CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

C14b. UH-Strategie ODNHN 2024-2027_2

Raadsvergadering 29 januari 2024, gemeente HeilooBij agendapunt: Ter kennis van de raad te brengen collegebesluiten en -memo’s (CAT C)22.782 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het blijkt dat ook in Noord-Holland Noord nog een groot oppervlakte aan asbestdaken aanwezig is. De OD NHN blijft de gemeenten informeren over de (mogelijke) acties rond de asbestdaken. Bodem - Bodemactiviteiten met hoog risico op bodemverontreiniging

bedrijfsactiviteiten is er een risico dat schadelijke stoffen in de bodem terechtkomen. Om de impact op de bodemkwaliteit te beperken, moeten de bedrijfsactiviteiten - in lijn met de vanaf 1 januari 2024 geldende richtlijn Bodembescherming: combinaties van voorzieningen en maatregelen (BB-CVM) - voldoen aan een ‘verwaarloosbaar bodemrisico’. Als bedrijven hieraan niet voldoen, bestaan er milieurisico’s voor het gebied en het grondwater. Het bedrijf kan met een maatwerkverzoek een aanvaardbaar bodemrisico aanvragen. Saneringsmaatregelen zijn vaak kostbaarder dan preventieve maatregelen. Het begrip ‘verwaarloosbaar bodemrisico’ komt niet terug onder de Omgevingswet, maar het uitgangspunt blijft hetzelfde: bodemverontreiniging zoveel mogelijk voorkomen. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet, verschuift een deel van de provinciale bodemtaken op het gebied van bodemverontreiniging, naar de gemeenten. Inschatting van de provincie Noord-Holland is dat dit ongeveer 70 procent van de huidige Wbb-taken omvat. De uitvoering van het overgrote deel van deze taken is en blijft een basistaak, uitgevoerd door de omgevingsdienst. Het gaat hierbij zowel om toezicht, handhaving en vergunningverlening, als om juridische en beleidsmatige advisering.

Deze taakverschuiving betekent dat: • gemeenten richting de omgevingsdienst de opdrachtgever voor deze taken worden (mandaat en financiën); • gemeenten het beleidskader hiervoor vaststellen (ambitie, doelen); • de omgevingsdienst blijft zorgdragen voor een goede uitvoering van deze taken.

Het is wettelijk verplicht om de bodem te beschermen tegen de aanwezigheid van schadelijke stoffen. Bij verschillende OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

pagina 31

Deel 2: Beleidskader Bovenstaande geldt niet voor de gemeente Alkmaar. Deze gemeente heeft nu al onder de Wet Bodembescherming dezelfde bodemtaken als de provincie. Natuur - Doden, vangen en/of onnodig lijden van dieren in de nabijheid van bebouwde kom Binnen de soortenbescherming van de Wet natuurbescherming houdt het team Jacht, beheer en schadebestrijding zich onder andere bezig met het voorkomen, reguleren, toezicht houden op en adviseren over deze wet. Hier ligt een focus op de nabijheid van de bebouwde kom wegens het verbod op het gebruik van een geweer binnen bebouwde kom en de (aantasting van het gevoel van) veiligheid. Natuur - Grootschalig doden dieren wegens verduurzaming en projectontwikkeling Binnen de soortenbescherming van de Wet natuurbescherming houdt het team Ruimtelijke ingrepen zich onder andere bezig met het reguleren, toezicht houden en adviseren bij ruimtelijke ingrepen. Bij elke ruimtelijke inrichting en ontwikkeling gaan we na of de werkzaamheden een negatief effect kunnen hebben op beschermde plant- en diersoorten. Bij grootschalige renovatie en sloopwerkzaamheden in het kader van woningbouw en verduurzaming kunnen op grotere schaal verblijfplaatsen en dieren vernietigd en gedood worden.

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

Natuur – Stikstof: agrarische sector, (zware) industrie, bouw en infra Binnen de gebiedsbescherming van de Wet natuurbescherming houdt het team Stikstof zich onder andere bezig met het reguleren, toezicht houden en adviseren op activiteiten waarbij uitstoot van stikstof plaatsvindt. De provincie wil de stikstofuitstoot terugdringen, zodat planten en dieren in de stikstofgevoelige gebieden (N2000) kunnen blijven groeien en leven. Samen met gemeenten, natuurbeheerders, de landbouw, de bouw en de industrie zoekt de provincie naar oplossingen. Hierbij zijn de belasters als gevolg van de agrarische sector, (zware) industrie, bouw en infra voornamelijk in beeld. De behandeling van aanvragen voor stikstofvergunningen is met name voor regulering een aanzienlijke belasting. Natuur - Werkzaamheden in N2000-gebied, kap- en herplantwerkzaamheden Binnen de gebiedsbescherming van de Wet natuurbescherming houdt het team Gebieden en houtopstanden zich onder andere bezig met het reguleren, toezicht houden en adviseren op de 19 Natura 2000-gebieden in Noord-Holland. Voor elk van deze gebieden is bepaald welke natuurlijke kenmerken beschermd zijn, behouden moeten blijven of uitgebreid moeten worden. Werkzaamheden die uitgevoerd worden in een N2000-gebied kunnen leiden tot verstoring of vernietiging van die kenmerken. Bij het kappen van houtopstanden (bosgebieden) buiten de bebouwde

pagina 32

Deel 2: Beleidskader kom gelden voorwaarden, waaronder de herplantplicht. Dit mede om vermindering van het areaal bosgebied te voorkomen. Vaarwegen - Situaties die gevaar of hinder voor nautisch verkeer veroorzaken Bij toezicht op en handhaving van wet- en regelgeving op het gebied van wegen en vaarwegen, richt de OD NHN zich vooral op de circa 250 kilometer vaarweg die de provincie in beheer heeft. Doel van het toezicht is de bevordering van de doorstroming van het vaarverkeer op de Noord-Hollandse routes. De veilige doorgang van vrachtvaart en tegengaan van nieuwe en bestaande illegale ligplaatsen door woonschepen en de recreatievaart hebben prioriteit. Zwemwater - Zwemwatergelegenheden die een gevaar vormen voor gebruikers De OD NHN reguleert, controleert en adviseert voor de hele provincie Noord-Holland officiële zwemlocaties op veiligheid en waterkwaliteit. Dit geldt ook voor badinrichtingen. Hier controleren we op de wettelijke hygiëne en veiligheidsvoorschriften. Het voorkomen van gevaarlijke situaties voor gebruikers of bezoekers heeft een hoge prioriteit. ZZS - Zeer Zorgwekkende Stoffen Een zeer zorgwekkende stof (ZZS) is een stof die een gevaar vormt voor mens of milieu vanwege bijvoorbeeld carcinogene, mutagene, reprotoxische eigenschappen of de accumulatie in de voedselketen.

De emissie naar bodem, water en lucht van ZZS is een groeiend OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

probleem. De PFAS-crisis laat zien tot welke maatschappelijke onrust ZZS kunnen leiden. Uit diverse landelijke rapporten en pilots blijkt dat het huidige ZZS-beleid niet voldoende is om grip te krijgen op dit probleem. De opgaven bestaan o.a. uit: • het vergroten van de technische kennis bij zowel bedrijven als overheden; • een meer integraal beleid dat beter aansluit op de diffuse verspreiding van ZZS; • het organiseren van de taken en capaciteit. Een eenduidige, landelijke benadering wordt vanuit het RIVM en Omgevingsdienst NL gestimuleerd en regionaal uitgezet. De eerste overleggen met betrokken partners in Noord-Holland hebben in 2023 plaatsgevonden. De OD NHN bekijkt op welke wijze vergunningverlening, toezicht en handhaving het beste vorm kunnen krijgen en houdt rekening met de landelijke en regionale benadering. Water - Gebruik en kwaliteit van water De kwaliteit en het gebruik van water in Nederland vraagt steeds meer aandacht. Lozingen van bedrijven op het riool (de zogenaamde indirecte lozingen) kunnen gevolgen hebben op het zuiveringsproces en op de kwaliteit van het gezuiverde afvalwater. De betrokken partijen (gemeenten, provincie, waterschap, drinkwaterbedrijf, natuurbeheerder PWN, Rijkswaterstaat en omgevingsdiensten) gaan nauwer samenwerken om de grip op de lozingen van probleemstoffen te versterken.

