NL.IMRO.0917.BP030500W000008-0401_Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
47
Corio Center als goed voorbeeld van meervoudig ruimtegebruik.
De laatste ruimtelijke karakteristiek is de Cityring. De royale reserveringen voor verkeersdoeleinden hebben m.b.t de bebouwing een grotere stedenbouwkundige schaal opgeroepen. De bebouwing langs de Geerstraat, vooral het noordelijk gedeelte, is erg fors en 8 á 9 bouwlagen hoog. Zeker nu de Cityring aan de noordwest kant met de ontwikkeling van het Maankwartier een nieuw tracé heeft gekregen over de Schakelweg, Looierstraat en Spoorsingel, lijkt de bebouwing langs dit gedeelte van de Geerstraat een schaalfout. De cityring vormt een fysieke en psychologische barrière tussen Het Loon en het Eikenderveld enerzijds en het centrum anderzijds.
Grote stedenbouwkundige schaal langs de Geerstraat (voormalige cityring). B. Overige gebied Dit oostelijk gelegen gebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Stationstraat en de Spoorsingel. Aan de oostzijde door de Groene Boord en aan de zuidzijde door de Putgraaf. Aan de westzijde ten slotte loopt de begrenzing langs de Akerstraat, Bongerd en de Saroleastraat. Karakteristiek voor dit gebied is de oude stedenbouwkundige structuur. Vooral de cirkelvormige bebouwing rond de St. Pancratiuskerk (12e eeuw) is nog duidelijk herkenbaar aanwezig. De St. Pancratiuskerk zelf heeft als middelpunt van deze structuur een driebeukige, kruisvormige basiliek met een romaans schip.
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
48
Cirkelvormige structuur.
Het kerkplein was tot in de zestiger jaren een besloten stedelijk pleintje met smalle toegangswegen. Een van deze toegangen liep vlak langs de hoofdentree van de kerk, de tweede, iets breder, langs het glaspaleis en de derde verbinding tussen het Kerkplein en Pancratiusstraat (voorheen Emmastraat, zie afbeelding). Door de realisering van het bouwblok langs de Bongerd aan het eind van de jaren '80, kreeg het Kerkplein aan de noordzijde zijn stedenbouwkundige afronding (zie foto's).
Bebouwing aan de Bongerd.
Doorkijk naar Schelmertoren.
Een tweede oorspronkelijke stedenbouwkundige vorm is de Oude Veemarkt. De driehoekige pleinvorm (waar Pancratiusstraat en Gasthuisstraat elkaar ontmoeten) was een typisch gegeven naast de nieuwere rechthoekige pleinen. Dit plein had van origine een verblijfsfunctie.
Savelbergklooster als overgebleven onderdeel van de Oude Veemarkt.
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
49
De oude straten rond de St. Pancratiuskerk vormen een grote samenhang en gaan via de Klompstraat en Gasthuisstraat (richting Groene Boord) geleidelijk over in een wat minder duidelijke ruimtelijke structuur. Het deelgebied laat een gevarieerde woonstructuur zien, voortkomend uit verschillende perioden van bebouwing.
Moderne woonbebouwing aan de Sint Pietershof.
Moderne hoogbouw aan de Putgraaf.
In de oudere bebouwing (voor de jaren zestig) zoals aan de Oranje Nassaustraat, Bongerd en Klompstraat overheerst de traditionele vorm van eengezinswoning boven winkels. Het later ontwikkelde gebied ten zuiden van de Putgraaf wordt gedomineerd door een geheel eigen karakteristiek van solitaire (overwegend woon, kantoor) gebouwen die een veel grotere schaal introduceren. Deze abrupte overgang werkt storend omdat een stedenbouwkundige tussenschaal ontbreekt.
Grootschalige woonbebouwing.
Grootschalige kantoorbebouwing.
C. Het Loon Het westelijk gelegen deelgebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Looierstraat, aan de oostzijde door de Schakelweg en de Geerstraat, aan de zuidzijde door de Valkenburgerweg en aan de westzijde door de Antwerpseweg/ N281. Een belangrijk ruimtelijk onderdeel van het gebied is het Burgemeester van Grunsvenplein met een forse afmeting van circa 120 x 250 meter en daarop de Stadsschouwburg gesitueerd. Onder het grote plein is o.a. ten behoeve van de Schouwburg een parkeergarage aanwezig, deze is bereikbaar vanaf de Muzenlaan.
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
50
Stadsschouwburg op het Burgemeester van Grunsvenplein. De stadsschouwburg is gebouwd in 1958 door bureau Peutz en Bijvoet. De strakke vormgeving met een grote glaspui van de foyer is van grote invloed op de ruimtelijke karakteristiek van "het Nieuwe Heerlen". De etagebouw (6 woonlagen + onderbouw) aan de Apollolaan is in 1963 gerealiseerd als woonproject, de kantoren op de begane grond zijn van recentere datum. De residenties West en Oost aan de Homerusstraat die in 1962 zijn gebouwd, hebben 6 bouwlagen en staan op een onderbouw. Het Oostelijk gedeelte van deze bebouwing vormt tezamen met het langgerekte woongebouw aan de zuidzijde van het Burgemeester van Grunsvenplein de ruimtelijke begrenzing van het plein. Deze ruimtelijke begrenzing wordt aan de oostzijde van het plein verzorgd door de aan de Geerstraat gesitueerde grootschalige bouwwerken zoals het (leegstaande en te herontwikkelen) winkelcentrum de Plu. Het recent vernieuwde winkelcentrum Het Loon gelegen aan de Homerusstraat vormt in combinatie met de appartementen er boven (12 bouwlagen) in stedenbouwkundige zin de zuid-westelijke wand van het plein.
Wonen boven Het Loon.
Vernieuwde gedeelte van Het Loon.
Het Loon fungeert, door het introverte karakter van deze winkelconcentratie, de barrièwerking van de Geerstraat en de relatief grote afstand tussen Het Loon en de rest van de binnenstad, als een min of meer zelfstandige eenheid. De ruimtelijke situatie van het deelgebied wordt verder nog gekenmerkt door de oudere (lint-)bebouwing aan het eerste gedeelte van de Valkenburgerweg. Deze bebouwing bestaat gedeeltelijk uit een kleinschalige stedenbouwkundige structuur, waarbij de individuele 'korrels' goed zichtbaar zijn. De samenhang komt tot uitdrukking in de plaatsing tegen de achterkant van het trottoir en een op elkaar afgestemde bouwhoogte van 2 tot 3 bouwlagen met kap. Wat verderop langs deze belangrijke oude toegangsweg wordt de stedenbouwkundige structuur veel grootschaliger in de vorm van een cluster van appartementsgebouwen tot een hoogte van wel 17 bouwlagen. Dit moderne hoogbouwcluster vindt zijn begrenzing door de Valkenburgerweg, Euterpelaan en de Apollolaan en is voorzien van ondergrondse parkeervoorzieningen. Tot slot is
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
51
tussen de Euterpelaan en de Antwerpseweg/ N281 in twee bouwlagen een modern (Rabo-)bankgebouw gerealiseerd.
Eerste gedeelte Valkenburgerweg heeft een kleine stedenbouwkundige structuur.
Grootschalige stedenbouwkundige structuur.
Modern kantoorgebouw (Rabobank).
