1 Afwijken van de gebruiksregels bedrijfsactiviteiten aan huis en vergroten bijgebouwen en overkappingen ............................................................................................................................... 17 Artikel 6 Wonen-Doorstroomwoningen .............................................................................................. 18 6.1 Bestemmingsomschrijving ....................................................................................................... 18 6.2 Bouwregels .............................................................................................................................. 18 Artikel 7 Leiding - Gas ....................................................................................................................... 18 7.1 Bestemmingsomschrijving ....................................................................................................... 18 7.2 Bouwregels .............................................................................................................................. 18 7.3 Afwijken van de bouwregels bouwen overeenkomstig de andere bestemmingen..................

18 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ............................................................................................................................ 19 7.5 Uitzondering omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden ....... 19 7.6 Toelaatbaarheid van werken en werkzaamheden .................................................................. 19 8. Leiding-Riool .................................................................................................................................. 19 8.1 Bestemmingsomschrijving ....................................................................................................... 19 8.2 Bouwregels .............................................................................................................................. 19 8.3 Afwijken van de bouwregels bouwen overeenkomstig de andere bestemmingen.................. 19 8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ............................................................................................................................ 20 3

8.5 Uitzondering omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden ....... 20 8.6 Toelaatbaarheid van werken en werkzaamheden .................................................................. 20 3 Algemene regels ................................................................................................................................. 20 Artikel 9 Anti-dubbeltelregel............................................................................................................... 20 Artikel 10 Algemene bouwregels ....................................................................................................... 20 10.1 Bestaande afmetingen en afstanden ..................................................................................... 20 10.2 Afstanden tot wegen .............................................................................................................. 21 10.2.1 Afstand tot wegen ............................................................................................................... 21 10.2.2 Afwijken afstand tot wegen ................................................................................................. 21 Artikel 11 Algemene gebruiksregels ..................................................................................................

21 11.1 Vormen van verboden gebruik .............................................................................................. 21 11.2 Uitoefening beroep aan huis in en bij een woning ................................................................ 21 11.3 Afwijken van de bouwregels beroeps- en bedrijfsactiviteiten aan huis ................................. 21 11.4 Afwijken van de bouwregels paardenbak .............................................................................. 22 Artikel 12 Algemene afwijkingsregels ................................................................................................ 22 Artikel 13 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden ..................... 23 13.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden ......................... 23 13.2 Uitzondering omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden ..... 23 13.3 Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden ....................................................................... 24 13.4 In te winnen adviezen ............................................................................................................ 24 Artikel 14 Overige regels ...................................................................................................................

24 14.1 Voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing ................................................... 24 14.2 Afwijken van de voorwaardelijke verplichting ........................................................................ 24 14.3 Voorwaardelijke verplichting - sloopopgave .......................................................................... 25 14.4 Voldoende parkeergelegenheid ............................................................................................ 25 14.5 Afwijken ten aanzien van parkeren ....................................................................................... 25 14.6 Laden en lossen .................................................................................................................... 25 14.7 Voldoende infiltratie van hemelwater op eigen terrein .......................................................... 25 4 Overgangs- en slotregels ................................................................................................................... 26 Artikel 15 Overgangsrecht ................................................................................................................. 26 4

15.1 Overgangsrecht bouwwerken ................................................................................................ 26 15.1.1 Bouwwerken ....................................................................................................................... 26 15.1.2 Afwijken van de bouwregels vergroting bouwwerken ........................................................ 26 15.1.3 Uitsluiting bouwwerken ....................................................................................................... 26 15.2 Overgangsrecht gebruik ........................................................................................................ 26 15.2.1 Gebruik ............................................................................................................................... 26 15.2.2 Verandering gebruik ........................................................................................................... 26 15.2.3 Verbod hervatting strijdig gebruik ....................................................................................... 26 15.2.4 Uitsluiting gebruik ............................................................................................................... 26 Artikel 16 Slotregel ............................................................................................................................ 26

