Bijlage 22 MER Zandzoom Heiloo v2-min
Tekst van het document
Deze potentiële routes binnen het plangebied bevinden zich in de ‘Westflank’ (langs de aanwezige boomgaarden en houtwallen), ten westen van de ‘Zuidflank’ en ten zuiden van de ‘Centrale kamer oost’. Zie figuur 4.16 voor een overzicht van de waarnemingen, vliegroutes en foerageergebieden.
Figuur 4.16 Verspreidingskaart van mogelijke verblijfsplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen (bron: Endemica)
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
56/114
Reptielen In en nabij het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde reptielen (NDFF 2011-2023). In Noord-Holland komt de Duinhagedis voornamelijk in de duinen voor. Ze hebben de voorkeur voor heideterreinen en duinstruwelen. Ook tijdens het veldbezoek zijn er geen beschermde reptielen gezien en deze worden dus niet verwacht omdat het geschikte biotoop veelal ontbreekt. Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn naast waarnemingen van de zwaar beschermde Rugstreeppad verder alleen waarnemingen bekend van de algemenere Bastaardkikker/Middelste groene kikker, Bruine kikker, Meerkikker, Gewone pad en Kleine watersalamander welke vermeld staan op de provinciale vrijstellingslijst (NDFF 2010-2023). Eén keer is een dode Boomkikker aangetroffen maar dit was een transportslachtoffer bij een tuincentrum.
Figuur 4.17 Verspreidingskaart Rugstreeppad Zandzoom (bron: Endemica)
Tijdens het veldbezoek in 2021 en 2023 is het (voortplantings)biotoop van de Rugstreeppad in het plangebied aangetroffen (figuur 4.17). Rugstreeppadden zijn afhankelijk van ondiep water zonder vis en weinig vegetatie met een zandige bodem en oever. Daarnaast zij momenteel grote oppervlaktes ruig grasland aanwezig die ideaal zijn als foerageergebied voor de Rugstreeppad. Vissen Analyse van effecten op beschermde vissoorten is niet noodzakelijk aangezien er geen geschikt habitat aanwezig is voor de zwaarder beschermde soorten zoals de Grote Modderkruiper en Kwabaal. Tijdens veldbezoek is gebleken dat geen van de benodigde biotopen aanwezig zijn binnen het plangebied. Binnen
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
57/114
Zandzoom zijn alleen algemene vissoorten bekend zoals Baars en Tiendoornige stekelbaars. Door de afwezigheid van geschikt biotoop worden beschermde vissen in het plangebied uitgesloten. Overige Soorten Er zijn, gezien de voorkomende biotopen en waarnemingen, geen beschermde bijzondere insecten of overige soorten te verwachten op de planlocatie. Deze soorten stellen hoge eisen aan hun leefgebied; het plangebied voldoet hier niet aan. Bijvoorbeeld de in de omgeving voorkomende Nauwe korfslak leeft in vochtige duinbosjes en moerasbossen. De vegetatie binnen het plangebied is daarmee niet vergelijkbaar.
4.9.3
Autonome ontwikkelingen
In de autonome ontwikkeling zullen de beheerders van Natura 2000 en NNNgebieden werken aan het behouden en waar nodig verbeteren van de natuurkwaliteit. Er zijn geen autonome ontwikkelingen voorzien die van invloed zijn op de natuurwaarden in het plangebied.
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
58/114
4.10 Duurzaamheid en klimaatadaptatie 4.10.1 Huidige situatie Duurzaamheid en klimaatadaptatie Op basis van gegevens van de landelijke database www.klimaateffectatlas.nl kan een beeld van de huidige situatie worden geschetst als het gaat om effecten van klimaatverandering. Het geeft een beeld hoeveel het plangebied op dit moment hier al last van heeft. Hierbij kijken we naar hittestress en droogte, wateroverlast en de kans op overstromingen. Energietransitie In de referentiesituatie wordt er gewoond in het plangebied en vinden er bedrijfsactiviteiten plaats. Op deze locaties wordt energie gebruikt voor o.a. ruimteverwarming, verlichting en productieprocessen. Er zijn geen gegevens bekend over de omvang van dit energieverbruik, en ook niet over de mate waarin deze energie duurzaam wordt opgewekt. Hittestress en droogte Het plangebied is nu veelal agrarisch met hier en daar bebouwing en verharding. Omdat de hoeveelheid verharding op dit moment beperkt is, warmt het gebied in de zomer minder snel op en wordt de warmte ook minder lang vastgehouden. Hittestress is in het plangebied op dit moment dus veelal niet aan de orde. Omdat een groot gedeelte van het plangebied is gesitueerd op de strandwal van zand, is er wel een vergroot risico op droogtestress (figuur 4.18). De kans op droogte loopt richting 2050 ook op.
Voor de huidige functie landbouw kan dit zorgen voor opbrengstverliezen richting de toekomst in verband met droogte.
Figuur 4.18 Risico op droogte stress (bron: klimaateffectatlas.nl)
Wateroverlast Wateroverlast kan ontstaan door zware buiten. Op onderstaande kaart (figuur 4.19) is inzichtelijk gemaakt in welke gebieden wateroverlast ontstaat in het geval van een zeer zware bui die eens in de 100 jaar voor komt op basis van
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
59/114
het huidige klimaat. De wateroverlast in het plangebied is enigszins beperkt aangezien een groot gedeelte van het gebied agrarisch grondgebied betreft en maar een klein percentage bebouwd of verhard is.
Figuur 4.19 Water op straat na een hevige regenbui (bron: Atlas leefomgeving).
Overstromingen Het plangebied ligt grotendeels circa op NAP 1 meter. Het gebied ten westen van de strandwal ligt wat lager. Door deze hogere ligging zijn de risico’s in het gebied op het gebied van overstromingen beperkt. Hieronder (figuur 4.20) is weergegeven welke waterdiepte er in het plangebied ontstaat bij een overstroming door respectievelijk het doorbreken van de primaire keringen (waaronder de zeedijken) en het doorbreken van regionale keringen (langs kanalen). Enkel bij overstroming met een extreem kleine kans (1 keer in de 100.000 jaar) bestaat er kans dat een gedeelte van het plangebied onder water komt te staan.
Figuur 4.20 Overstromingsdiepte – extreem kleine kans (bron: Atlas leefomgeving).
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
60/114
4.10.2 Autonome ontwikkeling In de autonome ontwikkeling zal het energieverbruik in het plangebied niet wezenlijk veranderen. De Klimaatverandering zal naar verwachting doorzetten en dit kan kleiden tot toenemende klimaat gerelateerde effecten (t.a.v. hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen).
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
61/114
5 Uitvoering effectanalyse 5.1 Werkwijze effectanalyses In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de milieueffecten van de ontwikkeling Zandzoom. De ontwikkeling wordt vergeleken met de referentiesituatie waarin dit voornemen niet wordt uitgevoerd. De analyse sluit qua detailniveau aan bij het detailniveau van het bestemmingsplan. Voor elk criterium wordt op basis van de effectenanalyse een effectenbeoordeling uitgevoerd. Voor die beoordeling wordt de volgende schaal gehanteerd. Score ++ + 0/+ 0 0/--
Sterk positief effect Positief effect Beperkt positief effect Neutraal Beperkt negatief effect Negatief effect Sterk negatief effect
Waar negatieve milieueffecten aan de orde zijn, wordt onderzocht of er maatregelen mogelijk zijn om de effecten te verzachten (mitigeren) of te compenseren. Voor de ontwikkeling van Zandzoom worden de milieueffecten van twee alternatieven geanalyseerd: één met aansluiting op de A9 en één zonder aansluiting op de A9 waarbij het verkeer lokaal wordt afgewikkeld. Om herhaling van teksten te voorkomen wordt de effectenanalyse en beoordeling alleen uitgevoerd voor het alternatief Zandzoom zonder aansluiting op de A9. Nadat dit alternatief volledig is geanalyseerd en beoordeeld wordt geanalyseerd of het alternatief met aansluiting op de A9 leidt tot meer/minder of andere milieueffecten, en zo ja, of de effectbeoordeling voor dit alternatief ook anders is.
