C10a. VTH-beleid omgevingsrecht 2.0_3
Tekst van het document
40
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
Vooraf vindt afstemming plaats met de wegbeheerders. Als de vergunning verleend is, wordt deze op publieke grond (wegberm) aangelegd door of in opdracht van de wegbeheerder op kosten van de aanvrager. Om vooraf meer duidelijkheid te geven wanneer een uitweg is toegestaan wordt uitwegenbeleid opgesteld. Ook kan het voorkomen dat er op grond van andere regelgeving nog een vergunning nodig is. Bijvoorbeeld voor de activiteit “het uitvoeren van werken of werkzaamheden” als dat in een bestemmingsplan is voorgeschreven. 5.4.7
Monumenten
De omgevingsvergunning voor monumenten (wijziging) vergt bijzondere aandacht om te voorkomen dat onomkeerbare schade wordt toegebracht aan gemeentelijk-, provinciaal- en rijks cultuurhistorisch erfgoed. Daarom zijn activiteiten aan een monument altijd maatwerk en streeft de gemeente ernaar in overleg met de initiatiefnemers eerst middels een vooroverleg zorgvuldig de situatie te beoordelen en de meest adequate oplossing te zoeken. Beoordeling op waardevolle cultuurhistorische onderdelen vindt tijdens het oriënterend bezoek op locatie plaats of anders door een verkennend bouwhistorisch onderzoek. Verder ligt het voor de hand dat bij de toetsing van aanvragen voor een vergunning voor monumenten wordt aangesloten bij de vergunningsstrategie voor omgevingsvergunningen activiteit bouwen. Door de intensiteit van toetsing en proactief toezicht te vergroten als het een monument betreft kan een afdoende waarborg tegen vernietiging van monumentale waarden worden verkregen. Binnen de BUCH gemeenten zijn momenteel 586 monumenten, 628 karakteristieke panden en 3 beschermde dorpsgezichten. 5.4.8
Brandveilig gebruik
De activiteit brandveilig gebruik is om het brandveilig gebruik van een bouwwerk te waarborgen. Wanneer een vergunning voor brandveilig gebruik nodig is, staat in het Besluit omgevingsrecht artikel 2.2. Samenvattend gaat het om gebruik waarbij aan 10 of meer personen nachtverblijf wordt verschaft of dagverblijf aan gehandicapte personen of kinderen onder de 12 jaar. Een vergunning wordt alleen verleend als de brandveiligheid voor het voorziene gebruik voldoende is verzekerd. Het toetsen van aanvragen omgevingsvergunning voor gebouwen in relatie tot brandveiligheid geschiedt thans door de Veiligheidsregio. In sommige gevallen is geen vergunning nodig is. Dan volstaat een melding brandveilig gebruik. Wanneer een melding brandveilig gebruik moet worden gedaan is vastgelegd in het Bouwbesluit 2012 paragraaf 1.5 artikel 1.18. Samenvattend gaat het om gebruik waarbij 50 of meer personen tegelijk verblijven in bouwwerk niet zijnde een woning/woongebouw, als een woning kamergewijs in vijf of meer delen wordt verhuurd of niet letterlijk aan de brandveiligheidseisen van hoofdstuk 6 en 7 uit het Bouwbesluit 2012 wordt voldaan maar een andere ‘gelijkwaardige’ oplossing wordt toegepast. Een dergelijke melding kan apart of gelijktijdige met een aanvraag voor een andere activiteit worden gedaan.
Het toetsen van meldingen brandveilig gebruik bouwwerken wordt uitgevoerd voor Uitgeest door de omgevingsdienst, voor Heiloo door VRNHN en voor Bergen en Castricum door de bouwplantoetser of VRNHN. Bij de toetsing krijgt in deze beleidsperiode hulp bij ontruimen bij brand (artikel 7.11 a) extra aandacht. Dit voorschrift verplicht gebruikers van een bouwwerk er voor te zorgen voor voldoende ontruimers in geval van brand bijvoorbeeld patiënten in een ziekenhuis, gedetineerden en bezoekers van een discotheek. Als het gebruik van een bouwwerk wijzigt moet meestal een nieuwe vergunning of melding worden gedaan. Verder is nu nog voor het verkrijgen van een vergunning brandveilig gebruik de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing. Binnen de risicobeheersing zijn ontwikkelingen gaande, waarbij van regelgericht naar risicogericht wordt gegaan. Dit zorgt voor meer verantwoordelijkheid voor de burgers en instellingen en zorgt straks voor andere manier van werken. Het toezicht op het brandveilig gebruik van bouwwerken zal geleidelijk plaats moeten maken naar meer voorlichting en het bewust maken van de burger en instellingen op het gebied van brandveiligheid.
41
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
5.4.9
Overige activiteiten
Voor de activiteiten, die binnen de BUCH gemeenten nauwelijks voorkomen wordt de algemene vergunningenstrategie gevolgd zoals omschreven in paragraaf 5.4.1.1 algemene vergunningenstrategie Wabo. Voor onderstaande activiteiten met de volgende aanvulling, omdat hier vaak vragen over worden gesteld. Uitvoeren werkzaamheden (aanleggen) Voor de beoordeling van aanvragen voor de activiteit ‘aanleg’ (werkzaamheden zoals benoemd in het bestemmingsplan) wordt 100% getoetst aan de bepalingen in het bestemmingsplan. Natuur Als een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt ingediend wordt getoetst of de activiteit gevolgen heeft voor een natuur 2000-gebied of beschermde soorten flora of fauna. Bij een Natura 2000-gebied is een vergunning nodig. Bij beschermde dier- en plantsoorten is een ontheffing nodig. Dan wordt een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) in het kader van de Wabo aangevraagd bij de OD NHN, waar de provincie de werkzaamheden hiervan heeft ondergebracht. De resultaten van deze verklaring van geen bedenkingen wordt opgenomen in het besluit. De initiatiefnemer bepaald of ze de vergunning/ontheffing natuur vooraf aanvragen of dat deze samenloopt met de aanvraag omgevingsvergunning. Reclame De activiteit handelsreclame vindt zijn wettelijke basis in de Algemene plaatselijke verordening (Apv).
Momenteel is in de Apv van de gemeenten Uitgeest en Heiloo de reclamevergunning aangewezen als omgevingsvergunning. Dit betekent dat voor de procedure de Wabo van toepassing. Toetsing vindt plaats op basis van de bepalingen in de Apv. Als de reclame uiting een bouwwerk is of op een bouwwerk wordt aangebracht is mogelijk ook een omgevingsvergunning voor bouwen nodig. 5.4.10 Samenwerking bij vergunningverlening Wabo
De meeste vergunning taken voor de vier gemeenten zijn belegd bij de werkorganisatie BUCH. Een deel van de vergunning taken wordt door de omgevingsdiensten uitgevoerd. Het betreft met name alle milieu taken. Daarnaast voert de ODIJ voor de gemeente Uitgeest de behandeling van melding sloop, melding/aanvraag omgevingsvergunning brandveilig gebruik uit. Bij de uitvoering van de vergunning taken worden ook adviezen ingewonnen bij interne collega’s, de omgevingsdiensten, andere partners en externe adviseurs. Denk hierbij aan de commissie voor welstand, erfgoed, landschappelijk en agrarische advies of de politie en veiligheidsregio. Welke adviezen worden gevraagd is afhankelijk van de aangevraagde activiteit. De ODIJ adviseert standaard de gemeente Uitgeest bij de toets bouwbesluit bij de aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen. De OD NHN adviseert standaard de gemeente Heiloo bij de beoordeling van het asbestinventarisatierapport bij meldingen sloop. De omgevingsdiensten adviseren verder alle BUCH gemeenten op verzoek bij meerdere beleidsvelden bijvoorbeeld bodem en natuur. 5.5
Vergunningenstrategie Apv en bijzondere wetten
Het proces en de toetsingsniveaus wordt voor de Apv beschreven voor evenementen, de meest voorkomende aanvragen en drank en horeca. De vergunningenstrategie sluit aan bij de gestelde prioriteiten en doelen. 5.5.1
Algemene vergunningenstrategie Apv
Het hoofdproces voor het besluiten op een vergunningaanvraag volgt op hoofdlijnen onderstaande stappen. Daarbij geldt voor vergunningaanvragen de wettelijke reguliere of uitgebreide procedure zoals vastgelegd in de Awb en de Apv. 1. Eventueel digitaliseren van de aanvraag. 2. Inboeken en registeren aanvraag (behandelstappen en documenten). 3. Sturen ontvangstbevestiging. 4. De behandelend ambtenaar is verantwoordelijk voor het afhandelen van de aanvraag: a. toets volledigheid en ontvankelijkheid);
42
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
b.
