CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Programma Klimaat 2025-2030 Heiloo

Commissie zaal 1 15 september 2025, gemeente HeilooBij agendapunt: Bespreeknotitie concept Programma Klimaat 2025-203018.613 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

30

7.3. Ambitie voor 2030 De ambitie van de BUCH-gemeenten is bijdragen aan het landelijke doel om in 2030 de CO₂-uitstoot met 55% te verminderen. Binnen de pijler duurzame mobiliteit is het echter niet haalbaar om deze reductie zelfstandig te realiseren, omdat de uitvoering van maatregelen op dit gebied doorgaans een langere doorlooptijd kent. Denk hierbij aan het aanpassen van infrastructuur of het bevorderen van gedragsverandering in mobiliteitskeuzes. Daarom kunnen de BUCH-gemeenten binnen deze pijler niet zelf die 55% reductie halen, maar wel een bijdrage leveren aan het landelijke doel. Nadat de afspraken in de Uitvoeringsagenda van het RMP zijn gemaakt, worden deze opgenomen in de integrale Regionale Agenda Mobiliteit (RAM). Ook werken we aan het opstellen van de visie op duurzame mobiliteit voor Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo.

7.4 De twee speerpunten van onze aanpak Om de mobiliteitsdoelen voor 2030 te halen, werken we vanuit twee speerpunten, waarbij we ons vooral richten op het veranderen van de ‘modal split’, oftewel de verschuiving van autogebruik naar duurzamere vervoersmiddelen. Het eerste speerpunt focust het aantrekkelijker maken van fietsen, lopen en openbaar vervoergebruik. Het tweede speerpunt richt zich op het schoner maken van mobiliteit door de laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen uit te breiden.

Speerpunt 1: Verminderen en veranderen In 2030 vinden 40% van alle verplaatsingen en 55% van de verplaatsingen tot 7.5 kilometer plaats op de fiets. In 2030 is het gebruik van de trein gestegen met 30% ten opzichte van 2023 (weer terug op niveau vóór corona maatregelen). In 2030 is het aantal deelauto’s binnen de BUCH-gemeenten verdubbeld ten opzichte van 2024.

Reizen met de fiets Om fietsen in de BUCH-gemeenten te stimuleren, verbeteren we fietsroutes binnen en buiten de bebouwde kom. Samen met de provincie Noord-Holland werken we aan regionale doorfietsroutes, zodat langere afstanden per fiets aantrekkelijker worden. Bij de tracékeuze van deze regionale fietsroutes is erop gelet dat deze fietsroutes ook bruikbaar zijn voor lokaal fietsverkeer. Daarnaast richten we ons vooral op routes van en naar NS-stations en combineren de uitvoering waar mogelijk met wegonderhoud of andere werkzaamheden. Daarnaast zorgen we voor veiligere infrastructuur door de verkeerssituatie in woonkernen te verbeteren. Dit doen we door wegen bij grootonderhoud duurzaam veilig in te richten en, indien nodig voor de verkeersveiligheid, de auto langzamer of via een andere route te laten rijden. Ook investeren we in educatieve

31

maatregelen, waarbij we speciaal aandacht besteden aan de doelgroepen jongeren en senioren. TensloRe wordt intensiever samengewerkt met de poliSe (handhaving). We onderzoeken ook nieuwe parkeeroplossingen. Zo passen we in Bergen, Castricum en Heiloo parkeernormen aan en testen we in een pilotproject het parkeren op afstand bij nieuwbouw (indien een geschikt project zich voordoet). Door parkeerplaatsen verder van woningen te plaatsen, stimuleren we fietsgebruik en kan het woongebied autoluw en klimaatadaptief worden ingericht. Ook wordt fietsparkeren bij de stations, publieke instanties en winkelcentra verbeterd. Reizen met de trein Om treinreizen aantrekkelijker te maken, ondersteunen we het landelijke Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS)18. Dit programma zorgt ervoor dat op drukke trajecten – zoals de Zaancorridor – meer treinen kunnen rijden, door het spoor efficiënter te gebruiken en knelpunten aan te pakken. Voor de BUCH-gemeenten betekent dit een hogere frequenSe van treinen en een betere dienstverlening, met als doel op termijn 'spoorboekloos' rijden. Daarnaast zeRen we ons in voor het behoud van de Kennermerlijn. We starten een pilot om de hub-functie van NS-station Castricum te verbeteren. Dit houdt in dat het station beter toegankelijk wordt voor verschillende vervoersmiddelen, zoals fiets, openbaar vervoer en auto. Dit doen we door de fietsroutes te verbeteren.

Ook zorgen we voor uitbreiding van het aantal fietsparkeerplaatsen en verbetering van de kwaliteit hiervan en maken we voor- en natransport, zoals de bus, deelfietsen en -auto’s, beter vindbaar. De inzichten uit deze pilot passen we later ook toe op de stations van Uitgeest en Heiloo. Voor Bergen werken we aan een transferium tussen Bergen en Alkmaar. Dit is een overstappunt waar verschillende vormen van vervoer, zoals auto, fiets en openbaar vervoer, samenkomen. Tot slot zetten we in op behoud van de kustbus en werken we toe naar volledig emissieloos busvervoer. Stimuleren van deelauto’s Deelauto’s helpen bij het verminderen van het aantal privéauto’s, wat zorgt voor een vermindering van de CO2-uitstoot doordat gebruikers per rit betalen en daardoor bewuster kiezen of ze de auto nodig hebben. Daarnaast ontstaat er meer ruimte om de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren, omdat er minder parkeerplaatsen nodig zijn. Samen met de provincie onderzoeken we hoe we deelauto’s beter kunnen inzetten in de BUCH-gemeenten. Op basis van dit onderzoek ontwikkelen we gemeentelijk beleid en een uitvoeringsagenda. We ondersteunen lokale energiecoöperaties bij het realiseren van parkeerplaatsen met laadpunten voor hun elektrische deelauto’s. Daarnaast stimuleren we deelmobiliteit bij nieuwbouwprojecten, zodat ontwikkelaars dit structureel meenemen in hun plannen.

Tenslotte onderzoeken we samen met de provincie hoe deelmobiliteit voor bezoekers kan groeien bij de stations.

18

Programma Hoogfrequent Spoorvervoer; ProRail; 2025

32

Speerpunt 2: Verschonen In 2030 beschikken we in de BUCH-gemeenten over een dekkend laadinfrastructuur netwerk van minimaal 1255 publieke laadpunten, dat meegroeit met de vraag.

Het tweede speerpunt richt zich op schonere mobiliteit door de overgang van voertuigen op fossiele brandstoffen naar emissievrij vervoer mogelijk te maken. Ons doel is om in 2030 een uitgebreid netwerk van laadpunten te hebben dat meegroeit met de vraag. We breiden het aantal laadpalen uit op basis van prognoses van MRA-e en onderzoeken of bijstelling van het beleid gewenst is. Aandachtspunten zijn met name de bijdrage van autoaccu’s aan (het oplossen van) netcongesSe, laadpleinen ter vervanging van verspreid geplaatste laadpalen, de tarieven van openbare laadpalen en snelladers.

33

8. Circulaire Economie 8.1. Context: waar gaat het over Nederland wil in 2030 de hoeveelheid nieuwe grondstoffen die we gebruiken halveren en in 2050 volledig circulair zijn. Dat betekent minder verspilling en meer hergebruik van grondstoffen. Het Rijk heeh deze ambiSe vastgelegd in het NaSonaal Programma Circulaire Economie (NPCE) 2023-2030. Een circulaire economie is geen doel op zich. Het is een manier om bij te dragen aan het tegengaan van klimaatverandering, een schoner milieu en een gezonde leefomgeving. Ook helpt het herstel van biodiversiteit en vergroot het de leveringszekerheid van grondstoffen. We richten ons op hergebruik van grondstoffen en het minimaliseren van afval. Op dit moment werkt het Rijk aan nieuwe landelijke doelstellingen binnen het NPCE. We volgen deze ontwikkelingen nauwlettend.

Figuur 9 Facetten van de circulaire economie in één geheel.

