CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raad gem.Heerlen, d. d. 4+5 nov 2020.docx

Raadsvergadering . (video) 27 januari 2021, gemeente HeerlenBij agendapunt: Vaststellen notulen raadsvergaderingen 4+5 november 2020 (begroting) en 21 december 202064.578 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 7

Maar de VVD is de partij van de lobby. Zo kennen we de VVD volgens mij ook. Nu zijn er Tweede Kamerleden van de VVD. Dit zijn er best veel; wat mij betreft zouden dat er ook wat minder mogen zijn, maar het zijn er op dit moment zo veel als er zijn. Er zijn ook behoorlijk veel Eerste Kamerleden - daar kennen we er ook nog een paar heel erg goed van - en bewindspersonen. Zou de heer Van den Berg, met deze teksten over veiligheid, de verantwoordelijkheid op zich willen nemen om te lobbyen in de richting van al die functionarissen die ik net noemde, van zijn eigen partij, en de raad te informeren wat daarvan het resultaat is? Dus ik herhaal: acceleratie, schep erbovenop, aanpakken, want er hangt volk. Ik ben heel benieuwd of dit tot resultaten leidt, waarvan de politie zegt dat dit moet gebeuren. Namelijk geld uit Den Haag naar de lokale politie. De heer Van den Berg, VVD Het is natuurlijk altijd zo: zonder wrijving, geen glans. Natuurlijk spreek ik mijn partijgenoten daar waar ik ze tegenkom. Daar is Heerlen wat mij betreft een prominent onderwerp. Prominent met alle facetten die er zijn. In positieve zin de ontwikkelingen rondom de Stationsbuurt, maar ook dat er toch nog in het land het imago heerst van drugsstad, criminaliteit, grensproblematiek, noem het allemaal maar op. Daar geven we telkens aan: we hebben redelijk beperkt blauw tot onze beschikking.

Telkens moeten er keuzes worden gemaakt. Zorg nu ook eens voor dat je in het randland van Nederland, in dit geval de vijfde of zesde

Pagina 35/171 stedelijke regio van Nederland, een adequate politiebezetting hebt, zodat we daar ook een keer de problematiek de kop in kunnen drukken, waar we al jarenlang mee rondlopen. Ja, meneer Meyer, ik zal mij blijven inzetten om te lobbyen, om te zorgen dat we goede veiligheidsvoorzieningen en politie deze kant uit kunnen krijgen. De heer Meyer, SP (interruptie) Ik ben heel blij om dit te horen. Ik vat het antwoord van de heer Van den Berg positief en optimistisch zo kent u mij - op, namelijk dat we de oproep en zijn betoog tot aanpakken, acceleratie, schep erbovenop, moeten zien als een pleidooi met name richting Den Haag. Ik hoor hem zeggen: ik blijf dit doen richting mijn partijgenoten. Ik wil hem daar altijd bij helpen. Als hij het nodig heeft om een keer gezamenlijk een open brief te schrijven ... dat is misschien wat minder goed voor de lobby, maar ik ben altijd bereid om hem daarbij te helpen. Mag ik het zo opvatten dat u dus eigenlijk de oproep en de teksten aan uzelf richt? De heer Van den Berg, VVD Dat mag u zo opvatten. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) De heer Van den Berg had het met name over problematiek op sommige plekken in en om het Maankwartier.

Kan hij zich ook herinneren dat deze problematiek meermaals aan de orde is gekomen en de waarnemend burgemeester toen allerlei coaches heeft ingehuurd, de NS-politieagenten erbij betrokken heeft, extra toezicht, van de politie, hogere prioriteiten heeft gegeven en noem maar op? Dat is allemaal gebeurd. Meneer Oulad heeft daar ook een aantal keer heel expliciet naar geïnformeerd. Als dit allemaal al geruime tijd met prioriteit gebeurt, problemen blijven bestaan, wat denkt u dan dat de oplossing moet zijn? Het vestigen van een permanente politiepost? De heer Van den Berg, VVD Als dat de oplossing zou zijn, dan zou ik er meteen voorstander van zijn om daar een permanente politiepost te hebben. Maar dat weet ik niet. Het is natuurlijk wel zo dat de aanhouder wint. Sommige van u zijn weleens vanuit noord naar het Maankwartier gegaan. Het pleintje voor het Maankwartier is niet erg uitnodigend. Ik ken de precieze oplossing ook niet. Daar hebben we ook deskundigen voor. Daarom ligt het bij de lieden die achter mij zijn. We houden daar een waarschuwende vinger omhoog. Maar de aanhouder wint daarin. Daar waar het nodig is, moeten we dat de kop indrukken. Het kan niet meer zo zijn dat we dat wat we nu moeizaam hebben omgebogen qua naam, gaan verkwanselen. Het geven van een beetje ruimte is niet goed voor deze stad. We moeten dat tegenwerken.

De heer Oulad Lmaroudia, D66 (interruptie) Inderdaad, dit punt van de noordkant van het Maankwartier. Mijn gewaardeerde collega achter mij zegt het al. Iedereen is het hierover eens. Eigenlijk zou ik me willen aansluiten bij het verhaal van de heer Van den Berg. Het is niet per se het probleem van - het kwam er misschien een beetje ongelukkig uit - "het volk" wat daar is. Ik denk dat het daar niets mee te maken heeft. Ik zou het volgende heel jammer vinden. Dan kijk ik in de richting van het college. In maart zijn we al drie jaar bezig. Dan is het nog één jaar. Ik zou het heel erg jammer en teleurstellend vinden als er tot dat moment helemaal niets gebeurt met de noordkant van het Maankwartier. Ik zou jullie dat heel graag willen meegeven. Met betrekking tot het plein zelf, daar moet echt iets gebeuren. Niet alleen maar met de mensen die er zijn - dat hebben we toch niet onder controle - maar meer met de inrichting en de uitstraling. Laten we het dezelfde uitstraling geven als de zuidkant. Daar wil ik het bij laten. De voorzitter Dat was dus geen vraag. Dat was een aanbeveling.

Pagina 36/171 De heer Tijdeman, Fractie Tijdeman (interruptie) Ik heb een interruptie. Ik ben het even kwijt. De heer Oulad zegt dat het niet per se gaat om het volk dat er hangt. Meneer Van der Berg zei het wel. Meneer Oulad zegt dat dit misschien een beetje ongelukkig is uitgedrukt. Dat kan allemaal wel, maar ik ben kwijt wat het allemaal wel is. Is het de uitstraling? Wat moet er dan gebeuren aan die uitstraling? Wat is er precies aan de hand met die noordkant? Dank u wel. De heer Van den Berg, VVD Ik durf echt wel te stellen dat ik moeite heb met hetgeen ik daar tegenkom. U moet zich het volgende voorstellen. Ik ga naar de winkel, ik kom naar buiten en iemand zegt tegen mij: "Heb je een euro voor me"? Ik zeg: "Ik heb geen euro". "Waarom heb je geen euro voor mij?" Zo wil ik niet worden benaderd. Zo wil ik niet worden aangesproken. Ik zie daar een aantal lieden op een muurtje zitten. Die zeggen tegen mij: ik zou m'n fiets maar goed op slot zetten, ik zou hem vastbinden, want de kans is aanwezig dat als jij weer naar buiten komt, je geen fiets meer hebt". Daar zit ik niet op te wachten. Ik zit er niet op te wachten als ik daarnaartoe ga, dat twee dronken mannen woorden met elkaar krijgen en mijn dochter tegen mij zegt: "pap, kijk even uit, want je weet het maar nooit". Dat soort situaties willen we gewoon niet daar op die plek.

Dat betekent dat we daar een strakke hand in moeten houden. De heer Tijdeman, Fractie Tijdeman (interruptie) Dan begrijp ik uit de beantwoording van de heer Van den Berg dat het wel gaat om de mensen die er zijn, om de lieden. Meneer Oulad bedoelt misschien iets anders. Begrijp ik het goed dat dit dus niet dezelfde dingen zijn? De heer Van den Berg, VVD Laat ik het zo zeggen: het een hoeft het ander niet uit te sluiten. Er mag best een tandje bovenop de uitstraling van de noordkant, maar ik wilde met name het handhavingsaspect benadrukken. Dat zou wat mij betreft beter kunnen. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Ik heb een andere vraag naar aanleiding van het betoog van de heer Van den Berg. Hij zegt dat Heerlen moet transformeren van koopstad naar woonstad. Volgens mij is die weg al ingeslagen. Dat mag best wat vlotter. Daar zijn al de nodige opmerkingen over gemaakt. Dus in die zin onderschrijft de OPH de aanpak. Is de heer Van den Berg het ook met mij eens dat ondanks dat het online shoppen een vlucht neemt en steeds meer mensen die weg weten te vinden, het nog steeds zo is dat mensen niet alleen behoefte hebben om te wonen, maar dat er ook wat te doen moet zijn? Zeker in een grote stad. Er moet ook beleving zijn. Er moet reuring zijn.

