Notulen raad gem.Heerlen, d. d. 4+5 nov 2020.docx
Tekst van het document
Pagina 66/171 Dat neemt niet weg dat wij en de meeste van jullie daar dingen zien gebeuren qua gedrag, waar we niet vrolijk van worden. Ik zal dadelijk bij de portefeuille Veiligheid van de burgemeester even terugkomen op de aanpak daarvan. Even kijken. Ik kan meteen beginnen over het aspect veiligheid. Partij Hoensbroeks Belang signaleert bezuinigingen op het Flexteam en bij Handhaving. De heer Horssels, Partij Hoensbroeks Belang (interruptie) Is het misschien niet handiger als de wethouder eerst antwoord geeft op de gestelde vragen, voordat hij overgaat op de portefeuille van de burgemeester? De voorzitter Per onderwerp? Ja, oké. Ik had daar al twee mensen voor genoteerd. Meneer Aarts. De heer Aarts, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Ik heb toch nog een vraag over de keuringskosten voor een gehandicaptenkaart. In het eerste jaar gaat ons dit 80.000 euro kosten. In het jaar daarna 90.000 euro. Ik betwijfel die cijfers. Waarom? Als ik normaal reken, dan kost een keuring ongeveer 50 euro. Als ik 80.000 euro ga delen, dan zijn dit 1.600 mensen. Mij is verteld dat in die 80.000 euro niet de extra opbrengsten zitten van de verhoogde tarieven. Ik zou graag voor de tweede termijn morgen uitleg krijgen over om hoeveel mensen het gaat die tussen de 110% en de 120% zitten. Dan gaat het om de keuringskosten maal 50 euro of 49 euro.
Als die mensen wel een vergoeding krijgen, dan betekent dit dat de opbrengst aan de andere kant van de hogere tarieven natuurlijk ook minder zal worden. Graag daar morgen even een klein schemaatje van, puur voor mijn duidelijkheid. Wethouder Simons Dat wil ik graag verstrekken. De keuringskosten, zeg ik even uit mijn hoofd, zijn aanzienlijk hoger. Ook de aantallen waar het om gaat en welk deel volgens de voorstellen wel zelf moet betalen en welk deel niet zelf hoeft te betalen, verstrekken wij u voor morgenmiddag 16.00 uur. De heer Aarts, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) De portefeuille die de wethouder nu behandelt, is natuurlijk heel breed. Ik noem toch nog even slachtofferhulp. U zegt dat er gemeenten zijn die dit gewoon niet betalen en toch van hetzelfde effect gebruik kunnen maken. Mijn vraag: waarom betalen wij dan wel? Wethouder Van Zutphen Het voorstel is ook om te stoppen met betalen. Mevrouw Géron, Partij voor de Dieren (interruptie) Wij hadden aan de wethouder gevraagd of het tijd wordt voor een experiment met regelarme bijstand. Dit kan je ook weer een besparing op controlekosten en zo opleveren. Dan over de bewindvoerder. De bezuiniging op bewindvoering leidt tot kosten voor schuldhulpverlening. Als iemand bewindvoering krijgt, gaat dat dan via de bijzondere bijstand naar de bewindvoerder toe? Dat is een vraag.
Is het niet zo dat er ook financiële coaches kunnen worden aangereikt om mensen te leren hoe ze hun eigen administratie moeten doen? Wethouder Van Zutphen Regelarme bijstand en alles wat er is gevraagd over instroom en uitstroom uit de bijstand zal wethouder De Beer beantwoorden. Wat was uw tweede vraag ook alweer? Mevrouw Géron, Partij voor de Dieren (interruptie)
Pagina 67/171 Ik weet nog niet goed hoe het werkt met de bewindvoering en de vergoeding van de kosten. Als iemand bewindvoering en geen schulden heeft, dan kost dat 110 euro tot 130 euro. Gaat dit dan naar de bewindvoerder toe vanuit de bijzondere bijstand? Ik heb het niet helemaal goed begrepen. Wethouder Van Zutphen Voor de persoon die bewindvoering heeft, wordt bijzondere bijstand aangevraagd. Vervolgens betalen wij dat aan de persoon. Die betaalt het weer aan de bewindvoerder. Daar waar ook schulden in het geding zijn, leidt de bijzondere bijstand ertoe dat mensen meer te besteden hebben en de schuldeisers dus meer kunnen binnenhalen. Mevrouw Géron, Partij voor de Dieren (interruptie) Als je de kosten van de bewindvoerder rechtstreeks naar de bewindvoering overmaakt, gebeurt dat niet zo? Wethouder Van Zutphen Dat maakt eigenlijk weinig uit. Of je het nu rechtstreeks aan de bewindvoerder betaalt of je betaalt het aan de persoon en dan gaat het naar de bewindvoerder, in beide gevallen leidt het per saldo ertoe dat mensen meer betalingscapaciteit hebben. Anders moeten zij toch dat geld weer overmaken aan de bewindvoerder. Mevrouw Géron, Partij voor de Dieren (interruptie) Zijn er dan niet ook financiële coaches om die mensen te helpen, zodat het niet eens bij die bewindvoerder komt? Wethouder Van Zutphen Voor iemand die met schuldsanering te maken heeft, geldt het volgende.
90% van het bijstandsminimum is de beslagvrije voet. Daar mag niemand aan komen. Alles wat iemand meer heeft dan 90% van het minimum wordt in principe aan de schuldeisers betaald. Dus op het moment dat wij iets gaan betalen, leidt dit ertoe dat mensen meer betalingscapaciteit hebben. Terwijl, als wij dat niet betalen, dan betalen mensen eerst de bewindvoerder. Vervolgens hebben zij minder betalingscapaciteit over voor de schulden. Nu wil ik echt niet zeggen dat de schuldeisers allemaal slechteriken zijn. Integendeel, het zijn vaak heel legitieme doelen. Alleen vinden wij niet dat wij de bijzondere bijstand moeten gebruiken om schulden aan energiebedrijven, zorgverzekeraars, telefoonmaatschappijen enzovoorts te betalen. De heer Peters, CDA (interruptie) Ik had nog een vraag open staan met betrekking tot het centrum. Ik heb u in mijn inleiding meegenomen naar de ruim 50 miljoen euro die wij samen met onze partners in een facelift van het centrum investeren. Tegelijkertijd zijn er ook partijen die hier wel van profiteren, maar daar vervolgens zelf geen bijdrage aan leveren.
Mijn vraag richting het college is: waarom accepteert u dit? Bent u het met ons eens dat het college in dit opzicht af en toe ook wel van zich af mag bijten en zijn tanden mag laten zien? Hoe wilt u dit doen? Wethouder Van Zutphen Ik heb uw opmerking meer begrepen als een soort hartenkreet, die wij van harte ondersteunen. Alleen, wat voor een soort instrumenten heb je om daar een einde aan te maken? Eigendom is nogal heilig in dit land, los van wat je daarvan vindt. Maar eigendom is heilig. Dus als iemand zich op deze manier opstelt, hebben wij weinig instrumenten om dat tegen te gaan. Het ging net over een soort rijtuigenbelasting. Je zou ook weleens willen dat je een soort leegstandsbelasting kon invoeren, maar daar is geen grondslag voor. Wij kunnen dat niet heffen. Tegenover dit soort gedrag staan wij een beetje machteloos.
Pagina 68/171 De heer Peters, CDA (interruptie) Het is een interessante gedachte van de wethouder. De conclusie klopt dat er geen juridische grondslag voor is. Tegelijkertijd zou het niet verkeerd zijn als het college hier in het openbaar wat vaker mensen in het centrum aanspoort om zelf hun verantwoordelijkheid te nemen. Is het college dat met mij eens? Wethouder Van Zutphen Aan de ene kant wel. Volgens mij doen we dat ook wel bij gelegenheid. Ik zie de heer Verreck al druk knikken. Tegelijkertijd proberen we ook met iedereen in gesprek te gaan. Ook met de mensen waar u waarschijnlijk op doelt gaan we toch vaker in gesprek, overeenkomstig de oproep die de heer Aarts heeft gedaan. We proberen vooral heel goed samen te werken met degenen die wel goedwillend zijn. Die zijn er gelukkig heel veel in de binnenstad. De heer Horssels, Partij Hoensbroeks Belang (interruptie) Ik heb nog een vraag over de kamerverhuur. De wethouder is buurtwethouder van Maria-Gewanden. Kan hij zich nog herinneren dat hij, ik meen drie jaar geleden, tegen bewoners bij een informatiebijeenkomst heeft gezegd: wij gaan de kamerverhuurder in de Hoofdstraat aanpakken. Als ik het goed heb begrepen, dan heeft hij dat zo gezegd. Hij heeft eerst als antwoord gegeven dat hij de kamerverhuur niet kan aanpakken. Dat begrijp ik niet goed.
