Notulen raad gem.Heerlen, d. d. 4+5 nov 2020.docx
Tekst van het document
Kunt u het met mij eens zijn dat we voor tempo en het sneller inhalen van achterstanden moeten kiezen in plaats van voor stroperig overleg dat misschien wel langer zou kunnen duren? Hoe zit u daarin? De heer Verreck, PvdA Het geluid is hier suboptimaal. Heb ik uw vraag goed begrepen, dat u vraagt: vindt u dat wij moeten stoppen met Heerlen-Noord en eerst op het Nationaal Programma Parkstad moeten wachten? Is dat uw vraag? Dan heeft u mij verkeerd begrepen. Ik vind het fantastisch dat wij het hebben klaargespeeld om Heerlen-Noord vooruit te helpen. Daar ben ik blij om. Daar ben ik echt blij om. Ik heb van het college begrepen dat we daar ergens in december verder over worden geïnformeerd. Welke consequenties en voordelen en welke financiële afrekening er achter hangt. Ik ben er heel blij om dat dit is gelukt. Maar wat ik niet snap, is dat het college het beeld van dat er een Nationaal Programma Parkstad Limburg zou moeten komen, maar dat er een soort Nationaal Programma Zuid-Limburg zou moeten komen. Dat snap ik niet. Daar wil ik graag een verheldering van hebben, want dat snap ik niet. Ik begrijp dat wij elkaar in ieder geval wel kunnen vinden in het Nationaal Plan Parkstad Limburg. U schudt nee. Ik dacht namelijk dat u daar net wel op doelde in uw bijdrage. Ik dacht: fijn, dan hebben we in ieder geval de SP en nog een aantal partijen aan één kant.
Ook na een nieuwe kabinetsvorming. Dat is mooi. Ik dacht dus dat u daar op doelde, maar dan heb ik u daarin verkeerd begrepen. Dat is waar mijn vraag over gaat. Ik vind Heerlen-Noord fantastisch. De Partij van de Arbeid gaat voor een Nationaal Programma Parkstad Limburg. Daar heeft u vandaag in de krant ook kennis van kunnen nemen. Daar staan wij voor. Daar willen
Pagina 51/171 wij ook voor gaan. We hebben een lobby richting Den Haag uitgezet. Wij gingen ervan uit dat we dit samen met dit college zouden doen, maar dit college heeft ergens een afslag genomen afgelopen jaar. Ik weet niet waar. Misschien weet u het wel, maar ik weet niet waar. Ik weet niet of de rest van de raad weet waar die afslag is genomen, maar daar gaat het over. Waar is die afslag genomen? Waar is die afslag op gebaseerd? Waar zijn we het afgelopen jaar geïnformeerd over dat wij die afslag namen? Nergens. De heer Meyer, SP (interruptie) Mijn laatste vraag. Het college moet voor zichzelf spreken. Ik spreek niet voor het college. De SP pleit niet voor een Nationaal Programma op Parkstadniveau. Het is prima als we kunnen samenwerken. Wij gaan hier over hoe wij onze achterstanden inhalen. Met andere woorden: een nationaal Programma HeerlenNoord. Je mag het ook anders noemen. Ik vind het allemaal prima. Maar ga niet wachten op dat ze misschien in Landgraaf een keer wel of niet willen meedoen of een keer in Kerkrade. Fijn dat ze meedoen, maar wij gaan voort. We maken er zo snel mogelijk een nationaal programma van. Als anderen meedoen, dan is dat prachtig, maar wel in ons tempo, want wij willen hier gas erop. We gaan niet jarenlang wachten tot men ergens om ons heen een keer besloten heeft om wel of niet mee te doen.
Bent u dat met mij eens? De heer Verreck, PvdA Wij kunnen ons daar volstrekt helder in vinden, alleen denken wij dat Heerlen te klein is om in aanmerking te komen voor een nationaal programma. Als je kijkt naar de grootte van Parkstad, dan komt dat vrijwel overeen met de grootte van Rotterdam-Zuid. Dus daar sluit het op elkaar aan qua grootte. Daarom sluiten wij vanuit Parkstad aan. We hebben wel alle afdelingen van de Partij van de Arbeid erachter gekregen. Ik vind het al heel bijzonder dat we dit met elkaar samen doen, want er zijn ook veel tegenstellingen binnen de Partij van de Arbeid. Ik zei al, niet iedereen denkt hetzelfde over dingen zoals wij daar vanuit Heerlen over denken. Wij zoeken dus met elkaar naar de gezamenlijke noemer daarin. Als we nu met elkaar morgen Heerlen-Noord van de grond kunnen trekken en daar een beweging in gang kunnen zetten voor de komende twintig jaar, waar ik naar vraag aan het college of dit twintig jaar is of korter, dan doen we daar direct aan mee. Dan kunnen we dat voortrekken. Dat is van belang in ons tempo. Wij moeten daar samen met elkaar in verder komen. De voorzitter Laten we dan de afspraak met het college maken dat het daarop terugkomt. Dan kunnen we daarop verdergaan. De heer Verreck, PvdA Ik neem aan dat zij dadelijk antwoord zullen geven op die vragen.
De voorzitter Ja, die vragen heb je aan het college gesteld, dus daar zal zeer zeker antwoord op komen. Dank u wel. Dan gaan wij verder met de Fractie Tijdeman. De heer Tijdeman. De heer Tijdeman, Fractie Tijdeman Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik vanaf deze plek de gelegenheid te baat nemen om de burgemeester van harte beterschap te wensen en een voorspoedig herstel. Ik ben blij met het nieuws dat eerder tot ons kwam, namelijk dat hij herstellende is en in ieder geval al naar huis mag. Dus mocht hij dat meekrijgen, dan bij deze en anders kan hij het misschien teruglezen. Voorzitter. Fractie Tijdeman is van mening dat we ons bevinden in een wel heel bijzonder tijdsframe. Bijzonder in de zin van uitdagingen die zich onaangekondigd en onvoorzien aandienen en daar hebben we mee om te gaan. En dan doel ik vooral op horecaondernemers, ondernemers in de evenementenbranche en aanpalende branches en andere organisaties en instellingen die geraakt worden door de crisis veroorzaakt door COVID-19.
Pagina 52/171 In algemene zin wil Fractie Tijdeman hierover zeggen dat het saamhorigheid en eenheid vraagt om hiermee om te gaan. En ook roept Fractie Tijdeman het college op om alles wat in zijn macht ligt te doen om de mensen, de ondernemers, de organisaties en instellingen te steunen die geraakt worden door de huidige ontwikkelingen. Dat gezegd hebbende, zou het vreemd zijn als ik hier en nu die eenheid en saamhorigheid zou doorbreken met politiekgetinte spitsvondigheid, want daar gaat het nu even niet over. In grote lijnen kan Fractie Tijdeman instemmen met de begroting en wil het vooral waardering uitspreken over de toepassing van de methode van “zero based budgetting”. Het werd tijd om een “nul-start” te maken en doorgeschoven weeffouten in het verleden eruit te knippen. Er zijn slechts een aantal vragen waarop Fractie Tijdeman verduidelijking wil en ik noem ze hier: Allereerst. De BUIG-gelden zijn als taakstelling opgenomen in de begroting van 2020. Wat heeft het college gedaan om die taakstelling te halen? Dan Projecten centrum, daarin is onder andere de Worstenhemel meermaals besproken, laatstelijk in de commissievergadering RO in september jl. Onduidelijk daarin is of er nu sprake is van subsidie van de provincie hiervoor en of daarvoor ook een subsidiebeschikking is afgegeven. Kan het college hierin duidelijkheid verschaffen? Dan het domein van de jeugdzorg.
Dit heeft tot forse overschrijdingen geleid. Wat zijn nu concrete stappen die het college zet om dit bij te sturen? Fractie Tijdeman heeft meermaals in commissievergaderingen kritische kanttekeningen geplaatst op dit vlak, zoals bijvoorbeeld de gescheiden financiering voor residentiële en ambulante zorg. En Fractie Tijdeman constateert dat er nog steeds geen grote stappen worden gezet op dit vlak, ambtelijk geneuzel, vertraging en onduidelijkheid. Wat gaat het college doen? Hoe gaat het college hierop sturen? En dan het domein duurzaamheid, voorzitter. Duurzaamheid kan nooit een doel op zich zijn. En we bevinden ons in een bijzondere tijd, met bijzonder grote uitdagingen en daarin zou het goed zijn om alles te doen dat goed is voor people, planet en profit. Daarin past visie en daarmee is een begin gemaakt met de klimaatbegroting, die op initiatief van Fractie Tijdeman omarmd is door het college en de raad. En toch is het daarmee niet af en vooral niet omdat het geen statisch document is. Het zou vooral moeten bijdragen tot inzicht in beleid en uitnodigen tot het maken van keuzes. En die keuzes zijn wat betreft Fractie Tijdeman niet star. Want niet blind voor de ontwikkelingen, snapt Fractie Tijdeman als geen ander dat we ook in staat moeten zijn om die keuzes te kunnen maken op een economisch verantwoorde manier.
