Concept Programma Klimaat 2025-2030 Heiloo
Tekst van het document
Concept Programma klimaat 20252030 versie 26 mei 2025
Inhoudsopgave Samenva)ng
3
Deel I: Inleiding 1. 2. 3. 4. 5.
Inleiding Opgaven en klimaatdoelen Aanpak Communica<e als rode draad in het programma Doorkijk naar 2050
5 8 11 14 17
Deel II: Invulling per pijler 6. Energietransi<e 7. Duurzame mobiliteit 8. Circulaire economie 9. Klimaatadapta<e 10. Duurzame bedrijfsvoering 11. Integrale opgaven
18 29 34 42 47 52
Deel III: Uitvoering 12. Organisatie van het programma 13. Financiën en capaciteit 14. Monitoring en rapportage
54 56 58
DEEL IV: Bijlagen Bijlage 1: Ac<viteitenoverzicht Bijlage 2: Bronnenoverzicht en KPI’s monitoring
2
59 66
Samenva0ng Programma Klimaat 2025–2030 BUCH-gemeenten Het Programma Klimaat 2025–2030 bouwt voort op eerdere ambities om de BUCH-regio leefbaar, gezond en klimaatbestendig te houden. We richten ons op drie hoofdopgaven: het tegengaan van klimaatverandering, het weerbaar maken van de leefomgeving en de overgang naar een duurzame samenleving. Hiermee geven we invulling aan nationale en Europese doelen, zoals 55% minder broeikasgasuitstoot in 2030, 90% in 2040, en volledige klimaatneutraliteit en circulariteit in 2050. De BUCH-gemeenten vertalen deze doelen naar concrete, meetbare acties, passend bij hun lokale context. We pakken dit gezamenlijk aan met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties, en geven zelf het goede voorbeeld. Dit draagt bij aan brede welvaart en sluit aan op landelijke en Europese kaders zoals het Klimaatakkoord, de Klimaatwet en de Green Deal. Werkwijze en aanpak We bouwen voort op bestaande successen en betrekken steeds meer inwoners en ondernemers. De nadruk ligt op uitvoering en impact maken. De integrale aanpak rust op vijf pijlers: energietransitie, duurzame mobiliteit, circulaire economie, klimaatadaptatie en duurzame bedrijfsvoering. Drie uitgangspunten ondersteunen dit: samenwerking, versnelling en actieve sturing, en integraal werken. Met monitoring houden we de voortgang in de gaten en sturen we bij waar nodig.
Energietransitie We werken aan de verduurzaming van de gebouwde omgeving en een toekomstbestendige energie-infrastructuur. Samen met bewoners, bedrijven en netbeheerders zeRen we in op het aardgasvrij maken van wijken, isolaSeverbetering en het sSmuleren van duurzame energieopwekking. TegelijkerSjd wordt samen met TenneT en Liander gewerkt aan oplossingen voor netcongesSe. Duurzame mobiliteit Verkeer en vervoer zijn verantwoordelijk voor circa 25% van de regionale CO₂-uitstoot. Om deze te reduceren, zeRen de we in op gedragsverandering richSng duurzaam vervoer (zoals fietsen, lopen, OV en deelmobiliteit) en schoner vervoer via elektrische mobiliteit en laadinfrastructuur. Binnen het Regionaal Mobiliteitsprogramma worden maatregelen uitgevoerd zoals doorfietsroutes, ketenmobiliteit en deelauto’s. De ambiSe is een substanSële reducSe van uitstoot en een verandering richSng duurzame vervoerskeuzes. Circulaire economie In lijn met het naSonaal streven naar een volledig circulaire economie in 2050 – met als tussenstap een halvering van het gebruik van nieuwe grondstoffen in 2030 – richten we ons op circulair bouwen, hergebruik van grondstoffen, bewust consumeren en duurzame landbouw. We zeRen in op drie speerpunten: de eigen organisaSe als voorbeeld, gedragsverandering bij inwoners en samenwerking met externe parSjen.
Concrete iniSaSeven zijn circulair aanbesteden, kringloopbrengpunten en pilots in landbouw en recreaSe. Klimaatadaptatie De leefomgeving wordt aangepast aan extremer weer, zoals droogte, hiRe en hevige neerslag. De BUCHgemeenten vergroenen, maken ruimte klimaatbestendig en bouwen natuurinclusief. Dit wordt geïntegreerd
3
in beleid, nieuwbouw, herinrichSng en de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed. Samenwerking, campagnes en tools zoals stresstesten en meldapps ondersteunen deze aanpak. Duurzame bedrijfsvoering We nemen onze voorbeeldrol serieus en verduurzamen stap voor stap onze eigen bedrijfsvoering. Sinds 2019 is de CO₂-uitstoot met 34% gedaald, onder andere door duurzame brandstoffen, zonnepanelen en groene stroom. Via een routekaart wordt gewerkt aan een CO₂-neutrale organisaSe in 2040. De drie speerpunten zijn: CO₂-reducSe (o.a. vastgoed en wagenpark), maatschappelijk verantwoord inkopen en duurzaamheidsbewustwording binnen de organisaSe. Integrale opgaven tot 2030 We richten ons op drie integrale opgaven: verduurzaming van bedrijventerreinen, klimaatbestendige gebiedsontwikkeling en het sSmuleren van buurSniSaSeven op het gebied van energiebesparing, circulariteit en vergroening. Op bedrijventerreinen wordt samengewerkt met ondernemers en energiecoöperaSes aan oplossingen voor netcongesSe, energiebesparing en circulair ondernemen. Organisatie en financiën Sinds het Ambitiedocument Klimaat (2021) is het programmateam gegroeid van 5 naar 22 fte. Verdere uitbreiding is volgens de Raad voor het Openbaar Bestuur nodig om nationale doelen te halen. De interne organisatie is nog in ontwikkeling.
De aansturing verbetert, maar het verankeren van afspraken en werkwijzen binnen de organisatie vraagt nog aandacht. De vijf pijlers vragen elk om gerichte inzet, vooral op energietransitie, bedrijfsvoering en communicatie. De financiering komt deels uit gemeentelijke bijdragen (1,73 miljoen euro in 2025) en deels uit subsidies, zoals CDOKE en het Nationaal Isolatie Programma. Monitoring en rapportage De voortgang volgen we via openbare databronnen, projectdata en een regionale monitor. Voor elk thema zijn KPI’s opgesteld en we rapporteren jaarlijks aan de gemeenteraden. Afwijkingen kunnen leiden tot bijsturing van doelen of maatregelen.
4
DEEL I: Inleiding
1. Inleiding 1.1. Waarom dit programma? In 2020 hebben de BUCH-gemeenten de gezamenlijke klimaatambiSes vastgelegd in het Ambi%edocument Klimaat 2021–2025. Ons doel: een leefomgeving waarin het pregg en gezond wonen en werken blijh – ook als het klimaat verandert. 2024 was wereldwijd het warmste jaar ooit gemeten. Ook in onze regio merken we de gevolgen van extremer weer steeds vaker. Zo leidde de overvloedige regenval in 2024 tot waterophoping in de duingebieden van Bergen en Castricum, straten die blank kwamen te staan en huizen en tuinen die onder liepen. Bewoners investeerden blijvend in maatregelen om hun woningen te beschermen. Deze lokale ervaringen onderstrepen de urgenSe om door te pakken met duurzame maatregelen. Gelukkig groeit het bewustzijn dat verandering nodig is. Uit onderzoek1 blijkt dat 82% van de volwassenen klimaatbeleid belangrijk vindt. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) bevesSgde dit beeld in 20252: een meerderheid van de Nederlanders steunt de overstap naar duurzame energie en het tegengaan van klimaatverandering. TegelijkerSjd maken veel mensen zich zorgen over de betaalbaarheid van klimaatmaatregelen. Niets doen kost de samenleving echter vaak meer in de toekomst. De energiecrisis van 2022 – mede veroorzaakt door de oorlog in Oekraïne – liet zien hoe kwetsbaar onze akankelijkheid van fossiele brandstoffen is.