Kon het toen wel en nu niet? Wethouder Van Zutphen Wethouder Clemens gaat dadelijk in op het onderwerp kamerverhuur. Daar hebben we natuurlijk wel het nodige aan gedaan. In ons antwoord op uw vragen over de Hoofdstraat-west hebben wij een aantal inspanningen aangegeven die wij daar al hebben gedaan. In het kader van zaken als regiodeal en/of aanpak Heerlen-Noord willen we weer opnieuw extra aandacht aan de Hoofdstraat-west geven. Wethouder Clemens zal dadelijk specifiek ingaan op het onderwerp kamerverhuur. De heer Tijdeman, Fractie Tijdeman (interruptie) Ik heb nog een tweetal vragen. Allereerst over woningverhuurders, wat eerder is benoemd. U zegt dat wethouder Clemens nader ingaat op kamerverhuur. Mijn vraag is meer: hoeveel woningverhuurders zijn er ongeveer in Heerlen? Weten we dat? Hebben we daar zicht op? U gaf terecht aan dat we daar geen rechtstreekse invloed op hebben. Hebben we wel enig zicht op hoeveel dit er zijn? Dat is de eerste vraag. Vraag twee gaat over de BUIG-gelden en de taakstelling. Mijn vraag was eigenlijk: hoe is de taakstelling gedekt in een begroting? Er was een taakstelling van 3,1 miljoen euro.
Is dit opgelost binnen de portefeuille Sociale Zaken of is er geschoven binnen portefeuilles? Hoe is dat gedekt? Wethouder Van Zutphen Die vraag moet u eigenlijk straks bij de novembernota stellen, want het heeft betrekking op het lopende begrotingsjaar 2020. Daar zat de taakstelling in. Ik heb u aangegeven hoe dit zich heeft ontwikkeld. In de begroting 2021 hebben wij wat dat betreft geen taakstelling meer. Wethouder Clemens gaat dadelijk over de vragen over de kamerverhuurbedrijven. De heer Meyer, SP (interruptie) Ik vond de vragen van de heer Peters aan het college erg interessant. Je kunt de SP veel verwijten, maar toch zeker niet dat wij ons niet uitspraken tegen vastgoedeigenaren die hun panden lieten verloederen? Ik sluit me erg aan bij iedereen die zegt dat het college en deze raad dit nog veel meer mogen doen. Het is wat dat betreft een grote stimulans. Mijn vraag aan het college is tweeledig. Het gaat niet over het centrum, maar over het sociale deel. Ik begrijp dat de oproep van de heer Verreck en de SP-fractie over een mogelijk nationaal programma Heerlen-Noord nog wordt beantwoord door een ander lid van het college. Heb ik dat goed begrepen? Oké.
Pagina 69/171 Dan wil ik me verder richten op de bewindvoering. Mevrouw Géron vroeg daar het een en ander over. Ik denk dat ik goed weet wat er aan de hand is. Als je weet hoe deze begroting is opgebouwd, dan vind ik het heel logisch dat je naar alles kijkt. Tegelijkertijd heb ik geen enkel medelijden met de Wehkamps van deze wereld die als schuldeisers niet meer worden betaald. Daar komt ook een deel van de oorzaak van de problemen vandaan. Ik geloof dat het ook niet per se een probleem is voor mensen die in de schuldsanering zitten. Die moeten al op een houtje bijten. Dat is verschrikkelijk. Maar die worden niet geraakt. Die voelen het niet als er niet meer voor de bewindvoerder wordt betaald. Ik vind dan ook dat wij het bedrijfsmodel als het gaat om bewindvoerders niet hoeven te financieren. Dat zei ik al in de eerste termijn. Daar zijn andere middelen voor. Dat hoeft niet de subsidie van de gemeente te zijn. Maar er is dus een groep - ik vermoed dat het om honderden mensen gaat, maar de wethouder kan daar ongetwijfeld meer over zeggen - die wel bewindvoering nodig heeft, die niet in de schuldsanering zit en die tussen de 100% en 120% van het sociaal minimum zit. Dat zijn mensen die doorgaans werken en lage lonen hebben. Als die mensen geen bewindvoering meer hebben, dan worden ze het ravijn in gestort.
Mijn pleidooi voor "voorkomen is beter dan genezen" gaat precies hierover. Het is niet alleen onrechtvaardig als we dit doen. Als het gaat om 100 euro per maand, dan gaat het al gauw om inkomens van 1.200 euro per maand. Haal daar eens 100 euro vanaf. Dan begrijpt iedereen dat dit ellendig is. Niet alleen onrechtvaardig. Als we deze mensen door deze maatregel het ravijn in storten, dan leidt dit tot het tegenovergestelde van voorkomen is beter dan genezen. Oftewel, dan wordt het duurder voor ons allen. Ik heb al gezegd dat wij anders met een voorstel komen. Ik wil aan het college vragen of het klopt dat deze groep uit honderden mensen bestaat en of het college het met de SP-fractie eens kan zijn dat dit wel een heel harde maatregel is voor deze kleine groep. Ik zeg daarmee niet dat je niet de rest van de bezuiniging moet doorzetten. Als het om honderden gaat, dan zal het om 80% van de hele groep gaan waarvan ik denk dat het goed is dat we die stap zetten. Maar over deze hele kwetsbare groep zou ik het college willen vragen of het het met ons eens kan zijn dat we dit echt nog eens moeten heroverwegen. Sterker nog, dat we moeten kijken of we de verlaging van 120% naar 100% voor de grote groep kunnen onderscheiden van die kleine, zeer kwetsbare groep die het direct hard gaat voelen. Ik wil het daar verder over hebben met het college.
Met andere woorden, is het college bereid om dit te heroverwegen? Moeten wij tot een voorstel komen? Wethouder Van Zutphen Naar schatting, een heel ruwe schatting, is er een groep van ongeveer 300-400 mensen die tussen de 100% en 120% van het minimum zit en geen schulden heeft. Bij wie het feit dat ze de bewindvoering zelf moeten betalen in plaats van bijstand er gewoon toe leidt dat ze iedere maand een bedrag van tussen de 100 euro en 120 euro moeten betalen voor iets waar je vanuit moet gaan dat ze dat wel nodig hebben. Dus dat is iets van 10% van hun inkomen wat mensen door deze maatregel maandelijks kwijtraken. De begroting is wat hij is. Ik heb net al aangegeven dat als je dat eruit zou willen halen, dat ongeveer 300.000 euro kost. Dan denk ik toch dat het aan de raad is om daar iets van te vinden en meteen ook dekking voor die 300.000 euro aan te geven. De heer Meyer, SP (interruptie) Dan zullen wij met een voorstel komen. Want ik vind 10% van het inkomen van mensen die tot werkende armen behoren, onverteerbaar. Dat gaat mensen het ravijn in storten. Ik heb ook gehoord dat er wellicht nog enige ruimte is. Ik heb mevrouw Géron daar woorden over horen spreken. De heer Aarts had het over de gehandicaptparkeerkaarten. Daar geldt hetzelfde denk ik voor een wat kleiner bedrag.
Wat mij betreft moeten we ook echt durven te kiezen voor het voorkomen van ellende die straks alleen maar duurder wordt. Ik nodig iedereen uit om met ons een dergelijk voorstel te formuleren. Daar komen we morgen op terug. De voorzitter Duidelijk.