Heerlen heeft natuurlijk in de laatste jaren een hartstikke mooie ontwikkeling doorgemaakt, met name op cultureel gebied en evenementen. Daar kan menig stad een voorbeeld aan nemen. Dat is hartstikke goed, maar dat speelt zich met name af in de avonden en de weekends. Overdag moet er natuurlijk ook voldoende te doen zijn voor mensen om het ook leuk te vinden om in zo'n stad te wonen. Dan heb je het natuurlijk over het horeca-aanbod, maar dan heb je het ook over toch nog steeds een leuk koopaanbod, waar mensen kunnen flaneren, kunnen kijken, contact kunnen hebben, dingen in de hand kunnen houden. Ik denk dat mensen daar behoefte aan hebben. Of is de heer Van den Berg dat niet met mij eens? De heer Van den Berg, VVD Niemand kan natuurlijk tegen dit soort oproepen zijn. De binnenstad maken we samen. Het is de mix van de stenen winkels, cultuur, horeca en de sfeer van beleving in de binnenstad. Op dit moment constateren wij dat we aan de weg timmeren. We zorgen dat de stad aan de binnenkant veel meer transformeert naar wonen toe. Kijk naar Schinkel-Zuid, Schinkel-Noord, de Nor, de panden op de Stationsstraat en de Geerstraat. We zien dat wonen de stad in komt. Dat is een positieve ontwikkeling.

Pagina 37/171 We zien ook op andere plaatsen in onze stad transformaties. Denk bijvoorbeeld aan de Oranje Nassaustraat, de Dautzenbergstraat en de Honigmannstraat. Daar waar wonen de stad in komt, komt ook ondernemerschap de stad in en komt ook geld de stad in. Dat is allemaal een verbindingsmiddel om de levendigheid in de stad te krijgen. Ik ben het volslagen met u eens dat ook die stenen winkels heel belangrijk zijn, maar we moeten ook niet onze ogen sluiten voor hetgeen plaatsvindt. Ik zou bijna zeggen: zij die nog nooit iets op internet hebben gekocht, zouden de hand moeten opsteken. Er is niemand die nog nooit iets heeft besteld op internet. Ik zou zeggen: laten we ook goed naar onszelf kijken. Laten we ook kijken naar de binnenstad, maar laten we onze ogen ook niet sluiten voor datgene er nu speelt. De voorzitter Ik dank u, meneer Van den Berg. Er zijn verder geen vragen meer. De heer Van den Berg, VVD Dank u wel. De voorzitter Dan gaan we verder met de Stadspartij. De fractievoorzitter, de heer Hazen. De heer Hazen, Stadspartij Meneer de voorzitter, onze bijdrage heeft als titel meegekregen: Controleren in de mist. De taken van de gemeenteraad zijn grofweg in drieën op te delen: het vormen van de volksvertegenwoordiging, het stellen van kaders en het controleren van het college.

Voor onze stad ga ik ervan uit dat, los van de politieke visie, alle 37 raadsleden het beste voor hebben met onze stad en dat eenieder zijn/haar taken naar volle vermogen wil volbrengen. Om deze taken te kunnen invullen, is het nodig dat er open tweerichtingsverkeer is tussen het college en de raad. Helaas is deze open communicatie in Heerlen niet van toepassing. Het is schering en inslag dat raadsvoorstellen mistig gehouden worden, niet volledig zijn of de noodzakelijke toelichting niet verstrekt wordt. Vervolgens worden dergelijke incomplete voorstellen klakkeloos aangenomen door een meerderheid van de raad. De voorliggende begroting is alweer een treffend voorbeeld van deze cultuur. Voordat een begroting opgesteld wordt, zou de raad kaderstellend de richting van de begroting moeten bepalen. Zelf stelde u in het raadsvoorstel: “Met het bespreken en vaststellen van de kaderbrief, verkent het college de kaders waarbinnen het college de begroting 2021 gaat opstellen”. Onze kadernota was echter een notitie waar het financiële beeld geschetst werd en waarbij geen enkele kaderstelling mogelijk was. Dat financiële beeld was op grond van de cijfers van 8 september jongstleden nog bedroevend en liet voor 2021 een tekort zien van 15,5 miljoen.

Nu, nauwelijks een maand later, ligt voor ons een begroting, waarin het sombere beeld dat destijds geschetst werd in de zogenaamde kaderbrief niet meer terug te vinden is. Een begroting waarbij tot ieders verrassing een saldo van nul uitkomt. Waardoor dat gerealiseerd zou kunnen worden, is nergens cijfermatig onderbouwd. In een begroting zouden beleidsvoornemens gekoppeld moeten zijn aan de bedragen die nodig zijn om deze beleidsvoornemens te realiseren. Is dat zo in onze begroting? Echt niet. Bij alle programma’s staan overzichten van baten en lasten, maar nergens valt een koppeling te leggen met wat daarvoor gedaan of gelaten wordt. Lasten nemen met miljoenen af of toe, maar waarom? Wie het weet mag het zeggen. Datzelfde gebeurt natuurlijk ook bij de baten. Daardoor is het onmogelijk voor ons als raadsleden om een zinnig oordeel te vellen over deze begroting. Is deze reëel? Is dit wat we willen? Geen idee, meneer de voorzitter. Klopt het? Het zal wel. Of het zal wel niet. Dat is wat ik bedoel met controleren in de mist. Helaas is dit niet alleen bij de begroting van toepassing. Ook door het jaar heen zijn heel vaak voorstellen zodanig opgesteld, dat niemand hier een touw aan vast kon knopen. Vorige maand hadden we het over een substantieel bedrag van 21 miljoen ten behoeve van de centrumontwikkeling. Dit voorstel werd met

Pagina 38/171 een grote meerderheid van deze raad aangenomen. De toelichting bij dit raadsvoorstel was echter verre van compleet. Bedragen waar het over ging, stonden niet vermeld, waardoor het raadsvoorstel een grote puzzel was. Alleen een nadere analyse en schriftelijke vragen mijnerzijds, gevolgd door een schriftelijke en noodzakelijke mondelinge uiteenzetting, verschafte uiteindelijk achteraf duidelijkheid. Toch werd een dergelijk incompleet voorstel zonder slag of stoot goedgekeurd door deze raad. Nogmaals, het ging over een bedrag van 21 miljoen. Helaas is dit geen incident. Het gebeurt nagenoeg iedere maand wel dat er discussie is over de juistheid en compleetheid van een raadsvoorstel of visiedocument. U kunt zich voorstellen dat hierdoor achterdocht ontstaat. Daardoor wordt er ook gezocht naar mogelijke mist, zelfs als die er een keer niet is. Aanwezige achterdocht is de oorzaak van langdurige vergaderingen en vergt energie die beter aan positieve zaken besteed kan worden. Nog een heel recent voorbeeld van mist en de manier van communiceren. Bij het onderwerp Slakhorst kwam de brief van Woonpunt aan de orde. Daarin stond vermeld dat in samenspraak met wethouder Clemens de sloop en nieuwbouw vastgelegd was. Er moest tot drie keer toe nagevraagd worden of dit klopte.

Een simpel antwoord van wethouder Clemens in de trant van “dat klopt, maar dat zou ik met de kennis van nu zeker niet meer doen”, had meteen tot een open overleg geleid in plaats van “zie je wel, hij wil het eigenlijk niet toegeven”. Vanzelfsprekend kan ik doorgaan met raadsvoorstellen of dossiers waar de communicatie schromelijk tekort schiet, waarbij onvolledig geïnformeerd werd of waarbij de gedeelde informatie toch anders is dan de werkelijkheid. Denk hierbij onder andere aan: het toekennen vergoeding aan de heer Huisman ten behoeve van de gevelrenovatie, de vestiging van de dag- en nachtopvang, uitbreiding Windekind, gang van zaken rondom Schinkel-Zuid, extra krediet uitbreiding Nieuwe Nor, aankoop pand ten behoeve van de fietsenstalling, kosten renovatie, enzovoorts, enzovoorts. Meneer de voorzitter. Ik eis van dit college dat we dit vanaf nu anders gaan doen. Verschaf de raad in alle openheid de informatie die nodig is om de raadstaken te vervullen. Geef in eerlijkheid toe waar iets goed en ook waar iets niet goed gegaan is of waar bijstelling nodig is en waarom. Dan kunnen we misschien constructief samenwerken. Dat moet kunnen, ook al zijn we het aak niet eens over de politieke richting. Nog een punt met betrekking tot communicatie tussen het college en de raad. Vertrouwelijkheid en geheimhouding moeten tot de uitzonderingen behoren.

