C10a. VTH-beleid omgevingsrecht 2.0_3
Tekst van het document
Voor de doelgroep ‘bedrijven in de kernen’ leidt dit tot het volgende
2 Dit zal niet leiden tot louter repressieve inzet in de handhavingssfeer, maar betekent ook, naar
huidige praktijk, een inzet in de toezichthoudende sfeer. Met specifieke aandacht voor de uit de enquête naar voren gekomen “top drie van ergernissen”.
20
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
7.
Vermindering van het aantal klachten over geluid en geur.
8.
Een optimale balans tussen het stimuleren van ontwikkelingen in de centra en het beperken van de overlast.
3.4.4
Doelgroep bedrijven in het landelijk gebied
De agrarische sector is ondanks de daling van het aantal vestigingen nog steeds één van de belangrijkste sectoren in Egmond Binnen, Bakkum en Uitgeest. De kwaliteit van het landschap wordt mede bepaald door het agrarisch beheer van het landschap. Op basis van de omgevingsanalyse worden constateren de volgende risico’s geconstateerd: Mestopslag en het uitrijden van mest dicht bij woonbebouwing leidt tot veel geurklachten in met name Egmond Binnen en Bakkum; Bij de onbedekte teelt heeft met name het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen gevolgen voor het bodem- en waterleven; Het aantal meldingen van verplaatsing van grond is beperkt; Huisvesting van arbeidsmigranten vindt vooral plaats in vrijstaande units, kantoorgebouwen en inpandig op het erf. Deels is dit in strijd met het bestemmingsplan, slechte woonomstandigheden en brandveiligheid; Door de functiemenging in het landelijk gebied vinden er steeds meer transportbewegingen plaats Dat betekent risico’s op het gebied van verkeersveiligheid; Vooral in de gemeenten Bergen en Heiloo wordt regelmatig geklaagd over paardenpoep op openbare wegen, fietspaden en in het buitengebied. Door diverse activiteiten wordt het karakter van het landschap bedreigd. Zo worden er bijvoorbeeld reclameobjecten, paardenbakken, caravans en stalletjes voor verkoop langs wegen geplaatst. Voor de hoogste risico’s is er een doelstelling.
De realisatie van de doelstellingen wordt de komende jaren actief gevolgd. Voor de doelgroep ‘bedrijven in het landelijk gebied’ leidt dit tot de volgende doelstellingen: 9.
Afname van het aantal overtredingen van bedrijven in het landelijk gebied op het gebied van gezondheidsaspecten, bodem- en natuurschade.
3.4.5
Doelgroep recreatie en toerisme
In Heiloo zijn de recreatieve en toeristische voorzieningen relatief kleinschalig. In Uitgeest zijn deze vooral rondom het Uitgeestermeer geconcentreerd. In Bergen en Castricum speelt het strand een belangrijke rol op dit gebied. Op basis van de omgevingsanalyse worden de volgende risico’s geconstateerd: Het aantal constateringen van overtredingen bij evenementen is erg beperkt. Mede als gevolg van het inrijden van een monstertruck in het publiek in Haaksbergen in 2014, is de aandacht voor de veiligheid van het publiek toegenomen. Grote evenementen worden met veiligheidspartners zoals de Politie en de specialisten van de Veiligheidsregio (brandweer, GHOR, GGD en Ambulancezorg) beoordeeld. Als gewerkt wordt met tijdelijke constructies (podia, tenten, attracties) speelt de constructieve veiligheid (instortingsgevaar) een grote rol. Op de kwaliteit van constructies heeft de gemeente maar beperkt zicht. Alleen in de gemeente Uitgeest worden alle tijdelijke constructies ter plaatse gecontroleerd. Bij grootschalige evenementen is brandveiligheid een belangrijk item; De drukbezochte stranden vormen een groot risico ten aanzien van de (brand)veiligheid (paviljoens e.d.).
Er is hinder door honden, agressie en zwerfvuil; Met name bij de cafés, campings, restaurants, appartementen, de bed en breakfasts en de middelgrote hotels zijn grotere risico’s op het gebied van brandveiligheid. Het is niet bekend in hoeverre de regelgeving ten aanzien van brandveiligheid daadwerkelijk wordt nageleefd. Voor de hoogste risico’s is er een doelstelling. De realisatie ervan wordt de komende jaren actief gevolgd. Voor de doelgroep “recreatie en toerisme” leidt dit tot de volgende doelstellingen:
21
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
10.
Inzicht in de veiligheidsrisico’s bij bed en breakfasts.
11.
Veilig verloop van grote evenementen.
Naast deze algemene doelstellingen uit de omgevingsanalyse, worden de specifieke uitkomsten van de risicoanalyse3 in de hoofdstukken 5 (Vergunningen beleid) en hoofdstuk 6 (Toezicht- en handhavingsbeleid) nader uitgewerkt. 3.5
Indicatoren
Bovenstaande doelstellingen hebben we in onderstaand schema meetbaar geformuleerd. Ook zijn er indicatoren en de daarvoor benodigde gegevens aan gekoppeld om de voortgang van doelrealisatie te kunnen meten. Meetbare doelstellingen
Indicatoren
Gegevens
Doelgroep Inwoners 1. Het verbeteren van de communicatie over wet- en regelgeving, (on)mogelijkheden en procedurele eisen door actief over actuele wets- en beleidswijzigingen te communiceren. 2. Alle gebouwen waar mensen verblijven die niet zelfredzaam zijn, zijn ten aanzien van brandveiligheid en constructieve veiligheid op orde. 3. Asbestverspreiding en besmetting voorkomen. 4. Adequaat en snel reageren op klachten en meldingen op het gebied van de Apv. Doelgroep Bedrijven op bedrijfsterreinen 5. Beëindigen van het gebruik van panden op bedrijfsterreinen voor wonen en detailhandel in strijd zijn met het bestemmingsplan. 6. Verbeteren van het inzicht in de milieurelevantie en brandveiligheid van panden gelegen op bedrijfsterreinen.
•
Jaarlijks geactualiseerde wet- en regelgeving, (on)mogelijkheden en procedurele eisen op website.
•
Jaarlijkse communicatiekalender
•
Actief onder de aandacht brengen Top10 overtredingen door inwoners.
•
Aantal voornemens tot last onder dwangsom ten aanzien van 1. brandveiligheid en 2. constructieve veiligheid.
•
Per 1 januari 2019 uit Squit.
•
Naleefgedrag: aantal controles wel / niet akkoord. Aantal klachten en meldingen op het gebied van de Apv, inclusief afhandel termijn.
•
Jaarverslag omgevingsdiensten Per 1 januari 2019 uit Squit
Al het gebruik van panden op bedrijfsterreinen voor wonen en detailhandel is gestaakt.
•
•
•
•
Doelgroep Bedrijven in woonwijken 7. Verminderen van het aantal • klachten over geluid en geur. •
•
Per 1 januari 2019 uit Squit
Alle panden voldoen bij de eerste • controle of bij de eerste hercontrole aan de gestelde milieu en brandveiligheidsregels.
Via jaarverslag omgevingsdiensten
Aantal gegronde geluidsklachten. •
Via jaarverslag omgevingsdiensten
Aantal gegronde geurklachten
3 De risico analyse is als bijlage 2 bij de omgevingsanalyse gevoegd.
22
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
8. Een optimale balans tussen het stimuleren van de ontwikkelingen in het centrum en het beperken van de overlast. Doelgroep Bedrijven in landelijk gebied 9. Jaarlijks een afname van de overtredingen van bedrijven in het landelijk gebied ten aanzien van de gezondheidsaspecten, bodem- en natuurschade.
Doelgroep Recreanten en toeristen 10. Inzicht in de veiligheidsrisico's bij bed en breakfasts. 11. Veilig verloop van grote evenementen
•
Geen gegronde klachten.
•
Per 1 januari uit Squit.
•
Aantal controles bij bedrijven in het landelijk gebied waarbij overtredingen ten aanzien van gewasbeschermingsmiddelen of geur zijn geconstateerd.
•
Via jaarverslag omgevingsdiensten
•
Percentage verleende vergunningen voor huisvesting van arbeidsmigranten.
