CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

Veiligheidsregio Zuid-Limburg - Jaardocument 2025

Commissie Maatschappij en Welzijn 17 juni 2026, gemeente HeerlenBij agendapunt: Zienswijze (concept)begroting 2027 Veiligheidsregio Zuid-Limburg41.263 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Deze aanvraag is in de maand juli gehonoreerd door Ministerie van Asiel en Migratie. De volgende in die periode gemaakte kosten komen voor vergoeding in aanmerking: (a) De kosten die veiligheidsregio’s maken voor de coördinatie en de eerste opvang van ontheemden uit Oekraïne. (b) De kosten die binnen een regio waarbinnen een veiligheidsregio haar taken uitvoert, door gemeenten worden gemaakt, voor zover deze in plaats van of in aanvulling op, de veiligheidsregio belast zijn met de coördinatie en de eerste opvang van ontheemden uit Oekraïne. (c) De kosten die binnen een veiligheidsregio door GGD en GHOR worden gemaakt, voor de uitvoerende taken die betrekking hebben op de opvang van ontheemden uit Oekraïne en voor zover deze taken niet in aanmerking komen voor een vergoeding op grond van de Wet publieke gezondheid of een andere regeling op basis waarvan de organisatie haar taken uitvoert. De onder b en c bedoelde kosten worden via de desbetreffende veiligheidsregio gedeclareerd. Crisisnoodopvang asielzoekers In het Veiligheidsberaad van 23 mei 2022, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een dringend beroep gedaan op de veiligheidsregio’s om te helpen bij het ontlasten van het aanmeldcentrum in Ter Apel door middel van het realiseren van tijdelijke crisisnoodopvang van asielzoekers.

VRZL heeft de afgelopen jaren op meerdere locaties deze opgave ingevuld en doet dat nog steeds op de locaties Simpelveld, Stein, Vaals en Voerendaal. VRZL heeft met het COA duidelijke afspraken over de vergoeding van de gemaakte kosten, deze worden voor 100% vergoed. Na afloop van de maand stuurt VRZL een declaratie van de gemaakte kosten CNO aan het COA, waarna het COA de factuur binnen een termijn van 14 dagen betaald aan VRZL.

2.7 MEERJARENBELEIDSPLAN VRZL 2024-2027 In de Wet veiligheidsregio's (Wvr) staat vermeld dat het bestuur ten minste eenmaal in de vier jaar een beleidsplan vaststelt waarin het beleid is vastgelegd voor de taken van de veiligheidsregio. Ons huidige meerjarenbeleidsplan Samen Veilig geldt voor het tijdvak 2024-2027 en is in 2023 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Het betreft: 1. het meerjarenbeleidsplan 2024 t/m 2027 Veiligheidsregio Zuid-Limburg (artikel 14 Wet veiligheidsregio’s); 2. de onderliggende stukken die daarbij horen, te weten: a) provinciaal risicoprofiel 2023 incl. voorstel te prioriteren risico’s (artikel 15 Wet veiligheidsregio’s) b) brandweerrisicoprofiel (artikel 15 Wet veiligheidsregio’s) c) oefenbeleidsplan ‘MOTO’ (artikel 14 lid d. Wet veiligheidsregio’s) d) dekkingsplan 2024 t/m 2027 inclusief materieelspreidingsplan 2023 (artikel 14 lid f. Wet veiligheidsregio’s) e) visie op inrichting risicobeheersing en beschrijving niet wettelijke adviesfunctie, waaronder de advisering met betrekking tot het omgevingsplan (artikel 14 lid e. Wet Veiligheidsregio’s) f) memo opbrengst Bestuurlijke dialoog Brandweerzorg 2023 en de vertaling daarvan in ambities voor de periode 2024-2027;

Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2025

pagina 53/89

Inzicht geven in de risico’s die ons kunnen overkomen en het effect dat die risico’s potentieel kunnen hebben is de basis van dit meerjarenbeleidsplan. We analyseren wat we als organisaties in de crisisbeheersing, rampenbestrijding en brandweerzorg aan slagkracht kunnen inzetten tegenover de aanwezige risico’s. Daarbij kijken we verder dan onze veiligheidsregio als organisatie. De uiteindelijke kracht wordt bepaald door samenwerking van alle partners in het veiligheidsdomein. Verder hebben we gekeken naar trends en ontwikkelingen binnen ons werkveld. Het ontstane beeld is in dit meerjarenbeleidsplan vertaald naar concrete ambities voor onze afzonderlijke programma’s. De belangrijkste ambities voor de komende jaren zijn:  Opzet van een flexibele, breed inzetbare crisisorganisatie, ook bij langdurige crises.  Versteviging van de netwerkrol tussen VRZL en (vitale) partners.  Doorontwikkeling van de informatiearchitectuur en -veiligheid.  Transformatie van de werk- en denkwijze, van regelgericht naar risicogericht.  Invoering van een strategische personeelsplanning. Ook is gekeken naar wat er de afgelopen periode allemaal is gebeurd en welke invloed dat heeft op wie we zijn, waar we voor staan en wat we de komende periode willen en moeten bereiken vanuit onze maatschappelijke rol en positie.

Die terugblik was mede behulpzaam bij het vinden van antwoorden op de vraag in welke richting VRZL zich moet bewegen. De COVID19-pandemie, de hoogwaterramp in 2021 en de stroom aan vluchtelingen en asielzoekers als gevolg van oorlog, conflict en geweld leverden ons daarbij talrijke ervaringen en inzichten op. Ons meerjarenbeleidsplan gaat uit van realistisch beleid met beoogde resultaten die passen bij de huidige tijdsgeest en binnen een verantwoord financieel beleid. Ook hebben we gekeken naar trends en ontwikkelingen binnen ons werkveld. Het ontstane beeld is in dit meerjarenbeleidsplan vertaald naar concrete ambities voor onze afzonderlijke programma’s. In 2025 hebben wij ons o.a. gericht op de volgende zaken:  Opstellen strategisch huisvestingsplan  Ontwikkeling brandweerkazernes: nieuwbouw (Gulpen en Kerkrade) en verbouw (Heerlen), kazerne Sittard-Oost is opgeleverd.  Inbedding GHOR  Verkenning ins en outs van langdurige crisis in combinatie met oorlogsdreiging, mede op basis van oorlogsdreiging, klimaat- en energietransitie.  Participeren in een werkgroep Weerbaarheid om daarin samen met de deelnemende gemeenten de voorbereiding op scenario’s vorm te geven  Aanvullende maatregelen genomen in het kader van de operationele continuïteit VRZL voor het scenario grootschalige en langdurige stroomuitval.

