CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Programma Klimaat 2025-2030 Heiloo

Commissie zaal 1 15 september 2025, gemeente HeilooBij agendapunt: Bespreeknotitie concept Programma Klimaat 2025-203018.613 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

55

(energietransitie 2), aangevuld met controller en communicatie plaats gaan vinden, terwijl de gehele groep 3 á 4 maal per jaar bij elkaar komt voor inspiratie, uitwisseling en integratie. De toegenomen omvang maakt het ook wenselijk dat budgetverantwoordelijkheden meer bij de projectleiders gelegd wordt.

11. Financiën en capaciteit De financiële basis van het Programma Klimaat 2025-2030 wordt gevormd door enerzijds structurele gemeentelijke bijdragen en anderzijds subsidies van andere overheden.

12.1. Gemeentelijke bijdragen De structurele bijdrage van de 4 gemeenten aan het Programma Klimaat staan onder druk. Door kortingen op het Gemeentefonds is elke gemeente voor de begroting 2026 en daarna op zoek naar mogelijkheden om te bezuinigen. Het is daarom nog de vraag in hoeverre de bijdragen in 2025 gecontinueerd kunnen worden. In 2025 gaat het om: Gemeente

Structurele bijdrage

Bergen

€ 620.000

Uitgeest

€ 190.000

Castricum

€ 550.000

Heiloo

€ 370.000

Totaal

€ 1.730.000

12.2. Subsidies De belangrijkste subsidie is de CDOKE-regeling, een rijkssubsidie om personeel in te zetten voor uitvoering van de afspraken uit het Klimaatakkoord. Deze subsidie is structureel tot tenminste 2030, zij het dat het risico bestaat dat ook hier een percentage op bezuinigd wordt met ingang van 2026, vanwege het voornemen om deze bedragen via het Gemeentefonds uit te gaan keren. In 2025 ging het om jaarlijks: Gemeente

CDOKE-regeling

Bergen

€ 1.298.000

Uitgeest

€ 508.000

Castricum

€ 1.238.000

Heiloo

€ 776.000

Totaal

€ 3.820.000

56

Het Nationaal Isolatie Programma keert geld uit aan gemeenten om particuliere woningen te helpen isoleren, vooral die met een slecht energielabel en behorende tot de goedkoopste helft van alle woningen. De gemeente gebruikt dit geld vooral voor dekking van een subsidieregeling voor woningeigenaren, waarmee isolatiematerialen gekocht en aangebracht kunnen worden. Het NIP keert uit in tranches: de eerste 2 tranches zijn in uitvoering, de derde is aangevraagd. Gemeente

Eerste tranche

Tweede tranche

Bergen

€ 929.000

€ 1.469.000

Uitgeest

€ 283.000

€ 430.000

Castricum

€ 989.000

€ 1.538.000

Heiloo

€ 596.000

€ 915.000

Totaal

€ 2.797.000

€ 4.351.000

Daarnaast zijn er nog diverse subsidies van vooral de provincie Noord-Holland die op onderdelen interessante bijdragen vormen voor specifieke werkzaamheden, zoals Soorten Management Plannen, Wijkuitvoeringsplannen, isolatiemaatregelen, herinrichting infrastructuur, etc. Al met al een indrukwekkende hoeveelheid middelen, die echter nog niet toereikend is om de doelen uit het Klimaatakkoord en de Klimaatwet te realiseren, volgens berekeningen die de Raad voor het Openbaar Bestuur heeft laten uitvoeren32. Daarvoor zou de CDOKE-regeling met 40% opgehoogd moeten worden en dat is ook het advies aan het kabinet geweest. Het kabinet heeft dat niet gehonoreerd en overweegt zelfs een korting. Dat zet de haalbaarheid van de opgave onder druk en maakt de gemeentelijke bijdrage uit eigen middelen nog belangrijker. De tijdige realisatie van de doelen uit dit Programma Klimaat 2025-2030 is afhankelijk van voldoende financiële mogelijkheden. Met andere woorden: tekort aan middelen betekent tekort aan personele inzet en dus temporisering in de uitvoering, waardoor de doelen pas later dan gepland (en verplicht door Klimaatakkoord en Klimaatwet) gehaald kunnen worden. Over voortzetting van de Rijksfinanciering ter uitvoering van het Klimaatakkoord voor de periode na 2030 wordt nog onderhandeld door de VNG namens de gemeenten.