Een circulaire economie is een model waarbij niet langer grondstoffen worden “genomen, gemaakt, gebruikt en weggegooid,” zoals in het traditionele lineaire systeem. Er wordt slimmer nagedacht over wat echt nodig is, met voorkeur voor alternatieven die minder grondstoffen vragen. Delen, hergebruiken en producten met een lange levensduur spelen daarbij een grote rol. Pas als het niet anders kan, worden materialen gerepareerd of gerecycled. Zo blijven grondstoffen langer in de kringloop en wordt afval verminderd. De energie die wordt gebruikt, komt zoveel mogelijk van hernieuwbare bronnen zoals zon, wind en water. Zie figuur 9 voor een overzicht van de verschillende facetten. 19 De aarde wordt te zwaar belast. Op zes van de negen belangrijke milieugrenzen, zoals klimaat, biodiversiteit en vervuiling, is sprake van overschrijding van wat de planeet aankan. Zo is de CO2-uitstoot die gepaard

19

Opportunities for a circular economy; PBL Netherlands Environmental Assessment Agency

34

gaat met grondstoffengebruik wereldwijd hoger dan wat de aarde kan verwerken voor een leefbaar klimaat. Om aan de vraag van alle wereldbewoners te voldoen, is 1,75 keer de aarde nodig. En als iedereen zou leven zoals in Nederland, zijn zelfs meer dan drie planeten nodig. Die enorme vraag naar grondstoffen zorgt niet alleen voor klimaatverandering, maar ook voor een tekort aan (kritieke) grondstoffen, stijgende kosten, meer afval én meer vervuiling van lucht, bodem, water en zelfs voedsel. Dit schaadt de natuur, de leefomgeving en de gezondheid. Experts wijzen steeds vaker op de dringende behoefte aan verandering, vanwege de opwarming van de aarde, het verlies van biodiversiteit en de groeiende ongelijkheid. Tegelijkertijd biedt de circulaire economie volop kansen voor innovatie, schone technologie en duurzame economische modellen. Steeds meer banken en investeerders richten zich op duurzame projecten, waardoor de overgang naar een circulaire economie niet alleen noodzakelijk is, maar ook financieel aantrekkelijk. Voor het realiseren van deze transitie is een andere manier van denken en samenwerken nodig. Dit vraagt om een gezamenlijke aanpak van consumenten, producenten en alle andere betrokkenen. Het vraagt om een volledige heroverweging van hoe er wordt geconsumeerd, geproduceerd en omgegaan met materialen en grondstoffen. Bijvoorbeeld door: • • • • •

Bewuster consumeren: onnodig grondstofgebruik voorkomen, bijvoorbeeld het vermijden van overbodige verpakkingen. Meer hergebruik, reparatie en delen in plaats van altijd nieuw te kopen. Afval als grondstof: beter scheiden van reststromen en materialen zo hoogwaardig mogelijk hergebruiken. Duurzaam ontwerpen en produceren: producten maken die langer meegaan en makkelijker te repareren zijn. Deeleconomie en lokale samenwerking: spullen delen, zoals auto's of gereedschap, in plaats van alles zelf te bezitten. Nieuwe waardering van producten: kwaliteit en duurzaamheid belangrijker maken dan goedkoop en snel.

8.2. Waar staan we nu? De transitie naar een circulaire economie kan maar liefst 85% van de klimaatdoelen helpen bereiken20. Dit kan door grondstofgebruik en uitstoot drastisch te verminderen in productie, consumptie en afvalverwerking. De overheid speelt hierbij een belangrijke rol door middel van beleid, wet- en regelgeving, stimuleringsmaatregelen en voorlichting. Ook gemeenten kunnen een grote bijdrage leveren aan deze overgang. Daarom hebben de vier BUCH-gemeenten het Ambitiedocument Klimaat omgezet in de beleidsplannen Circulaire Economie voor 2022 – 2026. Hierin wordt de verbinding gelegd tussen de circulaire economie en andere klimaatdoelen. Als BUCH-gemeenten nemen we een informerende, inspirerende, faciliterende en normerende rol aan in deze transitie:

20

Uitvoeringsagenda CE, BUCH

35

• • •

•

Informeren: We zorgen voor duidelijke, actuele en toegankelijke informatie voor inwoners en ondernemers, en brengen deze actief naar buiten. Inspireren: We geven zelf het goede voorbeeld en lichten inspirerende initiatieven uit om anderen te motiveren. Faciliteren: We creëren de juiste voorwaarden voor circulaire initiatieven door ruimte te bieden in gemeentelijke regelgeving en beleid. We ondersteunen maatschappelijke initiatieven met middelen zoals ruimte, praktische hulp en andere faciliteiten. Daarnaast houden we de voortgang van de transitie in de gaten en sturen we bij waar nodig. Normeren: We stellen duidelijke kaders voor circulaire ontwikkelingen, bijvoorbeeld via gronduitgifte, aanbestedingen, contracten, beleid, deals, samenwerkingsafspraken en het ondertekenen van convenanten.

Door deze veranderingen te stimuleren, werken we aan een toekomst waarin grondstoffen behouden blijven en afval tot het verleden behoort. Het meten van circulariteit is complex, maar we hebben al belangrijke stappen gezet, bijvoorbeeld in het afvalbeleid, duurzame landbouw en circulair bouwen. We stellen een tweejaarlijks uitvoeringsprogramma op en evalueren de voortgang. We zijn trots op wat we de afgelopen jaren hebben bereikt. We stimuleren hergebruik met initiatieven zoals het kringloop-brengpunt en het onderwijsprogramma Circulair Maken, dat inmiddels op 70% van de basisscholen wordt gegeven. Kinderen leren zo hoe ze fietsen kunnen repareren, meubels opknappen, van oud textiel iets nieuws maken en een waardevolle reststroom zoals wol verwerken tot nieuw product. In de landbouwsector zijn we bezig met duurzame veehouderij en natuurinclusieve landbouw. In de gemeente Bergen is een gebiedsproces gestart om de verduurzaming verder te versnellen, wat als voorbeeld kan dienen voor andere gemeenten. De aanpak voor bedrijven staat nog in de beginfase, maar we betrekken ze al bij projecten tegen voedselverspilling en gesprekken met ondernemersverenigingen. Als gemeenten nemen we onze voorbeeldrol serieus. We werken aan maatschappelijk verantwoord inkopen (MVOI) en integreren circulaire principes steeds meer in onze projecten.

Denk daarbij aan hergebruik van straatstenen of bamboe verkeersborden. De invoering van Diftar (differentiatie van tarieven voor afval) in alle BUCH-gemeenten heeft al geleid tot een halvering van de hoeveel ingezameld restafval ten opzichte van 2021. In 2024 telde Bergen 92 kg restafval per inwoner, Uitgeest 76 kg, Castricum 80 kg en Heiloo 80 kg restafval per inwoner.

8.3. AmbiBes voor 2030 Onze ambitie voor 2030 sluit aan bij de nationale doelstellingen: Nederland moet voor 50% circulair zijn. Waar we nu pionieren met pilots en met het opbouwen van koplopers-netwerken, vergroten we de komende jaren ons bereik. We ondersteunen niet alleen de koplopers verder, maar versnellen ook het tempo van het 'peloton'. Dit betekent dat we succesvolle pilots in sectoren zoals landbouw, circulaire bouw en andere gebieden breder uitrollen. We betrekken daarnaast een grotere groep inwoners, externe organisaties en gemeentemedewerkers actief bij de circulaire economie. We blijven ons richten op de thema’s die we hebben vastgelegd in onze circulaire beleidsplannen: landbouw, recreatie en toerisme, bouw en infrastructuur, en bedrijven(terreinen).

36

8.4. De drie speerpunten van onze aanpak De komende jaren richten we ons op de volgende speerpunten: •

• •

Gemeentelijke organisatie: Binnen de gemeentelijke organisatie leggen we de nadruk op het integreren van circulair beleid in ons dagelijks werk. Dit omvat circulair inkopen, verduurzamen van gemeentelijke infrastructuur (zoals wegen en gebouwen) en circulaire gebiedsontwikkeling. We zijn hiermee een voorbeeld voor andere organisaties en bedrijven in de regio. Inwoners: We vergroten het bewustzijn en de gedragsverandering onder inwoners verder, zodat hergebruik, reparatie en circulaire keuzes de standaard worden in het dagelijks leven. Externe organisaties: We versterken de samenwerking met ondernemers, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen om circulaire innovaties en succesvolle voorbeelden verder te verspreiden. De focus ligt hierbij op bedrijventerreinen, landbouw, recreatie en toerisme.