Daarom zeRen wij ons in om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. We sSmuleren duurzame energie, verduurzamen gebouwen en maken schoner vervoer mogelijk. We willen dat iedereen kan meedoen. Daarom pakken we energiearmoede aan en maken we duurzame keuzes voor iedereen bereikbaar. Daarnaast werken we aan een circulaire economie, waarin we verspilling tegengaan en producten langer meegaan. We bereiden onze gemeenten voor op extremer weer – met meer groen, slimme oplossingen tegen wateroverlast en aandacht voor hiRe en droogte. Het Programma Klimaat 2025 - 2030 helpt ons deze thema’s in samenhang te benaderen, met duidelijke doelen, rollen en verantwoordelijkheden. Zo voorkomen we versnippering en sturen we gericht op resultaat. Om te leren van de afgelopen periode, hebben we in 2024 het Programma Klimaat 2021–2025 laten evalueren. Arcadis onderzocht hoe de uitvoering is verlopen en wat er beter kan. De uitkomsten lieten zien dat
1Drie kwart volwassen bezorgd over gevolgen klimaatverandering; CBS; 2023
2
Klimaat en Samenleving - Burgerperspec@even; SCP; 2025
5
er brede waardering is voor onze ambiSes en de geboekte voortgang. TegelijkerSjd kwamen ook verbeterpunten naar voren. Zo kan de organisaSe beter worden ingericht, moeten doelen concreter geformuleerd worden en gaan we meer inzeRen op leren – onder andere met heldere rapportages en monitoring. Dat geeh beter zicht op onze resultaten en helpt ons om effecSever bij te sturen. Met dit vernieuwde, gezamenlijke Programma Klimaat 2025–2030 van de gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo bouwen we voort op het vorige programma. We zeRen een volgende stap in onze gezamenlijke aanpak van de klimaatuitdagingen, en geven concreet invulling aan de verbeterpunten uit de evaluaSe.
1.2. Trots op wat we hebben bereikt De afgelopen vijf jaar hebben we als BUCH-gemeenten samen hard gewerkt aan onze klimaatambiSes. Met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaSes hebben we mooie stappen gezet richSng een duurzame toekomst. Op dat fundament bouwen we nu verder. Dit programma helpt ons om de komende jaren nog meer impact te maken. Resultaten Diverse projecten zijn uitgevoerd en resultaten bereikt. Enkele voorbeelden: §
§
§
§
§
In Castricum hebben we ambitieuze plannen gemaakt voor een nieuw aardgasvrij zwembad. Dit is een grote stap: het zorgt direct voor een flinke vermindering van de CO₂-uitstoot van ons gemeentelijk vastgoed. Daarmee komen we dichter bij ons doel om in 2030 55% minder CO₂ uit te stoten. Ook in de Egmondermeer (Bergen) hebben we flinke stappen gezet. Samen met agrariërs werken we aan een duurzamere veehouderij en minder gebruik van bestrijdingsmiddelen. Zo zorgen we voor een gezondere leefomgeving en een toekomstbestendige landbouw. In de openbare ruimte zetten we in op duurzame keuzes. Alle BUCH-gemeenten hebben een fietsbeleid vastgesteld om duurzame mobiliteit te stimuleren en autoverkeer terug te dringen. In Uitgeest hebben we de wijk De Koog volledig klimaatadaptief ingericht. Daarnaast hebben we samen met woningcorporatie Kennemer Wonen het convenant ‘Toekomstbestendige Woningbouw’ ondertekend. Hiermee onderstrepen wij onze inzet voor duurzame woningbouw en onze rol als actieve partner in de transitie naar een gezonde, circulaire en klimaatbestendige leefomgeving. Onze aanpak voor de energietransitie is de afgelopen jaren flink opgeschaald. We hebben gewerkt aan de uitbreiding van zonne- en windenergie, collectieve inkoopacties voor energiebesparing, subsidies voor woningverduurzaming én vier warmteprogramma’s voor een aardgasvrije toekomst – één voor elke gemeente.
Daarnaast hebben we bedrijven gefaciliteerd bij het inzichtelijk maken van hun energieverbruik en het toepassen van slimme energieoplossingen. Ook werken we intensief samen met lokale energiecoöperaties. Dankzij de inzet van vrijwilligers krijgen bewoners en ondernemers persoonlijk advies over energiebesparing en duurzame opwekking. Door hierin extra te investeren en de budgetten te verhogen, kunnen deze initiatieven steeds meer impact maken in de wijk.
6
§ §
We zijn trots op het circulaire maakonderwijs op basisscholen. Door kinderen al jong bewust te maken van hergebruik en circulariteit, bouwen we aan een generatie die duurzaam denkt en doet. Samen met inwoners, tensloRe, hebben we de omgeving groener gemaakt, onder andere via een subsidieregeling, jaarlijkse uitdeelacSes, een tegel-ophaalservice en het aanbieden van deelauto’s.
1.3. Aansluiting bij andere beleidsplannen Het klimaatprogramma fungeert als paraplu en brengt structuur en samenhang aan de verschillende thema’s. Het zorgt ervoor dat onderstaande plannen en initiatieven, op elkaar aansluiten en elkaar versterken voor een toekomstbestendige leefomgeving. • • • • • • •
Warmteprogramma’s: Planning voor de overgang naar aardgasvrije buurten met bijbehorende uitvoeringsplannen. Regionale Energiestrategie (RES): Doelen voor duurzame energieopwekking. Energievisie 2.0: Schets van de richting naar een robuust en betrouwbaar energiesysteem in Noord-Holland in 2050. Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie: Stapsgewijze uitvoering van circulair beleid. Klimaatadaptatie & natuurinclusief bouwen: Beleidsplan voor klimaatbestendige en natuur-inclusieve gemeenten. Duurzame mobiliteit: Visie op duurzame mobiliteit voor minder CO2-uitstoot en meer gebruik van duurzame vervoersmiddelen. Verduurzaming gemeentelijk vastgoed: Stapsgewijze aanpak om gemeentelijke gebouwen aardgasvrij te maken.
7
2.
Opgaven en Klimaatdoelen
2.1. Opgaven We richten ons in het Programma Klimaat op de volgende drie opgaven:
Klimaatverandering tegengaan Door aan de slag te gaan met het reduceren van de broeikasgassenuitstoot en het toewerken naar een circulaire economie. Europa en Nederland hebben klimaatdoelen vastgesteld, die we volgen.
Onze leefomgeving schoner maken en weerbaar tegen de gevolgen van klimaatverandering Door aan de slag te gaan met het inrichten van een klimaatbestendige, waterrobuuste en natuur-inclusieve leefomgeving. In het Deltaprogramma Ruimtelijke AdaptaSe is vastgelegd dat Nederland in 2050 volledig klimaatbestendig en waterrobuust moet zijn ingericht. We dragen ook bij aan een schoner milieu en leveringszekerheid van grondstoffen door ons in te zeRen voor een circulaire economie. In het NaSonaal Programma Circulaire Economie is uitgewerkt hoe Nederland naar 2050 toe, volledig circulaire wordt.
Toewerken naar een duurzame samenleving Door samen te (blijven) werken met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaSes; door duidelijk en consistent te zijn over de doelen en prioriteiten; door het goede voorbeeld te geven en door regie te nemen. Door te werken aan deze drie opgaven, geven we invulling aan de Europese en landelijke kaders en werken we aan brede welvaart van de toekomsSge generaSes in Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo. We pakken deze opgaven op samen met inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners en onze regionale partners. We nemen regie waar nodig, werken zoveel mogelijk vanuit dat wat past bij de afzonderlijke gemeenten en geven zelf het goede voorbeeld.
2.2. Nederland op weg naar een duurzame toekomst In 2019 werd het Klimaatakkoord opgesteld door de Rijksoverheid, samen met bedrijven en maatschappelijke organisaSes. Hierin staan afspraken over hoe we in Nederland de klimaatdoelen gaan halen. Dit gebeurt via zes thema’s: elektriciteit, mobiliteit, gebouwde omgeving, industrie, landbouw en landgebruik.
8
Het Klimaatakkoord is later vastgelegd in de Klimaatwet. In 2023 is deze wet geactualiseerd om aan te sluiten bij de Europese Green Deal. De belangrijkste doelen zijn het toewerken naar een klimaatneutraal en circulair Nederland in 2050. De Europese Commissie heeh een ‘tussendoel’ van 90% broeikasgasreducSe in 2040 voorgesteld. Nederland ziet dat ook als logische tussenstap op weg naar klimaatneutraliteit in 2050 en wil daar acSef aan bijdragen 3. Zie figuur 1 voor de klimaatdoelen. Daarnaast is in 2024 in Europa de Natuurherstelwet aangenomen. Daarin is vastgelegd dat het groenoppervlak t.o.v. 2024 op landelijk niveau niet mag afnemen.