•
Per 1 januari uit Squit
•
Alle bed en breakfasts worden gecontroleerd ten aanzien van brandveiligheid.
•
Aantal gegronde klachten over veiligheid bij evenementen.
Per 1 januari uit Squit
•
•
•
Jaarverslagen GHOR, Veiligheidsregio en Politie Verslagen ODIJ
Dit VTH beleid beschrijft hoe bovenstaande doelen bereikt worden, welke taken om die reden worden uitgevoerd en op welke wijze invulling wordt gegeven aan deze taken.
23
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
4.
Big-8, Kwaliteitscriteria VTH en de uitwerking in strategieën
4.1
Big-8
Met de inwerkingtreding van de Wabo is een belangrijke rol weggelegd voor integrale vergunningverlening, toezicht en handhaving. In het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) staan kwaliteitscriteria genoemd waaraan professionele organisaties moeten voldoen. Zo is onder andere het formuleren van beleid verplicht gesteld. De Mor en het Bor gaan ervan uit dat door het consequent uitvoeren van een aantal samenhangende proces-stappen een adequaat niveau van vergunningverlening, toezicht en handhaving wordt bereikt. De processtappen worden weergegeven in de onderstaande cyclus (figuur 1.1), ook wel bekend als de ‘Big-8’.
Figuur 2: de Big-8 Het Big 8-model maakt vanuit het strategisch kader de vertaling naar operationeel beleid in combinatie met een sluitende planning en controlecyclus. De Big-8 is een dubbele plan-do-check-act cyclus waarbij beleid en uitvoering met elkaar verbonden worden. Door het volgen van de BIG-8 worden werkzaamheden doelmatig en planmatig uitgevoerd. Daarnaast zorgt het evaluatieonderdeel van deze cyclus ervoor dat het beleid steeds blijft aansluiten op de uitvoeringspraktijk. Beleidsvisie Deze beleidsvisie is gebaseerd op een actualisatie van problemen en risico’s d.m.v. de omgevingsanalyse, risicoanalyse en analyse van inzicht, vanuit het perspectief van juridische en maatschappelijke ontwikkelingen. Dit plan is de eerste stap in de jaarcyclus. Hoofdstuk 3 vormt hierin het strategisch beleidskader. In deze paragraaf worden de stappen beschreven die gezet worden om de cyclus sluitend te maken en hoe de in hoofdstuk 3 beschreven doelstellingen gerealiseerd gaan worden. Hiervoor wordt de big-8 beleidscyclus zoals hier boven afgebeeld doorlopen. De hoofdstukken 5 en 6 werken daarbij het operationele beleidskader voor respectievelijk vergunningverlening en toezicht en handhaving uit. Uitvoeringsprogramma Om de doelstellingen te realiseren wordt een breed scala aan instrumenten ingezet. In het uitvoeringsprogramma wordt beschreven welke instrumenten dat zijn.
Hier gaat paragraaf 8.2 dieper op in. Het uitvoeringsprogramma 2019-2020 wordt voor elke afzonderlijke gemeente uitgewerkt in een
24
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
afzonderlijk document. Uit het uitvoeringsprogramma blijken ook de daadwerkelijke gevolgen voor de capaciteit van de uitvoeringsorganisatie. In het uitvoeringsprogramma vindt jaarlijks analyse en bijsturing plaats van aantallen en kentallen op basis van: een analyse van het naleefgedrag op basis van verrichte controles en ingekomen klachten en handhavingsverzoeken op de verschillende beleidsvelden; landelijke prioriteiten; samenwerkingsafspraken met de omgevingsdiensten, de Provincie Noord-Holland en het HHNK; een analyse van bouwprognoses, economische ontwikkelingen en overige factoren die van invloed kunnen zijn op het werkaanbod of de prioriteitsstelling. Jaarverslag In hoeverre de resultaten bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen is object van monitoring, evaluatie en verantwoording. Hier gaat paragraaf 8.1 dieper op in. Op basis van deze monitoring wordt verantwoording afgelegd in een jaarverslag. Met dit jaarverslag wordt voldaan aan de wettelijke plicht om een jaarverslag op te stellen en de raad jaarlijks te informeren over de realisatie. Het jaarverslag wordt vastgesteld door het college en ter informatie aan de raad gestuurd. De monitoring vindt plaats op basis van een set van indicatoren die zijn afgeleid van de betreffende doelstellingen, deze staan in paragraaf 8.1.
Protocollen en werkinstructies De laatste stap is het actualiseren en vastleggen van protocollen en werkinstructies. Deze worden geactualiseerd waar nodig. Ze zijn gebaseerd op de strategieën voor vergunningverlening, toezicht, sanctioneren en gedogen. Daar waar de toegevoegde waarde van een protocol of werkinstructie niet wordt gezien wordt deze, met redenen omkleed, niet opgesteld. 4.2
Kwaliteitscriteria
Om de kwaliteit van de uitvoering van VTH-taken op het gebied van het omgevingsrecht te verbeteren zijn kwaliteitscriteria – meer specifiek de set Kwaliteitscriteria 2.1 – vastgesteld. Naast procescriteria (big eight) worden ook eisen gesteld ten aanzien van deskundigheid en beschikbaarheid (vereiste opleidings-, kennis- en ervaringsniveau en de minimaal vereiste beschikbaarheid van ervaren deskundigen). Een professionele kwaliteit van de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH), dat is wat de samenleving van de overheid verwacht. De regelgeving in het Wabo-domein is ingewikkeld. In afdeling 5.2 (Kwaliteitsbevordering en samenwerking) van de Wabo staan de randvoorwaarden voor gemeenten en provincies om tot een hogere kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving te komen. Eenduidige kwaliteitscriteria maken de uitvoering een stuk eenduidiger. Doel is om de uitvoering beter inzichtelijk en meer voorspelbaar te maken. Het streven is ook om een meer gelijkmatige aanpak over het land te bereiken. De kwaliteitscriteria zijn bedoeld om de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (de VTH-taken) door rijk, provincie en gemeenten in het omgevingsrecht te professionaliseren en de kwaliteit in de organisatie te borgen.
De criteria stammen oorspronkelijk uit 2012 en gaan over vakmanschap (kritieke massa), transparantie en bestuurlijke vastlegging (procescriteria) en de minimale ondergrens binnen werkprocessen (inhoudelijke eisen en prioriteitstelling). De kwaliteitscriteria maken inzichtelijk welke kwaliteit inwoners, bedrijven en instellingen, maar ook overheden onderling en als opdrachtgevers, mogen verwachten binnen de VTH-taken. Regionaal is in 2016 door de gemeenteraden de Verordening kwaliteit basistaken VTH vastgesteld waarin is bepaald dat voor de achterblijvende taken de kwaliteit wordt gewaarborgd is in het VTH-beleid. Deze verordening regelt de gemeentelijke en provinciale zorg voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Hierbij speelt de kwantiteit en de kwaliteit van handhaving van het omgevingsrecht een rol. De provincie heeft het oude VTH-beleid beoordeeld en adequaat bevonden. Daardoor zorgen de BUCH gemeenten ervoor dat ze in staat zijn om de gewenste kwaliteit te leveren. Voor de organisatie
25
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
betekent dit dat er een sluitende beleidscyclus moet zijn om kwaliteit te borgen. Elk jaar krijgt de raad een verslag over de stand van zaken ten aanzien van de kwaliteitscriteria 4.3
Uitwerking in uitvoeringsstrategieën
In het vorige hoofdstuk zijn de bestuurlijke prioriteiten bepaald. Deze worden gerealiseerd door de inzet van een breed instrumentenpallet. Dit pallet beschrijft de wijze waarop (het ‘hoe’) de doelstellingen gerealiseerd moeten worden. De hoofdlijnen van de wijze waarop we werken, de zogenaamde strategieën worden in de hoofdstukken 5 (vergunningenstrategie) en 6 (preventie-, toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie) vastgesteld. In de vergunningenstrategie wordt beschreven op welke wijze de vergunningverlening verloopt. Naast een hoofdbeschrijving van het proces en de mogelijkheden voor aanvragen, worden de toetsingsniveau’s waar in beginsel geen 100% toets voor wordt uitgevoerd, beschreven. Een 100% toets is een diepgaande toets aan alle wettelijke bepalingen. Net als bij de toetsing (na ontvangst van aanvragen en meldingen), worden ook bij het toezicht uitvoeringsniveaus onderscheiden. Ook hier geldt dat het toezicht niet 100% kan zijn. Immers, in dat geval zou er bij iedere activiteit continue een toezichthouder aanwezig moeten zijn en alle aspecten moeten controleren. Deze toezichtniveaus worden vastgelegd in een toezichtstrategie. Deze is grotendeels overgenomen uit de bestaande gemeentelijke kadernota en beleidsplannen en geüniformeerd. Sanctioneren gebeurt bij overtredingen conform de landelijke handhavingsstrategie (i.c. sanctiestrategie).