 Stappen gezet in informatie-architectuur, applicatielandschap en - informatieveiligheid (introductie AFASsysteem, afstemming samenwerking met Solido)  Voldoen aan wettelijke eisen WOO  Processtappen gezet op het terrein strategische personeelsplanning (employer branding, dagopleiding manschappen brandweer)  Verdiepende oriëntatie op zorgrisicoprofiel  Haalbaarheidsonderzoek Risk Factory Zuid-Limburg.  Afstemming met gemeenten in het kader van implementatie Omgevingswet

2.8 HUISVESTING BESTUURLIJKE OPDRACHT Uit de in 2021 en 2022 gevoerde bestuurlijke dialoog ‘Verantwoorde brandweerzorg 2024-2030’ is een opdracht voortgekomen voor de uitwerking van toekomstige huisvestingsscenario’s. Uitgangspunten daarvoor zijn het regionale perspectief en de onderlinge regionale solidariteit. Nieuwe kazernes komen in eigendom van de veiligheidsregio en worden door de veiligheidsregio gefinancierd. Het Algemeen Bestuur heeft recent, mede gebaseerd op het doorlopen proces met de daarbij behaalde opbrengst, ingestemd met de constateringen en adviezen uit de eindrapportage “Toekomstbestendige huisvesting brandweerkazernes - VRZL” en besloten om over te gaan tot uitvoering, betreffende: 

Kies voor het gebruik van het ROZ-model ‘huurovereenkomst kantoorruimte en andere bedrijfsruimte’, met de daarbij behorende algemene voorwaarden.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2025

pagina 54/89

    

  

Bekrachtig de opgestelde demarcatielijsten en de daarin gemaakte keuzes voor enkelvoudige en ‘gedeeld gebruik’ kazernes en het in beheer nemen van enkele cruciale onderdelen door VRZL. Kies voor een berekening van kostprijs dekkende huur (variant 3), waarbij de huurprijs gebaseerd wordt op daadwerkelijk door de gemeente gemaakte kosten, inclusief een bijdrage voor beheer. Harmoniseer de huurafspraken en huurprijs voor alle kazernes gelijktijdig per 1 januari 2026. Bekrachtig de ambtelijk gekozen operationele uitgangspunten op het gebied van de beheerorganisatie, de technische staat gebouwen, het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP), het kwaliteitsniveau bij ver- en /of nieuwbouw en het moment van ver- en/of nieuwbouw. Bekrachtig de ambtelijk gekozen financiële uitgangspunten op het gebied van gelijkwaardige inbreng, de grondpositie, de omgang met de begroting en meerjarenplanning (steeds opgebouwd voor minimaal twee beleidsplanperiodes - 8 jaar), de afschrijvingstermijnen, de financieringswijze, de vrijval van kapitaallasten en de rekenrente. Implementeer alleen de wettelijk verplichte maatregelen op het gebied van duurzaamheid. Draag het eigendom van de huisvesting aan VRZL over bij nieuwbouw, bij ingrijpende verbouwingen of eerder op verzoek van een gemeente. Kies bij de financiering* voor lineaire ingroei in 10 jaar vanaf 2027 naar het meerjarig benodigde niveau.

* Daarbij wordt aangetekend dat de werkgroep zich maximaal heeft ingespannen om betrouwbare cijfers te genereren. De ontwikkelingen in de bouwwereld zijn echter dusdanig, dat niet uitgesloten wordt dat er de komende jaren nog druk ontstaat op kosten. Met behoud van de uitgangspunten zullen de dan geldende actuele cijfers worden opgenomen in de begrotingen.

De kapitaallasten en de kosten voor beheer, onderhoud en verduurzaming leiden op langere termijn tot een structurele verhoging van de exploitatiebegroting (€ 3,9 mln.). Daar staat tegenover dat de huurlasten door de harmonisatie en daarna door de geleidelijke overgang van kazernes naar de veiligheidsregio structureel dalen. In het AB van 4 juli 2025 heeft het AB een positief besluit genomen over de toekomstbestendige huisvesting brandweerkazernes. Ook heeft het AB het besluit genomen om voor de jaren 2025 en 2026 een bestemmingsreserve te vormen zodat deelnemende gemeenten VRZL een eerste bijdrage gaan doen vanaf 2027 in overeenstemming met het ingroeimodel. Om uitvoering te geven aan het bestuurlijk besluit van 4 juli zijn zeven projectplannen opgesteld. Team Facilities heeft zich daarbij geconcentreerd op de hoogste prioriteit: het opstellen van de nieuwe huurcontracten die per 1 januari 2026 moeten ingaan. Voor het opstellen van deze contracten waren nieuwe tekeningen en meetstaten vereist. Deze twee projectplannen zijn daarom met hoge prioriteit uitgevoerd. De overige projectplannen worden aankomend jaar verder opgepakt; denk hierbij aan de wettelijke verduurzaming en verdere uitvoer geven aan het meerjarenonderhoudsplan.

2.9 WET GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN De nieuwe Gemeenschappelijke Regeling VRZL (2024) is door alle deelnemende gemeenten en hun colleges vastgesteld per 1 juli 2024 en gepubliceerd op de officiële kanalen. Voor Veiligheidsregio Zuid-Limburg is nu expliciet gemaakt dat gemeenteraden via een zienswijzetraject worden geraadpleegd in het geval van Meerjarige strategische plannen, zoals dit in feite al is toegepast met de vaststelling van het Meerjarenbeleidsplan 2024 t/m 2027. Daarnaast houdt de wijziging van de gemeenschappelijke regeling VRZL in dat, net als bij andere gemeenschappelijke regelingen, de jaarrekening VRZL niet langer voor zienswijze, maar informatief wordt aangeboden aan de gemeenteraden.

2.10 OPERATIONELE CONTINUÏTEIT De internationale veiligheidssituatie is de afgelopen jaren sterk verslechterd en dit raakt ook Nederland. We zijn doelwit van hybride aanvallen, zoals cyberoperaties, spionage en sabotage. Door de oorlog in Oekraïne is het voor het eerst in lange tijd reëel dat Nederland via de collectieve verdedigingsclausule in het NAVOverdrag ('artikel 5') direct betrokken raakt bij een grootschalig gewapend conflict. De impact van deze scenario’s op Limburg en onze (crisis)organisatie is geanalyseerd en bestaat in hoofdlijnen uit een grote verstoring van ons dagelijks leven, op diverse vlakken in onze maatschappij, o.a. door een verstoring van onze vitale infrastructuur. Deze verstoring wordt gekenmerkt door grootschaligheid, gelijktijdigheid en langdurigheid, in een context van schaarste, maatschappelijke onrust en oplopend geweld. Maar ook door de effecten van klimaatverandering en de energietransitie ontstaan nieuwe risico’s voor onze vitale infrastructuur en de leveringszekerheid van ons energiesysteem.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2025

pagina 55/89

Als VRZL hebben wij voor onze eigen processen en dienstverlening een eigen verantwoordelijkheid om rekening te houden met verstoring of tekorten. In afstemming tussen directie en management is recent de scope bepaald van het project operationele continuïteit brandweerzorg en crisisbeheersing. Hiermee willen we de operationele continuïteit van onze organisatie borgen ten tijde van een grootschalige en langdurige stroomuitval. Het project zal in 2025-2026 uitgevoerd worden. Het project heeft als uiteindelijk doel om in 2026 een operationeel Business Continuity Management System (BCMS) op te leveren, gericht op het risico langdurige en grootschalige stroomuitval. Hiermee dient de continuïteit van alle kritieke brandweerprocessen (melding en alarmering, leiding & coördinatie en de taakvelden brandbestrijding, hulpverlening, incidentbestrijding gevaarlijke stoffen en optreden bij waterongevallen) en crisisbeheersingsprocessen (melding en alarmering, leiding & coördinatie (COPI, ROT, (R)BT), informatiemanagement en crisiscommunicatie) tijdens langdurige en grootschalige stroomuitval te worden gewaarborgd.

