CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

t_NL.IMRO.0917.BP010400W000003-0401.pdf

Raadsvergadering . (video) 29 september 2021, gemeente HeerlenBij agendapunt: Bestemmingsplan "Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek"17.495 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting

Toelichting

Inhoud

d

1 Inleiding 4 1.1 Aanleiding en doel .......................................................................................................................... 4 1.2 Situering plangebied ....................................................................................................................... 4 1.3 Geldend bestemmingsplan ............................................................................................................. 5 1.4 De toelichting als onderdeel van het bestemmingsplan ................................................................ 6 1.5 Leeswijzer ....................................................................................................................................... 7 2 Planologisch beleidskader 8 2.1 Thematische behandeling .............................................................................................................. 8 2.2 Rijksbeleid ...................................................................................................................................... 9 2.3 Provinciaal beleid ......................................................................................................................... 12 2.4 Regionaal beleid ...........................................................................................................................

14 2.5 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................... 16 3 Gebiedsbeschrijving

24

4 Planbeschrijving 27 4.1 Algemeen...................................................................................................................................... 27 4.2 Planologische wijziging ................................................................................................................. 27 5 Omgevingsaspecten 29 5.1 Milieueffectrapportage ................................................................................................................ 29 5.2 Akoestiek ...................................................................................................................................... 29 5.3 Water ............................................................................................................................................ 30 5.4 Bodem .......................................................................................................................................... 32 5.5 Ecologie, flora en fauna ................................................................................................................ 34 5.6 Luchtkwaliteit ............................................................................................................................... 35 5.7 Externe veiligheid .........................................................................................................................

36 5.8 Bedrijfshinder ............................................................................................................................... 40 5.9 Archeologie................................................................................................................................... 40 5.10 Cultuurhistorie............................................................................................................................ 43 6 Juridische planopzet 45 6.1 Inleiding ........................................................................................................................................ 45 6.2 Opbouw van de regels .................................................................................................................. 45 6.3 Toelichting van de bestemmingsregels ........................................................................................ 47 7 Handhaving en uitvoerbaarheid 49 7.1 Handhavingsbeleid ....................................................................................................................... 49 7.2 Financiële uitvoerbaarheid ........................................................................................................... 49 8 Procedure en overleg 50 8.1 Wettelijk vooroverleg instanties ex art. 3.1.1 Bro ........................................................................

50 8.2 Zienswijzen ex art. 3.8 Wro .......................................................................................................... 50

bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen

- pagina 2 -

Toelichting

Separate bijlagen: d 1) Akoestisch onderzoek bestemmingswijziging voor sportschool Jeugrubbenweg 20 in Hoensbroek, Spider Monkey Consultancy, rapportnummer 20190102 (Definitief), d.d. 10.12.2020; 2) Verkennend bodemonderzoek Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek, Geonius Milieu B.V., rapportnummer MA190081.R01.V3.0, d.d. 21.04.2020.

bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen

- pagina 3 -

Toelichting

1 Inleiding

d

1.1 Aanleiding en doel In het pand aan de Jeugrubbenweg 20 te Hoensbroek (perceel kadastraal bekend als gemeente Heerlen, sectie T, nummer 33, 180 en 187) is een sportschool gevestigd. Conform het ter plaatse vigerende bestemmingsplan ‘Hoensbroek Noord 2016’ (vastgesteld door de raad van de gemeente Heerlen d.d. 27.09.2017) zijn het pand en het bijbehorende perceel bestemd tot ‘Bedrijf’. Binnen deze bestemming is het vestigen van een sportschool niet toegestaan. Binnen deze bestemming zijn uitsluitend bedrijven toegestaan van milieucategorie 2 of lager, conform de Staat van Bedrijfsactiviteiten, die als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd. Een sportschool kan niet worden beschouwd als een bedrijf. Derhalve is het vestigen van een sportschool binnen deze bestemming niet toegestaan. De initiatiefnemer van het voorliggende bestemmingsplan wenst de aanwezigheid van de sportschool te legaliseren, zodat een gedegen en toekomstbestendige bedrijfsvoering mogelijk is. De gemeente Heerlen heeft per brief aan de initiatiefnemer aangegeven onder voorwaarden mee te willen werken aan de legalisering van de sportschool.

De voorwaarden die hieraan worden gesteld zijn dat voor het perceel een nieuw bestemmingsplan dient te worden opgesteld en dat middels het uitvoeren van een bodemonderzoek en een akoestisch onderzoek moet blijken dat de aanwezigheid van een sportschool op deze locatie niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse. Dit nieuwe bestemmingsplan ligt thans voor. De genoemde onderzoeken zijn uitgevoerd en de onderzoeksrapportages zijn als separate bijlagen bij deze toelichting gevoegd.

1.2 Situering plangebied Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 5.575 m² en is gesitueerd aan de Jeugrubbenweg 20 in het stadsdeel Hoensbroek, in de gemeente Heerlen. De Jeugrubbenweg wordt ontsloten via de Randweg, die ten zuiden van de projectlocatie is gelegen. Het plangebied is gelegen in het noordwestelijke gedeelte van de gemeente Heerlen. Op het onderstaande kaartje is het plangebied middels een rode kleur weergegeven:

bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen

- pagina 4 -

Toelichting

1.3 Geldend bestemmingsplan d De gronden waarop het in hoofdstuk 4 omschreven plan wordt geregeld zijn thans planologischjuridisch geregeld in het vigerende bestemmingsplan ‘Hoensbroek Noord 2016’ (vastgesteld door de raad van de gemeente 27.09.2017). Het gehele perceel is in het vigerende bestemmingsplan ‘Hoensbroek Noord 2016’ bestemd tot ‘Bedrijf’. Op de onderstaande uitsnede van de bij het vigerende bestemmingsplan behorende verbeelding is het plangebied middels een rode omlijning aangeduid:

Ten aanzien van de bestemming ‘Bedrijf’ is het navolgende aangegeven in de regels van het bestemmingsplan. Enkelbestemming ‘Bedrijf’ De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor de in de Staat van Bedrijfsactiviteiten genoemde bedrijven van categorie 2 of lager; en daarnaast geldt dat: a. ter plaatse van de aanduiding ‘detailhandel’ uitsluitend detailhandel op de begane grond is toegestaan; (*) b. ter plaatse van de aanduiding ‘tuincentrum’ uitsluitend een tuincentrum is toegestaan; (*) c. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel – woninginrichting’ uitsluitend detailhandel is toegestaan in de vorm van een woninginrichtingzaak; (*) d. ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’ een bedrijfswoning is toegestaan; e. ter plaatse van de aanduiding ‘wonen’ uitsluitend op de verdieping woningen zijn toegestaan. (*) (*) = deze aanduidingen zijn het op het onderhavige plangebied niet van toepassing.

bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen

- pagina 5 -

Toelichting

Dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3 (hoge waarde)’, ‘Waarde – Archeologie 4 (middelhoge waarde)’ en ‘Waarde – Archeologie d 5 (lage waarde)’ Daarnaast is een klein gedeelte aan de westzijde van het plangebied voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3 (hoge waarde)’. Het grootste gedeelte van het plangebied is voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4 (middelhoge waarde)’ en het westelijke gedeelte van het plangebied is voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5 (lage waarde)’. Gronden voorzien van deze dubbelbestemmingen zijn, naast de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan Conform artikel 3.1.1 van het bestemmingsplan zijn binnen de bestemming ‘Bedrijf’ uitsluitend bedrijven toegestaan van milieucategorie 2 of lager, conform de Staat van Bedrijfsactiviteiten die als bijlage bij de regels is opgenomen. In artikel 1.12 van het bestemmingsplan is het begrip ‘bedrijf’ als volgt gedefinieerd: “een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, uitgezonderd detailhandel”. Gezien de bovenstaande definitie van het begrip ‘bedrijf’ kan gesteld worden dat een sportschool niet als bedrijf kan worden beschouwd.