5

1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 plan het bestemmingsplan 'Doorstroomwoningen Haarlerveldweg 6-8 Haarle' met het identificatienummer NL.IMRO.0163.BPBUHAARLERVELDWG6-VG01 van de gemeente Hellendoorn. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 bestemmingsplan Buitengebied 2009 ‘het bestemmingsplan 'Buitengebied 2009' met identificatienummer NL.IMRO.0163000095101- van de gemeente Hellendoorn’; 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 agrarische bedrijvigheid bedrijvigheid, geheel of overwegend gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van agrarische producten door het telen van gewassen en het houden van dieren, waaronder begrepen paardenfokkerij en intensieve kwekerij; uitgezonderd zijn: paardenhouderij en manege; 1.7 agrarisch loonwerkbedrijf een bedrijf, dat is gericht op het verlenen van diensten aan agrarische bedrijven en het verrichten van cultuurtechnische werkzaamheden met behulp van werktuigen’ 1.8 ander bouwwerk een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.9 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.10 begane grond een bouwlaag

waarvan het vloerniveau (nagenoeg) ter hoogte van het aansluitende peil ligt 1.11 bedrijfsgebouw een niet voor bewoning bestemd gebouw ten dienste van een bedrijf, instelling of voorziening; 1.12 beroep aan huis een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerptechnisch, adviesgevend of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, dat in een woning en daarbij behorende bijgebouwen en bestaande voormalige bedrijfsgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is;

6

1.13 bestaande afmetingen en vorm: de hoogte, afstand en vorm van het bouwwerk of het aantal dat op het tijdstip van het in ontwerp ter inzage leggen van het plan bestaat, wordt gebouwd, dan wel nadien krachtens een bouwvergunning, waarvoor de aanvraag om bouwvergunning voor dat tijdstip is ingediend, kan worden gebouwd; 1.14 bestaande bouwwerk, oppervlakte, goothoogte, bouwhoogte, plaats, inhoud, afstand, object: bouwwerk, oppervlakte, goothoogte, bouwhoogte, plaats, inhoud, afstand, object, zoals dat of die rechtens bestaat of mag bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan; 1.15 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.16 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.17 bijgebouw een gebouw dat of een overkapping die in bouwkundig opzicht ondergeschikt is, en voor zover aan het hoofdgebouw gebouwd in de kap zichtbaar en feitelijk gescheiden is, van het op hetzelfde perceel gelegen bijbehorende hoofdgebouw.

1.18 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergoten van een bouwwerk; 1.19 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.20 bouwlaag een voor mensen toegankelijk deel van een gebouw, dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen wordt begrensd, zulks met uitzondering van onderbouwen, kelders en kappen; de eerste bouwlaag is de bouwlaag op de begane grond; 1.21 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.22 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegestaan; 1.23 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.24 bouwwerk, geen gebouw zijnde een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.25 brutovloeroppervlakte de vloeroppervlakte van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw; 1.26 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en leveren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 7

1.27 doorstroomwoning een huurwoning bedoeld als tijdelijk hoofdverblijf in afwachting van een definitief hoofdverblijf; 1.28 extensieve openluchtrecreatie vormen van recreatief medegebruik van het agrarisch of natuurgebied door middel van al dan niet aangelegde en aanwezige voorzieningen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruime, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen; 1.29 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.30 hobbymatig agrarisch gebruik Het gebruik van grond ten behoeve van agrarische activiteiten in een omvang die niet als bedrijfsmatig kan worden beschouwd.

1.31 hoofdgebouw een gebouw, dat binnen een bouwperceel door constructie of afmetingen als hét of één van de belangrijkste valt aan te merken; 1.32 horeca hotel, pension, restaurant, café, cafetaria of daaraan verwante inrichting, waar tegen vergoeding logies wordt verstrekt, dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt, een en ander -tenzij uitdrukkelijk anders vermeld- met uitzondering van nachtclubs, discotheken, dancings of soortgelijke inrichtingen; onder horeca is in ieder geval niet begrepen een seksinrichting; 1.33 huishouden persoon of groep personen die een huishouden voert, waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, daaronder niet begrepen kamerverhuur; 1.34 kampeerboerderij voorzieningen binnen al of niet voormalige agrarische bebouwing, bedoeld voor recreatief nachtverblijf door een persoon, gezin of andere groep van personen, die zijn/hun vaste woon- of verblijfplaats elders hebben; onder recreatief nachtverblijf is in ieder geval niet begrepen permanente bewoning door eenzelfde persoon, gezin of andere groep van personen; 1.35 kampeermiddel een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan; 1.36 niet-agrarische nevenactiviteiten a. ambachtelijke landbouwproducten verwerkende bedrijven, zoals een wijnmakerij, zuivelmakerij, slachterij, imkerij; b.