Het lijkt wel of dit in Heerlen steeds méér voorkomt. Ook een punt om eens nader te analyseren en daarbij de vraag stellen of dit wel echt vereist is. Indien u op de nu gangbare wijze blijft werken en communiceren, heeft het raadswerk geen zin. Vanuit de oppositie wordt vaak kritisch gekeken naar de raadsvoorstellen, daarop worden vragen niet of niet afdoende beantwoord. Vervolgens accepteert de coalitie toch ieder voorstel kritiekloos, zonder zich ook maar een moment af te vragen of de door de oppositie geuite kritiek mogelijk ook terecht kan zijn. Tot slot nog enkele opmerkingen over de Begroting 2021. Zoals gezegd is voor ons op geen enkele manier uit het boekwerk op te maken of de financiële overzichten bij de programma’s en kernthema’s enig realiteitsgehalte hebben. Wel concreet is de financiële situatie van Heerlen. De schuldenpositie is alleen maar opgelopen. We hadden in 2017 nog een netto schuldquote van 57%, in 2018 was dit 67%. In de begroting 2021 is de prognose dat we uitkomen, meneer Bertholet, op 97%. In harde euro’s betekent dit dat de schuld in 2017 320 miljoen was, in 2018 was dit al 373 miljoen en we verwachten in 2021 uit te komen op 468 miljoen euro’s. De netto schuldquote, gecorrigeerde schuldquote en solvabiliteit zijn ronduit bedroevend. Dat blijkt ook uit landelijk vergelijkende cijfers in het landelijk dashboard over gemeentelijke rekeningen.

Deze schulden zullen ooit terugbetaald moeten worden. Je kunt in onze ogen niet doorgaan op deze wijze. Dat hebben we al vaker verteld, maar daar is nooit een echt afdoende reactie van het college op gekomen met een manier waarop men denkt ooit van deze schuldenberg af te komen. Het blijft dus voorlopig: “na ons de zondvloed”. De voorzitter Ik dank u, meneer Hazen. Ik kijk even naar de zaal. Meneer Bertholet.

Pagina 39/171

De heer Bertholet, D66 (interruptie) Ik wil het toch nog even hebben over die schuldquote. Ik heb de oplossing gevonden. Meneer Leers had het ook over 97%. Dat is de nettoschuldquote. Ik had het over de schuldratio. Die is 92%. Deze staat ook op dezelfde bladzijde. Het is een wat ander kengetal, maar dat verklaart waarom we het over andere percentages hadden. De voorzitter Goed. Dat is geen vraag. Meneer Meyer. De heer Meyer, SP (interruptie) Ik ga niet in op ... Kijk, de heer Hazen en ik hebben een andere manier van politiek bedrijven. Ik vind hem te somber en hij zal wat van mij vinden. Het is wat het is. Ik probeer te zoeken naar toch nog enige verbinding, want ik ben het namelijk volstrekt niet eens met zijn wat verontwaardigde houding, die zegt: de oppositie wil wat, huiliehuilie, de coalitie luistert nooit. Ik wil wel luisteren, meneer Hazen. Ik zeg dat voor de honderdste keer in de afgelopen vijftien jaar. Ik ben het namelijk met u eens dat de kaderbrief ten onrechte een marginale rol speelt in deze begroting. Daar waren we het ook over eens. Ik constateer alleen wel dat we dit hebben geaccepteerd als raad. Anders hadden we eerder moeten zeggen: dat willen we niet.

Ik wil niet alleen terugkijken, maar ik wil ook de volgende vraag stellen: zullen we samen optrekken op dit specifieke punt, om ervoor te zorgen dat de kaderbrief van volgend jaar niet meer zo laat wordt vastgesteld en dat deze niet meer een marginale rol mag spelen? Natuurlijk moet de lijn uit de kaderbrief te vinden zijn in de begroting. Zullen we daar ... Het is bijna een soort veredeld, nou ja, ik zal u geen huwelijksaanzoek doen. Maar zullen we daar samen in optrekken? Misschien kunnen we u wat minder somber maken en het beeld dat u van mij heeft, als het al kritisch zou zijn, misschien kunnen we samen optrekken. Wat denkt u ervan? De heer Hazen, Stadspartij Dat waren een paar vragen gebundeld. In de eerste plaats wil ik ingaan op het verzoek van de heer Meyer om samen op te trekken bij de kaderbrief. Heel graag, meneer Meyer, want ik vind dat de kaderbrief een belangrijke taak is van ons als raad, waarin we de kaders stellen aan het college voor een nieuwe begroting. Als we dat samen kunnen doen met een hele raad, dan juich ik dat alleen maar toe. Die uitnodiging aanvaard ik dus heel graag. Ten tweede. De heer Meyer noemt mij somber. Ik vind het woord 'somber' verkeerd gekozen. Ik ben misschien heel erg realistisch.

Ik ben ook geënt op cijfers, want onze gemeente moet met de miljoenen die we krijgen van de belastingcenten van onze burgers proberen haar taken te vervullen. Dat zijn de burgers van Heerlen, maar ook de burgers van Nederland. We krijgen ook geld uit het Gemeentefonds. Ik wil dat onze eigen inwoners van Heerlen het maximale krijgen uit die centen. Als raad moet je dan dus ook kunnen controleren of dat inderdaad gebeurt. In mijn bijdrage noemde ik het voorbeeld van 21 miljoen voor het centrum. Ik moet nu toegeven dat ik dit vorige maand meteen zou hebben goedgekeurd bij de raadsvergadering, indien de cijfers erbij waren geweest. Maar de cijfers die erbij waren, waren gewoon niet compleet. Ik ben afgelopen week op het stadskantoor geweest. Ik heb daar cijfers en een toelichting gekregen. Ik zeg: ja, dat klopt. Als u deze aan onze raad had verstrekt, dan hadden we dat waarschijnlijk met een veel grotere meerderheid kunnen goedkeuren. Maar als je maar de helft van de informatie krijgt, kun je dat niet goedkeuren. Zo gebeurt dat veel te vaak. Dat wil ik graag verbeterd zien. Dan ben ik toch niet somber? Het is een verzoek om duidelijkheid en betere communicatie. De heer Meyer, SP (interruptie) We hebben andere definities. Dan is ook niet zo interessant om het over de definitie van somberheid te hebben.

De heer Hazen zegt: als ik die informatie had gehad en als ik daarvan bewust was geweest, dan

Pagina 40/171 had ik ermee kunnen instemmen. Ik ben het direct met hem eens dat als het college meer had moeten doen, het college meer had moeten doen. Maar ik zou dan ook het volgende aan hem willen voorleggen: hebben we daar als raad ook niet een verantwoordelijkheid in? Datzelfde geldt voor wat ik zei over de kaderbrief. Als wij vinden dat dit een onderdeel moet zijn, dan stemmen we er dus niet gezamenlijk mee in om de kaderbrief door te schuiven. Als we vinden dat de informatie er moet zijn, dan kunnen we, behalve daarover te debatteren in de raad, zelf naar het college gaan. Dat hebt u gedaan. Kennelijk waren de cijfers er. Deze waren niet verstopt. Deze waren niet geheim. U heeft ze kunnen vinden. Met andere woorden, het is toch niet wij/zij in dit geheel? De raad moet toch ook scherper zijn? Deelt u dat met mij? De heer Hazen, Stadspartij Nu haalt de heer Meyer twee dingen door elkaar. We hadden het over de kaderbrief. U deed dat ook al in de eerste vraagstelling. In het voorbeeld had ik het over de 21 miljoen voor het centrum. Ik ben me er niet van bewust geworden dat dit klopte, nee, ik ben er achter aangegaan om cijfers te achterhalen. Hierdoor kon ik achteraf waarnemen dat het wel klopte. Maar op het moment dat de raad het hier klakkeloos aannam en 21 miljoen krediet verschafte, waren de cijfers niet compleet. Die waren beslist niet compleet.

