CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

NL.IMRO.0917.BP030500W000008-0401_Bijlagen bij de toelichting

Raadsvergadering . (video) 28 juni 2023, gemeente HeerlenBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Cityplan Heerlen -reparatieplan Looierstraat perceel L 420' (naast huisnr. 15)37.296 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

2.4

Gemeentelijk beleid

2.4.1

StructuurvisieHeerlen 2035

De gemeenteraad van Heerlen heeft op 7 juli 2015 de Structuurvisie Heerlen 2035 vastgesteld. Met dit planologisch instrument kan de gemeente de ruimtelijke sturing beter afstemmen op de ruimtelijke opgaven van de toekomst. De structuurvisie is opgesteld op basis van een belangrijk kantelpunt in de historie van ruimtelijke ontwikkeling in Nederland. De grenzen van de groei zijn bereikt. Er is een eind gekomen aan een onafgebroken periode van vraag naar ruimte en vastgoed. Nieuwe ontwikkelvraagstukken hebben nu vooral te maken met de vraag hoe om te gaan met bestaand vastgoed en vrijkomende ruimte. De ruimtelijke opgaven voor de toekomst hebben veel vaker betrekking op bestaand vastgoed in plaats van nieuwbouw en zullen gekenmerkt worden door termen als: flexibel, tijdelijk, duurzaam en kleinschalig. Ook de rol van de gemeente verandert. Heerlen moet de slag maken van een toetsende naar een

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

24

faciliterende overheid. Niet alles zelf herontwikkelen, maar vooral ook initiatieven van ondernemers, marktpartijen en inwoners mogelijk maken, met de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen in deze structuurvisie als uitgangspunt. Deze transitieopgaven lopen als een rode draad door de structuurvisie. In de structuurvisie staan inhoudelijk vier thema’s centraal: Vitale stad, Centrale stad, Innovatieve stad en Verrassende stad.

Vitale stad In het thema Vitale stad wordt een beeld geschetst van woonwijken in 2035. Aan de ene kant wil de gemeente inzetten op minder woningen, maar vooral ook op woningen met meer kwaliteit en variatie. Dus geen grootschalige uitbreidingsnieuwbouw meer, maar inzetten op het doorbreken van de eentonigheid van sommige woonbuurten. Aan de andere kant wil de gemeente goede voorzieningen blijven aanbieden. Dat kan soms betekenen dat een voorziening uit de buurt verdwijnt als het verzorgingsgebied voor die voorziening te klein wordt. In die gevallen wordt ingezet op het vormen van sterke voorzieningenclusters in buurten en stadsdelen.

Centrale stad In het thema Centrale stad beschrijft de gemeente hoe zij de rol van Heerlen als centrumgemeente in de regio kan versterken. Belangrijke speerpunten daarbij zijn een compact kernwinkelgebied met een compleet en gevarieerd winkelaanbod, het realiseren van een Smart Services Campus en het versterken van het stedelijk woonmilieu. Cultuur in al zijn facetten is daarbij een belangrijke bindende factor.

Innovatieve stad In het thema Innovatieve stad geeft de gemeente aan hoe zij anders kan omgaan met stedelijke ontwikkelopgaven bij veranderende omstandigheden. Het hergebruiken van bestaand vastgoed en vrijkomen van ruimte na sloop spelen daarbij een belangrijke rol. Bovendien wil de gemeente mondiale duurzaamheidsvraagstukken verbinden met lokale transitieopgaven. Heerlen heeft de ambitie om in 2040 een klimaat-neutrale stad te zijn. Dat is een stad waarin processen rond wonen, werken en leven, niet op negatieve wijze bijdragen aan klimaatverandering.

Verrassende stad In het thema Verrassende stad wordt beschreven hoe de gemeente bestaande cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten beter zichtbaar en tastbaar kan maken in de stad. Door het behoud van deze waarden te integreren in de lokale transitieopgaven, krijgen plekken en panden waarmee mensen zich verbonden voelen nieuwe betekenis. Het resultaat van deze transitie is een verrassende stad, waarin het “Verhaal van Heerlen” tot uitdrukking komt.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

25

Vrijwel het gehele plangebied is aangeduid als 'centrumstedelijk woonmilieu'. Centrumstedelijk wonen betreft wonen in Heerlen Centrum waarbij 'wonen' niet de hoofdfunctie is maar deel uitmaakt van een gemêleerde mix aan functies, die samen het karakter van Heerlen Centrum bepalen. Het betreft overwegend gestapeld wonen in hoge dichtheden met een mix tussen koop en huur. Kansen op versterking zijn er voor wonen boven winkels en wonen in aanloopstraten. Heerlen Centrum is tevens geschikt voor nieuwe hoogbouwlocaties. Alhoewel hiermee voor wat betreft nieuwe toevoegingen, gelet op reeds aanwezige aanbod in het centrum, enigszins terughoudend dient te worden omgegaan. De ligging van een locatie in combinatie met de omliggende bebouwing is eveneens van belang voor het bepalen van de gewenste ontwikkelrichting van een plek. Kansrijke