Het project voorziet daarmee in het treffen van concrete voorzieningen, maatregelen en middelen op elk van de 26 brandweerkazernes én het meld- en coördinatiecentrum (MCC) in Maastricht, zodat zij zelfstandig en betrouwbaar kunnen functioneren gedurende een langdurige en grootschalige stroomuitval. Hiermee versterken wij onze eigen weerbaarheid en zijn we voorbereid op (langdurige) verstoringen, waardoor we tijdens en na een omvangrijke storing of calamiteit/ramp snel kunnen herstellen en onze dienstverlening kunnen voortzetten. Er wordt gewerkt met een “snelspoor” en een “borgspoor”. Uitgangspunt daarbij is om als VRZL zelfvoorzienend te zijn. Specifiek voor het “snelspoor”, te realiseren in 2025, zijn de volgende resultaten behaald:  Alle brandweerkazernes zijn voor voorzien van stationaire noodstroomaggregaten die minimaal 72 uur zelfvoorzienend zijn, zonder bij te tanken.  Er is een brandstofconcept ontwikkeld voor het kunnen aftanken van onze operationele voertuigen. In 2026 zullen 4 brandweerkazernes in onze regio worden voorzien van 2500 liter bovengrondse dieseltanks. Er is een eerste noodvoorraad aangelegd.  Met betrekking tot noodcommunicatie zijn onze mogelijkheden en kwetsbaarheden in kaart gebracht. VRZL zal de eigen glasvezelverbindingen tussen het MCC en alle brandweerkazernes ten volle gaan benutten voor data en spraak.

Voor de operationele communicatie zal op korte termijn ingezet gaan worden op satellietverbindingen. Daarnaast loopt er een onderzoek naar het mogelijk inrichten van een eigen “tetra-netwerk”.  Via een bewustwordingscampagne hebben we al ons personeel laten zien wat de gevolgen kunnen zijn bij een dergelijk scenario. Ook hebben wij de medewerkers opgeroepen zich zowel privé als op het werk hierop voor te bereiden.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2025

pagina 56/89

3

DEEL C – JAARREKENING

Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2025

pagina 57/89

3.1 BALANS (VOOR RESULTAATBESTEMMING) Activa

31 december 2025

31 december 2024

VASTE ACTIVA Materiële vaste activa met economisch nut Gronden en terreinen

2.156.841

2.156.841

Bedrijfsgebouwen

14.150.061

12.103.681

Inventaris en inrichting

1.226.209

1.231.845

Installaties

2.882.901

773.811

271.966

360.066

Voer- en vaartuigen en haakarmbakken

14.968.481

16.257.255

Brandweermaterialen

2.200.102

1.659.293

Kleding

3.337.679

839.780

Activa in uitvoering

4.392.114

3.187.158

45.586.354

38.569.730

45.586.354

38.569.730

ICT en automatis eringsapparatuur

Totaal vaste activa VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen met een rentetypische looptijd <1 jaar Vorderingen op openbare lichamen

3.207.390

597.338

Uitzetting in ’s Rijks schatkist

11.878.739

21.776.816

Overige vorderingen

8.208.810

5.098.495

23.294.939

27.472.649

Liquide middelen

177.960

174.680

Overlopende activa

5.575.427

10.741.778

Totaal vlottende activa

29.048.326

38.389.107

Totaal activa

74.634.680

76.958.838

Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2025

pagina 58/89

Passiva

31 december 2025 31 december 2024

VASTE PASSIVA Reserves Algemene reserve

2.549.823

2.233.598

Bestemmingsreserves

10.997.558

7.774.222

Nog te bestemmen resultaat

2.497.632

632.225

16.045.013

10.640.045

14.934.776

13.144.481

18.967.862

21.115.198

18.967.862

21.115.198

Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar

9.915.436

8.448.330

Overlopende passiva

14.771.593

23.610.784

Totaal passiva

74.634.680

76.958.838

Voorzieningen Vaste schulden Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen

VLOTTENDE PASSIVA

Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2025

pagina 59/89

3.2 OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN Hieronder is het recapitulerend financieel overzicht weergegeven. De bedragen in onderstaande tabel zijn x € 1.000. Veiligheidsregio Zuid-Limburg (totaal)

Rekening 2024 Begroting 2025 Begroting 2025 voor wijziging na wijziging

Rekening 2025

Baten Bijdrage gemeenten Bijdrage gemeenten (FLO) Bijdrage Rijk (BDUR) Bijdrage Rijk (BDUR) extra Overige inkomsten Baten

52.733 2.127 7.234 1.687 50.580 114.361

54.233 2.209 7.000 2.139 3.050 68.631

55.193 2.242 7.750 2.271 39.710 107.166

55.193 2.242 7.754 2.273 75.388 142.850

Lasten Personeel Opleiding, vorming en training Kantoor Automatisering Huisvesting Voertuigen Materialen Kapitaallasten Lasten

33.581 1.286 1.572 558 46.744 648 1.071 4.144 89.604

36.499 1.550 1.050 850 4.455 1.180 815 5.746 52.145

35.980 1.227 1.670 658 36.181 1.044 1.009 4.483 82.252

36.062 1.182 1.442 679 72.133 669 997 4.481 117.645

Overhead Onvoorzien Totaal

13.548 13.548

13.950 10 13.960

14.535 14.535

15.312 15.312

Mutatie voorzieningen

7.166

2.990

3.623

4.171

Dotatie reserves Onttrekking reserves Mutatie reserves

6.866 3.455 3.411

4.505 4.969 -464

8.627 4.895 3.732

8.627 5.403 3.224

632

-

3.024

2.498

Resultaat

Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2025

pagina 60/89

3.3 GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Hierna wordt per categorie aangegeven welke grondslagen zijn gehanteerd. In de jaarrekening is de Geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) als integraal onderdeel van VRZL verantwoord. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde, tenzij in deze grondslagen tenzij anders vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeid gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten verantwoord in het jaar dat uitbetaling plaatsvindt.

Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt dan ook geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. Daarbij moet worden gedacht aan overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken. Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het dagelijks bestuur zich verschillende oordelen en schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende jaarrekeningposten. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2025

pagina 61/89

3.4 TOELICHTING OP DE BALANS Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut Materiële vaste activa zijn fysiek aanwezige activa. Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Alle investeringen met een economisch nut > € 20.000 en een levensduur van > 2 jaar worden conform de financiële verordening geactiveerd. Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs verminderd met de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegen duurzame waardeverminderingen. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd. VRZL beoordeelt op iedere balansdatum of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een duurzame waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld.

Van een duurzame waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde. Een verlies als gevolg van een duurzame waardevermindering wordt direct als een last verwerkt in het overzicht van baten en lasten onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het actief. Voor materiële vaste activa met een maatschappelijke functie waarvoor een bestuurlijke intentie tot duurzaam exploiteren bestaat, wordt hierbij aangesloten bij de geldende BBV-richtlijnen. In dat geval is een duurzame waardevermindering niet aan de orde. Afschrijvingen De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de financiële verordening zoals vastgesteld door het algemeen bestuur in haar vergadering van 5 december 2025. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode en starten op 1 januari van het jaar ná ingebruikname van het actief. De afschrijvingstermijnen worden bepaald op basis van de verwachte gebruiksduur rekening houdend met een restwaarde die nihil is. De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Op gronden wordt niet afgeschreven. Eventuele boekwinsten bij inruil of afstoting van een kapitaalgoed zijn als incidentele baten verwerkt in de jaarrekening. De volgende afschrijvingstermijnen, zoals vastgelegd in de financiële verordening, zijn van toepassing: Activa

Afschrijvingstermijnen in jaren

Gronden en terreinen Gebouwen en renovaties Installaties Inventaris en inrichting ICT en automatiseringsapparatuur Voer-, vaartuigen en haakarmbakken Brandweermaterieel Kleding

Niet over afschrijven 10 - 40 5 - 20 5 - 10 3-8 3 - 20 3 - 20 5 - 10

Vlottende activa De vlottende activa worden onderverdeeld in:   

Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa

Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar

Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2025

pagina 62/89

De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Tenzij anders vermeld, staan de liquide middelen ter vrije beschikking aan de Veiligheidsregio. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Op de overlopende activa wordt geen voorziening in mindering gebracht Vaste passiva Reserves In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van de reserves is een zaak van het Algemeen Bestuur. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra het Algemeen Bestuur aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd. Mutaties in reserves zijn enkel mogelijk op basis van een besluit van het Algemeen Bestuur voor het einde van het betreffende begrotingsjaar.