Door deze speerpunten te realiseren, zorgen we voor een versnelde overgang naar de circulaire economie en dragen we bij aan het behalen van de doelstellingen voor 2030, waarbij we de markt en alle betrokkenen actief meenemen in dit proces.

Speerpunt 1: Gemeentelijke organisaVe In 2030 is de circulaire economie organisaCebreed geborgd in beleid en inkooptrajecten en wordt gemonitord wat het effect is op bijvoorbeeld grondstoffenverbruik, landgebruik, het milieu, biodiversiteit en/of sociale aspecten. In 2030 worden alle bouw, sloop, renovaCe en infrastructurele projecten die in opdracht van de gemeente plaats vinden circulair aanbesteed en wordt gestuurd op realisaCe van max. 50% (primair abioCsche) grondstoffen en CO2-reducCe. In 2030 hebben we een visie op een circulaire samenleving 2050 en weten we wat daarvoor nodig is.

Onze eigen organisatie als aanjager van de circulaire economie We hebben de meest directe invloed op onze eigen organisaSe. Daarom geven we het goede voorbeeld door circulaire economie een vaste plek te geven in onze bedrijfsvoering en het te borgen in de lijn. Door circulaire principes te integreren in inkoop- en aanbestedingsprocessen, sSmuleren en inspireren we andere organisaSes om dezelfde richSng op te gaan. Onze doelstelling is om richSng 2030 circulaire economie volledig te verankeren in ons beleid, inkooptrajecten en in alle relevante beleidsvelden, met duidelijke doelstellingen per domein. We zeRen intensief in op het bieden van handelingsperspecSef door het aanbieden van trainingen circulaire economie en het toepassen van circulaire strategieën en MVOI voor het hele management en medewerkers. Ook onderzoeken we de reststromen uit onze eigen organisaSe (kantoor, openbare ruimte en bouwplaats) en stellen doelstellingen op voor het verminderen en hoogwaardiger verwerken daarvan.

37

Bouw-, sloop, renovaVe en infrastructurele projecten De bouwsector in Nederland is verantwoordelijk voor ongeveer 38% van de totale CO₂-uitstoot en verbruikt ongeveer 50% van alle grondstoffen, terwijl het ook 35% van het afval in Nederland genereert.21 We besteden als BUCH-gemeenten jaarlijks voor vele miljoenen euro’s aan opdrachten aan voor bouw-, sloop-, renovaSe- en infrastructurele projecten. Door circulair aanbesteden de norm te maken in onze bedrijfsvoering, kunnen wij grote impact maken op CO2-reducSe, de reducSe in primaire grondstoffengebruik en de producSe van afval. Ook hier richten wij ons op het bieden van handelingsperspecSef voor medewerkers uit de organisaSe. We voeren circulaire bouw-, sloop-, renovaSe- en infrastructurele projecten uit met duidelijke doelen voor het verminderen van primaire grondstoffen en CO2-uitstoot. We nemen circulaire principes vanaf het begin van elk project mee. Circulaire afwegingen worden vast onderdeel van startdocumenten en projectopdrachten bij alle bouw, sloop, renovaSe en openbare ruimte projecten. We ontwikkelen een monitoringsinstrument dat circulair bouwen en de impact daarvan inzichtelijk maakt en zorgen zo voor een gemeenschappelijke aanpak van circulair werken in gemeentelijke bouwprojecten. In zowel de openbare ruimte als het gemeentelijk vastgoed.

Bij gronduitgihe leggen we circulaire criteria vast voor toekomsSge (ver)bouwplannen. Daarnaast verankeren afspraken uit het convenant toekomstbestendige woningbouw22 en de circulaire deal secundaire bouwmaterialen23 steeds meer in beleid en regelgeving. In de pijler Duurzame Bedrijfsvoering, gaan we uitgebreid in op de verduurzamingsstappen die we als gemeentelijke organisaSe gaan zeRen, ook in relaSe tot de andere pijlers uit dit programma. Visie op circulaire samenleving 2050 Hoe ziet de toekomst van een volledig circulaire gemeente eruit in 2050? In deze toekomst worden er geen nieuwe grondstoffen meer gewonnen op plekken ver van ons vandaan. We hergebruiken zoveel mogelijk materialen, zoveel mogelijk lokaal. We maken veel producten met tot wel 50% biobased materialen. Maar wat betekent het voor de bedrijven in onze regio, de horeca, het toerisme, de landbouw en de detailhandel? Hoe kunnen we ons als gemeente hierop voorbereiden? Welke strategische keuzes kunnen we maken? En zijn er ruimtelijke gevolgen? Met een visie voor circulaire BUCH-gemeenten in 2050 hebben we voor 2030 alvast een duidelijk beeld van de strategische keuzes en kansen voor onze gemeenten.

21 Omslag naar circulaire economie versnellen; Rijksoverheid

22 Convenant Toekomstbestendige Woningbouw; Toekomst bestendig bouwen.nl; 2023

23 Circulaire Deal Secundaire bouwmaterialen; Provincie Noord-Holland en Circulair Friesland; 2024

38

Speerpunt 2: Inwoners We sCmuleren inwoners tot het maken van circulaire keuzes zoals delen, ruilen, repareren, hergebruiken en bewust consumeren. In 2030 ondersteunen we lokale circulaire netwerken en (burger) iniCaCeven voor inwoners. In 2030 doet 90% van de scholen mee aan het onderwijsprogramma Circulair Maken met minimaal 1 lesmodule per jaar. We omarmen de VANG doelstellingen voor huishoudelijk afval van het ministerie van I&M en spannen ons in om deze te behalen via gemeentelijk beleid.

We blijven inwoners actief aanmoedigen om circulaire keuzes te maken, zoals hergebruik en bewust consumeren, door minimaal twee campagnes per jaar te organiseren. Hierbij sluiten we aan bij regionale en landelijke initiatieven om de bewustwording verder te vergroten. Daarnaast ondersteunen we lokale circulaire netwerken en initiatieven door ruimte, promotie en subsidies aan te bieden. We ontwikkelen circulaire faciliteiten, kringloopbrengpunten, en bevorderen samenwerking om het aanbod te vergroten. Het onderwijsprogramma Circulair Maken rollen we tegen 2030 steeds breder uit, zodat 90% van de scholen in onze gemeenten meedoet. Dit bereiken we door het netwerk van partners en vakdocenten enthousiast te houden en te ondersteunen. Ook standaardiseren we het programma verder en stellen we het lesmateriaal als 'open source' beschikbaar. Daarnaast omarmen we de VANG (Van Afval Naar Grondstof)-doelstellingen voor huishoudelijk afval van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en zetten we ons in om deze te behalen via ons gemeentelijke grondstoffenbeleid. Het huidige beleid loopt tot en met 2025. Er wordt ten minste geconformeerd aan de jaartallen en gerichte doelen zoals opgenomen in (herijkingen) van het VANG-programma24. Bij de herziening en de voorgestelde beleidskeuzes zal de gemeenteraad als besluitvormend orgaan betrokken worden.

24 Uitvoeringsprogramma VANG – Huishoudelijk Afval, herijking voor de periode t/m/ 2025; ministerie van Infrastructuur en

Milieu; 2022

39

Speerpunt 3: Externe organisaVes In 2030 zijn alle externe organisaCes in de BUCH-gemeenten bekend met de principes van de circulaire economie en weten wat de mogelijkheden zijn. We sCmuleren en faciliteren externe organisaCes tot/bij het maken van circulaire keuzes op het gebied van inkoop, reststromen, productontwikkeling, markeCng en het delen van materialen met andere bedrijven. We ondersteunen iniCaCeven en netwerken van externe organisaCes om de circulair economie verder aan te jagen door o.a. bedrijventerreinen toekomstbestendig te maken In 2030 zijn er in de toerisme- en recreaCesector concrete stappen gezet met bijvoorbeeld lokaal- en seizoensgebonden voeding, voedselverspilling, en verminderen verpakkingsmateriaal. In 2030 hebben we de pilot voor duurzame veehouderij en verminderen gebruik bestrijdingsmiddelen vanuit de pilot Egmondermeer uitgerold naar meerdere gebieden in de BUCH-gemeenten, mits de nodige externe financiering beschikbaar komt.

