Notulen raadsverg. gem. Heerlen 26 mei 2021.docx
Tekst van het document
Pagina 19/73 Meneer de voorzitter. In het kader van de duidelijkheid zal ik ook nog even vertellen aangaande de moties. Wij stemmen niet in met de motie energiearmoede van de Partij voor de Dieren. De motie met betrekking tot nieuwe Heerlense bedrijven, de energieneutraliteit, daar stemmen wij ook niet voor. De laatste motie van de Partij voor de Dieren gaat over natuur en biodiversiteit. Daar zullen wij wel mee instemmen. Wij stemmen ook in met de motie die is ingediend door de coalitie. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel, meneer Leers. De heer Bertholet. De heer Bertholet, D66 D66 zal uiteraard de RES steunen, hoewel wij wat bedenkingen hebben over deze regionale aanpak. Maar goed, daar is al heel veel over gezegd en ik vrees dat er in de komende tijd ook nog heel veel over gezegd gaat worden. We zullen de drie moties van de Partij voor de Dieren niet steunen. Daar kan ik een heel verhaal over houden, maar er is al genoeg over gezegd. De voorzitter Dank u wel, meneer Bertholet. De heer Verreck. De heer Verreck, PvdA Dank u wel, meneer de voorzitter. Wij zullen de RES gewoon steunen. Met betrekking tot de moties van de Partij voor de Dieren zullen wij motie 1, Heerlense bedrijven energieneutraal, niet steunen. Motie 2, geen energie opwekken ten koste van natuur en biodiversiteit steunen wij wel. En de derde motie, nieuwe bedrijven, zullen wij ook niet steunen.
De motie van de SP, VVD, D66, OPH en CDA hadden ze wat mij betreft wat eerder naar iedereen moeten sturen, want ik denk dat deze dan raadsbreed gesteund had kunnen worden. Wij zullen deze ook steunen. De voorzitter Dank u wel, meneer Verreck. Dan heb ik de heer De Groot nog. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Misschien ook even voor de duidelijkheid ten aanzien van het standpunt van de OPH in deze. Uiteraard zijn wij voor het voorstel. Wij zijn uiteraard ook voor de motie die wij mede hebben ingediend. Met betrekking tot de moties die de Partij voor de Dieren heeft ingediend, zullen wij exact zo stemmen als de heer Verreck net aangaf. De enige motie waar wij voor zijn, is de motie met betrekking tot de biodiversiteit en de dieren. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel, meneer de Groot. Mevrouw Géron. Mevrouw Géron, Partij voor de Dieren Dank u. Ik hoorde de heer Hesse zeggen dat het woord "eisen" in de motie niet aangenaam was. Ik wil dat woord wel vervangen, als de SP dan wel voor stemt. Als Partij voor de Dieren vinden we het jammer dat de motie van de coalitie zo laat is binnengekomen en dat er niet is samengewerkt. Het is eigenlijk een beetje langs elkaar heen gegaan. Wij gaan deze motie wel steunen. Ik heb alleen geen duidelijkheid over onze moties.
Ik heb het idee dat de motie over de bedrijven niet wordt gesteund en dat er variatie is in steun voor de motie over biodiversiteit en de motie over energie-armoede. Ik heb dus geen zicht op wat in meerderheid wordt gesteund. Die twee moties dienen wij dus in ieder geval in. De voorzitter
Pagina 20/73 Prima. Dan gaan we straks kijken hoe we daar in de besluitvorming uitkomen. De heer Tijdeman. De heer Tijdeman, Fractie Tijdeman Dank u wel, voorzitter. Even het standpunt van de fractie Tijdeman betreffende de moties. Wij zijn medeindiener van de motie zoals net door de heer Hesse bekendgemaakt, dus daar hoef ik het verder niet over te hebben. De fractie Tijdeman steunt de drie moties van de Partij voor de Dieren niet. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel, meneer Tijdeman. Dan ga ik nu naar de wethouder voor de beantwoording in tweede termijn. Daarna gaan we de voorstellen in stemming brengen. Wethouder Claessens Voorzitter. Ik heb op het einde heel veel stemverklaringen gehoord, dus daar ga ik niet op reageren. Dat zien we dadelijk wel terug in de stemmingen. Ik heb een heel directe vraag gekregen van de heer Horssels. Hij vroeg: niemand heeft last van de panelen bij de waterzuiveringsinstallatie, klopt dat? Ik weet niet of daar niemand last heeft. Ik kan u wel zeggen dat die panelen daar op eigen terrein liggenen dat daar ook dubbel gebruik is, aan de ene kant de panelen en aan de andere kant de waterzuivering. Ik denk dat dit een heel mooi voorbeeld is van dubbel gebruik op eigen terrein. Dit is een goed voorbeeld van hoe je ook met zonnepanelen kunt omgaan. Het nee-schudden bij de zonneweides had waarschijnlijk te maken met iets dat in de zin werd gezegd.
Daar hebt u mij denk ik misverstaan. De heer De Groot heeft nog iets aangegeven over de motie rondom diversiteit. De Partij voor de Dieren heeft gevraagd om de motie in te trekken. Dat is natuurlijk aan de Partij voor de Dieren zelf. De heer Van den Berg heeft een aantal punten aangehaald over dezelfde motie. "Als het dan toch wordt gedaan, dan kun je het net zo goed steunen". Laat ik het zo zeggen, ik laat dat heel graag aan uw raad. Ik heb in eerste termijn aangegeven hoe het college erin zit. Uiteindelijk bent u als raad zelf verantwoordelijk voor de stemmingen die worden gedaan. U hebt nog een aantal punten gemaakt rondom de verzekeringsissues en hoe daarnaar gekeken zou, kan of moet worden. Ik denk dat dit een onderwerp is om in de komende tijd goed in de gaten te houden in de commissies. Het heeft de aandacht in de bestuurscommissie en in de broedkamer. Het zijn terechte punten. Blijf die vooral vasthouden, zodat we die in het vervolg van de projectgroep op tafel blijven houden. De heer Hesse, SP (interruptie) Voor alle duidelijkheid wil ik aan de wethouder vragen om de motie staccato langs te lopen met zijn advies. Wethouder Claessens Dat ga ik zo ook doen.
Mevrouw Géron had nog een concrete vraag, namelijk: wanneer komt de raad in positie en wanneer heeft de raad inspraak? Ik heb in mijn eerste termijn al aangegeven: kom alstublieft naar de raadsinformatieronde over Windpark Parkstad-Zuid. U kunt die vragen dan wederom stellen en u krijgt dan te horen op welke momenten de raad in positie komt in de besluitvormingsprocedure. Op het moment dat wij het bestemmingsplan moeten wijzigen om ergens windmolens of zonnepanelen mogelijk te maken dan is de raad aan zet om daar ja of nee tegen te zeggen, dus u komt altijd aan de beurt. Nogmaals met reclame voor de raadsinformatieavond die vanuit Parkstad wordt georganiseerd en waar u allen een uitnodiging voor hebt gehad. De heer Hesse had het over de Verhuurdersheffing. En u haalde - als ik het goed zeg energierechtvaardigheid aan. De heer Hesse, SP (interruptie) Dat hebt u goed onthouden. Klimaatrechtvaardigheid.
Pagina 21/73 Wethouder Claessens Klimaatrechtvaardigheid. Over het punt rondom de Verhuurdersheffing kan ik u aangeven dat in gezamenlijkheid met corporaties wordt gelobbyd bij het Rijk om te kijken hoe corporaties in positie kunnen worden gebracht. Daar gaan we gewoon keihard mee door. Dan klimaatrechtvaardigheid. In Heerlen gaan we in ieder geval twee projecten doen. In het ene project wordt een plan ontwikkeld om de leefkwaliteit in woningen te verbeteren. Via een power-up project gaan we op zoek naar de mogelijkheden om energie armoede te bestrijden middels eigen lokale en duurzame energieopwekking. We zijn dus met een aantal dingen bezig. Dat is die verdiepingsslag, om terug te gaan naar de heer Van den Berg. Alvorens ik de moties nog een keer de revue laat passeren, vind ik het mooi om te eindigen met het volgende: we moeten van het papier af. Daar ben ik ook mee geëindigd in de brief met de antwoordenreeks. We kunnen heel veel op blijven schrijven, maar we zullen het moeten gaan doen. Daar hebben we elkaar keihard bij nodig. We hebben mensen en middelen nodig. We hebben raden en colleges nodig die hun nek durven uit te steken. Ook hebben we een Rijksoverheid nodig die ons meehelpt om de uitvoering te doen die we met al die regio's bij het Rijk gaan aanbieden. Dan de moties nog een keer. Laat ik beginnen bij de motie over biodiversiteit van de Partij voor de Dieren.