Laat ik het vereenvoudigen: zet het organisatieontwerp op de y-as en de bestuurbaarheid op de x-as, dan heb je grosso modo het ontwerp en de dynamische componenten geduid waarop we invloed hebben. Daarboven hebben we te maken met de omgevingsdynamiek en daarop hebben we geen invloed, maar daar hebben we wel mee te maken. En dan vergt het visie, lef en keuzes, maar ook flexibiliteit om toekomstbestendig beleid te maken, die goed is voor de Heerlenaar en de stad Heerlen. En wat ik vraag aan het college is vooral om duurzaamheid als kans in te zetten. Duurzaamheid als kans waarin we als stad en regio zouden kunnen gaan uitblinken op een domein, zoals we dat in het verleden ook hebben gedaan. Welke keuzes maakt het college om duurzaamheid als kans in te zetten, waar de stad Heerlen echt van profiteert en op welke manier zal dat zijn? Voorzitter, dit is de bijdrage van Fractie Tijdeman voor de eerste termijn. Dank u wel. De voorzitter Ik dank de heer Tijdeman. Ik kijk naar de zaal. Er zijn geen verdere op- of aanmerkingen. De heer Tijdeman, Fractie Tijdeman Broodjes! De voorzitter
Pagina 53/171 Ik dank u. Dan gaan we nu in pauze. Namens de griffie vraag ik om het presidium boven bij elkaar te krijgen. Dan beginnen we om 18.45 uur aan de tweede termijn. Dank u wel. Smakelijk. De voorzitter schorst de vergadering van 17.30 uur tot 19.00 uur. De voorzitter Na een toch niet afgesproken langere schorsing. Dan moet ik toch naar het college achter mij kijken. We hadden gezegd 18.45 uur. Ik weet, het Limburgs kwartiertje, maar dat moeten we niet letterlijk en figuurlijk gaan opvatten. 18.45 uur is 18.45 uur. Op de eerste plaats mag ik de raad een compliment geven over de afspraken die we hebben gemaakt binnen het presidium. De 10 minuten en ook het niet onderbreken van de sprekers. Eerlijk waar, een compliment. Ik hoop dat het college daar ook lering uit trekt. Wij vragen om korte, duidelijke afspraken. To the point. Het woord is nu aan het college. Wethouder Simons. Wethouder Simons Dank u wel, voorzitter. Het werd al eerder in deze raad genoemd. Geachte raad, deze begroting is mijn laatste begroting als wethouder. Ik wil niet alleen reflecteren, maar ik wil ook vooruitkijken richting de toekomst. Want straks als ik geen wethouder meer ben, maar wel Heerlenaar en ook nog politicus, kijk ik ook richting de begroting die nu voorligt en de bijdrage die is geleverd, terug naar een mooie begroting en ook een gezonde begroting van een mooie stad.
Het was een van mijn ambities die ik altijd heb uitgesproken om deze stad financieel gezond te krijgen. Het was ook mijn ambitie om dit te verwezenlijken samen met het college, maar sterker nog, ook met de raad. Dat is in deze raad al diverse keren voor morgen of vanmiddag aangegeven: we moeten het samen doen. Daar ben ik het helemaal mee eens. De voorliggende begroting is een reële, realistische begroting. Ik vind dat wij op de goede weg zijn. Als ik, ik zeg, bedoel ik ook het college. Daarbij wil ik deze raad ook een compliment maken vanwege het feit dat u het bent geweest die mij en het herstelplan in de afgelopen tweeënhalf jaar heeft gesteund. Dat heeft mij ruimte gegeven om vast te houden aan de uitgangspunten van dit plan, waardoor er perspectief blijft op een redelijk gevulde algemene reserve en een gezond weerstandsvermogen. Ik wil u ook op het hart drukken om dit vast te houden. Daarbij wil ik ook mijn dank uitspreken naar de provincie. U hebt gehoord dat in het voorjaar het verdiepingsonderzoek, dat wij zijn ondergaan door de provincie, dat de provincie dit heeft aangehouden. We zijn in overleg geweest met de provincie, zowel ambtelijk, maar ook bestuurlijk. De provincie heeft zich ook als een kritische toezichthouder opgesteld, maar ook als iemand die de helpende hand biedt en daarbij opmerkingen heeft gemaakt die wij in deze begroting hebben verwerkt.
Daarom zie ik het verdiepingsonderzoek dat nu nadat wij de begroting hebben ingeleverd, met alle vertrouwen tegemoet. De voorliggende begroting is het resultaat van een aaneengesloten proces gedurende de afgelopen tweeënhalf jaar. Mits u als raad de richting in de gaten houdt, leidt dit tot een gezonde financiële begroting. Maar het onderliggende herstelplan maakt het ons niet makkelijk. Dat is ook aangegeven in de eerste termijn. Kort gezegd, we hebben meevallers in het herstelplan moeten stoppen en er was ook geen ruimte om grote financiële tegenvallers op te vangen. Het is balanceren op een smal koord. Het is niet even of slechts één begroting, maar we hebben dat gedurende de afgelopen vier jaar gedaan. Dat vraagt gewoon om uithoudingsvermogen. Tegelijkertijd zijn de ambities in deze stad als Heerlen niet zomaar op de lange baan geschoven en kunnen we niet vergeten dat er ook autonome ontwikkelingen zijn die positief kunnen uitvallen, maar helaas ook negatief. Toen wij daar als college in het voorjaar mee geconfronteerd werden, in de oude begroting, maar ook in de lopende begroting, en de negatieve voorspellingen voor de begroting die nu voorligt, wisten wij dat er iets moest gebeuren. We hebben ook ingegrepen.
Pagina 54/171 We hebben ingegrepen, we zijn aan de slag gegaan met zero based begroten. Op de allereerste plaats was het onze eerste opdracht, of beter gezegd, onze eerste zorg, om actuele financiële cijfers en een zo groot mogelijk realiteitsgehalte in de begroting in te bouwen. Er waren ook gewoon financiële tegenvallers. Dat zijn vervelende zaken, maar ik heb wel gezegd dat we nu beter schoon schip kunnen maken, zodat we een reële begroting neerleggen en we de schouders eronder kunnen zetten en meteen een goede basis hebben waar we in de komende jaren op voortborduren. Daarbij wil ik ook, dat mag ook een keer gezegd worden, een groot compliment geven aan de ambtenaren die ons daarbij hebben ondersteund. Ze hebben ook gedurende het zomerreces keihard doorgewerkt. Het product dat nu voor u ligt, is ook mede dankzij ambtenaren tot stand gekomen. Nadat wij de zero based budgetting hadden gedaan, bleek dat het tekort nog groter was. Maar goed, we zijn aan de slag gegaan, we zijn verder gaan bouwen en nu ligt er een transparante, reële begroting. We hebben iets meer massa in onze algemene reserve en we beschikken ook over een post Onvoorzien. Dat is het begin. De veerkracht van deze begroting is zeker nog niet voldoende, maar er is een begin gemaakt. Het is beter om zo'n begin te hebben, dan dat je uiteindelijk niet precies weet waar je aan toe bent.