Het exploiteren van een sportschool is derhalve niet toegestaan binnen de bestemming ‘Bedrijf’.

1.4 De toelichting als onderdeel van het bestemmingsplan Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart), regels en een toelichting. In deze paragraaf worden de onderdelen van het bestemmingsplan en hun juridische status nader toegelicht. In paragraaf 1.4.1 wordt hieronder de rol van de toelichting ten aanzien van de regels en verbeelding beschreven. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Deze worden in paragraaf 1.4.2 en 1.4.3 beschreven. In paragraaf 1.4.4 worden vervolgende de standaarden beschreven op grond waarvan dit bestemmingsplan is ontwikkeld. 1.4.1 Toelichting In deze toelichting wordt de opzet van het bestemmingsplan beschreven. Zo worden het doel van het bestemmingsplan, het relevante beleid, een beschrijving van het plangebied, de relevante omgevingsaspecten en de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan besproken. Daarnaast wordt in de juridische planopzet de opbouw van de regels beschreven en wordt de werking van de regels nader toegelicht. Tenslotte wordt verslag gedaan van de resultaten van het met andere overheden en openbare lichamen gevoerde overleg en de (eventueel) ingediende zienswijzen. 1.4.2 Regels Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening worden aan de gronden, die binnen het plangebied zijn gelegen, bestemmingen toegewezen met bijbehorende doelen of functies.

Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld. De regels maken duidelijk waarvoor de gronden gebruikt mogen worden en wat onder welke voorwaarden op de gronden gebouwd mag worden. Ook kan aan gronden een dubbelbestemming toegekend worden. De dubbelbestemming ziet op het beschermen van een bepaalde waarde (zoals archeologie, waterstaat) of op een zone (bijvoorbeeld externe veiligheid, molenbiotoop of leiding).

bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen

- pagina 6 -

Toelichting

1.4.3 Verbeelding d De verbeelding (de plankaart) geeft een grafische weergave van het plangebied. In de verbeelding zijn de plangrens, bestemmingen en aanduidingen weergegeven op een ondergrond. Voor bestemmingsplannen bestaan in de regel een digitale en een analoge verbeelding. De analoge verbeelding wordt doorgaans gebruikt bij de terinzagelegging van het bestemmingsplan. Beide verbeeldingen zijn in beginsel rechtsgeldig, maar bij interpretatieverschillen is de digitale verbeelding beslissend. De ondergrond is een samenstelling van de Basisregistratie Grootschalige Topografie BGT (landmeetkundig ingemeten topografie), luchtfoto’s en kadastrale begrenzingen. Voor de verbeelding op papier wordt ter oriëntatie gebruik gemaakt van topografische en kadastrale ondergronden. Na verloop van tijd kunnen deze ondergronden hun actualiteit verliezen. Daarnaast tonen de ondergronden niet altijd alle bebouwing. 1.4.4 Standaarden Om de bestemmingsplannen in heel Nederland te kunnen vergelijken schrijft de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening voor, dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen.

Naast de SVBP2012 zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO2012) en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI2012) normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De digitale verbeelding is te raadplegen via www.ruimtelijkeplannen.nl. Door een muisklik op de digitale verbeelding verschijnen de bijbehorende regels voor de locatie in beeld. Vervolgens kan doorgeklikt worden om de gehele inhoud van het bestemmingsplan (regels, toelichting en eventuele bijlagen) te raadplegen. Tevens is het mogelijk om te meten op de digitale verbeelding en door middel van coördinaten (het Rijksdriehoekscoördinatenstelsel) de exacte locatie te bepalen.

1.5 Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat een bespreking van de planologische beleidskaders die een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van dit bestemmingsplan. In paragraaf 2.1 wordt voor een aantal belangrijke thema’s (wonen, retail, kantoren en bedrijvigheid) per thema het relevante beleidskader geschetst. Vervolgens wordt in paragraaf 2.2 tot en met 2.5 achtereenvolgens het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid besproken, In hoofdstuk 3 wordt het plangebied beschreven. Hierbij komen de historische context, de ruimtelijke en functionele structuur en mobiliteit ter sprake. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de gewenste ontwikkeling van het plangebied. Hoofdstuk 5 behandelt de voor het plangebied relevante omgevingsaspecten, zoals water, archeologie, externe veiligheid en luchtkwaliteit. Hoofdstuk 6 beschrijft de juridische planopzet van het bestemmingsplan en de werking van de regels. In Hoofdstuk 7 is de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan beschreven en Hoofdstuk 8 geeft een beeld van de doorlopen bestemmingsplanprocedure en het gevoerde overleg.

bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen

- pagina 7 -

Toelichting

2 Planologisch beleidskaderd 2.1 Thematische behandeling Dit hoofdstuk bevat een bespreking van de planologische beleidskaders die een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van dit bestemmingsplan. In paragraaf 2.1 wordt voor het thema bedrijvigheid op thematische wijze (dus over alle bestuurslagen heen) het relevante beleidskader geschetst. De overige thema’s (wonen, retail en kantoren) hebben geen relevantie voor het voorliggende bestemmingsplan en zijn derhalve achterwege gelaten. Vervolgens wordt in paragraaf 2.2 tot en met 2.5 achtereenvolgens het overige relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid besproken. 2.1.1 Bedrijvigheid 2.1.1.1 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is op hoofdlijnen vastgelegd in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014). Het onderdeel ‘duurzame economische structuur’ is gericht op het aanbod en de kwaliteit van werklocaties (waaronder bedrijventerreinen), en is door de Zuid-Limburgse gemeenten uitgewerkt in de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (SVREZL). In het POL2014 wordt als doel gesteld om te zorgen voor voldoende ruimte om de dynamiek van het gevestigde bedrijfsleven te faciliteren, en om de komst van nieuwe bedrijven naar Limburg mogelijk te maken. De kwaliteit van onze bedrijventerreinen moet aansluiten bij de wensen van het bedrijfsleven.