Deze motie heb ik ontraden. De motie bedrijven heb ik ook ontraden. De motie energie-armoede van de Partij voor de Dieren omarm ik. De motie van de coalitie omarm ik. Dan heb ik ze gehad, voorzitter. De voorzitter Dank u wel. Dan gaan we nu naar de besluitvorming. Ik begin met het voorstel om de RES Zuid-Limburg vast te stellen en in te stemmen om die aan te bieden aan het nationaal programma. Wilt u dit in stemming brengen of zijn we hier unaniem mee akkoord? Is iedereen akkoord? Dan is deze vastgesteld. Dan gaan we naar de achtereenvolgende moties. Ik begin met de moties van de Partij voor de Dieren. Ik begin met de motie energie-armoede, iedereen doet mee, bij de RES Zuid-Limburg. Wilt u deze motie in stemming brengen of zegt u: daar zijn we ook mee akkoord. De heer Bertholet, D66 Ik ben niet akkoord. De voorzitter Dan gaan we stemmen. Dat betekent dat ik iedereen ga aflopen. We gaan daar niet weer over praten, maar dan ga ik gewoon netjes conform afspraak nalopen hoe de stemming uitvalt. De griffier gaat turven hoe het met de stemmen zit. De heer Aarts, Ouderenpartij Heerlen Ik ga ervan uit dat we nu over de motie energie-armoede praten, dus motie 1. De voorzitter Ja. Motie 1, energie-armoede, iedereen doet mee bij de RES Zuid-Limburg. Die heb ik als eerste in stemming gebracht. De heer Aarts, Ouderenpartij Heerlen Tegen. De heer Bayraktar, SP Tegen.
Mevrouw Hendriks-Berg, SP Voor.
Pagina 22/73
De heer Van den Berg, VVD Tegen. De heer Bertholet, D66 Tegen. Mevrouw Bottenberg-Brylka, SP Voor. Mevrouw Santegoeds, Ouderenpartij Heerlen Tegen. De heer Hesse, SP Voor. De heer Daamen, Partij Hoensbroeks Belang Voor. Mevrouw Géron, Partij voor de Dieren Voor. De heer Gouders, Ouderenpartij Heerlen Tegen. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Tegen. Mevrouw Heine-van Dartel, CDA Voor. De heer Gelissen, SP Voor. De heer Butink, Stadspartij Tegen. De heer Sijstermans, Ouderenpartij Heerlen Tegen. De heer Horssels, Partij Hoensbroeks Belang Voor. De heer Kastrop, Ouderenpartij Heerlen Tegen. De heer Kerssemakers, Hart-Leers Tegen. De heer De Kleijn, Hart-Leers Tegen.
Pagina 23/73
Mevrouw Leeman-Nöllgen, SP Voor. De heer Leers, Hart-Leers Tegen. De heer Meyer, SP Voor. Mevrouw Mous, SP Voor. De heer Oulad Lmaroudia, D66 Tegen. De heer Pauwels, CDA Voor. De heer Peters, CDA Voor. Mevrouw Plusquin, Partij voor de Dieren Voor. Mevrouw Santegoeds, Ouderenpartij Heerlen De tweede is voor. Mevrouw Schreurs, Partij Hoensbroeks Belang Voor. De heer Sijstermans, Ouderenpartij Heerlen Voor. De heer Tijdeman, Fractie Tijdeman Tegen. Mevrouw Vaessen, SP Voor. De heer Verreck, PvdA Voor. Mevrouw Winkens, VVD Tegen. De heer Adema, CDA Voor. De heer Brauer, SP
Pagina 24/73 Voor. De heer Hazen, Stadspartij Tegen. De heer Diederen, Fractie Diederen U bent mij vergeten. Wethouder Claessens Voorzitter. Even een punt van orde. Volgens mij heeft mevrouw Santegoeds twee keer gestemd. Volgens mij was zij de tweede keer in de veronderstelling dat het over de tweede motie ging. De voorzitter Klopt dat, mevrouw Santegoeds? Mevrouw Santegoeds, Ouderenpartij Heerlen Dat klopt helemaal. Daarom vroeg ik ook of dit de tweede is. De voorzitter Nee. Kunt u de eerste nog een keer herhalen? Mevrouw Santegoeds, Ouderenpartij Heerlen Bij de eerste motie heb ik tegengestemd. De voorzitter Prima. De heer Diederen, Fractie Diederen Voorzitter. U bent mijn hele fractie vergeten. De voorzitter Meneer Diederen, excuus. De heer Diederen, Fractie Diederen Ik was ook wat later, maar ik vond het opmerkelijk dat u na de presentielijst zei dat alleen de heer Butink afwezig was. Ik was er ook, maar wat later. Soms is het een nadeel als je zo vroeg in het alfabet zit. De voorzitter Ja. En uw stem? De heer Diederen, Fractie Diederen Tegen. De voorzitter Dank u wel. Ik kijk even naar de griffie. Met 20 voor en 17 tegen is de motie aangenomen. Dan gaan we naar de tweede motie. Dat is: geen opgewekte energie ten koste van Heerlense natuur en biodiversiteit. Ik loop u weer allemaal langs. De heer Aarts, Ouderenpartij Heerlen Voor.
Pagina 25/73
De heer Adema, CDA Tegen. De heer Bayraktar, SP Tegen. De heer Van den Berg, VVD Voor. De heer Bertholet, D66 Tegen. Mevrouw Bottenberg-Brylka, SP Tegen. De heer Brauer, SP Tegen. De heer Butink, Stadspartij Tegen. De heer Daamen, Partij Hoensbroeks Belang Voor. De heer Diederen, Fractie Diederen Voor. De heer Gelissen, SP Tegen. Mevrouw Géron, Partij voor de Dieren Voor. De heer Gouders, Ouderenpartij Heerlen Voor. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Voor. De heer Hazen, Stadspartij Tegen. Mevrouw Hendriks-Berg, SP Tegen. De heer Hesse, SP Tegen. Mevrouw Heine-van Dartel, CDA
Pagina 26/73 Tegen. De heer Horssels, Partij Hoensbroeks Belang Voor. De heer Kastrop, Ouderenpartij Heerlen Voor. De heer Kerssemakers, Hart-Leers Voor. De heer De Kleijn, Hart-Leers Voor. Mevrouw Leeman-Nöllgen, SP Tegen. De heer Leers, Hart-Leers Voor. De heer Meyer, SP Tegen. Mevrouw Mous, SP Tegen. De heer Oulad Lmaroudia, D66 Tegen. De heer Pauwels, CDA Tegen. De heer Peters, CDA Tegen. Mevrouw Plusquin, Partij voor de Dieren Voor. Mevrouw Santegoeds, Ouderenpartij Heerlen Voor. Mevrouw Schreurs, Partij Hoensbroeks Belang Voor. De heer Sijstermans, Ouderenpartij Heerlen Voor. De heer Tijdeman, Fractie Tijdeman Tegen.
Pagina 27/73 Mevrouw Vaessen, SP Tegen. De heer Verreck, PvdA Voor. Mevrouw Winkens, VVD Voor. De voorzitter Dank u wel. 8 voor en 19 tegen. Dan is deze verworpen. Dan de derde motie. Deze gaat over nieuwe Heerlense bedrijven zijn energieneutraal. Mevrouw Géron, wilt u deze motie ook in stemming brengen? Mevrouw Géron, Partij voor de Dieren Ik ga deze motie niet in stemming brengen, gezien de reacties die ik heb gehoord. Dat spaart tijd. De voorzitter Prima. Dan heb ik tenslotte de motie van de coalitiepartijen over solidariteit en collectiviteit. Kunnen we die unaniem afhameren, want daar leek het een beetje op? Mevrouw Plusquin, Partij voor de Dieren Voorzitter. Ik wil graag een stemverklaring afleggen. De voorzitter Natuurlijk. Gaat uw gang. Mevrouw Plusquin, Partij voor de Dieren Wat betreft solidariteit. Ik heb er al eerder op gewezen in deze raad. Ik zou het waarderen als de partijen die deze motie hebben ingediend deze ook zouden delen met de zogenaamde oppositiepartijen, want dat is wederom niet gebeurd. Mijn collega Géron heeft dat wel gedaan met al haar moties, dus dat wil ik wederom als stemverklaring meegeven aan deze raad. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel, mevrouw Plusquin. Kunnen we deze motie met z'n allen vaststellen of wil iemand een stemming? De heer Hazen, Stadspartij Voorzitter.