We willen gewenst gedrag bij bedrijven stimuleren en ongewenst gedrag ontmoedigen. Daar waar nodig treden we handhavend op. Onderdeel van deze gezamenlijke pagina 33

Deel 2: Beleidskader aanpak is de bemonstering van afvalwater bij bedrijven op probleemstoffen. Zeer Zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn daarbij een belangrijk aandachtpunt.

instrumenten regulering en toezicht en handhaving steeds meer plek krijgen.

Het gebruik van zoetwater vraagt meer aandacht omdat dit steeds schaarser wordt. In het kader van circulariteit is dit ook een aandachtspunt (denk bijvoorbeeld aan het sturen op gesloten koelwatersystemen).

OW – Omgevingsadvies strategisch

CE - Circulair grondstoffengebruik Nederland wil voor 2030 het grondstoffengebruik met 50% verminderen. Tegen 2050 streven we naar een volledig circulaire economie waarin geen afval bestaat en grondstoffen continu worden hergebruikt. Zowel nieuwe als bestaande bedrijven zijn actief bezig met het ontwikkelen van circulaire initiatieven, waarbij ze reststromen opwaarderen en gebruiken als product of grondstof. Dit doen ze door het vergroten van het gebruik van secundaire grondstoffen, het verminderen van het gebruik van primaire grondstoffen en het veilig en verantwoordelijk gebruik van hernieuwbare grondstoffen. De bestaande wet- en regelgeving sluit nog niet volledig aan op de overgang naar een circulaire economie, wat uitdagingen met zich meebrengt, zoals de afvalstatus van potentiële grondstoffen. We moeten verantwoorde oplossingen vinden binnen de kaders van gezondheid en veiligheid om deze belemmeringen aan te pakken. De OD NHN stelt een Routekaart CE op waarin we het (boven) regionale beleid vertalen in acties, projecten en opleidingen. Natuurlijk in afstemming met de partners. De rol van advisering is bij dit ontwikkelthema groot. In de loop van de tijd zullen de

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

De Omgevingswet vraagt om een integrale en samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. De omgevingsdienst heeft veel kennis over de leefomgeving die bij het opstellen van een omgevingsvisie of omgevingsplan en bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid van belang is voor de deelnemers. De omgevingsadviseurs van de OD NHN zijn daarbij de spil. Zij werken intern samen met collega’s (specialisten, vergunningverleners, toezichthouders) en komen zo tot integrale adviezen. De afgelopen periode zijn er op deze wijze al diverse producten ontwikkeld zoals Advies Omgevingsvisie, Advies Omgevingsplan, Omgevingsscan en Omgevingsanalyse. Deze producten zijn opgenomen in de Producten- en dienstencatalogus (PDC). Omgevingsadvies is geen basistaak en grotendeels vraag gestuurd. In de regionale werkgroep Kerninstrumenten Omgevingsvisie en -plan zijn hierover afstemmingsafspraken gemaakt tussen de gemeenten en de (keten)partners. Bij een integraal en samenhangend advies speelt data-en informatiebeheer een grote rol. Naast de beschikbaarheid en toegankelijkheid van data is ook de presentatie met behulp van digitale kaarten een belangrijk aandachtpunt. Energie – veilige en duurzame energietransitie Er ligt een grote opgave op het gebied van de energietransitie en verduurzaming. Deze resulteert in nieuwe risicobronnen met pagina 34

Deel 2: Beleidskader gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes en buisleidingen. Zo is het gebruik van waterstof een belangrijke ontwikkeling in de provincie. Knelpunt in de energietransitie is de energieinfrastructuur. In de provincie Noord-Holland is daarvoor een Taskforce energie-infrastructuur ingesteld. Ruimtelijke ontwikkelingen vinden vaak plaats in gebieden dicht bij de risicobronnen. Dit vraagt om samenwerking tussen overheidsinstanties om te bepalen of het basis beschermingsniveau voldoende is of extra maatregelen nodig zijn. Een adequaat monitorings- en evaluatiesysteem, zoals het nieuwe Register Externe Veiligheid (REV), kan hierbij helpen. De OD NHN kan een aantal taken en rollen voor de gemeenten en regio’s invullen. Deze variëren, afhankelijk van de behoefte, van een beleidsadviserende tot een uitvoerende rol of de rol van initiator/coördinator van lokale, regionale of bovenregionale projecten. Toezicht - Ketentoezicht/ondermijning Ketentoezicht en ondermijning vragen om een andere manier van bedrijfs- of branche overstijgend toezicht. Het is meer gericht op het voorkomen van en de aanpak op milieucriminaliteit, een verantwoorde circulaire economie en structureel inzicht in grondstoffengebruik en verwerking van reststoffen.

Om hun criminele activiteiten uit te kunnen voeren, maken criminelen gebruik van allerlei legale diensten en voorzieningen. Zij vragen bijvoorbeeld vergunningen aan, richten bedrijven op en huren en kopen panden. Hierdoor worden criminelen onbedoeld gefaciliteerd door de ‘bovenwereld’. Ondermijning is een probleem dat de maatschappij verzwakt en uiteindelijk zelfs ontregelt. De omgevingsdienst(en) en de gemeente(n) werken bij de aanpak van ondermijning samen met onder meer de politie, het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst. Signalen pakken verschillende overheidsdiensten in een zo vroeg mogelijk stadium gezamenlijk op. De omgevingsdienst(en) en gemeente(n) richten zich daarbij ook op het voorkómen van ondermijnende criminaliteit. Dit doen ze door bijvoorbeeld vergunningen te weigeren, in te trekken of door integrale controles uit te voeren. Samen met bijvoorbeeld de politie, de brandweer en andere partners. Ook kan een burgemeester panden sluiten en boetes opleggen. De Wet Bibob (Bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur) wordt toegepast in het kader van vergunningaanvragen overeenkomstig de gemaakte afspraken met onze deelnemers.

De bevoegdheden van de OD NHN zijn bij ketentoezicht en ondermijning in veel gevallen beperkt. Met het leveren van, en adviseren over, beschikbare data kan de OD NHN wel een belangrijke ondersteuning leveren aan overige handhavingspartners. Samenwerking met partners en data- en informatiebeheer zijn essentieel bij ketentoezicht en ondermijning. OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

pagina 35

Deel 3

Vertaling naar VTH&A-instrumentarium pagina 36

Deel 3: Vertaling naar VTH&A-instrumentarium In het voorgaande is geanalyseerd hoe de OD NHN haar inzet gericht kan plegen om bij te dragen aan de maatschappelijke opgaven, en de beleidsopgaven van haar deelnemers. Dit doet ze door inzet van haar VTH&A-instrumentarium. Hierbij horen werkwijzen, methoden en (wettelijke) criteria. Daarbij worden, voor zover mogelijk, afwegingen gemaakt vanuit het oogpunt van effectiviteit en efficiëntie. Dit wordt beschreven in deel 3.

3.2 Wettelijk kader De Omgevingswet, artikel 2.1, eerste lid, verduidelijkt hoe de taakuitvoering, om de doelen van de Omgevingswet te behalen, moet plaatsvinden. Het artikel verwoordt dit als volgt: ‘Een bestuursorgaan van een gemeente, een provincie of het Rijk of, met inachtneming van de Waterschapswet, van een

3.1 Inzet van het VTH&A-instrumentarium in de praktijk Regulering (vergunningverlening), toezicht en handhaving vormen de primaire instrumenten die de omgevingsdiensten inzetten om de beleidsdoelstellingen te behalen. Hiernaast zetten we ook het instrument adviesverlening in toenemende mate in. Deze instrumenten samen vormen het zogeheten VTH&Ainstrumentarium. Inzet van de instrumenten kan gebiedsgericht gebeuren. Specifieke opgaven of hun onderlinge samenhang kunnen om een gebiedsgerichte benadering vragen (zoals Natura 2000-gebieden, gebieden met een bouwbestemming of energietransitie op bedrijventerreinen). Bij de uitvoering van taken op het gebied van regulering, toezicht en handhaving en advisering is een goede integrale en samenhangende organisatie steeds meer afhankelijk van data en de toegankelijkheid daarvan. Dataverwerkingssystemen zijn continu in ontwikkeling en de vraag naar steeds weer nieuwe data en hun samenhang groeit sterk met de Omgevingswet en de beleidsopgaven.