Evenals bij kantoren ligt de nadruk van beleid op de groei van kwaliteit van het aanbod, zonder dat de kwantiteit toeneemt. Duurzaamheid ten aanzien van grondstoffen- en energieverbruik spelen daarbij een belangrijke rol. De opgave is per regio verder geconcretiseerd in een regionale visie/programma voor werklocaties. 2.1.1.2 Regionaal beleid Het provinciaal beleid ten aanzien van bedrijventerreinen uit het POL2014 is door de ZuidLimburgse gemeenten uitgewerkt in de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (SVREZL). Hierin is onder meer beschreven hoe continu wordt gewerkt aan de kwaliteit van de bestaande voorraad en onder welke voorwaarden nieuwe ontwikkelingen zijn toegestaan. De ambitie in het POL2014 is gericht op een optimale benutting van bedrijventerreinen in regionaal verband, zonder toename van het huidig areaal aan bestaande bedrijventerreinen en harde plancapaciteit. Dit kan door regionaal afspraken te maken over kwaliteitsverbetering van de bestaande voorraad aan bedrijventerreinen. Conclusie plangebied In het voorliggende bestemmingsplan wordt geen nieuwe bedrijvigheid of de uitbreiding van een bedrijventerrein mogelijk gemaakt. Wel wordt de bedrijfsbestemming, die conform het vigerende bestemmingsplan op het plangebied rust, wegbestemd om de ontwikkeling van een sportschool mogelijk te maken.

Het in het voorgaande beschreven beleid kent geen specifieke uitgangspunten in relatie tot het voorliggende bestemmingsplan.

bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen

- pagina 8 -

Toelichting

2.2 Rijksbeleid d 2.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het huidige ruimtelijke en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. Centrale doel van de SVIR is Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028). Dit gebeurt aan de hand van drie deeldoelen waaraan 13 nationale belangen zijn gekoppeld. Onderstaand zijn de 13 nationale belangen schematisch weergegeven. Doel

Nationaal belang

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland

1.

2. 3. 4. Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat

5.

6. 7.

Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke en cultuurhistorische waarden behouden zijn

excellente ruimtelijk-economische structuur door aantrekkelijk vestigingsklimaat, een goede internationale bereikbaarheid stedelijke regio's met een concentratie van ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie; ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; efficiënt gebruik van de ondergrond. een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; betere benutting van de capaciteit van het bestaande Mobiliteitssysteem; het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen.

8.

verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; 9. ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10. ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11. ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten 12. ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; 13. zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.

De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Deze zijn of worden opgenomen in het Barro (zie hierna). Van de provincies en gemeenten wordt gevraagd de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Ze zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, (dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie), door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van een bestemmingsplan. Conclusie plangebied Voor het onderhavige plan biedt de SVIR geen specifieke uitgangspunten.

bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen

- pagina 9 -

Toelichting

2.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ter bescherming van de nationale belangen d is door het Rijk het ‘Besluit algemene regels ruimtelijke ordening’ (Barro) opgesteld. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen. In het Barro zijn regels opgenomen voor de volgende nationale belangen: - rijksvaarwegen; - mainportontwikkeling Rotterdam; - kustfundament; - grote rivieren; - Waddenzee en Waddengebied; - defensie; - hoofdwegen en landelijke spoorwegen; - elektriciteitsvoorziening; - buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; - ecologische hoofdstructuur; - primaire waterkeringen buiten het kustfundament; - IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); - erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Conclusie plangebied Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevat geen uitgangspunten voor dit specifieke plan. 2.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Vanaf oktober 2012 geldt bij ruimtebesluitvorming een voor de praktijk belangrijke nieuwe motiveringsplicht. Het betreft de in artikel 3.1.6, tweede lid Bro opgenomen plicht om indien een bestemmingsplan voorziet in een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ de aanvaardbaarheid daarvan in de toelichting van dat plan wordt onderbouwd.

Voor deze onderbouwing dient de zogeheten ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ te worden doorlopen. Conform artikel 5.20 Bor zijn, voor zover de omgevingsvergunning wordt verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de wet, de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. Hierdoor is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ ook op projectafwijkingsbesluiten van toepassing. Op 12 mei 2017 is het 'Besluit van 21 april 2017 tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening in verband met de aanpassing van de ladder voor duurzame verstedelijking' gepubliceerd (Stb. 2017, 182). In dit besluit is de gewijzigde tekst van de zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' (artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening, hierna: "Bro") opgenomen. De wijziging is op 1 juli 2017 in werking treden. In voornoemd besluit van 21 april 2017 is een aantal leden van artikel 3.1.6 Bro gewijzigd.

De belangrijkste wijzigingen die daarbij zijn doorgevoerd zijn: - de drie zogenaamde treden van de ladder zijn losgelaten; - het begrip 'actuele regionale behoefte' is vervangen door de eenvoudiger term 'behoefte'; - het uitgangspunt wordt: voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zowel binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied, moet de behoefte worden beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan; - indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dan dient gemotiveerd te worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien; - de mogelijkheid is opgenomen om de toepassing van de ladder door te schuiven naar het latere uitwerkings- of wijzigingsplan. Conclusie plangebied Voorvraag: Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Alvorens de ladder te motiveren dient eerst de voorvraag te worden beantwoord: is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (hierna: NSO)? Een NSO is een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen

- pagina 10 -

Toelichting

stedelijke voorzieningen. Volgens jurisprudentie is de functieveranderingen en nieuwbouw van eend ‘zekere omvang’.

ladder

van

toepassing

op

Blijkens de Nota van toelichting (2017) worden onder ‘andere stedelijke voorzieningen’ als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder i van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), onder andere verstaan accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. Hieruit blijkt dat een sportschool in de Nota van toelichting in 2017 als een ‘andere stedelijke voorziening’ werd betiteld. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de uitspraken met de kenmerken ECLI:NL:RVS:2016:1075 en ECLI:NL:RVS:2016:1064 bepaald dat een bestemmingsplan dat ten opzichte van het vorige plan voorziet in een planologische functiewijziging, zonder dat een toename van bebouwingsmogelijkheden mogelijk wordt gemaakt, in beginsel geen ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ in de zin van de Ladder voor duurzame verstedelijking betreft. Dit kan echter anders zijn wanneer de functiewijziging substantieel van aard is in vergelijking met de bedrijvigheid die op basis van het bestemmingsplan c.q. de Staat van Bedrijfsactiviteiten wel mogelijk zou zijn geweest. In een andere uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (kenmerk: ECLI:NL:RVS:2018:3297, d.d. 10 oktober 2018) is een uitspraak gedaan over de vraag of de vestiging van een sportschool al dan niet als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ wordt aangemerkt.