Ik heb al in mijn stemverklaring aangegeven dat ik de motie dusdanig onduidelijk en weinig concreet vind, dat wij die niet willen steunen. Wij zijn in ieder geval tegen. Ik denk dat dit tot stemming leidt. De voorzitter Ja, dat leidt tot stemmen. Dan ga ik netjes de stemlijst weer af. De heer Aarts, Ouderenpartij Heerlen Voor. De heer Adema, CDA
Pagina 28/73 Voor. De heer Bayraktar, SP Voor. De heer Van den Berg, VVD Voor. De heer Bertholet, D66 Voor. Mevrouw Bottenberg-Brylka, SP Voor. De heer Brauer, SP Voor. De heer Butink, Stadspartij Tegen. De heer Daamen, Partij Hoensbroeks Belang Voor. De heer Diederen, Fractie Diederen Voor. De heer Gelissen, SP Voor. Mevrouw Géron, Partij voor de Dieren Voor. De heer Gouders, Ouderenpartij Heerlen Voor. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Voor. De heer Hazen, Stadspartij Tegen. Mevrouw Hendriks-Berg, SP Voor. De heer Hesse, SP Voor. Mevrouw Heine-van Dartel, CDA Voor.
Pagina 29/73 De heer Horssels, Partij Hoensbroeks Belang Voor. De heer Kastrop, Ouderenpartij Heerlen Voor. De heer Kerssemakers, Hart-Leers Voor. De heer De Kleijn, Hart-Leers Voor. Mevrouw Leeman-Nöllgen, SP Voor. De heer Leers, Hart-Leers Voor. De heer Meyer, SP Voor. Mevrouw Mous, SP Voor. De heer Oulad Lmaroudia, D66 Voor. De heer Pauwels, CDA Voor. De heer Peters, CDA Voor. Mevrouw Plusquin, Partij voor de Dieren Voor. Mevrouw Santegoeds, Ouderenpartij Heerlen Voor. Mevrouw Schreurs, Partij Hoensbroeks Belang Voor. De heer Sijstermans, Ouderenpartij Heerlen Voor. De heer Tijdeman, Fractie Tijdeman Voor. Mevrouw Vaessen, SP Voor.
Pagina 30/73
De heer Verreck, PvdA Voor. Mevrouw Winkens, VVD Voor. De voorzitter Dan is de motie met 35 tegen 2 stemmen aangenomen. 6. Financiële situatie JENS De voorzitter Dit onderwerp is uitgebreid in de commissie aan de orde geweest, met heel veel vragen. Ik ben dus benieuwd naar de bijdragen op hoofdlijnen die we nog mogen verwachten vanuit de raad. Ik geef het woord aan de heer Sijstermans. Eerste termijn De heer Sijstermans, Ouderenpartij Heerlen Over een zaak in de commissie waren we nog niet uit, namelijk de bijdrage vanuit het Rijk richting de jeugdzorg. Er zou ruim 600 miljoen vanuit het Rijk naar de gemeente komen. Is al bekend welk deel naar Heerlen komt? We gaan uit van een tekort van 4 miljoen euro, maar volgens de uitleg van de deskundigen zou het op 5 miljoen euro uitkomen. Ik wil graag weten wat wij van het Rijk krijgen. Dat is de enige vraag die ik nog wil toevoegen na de uitgebreide behandeling in de commissie. Dank u. De voorzitter Dank u wel, meneer Sijstermans. Mevrouw Hendriks-Berg. Mevrouw Hendriks-Berg, SP Dank u wel, voorzitter. In Heerlen kiezen we voor onze kinderen. Welzijn en een goede ontwikkeling van al onze kinderen staat voor de SP op nummer 1. Heerlen heeft te maken met grote sociale en economische achterstanden. Hierdoor zijn er de nodige problemen bij onze gezinnen en hun kinderen.
Het organiseren van jeugdhulp is voor de meeste gemeenten een enorme uitdaging. Vanaf de start van de decentralisatie is het organiseren van jeugdhulp een bijzondere complexe taak gebleken. Daarbij zijn vanuit het Rijk structureel onvoldoende financiële middelen beschikbaar gesteld. Uit het onderzoeksrapport blijkt dat we met JENS op de goede weg zijn. We kunnen lezen: JENS helpt beter voor minder. Ook de Adviesraad maatschappelijke ondersteuning vindt het zeer wenselijk dat de continuïteit in de werkwijze van JENS wordt gehandhaafd. De Adviesraad onderschrijft het algemene beeld dat JENS op de goede weg is. Bovendien vindt de Adviesraad het onwenselijk dat met name voor de jeugd die nu zorg ontvangt of gaat ontvangen wordt geconfronteerd met weer een andere aanpak. Door de marktwerking uit de jeugdzorg te halen en met JENS in zee te gaan, heeft Heerlen de jeugdhulp over een andere boeg gegooid, zodat we steeds meer grip op de jeugdhulp hebben en houden. Helaas zijn de problemen in Heerlen groot. Hoe kan het college ervoor zorgen dat onze kinderen en gezinnen in de toekomst minder aanspraak op jeugdhulp hoeven te maken? Dank u wel. De voorzitter Dank u wel. Het woord is aan de heer Verreck.
Pagina 31/73 De heer Verreck, PvdA Dank u wel, meneer de voorzitter. We hebben tijdens de commissievergadering lang gesproken over de financiële situatie met betrekking tot JENS. Het was goed om te horen dat de wethouder aangaf dat hij als we het nu over zouden moeten doen wij het vooral op financieel gebied anders zouden doen. IN het begin hebben wij een aantal keer aangegeven, dat hebben we ook begrepen van andere partijen die niet deelnamen aan JENS, dat het niet kan, omdat er een structureel tekort is van 3 miljoen per jaar. Dat is wat in het begin van JENS door partijen is gezegd. Ook in de debatten over JENS van anderhalf jaar geleden constateerden wij dat er volgens ons een structureel tekort was en dat daar wat ons betreft de gemeente beter had kunnen opletten aan de voorkant. Als fractie hebben we een aantal keer naar het contract gevraagd dat de gemeente in het voorjaar van 2020 met JENS heeft gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt met betrekking tot de ambulantiseringstrajecten. Op de een of andere manier lukt het het college en deze wethouder niet om dat contract aan de raad te geven. Daar zijn we eigenlijk verbaasd over. Welke afspraken zijn op dat moment precies gemaakt met JENS? Daar zijn de afspraken gemaakt over ambulantisering. Deze komen nu pas tevoorschijn met pakweg € 407.000 en nog wat meer per jaar.
In de commissie hebben we onze verbazing uitgesproken over het feit dat bij de audit op het gezinsplan blijkt dat op heel veel plekken geen gezinsplan aanwezig is. De wethouder heeft daarvan aangegeven dat in deze casussen een andere manier van planvorming plaatsvindt. Hij heeft niet aangegeven wat er precies verandert, maar er zal een andere manier van planvorming plaatsvinden. Als afgeweken wordt van de basisafspraak, dan zou je toch moeten verwachten dat zeker op deze plek in de verslaglegging beschreven is hoe dit dan plaatsvindt. De zin dat er verbeterdoelen zijn gesteld met betrekking tot dit verhaal doet mij vermoeden dat de situatie anders is dan de wethouder op dat moment deed voordoen. Zeker als je leest dat in ongeveer een derde van de casussen die gecheckt zijn, 144 dossiers, geen gezinsplan aanwezig is. Er is een heel mooie verdeling gemaakt tussen de multi-problemgezinnen en de niet-multiproblemgezinnen. Ondanks dat we het nu eigenlijk alleen maar zouden hebben over de financiële situatie van JENS, is het denk ik wel verstandig om het op redelijk korte termijn, wat mij betreft september of oktober, toch nog een keer te hebben over de inhoudskant van JENS. We zien toch dat er veel vragen leven en dat er ook veel signalen vanuit de maatschappij komen over dat dingen toch niet helemaal goed gaan.