5. 6. 7.
5.5.2
(vak)inhoudelijke toets aan alle relevante beoordelingskaders (voor DHW en Wok geldt een BIBOB-toets); c. uitzetten bij interne- en externe adviseurs via Apv-agenda; d. bewaken van de termijn; e. aanspreekpunt voor de aanvrager en ketenpartners en informeren aanvrager; f. opstellen (concept)beschikking; g. registratie (behandelstappen en documenten). Archiveren beschikkingen. Mogelijk zienswijze, bezwaar, beroep en hoger beroep, eventueel gecombineerd met een voorlopige voorziening. Evaluatie evenement. Aandacht-evenementen worden standaard geëvalueerd, het evalueren van reguliere evenementen is maatwerk. Evenementen
Aanvragen voor evenementen worden getoetst aan het evenementenbeleid. Ook kunnen extra vergunningen noodzakelijk zijn, zoals melding Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Bgbop), ontheffing/vergunning natuur of vergunning om af te wijken van ruimtelijke regels. De melding plichtige evenementen worden door de gemeente getoetst op eventuele vergunningplichtige elementen. De melder ontvangt altijd bericht van de acceptatie van zijn melding met daarbij eventuele aanvullende voorschriften/aandachtspunten bij het organiseren van het evenement. De vergunningplichtige evenementen zonder vooroverleg worden standaard getoetst op compleetheid, overlast beperkende maatregelen en veiligheid. Als er constructies zoals tribunes of tenten bij het evenement worden gebruikt, dan wordt standaard een advies gevraagd over de constructieve veiligheid en de aanvraag indien nodig afgestemd met de veiligheidsregio en de politie. De vergunningplichtige evenementen met vooroverleg zijn evenementen van grote omvang, nieuwe of met een evenementen organisator die nog niet bekend is bij de gemeente. Bij het vooroverleg worden alle aspecten van het evenement met elkaar doorgenomen. Deze categorie aanvragen wordt ook standaard besproken in een overleg met de politie, brandweer en de gemeente.
Worden er constructies zoals tribunes of tenten bij het evenement gebruikt, dan wordt standaard een advies gevraagd over de constructieve veiligheid. 5.5.3
Drank en Horeca
De Drank- en Horecawet (DHW) vereist dat ieder bedrijf of organisatie die alcoholhoudende dranken schenkt en/of verkoopt daarvoor een geldige vergunning heeft. De aanvragers van een drank- en horecavergunning kunnen hun aanvraag mondeling op afspraak toelichten. Indien de aanvraag niet compleet is of er zijn andere belemmeringen, dan wordt er altijd contact opgenomen met de aanvrager om deze belanghebbende zorgvuldig te horen en voldoende uitleg te geven. Bij het beoordelen van de aanvraag voor een drank- en horecavergunning wordt ook gekeken of de aanvrager nog verwante vergunningen of ontheffingen nodig heeft zoals bijv. een vergunning op basis van de Wet op de kansspelen. Bij een wijziging van bestaande vergunning, bijvoorbeeld als de bedrijfsvoerder wijzigt of er is sprake van een capaciteitsuitbreiding, wordt de aanvraag alleen getoetst aan het te wijzigen onderdeel. De Wet Bibob, Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, geeft de gemeente de mogelijkheid de achtergrond van een bedrijf of persoon laten onderzoeken. Als er ernstig gevaar dreigt dat de vergunning of de subsidie wordt misbruikt, kan de gemeente de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning intrekken. 5.5.3
Overige
Alle overige vergunningen die op basis van de APV, bijzondere wetten en/of andere gemeentelijke verordeningen worden aangevraagd, worden geheel getoetst aan de vigerende (gemeentelijke) regels.
43
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
5.5.4
Samenwerking bij vergunningverlening Apv en bijzondere wetten
De vergunningen van Apv en bijzondere wetten worden volledig behandeld door de werkorganisatie BUCH. Voor de toetsing wordt samengewerkt met politie, LEC-SVH, Justis, OD NHN, ODIJ, kansspelautoriteit, FIOD, OM en Landelijk Bureau BIBOB. Ook vindt er afstemming plaats met de gemeenten tussen de pier en Den Helder, de kustwacht, politie, KNRM en reddingsbrigades om te komen tot een gezamenlijk beleid/standpunt voor het rijden op het strand bij evenementen en het organiseren van evenementen op het water. 5.6
Vergunningenstrategie milieu
De omgevingsdiensten behandelen alle milieuvergunningen en -meldingen. De omgevingsdiensten hebben hun vergunningenstrategie apart beschreven. Momenteel geldt als vergunningenstrategie voor OD NHN de “Regionale VTH strategie 2016-2019” en voor ODIJ het “Beleidskader VTH milieu 2019-2022”.
44
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
6.
Toezicht- en Handhavingsbeleid
In hoeverre gestelde regels ook daadwerkelijk worden nageleefd, wordt bepaald door een groot aantal factoren op drie niveaus: 1. kennis van de regels, 2. nut en de noodzaak ervan inzien en 3. het bewust overtreden ervan. Een aantal van deze factoren is te beïnvloeden door consequent te handhaven in de meest brede zin van het woord. De kwaliteitscriteria bepalen onder meer dat het toezicht en de handhaving moeten plaatsvinden op basis van een prioriteitstelling en meetbare doelstellingen. Alle activiteiten die erop gericht zijn om ervoor te zorgen dat regels worden nageleefd, worden samengevat in een naleefstrategie. De naleefstrategie richt zich enerzijds op het stimuleren van de naleving en anderzijds op het reduceren van de risico’s die kunnen voortkomen uit het niet naleven van de voorschriften. Een naleefstrategie van een handhavingsorganisatie legt vast met welke instrumenten zij naleving wil bereiken en welke rol handhaving daarbinnen speelt. Een naleefstrategie bestaat volgens de kwaliteitscriteria uit vier aparte strategieën: 1) preventiestrategie, 2) toezichtstrategie, 3) sanctiestrategie en 4) gedoog-strategie. Deze strategieën zullen in de navolgende paragrafen worden beschreven. 1. 2. 3. 4.
Preventiestrategie Het doel van een preventiestrategie is het voorkomen van overtredingen van wet- en regelgeving door burgers en bedrijven. Toezichtstrategie De handhavingsorganisatie handelt op grond van een toezichtstrategie, waarin is vastgelegd welke vormen van toezicht worden onderscheiden en wat de basiswerkwijze daarbij is. Sanctiestrategie De handhavingsorganisatie handelt op grond van een sanctiestrategie, waarin de basis-aanpak voor het bestuursrechtelijk en strafrechtelijk optreden bij overtredingen is vastgelegd. Gedoogstrategie De handhavingsorganisatie handelt op grond van een gedoogstrategie, waarin is vastgelegd in welke situaties en onder welke condities inzet van sancties tegenover overtreders tijdelijk achterwege kan blijven.