Pagina 70/171 Wethouder Van Zutphen Misschien dan toch nog een opmerking van mij. Het is niet zo dat mensen dan zomaar kunnen zeggen: laat de bewindvoering maar zitten, dan doen we het wel zonder. Daar moet dan toch de rechter iets van vinden. Als de rechter zegt dat de bewindvoering blijft, dan kost dat de mensen 10% van hun maandelijks inkomen. Op het moment dat de rechter zegt: laat die bewindvoering maar zitten, dan doet zich het risico voor dat mensen misschien nog niet met geld kunnen omgaan en er anderszins hele grote en dure problematiek ontstaat. Het is een groep van 300 tot 400 van de 4.000. De heer Meyer, SP (interruptie) Dat is een goede aanvulling van de wethouder. Beide richtingen zijn onverteerbaar. Want mensen die wel onder bewindvoering blijven, maar 10% van hun toch al karige salaris moeten inleveren, is verschrikkelijk. Maar mensen die er onderuit kunnen, het mogelijk wel nodig zouden hebben gehad en dan ook in de ellende terechtkomen, is beide wat je niet wil. Wellicht zit er in de groep van 300 tot 400 een groep die het niet levenslang nodig heeft. Dat zou kunnen. Daar moet vooral kritisch naar worden gekeken. Zoals gezegd, komen wij morgen van harte samen met een ieder die meedoet met een voorstel.
De heer Daamen, Partij Hoensbroeks Belang (interruptie) Ik hoor de heer Van Zutphen net zeggen minimaal 300.000 euro, maar ik denk dat het bedrag vele malen hoger zal zijn en meer tussen de 400.00 euro en 500.000 euro, als ik dat zo snel even reken. 300 tot 400 personen keer 120 euro keer 12, dan is het rekensommetje vlug gemaakt. Wethouder Van Zutphen Ik kan desgewenst een berekening voorleggen. Afhankelijk van het feit of iemand alleenstaand is of een gezin, of het gecombineerd wordt met schuldenbewind of zonder, gelden verschillende tarieven. De heer De Kleijn, Hart-Leers (interruptie) Toch even de bewindvoering. Bestaan er andere mogelijkheden dan de bewindvoering? Is er een mogelijkheid om de mensen eventueel onder te brengen bij de Kredietbank Limburg? Wethouder Van Zutphen Dat is een belangrijke vraag. Bewindvoering gebeurt voor een deel door de Kredietbank. Wij zijn zelf medeeigenaar van de Kredietbank. Die doet dat ook goed. Die doet dat met name voor de lastigste groep. Dat zijn mensen die met een plastic tas vol ongeopende brieven komen en waar ontzettend veel uren in gestoken moet worden om in beeld te brengen hoe groot het probleem is. De Kredietbank biedt ook verschillende varianten aan. Budgetbeheer is een heel lichte vorm. Budgetbeheer maatwerk is een vorm waarbij mensen wordt aangeleerd om zelf met geld om te gaan.
En de klassieke bewindvoering, zoals deze ook door de particuliere dienstverleners gebeurt. Er zijn zonder meer ook heel goede particuliere dienstverleners. Maar we lezen natuurlijk ook allemaal in de krant dat het daar weleens misgaat. Het achterliggende verdienmodel leidt er ook toe dat de particuliere bewindvoerders niet worden gestimuleerd om bij de rechtbank aan te vragen dat meneer het wel weer zelf kan. Zij hebben er belang bij dat het oneindig blijft doorlopen. Ondertussen blijven hun inkomsten ook doorlopen. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) De wethouder had het over deskundigheid in relatie tot het gevelgebeuren in het centrum. Hij noemde daarbij het Aromapand. Volgens mij gaat het dan ook over het pand van de Tosti Bar. Nu hij die deskundigheid noemde, impliceert dit ook dat de heer Huisman gevrijwaard is van het in contact treden met de commissie Ruimtelijke Kwaliteit Heerlen en ook geen vergunningen nodig heeft? C.q. is het waar dat voor die panden geen vergunningen zijn afgegeven noch aangevraagd en er kennelijk een ontheffing bestaat in deze?
Pagina 71/171 Wethouder Van Zutphen Daar komen wij schriftelijk op terug. De heer Pauwels, CDA (interruptie) Ik heb nog even een vraag over de zorgbuurthuizen. De wethouder gaf net aan dat het ministerie er niet zo aan trekt. In hoeverre hebben we zwart op wit staan dat we daar vanuit Den Haag geen financiering voor hoeven te verwachten? Van de andere kant ligt er - met een compliment naar uw partij - een heel duidelijk standpunt, notitie, over, die er niet om liegt. Het gaat over hoe de financiering in elkaar zit. Hoe de dekking wordt gevonden, onder andere via de Wet langdurige zorg. U zegt: we gaan met een andere variant verder. Maar nemen we daar wel genoegen mee? Wethouder Van Zutphen Het feit van we constateren dat die zzp-1, 2 en 3 niet terugkomen of een vergelijkbare variant, is voor ons geen reden geweest om te zeggen: dan laat maar zitten, dan doen we niet meer ons best. We zijn kort voor corona en tussen de twee golven in met Cicero, Meander en Sevagram in gesprek gegaan. Dat doen we op een heel vriendelijke manier, want we kunnen ze niet dwingen. Ze signaleren wel alle drie hetzelfde probleem als wij. Namelijk: het verzorgingshuis is weggevallen. Niemand wil het verzorgingshuis oude stijl terug. Maar er is ook niets voor in de plaats gekomen, zodat het gat tussen thuiswonen en het verpleeghuis waarbij de problematiek heel ernstig moet zijn, levensgroot is geworden.
Zo'n zorgbuurthuis is een vorm waarin je probeert om dat te overbruggen. Daar heb je een heel concreet model voor. Daar verwijst u naar. Maar als de zorginstellingen met wie wij praten, zeggen: "dat gaan we niet doen; wij willen niet investeren in vastgoed door zoiets te bouwen of te kopen", dan proberen we toch met Meander en Sevagram tot een variant te komen die op zijn minst die richting op gaat. Zij moeten die uiteraard betalen uit bestaande vormen van financiering, zoals volledig pakket thuis en vergelijkbare financieringsvormen. De heer Pauwels, CDA (interruptie) Kunnen wij dan wel rekenen op een schriftelijke reactie? Wethouder Van Zutphen Ik wil graag schriftelijk toelichten waar zij nu concreet aan de gang willen. De heer Verreck, PvdA (interruptie) Ik heb een vraag gesteld over de bomen uit de tijdelijke stadstuin. Volgens mij is dat echt centrum. Dus ik had verwacht dat de wethouder Centrum daar een antwoord op zou geven. Maar misschien gaat de wethouder Bomen daarover. Dat weet ik niet. Ik dacht dat de wethouder Centrum erover ging en niet de wethouder Bomen. Wethouder Van Zutphen Ik kijk even naar de wethouder Bomen. Oké, de wethouder Bomen gaat erover bomen. De voorzitter Dank u wel. Vervolg uw betoog met Veiligheid. Wethouder Van Zutphen De portefeuille Veiligheid.
De aangegeven bezuinigingen op Flexteam en Handhaving zijn geen bezuinigingen in de zin van minder of slechter doen. Dan kijk ik even in de richting van Hoensbroeks Belang. Het zijn puur efficiëntiemaatregelen. Bij wijze van spreken zelf een slot erinzetten of openmaken in plaats van daarvoor een slotenmaker in te huren op het moment dat het Flexteam ergens naar binnen gaat. U moet aan dat soort dingen denken. Het is dus niet inboeten op de kwaliteit.
Pagina 72/171 Dan het verhaal van het CDA over blauw op straat. Laat ik daar een aantal dingen over zeggen. Net ging het in de onderlinge discussie tussen de raadsleden al over de enorme opgave van de politie versus de zeer bescheiden middelen. De politie moet altijd kiezen tussen of op de ene plek zijn of op de andere plek zijn. Soms is het ook verstandig dat ze echt op hun bureau zijn. Als voorbeeld noem ik cybercrime. Dat is natuurlijk een heel snel oprukkend probleem. Als je daar iets aan wilt doen, dan moet iemand achter de computer zitten en proberen de daders te ontmaskeren. Verhoren van verdachten vinden natuurlijk ook op het bureau plaats. Er is dus altijd een bepaalde inzet achter een bureau nodig. Daarnaast is er natuurlijk inzet nodig op straat. Ik neem aan dat het bekende informatie is, maar daar hebben we als gemeente Heerlen al het nodige aan gedaan door de formatie van de boa's in Heerlen te verdubbelen. Ook dat komt natuurlijk op geen enkele manier tegemoet aan de problematiek waar de politie soms mee te maken heeft. Al helpt het natuurlijk wel. Dan blijft het voor de politie voortdurend kiezen. Waar ben je wel en waar ben je niet? Willen wij graag meegaan in uw betoog om in die afweging te proberen zo veel mogelijk op straat aanwezig te zijn. U koppelt dat vervolgens ook aan het inrichten van een politiepost in iedere wijk.
