t_NL.IMRO.0917.BP010400W000003-0401.pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 24 -
Toelichting
De onderstaande afbeelding toont de Jeugrubbenweg in oostelijke richting. Op de achtergrond (centraal op de foto) zijn de woningen aan ded Jeugrubbenweg 10 t/m 18 zichtbaar:
De Jeugrubbenweg in oostelijke richting, ter hoogte van het plangebied
De onderstaande afbeelding toont de Jeugrubbenweg in westelijke richting, eveneens ter hoogte van het plangebied. Op de achtergrond zijn de naastgelegen woning aan de Jeugrubbenweg 22 (rechts) en het scoutingsgebouw van scoutingvereniging Sint Christoffel aan de Jeugrubbenweg 16 (links) weergegeven.
De Jeugrubbenweg in westelijke richting, ter hoogte van het plangebied
bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 25 -
Toelichting
Op de onderstaande luchtfoto zijn de omliggende objecten en voorzieningen, zoals in het voorgaande beschreven, middels een gele kleur d weergegeven. Het plangebied is middels een rode omlijning aangeduid:
Hommerterweg Buitenring Parkstad Limburg (N300)
Jeugrubbenweg Op het perceel bevindt zich een pand met een voetprint van circa … m². Het pand bestaat uit twee bouwlagen, waarbij de onderste bouwlaag zich gedeeltelijk beneden maaiveldniveau bevindt, door het hoogteverschil in het terrein. De achterzijde van het pand bevindt zich volledig boven maaiveldniveau. Aan de voorzijde van het pand is enkel de bovenste bouwlaag boven maaiveldniveau gelegen.
Randweg
Op de navolgende afbeelding is de voorgevel van het pand weergegeven. De afbeelding toont tevens een gedeelte van het grote parkeerterrein dat zich aan de voorzijde van het pand bevindt:
Voorgevel van het pand Jeugrubbenweg 20
bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 26 -
Toelichting
4 Planbeschrijving
d
4.1 Algemeen Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in het legaliseren van de sportschool, die thans in het pand aan de Jeugrubbenweg is gevestigd. De aanwezige sportschool is in strijd met de bestemming ‘Bedrijf’, die in het bestemmingsplan ‘Hoensbroek Noord 2016’ voor het plangebied is vastgelegd. De gemeente Heerlen heeft per brief d.d. 03.01.2017 aan de initiatiefnemer aangegeven onder voorwaarden medewerking te willen verlenen aan de legalisatie van de sportschool.
4.2 Planologische wijziging Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt aan het volledige plangebied de bestemming ‘Sport’ toegekend. Aan het pand is, conform het bestemmingsplan ‘Hoensbroek Noord 2016’ een bouwvlak toegekend, met een matrix waarin de maximale goot- en bouwhoogte (7 meter) is vastgelegd. Voorts is aan het pand de aanduiding ‘sportschool’ toegekend. In de regels behorende bij het voorliggende bestemmingsplan is bepaald dat uitsluitend ter plaatse van deze aanduiding een sportschool is toegestaan. Hierna is een uitsnede afgebeeld van de verbeelding behorende bij het voorliggende bestemmingsplan en is tevens de bijbehorende legenda afgebeeld:
Uitsnede verbeelding bestemmingsplan
bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 27 -
Toelichting
d
Legenda behorende bij de verbeelding
Naast de enkelbestemming ‘Sport’ zijn aan het plangebied tevens drie archeologische dubbelbestemmingen toegekend: ‘Waarde – Archeologie 3 (hoge waarde)’, ‘Waarde – Archeologie 4 (middelhoge waarde) en ‘Waarde – Archeologie 5 (lage waarde)’. Deze dubbelbestemmingen dienen ter bescherming van de aanwezige archeologische waarden. Binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3 (hoge waarde)’ dient archeologisch onderzoek plaats te vinden bij bodemverstoringen waarbij de bodem wordt geroerd tot dieper dan 0,40 meter beneden maaiveldniveau, over een oppervlakte van 250 m² of meer. Ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4 (middelhoge waarde)’ dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden wanneer de bodem wordt verstoord vanaf een diepte van 0,40 meter beneden maaiveldniveau, over een oppervlakte van 2.500 m² of meer en bij de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5 (lage waarde)’ dient archeologisch onderzoek plaats te vinden wanneer de bodem wordt verstoord vanaf een diepte van 0,40 meter of meer beneden maaiveld, over een oppervlakte van meer dan 10.000 m². Deze dubbelbestemmingen zijn overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan ‘Hoensbroek Noord 2016’.
bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 28 -
Toelichting
5 Omgevingsaspecten
d
In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt aangegeven hoe deze in het onderhavige plan zijn ingepast.
5.1 Milieueffectrapportage In de Wet milieubeheer en het bijbehorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit mer) is wettelijk geregeld voor welke projecten en besluiten een milieueffectrapportage dient te worden opgesteld. Een planmer-plicht is voor een bestemmingsplan aan de orde als het bestemmingsplan: - kaderstellend is voor een toekomstig besluit over mer-(beoordelings)plichtige activiteiten: bijvoorbeeld bedrijfsactiviteiten die in het kader van de omgevingsvergunning milieu mer(beoordelings)plichtig zijn. De nieuwvesting, uitbreiding of wijziging van veehouderijen is in het kader van de omgevingsvergunning vanaf een bepaalde omvang mer- of merbeoordelingsplichtig. Deze mer-(beoordelings)plicht is afhankelijk van het aantal dieren waarop het initiatief betrekking heeft. De drempelwaarden zijn opgenomen in de C- en Dlijst bij het Besluit mer; - mogelijkheden biedt voor activiteiten die een significant negatief effect kunnen veroorzaken op Natura2000-gebieden (in dat geval is een passende beoordeling op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk). Doel van een planmer is het integreren van milieuoverwegingen in de voorbereiding van (in dit geval) een bestemmingsplan. In het planmer dient te worden beoordeeld of de ontwikkelingsruimte en flexibiliteit die het bestemmingsplan biedt, kan leiden tot ongewenste effecten voor het milieu.
Waar relevant beschrijft het planmer maatregelen waarmee negatieve effecten kunnen worden beperkt of voorkomen (of positieve effecten kunnen worden versterkt). Conclusie plangebied Dit bestemmingsplan stelt geen nieuwe kaders voor toekomstige besluiten over mer(beoordelings)plichtige activiteiten en biedt geen mogelijkheden voor activiteiten die een significant negatief effect kunnen veroorzaken op Natura2000-gebieden. Er is zodoende geen sprake van een planmer-plicht.
