C10a. VTH-beleid omgevingsrecht 2.0_3
Tekst van het document
VTH-beleid omgevingsrecht Beleidskader van de gemeente Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo voor de uitvoering van de vergunningverlening-, toezicht- en handhavingstaken fysieke leefomgeving
Vastgesteld door het college op: Bergen:
9 juli 2019
Uitgeest:
9 juli 2019
Castricum:
9 juli 2019
Heiloo:
9 juli 2019
Versie:
2.0
Status:
Definitief
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ................................................................................................................... 2 Voorwoord ........................................................................................................................... 4 1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
Inleiding ................................................................................................................... 5 1.1
Keuzes maken bij uitvoering VTH-taken ............................................................ 5
1.2
Afbakening .................................................................................................... 6
1.3
Samenwerking ............................................................................................... 6
1.4
Terugblik periode 2014-2018 ........................................................................... 7
1.5
Vooruitblik periode 2019-2022 ....................................................................... 10
1.6
Leeswijzer ................................................................................................... 12
Visie ....................................................................................................................... 13 2.1
Uitgangspunten voor de visie op VTH .............................................................. 13
2.2
Visie op VTH ................................................................................................ 15
Omgevingsanalyse en prioriteiten .............................................................................. 17 3.1
Omgevingsanalyse ........................................................................................ 17
3.2
Analyse van Inzicht ....................................................................................... 18
3.3
Risicoanalyse ............................................................................................... 18
3.4
Prioriteiten ................................................................................................... 19
3.5
Indicatoren .................................................................................................. 22
Big-8, Kwaliteitscriteria VTH en de uitwerking in strategieën ......................................... 24 4.1
Big-8........................................................................................................... 24
4.2
Kwaliteitscriteria ........................................................................................... 25
4.3
Uitwerking in uitvoeringsstrategieën ............................................................... 26
4.4
Globale strategie, aanpak op maat .................................................................. 26
Vergunningen beleid................................................................................................. 29 5.1
Uitgangspunten vergunningen ........................................................................ 29
5.2
Analyse van inzicht vergunningen ................................................................... 29
5.3
Doel van het vergunningenbeleid .................................................................... 32
5.4
Vergunningenstrategie Wabo ......................................................................... 34
5.5
Vergunningenstrategie Apv en bijzondere wetten.............................................. 42
5.6
Vergunningenstrategie milieu ......................................................................... 44
Toezicht- en Handhavingsbeleid ................................................................................. 45 6.1
Uitgangspunten ............................................................................................ 45
6.2
Risicoanalyse Toezicht en Handhaving ............................................................. 46
6.3
Doel van het toezicht- en handhavingsbeleid .................................................... 48
6.4
Preventiestrategie......................................................................................... 50
6.5
Toezichtstrategie .......................................................................................... 52
6.6
Sanctiestrategie ........................................................................................... 62
6.7
Gedoogstrategie ........................................................................................... 79
6.8
Projecten en thematisch handhaven ................................................................ 80
Kwaliteitsborging ..................................................................................................... 82
2
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
8.
7.1
Kwaliteitsdoelstelling ..................................................................................... 82
7.2
Kwaliteitsborging .......................................................................................... 82
7.3
Kwaliteitsmeting ........................................................................................... 84
7.4
Organisatie .................................................................................................. 84
7.5
Capaciteit en kosten ..................................................................................... 86
Voortgangsbewaking en verantwoording ..................................................................... 89 8.1
Monitoring, verantwoording en verslaglegging .................................................. 89
8.2
Jaarlijks uitvoeringsprogramma met capaciteitsplan .......................................... 89
Bijlage 1
Omgevingsanalyse, ambities en prioriteiten per doelgroep .................................... 90
Bijlage 2
Toetsmatrix bouwen ......................................................................................... 91
Bijlage 3
Toezichtmatrix bouwen ..................................................................................... 93
Bijlage 4
Protocollen toezicht op de bouw ......................................................................... 94
Bijlage 5
Prioriteitenmatrixen Apv en bouwen/brandveiligheid............................................. 98
Bijlage 6
Tafel van 11 .................................................................................................... 99
Bijlage 7
Leidraad sancties, bedragen en termijnen ..........................................................100
3
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
Voorwoord Voor u ligt het VTH beleid voor de gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo. Dit stuk bevat het beleid omtrent de taken van de gemeente met betrekking tot het omgevingsrecht: wat is de visie op de omgeving, hoe wordt er getoetst, hoe vindt het toezicht plaats en hoe wordt er gehandhaafd? Keuzes maken en prioriteiten stellen zijn daarbij onvermijdelijk. De verantwoordelijkheid voor het ontwikkelen van een initiatief in de openbare ruimte binnen de kaders die er voor zijn, bijvoorbeeld het bouwen of slopen van een bouwwerk, het starten van een kinderdagverblijf, het verbouwen van een monument of het organiseren van een evenement ligt altijd bij de initiatiefnemer. De gemeente is er om er op toe te zien dat de initiatiefnemers die verantwoordelijkheid om binnen de gestelde kaders te blijven, ook nemen. Met de invoering van de Omgevingswet, naar verwachting in 2021, zal verder worden gegaan op deze ingeslagen weg. De Rijksoverheid geeft aan met de Omgevingswet het omgevingsrecht te vergemakkelijken en de regels te bundelen voor ruimtelijke projecten. Zo wordt het bijvoorbeeld makkelijker om woningbouw op voormalige bedrijventerreinen of de bouw van windmolenparken te realiseren. Initiatiefnemers zullen zo beter bediend worden en de gemeente zal minder tijd en energie hoeven te steken in vergunningverlening, toezicht en handhaving.
Of dit in de praktijk zijn beslag krijgt zal nog moeten blijken. Daarnaast vervangen algemene regels steeds vaker vergunningen en worden veel activiteiten vergunningsvrij. In sommige gevallen is toezicht echter wel gewenst, of zelfs noodzakelijk, dus zal er capaciteit voor vrijgemaakt moeten worden. Dit beleidsplan anticipeert waar mogelijk op al deze ontwikkelingen. Het is belangrijk te onthouden dat beleid en regels er voor de inwoners en ondernemers van de gemeente zijn. Wij achten het dan ook belangrijk om de individuele vraagstukken en belangen centraal te stellen. Al met al vertrouwen wij erop dat het voorliggende VTH beleid voor de komende jaren een solide kader zal vormen voor de gemeentelijke taken op het gebied van het omgevingsrecht. H. Hafkamp, W. Verkleij, T. Mans, H. Romeijn,
burgemeester gemeente Bergen burgemeester gemeente Uitgeest burgemeester gemeente Castricum burgemeester gemeente Heiloo
4
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
1.
Inleiding
Dit beleid voor vergunningen, toezicht en handhaving (vanaf nu VTH) beschrijft op basis van een omgevings-, inzicht- en risicoanalyse welke prioriteiten de gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo stellen en welke taken zij om die reden uitvoeren. Daarnaast wordt uiteengezet op welke wijze de gemeenten invulling geven aan deze taken om de gestelde doelen -en daarmee een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving- te bereiken. Dit beleidsdocument gaat over alle VTH-taken die vallen onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Algemene plaatselijke verordening (Apv). Sinds 2016 is een beleidsplan op grond van het Besluit omgevingsrecht (Bor) zowel voor vergunningverlening als voor handhaving wettelijk verplicht. Vergunningen maakt in deze beleidsperiode voor het eerst integraal en BUCH breed onderdeel uit van het VTH beleid. Dit VTH-beleid is vastgesteld door de vier colleges en ter kennisname aan de gemeenteraden voorgelegd. Daarmee is het VTH-beleid een richtinggevend document voor de colleges van B&W bij de uitvoering van de wettelijke taken in het kader van de Wabo.