De reserves worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorzieningen Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen van VRZL en vertegenwoordigen verplichtingen waarvan de omvang of het tijdstip van afwikkeling onzeker is. Om die reden kunnen voorzieningen naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Voorzieningen worden gewaardeerd op de nominale waarde van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbaar verlies. Voorzieningen worden gevormd indien sprake is van:  Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten  Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten  Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatig verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren  De onderhoudsvoorzieningen hebben betrekking op diverse beheerprogramma’s en dienen voornamelijk tot gelijkmatige verdeling van lasten over een reeks van jaren, afhankelijk van de onderhoudscyclus. De vorming van een voorziening, dan wel de dotatie aan een reeds bestaande voorziening, wordt als last in het betreffende boekjaar verantwoord.

Onttrekkingen aan de voorziening worden rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en niet via het overzicht van baten en lasten verwerkt. Aan de voorziening ter egalisatie van (onderhouds) lasten van kapitaalgoederen over meerdere begrotingsjaren ligt een actueel (beheer)plan ten grondslag. Indien sprake is van achterstallig onderhoud, worden de daarmee samenhangende lasten ten laste van de exploitatie verantwoord en niet ten laste van de gevormde voorziening gebracht. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Voor het bepalen van het “jaarlijks vergelijkbaar volume” is een tijdsperiode van vier jaar gehanteerd. Voor personele voorzieningen, zoals verlofsparen en bovenmatige verlofsaldi, wordt de verplichting per balansdatum bepaald op basis van de opgebouwde rechten per medewerker. De waardering vindt plaats tegen de verwachte toekomstige uitgaven, inclusief werkgeverslasten. Daarbij wordt rekening gehouden met verwachte loonontwikkelingen (indexatie), voor zover deze op balansdatum voorzienbaar zijn. Door het jaarlijks herijken van de benodigde omvang van de voorziening overmatige verlofsaldi geeft Veiligheidsregio Zuid-Limburg uitvoering aan de hierover gemaakte bestuurlijke afspraken.

Dit heeft ertoe geleid dat in 2025 een wijziging is doorgevoerd in de berekeningswijze van deze voorziening. Waar in 2024 de omvang van de voorziening was gebaseerd op het cumulatief opgebouwde bovenwettelijke verlofsaldo uit

Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2025

pagina 63/89

voorgaande jaren, wordt in 2025 uitgegaan van 80% van het totale bovenwettelijke verlofsaldo bij het bepalen van het aantal verlofuren dat in de voorziening wordt opgenomen. Vaste schulden De vaste schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde (hoofdsom) verminderd met het totaal van de gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden onderverdeeld in:  

Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar Overlopende passiva

Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar De netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende passiva De overlopende passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Resultaatbepaling Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de ontvangen gemeentelijke en rijksbijdragen, alsmede de overige baten, en de aan het verslagjaar toe te rekenen lasten. Daarbij wordt het stelsel van baten en lasten toegepast. Vennootschapsbelasting VRZL heeft geen activiteiten die vallen onder de vennootschapsbelasting en is derhalve niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. 3.4.1 Vaste activa 3.4.1.1 Materiële vaste activa met economisch nut Per einde boekjaar 2025 bedraagt de boekwaarde van de materiële vaste activa € 45,6 miljoen (ultimo 2024: € 38,6 miljoen). Voor de opbouw naar activasoort wordt verwezen naar onderstaand overzicht van geactiveerde kapitaaluitgaven. Onder de post ‘activa in uitvoering’ zijn investeringen opgenomen die per balansdatum nog niet gereed zijn voor ingebruikname. Het betreft voornamelijk de vervanging van tankautospuiten en de aanschaf van een redvoertuig, waarvan de oplevering in 2026 wordt verwacht. Overzicht van geactiveerde kapitaaluitgaven Omschrijving

Boekwaarde

Vermeerderingen

Verminderingen

Gereedmelding

31 december

2025

2025

activa in uitvoering 2025

Afschrijvingen

Boekwaarde 31 december

2024

2025

Materiële activa met economisch nut a. Gronden en terreinen

2.156.841

-

-

b. Bedrijfsgebouwen

12.103.681

359.626

-

c. Inventaris en inrichting

2.332.045

-

2.156.841

645.291

14.150.061

1.231.845

198.711

-

-

204.347

1.226.209

d. Installaties

773.811

1.601.774

-

739.534

232.218

2.882.901

e. ICT en automatiseringsapparatuur

360.066

51.989

-

-

140.089

271.966

d. Voer- en vaartuigen en haakarmbakken

16.257.255

903.417

34.665

-

2.157.526

14.968.481

e. Brandweermaterialen

1.659.293

851.075

-

108.064

418.330

2.200.102

839.780

2.775.818

-

-

277.919

3.337.679

Totaal materiële activa met economisch nut

35.382.572

6.742.410

34.665

3.179.643

4.075.720

41.194.240

Activa in uitvoering

3.187.158

4.384.599

-

-3.179.643

-

4.392.114

Totaal activa in uitvoering

3.187.158

4.384.599

-

-3.179.643

-

4.392.114

Totaal materiële vaste activa

38.569.730

11.127.009

34.665

f. Kleding

-

4.075.720

45.586.354

Overzicht kapitaallasten

Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2025

pagina 64/89

Omschrijving

Afschrijvingen

Rente

2025

2025

Totaal

Kapitaallasten 2025

Materiële vaste activa met economisch nut a. Gronden en terreinen

-

22.700

22.700

22.700

b. Bedrijfsgebouwen

645.291

140.026

785.318

785.318

c. Inventaris en inrichting

204.347

14.084

218.431

218.431

d. Installaties

232.218

9.162

241.380

241.380

e. ICT en automatisering

140.089

4.117

144.206

144.206

2.157.526

186.514

2.344.040

2.344.040

418.330

18.969

437.299

437.299

277.919 4.075.720

9.601 405.173

287.520 4.480.893

287.520 4.480.893

d. Voer- en vaartuigen en haakarmbakken e. Brandweermaterialen f. Kleding Totaal materiële vaste activa

Toelichting mutaties materiële vaste activa met economisch nut 2025 Alle investeringen die in 2025 zijn gedaan, passen binnen het door het algemeen bestuur goedgekeurde meerjarig investeringsplan. Gronden en terreinen Het saldo per 31-12-2025 bedraagt € 2.156.841. Er hebben zich geen wijzigingen voorgedaan ten opzichte van het voorgaande jaar. Bedrijfsgebouwen Saldo per 31-12-2025 bedraagt € 14.150.061. In 2025 heeft de afronding van de bouw van de kazerne SittardOost plaatsgevonden voor een totaalbedrag van € 2.532.739. Installaties Saldo per 31.12.2025 is € 2.882.901. De toename heeft onder andere plaatsgevonden door installaties die verband houden met de afronding van de bouw van de kazerne Sittard-Oost, ter waarde van € 665.739, en installaties in het kader van de noodstroomvoorziening, in totaal € 1.391.780. Inventaris en inrichting Saldo per 31.12.2025 is € 1.226.209. In 2025 is er voor € 198.711 nieuwe inventaris aangeschaft. Het betreft voornamelijk vervanging van bestaande inventaris ad. 164.440. ICT- en automatiseringsapparatuur Saldo per 31.12.2025 is € 271.966. De investeringen in 2025 bedroegen € 51.989 en hebben o.a. betrekking op:  

