CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

C14b. UH-Strategie ODNHN 2024-2027_2

Raadsvergadering 29 januari 2024, gemeente HeilooBij agendapunt: Ter kennis van de raad te brengen collegebesluiten en -memo’s (CAT C)22.782 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Zelfevaluatie t.b.v. de visitatie omgevingsdiensten

U&H-strategie

t.b.v. de visitatie omgevingsdiensten

2024-2027

pagina 1

Voorwoord Iedere vier jaar maakt de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN) een Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&H-strategie) waarin we vastleggen hoe we de komende jaren omgaan met de taken die we voor onze opdrachtgevers uitvoeren. Het opstellen daarvan is nooit een routineklus en deze keer een grotere uitdaging dan ooit: we leven immers in een turbulente tijd als het gaat om de kwaliteit van onze fysieke leefomgeving.

meegewerkt zodat het van en voor ons allemaal is. Wij zijn trots op het resultaat en kijken ernaar uit om ermee aan de slag te gaan.

Dhr. L. Hj. Voskuil Bestuursvoorzitter OD NHN

Dhr. Q.M. Foppe Directeur OD NHN

Onze leefomgeving: er staat steeds meer druk op de beperkte ruimte. Belangen strijden om voorrang en grote maatschappelijke behoeften concretiseren zich. Een gezonde, veilige en schone omgeving, het klimaat, ruimte voor woningbouw én natuur. Het zijn belangrijke thema’s die een plek moeten vinden in de U&H-strategie. Omgevingsdiensten staan te midden van deze veranderingen en belangen. De OD NHN kan deze namens de 16 gemeenten en de provincie waarvoor we werken, beïnvloeden. De inwerkingtreding van de Omgevingswet én het Interbestuurlijk programma ter versterking van het VTH-stelsel (IBP-VTH) brengen extra veranderingen met zich mee. De roep om een integrale aanpak vraagt erom dat naast regulering, handhaving en toezicht, ook meer ruimte komt voor de adviestaak. De expertise die wij hebben kan onze opdrachtgevers in een vroegtijdig stadium helpen om de mogelijkheden en onmogelijkheden in de diverse maatschappelijke transities te identificeren en voor doorbraken te zorgen. Met deze strategie leggen we een diepgaand geactualiseerd en stevig fundament voor de uitvoering van ons werk voor de komende vier jaar. Het is een gedragen strategie waaraan onze opdrachtgevers, ons bestuur en onze eigen specialisten hebben

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

pagina 2

Inhoudsopgave Voorwoord

2

DEEL 3: VERTALING NAAR VTH&A-INSTRUMENTARIUM

36

Inhoudsopgave

3

3.1

Inzet van het VTH&A-instrumentarium in de praktijk

37

Leeswijzer

4

3.2

Wettelijk kader

37

Bestuurlijke samenvatting

5

3.3

Strategieën voor toepassing van het VTH&A-instrumentarium

38

Aanleiding

7

3.4

Reguleringsstrategie

39

3.5

Nalevingsstrategie

49

DEEL 1: FUNDAMENT VOOR DE U&H-STRATEGIE

9

3.6

Preventiestrategie

49

1.1

Wettelijke basis U&H-strategie

10

3.7

Toezichtstrategie

52

1.2

De Big-8-beleidscyclus

10

3.8

Handhavingsstrategie

58

1.3

Gezamenlijke U&H-strategie Noord-Holland

11

3.9

Adviesverlening

63

1.4

Wettelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen VTH-stelsel

12

3.10

Programmering uitvoerings- en handhavingsstrategie

66

1.5

Bestuurlijk referentiekader

14

3.11

Monitoring

67

1.6

Missie, visie en kernwaarden OD NHN

15 DEEL 4: ONTWIKKELAGENDA

68

DEEL 2: BELEIDSKADER

17

2.1

Opgavegerichte strategie

18

BIJLAGEN

70

2.2

Maatschappelijke opgave

18

Bijlage 1: Begrippenlijst

71

2.3

Overzicht van bovenregionaal beleid

19

2.4

Overzicht van regionaal beleid

21

Bijlage 2: Programma’s op nationaal niveau, met beleidsopgaven voor de fysieke leefomgeving

72

2.5

Methode van risico- en impactanalyse

23

Bijlage 3: Programma’s op provinciaal niveau, met beleidsopgaven voor de fysieke leefomgeving

73

2.6

Focuspunten

28

Bijlage 4: Overzicht regionaal beleid

75

Bijlage 5: Bestuurlijk referentiekader

76

Bijlage 6: Samenwerkingsagenda 2022-2024

78

Toelichting op de focuspunten

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

29

pagina 3

Leeswijzer Deel 1 beschrijft het fundament voor de strategie: de wettelijke eisen, de bestuurlijke uitgangspunten, de afbakening en positie van de strategie ten aanzien van ander beleid en andere beleidsdocumenten. Deel 2 beschrijft het beleidskader. Dit deel gaat in op de beleidsopgaven waaraan de OD NHN een bijdrage wil en moet leveren. Uitgangspunt hierbij is de maatschappelijke opgave zoals beschreven in artikel 1.3 van de Omgevingswet. Bij deze maatschappelijke opgave hoort ook het naleven van de beleidsopgaven op landelijk, provinciaal en regionaal niveau.

De vier omgevingsdiensten in Noord-Holland (OD NZKG, OD NHN, ODIJ en OFGV) hebben de handen ineengeslagen voor het formuleren van samenwerkingsopgaven, methoden en uitgangspunten voor uitvoering en handhaving in de provincie Noord-Holland. Dit vormt de gezamenlijke NoordHollandse uitvoerings- en handhavingsstrategie, waar de vier omgevingsdiensten zich aan conformeren. De teksten uit de gezamenlijke uitvoerings- en handhavingsstrategie zijn opgenomen in deze strategie. De gezamenlijke teksten zijn herkenbaar door een groene verticale lijn in de rechterkantlijn.

Deel 3 is het grootste deel van de strategie, en beschrijft de wijze van inzet van het VTH&A-instrumentarium door de OD NHN. Dit deel bevat de preventiestrategie, de reguleringsstrategie, de toezichtstrategie en de handhavingsstrategie (sanctionerings- en gedoogstrategie). Per strategie wordt ingegaan op specifieke indicatoren voor uitvoering, methoden en werkwijzen. In het hoofdstuk adviesverlening wordt ingegaan op de wijzen waarop de OD NHN invulling geeft aan de verschillende vormen van advies die zij levert. Tenslotte wordt beschreven welke procedures de OD NHN volgt ten aanzien van programmering, monitoring en evaluatie. Deel 4 bevat de ontwikkelagenda. Hierin staan de onderwerpen opgenomen die we in de komende periode verder ontwikkelen, om een plaats te krijgen in een volgende versie van de uitvoerings- en handhavingsstrategie.

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

pagina 4

Bestuurlijke samenvatting De vier Noord-Hollandse omgevingsdiensten hebben de handen ineengeslagen voor het formuleren van samenwerkingsopgaven, methoden en uitgangspunten voor uitvoering en handhaving in de provincie Noord-Holland. Met dit gezamenlijke deel streven zij naar een gelijk speelveld in NoordHolland, waarbij wordt opgetreden als één overheid en gelijkwaardige situaties gelijkwaardig worden behandeld. Ieder van de vier Noord-Hollandse omgevingsdiensten heeft een eigen werkgebied met specifieke kenmerken, en een eigen takenpakket. Dit vraagt om een nadere specifieke uitwerking van opgaven, prioriteiten en inzet in de U&H-strategie ODNHN 20242027. In de U&H-strategie staat artikel 1.3 van de Omgevingswet centraal: ‘Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang:

Niet alleen oog voor bescherming van de leefomgeving (waarborgen), maar ook ruimte maken voor ontwikkelingen:

Daarmee is deze U&H-strategie breder opgesteld dan de huidige VTH-strategie. De grootste verschillen zijn: - Het onderdeel Advisering ter aanvulling van de VTH-taken is toegevoegd en daarmee een nieuw onderdeel in de U&Hstrategie. - De impact op de maatschappelijke opgaven waar de deelnemers voor staan, vormt een onderdeel bij de prioritering van werkzaamheden.

a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.’