aan agrarische functies verwante bedrijven, zoals een paardenpension, paardenopleidingscentrum, agrarisch loonwerkbedrijf, fouragehandel, hoefsmederij en hoveniers- en boomverzorgingsbedrijven; c. ambachtelijke bedrijven, zoals een dakdekker, rietdekker, schildersbedrijf, meubelmaker, installatiebedrijf; d. opslag- en stallingsbedrijven; e. zakelijke dienstverlening, zoals een adviesbureau of een computerservicebureau; f. bezoekers- en cursuscentrum; g. atelier, museum, galerie en kunsthandel; h. detailhandel overwegend in ter plaatse voortgebrachte of streekeigen producten; i. horeca, zoals een theetuin, een ijs-/snackverkooppunt, een terras; 8

j. k.

dagrecreatieve voorzieningen, zoals een speeltuin en verhuur van fietsen; verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van plattelandskamers, plattelandsappartementen en kampeerboerderij en in de vorm van standplaatsen voor kampeermiddelen, met uitzondering van stacaravans; l. sociale en medische dienstverlening, zoals een kinderdagverblijf, verpleeghuis, zorgboerderij, dierenkliniek, artsenpraktijk, kuuroord; m. andere niet-agrarische bedrijfs- en andere activiteiten, die in ruimtelijk en functioneel opzicht met de hiervoor genoemde gelijk kunnen worden gesteld; 1.37 onderkomen een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voor zover dat of die niet als een bouwwerk is aan te merken, alsook een tent; 1.38 overkapping een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en niet of slechts gedeeltelijk met wanden is omsloten; 1.39 paardenbak een niet overdekt, omheind terrein met een andere ondergrond dan gras, ingericht voor het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en het anderszins beoefenen van de paardensport; 1.40 peil a. voor een gebouw waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b.

in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aan het bouwwerk aansluitende afgewerkte terrein; 1.41 permanente bewoning bewoning van een ruimte als hoofdwoonverblijf, waarbij door betrokkene(n) niet aannemelijk is of kan worden gemaakt dat elders daadwerkelijk over een hoofdwoonverblijf wordt beschikt; 1.42 plattelandsappartement (een deel van) een (voorheen) agrarisch gebruikt gebouw dat blijvend is bestemd voor recreatief nachtverblijf, waarbij wordt overnacht in een zelfstandige eenheid, met eigen keuken en sanitair, al dan niet in combinatie met een dagverblijf; 1.43 plattelandskamer (een deel van) een (voorheen) agrarisch gebruikt gebouw dat blijvend is bestemd voor recreatief nachtverblijf in een kamer, al dan niet in combinatie met een dagverblijf, met keuken en sanitair in een gemeenschappelijke ruimte; 1.44 recreatiewoning een gebouw, uitsluitend bestemd om te dienen voor recreatief verblijf door een persoon, gezin of andere groep van personen, die zijn/hun vaste woon- of verblijfplaats elders hebben; onder recreatief verblijf is in ieder geval niet begrepen permanente bewoning door eenzelfde persoon, gezin of andere groep van personen; 1.45 seksinrichting een inrichting, bestaande uit een of meer voor publiek toegankelijke, besloten ruimten, waarin bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare wijze, seksuele handelingen worden verricht; onder een hiervoor

bedoelde inrichting wordt in elk geval verstaan een bordeel en parenclub al of niet in combinatie met elkaar;

9

1.46 stacaravan een als een gebouw aan te merken kampeermiddel, voorzien van een as-/wielstelsel, bestaande uit één bouwlaag met een totaal oppervlak van maximaal 60 m², met een bouwhoogte van 3,75 m en een breedte van maximaal 4,5 m, uitsluitend bestemd om te dienen voor recreatief woonverblijf door een persoon, gezin of andere groep van personen, die zijn/hun vaste woon- of verblijfplaats elders hebben; onder recreatief woonverblijf is in ieder geval niet begrepen permanente bewoning door eenzelfde persoon, gezin of andere groep van personen; het kampeermiddel of de afzonderlijke delen zijn op het terrein voort te bewegen; 1.47 verkoopvloeroppervlakte de vloeroppervlakte van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw ten behoeve van detailhandel, onder welke ruimten niet zijn begrepen opslag-, personeels-, sanitaire en andere dienstruimten, garderobes en keukens; 1.48 voorgevel de naar de weg gekeerde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel of, indien het een gebouw betreft met meerdere zodanige gevels, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt, danwel de naar de aanduiding 'gevellijn' gekeerde gevel; 1.49 voorgevelrooilijn de lijn die horizontaal loopt door het buitenwerks vlak van de voorgevel, tot aan de perceelsgrenzen.