De enige politiepost die we nog hadden in Hoensbroek is gesloten. Dat weet u. Dat kunnen we met zijn allen betreuren. De politie geeft in ieder geval aan dat het opnieuw inrichten - en dan ook nog eens in iedere wijk of in ieder stadsdeel - van een politiepost, waar vervolgens dan toch weer iemand binnen moet zitten, zeer onwenselijk zou zijn. Dus met betrekking tot de motie over het onderdeel politiepost, zou ik als locoburgemeester ontraden. Dan heeft u een vraag over de hennepaanpak. U verwijst terecht naar de heel succesvolle hennepaanpak bij bedrijfspanden. U vraagt om dat ook bij woningen te doen. Maar dat kan dus niet. In zekere zin moeten we daar ook blij mee zijn, want bij de bedrijfsaanpak kunnen handhavers gewoon een bedrijfspand binnenkomen en zeggen: "Laat maar eens zien hoe dat zit. Qua bestemmingsplan komen wij in uw bedrijfspand kijken en laat maar zien hoe dit er van binnen uitziet". Het huisrecht van mensen laat niet toe dat wij zonder dat er een serieuze verdenking is, zomaar alle huizen gaan betreden. Dus hoe aantrekkelijk het ook klinkt, het is gewoon wettelijk niet mogelijk wat u voorstelt. De VVD stelt een aantal vragen over de situatie rond centrum-oost. Daar zijn op het ogenblik natuurlijk een aantal ontwikkelingen, in die zin dat De Klomp verdwijnt en in plaats daarvan het Gasthuis wordt ingericht.
In het kader daarvan worden in samenspraak met de buurt ook nieuwe beheerscommissies gevormd, zowel van bewoners van het oude gebied als omwonenden van het Gasthuis. In dat kader worden beheersplannen opgesteld die gaan over de ordemaatregelen, waar wel camerabewaking en waar niet, meldpunten waar mensen zich kunnen melden, enzovoorts. U heeft een aantal vragen aan mij in mijn functie als locoburgemeester over de locatie Maanplein-noord, Maankwartier-Noord en Heerlerheide. Daarvan stel ik voor dat we die morgen schriftelijk beantwoorden voor de tweede termijn. Dan resteert voor mij nog de relatie met de raad. Daar zijn een aantal opmerkingen over gemaakt. Laat ik het zo zeggen: wethouder Simons heeft al het een en ander gezegd over het hele verhaal rond kaderbrief en kadernota. Ook daarbij gaat het erover dat er natuurlijk altijd een soort wisselwerking is, tussen wat de raad wil hebben, wat het college wil leveren en hoe je het daarover eens wordt. Dat is inderdaad ook aan de orde gekomen bij het onderwerp investeringskrediet centrum. Heel algemeen zijn er situaties waar dit echt beter kan. Wij gaan er misschien te gemakkelijk van uit dat de raad kennis heeft, waar die kennis niet aanwezig is of waar op zijn minst even moet worden verwezen naar eerdere besluiten enzovoorts. Als portefeuillehouder heb ik bij het debat daarover aangegeven dat we daarvan moeten leren.
Er zijn natuurlijk ook heel veel andere situaties waarin dat aan de orde kan zijn. Ik herken me niet - zoals dat netjes heet - in het hele lijstje voorbeelden dat u noemt. Ik denk niet dat het zinvol is om nu dat lijstje met voorbeelden door te discussiëren. Daar is wat mij betreft zeker niet generiek aan de orde dat wij de raad slecht informeren. Ik bestrijd ook echt dat wij de raad onjuist zouden informeren. Voor de rest willen we echt leren en moeten we vooral met elkaar in gesprek gaan. Wij leveren een basaal raadsvoorstel in. Vervolgens is er discussie in de commissie. Tussen de commissie en de raad beantwoorden wij al die vragen. Zo is dat tot nu toe vaak gegaan. Zo is dat ook gegaan met het investeringskrediet
Pagina 73/171 centrum. Er is wel degelijk tussen het college en de raad een hele batterij aan antwoorden en informatie gegeven. Heeft de raad liever dat wij de raadsvoorstellen dikker maken en expliciet meer informatie opnemen? Dat gesprek willen we graag aangaan met de raad. Maar wij verstrekken zeker geen onjuiste informatie en al helemaal niet opzettelijk. De heer Peters, CDA (interruptie) Ik heb nog twee vragen over de burgemeestersportefeuille waar u het net over had. Ik begin bij de eerste en dan hoort u het vanzelf. Ik heb het over de motie die we samen met de VVD en D66 hebben voorliggen. In 2017 was al bekend dat de politie een beperkte capaciteit heeft. Met een veiligheidsbeleid dat als uitgangspunt heeft: meer blauw op straat, wek je natuurlijk bepaalde verwachtingen. De voorliggende motie neemt het onderdeel van fysieke politiepost als voorbeeld. Ons gaat het er uiteindelijk om dat u over de hele breedte kijkt waar het mogelijk is om de politie en de boa's zichtbaarder te laten zijn. Kunt u dat onderschrijven en kunt u dan de motie aanbevelen? Wethouder Van Zutphen Ik wil hem dan graag omarmen. Maar als erin staat dat we vier politieposten moeten inrichten, dan moeten we dat onderdeel echt ontraden. De heer Peters, CDA (interruptie) Dat onderdeel staat er niet zo expliciet in als u het zegt. Het is in ieder geval niet zo bedoeld.
Mocht dit tot problemen leiden, dan zal ik hem nog even aanpassen. De tweede vraag die ik had, ging over de hennepaanpak Parkstad. Ik heb dan te maken met de wethouder Handhaving en niet met de wethouder Hennepplanten. Die zit volgens mij daarachter. U stelt dat een dergelijke aanpak niet mogelijk is vanwege het huisrecht. U kunt mij toch niet vertellen dat het niet mogelijk is om een woning te toetsen aan de woonbestemming? Wethouder Van Zutphen In principe worden alle bedrijfspanden bezocht. De mensen die daarmee bezig zijn, moeten worden binnengelaten. Maar als straks iemand bij u aan de deur staat die zegt: "meneer Peters, laat me uw woning eens zien", dan kunt u met een heel grote klap de deur dichtgooien. Als ze bij mij kwamen, zou ik dat ook doen. De heer Peters, CDA (interruptie) Ik snap wat u bedoelt. Tegelijkertijd vraag ik u om hetgeen wij in de motie hebben verwoord eerder zo op te vatten om te onderzoeken hoe we daar meer grip op kunnen krijgen. Uiteindelijk zijn dat juist wel de plekken waar zich het grootste gedeelte van de hennepproblematiek afspeelt. Op die manier wil ik het graag aan u voorleggen. Ik hoop dat u het op die manier uitlegt. Wethouder Van Zutphen Ik wil u graag morgen voor de tweede termijn een schriftelijk overzicht sturen van het instrumentarium dat wij nu gebruiken rond hennepteelt in woningen, met woningsluitingen enzovoorts.
De voorzitter Ik dank u. Het woord is aan wethouder Economie, de heer Martin de Beer. Wethouder De Beer Voorzitter. Ik probeer een beetje snelheid in te lopen, als me dat gaat lukken. De voorzitter Dat zou zeer wenselijk zijn.
Pagina 74/171
Wethouder De Beer Ik beperk mij tot een aantal onderwerpen. Allereerst het zogenaamde nationaal programma, vervolgens de organisatieontwikkeling, volgens economie en dan afsluiten met het onderdeel werk. Een aantal partijen heeft een heel aantal vragen gesteld over het nationaal programma, namelijk de SP, Hoensbroeks Belang, CDA en de PvdA. Ik probeer duiding te geven waar wij het nu over hebben. De term nationaal programma is verwarrend, in die zin dat we ons snel spiegelen aan het Nationaal Programma Rotterdam. De gezamenlijke colleges van Parkstad zijn daar een aantal keer op bezoek geweest. We hebben daar ook met de directeur gesproken. Deze directeur is ook in onze regio geweest. Voor ons is het heel erg belangrijk dat we in het kader van de lopende projecten en initiatieven een nauwe band hebben met het ministerie van Binnenlandse Zaken. De plaatsvervangend DG die in Rotterdam-Zuid in de stuurgroep zit, is in deze regio ook betrokken bij de Regiodeal, bij het verhaal rond Heerlen-Noord en bij Zuid-Limburg. Wij trekken zo intensief mogelijk met hem op, omdat hij het beste de lijntjes in Den Haag kent en precies weet op welk moment we waar moeten inschuiven om ervoor te zorgen dat we concreet aan de slag kunnen gaan. Zijn visie is dat je in Zuid-Limburg op verschillende borden tegelijk moet proberen te schaken.