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

pagina 5

Bestuurlijke samenvatting Deel 2 beschrijft het beleidskader. Dit deel gaat in op de opgaven waaraan de OD NHN een bijdrage wil en moet leveren. Belangrijk onderdeel van deel 2 is de beschrijving van de risicoen impactanalyse. Met de hier toegelichte methode worden alle opgaven in vijf stappen vertaald naar risico’s en mogelijkheden om impact te maken, door gerichte inzet door de OD NHN. Dit zijn: Stap 1: Opgave-analyse: gegeven doelen en ambities Stap 2: Koppelen van opgaven aan bevoegdheid Stap 3: Bepaling van verantwoordelijkheid: risico’s en impact Stap 4: Bepaling van bestuurlijke prioriteit: bepalen van focus Stap 5: Inzet VTH&A-instrumentarium Dit resulteert in een overzicht van focuspunten waarnaar in de periode 2024-2027 specifieke aandacht uitgaat. Per focuspunt wordt toegelicht hoe hier uitvoering (door middel van VTH&A) aan wordt gegeven. De U&H-strategie geeft aan wat de OD NHN moet doen, gezien de opgaven (waarborgen en ontwikkelen) en hoe ze dat doet (inzet van het VTH&A-instrumentarium). In het uitvoeringsprogramma komt te staan wat de OD NHN met beschikbare middelen kan doen. Hierbij staat het waarborgen van de minimale basis (de wettelijke taak) centraal. Artikel 1.3 Omgevingswet vraagt niet alleen om waarborgen, maar ook om ruimte voor ontwikkeling. De keuzes die daarvoor nodig zijn, moeten worden gemaakt door de deelnemers van de OD NHN.

Hiermee wordt duidelijk hoe de OD NHN, binnen haar mogelijkheden en bij het voldoen aan de wettelijke verplichtingen, haar inzet zo gericht mogelijk pleegt om bij te dragen aan de maatschappelijke opgaven. OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

pagina 6

Aanleiding Voor u ligt de uitvoerings- en handhavingsstrategie 2024-2027 van de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN). Dit is een uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie die de deelnemers van de OD NHN gezamenlijk vaststellen. Deze strategie beschrijft beleidsopgaven en -doelstellingen, werkwijzen en methoden voor de VTH&A-taken (vergunningverlening, toezicht, handhaving en adviesverlening) die de OD NHN uitvoert. In de afgelopen periode was de VTH-strategie 2021-2023 van toepassing. Eén van de uitgangspunten daarin was het belang van inzicht in de (gewenste) ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Die koers wordt met deze uitvoerings- en handhavingsstrategie voortgezet.

voordoen bij de niet-naleving van wet- en regelgeving is hiervoor essentieel. Hierin biedt de uitvoerings- en handhavingsstrategie 2024-2027 een aanzienlijke vernieuwing ten opzichte van de vorige strategie. Niet alleen wordt gekeken naar risico’s van activiteiten voor de leefomgeving, maar ook naar de impact van activiteiten op de maatschappelijke opgaven. Deze wijze van denken komt voort uit de Omgevingswet, die zich niet alleen richt op bescherming van het leefmilieu (veiligheid, gezondheid, omgevingskwaliteit, waarde van natuur) maar ook op verbetering daarvan en het bieden van ruimte voor maatschappelijke behoeften.

Het werkveld van omgevingsdiensten is dynamisch en nieuwe ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Een belangrijke ontwikkeling is de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Deze wet leidt niet alleen tot herziening van ruimtelijk beleid en programmering door de deelnemers van de OD NHN, maar heeft ook gevolgen voor methoden en werkwijzen voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht, handhaving en adviesverlening. Goed beschouwd brengt de Omgevingswet een hele nieuwe denkwijze met zich mee voor beleid en uitvoering in de fysieke leefomgeving. Dat is nodig, want maatschappelijke opgaven in de fysieke leefomgeving staan hoog op de politieke agenda, en deze zijn dikwijls complex. Vanuit Europa, van rijkswege, en vanuit provinciale en lokale politiek volgen regelgeving en beleid elkaar in rap tempo op. Dit vraagt om een gerichte en weldoordachte inzet van de omgevingsdiensten, met maatwerk waar nodig en in samenwerking met andere overheden en overheidsorganisaties die voor dezelfde opgaven staan. Een analyse van problemen die zich kunnen OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

Figuur 1: Impressie impact thema’s op de opgaven (zie paragraaf 2.5 en de daarin opgenomen link naar de risico- en impactanalyse)

pagina 7

Aanleiding Naast de inwerkingtreding van de Omgevingswet, is het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving in ontwikkeling. De basis hiervoor is het Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (IBP-VTH), naar aanleiding van de adviezen van de commissie Van Aartsen. Het IBP VTH zet in op regionale uniformiteit van uitvoerings- en handhavingsbeleid om bij te dragen aan de uitvoerbaarheid van uitvoerings- en handhavingsbeleid. De uitvoerings- en handhavingsstrategie 2024-2027 biedt te midden van de genoemde ontwikkelingen een adequaat uitvoeringskader, zowel duidelijk als adaptief. Duidelijk omdat de basis van uitvoering altijd gericht is op het voldoen aan de wettelijke verplichtingen, zoals het behandelen van vergunningaanvragen binnen de wettelijke termijnen, de beginselplicht tot handhaving, et cetera. Dat wil zeggen: er is een wettelijke ondergrens te borgen. Maar de strategie is ook adaptief, omdat ze weergeeft hoe de OD NHN zich gericht kan inzetten om bij te dragen aan specifieke beleidsdoelen en ontwikkelopgaven. Hier zijn bestuurlijke afwegingen en keuzes van belang. De urgentie van de opgaven, nieuwe inzichten, technische innovaties, afstemming en samenwerking maken regelmatige heroverweging van de inzet van capaciteit en middelen noodzakelijk.

In de komende jaren wordt ervaring opgedaan waarmee we de strategie door ontwikkelen.

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

pagina 8

Deel 1

Fundament voor de U&H-strategie pagina 9

Deel 1: Fundament voor de U&H-strategie 1.1

Wettelijke basis U&H-strategie

Bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst hebben de wettelijke opdracht om gezamenlijk een uniforme uitvoeringsen handhavingsstrategie vast te stellen. Dit wordt in het Omgevingsbesluit, artikel 13.5, tweede lid, als volgt verwoord: ‘De bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst stellen gezamenlijk een uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie vast voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 13.12, eerste lid.’ De werkzaamheden, bedoeld in artikel 13.12 van het Omgevingsbesluit, betreffen de basistaken. Deze milieutaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving worden verplicht bij een omgevingsdienst belegd. Dit laat onverlet dat de deelnemers van omgevingsdiensten de opgestelde uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie ook van toepassing kunnen verklaren op (een aantal van) de niet-basistaken of ‘plustaken’ die de omgevingsdienst uitvoert.

1.2 De Big-8-beleidscyclus Het Omgevingsbesluit biedt de wettelijke kaders waaraan de uniforme U&H-strategie moet voldoen. De werkwijze wordt inzichtelijk gemaakt door de gesloten beleidscyclus, die vaak wordt verbeeld als de Big-8. Het Omgevingsbesluit vereist van bestuursorganen (gemeenten, provincies en waterschappen) dat zij een ‘uitvoerings- en handhavingsbeleid’ vaststellen, waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen de omgevingsdienst moet behalen voor de uitvoering en handhaving en welke activiteiten zij hiertoe ondernemen (Omgevingsbesluit, artikel 13.5 t/m 13.7). Dit wordt geëvalueerd en indien nodig herzien. Dit OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

beleid wordt door de bestuursorganen jaarlijks geoperationaliseerd middels het jaarlijkse uitvoeringsprogramma (Omgevingsbesluit, artikel 13.8). Hoewel beleids- en strategievorming voor de uitvoeringspraktijk ongrijpbaar en abstract kan lijken, opereren de twee niet alleen naast elkaar, maar hangen ze ook onlosmakelijk met elkaar samen. Goed begrip van hoe beleid en strategie met de uitvoeringspraktijk samenhangen, stelt in staat om zowel het één als het ander te verbeteren. De gesloten beleidscyclus bestaat uit zeven onderdelen en drie dwarsverbanden die zorgen voor de connectie tussen de twee cycli, oftewel tussen beleid en uitvoering. •

De inhoudelijke lijn (rood) loopt tussen beleid en uitvoering, handhaving en advisering en maakt duidelijk dat er sprake moet zijn van inhoudelijke congruentie tussen beleid en uitvoering. Als die congruentie er is dan werkt de beleidscyclus effectief.