Deze strategie wordt overgenomen en waar wenselijk nader uitgewerkt. Ditzelfde geldt voor de landelijke gedoogstrategie. Onderdeel van de sanctiestrategie is de ‘interventiestrategie’. Interveniëren is: ‘Het nemen van passende maatregelen om overtredingen en ongewenste gedragingen te adresseren en risico’s te reduceren’. Dit betekent niet automatisch het inzetten van de handhavingsmiddelen uit de Algemene wet bestuursrecht. Hierover meer in hoofdstuk 6.6. De samenhang tussen de strategieën in voorliggend document is in onderstaand figuur gevisualiseerd.
Figuur 3: samenhang in strategieën 4.4
Globale strategie, aanpak op maat
Een aanpak die effectief is bij bijvoorbeeld aannemers hoeft niet ook automatisch effectief (of efficiënt) te zijn bij eigenaren van industriële bedrijven, recreanten, agrariërs en inwoners. Dit heeft alles te maken met de aard van activiteiten, de ‘pakkans’, de motieven voor niet-naleven (zoals
26
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
onwetendheid of calculerend gedrag) én het (juridische) instrumentarium dat de gemeenten beschikbaar hebben vanuit hun eigen rol als het bevoegd gezag. Daarnaast ontstaan er, los van de doelgroepen/thema’s, ook risico’s door wisselwerking tussen de verschillende doelgroepen of thema’s. Zo kan het verschil maken of een overtreding in wisselwerking met andere inwoners plaatsvindt of bijvoorbeeld met natuurgebieden. De keuzevrijheid voor de medewerkers van de BUCH gemeenten en de organisaties die voor de gemeenten werkzaamheden uitvoeren (zoals de OD Noord-Holland Noord, de OD IJmond en de Veiligheidsregio’s) zijn op essentiële aspecten ingeperkt. De strategieën in dit document zijn niet gedetailleerd geformuleerd op alle aspecten, zodat de vergunningverlener, toezichthouder of handhaver op maat een aanpak kan realiseren. Dit geldt bijvoorbeeld voor de milieutaken, die gespecificeerd zijn in de Regionale VTH strategie van de omgevingsdiensten. Het is van belang dat de strategieën van organisaties die werkzaamheden voor ons uitvoeren, niet in strijd zijn met de onderhavige strategie. Voorliggend operationeel beleid is voor de vier BUCH-gemeenten uniform. Daardoor kan de BUCH werkorganisatie efficiënt ingericht worden en worden medewerkers van de BUCH gemeenten niet geconfronteerd met verschillende strategieën per gemeente.
Specifieke speerpunten per gemeente kunnen leiden tot een aanpak op maat. De strategieën hebben twee functies. Ten eerste kan deze als motivering dienen voor besluiten. Ten tweede wordt vastgelegd hoe er met de bevoegdheden wordt omgegaan. Met deze strategieën leggen de gemeenten zichzelf verplichtingen op. De gemeenten zijn verplicht te handelen volgens eigen beleidsregels. Een burger wordt niet gebonden door een beleidsregel. De plicht om volgens een beleidsregel te handelen kan in bijzondere gevallen vervallen. Door concrete omstandigheden in een bepaalde situatie kan het onevenredig zijn om de beleidsregel te volgen. Bij een gemotiveerde afwijking van de beleidsregel kan het toetsings- en/of toezichtniveau zowel worden verhoogd als verlaagd. De doelstellingen van deze strategieën: zijn Invulling geven aan de beginselplicht tot handhaving. Inzicht geven hoe de BUCH werkt. Expliciet maken en illustreren van de leidende principes. Ontwikkelen van gedeelde taal en begrippen. Bevorderen van een gedeelde aanpak. Benoemen en verantwoorden van toezichtafwegingen. 4.4.1
Sturing op naleving
Met gedragssturing worden de risico's die de leefomgeving bedreigen beheerst. Dat betekent het volgende: er wordt geprobeerd het gedrag van gebruikers van de fysieke leefomgeving te beïnvloeden zodat zij zich aan de verschillende geldende regels houden. Binnen het VTH-beleid staan diverse instrumenten ter beschikking om gedrag te beïnvloeden en naleving af te dwingen. De in te zetten instrumenten zijn daarbij breder dan alleen vergunningverlening, de controles en de juridische middelen die kunnen worden ingezet wanneer een overtreding wordt geconstateerd. Ook bij het opstellen van regels en de voorlichting daarover liggen kansen om de gebruikers van de leefomgeving het gewenste gedrag te laten vertonen. Een schematisch overzicht van de mogelijke instrumenten is weergegeven in de volgende figuur:
27
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
Figuur 4: schematisch overzicht van de mogelijke instrumenten Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: Het overgrote deel van de gebruikers van de leefomgeving is uit zichzelf bereid de normen die er heersen na te leven. De benadering van de doelgroep is daarom gebaseerd op het vertrouwen in hun goede bedoelingen. Niet-naleving wordt daarbij in eerste instantie gezien als een gevolg van onbekendheid met de regels en/of obstakels bij de naleving. Daar waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van instrumenten en middelen die recht doen aan de goede bedoelingen van de doelgroep, zoals voorlichting (zie §4.3.2), het wegnemen van obstakels en dergelijke. Alleen bij bewuste niet-naleving zal de gemeente de haar ter beschikking staande juridische sanctiemiddelen inzetten om het gewenste naleefgedrag af te dwingen. De gemeente neemt de gebruikers en hun bedoelingen serieus, maar verwacht ook een eigen verantwoordelijkheid. Daarbij geldt dat hoe professioneler de gebruiker is, hoe meer er wordt verwacht van zijn eigen verantwoordelijkheid voor de naleving van de regels en hoe strikter de gemeente zal optreden bij het toetsen aan de regels. De gemeente geeft de voorkeur aan een pragmatische aanpak boven een principiële aanpak: ultieme toetssteen is de mate waarin risico's aanvaardbaar zijn en niet het principe “naleven van regels die risico’s moeten voorkomen’.
28
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
5.
Vergunningen beleid
De basis voor het vergunningenbeleid is gevormd door visie op VTH taken samen met de omgevingsanalyse, analyse van inzichten en de evaluaties bij de jaarverslagen. Hierdoor is duidelijk welke prioriteiten en doelen gesteld moeten worden voor vergunningen en welke vergunningenstrategie met de huidige capaciteit uitvoerbaar is. Bij de vergunningenstrategie is vastgelegd welke vormen van vergunningverlening worden onderscheiden, wat de basiswerkwijze daarbij en wat de werkwijze is bij de meest voorkomende activiteiten. De vergunningenstrategie is apart beschreven voor Wabo (5.4), Apv & DHW (5.5) en Milieu (5.6). Voor bouwen maakt de toets matrix bouwbesluit onderdeel uit van dit beleid (bijlage2). 5.1
Uitgangspunten vergunningen
Naast de algemene uitgangspunten van paragraaf 2.1 staan hieronder ook een aantal uitgangspunten specifiek voor Vergunningverlening: Kwalitatief goede uitvoering en vakkundige en betrokken medewerkers Bij de behandeling van aanvragen staat adequate en professionele dienstverlening voorop. De klanttevredenheid gaat naar een hoger niveau. Er wordt geen dubbele informatie gevraagd voor het beoordelen van de aanvraag. Documenten / bewijsstukken die al beschikbaar of raadpleegbaar zijn worden niet gevraagd. Vergunningverlening is risicogericht De beschikbare capaciteit wordt zo effectief en efficiënt mogelijk ingezet door te werken volgens een risicogerichte benadering. Activiteiten met een hoog risico krijgen meer aandacht dan activiteiten met een gemiddeld of laag risico. Verantwoordelijkheid initiatiefnemer De initiatiefnemer is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het project en de gevolgen. Initiatiefnemers worden er op gewezen en gestimuleerd om overleg met belanghebbenden te voeren om draagvlak voor de activiteit te krijgen. Redeneren vanuit oplossingen en integrale aanpak Bij vergunningaanvragen wordt actief meegedacht in mogelijkheden en oplossingen om activiteiten mogelijk te maken.