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

26

doelgroepen zijn met name jongeren en studenten alsmede senioren met een hoog inkomen. Alle vier de stadsdelen (Heerlen Stad, Hoensbroek, Heerlerheide en Heerlerbaan) dienen over een stadsdeelcentrum met een voorzieningencluster te beschikken. In zo'n stadsdeelcentrum dient ten minste ruimte te zijn voor een boodschappencluster met een bij het eigen verzorgingsgebied passend aantal winkels voor dagelijkse artikelen, eerstelijns zorgvoorzieningen, verzorgd wonen, basisonderwijs en buurtvoorzieningen. Het plangebied vormt onderdeel van het stadsdeel Heerlen Stad. Dit stadsdeel neemt voor wat betreft de voorzieningenstructuur een bijzondere positie in. Heerlen Centrum vervult van oudsher de rol van boodschappencluster voor de buurten en wijken behorende tot het stadsdeel. Maar Heerlen Centrum vervult een dubbelrol in die zin dat het ook het voorzieningencentrum voor niet-dagelijkse artikelen is voor de inwoners van heel Parkstad. De boodschappenfunctie kan daarom prima aan de rand van Heerlen Centrum worden gesitueerd, op plekken waar clustering van supermarkten met speciaalzaken mogelijk is. Het tot het plangebied behorende Winkelcentrum 't Loon heeft tot op heden die rol vervuld en de noordzijde van het Maankwartier gaat daar eveneens een belangrijke rol in spelen.

Het verplaatsen van buurtgeoriënteerde maatschappelijke voorzieningen naar Heerlen Centrum, met zijn eigen karakter en dynamiek, draagt echter niet bij aan een sterke binding vanuit de buurten met die voorzieningen. Daarom wordt ingezet op het vormen van een beperkt aantal stadsdeelcentra met sociaal-maatschappelijke voorzieningen voor het stadsdeel Heerlen Stad. Specifiek voor het plangebied zet de structuurvisie in op navolgend meersporenbeleid: een compacter kernwinkelgebied met een completer winkelaanbod: Heerlen streeft naar een completer winkelaanbod gericht op funshoppen, runshoppen, ontmoeten en beleven. De winkels in Heerlen Centrum zijn nu nogal verspreid gelegen in het kernwinkelgebied, de aanloopstraten, 't Loon en enkele historische linten. In de toekomst dient de retail zo veel als mogelijk te worden geconcentreerd in het kernwinkelgebied: hét koopcentrum van Heerlen en Parkstad. Hier is bij uitstek plek voor het vestigen van de wat grotere (landelijke) retailformules. In het kernwinkelgebied is ruimte voor het verbreden en verbeteren van het bestaande retailaanbod en slechts incidenteel voor het toevoegen van nieuw aanbod. Uitgangspunt is en blijft dat de retailstructuur binnen de gehele regio Parkstad niet mag worden ontwricht door het op te ruime schaal toevoegen van extra vierkante meters retail.

Het compacter maken van het kernwinkelgebied zorgt er voor dat Heerlen ook in de toekomst, wanneer een verdere daling van de vraag naar winkelvierkantemeter wordt verwacht, blijft beschikken over een koopcentrum dat niet wordt ontsierd door veel leegstaande panden. Door het compacter maken van het kernwinkelgebied worden de mogelijkheden voor retail buiten het kernwinkelgebied in de toekomst drastisch beperkt (met uitzondering van de aanloopstraten); 'Couleur Locale' in de aanloopstraten: de aanloopstraten zijn in feite de wandelroutes van de parkeervoorzieningen naar het kernwinkelgebied en bieden een mix aan functies. In de aanloopstraten is retail minder dominant aanwezig, maar wel belangrijk. Ook is de bebouwing kleinschaliger. Dit maakt de aanloopstraten bij uitstek geschikt voor kleinschalige lokale ondernemers met nieuwe concepten, ofwel couleur locale. De kwaliteiten van het kernwinkelgebied alsook de aanloopstraten komen het best tot hun recht indien de identiteitsverschillen worden vergroot. Bij de aanloopstraten wordt dan ook ingezet op het aantrekkelijk maken van de looproutes en meer in het bijzonder het bevorderen van hergebruik en herbestemmen van bestaande panden met respect voor de aanwezige kleinschalige bebouwing.

De potentie van een aanloopstraat zit dus in het bieden van planologische ruimte voor een variatie aan kleinschalige lokale winkeltjes, bedrijfjes en horeca. Het retailaanbod wordt per saldo niet uitgebreid en het versterken van de woonfunctie, met name op de begane grond, en het toestaan van autoverkeer, kan in hoge mate bijdragen aan het vergroten van de hier gewenste dynamiek. Het sturen op retailontwikkeling in het kernwinkelgebied en de aanloopstraten betekent het tegenovergestelde voor de gebieden daarbuiten. Bestaande gebruiksmogelijkheden voor retail buiten deze gebieden worden dan ook bevroren of waar mogelijk gesaneerd; Smart Services: 'smart services' zijn slimme product- en diensteninnovaties die als gevolg van het effectief en innovatief gebruik van informatie/data een bron zijn van economische meerwaarde voor organisaties en hun klanten. In Heerlen werken overheden, onderwijsinstellingen en bedrijfsleven samen om de financiële, economische en administratieve dienstverlening in de regio naar een hoger niveau te tillen. Heerlen is aangewezen als locatie voor het ontwikkelen van de Smart Services Campus. Als gevolg van deze ontwikkeling zullen ook nieuwe bedrijvigheid, onderwijs- en onderzoeksfaciliteiten, ondersteunende dienstverlening en andere smart services gerelateerde activiteiten ontstaan.