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

waterschap oefent zijn taken en bevoegdheden op grond van deze wet uit met het oog op de doelen van de wet, tenzij daarover specifieke regels zijn gesteld.’ Dit houdt voor omgevingsdiensten in dat de maatschappelijke opgaven, zoals verwoord in artikel 1.3 van de Omgevingswet, altijd het uitgangspunt is bij de inzet van het VTH&A-instrumentarium, tenzij geldende wet- en regelgeving, op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau, een voorgegeven handelswijze voorschrijft. Omgevingswet, artikel 2.1, tweede lid, vult bij het eerste lid aan: ‘Het bestuursorgaan houdt daarbij rekening met de samenhang van de relevante onderdelen en aspecten van de fysieke leefomgeving en van de rechtstreeks daarbij betrokken belangen.’ Wederom wordt hiermee benadrukt dat de Omgevingswet het afwegen en het zoeken van ‘samenhang’ centraal stelt. Wat wordt in samenhang benaderd? ‘Relevante onderdelen en aspecten van de fysieke leefomgeving’ en ‘rechtstreeks daarbij betrokken belangen’. Ten aanzien van ‘relevante onderdelen en aspecten van de fysieke

pagina 37

Deel 3: Vertaling naar VTH&A-instrumentarium 8

De nalevings-strategie bevat de preventiestrategie, de toezichtstrategie en de handhavingsstrategie. De handhavingsstrategie bevat de sanctionerings-strategie en de gedoogstrategie.

leefomgeving’ spreekt de Omgevingswet op verschillende plaatsen zowel van:

beschreven in enkele uitvoeringsstrategieën, zoals weergegeven in figuur 98.

- ‘kwaliteiten’ van de leefomgeving: - ‘functies’ van de leefomgeving, die evenwichtig moeten worden toebedeeld; - ‘projecten’ in de leefomgeving om maatschappelijke doelen te realiseren, en; - ‘activiteiten’ (als omgevingsplanactiviteit, milieubelastendeactiviteit, bouwactiviteit, Natura 2000-activiteit). Ten aanzien van de ‘rechtstreeks daarbij betrokken belangen’ zijn de beleidsdoelen van de deelnemers ook een belang. Het strikt redeneren vanuit een voorgegeven taak is dus onder de Omgevingswet niet meer goed vol te houden. Het gaat om het in ogenschouw nemen van de opgaven en daarbij de adequate inzet en toepassing van het VTH&A-instrumentarium bepalen. Het gaat om een adequaat antwoord op specifieke opgaven, in specifieke situaties.

3.3 Strategieën voor toepassing van het VTH&A-instrumentarium Zoals beschreven in artikelen 13.6 en 13.7 van het Omgevingsbesluit, dienen de omgevingsdiensten in ieder geval voor de taken vergunningverlening (regulering), toezicht en handhaving te beschrijven hoe aan deze taken uitvoering wordt gegeven. Dit wordt

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

Figuur 9: Strategieën bij de instrumenten van de omgevingsdiensten

In wat volgt werken we bovengenoemde strategieën uit. Bij elk van de strategieën lichten we de impact toe die de Omgevingswet heeft op de taakuitvoering. Ook worden gedeelde doelstellingen voor de betreffende taak beschreven, evenals een gedeelde werkwijze. Het beschrevene gaat over hetgeen de vier Noord-Hollandse omgevingsdiensten gemeenschappelijk delen. Een nadere uitwerking per taak, geven zij in hun individuele U&H-strategie.

pagina 38

Deel 3: Vertaling naar VTH&A-instrumentarium 3.4 Reguleringsstrategie

Gedeelde visie op regulering door Noord-Hollandse omgevingsdiensten

Regulering algemeen

De Noord-Hollandse omgevingsdiensten hanteren voor regulering de volgende uitgangspunten.

Definitie van regulering Onder regulering wordt verstaan: het toepassen van normatieve prikkels om beleidsdoelen te realiseren. Dit omvat het stellen van regels, binnen de kaders van de wet- en regelgeving. Meer in het bijzonder gaat dit over het verlenen van toestemming door het bevoegd gezag, op basis van toetsing van een aanvraag of melding aan de wettelijke voorschriften. Werkzaamheden van de omgevingsdiensten in dit kader, zijn: -

het voeren van een vooroverleg; het leveren van informatie (informatieplicht); het al dan niet verlenen van een omgevingsvergunning; het afgeven van een advies met instemming; het actualiseren van een vergunning; het behandelen van een melding; het opstellen en/of het intrekken van een maatwerkvoorschrift - het beoordelen en/of het vaststellen van gelijkwaardigheid; - het opstellen van een besluit over het al dan niet vereisen van een milieueffectrapportage (m.e.r.-beoordeling); - het leveren van een specifieke bijdrage aan een meervoudige vergunningprocedure, op verzoek van een gemeente of omgevingsdienst.

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

• De Noord-Hollandse omgevingsdiensten beoordelen initiatieven vanuit mogelijkheden en oplossingen (“Ja, mits” i.p.v. “Nee, tenzij”); • De Noord-Hollandse omgevingsdiensten handelen aanvragen zo snel mogelijk af, en in ieder geval binnen de beslistermijnen; • Vergunningen zijn actueel en handhaafbaar; • Het digitale vergunningenbestand is actueel.

Regulering krijgt onder de Omgevingswet een ander karakter dan in de oude situatie met de Wabo en Wet milieubeheer. De Noord-Hollandse omgevingsdiensten ontwikkelen zich onder de Omgevingswet steeds meer richting opgave-gericht reguleren. Veel (milieubelastende) activiteiten vallen onder algemene rijksregels en dat betekent dat initiatiefnemers aan voorschriften moeten voldoen zonder dat een besluit nodig is om de activiteit te mogen verrichten. Een activiteit kan dan starten, zolang de algemene regels in acht worden genomen. Voor deze bedrijven is het wel vaak mogelijk om maatwerkvoorschriften te stellen. Daarmee kunnen de maatschappelijke doelen uit de wet en de beleidsdoelen uit de

pagina 39

Deel 3: Vertaling naar VTH&A-instrumentarium

9

Voor natuur geldt dat wordt onderzocht of en hoe dit op termijn vorm kan krijgen.

regio worden vertaald naar de voorschriften voor (milieubelastende) activiteiten.

niet-ontvankelijk verklaard, tenzij het bedrijf de informatie alsnog verstrekt

Om beleidsopgave(n) te realiseren kan de omgevingsdienst ertoe besluiten scherp te vergunnen9. Dit houdt in dat zo dicht mogelijk tegen de onderkant van de BBT-bandbreedte wordt vergund, met het oog op de realisatie van zoveel mogelijk milieu- en natuurbescherming en -herstel. Dit geldt in ieder geval voor de aanvragen waarvoor Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland bevoegd gezag is. De aanvrager van een omgevingsvergunning motiveert hoe aan de onderkant van de BBTbandbreedte is voldaan.

Voor het uitvoeren van milieubelastende activiteiten is het wettelijk verplicht om het bevoegd gezag van informatie te voorzien. Dit gaat deels over het aanleveren van gegevens en bescheiden en deels over de plichten om te informeren over gebeurtenissen. Het aanleveren van gegevens en bescheiden moet vier weken voorafgaand aan de start van een activiteit. Deze informatieplicht geldt voor alle milieubelastende activiteiten die in hoofdstuk 3 Besluit activiteit leefomgeving (Bal) zijn aangegeven. Bij de plicht tot aanleveren van gegevens en bescheiden gaat het om de uitvoering van artikel 2.18 Bal. Dit is niet hetzelfde als een ‘meldingsplicht’, want daarbij geldt een verbod om te starten met de activiteit zolang die niet is gemeld. De meldingsplicht blijft voor specifieke activiteiten bestaan.

