CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Programmabegroting 2026 (definitief)

Gemeenteraad 11 november 2025, gemeente HellendoornBij agendapunt: Programmabegroting 202634.257 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Door signalen vroegtijdig te analyseren, de samenwerking met partners en inwoners te versterken en integraal op te treden, willen we escalatie voorkomen. Zo verkleinen we risico’s en zorgen we ervoor dat onze inwoners zich beschermd en veilig voelen in hun leefomgeving.

54

6.1 Bestuurlijke vernieuwing Nr.

Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan we daarvoor doen (acties)

Planning

6.1.1.

We verbeteren de kwaliteit van het gemeentelijk beleid We stellen een participatieverordening op.

Q1

We stellen een afwegingskader op om te bepalen of een participatietraject nodig is.

Q1 - Q2

We implementeren een toolbox ter ondersteuning voor participatietrajecten.

Q1 - Q4

6.2 Dienstverlening Nr.

Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan we daarvoor doen (acties)

Planning

6.2.1

We bevorderen de gemeentelijke (digitale) dienstverlening We stellen een visie (digitale) dienstverlening op.

Q1 - Q2

We starten met de implementatie visie digitale dienstverlening.

Q3 - Q4

6.2.2

We voldoen aan wettelijke taken archivering en verbetering dienstverlening We digitaliseren de bouwvergunningen en milieuvergunningen.

Q1 - Q4

6.3 Veiligheid Nr.

Wat willen we bereiken (doelen) en wat gaan we daarvoor doen (acties)

6.3.1

We vergroten het veiligheidsgevoel van inwoners en ondernemers

6.3.2

Planning

We werken volgens het model Aanpak ter Voorkoming van Escalatie (AVE).

Q1 - Q4

We starten met een triagetafel vroegsignalering Jeugd.

Q1

We zetten in op een vermindering van woonoverlast en voorkoming van escalatie in wijken en buurten door de inzet van buurtbemiddeling bij burenconflicten. We gaan de uitkomsten van de evaluatie cameratoezicht implementeren.

Q2

We evalueren het Integraal veiligheidsbeleid 2024 - 2026 en vernieuwen dit beleid op basis van de evaluatie.

Q1 - Q4

Q2

We vergroten de weerbaarheid van inwoners en ondernemers tegen diverse veiligheidsrisico's We organiseren (samen met externe partners) voorlichtingsessies over digitale veiligheid en ondermijning.

Q1 - Q4

Voor het basisonderwijs wordt het lesprogramma van de Risk factory aangeboden.

Q1 - Q4

We voeren een 0-meting uit van de meldingsbereidheid onder inwoners op het gebied van ondermijning.

Q1

We nemen deel aan de regionale Projectgroep Continuïteit en Weerbaarheid.

Q1 - Q4

We zetten in op actieve communicatie over rampen en crisis richting onze inwoners.

Q1 - Q2

55

bedragen x € 1.000 06 Bestuur, veiligheid en dienstverlening Wat mag het kosten?

Begroting 2026

MJR 2027

MJR 2028

MJR 2029

Saldo van baten en lasten Lasten 10100 Gemeenteraad 10110 College van B&W 10120 Bestuurlijke samenwerking en deelnemingen 10130 Internationale contacten 10200 Verkiezingen 10210 Burgerlijke stand 10220 Rijbewijzen 10230 Reisdocumenten 10240 Overige burgerzaken 10300 Beheer overige gebouwen en gronden 10500 Treasury 10611 Uitvoering Wet WOZ 10800 Algemene baten en lasten 10810 Openbare orde 10820 Handhaving Openbare orde 10830 Ondersteuning veiligheidsketen Totaal Lasten

- 942 - 1.121 - 638 - 25 - 162 - 258 - 188 - 385 - 84 - 223 - 744 - 509 - 1.098 - 472 - 764 - 2.891 - 10.502

- 950 - 1.121 - 669 - 25 - 164 - 261 - 209 - 430 - 85 - 228 - 561 - 517 - 1.245 - 479 - 791 - 2.893 - 10.629

- 938 - 1.121 - 669 - 25 - 164 - 262 - 203 - 339 - 86 - 231 - 420 - 519 - 1.507 - 449 - 804 - 2.894 - 10.630

- 945 - 1.121 - 669 - 31 - 164 - 263 - 203 - 339 - 86 - 244 - 337 - 520 - 1.936 - 425 - 816 - 2.894 - 10.995

Baten 10110 College van B&W 10120 Bestuurlijke samenwerking en deelnemingen 10200 Verkiezingen 10210 Burgerlijke stand 10220 Rijbewijzen 10230 Reisdocumenten 10240 Overige burgerzaken 10300 Beheer overige gebouwen en gronden 10500 Treasury 10610 Onroerende-zaakbelastingen 10611 Uitvoering Wet WOZ 10620 Onroerende-zaakbelastingen 10640 Hondenbelasting 10700 Uitkering gemeentefonds 10710 Integratie-uitkering sociaal domein 10800 Algemene baten en lasten 10810 Openbare orde 10820 Handhaving Openbare orde Totaal Baten

82 186 584 22 316 1.185 6.524 10 3.767 76.212 3.776 337 15 50 93.067

82 254 677 22 316 921 6.524 10 3.767 76.187 3.587 337 14 50 92.749

82 217 467 22 316 867 6.524 10 3.767 74.159 3.421 337 7 50 90.246

82 217 467 22 316 820 6.524 10 3.767 75.088 3.323 337 50 91.024

82.565

82.120

79.616

80.029

Mutatie reserves Toevoegingen

- 744

- 149

- 453

- 759

Onttrekkingen

1.221

1.373

312

275

Mutatie reserves

477

1.224

- 141

- 485

83.042

83.344

79.475

79.544

Saldo van baten en lasten

Resultaat

56

Belangrijkste financiële ontwikkelingen Hogere gemeentelijke bijdrage Samen Twente We dragen het komende jaar een hogere bijdrage af aan Samen Twente. Deze toename wordt met name veroorzaakt door stijgende structurele kosten voor Veilig Thuis Twente en forensische geneeskunde, taken waarvoor landelijke normen en toegenomen vraag leiden tot hogere financiële inzet. Deze stijging is noodzakelijk om blijvend uitvoering te geven aan wettelijke taken. Daarnaast zijn ook de bezuinigingsmaatregelen die voortkomen uit de kerntakendiscussie verwerkt in deze programmabegroting. Nieuwe landelijke kwaliteitscriteria VTH De landelijke kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zijn vernieuwd. Om aan te tonen dat wij als organisatie voldoen aan de nieuwe eisen dienen wij hiervoor kosten te maken. Daarnaast moeten wij dit aspect structureel borgen in onze bedrijfsvoering. De kosten hebben wij meegenomen. Onroerendezaakbelasting (OZB) Bij de OZB-woningen hebben we de opbrengst voor 2026 verhoogd met 2,8% inflatiecorrectie. Op 31 januari 2026 worden de nieuwe tarieven vastgesteld naar aanleiding van de taxatiewaarden per waardepeildatum 1-1-2025. Op dat moment gaan we ook kijken naar de mogelijkheden om de tarieven verder aan te passen.

Gemeentefonds De gevolgen van de meicirculaire op de begroting 2025 en de meerjarenbegroting 2026-2029 zijn positief voor onze gemeente voor alle jaren. Om de terugval van de inkomsten uit het gemeentefonds -het ‘ravijn’- iets te dempen ontvangen we een extra structurele bijdrage van circa € 800.000,--. We zien dus dat het ravijnjaar van 2026 wordt verschoven naar 2028. Dit zien we ook terug in algehele tekort in de meerjarenbegroting 2026-2029: de tekorten lopen naar de toekomst steeds verder op. Voor een uitgebreide toelichting verwijzen we u naar het hoofdstuk Financieel meerjarenbeeld 2026-2029.

Nieuw beleid Incidentele subsidieverhoging Avedan voor inzet buurtbemiddeling We stellen voor om voor het verminderen van burenruzies en woonoverlast Avedan een extra subsidie te verlenen voor de inzet van vrijwilligers om escalaties te voorkomen en professionals te ontlasten. De subsidie wordt voor de aankomende 2,5 jaar versterkt. De woningcorporatie Reggewoon draagt voor 25% bij aan de kosten.

Verbonden partijen die bijdragen aan programma 6: - Enexis Holding N.V.; - Omgevingsdienst Twente; - Veiligheidsregio Twente. Een uitgebreide toelichting van deze verbonden partijen is te vinden in paragraaf 6 Verbonden partijen.

57

Programma: Overhead

58

Inleiding In dit programma presenteren wij de kosten van de overhead. In de paragraaf bedrijfsvoering lichten wij de activiteiten over de overhead nader toe. bedragen x € 1.000 99 Overhead Wat mag het kosten?