Heerlen Centrum is uitermate geschikt als locatie voor verdere concentratie en uitbouw van deze sector waarbij de ontwikkeling van de

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

27

campus niet in een strak afgebakend gebied zal plaatsvinden maar het gebied Heerlen Centrum, de Onderwijsboulevard en Coriopolis zal bestrijken. De campusontwikkeling zal zoveel als mogelijk worden geïntegreerd met toekomstige transitieopgaven. De campusontwikkeling biedt tevens ontwikkelkansen voor nieuwe hoogwaardige woonmilieus in en rond het centrum. Die ontwikkelruimte wordt bij voorkeur gezocht in het herbestemmen van leegstaand vastgoed. Indien dat onvoldoende resultaat heeft, is nieuwbouw op kleine schaal een optie; Ontmoeten en beleven: een hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte kan de aantrekkelijkheid van Heerlen Centrum als verblijfsgebied voor al zijn bezoekers aanzienlijk vergroten. Er is behoefte aan diversiteit en identiteit: pleintjes met horeca en terrassen voor de noodzakelijke dynamiek en levendigheid maar ook rustplekken of pleisterplaatsen. Deze noodzakelijke diversiteit aan openbare ruimten en plekken die uitnodigen voor verschillende soorten van ontmoeting, draagt bij aan een hogere belevingswaarde door bezoekers en interactie tussen bezoekers van Heerlen Centrum; Versterken creatieve sectoren: in Heerlen heeft zich de afgelopen jaren een actieve creatieve sector ontwikkeld die zich sterk profileert met allerlei uiteenlopende initiatieven, zowel op cultureel als maatschappelijk vlak.

De aanwezigheid van de creatieve sector en kunst en cultuur, zowel wat betreft fysieke kunstuitingen, evenementen maar ook succesvolle formules om leegstand aan te pakken, dragen in hoge mate bij aan de verleiding van het centrum. Heerlen wil de creatieve sector nog meer in zijn kracht laten komen; Stedelijk wonen op de kaart: het versterken van de woonfunctie in Heerlen Centrum is een belangrijk onderdeel van een aantrekkelijk centrum. Stedelijk wonen draagt positief bij aan de onderlinge samenhang en synergie tussen functies in het centrum en zorgt ervoor dat er ook na winkelsluiting nog mensen in het centrum verblijven. Bij het versterken van het stedelijk wonen wordt ingezet op het binden van de doelgroepen jongeren, kenniswerkers, studenten en jonge gezinnen. Deze groepen zijn thans ondervertegenwoordigd in en rond het centrum, maar zorgen wel voor de gewenste dynamiek. Er zal geen sprake meer zijn van grootschalige nieuwbouw, maar veeleer transformatie van leegstaande kantoor- en/of winkelpanden. Toekomstige bewoners dienen te worden uitgedaagd om zelf met woonideeën te komen en derhalve wordt de zone ten oosten van het kernwinkelgebied aangewezen als experimenteergebied voor vernieuwende stedelijke woonconcepten.

Aanvullend hierop worden kansen gecreëerd voor jonge gezinnen door middel van herstructurering van stedelijke woonmilieus direct aansluitend ten noorden en ten zuiden van Heerlen Centrum; Winkelcentrum 't Loon: gelegen naar het (kern)winkelgebied van de binnenstad van Heerlen, ontwikkelt 't Loon zich steeds meer tot een boodschappencluster waar snel en doelgericht gewinkeld kan worden. De potentie voor de toekomst van 't Loon wordt dan ook gezien als boodschappencluster naast het bestaan van het kernwinkelgebied in de binnenstad voor meer het funshoppen. Daarnaast heeft de locatie van 't Loon vanwege zijn strategische ligging de potentie om uit te groeien tot een moderne stadspoort. Voor de precieze toekomstige invulling van 't Loon wordt in de structuurvisie aangekondigd dat een aanvullende visie zal worden ontwikkeld ter nadere uitwerking van de wenselijk geachte profilering van 't Loon (boodschappencluster en moderne stadspoort). Doorwerkingplangebied Dit bestemmingsplan wordt in lijn met de uitgangspunten van de structuurvisie opgesteld: compacter kernwinkelgebied met completer aanbod en couleur locale in de aanloopstraten: het bestemmingsplan Cityplan Heerlen heeft o.a. tot doel de centrumfunctie verder te versterken waarbij in de bestemmingsplanregeling een onderscheid wordt gemaakt tussen het Kernwinkelgebied, Aanloopstraten en Centrum Overig.

