CConstaterende datHellendoorn
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Programmabegroting 2026 (definitief)

Gemeenteraad 11 november 2025, gemeente HellendoornBij agendapunt: Programmabegroting 202634.257 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Dreigingen voor de (nationale) veiligheid Van overstroming tot terrorisme, van grieppandemie tot een cyberaanval. Nationale veiligheid gaat over alle opzettelijke en niet-opzettelijke risico’s en dreigingen die kunnen leiden tot maatschappelijke ontwrichting in Nederland. De nationale veiligheid is de afgelopen jaren meer onder druk komen te staan. Nederland bereidt zich op verschillende manieren voor om dreigingen of risico’s voor onze maatschappij zoveel mogelijk te beperken. Dat gebeurt ook regionaal en lokaal. Binnen onze gemeente en de gemeenschappelijke regelingen zoals de Veiligheidsregio Twente, SamenTwente en Omgevingsdienst Twente, werken we hier preventief aan. We doen dit met regels en beleid, maar ook met draaiboeken en rampenoefeningen. Als er echt een dreiging ontstaat, kunnen de kosten hoog oplopen. Dat komt door schade of doordat we processen en onderdelen moeten herstellen. Zo’n situatie kan ook zorgen voor maatschappelijke onrust.

80

2. Benodigde weerstandscapaciteit Risicokaart In de risicokaart hieronder staan de risico’s weergegeven. Ze zijn ingedeeld op basis van de financiële impact en de kans dat het risico optreedt. Een risico in het groene gebied vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico in het oranje gebied vraagt om aandacht. Een risico met de risicoscore in het rode gebied vereist directe aandacht. Momenteel vallen twee financiële risico’s in het rode risicogebied. - Daling uitkering gemeentefonds (R54) - Aansluiting op elektriciteitsnetwerk niet mogelijk (R255)

Financieel

Netto

x > € 500.000

1

4

4

1

€ 250.000 < x < € 500.000

2

7

3

1

€ 100.000 < x < € 250.000

3

1

8

4

€ 25.000 < x < € 100.000

3

10

11

5

x < € 25.000

5

3

4

10%

30%

50%

1

2 2

Geen financiële gevolgen Kans

70%

90%

Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de ingevoerde risico’s hebben we een risicosimulatie uitgevoerd. We doen dit omdat het niet wenselijk is om het maximale bedrag van € 19,8 miljoen te reserveren. Het is namelijk niet waarschijnlijk dat alle risico’s tegelijk en in volle omvang optreden. De grafiek en tabel hieronder laten de uitkomst van de simulatie zien. Hieruit blijkt dat we met 90% zekerheid alle risico’s kunnen opvangen met € 6,6 miljoen. Dit bedrag noemen we de benodigde weerstandscapaciteit.

bedragen x € 1.000 Benodigde weerstandscapaciteit Zekerheidspercentage: 10% 25% 50% 75% 80% 90% 95%

2.953 3.550 4.398 5.577 5.893 6.673 7.234

81

3. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van onze gemeente bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico’s in financiële zin af te dekken. bedragen x € 1.000 Beschikbare weerstandscapaciteit

Verwachte stand ultimo 2025

Vrij aanwendbare reserve Financieringsreserve Bufferreserve grondexploitatie Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

17.700 10.022 4.142 31.864

4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van de berekening vormt de ratio weerstandsvermogen. Deze ratio geeft een indicatie of de gemeente voldoende in staat is om de aanwezige risico’s op te kunnen vangen. De ratio ziet er volgt uit: Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit

= Benodigde weerstandscapaciteit

€ 31.914.000 € 6.647.000

= 4,8

De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van de berekende ratio. De ratio van gemeente Hellendoorn valt in klasse A. Dit betekent dat de gemeente een uitstekend weerstandsvermogen heeft. bedragen x € 1.000 Weerstandsnorm

Ratio

Betekenis

Waarderingscijfer A B C D E F

groter dan 2.0 1.4 - 2.0 1.0 - 1.4 0.8 - 1.0 0.6 - 0.8 kleiner dan 0.6

uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende

82

5. Kengetallen In deze paragraaf presenteren we enkele kengetallen om de weerstandscapaciteit te kunnen beoordelen. Daarnaast bevordert dit de onderlinge financiële vergelijkbaarheid van gemeenten. In onderstaand overzicht worden de totalen van de kengetallen weergegeven inclusief de signaleringswaarden. Rekening Begrotin Begrotin 2024 g g 42,9% 59,8% 69,5% 38,4% 50,1% 59,4% 29,9% 28,6% 28,8% 0,8% 0,6% -0,1% 2,8% 1,1% -0,4% 92,5% 94,4% 92,2%

Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Gemeentelijke belastingcapaciteit

MJR 2027 82,0% 71,6% 28,7% 0,4% -0,7% 92,2%

MJR 2028 90,8% 80,0% 26,3% 0,5% -2,1% 92,2%

MJR 2029 92,2% 83,2% 24,4% 0,3% -2,0% 92,2%

Toelichting signaleringswaarden In overleg tussen de provincies en het ministerie van Binnenlandse Zaken zijn afspraken gemaakt over signaleringswaarden voor de financiële kengetallen. Voor elk kengetal worden 3 categorieën onderscheiden: gezond (A), neutraal (B) en risicovol (C). Signaleringswaarden kengetallen 1a. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit

Categorie A

Categorie B

Categorie C

< 90% < 90% > 50% < 20% > 0% < 95%

90 - 130% 90 - 130% 20 - 50% 20 - 35% 0% 95 - 105%

> 130% > 130% < 20% > 35% < 0% > 105%

Hieronder worden de kengetallen afzonderlijk toegelicht.