Begroting 2026

MJR 2027

MJR 2028

MJR 2029

Saldo van baten en lasten Lasten 10400 Personeel 10410 Personeel en organisatie 10420 Organisatieaangelegenheden 10430 Financien en belastingen 10440 Huisvesting 10450 Automatisering 10460 Communicatie 10470 Juridische zaken 10480 Facilitaire zaken 10490 Overige ondersteuning Totaal Lasten

- 11.667 - 973 - 57 - 469 - 999 - 2.448 - 130 - 42 - 687 104 - 17.369

- 11.860 - 954 - 57 - 469 - 989 - 2.342 - 132 - 42 - 713 74 - 17.484

- 11.776 - 963 - 57 - 469 - 992 - 2.315 - 132 - 42 - 697 224 - 17.219

- 11.704 - 959 - 57 - 469 - 1.051 - 2.267 - 132 - 42 - 680 178 - 17.184

1 1

1 1

1 0 1

1 0 1

Saldo van baten en lasten

- 17.368

- 17.483

- 17.218

- 17.183

Resultaat

- 17.368

- 17.483

- 17.218

- 17.183

Baten 10400 Personeel 10430 Financien en belastingen 10440 Huisvesting 10460 Communicatie 10470 Juridische zaken 10480 Facilitaire zaken 10490 Overige ondersteuning Totaal Baten

Belangrijkste financiële ontwikkelingen In juli 2025 is het nieuwe functieboek geïmplementeerd, deze ontwikkeling brengt financiële effecten met zich mee. We verwerken het effect in de najaarsrapportage 2025, echter wordt het structurele effect van de najaarsrapportage niet meegenomen in deze begroting. We hebben daarom een stelpost opgenomen van € 400.000,--. Als gemeente moeten we voldoen aan de regels voor informatiebeveiliging uit de BIO en de NIS2-richtlijn. De BIO geldt sinds 2019 en bevat basismaatregelen voor veilige omgang met informatie. De NIS2-richtlijn komt in 2025 in de wet en stelt extra eisen, zoals beter risicobeheer en het beveiligen van de hele keten van leveranciers en systemen. Als gemeente dienen wij andere software, welke voldoet aan deze wetgeving, aan te schaffen en onze organisatie op te leiden om bv. cyberrisico’s te herkennen. We hebben daarom voor 2026 en 2027 incidenteel een bedrag van € 377.000,-- per jaar opgenomen en structureel vanaf 2028 een bedrag van € 227.000,--.

Nieuw beleid Sparen voor dekking exploitatielasten renovatie/nieuwbouw gemeentewerf (99.02) We stellen voor om vanaf 2028 jaarlijks € 250.000,-- extra te reserveren, oplopend tot € 1.000.000,-- vanaf 2031, ten behoeve van de toekomstige renovatie of nieuwbouw van de verouderde gemeentewerf. Hiermee wordt tijdig een reserve opgebouwd zonder de besluitvorming te vertragen. Tijdelijke personele inzet informatiebeheer (99.03) We stellen voor om tijdelijk extra personeel in te zetten om achterstanden van het informatiebeheer weg te werken. De kosten zijn in zowel 2026 als 2027 een bedrag van € 75.000,--.

59

Doorontwikkeling interne controle (99.05) We stellen voor om in 2026 en 2027 een bedrag van € 70.000,-- beschikbaar te stellen voor de verbetering van de interne controle. Dit is noodzakelijk in verband met toegenomen wettelijke eisen, zoals de rechtmatigheidsverantwoording, en draagt bij aan meer inzicht en grip voor risicobeheersing en procesverbetering.

Verbonden partijen die bijdragen aan het programma Overhead: - N.V. Bank Nederlandse gemeenten; - CSV Amsterdam; - Publiek Belang Elektriciteitsproductie; - Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG); - VNG Overijssel. Een uitgebreide toelichting van deze verbonden partijen is te vinden in Paragraaf 6 Verbonden partijen.

60

Paragraaf 1: Lokale heffingen

61

In deze paragraaf leggen we uit wat het beleid is voor 2026 over de gemeentelijke belastingen. Ook vertellen we wat dit betekent voor de hoogte van de belastingen voor inwoners

Inleiding Het is gebruikelijk dat we de tarieven jaarlijks verhogen met een inflatiecorrectie. Op basis van de laatste voorspellingen van het Centraal Planbureau (CPB) gaan wij voor 2026 uit van een gewogen gemiddelde van 6% inflatie, dit staat ook in de uitgangspunten voor de begroting. Voor de Onroerende-Zaakbelastingen (OZB), Afvalstoffenheffing en Riool-en waterzorgheffing rekenen we een verhoging van 2,8% door. Dit is gelijk aan de kostenstijging van de gemeentelijke materiële uitgaven. Belastingdruk woningen Door de doorberekende inflatie stijgt de belastingdruk (het totaal aan OZB, afvalstoffenheffing en riool- en waterzorgheffing) voor een gemiddelde woningeigenaar (die ook gebruiker is van zijn woning) met 2,8%. De huurder ziet in 2026 zijn gemeentelijke belastingen met gemiddeld 2,8% stijgen. In bedragen betekent dit dat voor 2026 de woonlasten voor een woningeigenaar met gemiddeld € 2,24 per maand stijgen en voor een huurder met € 1,25 per maand.

Woonlasten eigenaar en gebruiker

2025

2026

Lastenstijging (€)

Lastenstijging (%)

Eigenaar en gebruiker OZB eigenaar *1) Afvalstoffenheffing *2) Riool- en waterzorgheffing *3) Woonlasten eigenaar en gebruiker

€ 415,59 € 267,60 € 270,48 € 953,67

€ 427,41 € 275,04 € 278,04 € 980,49

€ 11,83 € 7,44 € 7,56 € 26,83

2,8% 2,8% 2,8% 2,8%

Gebruiker Afvalstoffenheffing *2) Riool- en waterzorgheffing *3) Woonlasten gebruiker

€ 267,60 € 270,48 € 538,08

€ 275,04 € 278,04 € 553,08

€ 7,44 € 7,56 € 15,00

2,8% 2,8% 2,8%

*1) Voor het eigendom van een gemiddelde woning met een woningwaarde van € 394.294,-*2) Standaardcombinatie: basisheffing met een 140 liter restafval *3) Uitgaande van 0-500 m3 waterverbruik

Belastingdruk bedrijven Bedrijven hebben alleen te maken met de onroerende-zaakbelastingen (OZB) en de riool- en waterzorgheffing. De afvalstoffenheffing is namelijk alleen maar voor huishoudens. Hieronder ziet u de ontwikkeling in de belastingdruk voor een fictief bedrijf dat in 2010 een WOZ-waarde had van € 1 miljoen (sindsdien verhoogd met de jaarlijkse gemiddelde marktontwikkeling voor niet-woningen) en een jaarlijks waterverbruik van 1000 m3. De WOZ-waarden voor 2026 zijn nog niet bekend, daarom gaan we in deze paragraaf uit van de WOZ-waarde in 2025. In 2024 was het bewuste bedrijf nog € 924.173,-- waard en die waarde is met 0,5% gestegen naar € 936.927,--.

2025

2026

Lastenstijging (€)

Lastenstijging (%)

€ 2.911,03 € 2.374,17 € 374,04 € 5.659,25

€ 2.992,54 € 2.440,69 € 384,48 € 5.817,72

€ 81,51 € 66,52 € 10,44 € 158,47

2,8% 2,8% 2,8% 2,8%

Belastingdruk bedrijven OZB eigendom *1) OZB gebruik *1) Riool- en waterzorgheffing *2) Belastingdruk eigenaar/gebruiker

*1) Voor het eigendom van een fictief bedrijf dat in 2010 een WOZ-waarde had van € 1,0 miljoen. *2) Uitgaande van 1.000 m3 waterverbruik

62

Voorlopige tarieven OZB, afvalstoffenheffing en riool- en waterzorgheffing In de raadsvergadering van 16 december 2025 worden de belastingverordeningen vastgesteld. Net als in voorgaande jaren stellen we dan voor de afvalstoffenheffing, OZB en riool- en waterzorgheffing fictief te hoge tarieven (+25%) vast. De definitieve, lagere tarieven worden pas vastgesteld in de raadsvergadering van 27 januari 2026 Deze gelden met terugwerkende kracht per 1 januari 2026. Op deze manier kunnen de meest recente taxatiewaarden, de uitgezette afvalcontainers en informatie over het waterverbruik nog verwerkt worden in de tariefberekening. Uiteraard is daarbij de 2,8% opbrengstenstijging vanuit de begroting leidend voor de tariefberekeningen.