Figuur 1: Klimaatdoelen
3
Klimaatplan 2025-2035 - Op weg naar een Klimaatneutraal Nederland; Ministerie van Klimaat en Groene Groei; 2025
9
2.3 De ambiBe van de BUCH-gemeenten De BUCH-gemeenten zetten zich in voor een groene, klimaatbestendige en circulaire toekomst. Wij beheren de openbare ruimte, zorgen voor een prettige leefomgeving en werken aan een duurzame toekomst voor onze inwoners. Dit betekent dat we, op een manier die past bij onze regio, concreet aan de slag gaan met de uitvoering van het vastgestelde EU- en Rijksklimaatbeleid: • •
55% minder Broeikasgassen uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990. 90% broeikasgassenreductie in 2040 ten opzichte van 1990 als volgende tussendoel.
• •
Volledig klimaatneutraal en circulair in 2050. Volledig klimaatbestendig, waterrobuust en natuurinclusief ingericht.
De gemeente Heiloo streeft naar een klimaat neutrale energievoorziening in 2040. Uit het collegeprogramma Heiloo: “Heiloo wil een van de duurzaamste gemeenten worden van Nederland en streeft naar een klimaat neutrale energievoorziening in 2040 en het behoud van het groene karakter in en om het dorp”. We vertalen bovenstaande ambities naar meetbare doelen en concrete acties die zichtbaar en merkbaar zijn in onze gemeenten.
Gemeentelijke invloedssfeer Ten opzichte van het Ambitiedocument 2021-2025 formuleren we de doelen nu concreter en scherper. We maken daarmee zichtbaar hoe groot de opgave is om aan de landelijke kaders te voldoen. Voor het realiseren van de ambities, zijn de gemeenten afhankelijk van en groot aantal externe factoren. Daar waar we direct aan de knoppen zitten, spannen we ons in voor ambitieus beleid. Bijvoorbeeld in het verduurzamen van onze eigen gemeentelijke bedrijfsvoering, de inrichting van de openbare ruimte en het gemeentelijke grondstoffenbeleid. Daar waar de verduurzamingsopgave een inzet vraagt van de samenleving als geheel (alle inwoners en alle ondernemers), spannen we ons in voor het creëren van de juiste randvoorwaarden en de juiste ondersteuning. We vragen bijvoorbeeld actief subsidies aan en de acties, de maatregelen en de samenwerkingen met externe partners zijn allen gericht op het bieden van ondersteuning en handvatten aan de verschillende doelgroepen. Maar er zijn ook bepalende factoren, waar wij als gemeenten geen of nauwelijks grip op hebben. Bijvoorbeeld de energieprijzen en consistent overheidsbeleid vanuit Den Haag. De beschikbare energie-infrastructuur speelt eveneens een grote rol. Netcongestie vormt een risico voor onze voortgang. Gemeenten hebben geen zeggenschap over de planning van netbeheerders.
Daarom zetten we in op slimmer gebruik van de netcapaciteit en een nauwe samenwerking met de netbeheerder in de warmtetransitie. Met goede monitoring blijven we als BUCH-gemeenten de voortgang op de geformuleerde doelen nauwleRend volgen om Sjdig te kunnen bijsturen op de inzet om de doelen te bereiken, of op de doelen zelf.
10
3.
Aanpak
3.1. Wat we doen, willen we steeds beter doen Onze sSp op de horizon is 2050. Daar werken we naartoe in doelgerichte stappen. We bouwen voort op wat al goed gaat en waar we al mee zijn gestart. De nadruk ligt op doen: meer uitvoeren, meer mensen bereiken en zo meer impact maken. Prioriteit ligt bij het concreet maken van het warmteprogramma. We vertalen de plannen naar gebiedsgerichte aanpakken met duidelijke Sjdslijnen. Daarnaast verbreden we de komende jaren de successen die we nu halen. De ‘kopgroep’ van inwoners en ondernemers, die zelf de stap naar verduurzaming wilden zetten, hebben we goed bereikt. Een belangrijk begin. Het is nu tijd om door te pakken. Als we de klimaatdoelen willen halen, moeten we niet alleen de voorlopers ondersteunen, maar ook het grote peloton in beweging brengen. We helpen inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties om actief bij te dragen aan verduurzaming, aardgasvrij wonen, circulaire keuzes en vergroening. Ook binnen onze eigen organisaSe blijven we verbeteren. We nemen onze voorbeeldrol serieus. Daarom verduurzamen we het gemeentelijk vastgoed, het gemeentelijk wagenpark en onze processen. We maken circulaire keuzes en laten zo zien hoe het anders kan. We willen groeien naar een leiderschapsrol in de samenleving.
3.2. De vijf pijlers van onze aanpak We werken integraal aan de ambiSes vanuit de vijf pijlers (figuur 2):
Energietransi*e
Duurzame Mobiliteit
Circulaire Economie
Klimaatadapta*e
Duurzame Bedrijfsvoering
Aardgasvrij maken gebouwde omgeving
Ketenmobiliteit en bevorderen fiets- en OV gebruik
Volledige borging in de organisa>e
Impact maken met MVOI, vastgoed en wagenpark
Voorzien in voldoende laadinfra
Uitvoeren beleid + uitvoeringsagenda 2025-2026 + Verdere doorkijk uitvoering rich>ng 2030
In lijn met: Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP).
Visie op circulaire BUCH-gemeenten 2050
Actualisa>e beleid o.b.v. nieuwe stresstesten
Woningen isoleren Energie besparen Regionale energiestrategie (RES) uitvoeren Regio-aanpak netconges>e en groei elektriciteitsnet faciliteren
Uitvoeren beleid + uitvoeringsagenda 2023 – 2026
Vergroten bewustwording bij inwoners en ondernemers
Figuur 2: Vijf pijlers
11
Steeds betere borging van duurzaam denken en handelen in de organisa>e
Het verduurzamen van onze gemeentelijke bedrijfsvoering is in feite een integrale opgave, waarin veel speerpunten uit de andere pijlers samenkomen. De komende jaren blijven we ook actief werken aan verschillende andere integrale opgaven waarin de prioriteiten uit de andere pijlers terugkeren. • •
•
Verduurzamen van bedrijventerreinen: Stimuleren van samenwerking op het gebied van energie, circulaire initiatieven, klimaatadaptatie en mobiliteit. Toekomstbestendige gebiedsontwikkeling: Bouwen met oog voor de klimaatopgaven, zoals duurzame mobiliteit, een groene, gezonde, klimaatadaptieve inrichting en het verminderen van CO₂uitstoot door duurzame materialen en bouwmethoden. Aanjagen van buurtinitiatieven: Actieve ondersteuning van bewonersinitiatieven die bijdragen aan verduurzaming én het versterken van sociale samenhang.
In deel II van dit document, werken we per pijler uit hoe we de ambiSes uit paragraaf 2.3 vertalen naar concrete, meetbare doelen voor 2030. Per doelstelling lichten we toe wat we als BUCH-gemeenten de komende jaren gaan doen om aan de doelen te werken en hoe we dat gaan monitoren.
3.3. Uitgangspunten Bij de uitvoering van het Programma Klimaat hanteren we vier uitgangspunten die de basis vormen van onze aanpak. Deze principes helpen ons om wat we doen steeds beter te gaan doen: effecSeve maatregelen nemen, iniSaSeven ondersteunen en samen met inwoners en ondernemers aan een duurzame toekomst werken. Uitgangspunt 1. Integraal werken Een duurzame leefomgeving vraagt om samenhang tussen de vijf pijlers van het Programma Klimaat (figuur 3). We werken daarom integraal aan de drie hoofdopgaven. Dat betekent dat thema’s zoals het verminderen van grondstoffengebruik en het voorkomen van afval niet alleen in de pijler Circulaire Economie thuishoren, maar overal terugkomen. Bij het klimaatadaptief inrichten van wijken letten we ook op circulaire materiaalkeuzes en fossielvrije inzet van materieel. En bij de aanleg van doorfietsroutes kijken we niet alleen naar duurzame mobiliteit, als ook naar een klimaatbestendige inrichting van de ruimte. Bij het verduurzamen van ons vastgoed kijken we naar energie besparen, en naar toe te passen materialen en klimaatbestendigheid. Enzovoorts. Figuur 3: Integraal werken
12
Uitgangspunt 2. Samenwerken aan het programma klimaat – lokale initiatieven als motor De doelen van het Programma Klimaat realiseren we niet alleen, maar samen met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, energiecoöperaties en andere lokale partners. Met deze samenwerking bouwen we aan breed draagvlak voor de keuzes die we maken. Uit de evaluatie van Arcadis blijkt dat de samenwerking met lokale partijen al goed op gang is, en nog verder versterkt kan worden. We blijven energiecoöperaties uitdagen om verder op te schalen en zoeken naar manieren om de samenwerking effectiever te maken. Dit vraagt ook iets van de BUCH-gemeenten: heldere communicatie, transparantie in besluitvorming én het actief wegnemen van belemmeringen die inwoners en ondernemers ervaren bij het starten of door ontwikkelen van hun initiatieven. Ook op het gebied van klimaatadaptatie valt er nog veel samenwerking te ontwikkelen met de samenleving. Denk hierbij aan samenwerking met woningcorporaties, natuurverenigingen en landschapsbeheerders. We ondersteunen lokale initiatieven met informatie, begeleiding en door obstakels weg te nemen. Deze initiatieven zorgen voor versnelling, en voor meer vertrouwen en geloof in de transitie. Vooral als mensen zich gezien en gehoord voelen. Een nieuwe ontwikkeling vormt de ‘energiegemeenschap’.