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
62/114
5.2 Beoordelingskader In het MER worden de gevolgen van de verschillende alternatieven in beeld gebracht en worden de effecten daarvan beschouwd ten opzichte van de referentiesituatie In tabel 5.1 zijn de relevante aspecten / toetsingscriteria per thema voor de besluitvorming weergegeven. Milieuasthema Verkeer en vervoer
Toetsingscrtiteria Bereikbaarheid gemotoriseerd verkeer Verkeersveiligeid
Geluid en trillingen
Openbaar vervoer en langzaam verkeer Wegverkeerslawaai Spoorweglawaai
Luchtkwaliteit
Trillingen door spoorwegverkeer Toename concentraties NO2, PM10 en PM2,5
Externe veiligheid
Plaatsgebonden risico
Gezonde leefomgeving Archeologie, cultuurhistorie en landschap
Groepsrisico Milieugezondheid Bevordering van gezond gedrag Landschap: invloed op karakteristieke patronen, openheid, verstedelijking, inpassing Cultuurhistorie: aantasting van cultuurhistorisuche structuren of gebouwen
Bodem, water en ontplofbare oorlogsresten Ecologie
Duurzaamheid en klimaatadaptatie
Archeologie: aantasting archeoloigische waarden Bodem- en grondwaterkwaliteit Waterhuishouding Gebiedsbescherming Natura2000 Soortenbescherming Energietransistie en circulariteit
Klimaatadaptatie Milieuhinder Hinder tijdens de realisatiefase (hoofdstuk 7) Verkeershinder Tabel 5.1: Relevante milieuaspecten MER gebiedsontwikkeling Zandzoom.
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
63/114
6 Effecten Ontwikkeling Zandzoom 6.1 Verkeer en vervoer 6.1.1
Toetsingscriteria
Voor het thema verkeer en verover worden de volgende aspecten onderzocht:
6.1.2
Bereikbaarheid gemotoriseerd verkeer Verkeersveiligheid Openbaar vervoer en langzaam verkeer
Effectbeschrijving en -beoordeling Zandzoom zonder aansluiting A9
Bereikbaarheid gemotoriseerd verkeer In het westelijk deelgebied verzorgen de verbrede Lijnbaan en de Westerweg de ontsluiting van de afzonderlijke buurten. Op de Lijnbaan worden 500 motorvoertuigen per etmaal afgewikkeld en op de Westerweg 1.200; deze aantallen passen bij de erftoegangsfunctie van beide wegen. Het voorrangskruispunt met de Kapellaan-Kennemerstraatweg-Lagelaan verzorgt de ontsluiting van Kamer Zuid en een deel van Kamer Oost. De woningen van Kamer Oost worden ook nog ontsloten via de Ypesteinerlaan. Rondom het plangebied is op de Vennewatersweg de grootste groei waarneembaar. Tussen de Haagbeuk en de Kennemerstraatweg neemt het verkeer met 4.200 motorvoertuigen toe. De aantallen passen bij de gebiedsontsluitingsfunctie van de weg. De parallelweg ten zuiden van de Vennewatersweg, die de verkeersstromen naar de centrale kamers faciliteert, wordt door 3.900 motorvoertuigen per dag gebruikt; dit aantal past bij de erftoegangsfunctie van de weg. Door de realisatie van Zandzoom nemen de verkeersaantallen toe op de Kennemerstraatweg. De overschrijdingen van de toetswaarden die optreden in de autonome situatie nemen bij de variant Zandzoom zonder aansluiting op de A9 verder toe. Nieuwe overschrijdingen ontstaan tussen Frederica’s hof en Kanaalweg (van 15.500 naar 17.000) en tussen Vennewatersweg en de gemeentegrens met Castricum.
Ter hoogte van de gemeentegrens met Castricum nemen de verkeersaantallen toe van 17.700 naar 20.300 ten opzicht van de referentiesituatie. De overschrijdingen van de toetswaarden die in de autonome situatie op de Kerkelaan en de Stationsweg optreden, veranderen door de ontwikkeling van Zandzoom nauwelijks. In het plangebied is sprake van een adequate verkeersafwikkeling. Op de kruispunten met de Vennewatersweg is sprake van een adequate verkeersafwikkeling. Dit geldt ook voor het kruispunt Ypesteinerlaan-
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
64/114
Oosterzijweg. Enkel het voorrangskruispunt Kapellaan-KennemerstraatwegLagelaan kan het verkeersaanbod niet verwerken waardoor verkeer vanuit Kamer Zuid en Kamer Oost in de avondspits niet goed kan worden verwerkt. Op het noordelijk deel van de Kennemerstraatweg richting de kruispunten met de Ring Alkmaar nemen de verkeersaantallen toe (van 20.900 naar 22.300). Dit is een verslechtering ten opzichte van de autonome situatie. Bij het verkeerslicht met de Ring Alkmaar ontstaan uitzonderlijk hoge cyclustijden. Bij de kruispunten Kennemerstraatweg met de Van Foreestlaan en de Nicolaas Beetsweg, staat ieder voertuig komende vanaf de zijweg in de avondspits langer te wachten dan de duur van spitsperiode.
Resumerend: De hoeveelheid verkeer neemt op meerdere plekken toe t.o.v. de referentiesituatie. Binnen het plangebied lijdt dit niet tot een substantiële verslechtering van de bereikbaarheid. Buiten het plangebied richting de gemeentegrens met Castricum en Alkmaar worden de toetswaarden op de Kennemerstraatweg overschreden en heeft dit ook een negatieve impact op de verkeersafwikkeling. De effectbeoordeling is daarom negatief (-).
Verkeersveiligheid Op de wegen rondom het plangebied wordt het als gevolg van autonome ontwikkelingen en de ontwikkeling van Zandzoom drukker. Hierdoor neemt de kans op conflicten toe. De huidige toegangen tot het plangebied vanaf de Kennemerstraatweg en de Ypesteinerlaan voldoen niet aan de eisen die gesteld worden voor een veilige oversteek. Middensteunpunten voor langzaam verkeer ontbreken. Een reconstructie van de kruispunten is dus noodzakelijk om de negatieve effecten op de verkeersveiligheid te beperken. Resumerend: Door de toename van verkeer en het ontbreken van goede oversteekplaatsen voor langzaam verkeer gaat de verkeersveiligheid achteruit met het planvoornemen. Dit is een belangrijk negatief effect. De voorrangskruispunten die worden gerealiseerd dragen daarentegen enigszins positief bij. De effectbeoordeling is daarom negatief (-).
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
65/114
Openbaar vervoer en Langzaam Verkeer Het planvoornemen wordt gerealiseerd in de nabijheid van meerdere openbaar vervoer haltes. Het treinstation Heiloo ligt op fietsafstand en daarnaast wordt het oostelijk gedeelte van de nieuwbouwwijk bediend door haltevoorzieningen bij de Kappellaan en Krommellaan (figuur 6.2). Er worden geen nieuwe ov voorzieningen met het planvoornemen gerealiseerd.
Figuur 6.2 Invloedsgebied bushaltes langs de Kennemerstraatweg (bron: Goudappel 2023).
Voor langzaam verkeer nemen de mogelijkheden om door het gebied te bewegen toe (figuur 6.3). Door de toevoeging van nieuwe noord-zuid verbindingen die de verschillende buurten met elkaar verbinden ontstaan er nieuwe routes richting het centrum van Heiloo en ook het station. Deze routes zijn rustiger dan langs de grotere ontsluitingswegen en ook beter ingericht voor langzaam verkeer dan de huidige noord-zuidverbindingen.