•

De strategische lijn (groen) loopt tussen strategie en organisatie en maakt duidelijk dat beleidsrealisatie de slimste inzet van middelen met de meeste impact op de opgaven en prioriteiten vereist.

•

De informatie lijn (blauw) loopt tussen monitoring en evaluatie en maakt duidelijk dat de data over uitvoering, handhaving en advisering informatie oplevert voor de impact op de beleidsdoelen.

Per dwarsverband is het noodzakelijk dat de omgevingsdienst zorgt voor een adequate verbinding. Dat kan de omgevingsdienst uiteraard niet alleen of op zichzelf staand, maar vereist pagina 10

Deel 1: Fundament voor de U&H-strategie samenwerking met de deelnemers en de regionale partners in de uitvoering, handhaving en advisering.

Figuur 2: De Big-8-cyclus

1.3 Gezamenlijke U&H-strategie Noord-Holland De U&H-strategie geeft invulling aan het onderdeel ‘strategie’ uit de Big-8, rekening houdend met alle andere onderdelen uit de Big-8. Voor de OD NHN bestaat de uniforme U&H-strategie uit twee delen: 1

Voor de OFGV kent ook deelnemers buiten NoordHolland, namelijk de provincie Flevoland en de Flevolandse gemeenten. Voor het nietNoord-Hollandse werkgebied geldt de gezamenlijke U&Hstrategie Noord-Holland niet.

1) De gezamenlijke Noord-Hollandse U&H-strategie. De provincie Noord-Holland kent vier omgevingsdiensten (de OD NZKG, de OD NHN, de ODIJ en de OFGV1). De vier Noord-Hollandse omgevingsdiensten hebben de handen ineengeslagen voor het formuleren van samenwerkingsopgaven, methoden en uitgangspunten voor uitvoering en handhaving in de provincie Noord-Holland. Dit vormt de gezamenlijke Noord-Hollandse uitvoerings- en OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

handhavingsstrategie, waar de vier omgevingsdiensten zich aan conformeren. Met dit gezamenlijk deel streven de deelnemers van de vier Noord-Hollandse omgevingsdiensten naar een gelijk speelveld binnen Noord-Holland, waarbij wordt opgetreden als één overheid en gelijkwaardige situaties gelijkwaardig worden behandeld. Een gezamenlijk bovenregionale strategie is geen vereiste vanuit de wet, maar het is wel in lijn met onder andere de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LSHO), waaraan overheden gezamenlijk op bovenregionaal (provinciaal) niveau invulling kunnen geven, om een gelijk speelveld te bereiken. Voorts overstijgen veel beleidsopgaven in de fysieke leefomgeving de gemeente- of regiogrenzen en daarom is een beleidsmatige samenwerking op bovenregionaal niveau gewenst door overal gebruik te maken van gedeelde methoden en uitgangspunten. 2) De individuele U&H-strategie van de OD NHN. Ieder van de vier Noord-Hollandse omgevingsdiensten heeft een eigen werkgebied met specifieke kenmerken, en een eigen takenpakket. Dit vraagt om een specifieke uitwerking van opgaven, prioriteiten en inzet. Bovendien zijn de deelnemers van de omgevingsdiensten niet alleen opdrachtgever, maar ook eigenaar van de omgevingsdienst.

Zij geven vanuit deze rol gerichte kaders voor de uitvoering en handhaving door de omgevingsdienst, met inachtneming van de gemeenschappelijke uitgangspunten uit de NoordHollandse U&H-strategie.

pagina 11

Deel 1: Fundament voor de U&H-strategie De kernelementen uit de gezamenlijke U&H-strategie zijn geïntegreerd in de individuele U&H-strategie van de OD NHN. Het resultaat hiervan is de voorliggende U&H-strategie.

dat zij voor de taken die zij zelf uitvoeren een daarop van toepassing zijnde U&H-strategie vaststellen.

1.4 Wettelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen VTH-stelsel Het VTH-stelsel heeft in de afgelopen jaren niet stilgestaan en ontwikkelt zich voortdurend. Deze strategie sluit bij deze ontwikkelingen aan. Ook bij het opstellen van de Noord-Hollandse U&H-strategie is rekening gehouden met recente en toekomstige ontwikkelingen die gevolgen hebben voor de taakuitvoering. Dit zijn de volgende ontwikkelingen:

Figuur 3: De gezamenlijke U&H-strategie in relatie tot de U&H-strategie per omgevingsdienst en de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s

Afbakening van de U&H-strategie De OD NHN voert wettelijk vastgelegde basistaken uit, taken die deelnemers verplicht zijn om af te nemen. Daarnaast biedt de OD NHN een aantal diensten als plustaken aan. De gemeenten en provincie besluiten zelf of zij deze plustaken bij de OD NHN beleggen. Deze U&H-strategie ziet toe op zowel de basis- als plustaken die de OD NHN uitvoert voor de gemeenten en provincie op het gebied van regulering, toezicht en handhaving en adviesverlening. Daarnaast geldt dat voor gemeenten en provincie wettelijk voorgeschreven is

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

De Omgevingswet geldt per 1 januari 2024. De Omgevingswet bundelt veel van de eerdere wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen enerzijds het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en anderzijds het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van een goede omgevingskwaliteit om maatschappelijke behoeften mee te vervullen. Voor het bereiken van die balans krijgen gemeenten, provincies en waterschappen meer afwegingsruimte. Vanuit het Rijk verschuift steeds meer weten regelgeving naar gemeenten, provincies en waterschappen. Er treden veranderingen op in het basistakenpakket. In de geest van de Omgevingswet gaat het erom dat die leefomgeving op een integrale manier wordt bestuurd met het oog op duurzame ontwikkeling, bewoonbaarheid van het land en verbetering van het leefmilieu. Dit vraagt samenhang tussen het beleid, de regels en de uitvoering. Deze samenhang wordt verbeeld door een gesloten beleidscyclus (zie figuur 2). Decentrale overheden pagina 12

Deel 1: Fundament voor de U&H-strategie stellen in een omgevingsvisie en omgevingsprogramma doelen op voor de fysieke leefomgeving. Deze worden in het omgevingsplan en de omgevingsvergunning uitgewerkt in de vorm van regelgeving. Dit gebeurt in een overgangssituatie waarin overgangsrecht geldt. Deze overgangsperiode duurt tot 1 januari 2032. De gesloten beleidscyclus fungeert naast de Big-8, waarbij de Big-8 specifieker geldt voor beleid en uitvoering van de omgevingsdienst.

(participatie, ‘ja-mits’, digitaal, overlegtafels), normatieve kaders (integraal, decentrale ruimte voor afwegingen, instrumenten voor maatwerk, zorgplicht) en andersoortige organisatie van de inzet van mensen en middelen (opgavegericht programmeren). Voorts volgt uit de wet VTH voor omgevingsdiensten de verplichting om te voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.3 en om de kwaliteitsdoelstellingen nader uit te werken. Europa en het Rijk hebben zich gecommitteerd aan het behalen van specifieke ambities voor de fysieke leefomgeving, onder meer uitgewerkt in (klimaat)akkoorden en de Nationale Omgevingsvisie (Novi). De aanscherping van het omgevingsbeleid van het Rijk is deels juridisch vastgelegd in de Omgevingswet – het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) of het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Dit werkt door in de rol en taken van de omgevingsdiensten, omdat er sprake kan zijn van aangescherpte normering zoals emissies, energie- en grondstoffen of afstandseisen. Ook kan het leiden tot intensieve ruimtelijke transitieprocessen, waarin de inbreng van de expertise van omgevingsdiensten van toegevoegde waarde is. Dit vraagt, indien nodig, om goede organisatie.