Zeker dit soort verhalen doen mij vermoeden dat we het hier inhoudelijk met elkaar over moeten hebben. Het gezinsplan is de basis van de zorg die JENS levert. Vervolgens blijkt in de audit dat dit bij een derde van de casussen niet gebeurt. Dan denk ik: wat gebeurt er dan wel? Dan zul je vandaaruit moeten kijken. Wij snappen dat we gewoon door moeten gaan met JENS. Wij zullen schoorvoetend instemmen met het plan. Het gaat wel weer over pakweg 7 miljoen of 8 miljoen euro die we nu weer aan JENS geven, waarbij het volgend beter had kunnen inschatten dat dit misschien wel nodig was geweest. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel. De heer Van den Berg. De heer Van den Berg, VVD Voorzitter, dank. Vooropgesteld dank aan de wethouder voor de aanvullende antwoorden naar aanleiding van de lange commissievergadering. Vriend en vijand zijn het erover eens dat het coöperatiemodel van JENS werkt. De druk die ons vanuit Den Haag is opgelegd door het over de schutting te gooien en te decentraliseren, zorgde ervoor dat we een model hebben gevonden dat werkt. Als we de vergelijking maken met andere gemeenten in Limburg dan ziet het ernaar uit dat we de goede lijn te pakken hebben. Het is nog een uitdaging om het financieel in balans te krijgen, maar zoals ik er nu naar kijk is het niet onmogelijk. Meneer de voorzitter.
De voorliggende cijfers zijn het resultaat van de daadwerkelijke problemen in onze stad. Dat daar de uitdagingen liggen om op verantwoorde wijze bij te sturen, moge duidelijk zijn. Maar wie zegt het nu wat, behoudens hen die ermee bezig zijn, dat we een paar miljoen euro tekort hebben? Laat
Pagina 32/73 staan tientallen miljoenen, zoals in andere gemeenten. Tekorten zijn in het algemeen beeld van het publiek eerder regel dan uitzondering. Dat het veel geld is, is duidelijk. Maar is er ook voldoende besef en begrip? Meneer de voorzitter. Als fractie vindt in het kader van het simplificeren van het beeld van de jeugdproblematiek dat we man en paard moeten benoemen, om daar vervolgens ook de normen aan te verbinden. We moeten in staat zijn om een benchmark vast te stellen. Zo zien we in de nagestuurde antwoorden dat het moeilijk is, maar niet onmogelijk. Ik zie dat het moeilijk is om een vergelijking te zoeken met een vergelijkbare plaats als Heerlen, maar ook dat is niet onmogelijk. Meneer de voorzitter. Die exercitie moeten wij doen om als raad te kunnen meten en een beter gevoel te krijgen. Investeringen aan de voorkant moeten zichtbaar worden in de gehele portefeuille van het sociaal domein. Met als uitgangspunt dat je bijvoorbeeld in percentages aangeeft waar het om gaat en waar je naartoe wilt, creëren we bij vele partners van onze stad en bij de inwoners meer bewustwording. Dat kan van grof naar fijn, van aantallen kinderen per wijk, tot aan de kortste elementen per traject. Natuurlijk is het niet fijn om te benoemen dat 15% van onze jongeren in aanmerking komt met jeugdzorg, maar dat kan ook een anker zijn.
Kortom, meneer de voorzitter, kan het college in dit dossier toezeggen om vlak na de zomer met zogenaamde KPI's te komen? Dank u wel. De voorzitter Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer De Kleijn. De heer De Kleijn, Hart-Leers Meneer de voorzitter. In de commissievergadering zijn al de nodige vragen gesteld. Ik heb eigenlijk nog een tweetal punten. Met betrekking tot de nagekomen antwoorden van de wethouder vind ik het wel verontrustend dat de eerste groep jeugd tussen 12 en 18 jaar valt. Vervolgens zie je dat daar na de tweede coronagolf in een keer de 4 tot 12-jarigen terecht komen. Ik denk dat het nog ernstigere gevolg dadelijk gaat gebeuren voor de 0 tot 4-jarigen. Ze geven aan dat de consultatiebureaus dadelijk dezelfde problematieken met zich mee gaan brengen. Ik vind het erg verontrustend dat op zo'n jonge leeftijd deze kinderen al in de problemen zijn gekomen. De vraag is op welke manier we dit vroegtijdiger kunnen signaleren en wat we hieraan kunnen doen. Het is bekend dat het geld kost. We moeten er alleen voor waken dat we de financiën een beetje in de klauwen kunnen krijgen bij JENS. De vraag is om daar over drie maanden nog een keer op terug te komen, om te kijken hoe het financiële plaatje nu in elkaar zit. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel. De heer Peters. De heer Peters, CDA Voorzitter, dank u wel.
Dat iedereen de zorg krijgt die hij of zij nodig heeft, is wat ons betreft eerste prioriteit. Beter een gedegen aanpak aan de voorkant, dan achteraf de schade te proberen te herstellen. Daarbij zijn we het overigens wel roerend eens met het voorstel van de VVD om te komen tot prestatieindicatoren. Wij zullen overigens instemmen met het voorliggend voorstel. Echter, voorzitter, vanuit de kaderstellende en controlerende rol van onze raad hebben we het tijdens de commissiebehandeling gehad over de grip op de financiën. Zoals uit de memo die we gisteren hebben ontvangen blijkt, zijn de financiën in de laatste jaren redelijk constant. Ondanks dat is de zorgvraag over een aankomend jaar natuurlijk nooit volledig te voorspellen. De effecten van bijvoorbeeld corona op de jeugdzorg, die nu plaatsvinden, evenmin. Het CDA Heerlen vindt het daarom wel belangrijk om beter te kunnen sturen op een beheersbare situatie. Wij vinden het belangrijk dat inzichtelijk wordt gemaakt wat er precies gebeurt, inhoudelijk, maar ook financieel, zodat ook wij eerder zicht hebben op trends en
Pagina 33/73 ontwikkelingen. Meer transparantie, maar ook meer informatie richting raad. Graag een reactie hierop van het college. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel. Mevrouw Plusquin. Mevrouw Plusquin, Partij voor de Dieren Dank u wel, voorzitter. Ik zal proberen om het kort te houden. Wij sluiten aan bij de oproep van de Partij voor de Arbeid. Wij willen ook graag wat dingen toevoegen ter bespreking. De lumpsumregeling lijkt de kwaliteit negatief te beïnvloeden. Dat blijkt uit het commentaar. Wat ons betreft zou een tussenweg moeten worden gevonden tussen lumpsum en elke rekening betalen die van een zorginstelling komt. We zouden ook graag zien dat de preventie wordt uitgebreid voor alle kinderen en ouders, in plaats van alleen daar waar sprake is van een dreigende ontsporing die zichtbaar wordt. Verder willen wij aandacht vragen voor de klachtenregeling van de zorginstellingen waarmee JENS zakendoet. Wij horen daar veel klachten over, dus wij zouden er graag over in gesprek willen dat er een laagdrempelige manier komt om via JENS de klachten te melden die ons ter ore komen. Het klanttevredenheidsonderzoek zouden wij graag uitgebreid zien, zodat er meer respondenten zijn.
Er zou nog komen in hoeveel procent van de gevallen de behandeling is gestopt in verband met het behalen van de doelstellingen, omdat onderling werd besloten dat verdere behandeling geen zin meer had, bijvoorbeeld omdat er meer specialistische behandeling nodig was. Dit is niet beantwoord in de brief van 25 mei. En wat de ambulantisering precies inhoudt en hoe dit geregeld wordt. Daar is wel een stukje over geschreven in de brief van 25 mei. Voorts betreuren wij dat 40% van de tijd van JENS opgaat aan administratie. Wij zouden graag een meer kritische, integrale aanpak zien. Desalniettemin zullen ook wij schoorvoetend, bijna verplicht, akkoord moeten gaan met het voorstel. Wij sluiten echt aan bij de oproep van de Partij van de Arbeid om deze stukken nog eens goed te bespreken. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter Dank u wel. De heer Bertholet. De heer Bertholet, D66 Dank u, voorzitter. Ook D66 zal dit voorstel steunen. Het is natuurlijk veel geld, twee keer 2,5 miljoen, plus nog 8 ton, is 6 miljoen. Anderzijds hebben we begrepen dat het kabinet inmiddels ruim 1 miljard extra voor de jeugdzorg heeft bestemd. In de eerste tranche vorig jaar al 300 miljoen. Nu komt daar nog ruim 600 miljoen bij, plus nog 98 miljoen. Dat levert dan ruim 1 miljard op. Als ik dat deel door de ruim 350 gemeenten in Nederland, zou dat voor Nederland minimaal 3 á 4 á 5 miljoen moeten opleveren.