Binnen het Kernwinkelgebied ligt meer nadruk op vestiging van detailhandel ten behoeve van het funshoppen. In de plint mag in beginsel enkel detailhandel aanwezig zijn. In het balansgebied ligt de nadruk meer op functiemenging en specifiek voor wat betreft de detailhandel op minder grootschalige formules. In het overig centrumgebied zal de onbenutte detailhandelruimte voor zover aanwezig worden geamoveerd. Opgemerkt wordt dat de mogelijkheden voor detailhandel in het kernwinkelgebied en de aanloopstraten nader zijn gepreciseerd in de later vastgestelde Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid Limburg (zie par. 2.3.8) Smart Services Campus: de Smart Services Campus betreft geen uitgewerkt plan en zal ook niet middels dit

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

28

bestemmingsplan worden gerealiseerd. De campus valt te betitelen als een voorziene organische ontwikkeling in combinatie met het veelal herbestemmen van bestaand vastgoed middels, waar nodig, het doorlopen van separate ruimtelijke procedures; Ontmoeten en beleven: dit aspect heeft hoofdzakelijk betrekking op inrichtingsaspecten betreffende de openbare ruimte. Voor dit bestemmingsplan is in elk geval van belang te constateren dat het plan de gewenste inrichting niet in de weg zal staan; Stedelijk wonen op de kaart: onderhavig bestemmingsplan is een in hoofdzaak conserverend bestemmingsplan. Dit impliceert dat de in de structuurvisie beschreven gewenste ontwikkeling van het stedelijk wonen, voor zover dat een transformatie van het wonen betreft buiten de scope van de huidige planologische regelingen, niet middels dit bestemmingsplan zal worden vormgegeven maar middels t.z.t. op te starten separate procedures zodra de plannen daartoe concreet genoeg zijn; 't Loon: in lijn met het conserverend actualiserend karakter van dit bestemmingsplan en het ontbreken van de in de structuurvisie aangekondigde uitwerkingsvisie voor 't Loon zal de vigerende planologisch-juridische regeling voor 't Loon met inachtneming van de geldende beleidsuitgangspunten worden doorgezet. 2.4.2

Kantorennota Heerlen 2017

Het op dit moment vigerende kantorenbeleid is beschreven in de "Kantorennota Heerlen 2017”, vastgesteld op 28 juni 2017. De doelstellingen van de kantorennota zijn meerledig. Centraal staat het opstellen van realistisch-ambitieus kantorenbeleid met heldere uitspraken over de te bereiken (beperkte) groei en de kwaliteit van de kantorenmarkt en de kantorenlocaties. Verder wil de gemeente adequaat kunnen inspelen op de marktontwikkelingen voor de komende 5-10 jaar. Een ander belangrijk doel is het creëren van draagvlak bij alle stakeholders en een goede samenhang met overige beleidslijnen van de gemeente Heerlen, de provincie Limburg (o.a. Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014) en het Rijk (o.a. 'Ladder voor duurzame verstedelijking'). Voor wat betreft grootschalige kantoren is het beleid erop gericht om deze binnen Heerlen-centrum te situeren. Voor gebieden buiten Heerlen-centrum streeft de gemeente naar een restrictief beleid ten aanzien van mogelijkheden voor nieuwe (toegevoegde) kantoorvoorraad, één en ander overeenkomstig het beleid zoals dit is op regionaal niveau is vastgelegd in de 'Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg' (zie paragraaf 2.3.5).

Een ander belangrijk aandachtspunt betreft het streven naar verbetering van de kwaliteit van kantoorgebouwen, inclusief een goed binnenklimaat en duurzaamheid, waarbij de focus met name ligt op Heerlen-centrum Met het geschetste kantorenbeleid wil Heerlen een actuele koers uitstippelen die recht doet aan de opgaves die onze lokale en regionale kantorenmarkt kenmerkt. Hoewel de tijden sterk veranderd zijn ten opzichte van de oude kantorennota, biedt de huidige situatie ook kansen. Kansen op sloop van verouderd kantoorvastgoed en kansen op vernieuwing. Met de Kantorennota Heerlen 2017 heeft Heerlen de kaders geschapen voor het nieuwe kantorenbeleid. Daarnaast heeft het gemeentebestuur met de besluitvorming rond het eigen nieuwe stadskantoor zelf meteen een actieve bijdrage geleverd aan een betere kantorenmarkt. Voor de uitvoering van de verdere benodigde maatregelen is een goede samenwerking nodig met alle partijen die bij de kantorenmarkt betrokken zijn. Een gezonde kantorenmarkt is in ons aller belang, daarom is het verbeteren ervan ook een gezamenlijke opgave.

Conclusie Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt niet voorzien in extra kantoorruimte, maar wordt juist planvoorraad aan kantoorruimte uit de markt genomen, in lijn met het provinciale en gemeentelijke beleid om niet te voorzien in kwantitatieve uitbreiding van kantoorruimte, maar juist in te zetten op het terugdringen van de planvoorraad. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de bestaande locaties, positief worden bestemd en deze bestaande rechten worden gerespecteerd.