In de casus was een omgevingsvergunning verleend om af te wijken van het bestemmingsplan, op basis van de zogenoemde ‘kruimelgevallenregeling’. Het pand waarin de sportschool werd gevestigd, was in het ter plaatse vigerende bestemmingsplan bestemd tot ‘Gemengd-4’. Binnen deze bestemming waren verschillende functies toegestaan, zoals openbare parkeergarages, bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2, kantoren, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, beurzen, congressen en expositieruimten en een webshop. In deze zaak heeft de Afdeling geoordeeld dat de aard en omvang van een sportschool niet verschilt van de bovengenoemde planologisch toegestane activiteiten. Dit betekent dat er geen sprake is van een ‘nieuwe stedelijke voorzieningen’ in de zin van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Conclusie plangebied Uit de in het voorgaande vermelde uitspraken kan worden geconcludeerd dat het onderhavige plan, waarin eveneens sprake is van de vestiging van een sportschool in een pand waarin, op basis van het ter plaatse vigerende bestemmingsplan, bedrijven uit milieucategorie 1 en 2 zijn toegestaan, geen sprake is van de realisatie van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ in de zin van de Ladder voor duurzame verstedelijking. De Ladder van duurzame verstedelijking is derhalve niet van toepassing op het onderhavige plan.

2.2.4 Erfgoedwet Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Samen met de Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 ingaat, maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. Voor het onroerend cultureel erfgoed zijn deze wetten van grote betekenis. Het deel van de Monumentenwet 1988 dat direct raakt aan de fysieke leefomgeving, gaat namelijk op in de Omgevingswet. Het resterende deel van de Monumentenwet is opgegaan in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet voorziet ook in het nodige overgangsrecht, zodat artikelen uit de Monumentenwet tussen 2016 en 2019 niet zomaar komen te vervallen. De Erfgoedwet en de Omgevingswet regelen de zorg voor ons bodemarchief en zijn de vertaling van het Verdrag van Malta. De essentie van de wetgeving is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van archeologische waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden.

bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen

- pagina 11 -

Toelichting

Conclusie plangebied De archeologische wetgeving is vertaald d in een gemeentelijk archeologisch beleidskader. Dit gemeentelijk beleidskader alsmede de wijze waarop met het aspect archeologie in dit plan rekening is gehouden is verwoord in paragraaf 5.8 van deze toelichting.

2.3 Provinciaal beleid 2.3.1 Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) Op 12 december 2014 hebben Provinciale Staten het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (hierna: POL2014), de Omgevingsverordening Limburg 2014 en het Provinciaal Verkeers- en Vervoersprogramma 2014 vastgesteld. Gezamenlijk vormen deze beleidsdocumenten een integrale omgevingsvisie, die vier wettelijke functies vervult: structuurvisie (Wet ruimtelijke ordening), provinciaal milieubeleidsplan (Wet milieubeheer), regionaal waterplan (Waterwet), Provinciaal Verkeer- en Vervoersplan (Planwet verkeer en vervoer). In het POL2014 staan de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat centraal. Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering. De centrale ambitie komt voort uit de Limburgagenda: een voortreffelijk grensoverschrijdend leef- en vestigingsklimaat, dat eraan bijdraagt dat burgers en bedrijven kiezen voor Limburg: om er naar toe te gaan en vooral ook om hier te blijven. Verder staat in het POL2014 kwaliteit centraal.

Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto 'meer stad, meer land', het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Algemene principes voor duurzame verstedelijking sluiten hierop aan, zoals de ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen.

bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen

- pagina 12 -

Toelichting

Conclusie plangebied Het onderhavige plangebied is gelegen binnen d de zone ‘Overig bebouwd gebied’. Onderstaand is een uitsnede voor het plangebied uit het POL2014 opgenomen. Het plangebied is op deze uitsnede middels een rode omkadering aangeduid:

Zone ‘Overig bebouwd gebied’ De zone ‘Overig bebouwd gebied’ bestaat uit gemengde woon/werkgebieden met voorzieningen, deels met een stedelijk karakter, deels met een dorps karakter. Een aantrekkelijke woon- en leefomgeving is een belangrijk uitgangspunt binnen deze zone. Een voortreffelijke leef- en vestigingsklimaat kan niet zonder een woon- en leefomgeving van goede kwaliteit. Waarin burgers graag wonen, toeristen graag op vakantie komen en ondernemers graag hun bedrijf vestigen. En waar het gezond en veilig leven is. Die leefomgeving heeft een fysieke en een sociale kant. De sociale kant omvat aspecten zoals sociale cohesie, sociale veiligheid, verenigingsleven, toegang tot sport en cultuur. Het onderhavige plan voorziet in de legalisatie van een sportschool in een bestaand pand dat gelegen in binnen het bestaand stedelijk gebied van de gemeente Heerlen. Deze ontwikkeling past binnen de uitgangspunten die gelden binnen de zone ‘Overig bebouwd gebied’. 2.3.2 Omgevingsverordening Limburg De Omgevingsverordening Limburg 2014 bevat de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL 2014 juridische binding te geven. Specifiek voor de doorwerking van het ruimtelijk beleid is in de verordening een hoofdstuk Ruimte opgenomen. Dit hoofdstuk bevat uitsluitend instructiebepalingen die zijn gericht tot gemeentebesturen.

Zij moeten deze regels in acht nemen bij het vaststellen van bestemmingsplannen, beheersverordeningen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen. In het hoofdstuk Ruimte zijn voor een beperkt aantal onderdelen van het POL-beleid regels opgenomen. Daarnaast zijn regelingen opgenomen die naar de mening van het Rijk door de Provincies nader moeten, dan wel kunnen worden uitgewerkt in een provinciale ruimteverordening. Met name gaat het dan om de regels voor de ecologische hoofdstructuur, die zijn ondergebracht in het onderdeel Goudgroene natuurzone.

bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen

- pagina 13 -

Toelichting

In de verordening is onder andere bepaald dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen in beginsel een plaats moeten krijgen binnen het bestaande d stedelijk gebied (overeenkomstig de Ladder voor duurzame verstedelijking). Herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen krijgt hierbij bijzondere aandacht. Verder bevat de Omgevingsverordening de bepaling dat een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg niet voorziet in de toevoeging van nieuwe woningen aan de bestaande planvoorraad (ofwel de woningen die zijn opgenomen in de voor 5 juli 2013 vastgestelde ruimtelijke plannen en die nog niet zijn gerealiseerd). Uitzondering hierop vormt een woningbouwplan dat voldoet aan de door Gedeputeerde Staten vastgestelde 'Kwaliteitscriteria nieuwe woningen Zuid-Limburg'. Conclusie plangebied Voor de beschrijving van de ‘ladder’ wordt verwezen naar subparagraaf 2.2.3 van deze toelichting. Voor het overige zijn er geen gebiedsspecifieke bepalingen in de Omgevingsverordening Limburg opgenomen.