Dat betekent dat we aan de ene kant vol inzetten op Heerlen-Noord. Dat is min of meer op initiatief van het ministerie van Binnenlandse Zaken zo aangedragen. Zij willen graag met 16 stedelijke vernieuwingsgebieden aan de slag gaan. Het stedelijke vernieuwingsgebied van Limburg wordt daarin Heerlen-Noord. Tegelijkertijd willen ze de Regiodeal goed afronden en ervoor zorgen dat er een verankering komt van het programma van de Regiodeal naar de toekomst toe. Het is de ambitie van de Parkstadgemeenten om te kijken of we daar een vervolg aan kunnen geven in de richting van een nationaal programma. Ik denk eerlijk gezegd niet dat dit de naam "nationaal programma" gaat krijgen. Tegelijkertijd zijn we in Zuid-Limburg samen met partners bezig met te proberen om een aantal grote projecten op de agenda van Den Haag te krijgen. Daar is datzelfde ministerie van Binnenlandse Zaken ook weer heel nauw bij betrokken. Daar spreken we min of meer ook in termen over een nationaal programmaachtig construct. We proberen de term soms ook een beetje te vermijden, omdat we weten dat het soms gevoelig ligt in Den Haag. We proberen er vooral voor te zorgen dat we een concreet commitment krijgen met Den Haag. Niet een commitment op een project, maar een langjarig commitment om de achterstanden in onze regio in Heerlen-Noord, in Parkstad en in Zuid-Limburg in te lopen.
Op die verschillende schaalniveaus spelen dus verschillende onderwerpen, verschillende projecten. In Heerlen-Noord gaat het met name over de fysieke transformatie en de sociaal economische opgave. Het gaat heel duidelijk over onderwerpen die zojuist ook zijn besproken rondom ondermijning, leefbaarheid en veiligheid. Datzelfde geldt min of meer ook als je kijkt naar Parkstad, maar dan heb je het vaak over wat bredere thema's. In Zuid-Limburg heb je het over het NOVI-gebied en de grensoverschrijdende samenwerking. Je hebt het ook over de circular hub, wat de verduurzaming moet worden van Chemelot, zodanig dat de werkgelegenheid daar in de komende decennia ook is verzekerd. Ook heb je het over projecten rondom de Einstein Telescoop. Met andere woorden, we proberen elkaar op verschillende niveaus en op verschillende onderwerpen in Zuid-Limburg, in Parkstad en uiteraard vooral ook onszelf goed naar voren te brengen in Den Haag. Dus ja, dat nationaal programma is een voorbeeld, maar in onze regio vertalen wij dat naar de verschillende niveaus. De mensen die daar aan tafel zitten vanuit het Rijk, zitten hier ook mee aan tafel. De heer Verreck vroeg of dit een programma is voor 20 jaar. Het is inderdaad de ambitie dat we zodanig langjarig gaan investeren, dat je een trendbreuk weet te forceren die doorwerkt in een generatie.
Dan heb je het ook over thema's rondom onderwijs, Kansrijk van start - waar collega Clemens heel intensief mee bezig is - onderwijs en arbeidsmarkt en dat soort thema's waarmee je fundamentele stappen zet in de regio. Als we dingen initiëren in Heerlen-Noord, kijken we ook of dit effect kan hebben naar de rest van Parkstad. En andersom, als we zaken initiëren op het niveau van Parkstad, kijken we of we dit voor het Heerlense deel meer kunnen inschuiven naar Heerlen-Noord. Zo proberen we verbindingen te maken met
Pagina 75/171 de Regiodeal. We zijn nu bezig met de derde tranche op Parkstadniveau. Tegelijkertijd schakelen we met Binnenlandse Zaken over Heerlen-Noord. Daar proberen we verknopingen in te maken. Het is best een ingewikkeld verhaal. Ja, wij onderschrijven helemaal die ambitie. We zijn samen onderweg om daar een goede visie voor te ontwikkelen. De heer Horssels en de heer Peters vroegen dat ook. We worden door het ministerie uitgedaagd om vooral kennis te nemen van de goede voorbeelden in het land. Dat is niet alleen Rotterdam, maar dat zijn ook de andere 15 stedelijke vernieuwingsgebieden. We worden daar gezamenlijk in begeleid door het bureau Ecorys. Zij zullen een presentatie voorbereiden voor de commissie MF van december, waar we u wat uitgebreider zullen bijpraten over wat wij met het programma beogen, welke elementen erin zitten en wat de analyse, de problematiek is van het gebied. Op basis van die analyse brengen wij focus aan. Wij geven aan wat de fundamentele pijlers zijn in het programma. Deze worden uitgewerkt naar projecten. Heerlen-Noord is dus geen project. Een project vind ik meer een wat afgebakende eenheid. We hebben het echt over een langjarig, breed programma. Dat wat betreft nationaal programma/Heerlen-Noord. Dan de organisatieontwikkeling. De heer Leers vroeg daar ook heel nadrukkelijk naar. We hebben een reorganisatie gehad.
De burgemeester is daar positief over geweest. We hebben daar stappen in gezet. Maar het college heeft bij monde van de burgemeester altijd uitgestraald dat we het vooral hebben gehad over een structuurwijziging. Die reorganisatie kent verschillende fases. Natuurlijk hadden we een belangrijk deel afgerond, maar de doorwerking naar de cultuur en de werkwijze waren onderdelen waar we in de laatste tijd meer aandacht aan hebben moeten besteden. Ook vanuit het gegeven dat de stof van de reorganisatie wat was opgetrokken. We zijn dus sterker gaan kijken of iedereen op de goede plek zit. Dat heeft geleid tot intensieve gesprekken. De raad heeft daar ook kennis van genomen. U weet dat we daarvoor een nieuwe gemeentesecretaris op de rails hebben gezet. De gesprekken tussen het college en de gemeentesecretaris en de gesprekken tussen de gemeentesecretaris en de OR zijn erg intensief geweest. Er is uiteraard ook gesproken met het management. Dat heeft geleid tot een aantal aanpassingen en verschuivingen. De heer Horssels stelde een vraag over de relatie met de OR. Die relatie is goed. Er zijn open, goede gesprekken gevoerd. De gemeentesecretaris heeft ook aangekondigd dat ze met een evaluatie komt. Daar zal ze de raad ook in betrekken. Ze neemt de OR in elke stap zo goed mogelijk mee. Er waren nog een aantal aparte vragen rondom de organisatie.
Wat betekent de bezuiniging op de opleidingskosten en welke effecten heeft dit? We hebben daar scherp naar gekeken. Er is vooral ingezet op learning on the job, waarbij ervan uit wordt gegaan dat 70% van het leren op de werkplek en in de praktijk plaatsvindt. 20% vindt plaats via intervisie met collega's, het sparren en het gezamenlijk kijken hoe we dingen beter kunnen doen, op ambtelijk niveau uiteraard. 10% wordt weggezet in wat meer formelere opleidingstrajecten, workshops et cetera. Gegeven het budget en de ambitie die we hebben, is de conclusie getrokken dat we daar volgend jaar een bezuiniging op kunnen loslaten die verdedigbaar en haalbaar is. De heer Leers stelde een aantal specifieke vragen rondom het vertrek van wethouder Simons. Een van de vragen was: heeft het college overwogen om met vijf wethouders door te gaan? Dat hebben we niet overwogen. We zijn gestart in de constellatie met zes wethouders. Dat is in principe ook de constellatie waar we van uitgaan. Op de vraag over de wachtgeldregeling van de heer Simons kan ik eerlijk gezegd niet meer antwoorden dan het schriftelijke antwoord dat we deze week al hebben gegeven. Het is het recht van een vertrekkend wethouder om een aanvraag te doen en te laten toetsen of hij of zij gebruik zou kunnen maken van de wachtgeldregeling. We hebben het er in het college verder niet over gehad of de heer Simons dit gaat doen.