5.2 Akoestiek De Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan akoestisch onderzoek moet plaatsvinden naar de geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige gebouwen of terreinen. De normen uit de Wet geluidhinder hebben tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient dan ook rekening te worden gehouden met het aspect ‘geluid’. Een sportschool is geen geluidgevoelige bestemming en daarmee is de Wet geluidhinder niet van toepassing. Naast bovengenoemde wet is de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening van toepassing voor dit plan. Wet milieubeheer Door bureau Spider Monkey Consultancy is een akoestisch onderzoek met rapportnummer 20190102 (Definitief), d.d. 10.12.2020 uitgevoerd. Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau veroorzaakt door muziekgeluid uit de sportschool voldoet ruim aan de norm. bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 29 -
Toelichting
Piekgeluiden De piekgeluidniveaus als gevolg van het parkeren van motorvoertuigen van de bezoekers kunnen d niet voldoen aan de norm. Door de verlegging van de ingang tot het parkeerterrein en het niet mogelijk maken van parkeren langs de perceelsgrens met de Jeugrubbenweg 18 kan de sportschool wel voldoen aan de normering. Verkeersaantrekkende werking De avond, tussen 19:00 en 23:00 uur, is maatgevend voor de beoordeling. De hoogste (etmaal-) waarde LAeq bedraagt 45 dB(A); hiermee wordt voldaan aan de waarde van 50 dB(A) (zie hoofdstuk 8 van het onderzoeksrapport). Wet ruimtelijke ordening Op grond van artikel 3.1, lid 1 Wro dient er een afweging te worden gemaakt of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van woningen van derden. Daarom is door bureau Spider Monkey Consultancy een akoestisch onderzoek met rapportnummer 20190102 (Definitief), d.d. 10.12.2020 uitgevoerd. Langtijdgemiddelde geluidniveau Het langtijdgemiddelde geluidniveau als gevolg van de muziek uit de twee sportzalen veroorzaakt in de achtertuin van de Jeugrubbenweg 18 maximaal 37 dB(A). Voor de achtertuinen van de woningen aan de Hommerterweg geldt zelfs een lager geluidniveau. Er is sprake van een goed leefklimaat.
Wordt het geluidniveau beschouwd als gevolg van de stemmen van de sporters in de buitenruimte, dan bedraagt de gecumuleerde geluidbelasting in de dag- en avondperiode in de tuin van de Jeugrubbenweg 18 39 dB(A). in de tuin van de Hommerterweg 225 bedraagt de gecumuleerde geluidbelasting in de dagperiode 40 dB(A) en in de avondperiode 42 dB(A). Voor de beoordeling aansluiting gezocht bij de geluidvoorschriften van het Activiteitenbesluit. De grootste toename zal vooral in de avondperiode plaatsvinden in de tuin van de Hommerterweg 225. Zelfs wanneer gecumuleerd wordt met het muziekgeluid uit de sportzalen, dan ligt het langtijdgemiddelde geluidniveau nog dik onder de norm voor de avondperiode. Piekgeluiden Het hoogste piekgeluidniveau als gevolg van het sporten buiten wordt waargenomen in de tuin van de Hommerterweg 227. In de avondperiode is dit piekgeluidniveau 1 dB(A) hoger dan het piekgeluidniveau van het komen en gaan van de bezoekers aan de sportschool. Dit wordt acceptabel geacht omdat het piekgeluid van 52 dB(A) ruim onder de norm zit voor piekgeluiden in het Activiteitenbesluit. Het onderzoeksrapport van Spider Monkey Consultancy is als separate bijlage 1 bij deze toelichting opgenomen.
5.3 Water In het kader van de watertoets moet elk ruimtelijk plan een waterparagraaf bevatten, waarin wordt aangegeven hoe in het plan wordt omgegaan met water. In deze paragraaf is dit beschreven. Voordat wordt ingegaan op de locatiespecifieke kenmerken van het plangebied, is eerst het relevant beleid samengevat. Rijksbeleid Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’ centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 30 -
Toelichting
tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de samenhang met de omgeving. Dit komt tot uitdrukking in relaties met d beleidsterreinen als natuur, milieu en ruimtelijke ordening. Met de Waterwet is de gemeente beter uitgerust om onder andere wateroverlast tegen te gaan. Wet Ruimtelijke ordening en de Watertoets In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies van de waterbeheerder. Nationaal waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan 2016-20121 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en vervangt dit plan en de partiele herzieningen hiervan. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem.
In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer strategische doelen voor het waterbeheer vast. Rijkswaterstaat (RWS) neemt in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer om deze strategische doelen te bereiken. Het NWP is kaderstellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen. Waterbeleid 21e eeuw: anders omgaan met water Door de opgetreden wateroverlast heeft de regering de commissie Waterbeheer 21e eeuw in het leven geroepen. De commissie geeft advies over de problemen en hoe die in de toekomst te voorkómen zijn. Op 31 augustus 2000 bracht de commissie het advies Waterbeleid voor de 21e eeuw “Geef water de ruimte en de aandacht die het verdient” uit. De commissie concludeerde dat de manier waarop wij nu met water omgaan niet voldoende is voor de verwachte klimaatsveranderingen. De bevindingen van de commissie zijn verwoord in de hedendaagse wetgeving en beleidsnota’s. In grote lijnen ligt de nadruk op de kwantiteitstrits vasthoudenbergen-afvoeren en de kwaliteitstrits schoonhouden-scheiden-schoonmaken.
Nationaal Bestuursakkoord Water Met het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) (2011) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Het NBW is een uitwerking van het waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de KWR. De belangrijkste doelen en taken zijn het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken en de verbetering van de waterkwaliteit. Regionaal en gemeentelijk beleid Provinciaal Waterplan Limburg 2016-2021 Het Provinciaal Waterplan Limburg bevat de ambities, opgaven en op hoofdlijnen de maatregelen die de komende 6 jaar worden uitgevoerd, op gebied van de hoogwaterbescherming in de Maasvallei, de aanpak van regionale wateroverlast en watertekort, mede in het licht van de klimaatverandering en het Nationale Deltaprogramma, de inrichting van de beken en waterrijke natuurgebieden als ook de verbetering van de ecologische en chemische waterkwaliteit, en de drinkwatervoorziening en het grondwaterbeheer, mede als opdracht vanuit de Kaderrichtlijn Water.
bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 31 -
Toelichting
Waterbeheerplan 2016-2021 Limburgse waterschappen Het Waterbeheersplan 2016-2021 is een gezamenlijke visie van de gefuseerde waterschappen op d het Limburgse waterbeheer voor 2020. Met dit Waterbeheerplan zetten de waterschappen de koers uit voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg; hoe ze invulling willen geven aan de taak om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten en voldoende en schoon water. Conclusie plangebied Het onderhavige plan betreft uitsluitend een inpandige functiewijziging van een bestaand gebouw. Er wordt geen nieuwe bebouwing of oppervlakteverharding toegevoegd. De beoogde ontwikkeling heeft dan ook geen gevolgen voor de waterhuishouding ter plaatse.