De omgevingsdiensten kunnen het voorzorgsbeginsel gebruiken bij hun besluitvorming over vergunningen en maatwerk. Het voorzorgsbeginsel houdt in dat een overheid maatregelen kan nemen als er gegronde redenen zijn om te vrezen dat activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben (impact) terwijl er sprake is van een tekort aan specifieke wetenschappelijke zekerheid over de relatie tussen oorzaak en gevolg. Korte lijnen tussen de omgevingsdienst en de deelnemers (i.e. opdrachtgevers) tijdens het vergunningproces, goed vooroverleg en het voldoen aan de indieningsvereisten door de aanvrager zijn van belang voor een vlotte afhandeling van de aanvraag, binnen de termijnen. De omgevingsdiensten behandelen een aanvraag in beginsel niet als een aanvraag niet compleet is. In dit geval wordt een verzoek om aanvullingen gedaan. Een aanvraag die onvoldoende informatie bevat om tot een besluit te komen wordt

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

Gedeelde werkwijze voor regulering door Noord-Hollandse omgevingsdiensten De Noord-Hollandse omgevingsdiensten werken met een vraaggestuurde én opgavegerichte aanpak. Vraaggestuurd houdt in dat de aanvrager van de vergunning leidend is in de prioritering van de behandeling van aanvragen. Opgavegericht houdt in dat vergunningen en maatwerkbeschikkingen die verband houden met specifieke regionale opgaven nadrukkelijke aandacht krijgen. De omgevingsdiensten anticiperen daarop door zo goed mogelijk te voorspellen welke aanvragen te verwachten zijn en welk maatwerk noodzakelijk is, door middel van contact met de initiatiefnemer c.q. ondernemer over diens plannen en planning. Daarbij gaat het om ontwikkelingen in de omgeving of ontwikkelingen bij het bedrijf,

pagina 40

Deel 3: Vertaling naar VTH&A-instrumentarium in combinatie met de technische ontwikkelingen, de historie qua normering en naleving en de prioriteiten.

te reguleren door het stellen van maatwerkvoorschriften (zie maatwerkvoorschriften).

De Noord-Hollandse omgevingsdiensten bepalen de complexiteit van een aanvraag door zowel naar de technisch-inhoudelijke als de sociaal-maatschappelijke complexiteit te kijken. Hoe dit gebeurt, en de te volgen procedure (regulier, uitgebreid, gefaseerd) is uitgewerkt in de uitvoerings- en handhavingsstrategie per omgevingsdienst. Het benodigde niveau van toetsing wordt door de omgevingsdienst bepaald.

Voor natuuractiviteiten zijn de maatwerkvoorschriften een nieuw instrument, zoals voor houtopstanden. We gaan de mogelijkheden om meer maatwerkvoorschriften toe te passen onderzoeken.

Regulering op aanvraag Onder regulering op aanvraag verstaan we alle aanvragen die de omgevingsdienst behandelt. Hieronder vallen:

Het toepassen van gelijkwaardige maatregelen wordt geregeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet. Het gaat dan om een maatregel waarmee tenminste hetzelfde resultaat wordt bereikt als met de algemene regel. Gelijkwaardige maatregelen kunnen fysieke maatregelen zijn, maar bijvoorbeeld ook bepaalde werkwijzen en meetmethoden. Gelijkwaardige maatregelen zijn altijd toegestaan. Meestal is toestemming van het bevoegd gezag nodig om een gelijkwaardige maatregel te mogen toepassen, soms is dat niet het geval.

- aanvragen omgevingsvergunning, - meldingen, - overige aanvragen (waaronder maatwerkvoorschriften, aanvragen tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel, intrekkingsverzoeken, aanvragen om advies met instemming en informatieplichten). Onder de Omgevingswet wordt een omgevingsvergunning niet meer automatisch verleend als de beslistermijn voorbij is (lex silencio positivo). De termijnen veranderen. Activiteiten vallen vaker onder algemene regels. De afhandeling van meldingen bij bedrijven is arbeidsintensiever, omdat er ook ruimte is om de milieubelasting van de activiteiten van deze bedrijven op een adequate wijze

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

pagina 41

Deel 3: Vertaling naar VTH&A-instrumentarium Beoordelingen op aanvraag

Wijze van prioriteren bij regulering op aanvraag

Doel

Omgevingsvergunningen en overige beoordelingen zijn rechtmatig (d.w.z. overeenkomstig wet- en regelgeving en tijdig verleend) en doelmatig (d.w.z. dragen bij aan het behalen van de maatschappelijke opgave en zijn begrijpelijk).

Indicatoren

Outcome (kwalitatief):

Dit type prioriteren draagt bij aan prioritering van werkzaamheden zoals bedoeld in het Omgevingsbesluit, artikel 13.6, eerste lid, onder a. In strikte zin is er bij vergunningverlening geen sprake van prioriteren. Vergunningen handelen we altijd af binnen de geldende beslistermijnen. Wel worden aanvragen intensiever of minder intensief getoetst op specifieke aspecten. De intensiteit is afhankelijk van de omvang en complexiteit van de aanvraag.

• Wijze waarop omgevingsvergunningen en overige beoordelingen bijdragen aan beleidsdoelstellingen • Gehoor geven aan randvoorwaarden uit de werkprocessen (gebruik sjablonen, vierogenprincipe, handhaafbaarheidscontrole, etc.) Output (kwantitatief): • Aantal vergunningen, meldingen, maatwerkvoorschriften, gelijkwaardige maatregelen • percentage van de ontvankelijk verklaarde aanvragen, binnen de gestelde termijnen Monitoring

De monitoring van outcome-indicatoren geschiedt door een representatieve steekproef op de afgegeven beoordelingen. Output-indicatoren houden we voortdurend actueel.

Complexiteit wordt bepaald door rekening te houden met: - Technisch-inhoudelijke complexiteit: combinatie van de activiteit(en) in kwestie en/of het gebied waar de activiteit(en) plaatsvinden. - Sociaal-maatschappelijke complexiteit: sprake van vele actoren met eigen ideeën en belangen. Sociaal-maatschappelijke complexiteit neemt toe als met de aanvraag een grote impact kan worden gemaakt op de beleidsopgaven en/of als belangen niet overeenkomen met de beleidsopgaven. Zie hiervoor de risico- en impactanalyse, zoals toegelicht in deel 2 van deze U&H-strategie. Daarnaast kan de aanvraag enkelvoudig (uit één deel bestaand) ofwel meervoudig (uit meerdere delen bestaand) zijn. Dit resulteert in vier categorieën, zoals getoond in onderstaande figuur.

Rapportage vindt 1 keer per jaar plaats.

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

pagina 42

Deel 3: Vertaling naar VTH&A-instrumentarium Voor meldingen geldt dat deze afhankelijk van de categorie meer of minder intensief worden opgevolgd: • Cat. 4:

• Cat. 3: • Cat. 2: • Cat. 1:

Actief opvolgen door bijvoorbeeld het stellen van maatwerkvoorschriften met extra aandacht voor het informeren en betrekken van belanghebbenden. Actief opvolgen met extra aandacht voor het informeren van belanghebbenden. Actief opvolgen door bijvoorbeeld het stellen van maatwerkvoorschriften. Geen actieve opvolging.

Werkwijze bij regulering op aanvraag Figuur 10: Matrix ter beoordeling van de categorie van een vergunningaanvraag

Afhankelijk van de categorie wordt een omgevingsvergunningaanvraag meer of minder intensief getoetst. • Cat. 4: • Cat. 3: • Cat. 2: • Cat. 1:

intensief getoetst. normaal getoetst met aanvullende aandacht voor indieningsbescheiden. normaal getoetst met aandacht voor indieningsbescheiden. extensief getoetst.