De regeling is zoals deze is. Op basis van een eventuele aanvraag wordt getoetst wat de hoogte van de wachtgeldregeling zal zijn. Dan de vragen over economie. De Ouderenpartij verwees naar het Ondernemersfonds, met de vraag: kan het niet breder worden ingezet dan alleen het centrum? Dat is ook nadrukkelijk de opdracht aan het Ondernemersfonds. Sterker nog, in het kader van het Ondernemersfonds is Heerlen ingedeeld in vijf zogenaamde trekkingsgebieden, waarbij de bedrijventreinen er een van zijn, maar ook de verschillende
Pagina 76/171 stadsdeelcentra. Er zitten ook gebiedsmanagers op die trekkingsgebieden. Die zijn actief in dat gebied. Het lijkt me goed dat wij in de komende tijd het Ondernemersfonds uitnodigen in de commissie om een terugkoppeling te geven over hun ervaringen en om aan te geven in welke gebieden een tandje moet worden bijgeschakeld. Het is dus de uitdrukkelijke opdracht om dit breed over de stad uit te rollen. De gesprekken met Heerlen Mijn Stad betroffen inderdaad de gesprekken rondom de financiering. Deze gesprekken waren veel meer ingegeven vanuit de wens tot meer inhoudelijke samenwerking tussen Heerlen Mijn Stad en het Ondernemersfonds. Dat hebben de beide voorzitters ook richting het college duidelijk aangegeven. In 2021 willen zij verkennen hoe ze tot betere samenwerking kunnen komen. Dat heeft ertoe geleid dat wij hebben gezegd dat het qua financiering voor Heerlen Mijn Stad blijft zoals het is. We willen niet inboeten op de kwaliteit van de inhoud, noch op het concept en de inzet van Heerlen Mijn Stad. Met het Ondernemersfonds hebben we een afzonderlijke afspraak gemaakt, namelijk dat we 80% van het bedrag dat volgend jaar in de pot zit in een keer zullen uitkeren aan het begin van het jaar. Over de resterende 20% maken we nadere afspraken over de timing van uitkering en over hoe we dat precies gaan doen.
Dat is een afspraak die we in goed overleg met elkaar zijn overeengekomen. Met betrekking tot de bezuiniging op Economie noemde de heer Verreck de bezuiniging van 750.000 euro. Kun je daarmee nog de ambities waarmaken rondom het creëren van werkgelegenheid en het terugdringen van leegstand, het creëren van vitale clusters? Wij denken van wel. We hebben de financiën gedekt van de instrumenten die klaarstaan om te worden ingezet in 2021. We gaan er dus van uit dat we de plannen en ideeën die we daaromtrent hebben, kunnen uitrollen. Daarbij moeten we ook erkennen dat niet altijd alles geld hoeft te kosten. Als er dus bepaalde inzet van derden is vereist, dan moeten we ervoor zorgen dat we gezamenlijk kunnen optrekken met andere partijen. De VVD stelde vragen over VDL. Wat zou de inzet van de regio kunnen zijn rondom de problematiek bij VDL? Wij trekken daar nauw op, samen met Sittard-Geleen en Maastricht. We willen vooral uitstralen richting de provincie en vanuit de provincie richting Den Haag wat voor een belangrijke werkgever VDL is voor onze regio. Als het specifiek gaat over bijvoorbeeld de uitstroom van medewerkers van de fabriek op korte of middellange termijn, dan zullen we daar ook gezamenlijk afspraken over maken. Meestal zitten we dan ook aan tafel met het UWV. Juist om te kijken of je mensen zo vroeg mogelijk van werk naar werk kunt begeleiden.
Daar hebben we in het verleden succesvolle programma's voor gehad, dus dat is nu ook zeker de insteek. De medische logistiek is wellicht een goed alternatief. U stelde een vraag over stichting 155 Help een bedrijf. Dit is inderdaad een stichting die ondernemers in nood helpt met advies, een stukje coaching. We hebben daar goede ervaringen mee, maar op nog relatief beperkte schaal. Het zou inderdaad een goede zet zijn om de dienstverlening vanuit die stichting breder onder de aandacht te brengen, zeker in het kader van corona. De motie die u daarover indient, zullen we dus warm aanbevelen. Dan het thema werk. Hoe loopt de uitstroom naar werk? Wat wel een meevaller is - ik weet niet of de heer Van Zutphen daar net ook iets over heeft gezegd - is dat de uitstroom uit de bijstand in de afgelopen weken behoorlijk aan het aantrekken is. Ten opzichte van het begin van het jaar hebben we 60 extra mensen in de bijstand zitten. Gegeven de grote dynamiek en problematiek valt dat allemaal nog wel mee. Maar we verwachten wel in 2021 en misschien ook wel daarna dat de arbeidsmarkt behoorlijke klappen gaat krijgen. Dat zal niet meteen leiden tot een instroom in de bijstand. Mensen gaan eerst langs het UWV voor een WW-uitkering, maar uiteindelijk gaan we het merken. Daar hebben we met de regionale partners afspraken over gemaakt.
Ook het Rijk daagt ons uit om te komen tot regionale mobiliteitsteams, om ervoor te zorgen dat daar waar sectoren zijn waar personeel dreigt uit te vallen, we die snel kunnen doorschakelen naar eventuele sectoren waar wel vraag bestaat naar werk. Een belangrijke, cruciale factor daarin zijn de opleidingsinstituten, met name de mbo's, zodat zij hun aanbod zo weten om te vormen dat deze snel kunnen worden ingezet, dat er snel kan worden geschakeld op de veranderende vraag in de arbeidsmarkt. Daar zijn we druk mee doende. In de loop van deze maand komen we ook met een gezamenlijke website: limburgleert.nl. Dit is een uitvloeisel van het landelijke initiatief nederlandleertdoor.nl. Dat zijn vertalingen van de lijnen die in Den Haag worden uitgezet, maar regionaal moeten worden vertaald.
Pagina 77/171 U had het ook over een vakschool in relatie tot Heerlen-Noord. Dat zou een vorm kunnen zijn om meer aandacht te besteden aan opleiden gericht op sectoren waar kansen liggen. Daar zijn we onder andere over in gesprek met Praktech, Werk voor Heerlen en het WSP om te kijken of een gezamenlijke bundeling kan worden gerealiseerd ten aanzien van de dienstverlening. Dit is gericht op een extra stukje opleiding richting werk, juist ook voor het gebied Heerlen-Noord. Mevrouw Géron had nog een vraag over re-integratie. Verlies je niet een stuk controle, een stuk grip, als dit straks naar het WSP wordt gebracht? We gaan ervan uit dat dit voor de raad niet zoveel verschil maakt, want u spreekt uiteraard altijd het college aan. Het college is vertegenwoordigd in het bestuur van het werkgeversservicepunt. Dat is een GR. Waarbij we ook heel scherpe en goede afspraken met elkaar zullen maken. Wij formuleren dus elke keer heel scherp en stevig wat we verwachten van het WSP in termen van het leveren van de dienstverlening rondom de re-integratie naar werk. Ik weet niet of dit aan de verwachtingen voldeed. De heer Peters, CDA (interruptie) Ik spreek u aan in uw hoedanigheid van wethouder Sport. Ik ik had een vraag die was blijven liggen. Het gaat namelijk over het volgende.
Bij ons is het signaal binnengekomen dat sommige sportverenigingen onlangs een rekening van de gemeente hebben gekregen van zes maanden opgeschorte huur. Daarbij hebben ze geen enkele uitleg gekregen, geen enkel telefoontje, niets. Ze hebben alleen die rekening gekregen. Wij vragen om een reactie hierop. Wat ons betreft kan dat niet. Wethouder De Beer Ik stel voor dat ik daar in de tweede termijn op terugkom, want we hebben daar ook weer nieuwe informatie over gekregen voorafgaand aan de vergadering. In die zin dat heel wat sportaccommodaties weer gedwongen dicht moeten gaan. Het Rijk had daar eerder dit jaar een regeling voor in het leven geroepen, die nu weer wordt geactiveerd. We zullen dus even kijken wat nog actueel is rondom dat vraagstuk. De heer Meyer, SP (interruptie) Ik heb twee punten. Ik hoorde de wethouder over het nationaal programma zeggen: het is ingewikkeld en vanalles moet aan elkaar worden geknoopt. Ik zou bijna willen vragen: weet u nog dat ene programma dat een jaar of vijf geleden begon, dat heel veel aan elkaar wilde knopen? Dat loopt inmiddels goed, maar we hebben er in het begin nogal wat last van gehad. IBA deed namelijk alles tegelijk. Weliswaar niet over de thema's waar wij het nu over hebben. Het is goed dat je al die verschillende dingen doet. Ik heb het erover gehad dat kinderen die nu worden geboren in Zeswegen twee keer zoveel obese zijn.