Resumerend: Op het gebied van openbaar vervoersmogelijkheden veranderd er weinig ten opzichte van de referentiesituatie. Door nieuwe noord-zuidverbindingen is het voor langzaam verkeer wel makkelijker om door het gebied te bewegen en richting het centrum van Heiloo of het station te gaan. De effectbeoordeling is daarom licht positief (0/+)
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
66/114
Figuur 6.3 Nieuwe noord-zuid verbindingen maken het makkelijker voor langzaam verkeer om door het gebied te bewegen.
6.1.3
Alternatievenvergelijking
In tabel 6.4 is weergegeven of het aspect verkeer of vervoer anders wordt beoordeeld bij toepassing van het alternatieve scenario. De kolom ‘Zandzoom zonder A9’ geeft de beoordeling weer zoals hierboven beschreven. In tweede kolom wordt de beoordeling van Zandzoom met aansluiting op de A9 getoond. Indien de keuze voor het alternatief leidt tot een andere effectenbeoordeling, is die beoordeling roze gekleurd. Tabel 6.4 beoordeling alternatieven
Verkeer en Vervoer
Zandzoom Zonder A9
Zandzoom met A9
Bereikbaarheid gemotoriseerd verkeer
-
+
Verkeersveiligheid
-
-
Openbaar Vervoer en langzaam verkeer
0/+
0/+
Ten aanzien van gemotoriseerd verkeer zijn de verkeersaantallen op veel wegvakken in beide varianten, met of zonder aansluiting op de A9, vrijwel gelijk. In beide scenario’s neemt de hoeveelheid verkeer toe, maar kan dit in veel gevallen adequaat worden afgehandeld. In het alternatief Zandzoom met aansluiting op de A9 nemen de verkeersaantallen op de Kennemerstraatweg echter minder hard toe of juist af. In de richting van Castricum betreft het een toename van 17.700 naar 17.900 voertuigen. In de richting van de gemeentegrens met Alkmaar is het een
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
67/114
afname van 20.900 naar 13.700 voertuigen. De bereikbaarheid neemt buiten het plangebied in het alternatief Zandzoom met A9 dus substantieel toe. De afname in verkeer heeft een positief effect op de verkeersafwikkeling en cyclustijden ter hoogte van de Ring Alkmaar. De effectbeoordeling is om deze reden voor deze variant dus positief. Ten aanzien van de verkeersveiligheid blijft deze ongewijzigd ten opzichte van de referentiesituatie. Net als in de referentiesituatie zijn mitigerende maatregelen nodig om onder andere de oversteekbaarheid van de Kennemerstraatweg te verhogen. Wel of geen aansluiting op de A9 heeft verder geen invloed op de bereikbaarheid met het openbaar vervoer of de beweegmogelijkheden voor langzaam verkeer in het plan.
6.1.4
Mitigerende en compenserende maatregelen
Er zijn meerdere maatregelen met het oog op verkeer en vervoer die genomen kunnen worden om de negatieve effecten van de variant Zandzoom zonder aansluiting op de A9 weg te nemen of te neutraliseren. Mogelijke mitigerende maatregelen zullen echter weinig effect hebben op de te hoge verkeersaantallen op de Kennemerstraatweg in zowel de richting van Castricum als Alkmaar. Op beide wegvakken wordt ook na mitigerende maatregelen de toetswaarde overschreden. Overschrijdingen nabij de aansluiting met de Ring Alkmaar zijn verkeerskundig niet acceptabel, maar worden niet veroorzaakt of verslechterd door het plan Zandzoom. Op het zuidelijke traject richting de gemeentegrens met Castricum zijn de overschrijdingen van de toetswaarden verkeerskundig acceptabel.
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
68/114
Figuur 6.5 Verkeersstromen gerelateerd aan Zandzoom zonder Aansluiting A9 met mitigerende maatregelen, afgerond op 100-tallen (bron: Goudappel).
De verkeersveiligheid op de Kennemerstraatweg kan in beide varianten wel worden verhoogd door een voorrangsplein aan te leggen op het kruispunt Kappellaan-Kennemerstraatweg-Lagelaan. Hierdoor wordt het mogelijk om in twee etappes voor fietser en automobilisten de Kennemerstraatweg over te steken. Ook wordt een goede afwikkelingskwaliteit gewaarborgd op de Kennemerstraatweg tussen de meerstrooksrotonde Vennewatersweg en de gemeentegrens met Castricum. Kamer Zuid en Kamer Oost worden op deze wijze op een acceptabele wijze ontsloten. In beide varianten is een reconstructie van het kruispunt Oosterzijweg – Ypesteinerlaan tot een voorrangskruispunt met middengeleiders met een breedte van 3 meter nodig. Fietsers krijgen daardoor de mogelijkheid om veilig in twee etappes over te steken. Voor de overige mitigerende maatregelen wordt verwezen naar de verkeersparagraaf welke als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd.
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
69/114
6.2 Geluid en trillingen 6.2.1
Toetsingscriteria
Voor het thema geluid en trillingen worden de volgende toetsingscriteria gehanteerd:
6.2.2
Wegverkeerslawaai Spoorweglawaai Trillingen door spoorwegverkeer
Effectbeschrijving en -beoordeling Zandzoom zonder aansluiting A9
Adviesbureau van der Boom heeft onderzoek gedaan naar de geluidbelasting van het wegverkeer en railverkeer ten gevolge van de ontwikkeling van Zandzoom (zie bijlage 5 bij dit MER). Zij hebben getoetst of de in 2019 door het College van B&W vastgestelde hogere waarden nog voldoen. Op basis van deze onderzoeken kan ook een beeld worden gegeven van de effecten op het gebied van wegverkeer- en spoorweglawaai. Wegverkeerslawaai Op het gebied van wegverkeerslawaai is alleen onderzocht wat de geluidsbelasting is door het planvoornemen Zandzoom zonder aansluiting op de A9. Bij de Vennewatersweg en Ypersteinerlaan is een geluidsbelasting op de kavelgrenzen berekend van 60 dB. Dit valt binnen de maximale ontheffingswaarde binnen de bebouwde kom van 63 dB en is ook nog in lijn met het eerder genomen hogere waarde besluit. Het is echter wel ruim boven de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Voor de Kennemerstraatweg is een geluidbelasting van 63 dB op de kavelgrenzen berekend. Dit zit precies op de grens van de maximale ontheffingswaarde binnen de bebouwde kom. Het eerdere hogere waarde besluit is genomen op basis van 60 dB. Het huidige hogere waarde besluit voldoet dus niet meer. Ook hier is de conclusie dat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden.
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
70/114
Figuur 6.6. Geluidscontouren wegen (bron: Adviesburo van der Boom)
Aangezien er meer woningen worden toevoegt aan het gebied zal er dus een groter negatief effect zijn omdat voor woningen dicht langs de grotere wegen er een grote kans is dat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. Resumerend: Voor alle drie de ontsluitingswegen wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden op de kavelgrenzen aansluitend op de hoofdwegen in het gebied. Omdat meer woningen worden toegevoegd zullen dus meer woningen hinder kunnen ondervinden van wegverkeerslawaai ten opzichte van de referentie situatie. De effectbeoordeling is daarom negatief (-).
Spoorweglawaai Op het gebied van Spoorweglawaai is berekend wat de geluidsbelasting is. Hierbij is ervan uitgegaan dat een geluidsscherm van 1.5 meter langs het spoor wordt geplaatst. Het college van B&W hebben bij het vaststellen van de hogere waarden aangegeven dat zij zorg dragen voor het realiseren van deze voorziening. Wanneer geen geluidsscherm langs het spoor wordt geplaatst is er een geluidbelasting van meer dan 68 dB op de kavels langs het spoor. Wanneer het scherm wordt geplaatst wordt een geluidsbelasting van 68 dB berekend op de kavelgrens. Hiermee wordt voldaan aan de eerder gestelde hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 68 dB en het eerder genomen hogere waarde besluit. De geluidbelasting is echter wel ver boven de voorkeursgrenswaarde van 55 dB bij woningen. Omdat er meer woningen aan het plangebied worden toegevoegd zullen dus meer woningen dan in de referentiesituatie negatieve effecten ondervinden door de geluidsbelasting.