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

De Noord-Hollandse omgevingsdiensten hanteren de volgende gezamenlijke werkwijze: - Behandelen een aanvraag zelfstandig wanneer er sprake is van activiteiten waarvoor de omgevingsdienst bevoegd is of gemandateerd om deze te behandelen. - Maken een deelconcept omgevingsvergunning voor een (milieubelastende) activiteit als voor méér dan alleen het onderdeel van deze activiteit een omgevingsvergunning nodig is of een advies met instemming. - Stemmen af met bevoegd gezagen wanneer er sprake is van een meervoudige omgevingsvergunningsaanvraag of wanneer er prioriteit nodig is.

pagina 43

Deel 3: Vertaling naar VTH&A-instrumentarium - Gaan bij nieuwe wet- en regelgeving na of er aanleiding is voor actualisering, en kijken regelmatig of de voorschriften van de vergunning nog toereikend zijn. - Organiseren vooroverleg wanneer hier voor een toekomstig(e) omgevingsvergunningsaanvraag/initiatief behoefte aan is, en als de omgevingsdienst regievoerder is. - In het geval dat een omgevingsdienst een meervoudige vergunningaanvraag ontvangt waarbij meerdere partijen een toetsende rol spelen vindt afstemming plaats tussen de omgevingsdienst en de betreffende partijen.

inzage in het volledige dossier in verband met risico’s in relatie tot politieke en/of maatschappelijke gevoeligheden. - Voor gelijkwaardige maatregelen geldt: akkoord bevonden gelijkwaardige maatregelen worden bijgehouden in een helder overzicht waarmee snel wordt beoordeeld welke maatregelen als gelijkwaardig kunnen worden toegepast. Bovendien zorgt dit overzicht voor duidelijkheid over de algemeen aanvaarde onderbouwing en (gronden voor) acceptatie van gelijkwaardige maatregelen.

Criteria bij regulering op aanvraag De OD NHN hanteert daarnaast de volgende werkwijzen: - De omgevingsdienst stimuleert het volledig aanleveren van informatie door de aanvrager/initiatiefnemer, door heldere communicatie over welke gegevens bij de aanvraag moeten worden verstrekt. Als mogelijk geeft de omgevingsdienst voorafgaand aan de aanvraag een indicatie van de kans op positieve besluitvorming rond de aangevraagde vergunning, functiewijziging en/of bestemmingsplan(wijziging). - Bij het opstellen van een uitvoeringsprogramma wordt op grond van de risicoanalyse het niveau van toetsing van een omgevingsvergunningsaanvraag (indien nodig) nader geconcretiseerd. - Als er voor een toekomstig(e) omgevingsvergunningsaanvraag/initiatief behoefte is aan vooroverleg wordt dit klantgericht georganiseerd. De OD NHN wordt indien nodig in het behandelteam van de gemeente opgenomen én heeft

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

De OD NHN hanteert de volgende criteria voor het beoordelen van en beslissen op aanvragen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen: - Behandeling van omgevingsvergunningsaanvragen is afgestemd op geldende wet- en regelgeving, landelijke standaarden, innovaties van bedrijven en op regionaal beleid. - Behandeling van omgevingsvergunningsaanvragen gebeurt binnen de daarvoor gestelde wettelijke termijnen of termijn gebaseerd op (werk)afspraken. - Behandeling van omgevingsvergunningsaanvragen gebeurt op basis van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het zorgvuldigheids-, het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel.

pagina 44

Deel 3: Vertaling naar VTH&A-instrumentarium - Behandeling van omgevingsvergunningsaanvragen gebeurt (waar nodig) integraal, waarbij verschillende aspecten en wetten op samenhangende wijze zijn opgenomen. - Behandeling van omgevingsvergunningsaanvragen gebeurt (waar nodig) in afstemming met bestuurs- en adviesorganen of belanghebbende derden. - Bij beoordeling van complexiteit van omgevingsvergunningsaanvragen betrekken we in ieder geval deze aspecten: • • • •

ligging ten opzichte van de omgeving; klachtenregistratie bij soortgelijke initiatieven; handhavingsgeschiedenis bij soortgelijke initiatieven; geschiedenis van bezwaar en beroep of zienswijzen bij soortgelijke initiatieven; • berichtgeving in de media; • informatie uit het locatiedossier en van (collega’s met) gebieds-specifieke kennis/branche kennis; • informatie van betrokken collega’s bij de gemeente. - Initiatiefnemers moedigen we aan om voor de aanvraag al in overleg te gaan met belanghebbende derden, partners en adviseurs. - De opgestelde concept omgevingsvergunning wordt intern getoetst op: • overeenkomstigheid met huidige wet- en regelgeving en de beschikbare (wetenschappelijke) kennis over het onderwerp; • inhoudelijke afwegingen en leesbaarheid d.m.v. het vier-ogenprincipe; OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

• handhaafbaarheid, helderheid en eenduidigheid van de voorschriften en het besluit; • juridische houdbaarheid. - We werken in de geest van de wet. Met andere woorden: de beoordeling richt zich op de doelen die de opsteller van de regels met de voorgeschreven maatregelen heeft willen bereiken.

Ambtshalve regulering (proactief) Onder ambtshalve regulering wordt verstaan: regulering die proactief wordt geïnitieerd door de omgevingsdienst. Dit betreft: - actualiseren van omgevingsvergunningen; - wijzigen van omgevingsvergunningen; - intrekken van omgevingsvergunningen; - Ambtshalve (maatwerk)besluiten. De Omgevingswet (artikelen 5.39 en 5.40) regelt voor het bevoegd gezag de verplichting respectievelijk bevoegdheid tot wijziging van de voorschriften van een omgevingsvergunning en tot intrekking van een omgevingsvergunning. Een aantal van die verplichtingen en bevoegdheden is uitputtend geregeld op wetsniveau: • de bevoegdheid tot intrekking van de omgevingsvergunning als gedurende één jaar, of een in de vergunning bepaalde

pagina 45

Deel 3: Vertaling naar VTH&A-instrumentarium langere termijn, geen activiteiten zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; • de bevoegdheid om op eigen initiatief tot intrekking over te gaan; • de bevoegdheid tot intrekking onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; • de bevoegdheid om – bij een milieubelastende activiteit en daarmee samenhangende wateractiviteit waarvoor gecoördineerd omgevingsvergunningen zijn verleend – beide omgevingsvergunningen ook in samenhang in te trekken; • de verplichting tot wijziging van de voorschriften of tot intrekking op verzoek van een bestuursorgaan waarvan instemming vereist was.

houding aan nemen voor het actueel houden van reeds afgegeven vergunningen. Als sprake is van meerdere omgevingsvergunningen milieu en daardoor een situatie is ontstaan die in de weg staat van doelmatige uitvoering en handhaving, kunnen we ambtshalve besluiten die omgevingsvergunningen te vervangen door een nieuwe. Dit is een revisievergunning, overeenkomstig artikel 5.45 Omgevingswet. Bij die vergunning is het mogelijk om voorschriften te wijzigen of (delen van) de eerder verleende vergunningen in te trekken op basis van de artikelen 5.39 en 5.40 Omgevingswet. Intrekken van een omgevingsvergunning of het wijzigen van voorschriften gebeurt overeenkomstig Omgevingswet artikelen 5.39 en 5.40 Omgevingswet.

Artikel 5.38, Omgevingswet schrijft voor dat het bevoegd gezag regelmatig beziet of de voorschriften van de vergunning nog toereikend zijn gezien de ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van het milieu en de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu. Deze actualiseringsplicht geldt alleen voor milieubelastende activiteiten en lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam, zuivering technisch werk of op zee. Onder ontwikkelingen van de technische mogelijkheden tot het beschermen van het milieu verstaan we ook de vaststelling van nieuwe of herziene conclusies over best beschikbare technieken (zoals bedoeld in artikel 13, vijfde en zevende lid, van de richtlijn industriële emissies). Als gevolg van deze actualisatieplicht moet het bevoegd gezag een actievere OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

pagina 46

Deel 3: Vertaling naar VTH&A-instrumentarium Ambtshalve beoordelingen (proactief)

Wijze van prioriteren bij ambtshalve regulering

Doel

De OD NHN gaat over tot ambtshalve regulering als dit nodig is om aan de wettelijke verplichtingen te voldoen, zoals de actualiseringsplicht. Of als er een aanleiding voor is.

