Rapportage Integraal Huisvestingsplan (IHP) Heerlen__66017__
Tekst van het document
DMS 23010292
68
Locatie Oplossen ruimtetekort op de huidige locatie door overname van bouwdeel vrijeschool Helianthus. Realisatietermijn De businesscase is afhankelijk van het vinden van vervangende huisvesting voor Vrijeschool Helianthus en zal in timing daarop worden afgestemd. Naar verwachting kan deze businesscase dan in 2027 worden opgepakt en uitgevoerd. Uitwerking De businesscase voorziet in voldoende structurele ruimte voor het geprognosticeerde aantal leerlingen op de middellange termijn. Daarnaast is het zaak dat voldoende capaciteit wordt toegevoegd voor verdere samenwerking tussen kind partners, brede maatschappelijke voorzieningen, zorg- en welzijnspartners en school. Verder moet in de businesscase voldoende ruimte ontstaan voor aanvullende wijkfuncties. Randvoorwaarden In het IHP worden (vanwege zorgplicht) voldoende middelen gereserveerd en gealloceerd. Aanvullend dient aandacht te zijn voor de exploitatie van het totale BMV Molenberg. Dat moet niet alleen leiden tot een goed exploiteerbaar gebouw voor INNOVO maar ook voor de bijbehorende ruimtes, zoals de nu aan Helianthus gekoppelde kinddiensten, in het Broederhuis. De bouwheer komt met een effectief en efficiënt financieel voorstel op grond van de financiële uitgangspunten, waarbij vanwege maatschappelijk belang de gemeente een meebepalende partij is.
Daarbij wordt de monumentale status van het pand als ook de integriteit van het complex steeds gerespecteerd. Intussen moeten de tijdelijke oplossingen, die zijn gevonden in het gebruik van units in de nabijheid van de school, wellicht worden verlengd tot het moment dat de vrijkomende ruimte in de hoofdlocatie (BMV Molenberg) beschikbaar is. Aandachtspunt Punt van aandacht vanwege de exploiteerbaarheid van het complex is de exploitatie van ruimten, die resteren na gedeeltelijke overdracht van het gebouw aan de Broederschool. Intussen moeten de tijdelijke oplossingen, die zijn gevonden in het gebruik van units in de nabijheid van de school, wellicht worden verlengd tot het moment dat de vrijkomende ruimte in de hoofdlocatie (BMV Molenberg) beschikbaar is.
DMS 23010292
69
Businesscase Islamitische basisschool El Wahda Programma
m² bvo
Onderwijshuisvesting
Groei naar 300 leerlingen (normatieve ruimtebehoefte)
1.709 m2 (+ 160 m2)
Kind diensten onderwijs
Peuteropvang (inpandig)
100 m2
Maatschappelijk Totaal
260 m2
Geplande oplevering
2028
Fin. vertaling Businesscase
Uitbreiding naar 300 leerlingen Realiseren van peuteropvang
€ 578.400,€ 361.500,-
Achtergrond Op grond van de laatste cijfers van Pronexus voldoet het schoolgebouw aan de normatieve voorwaarden. In praktische zin wijken de officiële prognoses voor deze bovenlokale voorziening af van de significant hogere verwachtingen en ambities van de school. Het huidige schoolgebouw, inclusief de noodlokalen, kan forse groei niet faciliteren. Momenteel komen veel leerlingen van de school van buiten de regio Parkstad. Op dit moment bestaat de leerlingenpopulatie van IBS El Wahda voor 33% uit andere gemeenten en het buitenland. Zowel school als gemeente hechten aan keuzevrijheid voor leerlingen om kinderen de mogelijkheid te bieden onderwijs op basis van grondslag te kiezen. Ze zijn het er echter ook over eens dat het wenselijk is dat er een balans bestaat tussen leerlingen uit regio en van verder weg. IBS El Wahda heeft daartoe een aannamebeleid in ontwikkeling. De school krijgt in voorliggende businesscase de (fysieke) ruimte om te groeien. Daarbij is voor nu (in financiële zin) uitgegaan van 300 leerlingen. Gemeente en schoolbestuur zullen in permanent bestuurlijk overleg de ontwikkeling van de leerlingenstromen monitoren. Aanvullend zal de school initiatief nemen voor (in ieder geval) peuteropvang om te voldoen aan in het IHP afgesproken voorwaarden voor een bovenlokale voorziening.
De gemeente Heerlen zoekt met Maastricht, SittardGeleen en Roermond regioafstemming over aanmeldingen vanuit betreffende regio’s en eventuele behoeften aan islamitisch onderwijs daar. Opdracht IBS El Wahda krijgt de ruimtelijke mogelijkheden, waarbij voor nu uitgegaan wordt van 300 leerlingen. School ontwikkelt intussen een aannamebeleid (in gesprek met de gemeente) om een duidelijk toekomstbeeld voor de school te krijgen. Het realiseren van een kindfunctie, met name peuteropvang wordt structureel gefaciliteerd. Grondslag IBS El Wahda heeft een Islamitische grondslag. Bevoegd gezag is Stichting IBPL. Realisatietermijn De planvorming wordt afgestemd met de beleidskeuzes inzake aannamebeleid, groeiperspectief, eindigheid van de huidige tijdelijke huisvesting en de afspraken die gemaakt worden over peuteropvang. Realisatie is 2028. De planvorming dient dan uiterlijk in 2026 geïnitieerd te worden.
DMS 23010292
70
Uitwerking Het realiseren van voldoende onderwijsvoorzieningen in permanente huisvesting voor doorontwikkeling van de school naar 300 leerlingen. Aanvullend is in de businesscase een voorstel te ontwikkelen voor peuteropvang ten behoeve van de versterking van een doorgaande leerlijn. Aanvullend is rekening te houden met eerder toegekende boven-normatieve aan de grondslag gerelateerde ruimte.
Businesscase Basisschool De Vlieger Programma
m² bvo
Onderwijshuisvesting
166 o.b.v. leerlingenprognoses 2038
1.035 m²
Kind diensten onderwijs
Startklas plus schakelklas, aan te vullen in PvE met aanvullende kindvoorzieningen (POV)
Circa 400 m²
Maatschappelijk
Sociaal-maatschappelijke voorzieningen (i.r.t. extra zorgvraag leerlingenpopulatie & nationaal programma Heerlen-Noord).
Circa 200 m²
Totaal
Circa 1.635 m²
Geplande oplevering
2030
Fin. vertaling Businesscase
Vervangende nieuwbouw
€ 5.910.453,-
Achtergrond Basisschool De Vlieger is onderdeel van BMV Maria Gewanden, waarin ook een buurtpunt, jongerenwerk, peuteropvang, buitenschoolse opvang en gymzaal gevestigd. Er zijn huisvestelijke uitdagingen om het gebouw goed aan te sluiten op het bijzondere onderwijsconcept. De school heeft de ambitie om de aansluiting op de wijk verder uit te breiden en dit stelt ruimtelijke voorwaarden (voor de begeleiding van kind en gezin) en vraagt investeringen in een oud, kwalitatief onvoldoende gebouw. De school heeft de ambitie om onderwijs te bieden aan een zo breed mogelijk spectrum van leerlingen, waaronder kinderen met speciale behoeften. Dit concept heeft geleid tot een tekort aan beschikbare ruimte binnen het huidige schoolgebouw. Ook de ruimte voor zorg-, kindpartners en maatschappelijke partners is onvoldoende. Het voornaamste gebrek is aan overlegruimte(n) voor met name ambulante medewerkers. Door de hoge zorgvraag van de leerlingenpopulatie is hier behoefte aan. In het gebouw zijn momenteel ruimte(n) geschikt gemaakt zonder voldoende daglicht en ventilatie. Verder voldoet de BSO niet aan de eisen die Humankind aan een goede BSO stelt. Dit met name door het gedeeld gebruik met het buurtpunt, waardoor derden direct bij de kinderen zitten. In school is geen ruimte om dit op te vangen.