2.4.3

Groenbeleidsplan

Het gemeentelijk Groenbeleidsplan is op 14 mei 2013 vastgesteld en vormt sindsdien het gemeentelijk groenbeleid. In dit plan is het vorige groenstructuurplan geïntegreerd. Het Groenbeleidsplan geeft een middellange termijnvisie (2010-2025) op de gewenste ontwikkeling van het (semi-)openbare groen van de gemeente Heerlen. Behalve een visie op de gemeentelijke

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

29

groenstructuur bevat het Groenbeleidsplan ook een kader voor het groenbeheer en is er tevens een uitvoeringsprogramma aan gekoppeld. Het Groenbeleidsplan heeft als hoofddoelstelling een integrale, samenhangende en tevens duurzame groenstructuur te realiseren, die recht doet aan de identiteit en eigenheid van Heerlen als onderdeel van Parkstad Limburg en voldoende robuust van karakter is waar het gaat om behoud en verbetering van leefbaarheid en groene kwaliteit. In de visie op de groenstructuur van de gemeente Heerlen is uitgegaan van de volgende integraal samenhangende componenten: Het landschappelijke kader van Heerlen; De hoofdgroenstructuur van Heerlen; Steenbergen als symbool voor een grenzeloze regio; Schakels tussen Heerlen en het omliggende Euregionale landschap; De hoofdinfrastructuur als uithangbord voor 'park' en 'stad'; De historische structuur als (groene) parels in het stedelijke weefsel; Stadsombouw Heerlen: robuust groen met nieuwe functies.

De hoofdgroenstructuur van Heerlen kadert de ligging van de verschillende stadsdelen in. Om een goede aansluiting te vormen op de gemeentelijke hoofdgroenstructuur is per stadsdeel de gewenste ontwikkeling van de hoofdgroenstructuur verder uitgewerkt.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

30

Hoofdgroenstructuur Heerlen (plangebied aangeduid middels blauwe lijn). Vervolgens is nog verder ingezoomd en is de gewenste groenstructuur in de buurten en buurtschappen beschreven. Hierbij is onderscheid gemaakt in verschillende buurttypen. De visies voor de verschillende buurttypen zijn vertaald in een gereedschapskist voor de groenstructuur per buurttype, waarin de karakteristieken en functies van de hoofd- en subgroenstructuur van een buurttype zijn vastgelegd. Onderscheid wordt gemaakt in structuurgroen en snippergroen, waarbij het uitgangspunt geldt dat snippergroen kan worden afgestoten zonder dat er afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit van de openbare ruimte.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

31

Doorwerkingplangebied Het plangebied is gelegen in het stadsdeel Heerlen-Stad. Heerlen-Stad vormt het grootste stadsdeel van Heerlen dat naast het eigenlijke centrum (Parkstad Centrum) ook nog de omliggende buurten en bedrijventerreinen omvat, inclusief Welten en Molenberg. Dit stadsdeel heeft een duidelijke relatie met zowel het Geleenbeekdal als het Caumerbeekdal die als noord-zuid verbindingen in het stadsdeel liggen. Heerlen-centrum ligt in de huidige situatie op diverse plekken afgekeerd van de beekdalen door de aanwezigheid van de N281. Buiten de hoofdgroenstructuur van Heerlen wordt de groenstructuur in het centrum gedomineerd door de groenstructuur van de wegen. Daarnaast zijn lokaal in de woonbuurten enkele grotere parken aanwezig. De doelstelling voor de ontwikkeling van de groenstructuur van Heerlen-Stad is te komen tot een harmonieus samengaan van 'park' en 'stad' door het ontwikkelen van een duurzame relatie tussen het centrum van de Parkstad en de beide stadsparken in het Geleenbeekdal en het Caumerbeekdal. Daarnaast wordt de groenstructuur in het centrum versterkt door een passende en duurzame groenstructuur te integreren in de openbare ruimte van de pleinen en straten waarbij de centrumvisie het uitgangspunt vormt. Het plangebied zelf komt grotendeels overeen met het in het Groenbeleidsplan aangeduide gebied Parkstad Centrum.

De in het Groenbeleidsplan opgenomen visie voor dit gebied laat zich als volgt samenvatten: Het centrum ligt ingeklemd tussen het Caumerbeekdal en het Geleenbeekdal. Beide dalen hebben de functie van stadspark en worden op een representatieve manier verbonden met het winkelhart, zodat wandelaars en fietsers worden verleid om naast een bezoek aan het centrum ook een bezoek aan het stadspark te brengen. Daartoe dienen de Klompstraat, Gasthuisstraat en Valkenburgerweg te worden ingericht met een bij het centrum passende inrichting van de openbare ruimte. De openbare groenstructuur voegt zich daarbij naar de aan- of afwezigheid van een particuliere groenstructuur. De openbare ruimte in het centrum wordt op integrale wijze ontwikkeld, waarbij de pleinen worden voorzien van een representatieve en duurzame groenstructuur. Daarmee dient een herkenbare en representatieve verbinding te ontstaan tussen 't Loon, het Glaspaleis en het Coriocenter. Verspreid over het centrum worden verrassende groen-, spel- en waterelementen aangebracht die de aanleiding geven tot verpozen en daarmee bijdragen aan de identiteit en aantrekkingskracht van het centrum van Parkstad. Vanuit het groen moet daarbij in het winkelcentrum met name worden gedacht aan bloeiend gevelgroen, solitaire bomen die de potentie hebben om monumentaal te worden en kleine pleintjes die voor een intieme sfeer zorgen.