We zijn optimistisch over dit verhaal. We presenteren hier ook een begroting met een behoorlijk bezuinigingspakket. Het college en ik beseffen dat ook terdege. We zijn er wel van overtuigd dat het door ons gepresenteerde bezuinigingspakket pijn doet, maar dat het best verdeeld is over het geheel. Het brengt de minste maatschappelijke schade toe. Dat is eigenlijk in het kort het verhaal van mijn inleiding. Dan wil ik nu even ingaan op de vragen die zijn gesteld vanuit de verschillende fracties. Ik begin met de fractie van de SP. De SP vroeg of een prognose kan worden gegeven van de Novembernota. Afgelopen dinsdag hebben we de conceptnovembernota in het college behandeld. Op dit moment is de prognose positief. Maar ik wil wel altijd een slag om de arm houden vanwege het feit dat in de maanden november en december altijd verrassingen op onze deurmat kunnen vallen, waardoor het positieve getal dat er nu is, kan slinken. Volgende week zal het college de Novembernota vaststellen. Vervolgens komt deze richting u. De SP vroeg naar de opdracht voor eerlijkere lokale heffingen. Die vragen hebben wij inmiddels naar aanleiding van artikel 33 vragen beantwoord. Begin 2021 presenteert het college hier scenario's voor. Die scenario's leggen wij ook voor aan de raad, zodat de raad daar ook een keuze in kan maken. Dat waren mijn vragen vanuit de fractie van de SP.
De heer Meyer, SP (interruptie) Voorzitter, sparen wij nu ook weer de vragen op of wat heeft u het liefst? De voorzitter Mijn voorstel is om de vragen even op te sparen. Eerst de wethouder zijn verhaal laten doen en dan de vragen te stellen. De heer Tijdeman, Fractie Tijdeman (interruptie) Ik heb toch even een verduidelijkende vraag, want er wordt een term gebruikt die ik niet snap. Ik hoor de wethouder zeggen: de veerkracht van deze begroting is nog niet wat het moet zijn. Ik ken de term 'veerkracht van een begroting' niet. Wat wordt daar precies mee bedoeld? Wethouder Simons De eerste stappen zijn gezet. Maar als college en wethouder heb je een ambitie dat er een begroting ligt die ook tegen een stootje kan. De begroting die er nu ligt, is een eerste stap. Als wij grote tegenvallers krijgen, hebben we grote problemen. Dat bedoel ik eigenlijk te zeggen met de veerkracht die er is. Hart-Leers heeft een vraag gesteld over de wachtgeldregeling, maar die zal dadelijk mijn collega De Beer beantwoorden. Dan ga ik door naar Partij Hoensbroeks Belang. De Partij Hoensbroeks Belang heeft vragen gesteld over het Aldenhofpark. Vanwege de corona die op dit moment heerst - meneer Horssels is aan het lachen - is
Pagina 55/171 er een vertraging in de aanbesteding opgetreden bij Woonpunt. De planning van Woonpunt is op dit moment dat zij begin 2021 gaan starten met de bouw en dat de bewoners een informatiebrief krijgen met alle gegevens van wanneer zij gaan starten enzovoorts. U hebt ook vragen gesteld over de horeca en over het verhogen van de marktgelden. Past dat binnen deze tijd? In de volledige begroting hebben wij geld gezocht. Dan ontkom je er niet aan om dat ook te verhogen met 3%. Dat is uiteindelijk ook gebeurd, maar hetgeen nu aan leges wordt geheven, is nog lang niet kostendekkend. Het CDA en Partij Hoensbroeks Belang stelden ook vragen over een snellere procedure voor wat betreft het wonen en dergelijke binnen de bestemmingsplannen. Het is helaas een wettelijke verplichting. Daar moeten wij ook aan voldoen. Daar voldoen wij ook aan. Maar ik heb altijd gezegd: als het sneller kan binnen de procedure, om wat voor reden dan ook, doe dat dan ook. We blijven mogelijkheden zoeken om ook binnen die procedure sneller de desbetreffende vergunningen te verlenen. De Partij voor de Dieren noemde de hondenbelasting. Dat is een wederkerend thema. Het college heeft gezegd: we blijven de hondenbelasting gewoon opnemen in de begroting. We hebben de raad echter wel gehoord in de discussies die wij in de commissie en de raad hebben gevoerd.
We hebben de hondenbelasting dit jaar dan ook niet geïndexeerd. Het is een eerste stap, maar het is niet zo dat wij op dit moment de hondenbelasting afschaffen. Dan hebben wij een tekort van 800.000 euro. Het is heel moeilijk om dat op dit moment op te vangen. In de eerste termijn werd ook een discussie gevoerd over de post Onvoorzien. Met deze begroting geeft u het college mandaat voor die 1,5 miljoen. Daarbij is het wel zo dat wij als college altijd in de P&C-cyclus verantwoording afleggen richting de raad over wat wij met het geld gaan doen. Waarom zouden wij dat willen? Puur voor de snelheid in de besluitvorming. Stel je voor dat het dak van een school lekt. Dan kunnen wij niet wachten tot de raad een besluit heeft genomen, waardoor wij drie weken later aan de reparatie van een dak beginnen. Dat zijn echt onvoorziene posten, waar ook meteen op geschakeld moet worden en waar wij ook meteen op moeten acteren en ageren. Daarom hebben wij gevraagd om het mandaat aan ons te geven, zodat wij daarover kunnen beschikken. Plus het feit dat wij altijd netjes, zoals dat hoort, ook verantwoording afleggen richting deze raad. De VVD had voor mij geen vragen. Dat zal waarschijnlijk nog terugkomen bij mijn collega's. De Stadspartij van de heer Hazen noemde de kaderbrief. Hetgeen u zegt, is correct. Wij hebben de kaderbrief in juni van dit jaar gepresenteerd.
Uiteindelijk is vanuit de Ouderenpartij het voorstel gekomen om dit uit te stellen richting september. In september is de kaderbrief vastgesteld. Daar hebt u ook gelijk in. Het college heeft besloten om volgend jaar geen kaderbrief meer aan te bieden aan deze raad. Wij willen een kadernota aanbieden aan deze raad. Dat betekent dat daar ook beleid in zit en een vooruitblik richting het nieuwe jaar. En dat wij, als college, altijd bereid zijn om samen met deze raad de kadernota in te vullen en alles wat deze raad aandraagt daarin te verwerken. De schuldquote. Daar hebt u ook gelijk in. Op dit moment hebben wij een financiële situatie die voorligt. Ook moeten we voldoen aan het herstelplan. Dat doen wij ook. Daarbij hebben wij een laag eigen vermogen. Doordat wij een laag eigen vermogen hebben, hebben wij ook een hoge schuldquote. Anderzijds heeft het college aan de raad gezegd: wij willen investeren in de stad. Daar hebben we geld voor nodig. Daardoor vertaalt de combinatie die er is zich uiteindelijk in de schuldquote. Maar gezien het feit dat het herstelplan en waarschijnlijk ook het jaarrekeningresultaat 2020 positief zal uitpakken, kunnen we dat weer in de algemene reserve stoppen. Hierdoor hebben we weer iets meer spek op de ribben en gaat de schuldquote hopelijk naar beneden. D66, meneer Bertholet.
Ik had het niet beter kunnen verwoorden dan wat u zei over de financiële begroting. Dat ga ik dus ook niet meer herhalen. Het klopt dat de begroting krap is, maar het is de eerste stap die we hebben gezet. Op die stap kunnen we voortborduren. Ik heb er ook alle vertrouwen in dat dit in de toekomst goed gaat komen. De Partij van de Arbeid noemde de coronaboekhouding. De coronaboekhouding is apart opgenomen. Dat hebben we ook gecommuniceerd met de raad. Daarom is deze ook niet meegenomen in deze begroting. We informeren de raad daar geregeld over. Wij doen dat zo lang de pandemie aanhoudt.
Pagina 56/171 U had ook iets gezegd over opschalingskorting. Die is bevroren in 2020 en 2021. Deze korting geldt voor alle gemeenten. De basis voor de verdeling van de opschalingskorting is hetzelfde als de verdeling in het Gemeentefonds. Die verdeling wordt gedaan over alle gemeenten in Nederland. U had het ook over de rechtmatigheidverklaring. De taken die door de accountant werden uitgevoerd, worden nu verschoven richting het college. Hierdoor moeten wij onze eigen rechtmatigheidverklaring afgeven. Zoals ik begrepen heb in het Binnenlands Bestuur, is het zo dat die wetgeving eigenlijk per 1 januari 2021 wordt ingevoerd. Zoals het er nu uitziet, zal die wetgeving uiteindelijk ook worden vertraagd waardoor de invoering later komt. Dat zijn de vragen wat mijn portefeuille betreft. De voorzitter Dank u, meneer Simons. Ik schrijf even op wie vragen wil stellen. Meneer Meyer. De heer Meyer, SP (interruptie) Het kan best zijn dat ik naar aanleiding van antwoorden op vragen die collega's straks stellen weer nieuwe vragen heb. Ik houd dat voorbehoud wel even. Ik vind het heel logisch dat we het opsparen, maar dat betekent wel dat ik wellicht dadelijk nog andere vragen zou kunnen hebben. Dat even terzijde. Wethouder Simons zegt dat de novembernota er goed uitziet. Dat is hoopvol. Dat is ook niet de eerste keer. Daar kunnen we in dit geval heel blij mee zijn.