5.1 Netto schuldquote 1. Netto schuldquote A. Vaste schulden B. Netto vlottende schuld C. Overlopende passiva D1. Financiële activa (uitzettingen > 1 jaar) D2. Financiële activa (verstrekte leningen) E. Uitzettingen < 1 jaar F. Liquide middelen G. Overlopende activa H. Totale saldo van baten (excl. mut. res.) Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

+ + + /

83

Rekening Begrotin Begrotin 2024 g g 103.338 103.338 97.785 6.430 6.430 6.430 15.250 13.000 12.000 63 -5 -5 5.916 12.861 13.054 59.331 35.296 19.133 1.015 1.000 1.000 8.627 7.000 6.000 130.388 132.968 129.679 42,9% 59,8% 69,5% 38,4% 50,1% 59,4%

MJR 2027 92.231 11.905 11.000 -5 13.245 3.700 1.000 6.000 127.326 82,0% 71,6%

bedragen x € 1.000 MJR MJR 2028 2029 94.178 96.875 16.437 15.635 10.000 10.000 -5 -5 13.094 10.934 3.700 3.700 1.000 1.000 6.000 6.000 121.081 121.251 90,8% 92,2% 80,0% 83,2%

1a. Netto schuldquote

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

180%

180%

160%

160%

140%

140%

120%

120%

100%

100%

80% 60% 40% 20% 0%

43% Rek 2024

69%

60%

91%

82%

80%

92%

60% 40% 20%

Begr 2025

Begr 2026

Categorie A

Mjr 2027

Mjr 2028

Categorie B

0%

Mjr 2029

Categorie C

38% Rek 2024

50% Begr 2025

Categorie A

59%

Begr 2026

72%

Mjr 2027

Categorie B

80%

83%

Mjr 2028

Mjr 2029

Categorie C

Toelichting Door de toenemende investeringsopgave en de structureel te verwachten tekorten, zal het liquiditeitsoverschot (schatkistsaldo) de komende jaren kleiner worden en zullen opnieuw geldleningen moeten worden aangetrokken. In de bovengenoemde cijfers zijn alleen de in de (meerjaren)begroting opgenomen budgetten opgenomen. We verwachten - naast deze al in de meerjarenbegroting opgenomen budgetten- ook nog grote investeringsopgaves voor nieuwe grondexploitaties (routekaart naar 1.000 woningen), wijkplannen, gemeentewerf, klimaatmaatregelen, verduurzaming, etc. Indien deze doorgang vinden, zal de netto schuldquote in de gevarenzone komen of zelfs in het rood schieten.

5.2 Solvabiliteitsratio Rekening Begrotin Begrotin 2024 g g 58.787 53.773 51.864 196.538 188.325 180.151 29,9% 28,6% 28,8%

2. Solvabiliteitsratio A. Eigen vermogen B. Totaal passiva Solvabiliteit

+ /

MJR 2027 49.279 171.614 28,7%

bedragen x € 1.000 MJR MJR 2028 2029 45.595 41.893 173.291 171.347 26,3% 24,4%

2. Solvabiliteitsratio 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20%

30%

29%

29%

29%

26%

24%

Rek 2024

Begr 2025

Begr 2026

Mjr 2027

Mjr 2028

Mjr 2029

10% 0%

Categorie C

Categorie B

Categorie A

Toelichting De solvabiliteit, de mate waarin we in staat zijn aan onze financiële verplichtingen te voldoen, is afhankelijk van bijna alle ontwikkelingen op de balans. Vanaf 2028 verwachten we tekorten op de exploitatie, waarbij de verwachting is dat de reserves (het eigen vermogen) flink afnemen. Door de komende hoge investeringen teren we in op ons liquiditeitsoverschot (het schatkistsaldo) en zullen we mogelijk vanaf 2028 opnieuw geldleningen aan moeten trekken. 84

5.3 Grondexploitatie 3. Grondexploitatie A. Bouwgronden in exploitatie B. Totale saldo van baten (excl. mut. res.) Grondexploitatie

+ /

Rekening Begrotin Begrotin 2024 g g 1.077 775 - 126 130.388 132.968 129.679 0,8% 0,6% -0,1%

MJR 2027 490 127.326 0,4%

bedragen x € 1.000 MJR MJR 2028 2029 594 410 121.081 121.251 0,5% 0,3%

3. Kengetal grondexploitatie 50,0% 40,0% 30,0% 20,0% 10,0%

0,8%

0,0%

0,6%

0,4%

0,5%

0,3%

Mjr 2027

Mjr 2028

Mjr 2029

-0,1%

-10,0%

Rek 2024 Categorie A

Begr 2025

Begr 2026 Categorie B

Categorie C

Toelichting Na het verwachte afronden van enkele grondexploitaties in 2025 zijn er nog maar 2 lopende grondexploitaties actief: De Grave en Bloemeweide in Haarle. Dit zal echter snel wijzigen indien uitvoering wordt gegeven aan diverse nieuwe gemeentelijke grond­ exploitaties ter uitvoering van de routekaart naar 1.000 woningen. Er zijn al diverse percelen/gebieden aangewezen waarop de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) gevestigd is. Voor de betreffende gebieden zijn onderzoeken in voorbereiding en we verwachten vanaf eind 2025 al enkele kleinere grondexploitaties aan u voor te leggen. De grote exploitaties vergen wat meer tijd en worden later aan u voorgelegd. In de periode dat er gronden aangekocht en bouwrijp gemaakt worden zal het kengetal weer (flink) toenemen.

5.4 Structurele exploitatieruimte 4. Structurele exploitatieruimte A. Totale structurele lasten B. Totale structurele baten C. Totale structurele toevoegingen aan de reserves D. Totale structurele onttrekkingen aan de reserves E. Totale saldo van baten (excl. mut. res.) Structurele exploitatieruimte

+ + /

85

Rekening Begrotin Begrotin 2024 g g 112.935 100.885 124.945 120.323 101.859 124.236 4.047 18 32 273 215 244 130.388 102.126 129.679 2,8% 1,1% -0,4%

MJR 2027 123.893 122.735 34 246 127.326 -0,7%

bedragen x € 1.000 MJR MJR 2028 2029 123.681 123.871 120.980 121.238 35 41 247 253 121.081 121.251 -2,1% -2,0%

4. Structurele exploitatieruimte 10,0% 8,0% 6,0% 4,0% 2,0% 0,0% -2,0% -4,0% -6,0% -8,0% -10,0%

2,8%

Rek 2024

1,1%

Begr 2025

Categorie C

-0,4%

-0,7%

-2,1%

-2,0%

Begr 2026

Mjr 2027

Mjr 2028

Mjr 2029

Categorie B

Categorie A

Toelichting Vanaf 2026 ontstaat er een oplopend structureel tekort op onze exploitatieruimte door wegvallende inkomsten uit het gemeentefonds.