Zij zijn twee keer zoveel ongezonder. Zij gaan zes jaar eerder dood. We hebben het over de gezondheid van de kinderen die nu worden geboren. Niets ten nadele van al die andere inzet, sterker nog, die heeft natuurlijk met elkaar te maken, maar ik zou echt van het college willen weten - daar gaat ons voorstel ook over - hoe het dat dan precies ziet. Ik herhaal dat niet alles goed gaat in de nationale programma's. Dat zei ik in mijn eerste termijn. Als er iets is waar de verschillende nationale programma's over gaan, onder andere die in Rotterdam, dan is dat met name gezondheid en onderwijs. Daar boeken ze grote winst op. Ik vind het prima dat het college dit door middel van economie wil doen. Dat is hartstikke goed. Daar is niets op tegen. Maar ik zou van het college willen weten waar dit dan terechtkomt. Het is prima dat er fysiek van alles gebeurt, maar waar komt dit dan terecht? Dat is de eerste vraag. De tweede vraag gaat over het wachtgelddeel. Ik kan wel zeggen dat het niet zo heel vaak voorkomt dat ik het eens ben met de heer Leers, maar dat is in de afgelopen jaren al een paar keer voorgekomen. Dus het houdt een keer op dat je dat kunt zeggen. Wethouder De Beer kan hier niets over zeggen. Het college kan hier ook niets van zeggen. Als ik de heer Leers goed begrijp, dan doet hij een moreel appel op de heer Simons.
Dan kunnen we doen alsof dat niet mag, maar een moreel appel mag je wel degelijk doen. Ik vraag op dit vlak dus geen reactie van de heer De Beer. Ik heb in eerste instantie ook gewacht, want ik dacht: misschien komt hier wel de wonderbaarlijke moraal naar voren. Dat kon ook eigenlijk niet. Maar ik
Pagina 78/171 zou toch echt nog wel eens de vraag van de heer Leers willen herhalen. De heer Simons kan zeggen: ik trek me niets aan van dat moreel appel. Dan weten we hoe het zit. Maar je kunt je niet verschuilen achter een andere wethouder die een formeeltechnisch antwoord geeft. Dan moet je gewoon zeggen: ik zeg het niet. Dat kan ook. Of je kunt zeggen: ik maak er wel of niet gebruik van. Maar wij zijn niet degenen die weggaan. Sterker nog, wij willen u eigenlijk helemaal niet weg hebben. U beslist zelf dat u weggaat. Als u gebruikmaakt van dat recht, zorgt dat voor hogere kosten. Meneer Simons, ik spreek u rechtstreeks aan. Ik vind dat het minste wat u kunt doen is zeggen of u daar gebruik van gaat maken. Het is een heel simpele vraag die de heer Leers stelt. Ik sluit mij daarbij aan. Ik zou daar graag morgen een antwoord op hebben. Het hoeft niet per se nu. U mag er ook nog een nachtje over nadenken. Misschien helpt dat, maar ik wil morgen wel graag weten hoe het zit. Meneer De Beer, eigenlijk hoeft u de tweede vraag dus niet te beantwoorden, maar de eerste wel. Wethouder Van Zutphen Meneer De Beer, aan u het woord om de eerste vraag te beantwoorden. Wethouder De Beer Ik wil eigenlijk ook nog wel iets zeggen over die tweede. In die zin, dat wij als college reageren vanuit onze verantwoordelijkheid als gezamenlijk college.
Wij zullen dan vooral benadrukken hoe de regeling is. Het is aan de persoon die als wethouder vertrekt om daar al dan niet gebruik van te maken. U spreekt de persoon aan en niet de wethouder. Dat maakt dat ik weliswaar namens het college kan antwoorden, maar niet meer kan antwoorden dan ik zelf vanuit het college weet hoe de regeling in elkaar zit. De heer Meyer, SP (interruptie) Dan enige nuancering. Het antwoord van de heer De Beer namens het college begrijp ik. Ik richt mij ook niet tot hem. Maar als wij dit debatje toch hebben, dan wil ik het scherp hebben. Ik richt me niet alleen tot de persoon van de heer Simons. Ik richt me tot de wethouder Financiën, die een begroting aan ons voorlegt waar bezuinigingen in zitten, waar hij in voorop is gegaan en waarvoor geldt dat zijn keuze kan betekenen dat we extra kosten gaan maken. Dat lijkt me een relevante, politieke vraag. Dat is geen vraag naar hoe zijn hond heet of naar of hij zijn vrouw weleens slaat. Dat is geen goede vergelijking. Het gaat niet over je privézaken. Of zijn hond slaat en hoe zijn vrouw heet. Dat had ik inderdaad moeten zeggen. Dank u wel, meneer Diederen. Maar u begrijpt mijn punt. Het is een politiek relevante vraag, want hij is de wethouder van Financiën en hij levert iets aan. Daar zitten best pijnlijke bezuinigingen in. Dat is de nuancering die ik maak.
Ik snap het antwoord van het college, maar ik zou het wel graag morgen willen weten van de wethouder van Financiën, die een individuele keuze heeft gemaakt. Wethouder De Beer Volgens mij zijn wij het in die zin eens, dat ik niet anders kan dan beantwoorden namens het college en dat het appel dat de heer Meyer doet, slaat op de heer Simons. Dan het eerste punt. U zei: Je moet uitkijken dat je het niet te ingewikkeld maakt en alles met alles gaat verbinden. Het is heel duidelijk. Het ministerie van Binnenlandse Zaken wil met de gemeente Heerlen gaan investeren in het gebied Heerlen-Noord. Daar willen ze in het kader van die 16 stedelijke vernieuwingsgebieden hun centen inzetten. Ik moet daar wel nog een disclaimer bij zetten. Dat is het ministerie als ambtelijk orgaan die dat nu vooruit probeert te stuwen richting het kabinet, wat er nog maar een aantal maanden zal zitten. Dus met name in de voorbereiding van de nieuwe regeringsvorming zal de term stedelijk vernieuwingsgebied sterk naar voren komen in de ambtelijke adviezen. Het is aan de coalitieonderhandelende partijen om dat daar ook een plek in te geven. Het idee is om aan die 16 gebieden een langjarig commitment te geven voor een bedrag dat hoger wordt dan wellicht 1 miljard euro. Met andere woorden, ze willen zich vanuit Den Haag dan ook echt committeren aan die ontwikkelingen in die regio's.
Pagina 79/171 U had het eerder over lobby langs politieke lijnen. Er is voor ons allen een rol weggelegd om ervoor te zorgen dat de partijen die dadelijk aan de Haagse tafel zitten scherp op het netvlies hebben waarom dat zo belangrijk is. Daar zijn we het dus helemaal met elkaar over eens. Maar ik zeg er alleen maar bij dat ook het Rijk het belangrijk vindt om niet alleen maar in één gemeente, maar ook in de regio eromheen actief te zijn. Dat spel moeten we ook gewoon meespelen. Daar hebben we ook belang bij, om het maar even openhartig te zeggen. Als we zouden zeggen: "wij richten ons op Heerlen-Noord, Parkstad organiseert maar haar eigen feest en Zuid-Limburg doet ook maar haar eigen ding", dan krijg je ook een soort tegenlobby. Dan is het zo van Heerlen die haar eigen zaakjes op orde heeft en de rest laat stikken. We moeten er dus ook voor zorgen dat we uitstralen dat we in de samenwerking met Parkstad en Zuid-Limburg onze bijdrage leveren. De heer Meyer, SP (interruptie) De laatste vraag van mijn kant. Mijn pleidooi is nooit gegaan over laat ze ergens maar stikken. Mijn pleidooi namens de SP-fractie gaat over: iedereen mag meedoen, maar dan wel zo snel als het kan. Deze achterstanden verdienen een snelle aanpak en kunnen niet wachten op heel erg lange politieke processen. Kan het college dat met mij eens zijn? Wethouder De Beer Ja, helemaal.