Tarieven Afvalstoffenheffing Bij de tariefberekening van de afvalstoffenheffing hebben we rekening gehouden met een inflatiecorrectie van 2,8%. De tarieven zien er nu als volgt uit: 2025

2026

Lastenstijging (€)

Lastenstijging (%)

€ 193,08 € 74,52 € 143,52 € 82,56 € 136,20

€ 198,48 € 76,56 € 147,48 € 84,84 € 140,04

€ 5,40 € 2,04 € 3,96 € 2,28 € 3,84

2,8% 2,7% 2,8% 2,8% 2,8%

Lastenstijging (€) € 167,00 € 54,00 € 221,00

Lastenstijging (%) 6,0% 6,0% 6,0%

Afvalstoffenheffing Basisheffing 140 liter restcontainer 240 liter restcontainer opslag hoogbouwcomplex opslag recreatiecomplex

Begrafenisrechten De tarieven van de begrafenisrechten zijn met een inflatiecorrectie van 6% verhoogd. Begrafenisrechten Aankoop eigen graf Begraven volwassene Totaal

2025

2026

€ 2.785,00 € 894,00 € 3.679,00

€ 2.952,00 € 948,00 € 3.900,00

Leges De tarieven van de leges zijn verhoogd met een inflatiecorrectie van 6%. Voor sommige tarieven geldt deze verhoging niet. Bijvoorbeeld voor: - Tarieven die op basis van andere wet- en regelgeving zijn vastgelegd zoals voor paspoorten of identiteitskaarten. - Tarieven die eerder niet kostendekkend waren. De Legesverordening is ook aangepast op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) per 1 januari 2024. Marktprecariobelasting De tarieven van de marktprecariobelasting worden verhoogd met de inflatiecorrectie van 6%. Onroerende-zaakbelastingen De opbrengst van de OZB is een algemeen dekkingsmiddel. De tarieven van de OZB worden uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde. Bij de OZB rekenen we in deze begroting met een opbrengstverhoging van 2,8%. De nieuwe tarieven stellen we in de raadsvergadering van 27 januari 2026 definitief vast zodat ook de meest recente ontwikkelingen van de WOZ-waardes nog worden meegenomen. Bovenstaande tariefstijgingen leiden tot de volgende voorlopige tarieven van de OZB voor 2026: 63

2025

2026

Tariefontwikkeling

Lastenstijging (%)

Eigendom Woning Niet-woning

0,1054% 0,3107%

0,1084% 0,3194%

0,0030% 0,0087%

2,8% 2,8%

Gebruik Niet-woning

0,2534%

0,2605%

0,0071%

2,8%

Onroerende-zaakbelastingen

Tarieven en WOZ-waarden Op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) taxeren wij elk jaar alle onroerende zaken. Voor 2026 zullen alle onroerende zaken in de gemeente worden getaxeerd naar waardepeildatum 1 januari 2025. De resultaten daarvan komen eind 2025 beschikbaar. Zodra de nieuwe taxatiewaarden bekend zijn, worden de OZB-tarieven definitief vastgesteld. Dat gebeurt in de raadsvergadering van 27 januari 2026. Reclamebelasting De reclamebelasting wordt alleen in het centrum van Nijverdal geheven, dus niet in de gehele gemeente. Het grootste deel van de opbrengst van de reclamebelasting maken we over aan Stichting Promotie Nijverdal voor het organiseren van evenementen en daarnaast is er een deel voor de perceptiekosten. In 2026 wordt de opbrengst geraamd op € 85.000,--. De bijdrage aan Stichting Promotie Nijverdal bedraagt € 75.000,--. Riool- en waterzorgheffing De riool- en waterzorgheffing is een heffing waarmee de gemeente de kosten betaalt voor het onderhouden van het riool en het beheer van afvalwater, grondwater en hemelwater (regen). De tarieven van de riool- en waterzorgheffing zijn verhoogd met een inflatiecorrectie van 2,8%.

2025

2026

Lastenstijging (€)

Lastenstijging (%)

€ 270,48 € 374,04 € 1.213,92

€ 278,04 € 384,48 € 1.247,88

€ 7,56 € 10,44 € 33,96

2,8% 2,8% 2,8%

€ 472,08

€ 485,28

€ 13,20

2,8%

Riool- en waterzorgheffing Vastrecht 0 -500 m3 Vastrecht 501 -1000 m3 Vastrecht 1001 -1500 m3 Opslag voor elke hele of gedeelte van 500 m3 boven 1500 m3

Eenmalig rioolaansluitrecht Sinds 2022 kennen we in onze gemeente een eenmalig rioolaansluitrecht. Voor 2026 zijn de tarieven geïndexeerd met 6%. 2025

2026

Lastenstijging (€)

Lastenstijging (%)

€ 775,00 € 775,00 € 775,00 € 1.549,00

€ 821,50 € 821,50 € 821,50 € 1.642,00

€ 46,50 € 46,50 € 46,50 € 93,00

6,0% 6,0% 6,0% 6,0%

Eenmalig rioolaansluitrecht Aansluiting op een gemengd riool, per perceel Aansluiting op een afvalwaterriool, per perceel Aansluiting op een hemelwaterriool, per perceel Bij gelijktijdige aanleg, per perceel

64

Toeristenbelasting De gemeente Hellendoorn heeft samen met de Hellendoornse Ondernemers voor Recreatie en Toerisme (HORT) tarieven voor de periode 2024-2027 vastgesteld. In de volgende tabel ziet u die tarieven, deze wijken dus af van de inflatiecorrectie. De tarieven zijn per persoon per nacht. Uiteraard geldt dit niet voor de laatste categorie in onderstaande tabel. Dit is een tarief per vaste standplaats per jaar op een camping en dat komt overeen met het tarief A vermenig­vuldigd met 150. Toeristenbelasting Tarief A: Campings, groepsaccommodaties Tarief B: Zomerhuisjes, B&B Tarief C: Hotels Tarief vaste plaats

2025

2026

Lastenstijging (€)

Lastenstijging (%)

€ 0,84 € 1,31 € 2,01 € 126,00

€ 0,87 € 1,34 € 2,07 € 130,50

€ 0,03 € 0,03 € 0,06 € 4,50

3,6% 2,3% 3,0% 3,6%

Vermakelijkhedenretributie Al jaren is er een convenant met de enige belastingplichtige, het Avonturenpark. In 2022 hebben we als gemeente een nieuw convenant afgesloten met als looptijd 2023-2027. Door deze overeenkomst af te sluiten voorkomen we dat de verordening vermakelijkhedenretributie in werking treedt. Het komt er in zo’n retributie op neer dat het Avonturenpark voor elke bezoeker een vast bedrag betaalt aan de gemeente. In het convenant wordt dit ‘afgekocht’ voor een vast bedrag per jaar. Hierdoor beperken we de administratieve last voor beide partijen. Gecombineerde aanslag 2026 De gecombineerde aanslagen, zoals de onroerende-zaakbelastingen (OZB), afvalstoffenheffing, riool- en waterzorg­heffing, worden naar verwachting eind februari 2026 verstuurd. Betaling van de aanslag 2026 Veel inwoners hebben een machtiging hebben afgegeven tot automatische incasso. Zij hebben meestal tien termijnen om het verschuldigde bedrag te voldoen. Kwijtschelding We maken volop gebruik van de mogelijkheden om inwoners te helpen bij het aanvragen van kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Bij de beoordeling wordt 100% van de bijstandsnorm gezien als noodzakelijke kosten om van te leven. Voor mensen met pensioen geldt een ruimere norm. Waar het wettelijk kan wordt ook rekening gehouden met de kosten van kinderopvang.

Om de administratieve lasten voor de inwoner en de uitvoeringskosten te beperken, toetsen we de jaren na een eerste toewijzing via het Bureau InformatieDiensten NEderland (BIDN).

65

Hoe scoren we in vergelijking met andere gemeenten? Sinds 2020 wordt jaarlijks een vergelijking gemaakt van de gemeentelijke woonlasten. Deze zogenoemde benchmark gemeentelijke woonlasten laat zien hoe hoog de belastingen voor inwoners zijn in vergelijking met andere gemeenten in de provincie en het land. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) maakt deze vergelijking en publiceert de cijfers in de Atlas van de lokale lasten. Hieronder staat een grafiek uit de Atlas Lokale Lasten 2025, waarin de woonlasten van gemeente Hellendoorn worden vergeleken met het landelijk en provinciaal gemiddelde.