Voorliggend document vervangt dan wel is de opvolger van de volgende documenten: Bergen: Handhavingsbeleid 2014-2018, Uitvoeringsnota vergunningen 2016 en Toetsingsbeleid bouwbesluit Strand 2014; Uitgeest: Handhavingsbeleid 2014, Milieudienst IJmond Omgevingsdienst; Castricum: Integraal beleid gemeente Castricum (2015 – 2019) voor vergunningverlening, toezicht en handhaving; Heiloo: Integraal VTH-beleid gemeente Heiloo 2015-2018. In dit beleidsdocument wordt uiteengezet hoe doelen worden bereikt. De strategieën zijn gebaseerd op de landelijke strategieën voor gedogen en sanctioneren, aangevuld met de gemeentelijke werkwijzen. Periodieke herijking is in het kader van het Besluit omgevingsrecht (Bor) verplicht voor de handhavingstaken. Doordat de procescriteria uit de ‘kwaliteitscriteria 2.1’ van het Programma Uitvoering met Ambitie (PUmA) in 2016 ook in het Bor opgenomen zijn, is een strategie ook voor de vergunningstaken verplicht. Naast de wens om te herijken rust er dus ook een wettelijke verplichting op deze opgave. Bij het uitvoeren van taken behoudt het bevoegd gezag de wettelijke plicht om haar operationeel beleid vast te stellen.
Aanvullend is in 2016 door de gemeenteraden een Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht vastgesteld, waarin is bepaald dat voor de achterblijvende taken de kwaliteit gewaarborgd is in het VTH-beleid. Deze verordening regelt de gemeentelijke en provinciale zorg voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Hierbij speelt de kwantiteit en de kwaliteit van handhaving van het omgevingsrecht een rol. De provincie heeft het oude VTH-beleid beoordeeld en adequaat bevonden. Daarom borduurt dit nieuwe beleidsdocument daarop verder. 1.1
Keuzes maken bij uitvoering VTH-taken
De oorspronkelijke aanleiding om het VTH stelsel te verbeteren was om ongelukken zoals in Enschede (vuurwerkramp), Volendam (cafébrand) en Haaksbergen (monstertruck evenement) te voorkomen. Veiligheid is dus een zeer belangrijk criterium, maar niet het enige. Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zijn voor de vier gemeenten belangrijke instrumenten om naast veiligheid ook de gezondheid en het welbevinden in de samenleving te borgen. Het gaat hier bijvoorbeeld om zaken als het bouwen van publieke bouwwerken, slopen waarbij asbest vrijkomt, geluid- of geurhinder, overlast van hondenpoep, organiseren evenement, brandveiligheid van hotels en pensions, verbouwingen aan monumenten en reclame-uitingen in de openbare ruimte.
5
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
Bij de uitvoering van de VTH-taken worden er keuzes gemaakt: waar moeten de prioriteiten liggen? Hoe strikt gaat men zaken regelen en controleren? Daarbij spelen drie afwegingen een rol. Hoe groot zijn de risico’s die samenhangen met activiteiten? Zijn deze groot, dan krijgt handhaving een hogere prioriteit. Daarnaast vindt er een meer principiële afweging plaats: waar ligt de grens tussen de eigen verantwoordelijkheid van inwoners en ondernemers en die van een gemeentelijke organisatie? Een derde afweging heeft een praktische reden: capaciteit en middelen zijn beperkt en zijn ook inzetbaar voor andere taken. Tussen deze drie afwegingen moet een goede balans zijn. Dit VTH-beleid geeft zowel op strategisch als op operationeel niveau aan hoe in de komende beleidsperiode met die balans wordt omgaan. Het beleidsplan schetst de visie en uitgangspunten voor de komende jaren, de inhoudelijke prioriteiten die daarin worden gesteld én de wijze waarop het beleid wordt verankerd. 1.2
Afbakening
Dit beleidsplan is geschreven om doelen te formuleren welke bereikt kunnen worden door vergunningverlening, toezicht en handhaving. Verder geeft het richting aan de ambtelijke organisatie waar op in te zetten de komende beleidsperiode en hoe de taken uit voeren. Voorliggende strategieën hebben primair betrekking op de Wabo en de Apv. Dit betekent dat aandacht wordt besteed aan de preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving van bestemmingsplannen (ruimtelijke ordening), bouw-, sloop- en brandveiligheidsregels en regels ten aanzien van monumenten, reclame, rooien van bomen, natuurbescherming en in- en uitritten. Naast de Wabo is de regelgeving rond evenementen en de Drank en Horecawet meegenomen. Beleid voor milieutaken is separaat door de OD Noord-Holland Noord voor de gemeenten Bergen, Castricum en Heiloo opgesteld en door de OD IJmond voor de gemeente Uitgeest. In 2019 is door elk van de gemeenteraden van de BUCH gemeenten een Integraal Veiligheidsbeleid voor de periode 2019 2022 vastgesteld waarin de speerpunten op het gebied van openbare orde en veiligheid zijn opgenomen. Dit vormt een aanpalend beleid van waaruit onder omstandigheden invloed op de toe te kennen urgentie voor toezicht en handhaving kan voortkomen. 1.3
Samenwerking
Voor de realisatie van de doelstellingen en de uitvoering van de taken werkt de gemeente samen met een groot aantal interne - en externe partners. Naast de gemeente is het speelveld: Een goede samenwerking tussen de gemeente en haar partners is van belang. De zorg voor de kwaliteit en de veiligheid van de leefomgeving verbetert als de samenwerkende partners elkaar versterken. Samenwerking levert kwalitatief betere adviezen, gebaseerd op gedeelde informatie en uitgangspunten. De belangrijke ketenpartners zijn te vinden in onderstaande tabel: Samenwerking externe partijen Omgevingsdienst NoordHolland Noord
Omgevingsdienst IJmond
Doel De omgevingsdienst adviseert afhankelijk van het project op het gebied van milieuaspecten. Daarnaast adviseert de omgevingsdienst over ontheffingen in het kader van de Wet natuurbescherming.
Hoe Bergen, Castricum en Heiloo hebben een dienstverleningsovereenkomst met de OD NHN voor het uitvoeren van milieutaken. Deze taken worden jaarlijks in een uitvoeringsprogramma vastgelegd.
De omgevingsdienst voert de VTH taken (vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu, Apv, Drank- en Horecawet, brandveiligheid en Wabo) uit en adviseert afhankelijk van het project op
Uitgeest heeft een dienstverleningsovereenkomst met de OD IJmond voor het uitvoeren van VTH-en milieutaken. Deze taken worden jaarlijks in een uitvoeringsprogramma vastgelegd.
6
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
Veiligheidsregio Noord Holland-Noord
het gebied van milieuaspecten. Daarnaast adviseert de omgevingsdienst over ontheffingen in het kader van de Wet natuurbescherming. De Veiligheidsregio adviseert over vergunningverlening en toezicht en handhaving op het gebied van brandveiligheid voor de gemeenten Bergen, Castricum en Heiloo.
Bergen, Castricum en Heiloo hebben een dienstverleningsovereenkomst met de Veiligheidsregio. Wekelijks vind overleg plaats.
Welstands- en monumentencommissie
Deze commissie is belast met het beoordelen van het project aan de redelijke eisen van Welstand.
Deze commissie wordt benoemd door de gemeenteraad. De advisering vindt plaats o.g.v. de Wabo. Tweewekelijks komt de welstandscommissie bijeen en worden de aanvragen voorgelegd.
Rijksdienst cultureel erfgoed (RCE)
Afhankelijk van de impact van initiatief adviseert RCE over het behoud van het cultureel erfgoed.
