RK onderzoek Nota van bevindingen subsidies - def 2026
Tekst van het document
Zicht op (indirecte) subsidies
28 van 80
3.2.1 Beleidskaders en regelingen De gemeente Bergen geeft op jaarbasis de volgende bedragen uit aan sport & cultuursubsidies: Gemeente Bergen
Bedrag in euro’s
Verleende cultuursubsidies in 2024
831.857
Verleende sportsubsidies in 2024
45.902
De beleidsdoelen die de gemeente Bergen wil bereiken met de inzet van subsidies zijn terug te vinden in de subsidieregelingen en in de beleidskaders: Cultuur
Sport:
Subsidieregeling Cultuur Bergen 2021
Subsidieregeling Sport Bergen 2021
Subsidieregeling Amateurkunst Bergen 2021 Beleidsnota kunst en cultuur 2021 – 2026
Gemeente Bergen beschikt niet over een beleidskader sport en bewegen. Dit is wel in de maak. De gemeenteraad heeft in de begroting van 2025 het volgende vastgesteld: Opstellen van een brede integrale aanpak bewegen en sport. De aanpak kenmerkt zich door een lange termijn visie met kortetermijndoelen waar gezamenlijk uitvoering aan wordt gegeven. Onderdeel van de aanpak is een uitgewerkt participatietraject. Deze brede integrale aanpak was gedurende het onderzoek nog niet beschikbaar. Dit betekent dat het Sportakkoord II uit 2023 feitelijk fungeert als het geldend beleidskader Sport voor de gemeente Bergen. Dit akkoord is (in navolging van het landelijk Sportakkoord) gesloten tussen de gemeente en 39 partners in de Bergense samenleving.
Zicht op (indirecte) subsidies
29 van 80
3.2.2 Beleidsdoelen cultuurbeleid Als het gaat om doelen dan heeft de gemeente Bergen in het cultuurbeleid de volgende opgenomen: Doelen cultuur
Toelichting36
Versterken woonklimaat
Een gemeente kan de attractiewaarde beïnvloeden door te investeren in de kwaliteit van de woonvoorraad, een veilige woonomgeving en in culturele voorzieningen. Het culturele aanbod moet kleinschalig, continu beschikbaar en gericht zijn op de plaatselijke bevolking zijn om de aandacht te trekken.
Maatschappelijke opgave
Binnen het programma een sociale en vitale gemeente werkt de gemeente Bergen aan een samenleving waarin het welzijn van de inwoners centraal staat en waarin inwoners zich bij elkaar betrokken voelen. Culturele activiteiten kunnen als middel worden ingezet om maatschappelijke doelen te realiseren. Er zijn vele voorbeelden hoe kwetsbare inwoners kunnen mee doen via culturele activiteiten in de samenleving. Te denken valt aan de inzet van muziek in het jongerenwerk, waardoor jongeren van de straat afkomen en in de jongerencentra actief worden. Dit helpt ook om overlast te verminderen. Ouderen met dementie blijken door zang en muziek weer toegang te krijgen tot hun oude herinneringen, waardoor hun welzijn versterkt wordt.
Economische doelen
Kunstzinnige en cultuurhistorische evenementen en voorzieningen trekken verblijfstoeristen en dagrecreanten naar de gemeente. Het toeristisch beleid is gericht op het versterken van de aantrekkelijkheid van de gemeente voor toeristen om de economische kracht te versterken. Het gaat hierbij om het aantrekken van de kwaliteitstoerist, die langer verblijven en meer besteden. Daarnaast wordt ingezet op seizoensverlenging om meer toeristen te krijgen buiten het hoogseizoen, zodat de toeristische sector het hele jaar door inkomsten kan verwerven.
In de regelingen zijn de doelen opgenomen die Bergen wenst te behalen door middel van subsidies:
36
Naam regeling
Doelen
Subsidieregeling Cultuur gemeente Bergen 2021
a. het waarborgen van de huidige kwaliteit van de culturele infrastructuur;
Dit betreft de toelichting van de gemeente Bergen zelf, zoals opgenomen in het beleid
Zicht op (indirecte) subsidies
30 van 80
b. het versterken en de doorontwikkeling van de huidige culturele infrastructuur; c. het (verder) professionaliseren van de huidige culturele infrastructuur; d. het stimuleren en versterken van de artistieke kwaliteit van de huidige culturele infrastructuur. Subsidieregeling Amateurkunst Bergen 2021
1. Het financieel bereikbaar houden van verenigingen en stichtingen voor amateurkunst voor de jeugd; 2 Het bevorderen van meer ontmoeting en verbinding tussen inwoners door het stimuleren van inwoners om zich als vrijwilliger in te zetten voor de amateurkunst; 3. Het bijdragen aan culturele talentontwikkeling van de jeugd.
Subsidieregeling Kunst in de kern gemeente Bergen 2023
Zichtbaar maken van de unieke culturele profielen van de drie dorpskernen om kwaliteitstoeristen aan te trekken en seizoensverlenging mogelijk te maken.
Subsidieregeling Sport Bergen 2021
1. Het stimuleren van de sportbeoefening door jeugdigen door de toegankelijkheid van sportorganisaties te vergroten en voor jongeren aantrekkelijk te houden/maken; en/of; 2. Het bevorderen van de sportparticipatie van inwoners met een beperking, die ingeschreven staan in de basisregistratie personen van de gemeente Bergen.
Activiteiten die bijdragen aan bovenstaande beleidsdoelen komen in Bergen binnen Sport en cultuur in aanmerking voor subsidie. In de nadere regels is een systematiek opgenomen hoe het college de aanvragen (en de activiteiten) moet beoordelen. De gemeente Bergen werkt voor de subsidieregeling Kunst in de kern met een externe adviescommissie die alle aanvragen aan de hand van in de regeling vastgestelde criteria beoordeeld en rangschikt.
Zicht op (indirecte) subsidies
31 van 80
In de Subsidieregeling Cultuur Bergen 2021 is het centrale begrip ‘culturele infrastructuur’. Zo komen activiteiten die deze infrastructuur verder professionaliseren in aanmerking voor subsidie. Dit begrip is onderdeel van het in hoofdstuk 2 besproken ringenmodel van de VNG. 3.2.3 Relatie tussen beoogde doelen en afgesproken prestaties Om de relatie tussen de doelen en de verleende subsidies inzichtelijk te maken, zijn voor dit onderzoek vier subsidiedossiers onderzocht.37 De relatie tussen de beoogde doelen en de daadwerkelijke beschikking (inclusief prestaties) is bij de bestudeerde cultuurdossiers niet eenvoudig te maken. Een voorbeeld daarvan is te vinden in onderstaande casus: Casus: Bergens Harmonieorkest In 2023 vraagt een Bergens Harmonieorkest €4518 subsidie aan op grond van de Subsidieregeling Cultuur gemeente Bergen 2021 om de dirigenten te kunnen betalen. Het college weigert €2205 van de aanvraag. Als toelichting stelt het college dat zij €2313 voor de exploitatie van het Harmoniegebouw beschikken. De motivatie hiervoor is dat “door een goede opkomst bij de muziek activiteiten wordt de bewoording voor cultuur bevorderd”. De hoogte van het subsidiebedrag blijkt vervolgens gebaseerd te zijn op de subsidie die het college aan het orkest verleend heeft in 2022.
Op basis van het dossier is er geen directe relatie te ontwaren tussen de aanvraag (‘geld voor dirigenten’), de activiteit waarvoor geld verleend wordt (exploitatie van het gebouw), het doel dat beoogd wordt (bevorderen van de opkomst bij muziekactiviteiten’), de genoemde doelen van de betreffende subsidieregeling en de hoogte van de subsidie. Het is daardoor niet herleidbaar in hoeverre de subsidie bijdraagt aan de beleidsdoelen en in hoeverre een hogere of lagere subsidie effect zou hebben gehad. Het is tegelijkertijd niet herleidbaar of de aanvrager het ontvangen bedrag besteedt aan de bijhorende grondslag als deze in de aanvraag een geheel andere bestedingsgrond heeft opgegeven.