De benchmark laat voor 2025 zien dat Hellendoorn in Overijssel voor de meerpersoonshuishoudens in een koopwoning op de 16de plek staat, waarbij op de eerste plek de gemeente met de laagste lokale lasten staat. Hieronder ziet u de benchmark opgesplitst in woonlasten voor een één- en meerpersoonshuishouden met of zonder koop­ woning. Huurwoning woonlasten éénpersoonshuishouden 1 Rijssen-Holten 2 Zwolle 3 Dalfsen 4 Kampen 5 Borne 6 Ommen 7 Twenterand 8 Staphorst 9 Raalte 10 Deventer 11 Dinkelland 12 Steenwijkerland 13 Olst-Wijhe 14 Oldenzaal 15 Tubbergen 16 Hengelo 17 Zwartewaterland 18 Hardenberg 19 Hellendoorn 20 Losser 21 Wierden 22 Enschede 23 Hof van Twente 24 Almelo 25 Haaksbergen Overijssel Landelijk

€ 361 € 376 € 382 € 403 € 430 € 438 € 446 € 449 € 463 € 469 € 477 € 482 € 488 € 492 € 509 € 510 € 512 € 516 € 538 € 551 € 560 € 581 € 590 € 591 € 623 € 489 € 497

Koopwoning woonlasten éénpersoonshuishouden 1 Rijssen-Holten € 719 2 Steenwijkerland € 784 3 Ommen € 814 4 Kampen € 837 5 Zwolle € 837 6 Hardenberg € 846 7 Zwartewaterland € 848 8 Raalte € 879 9 Staphorst € 888 10 Dalfsen € 908 11 Dinkelland € 942 12 Twenterand € 951 13 Deventer € 959 14 Hengelo € 960 15 Tubbergen € 969 16 Oldenzaal € 975 17 Hellendoorn € 1.007 18 Wierden € 1.010 19 Almelo € 1.022 20 Enschede € 1.033 21 Borne € 1.034 22 Losser € 1.052 23 Hof van Twente € 1.067 24 Olst-Wijhe € 1.068 25 Haaksbergen € 1.125 Overijssel € 941 Landelijk € 972

Huurwoning woonlasten meerpersoonshuishouden 1 Rijssen-Holten 2 Dalfsen 3 Kampen 4 Zwolle 5 Borne 6 Ommen 7 Staphorst 8 Twenterand 9 Raalte 10 Dinkelland 11 Deventer 12 Olst-Wijhe 13 Steenwijkerland 14 Oldenzaal 15 Tubbergen 16 Hellendoorn 17 Hengelo 18 Hardenberg 19 Losser 20 Wierden 21 Zwartewaterland 22 Enschede 23 Hof van Twente 24 Haaksbergen 25 Almelo Overijssel Landelijk

66

€ 409 € 409 € 431 € 459 € 466 € 467 € 472 € 486 € 505 € 507 € 510 € 510 € 512 € 526 € 531 € 538 € 546 € 557 € 582 € 588 € 597 € 609 € 619 € 623 € 637 € 524 € 589

Koopwoning woonlasten meerpersoonshuishouden 1 Rijssen-Holten € 767 2 Steenwijkerland € 814 3 Ommen € 843 4 Kampen € 865 5 Hardenberg € 887 6 Staphorst € 912 7 Zwolle € 920 8 Raalte € 922 9 Zwartewaterland € 933 10 Dalfsen € 936 11 Dinkelland € 972 12 Twenterand € 990 13 Tubbergen € 992 14 Hengelo € 996 15 Deventer € 1.001 16 Hellendoorn € 1.007 17 Oldenzaal € 1.009 18 Wierden € 1.037 19 Enschede € 1.061 20 Almelo € 1.069 21 Borne € 1.070 22 Losser € 1.084 23 Olst-Wijhe € 1.091 24 Hof van Twente € 1.096 25 Haaksbergen € 1.125 Overijssel € 976 Landelijk € 1.063

Hoe ziet de kostenonderbouwing eruit? De gemeente moet voldoen aan de BBV. BBV staat voor het Besluit Begroting en Verantwoording, een wettelijke regeling voor gemeenten, provincies en waterschappen in Nederland. Het bevat de voorschriften voor de opzet en inhoud van begrotingen en jaarstukken, met als doel financiële transparantie, vergelijkbaarheid en verantwoording binnen de lokale overheid te bevorderen. Een van de onderdelen van de BBV is dat we in de paragraaf Lokale heffingen inzicht geven in de mate waarin een heffing kostendekkend is, waarbij de tarieven niet meer dan kostendekkend mogen zijn. Het gaat om de volgende heffingen: •

Leges

•

Afvalstoffenheffing

•

Riool- en waterzorgheffing

•

Begrafenisrechten.

Om te bepalen in welke mate onze tarieven kostendekkend zijn hebben we gebruik gemaakt van externe deskundigheid, te weten kostendekkendheid.nl. Anno 2025 maakt één op de drie gemeenten gebruik van dit bedrijf voor de paragraaf lokale heffingen. Het grote voordeel van inschakeling van deze externe partij is dat het eenvoudiger en eenduidiger is om de kostendekkenheid te berekenen. Wij voldoen daarmee ook aan de BBV-regelgeving en de kans op een eventueel onverbindend-verklaring van de belastingverordening bij beroepszaken bij de gemeente is veel kleiner. Volgens de nieuwe regels die in het Besluit Begroting en Verantwoording zijn opgenomen moeten gemeenten laten zien hoe de tarieven van hierboven genoemde heffingen zijn berekend. De heffingen mogen niet meer opleveren dan de gemaakte kosten. Overigens geldt daarbij voor de afvalstoffenheffing en de riool- en waterzorgheffing dat we wel gebruik mogen maken van een egalisatievoorziening om grote schommelingen van de tarieven te voorkomen. Daarom moeten we duidelijk uitleggen dat de verwachte inkomsten niet hoger zijn dan de verwachte uitgaven. Ook moeten we informatie geven over de gemaakte keuzes in het beleid en hoe die zijn toegepast bij het vaststellen van de tarieven.

Zo is verplicht om in de paragraaf lokale heffingen van de begroting een uitsplitsing weer te geven tussen de directe kosten van het betreffende beleidsprogramma en de overhead.

1.

Beleid vaststellen kostendekkendheid

De toenemende vraag naar politieke en publieke verantwoording van tarieven is een belangrijke reden om over te gaan tot een beter systeem van kostprijsberekening. Dit betekent dat het tarief dat voor een product wordt gerekend op een inzichtelijke manier samengesteld moet worden uit de kosten en baten zoals opgenomen in de primitieve begroting en daarnaast uit de beleidsinhoudelijke keuzes die gemaakt worden. Kortom: het maakt de afwegingen over de hoogte van tarieven inzichtelijk en het maakt daarmee het besluitvormingsproces helder. Niet alleen voor de gemeente zelf maar ook voor de burger. Pas wanneer gemeenten duidelijk maken hoe tarieven tot stand gekomen zijn, is een tariefvergelijking van diverse gemeenten mogelijk. Als niet duidelijk is hoe een tarief tot stand gekomen is en hoeveel van de toe te rekenen kosten betaald worden uit de algemene middelen levert de onderlinge vergelijking van tarieven niet het gewenste inzicht op. Zolang de maximale kostendekkendheid van 100 procent niet bereikt is, is er ruimte voor verhoging van tarieven. Daarbij mogen de in de tarieventabel voorkomende wettelijk voorgeschreven maximale tarieven niet verhoogd worden. Bij een keuze voor het verhogen van de tarieven is het niet noodzakelijk om alle tarieven te verhogen. Ook is het niet noodzakelijk om tarieven met hetzelfde percentage te verhogen.

Zolang de maximale kostendekkendheid van het geheel (per hoofdstuk) niet overschreden wordt, kan per tarief besloten worden of en met hoeveel procent het tarief verhoogd wordt. Het vaststellen van de tarieven in de Legesverordening is een bevoegdheid van de Raad. Omdat de toe te rekenen kosten grotendeels gebaseerd zijn op jurisprudentie is een exact 100 procent kostendekkende legesverordening risicovol. Wanneer nieuwe jurisprudentie tot een wijziging in de toe te rekenen kosten leidt, kan de kostendekkendheid overschreden worden. Door iets onder het toegestane maximum te blijven wordt dit risico opgevangen. 67

1.1.