5.5 Gemeentelijke belastingcapaciteit Rekening Begrotin Begrotin 2024 g g 404 416 427 263 270 278 268 268 275 934 954 980

5. Gemeentelijke belastingcapaciteit A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde C. Afvalstoffenheffing voor een gezin D. Eventuele heffingskorting voor een gezin E. Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde F. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in laatst bekende begrotingsjaar Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde

+ + + /

MJR 2027 427 278 275 980

MJR 2028 427 278 275 980

MJR 2029 427 278 275 980

1.010

1.010

1.063

1.063

1.063

1.063

92,5%

94,4%

92,2%

92,2%

92,2%

92,2%

5. Belastingcapactiteit: woonlasten meerpersoons-huishouden 140% 120% 100% 80%

93%

94%

92%

92%

92%

92%

Rek 2024

Begr 2025

Begr 2026

Mjr 2027

Mjr 2028

Mjr 2029

60% 40% 20% 0%

Categorie A

Categorie B

Categorie C

Toelichting De belastingdruk in Hellendoorn ligt iets lager dan het landelijk gemiddelde. Zie voor verdere toelichting paragraaf 1 Lokale heffingen. In die paragraaf is ook een vergelijking opgenomen met de andere Overijsselse gemeenten.

86

Paragraaf 3: Onderhoud kapitaalgoederen

87

In deze paragraaf geven wij inzicht in het onderhoud van de kapitaalgoederen van onze gemeente.

Inleiding De gemeente beheert verschillende gebouwen, wegen en voorzieningen, dit noemen we kapitaalgoederen. Het is belangrijk dat we deze goed onderhouden. Een goed onderhouden openbare ruimte draagt bij aan veilige en fijne woon- en leefomgeving. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. Onze gemeente beschikt over de volgende kapitaalgoederen: Vastgoed - Gebouwen en objecten - Onderwijshuisvesting Infrastructuur - Wegen - Bruggen en tunnels - Riolering Voorzieningen - Openbaar Groen - Speelplaatsen - Openbare verlichting - Buitensportaccommodaties Het onderhoudsbeleid staat over het algemeen in het teken van sober onderhoud, dat wil zeggen dat alleen het noodzakelijk onderhoud wordt verricht om de functie van het object in stand te houden. Beleid Kapitaalgoed

Nota aanwezig

Gebouwen en objecten Onderwijshuisvesting Wegen Bruggen en tunnels Riolering Openbare Verlichting Openbaar Groen Speelplaatsen Buitensportaccommodaties

Nee Ja Ja/nee Nee Ja Nee Ja Ja Nee

Voortgang onderhoud

Beheer

Loooptijd Kwaliteitsniveau

Plan aanwezig Ja Ja/nee Ja/nee Ja Ja/nee Ja Nee Nee Nee

2024-2049 nvt Elke 3 jaar CROW C 2021-2025 Gemiddeld 2025-2035 CROW A/B 2022 CROW B/C Doelmatig

Looptijd 1x per 2 jaar Elke 3 jaar

2025-2030

Cyclisch

Financiële vertaling in paragraaf Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja

Achterstallig/ Uitgesteld Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee

Hierna gaan we in op de verschillende kapitaalgoederen en de nota’s die over het onderhoud hiervan zijn geschreven.

88

De Kapitaalgoederen Areaal

Aantal

Vastgoed • Gebouwen en objecten (eigendom) • Onderwijshuisvesting

Eenheid

33 25

Wegen • Asfalt en beton verharding • Asfalt en beton verharding • Klinkerverharding • Klinkerverharding • Onverhard en halfverharding • Wegen

306 1.252.654 125 595.908 138 567

Bruggen en tunnels • Verkeersbrug • Spoorbrug • Spoortunnel • Fietstunnel • Fietsbrug • Voetgangersbrug

km m2 km m2 km km

15 3 6 3 17 1

stuks stuks stuks stuks stuks stuks

Riolering • Vrijverval-riolering • Persleiding • Inspectieputten • Rioolgemalen • Bergbezinkbassins • Tunnel- en Oppervlaktegemaal • Pompunits • Overstorten vuilwater • Overstorten hemelwater

278 220 7.887 27 7 10 776 45 74

km km stuks stuks stuks stuks stuks stuks stuks

Openbare verlichting • Lichtpunten

7.616

stuks

Openbaar Groen • Stedelijk groen (gazon, heesters, sier) • Landschappelijk groen (berm, bosplantsoen, riet) • Bomen • Begraafplaatsen

1.523.651

m2

1.878.658 30.503 100.700

m2 stuks

Speelplaatsen • Openbare speelplekken • Sportvoorzieningen (trapvelden, asfaltplekken en skatebaan)

112 7

Buitensportaccommodaties • Kunstgrasvelden (voetbal, hockey, handbal) • Natuurgras wedstrijdvelden (voetbal) • Natuurgras trainingsvelden (voetbal) • Evenementenweide/wielerbaan • Atletiekbaan • Fietscrossbaan

15,5 24 6 1 1 1

89

m2

Vastgoed Gebouwen en objecten

Gebouwen en objecten Exploitatie

Onderhoudsbudget gebouwen en objecten

Nieuwe/Vervangingsinvesteringen

Calamiteitenbudget gemeentelijke accommodaties Renovatie/verduurz dienstgebouw Vrugteveen (2026) Aanpassingen theater Renovatie dakbedekking sporthal Bachlaan 2027

bedragen x € 1.000 2028 2029

2026

2027

836

837

837

907

65

65 100

65

65

185

125 175

De vastgoedportefeuille van onze gemeente bevat 34 gebouwen in eigendom met een bruto vloeroppervlakte (BVO) van circa 51.700 m². Vanuit BVO bezien zijn dit voornamelijk multifunctionele accommodaties, waarbij bijvoorbeeld de sporthal gecombineerd is met het wijkgebouw. Ook het Huis voor Cultuur en Bestuur is een multifunctionele accommodatie. Het onderhoud van het gebouw Ravijn Zwem-Sport-Zorg valt ook onder het vastgoedbeheer, Daarnaast beheren we nog allerlei kleinere objecten, zoals marktkasten, grenspalen, sportveldverlichting. Naast het reguliere advieswerk en de geplande onderhoudswerkzaamheden zijn voor 2026 de volgende speerpunten benoemd: •

Actualiseren meerjarenonderhoudsplanningen.

