CConstaterende datHeiloo
Koppel je AI →
Document · PDF

C10a. VTH-beleid omgevingsrecht 2.0_3

Raadsvergadering 29 januari 2024, gemeente HeilooBij agendapunt: Ter kennis van de raad te brengen collegebesluiten en -memo’s (CAT C)44.741 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Inrichtingen met een slecht naleefgedrag en aanzienlijke risico’s voor het ontstaan van milieuschade (probleemgevallen) krijgen meer aandacht dan de inrichtingen die zich correct gedragen. De feitelijke prioriteitenstelling vindt telkens plaats nadat een inrichting onderworpen is aan een controle. Een aantal inrichtingen wordt hoofdzakelijk thematisch in plaats van integraal gecontroleerd, zoals nachtcontroles (bij horeca) en tijdelijke activiteiten (zoals opslag van vuurwerk). De OD Noord-Holland Noord en de OD IJmond zijn 24/7 bereikbaar en beschikbaar voor werkzaamheden ten behoeve van de milieu-incidenten en crisismanagement. Dit is vastgelegd in de Consignatieregeling. Op basis van de risicoanalyse en probleemanalyse zijn branches geprioriteerd. De risicoanalyse bestaat uit een aantal gekozen categorieën van bedrijven die kenmerkend zijn voor onze gemeente. De branches hebben prioriteit hoog, gemiddeld of laag meegekregen. Als doel gesteld is om jaarlijks ongeveer een kwart van het bedrijven-bestand te bezoeken. 6.5.9

Toezicht aanleg weg, kap, reclame en inritten

Voor de activiteiten die in de Apv zijn benoemd, vindt over het algemeen enkel toezicht plaats op basis van klachten en meldingen (zie paragraaf 4.5.13). In dit kader wordt uitgegaan van de eigen verantwoordelijkheid van de uitvoerder van de werkzaamheden. De inritvergunningen worden gecontroleerd door de opzichter (civiele werken). 6.5.10 Toezicht evenementen

De aard, omvang en de geschiedenis van het evenement bepaalt welke vorm en intensiteit van toezicht wordt ingezet. Afhankelijk van de risico’s en duur van het evenement kan één of meerdere fysieke controles plaats vinden, bijvoorbeeld ten aanzien van geluid. De intensiteit en diepgang van de controles wordt voorafgaand aan het evenement bepaald, evenals de interne en externe taakverdeling; maatwerk. Veiligheid in al zijn aspecten (materiaalgebruik, opbouw, blusvoorzieningen,

58

Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo

vluchtwegen, routes hulpdiensten, enzovoorts) heeft prioriteit. Bovenop de eerder genoemde aspecten wordt bij geselecteerde evenementen ook aandacht besteed aan de openbare orde, geluidsoverlast, uitstallingen en illegale verkoop / venten. De controleurs nemen in de voorbereiding van de vergunning altijd contact op met de initiatiefnemers en eventuele handhavingspartners (politie, veiligheidsregio en de omgevingsdienst) om goede werkafspraken te maken. 6.5.11 Toezicht Drank en Horeca

Op een aantal specifieke momenten is toezicht van de Drank- en Horecawet (DHW) van belang: 1. tijdens uitgaansavonden in de primaire uitgaansgebieden; 2. tijdens grootschalige evenementen; 3. reguliere controle van de vergunning. Tijdens deze toezichtmomenten wordt een integrale controle gedaan waarbij alle aspecten van de DHW worden meegenomen. Speerpunten tijdens deze controles zijn: Ad 1: tijdens uitgaansavonden in de gebieden Bergen Centrum, Egmond aan Zee, het horecaconcentratiegebied van Castricum (omgeving Dorpsstraat), Heiloo, en Uitgeest. Artikel Artikel 20 1e en 2e lid Artikel 20 6e en 7e lid Artikel 21 Artikel 24 3e lid Artikel 25d Artikel 45

Korte beschrijving Verstrekken alcoholhoudende drank aan jongeren die niet onmiskenbaar >18 zijn zonder daarbij de leeftijd vast te stellen. 20,6 verbod personen onder invloed 20,7 verbod dienst te doen onder invloed Verstrekken van alcoholhoudende drank met het vermoeden van verstoring openbare orde, veiligheid en zedelijkheid Personeel <18 jaar staat te tappen/slijten Verbod prijsacties afdeling 8a Apv Strafbaarstelling jongeren <18 jaar publiek toegankelijke plaatsen

Artikel Apv artikel 2:28 Apv artikel 2:28A Apv artikel 2:29 Apv artikel 4:8 Signaalfunctie

Korte beschrijving Exploitatievergunning Terrasvergunning Sluitingstijd Natuurlijke behoefte doen (wildplassen) Geluid en aanwezigheid portiers

Ad 2: tijdens grootschalige evenementen. Artikel Artikel 20 1e en 2e lid Artikel 20 6e en 7e lid Artikel 21 Artikel 24 3e lid Artikel 25d Artikel 35 2e en 4e lid Artikel 45

Korte beschrijving Verstrekken alcoholhoudende drank aan jongeren die niet onmiskenbaar >18 zijn zonder daarbij de leeftijd vast te stellen. 20,6 verbod personen onder invloed 20,7 verbod dienst te toen onder invloed Verstrekken van alcoholhoudende drank met het vermoeden van verstoring openbare orde, veiligheid en zedelijkheid Personeel <18 jaar staat te tappen/slijten Verbod prijsacties afdeling 8a Apv 35,2 beperkingen/voorschriften 35,4 ontheffing/afschrift dient aanwezig te zijn Strafbaarstelling jongeren <18 jaar publiek toegankelijke plaatsen

Artikel Apv artikel 2:25 Apv artikel 2:28A Apv artikel 2:29 Apv artikel 4:8

Korte beschrijving Evenementenvergunning Terrasvergunning Sluitingstijd Natuurlijke behoefte doen (wildplassen)

59

Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo

Signaalfunctie

Geluid

Ad 3: reguliere controle van de vergunning. Reguliere horeca Artikel Artikel 3 Artikel 10 Artikel 20 5e lid Artikel 24 1e en 2e lid Artikel 29 3e lid

Korte beschrijving Zonder vergunning het horecabedrijf uitoefenen Inrichtingseisen (bijvangst) Geen aanduiding leeftijdsgrenzen bij de toegang of aanduiding niet goed leesbaar Leidinggevende op vergunning/aanhangsel vermeld is niet aanwezig en inrichting is open voor publiek Vergunning/aanhangsel niet in bedrijf aanwezig

Para commerciële horeca Artikel Korte beschrijving Artikel 3 Zonder vergunning het horecabedrijf uitoefenen Artikel 4, 1e lid Niet voldoen aan regels gesteld in afdeling 8a Apv Artikel 4, 5e lid Afschrift ontheffing is niet in de inrichting aanwezig Artikel 9, 3e lid Aanwezigheid registratie barvrijwilligers Artikel 9, 4e lid Aanwezigheid bestuursreglement Slijtersbedrijf Artikel Artikel 3 Artikel 20 5e lid Artikel 15 2e lid Artikel 16 Artikel 24 1e en 2e lid Artikel 29 3e lid

Korte beschrijving Zonder vergunning het slijtersbedrijf uitoefenen Geen aanduiding leeftijdsgrenzen bij de toegang of aanduiding niet goed leesbaar Rechtstreeks verbinding tussen slijterij en andere neringsruimte Automatenverkoop alcoholhoudende drank Leidinggevende op vergunning/aanhangsel vermeld is niet aanwezig en inrichting is open voor publiek Vergunning/aanhangsel niet in bedrijf aanwezig

Doel is het alcoholgebruik onder jongeren terug te dringen en alcohol gerelateerde verstoringen van de openbare orde aan te pakken. In de uitvoeringsregels Apv/ DHW is de sanctiestrategie opgenomen. 6.5.12 Toezicht bodem, bouwstoffen en grondstromen

Het ‘toezicht bodem’ wordt door de OD Noord-Holland Noord en de OD IJmond uitgevoerd. Hiervoor is de werkwijze regionaal uniform uitgewerkt. Voor toezicht bodemsanering geldt dat dit uitsluitend plaatsvindt wanneer hier een concrete aanleiding voor is. Bijvoorbeeld bij een tanksanering of bij besluiten over ruimtelijke ontwikkelingen. Het ‘toezicht op het toepassen van grondstromen en bouwstoffen’ vindt plaats naar aanleiding van meldingen, gebiedsgericht (zie 6.5.16) en op basis van klachten en meldingen (zie 6.5.15). Bij elk toezichttraject (zoals ten aanzien van grondstromen en bodem) toetst de betreffende handhaver of er een landelijke handhaving uitvoeringsmethode (HUM) van toepassing is op de activiteit. Als dat het geval is, vindt overdracht van de activiteit en informatie-uitwisseling plaats conform het gestelde in de HUM. 6.5.13 Toezicht natuurbescherming en flora en fauna

Het toezicht op de bescherming van natuur, flora en fauna vindt gebiedsgericht plaats (zie 6.5.16) en op basis van klachten en meldingen (zie 6.5.15). In beginsel is de Provincie bevoegd gezag.