In verband met de verdere ontwikkeling en implementatie van het nieuwe VTH-stelsel is een landelijke handhavingsstrategie (LHS) opgesteld. De landelijke handhavingsstrategie beoogt een uniforme handelswijze te bewerkstelligen, in die zin dat overheden voortaan in vergelijkbare situaties vergelijkbare keuzes maken en interventies op vergelijkbare wijze kiezen en toepassen. Het overnemen en invoeren van de landelijke handhavingsstrategie is onderdeel van de VTHkwaliteitscriteria. Dit beleid stelt de landelijke handhavingsstrategie als eigen strategie vast. 6.1
Uitgangspunten
Naast de algemene uitgangspunten van paragraaf 2.1 staan hieronder ook een aantal uitgangspunten specifiek voor Toezicht en Handhaving. De gemeente voert regie op de handhaving De regiefunctie komt tot uiting in gemotiveerde keuzes die de gemeente maakt met betrekking tot de aard, omvang en intensiteit van toezicht en handhaving. Regie voeren op handhaving betekent dat de gemeente proactief optreedt en tot actie overgaat naar aanleiding van incidenten, meldingen en handhavingsverzoeken. Daarbij heeft de inzet van minnelijke handhaving de voorkeur boven repressieve handhaving. Als overtredingen echter niet minnelijk beëindigd worden, wordt het bestuursrechtelijke traject gestart. Het voorkomen van overtredingen verdient prioriteit De gemeente zet in deze beleidsperiode sterk in op preventie. Het voorkomen van overtredingen heeft prioriteit, omdat het handhaving achteraf voorkomt. Preventie begint bij helder en duidelijk beleid en regelgeving met een groot draagvlak. Goede en tijdige communicatie met de belangenorganisaties en inwoners is hierbij een absolute noodzaak. Door handhavingsacties van tevoren aan te kondigen, zal het naleefgedrag positief worden beïnvloed.
45
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
De handhaving vindt risicogericht plaats In beginsel treedt de gemeente tegen iedere overtreding op. Gelet op de hoeveelheid handhavingstaken kan de gemeente echter niet tegen elke overtreding optreden. Dit betekent dat er keuzes moeten worden gemaakt. De keuze voor welke taken worden uitgevoerd is voor een belangrijk deel gebaseerd op een risicoanalyse en de daaruit voortvloeiende prioriteiten. Voor een ander deel bepalen bestuurlijk en landelijk vastgestelde prioriteiten welke taken worden opgepakt. De gemeente geeft het goede voorbeeld Net als inwoners hebben ook de gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo te maken met regels waaraan zij zich moet houden. De gemeente heeft als initiatiefnemer vaak te maken met regelgeving, bijvoorbeeld omgevingsvergunningen voor bouwen, milieu, brandveilig gebruik en afwijken van het bestemmingsplan. Goed voorbeeld doet goed volgen. Als de eigen gemeentelijke organisatie in de fout gaat en regels overtreedt waar zij zich aan dient te houden, vindt handhaving op de gebruikelijke wijze plaats. Handhaving is eenduidig, helder en transparant De gemeenten willen duidelijk zijn over wat wel en niet is toegestaan. Eenduidigheid betekent dat de gemeente bij geconstateerde overtredingen consequent en voorspelbaar handelt. De handhaving vindt daarom zo veel mogelijk gestandaardiseerd plaats volgens heldere procedures.
Doordat vergelijkbare situaties op vergelijkbare wijze worden afgehandeld worden willekeur en rechtsongelijkheid voorkomen. Dat de handhaving transparant is, blijkt onder meer uit het feit dat activiteiten op het gebied van handhaving schriftelijk worden vastgelegd. Dit geldt niet alleen voor de stappen in de beleidscyclus (visie, strategie, prioriteitstelling) maar ook voor de administratieve organisatie en de procedures. Via het jaarlijkse uitvoeringsprogramma en jaarverslag zal de wijze van uitvoering inzichtelijk worden gemaakt en verantwoording aan de raad worden afgelegd. Waar mogelijk wordt integraal gehandhaafd en samengewerkt in de keten Door zoveel mogelijk integraal te controleren wordt een bijdrage geleverd aan een vermindering van de toezichtlast. Er wordt zoveel mogelijk samen met de partners gecontroleerd. Samenwerking met ketenpartners als Politie, Provincie Noord-Holland, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, de Veiligheidsregio’s en de Omgevingsdiensten, is van groot belang voor een goede handhaving. De gemeente zal de samenwerking blijven benutten. De Wabo verplicht de gemeente ook het toezicht te coördineren en te zorgen voor één handhavingstraject. Daarnaast zorgt het voor verbeterde dienstverlening.
De handhaving vindt gebiedsgericht en signaal gestuurd plaats De ervaring heeft geleerd dat door een gerichte inzet van toezicht, een tijdelijke uitbreiding van de toezichtcapaciteit en een consequent optreden tegen overtreders goede resultaten kunnen worden bereikt. Signalen van inwoners en bedrijven bepalen in enige mate waar handhaving in wordt gezet. Zij zijn immers als geen ander op de hoogte van wat er in een bepaald gebied speelt. Door hen te betrekken zal ook het draagvlak voor de handhaving toenemen. 6.2
Risicoanalyse Toezicht en Handhaving
Bij het vaststellen van het handhavingsbeleid is een prioriteitstelling noodzakelijk. De gemeente kan namelijk niet alle wet- en regelgeving waarvoor zij verantwoordelijk is controleren. Dit betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden. Daarbij worden vragen gesteld als wat wordt gehandhaafd, hoe wordt gehandhaafd, wat heeft prioriteit en wat heeft minder of geen prioriteit? Met het maken van deze keuzes kan de handhavingscapaciteit beter worden ingezet. De inspanningen dienen zich in beginsel te richten op die gebieden en sectoren waar de risico’s het grootst zijn. Daarom is een risicoanalyse uitgevoerd4. De scores leiden tot de volgende prioriteiten:
4 De risicoanalyse is als bijlage 2 aan de omgevingsanalyse gevoegd. Deze analyse is bijlage 1 bij dit
beleidsplan.
46
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
Samenvatting uitkomsten
Figuur 9: uitkomst risicoanalyse Thema 2
Legale bestaande bouw, controle woningen ongeschikt voor bewoning: denk hierbij aan gevaar voor bouwvalligheid, te veel bewoners in een pand (in woningen bewoond door arbeidsmigranten; studentenwoningen). Vooral de hoge score voor fysieke veiligheid en een hoge kans op het bestaan ervan zorgen ervoor dat deze overtreding een hoge prioriteit krijgt. Ook een bovengemiddelde score voor de kwaliteit van de leefomgeving, geeft aan dat deze overtreding als onprettig wordt ervaren in de buurt. Bestemmingsplan: controle op gebruik particulieren niet-buitengebied: hierbij kan worden gedacht aan illegaal gebruik van schuren of illegale paardenbakken. De overtreding is op de tweede plaats geëindigd doordat deze hoog scoort op imagoschade van het bestuur en wederom wordt de kans dat deze voorkomt hoog ingeschat. Controle op het illegaal in gebruik nemen van een bouwwerk (omgevingsvergunning brandveilig gebruik): hieronder vallen met name gevoelige objecten zoals kinderdagverblijven en verpleegtehuizen: ruimten waar minder zelfredzame mensen verblijven. Met een hoge score voor zowel fysieke veiligheid als volksgezondheid (als het gebouw afbrandt, heeft het serieuze gevolgen voor de fysieke veiligheid van zowel de bewoners als omwonenden), eindigt deze overtreding voorlopig op de derde plek.
Figuur 10: uitkomst risicoanalyse Thema 3
Controle op gebruik van consumentenvuurwerk: deze overtreding speelt (logischerwijs) met name rond de jaarwisseling. De combinatie van een hoge score voor zowel fysieke veiligheid, veiligheidsgevoel, als natuurschoon, samen met een zeer hoge kans van niet-spontane naleving, levert een hoge prioriteit op. Controle op leeftijdsgrens bij verstrekking alcohol commerciële horeca: denk hierbij specifiek aan het schenken aan minderjarigen in kroegen en cafés. Deze overtreding kan veel schade veroorzaken aan de volksgezondheid en de inschatting is dat dit heel vaak zal voorkomen op het moment dat er niet meer wordt gecontroleerd. Controle op illegaal storten en aanbieden afval en vuilnis: het aanbieden van afval op momenten en op locaties waar dit niet is toegestaan en zogenoemde afvaldump. Deze overtreding leidt tot grote ergernis bij inwoners. De overtreding komt vaak voor, en kan bovendien ook schade aanrichten voor de volksgezondheid door het ongedierte wat hier op af komt.