1.50 woning een wooneenheid als bedoeld in de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.51 wonen het gehuisvest zijn in een woning.

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van de regels wordt als volgt gemeten en berekend; 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. Bij het meten van de bouwhoogte worden dakkapellen als ondergeschikte bouwonderdelen aangemerkt, zodat deze niet maatgevend zijn voor de bepaling van het hoogste punt; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij het meten van de goothoogte zijn de volgende constructiedelen uitgezonderd: a. de snijlijn, niet zijnde de noklijn, van dakvlakken, zoals in geval van horizontale gedeelten van afgeknotte daken en mansardekappen; b. de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel van: 1. dakkapellen; 2. dakvlakken die niet evenwijdig aan de noklijn zijn gelegen;

10

2.3 de inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. Ruimten, zoals kelders, niet zijnde kruip- en soortgelijke ruimten, onder de onderzijde van de begane grondvloer en tussen de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) worden niet meegerekend, tenzij de onderzijde van de begane grondvloer op meer dan 0,3 m boven peil is gelegen of de kelder van buiten een directe toegang heeft. 2.4 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als: a. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en uitbouwen met een oppervlakte van 4 m² of kleiner; b. overstekende daken; c. luifels als geïntegreerd onderdeel van een uitbouw; buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m ten opzichte van de bouwgrens of hoofdgebouw bedraagt.

11

2 Bestemmingsregels Artikel 3 Groen - Landschapselement 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor Groen - Landschapselement aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. groenvoorzieningen en instandhouding van ter plaatse voorkomende waardevolle beplanting, b. instandhouding van de aldaar voorkomende danwel daaraan eigen landschaps- en natuurwaarden, zoals geomorfologische, bodemkundige, landschapsvisuele, cultuurhistorische en ecologische waarden, c. instandhouding van aldaar voorkomende watergangen, sloten en andere waterpartijen en d. extensieve openluchtrecreatie. 3.2 Bouwregels Op en in de gronden als bedoeld in artikel 3 lid 1, mogen uitsluitend worden gebouwd andere bouwwerken, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 2 m mag bedragen. 3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

3.3.1 Vergunningplicht Behoudens het bepaalde in artikel 3 lid 3.2, is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) op en in de artikel 3 lid 1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. verlagen van de bodem en afgraven van gronden, tenzij daarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingenwet, en het ophogen en egaliseren van de gronden; c. aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; d. diepploegen, zijnde het extra diep - meer dan circa 0,4 m - omploegen; e. bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters. 3.3.2 Uitzonderingen Het in artikel 3 lid 3.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden: a. werken en werkzaamheden in het kader van het uitvoeren van het landschappelijke inpassingsplan zoals opgenomen in Bijlage 1: Erfinrichtingsplan; b. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud; c.

werken en werkzaamheden, waarmee krachtens een aanlegvergunning of een omgevingsvergunning is of mag worden begonnen ten tijde van het onherroepelijk worden van het plan; d. werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd ter ontwikkeling van landschaps- en natuurwaarden; 12

e. werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 3 lid 3.1 onder a, voorzover het betreft kavelpaden en in- of uitritten met per geval een oppervlakte van maximaal 60 m2; f. werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 3 lid 3.1 onder b, voorzover het betreft het aanleggen van poelen tot een inhoud van maximaal 500 m3; g. werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 3 lid 3.1 onder c, voor zover daarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist; h. werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van of via een verleende subsidie op basis van het Natuurgebiedsplan Overijssel. 3.3.3 Toelaatbaarheid werken en werkzaamheden Werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 3 lid 3.1, zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, een of meer waarden of functies van de in artikel 3 lid 1 bedoelde gronden, welke het plan beoogt te beschermen, • •

niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel, de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.

3.3.4 In te winnen adviezen Alvorens een omgevingsvergunning werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 3 lid 3.1 te verlenen, winnen burgemeester en wethouders advies in van een door hen aan te wijzen ter zake deskundige, ingeval ze advies nodig achten.