Het gehele plangebied is gekoppeld aan het kwaliteitsniveau A+. Dit is het hoogste kwaliteitsniveau in termen van beheer en onderhoud om tot een duurzame en attractieve groenstructuur te geraken. Binnen de A+-gebieden is het beheer en onderhoud intensief om een constant beeld in stand te houden. Het ruimtelijk beeld dient een hoogwaardige uitstraling te bezitten en dient geschikt te zijn voor zeer intensief menselijk medegebruik en functies. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van gecultiveerde beplantingen waarbij onderhoudsintensieve beplanting is toegestaan. Voor verhardingsmaterialen wordt gebruik gemaakt van hoogwaardige inrichtingselementen en de overige inrichtingselementen worden hoogwaardig en esthetisch vormgegeven.

Conclusie Het plangebied 'Cityplan Heerlen' heeft een overwegend conserverend karakter. Desalniettemin biedt het bestemmingsplan voldoende ruimte om de doelstellingen uit het Groenbeleidsplan te realiseren en in te passen. Binnen deze bestemming zijn groenvoorzieningen toegestaan in de vorm van plantsoenen, bomen en beplantingsstroken.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

32

2.4.4

HorecabeleidHeerlen

Op 28 november 2018 heeft de gemeenteraad van Heerlen de 'Horecavisie Heerlen' en de 'Kadernota Horecabeleid Gemeente Heerlen' vastgesteld. Onderstaand wordt allereerst kort ingegaan op beide documenten, waarna vervolgens de voor het plangebied belangrijkste onderwerpen worden beschreven. Horecavisie - Algemeen De Horecavisie is de ruimtelijk economische visie op de horecaontwikkeling in Heerlen voor de komende jaren. In deze visie wordt aangegeven welk potentieel (per horecacategorie en -locatie) er is, in welke gebieden nog uitbreiding kan plaatsvinden en worden per verschillende deelgebieden actielijnen geformuleerd om de kwaliteit en beleving van de horeca te verbeteren. Deze visie dient als richtinggevend kader voor nieuwe bestemmingsplannen en de uitwerking van de plannen voor verbetering en stimulering van het horeca aanbod en de besluitvorming over nieuwe horeca-initiatieven. Kadernota - Algemeen Naast de Horecavisie heeft de gemeenteraad de Kadernota Horeca - het uitvoeringsprogramma vastgesteld. De Kadernota Horeca stelt de Horecavisie centraal en biedt daarvoor toegesneden regels voor vergunningverlening aan horecabedrijven met als motto: 'bevorderen van de dynamiek en de juiste horeca op de juiste plek'.

De nota biedt kaders voor objectieve toetsingsgronden die zowel voor de gemeente, ondernemers als omwonenden duidelijkheid verschaffen ten aanzien van vergunningverlening en handhaving, mede ten behoeve van de uitvoering van de in de Horecavisie genoemde actielijnen en aandachtspunten. Sterke en zwakke punten In de horecavisie worden de volgende sterke punten van de horeca in het centrum van Heerlen genoemd: De horecapleinen rondom de Pancratiuskerk hebben grote ruimtelijke kwaliteiten, zowel door stedenbouwkundige kenmerken van de pleinen (o.a. afmetingen plein, kwaliteit omliggende panden) als door de inrichting van de openbare ruimte. De pleinen hebben elke hun eigen sfeer (DNA) en hebben nog meer potenties dan nu worden benut. Op diverse plekken in het kernwinkelgebied en in de aanloopstraten is horeca gevestigd, waarbij tevens sprake is van een duidelijke functionele relatie met winkelen. Het multifunctionele karakter van centrumstraten komt daar goed naar voren. Op diverse plekken in het centrum wordt of gaat worden gewerkt aan grootschalige herstructureringen (Maankwartier, Schinkelkwartier). Het centrum krijgt daarmee nieuwe impulsen. Naast de bovengenoemde sterke punten, worden de onderstaande zwakke punten genoemd: Het ontbreken van een duidelijk eigen DNA van de verschillende horecaverblijfspleinen.

Hierdoor is er geen duidelijke complementariteit tussen gebieden, en is het voor bezoekers niet altijd even duidelijk waar zij het beste terechtkunnen voor de horeca die zij op dat moment zoeken. De verblijfsgebieden rondom de Pancratiuskerk zijn matig tot slecht aangesloten op het kernwinkelgebied. Doordat horeca maar in beperkte mate is geclusterd op een aantal centrale locaties staat de relatie tussen horeca en het woon- en leefklimaat van het centrum onder druk. Doordat voor de hele binnenstad ruime openingstijden gelden wordt handhaving en controle van overlast bemoeilijkt. Er is tot op heden weinig blurring tussen horeca en andere functies, zoals detailhandel of ambachten. De huidige (lokale) regelgeving leidt tot een restrictief beleid. Het horeca-aanbod is over het algemeen gericht op het lage en middensegment van de markt. Er zijn (nog) weinig vernieuwende concepten aanwezig. Ambities De gemeente Heerlen heeft de volgende ambities voor de horecasector in de gemeente: Divers en goed horeca-aanbod voor inwoners van Heerlen en Parkstad; Een voor bewoners en bezoekers aantrekkelijk centrum, waarbij horeca als versterkend element voor de binnenstad wordt ingezet; Gezond ondernemersklimaat met ruimte voor kwaliteit, innovatie en aandacht voor duurzaamheid; Beter benutten van toeristische potenties.