Het eerdergenoemde cluster van hoogbouw en de bebouwing van Het Loon, alsmede de hoogbouw van de buiten het plangebied liggende bebouwing van het A.B.P. en D.S.M. zorgen vanaf de westelijke zijde (vanaf de autoweg N281) voor een stevig stedelijk beeld (skyline). Tot slot is nog het vermelden waard de gevarieerde bebouwing aan het overgebleven relict van de Laanderstraat. Aan de westzijde van de straat (hoek Looierstraat) staat de in 1922 gebouwde Parochiekerk van Sint Franciscus van Assisië, met kenmerkende steile dakvormen. In de straat zijn verder nog een vrijstaande woning en een restaurant aanwezig.
Parochiekerk van Sint Franciscus van Assisïe (zijde Looierstraat).
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
52
Groenstructuur Het centrum van Heerlen wordt ontwikkeld tot het centrum van Parkstad conform het beleid van Parkstad. Het centrum van Heerlen vormt daarnaast het kloppende hart en is via de hoofdgroenstructuur verbonden met de uithoeken van de gemeente, de schakels tussen stad en buitengebied. Conform de centrumvisie wordt de openbare ruimte in het centrum op integrale wijze ontwikkeld, waarbij de pleinen worden/ zijn voorzien van een representatieve en duurzame groenstructuur. Daarmee dient uiteindelijk een herkenbare en representatieve verbinding te ontstaan tussen 't Loon, het Glaspaleis en het Coriocenter. De aanwezigheid van grote bomen draagt in positieve wijze bij aan de beïnvloeding van het stadsklimaat en de opwarming van de openbare ruimte. Ook zijn en zullen er verspreid over het centrum verrassende groen, spel- en waterelementen worden aangebracht die aanleiding geven tot verpozen. Vanuit het groen moet daarbij in het centrum met name gedacht worden aan bloeiend gevelgroen (b.v. uitgang Geleenstraat Raadhuisparking), solitaire bomen die de potentie hebben om monumentaal te worden en kleine pleintjes (Schelmenhofje) die voor een intieme sfeer zorgen.
Gevelgroen Geleenstraat Raadhuisparking.
Schelmenhofje.
Bezoekers moeten op deze wijze verleid worden om van een standaard rondje door het centrum af te wijken. Het plangebied wordt in het noord-oosten, oosten en zuiden begrensd door structurele groenvoorzieningen. In het noord-oosten is dat het groen langs de spoorlijn. Langs dit deel van de Spoorsingel is een fraaie bomenstructuur aanwezig.
Bomenstructuur langs de spoorlijn (Spoorsingel). Dit geldt ook voor de Cityring waar een herkenbaar groen profiel is gerealiseerd. Aan de oostzijde van het plangebied stroomt de Caumerbeek (deels overkluisd). Het groen in deze Caumerbeekzone is van structureel belang. Aan de Groene Boord ligt de entree van het Stadspark Aambos/ Caumerbeekdal. Ten zuiden van het plangebied liggen nog een aantal te benoemen fraaie groene
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
53
pleinen en parken die een wezenlijke bijdrage leveren aan de aantrekkingskracht van het centrumgebied. Het betreft het Tempsplein (Rijksbeschermd stadsgezicht) en de Algemene Begraafplaats met een waardevol bomenbestand.
Caumerbeek zone.
Algemene Begraafplaats.
Tempsplein in bloei.
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
54
3.3
Mobiliteit
Het centrum is het economisch hart van de stad. Het functioneren van het centrum wordt in belangrijke mate bepaald door de bereikbaarheid. Verder is het van belang een winkelklimaat te scheppen, dat door bezoekers als prettig wordt ervaren. De verkeersstructuur rond Heerlen wordt gekenmerkt door een aantal ringwegen (Cityring, binnenring, zie afbeelding) die onderling verbonden zijn door middel van een aantal (binnenstedelijke) radialen. Deze radialen zijn weer verbonden met het bovenliggende wegennet A76, A79, N281 en de buitenring door middel van een aantal (buitenstedelijke) toegangswegen.
De nieuwe Cityring .
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
55
Cityring (rotonde Putgraaf Akerstraat).
De ringwegen, radialen en toegangswegen zijn gebiedsontsluitingswegen die het verkeer van en naar het centrum op een veilige manier snel en adequaat kunnen afwikkelen. Het verkeer binnen de verblijfsgebieden (winkelgebieden, woongebieden) wordt afgewikkeld via de erftoegangswegen. Deze erftoegangswegen wisselen dit verkeer uit met de gebiedsontsluitingswegen.
Parkeerstructuur De parkeervoorzieningen voor auto's t.b.v. de centrumbezoekers zijn direct bereikbaar vanaf de Cityring (Spoorsingel, Groene Boord, Putgraaf, Dr. Poelsstraat, Coriovallumstraat, Geerstraat, Schakelweg, Looierstraat). Het betreft parkeerplaatsen voor langparkeerders in de garages en parkeerplaatsen voor kortparkeerders op straat.
Parkeergarage Corio Center Stationstraat.
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
Parkeergarage Putgraaf.
56
Parkeergarage Raadhuisplein (entree voetgangers Geleenstraat).
Parkeergarages Binnen het plangebied zijn de volgende openbare parkeergarages aanwezig: De Klomp aan de Klompstraat (deelgebied B). Putgraaf aan de Putgraaf (deelgebied B). Raadhuis Parking aan de Uilestraat (deelgebied A). Corio Center aan de Stationstraat (deelgebied A). Theater Heerlen Parking aan de Muzenlaan (deelgebied C). Winkelcentrum t' Loon aan de Homerusstraat (deelgebied C). P+R Parallelweg (deelgebied A). Deze parkeergarages zijn allemaal goed bereikbaar vanaf de cityring. Op hoofdlijnen dient het parkeerbeleid te zorgen voor een betere afstemming tussen de vraag naar en het aanbod van parkeren, zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid en de kwaliteit van de openbare buitenruimte. Het anticiperen op nieuwe ontwikkelingen en het bieden van een gastvrij en klantvriendelijk parkeersysteem maken hier onderdeel van uit. Er zijn een drietal ambities afgeleid: Toegankelijk, Leefbaar en Praktisch passend. Deze ambities vormen de rode draad bij de verdere invulling van beleidsuitgangspunten en uit te werken acties c.q. maatregelen. Enkele in het oog springende beleidskeuzes zijn, per deelgebied: Betaald parkeergebied: Parkeerders parkeren in het gebied waar ze hun bestemming hebben en er wordt gezorgd voor een leefbaar woongebied met een goede verhouding tussen groen, auto's en beton.
Vergunning gebied: Bewoners kunnen ongelimiteerd parkeren aan de hand van hun vergunning en er zal een eenduidig digitaal vergunningensysteem worden ingevoerd. Blauwe zone gebied: De huidige blauwe zones worden op termijn vervangen door een eenduidig digitaal systeem. De parkeernormen zijn ondergebracht in een separate nota parkeernormen, te weten de 'Parkeernota Heerlen 2010' (zie ook paragraaf 2.4.6). In de regels van het bestemmingsplan wordt dynamisch naar deze nota verwezen. Binnen het centrumgebied zijn de winkel- en horecagebieden afgesloten voor gemotoriseerd verkeer (met beperkte openstelling voor laden en lossen). Het betreffende gebied is ingericht als voetgangersgebied, waar ook fietsen wordt toegestaan. Overdekte bewaakte stallingsmogelijkheden zijn er in de Akerstraat en bij het station.