Figuur 4: Beleidscyclus Omgevingswet

Voor omgevingsdiensten betekent de Omgevingswet ook een andere benadering van reguliere taken van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Er is sprake van verandering in de werkwijzen

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

Het is ook mogelijk dat een omgevingsdienst een projectmatige opdracht krijgt vanuit het Rijk, bijvoorbeeld door directe financiering van omgevingsdiensten voor advisering bij een beleidsprogramma, gebiedsontwikkeling of bestuurlijk arrangement. Meer over de Europese- en Rijksopgaven in deel 2 van deze U&Hstrategie. Het Interbestuurlijk programma ter versterking van het VTH-stelsel (IBP-VTH), waaraan de Noord-Hollandse omgevingsdiensten deelnemen, is tot stand gebracht in vervolg op het in 2021 pagina 13

Deel 1: Fundament voor de U&H-strategie opgeleverde rapport van de commissie Van Aartsen, met de titel ‘Voor de leefomgeving’. Het rapport beschrijft hoe de efficiëntie en kwaliteit van omgevingsdiensten kan verbeteren, door middel van tien aanbevelingen. Het IBP heeft de tien aanbevelingen voor de versterking van het stelsel opgepakt op basis van zes pijlers. In pijler 5 van het IBP gaat het erom dat regio’s tot één gezamenlijke risicoanalyse komen en tot één uitvoerings- en handhavingsplan. Dit past bij de aanbeveling met letter G van het rapport Van Aartsen, dat gaat over één uitvoerings- en handhavingsbeleid en één uitvoeringsprogramma per regio, dat door de directeur van de omgevingsdienst wordt opgesteld.

Bestuurlijk referentiekader 1. Opgavegericht en beleidssensitief sturen met maatwerk 2. Preventief handelen 3. Informatiegestuurd werken 4. In gelijke situaties gelijkwaardig optreden 5. Samenwerken door afstemming van beleid, taken en bevoegdheden

In bijlage 5 is een uitgebreide beschrijving van het Bestuurlijk referentiekader opgenomen.

1.5 Bestuurlijk referentiekader

2

Het bestuurlijk referentiekader maakt deel uit van de gezamenlijke U&H-strategie van de vier Noord-Hollandse omgevingsdiensten. Het bestuurlijk referentiekader is reeds in 2018 door het AB van de OD NZKG vastgesteld. De uitgangspunten die hierin worden genoemd komen overeen met de Omgevingswet, de Samenwerkingsagenda 2022-2024 van de vier NoordHollandse omgevingsdiensten, en met hetgeen is afgesproken in het bestuurlijk regionaal overleg VTH.

De uitvoerings- en handhavingsstrategie geeft richting aan de praktijk, met prioriteiten, methoden en werkwijzen. Dat gebeurt met keuzes en handvatten voor de vergunningverlening, het toezicht, de handhaving en de advisering. Hiermee wordt de strategie praktisch uitvoerbaar. Tegelijkertijd voorziet deze strategie in vijf gezamenlijke bestuurlijke uitgangspunten2 voor de inrichting en organisatie van het stelsel van VTH in de provincie Noord-Holland. De vijf uitgangspunten vormen tezamen een referentiekader voor de verantwoordelijkheid van elk bevoegd gezag in de vier regio’s voor A) de adequate organisatie van bevoegdheden en taken, en B) de inhoudelijke onderbouwing van keuzes en prioriteiten.

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

pagina 14

Deel 1: Fundament voor de U&H-strategie 1.6 Missie, visie en kernwaarden OD NHN

De OD NHN heeft een eigen missie en visie die weergeven waar de organisatie voor staat. De missie luidt als volgt: ‘De OD NHN is een onafhankelijke partner die op inspirerende wijze mensen en kennis verbindt om maatschappelijke ambities in de fysieke leefomgeving te realiseren.’ De visie luidt als volgt: ‘De OD NHN maakt natuur en milieu zichtbaar als logische thema’s in de afweging bij keuzes door overheden, burgers en bedrijven. De OD NHN speelt een aanjagersrol in de ontwikkeling en transitie van de fysieke leefomgeving op de thema’s natuur en milieu. De OD NHN verhoogt de maatschappelijke bewustwording op de thema’s natuur en milieu bij burgers en bedrijven.’ De OD NHN hanteert de volgende kernwaarden: • Samen: De OD NHN zet zich in voor de leefomgeving. Dit doet ze door actieve samenwerking met alle belanghebbenden. De mensen binnen de organisatie vullen elkaar aan vanuit de eigen rol, taak en verantwoordelijkheid. Dit betekent dat haar producten en diensten integraal door haar professionals zijn opgesteld.

Figuur 5: Werkgebied OD NHN

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

• Dichtbij: Vanuit haar rol heeft de OD NHN oog voor de belangen van inwoners, ondernemers, samenwerkingspartners en overige relaties. De dienst onderhoudt in en extern actief contact en heeft vaste

pagina 15

Deel 1: Fundament voor de U&H-strategie aanspreekpunten. De OD NHN is voor iedereen zichtbaar. Heldere en directe communicatie staan centraal. Daarom is de omgevingsdienst laagdrempelig benaderbaar. • Deskundig: Deskundigheid vormt de hoeksteen van de omgevingsdienst. Haar professionals bezitten en delen hoogwaardige, actuele en integrale vakkennis. Zij zijn omgevingsbewust en hanteren de missie en kernwaarden in hun dienstverlening. • Maatschappelijk bewust: De OD NHN staat voor duurzame keuzes en integrale maatschappelijke afwegingen. Dit laat zij zien in haar maatschappelijke meerwaarde, bereikte resultaten en bedrijfsvoering.

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

pagina 16

Deel 2

Beleidskader pagina 17

Deel 2: Beleidskader 2.1 Opgavegerichte strategie De U&H-strategie van de OD NHN is opgavegericht. Dat wil zeggen dat de strategie gericht is op het nastreven van specifieke opgaven, in onderlinge samenhang. Deze opgaven volgen deels uit wet- en regelgeving, en zijn deels afkomstig uit het beleid van de deelnemers van de OD NHN.

2.2 Maatschappelijke opgave Artikel 21 van de Grondwet verwoordt de zorgplicht voor de leefomgeving, die voor alle overheden in Nederland geldt. ‘De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu.’ Deze opgave weerklinkt in de Omgevingswet. De Omgevingswet maakt duidelijk dat er een bedoeling – een maatschappelijke opgave – geldt voor alle taken die uit de Omgevingswet voortkomen. Deze bedoeling wordt in artikel 1.3, als volgt beschreven: ‘Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.’

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

De deelnemers van de Noord-Hollandse omgevingsdiensten onderkennen deze bedoeling en beschouwen gehoor geven aan deze bedoeling als hun maatschappelijke opgave bij de uitvoering van taken die uit de Omgevingswet volgen. De deelnemers van de Noord-Hollandse omgevingsdiensten – en daarmee de omgevingsdiensten zelf – beogen: 1. duurzame ontwikkeling, 2. bewoonbaarheid van het land, en 3. bescherming en verbetering van het leefmilieu. Daarmee richten de werkzaamheden van de omgevingsdiensten zich niet alleen op het beschermen en in stand houden, maar ook op het bereiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving. Dit gebeurt door zich in onderlinge samenhang te richten op, in ieder geval:

a) veiligheid, b) gezondheid, c) omgevingskwaliteit, d) de intrinsieke waarde van de natuur, en e) vervulling van maatschappelijke behoeften.

pagina 18

Deel 2: Beleidskader 2.3 Overzicht van bovenregionaal beleid

De Provinciale Omgevingsvisie (Povi)

De Nationale Omgevingsvisie (Novi)

De Provincie Noord-Holland heeft in haar Omgevingsvisie NH2050 ambities voor de fysieke leefomgeving opgenomen. De hoofdambitie is ‘balans tussen economische groei en leefbaarheid’. Ambities zijn:

Het Rijk heeft zich gecommitteerd aan het behalen van specifieke ambities voor de fysieke leefomgeving, onder meer uitgewerkt in de Nationale Omgevingsvisie (Novi). Momenteel is sprake van grootschalige en urgente opgaven, zoals de depositie van stikstof op natuurgebieden, het tekort aan woningen en de energietransitie. De Novi is een dynamische visie die, gevoed door de uitvoeringspraktijk en maatschappelijke ontwikkelingen, kan veranderen in de tijd. Dit geldt eveneens voor de uitvoeringsagenda bij de Novi. In de komende periode volgen bevindingen en aanvullingen voor verdere uitvoering, onder meer bij de totstandkoming van programma’s, het opstellen van de omgevingsagenda’s en de plannen van aanpak voor Novi-gebieden. Bijlage 2 geeft een overzicht van huidige nationale programma’s ter specificering van de prioriteiten van de Novi.