2.4 Regionaal beleid 2.4.1 Structuurvisie Parkstad Limburg De regio Parkstad Limburg heeft een eigen intergemeentelijke structuurvisie vastgesteld: 'Ruimte voor park & stad' (2009). De visie beoogt de missie van de regio, 'het in duurzame samenhang ruimtelijk-economisch ontwikkelen van de regio en het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit', te verwezenlijken. Als alle partijen hun krachten bundelen, moet het mogelijk zijn om in 2030 deze kwaliteiten in Parkstad Limburg te ervaren: - meer en beter bereikbaar groen, meer ecologische kwaliteit en structuur, onder andere door een groter contrast van stad en land; - een sterke economie, voortbouwend op bestaande kwaliteiten en ontwikkelend op o.a. een innovatieve energiesector, toeristische dag- en verblijfrecreatie, een hoogwaardige zorginfrastructuur en dito opleidingsfaciliteiten; - een geherstructureerd stedelijk gebied met Heerlen-Centrum als Parkstad-Centrum: een hoogstedelijke kern die hoge, gevarieerde woonkwaliteit met passende voorzieningen biedt voor bestaande én nieuwe kansrijke doelgroepen; - een uitstekende ontsluiting en bereikbaarheid via de Binnenring en het openbaar vervoer, waardoor Parkstad Limburg ook internationaal een steviger positie verwerft.

De intergemeentelijke structuurvisie zet de toekomstlijnen uit voor twee structuurdragers: ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit en de economisch-maatschappelijke ontwikkeling. Deze dragers zijn uitgewerkt door middel van vier hoofdthema’s: Ruimtelijke identiteit - regionale ontwikkeling met de natuur als goede buur Natuur en landschap, inclusief het rijke erfgoed, beek- en rivierdalen vormen de basis voor een duurzame versterking van identiteit en vitaliteit. De stad krimpt, verdicht en laat zo de natuur ruimte voor groen en waterstructuren. Economie - meer vitaliteit vanuit historische en huidige kracht Hoofdambitie is economische structuurversterking met als strategie ruimtelijke concentratie en revitaliseren van locaties die niet aan moderne eisen voldoen, onder toepassing van de SER-ladder. Bij revitalisering van bestaande locaties krijgt kleinschalige bedrijvigheid nadrukkelijk de ruimte. Wonen - meer kwaliteit voor een veranderende bevolking Herstructurering gaat voor uitbreiding: het bedienen van de veranderende wensen van bestaande en nieuwe doelgroepen verloopt dus vooral via een kwalitatieve vervangingsopgave. In principe geen uitbreiding buiten huidige stedelijke contour.

bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen

- pagina 14 -

Toelichting

Mobiliteit - meer samenhang, betere bereikbaarheid De ambitie is een betere bereikbaarheid viad weg en spoor, zowel regionaal als internationaal. De nieuwe ringstructuur ontlast de oude radiale wegenstructuur. Hierbij hoort een heldere, eenduidige categorisering van wegen naar hun functie. Dit is in de structuurvisie vertaald naar een XL t/m S-aanduiding. Conclusie plangebied De onderstaande afbeeldingen tonen een uitsnede van de ‘Ontwikkelingskaart’ behorende bij de Structuurvisie Parkstad Limburg en de bij deze kaart behorende legenda. De situering van het plangebied is middels een blauwe stip en pijl aangeduid:

Uitsnede ‘Ontwikkelingskaart’

Legenda ‘Ontwikkelingskaart’

bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen

- pagina 15 -

Toelichting

Het plangebied is gelegen op de grens tussen de zone ‘Bestaand woongebied/herstructureringsgebied’ en dedzone ‘Landschap’. Het plangebied is gesitueerd aan de rand van het stedelijk gebied (het stadsdeel Hoensbroek). Ter plaatse zijn de gronden aangewezen als de zone ‘Landschap’. Deze gronden vormen als het ware een groene rand langs het stedelijk gebied. Ter hoogte van het plangebied is tevens middels een paarse lijn een zone aangewezen waar de ambitie geldt om de stadsranden te verbeteren. Middels de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan wordt een nieuwe juridisch-planologische invulling gegeven aan een bedrijfspand, waarmee leegstand wordt voorkomen. In zoverre levert het plan een bijdrage aan de beleidsdoelstelling die is geformuleerd in de Structuurvisie Parkstad Limburg. Voor het overige bevat de structuurvisie geen specifieke uitgangspunten voor het voorliggende plan. De onderstaande afbeeldingen tonen een uitsnede van de ‘Beheer- en sturingskaart’ behorende bij de Structuurvisie Parkstad Limburg en de bij deze kaart behorende legenda:

Uitsnede ‘Beheer- en sturingskaart’

bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen

- pagina 16 -

Toelichting

d

Legenda ‘Stuur- en ontwikkelingskaart’

De ‘Stuur- en ontwikkelingskaart’ laat zien dat het plangebied is gelegen in een licht rode kleur. Dit betekent dat het plangebied is gesitueerd in een woongebied met een beperkte regionale relevantie. Deze ligging biedt geen specifieke uitgangspunten voor de in het plan beoogde sportschool.

2.5 Gemeentelijk beleid 2.5.1 Structuurvisie Heerlen 2035 Op 7 juli 2015 heeft de gemeenteraad van Heerlen de Structuurvisie Heerlen 2035 vastgesteld. Met dit planologisch instrument kan de gemeente de ruimtelijke sturing beter afstemmen op de ruimtelijke opgaven van de toekomst. De grenzen van de groei zijn bereikt. Er is een eind gekomen aan een onafgebroken periode van vraag naar ruimte en vastgoed. Nieuwe ontwikkelvraagstukken hebben nu vooral te maken met de vraag hoe om te gaan met bestaand vastgoed en vrijkomende ruimte. De ruimtelijke opgaven voor de toekomst hebben veel vaker betrekking op bestaand vastgoed in plaats van nieuwbouw en zullen gekenmerkt worden door termen als: flexibel, tijdelijk, duurzaam en kleinschalig. Ook de rol van de gemeente verandert. Heerlen moet de slag maken van een toetsende naar een faciliterende overheid. Niet alles zelf herontwikkelen, maar vooral ook initiatieven van ondernemers, marktpartijen en inwoners mogelijk maken, met de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen in deze structuurvisie als uitgangspunt. Deze transitieopgaven lopen als een rode draad door de structuurvisie. In de structuurvisie staan inhoudelijk vier thema’s centraal: Vitale stad, Centrale stad, Innovatieve stad en Verrassende stad. Vitale stad In het thema Vitale stad wordt een beeld geschetst van woonwijken in 2035.

Aan de ene kant willen we inzetten op minder woningen, maar vooral ook op woningen met meer kwaliteit en variatie. Dus geen grootschalige uitbreidingsnieuwbouw meer, maar inzetten op het doorbreken van de eentonigheid van sommige woonbuurten. Aan de andere kant willen we goede voorzieningen blijven aanbieden. Dat kan soms betekenen dat een voorziening uit de buurt verdwijnt als het verzorgingsgebied voor die voorziening te klein wordt. In die gevallen zetten we in op het vormen van sterke voorzieningenclusters in buurten en stadsdelen. bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen

- pagina 17 -

Toelichting

Centrale stad d In het thema Centrale stad beschrijven we hoe we de rol van Heerlen als centrumgemeente in de regio kunnen versterken. Belangrijke speerpunten daarbij zijn een compact kernwinkelgebied met een compleet en gevarieerd winkelaanbod, het realiseren van een Smart Services Campus en het versterken van het stedelijk woonmilieu. Cultuur in al zijn facetten is daarbij een belangrijke bindende factor. Innovatieve stad In het thema Innovatieve stad geven we aan hoe we anders kunnen omgaan met stedelijke ontwikkelopgaven bij veranderende omstandigheden. Het hergebruiken van bestaand vastgoed en het vrijkomen van ruimte na sloop spelen daarbij een belangrijke rol. Bovendien willen we mondiale duurzaamheidsvraagstukken verbinden met lokale transitieopgaven. Heerlen heeft de ambitie om in 2040 een klimaat-neutrale stad te zijn. Dat is een stad waarin processen rond wonen, werken en leven, niet op negatieve wijze bijdragen aan klimaatverandering. Verrassende stad In het thema Verrassende stad wordt beschreven hoe we bestaande cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten beter zichtbaar en tastbaar kunnen maken in de stad. Door het behoud van deze waarden te integreren in de lokale transitieopgaven, krijgen plekken en panden waarmee mensen zich verbonden voelen nieuwe betekenis.