Figuur 11: uitkomst risicoanalyse Thema 3 (strand)
47
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
Strand is als apart thema opgenomen, omdat het strand een belangrijk onderdeel vormt van de gemeenten Castricum en Bergen. Het gaat hier voornamelijk over het toezicht en de handhaving in de zomerperiode. Er is dan in een relatief korte tijd (op relatief weinig dagen) een hoge prioriteit om handhavend op te treden. Kwaliteit van de leefomgeving en fysieke veiligheid zijn hierbij de meest genoemde risico’s. Ook schade aan natuurschoon (door motorvoertuigen door de duinen) weegt zwaar mee.
Figuur 12: uitkomst risicoanalyse Thema 4 Dit is een klein thema maar deze overtredingen mogen niet worden vergeten. Met name toezicht bij grondverkopen en eigendomsverhoudingen van gronden wordt als prioriteit aangewezen. 6.2.1
Landelijke prioriteiten
Behalve de prioriteiten uit de risicoanalyses zullen de toezichthouders in deze beleidsperiode tevens uitvoering geven aan de landelijke prioriteiten die ieder jaar door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu worden vastgesteld. Een deel hiervan zal in ketenverband worden opgepakt. Jaarlijks zal in het uitvoeringsprogramma worden aangegeven op welke wijze de gemeente deze landelijke prioriteiten zal uitvoeren. 6.2.2
Tafel van 11
Het houden van toezicht en het toepassen van handhaving moet men doen waar dat nodig is. Het is voor het bevoegd gezag van belang om vast te stellen waar dat wel of wellicht minder noodzakelijk is. De basis daarvoor vormt de risicoanalyse. Hier is op diverse factoren weergegeven hoe groot het effect is van overtreding en wat de kans is dat dit ook daadwerkelijk gebeurt. Dit heeft geleid tot een risicoscore en een daaraan gekoppelde prioriteit. De kans op overtreding is gelijk aan de kans op niet naleving van de regels. 'De Tafel van elf' is een analysemodel bestaande uit een opsomming van 11 factoren die bepalend zijn voor die naleving van regelgeving. Bij het bepalen van de kans op overtreding is dan ook gebruik gemaakt van deze 11 factoren. In de tabel in bijlage 6 wordt weergegeven welke instrumenten de gemeente de voorliggende beleidsperiode in wil zetten of uit wil bouwen om een zo groot mogelijk naleefeffect te generen. Bij het ontwikkelen van de naleefstrategieën vormen deze factoren dan ook de basis voor de wijze waarop de verschillende elementen vorm zijn gegeven en worden ingezet. 6.3
Doel van het toezicht- en handhavingsbeleid
Beleid voor toezicht en handhaving dient een aantal doelen: 1. De overheid is verantwoordelijk voor het stellen van regels. Handhaving is inherent aan het bestaan van regels. Naleving is geen vanzelfsprekendheid. Niet of onvoldoende handhaven leidt dus impliciet tot het toestaan van deze overtredingen. Wettelijke normen worden ten behoeve van bepaalde doelstellingen vastgesteld om: - belangen te beschermen (veiligheid); - de samenleving te ordenen (ruimtelijke ordening); - gedragsveranderingen te weeg te brengen (terugdringen van overlast). Door een sluitend handhavingsbeleid zorgt de gemeente er voor dat er serieus werk gemaakt wordt van de handhaving van de regels die worden gesteld. 2. Bescherming van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid van inwoners en bedrijven. Willekeur moet worden voorkomen. Zij die zich wel aan de regels houden moeten er op kunnen vertrouwen dat dit voor iedereen geldt en dat tegen overtredingen op wordt getreden; 3. Door beleid op te stellen wordt er voldaan aan de wettelijke plicht die een gemeente heeft. Daarnaast zorgt het hebben van beleid voor rechtmatigheid van een genomen besluit; 4. Tenslotte draagt beleid bij aan het creëren van extern draagvlak voor de handhaving. In de voorgaande paragrafen zijn de gemeentelijke visie en de organisatiedoelen aan de orde gekomen.
Ook is gekeken welke risico’s zich bij niet naleving van de regelgeving kunnen voordoen
48
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
en welke factoren bepalend zijn voor naleving van regelgeving. In deze paragraaf komt aan de orde wat de gemeente met het toezicht en de handhaving concreet wil bereiken. De belangrijkste doelstelling is het bewerkstelligen van een beter naleefgedrag en daarmee leveren van een bijdrage aan de achterliggende doelstellingen die met de wetten en de regels worden beoogd. Onderstaande doelstellingen geven hier specifieker invulling aan. Voor een deel komen de doelstellingen overeen met die van vergunningverlening omdat ze het doel of de kwaliteit van het VTH-proces als geheel beschrijven. Thema
Doelstelling
Nieuwbouw
Ten minste 85% van de bouwwerken worden op de juiste plek gerealiseerd, voldoen aan de redelijke eisen van welstand, zijn veilig en conform de regels van het bestemmingsplan gebouwd. De cultuurhistorische waarden van de monumentale panden wordt behouden.
Veiligheid: de objectieve en subjectieve (gezondheids)veiligheid in relatie tot de VROMtaken
Vergunningverlening, toezicht en handhaving dragen bij aan een goed woon- en leefklimaat. In niet meer dan 15 % van de controles op sloopwerkzaamheden wordt geconstateerd dat er regels met betrekking tot (brand)veiligheid, asbest en de veiligheid van de (directe) omgeving wordt overtreden. Jaarlijks worden gebouwen waar minder zelfredzamen verblijven gecontroleerd en gebreken worden zo veel mogelijk datzelfde jaar hersteld.
Dienstverlening: de manier waarop en de snelheid waarmee de organisatie met belanghebbenden omgaat.
100% van alle aandachtevenementen zijn geëvalueerd. De besluiten en correspondentie richting de burgers is leesbaar en in begrijpelijke taal. Maximaal binnen 2 weken na het indienen van een handhavingsverzoek worden bevindingen en het verdere verloop van de afhandeling van het verzoek aan de indiener schriftelijk bekend gemaakt. In de beleidsperiode wordt 90% van de geplande controles uit het uitvoeringsprogramma uitgevoerd. De gemeentelijke handhaving voldoet aan alle kwaliteitseisen voor de handhaving uit de omgevingsregeling.
Indicatoren We zullen monitoren of deze doelstellingen ook worden gerealiseerd aan de hand van onderstaande indicatoren: percentage van de reguliere bouwcontroles naar aanleiding van een vergunning voor bouwen waarin één of meerdere regels ten aanzien van constructieve veiligheid, brandveiligheid of bestemmingsplan wordt overtreden; waardering door de burgers van het woon-, leef- en bedrijfsklimaat; percentages overtredingen bij controles; opleiding- en ervaringsoverzicht Wabo medewerkers volgens kwaliteitscriteria 2.2. interne audit.