I-Phones Laptops

€ €

25.246 26.743

Voer-, vaartuigen en haakarmbakken Saldo per 31.12.2025 is € 14.968.481. De investeringen in 2025 bedroegen € 868.850 en betreffen o.a.:    

Redgereedschap Voertuigen Bakwagens Meetapparatuur

€ € € €

98.433 513.732 104.435 186.915

Brandweermaterialen Saldo per 31.12.2025 is € 2.200.102. De investeringen in 2025 bedragen totaal € 959.139 en hebben betrekking op onder meer:     

P2000 apparatuur Kazerne alarmering Helmen, luchtmaskers en duikpakken Werkplaatsinrichting C2000

€ € € € €

431.383 83.761 325.355 98.570 20.070

Kleding

Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2025

pagina 65/89

Saldo per 31.12.2025 is € 3.337.679. In 2025 is voor € 1.544.542 aan bluskleding aangeschaft, € 1.181.406 operationeel uniform en € 49.703 aan representatieve kleding. 3.4.2 Vlottende activa 3.4.2.1 Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Het saldo per 31 december 2025 bedraagt € 23.294.936. De vorderingen op openbare lichamen per ultimo 2025 bedragen € 3.207.390. Deze bestaan uit vorderingen op andere veiligheidsregio’s in verband met diverse projecten (€ 257.992), een vordering op gemeenten van € 2.821.952 en een vordering op de politie van € 127.446. De vordering op gemeenten van € 2.821.952 heeft o.a. betrekking op declaraties inzake de opvang ontheemden Oekraïne, welke per balansdatum nog niet zijn ontvangen. De overige vorderingen bedragen € 8.193.445 en bestaan uit een vordering op het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) van € 8.414.377 en overige reguliere debiteuren. Conform artikel 39 van het BBV wordt de rekening-courantverhouding met het Rijk, het Schatkistbankieren, van € 11.878.739 gepresenteerd onder "uitzettingen in 's-Rijksschatkist met een rentetypische looptijd < 1 jaar". De overige vorderingen betreffen vorderingen op derden. De afwikkeling van deze vorderingen verloopt normaal. Specificatie uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar

Omschrijving Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist Overige vorderingen Totaal

31 december 2025 3.207.390 11.878.739 8.208.807 23.294.936

31 december 2024 597.338 21.776.816 5.098.621 27.472.775

Overzicht Schatkistbankieren De Wet Schatkistbankieren schrijft voor dat de decentrale overheden, waaronder ook de Veiligheidsregio, al hun overtollige liquide middelen en beleggingen aanhouden bij het Ministerie van Financiën. In 2025 is een drempelbedrag gehanteerd van € 1.382.000. Er zijn geen overschrijdingen geweest in 2025.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2025

pagina 66/89

Bedragen in onderstaande tabel zijn x € 1.000.

Berekening benutting drempelbedrag Schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1)

Drempelbedrag

(2)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag (3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag (1) Berekening drempelbedrag (4a) (4b)

(4c)

1.382 Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

186

204

216

175

1.196 -

1.178 -

1.166 -

1.207 -

Verslagjaar Begrotingstotaal verslagjaar 69.095 Het deel van het begrotingstotaal dat 69.095 kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat Drempelbedrag

-

(1) = (4b)*0,02 1.382 + (4c)*0,002 met een minimum van € 1 mln. (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 (5a) Som van de per dag buiten 's Rijks 16.926 18.564 19.872 16.100 schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) (5b) Dagen in het kwartaal 91 91 92 92 (2) - (5a) / (5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's 184 202 214 173 Rijks schatkist aangehouden middelen 3.4.2.2 Liquide middelen Saldo per 31.12.2025 is € 177.960. De liquide middelen laten per ultimo 2025 een positieve stand zien van € 0,18 miljoen (2024: € 0,17 miljoen) en bestaan uit € 2.820 aan contante middelen en uit € 175.140 aan tegoeden bij bankinstellingen. Specificatie liquide middelen

Omschrijving Kas Bank Totaal

31 december 2025 2.820 175.140 177.960

31 december 2024 23.226 151.454 174.680

Rondom de liquide middelen zijn de regels van Schatkistbankieren van toepassing. In paragraaf 3.4.2.1 is het desbetreffende overzicht ingevoegd. 3.4.2.3 Overlopende activa Specificatie overlopende activa

Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2025

pagina 67/89

Omschrijving Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal

31 december 2025 5.575.427

31 december 2024 10.741.778

5.575.427

10.741.778

De overlopende activa bedragen per 31 december 2025 € 5.575.427 (2024: € 10.741.778) en bestaan voornamelijk uit vooruitbetaalde bedragen en nog te ontvangen bedragen. De afname ten opzichte van 2024 wordt met name veroorzaakt doordat in 2024 nog te declareren bedragen inzake COA-opvanglocaties waren opgenomen, die in 2025 volledig zijn gedeclareerd. Daarnaast zijn in 2024 vooruitbetaalde huurlasten met betrekking tot het COA opgenomen die in 2025 grotendeels zijn afgewikkeld. 3.4.3 Vaste passiva 3.4.3.1 Reserves Omschrijving

Stand 31 december 2024

Resultaatbestemming

Vermeerderingen 2025

Verminderingen 2025

Stand 31 december 2025

2.130.635

230.658

188.530

-

102.963

85.567

-

188.530

2.233.598

316.225

188.530

188.530

2.549.823

Ingroeireserve kapitaallasten

6.480.374

-

5.835.774

4.480.906

7.835.242

Bestemmingsreserve dagklas beroepsmedewerkers

1.200.000

-

-

239.301

960.699

Algemene reserve Algemene reserve Algemene reserve GHOR Totaal

2.549.823 -

Bestemmingsreserves

Bestemmingsreserve PTSS

-

-

650.000

-

650.000

Bestemmingsreserve operationele continuïteit

-

-

1.000.000

119.210

880.790

Bestemmingsreserve toekoms tbestendige huisves ting

-

-

952.000

375.021

576.979

93.848

-

-

-

Totaal

7.774.222

-

8.437.774

5.214.438

10.997.558

Totaal

10.007.820

316.225

8.626.304

5.402.968

13.547.381

Bestemmingsreserve GHOR

93.848

Rekeningsaldo Nog te bestemmen res ultaat

632.225

-632.225

2.497.632

-

2.497.632

Totaal

632.225

-632.225

2.497.632

-

2.497.632

-

316.000

Verrekening 2024 met gemeenten Totaal reserves

10.640.045

-

11.123.936

316.000 5.718.968

16.045.013

Algemene reserve Het saldo per 31-12-2025 bedraagt € 2.549.823. De algemene reserve is een reserve waaraan geen specifieke bestemming is gegeven. De hierin vastgelegde middelen dienen als weerstandscapaciteit. In het kader van de resultaatbestemming 2024 heeft het algemeen bestuur besloten om € 316.225 toe te voegen aan de algemene reserve en € 316.000 terug te geven aan de deelnemende gemeenten. Ingroeireserve kapitaallasten Saldo per 31.12.2025 is € 7.835.242. Het algemeen bestuur heeft in oktober 2022 de notitie reserves en voorzieningen vastgesteld. Hierin is de eerder vastgestelde systematiek van de ingroeireserve door het bestuur herbevestigd. De ingroeireserve kapitaallasten is bepaald voor de kapitaallasten inventaris (nieuw), voertuigen, beroepskleding en machines, apparaten en installaties (dus exclusief kapitaallasten inventaris (oud), grond/terreinen en gebouwen). Het algemeen bestuur heeft in december 2024 besloten om met ingang van boekjaar 2025 de ingroeireserve kapitaallasten toe te passen op alle investeringscomponenten om zodoende schommelingen in de kapitaallasten van alle investeringscomponenten te mitigeren. Het algemeen bestuur heeft daartoe in 2024 besloten om het jaarlijks genormeerd bedrag aan kapitaallasten te verhogen met een bedrag van € 1.250.000.