Ik heb daar vragen over gesteld in de commissie en tijdens de raadsvergadering. Daar werd gewoon geen antwoord op gegeven, maar toch ging de raad ermee akkoord. Ik vind dat eigenlijk niet kunnen. Als die antwoorden wel waren gekomen, dan was de raad er ook mee akkoord gegaan, maar dan hadden we er wel een goed gevoel bij gehad. Nu had ik het gevoel dat de raad zijn controlerende taak niet heeft waargemaakt. De voorzitter Ter afsluiting, meneer Meyer. De heer Meyer, SP (interruptie) Ja, ter afsluiting. Dit is mijn hele punt. U bent eropaf gegaan en u hebt het ontdekt. Ik ben er vooraf op af gegaan. Ik heb het ontdekt. U kunt best tegen het college en de organisatie zeggen: ik had het op een presenteerblaadje willen krijgen. Prima. Ik ga met u mee in die redeneertrant. Ik stel dat je als raadslid, als volksvertegenwoordiger, niet alleen maar het recht hebt om dingen te krijgen. Soms moet je ook dingen uitzoeken. Met andere woorden, dat is niet klakkeloos. Ik heb niet klakkeloos ingestemd. Ik heb me van tevoren goed voorbereid. Ik had u die vragen en antwoorden ter plekke kunnen geven. U zegt in ieder raadsdebat dat de meerderheid klakkeloos instemt, omdat u het toevallig zelf niet weet. Ik bedoel, het is toch ook wederkerigheid? Het is het college vragen en het is zelf op zoek gaan. Dat doen we ook als we de buurten in gaan.

We gaan niet wachten tot mensen zelf naar ons toe komen. We gaan de buurten in en we vragen wat mensen ervan vinden. Kunt u het met mij eens zijn dat we dan ook gezamenlijk, behalve bij het college te bedelen om informatie, ook gewoon zelf op zoek moeten gaan als het kennelijk niet goed genoeg of duidelijk genoeg is? De heer Hazen, Stadspartij Ik ben het wat dat betreft niet eens met de heer Meyer. Als er een voorstel komt, zeker een voorstel waarbij deze raad budget moet verschaffen, dan moet dat voorstel duidelijk en compleet zijn. Daar moet je niet achteraan moeten gaan. Daar moet je niet achteraf vragen over hoeven te stellen. En dan moet je zeker niet mondelinge toelichting nodig hebben, omdat de schriftelijke beantwoording niet afdoende is. De heer Meyer zegt dat hij daar ook al achteraan is gegaan. Waarom heeft hij dan niet gedeeld over welke bedragen het wel ging, toen daar in de raadsvergadering heel erg over werd gediscussieerd en toen de discussie op de spits liep? Meneer Meyer, weet u wat het totale bedrag is waar het over gaat? Kunt u die vraag van mij beantwoorden?

Pagina 41/171 De heer Meyer, SP (interruptie) Voorzitter, ik word uitgedaagd. Dit is toch de wereld op zijn kop? Ik kan toch niet weten wat de onduidelijkheid van de heer Hazen is? Als ik zelf een schriftelijke reactie van het college krijg, over welk thema dan ook, en er is mij in die schriftelijke reactie iets niet duidelijk, dan kan ik daar nieuwe schriftelijke vragen over stellen of een raadsdebat over starten. Of ik ga de organisatie in, trek de wethouder aan de kraag en ik zoek het uit. Dat hoef ik toch niet voor u te doen? Ik mag er toch van uitgaan dat u dit zelf ook kunt doen? Mijn punt is dus niet dat ik het niet met u eens ben over als raadstukken duidelijk moeten zijn, dan moeten ze duidelijker zijn. Prima. Maar dan hebben wij toch ook als raad de verantwoordelijkheid om ook op zoek te gaan naar dat wat voor ons als individueel raadslid of als fractie niet duidelijk is? Dat is mijn punt. Het is niet afwachten en het komt naar ons toe. De heer Hazen, Stadspartij Natuurlijk is het de taak van de raad om als het zijn controlerende taak waar wil maken, je soms iets moet uitzoeken en soms nadere vragen moet stellen. Maar nadere vragen worden hier heel vaak gesteld. Nadere vragen worden niet altijd afdoende beantwoord. Dat is het punt dat ik hier wilde maken. Dan moet je nog verder graven en nog verder graven, terwijl het gewoon een taak is van een college.

Als het een beleidsvoornemen heeft, vertel ons dan wat het beleidsvoornemen is, wat het gaat kosten en waar die kosten in gaan zitten. Maak dat duidelijk en zorg dat dit allemaal klopt. De cijfers kloppen. Dat is heel simpel. Ik vraag dat aan het college. Het college zou eigenlijk geen ander antwoord kunnen geven dan: ja, meneer Hazen dat moeten wij gaan doen in de toekomst. Helaas hebben we daar in het verleden steken laten vallen. Die heb ik nu net opgesomd. De voorzitter Laten we het antwoord van het college hierop afwachten. Meneer Bertholet. De heer Bertholet, D66 (interruptie) Ik kan voor een deel met de verwijten van de heer Hazen meegaan. Maar ik heb ook al eerder gezegd dat ik vind dat het college niet altijd zorgvuldig is met betrekking tot de communicatie naar de raad toe. Enfin, er zijn voorbeelden te over genoemd. Ik ben het met de heer Meyer eens ten aanzien van het feit dat we het dan als raadslid maar moeten vragen. Ik ben het met beide heren niet eens. Ik wil dit van de heer Hazen weten, want ik kan het niet meer vragen aan de heer Meyer. Wat bedoelt men met de marginale rol van de kaderbrief? Volgens mij staat heel duidelijk in de begroting dat het traject naar de sluitende begroting is ingezet vanuit de jaarrekening, de voorjaarsnota, de zomernota, de circulaires en de kaderbrief. Die kaderbrief hebben we wel met goede redenen over de zomer heen getild.

Maar dat is toch het uitgangspunt geweest? De heer Meyer had het daar over, maar ik kan het niet aan hem vragen. Wat bedoelt de heer Hazen met het feit dat de kaderbrief maar een marginale rol heeft gespeeld? Want die 15,5 miljoen is toch het uitgangspunt geweest? De heer Hazen, Stadspartij De kaderbrief lag uiteindelijk pas in september voor. In september is de begroting al bijna bij de drukker. Als wij als raad kaders mogen meegeven aan het college, wat ook een taak is van het college, van hoe moet je je begroting volgend jaar inrichten, wat moet je doen, welke eisen stellen wij aan het programma van het college om de financiële eisen waar te maken, welke bezuinigingen, als er geld over is waar mag je het aan uitgeven, dan mogen wij daar als raad een uitspraak over doen. Niet iedere partij zal precies hetzelfde beeld hebben, maar het is wel een taak van de raad om daar de kaders aan te geven. Het college moet de kaders die de meerderheid van deze raad bepaalt, tot uiting brengen in de begroting. Daar hebben we nu geen mogelijkheid voor gehad. In september hebben we te horen gekregen welk tekort er was. Er moet worden bezuinigd en je ziet het straks wel in de begroting. Dat is eigenlijk wat er is

Pagina 42/171 gebeurd. Dan kan de heer Bertholet zeggen: ja, we hebben het gezien. Ja, we hebben het gezien, maar we konden daar geen invloed meer op uitoefenen en dat is in principe onze taak. De heer Bertholet, D66 (interruptie) Oké, het is waar wat de heer Hazen zegt. Daar kan ik geen speld tussen krijgen. Het was te elfder ure. Is de heer Hazen het met mij eens dat wij nu middels de begroting ons zegje kunnen doen? Daarom zitten we hier toch? Dus ik zie het probleem eigenlijk niet, behalve dat het gradueel is in de tijd en we het wat later doen. De heer Hazen, Stadspartij Het komt niet zo heel vaak voor dat ik het eens ben met de heer Meyer, maar in dit geval ben ik het helemaal eens met de heer Meyer dat wij vooraf als raad bij elkaar moeten zitten en de kaders zouden moeten aangeven die een meerderheid van deze raad aanhangt. De voorzitter Goede voornemens. De heer Aarts, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Toch nog even met betrekking tot de kaderbrief. Een aantal van ons zit al heel wat jaren hier in de raad. Als ik het mij goed herinner - meestal kan ik dat heel goed op dit terrein - is er nog nooit vanuit deze raad een kaderbrief aan het college gegeven, maar heeft het college altijd zijn eigen kaderbrief moeten schrijven. Dat was altijd een opdracht van deze raad. Dat is natuurlijk de wereld op z'n kop. Wij hebben het met z'n allen laten gebeuren.