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
57
3.4
Functionelestructuur
Kenmerkend voor een centrumgebied is de aanwezigheid van een groot aantal diverse voorzieningen. Het plangebied vormt hier geen uitzondering op en is een zeer divers en dynamisch centrumgebied. In deze paragraaf komen grofweg detailhandel, horeca, commerciële dienstverlening in combinatie met kantoren, detailhandel gelegen in de plint van de winkelstraten en op de verdiepingen in de grote warenhuizen voor. Vanaf de 1e verdieping zijn gebouwen voornamelijk bestemd voor woondoeleinden. De vier genoemde deelgebieden hebben daarnaast zo elk hun eigen 'kleur' (functies). Op diverse locaties liggen maatschappelijke en culturele voorzieningen. In deze paragraaf wordt op de in het plan aanwezige functies ingegaan. Doordat het centrum van de stad voortdurend aan veranderingen onderhevig is, betreft het een globale opsomming en beschrijving van functies.
Wonen Tegen de achtergrond van de verschillende vormen van bebouwing in het plangebied, voortkomend uit verschillende perioden van bebouwing, is een zeer gevarieerde woonstructuur te zien. Het is ondanks de aanwezigheid van een groot aantal andere voorzieningen, de meest voorkomende functie in het plangebied. Zo komt in het 'winkelhart' (A) het wonen boven winkels en kantoren veel voor en is het oostelijke gedeelte van het plangebied (B) voor een groot gedeelte ingericht als regulier woongebied (Klompstraat, Deken Bemelmansstraat, Broeder Aloysiusstraat, Sint Pietershof enz.). Ook in het westelijk gelegen deelgebied (C) is het wonen sterk vertegenwoordigd, veelal in de vorm van etagewoningen/ appartementen, maar aan de Valkenburgerweg ook o.a. als stadswoningen (grondgebonden ééngezinswoningen). Maatschappelijkevoorzieningen Verspreid in het plangebied, met name buiten het kernwinkelgebied, komen verschillende en diverse
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
58
maatschappelijke voorzieningen voor. Het betreft onder andere een schouwburg (C), poppodium (B), 2 bioscopen (A), bibliotheek (B), kinderdagverblijf (C), twee kerken (B, C), een voormalig klooster (C), scholen (C), apotheek (A) en een politiebureau aan de Stationstraat (B). Aan het Raadhuisplein is in deelgebied A het door Peutz ontworpen Stadhuis gesitueerd.
Detailhandel Een groot deel van het totale winkelaanbod in Heerlen bevindt zich binnen het centrumgebied (plangebied). De detailhandelsstructuur in het plangebied is zeer divers. In het oostelijk gedeelte, de Akerstraat, Oranje Nassaustraat, Saroleastraat en de Geleenstraat (oude linten) liggen overwegend kleinschalige bedrijven. De bouw ervan gaat terug tot vóór de jaren zestig. Het winkelbestand in deze straten kan tot de oude kern worden gerekend. In westelijke richting, vooral langs de Promenade, liggen winkels en warenhuizen die hoofdzakelijk van na de jaren zestig dateren. Ze worden gekenmerkt door een grotere bedrijfsvloeroppervlakte en een modernere opzet en verschijningsvorm. Weekmarkt Op dinsdag is er op het oostelijk gedeelte van de Promenade en de Bongerd een weekmarkt.
Bedrijven en kantoren Bedrijven Industriële bedrijven komen in het plangebied niet voor. Kleine ambachtelijke bedrijven (zoals b.v. een naaiatelier) zijn vaak inherent aan een detailhandelsfunctie. Kantoren Kantoren komen verspreid over het gehele plangebied zowel kleinschalig als grootschalig voor. Het betreft allerlei vormen van kantoorbebouwing zoals bankgebouwen, politiebureau, advocaten kantoren enz.. Concentraties bevinden zich voornamelijk in Deelgebied A, B en D aan de Honigmanstraat, Kruisstraat, Geerstraat, Schakelweg, Parallelweg, Stationstraat, Spoorsingel en Maanplein. Soms zijn ze gecombineerd met wonen op de verdiepingen. Daarnaast bevinden zich in deelgebied D, ten zuiden van de Putgraaf, ook veel grote kantoorlocaties. In het deelgebied C aan de Euterpelaan is een kantoor in de vorm van een bankgebouw aanwezig en zijn in de 'plint' van het woongebouw aan het Burgemeester van Grunsvenplein/ de Apollolaan kantoren gehuisvest. Tot slot zijn het vermelden waard het fraaie kantoorpand van Wonen Zuid (voormalige Hema) aan de Dr. Poelsstraat van architect Peutz dat in 1940 is gerealiseerd en de aanwezigheid van het gemeentelijk Stadskantoor aan de Geleenstraat. Horeca Horeca is onmisbaar voor een levendig centrum, aangezien horeca verschillende functies met elkaar verbindt.
Horeca biedt een rustpunt tijdens het winkelen, het is een vaste stop voor of na een bezoek aan theater of bioscoop en het kan een doel op zich zijn om het centrum te bezoeken. In het plangebied zijn verspreid verschillende horecavestigingen aanwezig, al dan niet in combinatie met een terras en/of wonen op de verdieping. De meeste horeca is gevestigd in de deelgebieden Centrum (A) en Overige gebied (B). Maar ook in de deelgebieden Het Loon (C) is de horecafunctie ruim vertegenwoordigd. De horecagelegenheden bestaan voornamelijk uit winkelondersteunende horeca zoals lunchrooms. Soms zijn deze inpandig aanwezig (b.v. Hema, Berden, Het Loon, Corio Center, Glaspaleis), maar verspreid over het totale plangebied zijn ook diverse specialiteitenrestaurants aanwezig zoals Grieks, Italiaans, Chinees, Japans enz. Concentratiepunt voor de horeca is gelegen in de omgeving van de Pancratiuskerk (Pancratiusplein) waar geconcentreerd veel horeca met grote terrassen aanwezig zijn. Ook aan de het Wilhelminaplein zijn diverse horecavestigingen aanwezig, alsmede een hotel. Het vermelden waard is verder de noordzijde van de Bongerd waar naast McDonald's en een wokrestaurant nog een tweetal cafés aanwezig zijn. In het deelgebied Het Loon ten slotte is in de Stadsschouwburg een horecafunctie opgenomen en is aan de Laanderstraat een restaurant aanwezig.
Bij diverse horecagelegenheden zijn terrassen aanwezig.
Overige functies Nuts voorzieningen Verdeeld over de deelgebieden zijn tal van nutsgebouwen al dan niet inpandig aanwezig. In deelgebied B is aan de Spoorlaan, ingeklemd tussen het centrale busstation en een fietsenstalling,
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
59
een grote nutsvoorziening aanwezig. Het vermelden waard is het grote nutsgebouw (stadsverwarming) in deelgebied C op het achterterrein van de woningbouw aan de Muzenlaan/ Laanderstraat. OV-voorzieningen Het station bevindt ten noorden van het plangebied en maakt onderdeel uit van het Maankwartier. Het station boven de sporen is even aanwezig aan de noordzijde als aan de zuidzijde van de spoorbundel. De spoorbundel heeft t.o.v. de oude situatie geen wijzigingen ondergaan. De diverse buslijnen komen via de Cityring bij het station en vinden hun samenkomst bij het fraaie centrale busstation aan de Spoorsingel/ Melkweg.