•

Meedenken en continue afstemming met de diverse gemeentelijke beleidsafdelingen om ons vastgoed optimaal in te zetten.

•

Periodiek overleg met huurders om leegstand te voorkomen

•

Aanschaffen en inrichten energiemanagementsysteem en een gebouwautomatisering- en controlesysteem (GACS)

•

Vervangen theatertechniek

•

Het verbeteren van de vastgoedorganisatie op basis van het in 2025 vastgestelde beleid.

Als het vastgoedgebruik niet meer voldoet aan de huidige beleidsdoelen wordt een andere invulling overwogen of wordt het vastgoed afgestoten. Ook in 2026 gaan we verder met het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed aan de hand van de routekaart duurzaamheid. Onderwijshuisvesting

Onderwijshuisvesting Nieuwe/Vervangingsinvesteringen

Integraal huisves�ngsplan onderwijs/calamiteiten Nieuwbouw de Veenbrug - Daarlerveen Uitbreiding de Es 2026 Nieuwbouw Pr. Marijke 2027 Uitbreiding/nieuwbouw VSO Elimschool 2027

bedragen x € 1.000 2028 2029

2026

2027

150 2.063 1.088 3.454 335

70

70

2.389 6.102

3.983

Zorgplicht onderwijshuisvesting In onze gemeente zijn momenteel 24 schoolgebouwen in gebruik. De schoolbesturen zijn eigenaar van deze gebouwen, terwijl de gemeente het economisch claimrecht behoudt, dit houdt in dat de gemeente weer eigenaar wordt als de school de onderwijsfunctie verliest. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de nieuwbouw en uitbreiding van schoolgebouwen, het herstel van constructieve gebreken en het beschikbaar stellen van het eerste onderwijsleerpakket en meubilair bij uitbreiding van een 90

onderwijsvoorziening. Het onderhoud van de schoolgebouwen, zowel binnen als buiten, valt onder de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen zelf. Om weloverwogen strategische keuzes te kunnen maken op het gebied van onderwijshuisvesting, is in 2024 een Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) opgesteld. Dit plan biedt richting voor de lange termijn en geeft inzicht in de benodigde investeringen, zowel vanuit de schoolbesturen als vanuit de gemeente. Voortgang nieuwe projecten onderwijshuisvesting Kindcentrum Prinses Marijkeschool Basisschool Prinses Marijkeschool aan de Noetselerbergweg 23 te Nijverdal krijgt een nieuw schoolgebouw. In het gebouw komt ook ruimte voor een kinderopvang, dat is een beleidsuitgangspunt in het vastgelegde beleid. Daarmee krijgt de school een bredere functie, namelijk die van Kindcentrum. In 2025 zijn de voorbereidingen gestart. Tijdens de bouw maakt de basisschool gebruik van het oude schoolgebouw van CSG Reggesteyn aan de Willem de Clercqstraat. De verwachting is dat het schoolgebouw in december 2027 opgeleverd is. Basisschool De Es Basisschool De Es aan de Noord Esweg 26 te Hellendoorn is te klein voor het huidige en toekomstige aantal leerlingen. Om die reden heeft de gemeenteraad budget beschikbaar gesteld voor uitbreiding van het vloeroppervlak met ruim 300 m². Het schoolbestuur is in 2025 gestart met de voorbereiding van de bouw.

In 2026 wordt gestart met de bouw van dit nieuwe deel. De verwachting is dat het nieuwe deel begin 2027 in gebruik genomen wordt. VSO De Elimschool Een belangrijk en urgent onderdeel betreft de huisvesting van (V)SO De Elimschool. Deze school is op dit moment verspreid over drie locaties binnen onze gemeente: de Luttenbergerweg in Hellendoorn en de Schubertstraat en ’t Vederkruid in Nijverdal. In het IHP is vastgelegd dat in 2027 vervangende nieuwbouw wordt gerealiseerd. We gaan ervan uit dat in 2026 gestart wordt met vervangende nieuwbouw aan de Schubertstraat en dat de nieuwe school in 2027 klaar is. De school kan uiterlijk tot december 2027 tijdelijk worden gehuisvest in het voormalige schoolgebouw van CSG Reggesteyn aan de Willem de Clercqstraat, samen met de Marijkeschool. Basisschool De Veenbrug In 2023 kreeg het schoolbestuur van de Veenbrug in Daarlerveen groen licht voor de nieuwbouw van de school vanwege het slechte binnenklimaat. In 2024 en 2025 is gestart met de voorbereidingen van de bouw. Een complicerende factor hierbij was dat de gemeente gelijktijdig werkt aan een gebiedsaanpak voor het kerngebied van Daarlerveen, waardoor er pas in 2025 is gestart met de bouwwerkzaamheden. De verwachting is dat de leerlingen aan het eind van 2026 les kunnen krijgen in het nieuwe schoolgebouw.