Zeker gezien het feit dat bij ons helaas nogal wat jongeren gebruik moeten maken van de jeugdzorg. Ik hoop dat een groot deel van deze tegenvaller door de meevaller, de extra Rijksbekostiging, kan worden opgevangen. Los daarvan denk ik dat het een onoverkomelijke investering is. Dat zien we ook zo, als een investering in de toekomst. Jeugdzorg is een investering in de toekomst. Men had het erover dat een vroegtijdige signalering belangrijk is om problemen later te voorkomen of om te voorkomen dat ze erger worden. Ik denk dat we het moeten zien als een investering in de toekomst. Alleen, collega Van den Berg en Peters hadden het daar ook al over, Denk ik dat we het wel zichtbaar moeten maken. Daarom vraag ik de wethouder om te werken aan een aantal duidelijke kritische prestatieindicatoren, KPI's. Wat ook al gezegd werd door collega Van den Berg, wellicht ook te komen tot een soort benchmark, een databank, waarin we cijfers van verschillende gemeenten kunnen vergelijken. Ik denk dat de keuze voor het coöperatiemodel met JENS een goede is geweest. Als je alleen al ziet dat er bij ons ongeveer 10
Pagina 34/73 aanbieders zijn en in Maastricht meer dan 100, dan moet dat wellicht tot een efficiëntere situatie leiden. Natuurlijk kan efficiëntie altijd beter. JENS is echter een jonge organisatie, die nog in een leereffectfase zit. Dat zal dus waarschijnlijk beter kunnen. Op zich lijkt iedereen tevreden. Collega Verreck zei: Natuurlijk moeten we wel een vinger aan de pols houden, want als het zo is dat in een derde van de gevallen er nog geen gezinsplannen liggen, dan is dat natuurlijk iets waar wij aan moeten werken. Wij zien het in ieder geval wel als een onoverkomelijke investering. Dit is natuurlijk van meet af aan fout gegaan doordat het Rijk de jeugdzorg over de schutting van de gemeenten heeft gegooid. Ik meen dat er landelijk een tekort van 1,7 miljard op jeugdzorg is bij alle gemeenten. Wij doen het als Heerlen niet eens zo slecht als je het vergelijkt met de tekorten die men in Maastricht en Venlo heeft. Daarmee is denk ik ook impliciet bewezen dat het coöperatiemodel wel werkt. Nogmaals, dat moet nog doorgroeien en in de volwassen fase terechtkomen. Wij zullen dit voorstel dus volmondig steunen. De voorzitter Dank u wel. De heer Butink. De heer Butink, Stadspartij Dank u wel. Laten we wel wezen, wij vinden jeugdhulp natuurlijk noodzakelijk.
We kennen natuurlijk ook de hele moeilijke positie die de gemeente heeft, maar we vinden het dossier toch wel bijna een hoofdpijndossier worden. De materie is ook redelijk ongrijpbaar. Dit sluit ook een beetje aan bij het betoog van de heer Verreck en de heer Van den Berg van de VVD. Het is heel uitvoerig besproken in de commissie, dus we gaan dit niet allemaal opnieuw doen. De beantwoording van punt 2.12 waarin naar de benchmark wordt gerefereerd, stemt ons zeker niet tot tevredenheid. Dit lijkt een beetje op wegduiken. Dat maakt dat JENS en de kosten van JENS nauwelijks te benchmarken zijn. Als dat zo in de notitie staat, dan geeft dat een wat onrustig gevoel. Er is een stijging van de vraag van jeugdhulp. Er zijn separate afspraken gemaakt. Het is redelijk onzichtbaar. De post onvoorzien wordt heel vaak genoemd. Het zou veel opener en transparanter moeten zijn. Het blijkt dat er een foutieve inschatting is gemaakt. Dat zijn allemaal van die subjectieve benaderingen die ons erg onzeker en ongerust maken. Ik vind dat die benchmark en de KPI's er moeten komen. In het voorstel zien we staan dat juridische risico's niet uit te sluiten zijn. Dat vind ik heel erg tendentieus en gevaarlijk, ook in het kader van afspraken die je gaat maken. En dan zomaar zeggen: we gaan dat compenseren, zonder blikken of blozen - want dat gevoel krijg ik er toch wel een beetje bij. 2,4 miljoen.
We lopen financiële en juridische risico's. Een enkele partij zegt: we gaan dat schoorvoetend ondersteunen. Als er een voorbehoud zou worden gemaakt, zou het anders zijn. Dan zouden we het wel willen ondersteunen. Wij gaan het voorstel niet ondersteunen. Ik wil wel aan de wethouder vragen om nadrukkelijk te werken en te zorgen dat het terugkomt in de commissie. Dat wordt dan aangekondigd via het presidium. Ook vraag ik dat in ieder geval een benchmark mogelijk wordt gemaakt en dat de kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren mogelijk worden. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel. De heer Daamen. De heer Daamen, Partij Hoensbroeks Belang Dank u wel, voorzitter. Ik ga niet alles herhalen. Er is heel veel gesproken in de commissie. De voorgaande sprekers heb eigenlijk alles al benoemd. De respondentie is genoemd. De toekomst, of we voorbereid zijn op een eventuele extra vraag die we kunnen verwachten. De administratieve belasting voor de medewerkers door hetgeen we allemaal opleggen. Vroegtijdig signaleren.
Pagina 35/73 Ik heb nog een opmerking staan die nog niet is genoemd. We hebben een beetje moeite met de toonzetting, zo van als we niet akkoord gaan, dan ... Dat werd toen straks volgens mij ook benoemd. We hebben eigenlijk geen andere keuze. Desalniettemin zullen wij het steunen. De voorzitter Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer De Groot. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Dank u, voorzitter. We hebben al een aantal keer de woorden KPI's en benchmark gehoord. Ik wil toch even benadrukken dat als je met KPI's werkt, dat per definitie zorgt voor een administratieve belasting. Dat kan bijna niet anders. Dat betekent gewoon dat je zaken moet bijhouden, dat je je cijfertjes moet bijhouden en dat je op grond daarvan ook tot verbeterslagen kunt komen. Ik ben voor KPI's, maar laten we wel wezen: dat betekent natuurlijk ook wat voor de mensen in zo'n organisatie. De kern van hun werk moet natuurlijk zijn: de zorg. Laat dat duidelijk zijn. Maar als je KPI's gaat stellen, komt daar ook nog wel een stuk administratie bij. Dat ten eerste. Dan ten aanzien van de benchmark. Ook dat is een aantal keer genoemd. Voor zover ik geïnformeerd ben, is de aanpak zoals Heerlen de jeugdzorg doet middels het coöperatiemodel JENS behoorlijk uniek. Een benchmark kun je eigenlijk pas toepassen als je meerdere vergelijkbare actoren hebt in het veld waarlangs je de lat kan leggen.
Ook wat dat betreft denk ik dat we misschien nog een beetje te vroeg zijn en dat Heerlen een voorloper is. Inhoudelijk sluit ik me voor een groot deel aan bij het betoog van de heer Bertholet. Wat we doen en gedwongen worden te doen. Je kunt die jongeren natuurlijk niet in de kou laten staan. Laat dat duidelijk zijn. Maar dat doe je om er vele jaren later ook je voordeel mee te hebben. De investering die je nu doet in preventie en ambulante zorg moet er straks toe leiden dat er veel minder opnames zijn. Dat is natuurlijk een belangrijk gegeven. Zeker gezien de kosten die met dat laatste gemoeid zijn, is het een belangrijk gegeven om ook op langere termijn in de gaten te houden. Dat je niet alles al aan de voorkant kan dichttimmeren en dat het ook nog een stukje lerende organisatie is, ja, dat is zo. Tegelijkertijd, daar is in de commissie terecht veel aandacht voor geweest, moeten wij ook kritisch blijven op de uitvoering van de ambulante en de preventieve jeugdzorg door JENS. Dat is onze taak. Daar moeten we ook actief op blijven. Ik hoor nu ook alweer een aantal mensen die daar zeer kritisch op zijn. Dat moet zeer zeker ook gebeuren. Maar laten we vooral ook naar de big picture kijken.
Deze investering is nodig om er straks zo veel mogelijk profijt van te hebben, zodat zoveel mogelijk jongeren dadelijk een normaal goed en gezond leven kunnen hebben, wat ook ten bate komt van onze samenleving. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel. De heer Tijdeman. De heer Tijdeman, Fractie Tijdeman Dank u wel, voorzitter. Wat mij betreft is het de spijker op de kop, hoe de heer De Groot het net verwoordt. Bij benchmarking moet je natuurlijk appels met appels kunnen vergelijken. Dat was ook het verhaal van de wethouder. Er is een redelijk uniek concept neergezet. Waar wil je dat dan mee gaan vergelijken? Die roep om benchmark vind ik heel aardig. Dat is wel heel erg marktdenken. Volgens mij is zorg niet per se een markt, waar iets wat je moet doen om je kwetsbare burgers te helpen. Waar ik wel mee zit is dat toen JENS op 1 januari 2019 van start ging ook naar de raad toe is gezegd dat de toegang een jaar later zou worden overgeheveld naar de coöperatie. Als je het hebt over benchmark en controle willen hebben, dan zou iedereen die hier zit kunnen weten dat je gas- en rempedaal op deze vormen verhullen, dat is toegang. Daarmee kun je doseren. Daarmee kun je de snelheid bepalen. Daarmee bepaal je eigenlijk alles. Dan heb je je gaspedaal, rempedaal en stuur in handen. Ik heb de indruk dat de toegang nog steeds niet over is naar JENS.