Horecaclusters en categorieën Om de kracht van horeca beter te benutten wordt ingezet op clustering van horeca in een aantal

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

33

strategisch gelegen en complementaire concentratiegebieden in de binnenstad. Door de clustering ontstaan in de binnenstad verschillende sterke horecagebieden waar horecabedrijven van elkaar kunnen profiteren en gezamenlijk een eigen DNA neer kunnen zetten. Het geheel wordt zo meer dan de som der delen. De horecaclusters die worden onderscheiden zijn onderstaand weergegeven, waarbij tussen haakjes de gewenste horeca-categorieën zijn aangegeven: Pancratiusplein-Zuid: kloppend en energiek horeca-hart (categorie 2, 3, 4 & 5); Pancratiusplein-Noord: een intiem, rustig en romantisch plein met restaurants (categorie 2 & 3); Stationgebied/Maankwartier/Royal: goed bereikbaar en dynamisch horeca- en trafficgebied met ruimte voor grootschaligheid (categorie 1, 2, 3 & 5); Corioplein: kleinschalig en rustiger alternatief voor het Pancratiusplein-Zuid, nabij het winkelhart (categorie 1, 2, 3 & 5); Wilhelminaplein: groen en levendig terrasplein met specialiteiten voor de middag en vroege avond (categorie 1, 2, 3 & 5); Bongerd: universeel horecaplein, direct aan het winkelgebied, maar met minder winkelondersteunende horeca (categorie 1, 2, 3 & 5); Theater-De Plu: nieuwe aantrekkelijke westelijke entree tot het centrum, om bezoekers van het theater de stad in te trekken (categorie 1, 2 & 3).

De bovengenoemde categorieën 1 tot en met 5 kunnen als volgt worden onderscheiden: Horeca, categorie 1 - daghoreca: Een inrichting die qua exploitatievorm primair gericht is op de ochtend en middag en waarbij openingstijden veelal zijn afgestemd op openingstijden van andere dagvoorzieningen (zoals winkels en musea). Het type horeca (bijv. lunchroom, café of cafetaria) is bij deze categorie niet relevant. Horeca, categorie 2 - lichte horeca: Een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden. Daaronder worden begrepen: cafetaria/snackbar, fastfood en broodjeszaken/lunchroom, konditorei, ijssalon/ijswinkel, koffie- en/of theeschenkerij, afhaalcentrum, eetwinkels, restaurant, kantine alsmede cateringbedrijf. Horeca, categorie 3 - middelzware horeca: Een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse, alsmede het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden, alsmede (in sommige gevallen) de gelegenheid biedt tot dansen. Daaronder worden begrepen: café, bar, grandcafé, eetcafé, danscafé, pubs.

Horeca, categorie 4 - zware horeca: Een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het bieden van vermaak en ontspanning (niet zijnde een recreatieve voorziening) en/of het geven van gelegenheid tot de dansbeoefening, al dan niet met levende muziek en al dan niet met de verstrekking van dranken en kleine etenswaren. Daaronder worden begrepen: discotheek/dancing, nachtcafé en zalencentrum (met nachtvergunning). Horeca, categorie 5 - logiesverstrekkers: Een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van nachtverblijf. Daaronder worden begrepen: hotel, motel, pension en overige logiesverstrekkers. Horeca buiten centrum Voor horeca buiten het centrum geldt dat deze ook van grote waarde kan zijn voor het woon- en leefklimaat. Horeca heeft in buurten, wijken en dorpen van de gemeente zowel een functionele (lokale snackbar), als een sociale (buurtcafé) en een ondersteunende rol (sportkantine, horeca bij culturele voorziening en/of cultureel erfgoed). Het aantal horecabedrijven buiten het centrum neemt naar verwachting verder af. Met name traditionele horeca (o.a. buurtcafé, snackbar) staan onder druk.

Om het horeca-aanbod buiten het centrum van Heerlen zoveel mogelijk te behouden (ambitie) is het van belang het beleid te richten op de meest kansrijke horecalocaties, die de grootste toegevoegde waarde hebben voor het woonen leefklimaat in de omgeving. Gestreefd wordt naar behoud van frequent bezochte horeca, zoals snackbar, Chinees (afhaal)restaurant, grillroom, (eet)café en/of maaltijdbezorgers (pizza, sushi) in de centra van buurten, wijken en dorpen. Bedrijven die gericht zijn op het primaire verzorgingsgebied van deze centra zijn kansrijk. Daarmee zorgen deze horecabedrijven voor het behoud van de aantrekkingskracht van deze kleinere centra, de leefbaarheid in wijken en buurten en een spreiding van voorzieningen. Daarnaast is ondersteunende horeca bij publieksgerichte locaties toegestaan, zoals bijvoorbeeld bij de Woonboulevard Heerlen. Uitgangspunt voor horeca bij publieksgerichte functies is dat deze ondersteunen blijven aan de hoofdactiviteit.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

34

Doorwerkingplangebied Het horecabeleid voorziet in een verdere concentratie van horeca in de aangewezen clusters. Voor onderhavige bestemmingsplanregeling betekent dit dat, in lijn met het horecabeleid, de horecabestemming op kansrijke locaties zal worden bestendigd en daar waar horeca logischerwijs niet meer aan de orde zal zijn, de bestaande onbenutte mogelijkheden zullen worden geamoveerd.