91

Infrastructuur Wegen Wegen Exploitatie

Storting voorziening wegen Budget klein onderhoud wegen

Nieuwe/Vervangingsinvesteringen

Vervangingsinvesteringen wegen Uitvoering Mobiliteits- en fietsvisie Reconstructie Wierdensestraat Kleinere reconstructies

2026

2027

bedragen x € 1.000 2028 2029

1.780 333

1.780 333

1.780 333

1.780 333

456 400

460 400

460 400

600 500 3.240

682

550

Inspectie en kwaliteit van verhardingen Eén keer in de drie jaar voert een extern bureau een globale visuele inspectie uit aan de verhardingen. Dit bureau brengt de kwaliteit in beeld volgens de landelijke richtlijnen van het CROW. In augustus 2023 zijn alle verhardingen geïnspecteerd. In 2026 vindt er een nieuwe weginspectie plaats. Het is belangrijk om regelmatig de wegen te controleren om een goed beeld te houden van hun kwaliteit in de toekomst. Om goede keuzes te maken voor onderhoud aan de wegen, is het nodig om te weten hoe het wegennet eruitziet, wat de huidige en gewenste kwaliteit is en hoeveel geld er beschikbaar is. Voor alle onderdelen in de openbare ruimte worden de komende jaren beheerplannen gemaakt. Meerjarig wegenonderhoud De visuele weginspectie van alle wegen vormt de basis voor het onderhoudsprogramma voor de komende jaren. Er is een meerjarenplanning waarbij ook rekening wordt gehouden met het onderhoud aan de verhardingen vanuit projecten die uitgevoerd worden. Dat kunnen projecten zijn vanuit de vakgebieden Verkeer, Riolering en Groen waardoor ook maatregelen aan de verharding noodzakelijk zijn. Voor het benodigde budget, op basis van het periodiek onderhoud van de wegen, werken we met een ‘voorziening onderhoud wegen’. Uitgangspunt bij periodiek onderhoud is overigens dat er geen achterstallig onderhoud is.

In de planning van het langjarig wegenonderhoud zijn maatregelen voor levensduurverlenging van de wegvakonderdelen met asfalt- en elementenverharding opgenomen. Er zijn wegen die het einde van de levensduur naderen. Dit is met name zichtbaar bij de hoofdontsluitingswegen, die een hogere verkeersintensiteit hebben. De hoofdontsluitingswegen worden nader geïnspecteerd en onderzocht op restlevensduur. Dit geeft meer inzicht in de maatregelen op termijn en de te verwachten investeringen voor rehabilitatie. Bij rehabilitatie worden niet alleen de verhardingsmaterialen vervangen, maar ook de constructie (of een groot gedeelte ervan) en wordt het wegprofiel opnieuw aangebracht. Asfaltverharding Bij het beheer van de wegen willen we geen achterstallig onderhoud omdat we dan grotere en duurdere reparaties moeten uitvoeren. Hierbij streven we ernaar om slim te plannen en afstemming te zoeken met diverse vakdisciplines. Daarnaast wordt prioriteit gegeven aan de thema’s gezondheid (voet- en fietspaden), inclusieve openbare ruimte en klimaat. Het is van belang om een goede balans te vinden in het onderhoud aan slechte, onvoldoende en matige verhardingen. Wanneer het hele budget wordt besteed aan de slechte verhardingen, dan zullen de onvoldoende en matige verhardingen verslechteren, zodat hier vaker duurdere reparatie of zelfs rehabilitatienodig zal zijn.

92

Elementverharding Bij elementverhardingen verloopt het verouderingsproces veel trager. Bij elementverharding bestaat de bestrating uit losse elementen, zoals klinkers of tegels. Op basis van de huidige staat van onderhoud en de kwaliteit van de materialen moeten we rekening houden met een toename van de onderhoudskosten voor de elementenverhardingen voor de lange termijn. We werken aan een planning voor het onderhoud aan elementenverhardingen.

Bruggen en tunnels Bruggen en tunnels Exploitatie Storting voorziening bruggen en tunnels Budget klein onderhoud bruggen en tunnels

2026

2027

296 19

296 19

bedragen x € 1.000 2028 2029 296 19

296 19

In 2021 heeft de gemeenteraad het ‘Strategisch beheerplan civiele kunstwerken 2021/2025’ vastgesteld. Op basis van dit beheerplan is er een voorziening Onderhoud civiele kunstwerken ingesteld. In dat strategisch beheerplan zijn daarnaast de uitgangspunten voor het onderhoud en de instandhouding van de kunstwerken vastgelegd. Hiermee is invulling gegeven aan meer planmatig onderhoud van onze bruggen en tunnels. In 2026 voeren we een nieuwe inspectie uit van alle kunstwerken. Op basis van deze inspectie actualiseren we het kostendekkingsplan. Dit geeft actueel inzicht in de benodigde investeringen en in de noodzakelijke stortingen in de voorziening Onderhoud civiele kunstwerken.

Riolering Riolering Exploitatie

Beheerbudget riolering Onderhoudsbudget riolering

Nieuwe/Vervangingsinvesteringen

Vervanging riolering Klimaatadeptatie Renovatie riolering Renovatie gemalen Vervanging technische installaties Diverse reconstructies

bedragen x € 1.000 2028 2029

2026

2027

329 60

329 60

329 60

329 60

100 200 500 210

1.981 686 491 44 106 1.635

852 536 246 44 106

852 536 246 174

147

Het inzamelen en verwerken van afvalwater In 2021 is het beleidskader Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) vastgesteld. Om het beheer van de openbare ruimte verder te professionaliseren zijn heldere kaders en vervolgstappen geformuleerd waarbij we een systeem hebben geïntroduceerd met een gestructureerde aanpak voor het duurzaam aanleggen, inspecteren en onderhouden van de riolering. Bij de aanleg van nieuwe riolering wordt gestuurd op functionaliteit, toekomstbestendigheid en beheersbaarheid. Inspecties vinden periodiek plaats, waarbij gebruik wordt gemaakt van visuele inspecties. Onderhoudsmaatregelen worden planmatig uitgevoerd binnen een lopend raamcontract, met als doel het waarborgen van de werking, het voorkomen van instortingen en het beperken van kosten op lange termijn.