60

Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo

6.5.14 Toezicht ruimtelijke ordening

Het toezicht op de ruimtelijke ordening vindt vooral gebiedsgericht plaats (zie 6.5.16) en op basis van klachten en meldingen (zie 6.5.15). Daarnaast wordt tijdens het bouwtoezicht bekeken of activiteiten plaatsvinden conform het geldende bestemmingsplan. In geval van een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit wordt volstaan met maximaal één toezichtmoment tijdens een gebiedscontrole (zie paragraaf 6.5.16). Ruimtelijke kwaliteit is vooral een kwestie van beleven. Het is een ‘zachte’, kwetsbare, en niet meetbare kwaliteit. De overheid heeft de taak om hierin het algemene belang te beschermen. Daarom is dit een actief onderdeel van het gebiedstoezicht. Wachten met handhaven tot er een klacht is, leidt ertoe dat de regie op de kwaliteit van de openbare ruimte wordt opgegeven. Er staan dan bijvoorbeeld zo veel illegale hoge schuttingen aan de straatkanten dat men eigenlijk niet meer kan handhaven. Hoewel de komende omgevingswet erop inzet dat inwoners meer regie krijgen over hun leefomgeving, blijft de kwaliteit van de openbare ruimte en de aanliggende bebouwing door bestemmingsplannen en welstandsnota’s beschermd. De openbare ruimte is immers van iedereen en een rommelige omgeving heeft een spin-off ten aanzien van gezondheid en veiligheid.

Het vergroot de anonimiteit van de omgeving wat ten koste kan gaan van welbevinden, ontmoeting, sociale controle en uiteindelijk dus ook van (het gevoel van) veiligheid. 6.5.15 Toezicht op basis van klachten, meldingen en handhavingsverzoeken

Klachtentoezicht vindt plaats naar aanleiding van een klacht of melding van inwoners/bedrijven (extern) of van andere afdelingen/ collega’s/ bestuur (intern). Klachten en meldingen kunnen per telefoon, schriftelijk, per e-mail of via de website van de gemeenten binnenkomen. Bij een verzoek van een burger wordt contact opgenomen. Vervolgens wordt besproken wat het belang en doel van het verzoek is en wat verwacht mag worden van de gemeenten. In goed onderling overleg wordt gezocht naar een snelle en informele oplossing van het probleem. Als dit niet mogelijk blijkt, dan wordt bij een herhaalde constatering een definitieve afweging gemaakt. Bij verzoeken om handhaving van derden of van bedrijven wordt in eerste instantie voornamelijk schriftelijk gecommuniceerd. Bij horeca gerelateerde overtredingen wordt veelal direct gereageerd. Door in een vroeg stadium in overleg te gaan met een ondernemer worden ieders verwachtingen duidelijk en mogelijke toekomstige problemen voorkomen. Bij anonieme verzoeken wordt de impact van het verzoek ingeschat. Afhankelijk van deze inschatting wordt eventueel verdere actie ondernomen. Het streven is om de klager binnen twee werkdagen op de hoogte te stellen dat de klacht is ontvangen en te informeren over het vervolg. Het protocol voor klachten en handhavingsverzoeken is opgenomen in het VTH-registratiesysteem.

Voor milieucalamiteiten (bijvoorbeeld een brand waarbij asbest vrijkomt) zijn de omgevingsdiensten voor alle milieuactiviteiten oproepbaar. De ondersteuning vindt plaats door middel van het verlenen van kennis, toezicht (monsteropnames, meedenken bij oplossingen) en materiaal (zoals meetapparatuur). Hiervoor is een overeenkomst gesloten. Er geldt een 24-uurs bereik- en beschikbaarheid met een (maximale) opkomsttijd van één uur. Voor overige rampen/grote incidenten maken de gemeenten gebruik van een regionaal crisisbeheersingsplan. Bij een calamiteit of incident kan door bemiddeling van de toezichthouders milieu geprobeerd worden de veroorzaker/eigenaar zelf de noodzakelijke actie te laten ondernemen zodat er geen kostenverhaal (bestuursdwang) hoeft plaats te vinden. Als dit niet lukt, kunnen bestuursrechtelijke middelen worden ingezet. 6.5.16 Gebiedscontroles

Zolang geen (nieuwe) activiteiten plaatsvinden, vindt slechts beheer van het grondgebied plaats. Steekproefsgewijs wordt bekeken of het gebruik volgens de regels plaatsvindt. Gebiedsgericht toezicht wordt toegepast met aandacht voor diverse, vastgelegde controlepunten ten aanzien van ruimtelijke ordening, bouwen, (brand)veiligheid, milieu en Apv en bijzondere wetten. Afhankelijk van het type gebied en/of bestuurlijke prioriteit kan de nadruk meer of juist minder op enig rechtsgebied liggen.

61

Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo

In het algemeen vindt het toezicht plaats vanaf de openbare weg en is het gericht op het voorkomen en tegengaan van excessen. Voor deze wijze van controle worden zowel bouw- als milieutechnische toezichthouders ingezet. Hoewel iedere toezichthouder een bepaalde specialiteit (bouw, milieu, brandveiligheid, etc.) heeft, worden zijn of haar vaardigheden tevens benut voor het toepassen van de ‘oog- en oor functie’ voor zaken die buiten zijn of haar specialisme liggen. Bij nader te bepalen feiten wordt een collega toezichthouder geïnformeerd, die op dat specifieke terrein vakbekwaam is. Het gaat vooral om zaken die geen vakinhoudelijke kennis verlangen. Op deze manier wordt de integrale handhaving verder geoptimaliseerd. 6.5.17 Samenwerking bij het toezicht

Interne afstemming van activiteiten is tweewekelijks in het teamoverleg en het overleg met team Vergunningen. Extern is er, op ad hoc basis, overleg met instanties als de Politie, de Veiligheidsregio, de OD NHN, de OD IJmond, het OM (Openbaar Ministerie), Belastingdienst, douane, Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA), de AID (Algemene Inspectiedienst) en het Hoogheemraadschap. Structureel overleg vindt plaats met de omgevingsdiensten (voor de milieu- en bodemtaken) en de Veiligheidsregio’s (voor de brandveiligheidstaken). Toezichtprogramma’s worden zoveel mogelijk afgestemd om te voorkomen dat bedrijven in een beperkte periode voor zowel milieu als brandveiligheid bezocht worden. Op basis van het integrale handhavingsbeleid worden de periodieke (milieu)controles tijdens de gebruiksfase zo veel mogelijk integraal uitgevoerd. Voorbeeld hiervan is de controle van gebouwen in het kader van het Bouwbesluit en het toepassen van de ‘oog- en oor functie’ voor andere handhavingsthema’s als illegale (ver)bouw, sloop, gebruik en asbest. De bevindingen worden door de teams Vergunningen en Toezicht, Handhaving en Veiligheid (THV) intern afgestemd en extern met de omgevingsdiensten, Politie, Veiligheidsregio, Hoogheemraadschap of AID. 6.6