Hierbij wordt rekening houdend met de initiatiefnemer én de omgeving, Rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor inwoners en ondernemers De vergunningen die worden verleend dienen de rechtszekerheid en kunnen de rechterlijke toets doorstaan. Uitgangspunt is dat aan geldend regels is getoetst en de motivering de rechterlijke toets doorstaat. Activiteiten die vaak worden aangevraagd worden beleidsregels voor opgesteld als dit bijdraagt aan vlottere en transparantere besluitvorming. Vergunningverlening is efficiënt, helder en transparant Digitale dienstverlening is het uitgangspunt. De vergunningverlening vindt zo veel mogelijk gestandaardiseerd plaats volgens heldere procedures. Doordat vergelijkbare situaties op vergelijkbare wijze worden afgehandeld worden willekeur en rechtsongelijkheid voorkomen. Dat de vergunningverlening transparant is, blijkt onder meer uit dat het schriftelijk wordt vastgelegd. Dit geldt niet alleen voor de stappen in de beleidscyclus (visie, strategie, prioriteitstelling) maar ook voor de administratieve organisatie en de procedures. Via het jaarlijkse uitvoeringsprogramma en jaarverslag zal de wijze van uitvoering inzichtelijk worden gemaakt en verantwoording aan de raad worden afgelegd. 5.2
Analyse van inzicht vergunningen
Deze analyse van inzicht van vergunningen is aanvullend op de omgevingsanalyse. De analyse geeft inzicht van het aantal te verwachten vergunningaanvragen en meldingen, aard en complexiteit van de aanvragen, inzicht in type bouwwerk/ afwijkingen bestemmingsplan en huidige capaciteit. De analyse van inzicht is gebaseerd op de beschikbare gegevens van 2018.
29
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
Onderstaande gegevens worden gebruikt voor het stellen van prioriteiten en doelen, vergunningen strategie, raming benodigde capaciteit uitgaande van de taken en de benodigde kritieke massa. Tevens worden op basis van deze gegevens het uitvoeringsprogramma voor vergunningverlening opgesteld. Op deze manier kan er sturing worden gegeven aan de vergunningverlening. Ook geven ze inzicht op welke ruimtelijke beleidsvelden het invoeren of actualiseren van beleid bijdraagt aan een vlotte behandeling van aanvragen en gemotiveerde besluiten.
Figuur 5: aanvragen 2018 Vergunningen Wabo Aantal verwachte aanvragen omgevingsvergunningen/meldingen BUCH 2019-2022: Aantallen aanvragen/meldingen Wabo* (Concept) aanvragen omgevingsvergunning Aanvragen omgevingsvergunning (al dan niet meervoudig) Meldingen sloop Meldingen brandveilig gebruik
Gemiddeld per jaar 410 1240 380 22
* exclusief aantallen, die Omgevingsdienst zelf direct in behandeling neemt (zie hiervoor vergunningen Omgevingsdienst)
Complexiteit neemt toe vanwege toename woningbouw en participatie vooruitlopend op de omgevingswet. Complexiteit aanvragen omgevingsvergunningen BUCH 2019-2022: Aantallen aanvraag omgevingsvergunningen Wabo Enkelvoudig Meervoudig Regulier Uitgebreid
Gemiddeld per jaar 800-850 390-440 1100-1150 90-140
De aard van de aanvragen blijft vooralsnog hetzelfde. De komst van de Omgevingswet met omgevingsplannen kan zorgen voor minder of juist meer vergunningen. Dit zal duidelijk worden in de periode 2021 tot met 2029. Ook de inhoudelijke behandeling van bouwaanvragen zal met ingang van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen stapsgewijs veranderen. Aard 5 meest voorkomende aanvragen omgevingsvergunningen BUCH 2019-2022: Aantallen activiteiten aanvraag omgevingsvergunningen Wabo Bouw Afwijken bestemmingplan Kap Uitweg Monument
Gemiddeld per jaar 850 350 200 100 30
30
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
Bij de BUCH gemeenten betreffen de top drie aanvragen omgevingsvergunning bouwen, afwijken RO (bestemmingsplan) en uitweg/ kap.
Figuur 6: Top 3 aangevraagde activiteiten Wabo 2018 per gemeente Bij de BUCH gemeenten betreffen de meeste ‘bouw’ aanvragen wonen. In de volgende beleidsperiode geven we aan hoe het aantal verdeeld is per onderstaande categorie: Aantallen aanvraag omgevingsvergunningen activiteit bouwen naar object type bouwwerk Bedrijf I <100.000 Bedrijf II 100.000-1.000.000 Bedrijf III >1.000.000 Publiek I <100.000 Publiek II 100.000-1.000.000 Publiek III >1.000.000 Wonen I <100.000 complex Wonen I <100.000 eenvoudig Wonen I dakkapel Wonen II 100.000-1.000.000 Wonen III >1.000.000 Integraal II+III >100.000 Overig I+II+III
Gemiddeld per jaar Incidenteel Incidenteel Zelden Incidenteel Incidenteel Zelden Regulier Regulier Regulier Regulier Incidenteel Incidenteel Incidenteel
Bij de BUCH gemeenten betreffen de meeste afwijkingen ‘kruimelgevallen’. In de volgende beleidsperiode geven we aan hoe het aantal verdeeld is per onderstaande categorie: Aantallen aanvraag omgevingsvergunningen activiteit handelingen in strijd met ruimtelijke regels Tijdelijke afwijking Binnenplanse afwijking Buitenplanse kleine afwijking (kruimel) Buitenplanse grote afwijking (uitgebreid)
Gemiddeld per jaar Incidenteel Regelmatig Vaak Incidenteel
Vergunningen Apv, DHW, Wok en overige bijzondere wetten De verwachting is dat deze aantallen stabiel zullen blijven. In de BUCH gemeenten komen een paar grootschalige evenementen voor, met name in de gemeente Bergen. De afgelopen jaren is bij evenementen meer aandacht gekomen voor veiligheid. Dit zorgde bij toetsing voor een meer complexe afstemming met andere partijen. De afgelopen jaren is bij horeca en meer aandacht gekomen voor integriteit. Dit zorgde dat bij de aanvraag wordt getoetst op achtergrond ondernemer en wijze van financieren. Aantal verwachte aanvragen Apv vergunningen BUCH 2019-2022: Aantallen aanvragen DHW, Wok, Apv en overige bijzondere wetten Apv en overige bijzondere wetten DHW en Wok
Gemiddeld per jaar 1125 72
Vergunningen Omgevingsdienst De omgevingsdiensten behandelen alle milieuvergunningen/meldingen. Voor de gemeente Uitgeest behandelen ze ook de activiteit brandveilig gebruik en slopen Deze historisch gegroeide werkwijze wordt naar verwachting geüniformeerd in de komende beleidsperiode. Aantal meldingen/vergunningen Uitgeest 2019-2022: Aantal ingediende meldingen/vergunningen in 2018 Vergunningen Brandveilig gebruik Meldingen Brandveilig gebruik Meldingen Slopen
Uitgeest 1 2 12
31
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
5.3
Doel van het vergunningenbeleid
In deze paragraaf komt aan de orde wat de gemeente met vergunningverlening concreet wil bereiken. Het vergunningenbeleid maakt in deze beleidscyclus voor het eerst integraal onderdeel uit van het VTH beleid. Daarom wordt gefocust op beleidsdoelen, die bijdragen aan het op orde brengen van de interne organisatie. Ook is gekeken welke beleidsregels bij de meest voorkomende aanvragen kunnen bijdragen aan een vlottere en transparante vergunningverlening. In de voorgaande paragrafen zijn de visie op VTH, de omgevingsanalyse en analyse van inzicht van vergunningen aan de orde gekomen. De doelen die hier worden gesteld dragen ook bij aan de bestuurlijke uitgangspunten en organisatiedoelen. Beleid voor vergunningen dient een aantal doelen: 1. De overheid is verantwoordelijk voor het preventief toetsen van regels. Deze regels zijn er om een veilige, gezonde, duurzame, bruikbare en waardevolle leefomgeving te waarborgen. Door vooraf te toetsen worden risico’s beperkt en/of onherstelbare situaties voorkomen. Door een sluitend vergunningenbeleid zorgt de gemeente er voor dat er serieus werk gemaakt wordt van het preventief toetsen van de regels, die worden gesteld; 2. Bescherming van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid van inwoners en ondernemers. Willekeur moet worden voorkomen en vergunningen moeten transparant tot stand zijn gekomen; 3.