Totaalbeeld functionele opbouw De feitelijk functionele indeling van het centrum gebied is hoofdzakelijk in overeenstemming met de functionele situatie zoals deze is vastgelegd in de nu geldende bestemmingsplannen.
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
60
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt aangegeven hoe deze in het bestemmingsplan zijn ingepast.
4.1
Milieueffectrapportage
Voor plannen en besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben, kan een milieueffectrapportage (m.e.r.) worden opgesteld. In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald voor welke activiteiten een m.e.r. verplicht is dan wel een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Daarin is een nieuwe procedure voor de m.e.r.-beoordeling opgenomen. Die geldt nu voor iedere activiteit die is opgenomen op de D-lijst (m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten) van het Besluit m.e.r., ongeacht of de activiteit onder of boven de drempelwaarde van de D-lijst valt. Voor iedere activiteit die is opgenomen op de D-lijst geldt dat aandacht moet worden besteed aan de vraag of er al dan niet belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van uit te voeren activiteit(en) zijn. Conclusie In onderhavig geval is sprake van een overwegend conserverend bestemmingsplan. Het plan voorziet in ieder geval niet in activiteiten ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage verplicht is.
4.2
Akoestiek
4.2.1
Wegverkeerslawaai
De Wet geluidhinder bepaalt dat bij de voorbereiding van de vaststelling van een bestemmingsplan akoestisch onderzoek moet plaatsvinden naar de geluidsbelasting van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen of terreinen vanwege de invloed van onder andere het wegverkeerslawaai. Tevens dient daarbij onderzoek te worden gedaan naar de doeltreffendheid van verkeersmaatregelen en andere maatregelen om te voorkomen dat eventueel optredende geluidsbelasting vanwege het wegverkeerslawaai de wettelijke waarden te boven gaat. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moeten immers de ten hoogst toelaatbare waarden voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen vanwege het wegverkeerslawaai in acht worden genomen (artikel 76, eerste lid, Wet geluidhinder). Indien echter - zo bepaalt artikel 76 tweede lid onder punt 3. - op het tijdstip van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan een weg reeds aanwezig of in aanleg is dan behoeven die waarden niet in acht te worden genomen voor in de zone van een weg gelegen woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, die op dat tijdstip reeds aanwezig of in aanbouw zijn.
Dit betekent dat bij een beheerplan, dat dus niet in nieuwe ontwikkelingen voorziet zoals de aanleg van een nieuwe weg of het bouwen van nieuwe woningen, maar betrekking heeft op bestaande wegen en bestaande woningen en andere geluidgevoelige gebouwen/terreinen, die waarden niet in acht behoeven te worden genomen. In een zodanige situatie behoeft evenmin een akoestisch onderzoek naar de invloed van wegverkeerslawaai plaats te vinden. Vrijwel het gehele plangebied is gelegen binnen een geluidzone van een gezoneerde weg. In principe dient binnen een dergelijke geluidzone akoestisch onderzoek plaats te vinden bij de ontwikkeling van geluidgevoelige functies. Rekening houdende met de verkeersintensiteiten (prognose 2025) en de invloed van afschermende bebouwing in het gebied is door de gemeente Heerlen een geluidcontourenkaart vervaardigd (zie navolgende afbeelding).
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
61
Op basis van deze geluidcontourkaart kan worden geconcludeerd dat binnen de groen weergegeven gebieden de ontwikkeling van geluidgevoelige functies zonder belemmeringen op akoestisch gebied kan plaatsvinden. Voor het gehele plangebied geldt evenwel dat, als gevolg van de aanwezigheid van een geluidzone, de ontwikkeling van geluidgevoelige functies dient te worden onderbouwd dan wel te worden onderzocht. Middels het voorliggende bestemmingsplan worden geen nieuwe geluidgevoelige functies mogelijk gemaakt en er worden geen wegen- of reconstructiesituaties mogelijk gemaakt die een veranderende verkeerssituatie of afwikkeling tot gevolg hebben. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is derhalve ten behoeve van het opstellen van onderhavig bestemmingsplan niet noodzakelijk. Indien op basis van dit bestemmingsplan een functiewijziging van een bestaande bestemming in een meer gevoelige bestemming zal plaatsvinden, zal ten tijde van de vergunningverlening van deze functieverandering nader geluidonderzoek dienen plaats te vinden.
4.2.2
Railverkeerslawaai
Met de inwerkingtreding van SWUNG-1 per 10 juli 2013 is de Wet geluidhinder niet langer van toepassing op de Rijksinfrastructuur (rijkswegen en spoorwegen). SWUNG staat voor Samen Werken aan de Uitvoering van Nieuw Geluidbeleid en is, als onderdeel van de Wet milieubeheer, bedoeld om omwonenden van snelwegen en spoor beter te beschermen tegen geleidelijke toename van geluid door het geluid te monitoren en geluidplafonds na te leven. Binnen SWUNG is de weg- of spoorbeheerder verantwoordelijk voor de naleving van deze geluidplafonds. Wanneer een plafondoverschrijding dreigt, moeten maatregelen getroffen worden. Een geluidplafond legt de bovengrens vast voor de geluidproductie als jaargemiddelde in decibellen. Achterliggende gedachte hierbij is dat omwonenden continu moeten worden beschermd tegen toename van geluid. Elk jaar wordt berekend of de geluidproductieplafonds niet worden overschreden. Het plangebied herbergt de spoorlijn tussen Heerlen en Sittard/Maastricht. Op basis van de op 10 juli 2013 in werking getreden gewijzigde geluidproductieplafonds voor spoorwegen varieert de onderzoekszone van de spoorlijn ter plaatse van het plangebied (zie navolgende afbeelding). Binnen deze onderzoekszone dient bij de ontwikkeling van geluidgevoelige functies altijd akoestisch onderzoek plaats te vinden.
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
62
Middels het onderhavige bestemmingsplan worden geen nieuwe geluidgevoelige functies binnen de onderzoekszone mogelijk gemaakt. Een akoestisch onderzoek spoorweglawaai is derhalve ten behoeve van het opstellen van dit bestemmingsplan niet noodzakelijk. Indien op basis van dit bestemmingsplan een functiewijziging van een bestaande bestemming in een meer gevoelige bestemming zal plaatsvinden zal ten tijde van de vergunningverlening van deze functieverandering nader geluidonderzoek dienen plaats te vinden.
4.2.3
Industrielawaai
Elk industrieterrein waar gronden zijn of worden beschikbaar gesteld voor 'grote lawaaimakers' moet voorzien in een geluidzone: een gebied rondom het industrieterrein waarbuiten de geluidsbelasting vanwege dat terrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan (artikel 40 Wgh). Het plangebied is niet gelegen binnen het invloedsgebied van een wettelijk vastgestelde geluidzone van een omliggend industrieterrein.
4.3
Water
Het klimaat is aan het veranderen en leidt tot meer extremere buien. Het (hemel) watersysteem en de afvalwaterketen moet deze neerslag zo goed als mogelijk kunnen verwerken. Het besef groeit dat dit niet meer uitsluitend met grotere rioolbuizen op te vangen is. Om de waterbelangen (hemelwater en grondwater) bij ruimtelijke ontwikkelingen te borgen dient bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de Watertoetsprocedure doorlopen te worden. In het kader van deze toets moet elk bestemmingsplan een waterparagraaf bevatten, waarin wordt aangegeven hoe in het bestemmingsplan wordt omgegaan met water. In deze paragraaf is dit beschreven. Voordat wordt ingegaan op de locatie specifieke kenmerken van het plangebied, is eerst het relevant beleid samengevat en worden vervolgens de beleidsregels (eisen) aangehaald waarmee
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
63
in de watertoets gerekend moet worden.