49
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
Richtlijnen voor monitoring Als richtlijnen kunnen aangehouden worden: Niet voor elke indicator hoeft een 100% controle plaats te vinden, maar kan volstaan worden met een steekproef van 5 cases; Alle indicatoren worden gescoord in hetzelfde kalenderjaar (gelijklopend met het Uitvoeringsprogramma); Aantallen worden niet door middel van een steekproef vastgesteld maar volledig in kaart gebracht. 6.4
Preventiestrategie
6.4.1
Achtergrond
Beter voorkomen dan genezen. Door vooraf te investeren in inzicht en duidelijkheid van regels, kan de gemeente een deel van de overtredingen door onze inwoners en bedrijven voorkomen. Het betreft vooral overtredingen die door goedwillende en onbewuste overtreders worden gemaakt. 6.4.2
Communicatie en voorlichting
Handhaving is veelal gericht op de beïnvloeding van gedrag van inwoners of bedrijven zodat zij weten regelgeving naleven. Communicatie speelt daarbij een belangrijke rol. Een integrale aanpak van handhaving vereist een integrale aanpak van de communicatie. De rol van communicatie bij het overbrengen van handhavingsbeleid bij onze inwoners en ondernemers is belangrijk. Actieve communicatie kan een positief effect hebben op de veiligheidsgevoelens van inwoners: communicatie gaat over feiten én over beeldvorming. Zo wordt er bijvoorbeeld door middel van het organiseren van voorlichtingsavonden informatie verstrekt over nieuwe regels, bijvoorbeeld rond bestemmingsplannen. Dit draagt bij aan de bekendheid van regelgeving. Doelstelling Een actief communicatiebeleid draagt bij aan een positief beeld van de leefbaarheid en veiligheid in de gemeente. In dit hoofdstuk is een breed scala aan communicatiemogelijkheden geïnventariseerd. De communicatie-uitingen van de gemeente zijn gebaseerd op vier uitgangspunten: nuchterheid, integrale aanpak, herhaling van de kernboodschap en communicatie over concreet zichtbare investeringen. De doelstellingen zijn gericht op het geven van betrouwbare informatie, het betrekken van inwoners en partners en het bevorderen van een positieve beeldvorming.
Het communicatieplan handhaving heeft tot doel: bestuurlijke keuzen inzichtelijk maken voor inwoners en bedrijven; bevorderen directe naleving door inwoners en bedrijven door betere voorlichting. Met betrekking tot communicatie, kan onderscheid gemaakt worden in: -communicatie over het handhavingsbeleid/handhavingsactiviteiten; -communicatie over handhavingsprojecten, recidivisten en nieuwe wetgeving e.d. Communicatie over het handhavingsbeleid/handhavingsactiviteiten: het jaarlijkse uitvoeringsprogramma komt in overleg met belanghebbenden (intern en extern) tot stand; het jaarlijkse uitvoeringsprogramma wordt bekend gemaakt en ter inzage gelegd; betrokkenen ontvangen een exemplaar van het uitvoeringsprogramma. Zie protocol interne afstemming; indien daar aanleiding toe is wordt op de gemeentepagina en de gemeentelijke website een artikel opgenomen over de activiteiten van het cluster handhaving. Hierin wordt vermeld waar men mee bezig is en wat de resultaten en ontwikkelingen zijn. Communicatie over projecten, recidivisten en nieuwe wetgeving: Voor zowel projecten, recidivisten als nieuwe wetgeving geldt dat vooraf bepaald wordt hoe de communicatie moet gaan lopen.
Hierbij dient het volgende bepaald te worden: doel communicatie; wat wil men bereiken met de activiteit en dan specifiek met de communicatie? doelgroep; bijvoorbeeld horeca, omwonenden, bedrijf, en dergelijke; tijdstippen communicatie;
50
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
voor aanvang, tijdens en na afloop? De keuze hangt af van het doel van de communicatie; communicatiemiddelen; dit hangt af van de doelgroep en de over te brengen boodschap. Gedacht kan worden aan artikelen gemeentepagina (bijvoorbeeld publiceren sanctiebeschikking) en website, informatiebijeenkomsten, direct overleg (afhankelijk van omvang doelgroep en soort onderwerp), mailing, enz.; de financiële en personele gevolgen van het inzetten van communicatiemiddelen. er dient altijd een aanspreekpunt te zijn per onderwerp. Meestal is dit de voorlichter van de gemeente. Voor specifieke informatie is het echter beter om dit neer te leggen bij de desbetreffende medewerker.
Met voorlichting wordt voorkomen dat overtredingen ontstaan uit een gebrek aan informatie en kennis. Inwoners en bedrijven worden geïnformeerd door de gemeenten over verandering van weten regelgeving, mogelijkheden voor aanvragen, et cetera. Voorlichting vindt plaats door: Informatieverstrekking over beleid en wetgeving op de gemeentelijke websites. Verwijzing naar websites van (landelijke) overheden met actuele informatie over wetgeving, bijvoorbeeld omgevingsloket online Vooroverleg over vindbaarheid van indieningsvereisten, gemeente specifieke bepalingen, kans rijkheid van plannen en mogelijkheden voor indiening van aanvragen (in fasen, in delen of integraal). Bespreken van (toetsingen)resultaten na indiening van een concept aanvraag (met uitzondering van bouwactiviteiten). Bij weigering of het buiten behandeling laten van een aanvraag, wordt de aanvrager vóór bekendmaking geïnformeerd over het besluit en de overwegingen. Informatieverstrekking tijdens controles. Het eindresultaat van een concept aanvraag betreft een ambtelijke inschatting van de haalbaarheid van een initiatief op bepaalde maatgevende onderwerpen zoals ruimtelijke inpassing, welstand en monumenten. De aanvrager kan zijn initiatief zo nodig aanpassen en verder uitwerken en loopt zodoende in het formele vergunningentraject niet meer tegen onverwachte obstakels aan.
Momenteel wordt ook geëxperimenteerd met een ruimtelijk initiatieven team (RIT). Doel is om bij concept aanvragen met een impact op meerdere beleidsvelden vlot aan te geven of het kans van slagen heeft of een oplossingsrichting aan te reiken waar de klant verder mee kan. 6.4.3
Buurtbemiddeling
Als er maatschappelijke weerstand tegen activiteiten bestaat, maar geen wettelijke grondslag is om te handhaven (in casu formeel geen overtreding is), kunnen de gemeenten buurtbemiddeling inzetten om toekomstige klachten en handhavingsverzoeken te voorkomen. Buurtbemiddeling levert vooral een bijdrage aan een verbetering van de context waarbinnen het naleefgedrag tot stand moet komen. De gemeenten kiezen in beginsel geen andere positie in het ‘conflict’ dan ‘proberen de partijen bij elkaar te brengen’. In sommige gevallen kunnen aanvullend financiële middelen of kennis en informatie aan de partijen beschikbaar gesteld worden om tot een gezamenlijke oplossing te komen. 6.4.4
Programma Prettig Contact Met de Overheid (PCMO)
In dit kader wordt gewerkt volgens het PCMO (Prettig Contact Met de Overheid) concept. Prettig contact met de overheid is een programma van het Ministerie van Binnenlandse Zaken dat een informele aanpak ofwel mediatonvaardigheden in het contact tussen bestuursorganen en inwoners bevordert. Met ‘de informele aanpak’ ofwel ‘mediatonvaardigheden’ wordt bedoeld dat een ambtenaar in geval van een aanvraag, zienswijze, klacht of bezwaarschrift, snel en persoonlijk (telefonisch) contact opneemt met de betrokken inwoners. Het eerste telefoongesprek met de inwoner dient een aantal doelen: Het snel en persoonlijk handelen. Het bespreken wat er precies speelt.
51
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
Het samen met de inwoner bekijken wat de beste aanpak van zijn aanvraag, zienswijze, klacht of bezwaarschrift is.