De ambities die door het Rijk zijn opgesteld, krijgen nadere duiding en uitwerking op provinciaal niveau.

I. Een gezonde en veilige basiskwaliteit van de leefomgeving: a. Klimaatverandering: een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland. b. Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, specifiek op het gebied van bodem, water, lucht, omgevingsveiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond. Ambitie is om zo spoedig mogelijk te voldoen aan de KRW-normen voor water (uiterlijk in 2027) en aan de WHO-normen voor luchtkwaliteit (uiterlijk in 2050). c. Biodiversiteit en natuur: biodiversiteit in Noord-Holland te vergroten.

II. Gebruik van de leefomgeving faciliteren: a. Economische transitie: een duurzame economie, waarbij ruimte wordt geboden aan ontwikkeling van circulaire

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

pagina 19

Deel 2: Beleidskader economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. b. Wonen en werken: vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming brengen. Duurzaamheid van de totale voorraad woningen is uitgangspunt.

Provinciale programma’s Binnen de Provincie Noord-Holland gelden meerdere programma’s waarin beleidsdoelen staan beschreven. Bijlage 3 geeft weer welke programma’s dit, onder meer, betreft. De in deze programma’s opgenomen beleidsdoelen dienen in onderlinge samenhang te worden beschouwd.

c. Mobiliteit: inwoners en bedrijven van Noord-Holland kunnen zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. d. Landschap: het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie.

III. Energietransitie: Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie.

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

pagina 20

Deel 2: Beleidskader 2.4 Overzicht van regionaal beleid Gebiedsomschrijving verzorgingsgebied Noord-Holland Noord, van Castricum tot en met Texel, wordt gekenmerkt door een overwegend landelijk karakter met een gering aantal grote gemeenten. Hollands Kroon is de grootste gemeente qua landoppervlakte en Alkmaar heeft de meeste inwoners. De regio wordt omgeven door water, met de langste kuststrook en het breedste duingebied van Nederland. Noord-Holland Noord wordt gekarakteriseerd door veel wind en weidse vergezichten. De voormalige Zuiderzeesteden, het bollengebied en de vele stranden zijn slechts enkele van de toeristische hoogtepunten. De regio wordt van Zuid naar Noord doorkruist door de spoorlijnen van Amsterdam-Sloterdijk naar Den Helder en Enkhuizen en van West naar Oost van Alkmaar naar Hoorn. Daarnaast lopen de A7 (Amsterdam-Groningen) en de A9 (Amsterdam-Alkmaar) door de regio. Wat betreft het vervoer over water loopt het Noordhollands kanaal dwars door het gebied. In de regio bevinden zich ook enkele vliegvelden: Den Helder (offshore-helihaven), Texel (met name recreatieve luchtvaart), Wieringermeer, Castricum (zweefvliegen) en Middenmeer (ultralights). Een deel van de regio ligt onder de aanvliegroute van Schiphol. In het gebied liggen drie zeehavens: de NIOZ-haven Texel, de offshore-haven Den Helder en de visserijhaven Den Oever.

Er zijn ongeveer 16.000 bedrijven bij de OD NHN geregistreerd die vallen onder de Omgevingswet/Wet milieubeheer. Veel bedrijven vallen onder de agrarische sector, van bloembollen- tot kassenteelt. Daarnaast is het midden- en kleinbedrijf sterk vertegenwoordigd.

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

Voor enkele zware bedrijfsmatige activiteiten, zoals de gasopslag van TAQA en de kernreactor in Petten, is het Rijk het bevoegd gezag. In de regio zijn 27 bedrijven gevestigd die vallen onder de RIE (Richtlijn industriële emissies) en 6 BRZO-inrichtingen (Besluit risico’s zware ongevallen). Voor de BRZO-inrichtingen is de provincie het bevoegd gezag en voert OD NZKG de taken uit. Veel industriële bedrijvigheid is geconcentreerd op bedrijventerreinen en industrieterreinen. Op grond van de Wet geluidhinder is een aantal van de industrieterreinen in zones ingedeeld. Onder de Omgevingswet gaan deze zones over in geluidsproductieplafonds. De regio bevat een aantal oude binnensteden. Hier is vaak een concentratie aan horeca te vinden. Daarnaast knelt in oude binnensteden vaak de combinatie van bedrijvigheid met het wonen in oude panden. Voor een deel van de provinciale plustaken (natuur, zwemwater, wegen-vaarwegen, stiltegebieden, advisering Natuurschoonwet) beslaat het verzorgingsgebied van de OD NHN de hele provincie. Dit geldt niet voor de provinciale taken op het gebied van bodem. De provincie kent 19 Natura 2000-gebieden, is veel beschermde dier- en plantensoorten rijk, heeft 41 stiltegebieden en diverse landgoederen die vallen onder de Natuurschoonwet.

Verder zijn er 151 officieel aangewezen zwemwaterlocaties (exclusief 63 strandopgangen), 310 badinrichtingen, ruim 600 kilometer aan provinciale wegen en ruim 250 kilometer aan provinciale vaarwegen.

pagina 21

Deel 2: Beleidskader Regionaal beleid

3

Zie bijlage 4 voor een overzicht van regionaal beleid.

Omgevingsvisies en coalitieakkoorden zijn goede bronnen om inzicht te krijgen in toekomstige gewenste ontwikkelingen voor onder andere recreëren, natuur, energie, landbouw, wonen, klimaat en circulaire economie3 . Deze ontwikkelingen worden enerzijds gekaderd door beperkingen (wet- en regelgeving, beschermingsregimes et cetera), anderzijds zijn de waarden (gebruiks-, belevings-, en toekomstwaarde) bepalende factoren. Al deze zaken gecombineerd geven inzicht in benodigde (vergunning) voorwaarden voor toekomstige ontwikkelingen met oog op onder meer gezondheid, veiligheid, duurzaamheid en leefbaarheid.