Energiegemeenschappen zijn een vorm van samenwerking tussen burgers, al dan niet met deelname van lokale overheden en kleine ondernemingen, die ons in staat stelt om gezamenlijk verantwoordelijk te nemen in de energietransiSe, zonder dat dit een commerciële aanpak vereist. De samenwerking met energiegemeenschappen wordt de komende jaren binnen de BUCH-gemeenten verder verkend en vormgegeven. Daarnaast investeren we in communicatie en participatie. Niet alleen voor de koplopers, en juist ook voor het brede ‘peloton’ dat vaak afwachtend is. Door mensen goed te informeren, te betrekken en – waar mogelijk – invloed te geven op besluiten, maken we de transitie van én voor iedereen. De BUCH-gemeenten trekken hierin samen op: elke gemeente maakt eigen keuzes, daarbij leren we van elkaar en benutten elkaars kennis en ervaring om effectiever te werken.
Uitgangspunt 3. Versnellen en actief bijsturen Vijf jaar geleden stonden we aan het begin; nu ziRen we in de versnelling. De komende jaren schalen we op en breiden we maatregelen uit. Met deze actualisaSe maken we doelen voor 2030 concreter, zodat we beter kunnen sturen en bijsturen. We blijven leren, monitoren en waar nodig onze aanpak verbeteren. Monitoring en sturing blijven essenSeel voor B&W, gemeenteraden en de BUCH-direcSe.
13
4.
Communica?e als rode draad in het programma
CommunicaVe in een integraal en parVcipaVef klimaatprogramma Het Programma Klimaat van de BUCH-gemeenten (Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo) voor de periode 2025–2030 is expliciet opgezet als een integrale aanpak van meerdere klimaatopgaven: energietransiSe, duurzame mobiliteit, circulaire economie, klimaatadaptaSe en duurzame bedrijfsvoering. Wat het programma bijzonder maakt, is dat communicaSe niet wordt gezien als randvoorwaarde, maar als een sturend instrument binnen alle pijlers. Het programma is gebouwd op parScipaSe, gedragsverandering en brede betrokkenheid. CommunicaSe vervult hierin een essenSële verbindende rol. Het eerdere succes bij koplopers - acSeve inwoners, voorlopende ondernemers en energiecoöperaSes vormt de basis. De uitdaging is nu de verbreding naar het peloton: de brede groep die nog afwacht, twijfelt of simpelweg niet bereikt is. Daarvoor is het noodzakelijk om communicaSe diep te verankeren in álle pijlers van beleid en uitvoering. CommunicaVe als heXoom voor gedragsverandering en systeemtransiVe De BUCH-gemeenten bouwen bewust aan een communicaSeaanpak die zowel strategisch als tacSsch sterk staat. Ze kiezen voor een gedragsgerichte benadering die inspeelt op verschillende moSvaSes, zoals comfort, gezondheid, kostenbesparing of toekomstgerichtheid.
Het gebruik van gedragswetenschappelijke inzichten maakt communicaSe effecSever, zeker als het gaat om het mobiliseren van inwoners die niet vanzelfsprekend in beweging komen. De middelenmix varieert van keukentafelgesprekken en wijkbijeenkomsten tot sociale media, video en (online) plarorms zoals het Klimaatplein. Dit Klimaatplein speelt een sleutelrol als digitale hub voor informaSe, acSvering en interacSe. De combinaSe van grootschalige publiekscampagnes en persoonlijke, op maat gemaakte communicaSe maakt het mogelijk om barrières te slechten en handelingsperspecSef te bieden. De communicaSeaanpak is daarmee niet reacSef, maar agenderend en faciliterend. Ze creëert vertrouwen en sSmuleert collecSeve acSe door inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaSes. Van koplopers naar het peloton: verbreden en verdiepen De ambiSe van de BUCH-gemeenten is om onze impact aanzienlijk te vergroten. De evaluaSe van het vorige programma leerde dat er grote waardering is voor het beleid, maar dat het bereik breder moet. Het nieuwe programma zet in op schaalvergroSng door: § § § §
Persoonlijke benadering en wijkgerichte communicaSe, bijvoorbeeld via energiecoaches en buurt-iniSaSeven. Gerichte campagnes op de grote middengroep van inwoners met twijfels of een informaSeachterstand. Professionalisering van communicaSekanalen zoals het Klimaatplein, waar betrouwbare informaSe en inspiraSe samenkomen. Structurele samenwerking met partners en intermediairs, zoals woningcorporaSes, energiecoöperaSes en scholen.
Zo ontstaat een communicaSeaanpak die uitgaat van gelijkwaardigheid, wederkerigheid en eigenaarschap van de transiSe.
14
CommunicaVe ingebed in de monitoring en programmasturing Een opvallend aspect van de communicaSe-aanpak in dit programma is de koppeling met monitoring en rapportage. Niet alleen technische KPI’s (zoals CO₂-reducSe of aantal zonnepanelen), maar ook communicaSeve indicatoren worden gemeten. Denk aan bereikcijfers van campagnes, tevredenheid over inwonersbijeenkomsten, aantal contactmomenten met energiecoaches en groei van het Klimaatplein. Door communicaSe meetbaar te maken, ontstaat inzicht in wat werkt. Het stelt de gemeenten in staat om communicaSe gericht bij te sturen op basis van respons, betrokkenheid en conversie.
SMART-doelen communicaVe 2025–2030 Hieronder volgen een aantal SMART-geformuleerde doelstellingen voor communicaSe, passend binnen het integrale programma en gericht op het bereiken van een brede groep inwoners en ondernemers. We hebben zes doelen, verdeeld over categorie A t/m C.
A. CommunicaVe en parVcipaVe algemeen In 2028 hee) 85% van de inwoners boven de 18 jaar van de BUCH-gemeenten ten minste eenmaal contact gehad met de klimaatcommunicaCecampagnes via minimaal twee verschillende kanalen. Meetbaar: Op basis van campagnebereik en monitoring via responsdata of een enquête. In 2027 weet 50% van de inwoners dat de EnergietransiCe betekent dat zij hun woning zelf aardgasvrij moeten laten maken en welke stappen zij individueel kunnen zeMen (zoals isolaCe of overstap warmtepomp). Meetbaar: inwonerpeiling, energieloketgebruik en aantal aanmeldingen voor verduurzamingsacCes.
B. Klimaatplein als communicaVe- en acVvaVeplaZorm Uiterlijk in december 2029 hee) minimaal 50% van alle woningeigenaren ten minste één keer het Klimaatplein bezocht, waarbij de gemiddelde sessieduur op de website minimaal 2 minuten bedraagt, zoals gemeten via webstaCsCeken en gemeentelijke woningdata. Meetbaar: Bezoekpercentage en sessieduur zijn meetbaar via webanalyse. In 2025 starten we met het versturen van een externe digitale nieuwsbrief gericht op inwoners in het algemeen en met nadruk op woningeigenaren. We streven ernaar om eind 2026 minimaal 4.000 abonnees te hebben en dit aantal te laten groeien tot minimaal 12.000 abonnees eind 2029. Meetbaar: Aantal abonnees is eenvoudig te meten via het nieuwsbriefpla[orm.