Ik juich het toe dat een aantal mensen uit deze raad - ik denk dat er vanuit de commissie MF nog meerdere mensen willen aansluiten - het proces op gang willen krijgen om wel degelijk een kaderbrief te krijgen. Maar dan moeten we ook het lef hebben om tegen het college te zeggen: wij doen dat zelf; jullie zien wel wat jullie krijgen. Als we dat doen, dan zouden we een stap vooruit gaan in de democratische legitimiteit van deze raad. Wat is daarop uw reactie, meneer Hazen? De heer Hazen, Stadspartij Het klopt precies wat de heer Aarts zegt. Alleen, daar waar we geprobeerd hebben om wel al vroegtijdig die kaders mee te geven, werd ons niet de gelegenheid gegeven. In de laatste raadsvergadering voor het zomerreces - wanneer de kaderbrief eigenlijk moet worden behandeld - is de kaderbrief van de agenda af gehaald, omdat er cijfers waren die dat noodzakelijk maakten. Toen heb ik ook al in deze raad gezegd: eigenlijk moeten wij nu de kaders meegeven. Als de financiële situatie zo slecht is, moet er worden bezuinigd. Toen heeft de Stadspartij aangegeven: wij zouden willen dat jullie ook kijken of mogelijk een bezuiniging in het sociaal domein kan plaatsvinden, omdat wij daar het meeste geld uitgeven. Dat hebben wij in juni gedaan, maar toen werd het van de agenda af gehaald.

Nu werden we in september geconfronteerd met een kaderbrief waar je niets meer mee kon, omdat de begroting op dat moment al bij de drukker lag. De voorzitter Dat zijn in ieder geval voornemens die wij ons eens ter harte moeten nemen. Meneer Aarts, heeft u nog een aanvullende vraag? De heer Aarts, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Ik heb nog één opmerking. Het klopt dat u in juni hebt getracht om een kader mee te geven, maar dat is niet de essentie van een totale kaderbrief. Die totale kaderbrief zou ik graag zien, zoals ik hem net heb neergelegd. Dan zouden we die stap vooruit maken. De voorzitter

Pagina 43/171 Daar zijn we het allemaal mee eens. De heer Peters. De heer Peters, CDA (interruptie) Het is in ieder geval goed om te horen dat iedereen het daarmee eens is. Ik heb de volgende vraag aan de heer Hazen. Hij stelt de functie van de raad heel scherp met betrekking tot de kaderbrief. Dat ben ik roerend met hem eens. Zullen we in ieder geval afspreken dat we daar met z'n allen - dan vraag ik het ook meteen via u aan het college - werk van gaan maken, zodat we komend jaar onze rol als raad op dat punt pakken en daar de tijd en voorbereiding in steken die daarvoor noodzakelijk is? De voorzitter U geeft dus aan dat er goede voornemens zijn. Dan wil ik het hierbij sluiten. Dank u wel. Dank u wel, meneer Hazen. Dan gaan we verder met D66, de heer Bertholet. De heer Bertholet, D66 Voorzitter. Voordat ik met mijn beschouwing begin, begin ik met een blijmakertje voor de nieuwe wethouder van Financiën, de heer Damen. Dat is namelijk een eerste meevaller voor de begroting van 104 euro. Ik was namelijk vergeten om mijn vignet onder de voorruit voor mijn auto te leggen voor mijn eigen voordeur. Dat levert een bekeuring op van 104 euro. Dus bij deze de eerste meevaller. Goed. Dan wil ik nu beginnen met mijn beschouwing. Voorzitter. Wat de beschouwing van D66 op de begroting voor 2021 betreft; eerst traditiegetrouw de financiële begroting en daarna pas de programmabegroting.

Laat ik dus beginnen met de financiële begroting. Daar waar wij twee jaar geleden als gemeente een financieel dieptepunt bereikten en ons op het randje van de financiële afgrond bevonden met een minimaal weerstandsvermogen van 0,1 en zelfs een negatieve algemene reserve van ruim 3 miljoen euro, lijken wij daarna weer aan de beterende hand, mede dankzij het ingezette herstelplan en financiële discipline. Het weerstandsvermogen is immers nu precies terug gerekend naar de minimumeis van 0,8 eind 2021, waardoor de noodzakelijke storting in de algemene reserve beperkt kon blijven. Dit levert een besparing op van 4,2 miljoen. De algemene reserve gaat naar plus 2,4 miljoen euro eind 2021. Daarmee zijn de beide doelen voor het herstelplan bereikt. Wat mij betreft chapeau! Dit jaar hebben wij ons voor het eerst bediend van de techniek van Zero Based Budgetting, hetgeen met zich mee bracht dat omwille van een groter realiteitsgehalte van de begroting, er nog meer bezuinigd moest worden. En dan was er ook nog een negatieve erfenis uit de jaarrekening van vorig jaar en de Zomernota. De Kaderbrief van september vermeldde zelfs een tekort van € 15,5 miljoen euro. Desondanks heeft men de noodzakelijke bezuinigingen voor volgend jaar weten te beperken tot 8,2 miljoen om tot een sluitende begroting voor 2021 uit te komen.

Meerjarig, uitgezonderd 2022, verwacht men zelfs weer overschotten, weliswaar klein, maar toch. Te meer, omdat het realiteitsgehalte verbeterd is, naar men zegt, hetgeen tot ongeveer 8 miljoen aan extra bezuinigingen leidde. Maar goed, voor wat dat waard is, want de onzekerheid ten aanzien van de toekomst is groter dan ooit. We hadden al te maken met de geplande herijking van het Gemeentefonds en de trap-op-trap-afsystematiek, waardoor de uitkomst van de circulaires iedere keer weer onzeker blijft en daar is nu nog de coronapandemie bij gekomen. Wat die herijking ons brengt of gaat kosten, is nu nog niet duidelijk en dat geldt uiteraard ook voor de coronacrisis. Niemand weet hoe lang dit gaat duren en wat dit uiteindelijk gaat kosten. Hulde in ieder geval voor de duidelijke manier van boekhouden met betrekking tot de financiële gevolgen van deze pandemie voor onze gemeentefinanciën. Naar stand van zaken op 1 oktober jongstleden heeft het virus geleid tot 11,5 miljoen euro extra uitgaven voor Heerlen, waarvan 4,5 miljoen euro de exploitatie raakt. Aangezien daar gelukkig echter 6,1 miljoen euro aan Rijksontvangsten tegenover staan, betekent dat vooralsnog zelfs een voordelig saldo van 1,6

Pagina 44/171 miljoen euro. Maar nogmaals, wij zitten midden in de tweede golf, het derde steunpakket is al bekend gemaakt en het einde lijkt nog lang niet in zicht. Dus het streven naar een hoger realiteitsgehalte van onze begroting lijkt nu nogal opportunistisch; zwemmen in een mui tegen de stroom in. Ook blijft Heerlen gelukkig weer in de financiële stresstest overeind. Wel daalt het eigen vermogen, waardoor de schuldratio verder toeneemt naar 92% en de solvabiliteit verder omlaag gaat. Maar daar staat weer tegenover een nieuwe post onvoorzien, voor een bedrag van 1,5 miljoen euro ieder jaar, dus structureel. Daar is D66 blij mee, maar het laat weer zien dat het weerstandsvermogen als enige indicator wat ons betreft om te voorzien in tegenvallers, tekortschiet. Want de post Onvoorzien maakt daar geen onderdeel van uit. Net zoals de omvang van de totale uitgaven van 405 miljoen euro. Daarom heb ik vorig jaar de motie ingediend om een extra kengetal dienaangaande op te nemen. Dit nieuwe “kengetal weerstandscapaciteit”, waarin de post Onvoorzien wel opgenomen is, is gelukkig nu voor de eerste keer opgenomen. De voorlopig vastgestelde norm van 2% is nog niet gehaald, maar de hoogte van dit streefpercentage moet nog in de toekomst geëvalueerd worden en dit mocht trouwens nu ook nog niet verwacht worden, gezien onze nog steeds weinig rooskleurige financiële situatie.