Bovenstaande casus wil niet zeggen dat de subsidie niet doelmatig of doeltreffend is met het oog op de cultuurnota. Het is alleen niet herleidbaar in hoeverre de activiteiten concreet bijdragen aan deze doelen en of het verleende bedrag in verhouding staat tot het gewenste doel. Bij de sportsubsidies is de relatie tot op zekere hoogte meer inzichtelijk. Verenigingen die hun jeugdleden willen laten sporten, kunnen een deel van de kosten die zij voor deze leden maken via een subsidie vergoed krijgen. Daarbij wordt de volgende systematiek gehanteerd: (A) Sportinstellingen die gebruik maken van een accommodatie kunnen een percentage van de huur terugkrijgen via subsidie. De hoogte van het percentage is afhankelijk van de gebruikte accommodatie. Instellingen die gebruik maken van een gemeentelijke sportpark, gemeentelijk (gesubsidieerde) welzijnsaccommodatie of gemeentelijke (onder)grond komen niet in aanmerking voor subsidie. (B) Instellingen die geen gebruik maken van een accommodatie (genoemd onder a) krijgen van het college een vast bedrag per jeugdlid (in 2023 was dat €20,11).
37
Dit zijn te weinig dossiers om algemene uitspraken te kunnen over alle verleningen. De bevindingen beperken zich dus tot alleen wat er in deze dossiers is waargenomen.
Zicht op (indirecte) subsidies
32 van 80
(C) Alle instellingen krijgen per lid met een beperking eveneens een vast bedrag (in 2023 was dat €20,11) Het gaat bij de kosten onder A om het verwachte gebruik van de banen. De aanvrager moet vooraf een inschatting maken van het verbruik. Medewerkers geven aan dat dit in de praktijk geen probleem is: het gebruik is elk jaar ongeveer hetzelfde. Met een vereniging die aangaf ‘het niet precies te weten’ vond overleg plaats om tot een bedrag te komen.
3.3
De inrichting van het accommodatiebeleid
Het meest recente accommodatiebeleid is te vinden in de Visie op voorzieningen, activiteiten en accommodaties 2020-2022 ‘op zoek naar geluk’ (hierna: Visie 2020). Deze visie is door de raad vastgesteld en volgde op de wens (uit 2016) om het accommodatiebeleid beter aan te laten sluiten op de visie van de raad en de inwoner centraal te stellen. De Visie 2020 is na 2022 niet meer verlengd. Het college geeft aan dat de Visie 2020 nog steeds vingerend beleid is, maar niet meer is geactualiseerd. Het centrale uitgangspunt van het voorzieningenbeleid is de vraag ‘Wat hebben onze inwoners nodig om nu en in de toekomst in hun dorp gelukkig te zijn?’. Uitgangspunt is dat elke kern kan beschikken over een van de basisvoorzieningen. De volgende vijf voorzieningen gelden als basisvoorzieningen: Sportgelegenheden, een basisschool, een afvalbrengvoorziening, een plek voor de jeugd en een bibliotheekvoorziening. In de visie staat: De gemeente ziet zich de afgelopen jaren echter steeds vaker geconfronteerd met financieringsvragen van voorzieningen die zij niet in eigendom heeft maar wel vervullen in een maatschappelijke behoefte. Om deze financieringsvragen ‘zo goed mogelijk te kunnen behandelen’ is het ‘Bergense bospad’ ontwikkeld.
Het Bergense Bospad kent de volgende stappen: 1) Beschrijving maatschappelijk effect; 2) Optimalisatie van de exploitatie; 3) Subsidieaanvragen buiten de gemeente; 4) Publieke financieringsacties; 5) Aankoop ondergrond; 6) Definitieve beslissing gemeentelijke ondersteuning. In bovenstaande stappenplan wordt (in stap 5) eveneens overwogen of de gemeente Bergen de ondergrond van het pand niet kan aanschaffen. Hiermee kent het voorzieningen/accommodatiebeleid een directe link met het grondbeleid. De gemeente zegt daarover in de Visie 2020 het volgende: Voor de gemeente heeft deze stap als voordeel dat zij een vorm van zekerheid verwerft. De investering die zij doet gaat niet te niet als de voorziening onverhoopt haar activiteiten sluit of de accommodatie verkoopt aan bijvoorbeeld een ontwikkelaar. Door de ondergrond, na taxatie, over te nemen ontstaat voor de eigenaar van de voorziening een liquiditeitsvoordeel. Met deze middelen kan vervolgens de financieringsvraag worden opgelost. De gemeente verwerft expliciet alleen de ondergrond, de eigenaar behoudt het opstalrecht en daarmee het eigendom van het pand. Voor de gemeente is verwerving van de grond, zeker waar dit binnen de totaal financiering kan, financieel aantrekkelijk omdat de grond niet hoeft te worden afgeschreven.
Zicht op (indirecte) subsidies
33 van 80
Voor de aankoop van gronden onder voorzieningen niet in gemeentelijk eigendom kan het college het strategisch aankoop budget gebruiken. Het gebruik van dit budget moet steeds aan de raad worden verantwoord. De gemeenteraad heeft in 2020 bij het raadsbesluit vastgesteld dat de aankoop van grond op basis van de nota niet aan de raad hoeft te worden voorgelegd zolang de structurele lasten niet meer dan 50.000 euro bedragen.38 Het concept van “Bergens bospad” zoals hierboven beschreven is niet bekend bij het college van Bergen of bij de medewerkers van de BUCH-gemeenten. Het college geeft aan dat het ‘bospad’ mogelijk wel geïmplementeerd is. Medewerkers wijzen erop dat de Visie 2020 niet verlengd is. Het is daardoor niet herleidbaar in hoeverre dit in de praktijk wordt uitgevoerd. 3.3.1 Kernenkaart Bij de Visie 2020 hoort een in 2016 opgestelde kernenkaart waar een (niet uitputtend) overzicht te vinden is van de voorzieningen, accommodaties en activiteiten die Bergen kent. 39 Volgens het toenmalige college is dit een ‘groeidocument’ en is het aan verandering onderhevig. In het kader van dit rekenkameronderzoek is er geen geactualiseerde versie aangetroffen. In de visie van 2020 wordt eveneens verwezen naar de kernenkaart uit 2016 en benadrukt dat deze aan verandering onderhevig is.
In de kernkaart is een overzicht te vinden van de accommodaties inclusief de opbrengsten en de kosten per jaar en of de huurder een subsidierelatie heeft met de gemeente Bergen. Hierdoor is overzichtelijk (en transparant) gemaakt of er sprake is van maatschappelijke, kostendekkende of commerciële verhuur, welke activiteiten er ondernomen worden en welke bijdrage de huurder levert aan de gemeentelijke doelstellingen. Het huidige college van Bergen geeft aan niet bekend te zijn met de kernenkaart en ook niet te weten waarom deze niet geactualiseerd wordt De visie kent een directe relatie met het subsidiebeleid. In de Visie 2020 staat de volgende passage: Binnen het Subsidieplan zijn een aantal maatschappelijke missies voorgesteld die vierjaarlijks worden herijkt. Het Subsidieplan wordt gebruikt als afwegingskader voor de eventuele financiële bijdrage vanuit de gemeente. Het meten en het bereiken van het maatschappelijke effect en de afwegingen daarin zijn aan verandering onderhevig. Twee jaar na vaststellen van het Subsidieplan vindt een tussenevaluatie plaats die een verandering of aanscherping van het te bereiken effect zou kunnen betekenen. Het instellen van het Subsidieplan volgt uit een aanbeveling van de RKC Bergen uit 2013. 40 Deze manier van werken is losgelaten met de herziening van het subsidiebeleid in 2021 en dat maakt dit aspect niet meer actueel.