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
71/114
Resumerend: De geluidsbelasting ligt op de grens van het hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 68 dB. De geluidbelasting is echter ruim boven de voorkeursgrenswaarde. Woningen langs het spoor zullen te maken hebben met een hogere geluidsbelasting dan de voorkeur zou zijn. Daarom is de effect beoordeling negatief (-).
Figuur 6.7 Geluidscontouren spoorweg inclusief geluidsscherm 1,5 meter. Bron: Adviesburo van der Boom)
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
72/114
Trillingen door spoorwegverkeer Door de ontwikkeling van Zandzoom worden mogelijk woningen gebouwd aan beide zijden van de spoorlijn op een afstand van circa 20 meter. In de referentiesituatie is gebleken dat trillinghinder door spoorwegverkeer in de woningen niet zonder meer uitgesloten kan worden. Op maaiveldniveau wordt niet op alle meetlocaties voldaan aan de grenswaarden voor nieuwe situaties uit de Richtlijn B ‘Hinder voor personen in gebouwen en trillingen, meet- en beoordeling richtlijn’ van de stichting Bouwresearch. Resumerend: Trillinghinder door spoorwegverkeer kan ontstaan bij woningen die gerealiseerd worden langs de spoorlijn. De effectbeoordeling is daarom beperkt negatief (0/-).
6.2.3
Alternatievenvergelijking
In tabel 6.8 is weergegeven of het aspect geluid en trillingen anders wordt beoordeeld bij toepassing van het alternatieve scenario. De kolom ‘Zandzoom zonder A9’ geeft de beoordeling weer zoals hierboven beschreven. In de tweede kolom wordt de beoordeling van Zandzoom met aansluiting op de A9 getoond. Indien de keuze voor het alternatief leidt tot een andere effectenbeoordeling, is die beoordeling roze gekleurd. Tabel 6.8 beoordeling alternatieven
Geluid en Trillingen
Zandzoom zonder Zandzoom met A9 A9
Wegverkeerslawaai
-
-
Spoorweglawaai
-
-
Trillingen door spoorwegverkeer
0/-
0/-
Op het gebied van wegverkeerslawaai is alleen onderzocht wat de geluidsbelasting is door het planvoornemen Zandzoom zonder aansluiting op de A9. Hierdoor kan niet zonder meer worden bepaald wat de mogelijke effecten zijn op het gebied van geluidsbelasting voor de nieuwe Lagelaan (toegangsweg naar A9). De verkeersintensiteiten binnen het plangebied zijn voor Zandzoom met aansluiting A9 en Zandzoom zonder aansluiting op de A9 vrijwel gelijk. Zoals aangegeven in hoofdstuk 6.1 zijn er met name verschillen in verkeerseffecten op wegen buiten het plangebied. Deze verbeteringen worden naar verwachting gecompenseerd met de verslechteringen langs de Lagelaan, waardoor dit niet tot een andere beoordeling leidt. De effecten van spoorweglawaai zijn niet anders in beide varianten omdat er geen variatie zit in waar de woningen worden gerealiseerd. In het geval van het aspect trillingen door spoorwegverkeer treden in het alternatief Zandzoom zonder A9 geen andere effecten op aangezien in het alternatief geen wijziging is in de locaties van de nieuw te bouwen woningen.
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
73/114
6.2.4
Mitigerende en compenserende maatregelen
Er zijn voor het aspect geluid en trillingen meerdere mitigerende en compenserende maatregelen te bedenken om de effecten te beperken. Wegverkeerlawaai Aanvullende maatregelen om de voorkeursgrenswaarde te behalen zijn niet realistisch. Een geluidsscherm van tenminste 4,5 meter is niet wenselijk. Een scherm met dergelijke hoogte op deze locatie is stedenbouwkundig ongewenst. Ook het terugbrengen van de verkeerssnelheid van 30 km/uur op de Kennemerstraatweg is niet haalbaar. Het aanbrengen van stil asfalt op de Kennemerstraatweg kan leiden tot een reductie van de geluidsbelasting van tenminste 3 dB. Ook dan wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB nog ruim overschreden. Het wordt wel aanbevolen om bij de verdere uitwerking van de deelgebieden rekening te houden met de mogelijke beperking van hinder door geluid. Spoorweglawaai Het bouwen van het geluidsscherm van 1.5 meter hoog, wat reeds is toegezegd door het College van B&W, is één van de vereisten voor de voorgenomen ontwikkeling. Hierdoor valt de geluidsbelasting door spoorweglawaai binnen de maximale toelaatbare geluidsbelasting. Het wordt wel aanbevolen om bij de verdere uitwerking van de deelgebieden om het spoor rekening te houden met de mogelijke beperking van hinder door geluid door o.a. de realisatie van dove gevels.
Trillingen door spoorwegverkeer Middels een goed gedimensioneerde fundering kan hier wel worden voldaan aan de (SBR Richtlijn B). Omdat het plan zich nog in de bestemmingsplanfase bevindt, zijn er nog geen specifieke bouwplannen bekend. Bij een voldoende zware fundatie en het voorkomen van opslingering door aanstoting van eigenfrequenties van vloeren kan evenwel voldaan worden. De dimensionering van fundatie en vloeren dient in de ontwerpfase van de bouw te worden betrokken. Daarbij dient rekening gehouden te worden met de bepalende frequenties. Geadviseerd wordt specifieke bouwplannen door te rekenen op dempend vermogen van de fundatie en om opslingering van trillingen door aanstoting van eigenfrequenties van vloeren te voorkomen.
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
74/114
6.3 Luchtkwaliteit 6.3.1
Toetsingscriteria
Voor het thema luchtkwaliteit worden de volgende toetsingscriteria gehanteerd:
6.3.2
Luchtkwaliteit: Toename concentraties NO2, PM10 en PM2,5
Effectbeschrijving en -beoordeling Zandzoom zonder aansluiting A9
Met de voorgenomen ontwikkeling worden 1.273 extra woningen gerealiseerd. Er zal sprake zijn van een toename van het aantal voertuigbewegingen van en naar het plangebied. De voorgenomen ontwikkeling kan gezien worden als een NIBM-project; er is geen sprake van een 'groot' project waar meer dan 3% bij wordt gedragen aan de jaargemiddelde norm van 1,2 µg/m³ voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1. Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een categorie uit de Regeling NIBM valt. Het gaat dan bijvoorbeeld om het realiseren van kantoor- en woningbouwlocaties. Het project is dan NIBM als ze onder de vastgestelde omvang blijft. 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat het project de 3% grens niet overschrijdt. Hiervoor kunnen berekeningen nodig zijn. Dit mag ook als een project de getalsmatige grenzen van de Regeling NIBM overschrijdt. Het is dan mogelijk om alsnog via berekeningen aannemelijk te maken dat de 3% grens niet wordt overschreden. Soms kan een kwalitatieve beschrijving voldoende zijn. Voor de beoogde ontwikkeling wordt uitgegaan dat de ontwikkeling ‘niet in betekende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging waardoor het niet hoeft te worden getoetst aan de wettelijke luchtkwaliteitsnormen.
Bijlage 3A van de Regeling NIBM geeft aan, in welke gevallen een nieuwe woningbouwlocatie in ieder geval NIBM is. Het 3% criterium betreft:
≤ 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg; ≤ 3.000 woningen (netto) bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.
De getalsmatige begrenzing van een NIMB project voor woningbouw is 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of 3.000 woningen bij twee of meer ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. De beoogde ontwikkeling betreft een ontwikkeling met meerdere ontsluitingswegen. De verschillende kamers in het plangebied zullen immers allen eigen ontsluitingswegen krijgen, waardoor er ook sprake zal zijn van een gelijkmatige verkeersverdeling. Daarmee kan gesteld worden dat er sprake is van een NIBM-project. Resumerend: Aangezien in de referentiesituatie sprake is van een goed woon- en leefklimaat en er geen verslechtering van de luchtkwaliteit door het planvoornemen te verwachten is, zullen er geen negatieve effecten optreden. De effectbeoordeling is daarom neutraal (0).