Door beleid op te stellen wordt er voldaan aan de wettelijke plicht die een gemeente heeft. Daarnaast zorgt het hebben van beleid voor rechtmatigheid van een genomen besluit. Onderstaande negentien doelstellingen geven hier specifieker invulling aan. Thema
Doelstelling
Dienstverlening: de manier waarop en de snelheid waarmee de organisatie met belanghebbenden omgaat.
De besluiten en correspondentie richting de burgers is leesbaar en in begrijpelijke taal. 98% van de reguliere aanvragen omgevingsvergunning zijn binnen de wettelijke beslistermijn afgehandeld. minimaal 80% van de reguliere aanvragen omgevingsvergunning voor kappen worden binnen 4 weken afgehandeld.
Uitvoeringskwaliteit: de mate waarin een product en/of dienstverlening voldoet aan de juridische doelen en bijdraagt aan de omgevingsdoelen.
80% van alle informatieverzoeken Wabo zijn binnen 1 week beantwoord. Bij 100% van de vergunningen zijn de juiste toetsingskaders gebruikt. 80% van de bezwaar- en beroepsschriften m.b.t. vergunningverlening is ongegrond. 100% van de Wabo medewerkers blijven voldoende geschoold en ervaren, zodat deze voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.2. Voor het actualiseren van alle bestemmingsplannen is een BUCH breed beheersplan opgesteld. Het toetsingskader voor geringe ruimtelijke ontwikkelingen is helder door het vaststellen van een BUCH breed ontheffingenbeleid voor de zogenaamde kruimelgevallen. Het toetsingskader voor uitwegen is helder door het vaststellen van een BUCH breed uitwegenbeleid. Het toetsingskader voor welstand is geactualiseerd als het ouder is dan 10 jaar of bestuurlijke prioriteit heeft.
32
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
De ambtelijke toetsing sneltoetscriteria is BUCH breed ingevoerd voor snellere afhandeling van eenvoudige aanvragen. De erfgoedcommissie is BUCH breed geharmoniseerd voor de beoordeling van aanvragen met de activiteit monumenten/ beschermd dorpsgezicht voor een efficiëntere bedrijfsvoering. De bouwverordeningen zijn in overeenstemming gebracht met de van rechtswege vervallen stedenbouwkundige bepalingen. De algemene plaatselijke verordeningen worden binnen deze beleidsperiode geëvalueerd en indien noodzakelijk aangepast. 100% van alle aandachtevenementen zijn geëvalueerd.
Veiligheid: de objectieve en subjectieve (gezondheids)veiligheid in 100% van alle aanvragen/meldingen brandveilig gebruik zijn relatie tot de fysieke schriftelijk geadviseerd door de veiligheidsregio of toetser met leefomgeving specialisatie brandveiligheid.
Financiën: de inzet van middelen in relatie tot te hoeveelheid afgeleverde diensten/ producten.
Het toetsingskader voor veilig slopen en bouwen is helder door het vaststellen van een BUCH breed beleid voor toetsing van sloop- en bouwveiligheidsplannen. Legesverordeningen zijn voor het onderdeel vergunningen niet meer dan kostendekkend.
Indicatoren We zullen monitoren of deze doelstellingen ook worden gerealiseerd aan de hand van onderstaande indicatoren: -
aantal (concept) aanvragen vergunningen/meldingen/ontheffingen; aantal infoverzoeken Wabo; percentage vergunningen van rechtswege; doorlooptijd kapvergunningen; doorlooptijd informatieverzoeken Wabo; aantal bezwaar- en (hoger)beroepzaken; percentage van de bezwaar- en beroepschriften dat ongegrond is; dekkingspercentage van de leges (kostendekkendheid); opleiding- en ervaringsoverzicht Wabo medewerkers volgens kwaliteitscriteria 2.2; controle dossierkwaliteit Wabo (interne audit); controle aandachtevenement op evaluatie; aanwezigheid actueel bestemmingsplannen beheerplan; vastgesteld afwijkingsbeleid kruimelgevallen; vastgesteld uitwegenbeleid; vastgestelde welstandnota; vastgesteld reglement van orde met ambtelijke toetsing sneltoetscriteria welstand; bedrijfsvoering erfgoedcommissie is geharmoniseerd; vastgestelde bouwverordeningen; vastgestelde algemene plaatselijke verordeningen; vastgestelde beleidsregel bouw en sloopveiligheidsplan.
Voor de indicatoren wordt een standaardrapportage opgesteld. Jaarlijks wordt het indicatoren overzicht gebruikt voor de jaarverslagen en het uitvoeringsprogramma. Als richtlijnen voor monitoring wordt aangehouden: - Aantallen worden volledig in kaart gebracht; - Alle indicatoren worden gescoord in hetzelfde kalenderjaar. - Niet voor elke indicator hoeft een 100% controle plaats te vinden, maar kan volstaan worden met een steekproef van 5 cases;
33
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
Bovenstaande doelstellingen zijn geformuleerd voor Wabo en Apv. Op het gebied van milieu heeft de Omgevingsdienst IJmond en Omgevingsdienst Noord-Holland Noord doelstellingen geformuleerd waar de BUCH gemeenten bij aansluiten.
Figuur 7: doelstellingen vergunningen 2019-2022 Omgevingsdienst IJmond
Figuur 8: doelstellingen vergunningen 2016-2019 Omgevingsdienst Noord-Holland Noord 5.4
Vergunningenstrategie Wabo
Het proces en de toetsingsniveaus wordt beschreven voor de meest voorkomende aanvragen/meldingen. De vergunningenstrategie sluit aan bij de gestelde prioriteiten en doelen en is beschreven voor Wabo (5.4.1), Apv (5.4.2) en Milieu (5.4.3). 5.4.1
Algemene vergunningenstrategie Wabo
Het proces en de toetsingsniveaus wordt voor de Wabo beschreven voor de meest voorkomende aanvragen. De vergunningenstrategie sluit aan bij de gestelde prioriteiten en doelen.