Ik snap ook wel dat hij er nu niets over kan zeggen. Als hij er zicht op heeft, zou hij - hem kennende - tot op de punt en de komma precies weten hoe het zit, maar wel met het voorbehoud. Ik ben wel benieuwd wanneer de raad daar dan meer van weet, wanneer de jaarrekening duidelijk wordt. Welke toezegging op deadline of datum kan hij dan precies geven? Dat is mijn eerste vraag. Mijn tweede vraag gaat over de eerlijkere belastingheffing. Als ik het antwoord op de schriftelijke vragen had willen hebben, dan had ik de vraag niet gesteld, want die heb ik al gezien. Dit zeg ik met enige kritische ondertoon. Dat wist ik namelijk al. De vraag is: waarom heeft dit nu 2,5 jaar geduurd? Het creëren van scenario's op het vlak van eerlijke belastingheffing is namelijk lokaal helemaal niet zo onoverzichtelijk. Je kunt een paar dingen doen. Het is aan knoppen draaien. Waarom duurt dit nu 2,5 jaar? Ten tweede op dit tweede punt. Het college maakt natuurlijk wel degelijk een keuze. Het college kiest in deze begroting. U heeft dan weliswaar de scenario's niet voorgelegd. U heeft gekozen, want de ozb gaat met de inflatie omhoog en de gebruikersheffing, afval en riool, gaat met ongeveer 5% en zelfs ongeveer 8% omhoog. U kiest dus voor exact het tegenovergestelde van de ambitie van de geest van het coalitieakkoord. Waarom is dat? Wethouder Simons De heer Meyer vroeg naar de novembernota.
Ik ga op dit moment geen getallen noemen. Volgende week stellen wij de novembernota vast in het college. Daarna krijgt de raad gewoon de novembernota. In november krijgt u gewoon de novembernota, dus dan weet u in principe ook wat het saldo is. De heer Meyer, SP (interruptie) Voor de helderheid: dat is dus dinsdag college en dinsdagmiddag novembernota. Ik wil even scherp hebben waar we het over hebben, want 'nadat het college het heeft vastgesteld' kan ook 30 november zijn. Het is dinsdag 11 november in de middag. Wethouder Simons Dinsdag 10 november. Meneer Meyer, om de ambtelijke organisatie niet te belasten, neem ik de vrijheid om dit op woensdagochtend te doen. Ja? U zei: eerlijke belastingen, waarom nu? Ik ben daar gewoon heel eerlijk in. Mijn aandacht is er niet naar uit gegaan. Vandaar dat ik er ook niet naar heb gekeken tot u mij daarop attendeerde door middel van de
Pagina 57/171 artikel 33-vragen. Toen heb ik de ambtelijke organisatie de opdracht gegeven om die scenario's uit te werken. Het is dus een fout van mezelf, in die zin dat ik daar geen aandacht voor heb gehad. De heer Meyer, SP (interruptie) Ruiterlijk toegeven is inderdaad beter dan eromheen draaien. Dat maakt het niet goed, maar dat is wel eerlijk. Ik zou wel het volgende aan het college willen meegeven. Ik begrijp dat dit niet deze wethouder zal zijn. We gaan niet op die scenario's wachten tot in maart of april. Die scenario's kunnen er gewoon begin 2021 liggen. Het is namelijk niet alleen uw verantwoordelijkheid, maar die van het hele college. Die zaten er keer op keer bij. Dan wil ik gewoon in januari scenario's zien. Zo moeilijk kan het niet zijn. Ik wil best meehelpen. Als we straks een uurtje hebben, dan hebben we zo wat scenario's gevonden. Ik heb al een paar voorstellen gedaan. Maar dan gaan we ook niet heel veel langer wachten. Dan is het uiterlijk 31 januari gewoon scenario's op tafel. Dan gaan we erover debatteren. U kunt dat nu makkelijk toezeggen, zou ik zeggen. Wethouder Simons Er spookt iets anders door mijn hoofd. Maar goed, dat ga ik niet zeggen. We kunnen zeggen dat we die scenario's in de commissie van februari bespreken. Dan hebt u ze in januari. Ja? Oké, prima.
Mevrouw Géron, Partij voor de Dieren (interruptie) Ik kom weer even terug op de reserve van 1,5 miljoen en het mandaat. U zegt: wij willen daar vrij over kunnen beschikken. U noemt als voorbeeld een lekkend dak. Me dunkt dat je voor 50.000 euro wel wat dak kunt laten repareren. Dan hoeft de raad daar niet aan te pas te komen. Wethouder Simons Mevrouw Géron, dat dacht ik ook, tot ik een offerte liet komen van een dakdekker. Als ik dan kijk naar het dak van mijn huis, dan schrik je van de prijs. We hebben vorig jaar ook een lekkage gehad in het Bernardinuscollege. Daar kostte het dak 100.000 euro. Je kunt dan wel zeggen: tot 50.000 euro is het mandaat van de raad. Dat klopt. Maar van de andere kant is het zo dat we dan niet drie weken moeten wachten tot we een besluit kunnen nemen. Dat is dus puur het mandaat om uiteindelijk onvoorziene zaken die niet kunnen wachten, waar wij heel snel op moeten acteren, kunnen oppakken. Dat betekent niet dat we geld verkwisten, maar dat betekent gewoon dat we die onvoorziene zaken meteen oppakken en meteen actie ondernemen. Mevrouw Géron, Partij voor de Dieren (interruptie) Nog heel even. Je kunt het dak niet meteen repareren of een noodreparatie maken. Je moet een offerte opvragen. Je moet een keuze maken. Je moet repareren. Dan heb je twee weken voordat je de factuur betaalt.
Ik denk dat je het in die tijd best aan de raad kunt voorleggen mocht dat richting 100.000 euro gaan. Wethouder Simons Ik denk dat we daarover van mening verschillen. Dan kunnen we er nog heel lang over doordebatteren, maar goed, ik heb mijn standpunt net duidelijk gemaakt in deze. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Gisteren kreeg ik een hele trits brieven met allerlei antwoorden op verschillende vragen. Er was ook een antwoordbrief bij die ging over het wachtgeld. In het antwoord stond onder andere dat de wethouder er wel of niet gebruik van zou gaan maken. En het niet wethouder De Beer is die daar een keuze in maakt, maar toch echt de vertrekkend wethouder. Ik zou dus graag van de wethouder die nu achter het spreekgestoelte staat willen weten: gaat u wel of geen gebruikmaken van die wachtgeldregeling?
Pagina 58/171 Wethouder Simons Zoals ik net heb gezegd, wethouder P&O is de heer De Beer. De heer De Beer zal een antwoord geven op de wachtgeldvraag. De heer Oulad Lmaroudia, D66 (interruptie) Ik wil iets van mijn borst af. Ik weet niet of dat politiek kan, maar het lijkt mij heel ongebruikelijk om de wethouder aan te spreken op regelingen waar hij recht op heeft. Ik weet niet of dit een politiek punt is, maar dat is een eigen privé keuze. Ik kan me best voorstellen dat dit niet echt de gepaste vraag is richting de wethouder. Ik weet niet of ik dat correct heb. Meneer de wethouder, kunt u daar iets over vertellen? De voorzitter De wethouder heeft het antwoord gegeven. Ik denk dat we even het antwoord van wethouder De Beer moeten afwachten. De heer Oulad Lmaroudia, D66 (interruptie) Nee, mijn vraag is of deze vraag vanuit de raad een vraag is die wij mogen stellen in verband met privacy. Ik neem aan dat er ook bepaalde privacyregelingen zijn, waarop de wethouder zich kan beroepen. Dat is mijn vraag. Wethouder Simons Er zullen zeker regelingen zijn waar ik me op kan beroepen als zijnde privacy, maar ik weet niet of dat hieronder valt. De raad mag alles vragen. Wij geven daar als college antwoord op. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Voor alle duidelijkheid, ook naar de spreker voor mij. Ik citeer nu uit het antwoord dat ik gisteren van het college heb gehad.