Het gesprek biedt bovendien een eerste mogelijkheid om ergernis weg te nemen en in te gaan op eventuele vragen of problemen. Dit alles vraagt om een goede voorbereiding. Ter ondersteuning is daarom een aantal instrumenten ontwikkeld, zoals een checklist en een belwijzer. Medewerkers worden getraind in deze methodiek en passen deze eerst toe, binnen de kaders van de Algemene wet bestuursrecht. De proactieve en oplossingsgerichte aanpak sluit beter aan bij de wensen en behoeften van de inwoner. Inwoners willen namelijk op een eerlijke en respectvolle manier behandeld en goed geïnformeerd worden. Dit vraagt een andere houding, ander gedrag en betekent een verandering in de organisatie als geheel. De medewerkers gaan anders optreden, de managers gaan daarop anders sturen en verantwoorden, het proces verandert en de inwoners ervaren – zo is het streven – een betere, meer persoonlijke dienstverlening in geval van (dreigende) conflictsituaties. 6.4.5
Naming en shaming
Met ‘shaming’ wordt de interventie gericht op het toebrengen van reputatieschade voor de overtreder. Veelal kan een dergelijke interventie worden toegepast om andere interventies extra kracht te geven. Voorbeelden van een dergelijke interventie is het publiceren van de sanctie. Een dergelijke aanpak wordt zo min mogelijk toegepast. ‘Naming’ kan een positieve prikkel afgeven. Door goed gedrag actief naar buiten te brengen en het belang van goede naleving te benoemen, worden anderen gestimuleerd regels na te leven. 6.4.6
Samenwerking bij de preventie
Bij het voorkomen van overtredingen werken de gemeenten structureel samen met meerdere partijen. Voorlichting vindt structureel plaats samen met o.a. de OD Noord-Holland Noord en de OD IJmond, bijvoorbeeld bij drugsdumpingen en illegaal gebruik van leegstaande panden. Ook vindt samenwerking op diverse andere terreinen plaats. Zo wordt samen met de Veiligheidsregio ingezet op voorlichting aan inwoners over ‘brandveilig leven’ en is er samenwerking met de Politie als het gaat om het verminderen van woninginbraken, door mensen bewust te maken van hun handelen en te wijzen op de maatregelen die ze kunnen nemen. 6.5
Toezichtstrategie
Het Besluit omgevingsrecht (Bor) geeft slechts in algemene bewoordingen aan hoe het toezicht georganiseerd dient te zijn. Op grond van het Bor moet het bestuursorgaan inzicht geven in de wijze waarop het toezicht op de naleving van wet- en regelgeving wordt uitgeoefend. In de BUCH gemeenten vindt toezicht in een vorm en intensiteit plaats welke leidt tot een adequate naleving van wet- en regelgeving. Op welke wijze en met welke frequentie uiteindelijk toezicht wordt gehouden, is het resultaat van de uitkomsten van de omgevingsanalyse. Hierbij spelen ook ervaringen die met inwoners, bedrijven en instellingen zijn opgedaan een rol. De toezicht-, sanctie- en interventiestrategie geven invulling aan de beginselplicht tot handhaving. De gemeente is wettelijk belast met het toezicht op de naleving van de onder haar gezag vallende weten regelgeving. Wanneer een overtreding is geconstateerd zal in beginsel handhavend worden optreden, omdat het algemeen belang gediend is met naleving van de regels. Per geval wordt een onderbouwde afweging gemaakt welke vorm van interventie wordt ingezet. Deze afweging wordt schriftelijk vastgelegd, bijvoorbeeld in het controlerapport, onze database en in eventuele correspondentie.
Daarnaast wordt bij klachten of handhavingsverzoeken gemotiveerd aangegeven waarom wel of niet tot handhaving wordt overgegaan en beschreven hoe met signalen van melders wordt omgegaan. De toezicht-, sanctie- en interventiestrategie ondersteunen bij het maken van tactische en operationele afwegingen en keuzes. Dit document is geen blauwdruk die precies vertelt wat er moet gebeuren in een gegeven situatie. De diversiteit van situaties en toezichtvraagstukken maakt dit onmogelijk. Goed toezicht is contextueel en vraagt om discussie, interpretatie en oordeelsvorming.
52
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
6.5.1
Aanleidingen voor toezicht
Toezicht in onze gemeenten vindt plaats op basis van: • het jaarlijks uitvoeringsprogramma; • aangevraagde vergunningen en ontvangen meldingen; • specifieke thema’s of projecten; • ontvangen meldingen, klachten, handhavingsverzoeken en calamiteiten; • waarnemingen in het vrije veld: oog en oor. 6.5.2
Vormen van toezicht
Bij het houden van toezicht kunnen verschillende methoden worden gebruikt. Het onderscheid is van belang omdat per branche en per beleidsterrein de aspecten waar de controle zich op richt verschillen. Het is effectief om verschillende vormen van controle te hanteren, welke zowel aangekondigd als onaangekondigd plaatsvinden. Vormen van toezicht in onze gemeenten zijn: • Administratief toezicht (bijvoorbeeld bij stoffenstromen zoals grond of secundaire bouwstoffen); • Structurele (routinematige) controles: toezicht op vergunningen en meldingen. In de regel worden alle aspecten, de gehele vergunning, het Bouwbesluit en het bestemmingsplan voor zover de vergunning daar geen informatie over bevat, maar deze tijdens de bouw wel van toepassing zijn, getoetst; • Ad hoc toezicht vanwege bijzondere omstandigheden: onder andere door verzoeken om handhaving en klachten; • Thematische controles: deze worden geformuleerd in het uitvoeringsprogramma; • Gebiedsgerichte controles: bijvoorbeeld op bedrijfsterreinen; • Hercontroles: de hercontrole bevat toezicht op één of enkele aspecten en vindt plaats aan de hand van een brief die is verzonden naar aanleiding van de vorige controle of op basis van een controlerapport. Voor ieder van deze vormen is in het VTH-registratiesysteem (Squit) een proces ingericht waarin de stappen worden doorlopen.
Uitgangspunt voor de uitvoering van de handhaving is het zoveel mogelijk integraal uitvoeren van het toezicht. Met deze integrale aanpak wordt tegemoet gekomen aan de ambities die de gemeente heeft in het kader van verbetering van de dienstverlening naar het bedrijfsleven en inwoners toe. Hiermee komt de gemeente tegemoet aan de eisen die in de Wabo aan het toezicht worden gesteld. De Wabo schrijft onder meer voor dat het bestuursorgaan zijn controles moet afstemmen en coördineren om te voorkomen dat gemeentelijke toezichthouders en andere toezichthouders (bijvoorbeeld de Provincie of het Waterschap) onwetend van elkaar bedrijven bezoeken. Er zijn vier vormen van integraal toezicht denkbaar: -
-
-
-
Na elkaar controleren: hierin zijn inspectiemomenten leidend. Dat wil zeggen dat, in eerste aanleg, verschillende toezichthouders, afhankelijk van de fase van handhaving, een inspectie uitvoeren. Deze inspecties worden programmatisch opgepakt. Omdat de inspecties over een relatief groter tijdsbestek worden uitgevoerd, heeft deze aanpak een sterkere preventieve uitwerking. Deze vorm van controleren is de klassieke vorm van toezicht. Voor elkaar signaleren: facetcontroles/inspecties door één handhaver/toezichthouder. De handhaver/toezichthouder neemt tijdens de inspectie (binnen het model; na elkaar controleren) andere punten van aandachtsvelden mee. Het voordeel van deze aanpak is dat overtredingen in een eerder stadium worden gesignaleerd. Deze aanpak vergt wel de nodige afstemming en uitleg binnen een organisatie. Voor elkaar controleren: hierin wordt de integrale controle van de aandachtsvelden, door één handhaver/toezichthouder uitgevoerd. Dit heeft voornamelijk betrekking op situaties die worden gekenmerkt door een zeer geringe complexiteit. In de praktijk betekent dit dat dergelijke controles alleen mogelijk zijn bij locaties waarin voor beide aandachtsvelden het risico klein is. Controleren met elkaar: vanuit bouwen/RO, milieu, veilig gebruik bouwwerken en de Apv gezamenlijk een integrale controle uitvoeren.