Wanneer we het hebben over externe organisaties, bedoelen we zowel ondernemers als maatschappelijke organisaties. We richten ons vooral op bedrijventerreinen, landbouw en recreatie & toerisme, omdat dit belangrijke sectoren zijn binnen onze gemeenten. Daarbij zoeken we actief naar samenwerkingskansen met bedrijven en maatschappelijke initiatieven. Bewustwording en samenwerking We betrekken meer ondernemers en organisaties bij de circulaire economie. Daarom zetten we een communicatieplan op om hen te informeren en activeren. We bieden een platform waar successen gedeeld worden en versterken netwerken via bijeenkomsten. We gaan actief in gesprek om beter aan te sluiten bij de behoeften en uitdagingen van ondernemers. Koplopers spelen hierbij een belangrijke rol: hun ervaringen en voorbeelden gebruiken we om anderen te inspireren en in beweging te brengen. Daarnaast moedigen we ondernemers aan om circulaire keuzes te maken, bijvoorbeeld bij inkoop en productontwikkeling. We ondersteunen initiatieven zoals het delen van materialen en reststromen tussen bedrijven. Circulair toerisme en recreatie Binnen de toerisme- en recreatiesector stimuleren we duurzamer werken, onder andere door: het verminderen van voedselverspilling, werken met lokale en seizoensgebonden producten en het verminderen van verpakkingsafval.

We ondersteunen ondernemers hierbij met campagnes, netwerkbijeenkomsten en praktische kennis.

40

Duurzame landbouw en veehouderij Samen met de sector werken we aan een gebiedsprogramma voor de Egmondermeer op het gebied van agrarisch natuurbeheer en een duurzame toekomstvisie voor de polder, waarin de veehouderij het landschap kan blijven beheren. Samen met de veehouders en andere stakeholders van de Egmondermeer stellen we momenteel een toekomstbestendige visie en inrichSngsplan op, waarin zowel plaats is voor de wensen voor een toekomstbestendige veehouderij, als voor natuur, weidevogels en water. We leggen het te doorlopen proces voor het opstellen van een gedeelde integrale visie voor het buitengebied vast in een ‘aanpak’, die ook kan worden toegepast in andere delen van het buitengebied, bij voldoende externe financiering. In dat geval rollen we de aanpak voor 2030 vanuit Egmondermeer uit naar andere gebieden in de BUCH-gemeenten. We stellen een handleiding op voor het inzeRen van grondinstrumenten onder de omgevingswet. Deze handleiding is voor alle gemeenten toepasbaar. Ook voeren we de regeling "Biodiversiteit op het erf" uit in alle vier de BUCH-gemeenten om de biodiversiteit op het erf te vergroten. We werken aan het verminderen van bestrijdingsmiddelengebruik met name in de bollenteelt. In 2025 starten we een pilot voor biologische bollenteelt.

Daarnaast ontwikkelen we instrumenten die de gemeente in kan zetten om de bestrijdingsmiddelen terug te dringen in het kader van de volksgezondheid en een duurzame landbouw.

41

9. Klimaatadapta?e 9.1. Context: waar gaat het over Het klimaat verandert, waardoor we steeds vaker te maken krijgen met extreme weersomstandigheden zoals droogte, hitte en hevige neerslag. Droogte en hitte hebben negatieve gevolgen voor ecosystemen, planten, dieren en mensen, terwijl zware regenbuien steeds meer wateroverlast veroorzaken. Om de gevolgen van klimaatverandering beheersbaar te maken, passen we onze leefomgeving aan op extreme weersomstandigheden. Dit proces noemen we klimaatadaptatie. Bij ruimtelijke ontwikkelingen zoals bouwprojecten en herinrichtingen houden we hier actief rekening mee. Omdat zo’n 60% van de grond in onze gemeenten in handen is van inwoners, ondernemers en andere organisaties, werken we nauw met hen samen om tot effectieve oplossingen voor klimaatadaptatie te komen.

9.2. Waar staan we nu? De BUCH-gemeenten passen zich aan de gevolgen van klimaatverandering aan. In 2022 hebben we een beleidsplan en uitvoeringsprogramma opgesteld voor klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen, gericht op de periode 2023-2026. Ons doel is dat de leefomgeving in de BUCH-gemeenten in 2050 volledig is voorbereid op extreem weer, droogte, hevige regenval en hittegolven. Hoewel het lastig is om precies te meten hoe ver we hierin zijn, hebben we al mooie stappen gezet. Zo deden we jaarlijks mee aan het NK Tegelwippen, waarbij tegels werden vervangen door groen, en hebben we in 2024 per gemeente gemiddeld 160 regentonnen uitgedeeld. Ook zorgen we ervoor dat we aansluiten bij nieuwbouw- en herinrichtingsprojecten om daarmee de leefomgeving beter bestand maken tegen klimaatverandering. Dit laat goed zien dat de eerste stappen al zijn gezet om klimaatadaptatie integraal op te pakken en daarmee te borgen binnen de gehele organisatie. Daarnaast onderzoeken we waar de grootste knelpunten zitten qua wateroverlast, hitte en droogte. Dit zijn de klimaatadaptatie thema’s. Inwoners kunnen deze locaties ook digitaal bij ons melden via bijvoorbeeld de Fixi-app. Ook voeren we klimaatstresstesten uit. Dit zijn digitale simulaties die laten zien hoe kwetsbaar onze omgeving is voor extreme weersomstandigheden.

De inzichten uit deze testen helpen ons om op tijd en op de juiste locatie maatregelen te nemen en onze plannen verder aan te scherpen.

9.3. Ambities voor 2030 Het is onze ambitie om in 2050 klimaatbestendig, waterrobuust en natuurinclusief te zijn. Tot 2030 werken we aan het uitvoeren van het ‘Beleid en uitvoeringsprogramma 2023 – 2026: Op weg naar klimaatadaptieve en natuur inclusieve gemeenten’ en de volledige borging van klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen in de lijnorganisatie.

42

9.4. De vier speerpunten van onze aanpak Specifieke speerpunten voor de komende jaren zijn: § Klimaatbestendig, waterrobuust en natuurinclusief beleid: we scherpen ons klimaatadaptieve en natuurinclusieve beleid verder aan en borgen dat integraal in andere beleidsplannen. § Klimaatbestendig, waterrobuust en natuurinclusief inrichten fysieke leefomgeving: We passen de openbare ruimte aan door te vergroenen, wateropvangsystemen aan te leggen en natuurvriendelijke oplossingen te implementeren. Dit vermindert wateroverlast, droogte en het verlaagt de temperatuur in stedelijke gebieden. § Samenwerken aan de gezamenlijke opgave met inwoners, ondernemers en organisaties (stimuleren en faciliteren): We betrekken actief inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties bij klimaatadaptatie. Door kennisdeling en samenwerking stimuleren we gezamenlijke initiatieven en helpen we bij het implementeren van duurzame maatregelen. § Klimaatbestendig, waterrobuust en natuurinclusief eigen vastgoed: We verduurzamen gemeentelijke gebouwen met klimaatbestendige en natuurinclusieve maatregelen en sluiten aan bij het project verduurzaming van het gemeentelijke vastgoed.

Speerpunt 1: Klimaatbestendig, waterrobuust en natuurinclusief beleid Het beleid over klimaatadaptaCe en natuurinclusiviteit is actueel en in 2030 volledig geborgd in het andere beleid van de BUCH. De stresstesten, uitvoeringsagenda (vanaf 2027) en doorkijk naar 2050 zijn gemaakt en up-to-date.

Klimaatadaptie en natuurinclusiviteit in beleid We integreren klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit in al het gemeentelijke beleid en projecten, zoals groen, wegen, waterbeheer, wonen en omgevingsplannen. Door duidelijke uitgangspunten vast te stellen, zorgen we ervoor dat klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen vanaf het begin in alle projecten worden opgenomen. Bijvoorbeeld het vergroenen van de openbare ruimte, het toepassen van wateropvangsystemen en het realiseren van biodiversiteit in nieuwe bouw- en herinrichtingsprojecten. Daarnaast stellen we een concreet overzicht op van toe te passen klimaatadaptieve maatregelen. Zo maken we het makkelijker voor andere afdelingen en ontwikkelaars om deze zelfstandig toe te passen in hun werk. Op basis van het Convenant Toekomstbestendig Bouwen 202425 richten we ons ook op drinkwaterbesparing. Enerzijds stimuleren wij dit bij nieuwbouwontwikkelingen. Anderzijds gaan we een nieuwe vorm van rioolheffing ontwikkelen als financiële prikkel voor drinkwaterbesparing bij bestaande inwoners en ondernemers. Daarbij werken we samen met PWN en HHNK voor bijvoorbeeld goede campagnes.