38
https://bergen-nh.raadsinformatie.nl/document/15478401/1/rb-2020-06-23-voorzieningenbeleid-activiteitenaccommodaties?connection_type=1&connection_id=9311911 39 https://www.raadbergen-nh.nl/Vergaderingen/Informatie-en-Presentatie-bijeenkomsten/2016/09-juni/19:29/Informatiebijeenkomstvoorzieningen-activiteiten-en-accommodatiebeleid-21-15-22-15-uur/Bij-2016-06-09-bijlagen-bij-nota-kernkaart-Bergen-2016.pdf 40 Te vinden op: https://www.raadbergen-nh.nl/Vergaderingen/Gemeenteraad/2013/23-mei/19:30/05-034-Aanbevelingen-rapportRekenkamercommissie-Subsidiebeleid/rv-2013-05-08-aanbevelingen-RKC-subsidiebeleid-1.pdf
Zicht op (indirecte) subsidies
34 van 80
3.3.2 Grondbeleid Het geldend beleidskader voor Vastgoed en Grondzaken vormt het grondbeleid samen met het grondprijsbeleid. De Nota uitgangspunten grondbeleid 2019 – 2022 is het actuele kader voor de gemeente Bergen en had in 2023 geactualiseerd moeten worden. Nota Vastgoed portefeuillemanagement In het kader van dit onderzoek is ook Nota Vastgoed portefeuillemanagement uit 2013 ingezien. Het laatste hoofdstuk van deze nota vormt volgens de leeswijzer het beleid voor het vastgoed portefeuillemanagement. De status van dit document is onbekend: het is formeel nog steeds het geldend beleidskader maar tot de start van dit onderzoek niet bekend bij de medewerkers. De ‘primaire doelstelling’ van de beleidsnota was het samenvoegen van alle vastgoedtitels van de gemeente Bergen in één enkele portefeuille en het professionaliseren van het beheer van die portefeuille. Met de inrichting van de werkorganisatie in 2018 en de komst van de Visie ‘op zoek naar geluk’ (In 2016 en 2020) is deze beleidsnota (waarschijnlijk) in onbruik geraakt. De in de beleidsnota genoemde doelen en afspraken zijn niet meer actueel.
3.3.3 Gevolgen ontbreken actueel overzicht Het college van Bergen is bewust dat de afgelopen periode een actueel overzicht ontbrak. Het college heeft inmiddels een algemeen paraplustuk met betrekking tot vastgoed vastgesteld. Hierin is onder meer de Wet Markt en Overheid en de Didam-regels vastgelegd. Vanwege het algemene karakter heeft de gemeenteraad van Bergen dit stuk niet vastgesteld. Het betreft alleen een collegestuk dat nog verder uitgewerkt wordt. Het college van Bergen geeft aan dat historisch inzicht ontbrak op objectniveau. De vastgoed- en financiële administratie waren niet gekoppeld en inkomsten/uitgaven liepen op één grootboek, waardoor sturing op objectniveau niet mogelijk was. Het college stelt dat de portefeuille is inmiddels opnieuw in kaart gebracht en in systemen ondergebracht. Dat betekent dat het gewenste overzicht komend jaar wel beschikbaar is. Medewerkers geven in aanvulling daarop aan dat de technische koppeling aan de boekhouding in de loop van 2026 nog moet worden afgerond. Daarbij wordt ook een nieuwe werkwijze ontwikkeld die moet zorgen voor dat de informatie structureel actueel blijft.
3.4
Monitoring, verantwoording en evaluatie
De subsidies in gemeente Bergen worden verleend via hetzelfde proces als in de andere BUCH-gemeenten. De meerderheid van de sport- en cultuursubsidies betreffen in Bergen ‘kleine’ subsidies. Dat betekent dat deze meteen uitbetaald worden na aanvraag en dat er geen verantwoording en vaststellingsprocedure gevolgd wordt. Om historische redenen wijken de subsidiedrempels in Bergen af van de andere drie BUCHgemeenten. Dat betekent dat in Bergen subsidieaanvragers meer subsidie kunnen ontvangen voordat zij in een zwaarder regime terecht komen. Het voordeel hiervan is dat dit administratieve lasten voor zowel de verlener als ontvanger worden beperkt. Het subsidiebeleid is in 2021 herzien en is (nog) niet geëvalueerd. De BUCH-gemeenten vragen sinds 2021 meer informatie op van subsidieaanvragers dan voorheen (onder meer een begroting en een activiteitenplan) waardoor de gemeenten meer inzicht krijgen in de individuele subsidierelaties en hun behoeften aan (extra) financiële ondersteuning. De opvraag van deze informatie is overeenkomstig met de regels die de gemeenteraad heeft vastgesteld.
Zicht op (indirecte) subsidies
35 van 80
Er zijn op grond van de vier dossiers geen aanwijzingen gevonden dat de subsidieverlening in Bergen niet rechtmatig zou gebeuren.41 De verleningen kennen een wettelijk voorschrift als grondslag en de beschikkingen komen overeen met de ASV en bijhorende regelingen. Zoals eerder besproken is niet bij elke beschikking te herleiden hoe de aanvraag, doelen en verlening tot elkaar in verhouding staan. Dit heeft ook gevolgen voor de doeltreffendheid.
3.5
Relatie tussen directe en indirecte subsidies
Organisaties kunnen zowel ondersteuning krijgen in de vorm van subsidies als in de vorm van accommodatie. In de subsidiesystematiek van de gemeente Bergen is het belang van accommodaties gedeeltelijk terug te zien. Het duidelijkst komt dit naar voren in de sportregeling. De hoogte van de subsidie wordt direct bepaald door de accommodatie waar de sportinstelling de jeugdactiviteiten wenst plaats te vinden. De gedachte is dat verenigingen daardoor allemaal ongeveer hetzelfde bedrag aan huur betalen (en subsidie ontvangen) voor de voorzieningen voor de jeugdleden. Het uitgangspunt van de Visie 2020 is dat elke kern een sportgelegenheid kent. In de praktijk is dit in de subsidieregeling vertaald naar dat er subsidie aangevraagd kan worden per type accommodatie in de verschillende kernen. Zoals besproken in de vorige paragraaf is in de Visie 2020 een stappenplan opgenomen om initiatieven die huren van een pand niet in gemeentelijk eigendom ook te kunnen financieren indien nodig. Dat betekent dat er in het beleid aandacht is voor instellingen die een particuliere verhuurder kennen en mogelijk daardoor met een ander financieringsvraag zitten dan concurrerende instellingen die van de gemeente zelf huren. Vanwege de onbekendheid met dit stappenplan binnen de organisatie en het college is niet te herleiden of het stappenplan in de praktijk ook zo toegepast wordt.
Het college geeft aan dat per casus (dus per dorpshuis) het vraagstuk langskomt. Binnen de cultuursubsidies wordt er in de subsidieverleningspraktijk eveneens rekening gehouden met de huurkosten van de accommodatie. Zo blijkt uit de dossiers. In het beleid en in de regelingen zelf is dit niet nadrukkelijk vastgelegd. In de visie 2020 ontbreekt specifieke aandacht voor culturele accommodaties. Uit de bestudeerde dossiers blijkt dat er naast de subsidies ook privaatrechtelijke afspraken gemaakt worden met de verschillende instellingen. De tennisclub betaalt voor het gebruik van de gymzaal een vast bedrag per uur aan de gemeente. Dit bedrag (tarief) wordt elkaar jaar opnieuw vastgesteld. De voetbalclub is onderhuurder van het sportcomplex waar de gemeente huurder is (van een andere overheid). Deze afspraken (geldend tot 2024) waren gemaakt in 2003 en worden automatisch verlengd met vijf jaar. Er is geen geactualiseerd contract aangetroffen. De huurprijs (vastgesteld in 2003) wordt jaarlijks geïndexeerd. Het is niet bekend of de huidige huurprijs marktconform is. 42 De gemeente Bergen bestaat uit verschillende kernen. De regelingen en gemaakte privaatrechtelijke afspraken zien er op toe dat dezelfde voorzieningen in de verschillende kernen aangeboden kunnen worden. Dat betekent dat elk kern kan beschikken over een tennisclub.
Medewerkers lichten toe dat het college per geval de afweging kan maken wat passend is.
41
Op grond van vier dossiers kunnen er geen algemene uitspraken gedaan worden. Binnen de dossiers zijn er geen aanwijzingen aangetroffen. 42 Beschreven in de nota vastgoed is dat bij nieuwe huurovereenkomsten en opengebroken oudere overeenkomsten het huurniveau doorgaans hoger ligt dan bij doorlopende oudere contracten. Dit is afhankelijk van verschillende factoren (en de grondslagen) waar de huur van afhankelijk is, zoals de staat van het gehuurde en het onderhoudsniveau.