Daar stond onder andere in dat de scheidend wethouder erover gaat of hij er wel of geen gebruik van maakt. Nu zou het best kunnen dat wethouder De Beer dadelijk vertelt of wethouder Simons er wel of geen gebruik van kan maken. Dat zal waarschijnlijk zo zijn, neem ik aan. Wethouder Simons doet dat om de een of andere reden zelf niet. Maar het enige wat ik doe, is refereren aan de antwoorden die ik gisteren heb gehad. Zonder disrespect naar iemand toe. Het is misschien goed dat ook voorgaande spreker weet dat ik regelmatig informeer naar wachtgelders en hoe het een en ander zich tot elkaar verhoudt. Dat doe ik in deze situatie hetzelfde. De voorzitter Dat heeft u ook gedaan. We moeten het antwoord maar even afwachten. De heer Horssels, Partij Hoensbroeks Belang (interruptie) Ik moest even lachen bij het antwoord op de vraag over de bouwactiviteiten van het Aldenhofpark, maar het was niet de bedoeling om de wethouder uit te lachen. Ik moest lachen, omdat ik het niet zo goed begrijp. Woonpunt is al jaren bezig en wil eigenlijk al jaren bouwen op dat Aldenhofpark. Ik begrijp ook wel dat corona en andere formaliteiten daarmee te maken hebben. Mijn vraag is dan: wanneer hebben zij die omgevingsvergunning aangevraagd? Dat kan ook al een hele tijd van tevoren zijn geweest. Kunt u mij zeggen wanneer zij dat hebben aangevraagd? Dat kan voor corona zijn geweest.
Wethouder Simons Ik weet niet precies wanneer Woonpunt die omgevingsvergunning heeft aangevraagd. Maar als ik hoor dat ze begin 2021 starten met de bouw, dan zal die omgevingsvergunning verleend zijn. Maar als u de exacte datum wilt weten, dan kan ik dat voor u navragen. Ik weet dat helaas niet uit mijn hoofd. De heer Horssels, Partij Hoensbroeks Belang (interruptie)
Pagina 59/171 Dank u wel. De heer Verreck, PvdA (interruptie) U noemde de opschalingskorting en u legde wat uit over de systematiek, maar dat was mijn vraag niet. Ik had heel goed begrepen hoe de systematiek werkt. Ik heb ondertussen ook begrepen dat in Rutte III is besloten om de eventuele noodzaak tot herindelen of opschalen weg te laten, maar de korting te laten bestaan. Dat is dus met dank aan Rutte III en ook nog even ter informatie voor de heer Meyer. Dat lag dus niet aan Rutte II. Meneer Leers, de SP zat niet bij Rutte III. Mijn vraag ging niet over de systematiek, maar meer over het effect ervan. Er is nu twee jaar gezegd dat we het bedrag niet gaan korten als gevolg van corona. Mijn vraag was: wat is het effect van de opschalingskorting op onze begroting? We krijgen 1 miljoen minder. Als Heerlen, met een inwoneraantal van bijna 88.000, 1 miljoen minder krijgt, dan krijgt een gemeente met een inwoneraantal van ongeveer 37.000 misschien wel 4 miljoen minder. Mijn vraag ging veel meer over wat de opschalingskorting betekent voor de gemeenten in Parkstad. Is dit een onderdeel van gesprek met de colleges onderling? Zo van, krijgen jullie ook de opschalingskorting? Wat doen we eraan? Moeten we niet kijken hoe we dat niet meer krijgen? Daar ging mijn vraag veel meer over dan over de daadwerkelijke systematiek van de opschalingskorting, want die had ik begrepen.
Wethouder Simons Ik kan daar nu niet een, twee, drie antwoord op geven, maar ik kan er wel op terugkomen. Dan krijgt u van mij voor morgen het antwoord. De heer Hazen, Stadspartij (interruptie) In het betoog van de Stadspartij hebben wij aangegeven dat wij de gecorrigeerde netto schuldquote enorm hoog vinden en dat dit toch tot zorgen leidt. We vragen hoe we dit ooit kunnen aflossen. De wethouder geeft me er gelijk in dat dit inderdaad zorgelijk hoog is. Hij zegt dat het met het herstelplan zou moeten lukken om daar een lager getal in te krijgen, dus minder schulden en een gunstigere schuldquote. Dat is de verhouding tussen de schuld en hetgeen wij jaarlijks binnenkrijgen. Maar als ik dit begrotingsboek zie, dan zie ik daar staan dat de gecorrigeerde netto schuldquote wordt verwacht eind 2021 97,6%. 468 miljoen. Dan zie ik voor 2022 104%, 2023 102% en uiteindelijk pas in 2024 98%. Al die drie getallen zijn nog hoger als hetgeen voor volgend jaar wordt verwacht. Waar zit hier dat herstelplan? Wethouder Simons Ik ben overvraagd, meneer Hazen. Wanneer we aan het herstelplan voldoen, dan voldoen we aan de afspraak die we hebben gemaakt met de raad en de provincie. Als we in de jaarrekening een positief saldo hebben, dan storten we dat in de algemene reserve, waardoor de schuldquote zou moeten zakken. U noemt andere cijfers. U noemt de cijfers die in het boek staan.
De heer Hazen, Stadspartij (interruptie) Ik noem geen andere cijfers. Deze cijfers staan in het boekwerk dat u aan ons hebt verstrekt. Ik weet het niet. U kunt daar morgen op terugkomen. Wethouder Simons Dan kom ik daar morgen op terug. De heer Aarts, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Ik moet constateren dat een vraag van ons aangaande de subsidieregelingen en de subsidies niet is beantwoord. Dan een tweede aanvulling op de discussie rondom de 1,5 miljoen. Ik denk dat het goed is als het college een grote mate van vrijheid krijgt om hier bij onvoorzien mee te werken. Mevrouw Géron
Pagina 60/171 zegt: je hebt toch altijd twee weken de tijd om dat te doen? Ik pak even een zomerreces, waar we wekenlang weg zijn. Dan lukt dat niet. We hebben dadelijk kerstreces. Moeilijk te bereiken. Ik denk dat het goed is als we aan het college vragen: zodra jullie een uitgave hebben gedaan, rapporteer die dan vervolgens aan de raad. Dan hebben we daarmee heel kort na de besteding met elkaar een gesprek erover. Wat is daar de mening van het college over? Wethouder Simons Het klopt dat de heer Aarts een vraag had gesteld over de subsidie. Ik had het op een ander blaadje liggen, dus vandaar dat ik net vergeten was om dit te beantwoorden. Zoals u weet, haalt de heer De Bruin subsidies binnen voor de gemeente Heerlen en Parkstad. De heer De Bruijn werkt twintig uur per week om subsidies binnen te halen. Wij stellen nu een regionale lobbyagenda op. Daar maken wij ook de koppeling met de heer De Bruijn. Wij geven hem ook de opdracht om meer gerichtere subsidies, dus voor de gemeente Heerlen, binnen te halen. Dat zijn eigenlijk de stappen die we nu gaan nemen. Dus dat op de eerste plaats. Op de tweede plaats vroeg u om een uitgave te rapporteren aan de raad. Dat is wat mij betreft geen probleem. De heer Hazen, Stadspartij (interruptie) Ik heb toch een vraag over de post onvoorzien, omdat de heer Aarts daarop terugkomt.
Het lijkt me inderdaad logisch dat je een dak moet repareren als je dit moet repareren. Je kunt het niet laten lekken. Maar wij hebben nooit een post onvoorzien gekend. Hebben we in de afgelopen jaren al die daken dan wel laten lekken? Wethouder Simons In de begroting stond een post onvoorzien, alleen stond daar 1 euro in. Daar kun je geen dak voor repareren. Als zich dergelijke zaken voordeden, dan moesten wij dat bekrachtigen in een collegebesluit. Er werd dan geld voor vrijgemaakt en dan werd dit in de zomernota of de novembernota gerapporteerd aan de raad. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) De wethouder zei enige momenten geleden dat het geen probleem is om ons daar achteraf over te informeren. Het is toch veel beter om de raad daar meteen in mee te nemen als zich zoiets voordoet, zo van: "Jongens, er is iets onvoorziens aan de hand. We willen het zo aanpakken. Het gaat zoveel kosten. Dit is het." Want anders is het gewoon een voldongen feit en dan heb je daarmee te doen. Ik impliceer daar niet mee dat wij die gang van zaken goed vinden, want wij hangen eigenlijk de manier aan van mevrouw Géron. Maar u kunt op z'n minst de raad vooraf informeren en meenemen, in plaats van te zeggen: we hebben het zo gedaan, dit is het. Bent u dat met mij eens? Wethouder Simons Het is maar hoe je het interpreteert.