Artikel 4 Natuur 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor "Natuur" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bosbouw, b. instandhouding en ontwikkeling van bos ten behoeve van aldaar voorkomende dan wel daaraan eigen landschaps- en natuurwaarden, zoals geomorfologische, bodemkundige, landschapsvisuele, cultuurhistorische en ecologische waarden, c. instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden met heide en met natte en droge natuur, d. instandhouding en ontwikkeling van aldaar voorkomende watergangen, sloten, meanders en andere waterpartijen, e. extensieve openluchtrecreatie, f. voorzieningen ten behoeve van faunapassages ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van natuur - faunapassage", g. bescherming van natuurwaarden van aangrenzende voor verdroging gevoelige natuur- en moerasgebieden, ter plaatse van de aanduiding "milieuzone - hydrologische bufferzone", h. voorzieningen ten behoeve van incidenteel groepskamperen ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van recreatie - incidenteel groepskamperen", in de periode van 15 maart t/m 31 oktober, i. een motorcrossterrein ter plaatse van de aanduiding "motorcrossterrein", j. behoud van de aanwezige zandwegen, k. agrarisch medegebruik in de vorm van beweiding begrazing, en l. bij een en ander behorende parkeer- en andere voorzieningen.

4.2 Bouwregels Op en in de gronden als bedoeld in lid 4.1 Bestemmingsomschrijving mogen uitsluitend worden gebouwd: a. andere bouwwerken, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 2 m mag bedragen, en b. een schaapskooi met kapschuur ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - schaapskooi", waarvan de oppervlakte, goothoogte en bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan de bestaande oppervlakte, goothoogte en bouwhoogte; 13

c. een schuur ter plaatse van de aanduiding "opslag", waarvan de oppervlakte, goothoogte en bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan de bestaande oppervlakte, goothoogte en bouwhoogte; d. een gebouw voor beheer en onderhoud ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van natuur - gebouw voor beheer en onderhoud", waarvan de oppervlakte, goothoogte en bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan de bestaande oppervlakte, goothoogte en bouwhoogte; e. een stacaravan ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van recreatie - stacaravan", waarvan, in zoverre in afwijking van het bepaalde in lid 1.60 stacaravan:, de oppervlakte niet meer dan 24 m², en de goothoogte en bouwhoogte niet meer dan 3,75 m mogen bedragen; f. bebouwing ten dienste van een motorcrossterrein ter plaatse van de aanduiding "motorcrossterrein" waarvan de oppervlakte niet meer dan 90 m², de goothoogte niet meer dan 3 m en de bouwhoogte niet meer dan 4 m mag bedragen. 4.3 Uitsluiting toepasselijkheid artikel Wet ruimtelijke ordening Voor zover het betreft de gronden als bedoeld in lid 4.1 is de toepasselijkheid van artikel 2.12 lid 2 van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht uitgesloten.

4.4 Toepasselijkheid omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden Artikel 13 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is van toepassing op het uitvoeren van in dat artikel aangegeven werken en werkzaamheden, op en in de daarbij aangegeven gronden, met de daarbij aangegeven voorwaarden en uitzonderingen.

Artikel 5 Wonen 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor "Wonen" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, b. beroep aan huis, c. niet-agrarische nevenactiviteiten als bedoeld in lid 1.36 niet-agrarische nevenactiviteiten, binnen eenzelfde bestemmingsvlak tot een gezamenlijke brutovloeroppervlakte van 300 m² binnen bestaande voormalige bedrijfsgebouwen, en d. tuinen en erven. e. bijgebouwen ten behoeve van de hoofdgebouwen als bedoeld in Artikel 6 WonenDoorstroomwoningen. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Toegestane bouwwerken Op en in de gronden als bedoeld in Artikel 5 lid 1 mogen uitsluitend worden gebouwd: a. woningen, b. bijgebouwen en overkappingen, waaronder begrepen hobbykassen, dierenverblijven en soortgelijke gebouwen, c. andere bouwwerken, zoals erf- of perceelafscheidingen en tuinmeubilair. 5.2.2 Bouwen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in Artikel 5 lid 2.1, gelden de volgende bepalingen: a. binnen elk bestemmingsvlak mag het aantal woningen niet meer bedragen dan het aangegeven aantal ter plaatse van de aanduiding "maximum aantal wooneenheden" en mogen aldaar die woningen uitsluitend aaneen worden gebouwd; b. woningen mogen als zodanig uitsluitend worden gebouwd op de bestaande plaats; 14

c.