Zicht op (indirecte) subsidies
36 van 80
3.6
Rol gemeenteraad
De gemeenteraad van Bergen krijgt (net als de andere BUCH-gemeenten) jaarlijks een overzicht van subsidies. In het verleden (rond 2020) heeft de gemeenteraad hier ook actief om gevraagd. 43 In dezelfde periode vroegen gemeenteraadfracties ook om actieve monitoring van de verleende cultuursubsidies.44 In het jaarlijkse overzicht licht het college ook de manier van werken toe: subsidies worden gemonitord en er wordt bekeken of de doelen worden gehaald. Als het gaat om sport- en cultuursubsidies is deze geïdealiseerde werkwijze niet in de praktijk teruggezien in de gemeente Bergen. In de gemeente Bergen wordt het subsidiebeleid niet periodiek geëvalueerd. Voor de herziening van 2021 was dit – althans op papier – wel het geval met het ‘oude’ Subsidieplan. De gemeenteraad is door het college de afgelopen jaren niet betrokken geweest bij een evaluatie, de raad heeft eveneens niet om een evaluatie gevraagd. De gemeenteraad is actief betrokken geweest bij de herziening van de ASV. 45
3.7
Afsluiting
Hoe doelmatig, rechtmatig, effectief en transparant is het subsidiebeleid op het gebied van sport- en cultuur en de uitvoering van de gemeente in relatie tot zowel directe als indirecte subsidies, zoals verstrekte accommodaties? De gemeente Bergen hanteert dezelfde geharmoniseerde uitvoering van het subsidiebeleid als de andere BUCH-gemeenten. Met als afwijking dat in de ASV van Bergen nog enkele passages staan die op papier juridische risico’s met zich meebrengen en dat Bergen de verantwoordingsdrempel hoger heeft liggen dan de andere BUCH-gemeenten waardoor Bergen meer aansluit op de landelijke richtlijnen. Bergen beschikt over cultuurbeleid en subsidieregelingen. Bergen hanteert algemene doelen op het gebied van cultuur. Het is daardoor moeilijk te herleiden in hoeverre de verleende subsidies concreet bijdragen aan deze doelen. In het verleden was de gemeente Bergen transparant over hoe directe en indirecte subsidies in de verschillende kernen werden besteed. Dankzij de kernenkaart was dit inzichtelijk. Ondanks beloften van het toenmalige college om dit document te laten groeien is dit instrument in onbruik geraakt. De gemeenteraad krijgt – net als in de andere BUCH-gemeenten – jaarlijks een overzicht van de verleende subsidies. De informatie over de effectiviteit van deze subsidies ontbreekt. Daar heeft de raad in het verleden bij cultuursubsidies wel omgevraagd.
In de door het college gehanteerde werkwijze zou deze informatie wel inzichtelijk moeten zijn.
43
Zie deze aangenomen motie uit 2020: https://bergen-nh.raadsinformatie.nl/document/15478939/1 Onder meer door deze motie: https://bergen-nh.raadsinformatie.nl/document/15487200/1 45 In 2021 vastgesteld per raadsbesluit: https://bergen-nh.raadsinformatie.nl/document/15476829/1/rb-2021-03-18-WijzigingAlgemene-subsidieverordening?connection_type=1&connection_id=9311125 44
Zicht op (indirecte) subsidies
37 van 80
Uitgeest
Zicht op (indirecte) subsidies
38 van 80
4
Subsidies en accommodaties in Uitgeest
4.1.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de onderzoeksvragen beantwoord voor de gemeente Uitgeest. Daarbij wordt de volgende volgorde aangehouden: • • • • •
Hoe is het subsidiebeleid rondom sport- en cultuur in de BUCH-gemeenten georganiseerd? Hoe is het accommodatiebeleid rondom sport- en cultuurinstellingen in de BUCH-gemeenten georganiseerd? Hoe vindt monitoring, evaluatie, controle en verantwoording plaats van de sport- en cultuursubsidies? Hoe waarborgen de gemeenten een gelijke behandeling van partijen die in aanmerking komen voor subsidies, zowel direct als indirect? Hoe geven de gemeenteraden invulling aan hun kaderstellende en controlerende rollen?
4.2
Organisatie van het subsidiebeleid
De Algemene subsidieverordening Uitgeest 2016 (hierna: ASV Uitgeest) vormt de kaderstellende verordening.46 Deze ASV is (grotendeels) gebaseerd op de model-ASV 2013 van de VNG en volgt de lijn zoals besproken in hoofdstuk 2 paragraaf 2.3. In Uitgeest zijn er geen (opvallende) afwijkingen. 4.2.1 Nadere regels en beleidskaders De gemeente Uitgeest geeft op jaarbasis de volgende bedragen uit aan sport & cultuursubsidies: Gemeente Uitgeest
Bedrag in euro’s
Verleende cultuursubsidies in 2024
12.632
Verleende sportsubsidies in 2024
24.532
Als het gaat om Sport en Cultuur zijn de volgende regelingen vastgesteld
46
Cultuur
Sport:
Subsidieregeling Cultuur Uitgeest 2020
Subsidieregeling Sport Uitgeest 2020
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR62782/3
Zicht op (indirecte) subsidies
39 van 80
De gemeente Uitgeest beschikt niet over een beleidskader Sport of Cultuur. 47 Het college stelt dat in de gemeente er veel door de inwoners zelf wordt georganiseerd en dat beleid niet nodig is. De gemeente Uitgeest faciliteert en subsidieert wel initiatieven die doorgaans door vrijwilligers worden uitgevoerd. De gemeente beschikt over een cultuurregeling waar een aantal doelen in staan. De gemeenteraad stelt wel actief vragen over de visie achter het culturele leven. In de meest recente programmabegroting wordt cultuur niet apart genoemd (betrokken bij toerisme en recreatie) en verwijst Sport alleen naar de bovenstaande subsidieregeling. Dit betekent dat het Sportakkoord II uit 2023 feitelijk fungeert als het geldend beleidskader Sport voor de gemeente Uitgeest. Dit akkoord is (in navolging van het landelijk Sportakkoord) gesloten tussen de gemeente en zes partners in de Uitgeests-samenleving. Qua vormgeving en opbouw kan het gezien worden als een gemeentelijk document. Uitgeest heeft €7183 beschikbaar gesteld naast de inzet van 0.5FTE om het Sportakkoord II uit te voeren. 4.2.2 Beleidsdoelen De gemeente Uitgeest heeft de beleidsdoelen vastgelegd in de kadernota 2024 die de opmaat vormde voor de programmabegroting 2025.48 Cultuur •
Sport: We willen in Uitgeest de historie levend houden, door plaquettes of informatieborden in Uitgeest te plaatsen, waarop historische informatie weergegeven wordt
•
•
We blijven investeren in sport en beweging waarmee we de gezondheid en de participatie van jong en oud op niveau houden. Ook voor mensen met een laag inkomen of lichamelijke of verstandelijke beperking die willen sporten krijgen (financiële) ondersteuning om dit mogelijk te maken. Uitvoering geven aan het Sportakkoord
In de regelingen zijn de doelen opgenomen die Uitgeest wenst te behalen door middel van subsidies: Naam regeling
Doelen
Subsidieregeling Cultuur gemeente Uitgeest 2020
a. het waarborgen van de huidige kwaliteit van de culturele infrastructuur;
47
De gemeente telt 13.500 inwoners. Het is niet ongebruikelijk dat er geen apart sport & cultuurbeleid wordt vastgesteld. https://www.uitgeest.nl/fileadmin/Uitgeest/documenten-per-onderwerp/begroting-jaarrekening/1ste-FinancieleRapportage-2024Kaderbrief-2025.pdf 48
Zicht op (indirecte) subsidies
40 van 80
b. het versterken en de doorontwikkeling van de huidige culturele infrastructuur; c. het (verder) professionaliseren van de huidige culturele infrastructuur; d. het stimuleren en versterken van de artistieke kwaliteit van de huidige culturele infrastructuur. Subsidieregeling Sport Uitgeest 2020:
•
Het gemeentebestuur wil inzetten op het stimuleren van de sportbeoefening door jeugdigen door de toegankelijkheid van sportverenigingen te vergroten en voor jongeren aantrekkelijk te houden/maken en de sportparticipatie van inwoners met een beperking wil stimuleren, en zij dit wil bevorderen door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen
•
het stimuleren van de sportbeoefening door jeugdigen door de toegankelijkheid van sportverenigingen te vergroten en voor jongeren aantrekkelijk te houden/maken; en/of
•
het bevorderen van de sportparticipatie van inwoners met een beperking, die ingeschreven staan in de basisregistratie personen van de gemeente Uitgeest.