Maar dit kengetal is in mijn ogen in ieder geval een betere indicator dan de voorgeschreven ratio weerstandsvermogen, die nu dus precies 0,8 bedraagt. Jammer is wel weer de stijging van de woonlasten van ongeveer 3,9% ten opzichte van vorig jaar, terwijl de inflatie slechts 1,8% is. Maar voor datzelfde percentage liggen deze in Heerlen met € 785,52 toch nog onder het landelijk gemiddelde van €800. Maar gegeven de relatief zwakke inkomensstructuur in Heerlen is en blijft dit een aandachtspunt. Overigens, het ontvangen bedrag aan ozb heb ik dit jaar ook nagerekend, meneer Hazen, en het klopt dit jaar in tegenstelling tot vorig jaar, toen u een dure fout constateerde. Het staat er wel enigszins onduidelijk, maar blijkt wel te kloppen. Niet alleen de inflatiecorrectie, maar ook de bijdrage aan het Ondernemersfonds, 333.000 euro, dient immers opgeteld te worden bij de opbrengst uit 2020 om op de bijna 26 miljoen euro uit te komen, zoals vermeld op bladzijde 135. Laat ik mijn beschouwing op het financiële deel van de begroting afsluiten met enkele opmerkingen ten aanzien van de inhoud, structuur en lay-out. Nieuw in de begroting en welkom is de Klimaatbegroting. Maar deze was dan ook het directe gevolg van een motie van ons vorig jaar en stond als zodanig ook in het coalitieakkoord.

Jammer is wel dat het totaal bedrag ontbreekt en verder de toelichting, aan de hand van de 3 x W-vragen - de Partij voor de Dieren had het er ook al over - waardoor de diverse overzichten moeilijk te interpreteren zijn voor buitenstaanders en tevens het feit dat deze in de inhoudsopgave niet als aparte paragraaf te vinden is. Dit laatste geldt ook voor het wat mij betreft zeer nuttige overzicht van financiële kengetallen. Ook dit ontbreekt in de inhoudsopgave en is heel moeilijk te vinden. Maar goed, daarmee ben ik aan het einde gekomen van de financiële begroting en ben ik toegekomen aan de programmabegroting. Ondanks de genoemde noodzakelijke bezuinigingen van 8,2 miljoen euro volgend jaar, zijn onze ambities gelukkig grotendeels overeind kunnen blijven en bevat de begroting toch weer een bedrag van 75,4 miljoen euro voor nieuwe investeringen. Met name is D66 blij met de investeringen in onderwijshuisvesting, zoals de renovatie van het St Janscollege en het nieuwe kindcentrum Tarcisius in het gebouw van de oude HTS. Maar ook de uitbreiding van de Nieuwe Nor, de renovatie van Otterveurd en het Thermenmuseum, het onderbrengen van het archief in de Christus Koningkerk, investeringen in buitensportaccommodaties en de aanplant van extra bomen juichen wij toe.

Ook andere plannen, zoals het realiseren van een volwaardig mijnmuseum en planvorming rondom de voorzieningenstructuur van Heerlerbaan, blijven gelukkig overeind. Daarnaast is er, ondanks het feit dat het Fonds Economie Versterking niet met eigen middelen aangevuld kan worden, gelukkig wel nog geld over om het Ondernemersfonds aan te vullen tot het beoogde bedrag van 1 miljoen euro. Zeker in deze bizarre coronatijd is er in de ogen van D66 alle reden om het ingezette economisch beleid, via acquisitie, aanjagen en activeren, te blijven continueren en onze ondernemers

Pagina 45/171 daarmee te steunen. Dat is het college gelukkig blijkbaar met ons eens. Wellicht dat dan ook de ondernemerstevredenheid naar een hoger cijfer gaat in de toekomst dan de magere 6,4 die we nu van hen krijgen. De bezuinigingen zijn gelukkig, althans in onze ogen, redelijk evenwichtig verdeeld over de diverse programma’s en kernthema’s. Beleidsterreinen daarentegen, die met name op de meest kwetsbaren mikken, zoals jeugdzorg en ouderen- en gehandicaptenbeleid, zijn gelukkig buiten schot gebleven. Ook is D66 blij met het verhogen van het onderhoudsniveau van de openbare ruimte naar niveau B en zelfs in een aantal gevallen naar niveau A, en met het verhoogde onderhoudsbudget van jaarlijks 400.000 euro, waardoor achterstallig onderhoud tot het verleden gaat behoren en duurzaamheid en energiebesparing verder gestimuleerd worden. Omdat er nu geen geld is voor nieuw beleid, zal D66 geen moties en amendementen indienen, althans geen die geld gaan kosten. Wensen genoeg immers, maar ook wij tellen onze zegeningen. Ik wil nu afronden met een aantal vragen aan het college. Vorig jaar hebben wij enkele moties ingediend, waarvan de meeste inmiddels gerealiseerd zijn. Zo zijn het gevraagde financiële kengetal en de klimaatbegroting, zoals reeds door mij genoemd, nu gelukkig in de begroting opgenomen.

Maar hoe zit het met de aangenomen motie met betrekking tot het marketingcommunicatiebeleid ten behoeve van stadspromotie? De Ouderenpartij had het er ook al over. Ook heb ik niets kunnen lezen over het implementeren van software ten behoeve van tracking & tracing van externe post. Ook deze motie is vorig jaar aangenomen door de raad. Wat is hier de stand van zaken? Wat ook opvalt is het feit dat in de begroting niets te lezen valt over de uitbreidingsplannen van BS Windekind. Eerder dit jaar een hoofdpijndossier naar aanleiding van vragen door de raad met betrekking tot de procedure en het aantal lokalen. Dit zou toch in de begroting terug te vinden moeten zijn? Maar niets van dien aard in het overzicht van investeringen op bladzijde 67. Kan het college daar uitsluitsel over geven? Dank u, voorzitter. Tot zover mijn bijdrage in de eerste termijn. De voorzitter Precies binnen de tijd. Dank u wel. Ik kijk naar de zaal. Er zijn geen vragen. De heer Bertholet, D66 Dan ben ik volstrekt duidelijk geweest. Dank u. De voorzitter Ik dank u voor uw duidelijke presentatie. Dan gaan wij verder met de PvdA. Fractievoorzitter de heer Verreck, aan u het woord. De heer Verreck, PvdA Dank u wel. Geachte voorzitter. Daar waar we in november 2019 nog ideeën hadden over hoe goed het jaar 2020 zou worden, bleek dat we die ideeën vanaf februari 2020 drastisch moesten bijstellen.

COVID19 kwam langs en heeft onze blik op de wereld volstrekt veranderd. In maart 2020 gingen we naar een intelligente lockdown. Dat had een groot effect op de mensen en bedrijven in de stad. We moesten met elkaar op zoek gaan naar een nieuwe manier van samenleven. Datgene waarvan we dachten dat niet mogelijk was, was opeens wel mogelijk. De anderhalvemetermaatschappij, het overleggen via Zoom of Teams. We leerden met z'n allen dat de R kleiner dan 1 moet zijn en vormden een mening over mondneusmaskers. We weten zelfs hoeveel ICbedden we in Nederland hebben. Dit jaar heeft tot nu toe veel creativiteit van ons gevraagd en zal dat ook nog wel even blijven doen. Bijzondere tijden vragen om bijzondere oplossingen. Ook voor de gemeente Heerlen. De maatregelen hebben een groot effect gehad binnen de organisatie. We zijn overigens benieuwd naar de consequenties

Pagina 46/171 op het verzuim. Over de handhaving zijn we geregeld geïnformeerd, maar over de ondersteuning aan de inwoners en de bedrijven zouden we graag wat meer willen horen. Wij vinden het verstandig dat het college heeft gekozen voor een COVID-19-begroting. Deze zal grotendeels vergoed worden door de landelijke overheid. Een gedeelte zal betaald moeten worden door de gemeente zelf. Is er al enig zicht op de omvang van het bedrag? En op welke wijze is deze reservering terug te vinden in de begroting? Als fractie mogen we de wethouder Financiën feliciteren met zijn laatste klus in zijn huidige functie. Het is gelukt om een begroting te presenteren die sluitend is. Dat zal niet altijd gemakkelijk geweest zijn geweest. Volgens het college heeft de begroting een hoog realiteitsgehalte, met een forse bezuiniging van 15,5 miljoen euro. Kunnen we dan concluderen dat we over het jaar 2021 geen tekorten meer hebben op de jaarrekening? Dat lijkt ons een mooi streven, maar laten we ons wel realiseren dat het jaar 2021 mogelijk ook weer volstrekt anders zou kunnen verlopen. Ondanks dat er, in de woorden van het college, een heldere begroting ligt, blijven er nog veel vragen over die om een nadere toelichting vragen: De overgang van de toegangsteams werd eerder al genoemd.