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
75/114
6.3.3
Alternatievenvergelijking
In tabel 6.9 is weergegeven of het aspect luchtkwaliteit anders wordt beoordeeld bij toepassing van het alternatieve scenario. De kolom ‘Zandzoom zonder A9’ geeft de beoordeling weer zoals hierboven beschreven. In de tweede kolom wordt de beoordeling van Zandzoom met aansluiting op de A9 getoond. Indien de keuze voor het alternatief leidt tot een andere effectenbeoordeling, is die beoordeling roze gekleurd. Tabel 6.9 beoordeling alternatieven
Luchtkwaliteit
Zandzoom zonder A9
Zandzoom met A9
0
0
Toename concentraties NO2, PM10 en PM2,5
In het geval van het aspect luchtkwaliteit treden geen andere effecten op aangezien in het alternatief geen wijziging plaatsvindt in de omvang van de gebiedsontwikkeling.
6.3.4
Mitigerende en compenserende maatregelen
Er zijn geen mitigerende of compenserende maatregelen nodig aangezien er geen negatief effect optreed.
6.4 Externe veiligheid 6.4.1
Toetsingscriteria
Voor het thema externe veiligheid worden de volgende toetsingscriteria gehanteerd:
Plaatsgebonden risico Groepsrisico
Plaatsgebonden risico (PR): risico op een plaats nabij een risicobron en/of transportroute, uitgedrukt in een waarde voor de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval met die transportroute waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour voor kwetsbare objecten als grenswaarde en voor zogenaamde beperkt kwetsbare objecten als richtwaarde. Groepsrisico (GR): cumulatieve kansen per jaar dat tien of meer personen in het invloedsgebied van een risicobron en/of transport-route overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Voor het groepsrisico bestaat geen wettelijke norm waaraan getoetst wordt. In plaats daarvan wordt getoetst aan de oriëntatiewaarde (OW) voor het groepsrisico. De oriëntatiewaarde kan gezien worden als een soort thermometer, waarmee de hoogte van het groepsrisico vergeleken kan worden.
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
76/114
6.4.2
Effectbeschrijving en -beoordeling Zandzoom zonder aansluiting A9
Door de toename van het aantal kwetsbare objecten (woningen, scholen, etc.) kan de kans op slachtoffers bij een ongeval met gevaarlijke stoffen toenemen. Het plangebied ligt binnen de risicocontouren van buisleiding A-562, GP Groot brandstoffen en Oliehandel B.V. en het LPG tankstation. Beoordeeld is of de planontwikkeling leidt tot een toename van het aantal kwetsbare objecten binnen de PR10-6 contour of een toename van het groepsrisico. Plaatsgebonden risico De buisleiding A-562 ligt op ongeveer 120 meter van het plangebied, dit terwijl de risicocontour (PR) ook op 120 meter ligt. Hiermee grenst de contour van de buisleiding direct aan het plangebied. Daarnaast ligt de PR-contour van GP Groot Brandstoffen en Oliehandel B.V. en van het LPG tankstation bij het kruispunt Lagelaan/Oosterzijweg binnen het plangebied. Voor deze PRcontouren geldt een verbod om hierbinnen kwetsbare bestemmingen zoals woningen te bouwen. Binnen deze PR-contouren kunnen geen kwetsbare bestemmingen worden toegevoegd. Resumerend: Het plaatsgebonden risico blijft gelijk aan de referentiesituatie. De effectbeoordeling is daarom neutraal (0). Groepsrisico De toename van het groepsrisico door de ontwikkeling van Zandzoom Heiloo is voor het LPG Tankstation berekend door gebruik te maken van SafetiNL.
Uit de betreffende berekeningen blijkt dat er bij maximale invulling van de planologische mogelijkheden een toename is van het groepsrisico tot 0,016 maal de oriëntatiewaarde. Voor GP Groot Brandstoffen en Oliehandel B.V. geldt dat het groepsrisico toeneemt tot 0,23 maal de oriëntatiewaarde. Deze toenames zijn zeer gering. Resumerend: Omdat er een geringe toename van het groepsrisico optreedt is de effectbeoordeling beperkt negatief (0/-).
6.4.3
Alternatievenvergelijking
In tabel 6.10 is weergegeven of het aspect externe veiligheid anders wordt beoordeeld bij toepassing van het alternatieve scenario. De kolom ‘Zandzoom zonder A9’ geeft de beoordeling weer zoals hierboven beschreven. In de tweede kolom wordt de beoordeling van Zandzoom met aansluiting op de A9 getoond. Indien de keuze voor het alternatief leidt tot een andere effectenbeoordeling, is die beoordeling roze gekleurd. Tabel 6.10 beoordeling alternatieven
Externe veiligheid
Zandzoom zonder A9
Zandzoom met A9
Plaatsgebonden risico
0
0
Groepsrisico
0/-
0/-
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
77/114
Het plaatsgebonden risico blijft in beide situaties gelijk, omdat het niet mogelijk is om (beperkt) kwetsbare objecten te realiseren binnen de risicocontour. Het groepsrisico neemt met en zonder aansluiting op de A9 iets toe ten opzichte van de huidige situatie, maar de beide alternatieven verschillen hierin niet.
6.4.4
Mitigerende en compenserende maatregelen
Het beperken van de ontwikkeling binnen de invloedsgebieden van de risicovolle inrichtingen mitigeert de toename van het groepsrisico.
6.5 Gezonde leefomgeving 6.5.1
Toetsingscriteria
Voor het thema gezonde leefomgeving worden de volgende toetsingscriteria gehanteerd:
Milieugezondheidskwaliteit Bevordering van gezond gedrag
Milieugezondheidskwaliteit Voor het aspect milieugezondheidskwaliteit wordt een analyse uitgevoerd van de effecten van het voornemen op bestaande en nieuwe woningen, waarbij niet alleen boven de grenswaarden, maar met name ook bij concentraties en belastingen onder de grenswaarden het effect van de ontwikkeling op de gezondheid van mensen wordt bepaald. De input voor dit onderzoek zijn met name de onderzoeksresultaten van de aspecten geluid en luchtkwaliteit. Het studiegebied voor milieugezondheidskwaliteit wordt bepaald aan de hand van de reikwijdte van de effecten van geluid en luchtkwaliteit. Bevordering van gezond gedrag Op basis van de beschikbare informatie wordt beoordeeld in hoeverre de inrichtingsmaatregelen effect hebben op de bevordering van gezond gedrag. Te denken valt aan de mogelijkheden voor bewegen en de aanwezigheid van groenvoorzieningen in de buurt.
6.5.2
Effectbeschrijving en -beoordeling Zandzoom zonder aansluiting A9
Milieugezondheidskwaliteit Zoals reeds beschreven in hoofdstuk 4.4 voldoet de luchtkwaliteit aan de gestelde grenswaarde van de Europese Unie van 40 µg/m3 voor zowel fijnstof PM10 als stikstofdioxide. Er wordt nog niet voldaan aan de aangescherpte advieswaarden van de WHO voor fijnstof en stikstofdioxide, maar deze waarden liggen wel binnen handbereik. In hoofdstuk 6.3 is aangegeven dat er geen relevante verandering van de luchtkwaliteit te verwachten is als gevolg van het voornemen. Hierdoor zal er voor een groot deel van Zandzoom sprake zijn van een relatief goed woon- en leefklimaat. In hoofdstuk 6.2 is beschreven wat de geluidsbelasting op het plan Zandzoom is afkomstig van wegverkeer en de spoorweg die door het plangebied loopt.
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
78/114
Beide veroorzaken op de kavels die grenzen aan de weg of het spoor een geluidsbelasting die de voorkeursgrenswaarde overschrijdt. Langs de hoofdwegen is de milieugezondheidssituatie daarom, net als in de referentiesituatie relatief slecht. In de rest van het gebied is dit relatief goed. Resumerend: Aangezien in de referentiesituatie in grote delen van het plangebied sprake is van een relatief goede milieugezondheidskwaliteit, behalve langs de hoofdwegen en spoorweg en dit in de plansituatie nauwelijks verandert, treedt er ten opzichte van de referentiesituatie geen relevant effect op. De effectbeoordeling is daarom neutraal (0).