Indicatoren

Ambtshalve beoordelingen zijn gericht op het behalen van de beleidsdoelstellingen. Deze beoordelingen zijn rechtmatig (d.w.z. overeenkomstig wet- en regelgeving en actueel) en doelmatig (d.w.z. dragen bij aan het behalen van de maatschappelijke opgave en zijn begrijpelijk). Outcome (kwalitatief): • wijze waarop omgevingsvergunningen en overige beoordelingen bijdragen aan beleidsdoelstellingen. • gehoor geven aan randvoorwaarden uit de werkprocessen (gebruik sjablonen, vierogenprincipe, handhaafbaarheidscontrole, etc.). Output: (kwantitatief): • percentage omgevingsvergunningen die ouder zijn dan 10 jaar

Monitoring

De monitoring van outcome-indicatoren geschiedt door een representatieve steekproef van de afgegeven beoordelingen.

Werkwijze De OD NHN hanteert voor ambtshalve regulering de volgende werkwijze: - als er sprake is van nieuwe wet- en regelgeving wordt nagegaan of er aanleiding is voor actualisering; - bij toepassing van bovenstaande betrekken we de bevindingen van toezicht en handhaving. Maatwerkvoorschriften Met een maatwerkvoorschrift wordt in specifieke gevallen afgeweken van de algemene toepassing van algemene regels voor activiteiten. Maatwerkvoorschriften kunnen we zowel op aanvraag als ambtshalve (op initiatief van de omgevingsdienst) verlenen.

De monitoring van de output-indicator geschiedt door een jaarlijkse analyse van de actualiseringsnoodzaak van in ieder geval de omgevingsvergunningen en milieubelastende activiteiten die ouder zijn dan 10 jaar. Rapportage vindt 1 keer per jaar plaats.

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

pagina 47

Deel 3: Vertaling naar VTH&A-instrumentarium Maatwerkvoorschriften Doel

Maatwerkvoorschriften zijn rechtmatig (d.w.z. overeenkomstig wet- en regelgeving) en doelmatig (d.w.z. dragen bij aan het behalen van de maatschappelijke opgave en zijn begrijpelijk).

Indicatoren

Outcome (kwalitatief): • mate waarin wordt ingezet op de meest relevante thema’s; • gehoor geven aan randvoorwaarden uit de werkprocessen (gebruik sjablonen, vierogenprincipe, handhaafbaarheidscontrole, etc.). Output: (kwantitatief): • aantal verleende maatwerkvoorschriften.

Monitoring

De monitoring van outcome-indicatoren geschiedt door een representatieve steekproef van de afgegeven beoordelingen. De monitoring van outcome-indicatoren geschiedt door een representatieve steekproef van de afgegeven beoordelingen. Output-indicatoren houden we voortdurend actueel. Rapportage vindt 1 keer per jaar plaats.

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) biedt een algemene mogelijkheid voor het bevoegd gezag om af te wijken van de bepalingen van het Bal. Dit kan in individuele gevallen met maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften (artikel 2.13, Bal). In de meeste gevallen volstaan de regels in het Bal. Met maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften kan het bevoegd gezag de landelijke regels meer toespitsen op de situatie of de locatie. Het bevoegd gezag mag geen maatwerkvoorschrift stellen als hij over dat onderwerp een vergunningvoorschrift kan opstellen. Dat staat in artikel 2.13, vierde lid, van het Bal.

Wijze van prioriteren Niet van toepassing. Werkwijze - Wanneer een maatwerkvoorschrift wordt opgesteld wordt daarbij in ieder geval betrokken: • de bestaande toestand van de leefomgeving, voor zover de activiteit daarvoor gevolgen kan veroorzaken; • de gevolgen voor de leefomgeving, die de activiteit kan veroorzaken, mede in onderlinge samenhang bezien; • de met betrekking tot de activiteit en de omgeving redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen die van belang zijn met het oog op de bescherming van de leefomgeving; • de mogelijkheden tot bescherming van de leefomgeving, door de nadelige gevolgen voor de leefomgeving, die de pagina 48

Deel 3: Vertaling naar VTH&A-instrumentarium activiteit kan veroorzaken, te voorkomen, dan wel zoveel mogelijk te beperken; • de onderdelen van de leefomgeving, waarvoor de milieubelastende activiteit gevolgen kan hebben, geldende milieukwaliteitseisen; • de redelijkerwijs te verwachten financiële en economische gevolgen van het maatwerkvoorschrift. - Wanneer een maatwerkvoorschrift is opgesteld, wordt in een toelichting aangegeven op welke wijze deze aspecten bij de voorbereiding van het maatwerkvoorschrift zijn betrokken. - Bij de beoordeling wordt het stand still-beginsel gehanteerd: de leefomgeving zoals het nu is niet laten verslechteren. - Beoordeling geschiedt uniform. - Beoordeling borgt dat als er voor de betreffende activiteit of een activiteit die er direct verband mee houdt een omgevingsvergunning is verleend of aangevraagd, het maatwerkvoorschrift is afgestemd op de voorschriften van die omgevingsvergunning. - Maatwerkvoorschriften zijn in ieder geval in overeenstemming met de gestelde beoordelingsregels en bepalingen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Omgevingsbesluit. - Het stellen van maatwerkvoorschriften is relatief arbeidsintensief en bovendien is volledige informatie van belang. Daarom kan het nodig zijn om voor de beoordeling extra informatie zoals (aanvullend) onderzoek op te vragen bij de beoordeelde partij.

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

3.5 Nalevingsstrategie Onder nalevingsstrategie verstaan we: richtinggevende keuzes voor de inzet van het instrumentarium dat de naleving van geldende weten regelgeving bevordert (het naleefgedrag). Hieronder valt, de: - preventiestrategie, - toezichtstrategie, - handhavingsstrategie (incl. sanctioneringsstrategie en gedoogstrategie). 3.6 Preventiestrategie Definitie van preventie Onder ‘preventie’ wordt verstaan: alle acties die bijdragen aan de verbetering van de spontane naleving van wet- en regelgeving voor de fysieke leefomgeving. Gedeelde visie op preventie van de Noord-Hollandse omgevingsdiensten Voor bevordering van het spontane naleefgedrag wordt ingezet op voorlichting en het uitleggen van het doel van wet- en regelgeving. Relevante onderdelen en aspecten van de fysieke leefomgeving en rechtstreeks daarbij betrokken belangen beschouwen we in

pagina 49

Deel 3: Vertaling naar VTH&A-instrumentarium samenhang en kunnen vragen om specifieke voorlichting. Adequate voorlichting kan de noodzaak tot interventie en correctie verkleinen. De Noord-Hollandse omgevingsdiensten stellen voor preventie het volgende gedeelde uitgangspunt:

De Noord-Hollandse omgevingsdiensten verkleinen de noodzaak tot interventie en correctie door communicatie over wet- en regelgeving.

- Verandering in de condities bij een bedrijf of activiteit, zoals een nieuwe eigenaar of manager of nieuwe gebiedsbeheerder/eigenaar. - Verandering in beleid en/of wettelijke eisen. - Structurele situaties (of terugkerende situaties) waar slecht naleefgedrag is terug te voeren op onvoldoende kennis of binnen grenzen technische en financiële mogelijkheden. Belangrijke instrumenten voor spontane naleving: - Communicatie, kennis- en informatieoverdracht.

Gedeelde werkwijze van de Noord-Hollandse omgevingsdiensten voor preventie De Noord-Hollandse omgevingsdiensten communiceren actief over de in hun werkgebied geldende voorschriften aan instellingen, bedrijven en burgers en overheden. Hiertoe zetten we diverse communicatiemiddelen in, gericht op voorlichting en ondersteunend optreden (zoals vooroverleg). Preventie door de OD NHN Uitgangspunt bij preventief optreden door OD NHN is dat de verantwoordelijkheid voor naleving van wet- en regelgeving primair bij initiatiefnemers ligt. In sommige omstandigheden kan de inzet van preventieve instrumenten echter effectief zijn ter bevordering van het naleefgedrag. Voorbeelden van die omstandigheden:

- Ondersteunend optreden zoals vooroverleg of hulp door het scheppen van een helder beeld van wettelijk vereisten en het uitleggen van waarop wordt gelet bij controles. - Samenwerking, bijvoorbeeld met bedrijven en branchevertegenwoordiging of pilots rond vormen van zelfregulering. - Uitvoeren van een controle. Van toezicht gaat een preventieve werking uit. - Handhaving laten meekijken met regulering of advisering door middel van een handhaafbaarheidstoets. - Bemiddeling, vooral om conflicten op te lossen of te voorkomen en daarmee mogelijk juridische procedures. Het levert vooral een bijdrage aan een verbetering van de context waarbinnen het naleefgedrag tot stand moet komen.