Sanctiestrategie

Als een overtreding geconstateerd wordt, volgen de gemeenten onderstaande sanctiestrategie. Deze is nader uitgewerkt in het VTH-registratiesysteem, waarin de processen zijn ingericht. Daarbij onderschrijven we de landelijk handhavingsstrategie7. De essentiële onderdelen van de landelijke handhavingsstrategie zijn in onderstaande alinea’s uitgewerkt en aangevuld met eigen overwegingen. Naast bestaande en bekende risico’s, spelen er ook veranderende omstandigheden en nieuwe risico’s. Elk van deze situaties vraagt om een passende aanpak. Er zijn daarbij verschillende keuzemogelijkheden, zoals de aanpassing van beleid en/ of regelgeving, vergunningverlening, publieksvoorlichting en toezicht- en interventie. Doel. Het doel van deze sanctiestrategie omvat zowel de naleving van wettelijke bepalingen als het stimuleren van een adequate veiligheidscultuur. Onze werkwijze bestaat uit een reeks van activiteiten. De activiteiten hangen met elkaar samen en vormen een leercyclus:

7

Ten tijde van het vaststellen van voorliggend document de ‘Landelijke handhavingsstrategie; een passende interventie bij iedere bevinding’, versie 1.7; 24 april 2014;

62

Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo

Figuur 13: leercyclus Programmeren. Periodiek wordt bepaald waar de capaciteit op ingezet wordt. Deze tactische keuzes worden vastgelegd in de gemeentelijke uitvoeringsprogramma’s. Dit programmeren is gebaseerd op deze beleidsvisie voor de komende jaren, signalering en risicoanalyse door onder andere dataanalyse, input vanuit vergunningsverlening, de gevolgen van beleidswijzigingen en de evaluatie over de afgelopen periode. Daarnaast wordt capaciteit gereserveerd voor reactief toezicht naar aanleiding van meldingen, incidenten en verzoeken om handhaving. Onderzoeken, oordelen, interveniëren. De toezicht- en interventieactiviteiten worden planmatig uitgevoerd met als doel het bewaken en bevorderen van de veiligheid. Hiertoe worden allerlei werkzaamheden uitgevoerd zoals inspecteren, monitoren van de voortgang van verbetertrajecten, reageren op meldingen, oordelen of risico’s adequaat beheerst worden, beoordelen of wordt voldaan aan wettelijke bepalingen en ingrijpen waar dat nodig is. Deze activiteiten – samengevat tot onderzoeken, oordelen en interveniëren – vormen de kern van het operationeel werk. Evalueren en verantwoorden. Door periodiek te evalueren kan men leren van ervaringen en een evaluatie is nodig voor het sluiten van de kwaliteitscirkel (Plan Do Check Act).

Bij een evaluatie horen vragen zoals: Richten we ons op de juiste dingen? Zien we belangrijke risico’s tijdig? Zijn de maatregelen effectief? Inzichten uit de evaluatie voeden het vergunningenproces, de beleidscyclus en de nieuwe cyclus van programmeren. Het college legt verantwoording af aan de raad over de gemaakte keuzes en behaalde resultaten. 6.6.1

Formele overtreding, gelijkwaardige oplossingen

Er kan sprake zijn van een formele afwijking van de voorschriften, en tegelijkertijd van maatregelen die het door de rechtsregel beschermde belang in dezelfde mate of beter waarborgen. Als op een andere wijze dezelfde veiligheid, bescherming van de gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en bescherming van het milieu wordt gerealiseerd, kan deze oplossing voldoen en is geen vervolgactie noodzakelijk. Hierbij valt te denken aan het beslechten van een ‘burenruzie’ door het inzetten van ‘buurtbemiddeling’ en finale geschilbeslechting. 6.6.2

Formele, legaliseerbare overtreding

Is wel sprake van een formele overtreding en is geen sprake van een gelijkwaardige oplossing, is de eerste vraag of het in principe een vergunbare situatie is. Als dit het geval is, wordt in beginsel een vergunningprocedure gestart. Hiervoor is nodig dat de overtreder een ontvankelijke aanvraag indient. Afhankelijk van de ernst van de overtreding (Is er een verhoogd risico? Is er al schade opgetreden?) en het profiel van de overtreder zijn er de volgende aanvullende opties:

63

Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo

-

-

-

6.6.3

Vergunnen met bestraffende sanctie Als de illegale situatie is ontstaan uit calculerend/malafide gedrag en/of sprake is van recidive, wordt de Politie ingeschakeld voor het opmaken van een proces-verbaal. Wat de aard van de sanctie wordt, is beschreven in paragraaf 6.6.3. van deze sanctiestrategie. Vergunnen Als bij een vergunbare situatie geen sprake is van calculerend/malafide gedrag en geen sprake van recidive, wordt afgezien van een bestraffende sanctie. In sommige situaties is het denkbaar dat ondersteuning wordt geboden om de situatie te verbeteren. Bijvoorbeeld door het geven van voorlichting of cursus als wordt vastgesteld dat een bepaalde (onnodige) overtreding systematisch voorkomt. Vergunnen met bestuursrechtelijke handhaving Als een illegale situatie te legaliseren is, kan men bestuursrechtelijk toch handhavend optreden zolang de illegale situatie voortduurt en/of de vergunningaanvraag nog niet is ingediend. Sanctie instrumenten

De intentie van het toepassen van de sanctiestrategie is het herstel naar een legale situatie. Daarom zullen de toe te passen handhavingsmaatregelen in de eerste plaats bestuursrechtelijk van aard zijn. Uitzondering op dit algemene uitgangspunt is de handhaving van bepaalde overlast gevende feiten uit de Apv. Bij deze feiten is herstel van de legale situatie niet mogelijk en ligt een punitief handhavingsinstrument – het opleggen van een bestuurlijke strafbeschikking of een naheffingsaanslag – meer voor de hand. In deze paragraaf wordt stilgestaan bij de wijze waarop wordt opgetreden bij geconstateerde overtredingen. Hiervoor zijn bestuursrechtelijke en strafrechtelijke instrumenten in te zetten. Bestuursrechtelijk zijn dat: Een bestuursrechtelijke sanctiebeschikking: o last onder dwangsom (LOD); o last onder bestuursdwang (LOB); Schorsen of intrekken van de vergunning, certificaat of erkenning; Een bouwstop (tijdelijk stilleggen activiteiten); Verscherpt toezicht. Bij een bestuursrechtelijke sanctiebeschikking (last onder dwangsom of last onder bestuursdwang) krijgt de overtreder een hersteltermijn aangeboden waarbinnen de overtreding moet zijn beëindigd. Daarbij volgen de gemeenten de landelijke leidraad, waarbij beargumenteerd afgeweken kan worden. Als de overtreding na deze termijn niet is beëindigd dan wordt de sanctie geëffectueerd.

In samenhang met de sanctiebeschikking of los daarvan kan de strafrechtelijke sanctie worden toegepast. Strafrechtelijke instrumenten zijn: Een proces verbaal (PV); De bestuurlijke boete; De bestuurlijke strafbeschikking (BSB). In de organisatie zijn geen toezichthouders aangewezen om strafrechtelijk op te treden binnen het domein II (Wabo). Dit wordt onder andere door de OD Noord-Holland Noord en de OD IJmond uitgevoerd, zij treden zo nodig strafrechtelijk op. Bij strafrechtelijke handhaving is naast het bereiken van de gewenste situatie tevens het bestraffende element van belang. 6.6.4

Passende reactie

Voordat bovenstaande sanctie instrumenten worden ingezet wordt eerst geanalyseerd waarom iemand zich niet aan de regels houdt en wordt bekeken of een andere interventie meer op zijn plaats is. Deze interventie is dan vooral gericht op preventie in plaats van repressie. Daarbij valt te denken aan voorlichting en mediation. De stappen zijn de volgende: 1. Beschrijving van probleem of de ongewenste situatie en de regel die ervoor moet zorgen dat dit probleem wordt opgelost. 2. Analyse wat men beweegt om zich niet aan de regel te houden. Kent men de regel wel? Overtreedt men de regel uit gewoonte? Of is het erg moeilijk om de regel na te leven? En wat zijn eigenlijk de risico’s als de regels overtreden worden? Ook kijken om wat voor overtreder het gaat.