Laat ik het zo zeggen: op het moment dat er iets gebeurt, informeren wij meteen de raad. Ja? Goed? De heer Tijdeman, Fractie Tijdeman (interruptie) De wethouder zegt dat de kaderbrief wordt vervangen door een kadernota en dat daarin ook alles zal worden meegenomen en verwerkt vanuit de raad. Een van de opmerkingen in de bijdrage van de heer Hazen was dat vooral ook het tijdstip van de kaderbrief een rol speelde. Datzelfde kan natuurlijk gelden als de kaderbrief wordt vervangen door een kadernota en er niet voldoende tijd is voor de raad om de input vooraf te leveren. Hoe is daarin voorzien? Is daarin voorzien? Wethouder Simons
Pagina 61/171 De kadernota wordt in mei/juni aangeleverd. De termijnen in de hele P&C-cyclus staan vast. Als wij dat in mei of juni aanleveren, dan kan deze raad nog allerlei inbreng leveren. Maar wij kunnen van tevoren ook kijken of wij samen met de raad eventueel een bijeenkomst organiseren, waarin wij zulk soort zaken al voorbespreken. Dat zou ook nog kunnen. Dus dan wordt de raad eerder meegenomen alvorens de kadernota er ligt. Dan worden de opmerkingen ook meteen in de kadernota verwerkt. De heer Tijdeman, Fractie Tijdeman (interruptie) Dat is dan inderdaad precies wat ik bedoel. Ik hoor de wethouder nu een voorstel doen, zo van dat zouden we kunnen doen. Ik zou dat dan veel meer in de lijn van wat eerdere sprekers ook hebben gezegd, als vaststaande afspraak willen neerleggen dan als een voorstel van datgene wat we mogelijk zouden kunnen gaan doen. Kunnen we ervan uitgaan dat we dat op die manier ook gaan doen? Wethouder Simons Ik wil daar even een slag om de arm houden, want ik wil dat even met het college bespreken. Ik kan hier van alles roepen, maar het college moet er ook mee akkoord gaan. Als u mij dat toestaat, dan zal ik dat met het college bespreken en er morgen even op terugkomen. De heer Sijstermans, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Ik heb de wethouder net horen noemen dat de rechtmatigheid door de gemeente zelf gedaan zou moeten worden.
Dat werd normaal door de accountant gedaan. Nu ben ik toevallig lid geweest van de commissie voor de aanbesteding van de accountant. De accountant is ervan uitgegaan dat de kwestie rond de rechtmatigheid wordt gedaan door de gemeente. De wethouder zegt dat we die datum hoogstwaarschijnlijk niet zullen halen. Dat zou dus betekenen dat wij afspraken hebben gemaakt met de accountant. We hebben het ook nog op een dusdanige manier ingekleed dat er geen meerwerk zou komen. Als er een hoop werk op die accountant afkomt, dan denk ik dat we ergens tegenaan lopen. Ik denk dat we nu al een begrotingswijziging in ons achterhoofd moeten houden op een begroting die nog niet is goedgekeurd. Wat denkt de wethouder daarvan? Wethouder Simons Ik heb net aangegeven dat ik in Binnenlands Bestuur heb gelezen dat de wetgeving waarschijnlijk in 2021 niet wordt geïmplementeerd. Daarmee heb ik niet gezegd dat ze niet wordt geïmplementeerd. Ik heb dat gelezen in het Binnenlands Bestuur. Daar gaven ze dat aan. Ik weet dus niet of het wel of niet wordt geïmplementeerd. Ik houd een slag om de arm. Mocht het zo zijn dat het niet zo is, dan hebben we een andere situatie en dan moeten we met de accountant om tafel. De voorzitter Dank u wel, wethouder Simons. Dat was uw termijn. Het woord is aan het college, de heer Van Zutphen.
Wethouder Van Zutphen Ik zal het over een aantal onderdelen voor mijn portefeuille, al dan niet tijdelijk, hebben. In eerste instantie het sociaal domein. Dan centrum en de tijdelijk portefeuille Veiligheid. Ook zal ik de relatie tussen college en raad voor mijn rekening nemen, omdat daar ook een aantal vragen over zijn gesteld. Eerst het sociaal domein. De heer Meyer is begonnen met een beschouwing over de discussie die in eerste instantie hierbij in juni in de raad en daarna via de media is gevoerd over de financiële situatie van de gemeente Heerlen en het al dan niet samenhangen daarvan met sociale keuzes die deze gemeente maakt. De vraag was: zijn die sociale keuzes de oorzaak van de financiële problemen of een deel van de oplossing? Daar kan ik eigenlijk heel makkelijk op antwoorden door te verwijzen naar informatie die de raad eerder heeft gehad. Namelijk als een bijlage bij de schriftelijke vragen die deze zomer zijn gesteld, heeft u een overzicht gekregen van inkomsten en uitgaven sociaal domein en dan specifiek de inkomsten en uitgaven van de taken die door het Rijk zijn overgeheveld. Daaraan ziet u dus dat we op sommige onderdelen van
Pagina 62/171 het sociaal domein tekort komen, maar op andere overhouden. Per saldo krijgen wij meer budget van het Rijk voor deze taken dan wij hoeven uit te geven. Is het een soort manna dat uit de hemel komt vallen of een ongelofelijk toeval? Zeker niet. Het is een kwestie van jarenlang investeren in het oplossen van problemen. Ook is het een kwestie van keuzes die wij daarover hebben gemaakt. De gemeenteraad heeft vorig jaar een overzicht gekregen van de Wmo-kosten: begeleiding, dagbesteding en het welzijnswerk. Voor wij de STAND-BY!-constructie hadden, en de kosten sedert de invoering van de STAND-BY!-constructie zijn de kosten bij ons drastisch gedaald. Terwijl in het hele land in vrijwel alle andere gemeenten de kosten van dat onderdeel van de Wmo, begeleiding dagbesteding, enorm zijn gestegen. Niet omdat die gemeenten iets geks doen, maar gewoon door vergrijzing, toename problematiek onder de doelgroep enzovoorts. Door de STAND-BY!-constructie leveren we betere en snellere kwaliteit. Bovendien zijn de kosten gedaald. Zo zou je eigenlijk het hele rijtje kunnen langslopen, hoe de keuzes die wij eerder hebben gemaakt hebben bijgedragen aan het oplossen van het financiële probleem van de gemeente. Desondanks hebben we natuurlijk ook op sociaal gebied een enorme opgave en hebben we op onderdelen ook te maken met sterk stijgende kosten.
Pagina 239 van het begrotingsboekwerk is veelzeggend. Daar ziet u het hele lijfje van extra uitgaven die we bij de start van de begroting hebben moeten meenemen. Dan gaat het bijvoorbeeld over 1,7 miljoen extra voor beschermd wonen, bijna 1,2 miljoen voor hulp bij het huishouden als gevolg van het zogenaamde abonnementstarief, de extra uitgaven voor jeugd, waar u eerder ook over geïnformeerd bent. We hebben dus wel degelijk een enorm probleem. Maar per saldo is onze sociale investering een deel van de oplossing en niet de basis van het probleem. Dan ga ik over naar het volgende punt dat in ieder geval door de SP en door de Partij voor de Dieren is genoemd. Dat gaat over de bewindvoering. Ook daar begin ik met een verwijzing naar pagina 239. Daarin ziet u een regeltje. Daar staat: bewindvoering min 920. Bij "min" denkt u: dat zijn minder uitgaven. Maar min 920 achter het regeltje bewindvoering, betekent dat wij nog eens 920.000 euro extra uitgaven verwachten voor bewindvoering. Even daar boven bij gemeenschappelijke regelingen vindt u ook extra uitgaven. Daar zit ook 280.000 euro extra voor de Kredietbank Limburg in. Dus we beginnen het begrotingsjaar met 1,2 miljoen extra voor schuldhulpverlening en bewindvoering.