Kostprijsberekening methode

Kostendekkendheid.nl kiest bij de bepaling voor kostendekkendheid voor de zogenaamde Activity Based Costing method (ABC methode), dit is één van de methoden die ook worden beschreven in de handleiding kostentoerekening 2016 van de VNG. Bij deze methode worden alle handelingen om te komen tot een prestatie onderzocht en vervolgens vermenigvuldigd met een uurprijs van een behandelend ambtenaar. Van alle producten wordt inzichtelijk gemaakt wat de gemiddelde tijdsbelasting is en hoeveel producten er verkocht worden. Deze methode is ook goed verdedigbaar tijdens eventuele bezwaar- en beroepsprocedures. Nog niet voor alle producten is deze wijze van kostprijsberekening toegepast, omdat dit een arbeidsintensief proces betreft. Er is gekozen om eerst de producten in kaart te brengen met de hoogste omzet. Inmiddels zijn 98 producten onderzocht waarmee 95 procent van de legesopbrengsten is berekend volgens de ABC methode. Bij de overige producten is de benchmark met andere gemeenten het uitgangspunt geweest

1.2

Kruissubsidiëring

Wanneer er sprake is van veel verschillende tarieven in een verordening zoals bij leges, hoeft de maximale kostendekkendheid niet per tarief te gelden. Zolang het maximum van 100 procent voor het geheel niet overschreven wordt kan dit per tarief wel gelden. Door kruissubsidiëring is het mogelijk om de ‘winst’ van bepaalde producten te gebruiken om het ‘verlies’ op andere producten te dekken. Uitzonderingen kruissubsidiëring: Op het uitgangspunt van verordeningsbrede kruissubsidiëring bestaan enkele uitzonderingen: •

De Europese Dienstenrichtlijn beperkt de mogelijkheden voor kruissubsidiëring bij leges die samenhangen met bedrijfsactiviteiten tot een cluster van samenhangende vergunningen.

•

De wetgeving over de omgevingsvergunning gaat ervan uit dat alleen binnen de omgevingsvergunning kruissubsidiëring kan worden toegepast en niet met dienstverlening erbuiten.

1.3

Uitvoering onderzoek

De primitieve begroting is de basis voor de berekening van het onderzoek kostendekkendheid leges. Ook is gebruik gemaakt is van de “Handreiking kostentoerekening leges en tarieven” (opgesteld in opdracht van het ministerie van Binnenlandse zaken) en van het kostenmodel van de VNG. Er is geen wettelijk voorgeschreven lijst van toe te rekenen kosten en baten. Er zijn uitsluitend richtlijnen, waarvan een groot deel voortvloeit uit jurisprudentie.

2.2

Toerekenbare kosten

Er mogen alleen kosten worden toegerekend die direct met de dienstverlening samenhangen. Tot de toe te rekenen kosten behoren onder andere: •

Directe loonkosten

•

Overheadkosten*

•

Directe materiaalkosten

•

Perceptiekosten (kosten heffen en invorderen)

•

Kosten bezwaar en beroep gericht tegen de belastingheffing of belastinginvordering

•

Kosten oninbaarheid

•

Kosten kwijtschelding

•

BTW kosten

•

Voorlichtingskosten, voor zover niet samenhangend met beleidsvoorbereiding en beleidsvaststelling.

•

Kosten met betrekking tot handhaving, toezicht en controle mits het hier de eerste controle op het nakomen van vergunningsverlening betreft of de kosten specifiek samenhangen met de verleende dienst zoals de milieucontrole bij afvalstoffenheffing

68

*D  efinitie overheadkosten volgens de “notitie overhead van de commissie BBV”: Overheadkosten zijn de kosten die verhaald mogen worden welke weliswaar niet rechtstreeks samenhangen met de verleende dienst, maar wel in enig verband hiermee staan.

3.2

Niet-toerekenbare kosten

De kosten die niet direct met de dienstverlening samenhangen mogen niet doorberekend worden. Het gaat hierbij om onder meer: •

Kosten voor beleidsvoorbereiding.

•

Kosten met betrekking tot handhaving, toezicht en controle, tenzij het om de bij toerekenbare kosten genoemde uitzonderingen gaat.

•

Kosten van inspraak- en bezwaarprocedures, met uitzondering van hetgeen bij toerekenbare kosten genoemd wordt.

2.

Berekening kostendekkendheid

Hoofdstuk 1 algemene dienstverlening

Lasten De lasten zoals in de begroting zijn opgenomen zijn niet altijd voor 100 procent toerekenbaar. Een deel van de kosten kan niet direct in verband gebracht worden met de uitgevoerde dienst. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten van handhaving of bezwaar en beroep betreffende de vergunning. De volgende lasten (niet limitatief) zijn in de berekening meegenomen, waarbij uitgegaan is van het toerekenbare deel: 1 Apparaatskosten (bestaat uit directe loonkosten verhoogd met percentage overheadkosten); 2 Kosten voor Bijzonder ambtenaren van de burgerlijke stand (trouwen); 3 Trouwboekjes; 4 Afdrachten aan het rijk; 5 Kosten van druk- en bindwerk; 6 Aankoopkosten van gehandicapten parkeerkaarten en medische indicatie. bedragen x € 1.000 Lasten Overhead taakveld

Kostendekkendheid legesverordening per hoofdstuk - Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 1 - Algemene dienstverlening Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand Hoofdstuk 2 Reisdocumenten Hoofdstuk 3 Rijbewijzen Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de Basisregistratie Personen Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken Hoofdstuk 21 Overige vergunningen, ontheffingen en inschrijvingen - bijzondere wetten Hoofdstuk 24 Diversen Kostendekkendheid Hoofdstuk 1 - Algemene dienstverlening

69

Totaal Opbrengst lasten en

Kostendekking

56,4 477,6 153,0 3,5

29,7 104,4 50,2 1,4

86,0 582,0 203,3 4,9

71,7 584,0 186,5 3,5

83,3% 100,3% 91,7% 71,5%

9,0 61,3

1,2 16,7

10,2 78,0

6,6 60,0

64,5% 76,9%

85,7 846,5

2,0 205,7

87,7 1.052,2

27,3 939,5

31,1% 89,3%

Toelichting: Bij hoofdstuk 1 is weinig ruimte om de tarieven te verhogen omdat de opbrengsten voornamelijk veroorzaakt worden door paspoorten en rijbewijzen. Deze tarieven zijn momenteel gelijk aan de maximaal toegestane hoogte.

Hoofdstuk 2 dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning

Lasten De lasten zoals in de begroting zijn opgenomen zijn niet altijd voor 100 procent toerekenbaar. Een deel van de kosten kan niet direct in verband gebracht worden met de uitgevoerde dienst. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten van handhaving of bezwaar en beroep. De volgende lasten (niet limitatief) zijn in de berekening meegenomen, waarbij uitgegaan is van het toerekenbare deel: 1 Apparaatskosten (bestaat uit directe loonkosten verhoogd met percentage overheadkosten); 2 Kosten welstandscommissie; 3 Publicatie in de staatscourant. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking getreden. De Wkb houdt in dat bouwwerken die onder gevolgklasse 1 vallen, bv grondgebonden woningen, rijtjeswoningen, bouwwerken van maximaal 2 bouwlagen met een industriefunctie, fiets- en loopbruggen met een lengte van maximaal 20 meter e.d., bouwkundig niet meer door de gemeente gecontroleerd worden. De controle of een bouwwerk bouw­technisch voldoet, wordt in dat geval uitgevoerd door een externe kwaliteitsborger. De wet wordt gefaseerd ingevoerd en geldt momenteel alleen voor nieuwbouw en niet voor verbouw. Als er sprake is van verbouw, dan moeten we het bouwwerk nog wel bouwkundig beoordelen en geldt er een vergunningsplicht.

Valt het bouwwerk onder gevolgklasse 1, en er is sprake van nieuwbouw, dan is er voor de bouwactiviteit geen vergunning nodig, maar geldt mogelijk wel een meldingsplicht. Voor het afhandelen van meldingen mogen geen leges geheven worden, voor het in behandeling nemen van vergunningen wel. Deze ingrijpende stelselwijziging die voor heel Nederland geldt leidt er voor de burger van de gemeente Hellendoorn toe dat er naast de leges omgevingsvergunning ook kosten voor een externe kwaliteitsborger moet worden gemaakt. De leges van de gemeente Hellendoorn zijn voor 2025 voor 83,01% kostendekkend; in 2024 was dat berekend op 89,27%. Dat is nog steeds niet volledig kostendekkend en biedt eventueel ruimte om tarieven te verhogen. Het is verstandig om daar op dit moment van af te zien i.v.m. een mogelijke toename van beroepsprocedures. Om een inschatting te maken ver de gevolgen van de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen is een impactanalyse ingevuld. Uit deze analyse volgt dat er een deel van de werkzaamheden, de bouwkundige toets, komt te vervallen, maar dat hier andere werkzaamheden voor in de plaats komen. Denk bv. aan het afdoen van de meldingen. Geconcludeerd is dan ook dat er niet minder capaciteit nodig is, maar dat de werkzaamheden (deels) veranderen. bedragen x € 1.000 Lasten Overhead taakveld

Kostendekkendheid legesverordening per hoofdstuk -Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 2 - Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning Kostendekkendheid Hoofdstuk 2 - Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning

70

Totaal Opbrengst lasten en

Kostendekking

23,5

13,4

36,8

24,5

66,5%

830,5 854,0

276,7 290,1

1.107,2 1.144,1

911,9 936,4

82,4% 81,8%

Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijn

Lasten De lasten zoals in de begroting zijn opgenomen zijn niet altijd voor 100 procent toerekenbaar. Een deel van de kosten kan niet direct in verband gebracht worden met de uitgevoerde dienst. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten van handhaving of bezwaar en beroep. De volgende lasten zijn in de berekening meegenomen, waarbij uitgegaan is van het toerekenbare deel. 1 Apparaatskosten (bestaat uit directe loonkosten verhoogd met percentage overheadkosten)

Toelichting Hoofdstuk 3 is een klein onderdeel van de legesverordening wat voor een groot deel bestaat uit evenementenvergunningen. Vanwege de maatschappelijke betekenis ervan is dit bij veel gemeenten niet kostendekkend. bedragen x € 1.000 Lasten Overhead taakveld

Kostendekkendheid legesverordening per hoofdstuk - Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 3 - Europese dienstenrichtlijn Hoofdstuk 1 Horeca Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten Hoofdstuk 5 Standplaatsen Hoofdstuk 8 Toezicht op openbare inrichtingen Kostendekkendheid Hoofdstuk 3 - Europese dienstenrichtlijn

42,5 7,0 2,4 1,1 53,0

7,4 4,0 1,4 0,6 13,4

Totaal Opbrengst lasten en 49,9 11,0 3,8 1,7 66,4

32,2 5,8 0,7 0,5 39,3

Kostendekking 64,6% 52,9% 18,6% 30,1% 59,2%

Conclusie bedragen x € 1.000 Kostendekkendheid legesverordening per hoofdstuk Recapitulatie Hoofdstuk 1, 2 en 3 Kostendekking Titel 1 - Algemene dienstverlening Kostendekking Titel 2 - Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning Kostendekking Titel 3 - Europese dienstenrichtlijn Kostendekkendheid legesverordening

Lasten Overhead taakveld

Totaal Opbrengst lasten en

846,5 854,0 53,0 1.753,5

1.052,2 1.144,1 66,4 2.262,7

205,7 290,1 13,4 509,1

939,5 936,4 39,3 1.915,1

Kostendekking 89,3% 81,8% 59,2% 84,6%

De kostendekkendheid van de gemeente Hellendoorn voldoet aan de wettelijk gestelde eisen.

Afvalstoffenheffing In zijn algemeenheid is de afvalstoffenheffing volledig bedoeld om de kosten van afvalinzameling en -verwerking te dekken. We gebruiken de voorziening egalisatie afvalstoffenheffing om schokken in de tarieven op te vangen. De voorziening is de afgelopen jaren opgebouwd uit de ontvangen heffingen en daarom willen we deze teruggeven aan de burger. Daarom hebben we er ook voor gekozen om de afvalstoffenheffing beperkt te laten stijgen met 2,8% De voorziening wordt in 2026 aangesproken voor ruim € 75.000,----. Dit leidt tot een kostendekkingspercentage van 98,4 procent.

71

bedragen x € 1.000 Begroting 2025

Begroting 2026

4.077 248 - 864 3.461

4.120 242 - 883 3.478

651 535 1.186

632 511 1.144

Totale kosten taakveld

4.648

4.622

Totale opbrengsten heffing

4.423

4.547

Dekkingspercentage heffing

95,2%

98,4%

Berekening kostendekkendheid afvalstoffenheffing Kosten taakveld Netto kosten Kosten, incl. (omslag)rente Taakveld Straatreiniging - 1/3 deel naar Afval Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten Toe te rekenen kosten Overhead, incl. (omslag)rente BTW* Toe te rekenen kosten taakveld

* De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten

Riool- en waterzorgheffing De riool- en waterzorgheffing willen we niet meer dan kostendekkend houden. Om geen grote fluctuaties in de tarieven voor de riool- en waterzorgheffing te krijgen hebben we de voorziening egalisatie riool- en waterzorgheffing in het leven geroepen. Een bedrag van € 306.000 wordt in 2025 gestort in de voorziening Egalisatie riool- en waterzorgheffing. Dit leidt tot een kostendekkingspercentage van 106,5 procent. bedragen x € 1.000 Begroting 2025

Begroting 2026

3.438 248 - 39 3.646

3.396 242 - 40 3.598

890 468 1.358

627 456 1.084

Totale kosten taakveld

5.004

4.682

Totale opbrengsten heffing

4.852

4.988

Dekkingspercentage heffing

97,0%

106,5%

Berekening kostendekkendheid riool-en waterzorgheffing Kosten taakveld Netto kosten Kosten, incl. (omslag)rente Taakveld straatreiniging - 1/3 deel naar Rioleringen Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten Toe te rekenen kosten Overhead, incl. (omslag)rente BTW* Toe te rekenen kosten taakveld

* De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten

72

Begrafenisrechten Het dekkingspercentage is 78,4 procent en daarmee zijn de tarieven niet kostendekkend. bedragen x € 1.000 Begroting 2025

Begroting 2026

434 434

474 474

142 20 162

176 21 197

Totale kosten taakveld

596

671

Totale opbrengsten heffing

496

526

Dekkingspercentage heffing

83,2%

78,4%

Berekening kostendekkendheid begrafenisrechten Kosten taakveld Netto kosten Kosten, incl. (omslag)rente Inkomsten, excl. heffingen Netto kosten Toe te rekenen kosten Overhead, incl. (omslag)rente BTW* Toe te rekenen kosten taakveld

* De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten

73

Paragraaf 2: Weerstandsvermogen en risicobeheersing

74

In deze paragraaf geven we een toelichting over onze risico’s met de daarbij behorende maatregelen en vervolgens het weerstandsvermogen.

Inleiding Risicomanagement is een continu en systematisch proces waarbij de organisatie risico’s in kaart brengt. Risicomanagement helpt om risico’s te voorkomen, te vermijden of te verkleinen. De 2 meest gebruikte toepassingen van risico­management zijn sturen op risico’s en beheersen van risico’s. In deze paragraaf brengen wij de risico’s in beeld die van invloed zijn op onze bedrijfsvoering (organisatiebreed). Daarnaast (of ook) leggen we uit welke maatregelen we nemen om deze risico’s beheersbaar te maken. Door inzicht in risico’s kunnen we verantwoorde besluiten nemen. Dit geldt zowel voor huidige risico’s als voor risico’s die samenhangen met toekomstige uitgaven en investeringen. Deze risico’s moeten in verhouding staan tot onze vermogenspositie, ook wel het weerstandsvermogen genoemd. Dit bepalen we in vier stappen: 1. Het inventariseren van risico’s (risicoprofiel). 2. Het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit. 3. Het vaststellen van de beschikbare weerstandscapaciteit. 4. Het vergelijken van benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit. Ook gaan we in deze paragraaf in op de financiële kengetallen. Deze geven extra inzicht in onze weerbaarheid en wendbaarheid en maken duidelijk hoeveel financiële ruimte er is om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken.

1. Risicoprofiel Aan de hand van de risico-inventarisatie is een risicoprofiel opgesteld. We bekijken de risico’s van de organisatie regelmatig opnieuw en beoordelen ze als dat nodig is. Momenteel zijn in totaal 87 risico’s in het systeem ingebracht. In onderstaand overzicht presenteren we de 10 belangrijkste risico’s, vervolgens lichten we deze toe. Dit zijn de risico’s met de hoogste impact op de benodigde weerstandscapaciteit. De impact van de overige risico’s nemen we mee in het totaal van de benodigde weerstandscapaciteit.

75

bedragen x € 1.000 Belangrijkste financiële risico's Nr.

Risico gebeurtenis

Risico gevolg

Maatregelen

R67

Cyberaanval met uitval van ICT tot gevolg

Actief - Firewalls, virusscanners, beheer Financieel - ICT ligt plat waardoor informatie niet ontsloten is. Systemen werken mogelijk niet waardoor servers, pen-testen en offline back-up. betalingen en dienstverlening stil kunnen komen te liggen.

Netto financieel maximum 3.500

Netto Kans

Invloed (%)

50%

19,0%

1.000

70%

7,6%

500

90%

7,3%

1.000

50%

6,3%

500

70%

5,3%

Continuïteit - Er kan niet gewerkt worden en we kunnen amper tot geen dienstverlening bieden. Imago - Het vertrouwen in de overheid wordt aangetast. Imago - Eventuele identiteitsfraude bij inwoners. R54

Daling uitkering gemeentefonds

R255 Aansluiting op elektriciteitsnetwerk niet mogelijk

Financieel - De uitkering van het gemeentefonds kan gedurende het begrotingsjaar wijzigen. Bij een daling heeft dit effect op de lopende begroting en zijn direct ombuigingen nodig. Daarnaast heeft een daling impact op de volgende jaren. Ook dan zijn bezuinigingen nodig, maar daarvoor hebben we langer de tijd. Noodzakelijke bezuinigingen bij het Rijk kunnen leiden tot ombuigingen die ook gemeenten zullen raken.