15
C. Verbreding doelgroep – ‘Het Peloton’ Uiterlijk in december 2030 neemt minimaal 60% van de huishoudens met een energielabel E, F of G én een WOZ-waarde onder het modale niveau deel aan ten minste één gemeentelijke verduurzamingsacCe, zoals het aanvragen van een isolaCesubsidie of het ontvangen van energieadvies, zoals geregistreerd in gemeentelijke deelname- en subsidieregistraCes. Meetbaar: Woningdata, aanvraagformulieren en energiecoöperaCe-registraCes. Van 2025 tot en met 2027 zijn er minimaal 10 wijkgerichte EnergietransiCe-pilotswaar wij in onze communicaCecampagnes over vertellen om bewustwording en acCe te sCmuleren. Meetbaar: Aantal pilots (minimaal 10) en verslaglegging maken het meetbaar.
Tot slot CommunicaSe is binnen het BUCH Programma Klimaat geen losse pijler, maar het sociale cement dat de integrale aanpak mogelijk maakt. Het verbindt de fysieke opgaven aan het menselijk handelen en maakt van beleid, beweging. De strategische keuze om te investeren in een combinaSe van gedragsgerichte communicaSe, persoonlijke interacSe en een krachSg plarorm als het Klimaatplein is essenSeel om het peloton te bereiken. Met heldere SMART-doelstellingen wordt communicaSe bovendien aantoonbaar effecSef en stuurbaar – een noodzakelijke voorwaarde om de klimaatdoelen in 2030 en 2050 te halen.
16
5.
Doorkijk naar 2050
Figuur 4: Hink – Stap – Sprong benadering
Met het Programma Klimaat bouwen we aan een stevige basis: we versterken lokale samenwerking, creëren bewustwording, draagvlak en handelingsperspecSef bij een zo groot mogelijke groep inwoners en ondernemers en zeRen in op structurele investeringen. Deze fase richt zich op beproefde maatregelen, experimenteren, leren en opschalen. De fundamenten die we nu leggen, maken het mogelijk om in de volgende fase te versnellen en de ‘sprong’ te maken richSng 2040 en 2050 (zie figuur 4). Een groot deel van de versnelling moet komen van goede randvoorwaarden, duidelijke regels en genoeg geld en ondersteuning vanuit de EU, rijksoverheid en provinciale overheid om de plannen ook echt uit te voeren. De EU komt naar verwachSng in 2026 met een herziening van het ‘Fit for ‘55’ (Green Deal)-maatregelenpakket richSng het tussendoel van 90% reducSe in 2040. Voor toekomstig klimaatbeleid is het belangrijk om de juiste mix van maatregelen te gebruiken: duidelijke regels (normen), belastingen of heffingen (beprijzen) én subsidies. Op dit moment is die balans nog niet goed. Nederland zet vooral in op subsidies, terwijl strengere regels en prijsprikkels vaak ontbreken. Alleen subsidies zijn vaak niet genoeg om mensen en bedrijven blijvend te laten kiezen voor duurzamere oplossingen.
Zeker niet als fossiele alternatieven goedkoper blijven, de gevolgen van klimaatverandering – zoals wateroverlast en hitte – niet duidelijk voelbaar zijn, of als er geen verplichtingen zijn om te verduurzamen4.
4
Klimaatplan 2025-2035 - Op weg naar een Klimaatneutraal Nederland; Ministerie van Klimaat en Groene Groei; 2025
17
DEEL II: Invulling per pijler
6.
Energietransi?e
6.1. Context: waar gaat het over Om klimaatverandering tegen te gaan, heeft Nederland in het Klimaatakkoord afgesproken om in 2030 de broeikasgassen-uitstoot met 55% te hebben verminderd ten opzichte van 1990. We werken toe naar 90% reductie in 2040. Om dit te bereiken, verkleinen we in Nederland de energievraag in gebouwen, stappen we over op duurzame alternatieven voor aardgas en wekken we meer duurzame elektriciteit op. De BUCHgemeenten werken ook naar deze doelen toe. We doen dit door te investeren in zonne-energie op (grote) daken, energie te besparen en gebouwen stapsgewijs aardgasvrij te maken. Dit vraagt om een gezamenlijke inspanning van iedereen in de BUCH-gemeenten: inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en overheden. Het meest voorkomende broeikasgas is CO2, dat vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen zoals kolen, aardolie en aardgas. Overige broeikasgassen zijn methaan, lachgas en fluorkoolwaterstoffen, welke vooral vrijkomen in industriële processen en de landbouw. We spreken in dit hoofdstuk over CO2-uitstoot. De overige broeikasgassen zijn omgerekend naar CO2-equivalenten en zijn meegeteld in het totaal.
6.2. Waar staan we nu? De landelijke doelstelling voor CO2-reductie is geformuleerd ten opzichte van 1990 maar op lokaal niveau hebben we geen gegevens uit 1990. Daarom is 2017 gekozen als referentiejaar. Voor dat jaar zijn betrouwbare lokale cijfers beschikbaar en volgens CBS is de uitstoot van 2017 in de meeste categorieën vergelijkbaar met die van 19905. Tussen 2017 en 2023 is de CO2-uitstoot in de vier BUCH-gemeenten aanzienlijk gedaald. In Uitgeest is een reductie van 28% bereikt, in Bergen 29%, in Castricum 30% en in Heiloo zelfs 32% (zie figuur 5). Deze daling is mede beïnvloed door bijzondere omstandigheden, zoals de energiecrisis door de oorlog in Oekraïne en de coronapandemie. Het betekent dat we richting 2030 nog 23% (Heiloo) tot 27% (Uitgeest) aan CO2 uitstoot moeten reduceren.
5
CO2-uitstoot in 2017 gelijk aan die in 1990; CBS; 2018
18
De CO₂-uitstoot in CO2-equivalenten (CO2-eq) bedroeg in 2023 (zie figuur 5): § § § §
133 Kilo ton CO₂-eq in Bergen; 50 Kilo ton CO₂-eq in Uitgeest; 103 Kilo ton CO₂-eq in Castricum; 63 Kilo ton CO₂-eq in Heiloo.
Gemeente Bergen
Gemeente Uitgeest
Gemeente Castricum
Gemeente Heiloo
Figuur 5: CO2-uitstoot over de jaren heen van de vier BUCH-gemeenten, excl. uitstoot snelwegen. Dit is berekend op basis van data uit de regionale klimaatmonitor.
19
In figuur 6 is te zien dat in alle gemeenten het grootste deel van de uitstoot voortkomt uit elektriciteits- en gasverbruik in de gebouwde omgeving, gevolgd door de mobiliteitssector en de landbouw. Industriële processen spelen slechts een beperkte rol in de BUCH-gemeenten. In hoofdstuk 7 wordt verder ingegaan op de uitstoot van verkeer en vervoer. Van de totale uitstoot is 77% axomsSg van CO₂. Deze uitstoot komt voornamelijk door het gebruik van gas, warmte, elektriciteit en voertuigbrandstoffen. De overige 23% bestaat uit andere broeikasgassen. Die komen voor 86% voort uit methaanuitstoot in de landbouw. Binnen de energietransiSe richten we ons op het reduceren van de eerste 77%. We zijn ons ervan bewust dat ook een reducSe van de overige broeikasgassen nodig is voor het behalen van onze ambiSe, echter hebben we hier binnen de pijler energietransiSe weinig tot geen invloed op. CO2-uitstoot gemeente Bergen
CO2-uitstoot gemeente Uitgeest
3%
3%
25%
27% 36% 44% 34%
29%
CO2-uitstoot gemeente Heiloo
CO2-uitstoot gemeente Castricum
3%
3%
13%
19%
26%
51% 27%
Gebouwde omgeving
Mobiliteit
Landbouw
57%
Industrie
Figuur 6: Verdeling CO2-uitstoot van de BUCH-gemeenten 2023. Dit is berekend op basis van data uit de regionale klimaatmonitor.