25

Convenant Toekomstbestendig Bouwen2.0; Toekomstbestendigbouwen.nl; 2024

43

Voortgangsmonitor en knelpuntenbeheer Voor de voortgangsmonitoring ontwikkelen we een systeem met duidelijke KPI's, waarmee we de effectiviteit van onze maatregelen volgen. We richten ons op het identificeren en prioriteren van urgente klimaatgerelateerde knelpunten, zoals wateroverlast, hitte en droogte. Waar nodig zetten we kleinschalige maatregelen in om acute problemen snel en doelgericht aan te pakken. De Fixi-app speelt hierbij een belangrijke rol. Inwoners kunnen meldingen maken van bijvoorbeeld wateroverlast of hitte, waardoor knelpunten sneller zichtbaar worden en actie ondernomen kan worden. Inwoners fungeren als de ogen en oren in de buurt, wat bijdraagt aan een snellere en effectievere aanpak van klimaatgerelateerde problemen. Deze meldingen worden gebruikt voor monitoring en als waardevolle aanvulling op de klimaatstresstesten. Hiermee brengen we kwetsbare gebieden in kaart, zodat we gericht prioriteiten kunnen stellen voor de verduurzaming en aanpassing van onze gemeenten. We zorgen ervoor dat deze stresstesten regelmatig worden bijgewerkt en dat het beleid en uitvoeringsprogramma’s vanaf 2027 worden geactualiseerd met een langetermijnvisie tot 2050.

Speerpunt 2: Klimaatbestendig, waterrobuust en natuurinclusief inrichten van de fysieke leefomgeving KlimaatadaptaCe en natuurinclusiviteit wordt in 2030 structureel meegenomen in 100% van de nieuwbouw en herinrichCngsplannen. We hebben alle urgente knelpunten aangepakt.

Klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit in plannen en projecten Klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit zijn in 2030 standaard onderdeel van alle ruimtelijke (her)ontwikkelingsplannen. Zowel nieuwbouwprojecten van private ontwikkelaars als woningcorporaties moeten voldoen aan onze eisen, evenals aan de richtlijnen van het Convenant Toekomstbestendig Bouwen. Om dit te waarborgen, toetsen we de klimaatbestendigheid van nieuwbouw- en (her)inrichtingsplannen met een klimaatadaptatietoets. Ook beoordelen we de mate van natuurinclusief bouwen met ons puntensysteem. Deze uitgangspunten worden geïntegreerd in onze checklist voor nieuwbouw, vergunningverlening, beheer van de openbare ruimte en projecten. We blijven de klimaatadaptatietoets en het puntensysteem evalueren en actualiseren. Bij de herinrichting van de openbare ruimte hanteren we standaard de klimaatbestendige uitgangspunten en het puntensysteem voor natuurinclusief bouwen als streven, en bij nieuwbouw is het een verplichting bij omgevingsplanwijziging. Maatregelen in de openbare ruimte zijn ook geborgd in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR). Daarnaast benutten we meekoppelkansen met andere duurzame transities, zoals de warmtetransitie en natuurinclusieve landbouw. Denk hierbij aan het meenemen van klimaatadaptatie in wijkuitvoeringsplannen.

We sluiten aan bij omgevingstafels en denken mee over klimaatadaptieve en natuurinclusieve oplossingen. Zo beantwoorden we vragen over kosten en baten van maatregelen en zorgen we dat uitgangspunten goed

44

landen in de praktijk. Ook stimuleren we samenwerking binnen de organisatie door beheerders, projectleiders en vergunningverleners actief te betrekken en kennis te delen over lopende projecten en acties. Knelpunten aanpakken Naast structurele maatregelen identificeren en prioriteren we urgente klimaat gerelateerde knelpunten van de klimaatadaptatie thema’s. Kleinschalige maatregelen zetten we in om acute problemen snel en effectief op te lossen. Denk hierbij aan drempels en stoepranden om het regenwater te sturen.

Speerpunt 3: Samenwerken aan de gezamenlijke opgave met inwoners, ondernemers en organisaVes In 2030 hebben we minstens 5 samenwerkingen met bedrijven, woningcorporaCe en/of scholen om de private en publieke ruimte klimaat robuust in te richten. Voor 2030 zijn er 5 succesvolle (terugkerende) campagnes t.a.v. klimaatadaptaCe en de eigen rol die een inwoner hierin kan spelen. We zeMen intensief in op het vergroenen van parCculiere terreinen en grote daken: in 2030 zijn alle inwoners en ondernemers zich bewust van het belang van het klimaatbestendig, waterrobuust en natuurinclusief inrichten van onze leefomgeving.

We stimuleren en faciliteren samenwerkingen met bedrijven, woningcorporaties en scholen om zowel de publieke als private ruimte klimaatbestendig, natuurinclusief en waterrobuust in te richten. In initiatieven zoals ‘toekomstbestendige bedrijventerreinen’ bundelen we krachten en delen we inzichten, zodat ook anderen hiervan kunnen profiteren. Waar mogelijk koppelen we dit aan andere opgaven, zoals energieneutraliteit en circulariteit. Campagnes en stimulering van klimaatadaptatie Vóór 2030 organiseren we minimaal vijf terugkerende campagnes over klimaatadaptatie om zo bij te dragen aan het vergoenen van particuliere terreinen. Denk aan pilots bij nieuwbouw en het voortzetten van projecten als ‘Geveltuinen’ en ‘Groen In De Buurt’. We blijven initiatieven zoals de Tegeltaxi en uitdeelacties voor groene tuinen ondersteunen. Daarnaast bieden we een subsidieregeling die inwoners helpt om maatregelen te nemen in hun tuin of op hun dak. Hiermee stimuleren we inwoners om klimaatadaptieve maatregelen op eigen terrein te nemen. Vergroening van particuliere terreinen en grote daken We zetten in op vergroening van particuliere terreinen en grote daken, door bewustwording te creëren onder inwoners en ondernemers.

Ook starten we een pilot met een klimaatadaptatieloket of tuincoach om inwoners en bedrijven te ondersteunen bij het klimaatbestendig en natuurinclusief inrichten van hun buitenruimte. Daarnaast communiceren we structureel over vergroening en het tegengaan van wateroverlast, droogte en hittestress. Bij hittestress richten we ons onder andere op ouderen, scholen en bedrijven.

45

Speerpunt 4: Klimaatbestendig, waterrobuust en natuurinclusief gemeentelijk vastgoed Bij de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed zorgen we ervoor dat klimaatbestendige, waterrobuuste en natuurinclusieve maatregelen zoveel mogelijk worden meegenomen. Tot 2030 gaan we bij minimaal 10% van het gemeentelijk vastgoed klimaatadapCeve maatregelen nemen in samenwerking met vastgoedbeheer.

Klimaatadaptief en natuurinclusief gemeentelijk vastgoed De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld door haar vastgoed klimaatbestendig, waterrobuust en natuurinclusief te maken. Dit doet team klimaatadaptatie door goed samen te werken met vastgoedbeheer, zodat we meekoppelkansen optimaal benutten. We passen het Framework Climate Adaptive Buildings toe om de klimaatrisico’s zoals hitte, droogte en wateroverlast in kaart te brengen. We gebruiken deze inzichten om de huidige staat van het gemeentelijk vastgoed te beoordelen, noodzakelijke verbetermaatregelen vast te stellen en deze vervolgens uit te voeren.

46

10. Duurzame bedrijfsvoering 10.1. Context: waar gaat het over De BUCH-gemeenten nemen hun voorbeeldrol serieus en zetten stap voor stap in op een duurzamere organisatie. Onze gebouwen en voertuigen gebruiken energie en stoten CO₂ uit, we produceren afval en kopen producten en diensten in. Dit draagt bij aan klimaatverandering en het verbruik van schaarse grondstoffen. De impact hiervan reikt verder dan alleen onze eigen organisatie; het beïnvloedt ook onze omgeving. Daarom doen we niet alleen een beroep op inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties om duurzaam te handelen, maar verduurzamen we ook onze eigen werkwijze. We besparen energie, kopen circulair in en vergroten het bewustzijn onder onze medewerkers. Zo verkleinen we onze ecologische voetafdruk en zorgen we ervoor dat duurzaamheid een vaste plek krijgt in onze organisatie. Op deze manier bouwen we aan een toekomstbestendige en klimaatneutrale gemeente die bijdraagt aan een schone en gezonde leefomgeving.