Actief - Het opnemen van een voorzichtigheid in de raming van het gemeentefonds.

Continuïteit - Voorzieningenniveau wordt verlaagd.

Suggestie - Lobby in samenwerking met andere gemeenten en VNG.

Financieel - Verlieslatende grondexploitaties, minder opbrengsten door niet kunnen uitgeven van kavels, mislopen van subsidies voor verduurzaming. Een achterliggend risico is het effect op de economie en daardoor lagere inkomsten voor de gemeente.

In voorbereiding - Overleg met Enexis en Tennet.

Continuïteit - Vertraging in uitvoering van ruimtelijke plannen (waaronder woningen, bedrijventerreinen en verduurzamingsopgave).

Suggestie - Op de voet volgen van de ontwikkelingen, zodat je maximale reactietijd hebt om zelf de gevolgen te kunnen sturen.

In voorbereiding - Het creëren van decentrale energiehubs, dit is echter een oplossing voor een beperkt aantal situaties.

Imago - Door vertraging van projecten (met name woningbouw) kunnen verwachtingen van inwoners niet worden waargemaakt Financieel - De vergoeding van inkomsten uit het R250 Hoge loon- en prijsstijgingen worden niet voldoende gecompenseerd via het gemeentefonds voor loon- en prijsstijgingen zijn gemeentefonds ontoereikend om de werkelijke stijgingen op te vangen, waardoor tekorten in de begroting ontstaan. Continuïteit - Niet alle (beleids)taken kunnen meer op het vastgestelde niveau worden uitgevoerd.

R132 Groter beroep op open einde regelingen

Financieel - Het beroep dat de burger kan doen op open einde regelingen zoals Wmo-verstrekkingen, jeugdhulp, leerlingenvervoer en bijzondere bijstand is niet gelimiteerd. Dit kan resulteren in tegenvallers.

76

We kunnen maatregelen nemen waardoor minder mensen gebruik kunnen maken van de regelingen door in te zetten op preventie of het voorliggend veld.

R162 Toename van jeugdzorg in aantal cliënten door onvoorspelbaarheid van de uitgaven via externe verwijzers

500

50%

3,6%

600

50%

3,6%

1.000

30%

3,3%

Actief - Tarievenonderzoek voor de inkoop van Wmo en Jeugd.

1.000

30%

3,2%

Financieel - De kans bestaat dat er een boete wordt Actief - Extra controles in systemen opgelegd (tot maximaal € 820.000,--). Daarnaast kan de inbouwen. gemeente door burgers aansprakelijk worden gesteld Actief - Mensen controles laten voor gevolgschade. uitvoeren. Continuïteit - Gevolgen voor positie bestuurders. Er Actief - Een ICT-systeem dat voldoet wordt prioriteit gelegd bij de oplossing, en niet bij aan alle informatiemaatregelen om dit in de toekomst te voorkomen. beveiligingsmaatregelen (BIO). Imago - Er kan imagoschade ontstaan als mensen denken dat de overheid slordig omgaat met privacygevoelige informatie. overheid, welke laks omgaat met privacygevoelige informatie.

1.000

30%

3,2%

Financieel - Door toename van het gebruik van jeugdhulp ontstaan tekorten op het budget. Een groot gedeelte van de instroom komt buiten de gemeentelijke organisatie vandaan. 60% van de instroom wordt bepaald door huisartsen, andere medische specialisten of trajecten die opgelegd worden vanuit jeugdbescherming/jeugdreclassering.

Actief - Bij de inkoop 2025 wordt er ook gekeken hoe er meer grip op de uitgaven van de externe verwijzers kan komen. Tevens hebben we sociaal makelaars en POH'ers in dienst om meer grip op de uitgaven te krijgen.

Continuïteit - Doordat niet te sturen is op volume en doordat met name trajecten gericht op 24-uursverblijf kostbaar zijn kan de (financiële) impact groot zijn.

R65

Wachtgeldverplichtingen wethouders

R263 Dreigingen voor de (nationale) veiligheid

Financieel - Bij het eindigen van het dienstverband van Actief - Vormen van een reserve wethouders ontstaat een recht op wachtgeld. Wachtgelden huidige wethouders. Financieel - Het herstellen van systemen en processen zorgt voor financiële schade. Continuïteit - Uitval van vitale processen, zoals langdurig geen elektriciteit, gas of internet. Continuïteit - Dataverlies. Imago - Reputatieschade en inbreuk op privacy.

R101 Faillissement (grote) jeugdzorgaanbieders, of aanbieder stoot onderdeel af

Financieel - Vervangende woonplekken zoeken voor kinderen kost altijd extra geld. Afwikkeling van faillissementen brengt extra kosten met zich mee. Continuïteit - Geen zorg voor kinderen die het nodig hebben. Veel extra werk organisatie door overstap cliënten naar nieuwe aanbieder, wat snel geregeld moet worden. Imago - In de media ontstaat het beeld dat de gemeente te weinig betaalt voor contracten.

R61

Datalek - Gegevens van inwoners komen op straat

De invloed van een risico ziet u in het percentage in de laatste kolom. Dit percentage komt uit een risicosimulatie, die de kans en het bedrag van het risico samenvoegt tot een schatting van hoe het risico kan optreden. Het maximale bedrag dat met deze 10 grote risico’s gemoeid is, is € 10.600.000,-. De overige risico’s vertegenwoordigen een maximaal bedrag van € 9.157.500,--. In totaal hebben alle risico’s samen een (financiële) impact van € 19.757.500,--.

77

Toelichting risico’s Hieronder worden de risico’s in de top 10 toegelicht.

ICT Cyberaanval De digitale infrastructuur van onze gemeente is essentieel voor een betrouwbare en continue dienstverlening aan inwoners, bedrijven en instellingen. Een cyberaanval kan leiden tot uitval van ICT-systemen, waardoor cruciale informatie niet toegankelijk is en processen zoals betalingen en vergunningverlening stil komen te liggen. Dit brengt niet alleen financiële risico’s met zich mee, maar heeft ook gevolgen voor de continuïteit van de dienstverlening en het vertrouwen van inwoners in de overheid. In het ergste geval kunnen persoonsgegevens worden misbruikt, wat kan leiden tot identiteitsfraude en reputatieschade. Om dit risico te beperken, hebben we verschillende maatregelen genomen. Sommige voorkomen het risico, andere verkleinen de gevolgen. Zo beschikt de gemeente over geavanceerde firewalls en virusscanners, wordt het serverbeheer actief uitgevoerd, worden regelmatig penetratietesten (pen-tests) gedaan en wordt er gebruik gemaakt van offline back-ups. Ondanks deze inspanningen blijft het risico bestaan, onder andere door de toenemende complexiteit en agressiviteit van digitale dreigingen. Daarom is het belangrijk om steeds alert te blijven en te blijven werken aan digitale veiligheid. Datalek We werken elke dag met privacygevoelige gegevens van inwoners, bedrijven en instellingen. Als deze gegevens onbedoeld openbaar worden, noemen we dat een datalek.

Dat is een groot risico. De gevolgen kunnen fors zijn: naast mogelijke hoge boetes van toezichthouders zoals de Autoriteit Persoonsgegevens (tot € 820.000,--) kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor schade bij betrokkenen. Ook bestuurlijke druk neemt toe; bij een incident gaat alle aandacht naar crisisbeheersing, ten koste van reguliere werkzaamheden. Bovendien schaadt een datalek het vertrouwen van inwoners in de zorgvuldigheid van de gemeentelijke organisatie. Om dit risico te verkleinen, heeft de gemeente verschillende maatregelen genomen. In onze ICT-systemen zitten extra controles. Medewerkers voeren ook extra controles uit. De systemen voldoen aan de regels van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Toch moeten we alert blijven. We werken met steeds meer en gevoeliger gegevens, en digitale processen worden steeds ingewikkelder.

Gemeentefonds Vanuit de gemeentefondsuitkering wordt in 2026 bijna € 80 miljoen verwacht. Het is daarmee de belangrijkste bron van inkomsten. De inkomsten zijn daarmee € 0,7 miljoen hoger dan in 2025. Van deze inkomsten vormde de algemene uit­kering met € 76,2 miljoen het grootste bestanddeel. De uitkering deelfonds Sociaal Domein bedroeg nog € 3,8 miljoen: dit betreft alleen nog de bijdrage voor participatie. Door de integratie van de middelen voor Jeugd en Wmo in de algemene uitkering neemt het risico voor de gemeentefondsuitkering toe. De raad voor het openbaar bestuur (ROB) heeft in haar onderzoek geconcludeerd dat de gemeenten -ondanks de extra beschikbaar gestelde middelen- niet voldoende krijgen voor het uitvoeren van de taken voor Jeugd en Wmo. Het Rijk heeft naar aanleiding van het onderzoek van de commissie Van Ark extra middelen beschikbaar gesteld ter tegemoetkoming in de tekorten op Jeugd, maar structureel blijft de taakstelling staan en deze taakstelling wordt vanaf 2028 zelfs opgehoogd met de loon- en prijsindex. Het Rijk heeft in de laatste circulaires het financiële gat iets kleiner gemaakt. Maar eigenlijk is het ravijnjaar verplaatst van 2026 naar 2028. In de meicirculaire 2024 heeft het Rijk besloten al vanaf 2024 de accressen voor het gemeentefonds niet meer te koppelen aan de rijksuitgaven, maar aan het BBP (bruto binnenlands product).