Provincie Noord-Holland
Bij ruimtelijke afwegingen die vallen onder de uitgebreide procedure dient afstemming gezocht te worden.
Hoogheemraadschap Holland Noorderkwartier
Bij ruimtelijke afwegingen die vallen onder de uitgebreide procedure en die van invloed zijn op het oppervlaktewater of de wijze hoe omgegaan wordt met de afvoer naar het oppervlaktewater dient afstemming gezocht te worden.
Deze adviesplicht vloeit voort uit de Wabo. Hierover zijn werkafspraken gemaakt. Betreffende aanvragen worden doorgestuurd ter advisering. Hierover zijn werkafspraken gemaakt. Indien advies noodzakelijk is (o.g.v. de Provinciale Verordening), dan wordt deze rechtstreeks doorgestuurd aan de beleidsafdeling van de provincie Noord-Holland. Met het Hoogheemraadschap worden werkafspraken gemaakt.
Politie en Openbaar Ministerie
Afstemmen over strafrechtelijke handhaving.
De gemeenten (burgemeesters) hebben een convenant gesloten met de politie en het OM.
Daarnaast werken we op casusniveau samen met omliggende gemeenten en de Nieuwe Voedsel en Warenautoriteit. Hiertoe zijn geen expliciete werkafspraken gemaakt. 1.4
Terugblik periode 2014-2018
Voordat een nieuw kader wordt omschreven en vastgesteld voor het uitvoeren van VTH-taken is het beleid geëvalueerd en zijn lessen getrokken voor dit nieuwe omgevingsbeleidsplan. Het oude beleid heeft de afgelopen vier jaar naar tevredenheid en effectief zijn werking gehad voor het gehele werkgebied. Met tussentijdse rapportages en evaluaties is op professionele wijze aan de realisatie van de uitvoeringsprogramma’s gewerkt. Zo is een bijdrage geleverd aan de gestelde doelen, namelijk een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Deze herijking en actualisatie speelt in op verbeterpunten die in het kader van het Interbestuurlijk Toezicht zijn aangedragen. We actualiseren de regelgeving en verwerken de wijzigingen die de
7
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
afgelopen jaren zijn doorgevoerd. Belangrijkste ontwikkelpunt is het SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden) maken van de strategische doelen. Zo mogelijk leggen zijn deze vastgelegd in dit document, anders krijgen zij een plek in het nog op te stellen uitvoeringsprogramma. Het beleid uit deze periode betreft: Bergen: Handhavingsbeleid 2014-2018, Uitvoeringsnota vergunningen 2016 en Toetsingsbeleid bouwbesluit Strand 2014; Uitgeest: Handhavingsbeleid 2014, Milieudienst IJmond Omgevingsdienst; Castricum: Integraal beleid gemeente Castricum (2015 – 2019) voor vergunningverlening, toezicht en handhaving; Heiloo: Integraal VTH-beleid gemeente Heiloo 2015-2018. 1.4.1
Evaluatie jaarverslagen
De evaluaties zijn als bijlage 1 bij het jaarverslag van 2018 gevoegd. De belangrijkste zaken hieruit zijn: De waardering van omgevingskwaliteit ten aanzien van ruimtelijk gebonden componenten heeft in de afgelopen planperiode geen reden tot zorg gegeven. De staat van de volkshuisvesting, lees de woningvoorraad, is afgemeten aan een aantal noodzakelijke aanschrijvingen op gebreken, uitstekend. Er is, behoudens incidentele gevallen, geen sprake van verpaupering of leegstand. Het aantal aanschrijvingen op tekortkomingen op het Bouwbesluit op jaarbasis is op één hand te tellen. Bij verbouw of nieuwbouw wordt zowel vooraf als tijdens het bouwtoezicht getoetst. Dat leidt jaarlijks tot een zeker aantal aanschrijvingen en ook tot een aantal handhavingszaken. In de regel gaat het om veranderingen of aanpassingen tijdens de bouw die niet zijn aangevraagd in de vergunningsfase. Voor een ander deel van de zaken gaat het om geconstateerde tekortkomingen ten opzichte van het Bouwbesluit, die voor het overgrote deel geen hoog risicoprofiel kennen. Welstandelijk is evenmin sprake van reden tot zorg over de afgelopen periode; het aantal afwijkingen van de adviezen van de Commissie voor ruimtelijke kwaliteit is jaarlijks op één hand te tellen. De afwijkingen gaan in de regel over afwegingen op het gebied van veiligheid of zwaarwegend maatschappelijk belang.
Toezicht op de bestemmingsplannen is een aandachtspunt in de komende periode. In de afgelopen planperiode is in de bestemmingplannen te weinig structurele aandacht besteed aan de ‘handhaafbaarheid’ van de opgenomen regels. Bestemmingsplannen voor bestaande gebieden zijn in de regel conserverend van aard. Daar is op zichzelf niets mis mee, maar maatschappelijke ontwikkelingen zoals internetwinkels en branchevermenging krijgen daardoor nog te weinig aandacht. Dergelijke situaties kunnen vaak nog niet worden afgemeten aan actueel beleid en moeten individueel worden benaderd en afgewogen. Dit is een belangrijk aandachts- en ontwikkelpunt voor de komende periode. 1.4.2
Enquête toezicht Algemene plaatselijke verordening (Apv)
In aanvulling op de uitgevoerde risicoanalyse is op het onderdeel openbare ruimte een enquête onder inwoners gehouden. Specifiek voor het onderdeel Apv is gevraagd waar mensen overlast van ervaren en wat prioriteit heeft. Hieruit is de volgende ergernissen top 3 gekomen:
8
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
Figuur 1: uitkomst enquête onderdeel openbare ruimte Deze drie onderwerpen worden het vaakst aangegeven als onderwerpen die overlast geven en zijn vanzelfsprekend ook de onderwerpen die volgens de respondenten het eerst aangepakt moeten worden. Parkeren is staat op één bij de klachten en meldingen die de gemeenten jaarlijks ontvangen. Daarnaast wordt er in Bergen en Uitgeest relatief veel geklaagd over objecten (bijvoorbeeld aanhangers) in de openbare ruimte en in Castricum over fietsen die fout geparkeerd staan. Deze uitkomst wordt meegenomen in de prioriteitenmatrix voor de Apv, zoals omschreven in paragraaf 6.6.7 en bijlage 5. Vanwege de grote hoeveelheid hebben de Apv klachten en meldingen een hoge prioriteit. Het projectmatig oppakken van de overige onderwerpen heeft een gemiddelde prioriteit, waarbij niet alleen ingezet wordt op feitelijke controles, maar ook op communicatie en voorlichting. Dit wordt in de komende beleidsperiode nog verder uitgebouwd. 1.4.3
Verordening kwaliteit VTH
In 2016 hebben de raden van de vier BUCH gemeenten de ‘Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht’ vastgesteld. Artikel 5.3 van de Wabo stelt namelijk voor de basistaken en artikel 5.5 van de Wabo voor de achterblijvende taken, dat het gemeentebestuur zorg moet dragen voor een goede kwaliteit van de uitvoering en de handhaving van die taken (de zogenoemde zorgplicht). Concreet zijn in deze verordening de kwaliteitscriteria 2.1 vastgelegd voor de basistaken (milieu). Deze taken worden uitgevoerd door de OD NHN en de ODIJ. Voor de overige (achterblijvende) taken, welke door de gemeente worden uitgevoerd, is het VTH-beleid van toepassing en is de kwaliteit in voldoende mate gewaarborgd in de oude beleidsdocumenten en dit nieuwe VTH-beleid. Dit beleid komt voor een groot deel overeen met de kwaliteitseisen. In het kader van de BUCH wordt dit beleid, alsmede de uitvoering, geharmoniseerd. Met deze handelwijze wordt voldoende recht gedaan aan de gestelde kwaliteitseisen en er wordt geen directe noodzaak gezien om de kwaliteitscriteria hiervoor in de plaats te stellen. Deze criteria worden in de praktijk al breed toegepast en de colleges rapporteren in het kader van het IBT al een aantal jaren
9
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
aan de raad en provincie. Aangezien de provincie alle oude beleidsstukken als adequaat heeft beoordeeld1 is er geen aanleiding dit te wijzigen. 1.4.4