64

Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo

Gaat het om een bewuste overtreder? Zal handhaving afschrikken? Of gaat het om een principiële overtreder? 3. Aan de hand van de antwoorden op deze vragen, bepalen wat de meeste kans geeft op een positief effect. Bij overtredingen met een laag (veiligheids)risico, maar met een hoge sociale impact, zoals bij een burenruzie, wordt eerst gekozen voor het inzetten van maatregelen die niet direct voortvloeien uit de Awb, zoals op behoud van de onderlinge verhouding door het inzetten van mediation of buurtbemiddeling. De gemeente kan altijd overgaan tot het inzetten van de handhavingsmiddelen, maar gaat in eerste instantie de dialoog aan. Uiteraard kan dit minnelijke traject niet al te lang duren. 6.6.5

Dwangmaatregelen

Als een minnelijk traject geen soelaas biedt, kan nadien besloten worden om alsnog over te gaan tot dwangmaatregelen. Er zijn een aantal handelingsmogelijkheden als een overtreding wordt geconstateerd: a) Bestuursrechtelijk optreden Dit kan op twee manieren: door toepassing van een last onder bestuursdwang en door het opleggen van een last onder dwangsom. b) Strafrechtelijk optreden Als sprake is van een strafbaar feit, kan proces-verbaal worden opgemaakt van de overtreding door een boa (buitengewoon opsporingsambtenaar) of door de Politie. Het Openbaar Ministerie kan strafvervolging instellen. Daarnaast zijn er bestuurlijke strafsancties, te weten de bestuurlijke boete en de bestuurlijke strafbeschikking. c) Niet optreden, gedogen of legaliseren Hoewel dit niet altijd wordt onderkend, kan ook niet optreden tegen een overtreding in een aantal gevallen verregaande rechtsgevolgen hebben. a)

Bestuursrechtelijk optreden

De bestuursrechtelijke handhaving is gebaseerd op de zogenaamde tweestappenstrategie: 1. Na constatering van een overtreding wordt onderzocht of de overtreding gelegaliseerd kan worden. Als dit niet mogelijk is, ontvangt de overtreder een voornemen tot bestuursrechtelijk optreden. In dit voornemen wordt de overtreder een termijn gesteld om een zienswijze op het voornemen in te dienen en een termijn om de overtreding ongedaan te maken. 2. Duurt de overtreding na hercontrole nog steeds voort, dan volgt een formele aanschrijving met dwangmiddelen. Wordt niet binnen de begunstigingstermijn aan de last voldaan, dan wordt het besluit geëffectueerd. In een aantal situaties kan van deze strategie worden afgeweken: indien de bouwtoezichthouder tijdens de realisatiefase een overtreding constateert, wordt eerst getracht de overtreding in overleg op te lossen. Leidt dit niet tot het gewenste resultaat, dan wordt afgezien van het versturen van een constateringbrief en direct een voornemen tot bestuursrechtelijk optreden verzonden (tweestappenmodel); in spoedeisende situaties, waarbij direct optreden gewenst is, worden direct bestuursrechtelijke maatregelen genomen; indien sprake is van recidive, nalatig gedrag, een calculerende of malafide instelling van de overtreder, wordt gelijk een voornemen kenbaar gemaakt.

Toepassing van bestuursdwang leidt veelal tot hogere bestuurslasten dan het opleggen van een last onder dwangsom. Het ongedaan maken van een overtreding door de gemeente vraagt een gedegen voorbereiding en uitvoering van taken die flink wat organisatie vragen. Ook het kostenverhaal vraagt de nodige aandacht. Het opleggen van een last onder dwangsom legt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering bij de overtreder zelf. Dit geeft de gemeente slechts de plicht om te toetsen of na het verstrijken van de gestelde termijn de overtreding ongedaan is gemaakt. Daarom ligt de voorkeur bij de last onder dwangsom. Bij spoedeisen zaken wordt echter altijd bestuursdwang toegepast. Daarbij moet wel worden bedacht dat een dwangsom natuurlijk niet direct de overtreding ongedaan maakt. Dat moet de overtreder zelf doen binnen de begunstigingstermijn. Gebeurt dit niet, dan kan

65

Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo

het college opnieuw een sanctie opleggen. Omdat de dwangsom niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd zal dan bestuursdwang worden overwogen. De dossieropbouw begint met het constateren van een overtreding of het ontvangen van een verzoek om handhaving. Deze geconstateerde overtreding kan gebaseerd zijn op een eigen waarneming van een toezichthouder, een melding of een verzoek om handhaving. Die overtreding wordt vastgelegd met een rapport en foto’s. Elke overtreder wordt met de schriftelijke vooraanschrijving de mogelijkheid geboden om te worden gehoord en om de overtreding zelf ongedaan te maken. Tenzij er spoedeisende redenen zijn om hiervan af te zien. Dat laatste wordt altijd gemotiveerd en zo mogelijk wordt telefonisch of mondeling geprobeerd om alsnog aan de hoor verplichting te voldoen. Hiervan wordt een verslag gemaakt, dat we aan het dossier toevoegen. Daarna vindt een tweede inspectie plaats en wordt vastgelegd of de overtreding nog steeds bestaat. Vervolgens wordt een handhavingsbesluit genomen met een begunstigingstermijn. Als gemeentelijk eigendom in het geding is, wordt de nakoming van de overeenkomst privaatrechtelijk afgedwongen. Het overgaan tot dwangmaatregelen is geen lichtzinnige beslissing.

De toe te passen sanctie moet proportioneel zijn en dient zoveel mogelijk transparantie te bieden over de lengtes van begunstigingstermijnen en de hoogten van dwangsommen. Bestuursrechtelijk optreden Primair last onder dwangsom De gemeente heeft een bepaalde beleidsvrijheid in de keuze of zij een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom oplegt. Behoudens bijzondere omstandigheden kiest de gemeente om de hiernavolgende redenen voor het opleggen van een last onder dwangsom boven het toepassen van bestuursdwang: het opleggen van een last onder dwangsom legt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van die taken bij de overtreder en geeft de gemeente slechts de plicht te toetsen of na het verstrijken van de termijn de overtreding ongedaan is gemaakt; toepassen van bestuursdwang leidt vaker tot hogere bestuurslasten (voorbereidingen uitvoering) dan het opleggen van een last onder dwangsom. Ook is het nog maar de vraag of de kosten op de overtreder verhaald kunnen worden; bij herhalende overtredingen is een dwangsom effectiever, omdat de last na de verwijdering of het ongedaan maken van de overtredingen blijft bestaan.

Als de overtreding opnieuw plaatsvindt, wordt de dwangsom alsnog of opnieuw verbeurd; bij vernietiging in een gerechtelijke procedure kunnen de gevolgen van het besluit tot het opleggen van een dwangsom eenvoudiger worden teruggedraaid dan reeds toegepaste bestuursdwang. In een aantal bijzondere situaties zal – in afwijking van de hoofdregel – geen dwangsom worden opgelegd, maar worden gekozen voor bestuursdwang, bijvoorbeeld: tegen de overtreding is eerder een last onder dwangsom opgelegd en dit heeft niet tot het gewenste resultaat geleid; de overtreder is niet te achterhalen; de overtreding is dusdanig ernstig of brengt zodanige risico’s met zich mee dat deze onmiddellijk moet worden beëindigd. In dit laatste geval wordt spoed bestuursdwang toegepast. Hieronder staan enkele situaties genoemd waarbij toepassing van spoed bestuursdwang voor de hand ligt:  illegale lozingen en andere ernstige milieubedreigende situaties;  het stilleggen van de bouw in geval van illegale bouw of onvoorziene veiligheid of gezondheidssituaties tijdens vergunde bouwwerkzaamheden;  illegale sloop (bijvoorbeeld met asbest) of onvoorziene veiligheidof gezondheidssituaties tijdens vergunde sloopwerkzaamheden;  brandgevaarlijke situaties die acuut levensbedreigend kunnen zijn; of bedreiging van de openbare orde.