Daarnaast is er in Hoensbroek een beperkt aantal kindvoorzieningen en wachtlijsten, uitbreiding van de BSO zou een kwalitatieve aanvulling zijn op het aanbod in Hoensbroek Het gebouw dateert uit 1978 en is verouderd. Op meerdere plekken zijn er in het verleden lekkages geweest. De kwaliteit van het gebouw is een aandachtspunt. De gymzaal en het BMV dateren uit 2010 en zijn nog van voldoende kwaliteit. Dit gebouwdeel dient in stand te worden gehouden. Door de grote zorgvraag van de leerlingenpopulatie dient er ook extra aandacht te worden geschonken aan aanpalende zorgdiensten in het kader van ‘nationaal programma Heerlen-Noord’. Opdracht Realiseer door vervangende nieuwbouw een geïntegreerde voorziening, die maatschappelijk is aangesloten op de wijk. Daarin wordt rekening gehouden met het uitbreiden van ruimte voor
DMS 23010292
71
peuteropvang en BSO en aansluiting op de wijk. Aanvullend aandachtpunt is de aansluiting op beleidskeuzes voor het Nationaal Programma Heerlen-Noord. Grondslag Basisschool de Vlieger heeft een ‘Rooms-katholieke' grondslag onder het bevoegd gezag van Stichting MOVARE. Locatie Herontwikkeling van het schoolgebouw op de huidige locatie, waarbij door vervangende nieuwbouw een herkenbare faciliteit wordt gerealiseerd, die goed aansluit bij en ruimte geeft voor de wijk in aansluiting met de brede maatschappelijke voorziening en gymzaal uit 2010. Realisatietermijn Binnen de aanvangsperiode van de uitvoeringsagenda, wordt de planvorming geïnitieerd in 2028, met de beoogde oplevering gepland voor 2030. Uitwerking Via de voorgestelde oplossing ontstaat een bundeling van faciliteiten van onderwijs met partners in de opvang, zorg en kinderwelzijn. Bovendien kan ruimte ontstaan om verbeterde samenwerking met sociale en maatschappelijke diensten en wijkvoorzieningen uit te breiden (binnen het programma voor wijkontwikkeling volgens het Nationaal Programma Heerlen-Noord). Randvoorwaarden In de plannen wordt zoveel mogelijk uitgegaan van flexibele bouw en gedeeld ruimtegebruik. De bouwheer presenteert ter besluitvorming een effectief en efficiënt financieel voorstel op basis van de uitgangspunten, met daarbij een voorstel voor tijdelijke huisvesting.
DMS 23010292
72
08-3
Voorziening uitgesteld
Aanvullend aan de opgaven waar zorgplicht voor geldt (opgenomen in de eerste uitvoeringsperiode) is een aantal voorzieningen aan de orde, waarbij de invulling van gemeentelijke zorgplicht om (inhoudelijke) pragmatische redenen is uitgesteld naar een volgende uitvoeringsperiode. In onderstaande voorstellen is een investeringsindicatie opgenomen op basis van de prognoses c.q. van opgaves van de bevoegde schoolbesturen, waarbij de samenhang met andere ontwikkelingen is meegewogen. Businesscase De Buitenhof Programma
m² bvo
Onderwijshuisvesting
140 o.b.v. leerlingenprognose 2038
2.046 m2
Kind diensten onderwijs
n.v.t.
-
Maatschappelijk
n.v.t.
-
Geplande oplevering
Instandhouding sober & doelmatig Nieuwbouw
2024 - 2034 2034
Fin. vertaling Businesscase
Sobere en doelmatige instandhouding Uitgestelde nieuwbouw in 2034
Totaal
€ 750.000,€ 7.511.970,-
Achtergrond De Buitenhof kreeg in het verleden ten behoeve van VSO-leerlingen aan de Heldevierlaan de beschikking over een oud gebouw: een voormalige leegstaande vleugel van het Herle College. Daarbij gold als belangrijkste argument de gewenste samenwerking met en nabijheid van regulier VO onderwijs. Op grond van de kwaliteit van het gebouw is zorgplicht aan de orde. Vanwege de geplande verhuizing op termijn van het Herle College en de ontwikkeling van de samenwerking met het Bernardinuscollege en andere VO-scholen is te verwachten dat de school op middellange termijn beter op zijn plek is op een nieuwe passende combinatielocatie met het Voortgezet Onderwijs. Voorstel is om in de overgangsperiode naar vervangende nieuwbouw ten behoeve van goed onderwijs voor de instandhouding van het gebouw een op de overgangsperiode gericht, sober voorstel te formuleren. Opdracht Realiseer op termijn door vervangende nieuwbouw een onderwijsvoorziening in nauwe aansluiting op andere onderwijspartners in het voortgezet onderwijs, zoals nu bestaand met het Herle College. Houdt gedurende de resterende gebruiksperiode de bestaande locatie op een goed kwaliteitsniveau en pas een instandhoudingsprogramma aan op deze termijn. Locatie Het uitgangspunt is verhuizing op termijn (nieuwbouw) op een nader te bepalen plek. De voorkeur van het schoolbestuur is een locatie nabij een VO-school.
Realisatietermijn De realisatietermijn loopt parallel aan de ontwikkelingen in het voorgezet onderwijs en met name de nieuwe locatie voor het Herle College. Naar verwachting is de realisatietermijn van 2032 t/m 2034. Intussen dienen maatregelen de kwaliteit van het gebouw op niveau te houden.
DMS 23010292
73
Uitwerking Samen met het schoolbestuur wordt een instandhoudingsprogramma opgesteld voor de resterende gebruiksperiode van 2023 t/m 2034. Daarna heeft de school recht op een vervangende nieuwbouw, bijvoorbeeld door aanhaking bij een bestaande school voor voortgezet onderwijs. Randvoorwaarden: Het schoolbestuur en de gemeente kiezen voor een efficiënt en effectief instandhoudingsprogramma, dat gericht is op de nieuwe eindtermijn van het gebouw. Aandachtpunt: Om te kunnen kiezen voor een passende nieuwe locatie voeren de Buitenhof, gemeente Heerlen en VObesturen uit de regio constructief samenwerkingsoverleg. De samenwerking met het VO dient ook in de nieuwe situatie gewaarborgd te blijven, gezien de Buitenhof streeft naar het zo snel mogelijk terugplaatsen van leerlingen in het regulier voortgezet onderwijs.
Businesscase Basisschool Frans Postma Programma
m² bvo
Onderwijshuisvesting
143 o.b.v. leerlingenprognose 2038
919 m2
Kind diensten onderwijs
PSZ Ukkepukkehut handhaven
-
Maatschappelijk
n.v.t.
-
Totaal
Circa 919 m2
Geplande oplevering
2032
Fin. vertaling Businesscase
Aanpassing huidige gebouw Uitgestelde nieuwbouw
€ 500.000 € 3.323.233
Achtergrond De Frans Postmaschool heeft een bijzondere, volledig ronde bouw. Door deze vorm is het gebouw inefficiënt in het gebruik. Dit draagt eraan bij dat het gebouw een structureel tekort aan ruimte heeft. De school fungeert als wijkschool. De locatie is recent uitgebreid met peuteropvang Ukkepukkehut. De samenwerkende maatschappelijke partners willen het kindaanbod verbeteren en de aansluiting op de wijk versterken. Daarvoor is het bestaande gebouw niet geschikt en moet door aanpassingen aan het bestaande gebouw geschikter worden gemaakt voor de geïntegreerde dienstverlening. Daarmee kan met name invulling worden gegeven aan een verbeterde aansluiting op (primair) peuteropvang, andere opvang, (secundair) zorg en de maatschappij. De intentie is om aanpassingen af te stemmen op 2032 wanneer een voorziening op grond van zorgplicht aan de orde is. Opdracht Beleidsgeoriënteerde aanpassingen aan het gebouw, rekening houdend met de afgesproken eindtermijn van het gebouw in 2032. Realiseer dan door vervangende nieuwbouw een op de wijk aangesloten voorziening. Voor de tussentijd zijn aandachtpunten benoemd om met op de eindtermijn gerichte aanpassingen het functioneren van de voorziening te verbeteren: door de ronde vorm van het gebouw is toezicht houden op de leerlingen moeizaam.
Ook het halen en brengen van kinderen door de ligging van de school en de smalle toegangswegen een aandachtspunt. Bijzonder aandachtpunt is de aansluiting op beleidskeuzes voor het Nationaal Programma Heerlen-Noord.
DMS 23010292
74
Uitwerking De voorgestelde veranderingen en aanpassingen worden zorgvuldig gepland en uitgevoerd binnen de wettelijke kaders en ruimtelijke mogelijkheden. Dit omvat zowel fysieke aanpassingen aan het schoolgebouw als de implementatie van educatieve programma's en activiteiten die de betrokkenheid van kind partners bevorderen en de leerervaring van studenten verrijken. Grondslag Frans Postmaschool heeft een ‘Algemeen bijzondere’ grondslag onder het bevoegd gezag van Stichting MOVARE. Locatie Vervangende nieuwbouw op de bestaande locatie. Realisatietermijn De intentie is om aanpassingen af te stemmen op 2032 wanneer een voorziening op grond van zorgplicht aan de orde is. Daarbij ligt vervangende nieuwbouw op de bestaande locatie voor de hand. Uitwerking Via de voorgestelde oplossing ontstaat een gecoördineerde centralisatie van faciliteiten van onderwijs met partners in de opvang, zorg en kinderwelzijn. Bovendien kan ruimte ontstaan om verbeterde samenwerking met sociale en maatschappelijke diensten en wijkvoorzieningen uit te breiden (binnen het programma voor wijkontwikkeling volgens het Nationaal Programma Heerlen-Noord). Randvoorwaarden In het IHP worden (vanwege zorgplicht) voldoende middelen gereserveerd en gealloceerd.