4.2.3 Relatie tussen beoogde doelen en afgesproken prestaties Om de relatie tussen de doelen en de verleende subsidies inzichtelijk te maken, zijn voor dit onderzoek vier subsidiedossiers onderzocht. De relatie tussen de beoogde doelen en de daadwerkelijke beschikking (inclusief prestaties) is bij de bestudeerde cultuur dossiers niet eenvoudig te maken. Casus: Toneelvoorstellingen In 2023 vraagt een toneelvereniging €700 subsidie aan bij de gemeente Uitgeest voor het instuderen van toneelstukken en het geven van toneelvoorstellingen. De hoogte van de aanvraag komt overeen met de kosten die de vereniging maakt voor de zaalhuur voor de uitvoering. De vereniging huurt zaalruimte bij een pand in eigendom van de gemeente. De gemeente verleent €79,87 en weigert de rest van de aanvraag.
Zicht op (indirecte) subsidies
41 van 80
De vereniging telt 7 leden die woonachtig zijn in Uitgeest en dat leidt tot een beperkt bedrag aan subsidie. De vereniging heeft – naast het aantal leden – ook informatie ingediend over de activiteiten en de begroting.
Dit heeft te maken met de door Uitgeest gekozen systematiek. Een deel van de verleende subsidie (voor cultuur) wordt gebaseerd op het aantal leden dat de culturele vereniging heeft (zie ook de casus in het kader). Het andere deel betreft de vergoeding van de ‘redelijk gemaakte kosten’ (artikel 5 Cultuurregeling) voor het realiseren van de in de tabel genoemde doelen. De hoogte van de subsidie wordt door het college beoordeeld op grond van: • • • •
de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de realisatie van de in artikel 3 genoemde doelen; de verhouding tussen prijs en kwaliteit; de mate van samenwerking met professionele organisaties en/of vrijwilligersorganisaties; de hoogte van eventuele financiële bijdragen van sponsoren en/of andere inkomsten.
Deze systematiek is niet zichtbaar in de praktijk zoals blijkt in het kader beschreven casus waar alleen getoetst is aan de leden en niet aan de kosten voor de beschreven activiteiten zelf. Mogelijk speelt een rol dat de vereniging de uitvoeringen doet bij een pand van de gemeente. 49 Die casus staat niet op zichzelf. In 2023 vraagt een harmonieorkest €2800 aan om inwoners van Uitgeest met elkaar te verbinden door muziek en door leerlingen op te leiden. Het harmonieorkest oefent in het gemeentehuis en speelt in het dorpshuis. Het college weigert €1105 van de aanvraag en verleent €1695. Uit de toelichting op het besluit valt niet op te maken hoe het college tot deze afweging is gekomen. De hoogte van de subsidie lijkt niet gebaseerd te zijn op bovenstaande doelen (en de beoordeling van het college) maar op het bedrag dat het orkest in 2022 heeft gekregen. Hierdoor is het niet te herleiden in hoeverre het college verwacht dat het verleende bedrag bijdraagt aan in de nadere regeling gestelde doelen. 4.2.4 Sportregeling De opbouw van de sportsubsidies zijn eenvoudiger te herleiden vanwege de gekozen systematiek om per jeugdlid (afhankelijk van de omvang van het subsidieplafond) en per sporter met een beperking een vast bedrag aan de aanvragers te verlenen. Dit sluit ook direct aan op de doelen die genoemd staan in de sportregeling.
Verenigingen vragen doorgaans meer aan dan verleend wordt, wat verklaard kan worden omdat het bedrag per jeugdlid bepaald wordt aan de hand van het subsidieplafond en het totaal aantal jeugdleden. Beiden zijn op het moment van aanvragen nog niet bekend.
4.3
Het accommodatiebeleid
Het accommodatiebeleid kent een bestuurlijke aanloop. In 2014-2015 is er door het toenmalige college accommodatiebeleid opgesteld. Vanwege een val van het college is dit pas in 2016 opnieuw opgepakt. In 2019 leidde dit tot het rapport “Accommodatiebeleid en eerste ruimtelijke uitwerkingen gemeente Uitgeest”
49
Het college kan hier desgevraagd geen uitsluitsel overgeven. De wethouder zegt dat het verleende bedrag verstrekt wordt op grond van het aantal leden, net zoals bij andere verenigingen het geval is. In de toekomst, als er een kostprijsdekkende huur gevraagd wordt, kan het subsidiebedrag stijgen. Dat moet dan opnieuw bekeken worden.
Zicht op (indirecte) subsidies
42 van 80
(Hierna: rapport Uitgeest).50 In de tussentijd vroeg de gemeenteraad actief naar de komst van dit beleid. Een amendement om geen ingrijpende keuzes te maken zolang het beleid niet was opgesteld werd in 2019 daarbij door de raad verworpen.51 Het rapport Uitgeest biedt een overzicht van de beschikbare accommodaties en het gebruik ervan door partijen inclusief de boekwaardes van deze accommodaties. Het rapport leidde tot een raadsbesluit met daarin de volgende visie 52: Het accommodatiebeleid van de gemeente Uitgeest is gericht op het stimuleren van activiteiten die elkaar in samenhang en samenwerking versterken. Dat betekent dat ook in de vertaling naar accommodaties wordt gestreefd om activiteiten samen onder te brengen, waardoor er natuurlijke vormen van beheer en eigenaarschap ontstaan en een aanbod ontstaat dat (in onderdelen) voorjong en oud interessant en waardevol is. Daarbij denkt de gemeente niet in specifieke sectoren zoals zorg, onderwijs, sport en welzijn, maar juist in de combinaties ervan, waardoor een lichamelijk en geestelijk vitale gemeenschap ontstaat. Ook stimuleert de gemeente combinaties waarbij binnen- en buitenruimte wordt ingezet om ontmoeting, recreatie en verblijven te stimuleren. Voor accommodaties geldt dat ze veilig, goed toegankelijk en bereikbaar zijn.
De raad gaf in hetzelfde raadsbesluit de opdracht om bovenstaande visie verder uit te werken en ook te betrekken bij het herijken van het subsidiebeleid. Deze uitwerkingen zijn voor dit onderzoek niet aangetroffen. Het college geeft aan dat er gewerkt wordt aan een vastgoedstrategie en dat raadsleden op dit moment een goed beeld hebben van het bezit van de gemeente Uitgeest. Het betreft een beperkt aantal panden. Het beleid is sindsdien niet meer verder doorontwikkeld. Het grondbeleid is vastgelegd in de Uitgangspunten Grondbeleid gemeente Uitgeest 2019 – 2022. Dit betreft een factsheet van 1 pagina. In de programmabegroting zijn de kosten die horen bij het beheren van vastgoed opgenomen. Ontbreken algemeen belang besluit De wet Markt & Overheid verplicht gemeenten die economische activiteiten willen uitvoeren zonder dat de gedragsregels van de Wet M&O van toepassing zijn om een algemeen belang besluit te nemen. Alleen dan kan gemeentelijk vastgoed verhuurd worden tegen een kostprijsdekkend of maatschappelijk tarief. De gemeente Uitgeest heeft geen algemeen belang besluit genomen. Het college licht toe dat in het geval van Uitgeest dat niet nodig is. Er is sprake van een beperkte hoeveelheid vastgoed dat tegen de kostprijs verhuurd wordt. Dit met de kanttekening dat het dorpshuis (zie casus: het dorpshuis op de volgende pagina) een tijd verhuurd is beneden de kostprijs.
4.4
Monitoring, verantwoording en evaluatie
De subsidies in gemeente Uitgeest worden verleend via hetzelfde proces als in de andere BUCH-gemeenten. Het college stelt jaarlijks een subsidieoverzicht ter beschikking aan de gemeenteraad. In dit overzicht zijn niet alleen de gevraagde en verleende bedragen te vinden, maar ook een toelichting van het college op de verleningen. In 2024 verleende het college van B&W 12.632 euro aan cultuursubsidies en 24.532 euro aan sportsubsidies. Alleen bij de sportsubsidies betrof één verlening meer dan €10.000 (10.549 verleend).