20
De vier gemeenten hebben de afgelopen vijf jaar al veel acties ondernomen om CO2-reductie te behalen. We stimuleren de verduurzaming van woningen via het energieloket en collectieve inkoopacties, met focus op zonnepanelen en isolatiemaatregelen. We ondersteunen energiecoöperaties, VvE’s en buurtinitiatieven. Samen met energiecoöperaties helpen we inwoners met kleine energiebesparende maatregelen (zoals via energieklusdiensten). Ook werken we samen aan het tegengaan van energiearmoede. Sinds 2024 is er bovendien een subsidieregeling voor isolatiemaatregelen in woningen met lage energielabels en ondergemiddelde WOZ-waarden of woningen zonder label maar met een lage isolatiewaarde. Vooruitlopend op de invoering van de gemeentelijke instrumenten warmtetransitie, zijn we gestart met het uitwerken van de Transitievisies Warmte naar Warmteprogramma’s voor alle vier de gemeenten. Daarnaast zijn projecten gestart voor energie-zelfvoorzienende nieuwbouw, zoals het nieuwe zwembad in Castricum en omliggende gebieden. Ook voor bedrijven bieden we ondersteuning bij verduurzaming met behulp van de energiecoöperaties. Zij helpen met energiescans en collectieve verduurzamingsaanpakken op bedrijventerreinen in Castricum, Heiloo en Uitgeest.
Daarnaast dragen we bij aan de uitvoering van de Regionale Energiestrategie (RES) en onderzoeken én realiseren we nieuwe mogelijkheden voor duurzame energieopwekking, zoals solar carports.
6.3. Ambitie voor 2030 De BUCH-gemeenten geven invulling aan de landelijke doelstellingen door onder andere toe te werken naar een aardgasvrije gebouwde omgeving. Ten eerste richten we ons op energiebesparing door bestaande gebouwen beter te isoleren en energie-efficiënte oplossingen te sSmuleren. Ten tweede gaan we van het aardgas af door over te stappen op duurzame warmtealternaSeven, zoals warmtepompen. Ten derde investeren we in de opwek van hernieuwbare energie in de regio, volgens de afspraken die hierover in de Regionale Energie Strategie zijn gemaakt. In de tabellen van figuur 5 is te zien dat we per gemeente nog minimaal 23% van onze CO2-uitstoot moeten reduceren om de ambitie te behalen, wat vraagt om intensievere inspanningen. Ambitieniveau voor 2040 We verwachten dat Europees en landelijk zal worden toegewerkt naar een (vrijwel) aardgasvrij gebouwde omgeving in 2040. Europa beveelt 90% CO2-reductie in 2040 aan en ook Den Haag ziet dit als voorstelbare tussenstap. Heiloo heeft het doel van een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving in 2024 al in het huidige collegeprogramma staan.
21
6.4. De vier speerpunten van onze aanpak Onze aanpak richt zich op vier speerpunten: 1. Aardgasvrije wijken: We stimuleren alternatieve warmtebronnen, zoals (hybride) warmtepompen, en ondersteunen woningeigenaren en organisaties bij de overstap. 2. Energiebesparing: De meest duurzame energie is de energie die je niet gebruikt. Door energie te besparen, wordt de overstap naar duurzame energie eenvoudiger. We bevorderen isolatiemaatregelen en energie-efficiënte oplossingen. 3. Duurzame energieopwekking: We investeren in het opwekken van zonne- en windenergie om onze CO2-uitstoot te verminderen en de afhankelijkheid van fossiele energie te verkleinen. 4. Snelheid in de energietransiVe: We hebben aandacht voor het goed organiseren van de randvoorwaarden. We werken samen met netbeheerders, bedrijven en bewoners om de energie-infrastructuur toekomstbestendig te maken en obstakels Sjdig te verhelpen. We helpen bouwen aan het toekomsSge energiesysteem, door opslag en slim energiemanagement te combineren met besparing en opwek. We benoemen per speerpunt concrete doelstellingen en richten ons op uitvoering en het vergroten van onze impact.
Speerpunt 1: Aardgasvrije wijken In 2040 is Heiloo 100% aardgasvrij en zijn Bergen, Uitgeest en Castricum 90% aardgasvrij. In 2030 zijn 20% van de gebouwen aardgasvrij. In 2030 zijn 23 uitvoeringsplannen gereed.
Warmteprogramma’s In 2025 stellen de vier BUCH-gemeenten ieder hun eigen warmteprogramma vast. Vanaf 31 december 2026 is het voor alle gemeenten wettelijk verplicht een vastgesteld warmteprogramma te hebben en deze elke vijf jaar te actualiseren. De warmteprogramma’s richten zich op de periode tot 2035, met als einddoel een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Heiloo heeft de ambitie om dit al in 2040 te bereiken. De komende vijf jaar ligt de focus op het uitvoeren van de warmteprogramma’s en het betrekken van zoveel mogelijk inwoners en bedrijven. We richten ons in de BUCH-gemeenten op het aardgasvrij maken van wijken door middel van all-electric oplossingen, zoals warmtepompen en elektrische boilers. Dit kan individueel, waarbij huishoudens zelfstandig overstappen, of in (kleine) collecSeven, waarbij buren gezamenlijk maatregelen treffen en soms delen in infrastructuur of kosten.
22
Uitvoeringsplannen We starten in 2025 met het uitwerken van het warmteprogramma in de eerste uitvoeringsplannen. We leren van de ervaringen die we hierbij opdoen, zodat we onze aanpak steeds verbeteren. Om ons doel te halen, is het belangrijk dat inwoners actief meedoen en we hen zo goed mogelijk ondersteunen om stappen te zetten. We onderzoeken hiervoor wat de beste rol voor iedere gemeente ten opzichte van andere stakeholders is, zowel financieel, als in de uitvoering. We geven advies over warmtepompen en ondersteuning bij het plaatsen van warmtepompen in alle vier de gemeenten. We blijven de beschikbare subsidies en financieringsmogelijkheden van het Rijk zo goed mogelijk benuRen om financiering beschikbaar te kunnen stellen voor koopwoningen in de vorm van een subsidie of lening. Duidelijke en toegankelijke communicatie met inwoners is een prioriteit. Door inwoners en andere betrokkenen vroeg te betrekken, signaleren en lossen we vragen en knelpunten tijdig op. Zo bevorderen we wederzijds begrip, vergroten we transparantie en zorgen we voor een beter besluitvormingsproces met meer draagvlak. We verbeteren het proces door de samenwerking met inwoners regelmatig te evalueren. De precieze gemeentelijke aanpak per wijk stellen we vast in de uitvoeringsplannen. Ons doel voor 2030 is om 23 uitvoeringsplannen gereed te hebben. In figuur 7 is dit doel opgesplitst per gemeente.
Gemeente
Aantal Uitvoeringsplannen gereed in 2030
Bergen
6
Uitgeest
3
Castricum
6
Heiloo
8
Figuur 7: Aantal uitvoeringsplannen gereed in 2030 per gemeente
Daarnaast werken we aan de landelijke doelstelling om in 2030 al 20% van de gebouwen aardgasvrij te hebben. In 2023 was dit percentage in Bergen 2,6%, in Uitgeest 1,2%, in Castricum 2,2% en in Heiloo 3,4%6. Door de warmteprogramma’s uit te voeren, zowel in wijkaanpakken als op gemeentebreed niveau, werken we stap voor stap aan deze ambitie.
6
Regionale klimaatmonitor; Rijksoverheid; 2025
23
Speerpunt 2: Energie besparen In 2030 hebben we 55% van ons aardgasverbruik gereduceerd (ten opzichte van 2017). In 2030 zijn er geen woningen meer met E, F of G-labels en 50% van de woningen hee) minimaal label B. In 2030 voldoen alle bedrijven aan de energiebesparingsplicht (met 5 jaar terugverdienCjd). We kijken hierbij ook naar bedrijven die niet weMelijk verplicht zijn.
Aardgasreductie Wat je niet verbruikt, hoef je ook niet duurzaam op te wekken. Daarom zetten we tot 2030 vol in op energiebesparing. Ons doel is om het aardgasverbruik in Bergen, Uitgeest en Castricum in 2030 met 55% te verminderen ten opzichte van 2017. Heiloo heeft als streven om het aardgasgebruik met 60% te reduceren. In 2023 was het gebruik al met 30% gedaald in Bergen en Heiloo en met 29% in Castricum en Uitgeest. We richten ons op isolaSe en hybride warmtepompen en werken samen met energiecoöperaSes om woningen te verduurzamen. Isoleren verlaagt de energielasten en verhoogt het wooncomfort. Het begint bij het ondersteunen van inwoners met kleine energiebesparende maatregelen. We conSnueren hiervoor onze samenwerking met de energiecoöperaSes en sociale partners in de aanpak energiearmoede: we zeRen Energieklussers in om inwoners te ondersteunen met besparingsadvies en het uitvoeren van kleine maatregelen. Ons doel is om in 2030 90% van de doelgroep die te maken heeh met energiearmoede te bereiken en ze aan te zeRen tot acSe door iedereen binnen de doelgroep, die het wil, hulp te bieden. Geen slecht geïsoleerde woningen meer Het verduurzamen van de gebouwde omgeving is door het Rijk uitgewerkt in het Programma Verduurzaming Gebouwde Omgeving. Tot 2030 ligt de focus op het isoleren van slecht geïsoleerde woningen.