De bouwheer komt met een effectief en efficiënt financieel voorstel op grond van de financiële uitgangspunten, waarbij rekening wordt gehouden met tijdelijke huisvesting. Aandachtspunt De huidige bouwvorm en de aanwezigheid van dragende wanden maken het intern aanpassen van het gebouw een uitdaging. Het is essentieel om dit in overweging te nemen bij de verdere uitwerking. Verder is de gemeente in overleg met de school gestart met de Trap, Step, Stap Challenge. Doel is dat de problemen rondom haal en breng verkeer worden opgelost/aangepakt doordat leerlingen (meer) met de fiets, steppend of te voet naar school komen. Ingezet wordt op een mix van fysieke maatregelen en gedragsbeïnvloeding. Verder is er overleg met de school om het schoolplein te vergroenen.
DMS 23010292
75
08-4
investeringen vanuit Beleid
Vanuit beleidsafspraken binnen het Integraal Huisvestingsplan zijn maatregelen aan de orde om een aantal bestaande onderwijslocaties te versterken en aan te passen. Businesscase De Droomboom Programma
m² bvo
Onderwijshuisvesting
260 leerlingen o.b.v. leerlingenprognose 2038
1.508 m2
Kind diensten onderwijs
-
-
Maatschappelijk
Functies in BMV MSP handhaven, flexibel inzetten onderwijs & buurt.
-
Totaal
-
Geplande oplevering
Afstemmen op investeringsmoment MJOP.
n.t.b.
Fin. vertaling Businesscase
Aanpassing bestaande gebouw
€ 750.000,-
Achtergrond Basisschool de Droomboom is in 2017 gebouwd. De school is onderdeel van BMV MSP. In de brede maatschappelijke voorziening zitten een aantal buurt, wijk, welzijns- en zorgvoorzieningen alsook een sportzaal. Sinds de realisatie van de school is het aantal leerlingen licht gestegen. Door deze stijging kampt de school met een ruimtetekort. De school gebruikt daarom momenteel een ruimte in gemeenschapshuis ’t Leiehoes maar dit is geen duurzame oplossing. Daarnaast hebben de leerlingen op de school een hoge zorgbehoefte terwijl in de directe verbinding met onderwijs momenteel onvoldoende ruimte beschikbaar is voor zorgverleners. Het gebouw moet op deze zorgbehoefte afgestemd worden. Verwachting is dat het leerlingenaantal over een aantal jaren weer (licht) zal dalen. Aanvullend heeft de school de ambitie om de samenwerking met de peuteropvang en buitenschoolse opvang uit te breiden. Ondanks de jonge leeftijd is een investering vanuit beleid gewenst om tot verbetering te komen. Opdracht Beleidsgeoriënteerde aanpassingen aan het gebouw, rekening houdend met en afgestemd op het meerjarig onderhoudsprogramma. Pas (de indeling en toegankelijkheid van) het gebouw aan om een toekomstbestendig kindcentrum te realiseren.. De voornaamste uitbreidingsvraag is het realiseren van ruimte(n) voor overleg met kinderen, en mogelijk een extra groepsruimte om de groei op te vangen.
Grondslag Basisschool Droomboom heeft een ‘Openbare’ grondslag. Bevoegd gezag is Onderwijsstichting MOVARE. Locatie Oplossen in de interne structuur van het gebouw. Realisatietermijn Afstemmen op het meerjaren onderhoudsprogramma, bij voorkeur bij een moment van groot onderhoud.
DMS 23010292
76
Uitwerking Er wordt in eerste instantie gekeken naar het intern verbouwen van het schoolgebouw. Daarna kan mogelijk onderzocht worden of in de flexibele schil in BMV MSP ruimte gecreëerd kan worden om de integratie tussen kind gerelateerde diensten en de school mogelijk te maken. Verder dient ruimte te blijven voor aanvullende maatschappelijke functies. Randvoorwaarden Uit het Integraal Huisvestingsplan (IHP) worden middelen gereserveerd. De uitbreiding van de onderwijsruimte moet voldoen aan de normatieve ruimtebehoefte. De bouwheer zal een efficiënt en doeltreffend financieel voorstel presenteren, gebaseerd op de genoemde uitgangspunten.
Businesscase Basisschool De Ganzerik Programma Onderwijshuisvesting
m² bvo 243 o.b.v. leerlingenprognose 2038
1.422 m2
Geplande oplevering
Afstemmen op investeringsmoment MJOP.
n.t.b.
Fin. vertaling Businesscase
Aanpassing bestaande gebouw
€ 750.000,-
Kind diensten onderwijs Maatschappelijk Totaal
Achtergrond Basisschool De Ganzerik stamt uit 2010. De school voldoet door de onpraktische indeling niet aan de eisen met betrekking tot regulier onderwijs. Het gebouw en de omliggende buitenspeelruimte dienen aangepast te worden in het kader van veiligheid en de behoeften voor het onderwijs. Daarbij wil de school de samenwerking met de peuteropvang en buitenschoolse opvang en de omgeving verbeteren. Daarnaast is de buitenruimte een aandachtspunt in het kader van veiligheid. Ondanks de jonge leeftijd is een investering vanuit beleid gewenst om tot verbetering te komen. Opdracht Het doel is om door middel van aanpassingen in het gebouw en de buitenruimte een veilig en een toekomstbestendig kindcentrum te realiseren voor de wijk. Het streven is om de locatie geschikt te maken voor een passend aanbod aan kindgerelateerde diensten. Grondslag Basisschool de Ganzerik heeft een 'Rooms-katholieke' grondslag. Bevoegd gezag is Stichting MOVARE. Locatie Het uitgangspunt is om de bestaande locatie aan te passen zodat die beter aansluit bij de behoeften van regulier onderwijs en de wijk en daarbij de veiligheid wordt gewaarborgd. Het schoolbestuur en de gemeente onderzoeken de beste manier om de integratie van diensten te optimaliseren en kansen voor samenwerking te benutten.
Realisatietermijn Beleidsgeoriënteerde aanpassingen aan het gebouw, rekening houdend met en afgestemd op het meerjarig onderhoudsprogramma.
DMS 23010292
77
Uitwerking Er wordt ook extra ruimte gecreëerd voor integratie tussen kindgerelateerde partners en de school en voor aanvullende functies. De school beschikt momenteel over extra ruimte gelegen aan de overkant van de straat en deze kan bij het herindelen van functies een bijdrage kunnen leveren. Bij de uitwerking van de plannen s een aandachtpunt de (kind-) veiligheid van de buitenruimte. Ook de verkeerssituatie verdient aandacht.
08-5
Aanpak Permanente Verbetering
In het IHP zijn ambities geformuleerd op het gebied van inhoud (strategische thema’s) en de consequenties voor onderwijslocaties. Daarnaast is er de opgave om onderwijsvastgoed te verduurzamen. Op de langere termijn groeit onderwijs- en maatschappelijk vastgoed naar het gewenste niveau door vernieuwing van de locaties (vervangende nieuwbouw en levensduur verlengende renovatie). Maar intussen is het belangrijk om ook de overige gebouwen zoveel mogelijk op het in het IHP gewenste kwaliteitsniveau te brengen. Schoolbesturen en gemeente beheren en exploiteren als goed huisvader het eigen vastgoed en nemen, ieder vanuit de eigen rol, verantwoordelijkheid voor de verbetering van bestaand vastgoed. De financiële ruimte, zowel voor verduurzaming als verbetering van voorzieningen voor maatschappelijke ontsluiting is beperkt. Schoolbesturen worden gefinancierd voor instandhouding van de bestaande kwaliteit. De gemeente krijgt middelen voor het aanbieden van onderwijshuisvesting van voldoende kwaliteit. Beide geldstromen blijven achter bij de stijgende kwaliteitseisen. Dat vraagt zorgvuldigheid met betrekking tot beschikbare middelen, waarbij in een gedragen “groen” verbeterplan keuzes steeds worden gewogen op doelmatigheid. Om tot evenwichtige en samenhangende keuzes te komen hanteren gemeente, schoolbestuur en kindpartners het volgende handelingskader: 1.
2.
3.
4.