Ik hoor graag van de wethouder of dit wel zo is. Er is ons altijd
Pagina 36/73 voorgehouden dat de toegang na een jaar over gaat. Volgens mij is dat niet zo. Volgens mij mist JENS ook het gas- en rempedaal. Dan kunnen wij met z'n allen wel zeggen: het valt wel tegen. Dat snap ik wel. Als je geen gaspedaal en geen rempedaal hebt, dan snap ik dat. Vervolgens wil ik even kijken naar transformeren, want daar gaat het hier om. We hebben het over transformeren. Transformeren is iets wat je samendoet. Dat is niet iets wat voorbehouden is aan JENS. Dat is ook niet iets wat voorbehouden is aan de gemeente. Dat zou je samen moeten doen. Ja, de Rijksoverheid heeft deze vorm van zorg over de schutting gekieperd - om het heel populair uit te drukken - richting de gemeenten. De gemeenten hebben jarenlang gezegd: geef het aan ons, want wij kunnen het veel dichter in de buurt organiseren. Dat is gebeurd. Dat is ook gedaan. Dat er een platte bezuinigingsoperatie overheen is gegaan, hebben we allemaal zien gebeuren. Dat is niet helemaal zoals het zou moeten. Toch zeg ik: transformeren doe je samen. Dat betekent ook dat de gemeente naar de eigen organisatie moet kijken. Ik hoor graag van de portefeuillehouder hoe dit zit. Hoe zit dit met de toegang? Hoe is de toegang mee getransformeerd? Is die al over? Wanneer is er zicht op dat die over gaat? Wanneer gaan het gaspedaal en het rempedaal naar deze constructie toe? Daar vraag ik eigenlijk al meermaals naar.
Iedere keer wordt gezegd: daar komen we op terug. Nou, dan ben ik benieuwd wanneer we erop terugkomen en hoe we erop terugkomen. Voor een constructie als JENS is dit denk ik het middel om uiteindelijk zelf meer te kunnen sturen en doseren. Mijn vraag is dus tweeledig: hoe staat het met de gemeentelijke transformatie en hoe zit het met de overgang naar de toegang? Afsluitend wil ik zeggen dat met deze kritische noot dan sluit ik ook graag aan bij de heer Verreck om er wel kort bovenop te zitten en het goed te vervolgen. Dus inderdaad uiterlijk in september of oktober terug op de agenda om het inhoudelijk te bespreken. Met de eerder gemaakte kritische noten zal Fractie Tijdeman het voorstel steunen. Dank u wel. De voorzitter Dank u wel. Meneer Sijstermans, heeft u een interruptie? De heer Sijstermans, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Ik heb een interruptie. Ik vang enorm vaak op dat wij gekort zijn door het Rijk. Maar het is het systeem. De rijksbegrotingen gaan via de Comptabiliteitswet. Wij zitten met de reserveringen. Dat zijn twee verschillende systemen. Daardoor komt hoogstwaarschijnlijk ook minder geld richting de gemeente. Zou het niet aan de VNG moeten zijn om te zeggen: luister, pas die systemen op elkaar aan, want we komen ieder jaar tekort in de jeugdzorg. Ik vraag of de portefeuillehouder het daarmee eens is. Dat was mijn opmerking.
Ik proef het nu ook bij de heer Tijdeman. Ik heb bij verschillende mensen gehoord: we worden gekort en dergelijke. Maar het ligt aan de verschillende systemen. De rijksbegroting wordt anders beoordeeld dan de gemeentelijke begroting en de provinciale begroting. Dat was mijn opmerking richting de vorige sprekers. De voorzitter Prima. De heer Tijdeman, wilt u daarop reageren? Anders ga ik naar de wethouder en dan neemt hij het mee in zijn beantwoording. De heer Tijdeman, Fractie Tijdeman Ja, daar wil ik zeker op reageren, want ik word aangesproken. In mijn betoog vertelde ik dat wij een transitie hebben gehad die is ingezet in 2014. Het is prima dat het verschillende financieringsstromen zijn. In de transitie werd onder andere gezegd dat jeugdzorg werd overgeheveld van de rijksoverheid naar de gemeentelijke overheid. Daarnaast is ook een platte bezuinigingsmaatregel doorgevoerd. Die is wel degelijk aantoonbaar. Dank u wel.
Pagina 37/73
De voorzitter Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan wethouder Clemens. Wethouder Clemens Dank u, voorzitter. Met ook een woord van dank aan de heer Tijdeman voor het beantwoorden van die laatste vraag. Dat heeft hij denk ik heel goed gedaan. Dank ook aan alle fracties voor de bijdragen. Ik denk dat het goed is om vooraf kort te zeggen dat je over een aantal zaken kunt discussiëren in dit dossier. Een zaak waarover wat betreft het college geen discussie is, is dat we heel bewust hebben gekozen voor het werken met een coöperatie in de ambulante jeugdhulp. We hebben heel bewust gekozen voor het werken met een lumpsumbedrag. Daarmee hebben we ervoor gezorgd dat we die coöperatie van een beperkt aantal aanbieders de ruimte geven om zelf de zorg zo vorm te geven als zij dat nodig achten. Daarmee verlagen wij de administratieve lasten voor de jeugdhulp. Ook krijgen we grip op de uitgaven in de jeugdhulp. Degenen die er nog aan twijfelen of dat zo is, zouden heel goed moeten kijken naar de memo die gisteren aan uw raad is verstrekt in antwoord op vragen uit de commissie. Daarin staat namelijk een tabel waarin u ziet wat er in de afgelopen jaren, inclusief dit jaar en volgend jaar, staat gereserveerd voor ambulante jeugdhulp. Dat is een heel groot verschil, als u ziet dat uiteindelijk de lumpsumbedragen plus de extra bijdragen voortdurend optellen naar heel stabiele bedragen.
Dat is toch een heel groot verschil met de openeindfinanciering die we voor de komst van JENS kenden en die nog steeds bijvoorbeeld in Maastricht, Venlo of op heel veel andere plekken in het land worden gehanteerd. Met andere woorden, ik denk dat je in heel grote lijnen kunt zeggen - dat wordt ook gezegd door de MOraad, door het onderzoek dat wij hebben laten doen en door een toenemend aantal partners in het veld dat we inhoudelijk op het goede spoor zijn met JENS, dat we grip krijgen op de financiële kant en dat we tegelijkertijd ook de ruimte geven aan de professionals in de jeugdhulp om die zorg te verbeteren. Dan iets anders. Als je voor zo'n systeem kiest, dan moet je op enig moment een heel ingewikkelde keuze maken. De keuze die wij hebben moeten maken toen wij eenmaal startten met JENS was: hoe hoog gaan wij dat lumpsumbedrag vaststellen? Dat hebben wij moeten doen met de beperkte informatie die wij toen hadden. Dat hebben we ook gedaan met de input vanuit het zorgveld. Dat hebben we gedaan met ervaringen die we op zo veel mogelijk andere plekken hebben opgehaald. Maar zoals vanavond al terecht is gezegd, zijn er niet zo veel plekken waarmee je zou kunnen vergelijken wat wij in Heerlen doen. Het is een heel bijzondere aanpak.
Terugkijkend kunnen we niet anders dan constateren dat het lumpsumbedrag zoals we dat oorspronkelijk hebben vastgesteld, niet de juiste hoogte had. Het was simpelweg te laag. Dat is wat we vandaag met elkaar kunnen corrigeren, om er zo voor te zorgen dat de zorg kan blijven doorlopen en dat JENS kan doorgaan met wat we ook van ze hebben gevraagd, namelijk het verbeteren van de jeugdhulp door deze vaker te koppelen aan buurten, vaker in gezinnen te organiseren, vaker aan het onderwijs te koppelen en op nog veel andere manieren te verbeteren. Terecht werd vandaag door een groot aantal sprekers gevraagd om meer inzicht voor de raad. Wat gebeurt er nu precies? Hoeveel kinderen komen erin zorg? Wat voor type zorg krijgen zij? Waar komen kinderen vandaan? Op welke manier komen zij in zorg terecht? En bovenal misschien nog wel: kunnen we op de een of andere manier vaststellen of de juiste dingen gebeuren, waardoor jongeren uiteindelijk zonder hulp kunnen of waardoor gezinnen zelf de zorg voor hun kind weer kunnen oppakken. Ik denk dat de raad daar terecht naar vraagt. Ik zou u ook willen vragen om niet aan de voorkant te zeggen: dat moeten KPI's zijn of dat moet op de een of andere manier een bepaalde vorm krijgen.