Dat heeft voor een deel te maken met financiële problematiek die onder veel mensen heerst, maar het heeft voor een heel belangrijk deel ook te maken met de manier waarop dat in Nederland is geregeld. Dat probleem hebben gemeenten in het hele land, van rijk tot arm, van groot tot klein, van noord tot zuid. Overal in het land hebben ze jaar in, jaar uit te maken met toenemende kosten van bewindvoering, omdat weliswaar de gemeente de rekening moet betalen van bewindvoering, maar er helemaal niets over te zeggen heeft of die bewindvoering wordt toegekend, hoe lang die doorloopt enzovoorts. Dat beslist de kantonrechter. Blijkbaar werkt dat zo. Vaak zijn bewindvoerders zeer integer werkende mensen. Maar het is voor sommigen ook een verdienmodel. Je vraagt bewindvoering aan voor iemand. De kantonrechter kent het toe en vervolgens worden maand in, maand uit bedragen tussen 90 en 140 euro betaald aan de bewindvoerder voor het voeren van bewind bij mensen. Niemand trekt ooit aan de bel bij de kantonrechter. Bij de een zal dat levenslang moeten doorlopen. Als je iemand hebt die dementerend is, dan moet je echt niet verwachten dat die nog een keer zelf zijn centen kan beheren. Maar er zijn natuurlijk ook mensen die daar tijdelijk wat moeite mee hebben, maar die je wel degelijk kunt aanleren om dat zelf te doen. Tot nu toe zit er geen enkele prikkel in dat systeem.
Dat leidt er dus in het hele land toe dat die kosten enorm oplopen en dat op dit moment iets van 4.000 Heerlenaren - let op wat ik zeg: 4.000 Heerlenaren bewindvoering hebben. Nu is daar het volgende aan de hand voor de toekomst. Op de eerste plaats krijgen gemeenten gelukkig eindelijk vanaf volgend jaar een adviesrecht voor nieuwe gevallen naar de kantonrechter. Van dat adviesrecht willen wij uiteraard graag gebruikmaken. Wij als gemeente Heerlen kunnen natuurlijk ook niet oneindig doorgaan met maar ophogen, ophogen, ophogen, zonder dat wij daar iets over te zeggen hebben. Vandaar dat wij hebben gekeken hoe je kunt proberen daar wat aan te doen.
Pagina 63/171 Dat leidt ertoe dat wij hebben gekeken hoe het zit met de bijstandverstrekking voor bewindvoering. Voor mensen met een inkomen tot 120% van het bijstandsminimum betalen wij de bewindvoering. Wat gebeurt er vervolgens? Als iemand tegelijkertijd bewindvoering en schulden heeft, dan leidt de door ons verstrekte bijstand ertoe dat de betreffende persoon extra geld heeft. Dat betekent dus dat er extra geld beschikbaar is om de schuldeiser te betalen. Dus bij alle mensen die tegelijkertijd bewindvoering hebben en schuldsanering, betalen wij via de bijzondere bijstand voor de bewindvoering eigenlijk de schuldeisers. Dat is een effect dat wij erg ongewenst vinden. Daarom stellen wij aan de raad voor om de grens van 120% van het minimum te verlagen naar 100% van het minimum. Dat houdt in dat mensen altijd 100% minimum overhouden, maar voorzover ze geld hebben tussen 100% en 120%, verstrekken wij daar bijstand voor. Er is gevraagd welk effect dit heeft. Het effect voor de mensen die tegelijkertijd schuldenbewind hebben, is er voor de mensen zelf niet. Alleen de schuldeisers krijgen meer geld. Maar er is ook een groep - ik vind dat ik dat hier duidelijk moet zeggen - mensen die wel bewindvoering hebben, maar geen schulden. Daar betekent het voor dat zij een bedrag tussen de 90 euro en 135 euro per maand voortaan zelf moeten betalen. Dat hakt er flink in.
Als de raad zegt "dat willen wij niet", dan moet de raad besluiten om die verlaging van de grens wel te doen bij mensen met schuldenbewind, maar niet bij mensen die geen schulden hebben. Ik waarschuw er dan wel voor dat dit geen gratis optie is. Het betekent dat van de bezuinigingsdoelstellingen van ongeveer 770.000 euro, ongeveer 300.000 euro niet behaald zou worden. Er is ook een ander effect van het feit dat mensen niet meer zo makkelijk bijstand krijgen voor de bewindvoering, namelijk dat er dan misschien toch wel eens iemand aan de bel gaat trekken, zo van: is de bewindvoering wel nodig; is het wel zinvol om deze oneindig te laten doorlopen? Kan de betreffende meneer of mevrouw niet worden aangeleerd om voortaan zelf met zijn geld om te gaan? Of hoogstens een constructie toe te passen die ook mogelijk is bij de Kredietbank, waarbij een externe zorgt voor betaling van de vaste lasten, maar dat mensen verder niet onder bewind staan. Dat is in ieder geval de informatie over deze regeling en de effecten daarvan. Dan ga ik over naar de Ouderenpartij. De gehandicaptenparkeerkaart is een beetje hetzelfde verhaal. Tot nu toe krijgen mensen de keuringskosten voor de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart betaald. Het voorstel is dat mensen alleen nog maar met een inkomen tot 110% bijstandsminimum die keuring kunnen declareren bij de gemeente.
Daar krijgen ze bijzondere bijstand voor. Als u daar moeite mee hebt, dan kost dat wel 80.000 euro. We hebben als college, dat geldt ook voor het voorgaande, niet voor niets een breed, evenwichtig pakket voorgelegd aan de raad, waarvan we zeggen dat we uit ieders portefeuille proberen iets bij te dragen om het financiële probleem dat we met zijn allen hebben op te lossen. Dan Partij Hoensbroeks Belang. U hebt een aantal heel nadrukkelijke opmerkingen gemaakt over concentratie van problematiek versus spreiding van mensen met problemen, misbruik van PGB's enzovoorts. Volgens mij heb ik al een keer in een persoonlijk gesprek tegen u gezegd dat we eigenlijk helemaal niet zozeer van mening verschillen. Ook wij zien dat er op sommige plekken in de stad een probleem is. Ook wij willen, net zoals u, dit soort vormen van onnadenkende concentratie zoveel mogelijk bestrijden. Alleen, wat heb je daar als gemeente over te zeggen? Woningcorporaties, maar zeker ook particuliere verhuurders, bepalen zelf aan wie zij verhuren. Mensen beslissen in samenhang zelf waar zij gaan wonen. Dus het idee dat het de gemeente is die zomaar mensen ergens neerzet of kan verhinderen dat mensen ergens in een foute concentratie bij elkaar wonen, ik zou willen dat we daar als gemeente meer instrumenten voor hebben, maar die hebben we niet.
We spreken natuurlijk wel degelijk degenen die daar wel bij betrokken zijn daar nadrukkelijk op aan: denk na wat je daar aan het doen bent en overleg dat met ons. Heel concreet: u noemde Hoofdstraat-West, Harmoniestraat. We hebben zowel met Op Mezelf, de zorginstelling die daar opereert, als met Woonpunt een heel pittig gesprek gehad over dat de concentratie die zich op die plek heeft voorgedaan, ook nog eens op een plek waar sowieso al een aantal kamerverhuurbedrijven enzovoorts bezig zijn. Wij zijn daar ontzettend ongelukkig mee. We zijn er gewoon boos over dat dit op geen enkele manier met ons is overlegd. Wij namen op een gegeven moment van buiten waar dat dit zich begon af te spelen. U hebt daar terecht over aan de bel getrokken.
Pagina 64/171 U kunt er ook van verzekerd zijn dat wij dezelfde kritische houding als u hebben als het gaat over het verkeerd gebruik - zeg ik er nadrukkelijk bij - van PGB's. Het CDA. Zorgbuurthuizen. We hebben daar inderdaad in het coalitieakkoord een aantal dingen over opgenomen. Er staat overigens ook uitdrukkelijk in het coalitieakkoord dat wij dat als gemeente niet kunnen betalen. Wij hadden de hoop of de verwachting dat de Rijksoverheid het gat dat is gevallen door het wegvallen van de verzorgingshuizen, een financieringsconstructie in het leven zou roepen om dat weer mogelijk te maken. De heer Verreck weet nog wel wat zzp-1, 2 en 3 is. Die zijn dus helemaal weggevallen. Dat is een lichte vorm van ondersteuning. Daardoor is het voor zorginstellingen financieel heel moeilijk om zomaar uit de mouw te schudden om zoiets te doen. Minister De Jonge heeft wel een aantal keer laten weten het idee heel aantrekkelijk te vinden, maar de financieringsconstructie zit er nog niet bij. Dat wil niet zeggen dat we hebben gezegd: dan doen we maar niets. We zijn met drie grote zorginstellingen in Heerlen hierover in gesprek.