5.
Als goed huisvader ... De voor onderwijshuisvesting aangewezen gebouwen voldoen gedurende de (resterende) gebruiksduur minimaal aan de wettelijke voorwaarden ten aanzien van gebruik (binnenklimaat, veiligheid en gebouwkwaliteit) en aan wettelijke eisen op vlak van energie- en materiaalverbruik. … met duurzaamheidsambitie ... Partijen hebben de ambitie om door gerichte investeringen meer dan hun wettelijke aandeel in de reductie van fossiel energiegebruik voor hun rekening te nemen. Daarbij gelden de afspraken en de ambities als verwoord in de Sectorale Routekaart voor (Primair) Onderwijs en ook de Groene Agenda Kinderopvang als leidraad. … in een transparante samenwerking ... Partijen delen vanuit Total Cost of Ownership hun (onderhouds-) plannen voor de korte, middellange en lange termijn en kiezen inhoudelijke en financiële samenwerking als uitgangspunt van handelen. Doel is om per school tot een efficiënt en effectief maatregelenpakket te komen, waarbij timing, financiering en bundeling in goed overleg worden afgestemd. Als de wens tot bundeling van maatregelen leidt tot het voornemen van een uitstel van handelen, worden de consequenties op impact afgewogen en transparant gecommuniceerd. … en met oog op de eindtermijn ... Voor investeringen in gebouwen hanteren partijen een pragmatische aanpak, gericht op de resterende eindtermijn.
Als een (onderhouds-) investering forse financiële consequenties voor een betrokken partner heeft, die over de afgesproken eindtermijn heen gaat, dan moet die zakelijk afgewogen kunnen worden tegen alternatieven, zoals het versnellen of juist vertragen van een voorziening voor nieuwbouw. … investeren met verstand. Partijen wegen investeringen en verbeteringsmaatregelen in locaties zakelijk en in onderlinge samenhang af.
DMS 23010292
78
Aanpassingen ingegeven door veranderde (wettelijke) eisen vanwege gebruik, door onderhoud of ter compensatie van energieambitie (punt 1) worden bij voorkeur gebundeld met investeringen in instandhouding. Deze gebundelde investeringen moeten binnen de eindtermijn naar redelijkheid technisch en financieel afgeschreven (kunnen) worden.
Om gewenste aanpassingen op hun waarde te kunnen boordelen, worden ze in hun financiële impact (jaarlijkse kosten en baten) afgezet tegen de vastgelegde eindtermijn (punt 3). Als de afschrijving van een geplande investering daar aanleiding toe geeft dan wordt een verlenging van de eindtermijn overwogen (lees: langer of juist korter gebruik van de school). Dit wordt expliciet voorgelegd voor bestuurlijk besluitvorming. Maatregelen voor verduurzaming van bestaand maatschappelijk vastgoed zijn kostbaar. Ook inhoudelijke verbeteringen voor het toevoegen van functies aan maatschappelijke gebouwen en onderwijshuisvesting in het bijzonder, vragen altijd forse investeringen. Voorstellen moeten afgewogen worden tegen andere opties. Kwaliteitsverbetering en duurzaamheidsmaatregelen van bestaande schoolgebouwen zijn dan ook per definitie thema van gesprek tussen alle betrokken partijen. Het is vanuit Total Cost of Ownership van belang dat schoolbesturen, gemeente en andere partners samen, met open boeken, zoeken naar de beste oplossing. Partijen kunnen zich dan gezamenlijk en gecoördineerd inspannen om derde geldstromen beschikbaar te krijgen, bijvoorbeeld via subsidies of zakelijke co-investeerders zoals schooldaken ter beschikking te stellen voor energiecoöperaties.
Opdracht Ontwikkel samen (gemeente, schoolbesturen en andere maatschappelijke partijen) een verbeterplan voor inhoudelijke versterking en verduurzaming van bestaande (onderwijs-) gebouwen en houdt dat door jaarlijks overleg actueel. Als basis gelden de meerjaren onderhoudsplannen voor de verschillende relevante locaties en van analysegegevens (energielabel-analyse en CO2-metingen). Deze worden aangevuld met beleidsmatige wensen op basis van het voorliggende IHP en andere beleidsvoornemens, bijvoorbeeld uit de relatie met de voorstellen van de Alliantie Heerlen-Noord. Locatie De aanpak geldt voor alle schoolgebouwen, waar geen voorziening voor is afgesproken. Daarbij wordt de prioritering in onderling overleg vastgesteld. Voor de hand ligt een focus op gebouwen, waar een efficiënte samenhang van maatregelen met gepland groot onderhoud aan de orde kan zijn. Realisatietermijn Partijen hanteren de scope van de uitvoeringsagenda als meetpunt voor handelen. Uitwerking Partijen stellen samen gedurende 2024 een actief verbeterplan op dat, uitgaande van de wettelijke taakverdeling, leidt tot een gezamenlijke aanpak. Daarbij is de eigenaar van het gebouw in algemene zin als eigenaar van het gebouw verantwoordelijk voor uitvoering van de afgesproken maatregelen.
Groen MJOP Partners verwerken maatregelen zoveel mogelijk in hun meerjarenplanning en komen op die manier tot gemoderniseerde “Groene MJOP’s”.
DMS 23010292
79
Eindtermijnen Uitgangspunt voor slimmere verbetering is om aanpassingen te relateren aan de resterende gebruiksduur, gedefinieerd door de eindtermijn. In onderstaande tabel wordt deze voor alle gebouwen vastgesteld. Basisschool
Bouwjaar
Eindtermijn
De Regenboog
2014 (renovatie)
2024 (verlengde levensduur)
De Regenboog (dislocatie)
1955
2024
De Mheyster
2015
2055
De Vlieger
1978
2024
Wonderwijs
2019
2059
De Ganzerik
2010
2050
Mijn Spoor
2023 (ingrijpende renovatie nieuwbouwkwaliteit)
2048 (verlengde levensduur)
Frans Postma
1992
2032
Sint Paulus
2022
2062
Gerardus Majella
2023 (ingrijpende renovatie nieuwbouwkwaliteit)
2048 (verlengde levensduur)
De Schakel
1982
2024
De Schakel (dislocatie)
1945
2024
De Droomboom
2017
2057
Broederschool
2015 (ingrijpende renovatie nieuwbouwkwaliteit)
2040 (verlengde levensduur)
Vrije School Helianthus
2015
2055
IBS El Wahda
2014 (ingrijpende renovatie & 2039(verlengde levensduur) uitbreiding)
Basisschool Windekind
1980
2024
Sint Martinus
2021 (ingrijpende renovatie nieuwbouwkwaliteit)
2046 (verlengde levensduur)
Sint Tarcisius
2021 (ingrijpende renovatie nieuwbouwkwaliteit)
2046 (verlengde levensduur)
Eikenderveld
1955
2024
De Wegwijzer
1984
2024
De Horizon
2020 (ingrijpende renovatie nieuwbouwkwaliteit)
2045 (verlengde levensduur)
Taalschool de Werelddelen (Celsusstraat)1993
2024
De Tovercirkel (dislocatie)
2023 (uitbreiding + gedeeltelijke renovatie)
2048
De Windwijzer
1977
2024
De Tovercirkel
1976
2024
BMV Heerlerbaan (in ontwikkeling)
2024
2064
Taalschool de Werelddelen (Gaffelhof)
1969
2024
Vrije School Helianthus (dislocatie)
1990
2030
DMS 23010292
80
(voortgezet) speciaal onderwijs
Bouwjaar
Eindtermijn
2002
2042
SO Catharina (Oude Lindestraat)
1973
2024
SO Catharina (Bekkerveld)
2021 (ingrijpende renovatie nieuwbouwkwaliteit)
2046 (verlengde levensduur)
SBO de Griffel
SO De Buitenhof
1992
2032
SO Mgr. Hanssen
1976
2024
SO Mgr. Hanssen dislocatie
2007
2032 (verlengde levensduur)
(V)SO De Pyler
1987
2027
VSO De Buitenhof
1971
2024
(V)SO Catharina (Smidserweg)
1966
2024
08-6
DMS 23010292
Overzichtskaart uitvoeringsagenda IHP Heerlen
81
09 Financiële vertaling 09-1
Aan de basis – de VNG-normstelling 2019, bijstelling 2023
Gemeenten nemen normbedragen voor nieuwbouw en uitbreiding van scholen (en andere voorzieningen in de huisvesting) op in hun gemeentelijke verordening Voorziening Huisvesting Onderwijs. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) stelt jaarlijks modelnormbedragen vast als advies aan gemeenten. De meeste gemeenten nemen deze met vertraging (bij vaststelling) in een van een nieuwe verordening over. Sommige gemeenten wijken daar om moverende 6redenen van af, bijvoorbeeld omdat de ambities hoger zijn. Ook in een integraal huisvestingsplan kan een gemeente met schoolbesturen aanvullende afspraken maken die afwijkend zijn. De huidige normbedragen (2023) voor nieuwbouw van de VNG zijn in hun basis in 2019 bepaald en gaven antwoord op de grote prijsstijgingen in de jaren daarvoor. Dit leidde toen tot een directe normverhoging met 40%. In 2021 is een extra verhoging van 9,6% doorgevoerd om recht te doen aan de aangescherpte eisen uit het bouwbesluit. Jaarlijks wordt dit basisbedrag bijgesteld. De normbedragen gaan uit van een sober en doelmatig gebouw dat aan de wettelijke minimumeisen (bouwbesluit) voldoet. Gasloos bouwen en Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG) vallen sinds 2021 onder de wettelijke verplichtingen.