Op pagina 22 schrijft u dat dit per 1 januari komend jaar is, terwijl u op pagina 91 schrijft dat het per 1 april gebeurt. We gaan ervan uit dat één van de twee een typefout is. Maar de bijzondere vraag is, bij welke “moederorganisatie” worden deze mensen ondergebracht? En bij wie kunnen de klanten van JENS terecht als ze het niet eens zijn met het besluit? Want de gemeente blijft natuurlijk eindverantwoordelijk voor de jeugdzorg. De tandarts voor de jeugd komt ook weer langs voor het derde jaar. Kan de wethouder “tandartszaken” een toelichting geven op wat er nu in het afgelopen jaar is gebeurd op dit onderwerp? Wij zijn vooral benieuwd op welke wijze u de ouders heeft gemotiveerd om met hun kinderen naar de tandarts te gaan. We gaan duizend bomen planten in Heerlen - goed plan - voor de prijs van € 1.650,- gemiddeld per boom. Ik heb het nagekeken. Ik was verbaasd over het bedrag. Maar bomen zijn blijkbaar heel duur. In ieder geval als je een beetje een grote boom wil hebben. Maar de vraag is wel: waarom gaan we dat nu pas doen? En wat is er gebeurd met de bomen die tijdelijk in de stadtuin, in “emmers” geplaatst zouden worden? Die zijn er nooit gekomen.

Daarnaast zijn we benieuwd naar wat er bedoeld is met de melding in de meerjarenraming over het herplanten van bomen? Over welke bomen hebben we het dan? We hebben nog een jaar en bijna twee maanden voordat de nieuwe Omgevingswet van kracht wordt. Nu lezen we in de begroting dat u van plan bent om het opleidingsbudget van 1,4 miljoen euro te halveren. Waar is dat op gebaseerd? Kunnen we als gemeente dan nog wel voldoen aan de behoefte van de organisatie om medewerkers voldoende op te leiden? Tot onze verbazing staat het "centrumbad" niet in de agenda van 2021. Schuiven we dit op de lange baan? We zijn overigens wel heel blij dat de wethouder in de commissievergadering volstrekt helder heeft gemaakt wat volgens het college het centrum is en dus waar dit badje terecht zou moeten komen. We blijven benieuwd en we laten ons als fractie graag verrassen over de locatie en vooral over de financiering van de bouw en de afdekking van de exploitatiekosten. Tijdens de Algemene Beschouwingen in november 2019 hebben we als fractie gepleit voor een Nationaal Programma Parkstad Limburg. Dit plan zou wat de fractie van de PvdA gebaseerd moeten zijn op de werkwijze van het Nationaal Plan Rotterdam-Zuid. De burgemeester omarmde dat plan en wilde samen met de raad, en de verschillende Tweede Kamerfracties hieraan samenwerken.

Wij waren als fractie dus ook benieuwd naar de stappen die dit college op deze weg heeft gezet. Wat blijkt echter uit de begroting, het NPPL lijkt ingewisseld te zijn door een Nationaal Programma Zuid-Limburg. Als fractie zijn we benieuwd naar de omslag in denken door het college en op welke achtergrond deze omslag is gebaseerd. En waar heeft u de raad actief meegenomen in de andere wijze van denken? Daar waar de regio Parkstad op veel lijstjes slecht scoort zijn wij benieuwd naar de score van de rest van regio. Wat is bijvoorbeeld de problematiek van de achterstandswijken van Gulpen-Wittem en Meerssen? In die zin zijn we als fractie dan ook benieuwd naar het conceptprogrammaplan, dat er in december moet komen, van het project in Heerlen-Noord in het kader van het IBP leefbaarheid en veiligheid. Uit de tekst

Pagina 47/171 van de begroting kan men concluderen dat het gaat over een project dat 20 jaar moet gaan duren. Klopt dit? Wat de fractie van de PvdA betreft zou dat een goede ontwikkeling zijn, omdat de problemen van Heerlen-Noord niet in 1 of 2 jaar op te lossen zijn. Zoals u weet ben ik geen econoom. Ik heb altijd begrepen dat als je iets wil bereiken, dan moet je investeren. In goed Nederlands gezegd: no pain, no gain. We hebben de ambitie om meer focus te leggen op twee economische hoofdopgaves: “versterken voorzieningenstructuur en vergroten werkgelegenheid”. Dat is een heldere ambitie, maar tegelijkertijd gaan we in de komende vier jaar € 750.000, - bezuinigen. Kunnen we met deze bezuiniging de ambitie nog wel waarmaken? In het programma Onderwijs gaat men ouders aanspreken op hun eigen verantwoordelijkheid met betrekking tot het brengen van kinderen naar school. Dat lijkt ons een logisch streven. Dat heb ik jaren gedaan. We gaan er ook van uit dat dit lukt. Misschien kan de wethouder Onderwijs een afspraak maken met de wethouder Tandartszaken en hem bijpraten over hoe het hem lukt om ouders aan te spreken op hun verantwoordelijkheid. Kan het college een toelichting geven op de reservering van een kleine 9 miljoen euro voor de onderwijshuisvestiging marktwerking in de meerjarenbegroting? Want we vinden geen onderbouwen en we begrijpen niet waar het vandaan komt.

Tijdens de Algemene Beschouwingen van 2020 hebben we gesproken over de effecten van de bezuinigen op het Cultuurhuis. We moeten tot onze spijt constateren dat het Cultuurhuis helemaal niet meer genoemd wordt in deze begroting. De wethouder gaf vorig jaar aan tijdens de Algemene Beschouwingen dat hij in gesprek zou gaan met het Cultuurhuis. Ik citeer hem letterlijk: “Met als doel dat wij voor het begrotingsjaar 2021 een situatie hebben waar wij de toekomst mee in kunnen, samen met het bestuur van het Cultuurhuis.” Kan de wethouder ons vandaag en morgen informeren over de stappen die in het afgelopen jaar zijn gezet, zodat het Cultuurhuis een bestendige toekomst tegemoet kan zien? We lezen dat het college een stevige ambitie heeft met betrekking tot het verhogen van de opbrengsten van de horeca op Kasteel Hoensbroek. Op welke wijze verwacht de wethouder de omzet, zeker gezien de huidige COVID-maatregelen, te verhogen? Is dit nu een voorbeeld van een reële begroting? Daarnaast lezen we dat de gemeente de kosten voor het onderhoud van het Kasteel, en het park, gaat doorbelasten aan de eigenaar van het kasteel.

Op welke wijze is dat vastgelegd met de stichting? Stond dit al in het huurcontract en hebben we dit dus als gemeente in de afgelopen jaren niet geëffectueerd? Het lijkt mijn fractie zinvol om het binnen de commissie MF te hebben over de Wvggz en de problemen die men in de uitvoering ervaart. We zijn blij dat besloten is om de inburgering weer onder regievoering van de gemeente te laten vallen. We zijn wel heel benieuwd op welk gedeelte van de nieuwe wet, met als ingangsdatum 1 juli 2021, we alvast gaan bezuinigen en hoe dit zich verhoudt tot de opgave. In de jeugdmaatwerkvoorziening lezen we dat er 40 miljoen euro aan lasten zijn. Kan er een uitsplitsing gemaakt worden tussen het bedrag dat voor JENS is gereserveerd en de overige voorzieningen? Het lijkt ons verstandig om de halfjaarrapportage die we eind oktober kregen, in de commissie MF te bespreken en niet hier. De gemeente heeft de financiële nood van JENS van vorig jaar en dit jaar voor een gedeelte opgelost. Welke afspraken heeft de wethouder gemaakt met JENS, zodat het een eenmalig gebruik van het “noodventiel” was en dat we niet weer in juni 2021 eenzelfde soort discussie krijgen als in juni 2020? Volgens de begroting krijgt de gemeente in 2023 een aanvulling op de extra middelen jeugdhulp. Het gaat om een bedrag van 2,3 miljoen euro.