Bevordering gezond gedrag Kijkend naar de huidige inrichting van het plangebied wordt gezond gedrag niet echt bevorderd. In het stedenbouwkundige plan (zie onderstaande figuur 6.11) wordt voorzien in veel groen en in nieuwe routes voor langzaam verkeer. Hiermee is de verwachting dat gezond gedrag veel meer wordt gestimuleerd dan in de huidige situatie en referentiesituatie.
Figuur 6.11 Concept stedenbouwkundig plan Zandzoom (bron: gemeente Heiloo)
Resumerend: Ten opzichte van de referentiesituatie wordt in het voorgenomen plan gezond gedrag als wandelen en fietsen meer gestimuleerd. Dit wordt als positief beoordeeld (+).
6.5.3
Alternatievenvergelijking
In tabel 6.12 is weergegeven of het aspect gezonde leefomgeving anders wordt beoordeeld bij toepassing van het alternatieve scenario. De kolom ‘Zandzoom zonder A9’ geeft de beoordeling weer zoals hierboven beschreven. In de
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
79/114
tweede kolom wordt de beoordeling van Zandzoom met aansluiting op de A9 getoond. Indien de keuze voor het alternatief leidt tot een andere effectenbeoordeling, is die beoordeling roze gekleurd. Tabel 6.12 beoordeling alternatieven Gezonde leefomgeving
Zandzoom zonder A9
Zandzoom met A9
Miliegezondheidskwaliteit
0
0
Bevorderen van gezond gedrag
+
+
In beide varianten zijn de effecten op de gezonde leefomgeving gelijk aan elkaar. De luchtkwaliteit en geluidsniveaus verschillen in beide situaties niet van elkaar. Daarnaast is de stedenbouwkundige opzet in beide varianten gelijk en wordt gezond gedrag in eenzelfde mate gestimuleerd.
6.5.4
Mitigerende en compenserende maatregelen
Er zijn geen mitigerende of compenserende maatregelen nodig aangezien er geen negatief effect optreed.
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
80/114
6.6 Archeologie, cultuurhistorie en landschap 6.6.1
Toetsingscriteria
Voor het thema Archeologie, cultuurhistorie en landschap worden de volgende aspecten onderzocht:
6.6.2
Landschap: invloed op karakteristieke patronen, openheid, verstedelijking, inpassing Cultuurhistorie: aantasting cultuurhistorische structuren of gebouwen Archeologie aantasting archeologische waarden
Effectbeschrijving en -beoordeling Zandzoom zonder aansluiting A9
Landschap Het planvoornemen tast tot op zekere hoogte de landschappelijke kenmerken van het gebied aan. Het landschap kenmerkt zich aan de ene kant door de hoger gelegen strandwal waar vanuit de historie gezien al meer activiteiten plaatsvonden. De nieuwe bebouwing sluit enigszins aan bij dit gebruik en ook hoe het landschap er nu uitziet: kleinere verkaveling met open gebieden en afgewisseld met houtopstanden (figuur 6.13). Ten westen van de spoorlijn begint de strandvlakte. Dit lager gelegen gebied kenmerkt zich door zijn zichtlijnen en verre uitzichten over de weilanden. Deze landschappelijke kwaliteiten worden aangetast door ook ten westen van het spoor woningbouw toe te voegen. Hierdoor vertroebeld de historische landschappelijke scheiding tussen strandwal en strandvlakte.
Figuur 6.13 Concept stedenbouwkundig plan Zandzoom (bron: gemeente Heiloo)
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
81/114
Resumerend: De ontwikkeling sluit niet volledig aan bij de huidige landschappelijke kenmerken. Door woningbouw toe te staan ten westen van de spoorlijn vertroebeld de landschappelijk scheiding tussen de strandwal en strandvlakte. De effect beoordeling is daarom negatief (-).
Cultuurhistorie Het plangebied kent meerde waardevolle cultuurhistorische elementen. Met het planvoornemen is getracht zoveel mogelijk rekening te houden met deze waardevolle elementen. De nieuwbouw sluit aan bij het historische gegroeide wegenpatroon en het bijpassende verkavelingspatroon. Dit betekend concreet voor Zandzoom:
Doorgaande wegen in noord-zuidrichting; Dwarsverbindingen in oost-westrichting; Verkaveling haaks op de Hoogeweg; Het stimuleren van het toepassen van houtwallen en hagen.
Daarnaast zijn waardevolle elementen als behoudenswaardig aangemerkt in het ruimtelijke kwaliteitskader (zie ook bijlage 4). Deze behoudenswaardige elementen dienen ingepast te worden in de nog op te stellen verkavelingsplannen. Via de verkavelingsplannen wordt het behoud van deze elementen geborgd. Resumerend: Het planvoornemen houdt rekening met de belangrijkste cultuurhistorische elementen van het gebied. Het behoud is daarmee geborgd, maar de elementen worden niet expliciet versterkt. Het effect wordt daarom beoordeeld als neutraal (0)
Archeologie Het planvoornemen maakt nieuwe woningbouw in het plangebied mogelijk. In de Nota Cultuurhistorie is vastgesteld dat het plangebied een zeer hoge archeologische verwachting heeft. Voor enkele locaties binnen het plangebied zijn reeds aanvullende onderzoeken uitgevoerd waardoor dit negatieve effect is uitgesloten. Met de ontwikkeling van woningen gaat er gegraven worden in deze gronden met een zeer hoge archeologische verwachtingswaarde. Hierdoor bestaat een grote kans dat archeologische waarden met het planvoornemen worden aangetast.
Resumerend: Het gebied heeft een zeer hoge archeologische verwachtingswaarde waardoor een grote kans optreed dat archeologische waarden door ontgraving worden aangetast. Het effect wordt daarom beoordeeld als negatief (-).
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
82/114
6.6.3
Alternatievenvergelijking
In tabel 6.14 is weergegeven of het aspect Archeologie, cultuurhistorie en landschap anders wordt beoordeeld bij toepassing van het alternatieve scenario. De kolom beoordeling ‘Zandzoom zonder A9’ geeft de beoordeling weer zoals hierboven beschreven. In de tweede kolom wordt de beoordeling van Zandzoom met aansluiting op A9 getoond. Indien de keuze voor het alternatief leidt tot een andere effectenbeoordeling, is die beoordeling roze gekleurd en onder de tabel gemotiveerd. Tabel 6.14 beoordeling alternatieven Archeologie, cultuurhistorie en landschap
Zandzoom zonder A9
Zandzoom met A9
Landschap
-
-
Cultuurhistorie
0
0
Archeologie
-
-
In het geval van het aspect Archeologie, cultuurhistorie en landschap treden geen andere effecten op aangezien in het alternatief geen wijziging is in de stedenbouwkundige opzet van het planvoornemen.
6.6.4
Mitigerende en compenserende maatregelen
Landschap Door in de verkavelingsplannen voor het deelgebied ten westen van het spoor nadrukkelijk rekening te houden met zichtlijnen richting de strandvlakte en zoveel mogelijkheid openheid te creëren kunnen de negatieve effecten worden beperkt. Op deze manier wordt de weidsheid, wat hoort bij de landschappelijke kwaliteit van de strandvlakte, niet teveel aangetast. Cultuurhistorie Het behoud van behoudenswaardige cultuurhistorische elementen moet goed worden verankert in de nog op te stellen verkavelingsplannen. Het gaat hier onder andere om het toepassen van houtwallen en hagen. Archeologie Om het negatieve effect op archeologie te beperken is in het bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ opgenomen, die inhoudt dat voor werkzaamheden met een oppervlak van meer dan 50 m2 en dieper dan 50 cm een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd voor dat die werkzaamheden kunnen plaatsvinden.