Aanvullende duurzaamheids- en comfortdoelstellingen als Frisse Scholen7 klasse B en A vallen niet onder de wettelijke minimum eis en zijn niet opgenomen in de normbedragen. Andere bijkomende kosten voor kwaliteit (denk aan verhoogde transparantie, flexibele wanden, tribunetrappen, etc.) zijn evenmin opgenomen in de normbedragen. De normbedragen voor nieuwbouw zijn opgebouwd uit een startbedrag en een bedrag per vierkante meter bruto vloeroppervlakte (bvo). Dit impliceert dat nieuwbouw voor een kleinere school in algemene zin ingewikkelder en duurder is. Het normbedrag voor een basisschool8 van 200 leerlingen bedraagt € 2.735 / m² bvo, voor een school van 400 leerlingen is dit ongeveer € 2.533 / m² bvo (normbedragen prijspeil 2022). Bouwkosten kunnen variëren door locatie en regionale invloeden. Kanttekening Momenteel zijn prijsontwikkelingen moeilijk vast te stellen, met name door de beweeglijke en onzekere prijzen voor materialen. In de praktijk is aan veel bouwmaterialen (en ook personeel) een tekort. Op grond van de huidige marktsituatie is de inschatting dat de stichtingskosten (niveau bouwbesluit 2023) € 3.400 m² bvo bedragen. De uiteindelijke kosten blijken pas tijdens het ontwerp- en bouwproces. Vanuit de wet wordt de gemeente geacht voldoende middelen beschikbaar te stellen voor realisatie van voorzieningen op grond van zorgplicht.
Daarnaast is het belangrijk rekening te houden met een jaarlijkse indexering van 2,5% (conform norm VNG). In de verordening dient van dit bedrag uitgegaan te worden. Bovenstaande stichtingskosten zijn inclusief btw, bijkomende kosten (honoraria, heffingen, aansluitkosten, verzekeringen, onvoorzien, etc.) en de kosten voor aanleg en inrichting van het schoolterrein. De gemeente draagt ook het juridische eigendom van het benodigde bouwrijpe terrein (om niet) over aan het schoolbestuur. Aanvullende toeslagen ten laste van de gemeente zijn aan de orde voor verhuiskosten, paalfundering (bij VO), speellokaal (bij S(B)O) of liftinstallatie (bij (V)SO).
6 7
De gemeente Heerlen stelt de uiteindelijke vergoeding vast op de feitelijke realisatiekosten.
In het in 2021 aangepaste PvE Frisse Scholen geldt klasse C als minimale eis, dat overeenstemt met het huidige bouwbesluit. Op de thema’s lucht en energie heeft aanscherping plaatsgevonden. 8
De normbedragen voor speciaal basisonderwijs (SBO) bedragen € 2.725/ m² bvo en voor speciaal onderwijs (SO) € 2.614 (bij 200 leerlingen).
DMS 23010292
82
Projecten tonen in de praktijk aan dat meerwaarde mogelijk is door bouwopgaven in een bredere context te bekijken via multifunctioneel ruimtegebruik. Een compact gebouw kan dan resulteren in een ruimere beschikbaarheid van ruimten ten opzichte van de normatieve minimum-oppervlakte. Zo kan bijvoorbeeld extra buitenruimte tijdens schooluren voor onderwijs worden ingezet en daarna als speelplek voor kinderen uit te buurt. Geadviseerd wordt om per project de kansen te onderzoeken en specifieke budgetten vast te stellen. Gemeenten ontvangen via het gemeentefonds middelen voor onderwijshuisvesting. Deze zijn niet geoormerkt voor onderwijs of huisvesting maar zijn vrij te besteden. De rijksbijdrage is gebaseerd op algemene verdeelgrondslagen en heeft geen relatie met het aantal leerlingen, het aantal scholen of de leeftijd van de gebouwen in een gemeente. Uitzondering vormen de scholen voor VO en (V)SO, waar een gemeente een bijdrage voor leerlingaantallen van buiten de gemeente ontvangt, omdat de scholen een regiofunctie hebben. De bijdrage loopt per definitie achter bij de bouwwetgeving omdat ze niet de investering maar de gemiddelde jaarlijkse lasten financiert.
09-2
Tariefstelling Heerlen
Het is belangrijk om bij nieuwe voorzieningen (nieuwbouw of renovatie) de ambities op het gebied van duurzaamheid te formuleren. In het IHP kunnen eventuele aanvullende ambities boven het wettelijke kader worden vastgelegd door passende middelen beschikbaar te stellen. De gemeente Heerlen zet voor nieuwbouw voorzieningen in op een hoger niveau dan wettelijk minimum. Nieuwbouw wordt gerealiseerd op minimaal ambitieniveau Frisse Scholen klasse B en volledig Energie Neutraal (ENG), in lijn met de Sectorale Routekaart. Onderstaande tabel weergeeft de aanvullende financiële investeringen, met de kanttekening dat de werkelijke kosten kunnen afwijken. Primair Onderwijs
Integraal Kindcentrum
Voortgezet Onderwijs
Speciaal Onderwijs
Frisse Scholen klasse B
€ 125 / m² bvo
€ 140 / m² bvo
€ 125 / m² bvo
€ 140 / m² bvo
ENG
€ 75 / m² bvo
€ 75 / m² bvo
€ 75 / m² bvo
€ 75 / m² bvo
Gemeente en schoolbesturen spreken samen het hoogste ambitieniveau af. In de uitvoeringsagenda van voorliggend IHP wordt daarom uitgegaan van het basisbedrag op basis van de huidige marktsituatie (normbudget gemiddeld € 2.875/ m² bvo) en aanvullend ambitieniveau Frisse Scholen Klasse B (in zijn breedte) en volledig Energie Neutraal Gebouw (BENG plus ENG): Integraal Kindcentrum A. Basisbedrag op basis van actuele marktprijzen
€ 3.400 / m² bvo
B. Stichtingskosten volgens de sectorale routekaart
€ 3.615 / m² bvo
Nb.: Peildatum is 2024, inclusief btw. Bedragen zijn exclusief grond/ sanering (door gemeente aanvullend beschikbaar te stellen). Eigen bijdrage schoolbesturen Gemeente en schoolbesturen maken afspraken over een eigen bijdrage. Het is niet toegestaan dat een schoolbestuur voor primair onderwijs bij nieuwbouw een financiële bijdrage levert aan de basiskwaliteit. Schoolbesturen kunnen wel, binnen de wet- en regelgeving, investeren in toegevoegde kwaliteit, zoals flexibiliteit, duurzaamheid in gebruik, binnenklimaat, etc. Deze eigen bijdrage is altijd gekoppeld aan een terugverdienopdracht: extra investeringen moeten binnen een aanvaardbare tijd worden terugverdiend.
DMS 23010292
83
09-3
Renovatie ten opzichte van nieuwbouw
Voor de afgesproken voorzieningen wordt in financiële zin altijd uitgegaan van (vervangende) nieuwbouw (normatief recht op ruimte vermenigvuldigd met afgesproken tarief. Dat laat onverlet dat uiteindelijk ook gekozen kan worden voor levensduurverlengende renovatie of andere maatregelen. In de praktijk blijkt dat deze alternatieven in de hoogte van de investering vaak net zo duur is als nieuwbouw. In hun uitwerking in jaarlijkse kosten is levensduurverlengende renovatie voor de investeerder vaak duurder. Reden is dat voor een renovatie een afschrijvingstermijn geldt voor de levensduurverlenging (25 jaar) in tegenstelling tot bij nieuwbouw (40 jaar). Dat laat onverlet dat het een belangrijke keuze kan zijn om een bestaand gebouw te handhaven. Argument kan zijn dat circulariteit (en hergebruik) een steeds belangrijker facet van verduurzaming wordt. En bij monumentale panden of locaties van grote maatschappelijke waarde kan het zelfs de enige logische keuze zijn. De sectorplannen voor onderwijshuisvesting en maatschappelijk vastgoed gaan er vooralsnog dat vervanging de voor de beste keuze is. Voor de hand ligt een praktische afspraak om in voorkomende gevallen steeds hergebruik van bestaand vastgoed te overwegen.