Het genormeerd bedrag aan kapitaallasten wordt jaarlijks geïndexeerd met de prijsindex om schommelingen in de kapitaallasten te voorkomen. Jaarlijks worden de werkelijke kapitaallasten onttrokken aan de ingroeireserve kapitaallasten. Het genormeerd bedrag aan kapitaallasten wordt jaarlijks gedoteerd aan de ingroeireserve kapitaallasten. De dotatie aan de

Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2025

pagina 68/89

ingroeireserve kapitaallasten bedraagt voor 2025 € 5.835.774. De onttrekking aan de ingroeireserve kapitaallasten bedraagt € 4.480.906. Reserve dagklas beroepsmedewerkers Saldo per 31.12.2025 is € 960.699. De Veiligheidsregio Zuid Limburg staat de komende jaren voor een aanzienlijke personeelsuitstroom binnen de repressieve dienst welke veroorzaakt wordt door het functioneel leeftijdsontslag (FLO) en het 20-jarig beleid. De FLO-groep stroomt geleidelijk uit via deels de 50/90 regeling, waarbij zij het laatste jaar 50% werken tegen 90% salaris. Door deze uitstroom zal, als we niets doen, de repressieve dekking onder druk komen te staan. Derhalve vraagt dit om een tijdige vervanging om roosterproblemen en onderbezetting te voorkomen. De uitstroom zal plaatsvinden in de jaren 2026 en 2027. Om deze uitstroom op te vangen is in 2025 gestart met een interne dagopleiding (dagklas) voor de opleiding van nieuwe manschappen, zodat zij tijdig kunnen instromen bij de beroepsposten. Aan deze interne dagopleiding zijn aanzienlijke opleidingskosten en tijdelijk dubbele loonkosten verbonden, die niet worden gedekt uit de reguliere gemeentebijdrage. De totale kosten van de dagklas in 2025 bedroegen € 239.301 en zijn gedekt uit deze reserve. Bestemmingsreserves PTSS Saldo per 31.12.2025 is € 650.000.

De veiligheidsregio’s willen de zorg voor medewerkers met een beroeps gerelateerde PTSS collectief regelen. Daarom is afgelopen jaar gewerkt aan een pakket van maatregelen. Achtereenvolgens is de boven sectorale ‘Richtlijn Psychosociale Ondersteuning Geüniformeerden’ herzien in de ‘Richtlijn Hoog Risicoberoepen’, sectoraal een tool box Psychosociale Ondersteuning ontwikkeld en beschikbaar gesteld en de regeling PTSS overeengekomen. Het VB heeft op 18 maart 2024 opdracht gegeven voor het ontwikkelen van de regeling PTSS. De regeling PTSS is onder leiding van de vakraad Bedrijfsvoering opgesteld door een werkgroep met juridisch deskundigen. Gezien de impact is via verschillende gremia in het afgelopen jaar uitgebreid overleg gevoerd over de aard en de hoogte van de aanspraken van medewerkers en vrijwilligers die te maken krijgen met PTSS. De ervaringen van de 25 veiligheidsregio’s en de sector Politie zijn daarbij meegenomen. Een zorgvuldig doorlopen proces leidde tot een principebesluit in het VB op 13 december 2024. Daarna is de regeling PTSS in het LOAV van 14 juli 2025 overeengekomen met bindende afspraken over erkenning en aanspraken PTSS als beroepsziekte. Dit heeft geleid tot de invoering van de ‘Regeling erkenning en aanspraken Posttraumatische Stressstoornis (regeling PTSS) als beroepsziekte’ en de daarmee gepaard gaande wijzigingen in de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s.

Bestemmingsreserve operationele continuïteit Saldo per 31.12.2025 is € 880.790. Binnen de Veiligheidsregio Zuid Limburg ontbreekt momenteel een integraal plan dat waarborgt dat alle 26 brandweerkazernes en het meld- en coördinatiecentrum (MCC) in Maastricht, tijdens een langdurige en grootschalige stroomuitval (black-out) in onze provincie en in delen van de grensregio’s, volledig operationeel blijven op het huidige kwaliteits- en dienstverleningsniveau voor de kritieke brandweer- en crisisbeheersingsprocessen. De continuïteit van onze kritieke brandweerprocessen en crisisbeheersingsprocessen is momenteel niet gegarandeerd bij langdurige en grootschalige stroomuitval. Als VRZL hebben we een project operationele continuïteit geïnitieerd waarmee we de operationele continuïteit van onze organisatie borgen ten tijde van een grootschalige en langdurige stroomuitval. Het project zal in 2025/2026 worden uitgevoerd. Het project heeft als uiteindelijk doel om in 2026 een operationeel Business Continuity Management System (BCMS) op te leveren, gericht op het risico langdurige en grootschalige stroomuitval. Er zal gewerkt gaan worden met een “snelspoor” en een “borgspoor”.

Specifiek voor het “snelspoor” worden de volgende onderwerpen naar voren gehaald: noodstroomen noodcommunicatievoorzieningen, brandstofvoorraad en personeelsmanagement/motivatie (welzijn personeel en handelingsperspectief). Bestemmingsreserve toekomstbestendige huisvesting brandweerkazernes Saldo per 31.12.2025 is € 576.979. Daarnaast heeft het Algemeen Bestuur besloten in te stemmen met het voornemen dat, conform de toezegging in de eerder verspreide ‘’Handreiking bij bespreking toekomstbestendige huisvesting brandweerkazernes Veiligheidsregio Zuid-Limburg’’, een nader uitgewerkt voorstel wordt opgesteld ter demping van de financiële effecten van het huisvestingsdossier. Om demping van de financiële effecten van het huisvestingdossier te realiseren wil VRZL een bestemmingsreserve vormen in 2025 waarbij in ieder geval de transitiekosten voor de jaren 2025 en 2026 worden opgenomen, waardoor de deelnemende gemeenten VRZL gedurende deze jaren geen extra kosten inzake het huisvestingsdossier hebben. De transitiekosten voor de jaren 2025 en 2026 waarvoor we een

Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2025

pagina 69/89

bestemmingsreserve willen vormen bedraagt € 952.000. Voor het vormen van deze bestemmingsreserve wordt geen extra bijdrage gevraagd van de deelnemende gemeenten. Bestemmingsreserve GHOR In 2025 hebben zich binnen deze reserve geen mutaties voorgedaan. Het saldo bedraagt per ultimo 2025 € 93.848 (ultimo 2024: € 93.848). Deze reserve bestaat uit middelen voor netcentrisch werken en huisvesting binnen de GHOR. Nog te bestemmen resultaat Saldo per 31.12.2025 is € 2.497.632 positief. De resultaatbestemming van het rekeningsaldo 2024 is verwerkt conform besluit van het algemeen bestuur bij de vaststelling van de jaarrekening 2024.