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
83/114
6.7 Bodem en water 6.7.1
Toetsingscriteria
Voor het thema bodem en water worden de volgende toetsingscriteria gehanteerd:
6.7.2
Bodem- en grondwaterkwaliteit Waterhuishouding
Effectbeschrijving en -beoordeling Zandzoom zonder aansluiting A9
Bodem- en grondwaterkwaliteit Er kan op twee manieren sprake zijn van een verandering van de bodem- en grondwaterkwaliteit. Bij de aanleg van de het planvoornemen kan het zijn dat bestaande bodemverontreiniging wordt gesaneerd. In dat geval ontstaat er een positief effect op de bodem- en grondwaterkwaliteit. Aan de andere kant kunnen nieuwe bronnen worden toegevoegd die er toe kunnen leiden dat er verontreiniging van de bodem ontstaat. Uit de referentiesituatie blijkt dat in het gehele gebied lokaal bodemverontreiniging voor kan komen. Over het algemeen zijn deze verontreinigingen matig tot licht van aard en wordt in het overgrote gedeelte voldaan aan de kwaliteit die benodigd is voor de beoogde woonfunctie. Grootschalige sanering is dus niet aan de orde, maar lokaal is het wel noodzakelijk om een aantal verontreinigingen, waaronder de chloor verontreiniging en de vermeende asbest, te saneren. Voor een aantal locaties dient hier ook nog nader onderzoek naar plaats te vinden. Met het planvoornemen is het niet aannemelijk dat nieuwe verontreinigingen zullen ontstaan. Resumerend: De algehele kwaliteit van de bodem is dat het gebied schikt is voor de boogde woonfunctie. Op een aantal locaties zal lokaal een sanering moten plaatsvinden om verontreinigingen te verwijderen. Lokaal zal de bodem- en grondwaterkwaliteit dus verbeteren.
De effectbeoordeling is daarom beperkt positief (0/+).
Waterhuishouding Met het planvoornemen wordt er verharding en bebouwing toegevoegd aan het gebied. Hierdoor bestaat de kans dat water niet meer goed kan infiltreren en versnelt afstroomt. Een goede waterhuishouding in het planvoornemen is daarom van groot belang om zo voldoende waterbergend vermogen en een goede afwatering te creëren. Om voldoende waterberging in het gebied te realiseren zijn verschillende varianten voor het watersysteem onderzocht. Er is gekozen voor het aanleggen van infiltratieriolering (in combinatie met greppels). Met het oog op de klimaatverandering is robuustheid van het hele watersysteem gewenst. Dit wordt aan de ene kant bereikt door voldoende ontwatering van bebouwing en wegen en aan de andere kant door aanvullende
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
84/114
berging boven- of ondergronds. In de situatie van extreme neerslag wordt de robuustheid gezocht in het aanleggen van overloopgebieden. Deze overloopgebieden kunnen in de groenstructuren worden verwerkt. Het uitgangspunt is ook dat regenwater in de tuinen ter plaatse wordt geïnfiltreerd. Dit vraagt om niet teveel verharde tuinen, maar dat is niet afdwingbaar. Bij een teveel aan verharding kunnen er alsnog problemen ontstaan met de afwatering en het niet lokaal bergen van water.
Resumerend: De toename van verharding wordt gecompenseerd met maatregelen om water voldoende te kunnen laten infiltreren wat ten goede komt aan het waterbergend vermogen en een goede afwatering van het gebied. Het voorkomt tevens mogelijke overlast door extreme regenval. Omdat niet alle maatregelen afdwingbaar zijn kan alsnog een negatief effect ontstaan. Omdat de negatieve effecten gedeeltelijk worden gecompenseerd is de effectbeoordeling beperkt negatief (0/-).
6.7.3
Alternatievenvergelijking
In tabel 6.15 is weergegeven of het aspect bodem en water anders wordt beoordeeld bij toepassing van het alternatieve scenario. De kolom beoordeling ‘Zandzoom zonder A9’ geeft de beoordeling weer zoals hierboven beschreven. In kolom ernaast wordt de beoordeling van Zandzoom met aansluiting op de A9 getoond. Indien de keuze voor het alternatief leidt tot een andere effectenbeoordeling, is die beoordeling roze gekleurd en onder de tabel gemotiveerd. Tabel 6.15 beoordeling alternatieven Bodem en water
Zandzoom zonder A9
Zandzoom met A9
Bodem- en grondwaterkwaliteit
0/+
0/+
Waterhuishouding
0/-
0/-
Er treed geen andere effectbeoordeling op omdat het alternatief nauwelijks andere ingrepen op de bodem en de waterhuishouding in het gebied heeft.
6.7.4
Mitigerende en compenserende maatregelen
Om wateroverlast te voorkomen is het van belang dat tuinen niet teveel worden verhard. De tuinen van woningen beslaan een vrij groot gedeelte van de gebiedsontwikkeling. Het is aan te raden, ondanks dat het niet afdwingbaar is, er wel bij bewoners op aan te sturen een zo groen mogelijke tuin aan te leggen met een beperkte hoeveelheid aan verharding. Dit kan bijvoorbeeld door een bewustwordingscampagne of het geven van tips en tricks bij de verkoop van de woningen.
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
85/114
6.8 Ecologie 6.8.1
Toetsingscriteria
Voor het thema ecologie worden de volgende toetsingscriteria gehanteerd:
Gebiedsbescherming Soortenbescherming
De voorgenomen ontwikkelingen vinden niet plaats binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Deze wordt daarom niet betrokken in de effectbeoordeling.
6.8.2
Effectbeschrijving en -beoordeling Zandzoom zonder aansluiting A9
Gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming, de bescherming van het Bijzonder Provinciaal Landschap is geregeld in de Provinciale Omgevingsverordening. Natura 2000 Ter beoordeling van de potentiële effecten op Natura 2000-gebied is een Ecologische Voortoets opgesteld door Bureau Endemica (15 november 2023, zie bijlage 8). De effecten van verlies aan oppervlak, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, licht, trilling, optische verstoring en verstoring door mechanische effecten zijn beoordeeld zonder verdere analyse als niet van toepassing. Dit komt doordat het planvoornemen zich buiten de begrenzing van en op aanzienlijke afstand van de omliggende Natura 2000-gebieden bevindt. Bijgevolg heeft het planvoornemen geen significante invloed op de eerder genoemde verstoringseffecten. Om de mogelijke effecten op het gebied van stikstof/ammoniak te beoordelen is een stikstofberekening uitgevoerd van het planvoornemen zonder aansluiting op de A9. De stikstofdepositie is vergeleken met de huidige situatie. In vergelijking met de huidige situatie resulteert het planvoornemen in een vermindering van de stikstofdepositie binnen 8 Natura 2000-gebieden. De grootste afname treedt op binnen het Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat, namelijk een afname van 1,05 mol N/ha/jaar.
Het planvoornemen leidt tot geen enkele toename van stikstofdepositie voor enig habitattype, noch voor stikstofgevoelige leefgebieden van kwalificerende soorten. Het merendeel van de stikstofgevoelige habitattypen in de Natura 2000gebieden vertoont momenteel een overschrijding van de Kritische Depositiewaarde. Het planvoornemen zorgt voor een afname van de stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden en draagt daarmee positief bij aan het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen in deze Natura 2000gebieden.