d.

e. f.

g.

h.

van een woning, althans het hoofdgebouw, mag de inhoud van een bouwwerk met toepassing van artikel 2 lid 3 'de inhoud van een bouwwerk', omtrent ruimten onder de begane grondvloer, niet meer bedragen dan de 750 m3; de goothoogte en bouwhoogte van een woning mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3,5 m en 10 m of niet meer dan de bestaande goothoogte en bouwhoogte indien deze meer bedragen dan 3,5 m en 10 m; bijgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd op ten minste 1 m achter het verlengde van de voorgevel van de betreffende woning; de gezamenlijke oppervlakte van bij eenzelfde woning behorende bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 100 m² bedragen of niet meer dan de bestaande oppervlakte indien die meer dan 100 m² bedraagt, met dien verstande dat vervangende nieuwbouw van bijgebouwen en overkappingen maximaal 250 m² van de bestaande oppervlakte mag betreffen; de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen, niet zijnde woningen, en overkappingen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3 m en 6 m of niet meer dan de bestaande goothoogte en bouwhoogte indien deze meer bedragen dan 3 m en 6 m; de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan daarbij hierna is aangegeven: max. bouwhoogte

Bouwwerken

erf- of perceelafscheidingen op ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn 2 m pergola's

3m

overige erf- of perceelafscheidingen

1m

overige andere bouwwerken

10 m

a. in voorkomend geval artikel 7 lid 2 (Afstand tot wegen) 5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Afwijken van de bouwregels voor niet-agrarische nevenactiviteiten Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in Artikel 5 lid 1, onder c, voor zover betreft het gebruik van bestaande voormalige bedrijfsgebouwen, ten behoeve van het bouwen van gebouwen voor niet-agrarische nevenactiviteiten, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. de gezamenlijke brutovloeroppervlakte van de gebouwen voor niet-agrarische nevenactiviteiten mag binnen eenzelfde bestemmingsvlak niet meer dan 300 m² bedragen; b. de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen voor niet-agrarische nevenactiviteiten mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3 m en 6 m; c. vooraf dient vast te staan dat een brutovloeroppervlakte aan bestaande voormalige bedrijfsgebouwen die gelijk is aan de brutovloeroppervlakte van de gebouwen waarvoor afwijking wordt verleend, wordt gesloopt. 5.3.2 Afwijken van de bouwregels plaats woning Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in Artikel 5 lid 2.2, onder b, ten behoeve van het bouwen van een woning op een andere plaats binnen het betreffende bestemmingsvlak dan de bestaande plaats, mits de bedrijfsvoering van nabijgelegen bedrijven niet onevenredig wordt aangetast.

15

5.3.3 Afwijken van de bouwregels situering bijgebouwen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om af te wijken van het bepaalde in Artikel 5 lid 2.2, onder e, ten behoeve van het bouwen van bijgebouwen op minder dan 1 m achter het verlengde van de voorgevel van de betreffende woning en vóór de voorgevel van de betreffende woning, mits: a. daardoor geen onaanvaardbare gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende beschaduwing, privacy en gebruiksmogelijkheden van die percelen, en b. per geval wordt voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing. 5.3.4 Afwijken van de bouwregels oppervlakte bijgebouwen met saneringsvoorwaarde Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in Artikel 5 lid 2.2 sub 6, ten behoeve van het bouwen van bijgebouwen en overkappingen tot een oppervlakte van meer dan 250 m², in geval de oppervlakte van de bestaande, niet voor bewoning bestemde gebouwen op de bij de betreffende woning behorende gronden meer bedraagt dan 250 m², met dien verstande dat van dat meerdere: a. 25% als maximum oppervlakte geldt voor de in de omgevingsvergunning begrepen bijgebouwen en overkappingen, en b. 3 m² dient te worden gesloopt, voor elke vierkante meter oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend.