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

Belangrijke onderwerpen in de regio zijn: • asbest (daken); • afval (-preventie en -verwerking), grondstoffen en circulaire economie; • energietransitie en energiebesparing bij bedrijven; • geurbeleving bij veehouderijen; • grondverzet; • geluid bij evenementen, de concentratiegebieden met horeca (in de oude binnensteden en aan de kust); • gebruik van de ruimte en ondergrond vanwege de energietransitie; • geluidsaspecten op sport- en bedrijventerreinen; • gewijzigde/aangepaste normering voor bepaalde stoffen in de bodem (PFAS/Lood); • klimaatadaptatie/hittestress; • lichthinder; • leefbaarheid en voorzieningen leefomgeving; • opslag gevaarlijke stoffen en accu’s en batterijen; • provinciaal programma landelijk gebied; • passend woonaanbod; • ruimtelijke ingrepen met betrekking tot beschermde diersoorten; • sanering wegverkeerslawaai (circa 40 projecten); • schade door (beschermde) diersoorten; • stikstof; • windturbines.

pagina 22

Deel 2: Beleidskader 2.5 Methode van risico- en impactanalyse Om te bepalen hoe werkzaamheden van de OD NHN kunnen bijdragen aan het behalen van de beleidsopgaven en ambities van haar deelnemers is een methodiek ontwikkeld. Deze wordt gedeeld door de Noord-Hollandse omgevingsdiensten. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de omvang van het risico van activiteiten, maar ook naar de mate van impact van die activiteiten op de (boven) regionale beleidsopgaven. De Noord-Hollandse omgevingsdiensten passen vijf stappen toe om tot gerichte inzet van werkzaamheden te komen: Stap 1: Opgave-analyse: gegeven doelen en ambities Stap 2: Koppelen van opgaven aan bevoegdheid Stap 3: Bepaling van verantwoordelijkheid: risico’s en impact Stap 4: Bepaling van bestuurlijke prioriteit: bepalen van focus Stap 5: Inzet VTH&A-instrumentarium

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

De OD NHN heeft deze vijf stappen als volgt uitgewerkt. Stap 1: Opgave-analyse: gegeven doelen en ambities Artikel 1.3 van de Omgevingswet noemt drie belangen, die in het oog moeten worden gehouden bij de uitvoering van alle taken en bevoegdheden uit deze wet (zie ook artikel 2.1, eerste lid, Omgevingswet): • duurzame ontwikkeling, • bewoonbaarheid van het land, en • bescherming en verbetering van het leefmilieu. Met het oog op de behartiging van deze drie fundamentele oogmerken geeft artikel 1.3 een opgave aan ieder bestuursorgaan, namelijk het in onderlinge samenhang beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. Dat moet gebeuren met inachtneming van in ieder geval: ‘veiligheid’, ‘gezondheid’ en ‘omgevingskwaliteit’, ook vanwege ‘de intrinsieke waarde van de natuur’, en ‘vervulling van maatschappelijke behoeften’. Deze elementen moeten steeds in onderlinge samenhang worden bezien, om de hierboven genoemde belangen te behalen.

pagina 23

Deel 2: Beleidskader De onderwerpen die Omgevingswet, artikel 1.3, noemt onder a, gelden als waarborgen voor kwaliteit en worden beschouwd als beleidsopgaven. De Noord-Hollandse omgevingsdiensten definiëren deze beleidsopgaven als volgt: 4

https://www.geonovum. nl/uploads/documents/ DTFL-InvesteringsvoorstelCompleet-v14.pdf

1. Veiligheid. Onder ‘veiligheid’ wordt verstaan: de omgevinggerelateerde risico’s die mensen in hun fysieke leefomgeving lopen, zoals het omgaan met en/of opslaan van gevaarlijke stoffen, constructieve veiligheid en brandveiligheid. De Noord-Hollandse omgevingsdiensten streven naar het beperken van omgeving-gerelateerde risico’s. 2. Gezondheid. Onder ‘gezondheid’ wordt verstaan: het fysieke en psychische welbevinden van de mens. De NoordHollandse omgevingsdiensten streven naar een fysieke leefomgeving waar schade aan de fysieke en psychische gezondheid van de mens wordt beperkt. 3. Omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan: de belevings-, gebruiks- en toekomstwaarde van de fysieke leefomgeving. De Noord-Hollandse omgevingsdiensten streven naar het beperken en/of voorkomen van hinder, overlast en ergernissen, zoals geluidsoverlast. 4. Natuur: Onder ‘natuur’ wordt verstaan: oog voor ‘de intrinsieke waarde van de natuur’ en de biodiversiteit. De Noord-Hollandse omgevingsdiensten streven naar het beperken en/of voorkomen van schade of nadelige effecten op de natuur, zoals het lozen van schadelijke stoffen en bodemverontreinigingen.

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

Omgevingswet, artikel 1.3, noemt onder b, het onderwerp ‘vervulling van maatschappelijke behoeften’. Wat deze maatschappelijke behoeften zijn vraagt nadere invulling, waarvoor de omgevingsdiensten zich baseren op bestaand beleid. In het ‘Investeringsvoorstel voor de nationale digitale tweeling infrastructuur’ van het beraad voor Geo-informatie (GI-beraad)4, zijn de nationale beleidsopgaven gecategoriseerd, naar vijf hoofdopgaven. Hiervoor hebben zij de onderzoeken en rapporten over de maatschappelijke opgaven die een relatie hebben met de fysieke leefomgeving bestudeerd, waaronder de eerder genoemde Novi (Nationale Omgevingsvisie). Deze hoofdopgaven zijn niet alleen op nationaal niveau herkenbaar, maar ook op provinciaal niveau. Een belangrijke opgave die wel duidelijk uit de bovenstaande beleidsanalyse volgt mist daarin, namelijk: circulaire economie. Deze opgave wordt toegevoegd aan de vijf hoofdopgaven, waarmee we in deze strategie in totaal zes hoofdopgaven formuleren die aansluiten bij de opgaven uit de provinciale omgevingsvisie en programma’s. Zo krijgt het onderwerp ‘vervulling van maatschappelijke behoeften’, als volgt vorm: 5. Vervulling van maatschappelijke behoeften: Onder ‘vervulling van maatschappelijke behoeften’ wordt verstaan: specifieke opgaven die vanuit politiek en bestuur als belangrijk worden beschouwd, en als zodanig in beleid zijn benoemd.

De Noord-Hollandse omgevingsdiensten streven naar het leveren van een adequate bijdrage aan de volgende maatschappelijke opgaven:

pagina 24

Deel 2: Beleidskader i. Energietransitie: zowel inzet op besparing van energie en water, als inzet op hernieuwbare energie, onder meer door de regionale energiestrategieën. Inclusief de daarvoor benodigde aanpassingen in de energieinfrastructuur. ii. Landbouwtransitie: inzet om op duurzame wijze landbouw te bedrijven. iii. Woningbouwopgave: inzet op uitbreiding van de woningvoorraad op duurzame wijze. iv. Klimaatadaptatie: inzet op de klimaatopgave, in navolging van onder meer de Klimaatwet, het Klimaatplan 2021-2030 en de provinciale omgevingsvisie. v. Vervanging van infrastructuur: in stand houden en verbeteren van verkeer en vervoer. vi. Circulaire economie: zowel afvalpreventie, als inzet op duurzaam grondstoffengebruik, grondstof- en materiaalkringlopen waarbij het verminderen van de milieu-impact voorop staat. De oogmerken ‘duurzame ontwikkeling’, ‘bewoonbaarheid van het land’ en ‘bescherming en verbetering van het leefmilieu’ gelden dus voor elk van de beleidsopgaven. De beleidsopgaven worden in onderlinge samenhang beschouwd en nagestreefd, teneinde zorg te dragen voor deze oogmerken. Dit wordt overzichtelijk weergegeven in tabel 1.

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

Tabel 1: Samenvatting van stap 1

Hierin betreffen de vier opgaven bij Waarborgen voor kwaliteit vooral de ‘kerntaken’ die de OD NHN uitvoert en bij de zes opgaven Ruimte voor ontwikkeling kan de OD NHN een bijdrage leveren aan het uitvoeren van die opgaven door de deelnemers. Door artikel 1.3 van de Omgevingswet kan zodoende een overzichtelijke clustering worden aangebracht in de onderwerpen uit de analyse van regionaal beleid. De onderwerpen genoemd in de analyse van regionaal beleid maken duidelijk waarop de beleidsopgaven uit artikel 1.3 van de Omgevingswet zich richten in het werkgebied van de OD NHN.