09-4
Financiële consequenties uitvoeringsagenda 2024-2030
Voorliggend integraal huisvestingsplan voorziet in planmatige aanpassingen. De uitvoeringsagenda geeft inzicht in de fysieke maatregelen in de periode tot 2034. De financiële consequenties zijn normatief benaderd: waar relevante onderwijsinhoudelijke en maatschappelijke gronden (zie ook strategische thema’s) aan de orde zijn kan worden afgeweken van het normatieve uitgangspunt met betrekking tot huisvestingsvragen. Dit wordt uiteindelijk zichtbaar in de uitwerking door de bouwheer van de businesscases op locatieniveau (in samenspraak tussen gemeente, schoolbesturen en samenwerkende partners). In het IHP zijn maatregelen gedefinieerd waar overeenstemming met betrekking tot prioritering over is met de schoolbesturen. Dit leidt tot een verplichting voor de gemeente om maatregelen te financieren. Investeringen in onderwijshuisvesting vragen een beslag op schaarse middelen. De beschikbaarheid van de financiële middelen kan (mede) bepalend zijn voor het tempo waarmee investeringen gerealiseerd worden.
DMS 23010292
84
O nd e rw e rp / Inve s t e ring -
a. Noodz. aanpassingen schoolplein Catharinaschool b. c.
Inve s t e ring Ople ve ring
Locatieonderzoek centrumschool Heerlen-Centrum Noodz. aanpassingen so/vso de Buitenhof, Heldevierlaan (vooruitlopend koppeling VO) Noodz. aanpassingen Fr. Postmaschool (i.v.m. uitgestelde nieuwbouw 2032)
Afs chr .t e r mijn
Kap it aallas t e n * (2%) Ti jd . Hu is v ks t Slo o p ko s t e n
PM
2024
-
€
250.000
2024
20
€
15.289
€
-
€
-
-
€
750.000
2025
8
€
102.382 €
-
€
-
€
500.000
2025
6
€
89.263 €
-
€
-
d . Noodz. aanpassingen basisschool de Droomboom
€
750.000
2025
15
€
58.369
€
-
€
e . Noodz. aanpassingen basisschool de Ganzerik
€
750.000
2025
15
€
58.369
€
-
€
f. Vervangende nieuwbouw basisschool Windekind
€ 8.821.974
2026
40
€
322.494 €
g. Knelpunten binnensport
€
200.000
2026
20
€
12.231
€ 9.080.880
2027
40
€
€ 8.798.910
2027
40
h. i.
Vervangende huisvesting/Unilocatie Vrijeschool Helianthus Vervangende huisvesting/Unilocatie Taalschool de Werelddelen
250.000 € -
€
-
331.958 €
250.000
€
29.700
€
321.651 €
250.000 €
95.535
30.578 €
-
€
-
264.466 €
250.000
€
109.230
j. Noodz. uitbreiding basisschool de Broederschool
€
500.000
2028
20
€
k. Vervangende nieuwbouw basisschool de Schakel
€ 7.234.591
2028
40
€
€
91.575
l. Vervangende nieuwbouw basisschool Eikenderveld
€ 4.785.248
2028
40
€
174.928 €
250.000
€
49.830
m. Vervangende nieuwbouw basisschool de Regenboog
€ 7.203.647
2028
40
€
263.335 €
250.000
€
102.575
n. Noodz. renovatie basisschool de Wegwijzer
€ 7.075.278
2028
40
€
258.642 €
-
€
-
o . Noodz. uitbreiding Islamitische basisschool El Wahda
€
939.900
2028
20
€
57.481
€
-
€
-
p. Vervangende nieuwbouw Mgr. Hanssenschool
€ 15.797.550
2028
40
€
577.491 €
250.000
€
144.485
q. Vervangende nieuwbouw basisschool de Vlieger
€ 5.910.453
2030
40
€
216.061 €
250.000
€
66.550
r. Verduurzaming onderwijsvastgoed
€ 2.000.000
2030
20
€
122.313
-
€
Fase 1
€ 81.348.431
€
3.277.303 €
€
2.000.000 €
s . Vervangende Nieuwbouw Fr. Postmaschool
€ 3.323.233
2032
40
PM
PM
t . Vervangende nieuwbouw De Buitenhof
€
2034
40
PM
PM
Fase 2
€ 10.835.203
€
-
T OT AAL (Fase 1 & Fa se 2)
€ 92.183.634
€
3.277.303 €
7.511.970
€
-
689.480 PM PM
€
2.000.000 €
689.480
Voorziening op de korte termijn Voorziening op de middellange termijn Voorziening in volgende uitvoeringsperiode Geen voorziening (investeren vanuit beleid of beheersmaatregel)
Toelichting bij de bedragen Onderwijshuisvesting:
Investering IKC:
Aanpassing:
DMS 23010292
De genoemde investeringsbedragen voor de onderwijsruimten zijn gebaseerd op normatief recht op vierkante meters vermenigvuldigd met nieuwbouwtarief uit het IHP. Het is verstandig om rekening te houden met een indexering om het nieuwbouwtarief tot realisatie actueel te houden. Het is wenselijk om bij de start van een projecten nieuwe, toegespitste leerlingenprognoses te maken naar de dan wenselijke omvang, die voor de school normatief past. In de businesscases moet dan een geactualiseerde stichtingskostenraming worden opgesteld. Raming voor versterking en aanvullingen vanuit in het IHP afgesproken beleid van onderwijsplekken. Daarmee ontstaan kindvoorzieningen, die (voldoende) ruimte bieden aan (1) een zo compleet mogelijk aanbod van kinddiensten voor opvang en zorg en (2) voor maatschappelijke ontmoeting en welzijn, in aansluiting op de omgeving/wijk. Investeringen voor verbetering van onderwijshuisvesting in bestaande gebouwen. Deze zijn te besteden (1) in plaats van een voorziening, (2) in afwachting van een uitgestelde voorziening of (3) als aanpassing van gebouwen om ze beter geschikt te maken voor onderwijs. Het betreft hier een raming, exacte bedragen kunnen uitsluitend in het project worden vastgesteld.
85
-
-
-
in de tabel is voor investeringen in aanpalende kindvoorzieningen en/of gemeenschapsfuncties een indicatie gegeven, gebaseerd op opgaves van schoolbesturen en gemeente met betrekking tot samenwerkingskansen. In de realisatiefase zal in een programma van eisen een nauwkeurige inventarisatie van de wensen en behoeften worden gemaakt. Bij realisatie van ruimte voor kinddiensten en andere professionele maatschappelijke partners zullen in veel gevallen passende huurcontracten worden afgesloten. Bij huurovereenkomsten met kindpartners en andere professionele instellingen kan de gemeente (of de exploitant van de voorziening) huurinkomsten verwachten, die de kosten dekken. De gemeente Heerlen hanteert voor afschrijvingen op investeringen in onderwijshuisvesting een termijn van 40 jaren. Dit is in overeenstemming met de afspraken in het sectorplan.
Catharinaschool Voor de verkeerssituatie rond de dislocatie van de Catharinaschool aan Oude Lindestraat is in overleg tussen school/schoolbestuur en buurtregisseur gekozen voor een aanpassing van het schoolplein. Daarvoor wordt een bedrag van € 250.000 gebudgetteerd. Het betreft een groot schoolplein waarbij het geschikt maken van de (onder)grond voor de busjes kostbaar is. Binnensport In de financiële analyse van de projecten is geen rekening gehouden met investeringen in binnensportvoorzieningen. Uitgangspunt is dat in nieuwbouwopgaven steeds gekeken moet worden naar de wenselijkheid om per voorziening eventueel (voldoende) sportruimte toe te voegen volgens de kaders daarvoor in het aparte rapport van Mulier Advies (zie ook 02-3). Wel is onderdeel van de financiële paragraaf een budget van € 200.000 om kleine lokale knelpunten op te lossen in overleg tussen gemeente en schoolbesturen. Aanvullende kosten De gemeente wordt vanuit de wet geacht om bouwrijpe grond beschikbaar te stellen. Waar panden of gronden moeten worden aangeschaft komen deze kosten aanvullend voor rekening van de gemeente. Bij de toekenning van voorzieningen moet aanvullend rekening worden gehouden met kosten tijdelijke huisvesting (indien vervangende nieuwbouw op de locatie wordt gerealiseerd), verhuiskosten en sloopkosten.