Voorzieningen Overzicht van de voorzieningen Omschrijving

Stand 31 december 2024

Dotatie 2025

Onttrekking 2025

Stand 31 december 2025

Voorziening Verlofsparen

1.275.637

588.184

-

1.863.821

Voorziening overmatige verlofsaldi

2.166.132

531.843

-

2.697.975

Voorziening RVU

86.192

227.300

11.820

301.672

Voorziening FLO

3.313.061

2.242.175

1.852.039

3.703.197

Voorziening onderhoud panden

6.262.096

581.000

526.629

6.316.467

Voorzieningen

Voorziening WW-verplichtingen Totaal voorzieningen

41.363

10.281

13.144.481

4.180.783

2.390.488

51.644 14.934.776

Voorziening verlofsparen Saldo per 31.12.2025 is € 1.863.821. Medewerkers kunnen vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke vakantieuren sparen. Met dit verlofsparen kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke vakantie-uren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning en het vitaliteitsbeeld. Aangezien er bij verlofsparen sprake is van arbeidskosten gerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook een onvoorspelbare afbouw kennen, moet hier een voorziening voor gevormd worden. Deze vakantie-uren verjaren niet. De bronnen van verlofsparen zijn:  het verlof uit de overwerkvergoeding  de bovenwettelijke vakantie-uren gekocht uit het IKB  de bovenwettelijke vakantie-uren  de bovenwettelijke vakantie-uren bij onregelmatig werken en beschikbaarheidsdienst  het verlof uit de voormalige verlofspaarmogelijkheid. Het totaal saldo uren verlofsparen bedraagt per 31 december 2025 35.137 uren. Deze uren zijn financieel gemaakt met het gemiddeld uurloon inclusief werkgeverslasten. De werknemer met een voltijdsdienstverband mag op 31 december van een kalenderjaar maximaal 3.600 uren verlof hebben. Hieronder vallen de verlofspaaruren, de wettelijke vakantie-uren, de bovenwettelijke vakantieuren en andere (compensatie)verlofuren. Voorziening FLO Saldo per 31.12.2025 is € 3.703.197.

Functioneel leeftijdsontslag geeft medewerkers die voor 2006 in dienst waren het recht op een vorm van vroegpensioen, het functioneel leeftijdsontslag (FLO). In 2020 is geconstateerd dat er geen sprake is van gelijkblijvende toekomstige lasten in de meerjarenbegroting. Derhalve is met ingang van 2020 een voorziening gevormd. De voorziening bestaat uit een inschatting van de toekomstige verplichtingen naar rato toegerekend van het aantal gewerkte jaren per balansdatum. Daarop is in mindering gebracht de geschatte bijdrage van de deelnemende gemeentes gebaseerd op het uitgangspunt van budgetneutraliteit. Dat betekent dat de hoogte van de voorziening op dit moment gelijk is aan de reeds

Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2025

pagina 70/89

beschikbaar gestelde middelen via het besluit van de bestemmingsreserves. De voorziening FLO is gevormd ten laste van het resultaat over 2020 (stand 1 januari 2020 € 4,1 miljoen). De last wordt onttrokken aan de voorziening FLO. Deze voorziening is gevormd ter egalisatie van de jaarlijkse lasten die samenhangen met het functioneel leeftijdsontslag. De FLO-overgangsregeling is sinds 2019 aangepast naar een gegarandeerd netto loon van 75%. Dit loon bestaat uit de uitkering levensloop aangevuld met bijdrage van de werkgever tot aan de pensioendatum. Door een recente wetswijziging stopt de levensloopregeling landelijk in 2022. In 2022 start de regeling “netto FLOspaartegoed”. In mei 2024 en januari 2025 heeft er een herijking plaatsgevonden van de FLO-kosten door een extern bureau, voor de periode 2025-2048. De totale FLO-lasten voor de periode 2025 tot en met 2048 worden per 31 december 2025 ingeschat op 29,3 miljoen. Naar periode zijn deze FLO-lasten als volgt toe te wijzen: < 1 jaar 2,1 miljoen, 1-5 jaar 9,0 miljoen en > 5 jaar 18,2 miljoen. In 2025 is een reguliere toevoeging van € 2,24 miljoen (2024: € 2,13 miljoen) en een onttrekking voor de werkelijke FLO-lasten 2025 van € 1,9 miljoen verantwoord. De reguliere toevoeging, die gefinancierd wordt uit de bijdrage gemeente FLO, wordt jaarlijks geïndexeerd met de loonindex.

Doordat de toekomstige gemeentelijke bijdragen meegerekend kunnen worden, kan de voorziening lager uitkomen. Om die reden is het deel van de gemeentelijke bijdrage dat we gebruiken voor de FLO-regeling expliciet zo benoemd in de begroting en is transparant gemaakt voor gemeenten dat een gedeelte van de gemeentelijke bijdrage wordt gebruikt als dekking voor de FLO kosten. Daarbij is expliciet opgenomen dat deze bijdrage niet voor een ander doel kan worden aangewend. Impliciet was dit altijd al het geval. Als we het geld van de FLO kosten aan iets anders zouden uitgeven, is de begroting niet langer reëel in evenwicht. Het bedrag dat we reserveren voor de FLO-regeling sluit aan bij de meerjarig begrote kosten voor de FLO-regeling. Wanneer de FLO-regeling is afgewikkeld in 2048 dan wordt dit in mindering gebracht op de gemeentelijke bijdrage. Naar verwachting is het mogelijk de jaarlijkse bijdrage al eerder te verlagen. Voorziening onderhoud panden Saldo per 31.12.2025 is € 6.316.467. De onderhoudsplannen zijn in 2023 geactualiseerd. Gebaseerd op de geactualiseerde meerjarige onderhoudsplannen is in 2025 de jaarlijkse dotatie van € 581.000 verricht ten gunste van de voorziening groot onderhoud gebouwen. De voorziening is gevormd ten behoeve van de egalisatie van het groot onderhoud van de kantoor- en opleidingsgebouwen en de kazernes.

In 2025 zijn uitgaven gedaan voor het groot onderhoud voor een bedrag van totaal € 526.629. Voorziening WW-verplichtingen Saldo per 31.12.2025 is € 51.644. Een voorziening WW-personeel is in 2015 gevormd om de WWverplichtingen van ontslagen werknemers op te kunnen vangen. In deze voorziening worden ook individuele overeenkomsten met medewerkers gecalculeerd/gestort op het moment dat de verplichting ontstaat. Voorziening overmatige verlofsaldi Saldo per 31.12.2025 is € 2.697.975. Het BBV geeft aan dat er een voorziening moet worden opgenomen voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen die niet van gemiddeld gelijkblijvende omvang zijn. Voor een saldo bovenwettelijke uren waarop een werknemer recht heeft, is geen sprake van een gemiddeld gelijkblijvende omvang van opbouw en afbouw van het verlofrecht. Hierdoor is de jaarlijkse omvang van deze arbeidskosten gerelateerde verplichting niet gelijk. Voor deze verlofuren moet dan ook een voorziening op de balans worden opgenomen. Voor het bepalen in hoeverre sprake is van overmatige verlofsaldi (“stuwmeren”) bij het bovenwettelijke verlof waarvoor een voorziening moet worden getroffen, ligt het voor de hand aan te sluiten bij het beleid rondom verlof-verjaring en het maximale verlof dat aan het einde van een kalenderjaar mag worden meegenomen naar een volgend jaar (jaargrens-overgangen).