4.3.1 4.3.1.1
Europees en Rijksbeleid KaderrichtlijnWater
De Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doel om de kwaliteit van de Europese wateren te verbeteren ("goede toestand") en die kwaliteit goed te houden. Het belangrijkste middel om dit doel te bereiken is het stroomgebiedbeheersplan (SGBP). In een dergelijk plan worden de waterkwaliteitsdoelen en de daarvoor benodigde maatregelen beschreven om deze goede toestand te bereiken. Nederland maakt deel uit van vier internationale stroomgebieden, waarbij de gemeente Heerlen in het stroomgebied van de Maas is gelegen. 4.3.1.2
Waterwet
De Waterwet (december 2009) stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteem-benadering' centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de samenhang met de omgeving. Dit komt tot uitdrukking in relaties met beleidsterreinen als natuur, milieu en ruimtelijke ordening. Met de Waterwet is de gemeente beter uitgerust om onder andere wateroverlast tegen te gaan. Specifiek voor wat betreft de omgang met hemelwater is de perceeleigenaar primair verantwoordelijk gesteld voor de verwerking van het op zijn perceel gevallen hemelwater. Alleen in uitzonderingsgevallen kan rechtstreeks geloosd worden. 4.3.1.3
Wet ruimtelijke ordening en watertoets
De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). De watertoets betekent dat ruimtelijke plannen die vanaf deze datum ter inzage worden gelegd, voorzien moeten zijn van een waterparagraaf. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer worden overlegd met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies van de waterbeheerder.
4.3.1.4
Waterbeleid 21e eeuw: anders omgaan met water
Door de opgetreden wateroverlast heeft de regering de commissie Waterbeheer 21e eeuw in het leven geroepen. De commissie geeft advies over de problemen en hoe die in de toekomst te voorkómen zijn. Op 31 augustus 2000 bracht de commissie het advies Waterbeleid voor de 21e eeuw "Geef water de ruimte en de aandacht die het verdient" uit. De commissie concludeerde dat de manier waarop wij nu met water omgaan niet voldoende is voor de verwachte klimaatsveranderingen. De bevindingen van de commissie zijn verwoord in de hedendaagse wetgeving en beleidsnota's. In grote lijnen ligt de nadruk op de kwantiteitstrits vasthouden-bergen-afvoeren en de kwaliteitstrits schoonhouden-scheiden-schoonmaken. 4.3.1.5
Nationaal Bestuursakkoord Water
Met het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) (2011) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Het NBW is een uitwerking van het waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de KRW. De belangrijkste doelen en taken zijn: het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken;
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
64
verbetering van de waterkwaliteit. 4.3.1.6
Het Nationaal Waterplan 2016-2021
Het Nationaal Waterplan vormt het kader voor de regionale waterplannen en de beheerplannen. Er is geen formele hiërarchie tussen deze plannen, maar op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (zoals het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel) kan bij het vaststellen van een regionaal waterplan of een beheerplan niet zo maar worden afgeweken van het Nationaal Waterplan. In het Nationaal Waterplan zijn verwerkt: Hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid; Gewenste ontwikkelingen, de werking en de bescherming van de watersystemen in Nederland; Benodigde maatregelen en ontwikkelingen; Beheerplannen voor de stroomgebieden; Beheerplannen voor de gebieden met overstromingsrisico; Mariene Strategie; Beleidsnota Noordzee; Functies van de rijkswateren;
4.3.1.7
Nationaal Waterprogrogramma 2022-2027
Voor het beheer van rijkswateren is er het Nationaal Waterprogramma 2022-2027. Dit is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 In maart 2022 wordt het definitieve Nationaal Water Programma 2022-2027, inclusief alle onderdelen, gepubliceerd.
4.3.2 4.3.2.1
Regionaal en gemeentelijk beleid ProvinciaalWaterplan Limburg 2016-2021
Het waterbeleid in het Provinciaal Waterplan 2016-2021 omvat de strategische hoofdlijnen voor het provinciale waterhuishoudkundig beleid. 4.3.2.2
Waterbeheerplan2016-2021 Waterschap Limburg
Het Waterbeheersplan 2016-2021 is het centrale beleidsplan van het waterschap. Het bevat de beleidsvoornemens voor de periode 2016-2021. Daarnaast wordt een globale doorkijk geboden naar de verdere toekomst. Het Waterbeheerplan zet de koers uit voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg. Het beschrijft: hoe ze het watersysteem en waterkeringen op orde willen brengen; voor welke thema's ze aan de lat staan en hun strategie hiervoor; welke maatregelen ze gaan uitvoeren, wie de partners daarin zijn en hoe ze dit monitoren en bijsturen. Ook staat beschreven welke bijdrage de waterschappen leveren aan de Europese Kaderrichtlijn Water. Voorbeelden van maatregelen zijn: het aanleggen en verbeteren van dijken tegen overstromingen, het aanpakken van knelpunten van wateroverlast, herstellen van beken en het optimaliseren van de rioolwaterzuiveringsinstallaties. 4.3.2.3
Waterbeheersplanperiode 2022-2027 Waterschap Limburg
Elke zes jaar leggen waterschappen vast welke aanpak en welke maatregelen op hoofdlijnen nodig zijn om het watersysteem en de waterkeringen op orde te brengen en te houden. Met het waterbeheerprogramma (WBP) geeft Waterschap Limburg richting aan het waterbeheer in de periode 2022-2027. Het programma geeft invulling aan het bestuursprogramma uit 2019 en de meerjarenbegroting waarin de koers voor de periode 2019-2023 is uitgezet. Het dagelijks bestuur van Waterschap Limburg heeft het ontwerp Waterbeheerprogramma 2022-2027 op 15 december 2020 heeft vastgesteld. De laatste stap om te komen tot het definitieve Waterbeheerprogramma 2022-2027 is de terinzagelegging. De ter inzagelegging zal medio maart plaatsvinden.