5.4 Bodem Algemeen Bij een ruimtelijke procedure moet het bevoegde gezag voldoende inzicht hebben om de vraag te kunnen beantwoorden of de bodem geschikt is voor de in het bestemmingsplan toe te kennen functie. Daarvoor dient een bodemonderzoek. Een bodemonderzoek hoeft echter niet te worden uitgevoerd als de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel kan dienen voor een bestemmingsplanwijziging. Een belangrijke voorwaarde daarbij is de vaststelling van het niet verdacht zijn van de locatie voor puntbronnen op basis van een uitgevoerd NEN 5725vooronderzoek. Blijkt hieruit dat er geen verdachte locaties/situaties zijn, ofwel er zijn geen knelpunten, dan kan volstaan worden met dit vooronderzoek aangevuld met een veldinspectie. Uit het vooronderzoek volgens NEN 5725 kan ook blijken dat de kwaliteit van de bodem onvoldoende zou kunnen zijn ofwel een verdachte situatie bestaat. In die gevallen moet altijd een vooronderzoek gevolgd door een verkennend onderzoek conform NEN 5740 worden uitgevoerd, aangevuld met een bodemonderzoek asbest conform NEN 5707. Onderzoeken die niet volgens de geldende normen zijn opgesteld en uitgevoerd zijn of verouderde onderzoeken gelden niet als representatief en onvoldoende. Beleidskader Bodembeleidsplan Voor de gemeente Heerlen is sinds 28 september 2016 het bodembeleidsplan Heerlen van toepassing.
In dit bodembeleidsplan wordt het gemeentelijk bodembeleid beschreven en het beleidsplan is derhalve het richtinggevend kader (uiteraard naast de wettelijke regelingen) voor zowel bodembescherming als bodemsanering. Besluit bodemkwaliteit Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) geeft invulling aan het op duurzaamheid gerichte bodembeleid. De nota bodembeheer beschrijft hoe de gemeente Heerlen invulling geeft aan het Bbk. In het bodembeleidsplan is de nota bodembeheer en de bodemkwaliteitskaart gemeente Heerlen opgenomen. De bodem in de gemeente Heerlen is beschreven in een bodemkwaliteitskaart die conform de Richtlijn Bodemkwaliteitskaarten is vervaardigd. Er kan worden geconcludeerd dat de lokale bodemkwaliteit over het algemeen voldoende wordt beschreven door de bodemkwaliteitskaart voor alle zones.
bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 32 -
Toelichting
Homogene deelgebiedenkaart d Volgens de homogene deelgebiedenkaart is het projectgebied (in rode vlak) gelegen in het deelgebied ‘Woonwijken’.
Deelgebied
Bovengrond
Ondergrond
1. Agrarisch en natuur 2. Woonwijken 3. Industrie 4. Mijnsteengebieden AW = Achtergrondwaarde Wonen = Maximale waarde klasse Wonen Industrie = Maximale waarde klasse Industrie
≤ AW ≤ AW ≤ AW Wonen
≤ AW Industrie ≤ AW Wonen
Conclusie plangebied Ter voorbereiding op de realisatie van het plan is een bodemonderzoek uitgevoerd. In het onderstaande worden de conclusies die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen beschreven.
bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 33 -
Toelichting
Verkennend bodemonderzoek Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek, Geonius Milieu B.V., rapportnummer MA190081.R01.V3.0, d.d. 21.04.2020 d Ter plaatse van de locatie Jeugrubbenweg 20 te Hoensbroek, in de gemeente Heerlen, is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Aanleiding voor dit verkennend bodemonderzoek vormt de voorgenomen bestemmingswijziging van de onderzoekslocatie. In verband hiermee is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vereist. Na uitvoering van het verkennend bodemonderzoek blijkt het volgende: - de zandige bovengrond (0,0-0,5 m-mv) in mengmonsters BG1 t/m BG 4 is licht verontreinigd met cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, PAK en/of PCB; - zowel de lemige als zandige ondergrond (0,5-2,0 m-mv) in mengmonsters OG01 en OG02 is licht verontreinigd met molybdeen; - de zwak baksteenhoudende zandige laag (0,6-0,8 m-mv) ter plaatse van boring 008 is licht verontreinigd met kobalt, molybdeen en nikkel; - de uiterst koolhoudende zandige lagen (0,0-1,5 m-mv) in mengmonsters BG5, BG6 en OG4 betreffen geen bodem in de zin van de Wet bodembescherming en voldoen indicatief aan de samenstellingswaarden voor een niet vormgegeven bouwstof; - de resultaten zijn indicatief getoetst aan het Besluit en de Regeling Bodemkwaliteit.
De kwaliteit varieert van indicatief “achtergrondwaarde” tot “industrie”; - op basis van de vastgestelde bodemkwaliteit dient de hypothese “onverdacht” voor de ondergrond te worden verworpen. Dit heeft geen consequenties voor de gevolgde onderzoeksstrategie. De hypothese “verdacht” voor de bovengrond dient te worden aanvaard; - er is vastgesteld dat op de locatie asbest in de bodem aanwezig is. Echter, gezien de maximale concentratie (29,41 mg/kg d.s.) die niet de helft van de interventiewaarde overschrijdt zijn vervolgonderzoeken en maatregelen niet noodzakelijk. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat geen milieuhygiënische belemmeringen bestaan voor het huidige en geplande gebruik van de locatie. De milieuhygiënische bodemkwaliteit heeft geen consequenties voor de voorgenomen bestemmingswijziging. Het onderzoeksrapport is als separate bijlage 2 bij deze toelichting opgenomen.
5.5 Ecologie, flora en fauna Sinds 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming. Deze vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De soorten- en gebiedsbescherming zijn dus vanaf 1 januari verankerd in de Wet natuurbescherming. Hoofddoel van deze nieuwe wet is nog steeds het behoud en herstel van de biodiversiteit (soortenbescherming). Daarnaast streeft de wet naar een doelmatig beheer, gebruik en ontwikkeling van de natuur in Nederland ter vervulling van maatschappelijke functies (gebiedsbescherming). De wet hanteert niet langer een in een indeling in beschermde soorten van tabel 1, 2 en 3 maar maakt een onderscheid in strikt beschermde soorten en overige soorten. Strikt beschermde soorten: - alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (Vogelrichtlijn); - soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (vleermuizen, amfibieën van tabel 3). Overige soorten: - soorten van de Nationale lijst (bijlage A en B van de wet); - overige aangewezen soorten (per provincie verschillend).
bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 34 -
Toelichting
Conclusie plangebied Het onderhavige plan voorziet in een inpandige d functiewijziging van een bestaand pand. Eventuele verbouwingsactiviteiten zullen uitsluitend inpandig plaatsvinden. Bovendien is geen sprake van langdurige leegstand, waardoor de kans op aanwezigheid van beschermde soorten nihil is. Geconcludeerd kan worden dat het aspect flora en fauna geen belemmering vormt voor de realisatie van het plan.