50
https://uitgeest.raadsinformatie.nl/document/10319320/2/Rapport+Accommodatiebeleid?connection_type=1&connection_id=610341 4 51 https://uitgeest.raadsinformatie.nl/document/7802276/1 52
https://uitgeest.raadsinformatie.nl/document/10320166/1/Bijlage+RB+Accomodatiebeleid+Uitgeest?connection_type=1&connection_ id=6103414
Zicht op (indirecte) subsidies
43 van 80
Voor de verlening van meer dan €10.000 vraagt het college van B&W een inhoudelijk en financieel jaarverslag om deze te kunnen vaststellen. Het college toetst vervolgens of de activiteiten (het organiseren van voetbaltrainingen en wedstrijden voor de jeugd) hebben plaatsgevonden. De grondslag van de hoogte van de subsidie is bepaald op basis van het aantal jeugdleden en niet aan de hand van de genoemde activiteiten. Er zijn op grond van de vier dossiers geen aanwijzingen gevonden dat de subsidieverlening in Uitgeest niet rechtmatig zou gebeuren. De verleningen kennen een wettelijk voorschrift als grondslag en de beschikkingen komen overeen met de ASV en bijhorende regelingen. Zoals besproken in een eerdere paragraaf is niet bij elke beschikking te herleiden hoe de aanvraag, doelen en verlening tot elkaar in verhouding staan. Dit heeft ook gevolgen voor de doeltreffendheid.
4.5
Relatie tussen directe en indirecte subsidies
In de subsidiesystematiek van de gemeente Uitgeest is – als het gaat om cultuur en sportsubsidies – de verhouding met het gemeentelijk vastgoed niet eenvoudig terug te zien. 53 Het ontbreken van een cultuurnota of sportnota speelt hier een rol in. Evenals het gegeven dat het accommodatiebeleid nog niet verder is uitgewerkt. Daardoor is niet inzichtelijk welke vormen van ondersteuning – naast de subsidies – organisaties precies krijgen. Casus: het dorpshuis In 2019 heeft de gemeente Uitgeest Dorpshuis de Zwaan verworven met als doel dat deze ook in de toekomst nog gebruikt kon worden voor de sociale en culturele activiteiten. 54 De gemeente rekende een maatschappelijke huur voor het dorpshuis waardoor de exploitant (een stichting) een beperkte huur kon vragen aan de huurders (gebruikers) die er gebruik van maakten. In 2023 informeerde het college de raad dat de exploitant de huurovereenkomst niet wenste te verlengen.55 Het college laat aan de raad weten: Voor het huidige seizoen (1 september 2023 tot 1 september 2024) neemt de gemeente alle huidige contracten en afspraken over van SSL. Om te zorgen voor een transparant, helder en eenduidig financieel kader en verhuurbeleid wordt met ingang van 1 september 2024 een kostprijsdekkende huur in rekening gebracht aan alle huurders.
Voor de maanden 1 september 2024 - 31 december 2024 worden de huurders, die als gevolg van deze kostprijsdekkende huur meer moeten gaan betalen voor het gebruik van dorpshuis, volledig gecompenseerd met een eenmalige subsidie. Het college licht toe dat dit voornemen pas in 2025 is ingegaan. Er bestaat een langlopend verschil van inzicht tussen de stichting die het gebouw gebruikt en de gemeente. Het conflict spitst zich onder meer toe op de vraag wie mag bepalen welke ruimte overdag (tussen 09.00 en 17.00) verhuurd mag worden. Het college wil de zalen tegen kostprijs verhuren aan alle geïnteresseerde partijen. De stichting die de ruimte dan gebruikt stelt dat zij het recht hebben op welke partijen kunnen huren.
53
De wens van de gemeenteraad was dat bij de herijking van het subsidiebeleid de visie van accommodatiebeleid als uitgangspunt werd genomen. De herijking van het subsidiebeleid vond daarentegen BUCH breed plaats. 54 RIB 2019: https://uitgeest.notubiz.nl/document/7921641/1 55 https://uitgeest.notubiz.nl/document/13490560/1?connection_type=15&connection_id=61216
Zicht op (indirecte) subsidies
44 van 80
Uit de bestudeerde dossiers blijkt dat de gesubsidieerde instellingen ook privaatrechtelijke relaties onderhouden met de gemeente Uitgeest.
Zicht op (indirecte) subsidies
45 van 80
De cultuurinstellingen oefenen in onder meer dorpshuizen (zie kader). Bij de beschikkingen van de subsidies lijkt het gegeven dat de verenigingen oefenen en uitvoeren in maatschappelijk vastgoed wel een rol te spelen. De verenigingen krijgen minder subsidie dan de subsidieregeling in voorziet. Het college licht toe dat wanneer de zaalhuur van het betreffende dorpshuis (zie kader) naar de kostprijs toegaat de subsidies aan deze verenigingen worden herzien. Het is niet de wens van het college dat sommige verenigingen niet verder kunnen gaan met de activiteiten na een dergelijke stijging van de kosten.
4.6
Rol gemeenteraad
De gemeenteraad van Uitgeest krijgt (net als de andere BUCH-gemeenten) jaarlijks een overzicht van subsidies. In dit overzicht licht het college ook de manier van werken toe: subsidies worden gemonitord en er wordt bekeken of de doelen worden gehaald. Deze manier van werken is in Uitgeest aan de raad gepresenteerd in 2021 in het kader van de toenmalige herijking van het subsidiebeleid.56
Net zoals in de andere BUCH-gemeenten is deze werkwijze op het gebied van sport en cultuur nog niet zichtbaar. In de toekomst – bij een verdere integratie met het sociaal domein – kan dat wijzigen. In het verleden (bij de Kadernota 2020-2023) heeft de gemeenteraad van Uitgeest een taakstelling van €150.000 op subsidies gezet. Deze taakstelling had betrekking op alle subsidies genoemd in het subsidieoverzicht.
56
https://uitgeest.notubiz.nl/document/10770726/1
Zicht op (indirecte) subsidies
46 van 80
Als het gaat om de wisselwerking tussen subsidies en accommodatie toont de raad betrokkenheid. Bij de raadsdebatten rondom het voortbestaan van Dorpshuis de Zwaan zijn er meerdere moties en amendementen ingediend die daar aandacht voor hadden. Zoals eerder genoemd heeft de gemeenteraad het college de opdracht gegeven om bij de herijking van het subsidiebeleid ook de visie op accommodaties te betrekken.
4.7
Afsluiting
Hoe doelmatig, rechtmatig, effectief en transparant is het subsidiebeleid op het gebied van sport- en cultuur en de uitvoering van de gemeente in relatie tot zowel directe als indirecte subsidies, zoals verstrekte accommodaties? De gemeente Uitgeest hanteert dezelfde geharmoniseerde uitvoering van het subsidiebeleid als de andere BUCH-gemeenten. De gemeente Uitgeest beschikt niet over een beleidskader Sport of Cultuur. Wel verleent de gemeente op dit gebied subsidies. Door het ontbreken van overkoepelend beleid is niet herleidbaar in hoeverre deze subsidies effectief zijn. De gemeenteraad krijgt – net als in de andere BUCH-gemeenten – jaarlijks een overzicht van de verleende subsidies. De informatie over de effectiviteit van deze subsidies ontbreekt in dit overzicht. De gemeenteraad van Uitgeest heeft een visie vastgesteld op het accommodatiebeleid en toentertijd ook opgedragen deze te betrekken bij het herijken van het subsidiebeleid. Dat laatste moet nog opvolging krijgen. Ondanks de relatief beperkte hoeveelheid maatschappelijk vastgoed waar de gemeente over beschikt is er wel bestuurlijke aandacht voor het onderwerp. In de uitvoering moet dit nog opvolging krijgen.
Zicht op (indirecte) subsidies
47 van 80
Castricum
Zicht op (indirecte) subsidies
48 van 80
5
Subsidies en accommodaties in Castricum
5.1.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de onderzoeksvragen beantwoord voor de gemeente Castricum. Daarbij wordt de volgende volgorde aangehouden: • • • • •
5.2
Hoe is het subsidiebeleid rondom sport- en cultuur in de BUCH-gemeenten georganiseerd? Hoe is het accommodatiebeleid rondom sport- en cultuurinstellingen in de BUCH-gemeenten georganiseerd? Hoe vindt monitoring, evaluatie, controle en verantwoording plaats van de sport- en cultuursubsidies? Hoe waarborgen de gemeenten een gelijke behandeling van partijen die in aanmerking komen voor subsidies, zowel direct als indirect? Hoe geven de gemeenteraden invulling aan hun kaderstellende en controlerende rollen?