Met name van toepassing in situaties die door een groter dan gemiddelde complexiteit of bestuurlijke prioriteit worden gekenmerkt. Binnen
53
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
BUCH krijgt dit vorm door specifieke projecten zoals: vuurwerkcontroles, en grote bouwprojecten. Welke vorm van integraal toezicht gehanteerd wordt, hangt sterk af van de situatie van de burger of het bedrijf. Hierbij wordt aangesloten bij de nieuwe omgevingsvergunning. Bij een enkelvoudige omgevingsvergunning (bijvoorbeeld voor de bouw van een dakkapel) zal de toezichthouder of handhaver vanuit zijn vakgebied een controle uitvoeren waarbij hij oog- en oor functie voor andere beleidsvelden heeft. Bij een meervoudige omgevingsvergunning (bijvoorbeeld voor de activiteiten milieu en brandveilig gebruik) zullen de toezichtmomenten waar mogelijk gecoördineerd worden in één bezoek, waardoor de belasting voor het bedrijf tot een minimum beperkt wordt. Indien gecoördineerd toezicht niet mogelijk is, zullen de controles vanuit de verschillende vakgebieden blijvend worden uitgevoerd. 6.5.3
Basiswerkwijze toezicht
Een onderdeel van de toezichtstrategie is de beschrijving van de basiswerkwijze voor toezicht bezoeken of toezicht acties. Hieronder wordt deze basiswerkwijze voor de voorbereiding van toezicht bezoek, de feitelijke uitvoering en de rapportage van het bezoek beschreven. A. Voorbereiding Type toezicht Tijdelijke en voortdurende activiteiten
Gebiedsgericht werken
B. Uitvoering Type Toezicht Tijdelijke en voortdurende activiteiten
Voorbereiding Dossieronderzoek: vergunningen, bezoekrapportages, correspondentie en andere relevante documenten. Inzicht in de voor handhaving relevante kenmerken, zoals de meest risicovolle aspecten en het naleefgedrag. Zo nodig vindt intern afstemming plaats met vergunningverlening. Waar mogelijk dossieronderzoek: rapportages, klachten en meldingen, registratiesysteem en andere relevante bronnen. Inzicht in de voor handhaving relevante kenmerken van het gebied, zoals de meest risicovolle locaties of probleemlocaties c.q. naleefgedrag. Zo nodig vindt intern afstemming plaats met relevante organisatieonderdelen die meer achtergrondinformatie hebben over het gebied, zoals de financiële administratie (o.a. parkeervergunningen) en ontheffing- en vergunningverleners. Uitvoering De toezichthouder stelt zich waar mogelijk en wenselijk voor, legt het doel van het bezoek uit en legitimeert zich op verzoek. De toezichthouder neemt ter plekke geldige regels (bezoekersreglement, etc.) in acht. De toezichthouder controleert of wordt voldaan aan de geldende (vergunning) voorschriften. De onder toezicht staande wordt geïnformeerd over de bevindingen van het bezoek en welke vervolgacties hij of zij n.a.v. dit bezoek kan verwachten.
Naast de feitelijke controle kan tijdens het bezoek voorlichting (bijvoorbeeld actuele ontwikkelingen, de gehanteerde sanctiestrategie) en advies (wijze waarop verbetering/correctie kan worden doorgevoerd) gegeven worden. Er worden termijnen gesteld en meegedeeld waarbinnen overtredingen
54
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
Gebiedsgericht werken
ongedaan gemaakt moeten worden. Ook wordt aangegeven wat de bezwaar- en beroepsmogelijkheden voor de overtreder zijn. Bij het constateren van een overtreding wordt waar mogelijk de overtreder te woord gestaan en geïnformeerd over de overtreding en de sanctieprocedure. Daarnaast wordt eventueel voorlichting gegeven over het sanctiebeleid en advies gegeven over alternatieven (zoals parkeermogelijkheden). Ook wordt aangegeven wat de bezwaar- en beroepsmogelijkheden voor de overtreder zijn.
C. Rapportage Type toezicht Tijdelijke activiteiten
Voortdurende activiteiten
Gebiedsgericht werken 6.5.4
Rapportage Registratie controlegegevens in registratiesysteem. Vanwege de vaak beperkte duur van de activiteit is het lang niet altijd zinvol om over de bevindingen met de overtreder te corresponderen. Er wordt wel een constateringsbrief verstuurd indien: de overtuiging bestaat dat afspraken niet zullen worden nagekomen; het en politiek zeer gevoelig dossier betreft; er sprake / het vermoeden is van onwil. Registratie controlegegevens in registratiesysteem. Toesturen constateringbrief (goed- en foutbrief) naar gecontroleerde. Registratie overtredingen in registratiesysteem.
Toezicht bouwen
Net als bij het toetsen van bouwplannen in de vergunningsfase, geldt dat tijdens de bouw- of realisatiefase keuzes moeten worden gemaakt wat er wordt gecontroleerd. Voor deze fase is het toezichtprotocol uitgewerkt. Het landelijke toezichtprotocol van de Vereniging BWT Nederland heeft als basis gediend voor het gemeentelijk protocol. Het toezichtprotocol wordt weergegeven met een matrix. In de matrix zijn per bouwfase en categorie van bouwwerken de voorschriften aangegeven waarop wordt gecontroleerd. Bij het vaststellen van het minimumniveau is per controlepunt vastgesteld of dit relevant is voor wat betreft brandveiligheid, constructieve veiligheid en/of volksgezondheid omdat hierbij de ingeschatte risico’s het grootst zijn. Is dit niet het geval dan is een controle hierop niet 'verplicht'. Voor die controlepunten die wel relevant zijn, is een inschatting gemaakt van het risico. Afhankelijk van deze risico-inschatting wordt per controlepunt een minimum toezichtniveau vastgesteld. Daarbij worden de volgende niveaus onderscheiden: S: Steekproefsgewijze controle 1: Visuele controle 2: Beoordeling van hoofdlijnen en hoofdaspecten 3: Beoordeling van hoofdlijnen en enkele kenmerkende details 4: Integrale controle van alle onderdelen Uiteraard wordt op die onderdelen waaraan een bouwplan intensiever wordt getoetst ook intensiever toezicht gehouden.
De categorieën van bouwwerken zijn onderverdeeld aan de hand van de bouwsommen. De bouwsommen hangen samen met de omvang van een bouwwerk. In vergelijking tot het toetsingsprotocol is er voor gekozen om extra differentiatie aan te brengen in de
55
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
bouwsommen. Het toezichtprotocol bouwen (zie bijlage 3) koppelt de voorschriften aan de fase van de bouwwerkzaamheden. Op die manier wordt duidelijk op welke momenten de relevante voorschriften worden gecontroleerd. Als gevolg van de uitgevoerde omgevingsanalyse wordt op voorschriften over de brandveiligheid en constructieve veiligheid intensiever toezicht gehouden. Onder de Wabo kan vaker zonder omgevingsvergunning worden gebouwd, zowel particulier als zakelijk. Echter, bij vergunningsvrij bouwen is men wel aan regels gebonden. Deze regels omvatten in de basis de zelfde regels als bouwen met een vergunning maar uiten zich vooral maximale oppervlakten en maximale afmetingen. In ieder geval gelden altijd de regels uit de Woningwet, het Bouwbesluit (onder meer voor constructie, (brand)veiligheid, bruikbaarheid, gezondheid en ventilatie) en de Bouwverordening. In specifieke gevallen kunnen de bouwregels van het vigerende bestemmingsplan van toepassing zijn. De ruimtelijke impact van vergunningsvrije bouwwerken is echter als laag ingeschat door de landelijke wetgever. Vandaar dat er ook geen (vergunning)toets nodig is.
Concreet kan dat dus inhouden dat bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid bij verbouwingen, bijvoorbeeld ten aanzien van de Rc-waarde5 van een (vergunningsvrije) dakkapel, geen controle plaatsvindt op de naleving van de vereiste Rc-waarde, omdat dit geen derden werking heeft. 6.5.5
Toezicht sloopwerkzaamheden
Bij de sloop van alle bouwwerken van vóór 1994 wordt een asbestinventarisatierapport verlangd. Als meer dan 35m2 asbest is aangetroffen, wordt het toezicht uitgevoerd door de OD Noord-Holland Noord of de OD IJmond (afhankelijk van de gemeente). De voorschriften, die tijdens sloopwerkzaamheden moeten worden nageleefd en waar toezicht op moet worden gehouden, zijn: • de wijze van slopen; • de veiligheid van het sloopterrein en de directe omgeving; • het omgaan, verwerken en afvoeren van diverse soorten vrijkomend sloopmateriaal per soort afvalstroom, waaronder asbest, kunststoffen, metalen en glas. De toezichtniveaus voor het slopen zijn uitgewerkt in BRIS toezicht. 6.5.6
Toezicht brandveiligheid
Bouwwerken De bouwcontroleur neemt de opleveringscontrole van de omgevingsvergunning brandveilig gebruik voor zijn rekening. Indien nodig kan de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord integraal met het bouwtoezicht gaan controleren. Afstemming met de Veiligheidsregio vindt plaats over bijvoorbeeld de aan te leveren certificaten en de toezichtmomenten. Een groot deel van het toezicht betreft het structurele toezicht op de brandveiligheid in gebouwen met een publieks- of een verblijfsfunctie. In het kader van het Bouwbesluit 6 geldt voor het merendeel van deze gebouwen de meldingsplicht. Slechts voor een gering aantal gebouwen is de vergunningsplicht van toepassing. De toezichtstaak op brandveiligheidsvoorschriften bij vergunning plichtige gebouwen is specialistisch werk en vindt plaats door een gespecialiseerde bouwtoezichthouder, eventueel samen met de Veiligheidsregio. Bij milieu inrichtingen worden de controles op meldingen zoveel mogelijk integraal meegenomen bij de reguliere milieucontroles. Bouwwerken die niet vergunning- of melding plichtig zijn voor brandveiligheidsaspecten worden, in geval er sprake is van een milieuinrichting, in de periodieke milieucontroles ook gecontroleerd op brandveiligheid.