5.6 Luchtkwaliteit In hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer (Wm) zijn de actuele luchtkwaliteitseisen opgenomen (dit gedeelte van de Wm wordt ook wel de ‘Wet luchtkwaliteit’ genoemd). Daarnaast gelden de volgende besluiten en regelingen: Besluit ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM); Regeling ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM); Regeling ‘Beoordeling luchtkwaliteit 2007; Regeling ‘Projectsaldering luchtkwaliteit 2007’. Deze wet- en regelgeving omvat maatregelen om zowel de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken en te voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. Besluit gevoelige bestemmingen Conform artikel 5.16a van de ‘Wet luchtkwaliteit’ kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur nog nadere regels worden gesteld om te voorkomen dat bij een (dreigende) overschrijding van één of meerdere grenswaarde(n) projecten doorgang vinden die ertoe leiden dat het aantal blootgestelden met een verhoogde gevoeligheid toeneemt. Dit Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) beperkt de mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen uit te voeren in overschrijdingssituaties voor zogenaamde ‘gevoelige bestemmingen’. Tot die gevoelige bestemmingen worden scholen, kinderopvang en bejaarden-, verpleeg of verzorgingshuizen gerekend. Het besluit gevoelige bestemmingen is op het voorliggende plan niet van toepassing.
Niet in betekenende mate (NIBM) In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Concreet houdt dit in dat bijvoorbeeld ontwikkelingen kleiner dan of gelijk aan 1.500 woningen bij minimaal één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Conclusie plangebied Voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit zijn met name de verkeersbewegingen door sportschoolbezoekers van en naar het plangebied relevant. Voor een beoordeling van de verkeersaantrekkende werking van de sportschool is de uitgave ‘Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ van het CROW (kennisplatform voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer) geraadpleegd.
In deze brochure zijn voor diverse functies de parkeernormen en de verkeersgeneratiecijfers weergegeven. Hierbij wordt tevens onderscheid gemaakt in drie verschillende soorten gebieden (‘centrum’, ‘schil centrum’, ‘rest bebouwde kom’ en ‘buitengebied’). De mate van stedelijkheid kan variëren van ‘niet stedelijk’ tot ‘zeer sterk stedelijk’.
bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 35 -
Toelichting
Het onderhavige plangebied is gelegen in het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’, in een ‘matig stedelijk’ gebied. Voor de categorie ‘fitnessstudio/sportschool’ geldt in dit gebied een d verkeersgeneratie van maximaal 37,9 verkeersbewegingen per 100 m² bruto vloeroppervlak (bvo) per dag. De sportschool heeft een bruto vloeroppervlak van 1.600 m². Dit komt neer op maximaal 607 verkeersbewegingen per dag. Wanneer deze verkeersbewegingen worden ingevoerd in de NIBM-tool (versie 27.03.2020) blijkt dat dit aantal verkeersbewegingen geen significant effect heeft op de luchtkwaliteit ter plaatse:
Op grond van artikel 5.16, lid 1, onder c. van de Wet milieubeheer kan het plan doorgang vinden. Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de realisatie van onderhavig plan.
5.7 Externe veiligheid 5.7.1 Wetgeving Externe Veiligheid gaat over het beheersen van risico’s die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Ook de risico's van het gebruik van luchthavens vallen onder externe veiligheid. Op beide categorieën aan risico's is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. Doel is om bepaalde risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, tot een aanvaardbaar minimum te beperken door kwaliteitseisen en normen te hanteren. Deze bedoelde risico's hangen o.a. samen met: - activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen (bedrijven waaronder: vuurwerkverkoop en vuurwerkopslag en windmolens); - transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen; - transport van gevaarlijke stoffen over de weg, spoor en water; - het starten en landen van vliegtuigen en helikopters. De risico's voor externe veiligheid komen tot uitdrukking via het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Afhankelijk van de ruimtelijke ontwikkeling en beschikbare gegevens is deze beperkt of ruim van opzet.
bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 36 -
Toelichting
Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans, per d jaar, op overlijden van een onbeschermd individu ten gevolge van ongevallen met gevaarlijke stoffen. De aanwezigheid van een persoon is fictief. Niet wordt beoordeeld hoe groot de kans op de aanwezigheid van een persoon feitelijk is. Het PR kan op de kaart van een gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Via het PR wordt een basisbeschermingsniveau gewaarborgd. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans per jaar dat een groep van bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen het slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR wordt ook beschouwd als een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Bij het GR wordt wel beoordeeld hoeveel personen zich, redelijkerwijs, feitelijk in de omgeving kunnen bevinden. Voor het GR geldt geen grenswaarde, maar een oriëntatiewaarde. Dit is een ijkwaarde waaraan veranderingen getoetst kunnen worden. Deze oriëntatiewaarde mag overschreden worden, mits goed beargumenteerd door het bevoegd gezag. Deze argumentatie is een onderdeel van de verantwoording van het groepsrisico.
Verantwoordingsplicht groepsrisico Voor het bevoegd gezag geldt een verantwoordingsplicht, wanneer binnen het invloedsgebied van een risicobron kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten via het bestemmingsplan worden toegelaten. Dit betreft ook de al bestaande (beperkt) kwetsbare objecten, zoals al gebouwde woningen. Een risicobron is bijvoorbeeld een buisleiding die wordt gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen. Voor zover het invloedsgebied niet is vastgelegd in regelgeving wordt hiermee het gebied beschouwd waarbinnen minimaal 1% van de aanwezige personen overlijdt als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen ter plaatse van de risicobron. Voor specifieke risicobronnen is het invloedsgebied vastgesteld. De verantwoording van het groepsrisico is één van de onderdelen van een goede ruimtelijke ordening. De omvang en diepgang van de verantwoording is daarbij afhankelijk van de gevolgen voor het groepsrisico. Dit wordt per ruimtelijk plan beoordeeld. Hieruit zal blijken of een verantwoording aan de orde is. Inrichtingen/bedrijven Er is een aantal wetten en regelingen vastgesteld dat tot doel heeft regels te stellen aan de externe veiligheid. Ten aanzien van inrichtingen (bedrijven) zijn de belangrijkste regels t.a.v. externe veiligheid opgenomen in het Besluit externe veiligheid inrichtingen en de Regeling externe veiligheid inrichtingen.