Dit levert niet alleen een grote aardgasbesparing op, maar ook sociale winst: de meest kwetsbare huishoudens profiteren van lagere kosten en meer comfort.7 In 2030 hebben we geen woningen meer met een slecht energielabel (E, F of G). Daarnaast moet 50% van de woningen dan minstens energielabel B hebben. We zeRen ons extra in voor inwoners met lagere inkomens en een laag energielabel. Vanuit het NaSonaal IsolaSeprogramma bieden we subsidies en ontzorging om inwoners in woningen met een laag energielabel (of woningen zonder label maar met een lage isolaSewaarde) en een ondergemiddelde WOZ-waarde te ondersteunen. We benuRen de beschikbare subsidiegelden vanuit het Rijk opSmaal om de aanpak verder op te schalen. Minima in de BUCH-gemeenten, die meedoen aan het programma, kunnen 1 of meer maatregelen kosteloos geplaatst krijgen tot een maximumbedrag.
7
Programma Verduurzamen Gebouwde Omgeving; Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelaCes; 2022
24
Woningcorporaties hebben met het Rijk afgesproken dat uiterlijk in 2028 alle huurwoningen met energielabel E, F of G zijn geïsoleerd. De uitvoering hiervan door Kennemerwonen hebben we vastgelegd in de gezamenlijke Presta%e-afspraken 2024-20278. Bovendien streven we naar beter inzicht in de particuliere huursector. Particuliere huurders zijn een belangrijke doelgroep en door inzicht kunnen we ook voor deze groep effectief maatregelen implementeren Daarnaast zijn we gestart met een aanpak om VvE’s te ondersteunen bij de verduurzamingsopgave en onderzoeken we de komende jaren op welke manier we ook kleine VvE’s kunnen ondersteunen, zodat deze gericht geholpen kunnen worden. Energiebesparing bij bedrijven Bedrijven met een jaarlijks energieverbruik van 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas zijn wettelijk verplicht om energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder uit te voeren. We controleren dit via de Omgevingsdienst. De uitvoering wordt de komende jaren verder aangescherpt. Het doel is om alle bedrijven die moeten voldoen aan de Energiebesparingsplicht9 in 2030 te laten voldoen. De afgelopen jaren hebben we bedrijven – ook degenen die niet onder deze plicht vallen – de mogelijkheid geboden om via een energiescan inzicht te krijgen in hun besparingskansen en mogelijkheden voor duurzame opwek van energie.
Dit helpt hen ook om aan de weRelijke verplichSng te voldoen. Dit blijven we de komende jaren faciliteren.
Speerpunt 3: Duurzaam opwekken. In 2030 hebben we vanuit de gemeenten het RES bod minimaal gerealiseerd. In 2030 liggen zonnepanelen op 70% van de woningen met geschikte daken. In 2030 hebben alle parkeerterreinen, van minimaal 1 hectare groot, solar carports. Daarnaast lopen er in 2030 projecten voor solar carports op geschikte parkeerterreinen kleiner dan 1 hectare.
In een toekomst zonder fossiele brandstoffen, waarin Nederland minder akankelijk is van andere landen voor onze energievoorziening, wekken we zoveel mogelijk hernieuwbare energie op in eigen land. Ook verandert ons energiesysteem van een centraal gevoed systeem, naar een decentraal gevoed systeem, waarin inwoners en bedrijven een eigen rol krijgen in de energievoorziening. Bijvoorbeeld wanneer zij als energiecollecSef samen een zonnepark of windmolen in eigendom hebben.
8 9
PrestaCeafspraken 2024-2027 Kennemerwonen met Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo Energiebesparingsplicht; Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; 2022
25
In de Regionale Energiestrategie Noord-Holland Noord (RES NHN)10 hebben wij afgesproken om in de regio Alkmaar in 2030 661 GWh hernieuwbare energie op te wekken, vooral via grootschalige zonne-energie op daken en parkeerterreinen. Energiegemeenschappen spelen hier bij voorkeur een rol in. Tot 2030 werken we aan het realiseren van deze afspraken, waaronder zonnepark WinterZon, zonneweide Bergen 3 en een windmolen in Heiloo. We onderzoeken ook nieuwe mogelijkheden, zoals solar carports op parkeerterreinen. Zo schrijven we voor de locatie Hargen aan Zee een aanbesteding uit en werken we samen met Heiloo Energie aan een solar carport bij Maalwater. Voor de locatie Geesterduin bekijken we of hier ook een solar carport mogelijk is. Als locaties niet haalbaar blijken, zoeken we naar alternatieve plekken. Naast grootschalige projecten zetten we ook in op het blijven stimuleren van zonnepanelen op woningen via energiecoöperaties en gezamenlijke inkoopacties. In 2023 had 43% van de woningen in Bergen zonnepanelen, in Uitgeest 56%, en in Castricum en Heiloo beide 51%11. Ons doel is om in 2030 op 70% van de geschikte daken zonnepanelen te hebben.
Speerpunt 4: Snelheid houden in de energietransiVe. In 2030 weten alle huishoudens binnen de BUCH-gemeenten wat de opgave van de energietransiCe is en hebben zij inzicht in wat de energietransiCe van hen zelf vraagt aan maatregelen. In 2027 is het Soorten Management Plan (SMP) gereed en in werking. In 2030 lopen op alle bedrijventerreinen (collecCeve) iniCaCeven die bijdragen aan de energietransiCe op het bedrijventerrein. Samen met de netwerkbeheerders en de regio, faciliteren we zo goed mogelijk de noodzakelijke uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk. Voldoende personele capaciteit voor het uitvoeren van de energietransiCe.
De overstap naar duurzame energie is een grote uitdaging en hangt af van veel verschillende factoren. Om ervoor te zorgen dat deze transitie op tijd en soepel verloopt, werken we eraan om de belangrijkste voorwaarden hiervoor in 2030 op orde te hebben. Iedereen betrekken bij de Energietransitie De komende vijf jaar zetten de BUCH-gemeenten zich in om verduurzamingsmaatregelen verder te versnellen. Via brievenacties, aanbelacties en campagnes hebben we al veel inwoners bereikt en merken we dat
10 11
Herijking RES Noord-Holland 2024; Energieregio Noord-Holland; 2024 Regionale klimaatmonitor; Rijksoverheid; 2025
26
het onderwerp steeds meer leeft. Tegelijkertijd is nog niet iedereen voldoende op de hoogte of geactiveerd. Ons doel is dat binnen vijf jaar álle inwoners weten wat de energietransitie inhoudt en welke stappen nodig zijn om hun woning of bedrijf aardgasvrij te maken. We maken een duidelijk communicatieplan om inwoners en ondernemers intensiever te informeren over de energietransitie, via verschillende communicatiekanalen en met inzet van diverse communicatiemiddelen. Dit doen we in samenspraak met de energiecoöperaties en in samenhang met communicatie over uitvoeringsplannen en de warmtetransitie. Daarnaast werken we samen met energiecoöperaties om hun bereik te vergroten. We zorgen voor een ontmoetingsplek waar vrijwilligers kunnen samenkomen en hun kennis kunnen delen. Ook onderzoeken we of we in elke gemeente een fysiek loket kunnen openen voor persoonlijk advies en hulp bij het invullen van formulieren. Het digitale energieloket en gezamenlijke inkoopacties blijven we ondersteunen. Om de sociale samenhang in wijken te versterken, moedigen we buurtinitiatieven aan, bijvoorbeeld via Buurkracht. We helpen bewoners bij het opstarten en voortzetten van deze initiatieven.