Subsidiekader
De Algemene subsidieverordening Castricum 2016 (hierna: ASV Castricum) vormt de kaderstellende verordening.57 Deze ASV is (grotendeels) gebaseerd op de model-ASV 2013 van de VNG. De gemeente Castricum geeft op jaarbasis de volgende bedragen uit aan sport & cultuursubsidies: Gemeente Castricum
Bedrag in euro’s
Verleende cultuursubsidies in 2024
471.355
Verleende sportsubsidies in 2024
108.971
In 2024 verleende het college van B&W 471.355 euro aan cultuursubsidies (op grond van de regelingen) en 108.971 euro aan sportsubsidies. De gemeenteraad heeft de reikwijdte van de verordening beperkt tot de in artikel 3 genoemde programmaonderdelen. Deze formulering wijkt af van die model-verordening waarin gesproken wordt over ‘beleidsterreinen’. Het lijkt dat de raad een directe koppeling heeft willen maken met de programma’s zoals vastgesteld in de begroting. Het gevolg van deze keuze is dat veranderingen in de begrotingsstructuur ook doorgevoerd moeten worden in de ASV Castricum.
57
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR385241/2
Zicht op (indirecte) subsidies
49 van 80
5.2.1 Nadere regels en beleidskaders Als het gaat om Sport en Cultuur zijn de volgende regelingen en nota’s vastgesteld Cultuur
Sport:
Subsidieregeling Cultuur 2018
Subsidieregeling Sportstimulering Castricum 2018
Subsidieregeling Castricum op de kaart 2023 Cultuur met Kansen Beleidsnota 2020
De subsidieregeling Cultuur is ingetrokken per 1 januari 2024. 58 De subsidieregeling sportstimulering zal ingetrokken worden per1 januari 2026.59 Het cultuurbeleid is vastgelegd in de beleidsnota Cultuur met Kansen. De gemeente zet in op een actieve culturele sector in Castricum met de volgende doelstellingen: het versterken van het woonklimaat, het verhogen van economisch rendement en het versterken van maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid. In de nota staat ook toegelicht wat de gewenste situatie is met betrekking tot de cultuursubsidies: Voor de bibliotheek en Toonbeeld wordt een eigen subsidieregeling opgesteld, gericht op de speerpunten van het Programma Publieke Bekostiging talentontwikkeling en het creëren en stimuleren van maatschappelijke betrokkenheid. Een nieuwe subsidieregeling richt zich op de amateurkunstbeoefening en op lokale evenementen. Ook deze subsidieregeling beantwoordt aan maatschappelijke doelstellingen van de gemeente. Deze regelingen worden in overleg met de betrokken instellingen en verenigingen opgesteld. Hierbij wordt ingezet op heldere regelingen met duidelijke criteria. De afspraken rond het Jeugdfonds Sport en Cultuur en de Cultuurprijs regio Alkmaar worden voortgezet.
Het college omschrijft de rol van financiële ondersteuning op het gebied van cultuur als volgt: De gemeente heeft binnen kunst en cultuur meestal een faciliterende en ondersteunende rol, maar is soms ook aanjager. De culturele sector is grotendeels autonoom en organiseert zelf haar activiteiten. Het cultuuraanbod wordt veelal vanuit de markt en de bevolking gefinancierd. De financiële rol van de gemeente is aanvullend hierop, wanneer activiteiten niet volledig vanuit de markt gefinancierd kunnen worden en wel bijdragen aan onze doelstellingen, zoals bijvoorbeeld de bereikbaarheid van cultuur voor kinderen uit alle inkomensgroepen. Om de doelstellingen genoemd in de cultuurnota te kunnen bereiken zet de gemeente Castricum in op twee programmalijnen: Cultuur voor iedereen’ en ‘Gemeente Castricum op de kaart’. Het eerste programma zet vooral in op de maatschappelijke doelen en de voorzieningen. Het tweede programma is gericht op het versterken van toerisme en recreatie en de aantrekkelijkheid van de gemeente. De huidige portefeuillehouder licht toe dat er inmiddels een koerswijziging heeft plaatsgevonden. Het versterken van
58 59
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR614368 Terug te zien in de regeling: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR614367
Zicht op (indirecte) subsidies
50 van 80
het toerisme gebeurt nu via een programma dat in samenwerking met zes regio gemeenten (waaronder Alkmaar) is ontwikkeld. Het college omschrijft de doelen (genoemd in de cultuurnota) als ‘breed’ en geeft aan dat er veel activiteiten onder kan vallen. In een toekomstige herziening moet de wenselijkheid daarvan tegen het licht worden gehouden. Sportbeleid Het college van B&W heeft het sportbeleid vastgelegd in de “Aanpak bewegen Sport en Spelen 2025 – 2035” (hierna: Aanpak Bewegen). In deze Aanpak bewegen is de visie en ambitie van de gemeente Castricum te lezen op het gebied van bewegen, sport en spelen uitgewerkt naar doelstellingen. In de Aanpak Bewegen licht het college toe dat het eerdere sportbeleid van de gemeente Castricum de periode 2013 – 2016 betrof en in de tussentijd niet was herijkt. In de Aanpak Bewegen geeft het college aan getracht te hebben zoveel mogelijk aansluiting te vinden met andere beleidsterreinen zoals sociaal domein en vastgoed en beheer. De gemeente zegt over voorzieningen: Alle verenigingen hebben de beschikking over voldoende en kwalitatief goede sportaccommodaties. Castricum heeft gemiddeld meer buitensportaccommodaties dan de andere BUCH-gemeenten. Er zijn ook voldoende gymzalen en sporthallen, er is geen sprake van overbezetting.
In de Aanpak Bewegen is een apart hoofdstuk geweid aan het beheer van de buiten- en binnensportaccommodaties en de afwegingen die daarin gemaakt worden, bijvoorbeeld wanneer een (sport)vereniging in aanmerking komt voor een (kostbaar) kunstgrasveld. In een bijlage op de Aanpak Bewegen is een passage opgenomen waarin de gemeente toelichting geeft op de tarieven voor binnensport. Deze worden in Castricum door de gemeente vastgesteld. Volgens het college van B&W blijkt uit onderzoek dat deze tarieven 34% boven het landelijke gemiddelde liggen. 5.2.2 Beleidsdoelen De gemeente Castricum heeft de beleidsdoelen vastgelegd in de kadernota 2024 die de opmaat vormde voor de programmabegroting 2025. 60 Vanwege zorgen over het financieel perspectief heeft de gemeenteraad in de kadernota maar een beperkte hoeveelheid bestuurlijke en politieke wensen opgenomen. Er zijn geen (extra) doelen te vinden op het gebied van sport en cultuur. Met betrekking tot subsidies is er door de raad een taakstelling opgelegd. Eerder heeft de raad in 2023 afgesproken dat de subsidies tegen het licht gehouden zouden worden op grond van een doelmatigheidsonderzoek.
De gemeenteraad heeft een amendement aangenomen om een eerder verstrekte tegemoetkoming ook voor 2025 te verstrekken aan organisaties die subsidies ontvangen.61 Het college geeft in een memo aan dat de gewenste taakstelling (321.000 euro) als uitgangspunt heeft ‘dat de besparing zoveel als mogelijk wordt gerealiseerd door minder geld uit te geven aan gebouwen en energielasten, maar dat de uitvoering van taken zo min mogelijk wordt geraakt.’62 In de regelingen zijn de doelen opgenomen die Castricum wens te behalen: Naam regeling
Doelen
60
https://www.castricum.nl/fileadmin/Castricum/documenten-per-onderwerp/begroting-jaarrekening/1e-Firap-2024-Kadernota-2025Castricum-versie-NA-raad-4_juli_2024.pdf 61 ttps://castricum.raadsinformatie.nl/document/14295438/1 62 https://castricum.raadsinformatie.nl/document/15231951/1
Zicht op (indirecte) subsidies
51 van 80
Subsidieregeling Sportstimulering 2018 (vervallen per 1 januari 2024)
a. Voor jeugdleden om de sportbeoefening door jeugdigen te stimuleren door de toegankelijkheid van sportverenigingen te vergroten en deze voor jongeren aantrekkelijk te houden/maken; b. Voor organisaties die een aanbod voor sporters met een beperking aanbieden om de sportparticipatie voor deze doelgroep te bevorderen; c. Voor (top) sportevenementen om “het meedoen op sportief gebied” te stimuleren, waarbij topsporters als voorbeeld dienen. Daarnaast versterkt het evenement het toeristische klimaat en wordt Castricum gepromoot.