10.2. Waar staan we nu? Binnen de BUCH hebben we de afgelopen jaren concrete stappen gezet om onze eigen bedrijfsvoering te verduurzamen. Een belangrijk meeSnstrument hierbij is de jaarlijkse berekening van onze CO₂-voetafdruk. Tussen 2019 en 2022 is deze met 34% afgenomen: van 2.833 ton CO₂ in 2019 naar 1.865 ton in 2022. Deze daling komt grotendeels door de overstap op HVO100-brandstof voor een groot deel van ons wagenpark, waardoor we onze uitstoot door mobiliteit hebben verminderd. Op verschillende gemeentelijke daken zijn al zonnepanelen geïnstalleerd, waarmee we steeds meer van onze eigen energie duurzaam opwekken. Daarnaast gebruiken we groene stroom van Nederlandse bodem, waardoor we onze akankelijkheid van fossiele energie verder verkleinen. Ook hebben we een routekaart ontwikkeld voor de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed. In lijn met de landelijke afspraken uit het Klimaatakkoord heeh de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een sectorale routekaart voor gemeentelijk vastgoed opgesteld. Op basis hiervan hebben we een eigen plan opgesteld met een langetermijnvisie tot 2050 en een uitvoeringsplan voor 2024-2027. De routekaart wordt elke vier jaar geactualiseerd. Veel gemeentelijke gebouwen worden nog verwarmd met aardgas, wat CO₂uitstoot veroorzaakt. Om dit te verminderen, zeRen we stapsgewijs in op all-electric warmtealternaSeven.

Duurzaam inkopen is een ander focuspunt in onze aanpak. We hebben het MVOI-manifest ondertekend en een nulmeSng uitgevoerd om in kaart te brengen waar we nu staan en waar verbeterkansen liggen. Dit vormt de basis voor verdere acSes, zoals het opnemen van duurzaamheidseisen in aanbestedingen en het sSmuleren van circulaire producten en diensten.

47

10.3. Ambities voor 2030 Onze ambitie is om in 2040 een CO₂-neutrale organisatie te zijn. Dit bereiken we door onze CO₂-uitstoot drastisch te verminderen en tegelijkertijd duurzame energie op te wekken. De uitvoering van de Routekaart Verduurzaming Gemeentelijk Vastgoed speelt hierin een centrale rol.26 Daarnaast versterken we de toepassing van maatschappelijk verantwoord en circulair inkopen (MVOI) binnen al onze inkoop- en aanbestedingsprocessen. De komende jaren zetten we extra in op bewustwording en betrokkenheid binnen de organisatie. We vullen onze voorbeeldrol in door leiderschap te nemen in het verduurzamen van onze bedrijfsvoering: we nemen medewerkers actief mee in deze transitie, creëren draagvlak en bieden handelingsperspectief, zodat duurzaamheid een vanzelfsprekend onderdeel wordt van onze werkwijze.

10.4. De drie speerpunten van onze aanpak Specifieke speerpunten voor de komende jaren zijn: §

§

§

CO2-reductie: we reduceren het gas- en elektriciteitsverbruik van ons gemeentelijk vastgoed, verduurzamen ons wagenpark en wekken duurzaam op. Woon-werk en zakelijk verkeer doen we zoveel mogelijk zonder CO2-uitstoot. Maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen (MVOI): We verwerken MVOI in alle aanbestedingen en inkooptrajecten. Daarnaast wordt toekomstbestendigheid de norm bij gebiedsontwikkeling, met extra focus op circulair bouwen. Duurzaamheidsbewustwording: We zorgen dat alle BUCH-medewerkers weten hoe ze hun werk kunnen verduurzamen.

Speerpunt 1: CO2-reducVe In 2030 hebben we 55% aardgasreducCe gerealiseerd in gemeentelijk vastgoed ten opzichte van 2022. In 2030 beschikken we zover mogelijk over een fossielvrij wagenpark. In 2030 zijn op alle geschikte gemeentelijke daken zonnepanelen geïnstalleerd.

Verduurzamen gemeentelijk vastgoed Om onze duurzaamheidsdoelen te bereiken, meten we elk jaar onze CO₂-voetafdruk en verzamelen we efficiënt data om inzicht te krijgen in ons energieverbruik. Daarnaast werken we volgens de Routekaart Verduurzaming Gemeentelijk Vastgoed. Met een energiescan bepalen we per gebouw welk ambiSeniveau haalbaar is en welke maatregelen het meest kostenefficiënt zijn. Onze gebouwen verduurzamen we zoveel

26

Routekaart Verduurzaming Gemeentelijk Vastgoed – Doorkijk tot 2050; de BUCH; 2023

48

mogelijk op natuurlijke momenten, zoals bij onderhoud of vervanging, zodat we slim en doelgericht investeren. Dit gebeurt op basis van een Duurzaam Meerjaren-onderhoudsplan (DMJOP). De komende jaren pakken we verschillende gemeentelijke gebouwen aan, waaronder de gymzaal in Bergen, sporthal De Zien in Uitgeest, het zwembad en gemeentehuis in Castricum, en sportcentrum Het Vennewater in Heiloo. Lokale duurzame energie Daarnaast zeRen we vol in op lokale duurzame energie. Waar mogelijk plaatsen we zonnepanelen op gemeentelijke daken, met als eerste prioriteit gebouwen die de opgewekte energie zelf kunnen gebruiken. Als er ruimte over is, benuRen we die voor extra energieopwekking ten gunste van de gemeente of inwoners. Omdat niet alle opgewekte energie direct verbruikt kan worden, onderzoeken we mogelijkheden voor opslag. Om beter te begrijpen waar we energie kunnen besparen, monitoren we structureel ons verbruik per aansluiting. Op basis daarvan nemen we gerichte maatregelen en sturen we actief op energiebesparing binnen onze gebouwen, openbare verlichting en andere energieverbruikers in gemeentelijk eigendom. Duurzaam wagenpark Ook verduurzamen we ons wagenpark. Bij nieuwe voertuigen kiezen we in principe voor fossielvrije opSes, zodat we in 2030 zoveel mogelijk over een volledig emissievrij wagenpark beschikken.

Speerpunt 2: Maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen (MVOI) In 2030 worden MVOI-criteria meegenomen in alle aanbestedingen en inkooptrajecten en tonen wij leiderschap richCng de markt en andere parCjen (stap 5 uit manifest MVOI). In 2030 nemen alle medewerkers verantwoordelijkheid voor duurzaam inkopen en hebben de kennis en kunde of huren iemand in om dit te doen. In 2030 is toekomstbestendigheid een vanzelfsprekend uitgangspunt vanaf de iniCaCeffase bij iedere gebiedsontwikkeling. In 2030 worden in alle projecten ambiCes gesteld voor circulair bouwen en streven we naar het verkleinen van de CO2-voetafdruk van nieuwbouw, passend bij het behalen van de klimaatdoelen (we ontwikkelen 'Paris Proof').

In 2030 is het integraal opnemen van MVOI-criteria de standaard in alle aanbestedingen en inkooptrajecten, waarbij we leiderschap tonen richting de markt en andere partijen, zoals vastgelegd in het MVOI-manifest. Deze aanpak draagt bij aan de verduurzaming van onze eigen organisatie en beïnvloedt de bredere keten van leveranciers en partners. MVOI als standaard We stellen vanaf 2025 elke twee jaar een MVOI-actieplan op, waarin verduurzaming en benodigde investeringen met meerjarige contractpartners worden besproken. Daarnaast ontwikkelen we een leidraad voor

49

inkopers en aanbesteders, inclusief tools zoals Duurzaam GWW (Grond-, Weg- en Waterbouw) en MKI (Milieu Kosten Indicator). Monitoring helpt ons inzicht te krijgen in de bijdrage van inkoop- en aanbestedingstrajecten aan de verduurzaming van onze eigen organisatie. Maatschappelijk verantwoord inkopen wordt een vanzelfsprekend onderdeel van het werkproces. Alle medewerkers nemen verantwoordelijkheid voor duurzaam inkopen en beschikken over de benodigde kennis of huren externe expertise in. Toekomstbestendige gebiedsontwikkeling Toekomstbestendigheid wordt een standaard uitgangspunt in gebiedsontwikkelingen. Alle nieuwe projecten bevatten ambities voor circulair bouwen en streven naar CO₂-reductie, in lijn met de klimaatdoelen en de ‘Whole Life Carbon’ aanpak. De Whole Life Carbon-aanpak (of: volledige levenscyclus koolstofaanpak) is een methode om de totale CO₂-uitstoot van een gebouw in kaart te brengen en te verminderen – vanaf het begin tot het einde van de levensduur. Dit betekent dat nieuwbouwprojecten voldoen aan CO₂-reductie-eisen door energie-efficiënte ontwerpen, duurzame materialen en hernieuwbare energiebronnen te integreren. Binnen de BUCH-gemeenten vergroten we het inzicht in duurzaam bouwen door kennisontwikkeling voor zowel medewerkers als externe bouwpartners.