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
86/114
Het kan dus met zekerheid worden gesteld dat het planvoornemen geen negatieve gevolgen veroorzaakt als gevolg van stikstofdepositie. Op basis hiervan kan dus ook geconcludeerd worden dat er geen sprake is van een Wnb-vergunningsplicht. Bijzonder provinciaal landschap Zoals aangegeven bij de beschrijving van de huidige situatie wordt het plangebied omringd door Bijzonder Provinciaal Landschap. Artikel 6.41 van de Omgevingsverordening NH2022 heeft als doel om het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) in Noord-Holland te beschermen en waar mogelijk te versterken en te ontwikkelen. Het plangebied ligt als een exclavering in het BPL Noord-Kennemerland (zie ook hoofdstuk 4.9 figuur 4.14). Gekeken moet worden of de voorgenomen activiteiten aantasting van de kernkwaliteiten van het weidevogelleefgebied (wat onder BPL-gebied valt) zal bewerkstelligen. Voor weidevogels geldt dat nieuwe infrastructuur en activiteiten aan de rand van hun broedgebieden geluid en onrust veroorzaken en de openheid van het landschap aantasten. De provincie hanteert hiervoor een verstoringsafstand van 300 meter. Dit betekent dat open gebieden die <300 meter van het BPL-gebied liggen en bebouwd gaan worden de kwaliteit van het BPL aantasten. Gezien de ligging van het planvoornemen ten opzicht va het BPL, is aantasting van het gebied op voorhand niet uitgesloten.
Het BPL Noord-Kennemerland kenmerkt zich door het contrast tussen de openheid in de strandvlakten en beslotenheid op de strandwallen. In enkele gebieden is de stilte een belangrijk kenmerk. Dit maakt grote delen tot een geschikt habitat voor weidevogels. Daarom moet gekeken worden of de voorgenomen activiteiten aantasting van de kernkwaliteiten van het weidevogelleefgebied (wat onder BPL-gebied valt) zal bewerkstelligen. Voor weidevogels geldt dat de nieuwe infrastructuur en activiteiten aan de rand van hun broedgebieden geluid en onrust veroorzaken en de openheid van het landschap aantasten. De ‘indirecte’ externe werking van de gebiedsbescherming uit de Provinciale Ruimtelijke Verordening is dan ook aan de orde. Verspreid over de strandvlakten liggen meerdere grote gebieden die een geschikt habitat voor weidevogels zijn. In het centrale deel van het BPL zijn dit de Bergermeerpolder, Monniken- Raven- en Robonsbospolder, Bovenpolder, Egmondermeer, Geestmolenpolder, Zuidermeerpolder, Sammerpolder en Polder het Maaiwater. In het zuiden zijn dit de Limmerpolder en de Castricummerpolder en Heemskerkernoordbroekpolder. De gemiddelde verstoringsafstand voor de bebouwde kom is 260 m. De te hanteren verstoringsafstand is volgens de provincie 300 m.
Dit betekent dat open gebieden die <300 m van BPL-gebied (met kernkwaliteit weidevogels) liggen en bebouwd gaan worden de kwaliteit van het BPL aantasten. De eerder genoemde weidevogelgebieden in het BPL liggen allemaal op meer dan 300 meter afstand van het plangebied. De ruimtelijke ontwikkeling leidt daarom niet tot extra verstoring van het habitat en worden daarom niet als aantasting van de kernkwaliteit beschouwd. Resumerend: De natuurkwaliteit in Natura 2000-gebieden wordt verbeterd door het planvoornemen omdat de stikstofdepositie door het planvoornemen in deze gebieden afneemt. Daarnaast worden de kernkwaliteiten van het BPL niet aangetast. De effectbeoordeling voor beschermde gebieden is daarom positief (+).
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
87/114
Soortenbescherming Vaatplanten Uit de beschrijving van de referentiesituatie blijkt dat het niet volledig is uit te sluiten of Glad Biggenkruid aanwezig is in het plangebied. Met de realisatie van Zandzoom bestaat er dus de kans dat een negatief effect op beschermde flora tot stand komt. Daarom is het noodzakelijk om een inventarisatie uit te voeren naar de aanwezigheid van Glad Biggenkruid in Zandzoom, met name op de braakliggende terreinen. Algemene broedvogels Door de aanwezigheid van geschikt broedgelegenheid in het plangebied, leiden de voorgenomen ontwikkelingen tot schade of vernietiging van nesten van broedende vogels. Tevens zullen de werkzaamheden een verstorende effect teweegbrengen op broedsel in vegetatie, die nabij het plangebied staat. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt echter veelal geen aanvullend onderzoek gedaan of ontheffing verleend, omdat deze eenvoudig te voorkomen zijn door de geoogde werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen (15 maart t/m 15 juli). Nestgelegenheden, zoals aan de gevels hangende nestkasten of struiken, mogen wel verwijderd worden of ongeschikt gemaakt worden zolang er nog geen broedende vogels aanwezig zijn. Voor het broedseizoen wordt wettelijk gezien geen standaardperiode vastgesteld omdat het broedseizoen verschilt per soort.
Met in acht neming van mitigerende maatregelen zijn ten aanzien van de algemene (broed)vogels geen verdere stappen op het gebied van een ontheffingsaanvraag noodzakelijk en worden negatieve effecten beperkt. Vogels met jaarrond beschermd nest Het plangebied heeft in meer of mindere mate een beschermde functie voor de volgende vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten: Huismus, Ransuil, Sperwer, Buizerd, Torenvalk, Boomvalk, Groene specht, Oeverzwaluw, Boerenzwaluw en Kerkuil. Hieronder een beschrijving van de effecten per soort:
Huismus: Verwacht wordt dat in ieder geval deelgebieden ‘centrale kamers west’, ‘centrale kamer oost’, ‘westflank’ en ‘zuidflank’ deel uitmaken van functioneel leefgebied van de lokale huismuspopulatie Met het planvoornemen zal begroeiing en opstallen die geschikt zijn voor deze soort worden verwijderd. Het planvoornemen heeft daarom een negatief effect op het functioneel leefgebied en mogelijke broedlocaties van de huismus. Het uitvoeren van aanvullend soortenonderzoek is daarom noodzakelijk. Ransuil: Vanwege de aanwezigheid van geschikt habitat, potentiële broedlocaties en het voorkomen van deze soort in de directe omgeving, is de Ransuil niet uit te sluiten in het plangebied. Het uitvoeren van een aanvullend soortenonderzoek naar het voorkomen van deze soort is daarom noodzakelijk om daarmee mogelijke negatieve effecten te kunnen uitsluiten. Sperwer, buizerd en Torenvalk: Vanwege de gevonden potentiële nestlocaties van de Sperwer kunnen mogelijk nestgelegenheid voor de Buizerd en Boomvalk ook niet worden uitgesloten. Met de uitvoering van de plannen worden dergelijke nestlocaties ongeschikt gemaakt. Nestlocaties worden verwacht in gebieden waar bosschages aanwezig zijn, met name bij de ‘Westflank’ en de ‘Zuidflank’. Daarnaast zal ook een groot essentieel foerageergebied verloren gaan van deze soorten
Sweco | Milieueffectrapport Zandzoom Heiloo Projectnummer 51013614
88/114
en van de Torenvalk, die ook in grote mate voorkomt in het plangebied. Van de Torenvalk zijn meerdere nestkasten bekend binnen het plangebied. Ten aanzien van deze roofvogelsoorten is gericht aanvullend onderzoek noodzakelijk ten gevolge van geschikte bomen die verwijderd worden en het verloren foerageergebied. Kerkuil: De Kerkuil broed in Nederland veelal in speciale nestkasten. De aangetroffen en bekende broedkasten staan op erven die behouden blijven en zullen door het planvoornemen niet worden aangetast. Wel gaat met het planvoornemen een belangrijke functie (een aanzienlijk deel van foerageergebied) verloren. Om te foerageren zullen de kerkuilen dus moeten uitwijken naar de aan weerszijde van het plangebied gelegen BPL’s. Aan de oostkant geeft dit een verhoogd risico op het worden van verkeersslachtoffer, mede door de aanwezigheid van de A9. Oeverzwaluw: Gebleken is dat in het plangebied mogelijk twee broedlocaties aanwezig zijn van de Oeverzwaluw. Omdat dit een categorie 5-soort betreft, zijn deze locaties enkel beschermd ten tijden dat er daadwerkelijk gebroed word en dus op het moment dat nesten dus in gebruik zijn, of als zwaarwegende feiten dan wel ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Oeverzwaluwen kunnen hun nesten gebruiken van mei tot en met september.