Het resultaat van deze transitie is een verrassende stad, waarin het “Verhaal van Heerlen” tot uitdrukking komt. Conclusie plangebied Op de onderstaande afbeelding is een uitsnede van de kaart “Visie: Bouwen aan een compactere stad” behorende bij de Structuurvisie Heerlen 2035 weergegeven. Het plangebied is op deze uitsnede middels een blauwe stip globaal weergegeven:

plangebied

Uitsnede kaart “Visie: Bouwen aan een compactere stad”

Het plangebied is gelegen aan de rand van Hoensbroek. Hoensbroek is aangewezen als ‘substedelijk woonmilieu’. Het plangebied is gelegen buiten de contour van het gebied dat als zodanig is aangewezen. Ter plaatse van het onderhavige plangebied gelden dan ook geen bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen

- pagina 18 -

Toelichting

specifieke beleidsdoelstellingen en/of uitgangspunten vanuit de Structuurvisie Heerlen 2035. Het plan sluit wel aan bij het algemene uitgangspunt dat nieuwe initiatieven zoveel mogelijk een plek d dienen te krijgen in bestaand vastgoed. Middels het onderhavige plan wordt de legalisatie van een sportschool in een bestaand pand bewerkstelligd. In zoverre sluit het plan aan bij de uitgangspunten van de Structuurvisie Heerlen 2035. 2.5.2 Òs Gebrook: stadsdeelvisie 2025 Op 10 januari 2012 heeft de gemeenteraad de stadsdeelvisie “Òs Gebrook” vastgesteld. In deze visie zijn diverse eerder opgestelde beleidsdocumenten en programma’s geïntegreerd, zoals het Masterplan Hoensbroek (2009), Strategisch Masterplan Hoensbroek 2025 en het Woningbouwprogramma Hoensbroek. De visie is in samenwerking met de woningbouwcorporaties De Voorzorg en Woonpunt, Stadsregio Parkstad Limburg en de Provincie Limburg tot stand gekomen. Aanleiding voor de visie vormt een aantal samenhangende problemen waar het stadsdeel Hoensbroek mee kampt. Het betreft hierbij problemen op fysiek, sociaal en economisch gebied, alsook veiligheid. Deze problemen zetten de leefbaarheid onder druk. Daarnaast ervaart de gehele regio Parkstad Limburg, en met name de gemeente Heerlen, op diverse plaatsen de gevolgen van de krimp.

Al jaren wordt samengewerkt om de gevolgen daarvan om te buigen tot kansen en via herstructurering te zorgen voor vitale stadsdelen met toekomst, integraal ontwikkeld vanuit de fysieke, sociale en economische pijlers in de gemeente. De stadsdeelvisie “Òs Gebrook” gaat in op de kansen en benoemt enkele concrete projecten waar op korte termijn mee gestart kan worden. De stadsdeelvisie is het integrale kader voor de fysieke, sociale en economische structuurversterking van Hoensbroek voor de periode tot 2025. De visie vormt een perspectief en tegelijkertijd een sturingsinstrument om de leefbaarheid in Hoensbroek duurzaam te verbeteren (people, planet en profit). Uiteindelijk is de doelstelling om het stadsdeel Hoensbroek zodanig duurzaam her in te richten en te transformeren door middel van gebiedsontwikkeling, dat: - de leefbaarheid duurzaam verbeterd wordt; - ingespeeld kan worden op de demografische en maatschappelijke ontwikkelingen en effecten van de bevolkingskrimp op wonen, welzijn, zorg, onderwijs, veiligheid en economie. Ambitie Voor Hoensbroek is de volgende ambitie geformuleerd: “een vitaal duurzaam Hoensbroek, waar het goed en prettig leven is in een groene, dorpse omgeving”. Om deze hoofdambitie concreet te maken zijn binnen verschillende thema’s subambities en doelen benoemd. Deze komen voort uit een uitgebreide analyse.

De doelen zijn gewenste effecten die betrokken partijen de komende jaren gezamenlijk in Hoensbroek willen bereiken. Vervolgens zijn per thema strategische keuzes gemaakt. Conclusie plangebied Middels de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan wordt de thans illegaal aanwezige sportschool binnen het plangebied gelegaliseerd. Een sportschool kan een bijdrage leveren aan de leefbaarheid van de wijk, door de sociaal-maatschappelijke functie die ze vervult. Hiermee levert het plan een positieve bijdrage aan de leefbaarheid van Hoensbroek. 2.5.3 Stadsvisie Heerlen 2026 In 2008 is de „Stadsvisie 2026” door de raad van de gemeente Heerlen vastgesteld. In deze visie worden de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen benoemd waar Heerlen mee te maken heeft en die ook in de komende jaren van groot belang zullen zijn: de bevolkingskrimp als gevolg van vergrijzing en ontgroening, de individualisering van de samenleving en de daarmee onder druk staande sociale cohesie in buurten en de mondialisering van de economie. Aan de hand van deze thema’s worden kansen gezocht voor de komende jaren. Deze lijken met name te liggen in bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen

- pagina 19 -

Toelichting

samenwerking op regionaal (Parkstad Limburg), nationaal (Tripool Zuid-Limburg, G27) en internationaal (MAHHL, Eurocities, Heerlen-Aken) gebied. Naast deze kansen vorm de belangrijkste d bedreiging het verminderen van de aantrekkelijkheid, veiligheid en levendigheid van het stadscentrum, waarbij het van belang wordt geacht dat de inwoners zich samen met de stad ontwikkelen. De afgelopen jaren heeft ten aanzien van veiligheid en levendigheid een duidelijke verbeteringsslag plaatsgevonden, die de komende jaren moet worden doorgezet. Onderhavig plan Met het thema “Van Coriovallum naar Corioforum” worden vier speerpunten geformuleerd voor Heerlen: Centrumstad, Ondernemende stad, Jeugdige stad en Netwerkstad. De visie wordt samengevat als ”Heerlen 2026: Energiek hart van Parkstad”. Voor het onderhavige plan, dat voorziet in de legalisering van een sportschool, bevat de Stadsvisie Heerlen geen specifieke uitgangspunten. 2.5.4 Parkeernota Heerlen – deel 1 Visie- en ambitiedocument Op 20 april 2016 heeft de gemeenteraad van Heerlen de 'Parkeernota Heerlen – Visie en Ambitiedocument' vastgesteld. Het College van Burgemeester en Wethouders en de gemeenteraad hadden de wens uitgesproken om het bestaande parkeerbeleid te herijken.