Bescherming van Natuur bij (Ver)bouw Vanaf 1 januari 2024 is het verplicht om bij bouw- en verbouwwerkzaamheden, waaronder het na-isoleren van woningen, ecologisch onderzoek te doen naar beschermde diersoorten zoals vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen.12 Om vertragingen te voorkomen en de biodiversiteit te beschermen, stellen de BUCHgemeenten een Soortenmanagementplan (SMP) op. Slimme energieoplossingen bij bedrijven De komende jaren willen we vooral slimme energieoplossingen bij bedrijven faciliteren. Dit houdt in het zoveel mogelijk bij elkaar brengen van opwek en verbruik van energie, in de Sjd en geografisch. Onder andere door middel van Energie Management Systemen (EMS) en baRerijen. Hiermee wordt voortgebouwd op de verdere verduurzaming van bedrijven en op het voorkomen van netcongesSe (file op het elektriciteitsnet). Door netcongesSe kunnen bedrijven niet uitbreiden, of kunnen nieuwe bedrijven zich niet vesSgen doordat er geen elektriciteitsaansluiSng beschikbaar is. Dit geven we vorm door goed samen te werken met lokale energiecoöperaSes, en andere externe organisaSes zoals onder andere het Centrum voor Verduurzaming regio Alkmaar, gericht op met name het verduurzamen van bedrijventerreinen. Naast samenwerken dragen we ook financieel bij om er mede voor te zorgen dat deze organisaSes hun werkzaamheden ook daadwerkelijk kunnen uitvoeren.
Uitgangspunt is dat bedrijven elkaar zoveel mogelijk helpen bij het verduurzamen. Uitbreiding van het Elektriciteitsnet De energietransitie vraagt om een forse uitbreiding van het elektriciteitsnet. Netcongestie – zowel op afname als teruglevering – belemmert plannen van inwoners, bedrijven én gemeenten. Netcongestie kan bovendien de energietransitie vertragen en CO₂-reductiedoelen onder druk zetten. Daarom spannen we ons als BUCH-gemeenten intensief in voor de realisatie van nieuwe laag- en middenspanningstations, in
12 Natuurvriendelijk isoleren; Rijksoverheid; 2024
27
nauwe samenwerking met de netbeheerders. Dit vraagt veel van de gemeentelijke organisatie, onder andere bij vergunningverlening, ruimtelijke inpassing en afstemming van graafwerkzaamheden. Om op korte termijn netcongestie te verminderen, richten we ons op drie acties: het stimuleren van energiebesparing bij inwoners en ondernemers, het toepassen van slimme en flexibele energieoplossingen op bedrijventerreinen, en het realiseren van zonne-energieopwekking zo dicht mogelijk bij de plaats van verbruik. Daarnaast werken we actief mee aan regionale en provinciale projecten zoals VAWOZ13 en 380 kV14. Ook dragen we bij aan strategische visies, zoals een regionaal document voor de regio Alkmaar waarin de belangrijkste focuspunten op het gebied van Energie en E-Infra zijn opgenomen, en het Ontwikkelperspectief voor Noord-Holland Noord. Hiermee zorgen we ervoor dat regionale ambities en de benodigde infrastructuur blijvend op elkaar worden afgestemd. Bij nieuwbouw en herontwikkeling stimuleren we ‘netbewust’ bouwen en maken we samen met Liander buurtrealisatieplannen om overbelasting te voorkomen. Innovatieve projecten zoals Helix en de Buurtaanpak dragen bij aan slimmer energiegebruik. Ook zorgen we ervoor dat netinvesteringen aansluiten bij onze lokale ambities en warmteprogramma’s.
Met buurtrealisatieplannen geven we prioriteit aan wijken waar netverzwaring urgent is, en op bedrijventerreinen stimuleren we innovaties zoals lokale energie-uitwisseling. Hoewel netbeheerders formeel verantwoordelijk zijn voor het net, werken wij als gemeente intensief mee aan een tijdige en passende uitbreiding. We ondersteunen vergunningstrajecten, zorgen voor ruimtelijke inpassing en houden rekening met netcapaciteit bij nieuwbouw en herontwikkeling. Voldoende Personeel voor de Energietransitie We benuRen de mogelijkheden die rijk en provincie geven om arbeid te subsidiëren volledig, zodat zoveel mogelijk handen het werk lichter maken.
13 Programma Verbinding Aanlanding Wind Op Zee (VAWOZ) 2031-2040; Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; 2023 14 380 kV Netuitbreiding Noord-Holland Noord; Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; 2023
28
7. Duurzame mobiliteit 7.1. Context: waar gaat het over In 2023 was verkeer verantwoordelijk voor 21% van de totale uitstoot in Nederland15, vooral door het gebruik van benzine en diesel. Om de impact op klimaatverandering, luchtvervuiling en gezondheidsproblemen te verminderen, mag de mobiliteitssector in 2030 volgens het Klimaatakkoord nog maximaal 25 megaton CO₂ uitstoten (in 2023 was dit nog 30,8 megaton). De provincies Noord-Holland en Flevoland hebben het doel opgesteld om de uitstoot te beperken tot maximaal 4,2 megaton, met de ambiSe om dit verder terug te brengen naar 2,2 megaton. Dit is een belangrijke stap richting de bredere doelstelling om de totale uitstoot met 55% te verlagen ten opzichte van 1990. De BUCH-gemeenten dragen bij aan deze doelen met het principe van Trias Mobilica, dat bestaat uit drie stappen. De eerste stappen van het oorspronkelijke model – verminderen en veranderen – zijn hier samengevoegd, omdat de acties die hieraan bijdragen sterk op elkaar aansluiten: 1. Verminderen en veranderen: Het aantal gereisde kilometers beperken door lokale voorzieningen te stimuleren. Daarnaast moedigen we duurzamere vervoersmiddelen aan, zoals lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit (deelauto’s en deelfietsen). 2. Verschonen: Inzetten op schone voertuigen en infrastructuur, door het faciliteren van zero-emissievoertuigen door laadpalen te plaatsen.
We werken samen met provincie Noord-Holland, regio Alkmaar en regiogemeenten om slimme en duurzame mobiliteitsoplossingen te realiseren die bijdragen aan schonere lucht en een gezondere leefomgeving. De provincie is trekker voor het opstellen van het Regionaal MobiliteitsProgramma (RMP)16, waarin is aangeven hoe de mobiliteit bijdraagt aan de klimaatdoelstellingen. In dit kader wordt een Uitvoeringsagenda opgesteld, waarbij voor de regio Alkmaar is gekozen voor maatregelpakket “Deelmobiliteit, hubs en Mobility as a Service (MaaS)”. Dit maatregelpakket is verwerkt in dit projectplan.
7.2. Waar staan we nu? We werken binnen de BUCH-gemeenten aan het verminderen van de CO₂-uitstoot veroorzaakt door verkeer en vervoer. Tussen 2017 en 2023 is de gezamenlijke uitstoot met 3,5% gedaald. Toch is mobiliteit nog steeds verantwoordelijk voor 29% van de totale uitstoot in deze gemeenten, exclusief het verkeer op snelwegen17. De verandering van de uitstoot is niet overal hetzelfde. In Bergen daalde de uitstoot met 9%, in Castricum met 5% en in Uitgeest met 1%. In Heiloo steeg de uitstoot echter met 13% tussen 2017 en 2023 (zie figuur
15 Welke sectoren stoten broeikasgassen uit?; Centraal Bureau voor de Sta@s@ek; 2023
16 Regionaal Mobiliteitsprogramma Flevoland en Noord-Holland; Provincie Noord-Holland; 2025 17 Regionale klimaatmonitor; Rijksoverheid; 2025
29
8). Een opvallende daling is te zien tijdens de coronajaren 2020 en 2021, toen mensen minder reisden door de beperkende maatregelen. Na het opheffen van deze maatregelen neemt sinds 2022 de uitstoot weer toe, maar is deze wel (m.u.v. Heiloo) lager dan voor de coronacrisis. In 2022 bedroeg de totale uitstoot door verkeer en vervoer in de BUCH-gemeenten 100.300 ton CO₂. Om het belang van verdere uitstootvermindering in de mobiliteitssector te benadrukken: jaarlijks zouden 3,5 miljoen bomen geplant moeten worden om deze uitstoot volledig te compenseren.
Gemeente Bergen
Gemeente Uitgeest
Gemeente Castricum
Gemeente Heiloo
Figuur 8: CO2-uitstoot mobiliteit over de jaren heen.
De afgelopen jaren hebben de BUCH-gemeenten verschillende maatregelen genomen om mobiliteit te verduurzamen. Zo hebben we in Bergen en Castricum een kustbus ingezet om de stranden beter bereikbaar te maken met het openbaar vervoer. Daarnaast ontwikkelden we een gerichte aanpak voor laadinfrastructuur, waardoor de gemeenten voldoen aan de prognose voor laadpalen, opgesteld door het MRA-e. Ook stelden we Fietsbeleidsplannen op voor alle BUCH-gemeenten.