Milieu
De milieutaken worden uitgevoerd door de omgevingsdiensten. Beleid voor milieutaken is in 2016 separaat door de OD Noord-Holland Noord voor de gemeenten Bergen, Castricum en Heiloo opgesteld en wordt dit jaar door de OD IJmond voor de gemeente Uitgeest opgesteld. Daaraan is ook een evaluatie en een terugblik gekoppeld. 1.4.5
Interbestuurlijk Toezicht provincie Noord-Holland
De provincie Noord-Holland houdt in het kader van het Interbestuurlijk Toezicht (IBT) direct toezicht op de gemeenten. De gemeenten worden afzonderlijk beoordeeld. Een duidelijke toelichting op de onderdelen waarop beoordeeld wordt staat door de provincie uitgelegd op de “Verschillen en overeenkomsten vergunningverlening en toezicht/handhaving in BIG-8” die beschikbaar is op de website van de provincie Noord-Holland. Sinds 2018 zijn alle BUCH gemeenten adequaat beoordeeld. De opmerkingen gedaan in het kader van het IBT zijn zo mogelijk verwerkt in deze beleidsvisie. De 3 belangrijkste verbeterpunten zijn: - Het beter (Smart) formuleren van de gestelde (meetbare) doelen; - Het inzichtelijk maken in hoeverre de uitgevoerde activiteiten een bijdrage hebben geleverd aan het bereiken van de gestelde (meetbare) doelen en; - Het vastleggen van welke afspraken er zijn gemaakt met andere betrokken bestuursorganen en organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. In de uitvoeringsprogramma’s en projecten worden zoveel mogelijk meetbare doelen gesteld. Het is echter van belang om ook op strategisch niveau meetbare doelstellingen te formuleren en vast te leggen hoe er een bijdrage wordt geleverd aan de (strategische) beleidsdoelstellingen. De samenwerking met een groot deel van de (keten)partners is vastgelegd in DVO’s en andere overeenkomsten en verwerkt in dit stuk. 1.5
Vooruitblik periode 2019-2022
In de komende beleidsperiode zijn er landelijke ontwikkelingen. Deze kunnen invloed hebben op dit beleidsplan. Mocht er aanleiding toe zijn, vindt er voortijdig wijziging van dit beleidsplan plaats. Omgevingswet Het huidige omgevingsrecht is verbrokkeld en verdeeld over tientallen wetten. Er zijn aparte wetten voor ruimtelijk toezicht, bodem, waterbeheer, milieu, mijnbouw, monumentenzorg, natuur, geluid, bouwen en infrastructuur. Deze verbrokkeling leidt tot afstemmings- en coördinatieproblemen en verminderde herkenbaarheid en bruikbaarheid voor gebruikers. De Omgevingswet beoogt om te komen tot één afgestemd instrumentarium voor de integrale aanpak van nieuwe initiatieven en de duurzame ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Om dit voor elkaar te krijgen zijn vier verbeterdoelen benoemd: o het vergroten van de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht; o het bewerkstelligen van een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving; o het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte door een actieve en flexibele aanpak mogelijk te maken voor het bereiken van doelen voor de fysieke leefomgeving; o het versnellen en verbeteren van besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving. Daarnaast voorziet de Omgevingswet in minder toetsing vooraf en meer toezicht achteraf.
Ook wordt onder de Omgevingswet het bestuursorgaan geacht te redeneren vanuit mogelijkheden en niet vanuit beperkingen. Momenteel wordt de wet nader uitgewerkt, onder andere in een viertal AMvB’s en een
1 In 2018 heeft de provincie Noord-Holland alle vier de BUCH gemeenten als ‘adequaat’ beoordeeld
in haar jaarlijkse IBT.
10
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
ministeriële regeling. De verwachte inwerkingtreding is 1 januari 2021. Met de Omgevingswet wordt een belangrijke stap gezet in de herziening van de regelgeving voor de fysieke leefomgeving. Dit stelselherziening is ingrijpend en heeft gevolgen voor de gemeente. De BUCH organisatie moet qua taken, organisatie, personeel en ICT ingericht zijn op de Omgevingswet en klaar zijn om de toevertrouwde taken adequaat uit te voeren. Intern is een Programma Omgevingswet ingericht om de invoering van de Omgevingswet te begeleiden. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Dit wetsvoorstel heeft betrekking op bouwvergunningverlening en toezicht. Het wetsvoorstel is in april 2016 naar de Tweede Kamer gestuurd. In februari 2017 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het voorstel en de Eerste Kamer stemde op 14 mei 2019 in. Het wetsvoorstel voorziet erin dat er vanuit de gemeente geen technisch inhoudelijke toets plaatsvindt bij de aanvraag om bouwvergunning. Ook zal de gemeente op dit punt geen toezicht meer uitvoeren. Begonnen wordt met de minst risicovolle bouwwerken. Private partijen ontwikkelen methodes voor kwaliteitsbewaking om te zorgen dat aannemers zich houden aan de bouwtechnische eisen uit het Bouwbesluit 2012. Datzelfde geldt ook voor de bouwaanvraag.
Vooraf moet de (gecertificeerde) kwaliteitscontroleur een risicoanalyse uitvoeren van het bouwwerk en vervolgens verleent de gemeente de bouwvergunning. Na afronding van de werkzaamheden moet de kwaliteitscontroleur een certificaat afgeven dat overlegd moet worden aan de gemeente. Zonder een dergelijk certificaat mag het bouwwerk niet in gebruik genomen worden. Het wetsvoorstel beoogt een betere bescherming van de consument en heeft als uitgangspunt dat door deze marktwerking de kwaliteit van bouwen beter wordt. Het wetsvoorstel kan gevolgen hebben voor de benodigde formatie op het gebied van vergunningverlening, bouwen en bouwtoezicht en daarnaast ook voor de legesinkomsten. Uit het bestuursakkoord met de VNG blijkt dat de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen gelijktijdig met de Omgevingswet wordt ingevoerd. Gevolg hiervan is een verzwaring op het onderdeel handhaving. Meer en meer toetsing vindt achteraf plaats, wat tijdig bijsturen moeilijker maakt. Kwaliteitscriteria 2.2 Begin 2017 is een begin gemaakt met een vernieuwing van de VTH kwaliteitscriteria versie 2.1. Inmiddels is er een eerste uitvraag gedaan voor verbetersuggesties van de 26 deskundigheidsgebieden zoals vermeld in deze set VTH kwaliteitscriteria. In januari 2018 is de inventarisatie afgerond en zijn voorstellen voor verbetering geformuleerd.
De geactualiseerde kwaliteitscriteria 2.2 zijn 1 juli 2019 vastgesteld. In onze jaarlijkse rapportage aan de raad wordt aangeven of de gemeenten aan deze nieuwe kwaliteitscriteria voldoen en welke acties te ondernemen indien dat niet het geval is. Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De taken die voorheen bij het rijk lagen, zijn gedecentraliseerd naar de provincies. De nieuwe wet maakt het voor inwoners wat gemakkelijker. Tegelijk wordt het ook complexer omdat provincie zelf plant- en diersoorten mag beschermen, waardoor in de praktijk soorten in de ene provincie wel beschermd zijn en in de andere niet. Voor gemeenten heeft de nieuwe wet formeel gezien nauwelijks gevolgen. Maar in de praktijk wel degelijk. Er zal meer aandacht worden gevraagd voor het bepalen van het effect van (bouw)werken en evenementen op de natuur (zoals verstoring van broedgebieden of instandhouding soorten) en voor het toetsen van ecologische onderzoeken. Als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat natuurwaarden een rol spelen moet hiervoor een vergunning of ontheffing zijn aangevraagd. Als deze niet vooraf is aangevraagd is dit onderwerp onderdeel van aanvraag omgevingsvergunning en is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing.