We willen zo snel mogelijk aan Den Haag laten zien wat zo'n interventie dan oplevert. We moeten vooral niet blijven uitwerken, papier blijven produceren en dan over zes of zeven jaar zeggen: kijk, wij hebben hier of daar iets. Nee, het liefst binnen een half jaar, 12 maanden of anderhalf jaar heel duidelijk aan Den Haag kunnen tonen waarom hun bijdrage zo belangrijk is in dit gebied en waarom dit ook de omslag kan vormen. Het is dus een heel erg uitdagend programma dat collegebreed wordt gedragen. Van duurzaamheid tot burgerbetrokkenheid, van ruimtelijke ordening, wonen, veiligheid, sociale zaken, arbeidsmarkt, onderwijs, de hele mikmak, daar zitten we als college volledig breed in. De heer Aarts, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) De wethouder sprak over het Ondernemersfonds. Ik vroeg of Heerlen Mijn Stad zich ook in de wijken nadrukkelijker zou kunnen manifesteren. Wethouder De Beer Dat stukje ben ik inderdaad vergeten te vertellen. In de terugkoppeling van de beide voorzitters van Heerlen Mijn Stad en het Ondernemersfonds hebben zij aangegeven dat zij in 2021 een gezamenlijk verhaal willen opstellen, juist op het punt van de gezamenlijke verbreding. Zodat ook Heerlen Mijn Stad gaat nadenken over wat zij zou kunnen betekenen in de andere stadsdeelcentra van Heerlen.
De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Ik had al mijn kaarten gezet op wethouder De Beer, namelijk dat hij uitsluitsel zou geven aangaande het wachtgeldgebeuren, na doorverwijzing van wethouder Simons. Ik kreeg bijval van de heer Meyer. Waarvoor dank. Maar het verhaal is vrij simpel. Ik stel een vrij feitelijke vraag, die het college omschrijft naar artikel 33-vragen. Ik kreeg daar gisteren antwoord op. In dat antwoord staat ook hetgeen de wethouder heeft gezegd. "Daar gaat de vertrekkend wethouder zelf over. Hij moet daar een keuze in maken". Dan vraag ik welke keuze er is gemaakt. Daar wordt niet op ingegaan. Wethouder De Beer gaat erover. U weet van niets. Niemand zegt iets. Ik denk dat meneer Meyer duidelijk is geweest en dat ik duidelijk ben geweest. Op enig moment krijgt u daar iets over te horen, als wethouder Simons er niets over wil loslaten. Op het moment dat het college daar iets over te horen krijgt, kunt u ons toch mededelen: de vertrekkend wethouder maakt gebruik van de wachtgeldregeling en daar hangen deze consequenties aan vast. Ben ik dan correct in mijn bewoording of niet? Wethouder De Beer
Pagina 80/171 Ja, helemaal, want u hebt recht op die informatie. Op dit moment weten we niet of de heer Simons daar wel of geen gebruik van gaat maken. Maar op het moment dat wij uitgaven gaan doen en u ernaar vraagt - dat doet u nu al - dan moeten we daar altijd inzicht in geven, zoals we dat in het verleden ook altijd hebben gedaan. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Voorzitter, via u aan de wethouder. Bent u het met mij eens dat het geen rare vraag is dat ik hier naar informeer? Te meer omdat ik dat ook in voorgaande gevallen heb gedaan. Hebt u signalen of kunt u een motivatie geven waarom de wethouder dat nog niet doet op dit moment? Want zo ken ik hem eigenlijk niet. Ik vind dit vreemd. Wethouder De Beer Het zijn een paar vragen. Vind ik het een rare vraag? Nee, als college vinden we het geen rare vraag. Daarom hebben we de vraag gisteren ook schriftelijk beantwoord. Maar de feitelijke situatie is dat we er alleen maar op kunnen wijzen dat de regeling bestaat en dat een vertrekkend wethouder, ongeacht de reden dat hij vertrekt, een beroep kan doen op de regeling. Of hij dat doet, is aan de persoon zelf. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Voorzitter, dan een tweede vraag als het mag. De voorzitter De laatste vraag, meneer Leers, en dan stop ik hierover. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Het gaat niet over dit onderwerp. Het gaat over een ander onderwerp.
De voorzitter Oké prima. Dan stelt u uw vraag. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Dank u wel. Ik heb gerefereerd aan de stand van zaken rond het gemeentelijk managementteam. Bij mijn weten heb ik daar de wethouder niets over horen zeggen. Ik had daar toch graag iets over gehoord van het college. Dus beste wethouder, stand van zaken van het gemeentelijk managementteam. Wethouder De Beer Ik heb daar iets over gezegd, maar misschien was het indirect. Sinds de structuurwijziging is afgerond, is dieper doorgepraat over de cultuur en de werkwijze in de organisatie, zowel tussen het college en de gemeentesecretaris, de gemeentesecretaris en het management en de gemeentesecretaris en de OR. Die intensieve gesprekken hebben ertoe geleid dat een aantal wijzigingen hebben plaatsgevonden op het niveau van het gemeentelijk managementteam. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) De wethouder zegt dat een aantal wijzigingen hebben plaatsgevonden op het niveau van het gemeentelijk managementteam. Bedoelt hij daarmee dat het gemeentelijk managementteam zoals wij dat tot voor kort kenden, niet meer het managementteam is zoals dat nu functioneert? En dat er misschien zelfs wel op dit moment helemaal geen gemeentelijk managementteam is? Graag wat duidelijke uitleg erover.
Wethouder De Beer De uitleg is dat er wel een gemeentelijk managementteam is, maar dat de samenstelling ervan is gewijzigd.
Pagina 81/171 De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Voor de duidelijkheid. Betekent dit dat het gehele managementteam qua bezetting is gewijzigd? Heb ik dan de juiste conclusie te pakken? Wethouder De Beer Dat zou ik aan de gemeentesecretaris moeten vragen. Bij mijn weten is niet de gehele samenstelling gewijzigd. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Komt u daar morgen op terug? Wethouder De Beer Daar kom ik morgen even op terug. De heer Horssels, Partij Hoensbroeks Belang (interruptie) Ik weet niet of deze vraag voor deze wethouder is, maar ik denk het wel. Ik had een vraag gesteld over stageplekken voor praktijkonderwijs en werkervaringsplaatsen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Wordt deze doelgroep ingezet bij projecten als het Gevelproject? Wethouder De Beer Daar moet ik het even met mijn collega over hebben. Daar kom ik morgen op terug. Mevrouw Géron, Partij voor de Dieren (interruptie) Ik had nog een vraag gesteld over een proef met de regelarme bijstand. Hoe denkt de wethouder daarover in deze tijden van corona? Dan heb ik nog een tweede vraag. U zegt dat er niet direct meer mensen in de bijstand komen, omdat ze eerst naar het UWV gaan. Geldt dat ook voor zzp'ers? Wethouder De Beer Nee, dat geldt niet voor iedereen, maar het geldt wel voor een groot deel. Er zijn natuurlijk ook groepen die direct in de bijstand instromen.
Dat is ook afhankelijk van hun arbeidsverleden en dat soort zaken. U vroeg naar de regelarme bijstand. Wij kijken aan de voorkant heel scherp of er perspectief is op uitstroom naar werk binnen een jaar. Als dat perspectief er is, dan wordt in eerste instantie doorgeschakeld met het werkgeverservicepunt of iemand kan worden geplaatst bij een werkgever. Als dat te hoog gegrepen is, dan wordt gekeken of dit zou kunnen via een voorschakelproject of via een leerwerkplek dicht bij die werkgever. Als dat ook niet kan, dan wordt gekeken of iemand in een betaalde constructie aan de slag kan bij Werk voor Heerlen. Als dat ook niet kan gegeven de competenties en achtergrond van iemand en gegeven de situatie waar hij in zit, dan wordt gekeken of iemand kan beginnen onder het construct van Baanbrekend Werk, zodat iemand weer wat ritme opbouwt en structuur krijgt. Als dat ook niet kan, dan wordt gekeken naar andere vormen van participatie, waaronder dagbesteding. Dus zo lopen wij eigenlijk de trap van bovenaf af. Dat noemen wij het zogenaamde cascademodel. Mevrouw Géron, Partij voor de Dieren (interruptie) Dat heeft u eerder uitgelegd in commissies. Ik zag het meer als een proefproject met regelarme bijstand voor een bepaalde groep. Dat brengt verlichting bij mensen. Er komt natuurlijk ook heel veel stress bij. Stress is niet goed. Dat geeft hogere zorgkosten enzovoorts.