Daarnaast is in een aantal businesscases rekening te houden met resterende boekwaarden van gebouwen, die versneld moeten worden afgeschreven. Nb.: •
•
Sloopkosten zijn 'projectafhankelijke kosten' en de bedragen in bovenstaande tabel zijn dan ook indicatief op basis van de huidige inzichten in de businesscases op basis van kentallen. De uiteindelijke sloopkosten kunnen variëren, afhankelijk van factoren zoals de aard van het gebouw, de complexiteit van de sloopwerkzaamheden en de eventuele aanwezigheid van asbest. Ze zijn op een later tijdstip, op projectbasis, nauwkeurig te bepalen. Het beleid is erop gericht om, tijdens de businesscases, bestaande gebouwen zo lang mogelijk in te zetten. De noodzaak voor tijdelijke huisvesting is projectafhankelijk en dient steeds grondig te worden overwogen. In eerste instantie moet worden onderzocht of een tijdelijke verhuizing naar ander maatschappelijk vastgoed in de omgeving een haalbare optie is. Als het voortzetten van het gebruik van het huidige gebouw en tijdelijke huisvesting elders geen optie is, kan tijdelijke huisvesting in de vorm van noodlokalen in overweging worden genomen.
DMS 23010292
86
09-5
Fonds Permanente Verbetering Onderwijsvastgoed
Gemeente en schoolbesturen hebben in voorliggend integraal huisvestingsplan afgesproken scholen te ontwikkelen tot hoogwaardige voorzieningen voor kind en voor wijk en gemeenschap. Naast de voorgestelde voorzieningen in het kader van de wet (zorgplicht) beschouwen partijen het als een opdracht om bestaand onderwijsvastgoed geschikt te houden voor onderwijs, opvang en zorg en om ze actief open te stellen voor aanverwante maatschappelijke functies. Voor investeringen in de verbetering van bestaande gebouwen trekken schoolbesturen en gemeente vanuit hun eigen verantwoordelijkheid samen op. Jaarlijks stemmen partners hun verbeterprogramma’s in het kader van (groot) onderhoud, verduurzaming en inhoudelijke versterking (uitbreiding van toegankelijkheid) af en maken meerjarige verbeterafspraken. Om daarin te kunnen faciliteren wordt een fonds ingesteld, waaruit deze verbeteringen in onderwijsvastgoed gefinancierd kunnen worden. De omvang van dit fonds is voor de periode tot 2030 vast te stellen op € 2 miljoen, aan te vullen vanuit reserveringen of voorzieningen bij schoolbesturen voor groot onderhoud en verduurzaming. Daarmee worden verbeteringen in gebouwen mogelijk gemaakt.
DMS 23010292
87
Aanvullende stukken Bijlage 1. Informatiefundament Heerlen (schooljaar 2022-2023) Bijlage 2. Gespreksverslagen Ronde langs de velden Bijlage 3. Gebouwelijke QuickScans Bijlage 4. Wettelijk kader Bijlage 5: Uitvoeringsplan Businesscases IHP Heerlen Bijlage 6: Kaarten ruimtelijke uitwerking Businesscases
DMS 23010292
88
Bijlage 4. Wettelijk kader Bij het vormgeven van een IHP dient rekening te worden gehouden met algemene kaders, uitgangspunten en wet- en regelgeving. Dit hoofdstuk beschrijft achtereenvolgens de maatschappelijke, gemeentelijke en wettelijke kaders. Ontwikkelingen binnen een bepaald kader worden ook toegelicht. De onderwerpen en vraagstukken zijn in willekeurige volgorde beschreven en geven geen mate van belangrijkheid aan. Gemeentelijk beleid Gemeentelijke taken De gemeente heeft enkele wettelijke taken op het gebied van onderwijs, zoals het handhaven van de Leerplichtwet, het inzetten van leerlingenvervoer, de zorgplicht voor onderwijshuisvesting in het funderend onderwijs en het uitvoeren van onderwijsachterstandenbeleid via bijvoorbeeld Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE). Daarnaast moet de gemeenteraad voldoende algemeen toegankelijk openbaar onderwijs borgen. De bevoegdheden zijn beperkt, terwijl de effecten en resultaten van het onderwijs van immense invloed zijn op de manier waarop de maatschappij en lokale gemeenschap worden vormgegeven en (onderling) acteren. Relatie met sociaal domein De gemeente kreeg met de decentralisaties in het sociaal domein in 2015 een taakverruiming; WMO, Jeugdwet, Participatiewet. Het onderwijs valt formeel niet onder de gedecentraliseerde taken in het sociaal domein.
Door de Wet Passend Onderwijs worden scholen echter via de samenwerkingsverbanden verplicht hun ondersteuningsplan af te stemmen op het beleidsplan jeugdhulp, met het doel dat alle kinderen een plek krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en mogelijkheden. Soms is het ook nodig dat onderwijs, jeugdhulp en gemeente afstemmen rondom individuele ondersteuning. Het onderwijs en de lokale overheid hebben elkaar als partijen nodig om invulling te kunnen geven aan hun (gezamenlijke) opgaven in het belang van kinderen. Ontwikkelingen zijn te verwachten op het gebied van kinddiensten. Opvang zal de komen jaren nadrukkelijk binnen het gemeentelijke pakket van taken en bevoegdheden terecht komen. Op welke wijze dit formeel invulling gaat krijgen is niet helder maar de intentie is dat kinderopvang vanaf 2025 voor werkenden en vanaf 2028 voor alle kinderen in ieder geval voor een significant deel van de tijd gratis wordt. Wat dit betekent voor het beschikbaar maken van ruimten in relatie tot onderwijshuisvesting is onduidelijk. Maar dat het consequenties zal hebben voor het IHP is evident. Samen werken aan duurzame samenleving Het onderwijs heeft een belangrijke functie in het creëren van kansen voor de kernen in de gemeente.
Door talenten te herkennen en te benutten én vroegtijdig zicht te krijgen op wat stimuleert, draagt onderwijs bij aan vitale participerende burgers en daarmee aan een sterke innovatieve gemeenschap. Het onderwijs moet blijven anticiperen op de veranderende behoeften in de maatschappij, van de kinderen en jongeren, van de ouders en ontwikkelingen in de omgeving. De komende jaren wordt van de gemeente als regisseur in het jeugddomein, en van de onderwijsinstellingen en andere partijen eveneens inspanning gevraagd voor het vasthouden van een sterke, duurzame, inclusieve samenleving. Samenwerking biedt daarbij mogelijkheden om kinderen en jongeren kwalitatief hoogwaardige leer- en ontwikkellijnen te bieden in goede voorzieningen. Deze samenwerking vraagt een gezamenlijke visie op inhoud en vorm.
DMS 23010292
89
Wettelijk (wet- en regelgeving) Gedeelde verantwoordelijkheid Het wettelijk kader van onderwijshuisvesting kent een gedeelde verantwoordelijkheid tussen gemeenten en schoolbesturen. De gemeente heeft de zorgplicht om voldoende en adequate huisvesting beschikbaar te stellen voor het PO, (V)SO en VO. De gemeente is (ook financieel) verantwoordelijk voor nieuwbouw, uitbreiding en herstel van constructiefouten. De verantwoordelijkheid van renovatie is in de huidige wetgeving nog niet vastgelegd, maar de verwachting is dat deze aan het gemeentelijke voorzieningenpakket van onderwijshuisvesting wordt toegevoegd. Het schoolbestuur heeft de verantwoordelijkheid de huisvesting goed te beheren en te exploiteren. Zij draagt de kosten voor de exploitatie van het gebouw (energie, water, en schoonmaak), en ook voor klein en groot onderhoud van het gebouw en de tuin gedurende de gebruikstermijn van het gebouw. Door de gedeelde verantwoordelijkheid in onderwijshuisvesting zijn de belangen tussen schoolbesturen en gemeente soms tegengesteld. De gemeente heeft er baat bij investeringen zo laag mogelijk te houden. De keuze om investeringen in nieuwbouw uit te stellen of te verwijzen naar leegstand is soms verleidelijk, ondanks dat onderhoudskosten of energiekosten (verantwoordelijkheid schoolbestuur) daardoor juist hoger kunnen zijn.