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
65
4.3.2.4
Keur en beleidsregelsKeur Waterschap Limburg 2019
Vanaf 1 april 2019 is de nieuwe Keur van Waterschap Limburg officieel in werking getreden. De Keur is een document met regels die het waterschap hanteert om beken, dijken, waterwerken en grondwater in Limburg te beschermen. Het is een belangrijk document voor iedereen die bij, of met water, activiteiten onderneemt. In de keur zijn o.a. de normen opgenomen waaraan de verwerking van (hemel)water aan dient te voldoen. Deze normen heeft de gemeente Heerlen overgenomen en verwerkt in het Watertakenplan Heerlen 2020-2024
4.3.3
Gemeentelijk beleid
4.3.3.1
Integraal Waterplan
Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast in onze gemeente. Aanleg en beheer van de riolering is een gemeentelijke taak, die zijn wettelijke basis vindt in de Wet Milieubeheer en de Waterwet. Al sinds 2011 wordt in de regio Parkstad met onze waterpartners samengewerkt aan het verbeteren van de waterketen (riolering en afvalwaterzuivering) en het watersysteem (beken). Het Integraal Waterplan is het eerste gezamenlijke visiedocument. In het plan is de regionale ambitie en visie beschreven van de samenwerkingsregio Parkstad. De speerpunten zijn: "Een klimaatbestendige stad", "Gezond, schoon en voldoende water", "Werken aan waterbewustzijn", "Anticiperen op de Omgevingswet" en "Samenwerken inde waterketen". 4.3.3.2
Watertakenplan 2020-2024
Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast en droogte in onze gemeente. Aanleg en beheer van de riolering is een gemeentelijke taak, die zijn wettelijke basis vindt in de Wet Milieubeheer en de Waterwet. Het Watertakenplan 2020-2024 omvat de volgende items: evaluatie verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020; invulling van de zorgplichten afvalwater, hemelwater en grondwater; beleid, speerpunten en maatregelen; samenwerking Parkstad; personele en financiële middelen. 4.3.4
Plangebied
Het plangebied ontsluit in het oosten, ter hoogte van de Groene Boord, het stroomgebied van de Caumerbeek. Het betreft het reeds heringericht en ontkluisd gedeelte van de Caumerbeek. Het project Caumerbeek Zichtbaar Natuurlijk bevindt zich niet in het plangebied. Dit bestemmingsplan zal, conform de Legger van het Waterschap Limburg, de primaire watergang en de hierbij behorende beschermingszones van een regeling voorzien. Door het conserverende karakter van het onderhavige plan wordt de Caumerbeek niet beïnvloed. Een negatieve beïnvloeding van het grondwaterpeil of de waterhuishouding is, gezien het bovenstaande, niet te verwachten. Geconcludeerd kan worden dat met dit bestemmingsplan geen knelpunten ontstaan tussen grondgebruik, bestemmingen of waterhuishoudkundige functies in relatie tot waterbeheer.
4.4
Bodem
4.4.1
Beleidskader
Bij een bestemmingsplanprocedure moet het bevoegde gezag Wet bodembescherming voldoende inzicht hebben om de vraag te kunnen beantwoorden of de bodem geschikt is voor de in het bestemmingsplan toe te kennen functie.
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
66
Bodembeleidsplan Voor de gemeente Heerlen is sinds 28 september 2016 het bodembeleidsplan Heerlen van toepassing. In dit bodembeleidsplan wordt het gemeentelijk bodembeleid beschreven en het beleidsplan is derhalve het richtinggevend kader (uiteraard naast de wettelijke regelingen) voor zowel bodembescherming als bodemsanering. Bij het actualiseren van bestemmingsplannen wordt de bestaande functie veelal gehandhaafd. Dan vindt geen grondverzet plaats en worden geen saneringen opgestart. Bij de actualisatie van een bestemmingsplan, zoals in onderhavige procedure, vinden geen functiewijzigingen plaats. Hierbij kan volstaan worden met een globale toets, bijvoorbeeld middels de bodemkwaliteitskaart. Bij latere ontwikkelingen in deze gebieden zal in het kader van bouwactiviteit mogelijk een bodemonderzoek moeten plaatsvinden. Als toelichting hierop wordt nog vermeld dat bij geconstateerde knelpunten in een actualiserend bestemmingsplan aangegeven moet worden hoe hiermee om te gaan, niet alle knelpunten hoeven dus uitputtend vermeld te zijn. Besluit bodemkwaliteit Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) geeft invulling aan het op duurzaamheid gerichte bodembeleid. De nota bodembeheer beschrijft hoe de gemeente Heerlen invulling geeft aan het Bbk. In het bodembeleidsplan is de nota bodembeheer en de bodemkwaliteitskaart gemeente Heerlen opgenomen.
De bodem in de gemeente Heerlen is beschreven in een bodemkwaliteitskaart die conform de Richtlijn Bodemkwaliteitskaarten is vervaardigd. Er kan worden geconcludeerd dat de lokale bodemkwaliteit over het algemeen voldoende wordt beschreven door de bodemkwaliteitskaart voor alle zones.
4.4.2
Plangebied
Homogene deelgebiedenkaart
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
67
Kwaliteit en functie De bodemkwaliteit is per deelgebied weergegeven in de onderstaande tabel. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de bovengrond en de ondergrond. Het plangebied ligt in het deelgebied 'Woonwijken'. Het bodem direct gelegen naast de N281 is niet gezoneerd.
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
68
Deelgebied
Bovengrond
Ondergrond
1 Agrarisch en natuur
<AW
<AW
2 Woonwijken
<AW
Industrie
3 Industrie
<AW
<AW
4 Mijnsteengebieden
Wonen
Wonen
AW
= Achtergrondwaarde
Wonen
= Maximale waarde klasse Wonen
Industrie
= Maximale waarde klasse Industrie
Knelpunten Een uitgevoerde globale inventarisatie naar registraties op basis van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen heeft de volgende knelpunten opgeleverd: Apollolaan/Looierstraat: ter plaatse van een voormalig tankstation is erna sanering een restverontreiniging achtergebleven in de grond tot boven de interventiewaarde met minerale olie. Het NS emplacement: uit diverse bodemonderzoeken is gebleken dat het gehele emplacement als sterk verontreinigd beschouwd wordt. De wegbermen van de N281: hier is een restverontreiniging aanwezig vanaf 0,1 m-mv. Stationstraat 16: hier is een restverontreiniging aanwezig aan de straatzijde vanaf 2 m-mv. Amundsenstraat 21-39: ter plaatse van een groenstrook is er een verontreiniging in de grond tot boven de interventiewaarde met minerale olie van circa 110 m3 . Op de bovengenoemde adressen is de bodem plaatselijk zodanig verontreinigd dat eventuele ontwikkelingen, zoals graafwerkzaamheden, pas door kunnen gaan nadat het bevoegd gezag Wet bodembescherming (Wbb) ingestemd heeft met een saneringsplan. Conclusie Voor wat betreft bodemaspecten zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen actualisering, mits hierbij rekening wordt gehouden met de voorwaarden die bij de knelpunten zijn vermeld.
4.5
Natuurwaarden
Bij ruimtelijke planvorming is een toetsing aan de natuurwetgeving verplicht. In deze paragraaf is daarom een beoordeling gemaakt van de effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. Beleid De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming heeft voor wat betreft gebiedsbescherming betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningplichtig .
Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid De provinciale groenstructuur, bestaande uit beschermingszones van verschillende typen (waaronder de Goudgroene en Zilvergroene natuurzones), is ruimtelijk vastgelegd in het POL2014 welke is vastgesteld op 12 december 2014. De Goudgroene natuurzone vormt het netwerk aan bestaande natuurgebieden die het Natuurnetwerk Nederland vormen en nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen de gebieden.
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
69
Daarnaast geeft de Omgevingsverordening bescherming aan natuurlijke en landschappelijke waarden in de 'Bronsgroene landschapszone', het 'Beschermingsgebied Nationaal Landschap' en de 'Zone natuurbeek'. Op 5 januari 2018 is de wijzigingsverordening (GC03) gepubliceerd, deze verordening voorziet in de toevoeging van bescherming van de 'Zilvergroene natuurzone'. Tevens is door middel van deze wijziging een uitgebreidere beschrijving van de kernkwaliteiten van de Zilvergroene natuurzone, Bronsgroene landschapszone en Beschermingsgebied Nationaal Landschap opgenomen. De feitelijke beleidsmatige gebiedsbescherming vindt plaats middels de uitwerking van het provinciaal beleid in de gemeentelijke bestemmingsplannen. Het plangebied ligt in de nabijheid van het Natura 2000-gebied Geleenbeekdal.
ligging plangebied in de nabijhied van het Natura 2000-gebied Geleenbeekdal Soortenbescherming vanuit Wet Natuurbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. 2. 3.
soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 'andere soorten' (Bijlage A 'fauna' en onderdeel B 'flora' van de Wet natuurbescherming).