- Initiatief vanuit de samenleving, zoals voornemen tot bedrijfsvestiging, projectontwikkeling of ontgronding.

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

pagina 50

Deel 3: Vertaling naar VTH&A-instrumentarium Werkwijze bij preventie

Preventie Doel

Verbeteren van de spontane naleving van wet- en regelgeving.

Indicatoren

Outcome (kwalitatief): • Relevante wet- regelgeving is duidelijk; inwoners en bedrijven begrijpen de bedoeling van wet- en regelgeving en wat er van ze wordt verwacht. Output: (kwantitatief): • Aantal LHS-scores, type A (goedwillend/ onwetend).

Monitoring

De OD NHN hanteert de volgende werkwijze bij preventief optreden: - Vóór het starten van activiteiten wordt in specifieke gevallen kennis en inzichten over veelvoorkomende- én te voorkomen overtredingen met de initiatiefnemer gedeeld. - Bij het bepalen van de inzet van instrumenten wordt gekeken naar gedragsmotieven van degene(n) van wie een bepaald naleefgedrag wordt verwacht. - Communicatie richt zich op bewustwording en het zichtbaar maken van gevolgen van een overtreding.

De monitoring van outcome-indicatoren geschiedt periodiek door representatieve enquêtering van burgers en bedrijven. Rapportage vindt 1 keer per 4 jaar plaats.

- Informatie over gewijzigde wet- en regelgeving met betrekking tot activiteiten, die onder het takenpakket van de OD NHN vallen, wordt beschikbaar gesteld aan betrokken doelgroepen.

De monitoring van output-indicatoren is een voortdurend proces. Deze gegevens worden actueel gehouden. Rapportage vindt 1 keer per jaar plaats.

- Beoordeling van de inzet van preventieve instrumenten sluit aan op de ‘natuurlijke momenten’ zoals onder andere de investeringscyclus van bedrijven of de seizoensgebonden activiteiten in een gebied.

Wijze van prioriteren bij preventie Niet van toepassing.

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

- Als nodig maakt de OD NHN gebruik van een preventiecampagne, gericht op een specifiek thema of een specifieke doelgroep.

pagina 51

Deel 3: Vertaling naar VTH&A-instrumentarium 3.7 Toezichtstrategie Definitie van toezicht Onder toezicht verstaan we: de werkzaamheden die door of namens een bestuursorgaan worden verricht om te observeren en constateren of wet- en regelgeving worden nageleefd. Toezicht heeft een belangrijke preventieve werking. Doel hierbij is bevordering van het naleefgedrag van wet- en regelgeving door inwoners, bedrijven, instellingen en overheden.

Gedeelde visie op toezicht van de Noord-Hollandse omgevingsdiensten Toezicht zal zich onder de Omgevingswet naast risico’s steeds meer richten op de beleidsopgaven. Daarmee verschuift het toezicht voor een deel van routinematige, integrale, controles op basis van risico (gevaaraspect/veiligheid) -- het jaarlijkse lijstje - naar steeds meer specifiek ingericht toezicht met het oog op een opgave of activiteit. Daarbij zoeken we naar een passende vorm van toezicht (fysiek, administratief, zelfcontrole, op afstand, in samenwerking met partners, ketentoezicht, datagericht). Net als bij regulering

kunnen de Noord-Hollandse omgevingsdiensten bij toezicht het voorzorgbeginsel gebruiken. De Noord-Hollandse omgevingsdiensten hebben voor toezicht de volgende gedeelde uitgangspunten.

• De Noord-Hollandse omgevingsdiensten voeren het toezicht uit met de slimste inzet om de meeste impact op de prioritaire opgaven te bereiken. • De wijze en diepgang van het toezicht is afhankelijk van de risico’s van de betreffende activiteit én haar relatie met de beleidsdoelstellingen (risico-gericht én opgavegericht). • De toezichthouders van de Noord-Hollandse omgevingsdiensten voeren het toezicht zoveel mogelijk integraal en in samenwerking met andere partijen uit. • De Noord-Hollandse omgevingsdiensten stimuleren goed naleefgedrag. • De Noord-Hollandse omgevingsdiensten kunnen gebruik maken van het voorzorgbeginsel. • De Noord-Hollandse omgevingsdiensten houden de kenmerken van activiteiten actueel.

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

pagina 52

Deel 3: Vertaling naar VTH&A-instrumentarium Regulier toezicht

Projectmatige controles

Onder regulier toezicht wordt verstaan:

Naast routinematige (integrale) controles en incidentele controles is ook sprake van een projectmatige aanpak. Dit kunnen de omgevingsdiensten inzetten als het toezicht zich concentreert op één aspect of doelgroep, bijvoorbeeld op de voorschriften van propaantanks.

• routinematige controles • incidentele controles • projectmatige controles Routinematige controles Aan de hand van de prioriteitenstelling wordt in het jaarlijks uitvoeringsplan beschreven welke controles in het betreffende jaar worden uitgevoerd. De omgevingsdienst bepaalt welke vorm van toezicht passend is: een controle ter plaatse, administratief toezicht of een combinatie.

Regulier toezicht Doel

Verbeteren van de spontane naleving van wet- en regelgeving.

Indicatoren

Outcome (kwalitatief): • Relevante wet- regelgeving is duidelijk; gecontroleerden begrijpen de bedoeling van wet- en regelgeving en wat er van ze wordt verwacht. • Duiding verandering naleefgedrag op basis van scores LHSO. Dit betreft de X-as. Verandering is slechts waarneembaar over een meerjarig tijdspad.

Voor IPPC-installaties geldt de minimale controlefrequentie overeenkomstig Omgevingsbesluit 13.7. Voor niet-IPPC-installaties is de controlefrequentie afhankelijk van de uitkomsten van de analyse van problemen en prioriteitenstelling van de individuele omgevingsdienst. Incidentele controles Naast routinematige controles, organiseert de omgevingsdienst incidentele controles. Dit gebeurt naar aanleiding van klachten, meldingen of handhavingsverzoeken, of in het kader van surveillance of hercontrole. Ook hiervoor geldt dat de omgevingsdienst per situatie bepaalt of een controle ter plaatse, een administratieve controle, of een combinatie het meest aangewezen is.

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

Output: (kwantitatief): • aantal overtredingen • percentage gevallen waarbij men bij routinematige controles voldoet bij eerste controle Monitoring

De monitoring van outcome-indicatoren geschiedt periodiek door representatieve enquêtering van

pagina 53

Deel 3: Vertaling naar VTH&A-instrumentarium gecontroleerden. Rapportage vindt 1 keer per 4 jaar plaats. De monitoring van output-indicatoren is een voortdurend proces. Deze gegevens worden actueel gehouden. Rapportage vindt 1 keer per jaar plaats.

Wijze van prioriteren bij regulier toezicht De prioritering volgt uit de risico- en impactanalyse, zoals weergegeven in paragraaf 2.5 en de genoemde verwijzing naar de risico- en impactanalyse. Afhankelijk van het label van activiteiten uit de risico- en impactanalyse controleren we routinematige meer of minder frequent. Hierbij nemen we de eventuele wettelijk vereiste controlefrequenties in acht. Incidentele controles vinden plaats op grond van actuele inzichten. Voor incidentele controles naar aanleiding van klachten en handhavingsverzoeken zie paragraaf ‘klachten en handhavingsverzoeken’. Bij het bepalen van het aantal controles maken we gebruik van de bonus-malus regeling. Hoe meer je je aan de regels houdt hoe minder je gecontroleerd wordt (bonus). Hoe vaker je je niet aan de regels houdt hoe meer je gecontroleerd wordt (malus). Het inzicht in het aantal geregistreerde overtredingen neemt in de loop der jaren toe waardoor de bonus-malus regeling steeds gerichter wordt ingezet. Als er sprake is van hardnekkige gevallen en complexe handhavingsdossiers is dit aanleiding voor het vaker uitvoeren van een controle.