Voor het bovenwettelijke verlof dat geen gemiddeld gelijkblijvende omvang kent en/of bestaat uit overmatige verlofsaldi of spaarsaldi moet een voorziening worden opgenomen. Veiligheidsregio Zuid-Limburg heeft een analyse uitgevoerd op de overmatige verlofsaldi en getoetst of er sprake is van een gemiddeld gelijkblijvende omvang van deze verlofsaldi. Bij de bovenwettelijke verlofuren binnen de Veiligheidsregio Zuid Limburg is sprake van een arbeid gerelateerde verplichting met een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook een onvoorspelbare afbouw. De bovenwettelijke verlofuren die binnen 5 jaren worden opgebouwd (en ook binnen vijf jaren moeten worden afgebouwd) kennen deels een overmatig

Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2025

pagina 71/89

verlofsaldo. De risicoanalyse die Veiligheidsregio Zuid Limburg heeft uitgevoerd van de bovenwettelijke uren betreft de uren zoals deze in de afgelopen 5 jaren zijn opgebouwd. De voorziening wordt gevormd op basis van de waardering van de openstaande bovenwettelijke uren per medewerker aan het eind van het boekjaar. Op basis van de risicoanalyse is het noodzakelijk om de huidige werkwijze voor de berekening van de voorziening overmatige verlofsaldi te herzien. De verwachte uitstroom van medewerkers binnen nu en vijf jaren maakt dat medewerkers ook de bovenwettelijke uren uit recentere jaren (jaar 4 en 5) gaan gebruiken om eerder te stoppen met werken en dus niet alleen uit de oudste drie jaren waarvoor nu een voorziening is getroffen. De herziening heeft tot gevolg dat op basis van het totaal aan bovenwettelijke uren een voorziening wordt gevormd met een omvang van 80%. De waardering van deze uren vindt plaats op basis van het gemiddeld uurtarief van een medewerker. In 2026 zullen wij op basis van ervaringscijfers wederom een risicoanalyse uitvoeren om vast te stellen of de voorziening op basis van 80% van het totaal aan bovenwettelijke uren nog toereikend is, of dat de voorziening uitgebreid dient te worden.

De verlofsaldi zoals deze nog openstaan zijn als overmatig te classificeren omdat die onmogelijk nog binnen één of twee jaren opgenomen kunnen worden zonder dat de roosters en minimale bezetting in het gedrang komen. Daarnaast bestaat het risico dat deze bovenwettelijke uren omgezet worden naar het verlofsparen. De oudste jaren worden bij het opnemen van het verlof als eerste afgeboekt. Dat heeft tot gevolg dat er niet enkel in de oudste drie jaren verlofsaldi openstaan, maar ook in de meest recente jaren, hetgeen onderbouwd dat de betreffende medewerker zijn verlofsaldi op basis van historische ontwikkelingen niet op krijgt gemaakt (dus niet gemiddeld gelijkblijvende verplichting). Voorziening regeling vervroegd uittreden (RVU) Saldo per 31.12.2025 is € 301.672. De Commissie BBV heeft in 2024 een besluit genomen ten aanzien van het vormen van een voorziening voor medewerkers die gebruik maken van de Regeling Vervroegde Uittreding (RVU). Bij de RVU nemen medewerkers ontslag en volgt er een (maandelijkse) ontslagvergoeding die de exmedewerker in staat stelt om te overbruggen tot aan de AOW-leeftijd.

Aangezien de ex-medewerker in die periode geen activiteiten/prestaties voor de veiligheidsregio verricht, dient op 31 december een voorziening te worden getroffen voor de financiële verplichting die de veiligheidsregio tegenover de ex-medewerker en de fiscus heeft op basis van deze regeling. Dat betekent voor alle jaren tot aan de AOW datum. In 2025 hebben reeds medewerkers gebruikgemaakt van deze regeling. Hierdoor heeft in 2025 een onttrekking aan de voorziening plaatsgevonden van € 11.820. Daarnaast is in 2025 een dotatie aan de voorziening gedaan van € 227.300, als gevolg van het aangaan van nieuwe RVU-overeenkomsten. 3.4.3.2 Vaste schulden Saldo per 31.12.2025 is € 18.967.862. In 2025 zijn geen nieuwe langlopende leningen afgesloten. Ter financiering van de Kazerne Sittard Middenweg zijn op 28 december 2010 vier geldleningen bij de BNG aangegaan voor een totaalsom van € 7.500.000 met opnamedata tussen 1 april 2011 en 1 oktober 2012. Ultimo 2016 is een geldlening ad € 10.000.000 afgesloten voor de consolidatie van vlottende schuld en de vaste financiering van onderhanden zijnde en van nieuwe investeringen. In 2020 zijn twee nieuwe geldleningen aangetrokken voor een totaalbedrag van € 16.000.000 ter financiering van de aankoop kazernes Beek, Vaals en Maastricht Zuid en voor de revitalisering stookhuis. De aflossingsverplichting < 1 jaar bedraagt € 3.658.335.

Veiligheidsregio Zuid-Limburg – concept jaardocument VRZL 2025

pagina 72/89

Specificatie onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen Omschrijving

Oorspronkelijke hoofdsom

Einde looptijd

Rente %

Pro resto hofdsom per 31 december 2024

Aflossingen 2025

Rente 2025

Pro resto hoofdsom per 31 december 2025

Geldleningen Bank Nederlandse Gemeenten nr. 40.0082517

384.631

2034

5,04%

193.710

15.372

9.137

178.338

Bank Nederlandse Gemeenten nr. 91398

1.043.695

2040

6,25%

710.949

27.128

44.007

683.821

Bank Nederlandse Gemeenten nr. 40106275

1.500.000

2026

4,69%

1.500.000

-

70.350

1.500.000

Bank Nederlandse Gemeenten nr. 40106276

2.000.000

2051

4,89%

1.700.872

31.633

82.783

1.669.239

Bank Nederlandse Gemeenten nr. 40106277

2.000.000

2051

4,99%

1.706.209

31.257

84.755

1.674.952

Bank Nederlandse Gemeenten nr. 40106278

2.000.000

2032

4,99%

1.036.790

108.613

50.369

928.177

Bank Nederlandse Gemeenten nr. 40110848

10.000.000

2026

0,58%

2.000.000

1.000.000

11.075

1.000.000

Bank Nederlandse Gemeenten nr. 40113445

10.000.000

2050

0,63%

8.666.668

333.333

52.095

8.333.335

Bank Nederlandse Gemeenten nr. 40113446

6.000.000

2030

0,02%

3.600.000

600.000

601

3.000.000

Totaal

34.928.326

21.115.198

2.147.336

405.172

18.967.862

3.4.4 Vlottende passiva 3.4.4.1 Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar Het saldo per 31 december 2025 bedraagt € 9.915.436. De afwikkeling van de crediteuren van € 5.964.685 verloopt normaal, evenals de schulden aan openbare lichamen van € 3.950.751. Specificatie netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar Omschrijving

31 december 2025

31 december 2024

Overige schulden

9.915.436

8.448.330

Totaal

9.915.436

8.448.330

3.4.4.2 Overlopende passiva Specificatie overlopende passiva Omschrijving

31 december 2025

31 december 2024

De van Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in het volgend begrotingsjaar tot betaling komen

4.112.338

4.747.230

1.658.716

942.838

Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

9.000.539

17.920.716

Totaal

14.771.593

23.610.784

De van Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel betreffen overlopende BDuR-gelden voor € 803.495, bekosting voor opvang Oekraïne voor een bedrag van € 3.128.843 en verder een incidentele bijdrage voor Noodsteunpunten en Burgerhulpverlening van € 180.000. De verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in het volgend begrotingsjaar tot betaling komen omvatten o.a. de reservering voor de kosten ten aanzien van de te verlonen CAO stijging ten bedrage van € 707.017. Deze verplichting is het gevolg van de CAO Veiligheidsregio die met terugwerkende kracht in werking is getreden en daarmee betrekking heeft op 2025. De financiële effecten over het verslagjaar zijn per balansdatum als verplichting opgenomen. In de overige vooruitontvangen bedragen, die ten bate komen van volgende begrotingsjaren, is een bedrag van € 4.168.414 opgenomen aan vooruitontvangen gemeentelijke bijdragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=62352b65-687b-41e0-86f3-d2f843c71042