Het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw27 speelt hierin een belangrijke rol en biedt richtlijnen voor het realiseren van klimaat neutrale woningen. In het convenant werken ze met zes thema’s met ieder aantal indicatoren, de BUCH-gemeenten streven ernaar om gemiddeld het niveau zilver te scoren. Per indicator wordt ook de mogelijkheid onderzocht om het niveau goud te scoren. We stellen een routekaart en leidraad op om deze uitgangspunten consistent toe te passen, zodat alle nieuwbouwprojecten voldoen aan de eisen voor duurzame en circulaire woningbouw.

Speerpunt 3: Duurzaamheidsbewustwording In 2030 hebben we 25% groei gerealiseerd (t.o.v. 2024) van het aantal medewerkers (die binnen 15 km wonen) dat met de fiets of lopend naar kantoor gaat. Alle medewerkers binnen de BUCH weten wat er nodig is om hun eigen werk te verduurzamen.

Betrekken van medewerkers bij duurzaamheidsambities Om onze duurzaamheidsambities te realiseren, is het essentieel om medewerkers niet alleen te betrekken, maar ook te zorgen dat zij weten hoe zij hun werk kunnen verduurzamen. Daarom lanceren we een jaarlijkse interne communicatiecampagne om medewerkers bewust te maken van de verduurzamingstransitie. We visualiseren waar we staan, welke stappen nog gezet moeten worden en vieren behaalde successen.

27

Convenant Toekomstbestendige Woningbouw; Toekomst bestendig bouwen.nl; 2023

50

Het handelingsperspectief wordt verder vergroot door middel van kennisateliers, trainingen en ontwikkeltrajecten. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheid om het Individueel Keuzebudget (IKB) in te zetten voor verduurzamingsmaatregelen thuis en benoemen we duurzaamheidsambassadeurs binnen teams die de transitie verder ondersteunen. Duurzaam woon-werkverkeer Daarnaast zetten we in op duurzamer woon-werkverkeer. Om dit te realiseren, voeren we een mobiliteitsscan uit en implementeren we de aanbevolen maatregelen om het percentage medewerkers dat duurzaam reist te verhogen. Het doel is om in 2030 ten opzichte van 2024 een toename van 25% in medewerkers te bereiken die binnen 15 km van hun werk wonen en duurzaam reizen.

51

11. Integrale opgaven In dit hoofdstuk focussen we op drie belangrijke actuele integrale opgaven, waar wij tot 2030 mee aan de slag gaan op basis van de kennis van nu. Mogelijk ontstaan er de komende jaren ook andere integrale opgaven die inzet vragen.

11.1. Verduurzamen bedrijventerreinen Bedrijventerreinen staan voor grote uitdagingen op het gebied van verduurzaming. Denk aan de energietransiSe, netcongesSe, strengere klimaatregels, wateroverlast en ruimtegebrek. Om de klimaatdoelen te halen, is een versnelling nodig. Uit het onderzoek Kiezen voor toekomstbestendige bedrijventerreinen van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) in 2023 blijkt dat bedrijven extra ondersteuning nodig hebben bij deze overgang. Daarom gaan we ondernemers, vastgoedeigenaren en overheden beter laten samenwerken. Op veel plekken in Nederland heeft deze gezamenlijke aanpak al goede resultaten opgeleverd. Ons doel voor 2030 is om de samenwerking op bedrijventerreinen te versterken en gezamenlijke duurzame oplossingen te faciliteren voor de eerste urgente knelpunten. De BUCH-gemeenten zoeken hier nadrukkelijk de samenwerking op met energiecoöperaSes en het regionale Centrum voor Verduurzaming in Alkmaar. Ook zoeken we samenwerking met partners die zich richten op circulaire economie en bredere duurzaamheidsopgaven, zodat we ook materiaalgebruik, afvalreducSe en hergebruik integreren in de aanpak van bedrijventerreinen. Bedrijven op bedrijventerreinen komen in de verschillende pijlers in dit programma terug als doelgroep voor acSviteiten de komende vijf jaar.

Zo zorgen we na dat in 2030 alle bedrijven voldoen aan de weRelijke energiebesparingsplicht. Ook op het gebied van klimaatadapSef, waterrobuust en natuurinclusief inrichten van onze leefomgeving gaan we met ondernemers op bedrijventerreinen in gesprek over knelpunten. Daarnaast gaan we acSef bouwen aan een netwerk van koplopers en bedrijven die stappen maken richSng een circulaire bedrijfsvoering.

11.2. Toekomstbestendige gebiedsontwikkeling In gebiedsontwikkelingen komen alle pijlers uit ons Programma Klimaat samen. Met toekomstbestendige gebiedsontwikkeling kan een grote bijdrage aan het behalen van de klimaatdoelen worden geleverd. Een klimaatadapSeve ontwikkeling leidt tot lagere onderhoudskosten op de lange termijn. De leefomgeving is er gezonder, door zowel een beter binnenklimaat als meer groen. Een betere ruimtelijke kwaliteit draagt bovendien bij aan een aantrekkelijke gemeente. Daarnaast leggen we geen nieuw asfalt aan om zo duurzame mobiliteit te sSmuleren. En tot slot zijn duurzame gebouwen aantrekkelijker voor investeerders. Omdat het realiseren van woningbouwprojecten complex is geworden, bijvoorbeeld door de sSkstofcrisis, vele regelgeving en te weinig grond om te bouwen, kunnen we het meeste impact maken met zo goed mogelijk geïntegreerde duurzaamheidsambiSes. De basis hiervoor is gelegd in het Convenant

52

Toekomstbestendige Woningbouw en de Circulaire Deal Secundaire bouwmaterialen28, welke de BUCH-gemeenten hebben ondertekend de afgelopen jaren. We streven ernaar om nieuwe woningbouwprojecten en gebiedstransformaSeprojecten met sloop/nieuwbouw binnen de BUCH-gemeenten op een toekomstbestendige manier te realiseren. Dit wordt zoveel mogelijk met behoud van betaalbaarheid, volume en snelheid van de woningbouwopgave gedaan. Daarbij worden de kwaliteit van de leefomgeving, het milieu, en technische-, financiële- en economische- aspecten meegenomen. Het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw is een breed gedragen iniSaSef dat in de Metropoolregio Amsterdam en in steeds meer andere Nederlandse gemeenten als leidraad dient. De thema’s en ambiSes voor duurzaam bouwen uit het convenant vormen steeds vaker de standaard binnen gesprekken over duurzaamheid in gebiedsontwikkelingen in het land. We willen in Noord-Holland gezamenlijk optrekken om te leren en te versnellen. Het convenant volgt het klimaatakkoord van Parijs, andere EU-richtlijnen, het Nederlandse klimaatakkoord, het Nederlandse grondstoffenakkoord29, de besluitvorming als onderdeel van het Deltaprogramma Ruimtelijke AdaptaSe30 en andere naSonale en internaSonale afspraken waar men zich in Nederland aan heeh gebonden.

In de BUCH-gemeenten ze/en we rich5ng 2030 verdere stappen om toekomstbestendig bouwen een integraal onderdeel van onze organisa5e en van samenwerking met bouwpartners te maken. Ons doel is dat toekomstbestendigheid vanzelfsprekend wordt bij het formuleren van kaders en uitgangspunten voor gebiedsontwikkeling, onder andere door de principes uit het convenant te borgen in beleid en regelgeving en te gebruiken in uitvragen en verkoopleidraden.