De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde 'algemene zorgplicht' (art. 1.10 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Soortenbescherming vanuit provinciale beleid
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
70
Op 6 december 2017 zijn de beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg in werking getreden. Dit beleid is erop gericht om ruimte te bieden voor ontwikkeling, soorten in een gunstige staat te behouden en administratieve lasten en onderzoekslasten te minimaliseren. De voornaamste aspecten uit dit beleid zijn: Aanpassen van de Rijkslijst jaarrond beschermde vogelsoorten tot 20 soorten met jaarrond beschermd nest en 19 soorten waarvoor een omgevingscheck volstaat (niet langer een onderscheid tussen cat. 1-4 en cat. 5). Dit houdt in dat o.a. nesten van de buizerd en sperwer niet langer volledig jaarrond beschermd zijn. Nesten van de boerenzwaluw, bosuil, huiszwaluw, raaf, rode wouw en torenvalk zijn echter wel jaarrond beschermd; Bij inzet van afdoende bewezen mitigerende maatregelen om een overtreding te voorkomen is geen ontheffing benodigd; Bij behoud van functioneel leefgebied het verplaatsen van kunstmatige nestgelegenheid van jaarrond beschermde soorten zonder dat een ontheffing vereist is; Toetsen van effecten op circa 100 soorten mag ook in regionaal verband (i.p.v. enkel lokaal). 4.5.1
Plangebied
Voorgenomen ruimtelijke ingrepen in de nabijheid van Natura 2000-gebieden moeten - in principe en afhankelijk van de aard van de ingreep - worden getoetst op mogelijke effecten op het gebied. Het bestemmingsplan is evenwel in basis conserverend van aard, in die zin dat geen nieuwe ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt die van invloed zouden kunnen zijn op de kwalificerende soorten en habittattypen van het Geleenbeekdal. Het uitvoeren van een voortoets/habitattoets kan derhalve achterwege blijven. Gezien de conserverende aard van dit bestemmingsplan zijn er ook geen negatieve effecten op eventueel aanwezig soorten in het plangebied. Indien op basis van dit bestemmingsplan een functiewijziging van een bestaande bestemming in een meer gevoelige bestemming zal plaatsvinden zal ten tijde van de vergunningverlening van deze functieverandering nader onderzoek dienen plaats te vinden.
4.6
Luchtkwaliteit
In de Wet milieubeheer (Wm) zijn in hoofdstuk 5 onder titel 2 eisen ten aanzien van luchtkwaliteit opgenomen (ook 'Wet luchtkwaliteit' genoemd). Daarmee samen hangen de volgende besluiten en regelingen: Besluit gevoelige bestemmingen Besluit 'Niet in betekenende mate' (NIBM) Regeling 'Niet in betekenende mate' (NIBM) Deze wet- en regelgeving omvat maatregelen om aan de ene kant de uitstoot van schadelijke stoffen te beperken en aan de andere kant te voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging.
4.6.1
Besluit gevoelige bestemmingen
Conform artikel 5.16a van de 'Wet luchtkwaliteit' kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) nadere regels worden gesteld om te voorkomen dat bij een (dreigende) overschrijding van één of meerdere grenswaarden projecten doorgang vinden die er toe leiden dat het aantal blootgestelden met een verhoogde gevoeligheid toeneemt. In dit kader is het Besluit gevoelige bestemmingen opgesteld. Het Besluit gevoelige bestemmingen beperkt de mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen uit te voeren in overschrijdingssituaties voor zogenaamde 'gevoelige bestemmingen'. Tot die gevoelige bestemmingen worden scholen, kinderopvang en bejaarden-, verpleeg- of verzorgingshuizen gerekend. In het Besluit is aangegeven dat moet worden onderzocht of op een locatie sprake is van een daadwerkelijke of een dreigende overschrijding van de grenswaarden, indien de locatie is gelegen binnen 300 meter vanaf Rijkswegen of binnen 50 meter vanaf provinciale wegen.
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
71
4.6.2
Niet in betekenende mate (NIBM)
In de Algemene Maatregel van Bestuur 'Niet in betekenende mate' en de ministeriële regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM1 0. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit worden uitgevoerd. Onderhavig bestemmingsplan is overwegend conserverend van aard. Er worden in ieder geval geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die noodzaken tot een toetsing aan de regeling NIBM.
4.6.3
Plangebied
In onderhavig plan zijn geen ontwikkelingen voorzien die een luchtkwaliteitsonderzoek vereisen. De Wet luchtkwaliteit en bijbehorende besluiten en regelingen zijn derhalve op dit plan niet van toepassing. Indien op basis van dit bestemmingsplan een functiewijziging van een bestaande bestemming in een meer gevoelige bestemming zal plaatsvinden zal ten tijde van de vergunningverlening van deze functieverandering nader onderzoek dienen plaats te vinden.
Bestaande situatie luchtkwaliteit plangebied In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de actuele jaargemiddelde concentraties NO2 , PM1 0 en PM2,5 in en nabij het plangebied middels bestudering van de NSL-monitoringstool beschouwd (peiljaren 2015, 2020 en 2030). Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in en nabij het plangebied de jaargemiddelde concentraties NO2 , PM1 0 en PM2,5 niet worden overschreden. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24 uurgemiddelde concentratie (maximum van 35 dagen) wordt niet overschreden. Daarnaast is de trend dat in de toekomst en emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen. Hieruit blijkt dat in het plangebied de normen voor luchtkwaliteit worden gerespecteerd.
4.7
Trillingen
Door trillingen kan hinder of schade ontstaan. Personen kunnen last hebben van trillingen, maar ook activiteiten in bijvoorbeeld een laboratorium of een computercentrum, kunnen verstoord worden door trillingen. Trillingen kunnen veroorzaakt worden door verkeer over de weg of het spoor, of door machines bij industrie. Bij het ontwikkelen van een nieuw ruimtelijk plan kan het belangrijk om rekening te houden met trillingsbronnen en mogelijke overlast daarvan. Hierbij worden de volgende stappen doorlopen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
vaststellen van eventuele trillingsbronnen (wegverkeer, railverkeer, industriële activiteiten); vaststellen van trillingsgevoelige functies (volgens de richtlijn B van de Stichting Bouwresearch Rotterdam (SBR); vaststellen of wordt voldaan aan de beoordelingskaders (grens- en streefwaarden van de SBR-richtlijn); vaststellen of maatregelen technisch mogelijk zijn, bij overschrijding van de streefwaarde; afwegen of de maatregelen betaalbaar/maatschappelijk haalbaar zijn; borgen van de maatregelen, indien noodzakelijk in het kader van een goede ruimtelijke ordening.