Stap 2: Koppelen van beleidsopgaven aan bevoegdheid De OD NHN voert voor haar deelnemers specifieke taken uit, zoals opgenomen in de DVO’s (dienstverleningsovereenkomst) en de mandaten. Aan deze taken zijn specifieke bevoegdheden verbonden op het gebied van regulering, toezicht en handhaving. De OD NHN zet deze bevoegdheden in om impact te maken op de beleidsopgaven van haar deelnemers. De OD NHN voert ook taken uit waaraan geen specifieke bevoegdheid verbonden zijn, zoals adviesverlening of het verstrekken van data in het kader van

pagina 25

Deel 2: Beleidskader ketentoezicht of ondermijning. Ook met deze taken wordt impact gemaakt op de beleidsopgaven. De taken en bevoegdheden hebben overwegend betrekking op specifieke activiteiten in de leefomgeving. Het in beeld brengen van deze activiteiten stelt de OD NHN in staat om later, bij stap 3, per activiteit de risico’s en impact te analyseren per beleidsopgave. De taken van de OD NHN richten zich voor een groot deel op milieubelastende activiteiten. De Omgevingswet definieert milieubelastende activiteiten in bijlage 1.1 als ‘een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit’. Deze milieubelastende activiteiten zijn aan de hand van de volgende uitgangspunten geselecteerd en geordend voor de analyse:

5

In lijn met de Omgevingswet, die kernactiviteiten en functioneel ondersteunende activiteiten onderscheidt.

• De OD NHN gaat uit van de meest representatieve milieubelastende activiteit5 per locatie. • De OD NHN gaat uit van de milieubelastende activiteiten waarvoor zij namens haar deelnemers bevoegd gezag is. • Milieubelastende activiteiten in het werkgebied van de dienst die andere instellingen of overheden uitvoeren (bijvoorbeeld Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied of het Rijk (Staatstoezicht op de Mijnen), worden niet betrokken in de analyse. De OD NHN gaat vanuit een oog- en oorfunctie en/of adviesverlening in gesprek met bevoegde

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

gezagen over milieubelastende activiteiten die in de regio worden gesignaleerd waarvoor zij niet het bevoegd gezag is. • Bedrijfstak overstijgende, milieubelastende activiteiten komen meestal voor in combinatie met een meer representatieve milieubelastende activiteit. Daarom worden deze milieubelastende activiteiten niet meegenomen in de analyse. Risicovolle, bedrijfstak overstijgende, milieubelastende activiteiten worden in de analyse beschouwd als verzwarende factor bij een (bedrijfs)locatie en controleren we vaak thematisch in het toezicht. • Milieubelastende activiteiten die specifiek gelden voor complexe bedrijven uit afdeling 3.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn niet meegenomen in de analyse. Overige activiteiten, niet-zijnde activiteiten uit afdeling 3.2 tot en met 3.10 van het Bal, zoals bij asbest, deels bodem (voor zover nietmilieubelastende activiteiten - mba), natuur, wegen-vaarwegen en zwemwater, zijn eveneens in beeld gebracht. Deze worden onderscheiden van de milieubelastende activiteiten en los daarvan geanalyseerd in de risico- en impactanalyse.

Stap 3: Bepaling van verantwoordelijkheid: risico’s en impact De OD NHN heeft de verantwoordelijkheid om met de kennis die zij heeft, voor haar werkgebied inzichtelijk te maken welke activiteiten risico vormen voor en impact maken op de leefomgeving. Dit is een belangrijke stap voor de bepaling van de meest effectieve inzet van

pagina 26

Deel 2: Beleidskader het VTH&A-instrumentarium. Op basis van de ervaringscijfers en de ontwikkelingen kan de prioritering worden bijgesteld. Milieubelastende activiteiten Per milieubelastende activiteit is geanalyseerd in hoeverre elke activiteit risico’s geeft voor en impact heeft op de beleidsopgaven.

6

7

Voor bodemactiviteiten geldt dat een aantal activiteiten wel ‘milieubelastende activiteit’ zijn en een aantal niet.

https://www.odnhn. nl/Menu/Over_ons/ Over_de_OD_NHN/ Risico_en_impactanalyse/ Risicoanalyse

Overige activiteiten Bij overige activiteiten, niet-zijnde activiteiten uit afdeling 3.2 tot en met 3.10 van het Bal, analyseert de OD NHN op andere wijze. Dit geldt voor activiteiten op het gebied van asbest, bodem6, natuur, wegen-vaarwegen en zwemwater. Relevante activiteiten zijn benoemd en geprioriteerd, gericht op de opgaven van ‘Waarborgen voor kwaliteit’ (Omgevingswet, artikel 1.3, onder a). Deze activiteiten worden niet gescoord op de beleidsopgaven van ‘Ruimte voor ontwikkeling’ (Omgevingswet, artikel 1.3, onder b) omdat de hiervoor relevante wet- en regelgeving in sterkere mate aan verandering onderhevig is. Dit resulteert in de risico- en impactanalyse zoals weergegeven via de volgende hyperlink: Risicoanalyse - OD NHN7

Stap 5: Inzet VTH&A-instrumentarium De inzet van het VTH&A-instrumentarium moet worden afgestemd op de na te streven beleidsdoelen en ambities. Dat betekent dat we een optimale balans zoeken tussen de inzet van de instrumenten regulering (vergunningverlening), toezicht en handhaving en adviesverlening, om gestelde beleidsdoelen en ambities te realiseren. Zwaartepunt instrumenten Focuspunten

V

TH

A

Gemeentelijke en provinciale taken: Milieu - Milieubelastende activiteiten met hoog risico (bij bedrijven)

X

X

Milieu - Energiebesparingsplicht (bij bedrijven)

X

Milieu - Geluid (evenementen/horeca, verkeer en industrie)

X

X

X

Stap 4: Bepaling van bestuurlijke prioriteit: bepalen van focus

Figuur 8: Voorbeeld van bepaling inzet VTH&A-instrumentarium uit risico- en impactanalyse

De OD NHN maakt op basis van de aanwezige beleidsdocumenten, kennis en kunde een risico- en impactanalyse en geeft aan waar de prioriteiten van haar inzet zouden moeten komen te liggen. De uiteindelijke beslissing hierover ligt bij het college van de betreffende deelnemer.

Als de bestuurlijke prioriteiten voor een specifiek jaar in stap 4 zijn bepaald, kan op basis hiervan worden afgewogen welke inzet door de OD NHN passend is om de beleidsdoelen te behalen. Dit resulteert in een berekening van VTH&A-inzet in een specifiek jaar, in het jaarlijks uitvoeringsprogramma.

In de focuspunten zoals weergegeven in paragraaf 2.6 zijn de bestuurlijke prioriteiten meegenomen.

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

pagina 27

Deel 2: Beleidskader 2.6 Focuspunten Uit het inzicht voortkomend uit de bovenliggende opgaven, het bovenregionaal en regionaal beleid en de risico- en impactanalyse, formuleren we focuspunten voor de periode 2024-2027. De focuspunten zijn de punten die op meerdere onderdelen voor het waarborgen van de kwaliteit (veiligheid, gezondheid, omgevingskwaliteit en waarde van natuur) of ruimte voor ontwikkeling (de transitieopgaven) hoog scoren. De focuspunten kunnen verschillend van aard zijn, gericht op (milieu)thema, taak of opgave. Zij kennen raakvlakken en overlappen. De grote opgaven die er liggen in de fysieke leefomgeving vragen ook om een integrale en samenhangende aanpak. Dat is ook een uitgangspunt van de Omgevingswet. Er is een onderscheid gemaakt in ‘gemeentelijke en provinciale taken’ en ‘ontwikkelthema’s’. - Gemeentelijke en provinciale taken: bij deze focuspunten gaat het om de meer ‘traditionele taken’ die de OD NHN uitvoert voor haar deelnemers. Zij vloeien voort uit wetgeving en hebben overwegend betrekking op de waarborg-opgaven (maar natuurlijk ook op de ontwikkelopgaven). Uitvoering van deze taken is noodzakelijk om een basisniveau te bereiken op het gebied van veiligheid, gezondheid, omgevingskwaliteit en natuurwaarden.

kwaliteit van de fysieke leefomgeving (zoals de PFAS (ZZS)crisis en verslechterende waterkwaliteit). Met name (maar niet alleen) de ontwikkelthema’s vragen veel inzet op voorbereiding, organisatie en afstemming met partners. Advisering heeft daarin vaak een grote rol. Daarnaast laten de ontwikkelthema’s én gemeentelijke en provinciale (waarborg)taken, een snel groeiende behoefte zien aan het gebruik van data in elke fase van het proces (advies, planning/voorbereiding, uitvoering, monitoring, rapportage en afstemming met partners).