34
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
Vormen van vergunningverlening De volgende vormen van vergunningverlening worden onderscheiden: • Reguliere procedure (8 weken, eenmalig te verlengen met 6 weken). • Uitgebreide procedure (6 maanden, eenmalig te verlengen met 6 weken). • Gefaseerde aanvraag (eerste fase en tweede fase, verschillende termijncombinaties mogelijk). • Aanvraag van deelactiviteiten (langste termijn van ieder van de deelactiviteiten). • Opleggen van maatwerkvoorschriften (milieu), gelijkwaardigheidsbesluit of nadere voorwaarden (brandveilig gebruik). Als een aanvraag in fasen of deelactiviteiten wordt aangevraagd, worden de bovenstaande stappen bij iedere fase/deelactiviteit doorlopen. Basiswerkwijze vergunningverlening Het hoofdproces voor het besluiten op een vergunningaanvraag volgt op hoofdlijnen onderstaande stappen. Daarbij geldt voor vergunningaanvragen de wettelijke reguliere of uitgebreide procedure zoals vastgelegd in de Awb en de Wabo. 1. Eventueel digitaliseren van de aanvraag. 2. Inboeken en registeren aanvraag (behandelstappen en documenten). 3. Sturen ontvangstbevestiging (aanvragen via het Omgevingsloket ontvangen deze direct bij indienen). 4. Behandelend ambtenaar omgevingsvergunning bepaalt: a. bevoegd gezag; b. uitgebreide of reguliere procedure; c. meervoudige of enkelvoudige aanvraag; d. publiceren aanvragen en (concept)beschikkingen; e.
overzicht bewaken over lopende procedures en de voortgang. 5. De behandelend ambtenaar is verantwoordelijk voor het afhandelen van de aanvraag: a. toets volledigheid en ontvankelijkheid op basis van indieningsvereisten en samenloop met andere melding/vergunning/ontheffing bijvoorbeeld Activiteitenbesluit (milieu) en Bouwbesluit 2012 (brandveiligheid); b. (vak)inhoudelijke toets aan alle relevante beoordelingskaders; c. uitzetten bij interne- en externe adviseurs; d. bewaken van de termijn; e. aanspreekpunt voor de aanvrager en informeren aanvrager; f. opstellen (concept)beschikking; g. registratie (behandelstappen en documenten). 6. Archiveren beschikkingen. 7. Mogelijk zienswijze, bezwaar, beroep en hoger beroep, eventueel gecombineerd met een voorlopige voorziening. Infoverzoek Voorafgaand aan de vergunningverleningsfase, probeert de gemeente het naleefgedrag te stimuleren door aan haar klanten een passende dienstverlening te bieden. Op het gebied van de gemeentelijke vergunningverlening wordt algemene informatie verstrekt op de website(s) van de gemeenten. Naar behoefte wordt aanvullende informatie verstrekt over de geldende regels en het bestaand beleid. De klant kan hiervoor een digitaal informatieverzoek indienen via de website, bellen of langskomen op afspraak.
Een korte vraag bijvoorbeeld over bestemmingsplaninformatie is vaak prima te beantwoorden via een digitaal informatieverzoek. Mocht de klant er met de beschikbare informatie niet uitkomen dan kan in een telefoongesprek vaak meer duidelijkheid worden verschaft. Soms heeft een korte afspraak de voorkeur boven geschreven correspondentie als dit veel misverstanden in het vervolgtraject kan voorkomen. De gemeente streeft er naar om de potentiële vergunning aanvrager zo’n goed mogelijke inschatting te geven van de haalbaarheid van zijn of haar initiatief binnen het bestaande beleid. De gemeente werkt op afspraak om zo zelf goed voorbereid te zijn en ook de klant de gelegenheid te geven zich goed voor te bereiden. Een afspraak duurt ongeveer 20 minuten of korter. Is meer tijd nodig om duidelijkheid te krijgen dan wordt geadviseerd een concept aanvraag in te dienen.
35
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
(Concept) aanvragen Een concept aanvraag wordt geadviseerd om in te dienen als duidelijk is dat het niet past in het beleid of de kansen van een initiatief niet binnen circa 20 minuten goed zijn in te schatten. Voordeel is dat bij een concept aanvraag nog niet alle tekeningen en rapporten uitgewerkt hoeven te zijn. Mochten er aanpassingen nodig zijn dan is dat niet gebonden aan een beslistermijn. Potentiële aanvragers van nieuwe gebouwen wordt altijd geadviseerd om eerst een concept aanvraag in te dienen voor een beoordeling aan redelijke eisen van welstand. Potentiële aanvragers van initiatieven die plaatsvinden in beschermde monumenten worden ook altijd geadviseerd om eerst een conceptaanvraag in te dienen. Potentiële aanvragers die een omgevingsvergunning willen aanvragen voor een bouwwerk waarvan de haalbaarheid met redelijke zekerheid al in het eerste gesprek kunnen worden ingeschat, worden ontmoedigd om een concept aanvraag in te dienen. De gemeente stimuleert aanvragers om de concept en formele aanvraag voor een omgevingsvergunning altijd digitaal via het landelijke omgevingsloketonline in te dienen. Hierop zijn namelijk de digitale werkprocessen optimaal afgestemd wat ook tijd bespaart voor de klant.
Meldingen De gemeenten ontvangen tevens meldingen, zoals voor milieu (Activiteitenbesluit), brandveilig gebruik (Bouwbesluit 2012), sloop, bodemenergie en het lozen buiten inrichtingen. Na het ontvangst van een melding vindt een beoordeling plaats of de melding compleet is en ontvangt de melder een bevestiging. Er volgt op een melding geen besluit van de gemeenten. Als op de algemeen geldende voorschriften van het Activiteitenbesluit of Bouwbesluit 2012 aanvullende of concretere uitwerking van voorschriften nodig is voor het voorkomen van risico’s en/of voor een betere handhaafbaarheid, worden maatwerkvoorschriften opgelegd of een gelijkwaardigheidsbesluit genomen. Samenloop vergunningen/meldingen In het kader van de Wet samenhangende besluiten toetsen wij ook op de onlosmakelijke samenhang met andere wetgeving. Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning kan er ook een melding of andere vergunning nodig zijn. Als deze niet is ingediend kan de aanvraag om een omgevingsvergunning niet in behandeling worden genomen of is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing. Daarbij wordt eerst gelegenheid gegeven om binnen een bepaalde termijn de aanvraag aan te vullen. Een aanvraag omgevingsvergunning wordt bijvoorbeeld buiten behandeling gesteld als de melding milieu van toepassing is en ontbreekt.
Of de uitgebreide voorbereidingsprocedure is van toepassing, omdat de natuurvergunning nog niet is aangevraagd. Digitale behandeling Vergunningaanvragen worden digitaal behandeld. Afhankelijk van het zwaartepunt van de aanvraag wordt bepaald welke medewerker de aanvraag behandelt. De basiswerkwijze voor het verlenen van een omgevingsvergunning is vastgelegd in het VTH registratiesysteem (Squit), waarbij de processtappen worden doorlopen en wordt aangegeven wie waarvoor verantwoordelijk is. Het gaat hier om de processtappen op hoofdlijnen. De meest voorkomende correspondentie, beschikkingen, adviezen en vergunningvoorschriften zijn gestandaardiseerd voor de toestemmingen die onder de Wabo vallen. Volledige aanvragen Inwoners en bedrijven zijn verantwoordelijk voor het indienen van goede en volledige aanvragen. De aanvraag vormt immers de basis voor het te nemen besluit. De gemeenten houden zich bij de taakuitvoering aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het zorgvuldigheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Vaak wordt eerste geadviseerd een (concept)aanvraag in te dienen. Mochten er aanpassingen nodig zijn dan is dat niet gebonden aan een beslistermijn en niet alle tekeningen en rapporten hoeven al uitgewerkt te zijn.
De afhandelingstermijn voor de aanvragen maakt het noodzakelijk om de nodige aandacht te geven aan de toets op ontvankelijkheid. Een goede en inhoudelijk juiste beoordeling van aanvragen is alleen dan mogelijk, wanneer de vereiste stukken aanwezig zijn. De indieningsvereisten voor aanvragen zijn landelijk geüniformeerd in de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) en toegeschreven op de verschillende categorieën van activiteiten. Aan de hand van het landelijk voorgeschreven aanvraagformulier voor de omgevingsvergunning is te bepalen of alle stukken bij de aanvraag zijn
36
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
overgelegd. De marges voor het toestaan van uitzonderingen zijn gering. Het consequent toetsen van een aanvraag op ontvankelijkheid op basis van de Mor voorkomt dat in het vervolg van het proces de toetsing niet (geheel) kan worden uitgevoerd. Als een aanvraag onvolledig is wordt om aanvullende gegevens verzocht en schort de beslistermijn op. Als de gevraagde stukken niet, niet op tijd of niet volledig worden aangeleverd, wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. Dit wil zeggen dat de aanvrager een besluit krijgt dat zijn aanvraag om een omgevingsvergunning buiten behandeling blijft. Hier kan bezwaar tegen worden ingediend. Intrekken vergunning Initiatiefnemers kunnen hun vergunning laten intrekken als de vergunde werken nog niet zijn gestart. Als dit binnen 12 maanden gebeurd is gedeeltelijke teruggaaf van leges mogelijk als dit is opgenomen in de legestarieventabel van de betreffende gemeente. Ook kan de gemeente ambtshalve de vergunning intrekken. Daarmee wordt voorkomen dat activiteiten gerealiseerd worden volgens verouderde normen in wetgeving. De termijn waarbinnen de initiatiefnemers een verzoek tot intrekking ontvangen, wordt per situatie bepaald. Leges De gemeente heft leges voor de behandeling van aanvragen om omgevingsvergunningen waarin sprake is van activiteiten zoals bouwen, kappen, afwijken ruimtelijke regels en meer.