Waarom is dat bedrag niet opgenomen in de meerjarenraming? En waar kunnen we de extra middelen Jeugdhulp terugvinden in de begroting? We gaan in Parkstad 21 Skaeve Husen realiseren. Kan de wethouder aangeven hoeveel van de 21 in Heerlen worden gerealiseerd, op welke termijn dit gaat plaatsvinden en hoe hij dit met de betreffende buurt gaat communiceren? Er zal door de gemeente minder gebruik gemaakt worden van de medische advisering door de GGD. Dat gaan we onder andere doen bij de WMO aanvragen en bij de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart. Maar vervolgens lezen we dat de inwoners die denken ervan gebruik te moeten maken, méér bijdragen in

Pagina 48/171 de kosten van een medische keuring. Kan de wethouder hier een toelichting op geven? En wat moeten de inwoners hiervoor gaan betalen? Met betrekking tot de ChristusKoningkerk wordt gesproken over het opnieuw inrichten van de openbare ruimte. We gaan ervan uit dat dit meer is dan alleen het plein voor de kerk. Er zijn door de wijk in het verleden verschillende plannen gemaakt voor de herinrichting van de omgeving van de kerk. Kan de wethouder aangeven of dit plan van de wijk het plan is dat genoemd staat in de begroting als zijnde “parkeerplaatsen een plein en bomen”? Bij Vrieheide hebben we het ook over het woningtransformatieconcept. Over welk bedrag van de Regiodeal verwacht de wethouder te gaan beschikken voor dit project? We zijn wel verbaasd over de zin “er wordt aansluiting gezocht bij de nieuwe aanpak voor Heerlen-Noord”. Volgens mijn fractie is Vrieheide een onderdeel van Heerlen-Noord. We begrijpen dat we als gemeente worden gekort, omdat we minder dan 100.000 inwoners hebben: de opschalingskorting. Het gaat om een substantieel bedrag van gemiddeld 1 miljoen per jaar. Volgens mij wordt het dit jaar en volgend jaar kwijtgescholden.

Heeft het college zicht op hoe zich dit verhoudt ten opzichte van de overige Parkstadgemeenten? En is zo’n korting onderwerp van gesprek binnen de Parkstadgemeenten? Kan het college toelichten op welke wijze er wordt samengewerkt binnen de gemeenten in Parkstad zoals minister Ollongren heeft verzocht? Wanneer kunnen wij hierover een rapportage aan de raad verwachten? Kan het college een toelichting geven op wat nu het effect is op de verantwoordelijk voor zijn rechtmatigheidsverklaring? Ik heb nog anderhalve pagina. Mag dat? De voorzitter Nee, u zal moeten afronden. Er zijn afspraken gemaakt. De heer Verreck, PvdA Dan doen we het laatste stukje over ASTA morgen. Geachte voorzitter, ik kom tot mijn afronding. Ik ben begonnen met de conclusie dat bijzondere tijden een bijzondere aanpak vereisen. Dat had ik graag in dit college teruggezien. Maar ik moet ook constateren dat dit college onvoldoende de verantwoordelijkheid neemt om de raad proactief te informeren, maar juist steeds meer stukken geheim verklaart en besluiten neemt waarvan we de onderbouwing moeten zoeken. Onze inzet voor de gemeente Heerlen is dat we samen een betere stad willen creëren. En dat gaat niet alleen over de stenen. Het gaat vooral over een betere stad voor de inwoners van Heerlen, want dat verdient de Heerlenaar. De voorzitter Ik dank u, meneer Verreck. Ik kijk naar de raadszaal. De heer Peters.

De heer Peters, CDA (interruptie) Ik hoor de heer Verreck over proactief informeren. Tegelijkertijd hoor ik een heleboel technische vragen die u ook aan de voorkant had kunnen stellen, zoals wij en andere fracties dat ook hebben gedaan. Waarom hebt u dat niet gedaan? De heer Verreck, PvdA Het zijn geen technische vragen. Volgens mij zijn het inhoudelijke, politieke vragen, waar een inhoudelijke, politieke keuze over is gemaakt. Daar wil ik het snappen. Ik vraag niet waarom je 10 euro daar hebt bestemd en 10 euro daar. Ik wil snappen waarom we dit doen. Daar gaan mijn vragen over. De heer Peters, CDA (interruptie)

Pagina 49/171 Voor een gedeelte klopt het wat de heer Verreck zegt, maar voor een gedeelte waren het ook, in ieder geval in mijn optiek, hele technische vragen die ook een technisch antwoord en niet per se een politiek antwoord hadden kunnen krijgen. Is hij dat met mij eens? De heer Verreck, PvdA Als u daar zo naar kijkt, dan kan dat ja. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Ik heb een vraag aan de heer Verreck. Op het einde sloeg hij een stukje over. Wat stond daar in? (gelach) De voorzitter Ja, zo lust ik er nog wel een paar! De heer Verreck, PvdA Nou, dat is een heel interessante vraag. De voorzitter Dat hoort u morgen. De heer Verreck, PvdA Ik zou het graag aan u willen voorlezen, maar ik denk niet dat ik daar de ruimte voor krijg van de voorzitter. De voorzitter U hebt een goed inschattingsvermogen. De heer Verreck, PvdA Ik ga dat gewoon bewaren voor morgen voor de tweede termijn. Het is namelijk gewoon een compact stuk. Dat gaat over Atelier Stadsrevisie en een aantal vragen die daarover leven bij mijn fractie. Die gaan we gewoon voor morgen bewaren. De voorzitter Ik dank u, meneer Verreck. De heer Bertholet, D66 (interruptie) We willen dan wel een cliffhanger. De voorzitter Ik dank u voor uw bijdrage Sorry, meneer Meyer. De heer Meyer, SP (interruptie) Ik ben benieuwd naar het volgende. Ik hoorde de heer Verreck spreken over de opschalingskorting.

De heer Verreck heeft net laten merken dat hij heel veel van het college, en misschien ook wel van de raad, aan inhoud en techniek wil weten. Kan hij mij vertellen wie de opschalingskorting heeft bedacht? De heer Verreck, PvdA Volgens mij het kabinet. Nu gaat u mij vertellen dat wij dat als Partij van de Arbeid zeker hebben bedacht. De heer Meyer, SP (interruptie)

Pagina 50/171 Ja, door de heer Plasterk. Dus als u dat niet meer zou willen ... Ik snap dat u nu moeilijk kunt lobbyen met Plasterk. Snapt u wat ik hier moeilijk aan vind, meneer Verreck? Ik ben heel blij met uw ideeën, maar we hebben wel te maken met een probleem dat is veroorzaakt door uw eigen partij. De heer Verreck, PvdA Dat kan, meneer Meyer. Maar gelukkig zijn wij een partij waarbinnen interne discussie mogelijk is. Dus wij kunnen met elkaar hierover van mening verschillen. Dus dat kan heel goed. Daarbij, ik ben niet verantwoordelijk voor alle daden die mijn partijgenoten in de Tweede Kamer of in de regering maken. Daar kunnen wij ook van mening over verschillen. Het volgende is vooral essentieel in mijn vraag. Ik vind dat het om een substantieel bedrag gaat. De regering vindt dat de gemeentegrootte ongeveer 100.000 inwoners zou moeten zijn. Volgens mij hebben we er een aantal jaar geleden samen voor gestreden om dit in Parkstad gerealiseerd te krijgen door een herindeling met Landgraaf. Omdat dit niet is gelukt, krijgen we nu een soort strafkorting opgelegd. Ik ben heel benieuwd hoe die strafkorting zich nu voorhoudt in die andere gemeente. Als het alleen in Heerlen een strafkorting van pakweg 1 miljoen is, dan zal het misschien in Landgraaf wel een strafkorting van 2 miljoen zijn. Ik ben dus heel benieuwd hoe groot die bedragen zijn en of men daar zicht op heeft.

Kan dit bij de andere gemeentebesturen een lampje doen branden om na te denken, zo van: is dit iets wat we willen of moeten we een ander pad kiezen? De heer Meyer, SP (interruptie) En dat je dit soort dingen dus nooit meer moet doen. Het is goed dat de Partij van de Arbeid terugkijkt naar wat absoluut nooit had moeten gebeuren. Dit is daar dan een van die onderdelen van. Ik ben blij om te horen dat daar uitgebreid over wordt gediscussieerd binnen de Partij van de Arbeid. Dat kan niet anders dan gestimuleerd worden. Dan sla ik deze even over. Dan is het goed. Dan heb ik gehoord dat u dit begrijpt. Maar ik ben oprecht geïnteresseerd in het volgende. U doet net als wij het voorstel om te komen tot een nationaal programma, in ieder geval om te proberen onze achterstanden sneller in te halen. Waarvoor zou u kiezen? Ik probeer echt uw nieren te proeven in de goede zin van het begrip. Als wij zelf sneller kunnen ... Ik ben het ook met u eens dat de Zuid-Limburgse schaal een beetje een vreemde schaal is. Maar ik begrijp uit uw woorden dat u voor de Parkstadschaal kiest. Stel, wij zouden sneller kunnen gaan als Heerlen door ons te richten op waar wij sterk mee kunnen zijn. Want die herindeling is niet gelukt. In Parkstad is zo nu en dan het overleg stroperig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=2cf10971-c354-4d02-81b0-9ffb407c0b46