Deze ontwikkelingen hebben een taakverzwaring tot gevolg bij vergunningverlening, toezicht, handhaving en ecologische en juridische advisering. Handhaver 2020 De VNG heeft in maart 2016 een visie op de ‘gemeentelijke handhaver 2020’ uitgebracht. Daarin staat dat Boa’s zich de afgelopen jaren ontwikkeld hebben tot professionele handhavers en dat deze
11
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
professionalisering zich ook de komende jaren zal doorzetten. Redenen hiervoor zijn volgens de VNG: een sterkere vraag uit de samenleving, een politie die zich verder terugtrekt en de decentralisaties in het sociaal domein waardoor Boa’s meer te maken krijgen met overlast-situaties op straat. Om te komen tot de “gemeentelijke handhaver 2020’ moet volgens de VNG aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan. Zo moeten gemeenten onder andere een strategische visie op handhaving hebben en nadenken over de daaruit voortvloeiende taken en bevoegdheden voor handhavers. Met dit beleidsplan, de uitvoeringsplannen en werkprocessen voldoet de BUCH werkorganisatie hieraan. 1.6
Leeswijzer
In het volgende hoofdstuk staat de visie op vergunningverlening, toezicht en handhaving, waarmee deze gemeentelijke taken in breder perspectief worden geplaatst. De beleidsmatige prioriteiten zijn uitgewerkt in hoofdstuk 3, gebaseerd op de risico’s en ontwikkelingen die zijn geconstateerd in de uitgevoerde omgevingsanalyse (bijlage 1). In hoofdstuk 4 staan de beleidscyclus en de kwaliteitscriteria omschreven. Hoofdstuk 5 is een uitwerking van het vergunningenbeleid en hoofdstuk 6 bevat het toezicht- en handhavingsbeleid. Hoofdstuk 7 gaat vervolgens in op de kwaliteitsborging en hoofdstuk 8 sluit af met de voortgangsbewaking en verantwoording.
12
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
2.
Visie
Naast de verplichte uitvoering van wet- en regelgeving is de visie op vergunningverlening en handhaving bepalend voor de wijze waarop het werk wordt gedaan. Om dit concreet te maken zijn uit de visie uitgangspunten gedestilleerd, die leidend zijn bij de uitvoering van de VTH-taken in Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo. 2.1
Uitgangspunten voor de visie op VTH
De visie op VTH is gebaseerd op de algemene uitgangspunten van de vier besturen en de organisatiedoelen van de werkorganisatie BUCH. 2.1.1 Bestuurlijke uitgangspunten
De volgende bestuurlijke uitgangspunten waren de basis voor de visie op VTH: De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld. Gelijke gevallen worden gelijk behandeld. Eigen verantwoordelijkheid van inwoners, bedrijven en instellingen staat voorop. Toezicht en handhaving vinden in redelijkheid, dat wil zeggen proportioneel, plaats. Goede informatie-uitwisseling en samenwerking met in- en externe partners. Er wordt duidelijk en eenduidig naar inwoners gecommuniceerd. Bij de inzet van middelen wordt rekening gehouden met de grootste risico’s. Hierbij staan de bescherming van de (volks)gezondheid en (fysieke) veiligheid voorop. Niet gedogen, tenzij voldaan wordt aan de Nota 'Grenzen aan gedogen’. Dus nooit passief gedogen, maar actief gedogen. Indien een bestuursrechtelijke procedure wordt ingezet, deze ook afmaken; dit draagt bij aan de bestuurlijke geloofwaardigheid. Kennis en kunde van de medewerkers zijn op adequaat niveau. 2.1.2 Organisatiedoelen BUCH
De werkorganisatie de BUCH is opgericht op 1 januari 2017. Het is een organisatie in ontwikkeling, die de ambtelijke organisatie vormt voor de gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo. Dagelijks verbetert de organisatie zichzelf om bij te dragen aan de gemeenschappelijke ambitie “een fijne woon-, werk- en leefomgeving voor onze inwoners, ondernemers en bezoekers”. Dit wil de organisatie bereiken door in te zetten op 6 thema’s. Deze thema’s zijn: top dienstverlener, van buiten naar binnen werken, sterk en betrouwbaar in de regio, goed werkgeverschap, financieel gezond en duurzame bedrijfsvoering. Als je werkt bij de BUCH ben je ondernemend, positief, empathisch, nabij, verbindend, innovatief, professioneel en samenwerkend. Voor deze organisatiedoelen wordt beschreven naar hoe afdeling vergunningen, toezicht en handhaving ermee omgaat: 1. Top dienstverlener, kwalitatief goede dienstverlening en voldoen aan de kwaliteitseisen Kwalitatief hoogwaardig werk en goede besluiten worden gecombineerd met goede (digitale)dienstverlening. Digitaal waar kan en persoonlijk waar moet. Besluiten komen binnen de termijnen en zorgvuldig tot stand. Klanten worden op deskundige en vriendelijke wijze gevraagd en ongevraagd van informatie voorzien over zaken. Daarnaast dient te worden voldaan aan de wettelijke vereisten die door de Wabo en het Bor worden gesteld aan VTH 2.
Van buiten naar binnen werken en een integrale aanpak Waar mogelijk worden initiatieven en handhavingszaken integraal opgepakt, door alle relevante aspecten van een initiatief of probleem in samenhang te bezien en te behandelen. Samenwerking met interne en externe partners is hierbij essentieel. Bij vergunningen, toezicht en handhaving zoveel mogelijk samengewerkt met externe partners zoals de GGD, het waterschap, de Veiligheidsregio’s, woningbouwverenigingen, Politie, de OD NHN, OD IJmond en de NVWA. Zo wordt er bij handhaving niet alleen per deelaspect gehandhaafd, maar bij geconstateerde overtredingen worden alle aspecten meegewogen. Zo nodig wordt op basis van verschillende wet- en regelgeving opgetreden.
13
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
3. Sterk en betrouwbaar in de regio waarbij we staan voor: A. Rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor inwoners en ondernemers Het werk wordt zo uitgevoerd dat betrokkenen weten waar ze aan toe zijn. Dit geldt voor aanvragers en overtreders maar ook voor andere betrokkenen. Gelijke gevallen worden gelijk behandeld. B. Redeneren vanuit oplossingen Het landelijke wettelijke kaderen/of gemeentelijke regels worden gevolgd en zijn bepalend. Bij de behandeling van aanvragen en handhavingszaken ligt de focus echter niet op de beperkingen ervan, maar juist op het zoeken naar wegen en oplossingen om daarbinnen, rekening houdend met de wensen van aanvrager én omgeving, te zoeken naar mogelijkheden. C. Gedeelde verantwoordelijkheid Inwoners en bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor het naleven van regels en het indienen van juiste en complete aanvragen. Ook zijn zij zelf verantwoordelijk voor het creëren van draagvlak en acceptatie van voorgenomen plannen bij belanghebbenden. Van inwoners en bedrijven mag worden verwacht dat zij zelf problemen oplossen, bijvoorbeeld door overleg. De gemeente is verantwoordelijk voor het tijdig afgegeven van kwalitatief goede vergunningen en het inzetten van adequate handhaving. 4. Goed werkgeverschap dat leidt tot vakkundige en betrokken medewerkers De medewerkers hebben kennis en kunde.