93

Het verwerken van afstromend hemelwater, klimaatadaptatie Door een toename van verharding in combinatie met het veranderende klimaat zijn maatregelen nodig om de gemeente leefbaar te houden. De gevolgen hiervan hebben we ervaren op 2 september 2024 toen grote delen van de kernen Nijverdal en Hellendoorn onder water stonden. In 2025 zijn binnen het Systeemoverzicht Stedelijk Water knelpunten van wateroverlast in kaart gebracht. Een prioriteringskader en uitvoeringsprogramma worden uitgewerkt. De kaders hiervoor worden ter besluitvorming in 2026 aan de raad voorgelegd. Grondwater Wettelijke taak van de gemeente is: het beperken van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming. De gemeente Hellendoorn heeft een uitgebreid grondwatermeetnet. In 2025 is een analyse gemaakt van de grondwaterstanden in de gemeente. Bij het opstellen van deze analyse is gebruikgemaakt van de meest recente klimaatscenario’s. De analyse geeft een duidelijk beeld van de ontwikkelingen in de grondwaterstanden nu en in de toekomst, richting 2050. Kenmerkend voor de verandering zijn drogere zomers en nattere winters. Hierdoor nemen de schommelingen in de grondwaterstanden toe.

Speerpunten voor de komende jaren De invulling van onze wettelijke taken, ambities en speerpunten wordt in 2026 aan de raad voorgelegd in het beleidsplan ‘Een toekomstbestendig water- en rioleringssysteem’. Dit beleidsplan gaat dan in per 1 januari 2027. Het huidige beleidsplan ‘Samen leven met water 2021 t/m 2025’ wordt met een beleidsarm jaar verlengd tot en met 31 december 2026. Integraal uitvoeringsprogramma In 2026 starten we met de voorbereidingen op de volgende fase van de herinrichting van de wijk Noetsele.

Openbare verlichting Openbare verlichting Onderhoudslasten Onderhoudsbudget openbare verlichting

2026

2027

58

58

bedragen x € 1.000 2028 2029 58

58

We willen de openbare verlichting de komende jaren doelmatig en duurzaam beheren. Ook gaan we kritisch om met het plaatsen en vervangen van verlichting onder het motto ‘niet verlichten, tenzij’. In 2025 is alle traditionele verlichting vervangen door led. Na uitvoering van deze vervanging is een extra energiebesparing behaald van 136.000 kWh per jaar.

Openbaar groen Openbaar groen Exploitatie

Onderhoudsbudget openbaar groen Onderhoudsbudget bomen langs wegen

2026

2027

876 448

883 382

bedragen x € 1.000 2028 2029 940 367

991 367

In juli 2025 heeft de gemeenteraad het ‘Groenbeleidsplan 2025–2035’ vastgesteld. Dit plan vormt de koers voor beheer, onderhoud en de (her)inrichting van het openbaar groen in de komende tien jaar. Centraal staan het versterken van biodiversiteit, het behouden en ontwikkelen van groene kwaliteiten, samenwerking met inwoners en de omslag naar systeemgericht beheer. 94

De ambitie is om te blijven bouwen aan toekomstbestendige, groene woonkernen. Daarbij geldt dat de bestaande groene kwaliteit minimaal behouden blijft, met nadruk op het versterken van natuurlijke structuren, het vergroten van de ecologische waarde van de buitenruimte en het verbeteren van leefbaarheid en klimaatadaptatie. Vanaf 2026 gaan we bezig met een meerjarenrenovatieplan als basis voor de op te stellen wijkrenovatieplannen. Vooruitlopend hierop is vanaf 2028 € 50.000,-- extra renovatiegeld beschikbaar gesteld via het Groenbeleidsplan. En vanaf 2029 structureel € 100.000,--. In diverse woonwijken en parken is een deel van het groen verouderd en aan vervanging toe. Regulier onderhoud is hier niet meer toereikend om het kwaliteitsniveau op peil te houden. Op dit moment is er geen structureel budget beschikbaar voor grootschalige vervanging. In 2026 wordt het volledige gemeentelijke groenareaal geïnventariseerd. Op basis daarvan wordt in kaart gebracht welke investeringen de komende jaren nodig zijn voor wijkgerichte renovaties, met als doel een groener, biodiverser en klimaatrobuuster Hellendoorn. We zetten de beschikbare middelen en capaciteit zo effectief mogelijk in. Het onderhoud van het openbaar groen wordt door eigen mensen uitgevoerd en deels uitbesteed aan derden.

De komende jaren verwachten we krapte op de arbeidsmarkt, met name met betrekking tot gekwalificeerd groenpersoneel. In 2026 richten wij ons onder andere op de volgende zaken: •

Inspectie boombestand, de laatste 40%

•

Inventarisatie groenvakken in de woonwijken voor renovatie

•

Nieuwe aanbesteding groenonderhoud bij aannemer. Bundelen van onderhoud en onkruidbeheersing in groenvakken, snoeiwerk etc. We besteden ieder jaar meer uit doordat de SW-ploeg van de Van den Bergsweg kleiner wordt.

•

Fase 3, de laatste, van de grote groenrenovatie van woonwijk de Höfte in Hellendoorn gaat in de winter 2025/2026 in uitvoering.

•

In de winterperiode van 2025/2026 voeren we in Nijverdal West enkele groenrenovaties uit.

•

Bij aanleg en renovatie via projecten hanteren we 3 jaar nazorg, inboet en garantie.

Speelplaatsen Speelplaaten Exploitatie Onderhoudsbudget speelplaatsen Budget omvorming ondergrond Nieuwe/Vervangingsinvesteringen

Vervanging speelplekken 2026-2029

bedragen x € 1.000 2028 2029

2026

2027

148 159

148 159

148 159

148 159

259

259

259

259

De ‘Speelruimtevisie Hellendoorn’ uit 2022 biedt een duidelijke structuur voor het inrichten en onderhouden van speelvoorzieningen. De visie maakt inzichtelijk waar investeringen nodig zijn en waar speeltoestellen kunnen worden verwijderd. Het doel is om het speelnetwerk op een duurzame en eigentijdse manier in stand te houden en geleidelijk te vernieuwen. In 2025 zijn de benodigde financiële middelen beschikbaar gekomen en is gestart met de uitvoering van de visie. De vacature voor werkvoorbereider Spelen is ingevuld. Op basis van de staat van de speelvoorzieningen hebben we een plan van aanpak en een planning opgesteld. In 2026 gaan we door met de renovaties en herinrichtingen. Naar verwachting zetten we in datzelfde jaar de aanbesteding voor de aanschaf van nieuwe speeltoestellen in de markt. Tegelijkertijd blijft de gemeente het reguliere onderhoud uitvoeren, zodat alle speelvoorzieningen veilig blijven en voldoen aan de wettelijke normen. Op dit moment beheert en onderhoudt de gemeente 112 openbare speelplekken en 7 sportvoorzieningen, zoals trapveldjes, asfaltplekken en een skatebaan. Het onderhoudsbudget speelplaatsen is gebaseerd op 3% van de vervangingswaarde van € 3,3 miljoen, aangepast voor inflatie.