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

Werkwijze bij regulier toezicht Toezichtcontroles bereiden we voor op basis van een prioriteitenstelling die elk van de Noord-Hollandse omgevingsdiensten maakt in haar uitvoerings- en handhavingsstrategie. De omgevingsdienst wijst een toezichthouder aan om de betreffende controle uit te voeren. Hierbij geldt het volgende. Een toezichthouder controleert geen vergunning die hij zelf heeft opgesteld. De omgevingsdienst rouleert periodiek tussen toezichthouders per instelling, locatie of gebied, zodat een toezichthouder slechts een beperkt aantal keer eenzelfde instelling, locatie of gebied controleert. Bij uitzondering wordt van deze beginselen afgeweken – bij voorbeeld in geval van het uitsluitend voorhanden zijn van specifieke specialistische kennis bij één toezichthouder. Gedurende een controlebezoek Gedurende een controle ter plaatse worden in het kader van integraliteit (zo veel mogelijk) verschillende rechtsgebieden binnen het omgevingsrecht getoetst. Zo dragen we zorg voor een efficiënte wijze van toezicht, en een minimale belasting voor een gecontroleerde instelling, locatie of gebied. Administratieve controles toetsen de juiste administratieve vastlegging van wettelijke verplichtingen, al dan niet volgend uit vergunningen, meldingen en maatwerkbesluiten. Dit gebeurt door schriftelijke informatie (zakelijke gegevens en bescheiden) te controleren.

Hierbij wordt in ieder geval gecontroleerd of informatie op de correcte wijze is verwerkt, of installaties tijdig zijn gekeurd en of formulieren juist worden gebruikt en opgeborgen. pagina 54

Deel 3: Vertaling naar VTH&A-instrumentarium Voorbeelden zijn: energiebesparingsonderzoeken, meetrapporten, transportformulieren en keuringsbewijzen. Voor de OD NHN geldt: - De OD NHN maakt gebruik van digitale gegevens uit diverse bronnen, signalering door andere inspectiediensten of preventieve maatregelen en vormen van zelfregulering. - Bij projectmatig toezicht (zoals op basis van branche, bepaalde wetgeving of een bepaald thema) wordt altijd gewerkt volgens een opgesteld projectplan. - Toezicht wordt afgestemd op de risico’s en op het gedrag (LHSO). Overtredingen door onwetendheid vragen om een andere benadering dan overtredingen door calculerend en trainerend gedrag. Waar mogelijk wordt gewerkt met doelvoorschriften in plaats van middelvoorschriften. De toezichthouder zal de naleving daarvan moeten kunnen beoordelen zonder het voorschrift al op voorhand in te vullen met beleidsregels. In het rapport ‘Toezien op publieke belangen’ wijst de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (hierna: WRR) erop dat normen vaak moeten functioneren in een complexe werkelijkheid met een sterke internationale dimensie en snelle technologische ontwikkelingen. Daardoor kan de regelgeving op enig moment de aansluiting met de realiteit verliezen.

Een toezichthouder moet volgens de WRR voorbij de grenzen van weten regelgeving kijken, op zoek naar risico’s en bedreigingen voor het systeem waarop de overheid toezicht houdt.

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

Na een controlebezoek In beginsel wordt door omgevingsdiensten de volgende werkwijze gehanteerd na een controlebezoek. Binnen twee weken na een toezichtcontrole wordt de gecontroleerde op de hoogte gesteld van de resultaten van de controle en de eventuele gevolgen voor een gecontroleerde instelling, locatie of gebied. Na elk controlebezoek bij een IPPC-installatie gelden de termijnen zoals beschreven in artikel 13.7 van het Omgevingsbesluit. Voor de OD NHN geldt: - Als er sprake is van een dreigende overtreding of dreigende illegale situatie wordt beoordeeld welke reactie wenselijk is: nadere voorlichting, advisering of inzetten van een nieuwe vergunningprocedure. - Alle beschikkingen worden in beginsel afgegeven zonder dat er een ingebrekestelling plaatsvindt wegens termijnoverschrijding, maar in ieder geval binnen twee weken na ontvangst van een ingebrekestelling ter voorkoming van verbeuring dwangsom. Bij een hercontrole Bij een hercontrole controleert de toezichthouder of de betreffende instelling of persoon voldoende gevolg heeft gegeven aan de waarschuwing of opgelegde sanctie(s). Een hercontrole vindt plaats na de gestelde termijn die is genoemd in de brief die de overtreder heeft ontvangen na de voorgaande controle.

pagina 55

Deel 3: Vertaling naar VTH&A-instrumentarium Samenwerking en afstemming

Ketentoezicht op activiteiten

De Noord-Hollandse omgevingsdiensten stemmen met hun deelnemers (i.e. opdrachtgevers) af in een ambtelijk omgevingsoverleg, waarin we lopende trajecten en specifieke casussen bespreken. In voorkomende gevallen kan de deelnemer de omgevingsdienst een suggestie doen aangaande de wijze en vorm van toezicht bij een organisatie of specifieke locatie.

Doel

Optimale samenwerking in het ketentoezicht.

Indicatoren

Outcome (kwalitatief): • Mate waarin samenwerking als effectief wordt beschouwd door ketenpartners en OD NHN. • Duiding relevante (keten)partners; duiding van veranderingen in het speelveld.

Twee omgevingsdiensten, de OD NZKG en de OD NHN, voeren in opdracht van de Provincie Noord-Holland specifieke taken uit in het werkgebied van de ODIJ en de OFGV. Om deze werkzaamheden op elkaar af te stemmen onderhouden de omgevingsdiensten nauw contact.

Ketentoezicht en activiteiten Ketentoezicht is het op elkaar afgestemde toezicht van één of meer toezichthoudende instanties op de naleving, de kwaliteit of de veiligheid van een handeling of zaak, dat zich uitstrekt tot alle partijen die achtereenvolgens betrokken zijn bij deze handeling of zaak. Bij het ketentoezicht is het van belang dat de OD NHN met andere betrokken bestuursorganen en de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving, afspraken maakt over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden.

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

Output: (kwantitatief): N.v.t. Monitoring

De monitoring van outcome-indicatoren geschiedt door een vierjaarlijkse evaluatie van de samenwerking met de ketenpartners. Rapportage vindt 1 keer per vier jaar plaats.

Wijze van prioriteren bij ketentoezicht Niet van toepassing. Werkwijze bij ketentoezicht De OD NHN hanteert de volgende werkwijze bij het uitvoeren en deelnemen aan ketentoezicht: - Beschrijven en analyseren van de keten; - Nagaan wie (de actoren) welke rol speelt en bepalen wat de belangrijkste processtappen in de keten zijn; - Digitalisering van zaakgericht werken in de keten; - Samenwerkingsafspraken die gemaakt zijn met andere betrokken bestuursorganen en de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving delen we met de deelnemende gemeenten en de provincie. pagina 56

Deel 3: Vertaling naar VTH&A-instrumentarium Klachten en handhavingsverzoeken Het behandelen van klachten en handhavingsverzoeken vraagt in de eerste plaats om toezicht. Hiermee wordt de situatie beoordeeld en bepaald of handhavend optreden nodig is. Soms wordt in een klacht verzocht om handhavend op te treden. Daarmee is het niet meteen een juridisch verzoek tot handhaving. Dat verzoek tot handhaving moet voldoen aan bepaalde eisen (zoals schriftelijke indiening en ondertekening van het verzoek) en bij de behandeling gelden wettelijke procedures. In overleg met de klager wordt bepaald of er sprake is van een klacht of een handhavingsverzoek. Klachten en handhavingsverzoeken Doel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=fa6192e6-ea29-44d3-8eb4-4810b1a9f5e5