Doel is duidelijk: in 2030 is op zijn best de 55% behaald, de overige 45% worden niet eenvoudiger en ook dat moet iemand uitvoeren. Voortzetting ligt dus voor de hand. Wel is de manier van financiering al eerder aan wijziging onderhevig: de kans bestaat dat per 2026 de CDOKE-regeling opgeheven wordt en het bedrag via het Gemeentefonds uitgekeerd zal worden. Dat maakt de verantwoording eenvoudiger, maar doet tegelijkertijd een beroep op organisatie en bestuur om de middelen wel voor dit specifieke Klimaatdoel beschikbaar te houden.

32

Kostenonderzoek klimaat- en energiebeleid; 19 februari 2024 in opdracht voor het Raad van Openbaar Bestuur

57

12. Monitoring en rapportage Misschien wel de grootste wijziging ten opzichte van het AmbiSedocument uit 2020, is dat dit nieuwe Programma Klimaat 2025-2030 veel meer SMART opgesteld is (specifiek, meetbaar, acceptabel, realisSsch, Sjdgebonden). Daarmee geven we invulling aan een duidelijke vraag vanuit het EvaluaSerapport. Met de zo concreet mogelijk geformuleerde doelen in dit programmaplan, kunnen we beter inzeRen op monitoren van onze voortgang en onze behaalde resultaten. Niet alleen kunnen we daardoor effecSever bijsturen, we leren er ook meer van.

Plan-do-check-act Vanaf 2026 rapporteren de vier BUCH-gemeenten jaarlijks aan de gemeenteraden over de voortgang van het Programma Klimaat, de mate waarin we op koers liggen ten aanzien van de geformuleerde doelen en of bijsturing nodig is. We sluiten met de rapportage aan bij de P&C cyclus. Omdat de klimaatopgave in grote mate een gezamenlijke opgave is, waarbij de gemeentes afhankelijk zijn van externe factoren, kunnen afwijkingen ten opzichte van de uitgezette koers verschillende oorzaken hebben, die niet altijd binnen de invloedssfeer van de gemeenten liggen. Bijsturen kan dus zowel op de koers zijn als op de inzet die gepleegd wordt ten aanzien van de doelen. Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s) De doelen uit dit programmaplan zijn gekoppeld aan duidelijke KPI’s. In bijlage 2 is een overzicht hiervan opgenomen. We volgen de ontwikkelingen met behulp van bestaande, bij voorkeur openbare databronnen zoals de Klimaatmonitor, Waarstaatjegemeente.nl en CBS-gegevens. Deze combineren we met projectdata uit onze eigen uitvoering. Daarnaast ontwikkelen we samen met de regio Alkmaar een eigen dataset op basis van de Digitale Tweeling, die momenteel nog in opbouw is. Deze regionale monitor zal naast data ten behoeve van de energietransitie ook gegevens bevatten over klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen.

Hoewel de kern van de KPI’s regionaal is afgestemd, kunnen BUCH-gemeenten eigen indicatoren toevoegen. We leveren hiervoor actieve input en nemen deel aan regionale overlegtafels. Voor de pijler Duurzame Mobiliteit ontwikkelt de provincie Noord-Holland in 2025 een RMP-monitor. Deze volgt de uitvoering en voortgang van maatregelen, en meet hun effect op duurzame mobiliteit. Zodra deze beschikbaar is, gebruiken we de monitor om onze prestaties en doelrealisatie te beoordelen. Binnen de pijler Duurzame Bedrijfsvoering bepalen we jaarlijks de CO₂-voetafdruk van onze organisaties. Op basis van deze inzichten kiezen we gerichte acties en passen we indien nodig de strategie aan. Ook maken we het energieverbruik van onze aansluitingen inzichtelijk, zodat we gerichter kunnen optimaliseren. Daarnaast monitoren we het gebruik van duurzaamheidscriteria bij inkoop en de impact daarvan. Voor woon-werkverkeer analyseren we trends in mobiliteitskeuzes en sturen we bij waar nodig, om duurzame alternatieven te stimuleren. Zo zorgen we dat onze ambities daadwerkelijk worden gerealiseerd.

58

DEEL IV: Bijlagen

Bijlage 1 Ac?viteitenoverzicht

59

60

61

62

63

64

65

Bijlage 2 Bronnenoverzicht en KPI’s monitoring

66

67

68

69

70

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=c5f8790d-c8bf-4083-bf21-5ebd388d91b5