In het plangebied ligt het doorgaande spoor en het spoorwegemplacement. Bij gebouwen, die op korte afstand van het spoor liggen, bestaat de kans dat passerende treinen zorgen voor trillingen. Omdat het Cityplan Heerlen een actualiserend bestemmingsplan is en geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, is ten behoeve van het opstellen van dit bestemmingsplan een trillingsonderzoek niet noodzakelijk. Bij een omgevingsvergunning voor een her- of verbouw van een pand in de nabijheid van het spoor is het aante bevelen om een trillingsonderzoek uit te voeren.
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
72
4.8
Externe veiligheid
4.8.1
Landelijk beleidskader
Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. In de landelijke regelgeving zijn kwaliteitseisen en normen op het gebied van externe veiligheid geformuleerd. Doel is om bepaalde risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Deze bedoelde risico's hangen vooral samen met: activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen; transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen; transport van gevaarlijke stoffen over de weg, spoor en water. Ook zijn er onder meer landelijke regels voor de opslag en verkoop van vuurwerk. Verder wordt bij de plaatsing van windmolens tegenwoordig ook de externe veiligheid in ogenschouw genomen. De risico's voor externe veiligheid komen tot uitdrukking via het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Afhankelijk van de ruimtelijke ontwikkeling en beschikbare gegevens is deze beperkt of ruim van opzet. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans, per jaar, op overlijden van een onbeschermd individu ten gevolge van ongevallen met gevaarlijke stoffen.
De aanwezigheid van een persoon is fictief. Niet wordt beoordeeld hoe groot de kans op de aanwezigheid van een persoon feitelijk is. Het PR kan op de kaart van een gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Via het PR wordt een basisbeschermingsniveau gewaarborgd. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans per jaar dat een groep van bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen het slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR wordt ook beschouwd als een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Bij het GR wordt wel beoordeeld hoeveel personen zich, redelijkerwijs, feitelijk in de omgeving kunnen bevinden. Voor het GR geldt geen grenswaarde, maar een oriëntatiewaarde. Dit is een ijkwaarde waaraan veranderingen getoetst kunnen worden. Deze oriëntatiewaarde mag overschreden worden, mits goed beargumenteerd door het bevoegd gezag. Deze argumentatie is een onderdeel van de verantwoording van het groepsrisico. Verantwoordingsplicht groepsrisico Voor het bevoegd gezag geldt een verantwoordingsplicht, wanneer binnen het invloedsgebied van een risicobron kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten via het bestemmingsplan worden toegelaten. Dit betreft ook de al bestaande (beperkt) kwetsbare objecten, zoals al gebouwde woningen.
Een risicobron is bijvoorbeeld een buisleiding die wordt gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen. Met het invloedsgebied wordt gedoeld op het gebied waarbinnen minimaal 1% van de aanwezige personen overlijdt als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen ter plaatse van de risicobron. Het invloedsgebied van een risicobron is soms vastgelegd in de wet. In de andere gevallen kan het worden berekend aan de hand van vastgelegde rekenregels. De verantwoording van het groepsrisico is één van de onderdelen van een goede ruimtelijke ordening. De omvang en diepgang van de verantwoording is daarbij afhankelijk van de gevolgen voor het groepsrisico. Dit wordt per ruimtelijk plan beoordeeld.
bestemmingsplan Cityplan Heerlen
73
Externe veiligheid inrichtingen Het huidige beleid voor inrichtingen (bedrijven) is opgenomen in het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi). Ter uitvoering van het Bevi geldt de 'Regeling externe veiligheid inrichtingen' (Revi). Hierin zijn aan te houden afstanden opgenomen voor zogenaamde categoriale inrichtingen. Daarnaast zijn in het Revi regels opgenomen voor de berekening van de aan te houden afstanden voor de niet-categoriale inrichtingen. Externe veiligheid buisleidingen Voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het 'Besluit externe veiligheid buisleidingen' (Bevb). De aanwijzing van buisleidingen, de risicoafstanden en de aanwijzing van de rekenmethodiek zijn opgenomen in de 'Regeling externe veiligheid buisleidingen' (Revi). De toetsingssystematiek uit het Bevi wordt ook toegepast bij buisleidingen. Externe veiligheid transport Het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen beoogt voor de lange termijn duidelijkheid te bieden over de maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Die maximaal toelaatbare risico's worden met bijbehorende risicozones voor alle relevante spoor-, weg- en vaarwegtrajecten in tabellen vastgelegd. Het Basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is op 1 april 2015 in werking getreden.
Voor de wettelijke verankering van het Basisnet is de bestaande wetgeving aangepast en is nieuwe wetgeving ontwikkeld: 1.
2.
3.
de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs) is herzien. In de Wvgs is de regelgeving inzake het Basisnet vanuit de vervoerskant opgenomen. De wetswijziging heeft de minister de bevoegdheid gegeven tot het aanwijzen van infrastructuur en verplicht de minister tot het instellen van risicoplafonds; in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) zijn regels opgenomen op het gebied van externe veiligheid voor de ruimtelijke inrichting nabij wegen, waterwegen en spoorwegen met vervoer van gevaarlijke stoffen. Zo mogen er geen nieuwe kwetsbare objecten meer gebouwd worden binnen de zogenaamde basisnetafstanden. In het verlengde hiervan is het Bouwbesluit gewijzigd in verband met het opnemen van regels ten aanzien van het bouwen in plasbrandaandachtsgebieden; in de Regeling Basisnet zijn de risicoplafonds langs de verschillende transportroutes aangegeven alsmede zijn hierin regels opgenomen inzake de monitoring van de risicoplafonds.
4.8.2
Gemeentelijk beleidskader
In de nota 'Beleid externe veiligheid 2011-2015' heeft de gemeente Heerlen het beleid voor externe veiligheid geformuleerd. Dit beleid is op 1 november 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. Het doel van het externe veiligheidsbeleid van de gemeente Heerlen is het behouden van een verantwoord en aanvaardbaar veiligheidsniveau. Het beleid in deze nota leidt tot een gebiedsgerichte aanpak van externe veiligheid en het beperken van de risico's van de bronnen waar dat nodig is. Dit beleid kan worden doorgevoerd in de gemeentelijke structuurvisie en bestemmingsplannen. Het gevolg van dit beleid is dat bepaalde bedrijven, die zijn gevestigd op locaties waar dat op grond van dit beleid ongewenst is, zullen worden beperkt in hun mogelijkheden. Ook zal de ontwikkeling van bepaalde gebieden anders moet worden beoordeeld vanwege de aanwezige risico's. Dit beleid zal ertoe leiden dat op de langere termijn in Heerlen de risico's door het gebruik en de toepassing van gevaarlijke stoffen binnen aanvaardbare grenzen kunnen blijven. Het beleid is niet bedoeld als een keurslijf. Het biedt een afwegingskader om optimaal met externe veiligheid in samenspel met andere belangen en andere instanties rekening te houden.
4.8.3
Beoordelingplaatsgebonden risico
Aan de hand van de risicokaart (zie: www.risicokaart.nl), het geldende bestemmingsplan, de studie 'Externe veiligheid: invloedsgebiedenkaart gemeente Heerlen voor de ruimtelijke ordening' (AVIV, projectnummer 142686 d.d. 26.11.2014) en de Regeling Basisnet zijn de plaatsgebonden externe veiligheidsrisico's beoordeeld. Deze toets heeft uitgewezen dat binnen het plangebied en/of de omgeving de volgende risicobronnen aanwezig zijn: 1.