95

Buitensportaccommodaties Buitensportaccommodaties Exploitatie

Onderhoudsbudget buitensportaccommodaties

Nieuwe/Vervangingsinvesteringen

Renovatie natuurgrasvelden

bedragen x € 1.000 2028 2029

2026

2027

284

284

284

284

40

40

35

35

We onderhouden onze buitensportaccommodaties op een sober en doelmatig niveau. De vervanging van de kunstgrasvelden is opgenomen in het ‘Meerjarig Investeringsprogramma’ (MIP). De toplaag van een kunstgrasveld gaat minimaal 10 jaar mee, de onderbouw 30 jaar. De toplagen van de natuurgrasvelden worden gerenoveerd aan de hand van het eerder door de BLOS vastgestelde schema. Dit schema houdt rekening met economische afschrijvingstermijnen. Als de staat van de natuur- en kunstgrasvelden (sporttechnisch) nog goed is, worden de renovaties doorgeschoven in tijd. Door de komst van een kunstgrasveld op sportpark Groot Lochter stoten we 2 natuurgrasvelden op dit sportpark medio januari 2026 af. In 2026 zijn er, mede door de aanleg van kunstgrasvelden, geen verdere renovaties van natuurgrasvelden gepland. We hebben voor de zekerheid wel budget voor één renovatie opgenomen in 2026, maar dat wordt wellicht doorgeschoven. We starten daarnaast een pilot om het reguliere onderhoud van de natuurgrasvelden met een maairobot te doen. Hierdoor wordt mogelijk om het reguliere onderhoud van meerdere kunstgrasvelden binnen onze eigen formatie te doen. Vanaf 2026 verandert de frequentie en de intensiteit van het onderhoud door een wijziging in de verhouding m2 kunstgras en m2 natuurgras. In 2026 onderzoeken we welke gevolgen dit heeft voor de totale onderhoudsplanning.

96

Paragraaf 4: Financiering

97

In deze paragraaf gaat over het te voeren treasurybeleid en over de beheersing van financieringsrisico’s.

Inleiding De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de verschillende programma’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoording afleggen over en het toezicht houden op de geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Meer concreet gaat het om financiering van het beleid tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden.

Treasurybeleid Het algemene beleidsuitgangspunt van het treasurybeheer binnen onze gemeente is als volgt omschreven: de gemeente voert – gelet op haar publiekrechtelijke taak om maatschappelijk kapitaal te beheren – een risicomijdend treasurybeleid. Binnen dit risicomijdend beleid is ons doel een zo hoog mogelijk rendement op het belegd vermogen en/of zo laag mogelijke kosten voor leningen te realiseren. Dit alles binnen duidelijk geformuleerde randvoorwaarden om onze risico’s te beperken. De uitgangspunten en bevoegdheden in het treasurybeheer zijn vastgelegd in het treasurybesluit. Het gaat daarbij om de beleidsmatige vaststelling van de uitgangspunten, de doelstellingen, de orga­nisatorische en financiële kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie. De doelstellingen van het treasurybeleid zijn: 1. Het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden met als doel het uitvoeren van de programma’s binnen de door uw raad vastgestelde kaders van de begroting. 2. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities. 3. Het beschermen van gemeentelijke vermogens en resultaten tegen ongewenste financiële risico’s. Denk aan renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s.

4. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de wettelijke kaders (Wet financiering decentrale overheden), aanvullende regelgeving en onze eigen vastgestelde gemeentelijke kaders (treasurybesluit). 5. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.

Verbeteren financieringspositie Een belangrijk doel van het financieel beleid is een gezonde financiële positie. Dit vraagt om een langetermijnvisie en de nodige discipline bij het opstellen van de begroting. De afgelopen jaren zijn er verschillende maatregelen genomen om de financieringspositie te verbeteren. Zo is er minder geïnvesteerd en zijn de reserves aangevuld. Vergeleken met 2020 is de financieringspositie nu veel beter. De oorzaken hiervan zijn onder meer: - Er zijn meer woningkavels, bedrijfskavels en panden verkocht tussen 2019 en 2024; - Medewerkers die een hypotheek via de gemeente hadden afgesloten, hebben deze eerder afgelost vanwege de lage marktrente. - Veel investeringen zijn vertraagd. Dat kwam door een tekort aan onderdelen, materiaal en personeel tijdens corona en door de oorlog in Oekraïne. Ook nu lukt het nog niet goed om alle uitgestelde investeringen uit te voeren, door stikstofregels, een tekort aan mensen en afhankelijkheid van de planning van netbeheerders. - De vele vooruit ontvangen bijdragen wegens specifieke uitkeringen en gemeentefonds: we zien hierin een stijging ten opzichte van enkele jaren geleden. - Het resultaat op de jaarrekening en de tussentijdse toevoegingen aan (algemene) reserves gedurende de laatste jaren. Bovenstaande zaken hebben tot een verbetering geleid van de netto schuldenlast tot 43% van het begrotingstotaal in 2024.