Indien, op grond van een Wro-besluit of bepaalde Wabo-besluiten, de bouw of vestiging van een kwetsbaar- of beperkt kwetsbaar object mogelijk wordt gemaakt, is het van belang na te gaan of het aspect externe veiligheid aan de orde is. Bij het beschouwen van bedrijven/inrichtingen qua externe veiligheid worden het plangebied en de directe omgeving beschouwd. Zo wordt elk invloedsgebied van een risicobron nagelopen op (mogelijke) gevolgen qua externe veiligheid. Indien het plan buiten het invloedsgebied ligt van een risicobron is externe niet aan de orde. Buisleidingen Het externe veiligheidsbeleid voor buisleidingen is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het Bevb beschrijft de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en van de gemeenten en de soorten buisleidingen (zie tabel 5.6.3b). Aan de hand van de Risicokaart is nagelopen welke buisleidingen in de gemeente Heerlen aanwezig zijn. Alleen de mogelijke gevolgen qua externe veiligheid zijn beschouwd. De uitwerking van het Bevb is geregeld in de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) en betreft onder meer de wijze waarop de externe en rekensoftware).
bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 37 -
Toelichting
Transport gevaarlijke stoffen Het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, spoor en waterwegen leidt tot risico's voor de d omgeving. In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de Regeling Basisnet opgesteld zijn de regels opgenomen ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, water (binnenwater) en spoor. Deze regelgeving maakt o.a. een onderscheid tussen. - transportroutes die deel uitmaken van het landelijke vastgestelde Basisnet; - overige transportroutes waarover gevaarlijke stoffen vervoerd worden. In de Regeling Basisnet zijn de risicoplafonds langs de transportroutes aangegeven alsmede de regels inzake het monitoren van de risicoplafonds. Transportroutes binnen het plangebied en de omgeving zijn nagelopen op de veiligheidsaspecten. 5.7.2 Gemeentelijk beleidskader In de nota 'Beleid externe veiligheid 2011-2015' heeft de gemeente het beleid voor externe veiligheid geformuleerd. Dit beleid is op 1 november 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. Het doel van het externe veiligheidsbeleid van de gemeente Heerlen is het behouden van een verantwoord en aanvaardbaar veiligheidsniveau. Het beleid in deze nota leidt tot een gebiedsgerichte aanpak van externe veiligheid en het beperken van de risico's van de bronnen waar dat nodig is. Dit beleid kan worden doorgevoerd in de gemeentelijke structuurvisie en bestemmingsplannen.
Het gevolg van dit beleid is dat bepaalde bedrijven, die zijn gevestigd op locaties waar dat op grond van dit beleid ongewenst is, zullen worden beperkt in hun mogelijkheden. Ook zal de ontwikkeling van bepaalde gebieden anders moet worden beoordeeld vanwege de aanwezige risico's. Dit beleid zal ertoe leiden dat op de langere termijn in Heerlen de risico's door het gebruik en de toepassing van gevaarlijke stoffen binnen aanvaardbare grenzen kunnen blijven. Het beleid is niet bedoeld als een keurslijf. Het biedt een afwegingskader om optimaal met externe veiligheid in samenspel met andere belangen en andere instanties rekening te houden. Als onderdeel van het gemeentelijke beleid heeft de gemeente Heerlen een routering vervoer gevaarlijke stoffen vastgesteld. Behoudens op de vastgestelde route is het niet toegestaan routeplichtige gevaarlijke stoffen te vervoeren. Voor het vervoer vanaf de route naar het afleveradres dient een ontheffing te zijn afgegeven. Door deze routering wordt sturing gegeven aan een veilige afwikkeling van het vervoer van routeplichtige gevaarlijke stoffen binnen Heerlen. Conclusie plangebied Een sportschool betreft een beperkt kwetsbaar object, in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). In artikel 1 van het Bevi is bepaald wat (beperkt) kwetsbare objecten zijn.
(Beperkt) kwetsbare objecten zijn onder andere woningen, scholen, kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlak van minder dan of gelijk aan 1.500 m², ziekenhuizen, hotel, restaurants. Een sportschool betreft een beperkt kwetsbaar object. Ook andere inrichtingen waar gedurende de dag grote groepen personen gedurende langere tijd verblijven worden als een beperkt kwetsbaar object beschouwd.
bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 38 -
Toelichting
De onderstaande afbeelding toont een uitsnede van de Risicokaart. Het plangebied is op deze uitsnede middels een blauwe kleur weergegeven: d
In het onderstaande is een uiteenzetting weergegeven van de risicobronnen die in omgeving van het plangebied aanwezig zijn en welk effect deze risicobronnen hebben op het onderhavige plan. Inrichtingen/bedrijven De dichtstbijzijnde risicovolle inrichting is gesitueerd ten westen van het plangebied, op een afstand van circa 340 meter. Het betreft garage/tankstation Fermans (Hommerterweg 292 te Amstenrade, gemeente Beekdaelen). Bij dit tankstation wordt LPG verkocht. Bij het tankstation is een LPG-vulpunt aanwezig met een plaatsgebonden risicocontour van 25 meter. Tevens zijn een LPG-reservoir en een LPG-afleverinstallatie met een plaatsgebonden risicocontour van 25 respectievelijk 15 meter aanwezig. Het invloedsgebied voor wat betreft het groepsrisico bedraagt 150 meter. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied. Gezien de ruime afstand tussen de projectlocatie en het tankstation kan geconcludeerd worden dat de aanwezigheid van het tankstation geen belemmering vormt voor de realisatie van het plan. Volgens de Risicokaart zijn er in de omgeving van het plangebied geen andere bedrijven of inrichtingen gelegen met risico’s inzake externe veiligheid. Buisleidingen Ten noorden van het plangebied, op een afstand van circa 300 meter, ligt een hogedruk aardgastransportleiding van de Gasunie (Z-503-01). Deze buisleiding heeft een diameter van 12 inch en een werkdruk van 40 bar.
De plaatsgebonden risicocontour van de leiding is enkel op de leiding zelf gelegen en niet daarbuiten. Het invloedsgebied voor wat betreft het groepsrisico bedraagt 150 meter. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied. Transport gevaarlijke stoffen Over de weg Ten zuiden van het plangebied ligt de Randweg (N298). Over deze weg vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. De plaatsgebonden risicocontour beperkt zich echter uitsluitend tot het wegtracé en niet daarbuiten. Ten noorden van het plangebied ligt de Buitenring Parkstad Limburg (N300). Ook voor deze weg geldt dat er vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Ook voor deze weg beperkt de plaatsgebonden risicocontour zich uitsluitend tot het wegtracé en niet daarbuiten. Beide wegen vormen derhalve geen belemmering voor de realisering van het plan.
bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 39 -
Toelichting
Over het water In de directe omgeving van het plangebied d bevinden zich geen vaarwegen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water is derhalve niet relevant. Over het spoor In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen vaarwegen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor is derhalve niet relevant. Resumerend kan worden aangegeven dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor het plangebied.
5.8 Bedrijfshinder In de omgeving van het plangebied zijn woningen gesitueerd. Zowel aan de Jeugrubbenweg als aan de Hommerterweg. Voor een sportschool geldt een richtafstand van 30 meter tot geluidgevoelige functies, zoals bijvoorbeeld woningen. Direct aangrenzend aan de oostelijke zijde van het plangebied liggen de woningen Jeugrubbenweg 18 en 22. Er wordt niet voldaan aan de richtafstand van 30 meter. Ook wanneer wordt uitgegaan van een ‘gemengd gebied’ en de richtafstand wordt verlaagd tot 10 meter, wordt niet voldaan aan de richtafstand. De woning aan de Jeugrubbenweg 18 is gelegen op circa 3 meter van het plangebied en de woning aan de Jeugrubbenweg 22 is gelegen op circa 8 meter van het plangebied. Onder andere vanwege de constatering dat niet aan de richtafstand uit de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ wordt voldaan, is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de feitelijke geluidsituatie. In hoofdstuk 3 van het akoestisch onderzoekrapport (dat als separate bijlage 1 bij deze toelichting is ogenomen) wordt nader ingegaan op de beoordeling die heeft plaatsgevonden middels de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. Naar aanleiding van het akoestisch onderzoek dat ter plaatse van het plangebied heeft plaatsgevonden, wordt geconcludeerd dat, met inachtneming van een aantal voorwaarden, kan worden voldaan aan de beoordeling ‘Bedrijven en milieuzonering’.
Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de woningen rondom het plangebied.
5.9 Archeologie 5.9.1 Verdrag van Valetta Het “Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed”, kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valetta tot stand gekomen. Het Verdrag beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. In 1992 ondertekende Nederland het ‘Verdrag van Malta”. In het verdrag is de omgang met het Europees archeologisch erfgoed geregeld. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer en sinds september 2007 is de Archeologische monumentenzorg geïmplementeerd in de Monumentenweg 1988. De essentie is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gegaan naar de aanwezigheid van archeologische waarden daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. Volgens de wettelijke verplichting wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met bekende en verwachte archeologische waarden. De Erfgoedwet juncto Monumenten 1988 geeft een vrijstelling van onderzoeksplicht voor projecten kleiner dan 100 m², maar geeft de gemeente de vrijheid deze vrijstelling aan te passen. Die afwijking kan zowel naar boven als naar beneden. Voor de diepte van bodemingrepen bevat de wet geen grens.
bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 40 -
Toelichting
5.9.2 Beleidsnota archeologie d Op 10 oktober 2018 is de beleidsnota archeologie ‘Erfgoed is identiteit, beleidsnota archeologie gemeente Heerlen’ door de gemeenteraad vastgesteld. In deze beleidsnota wordt het beleid ten aanzien van de omgang met het archeologisch bodemarchief voor de komende jaren vastgelegd. Het archeologisch beleid van de gemeente Heerlen heeft tot doel haar archeologische erfgoed te beschermen en te ontsluiten als bron van het ‘gemeenschappelijke geheugen’ en als middel voor wetenschappelijke studie, zonder meer maatschappelijke lasten in het leven te roepen dan strikt noodzakelijk is. Deze formulering waarborgt het behoud en de ontsluiting van het archeologisch erfgoed in de gemeente, maar laat ruimtelijke ontwikkelingen eveneens goed toe. Het is een doelstelling die niet alleen praktisch uitvoerbaar en proportioneel is, maar ook haalbaar. Naast het beleidsmatige aspect wil de gemeente Heerlen ook de economie versterken door het potentieel van de archeologie te gebruiken. Cultureel erfgoed en toerisme zijn nauw verbonden. Cultureel erfgoed is een waardevolle faciliteit voor zowel bewoners van, als bezoekers aan een gebied. Het cultureel erfgoed vormt vaak de bepalende factor in de regionale of lokale identiteit. Vanuit economisch perspectief kan cultureel erfgoed beschouwd worden als kapitaalgoed met een potentieel hoge economische waarde.
5.9.2.1 Archeologische verwachtings- en beleidskaart Heerlen Voor geheel Parkstad Limburg is een archeologische waarden- en verwachtingenkaart opgesteld, de archeologische beleidskaart. Deze kaart is gebaseerd op uitgevoerd inventariserend archeologisch onderzoek. Voor de gemeente Heerlen en de overige Parkstadgemeenten is door archeologisch adviesbureau RAAP een uitgebreid onderzoek uitgevoerd. Het RAAP-rapport betreft een bureauonderzoek naar de archeologische verwachtingen waarbij een inventarisatie heeft plaatsgevonden van de bekende archeologische vindplaatsen binnen de Parkstadgemeenten en van landschappelijke (geologische en geomorfologische) en bodemkundige gegevens van het grondgebied. Daarnaast zijn de uitgevoerde archeologische onderzoeken geïnventariseerd, waarbij rekening is gehouden met vergraven of ontgronde gebieden, en heeft een literatuuronderzoek plaatsgevonden. In dit verband is onder andere ook het Actueel Hoogtebestand Nederland bestudeerd. Op basis van de genoemde inventarisaties is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld, dat haar neerslag heeft gevonden in een geactualiseerde archeologische verwachtingenkaart die door de gemeenteraad van Heerlen is vastgesteld op 1 oktober 2013.
Het doel van de archeologische verwachtingenkaart is het zichtbaar maken waar archeologische waarden aanwezig zijn of kunnen worden verwacht, en het daaraan koppelen van een onderzoeksplicht. Hiermee wordt tevens duidelijk bij welke werkzaamheden wel en bij welke geen archeologisch onderzoek noodzakelijk zal zijn. In de kaart worden de volgende zes categorieën onderscheiden. Categorie 1: beschermde Rijksmonumenten Voor werkzaamheden is hier altijd een vergunning volgens de Monumentenwet 1988 vereist. Categorie 2: gebieden van zeer hoge waarde en de historische dorpskernen Voor deze gebieden is voor de oppervlakte het wettelijk minimum van 100 m2 genomen. Projecten die over een groter oppervlak de bodem verstoren zijn onderzoeksplichtig. De monumentenwet geeft geen minimum voor de diepte van verstoring. Voor de gemeente Heerlen is voorgesteld geen onderzoeksplicht op te leggen voor werkzaamheden minder dan 40 cm diep. Categorie 3 en 4: gebieden met een hoge verwachtingswaarde Voor deze gebieden zijn de ondergrenzen nog verder verruimd (respectievelijk 250 m2 en 2.500 m2 oppervlakte, bij meer dan 40 cm diepte). Hierdoor zijn alleen de grotere projecten onderzoeksplichtig en geldt voor de meeste kleinere (particuliere) vergunningaanvragen geen onderzoeksplicht.
bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 41 -
Toelichting
Categorie 5: gebieden met een lage verwachtingswaarde 2 In gebieden met een lage trefkans, geldt alleen d voor grotere projecten (10.000 m en meer dan 40 cm diepte) een onderzoeksplicht. Categorie 6: gebieden zonder verwachtingswaarde In deze gebieden geldt geen onderzoeksplicht. Conclusie plangebied Op de archeologische verwachtingenkaart van de gemeente Heerlen is het plangebied deels aangeduid als ‘categorie 3 (hoge verwachtingswaarde)’, deels als ‘categorie 4 (middelhoge verwachtingswaarde)’ en deels als ‘categorie 5 (lage verwachtingswaarde)’. Dit houdt in dat bij categorie 3’ archeologisch onderzoek dient plaats te vinden bij ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de bodem wordt verstoord vanaf een diepte van meer dan 0,40 meter, over een oppervlakte van 250 m² of meer. Bij ‘categorie 4’ dient archeologisch onderzoek plaats te vinden bij ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de bodem wordt verstoord vanaf een diepte van meer 0,40 meter, over een oppervlakte van 2.500 m² of meer en bij ‘categorie 5’ dient archeologisch onderzoek plaats te vinden bij een bodemverstoring met een diepte van meer 0,40 meter over een oppervlakte van 10.000 m² of meer. Op de onderstaande afbeelding is een fragment van de archeologische verwachtingskaart opgenomen met daarop aangegeven de begrenzing van het plangebied:
Fragment archeologische verwachtingenkaart
bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 42 -
Toelichting
d
Legenda archeologische verwachtingenkaart
In het onderhavige plan is sprake van de functiewijziging van een bestaand pand. Er vindt geen grondverzet of andere vormen van bodemverstoring zijn niet aan de orde. Geconcludeerd kan dan ook worden dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor de realisatie van het onderhavige plan.