66

Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo

Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Een aangetroffen situatie dient van geval tot geval te worden beoordeeld. Bij het opleggen van spoed bestuursdwang wordt zoveel mogelijk de normale bestuursdwangprocedure gevolgd met een aangepaste (zeer) korte begunstigingstermijn. In acute gevallen kan de bestuursdwang mondeling worden aangezegd en meteen worden geëffectueerd zonder begunstigingstermijn). Naderhand dient de bestuursdwang alsnog op schrift te worden gesteld en bekend te worden gemaakt. Dwangsom De hoogte van een dwangsom moet op grond van de Algemene wet bestuursrecht in redelijke verhouding staan tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van het opleggen van de dwangsom. De hoogte van de dwangsom wordt o.a. gerelateerd aan de aard en ernst van de overtreding, de potentiële schade en de kosten die moeten worden gemaakt om de overtreding ongedaan te maken. In ieder geval moet het bedrag belangrijk hoger zijn, dan het economisch voordeel dat met de overtreding wordt behaald. Het moet aantrekkelijker zijn de overtreding ongedaan te maken dan de dwangsom te betalen. Om voldoende stimulans te kunnen bieden de overtreding ongedaan te maken, worden de berekende bedragen met een factor twee vermenigvuldigd. In de regel wordt een dwangsom ineens opgelegd. Zie ook de leidraad die als bijlage 7 bij dit stuk is gevoegd.

Verbeuren van de dwangsom Het verbeuren van dwangsommen gebeurt van rechtswege. In onze gemeenten wordt de stelregel gehanteerd dat een dwangsom direct na het verbeuren wordt geïnd tenzij er om juridische redenen (zoals een schorsingsverzoek) uitstel is overeengekomen. Dit kan echter nooit leiden tot verjaring van de vordering. Invorderingsbeschikking Met het in werking treden van de vierde tranche van de Awb is de positie van derdebelanghebbenden bij de handhaving versterkt. Op grond van artikel 5:37 lid 2 Awb kan zowel degene die de gemeente heeft verzocht handhavend op te treden als ook een andere belanghebbende de gemeente verzoeken een beschikking omtrent invordering van de dwangsom op te leggen. Last onder bestuursdwang Als de dwangsom niet het gewenste resultaat zal opleveren of heeft opgeleverd, wordt bestuursdwang overwogen. Ook in specifieke andere situaties, zoals het sluiten van een woning op basis van artikel 13b en het Damoclesbeleid, geldt bestuursdwang. Per zaak wordt bekeken wat de beste strategie is. Voorbereiding In de voorbereiding op de bestuursdwangaanschrijving beantwoordt de gemeente in ieder geval de volgende vragen: 1. Welke feitelijke maatregelen moeten worden getroffen om de overtreding op de minst belastende wijze ongedaan te maken? Bij gelijkwaardige alternatieven kan de keuze worden overgelaten aan degene die de last opgelegd krijgt.

De verschillende mogelijkheden worden dan genoemd. 2. Is de gemeente ook in staat de vereiste maatregelen te treffen als geen gehoor wordt gegeven aan de last? 3. Is hiervoor de inzet van externe partijen noodzakelijk? Zo ja, dan wordt die inzet al voordat de aanschrijving uitgaat besproken. Bijvoorbeeld: a. Aannemers uitzoeken om de werkzaamheden uit te voeren. b. Eventueel overleg met de Politie. c. Eventueel overleg met andere controleurs. 4. Is opslag van goederen noodzakelijk? Zo ja, dan wordt dat geregeld voordat de bestuursdwangaanschrijving wordt geëffectueerd. 5. Moeten de toezichthouders gebouwen binnentreden? Zo ja, is dat goed voorbereid? 6. Moet voor de uitvoering van de werkzaamheden gebruik gemaakt worden van het erf van derden? Zo ja, dan is artikel 5:27 Awb van toepassing. Behoudens spoedeisende gevallen is een aanzegging nodig.

67

Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo

Bij het kostenverhaal wordt een dossier van de voorbereiding gebruikt. Uitgangspunt is dat de kosten altijd verhaald worden. Zo nodig worden er betalingsregelingen getroffen met de overtreder. Effectueren van bestuursdwang Bij het effectueren van de bestuursdwang zijn de uitgangspunten: 1. De bestuursdwang pas effectueren als de begunstigingstermijn is verstreken, de aanschrijving onherroepelijk is geworden, een beslissing op het bezwaarschrift is genomen waarbij het bezwaarschrift ongegrond is verklaard en het handhavingsbesluit in stand is gelaten, of een verzoek om voorlopige voorziening dat is afgewezen. 2. De bestuursdwang effectueren overeenkomstig de aanschrijving. Dat wil zeggen dat de gemeente de feitelijke handeling pleegt of laat plegen die aan de aangeschrevene was opgelegd. In de voorbereiding moet worden beoordeeld of de gemeente hiertoe in staat is. 3. Proces-verbaal opmaken van de effectuering. Zo mogelijk met een foto- of video-opname. Een inventarisatielijst met een foto- of videorapportage van meegenomen goederen, waaruit de staat en waarde van de goederen blijkt. Dit kan van belang zijn als de goederen worden verkocht, weggegeven of vernietigd en later geschillen ontstaan over de waarde. 4. De dossiers, inclusief rapportages, worden bewaard totdat alle juridische procedures zijn afgerond. 5.

Alle kosten, inclusief de invorderingskosten, worden verhaald op de overtreder. Voor de invordering van de kosten van bestuursdwang en het invorderen van verbeurde dwangsommen geldt dat de gemeente éénmaal een factuur en een herinnering stuurt. Als niet betaald wordt, gaat het dossier naar de deurwaarder. Toepassingsbeschikking Bij bestuursdwang geldt de toepassingsbeschikking. Beleidsuitgangspunt is dat de bestuursdwang binnen vier weken na afloop van de begunstigingstermijn wordt geëffectueerd. Spoedshalve bestuursdwang In zeer spoedeisende gevallen waarin zelfs de tijd ontbreekt om een aanschrijving op papier te zetten en op de voorgeschreven wijze bekend te maken, wordt de bestuursdwang mondeling aangezegd en wordt meteen geëffectueerd. De al uitgevoerde bestuursdwang wordt dan naderhand alsnog op schrift gesteld en het besluit bekend gemaakt. Tegen dit besluit staat dan alsnog bezwaar en beroep open. Spoedshalve bestuursdwang is niet in algemene regels vast te leggen, omdat het om risico’s gaat die meteen getackeld moeten worden. Het zal altijd gaan om acute situaties waarbij grote veiligheidsen/of gezondheidsrisico’s ontstaan of waarbij onomkeerbare schade kan optreden. Voorbeelden in het kader van deze nota zijn: 1. Het stilleggen van de bouw en het slopen. De stillegging van bouw en slopen is geregeld in artikel 5.17 Wabo.

Dit wordt bijvoorbeeld toegepast bij de aantasting van monumentale waarden of bij illegale of onveilige bouw- of sloopwerkzaamheden. 2. Het stoppen van illegale lozingen en andere ernstige milieubedreigende situaties. 3. Het opheffen van brandgevaarlijke situaties die acuut levensbedreigend kunnen zijn. 4. Het voorkomen van de vernietiging van natuurwaarden. 5. Het stilleggen van werken zonder of in afwijking van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde. Stilleggen van de bouw Bij het stilleggen van de bouw is de algemene regeling voor spoedshalve bestuursdwang van toepassing. Dit is de meest voorkomende vorm van spoedshalve bestuursdwang. 1. Vrijwillige stillegging Bij een vrijwillige stillegging worden ter plaatse afspraken gemaakt over dat vrijwillige stilleggen. Gaat het om kleine afwijkingen, dan wijst de gemeente de bouwer daar mondeling op en volgt een afspraak om deze afwijkingen op korte termijn aan te passen. Ook als niet per se maatregelen moeten worden getroffen, zijn een mondelinge aanwijzing en goede afspraken van belang. 2. Stilleggingsbesluit De volgende aanpak geldt:  De controleur zegt de stillegging mondeling aan;

68

Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo

Uiterlijk binnen twee werkdagen na de constatering verstuurt de gemeente een stilleggingsbesluit, inhoudende dat alle bouwactiviteiten moeten worden gestaakt en gestaakt blijven, met uitzondering van nauwkeurig in het stilleggingsbesluit omschreven noodmaatregelen.