Twee daarvan, te weten Meander en Sevagram, willen niet letterlijk zorgbuurthuizen volgens het bestaande model gaan inrichten, maar willen wel degelijk op locaties die zij in beheer hebben en waar ook woningen zijn, een link leggen tussen een groep woningen en een buurtsteunpunt of een zorgcentrum dat ze daar ook in de buurt hebben. Daardoor kan het bijvoorbeeld toch mogelijk zijn dat echtparen waarvan de ene partner dementerend is en echt in het verpleeghuis moet en de ander toch nog gewoon zelfstandig kan wonen, in ieder geval heel dicht bij elkaar in de buurt kunnen wonen. Dat is niet helemaal het model dat we voor ogen hadden, maar het komt wel in de buurt. We zullen u daar verder schriftelijk over informeren. Dan de Partij voor de Dieren. Roze Zaterdag. Wat mij betreft is het toch een beetje een herhaling van zetten. We hebben in een memo en in een serie schriftelijke vragen heel uitgebreid aangegeven waarom wij daar op dit moment geen mogelijkheden voor zien. Wat dat betreft is daar geen verandering in gekomen. Wij hebben daar eerder een beroep op de provincie voor gedaan, maar dat heeft niet tot resultaat geleid. De Partij van de Arbeid. Slachtofferhulp. Dat is een beetje een gekke constructie. Gemeenten uit het hele land betalen daaraan mee, sommige wel en sommige niet.
Iedereen uit het land, of je nu uit een gemeente komt die betaalt of niet, kan daar gebruik van maken als je iets overkomt. Het is dus een beetje een soort lokale ondersteuning van landelijke dienstverlening. Ik moet toegeven dat het wringt, maar gezien de financiële situatie waarin we verkeren, hebben we daar toch voor gekozen. U vraagt hoeveel skaeve huzen in Heerlen komen. De verwachting is 6 van de 21. De rest wordt keurig verspreid over Parkstad. We hopen daar in het voorjaar van 2021 verder dingen te kunnen neerzetten. De communicatie daarover is natuurlijk ook afhankelijk van hoe het bestemmingsplan ter plekke eruitziet. Als een bestemmingsplanwijziging aan de orde is, is de communicatie met de buurt en de mogelijkheid om bezwaar en beroep in te dienen natuurlijk heel anders dan als iets al qua bestemming kan. Het communicatietraject is dan ook anders. De bezuinigingen op de inburgering gaan eigenlijk over de invoeringskosten. In Zuid-Limburgs verband zijn we al een tijd met een aantal deskundige partners aan de gang met de invoering. Op grond daarvan verwachten wij op de invoeringskosten te kunnen besparen zonder af te doen aan de kwaliteit. De heer Tijdeman noemde de taakstelling BUIG. We hebben een aantal jaar achter elkaar geld overgehouden op de bijstand. Dat is in het verleden weleens anders geweest. Degenen die langer in deze raad zitten, weten dat nog wel.
Er zijn heel veel jaren geweest dat we draconische tekorten hadden op de bijstand, tot een tekort van 28% van het budget. Maar daar is een aanzienlijke verbetering in gekomen. Die leidde ertoe dat we een aantal jaren geld overhielden. Bij de Begroting 2020 hebben we dat voordeel ingecalculeerd als taakstelling. Juist op dat moment begonnen de bijstandcijfers zich toch ongunstiger te ontwikkelen, waardoor we naar verwachting die taakstelling, dat verdienen aan de bijstand, dit jaar niet kunnen halen. Daarnaast heb je natuurlijk de reguliere vraag of je uitkomt met de bijstand. Dat zag er bij de zomernota nog heel slecht uit, want toen ging het Rijksbudget opeens omlaag met 2 miljoen en de uitgaven, mede vanwege corona, gingen heel erg omhoog. De verwachting is dat we in de novembernota weer een tegenovergesteld bericht kunnen melden. Het rijksbudget dat wij als gemeente Heerlen krijgen, is alsnog
Pagina 65/171 met 4 miljoen euro omhooggegaan. Deze informatie staat op de website van het ministerie. Ondanks corona, hebben de uitgaven zich veel minder ongunstig ontwikkeld als waar we eerst bang voor waren. Dus in hele grote lijnen zullen we nu ongeveer uitkomen met het BUIG-budget. In de begroting 2021 is dat ook als uitgangspunt genomen. We hebben dus niet meer ingecalculeerd dat we geld overhouden. Centrum. Een aantal gestelde vragen en gemaakte opmerkingen over het centrum zullen worden beantwoord door collega wethouder Clemens, met name als het gaat over onderwijsvoorzieningen naar het centrum en het wonen. De meest interessante discussie was die van de Stadspartij, meneer Aarts. Zorg nou voor snelheid, snelheid, snelheid. U meldde eigenlijk eerder: traag, traag, traag. En de andere was: praat met mensen. De voorzitter Wethouder. U zegt: de Stadspartij, de heer Aarts. Wethouder Van Zutphen Heb ik dat echt gezegd? (gelach) Met het voortschrijden van de leeftijd, wordt het kortetermijngeheugen minder en het langetermijngeheugen … De voorzitter Vaak heeft dat niets met leeftijd te maken! Wethouder Van Zutphen Ik kan me eigenlijk helemaal vinden in wat u zegt. Alleen trekken wij zeker in het centrum niet alleen aan de touwtjes. We hebben een memo aan de raad verstrekt over wat in de afgelopen vijf jaar is gebeurd in Schinkel-Noord waardoor dat maar steeds bleef liggen.
Dat maakt duidelijk dat wij afhankelijk zijn van externe partijen. Natuurlijk proberen wij erover te praten met externe partijen. Dat leidt ook tot resultaten. Dat hebt u gezien op Schinkel-Zuid. Nu de eigendomssituatie op Schinkel-Noord wijzigt, hebben wij de verwachting dat we daar veel sneller spijkers met koppen kunnen slaan. Net zoals u, streven wij naar snelheid en naar het praten met, maar it takes two to tango. Soms spelen er wel vier belanghebbenden op een plek. De heer Leers geeft een waardeoordeel over het Maankwartier. Dat laat ik voor zijn rekening. Daarnaast vraagt hij om een evaluatie van het Maankwartier. Daar kunnen we u in bedienen. In de raadsvergadering van december zal de grondexploitatie van het Maankwartier, inclusief een evaluatie van het ambtelijke proces, aan u worden voorgelegd. De afronding van deze grondexploitatie stemt ook in financiële zin tot tevredenheid. U vraagt om bij de aanpak van de gevels in het centrum gebruik te maken van deskundigheid. Ik zou zeggen: bedankt voor het advies. Dat doen we. Ga maar kijken bij Bar Aroma, waar de deskundigheid van Michel Huisman en het Atelier Stadsrevisie toe leidt. Wij maken heel erg graag gebruik van deze deskundigheid. De heer Van den Berg van de VVD heeft een aantal zorgen geuit over het Maankwartier, met name over de noordkant.
Laat ik in eerste instantie de vragen wat breder beantwoorden dan alleen het aspect overlast van mensen die zich daar ophouden, die zich daar onprettig gedragen. We zien nu natuurlijk al een hele dynamiek in de omgeving. Voormalig autobedrijf Bastiaans is herontwikkeld, ondanks de moeilijke tijden waarin we verkeren. Wonen Limburg gaat daar woningen bouwen. Ik weet niet meer wie de suggestie heeft gedaan om te kijken naar de verbinding tussen het Maankwartier en de Brunssummerheide. Dat vind ik ook heel waardevol. Je kijkt dan in eerste instantie naar de openbare ruimte. Collega Claessens wil daar natuurlijk ook heel graag mee naar kijken. We hebben de aanpak GMS-breed. We hebben laatst een intentieverklaring rond GMS afgesproken. De aanpak van de Auroraflats is daar op dit moment aan de gang, inclusief de bredere aankleding daarvan. Ook aan de noordkant van het Maankwartier is de nodige dynamiek.