5.10 Cultuurhistorie Rijksbeschermde stadsgezichten Binnen de gemeente Heerlen is een aantal Rijksbeschermde stadsgezichten aangewezen, te weten: Beersdal, Leenhof, Maria Christinawijk, Tempsplein en Eikenderveld. Onderhavige projectlocatie is niet gelegen binnen één van deze Rijksbeschermde stadsgezichten. Gemeentelijke inventarisatie en selectie stadsgezichten Op 28 augustus 2012 heeft de raad van de gemeente Heerlen de Gemeentelijke inventarisatie en selectie stadsgezichten vastgesteld. De onderhavige projectlocatie vormt geen onderdeel van een gemeentelijk beschermd stadsgezicht. Rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten Binnen de projectlocatie zijn geen Rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten gesitueerd. Conclusie plangebied Geconcludeerd kan worden dat binnen het onderhavige plangebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig zijn. Het aspect cultuurhistorie vormt dan ook geen belemmering voor de realisering van onderhavig plan.
5.11 Stikstofdepositie De stikstofdepositie die ontstaat als gevolg van bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen kan een probleem vormen voor zowel de verwezenlijking van de instandhoudingsdoelstellingen voor de stikstofgevoelige habitattypen en soorten in veel Natura2000-gebieden als voor het mogelijk maken van economische ontwikkelingen die stikstofdepositie veroorzaken op deze gebieden. Nederland telt 160 Natura2000-gebieden. 118 van deze Natura2000-gebieden kennen een te hoge achtergronddepositie. Deze te hoge achtergronddepositie zorgt voor een stikstofdeken, die tot gevolg heeft dat in veel Natura2000-gebieden de zogenoemde kritische depositiewaarden voor de aangewezen habitattypen ruim worden overschreden. Een overschrijding van de kritische depositiewaarde brengt het risico met zich mee dat de kwaliteit van habitattypen worden aangetast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van stikstofdepositie. Deze bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 43 -
Toelichting
negatieve effecten worden veroorzaakt door de uitstoot van stikstof en ammoniak. Deze stoffen komen vrij bij alle verbrandingsprocessend en door ammoniakemissies in de landbouw. De voornaamste bronnen zijn verkeer, industrie en landbouw. Het is verboden om een project te realiseren dat significante gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura2000-gebied. Bij het nemen van een besluit op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aspect bouwen dient te worden getoetst aan de Wet natuurbescherming. Deze toetsing vindt plaats in twee stappen: een voortoets en een passende beoordeling. Programma aanpak Stikstofdepositie (PAS) In het PAS werken Rijk, provincies, natuurorganisaties en ondernemers samen. Er worden herstelwerkzaamheden genomen om de natuur bestendiger te maken tegen een overbelasting van stikstof, door bijvoorbeeld stikstofrijke grondlagen te verwijderen. De herstelmaatregelen zijn gebaseerd op landelijk voor het PAS opgestelde herstelstrategieën. Agrarische ondernemers nemen bronmaatregelen bij hun bedrijfsvoering om stikstofemissies omlaag te brengen, zoals aangepaste mestaanwending en het gebruik van veevoer met een andere samenstelling. Door deze herstelmaatregelen en de daling van de stikstofdepositie door bestaand beleid en de extra bronmaatregelen ontstaat er ook ruimte voor nieuwe economische activiteiten.
Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State twee belangrijke uitspraken gedaan over het PAS. De Afdeling oordeelde dat het PAS niet als basis mag worden gebruikt voor toestemming voor activiteiten die extra stikstofuitstoot veroorzaken (zoals bijvoorbeeld de uitbreiding van een veehouderij of de aanleg van een weg). Op basis van het PAS wordt vooruitlopend op toekomstige positieve gevolgen van maatregelen voor beschermde natuurgebieden, alvast toestemming gegeven voor activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor die gebieden. Zo’n toestemming vooraf mag niet op basis van de Europese Habitatrichtlijn. Die eist namelijk dat vooraf vast moet staan dat de geplande maatregelen daadwerkelijk resultaat hebben. Conclusie plangebied Middels het voorliggende bestemmingplan wordt de legalisering van een sportschool in een bestaand gebouw mogelijk gemaakt. Er zal geen sprake zijn van een bouwfase, waardoor een berekening van de stikstofdepositie tijdens de bouwfase niet aan de orde is. Voor wat betreft de gebruiksfase kan worden gesteld dat het gebruik van het pand als sportschool niet zal leiden tot een significante toename van stikstofdepositie ten opzichte van het gebruik dat op basis van het ter plaatse vigerende bestemmingsplan reeds is toegestaan. In het bestemminsplan ‘Hoensbroek Noord 2016’ is het perceel bestemd tot ‘Bedrijf’.
Binnen deze bestemming zijn bedrijven toegestaan die zijn opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, die als bijlage bij de regels van het bestemmingsplan is opgenomen. Conform deze lijst zijn diverse bedrijven toegestaan, zoals bijvoorbeeld groothandel- en detailhandelsbedrijven. Wanneer deze bedrijfsvormen worden afgezet tegen de sportschool die middels het voorliggende bestemmingsplan wordt gelegaliseerd, kan worden gesteld dat er geen sprake zal zijn van een onevenredig hoge verkeersaantrekkende werking, en dus geen sprake van een onevenredig hoge stikstofdepositie.
bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 44 -
Toelichting
6 Juridische planopzet
d
6.1 Inleiding Het bestemmingsplan ‘Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek’ bestaat uit een verbeelding met de bijbehorende regels en gaat vergezeld van de voorliggende toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Op de verbeelding zijn de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen weergegeven. De verbeelding is getekend op een actuele digitale ondergrond, samengesteld uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en kadastrale begrenzingen. De regels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, bebouwingsmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening, het Besluit ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) geformuleerde uitgangspunten. Het bestemmingsplan voldoet aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). Voor de opzet en inhoud van de regels is aansluiting gezocht bij het sjabloon regels dat onderdeel uitmaakt van het Handboek ruimtelijke plannen van de gemeente Heerlen.