Deze BBP-systematiek geldt voor zowel de loon- en prijscompensatie als voor de volumegroei. Verder worden we alleen gecompenseerd voor extra taken, maar we gaan niet meer “trap-optrap-af” mee met de uitgaven van het Rijk. Hoewel de nieuwe financieringssystematiek stabiliteit kan brengen, schiet ze tekort om de groei van de uitgaven voor zorgkosten en infrastructuur van gemeenten op te vangen. Die kosten stijgen namelijk harder dan het gemiddelde BBP. 78

VNG pleit voor een aangepaste systematiek die moet voorkomen dat er een jaarlijks groeiend tekort ontstaat en die op instemming kan rekenen van alle overheden, niet alleen het Rijk. Daarnaast betekent een koppeling van het accres aan het BBP dat er een minder sterke koppeling is met de loon- en prijsstijgingen zoals die zich voordoen binnen gemeenten. De cao-afspraken en overige loon- en prijsstijgingen (in brede zin) waar gemeenten mee geconfronteerd worden, kan flink afwijken van de algemene landelijke ontwikkelingen. Dit kan budgettair voordelig uitpakken, maar zeker ook nadelig. Het Rijk bepaalt de vergoeding voor loon- en prijsstijgingen op basis van het BBP. Daarbij gebruikt het de voorspellingen van het CPB. In mei van elk jaar wordt al vastgesteld hoeveel compensatie gemeenten krijgen, op basis van de verwachtingen van het CPB in maart. De laatste jaren blijkt dat het CPB de inflatie te laag inschat. Daardoor krijgen we te weinig compensatie. Dit gaat om miljoenen euro’s, en voor alle gemeenten samen zelfs om miljarden. De hoogte van het BTW-compensatiefonds (BCF) is rechtstreeks gerelateerd aan de hoogte van de gemeentefondsuitkering in enig jaar. Overschotten en overschrijdingen van het BTW-compensatiefonds worden verrekend met de gemeentefondsuitkering. De afgelopen jaren bleven de uitgaven achter, waardoor er overschotten op het BCF zijn ontstaan.

Nu enerzijds de economie weer volop draait en anderzijds het BCF daalt door daling van de gemeentefondsuitkering, bestaat het risico dat het fonds volledig wordt verbruikt en er wellicht tekorten op de loer liggen. Daarom is voor de jaren 2026 en de jaren daarna maar de helft van het maximale bedrag uit het BCF opgenomen in de voorstellen om het gemeentelijk tekort te dekken. In 2022 is de herijking van het gemeentefonds vastgesteld. Echter slechts voor 3 jaar: de periode van 2023 t/m 2025. Het voordeel dat ons was doorberekend wordt niet volledig uitgekeerd, omdat er met een ingroei-model wordt gewerkt van een bijstelling van € 15,-- per inwoner per jaar naar boven (voor onder andere ons) of beneden. Er hebben onderzoeken plaatsgevonden naar de verdeelsystematiek en er zullen t/m 2026 vervolgonderzoeken plaatsvinden, waardoor de bijdragen weer ter discussie staan. Het Rijk verwacht dat per 1 januari 2027 de herverdeling kan worden vervolgd, waarmee het voordeel dat we – hopelijk – nog tegoed hebben alsnog uitgekeerd krijgen. Momenteel wordt er echter onderzoek gedaan naar de verdeelmaatstaf ‘Huishoudens met een laag inkomen met drempel’. Circa 20% van Helendoorns inkomsten uit het gemeentefondsuitkering komt vanuit deze maatstaf. Indien in deze verdeelmaatstaf veranderingen worden aangebracht kan dit forse negatieve effecten hebben op onze algemene uitkering.

Netcongestie Netcongestie is als filevorming op de snelweg, maar dan voor elektriciteit. De vraag naar elektriciteit en het vervoer daarvan is de afgelopen jaren snel gegroeid. Dat komt doordat we steeds meer stroom gebruiken én opwekken. Hierdoor is er in een groot deel van Nederland een tekort aan ruimte op het elektriciteitsnet. Dit leidt tot een tekort aan transportcapaciteit in een groot deel van Nederland. Voor onze gemeente kan dit betekenen dat er vertraging optreedt in de uitvoering van ruimtelijke plannen voor nieuwbouwwoningen, bedrijventerreinen en de verduurzamingsopgave. Het financiële risico bestaat uit negatieve effecten op de grondexploitaties, minder opbrengsten voor het niet kunnen uitgeven van kavels en het mislopen van subsidies voor verduurzaming. Een achterliggend risico is het effect op de economie, wat kan leiden tot lagere inkomsten voor de gemeente. De mogelijkheden om het risico te verkleinen zijn beperkt. Een maatregel is het creëren van decentrale energiehubs, een lokale samenwerking tussen gebruikers en producten van energie. Deze oplossing is slechts in een beperkt aantal situaties toepasbaar.

79

Sociaal domein Risico’s binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Het aantal cliënten voor begeleiding, dagbesteding en huishoudelijke ondersteuning neemt licht toe. Dit komt door vergrijzing en het overheidsbeleid om ouderen langer thuis te laten wonen. Strengere toelatingseisen voor verpleeghuizen en het verdwijnen van traditionele verzorgingshuizen versterken deze trend. Door krapte op de woningmarkt is het voor ouderen moeilijker om door te stromen naar kleinere, geschikte woningen. Hierdoor neemt de vraag naar woningaanpassingen en hulpmiddelen toe. Ook is er een groeiende behoefte aan vervoersvoorzieningen. Dat zet extra druk op het Wmo-budget. Voor de Wmo zijn we gestart met de implementatie van nieuwe inkoop voor begeleiding en dagbesteding. De producten zijn opnieuw vastgesteld. Sinds 2025 zorgt dat voor een andere opbouw van de tarieven.De financiële impact hiervan is op dit moment nog onvoldoende voorspelbaar en vormt daarom een onzekerheid in de begroting. Risico’s binnen de Jeugdzorg Jeugdzorg is een open einderegeling. Dit betekent dat noodzakelijke zorg altijd verleend moet worden, wat kan leiden tot budgetoverschrijdingen. Door regelmatige prognoses krijgen we beter inzicht in de uitgaven en kunnen we tijdig bijsturen. Sinds 2025 is er een nieuwe inkoop voor jeugdzorg gestart.

We werken aan een regionaal dekkend en kwalitatief zorglandschap om zorgcontinuïteit voor jeugdigen in Twente te waarborgen. Het bieden van kwalitatief goede zorg vereist ook reële tarieven. Dat is wettelijk verplicht. Landelijke ontwikkelingen, zoals inflatie en loonstijgingen, zorgen voor een stijging van de tarieven voor verschillende vormen van hulpverlening. Vooral binnen de transformatie naar kleinschalige woonvoorzieningen zijn de tariefsverhogingen aanzienlijk. Hoewel deze stijging is verwerkt in de zorgbudgetten, blijft het risico bestaan dat de toenemende zorgvraag leidt tot een tekort. Daarnaast staan veel zorgaanbieders financieel onder druk door stijgende kosten voor materieel en personeel. In Twente zijn er raamcontracten met vaste prijzen, maar de af te nemen volumes liggen niet vast. Het tarievenonderzoek dat is uitgevoerd voor de inkoop 2025 heeft geleid tot kostendekkende prijzen. Dit draagt bij aan een verbeterde financiële positie van zorgaanbieders.

Wachtgeldverplichtingen wethouders Wanneer een wethouder stopt met werken, heeft hij of zij recht op wachtgeld. Daarom storten wij elk jaar een bedrag in de reserve Wachtgelden huidige wethouders. Zo bouwen we een buffer op. Als een wethouder wachtgeld krijgt, gebruiken we deze reserve om de voorziening Wachtgelden oud-wethouders direct aan te vullen. Als alle wethouders tegelijk stoppen en wachtgeld aanvragen, kan het zijn dat de reserve niet groot genoeg is. Dan moeten we in één keer een groot bedrag uit de exploitatie halen om de voorziening aan te vullen. Dit kan financiële gevolgen hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16041744/3