Tijdens het toezicht wordt er in dit kader vooral gecontroleerd op: • de aanwezigheid van een vergunning brandveilig gebruik/melding Bouwbesluit; • de voorschriften van een vergunning brandveilig gebruik/melding Bouwbesluit; • de aanwezigheid van vereiste documenten, logboeken en certificaten; • transparant- en noodverlichting; • het blokkeren, afsluiten en niet functioneren van vluchtroutes, nooduitgangen, blusmiddelen, rookbrandscheidingen en ontruimings-, brandmeld-, rookafvoer- en warmteafvoerinstallaties. 5 Het isolerend vermogen van een constructie wordt uitgedrukt via de Rc-waarde (R= 'resistance', c
= 'construction'). 6 Vanaf de Omgevingswet het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
56
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
De handleiding PREVAP bevat de indeling van prioriteiten, op basis van het verwachte brandrisico van gebruiksfuncties. PREVAP staat voor: Preventieactiviteitenplan. Het gaat hier om prioriteiten op basis van de bouw- en gebruiksregelgeving. Bij de indeling van de gebruiksfuncties in prioriteitsklassen zijn criteria gehanteerd als het aantal aanwezigen, de zelfredzaamheid van de aanwezigen, de kans op brand en de frequentie van gebruik van een object. Dit zijn criteria op basis van het gebruik van een gebouw/object. Andere criteria zijn bijvoorbeeld bouwaard, bouwhoogte of bouwjaar. Aan de hand van deze PREVAP is een indeling in prioriteiten bepaald, inclusief bijbehorende kengetallen voor de uit te voeren taken. Prioriteitsklasse 1 2 3 4
Aard risico Zeer hoog risico Hoog risico Gemiddeld risico Beperkt risico
Controlefrequentie 2 x per jaar 1 x per jaar 1x per 2 jaar na klachten en meldingen
Tabel: overzicht aanpassing controlefrequentie brandveiligheid op basis van naleefgedrag Bij controles brandveiligheid wordt getoetst aan de hand van standaard checklists conform hoofdstuk 6 en 7 Bouwbesluit 2012. In het geval van bestaande bouw vindt een toetsing plaats aan hoofdstuk 2 van het Bouwbesluit. Hulp bij ontruiming bij brand Zoals in hoofdstuk 5 al aangegeven gaat artikel 7.11a van het Bouwbesluit 2012 over hulp bij ontruiming bij brand. Lid 1 geeft aan dat in een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 6.20, in een bouwwerk met een vergunning voor brandveilig gebruik en in een bouwwerk waarvoor een gebruiksmelding als bedoeld in artikel 1.18 is gedaan voldoende personen aangewezen moeten zijn om de ontruiming bij brand voldoende snel te laten verlopen. De hulpverlening bij brand voor werknemers is geregeld op grond van de Arbeidsomstandighedenwet. De Arbeidsomstandighedenwet bevat regelgeving inzake de arbeidsomstandigheden in een bedrijf of inrichting en ziet op de hulpverlening aan werknemers en andere personen die in verband met de arbeid aanwezig zijn. Hiertoe is de gemeente geen bevoegd gezag. De bepaling in het Bouwbesluit 2012 ziet toe op hulpverlening bij brand, aan iedereen die zich in een bouwwerk of een gebruiksfunctie bevindt.
Het gaat hierbij om het evacueren van bijvoorbeeld patiënten in een ziekenhuis, gedetineerden en bezoekers van een discotheek, in het geval van brand. Op welke wijze deze functionele eis wordt ingevuld wordt overgelaten aan de eigenaar of gebruiker van een bouwwerk. Artikel 7.11a van Bouwbesluit 2012 bepaalt dat er voldoende personen moeten zijn aangewezen om de ontruiming bij brand voldoende snel te laten verlopen. Dit voorschrift verplicht gebruikers van een bouwwerk dus om te zorgen voor voldoende ontruimers in geval van brand. Maar wat is ‘voldoende’? Het is gebleken dat op papier weliswaar voldoende mensen aanwezig zijn, maar dat dit er in de praktijk toch vaak (te) weinig zijn. Daarom gaat de gemeente, samen met de Veiligheidsregio’s onderzoeken hoe we hier meer op kunnen sturen. Dit kan bijvoorbeeld door de bewustwording bij verzorgingsinstellingen te vergroten door actieve communicatie en advisering. Ook kan door extra technische maatregelen (zoals sprinklers) het aantal personen dat nodig is voor hulpverlening worden beperkt. Niet-bouwwerken Afhankelijk van de omvang en risico’s van de activiteiten worden tijdelijke inrichtingen met een gebruiksvergunning in het kader van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen vooraf en tijdens het gebruik bezocht, om te beoordelen of aan de gestelde brandpreventieve eisen is voldaan. 6.5.7
Toezicht monumenten
Nadat een omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw en monumenten is afgegeven of een aanpassing aan een monument vergunningsvrij plaatsvindt, zullen de monument specifieke aspecten
57
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
worden meegenomen in de reguliere bouwinspecties, tenzij in een specifieke zaak extra toezicht nodig is. Dit kan bij rijksmonumenten en ook bij gemeentelijke en provinciale monumenten indien opgenomen in de erfgoedverordening. Ook in de gebruiksfase wordt in onze gemeenten proactief toezicht gehouden op monumentale waarden. Door het specifieke karakter van de monumenten is de uitvoering van het toezicht maatwerk. In de gemeente Uitgeest controleert de omgevingsdienst eens in de vijf jaar alle monumenten. 6.5.8
Toezicht milieu
Voor het toezicht milieu wordt intensief samengewerkt met de OD Noord-Holland Noord en de OD IJmond. Wanneer de vergunning is verleend wordt een opleveringscontrole ingepland. Dit geldt ook bij een deel van de geaccepteerde meldingen Activiteitenbesluit. De opleveringscontrole vindt plaats binnen drie maanden na realisatie of vergunningverlening. In de opleveringscontrole wordt beoordeeld of de activiteiten zijn gerealiseerd zoals is omschreven. Ook wordt een toelichting gegeven bij de milieuvoorschriften. Van de opleveringscontrole wordt een verslag opgesteld. Na afronding van de opleveringscontrole gaat het bedrijf mee in de reguliere planning van de periodieke controles. Op het in werking zijn van bedrijven (inrichtingen) in onze gemeenten wordt door de gemeente periodiek, risicogericht en informatie gestuurd toezicht gehouden. Dit toezicht is erop gericht om de belasting van de bedrijfsactiviteiten voor het milieu en de omgeving te voorkomen dan wel zo veel mogelijk te beperken. De wettelijke grondslag voor deze taak ligt in de Wabo en de Wet milieubeheer en de daarop gebaseerde algemene regelingen als het Activiteitenbesluit. De taken hebben betrekking op het toezicht op en handhaving van voorschriften en regels gesteld in de geldende vergunningen en besluiten. Met behulp van wegingsfactoren wordt gekozen om inrichtingen intensiever dan wel extensiever te controleren.