De gemeente neemt bij de activiteit bouwen in principe de door de aanvrager opgegeven bouwsom als basis voor de legesberekening. Bij vermoedens van onrealistisch laag opgegeven bouwkosten en bouwkosten boven € 100.000, - vindt een berekening van de bouwsom plaats door de bouwplantoetser of bouwkostenadviseur. Op grond hiervan zal overleg met de aanvrager plaatsvinden met het verzoek om de opgegeven bouwsom nader te motiveren. Indien deze motivatie onvoldoende is zal de legesheffing ambtshalve gebaseerd worden op de berekening van de gemeente. Onder onrealistisch laag opgegeven bouwkosten wordt verstaan een verschil tussen de opgegeven bouwsom van de aanvrager en de berekening van de gemeente van meer dan 10%. Indien de verwachting is dat een vergunning geweigerd zal worden wordt dit besproken met de aanvrager. Deze wordt in dit geval geadviseerd om de aanvraag in te trekken. Door intrekking van de aanvraag is minder leges verschuldigd. Keerzijde hiervan is dat de aanvrager dan geen juridische mogelijkheden heeft om tegen de weigering bezwaar in te dienen. 5.4.2
Bouwen
Voor de activiteit bouw geldt dat de zogenaamde preventieve toets gekarakteriseerd wordt als een ‘aannemelijkheidstoets’. Een vergunning voor de activiteit bouwen wordt alleen verleend als voldoende aannemelijk is dat het bouwplan voldoet aan de technische voorschriften. Hiermee stelt de wetgever duidelijk dat de gemeenten bij het toetsen van de bouwaanvraag niet de verantwoordelijkheid overnemen van de vergunninghouder of de bouwpartij. De vergunningsstrategie voor (bouw)aanvragen heeft tot doel te komen tot een uniforme manier van toetsen door hiervoor een kwaliteitsniveau vast te leggen. Ongeacht de behandelend medewerker vindt hierdoor een eenduidige toetsing plaats. Tevens wordt aan de hand van deze vergunningsstrategie gekomen tot een zo efficiënt en effectief mogelijke inzet van de beschikbare middelen. Aanvragen voor vergunning plichtige bouwwerken toetsen we, aan de volgende onderdelen: 1. bestemmingsplan; 2. gemeentelijke Bouwverordening; 3. redelijke eisen van welstand; 4. Bouwbesluit 2012. 1. Bestemmingsplan In het bestemmingsplan worden ruimtelijke beleidskeuzes vertaald naar praktisch toepasbare voorschriften. Is er een afwijkingsbesluit genomen dan wordt daar aan getoetst. In de welstandsnota worden door het vastgestelde kader de ruimtelijke uitstraling en kwaliteit van de gemeenten waar
37
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
nodig gewaarborgd. Voldoet een plan niet aan het bestemmingsplan dan moet de aanvraag ook opgevat worden als aanvraag handelen in strijd met ruimtelijke regels (zie paragraaf 5.4.3). 2. Gemeentelijke bouwverordening De stedenbouwkundige bepalingen van de gemeentelijke bouwverordening zijn per 1 juli 2018 van rechtswege vervallen. Vanaf deze datum moeten ze opgenomen zijn bij het bestemmingsplan. Als parkeren nog niet in het voor de locatie geldende bestemmingsplan is opgenomen geld aanvullend het paraplu bestemmingsplan parkeren. De bouwverordeningen worden hierop nog aangepast. De bouwverordeningen bevatten alleen nog bepalingen omtrent bodem, de welstandscommissie en eventueel brandveilig nachtverblijf. 3. Redelijke eisen van welstand Als een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen aan het bestemmingsplan voldoet, of duidelijk is dat de omgevingsvergunning voor het planologisch strijdig gebruik kan worden verleend, wordt het plan getoetst aan redelijke eisen van welstand. Welstand is ook een belang dat al wordt meegenomen in de ruimtelijke afweging. Als het niet welstandsvrij is vind toetsing plaats door de welstandscommissie of binnen de ambtelijke organisatie. Concreet houdt dit in dat het bouwplan moet voldoen aan de criteria die zijn opgenomen in de Welstandsnota.
Het vaststellen van de welstandsnota en het reglement van orde (RvO) is een bevoegdheid van de Raad. Het RvO is voor Bergen en Heiloo vastgesteld bij de bouwverordening en bij Uitgeest en Castricum apart vastgesteld. Het afwijken van een welstandsadvies is een bevoegdheid van het college. In het jaarverslag van de welstand wordt verslag gedaan over de wijze waarop uitvoering is gegeven aan het welstandstoezicht. 4. Bouwbesluit 2012 Het Bouwbesluit 2012 geeft landelijk geldende regels voor de technische eisen waaraan bouwwerken dienen te voldoen. Voor de technische toetsing van aanvragen voor de omgevingsvergunning bouwen is het noodzakelijk tot een lokaal beleidskader te komen waarin de gemeenten aannemelijk maken of aan de regelgeving wordt voldaan. Het is praktisch onmogelijk om alle geldende voorschriften even uitputtend te toetsen. Hiervoor ontbreken de (financiële) middelen en capaciteit. Bovendien vraagt niet elk bouwwerk om deze controle, waardoor we selectief toetsen. Het toetsingsbeleid is gebaseerd op de landelijke toets matrix (LTB). Het LTB is speciaal ontwikkeld om te kunnen differentiëren in toets intensiteit per onderdeel van het Bouwbesluit en de risico’s die daarbij zijn voorzien.
De LTB-methodiek biedt de ruimte om als gemeente een toets niveau op de verschillende onderdelen vast te stellen, op basis van de eigen risico-inschattingen, naleefgedrag en beschikbare capaciteit. Het LTB werkt met vier niveaus van toetsing: 1 uitgangspunten, 2 globaal, 3 gemiddeld en 4 grondig. Cat. Werkniveau 1 Uitgangspunt (sneltoets)
2
Globaal (visueel)
Omschrijving
Voorbeeld
Is (technische) informatie compleet? Berekening wordt niet inhoudelijk nagerekend! aanwezigheid tekeningen/ berekeningen controleren; vereiste voorzieningen staan op tekening en schat globaal in of op hoofdlijnen aan de eisen wordt voldaan; Zijn uitgangspunten conform norm uitgevoerd? Berekening wordt niet inhoudelijk nagerekend! tekeningen en berekeningen worden concreet naast de eis gelegd en met elkaar vergeleken; tekeningen en berekeningen controleren op uitgangspunten; maten nameten of specificaties nakijken (bijv. certificaat)
Is daglichtberekening aanwezig? Is gebouw opgedeeld in verblijfsgebieden\-ruimtes? Zijn juiste voorzieningen aangegeven? Is bij daglichtberekening gekeken naar netto glasoppervlak, overstekken en/of aanwezige belemmeringen? Is bij ventilatieberekening capaciteit per m2 vloeroppervlak juist en zijn aan- en afvoer voorzieningen aanwezig?