In de uitvoeringsprogramma’s tot nu toe, is voornamelijk ingezet op het beschermen van de leefomgeving (de gemeentelijke en provinciale waarborgtaken) en beperkt op de ontwikkelopgaven en inzet en opbouw van data. Voor de ontwikkelthema’s zien we een snel toenemende vraag aan inzet door de omgevingsdienst. Soms gaat dat gepaard met extra financiële middelen maar vaak wordt er een beroep gedaan op de bestaande capaciteit en middelen waardoor de uitvoering van de gemeentelijke en provinciale (waarborg)opgaven steeds meer onder druk komt te staan. Het sterk toenemende belang van de ontwikkelthema’s leidt bij gelijkblijvende capaciteit en middelen tot het maken van steeds scherpere keuzes in het uitvoeringsprogramma.

- Ontwikkelthema’s: deze focuspunten zijn vooral een gevolg van de ontwikkelingen van de laatste jaren; de komst van belangrijke nieuwe wetgeving (Omgevingswet), de grote transitie opgaven (zoals circulaire economie en reductie CO2-uitstoot) en inzichten in de achteruitgang van de OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

pagina 28

Deel 2: Beleidskader A (adviseren) opgenomen. Aangegeven wordt welk instrument mogelijkheden geeft tot het maken van impact.

Toelichting op de focuspunten Milieu - Milieubelastende activiteiten met hoog risico (bij bedrijven) Dit zijn de milieubelastende activiteiten die hoog scoren in de risico- en impactanalyse. Prioritering binnen deze activiteiten (vroeger: branches en milieucategorieën) gebeurt al jarenlang om de inzet van regulering en toezicht en handhaving zo efficiënt en effectief mogelijk te laten zijn. Dat heeft geleid tot een steeds scherpere keuze om alleen de activiteiten met de hoogste prioriteit te behandelen en de overige activiteiten alleen naar aanleiding van een signaal zoals klacht, melding of constatering. Het verder ‘afschaven aan de onderkant’ leidt tot een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid en gezondheid.

impact niet/zeer weinig zekere mate van impact grote mate van impact

geen/beperkte mogelijkheid tot maken impact

x mogelijkheid tot maken impact xx grote mate mogeljkheid totmaken impact

Tabel 7: Belangrijkste focuspunten voor de periode 2024-2027 met legenda

De focuspunten zijn weergegeven in tabel 1. In de tabel is aangegeven d.m.v. sterren wat in hoofdlijnen de impact is op de opgaven. In de laatste drie kolommen zijn de instrumenten V (vergunning verlenen/reguleren), TH (toezicht en handhaven) en OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

Milieu - Energiebesparingsplicht (bij bedrijven) De verduurzaming van het energiegebruik van industrie en dienstensector is een belangrijke pijler uit het Klimaatakkoord. Via verschillende sporen wordt ingezet op deze verduurzaming. Eén daarvan is het intensiveren van het toezicht op de wettelijke energiebesparingsplicht (de zogenaamd Erkende Maatregelen Lijsten, EML-controles). Per 1 juli 2023 is een omvangrijke wetswijziging van kracht rond de energiebesparingsplicht. De doelgroep is uitgebreid en het toezicht is nu een basistaak voor omgevingsdiensten. Met behulp van subsidies vanuit Rijk en pagina 29

Deel 2: Beleidskader provincie zijn ook in de periode 2024 -2026 extra inspanningen mogelijk rond stimulering, toezicht en handhaving van de besparingsplicht. Per 1 januari 2024 is een rapportageplicht voor werk gerelateerd personenvervoer (voor instellingen met meer dan 100 werknemers) van kracht. Ook het toezicht hierop is een basistaak voor omgevingsdiensten. Het databeheer ten behoeve van registratie, planning, toezicht, monitoring en rapportage kent door wetwijzigingen, nieuwe wetgeving en nieuwe voorwaarden vanuit het Rijk, een grote dynamiek. In dit dynamische taakveld vragen deze veranderingen en de afstemming met partners (provincie, de andere omgevingsdiensten, gemeenten etc.) en het databeheer, continu veel voorbereiding en inspanning. Milieu – Geluid (bij evenementen/horeca, verkeer en industrie) Evenementen/horeca De geluidsbelasting voor de omgeving als gevolg van muziek bij evenementen en horeca blijft een aandachtspunt. Een te hoge geluidbelasting kan leiden tot overlast, gezondheidsschade en aantasting (nachtelijke) natuurwaarden. Het aantal evenementen zit weer op het niveau van vóór de corona pandemie. Onder de Omgevingswet betreft het een omgevingsplanactiviteit. Geluidcontroles blijven een plustaak, waar de gemeenten naar verwachting behoefte aan houden.

De OD NHN blijft met gemeenten in gesprek over het zo efficiënt mogelijk controleren en we passen dit in het uitvoeringsprogramma. De OD NHN kan

OD NHN - U&H-strategie 2024-2027

gemeenten adviseren bij het opstellen van geluidsnormen in evenementenvergunningen en -beleid. Verkeer en industrie De komst van de Omgevingswet brengt grote veranderingen met zich mee rond het aspect geluid. Alle geluidregelgeving (met uitzondering die wat betreft luchtvaart) wordt opgenomen in deze wet. De Omgevingswet maakt meer lokale afwegingsruimte mogelijk waardoor lokale overheden voor specifieke gebieden meer nadruk kunnen leggen op gezonde leefomgeving en geluid. Belangrijke veranderingen vinden plaats ten aanzien van onder andere de basiskaart geluidemissie wegverkeer, de geluidproductieplafonds voor gezoneerde industrieterreinen en geluidsnormen in het omgevingsplan. De energietransitie leidt tot geluidsbelasting voor de omgeving door het gebruik van nieuwe technieken op vaak nieuwe locaties. De OD NHN kan een aantal taken en rollen voor de gemeenten en regio’s invullen. Deze variëren, afhankelijk van de wensen, van een beleidsadviserende tot een uitvoerende rol of de rol van initiator of coördinator van lokale, regionale of bovenregionale projecten. Asbest - Asbestsaneringen met hoog risico op blootstelling aan asbest Bij het saneren van asbest bestaan aanzienlijke gezondheidsrisico’s, waarbij asbestsaneerders en mensen in de omgeving gevaar lopen bij slecht uitgevoerde saneringen door het inademen van asbestvezels.

Niet-gecertificeerde handelingen en saneringen door particulieren leiden vaak tot verontreiniging van de omgeving.

pagina 30

Deel 2: Beleidskader Het afhandelen van sloopmeldingen met asbest wordt onder de Omgevingswet een basistaak voor omgevingsdiensten. In 2019 is het wetsvoorstel voor een asbestdakenverbod verworpen. De minister heeft in 2020 samen met provincies, diverse gemeenten, brancheverenigingen, Milieu Centraal en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de ‘Samenwerkingsverklaring aanpak asbestdaken’ ondertekend. Deze partijen zetten, onder het Programmabureau Versnellingsaanpak Asbestdakensanering, gezamenlijk de schouders onder een volgende stap voor een asbestdakenvrij Nederland. Ook koppelkansen, zoals het combineren van de asbestdakensanering met het opwekken van zonne-energie, nemen we hierbij mee. Een recentelijk gehouden onderzoek is uitgevoerd om inzicht te krijgen in de huidige verwering van asbestdaken en de verspreidingsroutes van vrijkomende asbestvezels van deze daken. Daarnaast geeft het onderzoek inzicht in blootstellingsrisico’s van vrijkomende (asbest)vezels voor bewoners van het pand en omwonenden én het effect op de leefomgeving. De uitkomsten van dit onderzoek bevestigen dat de aanpak van asbestdaken noodzakelijk is en blijft voor een gezonde en schone leefomgeving. De OD NHN heeft voor de regio een asbestdakeninventarisatie uitgevoerd. Deze is in 2021 geactualiseerd en gedeeld met het Programmabureau.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=fa6192e6-ea29-44d3-8eb4-4810b1a9f5e5