Ze zijn in de gelegenheid zich blijvend te ontwikkelen en worden hierin ook gestimuleerd. Ze zijn betrokken bij hun taken, bij de organisatie en bij elkaar. Als je werkt bij de BUCH ben je ondernemend, positief, empathisch, nabij, verbindend, innovatief, professioneel en samenwerkend. 5. Duurzame bedrijfsvoering waarbij onze vergunningverlening en handhaving efficiënt, helder en transparant is Vergunningverlening en handhaving worden zoveel mogelijk gestandaardiseerd met behulp van werkinstructies, rolbeschrijvingen en protocollen. Op deze manier is voor iedereen voorspelbaar op welke wijze tegen overtredingen wordt opgetreden. Omdat vergelijkbare situaties op vergelijkbare wijze worden afgehandeld, worden willekeur en rechtsongelijkheid voorkomen. Ook dragen werkprocessen en protocollen bij aan een efficiënte uitoefening van taken. De voorkeur is zoveel mogelijk digitaal en papierloos te werken, om zo bij te dragen aan de duurzame bedrijfsvoering. De gemeente maakt regels goed bekend, om op deze manier vrijwillige naleving ervan te bewerkstelligen. Indien nieuwe regels worden vastgesteld, zoals nieuwe bestemmingsplannen of middels de Apv, wordt dit onder andere door middel van een persbericht gecommuniceerd. Daarnaast worden regelmatig voorlichtingen gegeven over bijvoorbeeld nieuwe bestemmingsplannen. Op deze manier wordt het naleefgedrag positief beïnvloed.
Actieve communicatie kan ook bijdragen aan de kennis van inwoners over wat de overheid aan toezicht en handhaving doet. Alle activiteiten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving worden schriftelijk en digitaal vastgelegd in het computersysteem Squit XO. De gegevens worden gebruikt in de jaarlijkse evaluatie van het uitvoeringsprogramma. Op deze manier is toezicht en handhaving transparant. 6. Financieel gezond waarbij vergunningverlening, toezicht en handhaving programmatisch, planmatig en cyclisch geschiedt De algemene doelstellingen worden voor de komende vier jaar verder uitgewerkt in hoofdstuk 3.4. Daar worden ze meetbaar gemaakt met indicatoren. Daarnaast worden ze jaarlijks verder uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma. In het uitvoeringsprogramma wordt opgenomen welke concrete prioriteiten en doelen voor het betreffende jaar worden gesteld en wordt de formatieve en financiële capaciteit voor dat jaar verdeeld om zo de doelen van dit stuk over vier jaar te halen. Dat is terug te lezen in hoofdstuk 7. De prioriteiten worden gebaseerd op de risicoanalyse zoals weergegeven in dit beleid. Aan het einde van het kalenderjaar wordt het uitvoeringsprogramma geëvalueerd. Op basis van de evaluatie wordt het uitvoeringsprogramma voor het volgende jaar vastgesteld en eventueel het beleid bijgesteld.
Op deze manier is toezicht en handhaving de afgelopen jaren programmatisch, planmatig en cyclisch opgepakt. Deze lijn zal worden voortgezet.
14
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
2.2
Visie op VTH
Deze uitgangspunten hebben geleid tot een visie op VTH die uit vier punten bestaat: 1. Professionalisering van VTH 2. Focus op de grootste risico’s 3. Eigen verantwoordelijkheid en ruimte voor eigen initiatief 4. Borging van kwaliteit. Deze vier punten worden hieronder nader uitgewerkt. 2.2.1 Professionalisering van VTH
Gemeenten hebben al ruim 200 jaar taken op gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving als het gaat om het voorkomen van gevaar, schade en hinder voor de omgeving. Het uitgangspunt daarbij was dat de overheid aangaf wat kan en niet kan. Dat was ook nodig omdat het milieubewustzijn in de samenleving laag was en de milieubelasting hoog. Een aantal incidenten met ernstige bodemverontreinigingen, explosies en branden bij enkele bedrijven en de soms slechte waterkwaliteit, leidden in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw tot een ommekeer. Gemeenten hebben daarna flink geïnvesteerd in een meer professionele uitvoering van de vergunningverlening, toezicht en handhaving: er zijn bestuurlijke prioriteiten gesteld, er wordt programmatisch gewerkt, ambtelijk zijn de organisaties gebundeld, complexe taken zijn belegd bij gespecialiseerde regionale diensten (OD NHN, OD IJMOND en Veiligheidsregio) en er zijn voldoende en kwalitatief goede medewerkers. 2.2.2 Focus op de grootste risico’s
Mede hierdoor zijn er in Nederlandse gemeenten over het algemeen geen grote omgevingsrisico’s meer of worden deze beheersbaar gehouden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de milieurisico’s en risico’s op explosies bij LPG-stations, branden in verzorgingstehuizen of de risico’s voor omstanders en buurtbewoners bij evenementen. Belangrijk daarbij is dat de beheersmaatregelen blijvend aandacht vragen. Ook zijn er nog enkele aandachtspunten. Bijvoorbeeld de grote hinder die door inwoners wordt ervaren door fout parkeren en illegaal afval dumpen. De komende jaren ligt het accent van het beleid op het beheersbaar houden en terugdringen van de bestaande grotere omgevingsrisico’s en het voorkomen van nieuwe omgevingsrisico’s. In die situaties worden vergunningaanvragen en meldingen getoetst aan de gestelde kaders. Toezicht zal zich concentreren op deze meest risicovolle situaties. Bij overtredingen zal de sanctiestrategie worden gevolgd. 2.2.3 Eigen verantwoordelijkheid en ruimte voor eigen initiatief
Met de komst van de Wabo is een nieuwe generatie wet- en regelgeving ontstaan. Kenmerkend is dat een groot aantal vergunningenstelsels is afgeschaft en plaats heeft gemaakt voor algemene regels en meldingenstelsels. Met de toekomstige invoering van de Omgevingswet zal dit mogelijk alleen nog maar toenemen. Deze wetswijziging is mede ingegeven door een veranderende verhouding tussen inwoners en overheid. Inwoners en bedrijven willen meer vrijheid en een overheid op afstand. Dit sluit goed aan bij de visie van een krachtige en doelmatige overheid die streeft naar een efficiënte samenleving. De gemeenten vinden het vanuit deze visie van groot belang dat inwoners en bedrijven zelf verantwoordelijkheid nemen ten aanzien van naleving van de voor hen geldende regels en zij zal hen hier op aanspreken. Met de komst van de private kwaliteitsborging wordt meer en meer verantwoordelijkheid verschoven van de overheid naar inwoner en bedrijf. Gemeenten worden verantwoordelijk voor het systeem zelf. Daarnaast zou de toezichthoudende rol die de gemeente nu heeft kunnen verschuiven naar bijvoorbeeld bestaande bouw en gebruik. De gemeente zal meegaan in deze ontwikkeling en zich aanpassen aan haar veranderende rol naar burger en bedrijf toe en de interne organisatie daarop aanpassen.
15
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
Tegelijk krijgen inwoners en ondernemers de ruimte om met eigen oplossingen te komen. Dat betekent dat de VTH-taken ook meer vanuit de invalshoek van inwoners, ondernemers en bezoekers worden ingevuld. Wanneer het aanspreken op de eigen verantwoordelijkheid onvoldoende leidt tot realisatie van het gewenste effect faciliteert de gemeente. Dat is vooruitlopen op de implementatie van Omgevingswet die naar verwachting in 2021 in werking treedt. 2.2.4 Borging van kwaliteit
Zonder formele borging van de kwaliteit is er een sterke mate van afhankelijkheid van de individuele medewerker. Dat is niet gewenst. In het operationele deel van dit VTH-beleid wordt beschreven (1) wat het doel is van kwaliteitsborging, (2) welke acties de kwaliteit te borgen en (3) op welke wijze wordt gemeten dat de werkzaamheden tot het gewenste resultaat leiden.