Maar om erop te vertrouwen dat het college vandaag heel goed van u heeft gehoord en ook in de commissievergadering heeft gehoord, dat de raad grote behoefte heeft aan meer en zo goed mogelijke en actueel mogelijke informatie over wat er zich in de jeugdhulp afspeelt, en dat we die op een passende manier ook naar u toe gaan brengen.
Pagina 38/73 Maar zoals gezegd - de heer De Groot zei dat volgens mij op een heel goede manier - als je dat te ver doorvoert en als je te veel systemen gaat opleggen binnen de jeugdhulp, dan gaan we precies doen wat we voor 2019 deden. Dan gaan we namelijk weer toe naar de situatie waarin hulpverleners alles moeten verantwoorden, alles genotuleerd moet worden en er weer allerlei documenten moeten worden opgesteld. Dat gaat gewoon ten koste van tijd die ook in de zorg kan worden gestoken. Ik vraag om uw vertrouwen dat wij bij u terugkomen. Dat gaan we uiterlijk doen in de commissievergadering na de zomer, met in ieder geval een voorstel over hoe we dat gaan doen en over hoe we dat blijven doen. Wij gaan dat niet eenmalig doen, maar wij blijven regelmatig bij u terugkomen. De heer Bertholet, D66 (interruptie) Ik heb een vraag aan de heer Clemens. De heer De Groot maakt ons er terecht op attent dat inderdaad te veel informatie opvragen weer leidt tot verhoogde werklast en terugkeer naar de oude situatie. In de praktijk wordt vaak met een beperkt aantal KPI's gewerkt in een dashboard, in een balanced scorecard, waarin alle dimensies zitten. Ik ben het ook met bepaalde collega raadsleden niet eens dat wij geen KPI's kunnen ontwikkelen, omdat wij een unieke situatie hebben in Heerlen. Sorry, maar dat is onzin.
Je kunt altijd goede KPI's ontwikkelen die ook vergelijkbaar zijn met andere situaties waarin anders wordt gewerkt. Maar goed, ik zou daar nogmaals voor willen pleiten. Nogmaals, meneer Clemens, u hebt gelijk dat we daar niet in moeten doorschieten. Het mooie van een dashboard is dat je vaak met vier of vijf KPI's een evenwichtig uitgebalanceerd beeld kunt krijgen, waarmee je toch een vinger aan de pols kunt houden. Daar wil ik voor pleiten. Wethouder Clemens De deskundigen bij ons in huis werken heel nauw samen met de deskundigen van het CBS. Ik stel voor dat we gaan kijken naar de juiste vorm daarvoor. De heer Bertholet, D66 Prima. Wethouder Clemens Goed. Dan nog een aantal andere vragen. De heer Sijstermans vroeg naar de 620 miljoen die het Rijk ter beschikking heeft gesteld voor 2021. Daarvan weten we dat een deel een doeluitkering is en specifiek gelabeld is en een deel vrij besteedbaar zal zijn. We verwachten komende week de meicirculaire. Dan weten we precies wat het voor ons betekent. Onze eerste voorzichtige berekeningen komen uit op rond de 4 miljoen. De heer Bertholet rekende dat net al voor. Hij had dat behoorlijk goed voorgerekend. De heer Verreck had het over ambulantisering. Dat is een nieuwe taak die boven op de taak ambulante jeugdhulp, die in de aanvankelijke opdracht zat, is gekomen. Jens is in 2020 begonnen met deze taak.
We hadden toen alleen nog niet precies inzicht in de kosten. Dat is waarom we toen we dat eenmaal wel hadden, hebben gezegd: dan gaan we dat aan u voorleggen. Daar neemt u dus vandaag ook mede een besluit over. Dat kunt u ook in de komende begrotingen verwachten. U vroeg ook naar de gezinsplannen. Er staat dat in een deel van de gevallen geen gezinsplan is opgesteld. In de commissie heb ik al toegelicht dat dit betekent dat er in de formele zin van het woord geen gezinsplan is opgesteld, maar bij al deze gezinnen is wel degelijk sprake van een gezinsplan. Alleen had deze soms een andere vorm. U vroeg ook om dat op een ander moment nader te bespreken. Dat lijkt me geen enkel probleem. Dat doe ik graag. De heer Van den Berg had het ook over inzicht en vergelijken met andere steden. Ik denk dat het goed is dat hij zegt dat je dit op verschillende manieren kunt doen. Ik geloof ook dat het mogelijk is om vergelijkingen te maken. We moeten wel goed kijken op welke manier we dat doen. Je kunt namelijk kijken naar steden waar een vergelijkbaar model wordt gebruikt. Je kunt kijken naar steden met een vergelijkbare sociaaleconomische problematiek. Je kunt ook kijken naar steden die een mix van zorginzet hebben. Dat
Pagina 39/73 is niet per se hetzelfde als het vorige punt. Dat zijn dus allemaal zaken waar wij met de deskundigen naar gaan kijken. De heer De Kleijn wees terecht op de impact die corona op heel veel gezinnen had. Waarom zie je als eerste dat er zich problemen voordoen bij de wat oudere kinderen? Dat heeft er ook mee te maken dat we pas ontdekken dat er problemen zijn op het moment dat een kind bijvoorbeeld weer op school komt, in de opvang komt of ergens komt waar een professional dat constateert. Ik denk dat het heel veel zegt over de problemen die zich helaas nog steeds in heel veel gezinnen in onze stad afspelen. Het is ook onze plicht om ervoor te zorgen dat wij er voor die gezinnen zijn. Het liefste wanneer zij zelf op zoek gaan naar ondersteuning, maar als het nodig is, zullen wij er ook voor zorgen dat wij er zijn voor die kinderen, ook als er niet om wordt gevraagd. De heer Peters vroeg specifiek naar trends en ontwikkelingen. Die nemen we mee in het inzicht waarom eerder werd gevraagd. Mevrouw Plusquin vroeg of we niet moeten afstappen van de lumpsum. Daar heb ik al voldoende over gezegd. Daarover verschillen we van mening. Het college is er namelijk van overtuigd dat de lumpsum en de coöperatieve aanpak de juiste aanpak is en dat die in de toekomst nog meer zijn vruchten gaat afwerpen.
U stelde nog een aantal gedetailleerde vragen over de klachtenregeling, over klanttevredenheidsonderzoek en over de redenen waarom zorg wordt beëindigd. Dat lijken mij dingen waar we schriftelijk op moeten terugkomen, maar het lijkt mij ook niet direct van impact op het voorstel dat nu voorligt. Met andere woorden, daar gaan we op terugkomen. De heer Butink had het nog over compenseren zonder blikken of blozen. Dat is volgens mij feitelijk echt onjuist. JENS heeft zich op enig moment bij ons gemeld met de boodschap dat men financieel niet uit ging komen. Toen hebben we niet alleen gezegd "laat zien wat het probleem is", maar we hebben ook nog een externe onderzoeker aangetrokken die goed is gaan kijken of de opdracht goed werd uitgevoerd, of er daadwerkelijk een financieel probleem was en waar dit aan te wijten viel. Toen bleek dat dit probleem er echt was, verklaarbaar en aanwijsbaar was, hebben we ook gezegd dat het onze plicht is om ervoor te zorgen dat het geld er komt dat nodig is om de zorg aan onze kinderen te laten doorlopen. Daarover besluiten wij vandaag. Mevrouw Plusquin, Partij voor de Dieren (interruptie) Dank u wel, voorzitter. Het verbaast mij dat wij niet meteen antwoord krijgen op onze vragen. Ik ben van wethouder Clemens gewend dat hij goed in de materie zit. Vandaar dat ik mijn verbazing wil delen.