11.3. BuurBniBaBeven In de BUCH-gemeenten geloven we in de kracht van samenwerking in buurten. Wanneer inwoners de handen ineenslaan, kunnen we samen veel bereiken. Denk aan gezamenlijke initiatieven om energie te besparen, zoals een buurtisolatieproject of een lokale energiecoöperatie en deelauto’s. Maar ook het klimaatadaptief inrichten van de omgeving, bijvoorbeeld door boomspiegels te beplanten, geveltuinen aan te leggen of regentonnen te delen. Dit helpt niet alleen tegen hitte en wateroverlast, maar maakt de buurt ook mooier en leefbaarder. Wij ondersteunen deze initiatieven actief. Met het programma Buurkracht helpen we bewoners op weg, delen we kennis en bieden we waar mogelijk financiële ondersteuning. Dit is niet alleen goed voor het klimaat, maar versterkt ook de sociale samenhang in onze buurten en wijken.

28

Circulaire Deal Secundaire bouwmaterialen; Provincie Noord-Holland en Circulair friesland; 2024

29 Grondstoffenakkoord; Rijksoverheid; 2017

30 Deltaprogramma Ruimtelijke Adapta@e; Rijksoverheid

53

DEEL III: Uitvoering

12. Organisatie van het programma

Bij vaststelling van het AmbiSedocument Klimaat in 2021, is door de 4 samenwerkende gemeenten in de BUCH gekozen om het aantal mensen dat werkt aan de duurzaamheid te verdubbelen, van ruim 5 naar 11 he. Dat was vooruitlopend op verwachte financiering door de Rijksoverheid. Die financiering kwam met enkele jaren vertraging en heeh inmiddels geleid tot nog een verdubbeling: van 11 naar 22 he. Intussen heeh de Raad voor het Openbaar Bestuur31 laten berekenen dat er voor uitvoering van de Rijksdoelen (Klimaatakkoord, Klimaatwet) bij gemeenten met een verzorgingsgebied als dat van de BUCH nogmaals ruim een verdubbeling in he’s nodig is: naar circa 47 he. Zo’n groei tot het huidige niveau en verder, vergt aanpassing in de organisaSe. Een belangrijk aandachtspunt uit het evaluaSerapport van het AmbiSedocument, is het feit dat de aantakking van het Programma Klimaat in de interne organisaSe van de BUCH niet goed is. Reden is dat de informeel zeer betrokken domeinmanagers RO en BOR vertrokken en het ambtelijk opdrachtgeverschap buiten de BUCH bij een gemeentesecretaris werd belegd. Enkele meest betrokken teammanagers hadden geen juiste posiSe om het Programma Klimaat in de organisaSe te borgen. De focus van de programmaleider lag bij het opbouwen van een goed team en resultaten in het veld: het acSveren, adviseren, ondersteunen en begeleiden van bewoners en ondernemers.

Het laten ‘landen’ van het thema Klimaat bij management en medewerkers van de BUCH op alle niveaus verdient daarom ook aanpassing van de organisaSe. In 2024 zijn al enkele interventies doorgevoerd die de aansturing hebben verbeterd, zoals het terugbrengen van het ambtelijk opdrachtgeverschap binnen het MT van de BUCH-werkorganisatie en het aanstellen van een financieel controller voor het programma. Er wordt nog bekeken op welke wijze een nieuw aan te stellen functionaris leiding kan geven aan het proces dat moet leiden tot een volledig duurzaam werkende organisatie. Het doel is uiteindelijk dat de inhoud van het Programma Klimaat op zodanige wijze een normaal onderdeel wordt van het dagelijks werk van de hele werkorganisatie en de besturen, dat een programma-organisatie zich overbodig maakt en opgeheven kan worden. De 5 pijlers binnen het Programma Klimaat hebben zich verschillend ontwikkeld in omvang en organisatie en kennen ook verschillende perspectieven: 1. Energietransitie is veruit de grootste pijler en moet op korte termijn verder versterkt worden, met name op het deel warmtetransitie. Deze pijler zal ook nog enkele decennia noodzakelijk zijn om een fossielvrij energiesysteem te helpen vormgeven (uiterlijk 2050). Naast vast en ingehuurd personeel, maakt deze pijler ook gebruik van ‘personeel’ via derden, met name energiecoöperaties.

Deze organisaties worden ondersteund om niet alleen vrijwilligers, maar ook in toenemende mate professionals in

31 Rapport Kostenonderzoek Klimaat- en energiebeleid, 19 feb 2023; i.o.v. Raad voor het Openbaar Bestuur

54

te kunnen zetten. Daarnaast worden marktpartijen ingehuurd om specifieke opdrachten uit te voeren, zoals isolatieacties. Er wordt onderzocht in hoeverre het mogelijk en wenselijk is om vooral voor de warmtetransitie een aparte entiteit op te richten die een samenhangende aanpak richting inwoners kan verzorgen. 2. Circulaire economie bestaat nu uit 3.7 fte. Voorlopig volstaat die omvang, gezien de beperkte mogelijkheden die de gemeente op dit moment heeft om de economie bij te sturen in een circulaire richting. Naast aandacht voor interne processen bij inkoop- en aanbesteding door de gemeente zelf, zijn de mogelijkheden veelal beperkt tot facilitering, voorlichting en kennisoverdracht. Het is wel een pijler met veel toekomstperspectief: de uitdaging is enorm en het resultaat noodzakelijk om tot een duurzame samenleving te komen. Ook deze pijler vereist langdurige inzet. 3. Klimaatadaptatie bestaat uit circa 2 fte die zich bezighouden met organisatie en uitvoering. Daarnaast is met name de aanhaking met de taakvelden water en groen heel belangrijk. Met name in de organisatie en uitvoering van participatieprojecten die particulieren, organisaties en bedrijven in beweging moeten brengen is te weinig capaciteit. Dit moet waarschijnlijk gevonden worden in de vorm van projectleiding en communicatie.

Op het gebied van water en groen is er recent uitbreiding van de capaciteit gekomen en dit moet eerst goed georganiseerd en geëvalueerd worden. Deze pijler richt zich voor een belangrijk deel op het klimaatadaptief inrichten van de openbare ruimte. Dat betekent een aanpassing in de manier van werken bij veel collega’s die de openbare ruimte dagelijks beheren en onderhouden. Daarnaast is beïnvloeding van de manier waarop met de particuliere ruimte wordt omgegaan belangrijk. Bij nieuwe ontwikkelingen worden duidelijke eisen gesteld voor een klimaatadaptieve- en natuurinclusieve inrichting. 4. Duurzame mobiliteit is het meest verweven met het traditionele werk van verkeer & vervoer. Alle ontwikkelingen op dit vakgebied kennen een duurzame insteek, mede gestuurd door nationale en vooral regionale afspraken en beleid. De huidige inzet vanuit het Programma Klimaat binnen het team mobiliteit is afdoende om de gemeentelijke inspanningen te faciliteren. 5. Duurzame bedrijfsvoering heeft op korte termijn versterking nodig. Met name bij aanbesteding en inkoop (MVOI), bij HR en bij interne mobiliteit (wagenpark, woon-werk en zakelijk verkeer). Deze pijler is het meest afhankelijk van een nieuwe functionaris die de kanteling naar een duurzaam werkende organisatie aan gaat sturen.

Gebouwbeheer is met een routekaart voor het verduurzamen van het eigen vastgoed en een extra duurzame gebouwbeheerder in organisatorische zin afgedekt. Daar is de noodzakelijke investeringsruimte per gemeente een aandachtspunt. Beleid en uitvoering binnen de pijlers wordt ondersteund door een controller, een dataspecialist, door projectassistentie en door communicatie. Gezien de belangrijkste opdracht aan de gemeenten (het activeren van inwoners en ondernemers om te verduurzamen), is communicatie een heel wezenlijk onderdeel van het Programma Klimaat. Versterking daarvan is ook nodig, zowel op strategisch- als uitvoerend niveau. Samenvattend is vooral op energietransitie, op duurzame bedrijfsvoering en op communicatie meer inzet op korte termijn nodig. Er is nog beperkte financiële (subsidie)ruimte om dit te faciliteren. Door de groei in omvang is het Programmateam Klimaat te groot voor regelmatig werkoverleg met alle betrokkenen tegelijk. Daarom zal dat met een vertegenwoordiger/clustercoördinator per pijler

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=c5f8790d-c8bf-4083-bf21-5ebd388d91b5