3. Dwangsom en kans op herhaling Om de kans op herhaling te voorkomen wordt de stillegging gevolgd door een last onder dwangsom. 4. De afwijking kan worden gelegaliseerd Als de afwijking kan worden gelegaliseerd verzoekt de gemeente de overtreder een wijziging op zijn eerder verleende omgevingsvergunning bouw en/of sloop aan te vragen. Daarbij wordt aangegeven dat, als niet binnen vier weken na verzending een ontvankelijke aanvraag is ingediend, het uitgangspunt is dat de overtreder geen vergunning wenst aan te vragen. Als de aanvraag wordt ingediend, is er geen actie tot op de aanvraag is beslist. 5. De afwijking kan niet worden gelegaliseerd Als blijkt dat de overtreding niet gelegaliseerd kan worden, trekt de gemeente het stilleggingsbesluit in en legt een dwangsom op om de overtreding ongedaan te maken. Begunstigingstermijn De BUCH gemeenten kiezen qua begunstigingstermijn voor een termijn afhankelijk van de aard van de overtreding (er kan in principe met een korte termijn worden volstaan bij gedragsvoorschriften). Daarnaast mag de termijn niet zodanig lang zijn, dat sprake is van (impliciet) gedogen van de overtreding, maar moet het praktisch wel haalbaar zijn om aan de last te kunnen voldoen. Zie verder bijlage 7. In het bouwtoezicht komt het veelvuldig voor dat de geconstateerde afwijkingen direct of binnen een afzienbaar tijdsbestek kunnen worden hersteld.

In deze gevallen wordt volstaan met een mededeling van de toezichthouder dat de geconstateerde afwijking bij de volgende controle hersteld moet zijn. Hiervan wordt melding gemaakt in het controlerapport. Wijze van bekendmaking Besluiten worden zowel aangetekend als via de gewone post verstuurd om misverstanden te voorkomen. Alle nieuwe besluiten worden daarnaast op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke verplichtingen (Wkpb) ingeschreven bij het gemeentelijke beperkingenregister (een openbaar register). Bekendmaking van een lopende handhavingsprocedure aan de nieuwe eigenaar is dan niet meer nodig. De overtreding is al kenbaar bij de eigendomsoverdracht. Als de overtreder onbekend is, dan worden de besluiten in een dag- of nieuwsblad gepubliceerd en/of wordt het besluit op het gemeentelijk publicatiebord of ter plaatse aangeplakt. Vergunning intrekken In artikel 2.33 Wabo zijn de mogelijkheden genoemd voor het bevoegd gezag om een omgevingsvergunning in te trekken. Burgemeester en wethouders kunnen op grond van het gestelde in de Wabo de omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk intrekken. Er worden door de gemeente jaarlijks vele omgevingsvergunningen verleend. De meeste bouwwerken worden binnen korte tijd na afgifte van de vergunning gerealiseerd. Het komt echter ook voor dat er geen of pas na een aantal jaar gebruik van de omgevingsvergunning wordt gemaakt.

Het ongebruikt laten voortbestaan van (oude) bouwrechten is om een aantal redenen onwenselijk: 1. Er moet worden voorkomen dat (nieuwe) planologische en stedenbouwkundige inzichten worden doorkruist door bouwwerken (en ontheffingen) die in het verleden zijn vergund maar nooit zijn gerealiseerd; 2. er moet worden voorkomen dat nieuwe bouwwerken worden gebouwd naar verouderde bouwtechnische inzichten; 3. uit administratief oogpunt is het gewenst dat de papieren situatie, het bouwarchief, overeenkomt met de feitelijke situatie; en 4. voor omwonende is het erg onplezierig als zij worden geconfronteerd met oude bouwrechten waar voor hen geen rechtsmiddelen meer tegen open staan. Met het oog op genoemde situaties is het wenselijk om na verloop van een bepaalde periode de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en eventueel het afwijken van het bestemmingsplan

69

Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo

in te trekken. Hieronder zal ingegaan worden op de mogelijkheden om aan een omgevingsvergunning een geldigheidsduur te koppelen en de bevoegdheid om deze in te trekken. Procedure intrekken Burgemeester en wethouders hebben de bevoegdheid om na een termijn van 26 weken de omgevingsvergunning in te trekken. Bij het intrekken van een vergunning zal altijd sprake zijn van een belangenafweging. Bij de vergunningverlening moet de vergunninghouder er reeds op worden gewezen, dat als een onherroepelijke omgevingsvergunning na 26 weken niet gebruikt is of de werkzaamheden langer dan 26 weken hebben stilgelegen, de gemeente op basis van de Wabo bevoegd is om de omgevingsvergunning in te trekken. Er wordt in beginsel uitgegaan van een geldigheidsduur voor een omgevingsvergunning van 26 weken. Na 26 weken ontvangt de vergunninghouder een voornemen tot intrekken van de omgevingsvergunning. Vergunninghouder krijgt 2 weken de gelegenheid om op het voornemen tot intrekken te reageren. Als hij niet reageert wordt de vergunning ingetrokken. Als de vergunninghouder wel reageert, zal afhankelijk van de reactie worden bekeken of de vergunning al dan niet moet worden ingetrokken. De vergunninghouder zal in ieder geval aannemelijk moeten maken dat hij binnen afzienbare tijd c.q. op korte termijn zal starten met de bouwwerkzaamheden.

Indien de vergunninghouder aannemelijk heeft kunnen maken dat hij/zij binnen afzienbare tijd zal starten met de werkzaamheden krijgt hij/zij 26 weken uitstel. Dit uitstel wordt maximaal 2 maal gegeven, daarna wordt de omgevingsvergunning zonder verdere vooraankondiging ingetrokken. Als de bouwwerkzaamheden 26 weken hebben stilgelegen, wordt de intrekkingsprocedure gestart. Wanneer de omgevingsvergunning uiteindelijk geheel is ingetrokken, dient de vergunninghouder het bouwwerk in originele staat terug te brengen. Indien stedenbouwkundige ontwikkelingen een bijzondere reden geven om een omgevingsvergunning in te trekken, dan zal bij gelegenheid van die ruimtelijke ontwikkeling op dit punt een besluit kunnen worden genomen en de intrekkingsprocedure op een eerder moment worden gestart dan hierboven is aangegeven. Het intrekken van de omgevingsvergunning is een voor bezwaar- en beroep vatbaar besluit. Er is sprake van discretionaire bevoegdheid, waarbij het besluit zorgvuldig en weloverwogen tot stand moet komen. Er zal in beginsel een belangenafweging moeten plaatsvinden tussen het belang bij intrekking en het belang bij het in stand houden door de vergunninghouder.

In samenhang met wat is opgemerkt over de mogelijkheid om in het geval dat stedenbouwkundige ontwikkeling een bijzondere redenen vormen om een omgevingsvergunning eerder in te trekken, is het wenselijk, dat bij gelegenheid van de actualisering van een bestemmingsplan door de betrokken afdeling niet alleen de feitelijke situatie wordt onderzocht of geïnventariseerd, maar daarbij ook wordt geïnventariseerd (en beoordeeld) van welke omgevingsvergunningen nog geen gebruik is gemaakt. Financiële consequenties In de legesverordening van de gemeente is niks geregeld over de restitutie van leges, indien een omgevingsvergunning wordt ingetrokken. De leges, die zijn betaald bij de aanvraag van de omgevingsvergunning worden derhalve niet terugbetaald. Het gaat hier om het intrekken van een omgevingsvergunning op een grond die de vergunninghouder kan beïnvloeden. Daarom ontstaat bij een intrekking op deze grond geen recht op schadevergoeding ex artikel 4.2 van de Wabo. b)

Strafrechtelijk optreden

De aanpak van strafrechtelijke handhaving is gebaseerd op landelijke uitgangspunten. In overleg met Politie en Openbaar Ministerie wordt bezien hoe een en ander concreet invulling moet krijgen. Hieronder een aantal algemene uitgangspunten. 1. Bij een als zodanig gekwalificeerde overtreding wordt altijd proces-verbaal opgemaakt. Dit straftraject gaat lopen naast het bestuursrechtelijke traject dat tot doel heeft de overtreding ongedaan te maken. 2. Bij een “gewone” overtreding vindt alleen bestuursrechtelijke handhaving plaats. 3. Ook voor de bouw- en ruimtelijke wet- en regelgeving kan aangeven worden wanneer naar gemeentelijke opvatting sprake is van “gekwalificeerde” overtredingen. Er is sprake van een gekwalificeerde overtreding van de bouw- en ruimtelijke regelgeving wanneer wordt voldaan aan één of meer van de volgende criteria. Er is sprake van:  grote en/of onomkeerbare schade (bijvoorbeeld het slopen van monumenten zonder de vereiste vergunning of het vernietigen van waardevolle landschapselementen), en/of