Schoolbesturen hebben tegelijkertijd behoefte aan een gebouw dat goed te exploiteren is: passend bij de omvang van de school, modern en efficiënt, toekomstgericht, en energievriendelijk. Zij kan er baat bij hebben om onderhoud te verminderen om sneller in aanmerking te komen voor een nieuw schoolgebouw. Het juridisch eigendom, en daarmee de juridische aansprakelijkheid, ligt in beginsel bij het schoolbestuur. Daardoor mag het schoolbestuur een gedeelte van het gebouw verhuren of in medegebruik geven, mits dit medegebruik is voor uit de openbare kas bekostigd onderwijs of voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden. Bij verhuur dient het schoolbestuur aan het college van B&W toestemming te vragen voor het onttrekken van de onderwijsbestemming van het gebouwdeel. Omdat de gemeente het gebouw en de ondergrond bekostigt, heeft zij het economisch claimrecht als het schoolbestuur het gebouw, of een gebouwdeel niet langer gebruikt. In die situatie krijgt de gemeente ook het juridisch eigendom van het betreffende gebouw. Een gemeente of schoolbestuur kan ook het initiatief nemen om delen van het schoolgebouw aan de onderwijsbestemming te onttrekken. In dat geval gaat voor dit gebouwdeel het eigendom over naar de gemeente.
Gemeentelijke verordening als vangnet Gemeenten zijn op grond van de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), Wet op het voortgezet Onderwijs (WVO) en Wet op Expertisecentra (WEC) verplicht om een Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs te ontwikkelen en vast te stellen. Gemeenten dienen de schoolbesturen te betrekken en ‘op overeenstemming gericht overleg’ (OOGO) te voeren. In de verordening zijn op basis van gemeentelijk onderwijshuisvestingsbeleid kaders, uitgangspunten en inhoudelijke voorwaarden geregeld. Ook worden de procedures voor het aanvragen van voorzieningen in de huisvesting, toegespitst op specifieke gemeentelijke voorwaarden, vastgelegd. Voorzieningen in de huisvesting zijn:
DMS 23010292
90
Voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen9; Herstel van constructiefouten bestaande uit schade aan een gebouw veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf, evenals uit kosten gemoeid met het voorkomen van nog niet zichtbare materiële schade onmiddellijk voortvloeiend uit ontwerpfouten, uitvoeringsfouten of wanprestatie; Herstel en vervanging in verband met schade aan gebouw, onderwijsleerpakket, leer- en hulpmiddelen of meubilair ingeval van bijzondere omstandigheden;
Huur van een sportterrein voor een school voor voortgezet onderwijs voor het onderwijs in lichamelijke oefening. Gemeenten ontvangen via het gemeentefonds bekostiging voor onderwijshuisvesting. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het aanvragen voor de voorziening in de huisvesting (binnen de vastgestelde procedures). Schoolbestuur is in principe bouwheer voor de realisatie. De gemeente stelt bouwrijpe grond en middelen beschikbaar, maar gaat in principe niet zelf aan de slag. Indien schoolbestuur het bouwheerschap niet wenst, dient er een andere partij te worden gezocht, of ligt dit bij de gemeente. De gemeente heeft ook de bekostigingsverantwoordelijkheid voor realisatie, instandhouding en exploitatie van gymnastiekvoorzieningen (lokaal bewegingsonderwijs). Wanneer een school gebruik maakt van een gemeentelijke sportvoorziening, dient de gemeente de accommodatie om niet in gebruik te geven voor het vastgestelde aantal klokuren. Het financieel risico van de exploitatie ligt bij de gemeente. Als de gymnastiekvoorziening, na realisatie door de gemeente, eigendom is van het schoolbestuur, ontvangt deze voor het genormeerde aantal klokuren een vastgestelde vergoeding. Resterende kosten voor exploitatie en instandhouding kunnen via medegebruik opgevangen worden.
In het amendement dat in februari 2020 aangenomen is door de Tweede Kamer, worden scholen verplicht per groep minimaal twee uur per week bewegingsonderwijs te geven (dit was tweemaal 0,75 uur). Er staan geen klokuren of lesuren in het amendement en daarover zijn ook geen afspraken c.q. bepalingen aangepast. De KVLO gaat er daarom vooralsnog van uit dat de huidige afspraken c.q. bepalingen met betrekking tot de bekostiging en gemeentelijke facilitering van de accommodatie blijven gelden (artikel 117 WPO). Investeren in huisvesting ten behoeve van kinderopvang (kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang) valt niet onder de zorgplicht van de gemeente en is daarmee ook geen onderdeel van de verordening. Organisaties voor kinderopvang worden op andere wijze gefinancierd en dienen zelf te investeren in hun huisvesting of een passende huur te betalen voor de huisvesting waar zij gebruik van maken. Maatschappelijke vraagstukken Onderwijshuisvesting dient bij nieuwbouw te voldoen aan de wettelijke bouweisen (bouwbesluit). Aan bestaande onderwijsgebouwen stelt de wetgever slechts beperkte wettelijke eisen. Belangrijkste voorwaarde is dat gebruik als schoolgebouw vergunbaar is en dat dus aan minimale eisen met betrekking tot gezondheid en veiligheid wordt voldaan.
Dat is te begrijpen, omdat gebouwen en mogelijk losmaakbare materialen/elementen een levens- en gebruiksduur hebben van vele jaren (minimaal 40 jaar, gebouwniveau). Inhoudelijke veranderingen in het onderwijs kunnen aanleiding zijn voor gemeente en schoolbestuur om deze accommodaties onder de loep te nemen. Tegelijkertijd vragen maatschappelijke ontwikkelingen als klimaat, circulariteit, energieneutraliteit, Frisse Scholen en duurzaamheid aandacht bij zowel nieuwbouw als bestaande bouw. Deze ontwikkelingen vinden stap voor stap ook hun plek in bouwregelgeving. 9
(Vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, (gedeeltelijk) in gebruik nemen van bestaand gebouw, verplaatsing van bestaande noodlokalen, terrein voor het realiseren van voorgaande voorzieningen. Inrichting met onderwijsleerpakket en/of meubilair (mits niet eerder bekostigd). Medegebruik ander onderwijsgebouw.
DMS 23010292
91
PO Raad, VO Raad, VNG en Rijk werken samen aan het verbeteren van het wettelijke kader. Momenteel ligt wetgeving voor die de schoolbesturen en gemeente meer gezamenlijke en gelijkwaardige verantwoordelijkheid geeft in de voorzieningen voor de huisvesting. Belangrijk onderdeel van dit wetsvoorstel is een wettelijk kader rondom renovatie, waarbij renovatie als levensduurverlenging van tenminste 25 jaar een volwaardig alternatief wordt voor nieuwbouw. De uitdaging voor gemeenten is om intussen keuzes te maken die daar soms op vooruit lopen. Een beter gebouw leidt tot een hogere kwaliteit van het onderwijs (door betere verblijfscondities) en een efficiëntere exploitatie voor het schoolgebouw (waardoor meer geld beschikbaar blijft voor onderwijs). Maar grotere huisvestelijke ambities leiden ook tot een hogere investering. Elke aanscherping van kwaliteitsafspraken voor nieuwbouw kost geld; de bouwkosten worden immers hoger. Belangrijke maatschappelijk ontwikkelingen zijn: Energie en CO2-neutraliteit De wetgever ontwikkelt beleid op weg naar energie-efficiëntie. De eerste stap naar deze verduurzaming werd gezet in het Energieakkoord uit 2013.
Daarna zijn op wereldschaal in Parijs afspraken gemaakt en deze worden via klimaattafels in publiek-private samenwerking tussen overheid, instellingen, bedrijven en burgers vertaald naar concrete doelstellingen en een praktische aanpak voor Nederland: het Klimaatakkoord. Dit heeft consequenties voor zowel nieuwbouw in de vorm van verscherpte bouweisen als een verplichte aanpak van bestaand vastgoed met als doel het bereiken van CO2-neutraliteit in 2050. Inmiddels is het verplicht om bij nieuwbouw gasloos en bijna energie neutraal (BENG) te bouwen. Vanaf 2030 worden de eisen voor nieuwe gebouwen opgeschroefd naar volledig emissievrij (ENG). Bestaande gebouwen moeten vanaf 2030 voldoen aan minimaal energielabel E. Dat geldt ook voor onderwijshuisvesting (utiliteitsbouw). Er is een routekaart PO en VO ontwikkeld met te nemen stappen voor verduurzaming van schoolgebouwen. Frisse Scholen en Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting Kwaliteit van onderwijshuisvesting is van invloed op de prestaties van de leerlingen en het onderwijzend personeel. Het waarborgfonds & Kenniscentrum Ruimte-OK heeft in overleg met de PO-Raad en de VNG het Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting ontwikkeld, waarin gebouwen worden beoordeeld op verschillende aspecten op de thema’s Beleving, Gebruik en Techniek.