Dit past bij onze doelstelling om de langlopende schulden niet hoger te laten worden dan 90% van het totaal van de begroting. In maart 2024 werd de nota ‘Investeren Waarderen en Afschrijven’ vastgesteld. Daarin is besloten om het investeringsvolume niet langer te beperken. In plaats daarvan sturen we via verschillende kengetallen op een gezonde financieringspositie. Op dit 98

moment zijn dit met name de volgende kengetallen (een van beide noemen) voor de financieringspositie: - De netto schuldquote. - De structurele exploitatieruimte. - De ratio grondexploitaties. - De solvabiliteitsratio voor de financieringspositie. Vanaf eind 2025 gaat ook het geïnvesteerd vermogen in de grondexploitaties weer meespelen. Deze kengetallen zijn genoemd in paragraaf 2 ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’. De financiering en de financiële positie vraagt continue waakzaamheid. Onder andere vanwege het structurele tekort op de meerjarenbegroting, de lagere inkomsten vanuit het gemeentefonds en stijgende kosten door inflatie. Daardoor worden ook de noodzakelijke vervangingsinvesteringen duurder. De komende jaren zijn er vele (reguliere) vervangingsinvesteringen waarvoor financiering nodig is. Het in 2025 vastgestelde ‘Onderwijshuisvestingplan’ resulteert in de aanpak/nieuwbouw van enkele scholen. Het ‘Groenbeleidsplan’ en de ’Speelruimtevisie’ leiden ook tot extra (structurele) uitgaven. Het ondertekende convenant tot emissieloos bouwen zal ook tot hogere (investerings)uitgaven leiden. Hiervan kunnen we de kosten nog niet inschatten. Wettelijke regelgeving rond de energietransitie leidt tot extra investeringen in gemeentelijke eigendommen. Denk aan de (werf, sporthallen, tractiemiddelen, afvalwagens.

Wat een warmtetransitie qua financiering gaat inhouden is nog totaal niet in te schatten. Ook het investeren in klimaatadaptatie, wegen (in het buitengebied) en bruggen vraagt de nodige financiering. In 2025 is de ‘Routekaart naar 1.000 woningen’ vastgesteld. Als voortvloeisel hieruit zijn diverse Wvg’s gevestigd op gebieden waar in de toekomst potentiële gemeentelijke grondexploitaties kunnen komen. Dit vraagt om flinke investeringen. U heeft ook ingezet op verschillende onderzoeken. Denk aan wijk- en dorpsontwikkelingsplannen en de invulling van het centrum van Nijverdal rond de markt. Het lijkt onwaarschijnlijk dat dergelijke onderzoeken nooit zullen leiden tot (investerings)plannen met extra kosten. Veel van deze bovenstaande zaken zijn nog niet opgenomen in de meerjarenbegroting. Bij de afweging van de plannen is het belangrijk om niet alleen naar de kosten te kijken, maar ook naar de gevolgen voor de financieringspositie. Dit zal een remmende factor zijn op alle plannen die nu worden onderzocht.

Rentebeleid Bij financiering is er de keus tussen projectfinanciering en integrale financiering. Bij projectfinanciering wordt de lening aangetrokken voor één bepaalde investering of project. Bij deze methode ligt het voor de hand de rentelasten van de lening toe te rekenen aan de investering of het programma waarvoor de investering is aangetrokken. Bij integrale financiering wordt de totale financieringsbehoefte van de gemeente bekeken en daarvoor worden geld­leningen aangetrokken. De netto rentekosten (uitgaven -/- opbrengsten) worden via een omslagrente verdeeld over de producten waar investeringen voor nodig waren/zijn. Dit gebeurt naar rato van de boekwaarde van deze investeringen. Hiermee worden de rentekosten verdeeld over de producten waarvoor investeringen nodig waren. Tot nu toe passen wij alleen de methode van integrale financiering toe en maken gebruik van een renteomslag. Dit kan wijzigen als we voor specifieke grote projecten geldleningen willen aantrekken. De kosten worden dan gedragen door de veroorzaker/ gebruiker en niet door alle inwoners van de gemeente (via OZB, riool- en afvalstoffenheffing). Op basis van de te betalen en ontvangen rente en de huidige boekwaarde van investeringen berekenen we de omslagrente. De renteomslag bedraagt voor de periode 2026 0,9%, 2027 1,0%, 2028 1,1% en 2029 1,4%.

De stijging in de renteomslag komt door het aantrekken van nieuwe geldleningen. De rente waartegen we nu kunnen lenen ligt hoger dan de rente over de al afgesloten 99

geldleningen. Daarnaast verwachten we alleen nog in 2026 en 2027 een renteopbrengst vanuit een overschot aan liquide middelen. We zijn verplicht de overschotten weg te zetten bij de schatkist van het Rijk, maar we ontvangen hiervoor een rentevergoeding. Voor het toerekenen van rente aan grondexploitaties geldt een werkwijze uit het Besluit Begroting en Verantwoording voor provincies en gemeenten (BBV). Deze werkwijze is met ingang van de begroting 2025 gewijzigd: ook hiervoor moeten we de algemene rente-omslag hanteren. De omslagrente voor grondexploitaties bedraagt in deze begroting 2026 0,9%. Voor de ‘Meerjarenprognose Grondexploitatie’ rekenen we op langere termijn met een verwacht gemiddelde van 2,0%. bedragen x € 1.000 Rekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

- 2.104 2.285

- 1.986 1.214

- 1.864 670

180

- 773

- 1.195

(+)

4

8

9

(+)

-

-

-

(+)

-

-

-

184

- 764

- 1.185

-

- 18 -

- 32 -

184

- 782

- 1.218

-0

707

1.185

184

- 76

- 33

Renteschema a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering b. Externe rentebaten (idem)

(+) (+)

Saldo rentelasten en rentebaten c1. Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c2. Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen (contante waarde)

(+) (+)

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e. Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

(-)

f. Renteresultaat op het taakveld treasury

Vanaf december 2013 is schatkistbankieren verplicht gesteld voor decentrale overheden. Schatkistbankieren is een systeem waarbij overheidsorganisaties hun overtollige geld (liquiditeitsoverschotten) verplicht aanhouden bij de Nederlandse Staat, in plaats van bij commerciële banken. Dit om te voorkomen dat er gespeculeerd wordt met overtollige liquide middelen. Pas sinds het najaar van 2022 vergoedt het Rijk ook (dag)rente over de middelen die bij de schatkist geparkeerd staan. Dit levert ons momenteel (incidentele) financiële meevallers op. Voor 2026 hebben we in de begroting een verwachte renteopbrengst opgenomen uit schatkistbankieren van circa € 300.000,--. Voor 2027 nog slechts € 50.000,--

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16041744/3