6.2 Opbouw van de regels De regels van dit bestemmingsplan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de Inleidende regels, de Bestemmingsregels, de Algemene regels en de Overgangs- en slotregels aan de orde komen. 6.2.1 Hoofdstuk 1 Inleidende regels In de begrippen worden omschrijvingen gegeven van in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Alleen die begripsbepalingen zijn opgenomen die worden gebruik in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven over hoe gemeten moet worden. 6.2.2. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels De gronden van het gehele plangebied hebben een positieve bestemming. Een positieve bestemming betekent dat gebruik van de gronden voor de betreffende bestemming direct mogelijk is. Bovendien betekent het dat oprichting van gebouwen direct mogelijk is nadat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor het bouwen heeft verleend, welke dient te voldoen aan onder meer de regels van het bestemmingsplan, het Bouwbesluit en de Bouwverordening. De opbouw van de bestemmingen ziet er in beginsel als volgt uit: - bestemmingsomschrijving; - bouwregels; - afwijken van de bouwregels; bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 45 -
Toelichting
-
specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; d omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en van werkzaamheden.
Hierna volgt per bestemmingsonderdeel een korte toelichting. Bestemmingsomschrijving De bestemmingsomschrijving bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de gronden wordt toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies, zoals wonen, bedrijven, detailhandel, recreatie, horeca, etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. De hoofdfuncties worden als eerste genoemd. Indien van toepassing, worden ook de aan de hoofdfuncties ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. Tevens wordt aangegeven welke functies bij de bestemming horen door middel van de zin ‘met daarbij behorende’. Het betreft hier meestal functies als paden, groen, erven, etc. De bestemmingsomschrijving is niet alleen functioneel, maar bevat ook inrichtingsaspecten. Bouwregels In de bouwregels wordt aangegeven welke bebouwingsmogelijkheden er op een perceel bestaan. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Afwijken van de bouwregels Door het opnemen van een afwijkingsregeling bestaat de mogelijkheid af te wijken van de algemeen toegestane bouwregelingen.
Voor elke afwijking wordt aangegeven waarvan afgeweken wordt, de maximale afwijking die met de afwijking kan worden toegestaan en eventueel de situaties of voorwaarden waaronder vrijstelling wordt verleend. Het gaat hier om afwijkingsbevoegdheden voor specifieke bestemmingen. Als afwijkingsbevoegdheden gelden voor meerdere bestemmingen, dan wel een algemene strekking hebben, zijn ze opgenomen in hoofdstuk 3 (de algemene regels). Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel kan worden aangegeven welke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming. Hierin worden niet alle mogelijke strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de bestemmingsomschrijving. Afwijken van de gebruiksregels Een afwijking van de gebruiksregels mag niet leiden tot een feitelijke wijziging van de bestemming. Dat wil zeggen dat wel afwijking kan worden verleend ten behoeve van functies, die inherent zijn aan de in de bestemmingsomschrijving opgenomen functies. Via afwijking kunnen geen ‘nieuwe’ functies worden toegestaan. Met andere woorden: de afwijkingsregeling kan worden opgenomen voor kleinere, planologisch minder ingrijpende, onderwerpen.
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, en van werkzaamheden Specifieke inrichtingsactiviteiten, niet bestaande uit bouwen, dienen soms aan een omgevingsvergunning gebonden te worden.
bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 46 -
Toelichting
6.2.3 Hoofdstuk 3 Algemene regels d Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat wanneer bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van het bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het beoordelen van een aanvraag voor een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Met de algemene bouwregels wordt de bouw van bepaalde bouwwerken geregeld, die zijn toegestaan (of uitgesloten) binnen alle bestemmingen, voor zover daar per bestemming geen specifieke bouwregels voor zijn opgesteld. Algemene gebruiksregels In deze bepaling wordt aangegeven wat in ieder geval onder strijdig gebruik wordt verstaan. De specifieke gebruiksregel, zoals deze kan worden opgenomen in de afzonderlijke bestemmingen, is aanvullend op de algemene gebruiksregel van het bestemmingsplan. Daarnaast is in dit artikel geregeld dat bij het bouwen voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid. Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn gebiedsaanduidingen opgenomen. Deze vallen samen met diverse bestemmingen, maar zijn niet aan te merken als dubbelbestemming. Algemene afwijkingsregels In deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om een gedeelte van het plan te wijzigen ten behoeve van (geringe) wijziging van bestemminsgrenzen op perceelsniveau.
Per wijziging zijn voorwaarden opgenomen waaraan de wijziging moet voldoen. Overige regels Dit sublid geeft aan hoe andere wettelijke bepalingen, waarnaar is verwezen in de regels, dienen te worden geïnterpreteerd. 6.2.4 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Overgangsbepalingen In deze bepalingen wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze bepaling bevat de titel van het bestemmingsplan.
6.3 Toelichting van de bestemmingsregels Deze paragraaf beschrijft hoe de verschillende bestemmingen in het plangebied zijn toegekend. Artikel 3: enkelbestemming ‘Sport’: Aan het volledige plangebied is de enkelbestemming ‘Sport’ toegekend. Aan het pand dat zich binnen het plangebied bevindt is de aanduiding ‘sportschool’ (sps) toegekend. Uitsluitend ter plaatse van deze aanduiding mag een sportschool geëxploiteerd worden alsmede hieraan ondergeschikte horeca en detailhandel. Daarnaast is op de verbeelding de aanduiding ‘specifieke vorm van sport – sporttoestellen toegestaan’ aan de noordzijde van het pand opgenomen. Ter plaatse van deze aanduiding is het in de buitenlucht beoefenen van sport toegestaan, met maximaal 10 sporttoestellen. Daarnaast zijn binnen het plangebied gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudelijke voorzieningen, parkeervoorzieningen, uitritten en verhardingen en overige bijbehorende voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen toegestaan. Op bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 47 -
Toelichting
de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan is in het zuidoostelijke gedeelte van het plangebied over een oppervlakte van 137 d m² de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer uitgesloten – parkeren’ (-sv-p) opgenomen. Deze gronden mogen niet worden gebruikt voor het parkeren van voertuigen in verband met de geluidoverlast die hierdoor wordt veroorzaakt richting het woonperceel Jeugrubbenweg 18. Deze bepaling is in het bestemmingsplan opgenomen naar aanleiding van de resultaten van het akoestisch onderzoek. Daarnaast is in het zuidoostelijke gedeelte van het plangebied op de verbeelding de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer uitgesloten – in-/uitrit’ (-sv-iu) opgenomen. Ter plaatse van deze aanduiding mogen de gronden niet als in-/uitrit worden gebruikt. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat een andere in-/uitrit aan de zuidwestzijde van het plangebied wordt gebruikt. Hiermee wordt geluidoverlast van af- en aanrijdende voertuigen richting de woning aan de Jeugrubbenweg 18 voorkomen. Het bouwen van gebouwen is uitsluitend toegestaan binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak, waarbij het bouwvlak volledig mag worden bebouwd. De goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen maximaal 3,00 meter hoog zijn.