16
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
3.
Omgevingsanalyse en prioriteiten
De basis voor dit beleidsplan is een omgevingsanalyse. Deze is in februari 2019 door de colleges van de BUCH gemeenten vastgesteld, ter informatie aan de raden gestuurd en als bijlage 1 bij dit stuk opgenomen. Gemeente Uitgeest heeft in haar vaststellingsbesluit opgenomen dat ‘Het college besluit tot het gewijzigd vaststellen van de omgevingsanalyse die als onderlegger voor het nieuwe VTH beleid zal dienen, door de vierde doelstelling zodanig tekstueel te wijzigen dat dit niet leidt tot een louter repressieve inzet in de handhavingssfeer, maar dat deze doelstelling voor Uitgeest- naar huidige praktijk- wordt verbreed tot ook en met name een inzet in de toezichthoudende sfeer, met specifieke aandacht voor de uit de enquête naar voor gekomen “top drie van ergernissen”.’ Deze tekstuele verduidelijking is voor alle vier BUCH gemeenten over genomen. De omgevingsanalyse schetst welke risico’s en ontwikkelingen er de komende jaren zijn en wat deze betekenen voor de prioriteiten bij de uitvoering van de VTH-taken. Onderdeel van deze omgevingsanalyse is de risicoanalyse van toezicht en handhaving. Daarnaast is voor het onderdeel vergunningen een analyse van inzicht gemaakt. De omgevingsanalyse met risicoanalyse voor toezicht en handhaving en de analyse van inzichten voor vergunningen vormen de basis voor de keuzes in dit stuk. 3.1
Omgevingsanalyse
De volledige omgevingsanalyse is als bijlage 1 bijgevoegd. De omgevingsanalyse bevat de achtergrondgegevens van de vier gemeenten en geeft inzicht in de problemen en risico’s, die zich bij de vier gemeenten voordoen. Hieronder een overzicht waarin per gebruikers groep is aangegeven wat een hoge, gemiddelde of lage prioriteit heeft. Hoge prioriteit Inwoners: 1. Het verbeteren van de communicatie over wet- en regelgeving, (on)mogelijkheden en procedurele eisen. Dit leidt tot bewustere inwoners en daardoor een verhoging van het naleefgedrag. 2. Gebouwen waar mensen verblijven die niet zelfredzaam zijn, zijn ten aanzien van brandveiligheid en constructieve veiligheid op orde. 3. Het voorkomen van asbestverspreiding bij saneringswerkzaamheden en zorgdragen voor een juiste afvoer van het asbestafval om daarmee asbestbesmetting te voorkomen. 4. Adequaat en snel reageren op klachten en meldingen op het gebied van de Apv. Bedrijven: 5. Afname van het gebruik van panden op bedrijfsterreinen voor wonen en detailhandel in strijd met het bestemmingsplan. 6. Verbeteren van het inzicht in de milieurelevantie en brandveiligheid van panden gelegen op bedrijfsterreinen. 7. Verminderen van het aantal klachten over geluid en geur. 8. Een optimale balans tussen het stimuleren van de ontwikkelingen in het centrum en het beperken van de overlast. 9.
Afname van de overtredingen van bedrijven in het landelijk gebied ten aanzien van de gezondheidsaspecten, bodem- en natuurschade. Recreatie en toerisme: 10. Inzicht in de veiligheidsrisico’s bij bed en breakfasts. 11. Veilig verloop van grote evenementen. Gemiddelde prioriteit Inwoners: 1. Bewoning in strijd met het bestemmingsplan. 2. Brandveiligheid hotels en pensions. 3. Brandveiligheid en constructieve veiligheid in overige gebouwen voor zorg, publieksfuncties en onderwijs. 4. Oneigenlijk gebruik gemeentegrond. 5. Gebruik duurzame energie. 6. Gebruik duurzame materialen. 7. Verrommeling van de gebouwde omgeving (illegale schuttingen, dakkapellen, aanbouwen). 8. Onderhoud of wijziging van monumenten.
17
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
9. Onderhoud gasleidingen.
Bedrijven: 10. Illegale bouw en gebruik van bedrijfsgebouwen en gronden. 11. Bodemkwaliteit en bodemsaneringen. 12. Brandveiligheid horeca. 13. Overlast horeca (behalve geur en geluid). 14. Mestopslag en paardenpoep. 15. Grondtransport. 16. Karakter van het landschap. Recreatie en toerisme: 17. Brandveiligheid bij overige recreatieve voorzieningen. 18. Strand. Lage prioriteit Inwoners: 1. Bouwtechnische eisen aan woningen. 2. Brandveiligheid in woningen (inzet gericht op vergroten verantwoordelijkheid bij inwoners en bedrijven). 3. Geluidsoverlast door omwonenden. 4. Huisvesting arbeidsmigranten. 5. Parkeeroverlast bij woningen. Bedrijven: 6. Parkeren, laden en lossen op bedrijfsterreinen. 7. Slopen zonder asbestverwijdering. 8. Reclame en winkeluitstallingen. 9. Licht en schaduwhinder. 10. Luchtkwaliteit, geurhinder. 11. Gewasbescherming. 12. Huisvesting arbeidsmigranten bij de boer. Recreatie en toerisme: 13. Kleine evenementen. 14. Grotere hotels. Uit de omgevingsanalyse zijn 11 strategische doelen gekomen met een hoge prioriteit. Deze worden in paragraaf 3.5 voorzien van indicatoren voor Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. De onderwerpen met gemiddelde en lage prioriteit krijgen ook aandacht in de uitvoering, echter met een lagere intensiteit. 3.2
Analyse van Inzicht
Voor de vergunningverlening is een analyse van inzicht gemaakt. Deze analyse van inzicht van vergunningen is aanvullend op de omgevingsanalyse. De analyse geeft inzicht van het aantal te verwachten vergunningaanvragen en meldingen, aard en complexiteit van de aanvragen en inzicht in type bouwwerk/ afwijkingen bestemmingsplan. De analyse van inzicht is gebaseerd op de beschikbare gegevens van 2018. Deze gegevens worden ook gebruikt voor het stellen van doelen, het maken van een vergunningen strategie, en voor de raming van de benodigde capaciteit uitgaande van de taken en de benodigde kritieke massa. Tevens worden op basis van deze gegevens het uitvoeringsprogramma voor vergunningverlening opgesteld. Op deze manier kan er sturing worden gegeven aan de vergunningverlening. Ook geven ze inzicht op welke ruimtelijke beleidsvelden het invoeren of actualiseren van beleid bijdraagt aan een vlotte behandeling van aanvragen en gemotiveerde besluiten. 3.3
Risicoanalyse
Voor toezicht en handhaving is een risicoanalyse uitgevoerd. Bij het vaststellen van het beleid is immers een prioriteitstelling noodzakelijk. De gemeente kan niet alle wet- en regelgeving waarvoor zij verantwoordelijk is controleren. Dit betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden. Daarbij worden vragen gesteld als wat wordt gehandhaafd? hoe wordt gehandhaafd? wat heeft prioriteit en wat heeft minder of geen prioriteit? Met het maken van deze keuzes kan bepaald worden welke capaciteit nodig
18
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