Subsidieregeling Cultuur 2018
1. Het versterken en benadrukken van de uniciteit van de gemeente (zichtbaar en beleefbaar maken van het cultureel aanbod, de cultuurhistorie en de unieke landschappelijke elementen). a. Speerpunt: Het bevorderen van cultuurparticipatie specifiek voor de jeugd uit de gemeente. b. Speerpunt: Vindbaar en zichtbaar maken van het totale culturele aanbod. c. Speerpunt: Behoud van monumenten en archeologie. 2. Ruimte te bieden aan innovatie en experiment en zodoende beweging en beleving aanjagen. a. Speerpunt: Ruimte bieden voor innovatie en experiment, door dit te faciliteren en aan te jagen. 3. Meer samenhang in het aanbod & programmering realiseren door samenwerking te stimuleren tussen de sectoren cultuur, recreatie en toerisme, verenigingen, onderwijs, ondernemers en inwoners. Zodoende bevorderen dat het cultureel aanbod van de gemeente gezamenlijk uitgedragen wordt. a. Speerpunt: Gastvrijheid bevorderen door cultuur te verbinden aan toerisme: verbinden, versterken en promoten van culturele en recreatieve activiteiten. b. Speerpunt: Het bevorderen van de samenwerking tussen onderwijs, culturele organisaties, amateurs, professionals en ondernemers.
Zicht op (indirecte) subsidies
52 van 80
Subsidieregeling Programmalijn Gemeente Castricum op de kaart 2023
De activiteiten dragen bij aan het behalen van de doelstellingen uit de beleidsnota Cultuur met Kansen 2020, zoals het versterken van een positief profiel voor de in cultuur geïnteresseerde toeristen, die langer verblijven, meer besteden en (ook) buiten het hoogseizoen de gemeente willen bezoeken, vooral afkomstig buiten de regio en de gemeente aantrekkelijker maken voor kunstenaars, die initiatief willen tonen en zich willen vestigen in de gemeente; De activiteiten zijn aantoonbaar gericht op de verbreding, verdieping en innovatie van het toeristisch aanbod; De activiteiten zijn gericht op de bevordering van de toegankelijkheid en aantoonbaar vergroten van het aantal toeristen.
Subsidieregeling Cultuur voor iedereen - eenmalige aanvragen Castricum 2023
Een eenmalige subsidie wordt uitsluitend verleend voor culturele activiteiten die aantoonbaar zijn gericht op het bereiken van de sociale doelgroepen én bijdragen aan een van de volgende maatschappelijke doelen: a. een zo breed mogelijke cultuurparticipatie; b. talentontwikkeling; c. sociale cohesie; d. preventie.
Subsidieregeling Cultuur voor iedereen - amateurkunst en erfgoed Castricum 2023
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor culturele activiteiten die aantoonbaar zijn gericht op het bereiken van de sociale doelgroepen én bijdragen aan een van de volgende maatschappelijke doelen: a. een zo breed mogelijke cultuurparticipatie; b. talentontwikkeling; c. sociale cohesie; d. preventie.
Zicht op (indirecte) subsidies
53 van 80
5.2.3 Relatie tussen beoogde doelen en afgesproken prestaties Om de relatie tussen de doelen en de verleende subsidies inzichtelijk te maken, zijn voor dit onderzoek vier subsidiedossiers onderzocht. Daarbij valt op dat de relatie tussen de beschikking en de doelen in gemeente Castricum wel te maken is als het gaat om de bestudeerde dossiers. Casus: seniorenkoor In 2023 vraagt een seniorenkoor €2.250 subsidie aan voor het zingen in ensemblevorm (4-stemmig koor) onder leiding van een dirigent op grond van de Subsidieregeling Cultuur voor iedereen - amateurkunst en erfgoed Castricum 2023 . De vereniging kent vijf leden die behoren tot de door de raad vastgestelde sociale doelgroepen. Het college verleent op grond van de rekenformule en de bedragen zoals genoemd in de regeling het aangevraagde bedrag. De aanvrager kan op grond van de regeling maximaal €1000 voor de kosten voor professionele ondersteuning en krijgt deze ook. De overige €1250 krijgt de aanvrager vanwege de vijf leden uit een sociale doelgroep. Het college verwijst voor toekomstige aanvragen wel naar een door de raad aangenomen Amendement/Motie Bezuiniging op subsidies 2024.
Dit heeft te maken met de door Castricum gekozen systematiek zoals beschreven in de casus in de kader. Het doel van de regeling is om de culturele participatie van inwoners en sociale doelgroepen te bevorderen, daarvoor is door het college een vast bedrag aan subsidie vastgesteld. Voor de aanvragers is het op voorhand duidelijk wat het bedrag is dat zij kunnen verwachten. Het door een vereniging aangevraagde bedrag kan in de praktijk wel anders zijn dan het verleende bedrag. Een cultuurvereniging die voor de activiteiten €12.000 aanvroeg krijgt van de gemeente Castricum €13.500 verleend. Dat is meer dan om werd gevraagd vanwege een hoger aantal jeugdleden. Omdat deze subsidie hoger is dan €5000 moet deze later vastgesteld worden. In de vaststelling toetst de gemeente op grond van het inhoudelijk en financieel jaarverslag of de activiteiten (zoals beschreven) zijn uitgevoerd en of het ontvangen geld besteed is aan deze activiteiten. Daarmee toetst het college wel op de rechtmatigheid maar niet op de doeltreffendheid of doelmatigheid. Het verleende bedrag is niet gekoppeld aan de omvang en vorm van de activiteiten. Mocht een activiteit niet door zijn gegaan dan zou dat geen effect hebben gehad op de hoeveelheid (jeugd)leden waar de subsidie op gebaseerd is. Toch zou dit tot een herziening kunnen leiden van de verlening.
5.2.4 Sportregeling De opbouw van de sportsubsidies zijn net als die van de cultuurregeling eenvoudig te herleiden vanwege de gekozen systematiek om per jeugdlid (afhankelijk van de hoogte van het subsidieplafond) en per sporter met een beperking een vast bedrag aan de aanvragers te verlenen. Dit sluit ook direct aan op de doelen die genoemd staan in de sportregeling. Verenigingen vragen doorgaans meer aan dan verleend wordt, wat verklaard kan worden omdat het bedrag per jeugdlid bepaald wordt aan de hand van het subsidieplafond en het totaal aantal jeugdleden. Beiden zijn op het moment van aanvragen nog niet bekend. Zoals blijkt uit paragraaf 5.3 zet de gemeente Castricum zelf vraagtekens bij doelmatigheid van de sportregeling en is deze inmiddels getrokken.
5.3
Het accommodatiebeleid
De gemeente Castricum beschikt niet over apart sport- en cultuuraccommodatiebeleid. Zoals besproken in bovenstaande paragraaf is accommodatie wel onderdeel van het sport- en cultuurbeleid zelf. Het college licht toe dat sportaccommodaties nu de bestuurlijke belangstelling hebben.
Zicht op (indirecte) subsidies
54 van 80
Voor afzonderlijke sportaccommodaties (zoals een sportpark) zijn meerjarenonderhoudsplannen gemaakt. Deze worden gedeeld met de raad. Vraagstukken rondom accommodaties worden “ad-hoc” opgepakt. Een voorbeeld daarvan is Omnipark Akersloot waar de gemeenteraad per raadsinformatiebrief over wordt geïnformeerd.63 Het college licht toe dat dit een initiatief betreft van de verenigingen zelf. Daar zitten dan mogelijkheden en onmogelijkheden in. De gemeente is dan bereid om per project mee te denken en in kansen te denken. Het college laat in het verlengde daarvan weten dat Castricum bestaat uit verschillende kernen en dat er gekeken moet worden naar hoe iets verstandig gedaan kan worden. Het aanleggen van een skeelerbaan (de wens van meerdere dorpen) kan beter één keer goed gedaan worden en dan worden gedeeld met meerdere kernen. De gemeente beschikt eveneens niet over (gemeentelijk / maatschappelijk) vastgoedbeleid. Het grondbeleid is vastgelegd in de Uitgangspunten Grondbeleid gemeente Castricum 2019 – 2022.64 Dit betreft een factsheet van 1 pagina. In de programmabegroting zijn de kosten die horen bij het beheren van vastgoed opgenomen. Het college noemt dat veel van de (binnen)sportaccommodaties aan onderhoud, verduurzaming of vervanging toe zijn. Veel zijn gebouwd in de jaren zeventig en tachtig toen de gemeente snel begon met groeien.