Ik wil graag weten op welke termijn wij de beantwoording van de vragen schriftelijk tegemoet kunnen zien. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter Gaat u verder, wethouder. Wethouder Clemens Dank voor het inleidende compliment. Ik hoop dat mevrouw Plusquin tevreden kan zijn als wij dat binnen twee weken doen. De heer Butink, Stadspartij (interruptie) Ik wil toch even reageren. De wethouder zegt: de heer Butink zegt dat jullie dat zonder blikken of blozen geven. Ik vind dit wat te ongenuanceerd gezegd. Waar het mij om gaat, is dat er geld wordt gecompenseerd, gedoneerd of hoe je het wil kwalificeren, zonder voorwaarden. Dat vind ik wat te simplistisch benaderd. Dat is een van de redenen waarom wij zeggen, als er een voorbehoud zou zijn, zeker omdat er ook juridische consequenties aan vast zouden kunnen liggen, er zijn geen voorwaarden, dat vinden we te marginaal. Daar zouden we graag een voorbehoud in willen zien. Dat is ook de reden waarom wij op dit moment het voorstel niet willen ondersteunen. Ik wil het dus graag wat nuanceren.
Pagina 40/73 Wethouder Clemens Die nuancering doet mij natuurlijk goed. Het is niet zo dat wij zomaar geld overmaken. Dat geld is bedoeld om in te zetten voor zorg voor Heerlense kinderen en jongeren. Het onderzoek dat wij hebben laten doen, laat ook zien dat dit geld daarvoor nodig is. Wellicht helpt het nog als ik daaraan toevoeg dat het ook zo is dat wij de afspraak hebben gemaakt dat mocht blijken dat het geld om wat voor reden dan ook niet nodig zou zijn en er aan het eind van de rit geld over is, dit geld dan terug naar de gemeente zal vloeien. Al heb ik geen enkele reden om dat te verwachten op basis van de onderzoeken en de moeilijke tijd waarin wij ons nu bevinden. We hebben dus wel degelijk grenzen gesteld aan die bijdragen. De heer Tijdeman had het nog over de overheveling van de toegang. Het is terecht dat hij daarop wijst. Hij zei over de bijdrage van de heer De Groot dat hij de spijker op zijn kop sloeg. Ik zeg dat op dat punt over die van hem. Natuurlijk is die toegang ontzettend belangrijk voor JENS. De voorbereidingen voor de daadwerkelijke overdracht van de toegang hebben heel lang gelopen binnen onze organisatie. Er waren zelfs al mensen die een aantal dagen over en weer werkten. De plannen lagen klaar om die overdracht te laten plaatsvinden. Toen deed zich de zaak voor dat JENS zich meldde met haar financiële problemen.
Toen hebben we gezegd dat we natuurlijk verschillende verantwoordelijkheden hebben. We hebben de verantwoordelijkheid voor de inhoud van de jeugdhulp. Die willen we zo goed mogelijk uitvoeren. Daarbinnen moet de overdracht plaatsvinden. Maar we hebben ook een verantwoordelijkheid als werkgever. We moeten namelijk ook goed voor onze eigen mensen zorgen, voor onze ambtenaren. Op het moment dat we dat niet kunnen garanderen - dat konden we hier niet op dat moment - dan moeten we niet die mensen gaan overdragen. Daarom hebben we de keuze gemaakt om de overdracht niet te laten plaatsvinden. Daarom hebben we in overleg met JENS gezegd, ook met het oog op het feit dat het contract vanaf nu nog anderhalf jaar loopt, dat we niet nu halsoverkop die overgang laten plaatsvinden, maar dat er een natuurlijker moment gaat komen om daar een definitieve keuze in te maken. Dat zal eind 2022 zijn. Inhoudelijk ben ik het dus heel erg met de heer Tijdeman eens, maar we hebben hier ook een andere belangrijke verantwoordelijkheid. Die is hier even leidend geweest. Verder zegt hij: transformeren doe je samen. Dat ben ik erg met hem eens. Daarom ben ik ook zo blij dat we met JENS in partnerschap werken en betere jeugdhulp bieden. Daar zijn talloze voorbeelden van te noemen. Recent nog stonden de startklassen in de krant.
Dat is een fantastisch voorbeeld van samenwerking, waar zowel JENS, de gemeente als het onderwijs bij betrokken is. U kunt zich voorstellen dat dit een voorbeeld is dat uit mijn hart is gegrepen. Tot slot de heer De Groot. Hij had denk ik een heel goede bijdrage. Hij concludeerde daarin eigenlijk ook dat het investeren in onze jeugd, investeren voor later is. Dat is ook wel een beetje het ingewikkelde aan jeugdhulp. We zorgen nu voor goede hulp en ondersteuning voor jongeren die dat nu nodig hebben. Dat is gewoon onze taak, onze verantwoordelijkheid. Ik zou bijna zeggen: we kunnen niet anders. Maar nog veel belangrijker is dat we eraan werken dat er een generatie opgroeit die in veel mindere mate de jeugdhulp nodig zal hebben. Die vaker zelfredzaam is, minder vaak uitvalt op school, gezonder en gelukkiger is en die veilig kan opgroeien. Mevrouw Hendriks stelde eigenlijk dezelfde vraag: wat gaan we daaraan doen? Ik denk dat ik met recht kan zeggen dat dit college weinig dingen zo hoog op de agenda heeft staan als het zorgen voor onze kinderen. Niet voor niets schrijven we op talloze plekken: in deze stad staat het kind op één. We werken dus op alle mogelijke manieren aan preventie, het ondersteunen van gezinnen en het helpen van gezinnen als dat nodig is. Denk aan fietsen op basisscholen, echtscheidingsloketten, jonge vaderprojecten.
Ik kan de hele lijst noemen, maar dan gaat de voorzitter ingrijpen denk ik. De voorzitter Zeker. Wethouder Clemens
Pagina 41/73 Wat we bovenal moeten doen, is denk ik vasthouden. Dus niet alleen nu zeggen: we doen vandaag iets aardigs voor de kinderen van nu en morgen stoppen we daarmee. Maar het is vasthouden en blijven investeren. Daarom zou ik ook willen afsluiten met u. Dat is waarschijnlijk ten overvloede. Het is warm aan te bevelen wat er bijvoorbeeld in Heerlen-Noord gaat gebeuren met de verlengde schooldagen, het investeren in gezond opgroeien en het investeren in veilige buurten. De omstandigheden waarin jongeren opgroeien, zijn in heel, heel grote mate bepalend voor de kansen in hun leven later. Misschien nog wel belangrijker, ook voor de kansen van hun kinderen. Dat is uiteindelijk de hoeksteen van wat we hier met elkaar doen. De voorzitter Dank u wel, wethouder. Wie mag ik het woord geven in de tweede termijn? Als dat niemand is, dan kijken we of we het voorstel in stemming kunnen brengen. Heeft iemand behoefte aan stemming of kunnen we het voorstel over JENS en de jaarlijkse bijdrage en de lumpsum unaniem accorderen? Meneer Butink. De heer Butink, Stadspartij Wat mij betreft hoeven we het niet specifiek in stemming te brengen, maar de Stadspartij heeft aangegeven dat wij het voorstel niet zullen accorderen. Dus wat dat betreft stemt de Stadspartij tegen.
De voorzitter Zullen we het dan zo doen dat de volledige raad, met uitzondering van de Stadspartij, voor is? Anders moet ik weer die hele lijst langs lopen. Volgens mij is dit toch een heel duidelijk signaal. Is dat akkoord voor eenieder? Ja. Dan is het voorstel zo vastgesteld. Dank u wel. 7. Zienswijze begroting 2022 en meerjarenbegroting 2022 – 2026 BsGW De voorzitter Wie mag ik hier het woord over geven? Meneer Sijstermans. Eerste termijn De heer Sijstermans, Ouderenpartij Heerlen Dank u wel, voorzitter. Het enige dat voor mij open blijft staan, is: wanneer gaan we met dat nieuwe systeem werken? Als ik zie hoeveel geld er naar de proceskosten en de juridische gevechten gaat aangaande de schattingen. Als wij gaan naar een systeem van vierkante meter c.q. kubieke meter, zouden die processen overbodig worden. Wij kunnen een bedrag vaststellen per bebouwde vierkante meter. Wij zetten een bepaald bedrag in per vierkante meter wat de WOZ-waarde moet kosten in de gemeente Heerlen en dan zijn we in één keer van alle proceskosten af. Die zouden in 2022 ingaan, maar zoals ik het nu opmaak vanuit de berichten vanuit de BsGW, zie ik het voorlopig nog niet komen, omdat zij het niet halen. Dat is erg belangrijk, want dan zijn we van dat grote punt, wat de proceskosten zijn. Ik zie dat er nu 9 ton aan proceskosten vergoed zijn. Dadelijk zijn 525 gevallen niet afgehandeld.