is en de vergunningen- en handhavingscapaciteit beter worden ingezet. De inspanningen dienen zich in beginsel te richten op die gebieden waar de risico’s het grootst zijn. Dat de minder prioritaire gebieden hierdoor automatisch minder aandacht krijgen, betekent niet dat een gemeente niet voldoet aan haar wettelijke taken. In de Wabo staat dat het bevoegd gezag de taak heeft zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de Wabo en de hieronder vallende wetgeving. In de betreffende wetgeving is echter niet voorgeschreven op welke wijze het bevoegd gezag de regels moet controleren en of zij alle regels moet controleren. Integendeel, de wetgever biedt in het Besluit omgevingsrecht het bevoegd gezag de mogelijkheid om handhavingsbeleid te formuleren en hierin prioriteiten te stellen. Voor het realiseren van integraal handhavingsbeleid zijn risicoanalyses uitgevoerd. In bijlage 1 wordt de systematiek die is gehanteerd bij het uitvoeren van de risicoanalyse uitgebreid beschreven. Zoals daar al is gesteld zijn de risico’s bepaald aan de hand van de formule risico = kans X effect, welke leidt tot een bepaalde prioritering. Dit leidt tot de volgende prioriteiten: 3.4
Prioriteiten
De uitvoering van de VTH-taken komt de komende jaren meer in het teken van gemeente brede ambities en opgaven te staan. Daarbij ligt de focus op de concrete opgaven en risico’s in de verschillende delen van de BUCH gemeenten. De prioriteiten zijn benoemd aan de hand van vijf doelgroepen: inwoners, bedrijven in de woonomgeving, bedrijven op bedrijfsterreinen, bedrijven in het buitengebied en recreanten/toeristen. Bij ieder van deze doelgroepen speelt een andere problematiek die vraagt om een eigen aanpak. 3.4.1
Doelgroep inwoners
Het grootste deel van de ontvangen aanvragen voor omgevingsvergunningen wordt ontvangen (in opdracht) van inwoners voor de bouw- en verbouw van woningen. De vier BUCH gemeenten en hun wijken, gehuchten en buurtschappen hebben een uiteenlopend karakter: centra met winkel- en horecavoorzieningen, oude en nieuwe wijken, wijken met enige bedrijvigheid en de lintbebouwingen. In de woonomgeving speelt bij de prioriteitstelling niet alleen het ‘objectieve risicoprofiel’ een rol, maar ook de beleving van bewoners. Kleine zaken kunnen hoog opspelen. Op basis van de omgevingsanalyse zijn met name de volgende risico’s geconstateerd: Overlast leidt tot burenruzies. Of hinderlijke situaties zijn de spreekwoordelijke olie op het vuur van een langdurige burenruzie. De overlast die buurtbewoners veroorzaken is vooral geluidsoverlast (muziek, lopende motoren en contactgeluid in woningen), rook- en geuroverlast door het stoken in kachels en parkeeroverlast door hinderlijk of fout geparkeerde auto’s in woonwijken. Het komt regelmatig voor dat gronden of bouwwerken door inwoners worden gebruikt in strijd met het bestemmingsplan. Het illegaal gebruik heeft vooral tot gevolg dat overlast in de buurt ontstaat (bijvoorbeeld wat betreft parkeren en vervoerbewegingen).
Bedrijven worden beperkt in hun groeimogelijkheden (door bewoning van bedrijfswoningen), branden kunnen sneller ontstaan en uitbreiden en vluchtmogelijkheden worden beperkt (vooral bij splitsing en te veel bewoners in een pand). Bij het bouwen en verbouwen van objecten waar inwoners verblijven (wooneenheden, onderwijs, kinderopvang en zorg) geven de grootste risico’s ten aanzien van de constructieve veiligheid en brandveiligheid. Brandveiligheidsrisico’s zijn er vooral bij bouwwerken waar gebruikers maar tijdelijk of kortstondig aanwezig zijn en in gebouwen met niet-zelfredzame mensen. Voortuinen en gemeentegrond worden steeds vaker oneigenlijk bebouwd of gebruikt. Het komt steeds vaker voor dat een monument of karakteristiek pand een andere bestemming krijgt om de instandhouding of exploitatie financieel mogelijk te maken (herbestemming). Voor de hoogste risico’s is er een doelstelling. De realisatie van de doelstellingen wordt de komende jaren actief gevolgd. Voor de doelgroep inwoners leidt dit tot de volgende doelstellingen: 1. Het verbeteren van de communicatie over wet- en regelgeving, (on)mogelijkheden en
procedurele eisen. Dit leidt tot bewustere inwoners en tot een verhoging van het naleefgedrag.
19
Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Bergen – Uitgeest – Castricum - Heiloo
2. Gebouwen waar mensen verblijven die niet zelfredzaam zijn, zijn ten aanzien van brandveiligheid
en constructieve veiligheid op orde. 3. Het voorkomen van asbestverspreiding bij saneringswerkzaamheden en het zorgdragen voor een
juiste afvoer van het asbestafval om daarmee asbestbesmetting te voorkomen. 4. Adequaat en snel reageren op klachten en meldingen op het gebied van de Apv 2. 3.4.2
Doelgroep bedrijven op bedrijfsterreinen
De risico’s bij bedrijven zijn vooral gerelateerd aan milieu en brandveiligheid. Op basis van de omgevingsanalyse worden de volgende risico’s geconstateerd: Met name opslag van (brand)gevaarlijke of explosieve stoffen leidt tot risico’s ten aanzien van de brand- en externe veiligheid. Onderverhuur en wijzigingen in de brandcompartimentering zijn voor de gemeente doorgaans niet bekend. Voor alle bedrijfsterreinen in de gemeenten geldt dat bewoning en detailhandel op deze terreinen tot problemen kan leiden. Hier staat tegenover dat bewoning van en detailhandel in leegstaande panden op bedrijfsterreinen kan leiden tot een verbetering van het leefklimaat, het voorkomen van verloedering en een verhoogd veiligheidsniveau (sociale controle). Voor de hoogste risico’s is er een doelstelling. De realisatie van de doelstellingen wordt de komende jaren actief gevolgd. Voor de doelgroep bedrijven op bedrijfsterreinen leidt dit tot de volgende doelstellingen: 5.
Afname van het gebruik van panden op bedrijfsterreinen voor bewoning en detailhandel in strijd met het bestemmingsplan.
6.
Verbeteren van het zicht op de milieurelevantie en brandveiligheid van panden gelegen op bedrijfsterreinen.
3.4.3
Doelgroep bedrijven in woongebieden
Daar waar mogelijk zullen bedrijven in staat worden gesteld zich verder te ontwikkelen. Niet in alle gevallen zal dat op de huidige locatie of kern mogelijk zijn. De twee grootste branches in de gemeenten zijn detailhandel en horeca. Qua milieu heeft de bedrijvigheid in de gemeenten over het algemeen een beperkt risicoprofiel. Op basis van de omgevingsanalyse worden de volgende risico’s geconstateerd: Door het toenemend aantal zzp’ers in de maatschappij ontstaan nieuwe kansen. Vooral in de zakelijke en persoonlijke dienstverlening. Daarbij moet wel rekening gehouden worden met de ruimtelijke kwaliteit en overlast voor anderen. Het niet-naleven van regels bij de aan huis gebonden beroepen heeft met name impact op het sociale leefklimaat; Bedrijven in de kernen hebben beperkte uitbreidingsmogelijkheden. Dit geldt zowel voor bedrijven aan huis als voor bedrijven in de (winkel)centra; Toename van detailhandel buiten de centra leidt tot een bedreiging van het winkelaanbod in de kernen. De horeca in de gemeenten leidt tot relatief beperkte overlast. Enige overlast wordt ervaren van geluid vanaf terrassen, geluid uit cafés die in de zomer de deuren geopend hebben en het parkeren rond cafés. Voor de hoogste risico’s is er een doelstelling. De realisatie van de doelstellingen wordt de komende jaren actief gevolgd.