70

Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo

    

grove nalatigheid (bijvoorbeeld het niet voldoen aan de gestelde eisen aan de constructie van een bouwwerk of het vroegtijdig in gebruik nemen van een gebouw, zonder dat de vereiste bouwtechnische of brandwerende voorzieningen zijn aangebracht), en/of risico’s met betrekking tot de volksgezondheid (bijvoorbeeld het slopen van asbest zonder of in afwijking van een sloopvergunning), en/of risico’s met betrekking tot de brandveiligheid, en/of onmogelijkheid tot bestuursrechtelijk optreden, of dit is niet efficiënt (bijvoorbeeld wegens concreet zicht op legalisatie of de korte duur van de overtreding), en/of herhaling (bestuursrechtelijke herhaling binnen 1 jaar en/of strafrechtelijke herhaling binnen 5 jaar). Bij bestuursrechtelijke recidive binnen een jaar, wordt direct de voorbereiding van een bestuursrechtelijke maatregel gestart. Aandachtspunt hierbij is dat een en ander wordt doorgesproken in overleg met de Politie, bijvoorbeeld over het in beslag nemen van bouwmateriaal. Is sprake van zo’n overtreding, dan wordt gelijktijdig ook aangifte gedaan om ook een strafrechtelijke sanctionering mogelijk te maken.

Strafrechtelijke handhaving is een bevoegdheid waarvoor de Politie en het Openbaar Ministerie verantwoordelijk zijn. In tegenstelling tot bestuursrechtelijke handhaving is het doel hierbij niet om de overtreding ongedaan te maken, deze is louter punitief. Beide middelen kunnen tegelijkertijd worden ingezet. Bestuursrechtelijk handhaven wordt echter als leidend gezien, omdat daarmee de overtreding ongedaan gemaakt kan worden. Sinds 1 januari 2010 hebben gemeenten ook mogelijkheden om strafrechtelijke handhaving toe te passen. Hiervoor is de bestuurlijke strafbeschikking in het leven geroepen. Met de bestuurlijke strafbeschikking kan een Buitengewoon opsporingsambtenaar (Boa) een proces-verbaal opstellen. Deze bestuurlijke strafbeschikking kan ingezet worden tegen kleine overlastfeiten (mits opgenomen in een gemeentelijke verordening). De bestuurlijke strafbeschikking wordt op eenzelfde wijze afgehandeld als een proces-verbaal dat door de Politie wordt opgesteld. Bestuurlijke strafsancties Sinds 1 juli 2009 is in de Algemene wet bestuursrecht een regeling opgenomen voor de bestuurlijke boete. Bij de Drank- en Horecawet wordt eerst een waarschuwing gegeven en daarna een boete conform het Besluit bestuurlijke boete Drank- en Horecawet als de overtreding niet wordt beëindigd of opnieuw begaan wordt.

De enige uitzondering hierop is gelijk een voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete wordt gestuurd en na de zienswijze termijn direct het besluit – de bestuurlijke boete – in het geval is geconstateerd door de Politie of een bevoegde horecatoezichthouder dat in de inrichting aan minderjarigen alcohol wordt geschonken. In de uitvoeringsregels Apv/ DHW is de sanctiestrategie opgenomen. Ook is er de mogelijkheid van de bestuurlijke strafbeschikking. De bestuurlijke strafbeschikking maakt deel uit van de Wet OM-afdoening en is dus, anders dan de bestuurlijke boete, onderdeel van het strafrecht. Het opleggen van een bestuurlijke strafbeschikking is veel minder arbeidsintensief dan de bestuurlijke boete. De boa die een bestuurlijke strafbeschikking uitvaardigt, gaat met zijn bon naar het gemeentehuis en voert daar zelf de gegevens en feitcode in het gemeentelijke systeem. Vervolgens stuurt hij dit door naar het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), dat voor de inning van de boete zorgt. Als de overtreder niet betaalt, geeft het CJIB (na aanmaning) de zaak in handen van de deurwaarder voor uitvoering van de strafbeschikking. Is de ‘bestrafte’ persoon het er niet mee eens, dan moet hij zelf in actie komen en verzet instellen bij het Openbaar Ministerie.

Er is een lijst met feiten waarvoor boa’s van gemeenten, waterschappen en bestuursorganen uit het Transactiebesluit Milieudelicten (BTM) strafbeschikkingen kunnen uitvaardigen. Deze lijst is in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB)8 vastgelegd. Het CJIB effectueert de bestuurlijke strafbeschikking. De opbrengst gaat in zijn geheel naar de staatskas. 8 Bijlagen I en II van het Besluit OM-afdoening.

71

Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo

6.6.6

Prioritering toepassen sanctiestrategie

Er zijn grenzen aan het handhavend optreden van de gemeente. De juridische handhavingscapaciteit is namelijk beperkt. Bij het bepalen van de prioriteit waarmee de gemeente de juridische handhaving oppakt spelen de uitkomsten van de risicoanalyses een rol. Dit betekent dat de juridische handhavingscapaciteit in beginsel wordt ingezet op handhavingstaken die hoog in de risicoanalyse scoren en dat weinig tot geen capaciteit wordt ingezet op taken die lage prioriteit hebben. Desondanks kunnen zich ook bij de lage prioriteiten overtredingen voordoen waartegen direct sanctionerend dient te worden opgetreden. In aanvulling op de prioritering uit de risicoanalyse wordt de volgende prioriteitsstelling gehanteerd: 0. Spoedshalve bestuursdwang: direct optreden is vereist wegens acute veiligheids- of gezondheidsrisico’s, het gevaar van onomkeerbare schade aan belangrijke waarden of een combinatie van deze factoren; 1. Hoge prioriteit: snel optreden is noodzakelijk omdat de overtreding op kortere of langere termijn veiligheids- en gezondheidsrisico’s oplevert, de overtreding direct leidt tot ernstige aantasting van ruimtelijke kwaliteit, leefomgeving of milieuwaarden, of een combinatie van deze factoren; 2. Gemiddelde prioriteit: optreden is noodzakelijk omdat de overtreding direct of indirect leidt tot aantasting van ruimtelijke kwaliteit, leefomgeving of milieuwaarden; 3.

Lage prioriteit: de overtreding leidt tot een geringe aantasting van ruimtelijke kwaliteit, leefomgeving of milieuwaarden, of een combinatie van deze factoren; 4. Geen prioriteit: de overtreding is in strijd met geldende wet- en regelgeving, maar levert geen substantiële risico’s op, of slechts risico’s die de overtreder zelf kunnen treffen. In deze gevallen kan een kennisgeving volgen dat de overtreding is geconstateerd en zo nodig gewezen worden op de risico’s. De gemeente treedt in dit geval alleen op bij handhavingsverzoeken. Op basis van bovenstaande prioritering kan voor elke overtreding de prioriteit worden bepaald. Daarbij moet wel worden aangetekend dat de inschatting van de risico’s in de concrete situatie altijd een subjectief element zal bevatten. Waar dat nodig is, wordt in het (voorgenomen) besluit de keuze verantwoord. Dit is vooral van belang bij relatief ondergeschikte overtredingen waarop een handhavingsverzoek is ingediend. Spoedshalve bestuursdwang heeft prioriteit ‘0’ omdat dit altijd voorrang heeft en boven de hoogste prioriteit uit komt. 6.6.7

Handhavingsverzoeken

Er geldt een beginselplicht tot handhaving. Toch moet ervoor worden gewaakt dat de gemeente al te zeer de handhaving laat beïnvloeden door klachten en handhavingsverzoeken. Uiteindelijk moet vooral de ernst van de overtreding de prioriteit bepalen. Elk schriftelijk9 handhavingsverzoek wordt aangemerkt als een aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Dat betekent dat zo’n verzoek alleen wordt gehonoreerd van een belanghebbende, iemand wiens belang rechtstreeks is betrokken bij de betreffende overtreding. Uitgangspunt is dat een ontvankelijk handhavingsverzoek een hogere prioriteit krijgt dan een eigen constatering van een controleur. De prioriteitstelling uit deze paragraaf is daarbij leidend. Een afwijzend besluit op een handhavingsverzoek, wordt extra goed gemotiveerd, en dan vooral de belangenafweging die daaraan ten grondslag ligt. De beginselplicht tot handhaving geldt behoudens bijzondere omstandigheden. Het benoemen daarvan is wezenlijk. Het streven is om de aanvrager binnen acht weken nadat het verzoek is gedaan bericht te sturen of er een overtreding plaatsvindt en zo ja, wanneer de overtreding wordt aangepakt. Te zijner tijd krijgt de aanvrager als derde-belanghebbende een (geanonimiseerde) kopie van het (ontwerp)besluit en/of het voornemen tot handhavend optreden toegestuurd. Als door de aard van de overtreding het onderzoek

9 Omdat wij de digitale weg niet hebben opengesteld, is een e-mail (met een brief als bijlage) geen verzoek om

handhaving in de zin van de Awb.

