t_NL.IMRO.0917.BP010400W000003-0401.pdf
Tekst van het document
Artikel 4, 5 en 6: dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3 (hoge waarde)’, ‘Waarde – Archeologie 4 (middelhoge waarde)’ en ‘Waarde – Archeologie 5 (lage waarde)’: Zoals in hoofdstuk 2 reeds is aangegeven kent het plangebied diverse gradaties in archeologische verwachtingswaarde. Binnen de systematiek van de gemeente Heerlen worden zes gradaties onderscheiden, aflopend van ‘Waarde - Archeologie 1’ (de hoogste waarde) naar ‘Waarde – Archeologie 6’ (de laagste waarde). In het onderhavige plangebied zijn de waarden 3, 4 en 5 van toepassing. Gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ zijn tevens bestemd voor het behoud van en bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Gronden met deze dubbelbestemming mogen niet worden bebouwd, tenzij de archeologische waarde van de gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden waarbij over een oppervlakte van meer dan 250 m² (‘Waarde – Archeologie 4’), 2.500 m² (‘Waarde-Archeologie 4’) of 10.000 m² (‘Waarde-Archeologie 5’) tot een diepte van 40 cm of meer beneden het maaiveld wordt gegraven, is een archeologisch onderzoek noodzakelijk.
bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 48 -
Toelichting
d 7 Handhaving en uitvoerbaarheid
7.1 Handhavingsbeleid Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde wijze daadwerkelijk aan het plan te worden gehouden. Binnen de gemeente Heerlen is handhavingsbeleid voor de Wabo-taken (bouwen, ruimtelijke ordening, brandveiligheid en milieu) vastgelegd in het Toezicht- en handhavingsbeleid 2019-2022 Wabo. In dit beleid staan de doelen en uitgangspunten voor toezicht en handhaving geformuleerd. Tevens is de beleidscyclus beschreven, ook wel de ‘dubbele regelkring’ of ‘Big 8’ genoemd. Er is een minimaal uitvoeringsniveau van de wettelijke taken voor toezicht en handhaving vastgesteld en er zijn bestuurlijke prioriteiten benoemd. Deze vormen de basis voor het beleid en voor het jaarlijks vast te stellen toezicht- en handhavingsprogramma.
Om een goed naleefgedrag te bereiken zijn in het handhavingsbeleid verschillende toezicht- en handhavingsinstrumenten beschreven. In de sanctiestrategie is de basisaanpak voor bestuursrechtelijk en strafrechtelijk optreden bij overtredingen vastgelegd. Bij overtredingen van de Wabo en de hieraan gerelateerde wet- en regelgeving, wordt het stappenplan uit de Landelijke Handhavingsstrategie toegepast. Wat betreft de klachten over bouw of ruimtelijke ordening, worden deze geprioriteerd opgepakt. Indien er echter sprake is van een handhavingsverzoek, dient de beslissing op het handhavingsverzoek binnen een wettelijke termijn te gebeuren en kan het besluit bestaan uit handhavend optreden, daarvan af te zien of te gedogen (alleen in bijzondere omstandigheden). Tegen dit besluit is bezwaar en beroep mogelijk.
7.2 Financiële uitvoerbaarheid In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is in artikel 6.2.1 een opsomming gegeven van de bouwplannen die worden beschouwd als bouwplan in de zin van 6.12 Wro waarvoor een exploitatieplan dient te worden vastgesteld indien het kostenverhaal niet anderszins is geregeld (dat wil zeggen indien men geen anterieure privaatrechtelijke overeenkomst heeft kunnen sluiten met de ontwikkelende partij). Van een bouwplan zoals genoemd in artikel 6.2.1 Bro is geen sprake. Het opstellen van een exploitatieplan ten behoeve van kostenverhaal is derhalve niet aan de orde. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer wordt een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten.
bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 49 -
Toelichting
8 Procedure en overleg
d
8.1 Wettelijk vooroverleg instanties ex art. 3.1.1 Bro Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening dient de gemeente bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met betrokken waterschappen en diensten van Rijk en provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Er heeft vooroverleg plaatsgevonden met de provincie Limburg, Waterschap Limburg en Brandweer Zuid-Limburg. De provincie heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben op het plan. Het Waterschap Limburg gaat akkoord met het plan, waarbij geadviseerd wordt om bij nieuwe ontwikkelingen te kijken naar mogelijkheden om de locatie klimaat adaptief aan te leggen, bijvoorbeeld door al het hemelwater af te koppelen en te infiltreren. De Brandweer Zuid-Limburg heeft geen aanvullend advies ten aanzien van de bestrijdbaarheid.
8.2 Zienswijzen ex art. 3.8 Wro De procedure van het bestemmingsplan is vastgelegd in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Gedurende deze procedure kan eenieder binnen de termijn van terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan naar keuze schriftelijk of mondeling een zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan indienen. Het ontwerp-bestemmingsplan heeft met ingang van 23 april 2021, gedurende een termijn van zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen tegen het ontwerp-bestemmingsplan in te dienen. Er zijn tijdens deze periode geen zienswijzen ingediend. Het bestemmingsplan is door de raad van de gemeente Heerlen vastgesteld d.d. 29 september 2021.
bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen
- pagina 50 -