38
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
rekenmethode controleren of wordt voldaan aan de gestelde eisen; Zijn berekeningen correct weergegeven? Gemiddeld (representatief) Berekening wordt gedeeltelijk inhoudelijk nagerekend! controle tekeningen/berekeningen op aantal representatieve onderdelen (vooral constructie en brandveiligheid) Zijn alle onderdelen getoetst? Grondig Berekening wordt geheel inhoudelijk (integraal) nagerekend! voorschrift integraal controleren; berekeningen narekenen, zo nodig complexe berekeningen uitbesteden.
-
3
4
Controleer bij daglichtberekening een aantal kritieke verblijfsgebieden /ruimtes. Controleer bij meerdere trappen enkele kritieke trappen. Controleer of op de tekening vermelde afmetingen overeen komen met de in de berekening vermelde gegevens, berekeningen narekenen, hoeveelheden natrekken etc.
Figuur 8: landelijke toets matrix Als hoger of lager wordt getoetst dan het LTB heeft het toets niveau respectievelijk een groene of rode kleur. Door snel, visueel of representatief te toetsen komen bepaalde bouwtechnische aspecten niet of minder aan de orde. Door werkafspraken en gestandaardiseerde werkprocessen wordt bevorderd dat de hantering van de toets niveaus door de verschillende bouwplantoetsers op uniforme wijze wordt toegepast. Nadrukkelijk wordt gewezen op de eigen verantwoording van de opdrachtgever, architect en aannemer. Zoals alle Nederlanders zich aan de wet dienen te houden, zo dienen zij te bouwen overeenkomstig de vereisten van het Bouwbesluit. Verder kan de gemeente ook achteraf controle uit voeren. De keuzes die we maken zijn gebaseerd op de omgevingsanalyse en zijn vastgelegd in de toets matrix Bouwbesluit (zie bijlage 2). Deze dient als leidraad bij het toetsen van vergunningaanvragen aan het Bouwbesluit 2012. Hierbij worden veiligheidsaspecten bij bouwwerken met gevoelige gebruiksfuncties getoetst op landelijk niveau. In afwijking op de toets matrix Bouwbesluit worden bouwwerken (monumenten uitgezonderd), die naar aard en omvang gelijk zijn aan vergunningsvrije bouwwerken volledig getoetst op niveau 1 sneltoets. Dit type bouwwerk wordt in het kader van het Bouwbesluit namelijk als niet risicovol beschouwd.
Aanvullend op het bouwbesluit wordt bij nieuwbouw in de gemeente Heiloo en Castricum aanvullend advies uitgebracht. Voor de gemeente Heiloo wordt vanaf 2 woningen het advies voorgelegd aan de adviescommissie wonen Heiloo voor een beoordeling van het praktische gebruik van de woning. Voor de gemeente Castricum wordt bij openbare gebouwen en woongebouwen aanvullend advies uitgebracht over het gebruik voor mensen met een beperking door het Platform Gehandicaptenbeleid Castricum (PGBC). Deze adviezen zijn vrijblijvend. Opvolging van het advies betekent een verbetering van het gebruik van het gebouw. Verder heeft de VBWTN een landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheidsplan opgesteld. De veiligheidsafstanden en bouwveiligheidszone treedt 1 juli 2019 via het Bouwbesluit 2012 rechtstreeks in werking. Om het veiligheidsbewustzijn te versterken en uniforme beoordeling van deze veiligheidsaspecten rondom de bouwplaats te bevorderen wordt hiervoor aanvullend op het Bouwbesluit 2012 een beleidsregel vastgesteld en gepubliceerd. 5.4.3
Handelen in strijd met ruimtelijke regels
Uitgangspunt is dat aanvragen eerst integraal worden getoetst aan het ruimtelijke plan. Het plan kan een bestemmingsplan zijn, maar ook een exploitatie plan of eerder genomen afwijkingsbesluit. Vervolgens wordt bepaald welke afwijkingsprocedures van toepassing is en het in een intern overleg besproken. Als de afwijking gepaard gaat met een aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen dan wordt de procedure gevoerd voor het handelen in strijd met het planologisch regime, nadat deze ook aan redelijke eisen van welstand, het Bouwbesluit en de Bouwverordening voldoet. Alleen als het besluit een weigering inhoud gebeurd dit niet.
39
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
Indien de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is een verklaring van geen bedenkingen door een ander bestuursorgaan vaak onderdeel van de besluitvorming. Het ontwerp en definitieve besluit op de aanvraag omgevingsvergunning worden gepubliceerd. Na terinzagelegging van het ontwerpbesluit wordt definitief besloten op de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en de activiteit handelen in strijd met ruimtelijke regels. Zijn er zienswijzen ingediend, dan worden deze eerst beoordeeld en zal hierover een besluit genomen moeten worden. Afwijkingsbeleid Het merendeel van de afwijkingen van de regels van bestemmingsplannen en beheers verordening valt onder de reguliere procedure van de Wabo. Eerst wordt bepaald welke afwijkingsprocedure van toepassing is tijdelijk, binnenplans, gering buitenplans (kruimel) of buitenplans (uitgebreid). Om te beoordelen of aan de afwijking van het geldende ruimtelijke plan medewerking kan worden verleend wordt het plan getoetst aan ruimtelijke beleidsregels. Voor de kruimelgevallen heeft de gemeente Uitgeest afwijkingsbeleid vastgesteld. In de Wabo (bijlage II Bor) zijn gevallen opgenomen waarvoor een omgevingsvergunning kan worden verleend voor planologisch strijdig gebruik. Het gaat hierom een voortzetting van de zogenoemde ‘kruimellijst’ van bouwwerken van geringe omvang en invloed (zowel planologisch als stedenbouwkundig).
Gezien de hoeveelheid aanvragen is het wenselijk om dit ook vast te stellen voor de andere drie gemeenten. Voor de uitgebreide buitenplanse afwijking wordt beoordeeld of het wenselijk is om aan het initiatief mee te werken door het volgen van een ruimtelijke procedure op basis van een ruimtelijke onderbouwing. Alle betrokken belangen worden hierbij in beeld gebracht en afgewogen. 5.4.4
Sloop
Sloopactiviteiten vinden plaats bij verbouwing, uitbreiding of volledige sloop van objecten. Voor slopen geldt vanwege de ruimtelijke impact een vergunningplicht bij monumenten, beschermde stadsen dorpsgezichten en als sloopregeling is opgenomen in het bestemmingsplan. Deze activiteit komt incidenteel voor. Om te beoordelen of er veilig wordt gesloopt, de bodem niet vervuild en sloopafval goed wordt afgevoerd geldt er een meldingsplicht. Deze melding komt vaak voor. Voor de gemeenten Bergen en Castricum en Heiloo wordt de behandeling van sloopmeldingen door de werkorganisatie BUCH uitgevoerd. Voor Uitgeest worden de meldingen behandeld door ODIJ en voor Heiloo worden de asbestinventarisatierapporten getoetst door OD NHN. 5.4.5
Kap
De activiteit kappen vindt zijn wettelijke basis in de Algemene plaatselijke verordening (Apv). In de Apv is de kapvergunning aangewezen als omgevingsvergunning. Dit betekent dat voor de procedure de Wabo van toepassing. Toetsing vindt plaats op basis van de bepalingen in de Apv. Het betreft het kappen van bomen binnen en buiten de bebouwde kom. Van kappen kan sprake zijn als een boom of houtopstand geveld wordt of als er zeer drastisch wordt gesnoeid, bijvoorbeeld het verwijderen van de kroon uit een boom. Vaak vindt een bezoek aan de locatie plaatst. In de Apv is opgenomen in welke gevallen voor het kappen/vellen van bomen een vergunning nodig is. In aanvulling hierop is voor de gemeente Bergen de bomenverordening vastgesteld. Voor de gemeente Castricum en Heiloo is een kapvergunning noodzakelijk als de boom staat vermeld in de lijst met monumentale en/of beeldbepalende bomen. 5.4.6
Uitweg
De activiteit uitweg vindt zijn wettelijke basis in de Algemene plaatselijke verordening (Apv). In de Apv is de uitwegvergunning aangewezen als omgevingsvergunning. Dit betekent dat voor de procedure de Wabo van toepassing. Toetsing vindt plaats op basis van de bepalingen in de Apv. Het betreft het maken van uitwegen over publieke gronden.