5.3.5 Afwijken van de bouwregels oppervlakte bijgebouwen met saneringsvoorwaarde Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in Artikel 5 lid 2.2 sub 6, ten behoeve van het bouwen van bijgebouwen en overkappingen na sloop op een andere locatie met de bestemming "Wonen". In ruil voor de sloop van bestaande, niet voor bewoning bestemde gebouwen op de betreffende andere locatie mag een bijgebouw of overkapping worden gerealiseerd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. voor elke 4 m2 die gesloopt op de betreffende andere locatie, mag één vierkante meter oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen gerealiseerd worden; b. op de betreffende andere locatie dient minimaal 100 m2 aan bijgebouwen of overkappingen te resteren; c. per geval dient voorzien te worden in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op zowel de slooplocatie als de bouwlocatie. 5.3.6 Afwijken van de bouwregels oppervlakte bijgebouwen voor hobbymatige agrarische activiteiten en beroep aan huis Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om af te wijken van het bepaalde in Artikel 5 lid 2.2 sub 6, ten behoeve van het bouwen van bijgebouwen en overkappingen voor hobbymatige agrarische activiteiten en beroep aan huis, met inachtneming van de volgende bepalingen: a.

de gezamenlijke oppervlakte van in de aanhef bedoelde bijgebouwen en overkappingen mag binnen eenzelfde bestemmingsvlak niet meer dan 150 m2 bedragen; b. de goothoogte en bouwhoogte van de in de aanhef bedoelde gebouwen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3 m en 6 m; c. per geval dient voorzien te worden in een zorgvuldige landschappelijke inpassing. 5.3.7 Afwijken van de bouwregels bouwhoogte erf- of perceelsafscheidingen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om af te wijken van het bepaalde in Artikel 5 lid 2.2, onder h ten behoeve van het bouwen van erf- of perceelafscheidingen tot een bouwhoogte van 2 m, tot aan en vóór de voorgevelrooilijn, mits: 16

a. daardoor geen onaanvaardbare gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende beschaduwing, privacy en gebruiksmogelijkheden van die percelen, en b. de erf- of perceelafscheidingen overwegend doorzichtig worden gebouwd. 5.4 Specifieke gebruiksregels 5.4.1 aanvullende regels voor gebruik van bestaande bijgebouwen Voor zover het bestaande bijgebouwen betreft is het gebruik als bedoeld in Artikel 5 lid 1, onder e, uitsluitend voor huishoudelijke berging toegestaan. 5.4.2 Aanvullende regels voor detailhandel als niet-agrarische nevenactiviteit Voor zover de niet-agrarische nevenactiviteiten als bedoeld in Artikel 5 lid 1, onder c, detailhandel als bedoeld in lid 1.33 niet-agrarische nevenactiviteiten betreffen, mag bovendien binnen eenzelfde bestemmingsvlak de verkoopvloeroppervlakte van detailhandel niet meer dan de 100 m 2 bedragen. 5.4.3 Aanvullende regels voor verblijfsrecreatieve voorzieningen als niet-agrarische nevenactiviteit Voor zover de niet-agrarische nevenactiviteiten als bedoeld in Artikel 5 lid 1, onder c, verblijfsrecreatieve voorzieningen als bedoeld in lid 1.36 niet-agrarische nevenactiviteiten; betreffen, gelden bovendien de volgende bepalingen: 1. de brutovloeroppervlakte van een plattelandskamer of plattelandsappartement mag niet meer dan 50 m² bedragen; 2.

het bepaalde in de bestemming Agrarisch, sublid 3.4.2 onder b, van het bestemmingsplan Buitengebied 2009 van de gemeente Hellendoorn, is van overeenkomstige toepassing al naar gelang het betreffende bestemmingsvlak "Wonen" grenst aan die bestemming; 3. het gebruik als standplaats voor kampeermiddelen geldt per bestemmingsvlak "Wonen" voor ten hoogste 25 kampeermiddelen, in de periode van 15 maart t/m 31 oktober. 5.4.4 Vormen van verboden gebruik Specifieke vormen van verboden gebruik zijn in ieder geval ook het gebruik van gronden als bedoeld in Artikel 5 lid 1, voor permanente bewoning van plattelandskamers, plattelandsappartementen en kampeerboerderijen. 5.5 Afwijken van de gebruiksregels 5.5.1 Afwijken van de gebruiksregels bedrijfsactiviteiten aan huis en vergroten bijgebouwen en overkappingen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om af te wijken van het bepaalde in Artikel 5 lid 1, ten behoeve van het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten aan huis, en in Artikel 5 lid 2.2, onder f, ten behoeve van het daartoe vergroten van de oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen, met inachtneming van de volgende bepalingen: a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14468587/1