Zowel in het coalitieakkoord 2014-2018 als in het addendum Parkeernota 2010 is aangegeven dat er behoefte is aan een nieuwe parkeernota waarin de diverse parkeersystemen integraal meegenomen worden. Daarnaast is de positie van de gemeente op de parkeermarkt veranderd na de verkoop van haar parkeervastgoed. De gemeente is nu slechts een speler op de markt van straatparkeren. Ook is haar rol op publiekrechtelijk gebied constant in ontwikkeling. Op hoofdlijnen dient het nieuwe parkeerbeleid te zorgen voor een betere afstemming tussen de vraag naar en het aanbod van parkeren, zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid en de kwaliteit van de openbare buitenruimte. Het anticiperen op nieuwe ontwikkelingen en het bieden van een gastvrij en klantvriendelijk parkeersysteem maken hier onderdeel van uit. Aan de hand van de huidige situatie en een aantal toekomstige ontwikkelingen is een beeld geschetst van de verwachtingen ten aanzien van het parkeren in Heerlen de komende jaren. Hierbij is onder andere aandacht besteed aan ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit, technologie en maatschappij. Uit de sessies met de klankbordgroep zijn drie ambities afgeleid: Toegankelijk, leefbaar en praktisch passend. Deze ambities vormen de rode draad bij de verdere invulling van de beleidsuitgangspunten en uit te werken acties c.q. maatregelen.

Enkele in het oog springende beleidskeuzes zijn, per deelgebied: - betaald parkeergebied: parkeerders parkeren in het gebied waar ze hun bestemming hebben en er wordt gezorgd voor een leefbaar woongebied met een goede verhouding tussen groen, auto's en beton; - vergunninggebied: bewoners kunnen ongelimiteerd parkeren aan de hand van hun vergunning en er zal een eenduidig digitaal vergunningensysteem worden ingevoerd; - blauwe zone gebied: de huidige blauwe zones worden op termijn vervangen door een eenduidig digitaal systeem. Daarnaast worden de acht actuele thema's die niet direct gerelateerd zijn aan één van de drie gebieden, kort uitgewerkt. Per doelgroep worden beleidspunten weergegeven, wederom per geografisch deelgebied. Enkele in het oog springende punten zijn: - werknemersparkeren in eerste instantie op eigen terrein; - beschikbare restcapaciteit in het deelgebied zelf of in een aangrenzend deelgebied wordt zo optimaal mogelijk ingezet voor meerdere doelgroepen; - per doelgroep en per deelgebied wordt nagegaan tegen welke tarieven deze kunnen parkeren. De parkeerbalans is in deze gevallen leidend en bepaalt de mogelijkheden om een tekort aan capaciteit in te vullen tegen een passend tarief.

In tegenstelling tot de eerdere 'Parkeernota Heerlen 2010' is ervoor gekozen om deze nieuwe beleidsnota in twee delen op te knippen en wel: de 'Parkeervisie & Ambitie' en de 'Parkeermaatregelen'. In het eerste deel 'Parkeervisie & Ambitie' wordt de parkeervisie van de bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen

- pagina 20 -

Toelichting

gemeente Heerlen uiteengezet op basis van haar ambitie in de stad, de relaties naar de ruimtelijke en economische ontwikkeling in de stad en de d beleidskaders die hierbij passend zijn. In het tweede deel 'Parkeermaatregelen' worden de verschillende beleidsinstrumenten (maatregelen) uitgewerkt. De Parkeernota geldt als “rode draad” voor het totale parkeerbeleid en geeft richtlijnen voor de verder uit te werken maatregelen en deelnota's. De juridische en beleidsmatige verankering is vastgelegd in het visiedocument, de uitwerking van deze visie in de praktijk vindt in diverse deelnota's, die de maatregelen bevatten, plaats. De status van deze nota is derhalve richtinggevend voor de deelnota's. Een en ander is in het onderstaande schema weergegeven. De onderhavige Parkeernota is ondergeschikt aan de Mobiliteitsvisie ‘Heerlen in Beweging’. Totdat deel 2 van de Parkeernota – met name “Parkeernormen” - door de gemeenteraad van Heerlen is vastgesteld, gelden de parkeernormen uit de Parkeernota Heerlen 2010. Fietsparkeren Tevens dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor bezoekers die de sportschool bezoeken per fiets. Hiertoe zijn in de regels behorende bij het voorliggende bestemmingsplan regels opgenomen, waarbij een koppeling is gemaakt naar Bijlage 1 behorende bij de regels (‘Overzicht fietsparkeerkencijfers’).

Voor de categorie ‘fitness’ in het gebiedstype Overig gebied’ geldt een kencijfer van 2,0 fietsparkeerplaatsen per 100 m² bruto vloeroppervlak (bvo). De sportschool heeft een bvo van circa 1.600 m². Dit betekent dat binnen het plangebied minimaal 32 fietsparkeerplaatsen dienen te worden gerealiseerd. Binnen het plangebied is voldoende ruimte aanwezig om aan de eis te kunnen voldoen. Conclusie plangebied In de Parkeernota 2010 wordt onderscheid gemaakt tussen drie verschillende zones: ‘centrum’, ‘schil’, en ‘overig gebied’. Het onderhavige plangebied is gelegen in de zone ‘overig gebied’. Voor de functie ‘dansschool/ sportschool’ geldt in de zone ‘overig bebouwd gebied’ een parkeernorm van 4,0 parkeerplaatsen per 100 m² bruto vloeroppervlak (bvo). De sportschool die binnen het plangebied wordt geëxploiteerd heeft een bruto vloeroppervlak van circa 1.600 m², hetgeen resulteert in een parkeerbehoefte van 64 parkeerplaatsen. Als verkeerskundige vuistregel wordt een oppervlakte van 25 m² per parkeerplaats aangehouden (inclusief in- en uitrijden, draaicurves, etc.). Hierdoor neemt het parkeren een oppervlakte van 1.600 m² (64 x 25 m²) in beslag. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van 5.575 m². Het aanwezige gebouw heeft een oppervlakte van circa 800 m². Er blijft hiermee nog 3.175 m² (5.575 m² - 1.600 m² - 800 m²) ‘vrije’ ruimte over binnen het plangebied.

bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen

- pagina 21 -

Toelichting

Uit de bovenstaande overwegingen blijkt dat binnen het plangebied voldoende ruimte aanwezig is voor het aanleggen van het benodigde aantal d parkeerplaatsen. De onderstaande afbeelding toont de parkeerruimte die aan de voorzijde van het pand aanwezig is:

Parkeerruimte binnen het plangebied, aan de voorzijde van het pand

Geconcludeerd kan worden dat het plan voldoet aan de gemeentelijke parkeernormen. 2.5.5 Duurzaamheidsvisie Heerlen 2017 Duurzaamheid betreft een integrale afweging van belangen voor de korte en de lange termijn, voor alle relevante stakeholders in het gebied. In de duurzaamheidsvisie van Heerlen 2017 kiest de gemeente voor drie pijlers binnen duurzaamheid: Energietransitie, Gezonde Stad (leefomgeving) en Circulaire Economie. Deze pijlers bevatten de belangrijkste gemeenschappelijke doelstellingen van zowel de gemeente als de bedrijven en instellingen in de stad: - we werken aan beperking van de klimaatverandering door middel van energiebesparing en inzet van hernieuwbare energie; - we bewaken en verbeteren de kwaliteit van de leefomgeving ten behoeve van een gezonde en aantrekkelijke stad om in te wonen, werken en leven; - we stimuleren de ontwikkeling van duurzame producten en processen waar dit een bijdrage levert aan een betere leefomgeving of aan energietransitie. Er zijn geen normen vastgelegd voor het begrip duurzaamheid. Op enkele thema’s binnen duurzaamheid, zoals leefomgeving, water en groen, is sectorale wet- en regelgeving van toepassing. De toetsing aan deze kaders komt elders in deze toelichting aan de orde.

Voor energietransitie is een regionaal beleidskader geformuleerd (zie navolgende subparagraaf), voor klimaatadaptie en circulaire economie is het in ontwikkeling. Waar mogelijk en nodig sluiten we aan bij de landelijke akkoorden klimaatakkoord, deltaplan, ruimtelijke adaptie en grondstoffenakkoord. Op termijn zullen hieruit beleidsregels volgen die zullen landen in het omgevingsplan.

bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen

- pagina 22 -

Toelichting

2.5.5.1 Energietransitie Het Parkstad Limburg Energietransitie ambitiedocument (PALET) geeft een vooruitblik op de d kansen en mogelijkheden voor een energieneutrale regio in 2040. Vanuit een ruimtelijk oogpunt worden er gebieden benoemd die potentieel geschikt zouden kunnen zijn voor de opwekking van zonne- en windenergie en gebruik van bodemenergie. Eén van de thematafels van PALET 3.0 is het ‘regionaal afwegingskader grootschalige duurzame energieopwekking’. De Bestuurscommissie Ruimte incl. Duurzaamheid heeft hiertoe op 14 juli 2016 besloten en financiële middelen toegekend. Aanleiding voor dit afwegingskader was de constatering dat de ruimtelijke component weliswaar stevig is verankerd in het PALET-beleid, maar te grofmazig en globaal is om op project- en locatieniveau invulling te geven aan een zorgvuldige ruimtelijke afweging en landschappelijke inpassing.

Het afwegingskader, zijnde een beleidsregel, fungeert als: - inhoudelijke uitwerking van het kaderstellende PALET-beleid, met als inzet dat de Parkstad-gemeenten (meer) in staat zijn om initiatieven ten aanzien van zonne-energie en windenergie af te wegen; - procesmatige uitwerking van het kaderstellende PALET-beleid, met als inzet dat de Parkstad-gemeenten samen (meer) in staat zijn om processen in het kader van initiatieven voor zonne-energie en windenergie vorm te geven; - aanjager voor de vertaling van regionale en gemeentelijke onderdelen uit het uitvoeringsprogramma PALET 3.0 in concrete projecten voor zonne-energie en windenergie; - groeimodel waarin in de toekomst eventueel bouwstenen worden toegevoegd; - kader voor samenwerking tussen de Parkstad-gemeenten. Het PALET ‘Regionaal Afwegingskader Grootschalige Duurzame Energieopwekking’ bestaat uit: - bouwsteen 1: windenergie; - bouwsteen 2: zonne-energie; - bouwsteen 3: PALET 3D-tool grootschalige duurzame energieopwekking; - Voorbeeldboek windenergie en zonne-energie projecten. De Parkstad-gemeenten kunnen individueel besluiten om de bouwstenen van het regionaal afwegingskader op lokaal niveau aan te vullen, zij het in nauwe afstemming met de andere gemeenten via de PALET-broedkamer.

2.5.5.2 Mijnwater Het mijnwaterproject is een alternatief duurzaam energieconcept, gebaseerd op aardwarmte in combinatie met de bestaande mijngangen. Het is ontwikkeld als experiment onder beheer van de gemeente Heerlen en met steun van de Europese Unie. Het mijnwaternetwerk za steeds verder worden uitgebreid, waarbij onder andere voor gemeentelijke gebouwen onderzocht zal worden of aansluiting op het netwerk mogelijk en haalbaar is. Het mijnwaterproject is beoogd als aanjager en hefboom voor een grootschalige energietransitie in Heerlen Conclusie plangebied Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in de legalisering van een sportschool in een bestaand gebouw. De sportschool is reeds in het gebouw gevestigd. Er worden vooralsnog geen (grootschalige) verbouwingen beoogd, waarmee het pand eventueel verduurzaamd kan worden. Derhalve biedt de Duurzaamheidsvisie Heerlen 2017 vooralsnog geen specifieke uitgangspunten voor het onderhavige plan.

bestemmingsplan Sportschool Jeugrubbenweg 20 Hoensbroek Gemeente Heerlen

- pagina 23 -

Toelichting

3 Gebiedsbeschrijving

d

Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 5.575 m² en is gesitueerd aan de Jeugrubbenweg 20 in het stadsdeel Hoensbroek, in het noordelijke gedeelte van de gemeente Heerlen. Het plangebied is gesitueerd tussen de volgende wegen: - ten noorden: de Buitenring Parkstad Limburg (N300); - ten noorden en noordoosten: de Hommerterweg; ten zuiden en ten oosten: de Randweg. Op het onderstaande overzichtskaartje is de ligging van de projectlocatie middels een rode omlijning weergegeven:

Ten oosten van het perceel is een aantal woningen gesitueerd (Jeugrubbenweg 10, 12 en 18). De dichtstbijzijnde woning is de woning op nummer 18. De oostelijke grens van het plangebied grenst direct aan de gronden behorende bij deze woning. Verder ten oosten liggen de woningen aan de Hommerterweg, die met de achtertuinen richting het onderhavige plangebied gericht zijn. Ook deze woonpercelen grenzen aan de oostzijde van het onderhavige plangebied. De afstand tussen het pand dat binnen het plangebied is gesitueerd en de dichtstbijzijnde woning aan de Hommerterweg bedraagt circa 53 meter. Ten westen van het plangebied is eveneens een woning gesitueerd (Jeugrubbenweg 22). Ten zuiden en ten zuidoosten van het plangebied, aan de overzijde van de Jeugrubbenweg is het scoutinggebouw van Scoutingvereniging Sint Christoffel (Jeugrubbenweg 16) respectievelijk het clubgebouw/repetitieruimte van muziekvereniging Odeon (Jeugrubbenweg 9) gesitueerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=c93aa25e-bd4f-4033-8f30-3d4ef90904b6