72

Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo

naar de legalisatie van de vermeende overtreding meer tijd in beslag neemt, wordt de beslistermijn opgeschort. Alle meldingen die niet als handhavingsverzoek zijn aangemerkt, krijgen dezelfde status als een signalering zoals ook een controleur die kan doen. Zij worden afgehandeld in de volgorde die door de prioriteitenstelling wordt bepaald. Prioriteitstelling De werklast op het gebied van handhaving is afhankelijk van de overtredingen in de gemeente. De capaciteit om overtredingen aan te pakken heeft echter grenzen. Daarom moet een afwegingskader voor prioriteitstelling worden gemaakt. De prioriteitstelling heeft tot doel om een rangorde aan te brengen in de werkvoorraad van controleurs en handhavingsjuristen.10

APV

GBV

Overtreding

1. Wat is de aard van de overtreding? De eerste ordening, is de aard van de overtreding. De basis is het type overtreding. De volgende overtredingen komen het meest voor: bouw en zonder vergunning

5

strijdig gebr. gebouw voor w onen

5

strijdig gebr. gebouw voor bedrijf

5

strijd bouw besluit/ bouw verord

5

strijdig gebruik onbeb grond

5

bouw en te veel vergunningvrij

6

bouw en in afw . van verl. verg.

4

intern verbouw ing zonder verg.

3

sloop met asbest

10

sloop zonder melding

3

sloop in afw ijking van melding

3

achterstallig onderhoud

1

GBV noodzakelijk

10

GBM noodzakelijk

5

illegale reclame zonder vergunning

2

reclame in strijd met verg.

1

terrassen en uitstallingen

7

parkeren

8

strandregelgeving

8

fietsen (w rakken, foutief parkeren e.d.)

7

evenementen

4

dierenoverlast (inclusief uitw erpselen)

5

gevaarlijk groen/kapvergunning

4

overig gebruik openbare ruimte

6

illegaal afval

5

Figuur 14: Type overtredingen prioriteitenmatrix Deze basispunten worden met 2 punten verlaagd als de activiteit kan worden gelegaliseerd. 2. Waar vindt de overtreding plaats? Vervolgens worden punten toegekend aan een aantal omgevingsfactoren. De waarden in de gebieden en de kwetsbaarheid daarvan zijn daarbij het uitgangspunt.

10 De prioriteitstelling is vastgelegd in een checklist die in bijlage 5 is opgenomen.

73

Gebied

Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo

w oongebied

4

w inkelgebied

4

bedrijventerrein

2

buitengebied

6

beschermd dorpsgezicht

8

strand

8

Figuur 15: locatie prioriteitenmatrix Deze punten worden met 3 verhoogd als de overtreding zichtbaar is vanaf de openbare weg. 3. Overige factoren Tenslotte worden nog punten toegekend aan een aantal specifieke factoren.

Factor

levensbedreigende situatie

20

concrete overlast derden

4

verzoek om handhaving derden

10

gevaar (niet levensbedreigend)

3

gezamenlijke actie

5

bestemmingsplan < 2 jaar

5

bestemmingsplan 2-5 jr

4

bestemmingsplan 5-10 jaar

2

bestemmingsplan > 10 jr.

1

precedentw erking

6

w elstand negatief

3

monument/beeldbepalend pand

3

illegale situatie > 5 jaar

-3

bestuurlijke opdracht

8

strijd met vastgesteld beleid

4

herhaalde overtreding

5

meerdere overtredingen

5

Figuur 16: overige factoren prioriteitenmatrix Toelichting: Levensbedreigende situatie (bijvoorbeeld instortings-/brandgevaar) Het zal duidelijk zijn dat wanneer een levensbedreigende situatie is ontstaan, direct optreden is geboden. Door aan deze gevallen een hoge score toe te kennen (20), zullen zij altijd met de hoogste prioriteit eindigen. Hierbij geldt dat het advies van de deskundige discipline, bijvoorbeeld de bouwinspecteur of de brandweer, bepalend is. De levensbedreigende situatie moet door de deskundige op schrift worden gesteld (situatie met foto’s verduidelijkt). Deze rapportage dient mede als basis voor de handhavingsactie. Er wordt direct een aanschrijving gestuurd. Termijnen worden zeer kort gehouden. Concrete overlast voor derden Als door de illegale (ver)bouw overlast voor derden ontstaat dan worden extra punten toegekend. Voorbeelden zijn overlast door opslag van materialen en overlast als gevolg van illegaal gebruik. Verzoek om handhaving Op een verzoek om handhaving moet uiteraard snel worden gereageerd. De hoge score zorgt hiervoor. Bij een lage totaalscore kan worden besloten dat nog niet wordt opgetreden, maar dat op een later tijdstip de zaak aangepakt zal worden. Waar het gezamenlijke actie met andere disciplines betreft, gebeurt dit in overleg.

74

Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo

Gevaar (niet levensbedreigend) Weliswaar geen vastomlijnd begrip, maar door deze factor op te nemen kan per geval worden beoordeeld of er een extra score moet worden toegekend. Zaken als huisvervuiling kunnen hieronder vallen. Gezamenlijke actie Wanneer een andere discipline (groen, wegen, milieu, brandweer) verzoekt om gezamenlijk een bepaalde overtreding aan te pakken, dan levert dat een extra score op (5). Als het een kleine overtreding betreft, die ondanks deze extra punten nog een lage eindscore behaalt, dan wordt aan de verzoekende discipline meegedeeld dat nog niet wordt opgetreden. Ouderdom bestemmingsplan Door punten toe te kennen afhankelijk van de actualiteit van een bestemmingsplan wordt bereikt dat illegale situaties in nieuwere bestemmingsplannen eerder voor handhaving in aanmerking komen. Precedentwerking Als sprake is van gevaar voor precedentwerking wordt de score met 6 verhoogd. Zo wordt deze overtreding niet de bron voor grotere aantallen overtredingen. Welstand negatief Als op grond van de welstandsnota te verwachten is dat het welstandsadvies over een illegaal bouwwerk negatief zal zijn, verhoogt dat de score. Monument / beeldbepalend pand Indien de illegale activiteit plaatsvindt aan, in of bij een monument of beeldbepalend pand dan zijn er meer belangen in het geding en verhoogt dat de score.

Illegale situatie bestaat langer dan 5 jaar Als de illegale situatie langer dan 5 jaar bestaat en er is in die tijd niet tegen opgetreden dan is er sprake van een lage prioriteit en wordt de score met 3 punten verlaagd. Als de overtreding al vijf jaar heeft kunnen bestaan zonder optreden van de gemeente, dan heeft dat geen hoge prioriteit. Bestuurlijke opdracht Wanneer het gemeentebestuur opdracht geeft om handhavend op te treden dan worden daar extra punten voor toegekend. Door dit aspect als factor mee te nemen, krijgen deze zaken een hogere prioriteit. Strijd met vastgesteld beleid Wanneer over bepaalde items beleidsnota’s zijn vastgesteld dan levert een illegale situatie daaromtrent extra punten op. Herhaalde overtreding Notoire overtreders stijgen in prioriteit door deze extra punten toe te kennen. Meerdere overtredingen Meerdere overtredingen op het betreffende perceel of percelen van dezelfde overtreder plaats vinden, kennen extra punten toe. Ons uitgangspunt is dat de rangorde, zoals bepaald met deze prioriteitstelling, de volgorde bepaalt waarin de handhavingszaken worden afgedaan. 6.6.8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heiloo&id=c9dafa38-0c52-4bea-828c-6c8a2327f4a3