2.4.5

Mobiliteitsvisie'Heerlen in beweging'

Op 26 juni 2019 heeft de gemeenteraad van Heerlen de Mobiliteitsvisie 'Heerlen in Beweging' vastgesteld. Het samen leven in een groene en gezonde stad staat hierbij centraal. Mobiliteit is één van de puzzelstukjes om deze ambitie te bereiken. Zo wordt er richting gegeven aan de wijze waarop de gemeente Heerlen in 2040 op het gebied van mobiliteit energieneutraal wil zijn. Duurzaamheid en mobiliteit gaan in dit plan hand in hand. Zo wordt er invulling gegeven aan de ambitie van de Parkstadgemeenten om in 2040 energieneutraal te zijn (Palet).

afbeelding: Onze visie voor de stad

Met 'Heerlen in Beweging' zet de gemeente Heerlen een transitie in gang om de toekomst van duurzame mobiliteit in Heerlen samen met inwoners, bezoekers, maatschappelijke organisaties en ondernemers vorm te geven. De ambitie gaat ook over de wens om mensen vaker te laten kiezen voor actieve en gezonde mobiliteit zodat de visie steeds een stapje dichterbij komt. De ambitie van 'Heerlen in beweging' is vertaald in een drietal langetermijndoelen. Deze doelen, ook wel outcome indicatoren genoemd, geven het gewenste maatschappelijke effect weer van de maatregelen die van Heerlen een groene en gezonde stad moeten maken. De doelen voor de lange termijn zijn: 1. 2. 3.

De vervoerswijzekeuze van inwoners en bezoekers van Heerlen verschuift van "vervuilend" naar duurzaam en gezond; We streven naar 0 ernstige verkeerslachtoffers per jaar; Het energieverbruik voor verkeer en vervoer in 2040 is maximaal 1.695 TJ (cf. Palet 3.0).

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

35

Doorwerkingplangebied Hoewel het bestemmingsplan Cityplan Heerlen een conserverend karakter heeft, bieden de regels voldoende flexibiliteit om rekening te houden met duurzame moblititeisaspecten. De opgenomen bestemmingen hebben geen beperkende werking om de stad groener en gezonder te maken. Ook bestaan er voldoende mogelijkheden om hiertoe benodigde ondersteunende en/of infrastructurele werken aan te leggen.

2.4.6

Parkeerbeleid

Het parkeerbeleid van de gemeente Heerlen is geregeld in de 'Parkeernota Visie- en Ambitiedocument' zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 20 april 2016. Voor wat betreft parkeernormen is de op 2 november 2010 door de gemeenteraad vastgestelde 'Parkeernota Heerlen 2010' van toepassing. In de 'Parkeernota Visie- en Ambitiedocument' wordt gesteld dat het nieuwe parkeerbeleid op hoofdlijnen dient te zorgen voor een betere afstemming tussen de vraag naar en het aanbod van parkeren, zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid en de kwaliteit van de openbare buitenruimte. Het anticiperen op nieuwe ontwikkelingen en het bieden van een gastvrij en klantvriendelijk parkeersysteem maken hier onderdeel van uit. Aan de hand van de 'Parkeernota Heerlen 2010' zet de gemeente Heerlen onder meer in op een bruisend en levendig stadscentrum, aantrekkelijke leefbare woonmilieus, een goede bereikbaarheid, een krachtig ondernemersklimaat en hoogwaardig onderwijs. Het parkeerbeleid moet bijdragen aan de totstandkoming van deze speerpunten.

De visie op parkeren is dan ook als volgt geformuleerd: 'Heerlen streeft naar een evenwichtige balans tussen parkeervraag en -aanbod waarbij aan de parkeerbehoefte van diverse doelgroepen (bewoners, bezoekers en bedrijven) zoveel mogelijk wordt voldaan, zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid in de wijk en de kwaliteit van de openbare buitenruimte.' De parkeerbalans is in evenwicht op het moment dat de parkeerbezetting ligt tussen de 50 en de 80 procent. Per gebied kan het moment waarop deze parkeerbezetting wordt gemeten, verschillen. Uitgangspunt is dat de parkeerbezetting gemeten dient te worden als de gemiddelde parkeerbehoefte het hoogst is. Voor een optimaal parkeerbeleid is het van belang dat er sprake is van een adequaat openbaar vervoer, dat de bereikbaarheid per fiets optimaal is en (zo nodig) de omliggende woonbuurten afgeschermd worden middels parkeren voor vergunninghouders. Conclusie Aangezien sprake is van een overwegend conserverend bestemmingsplan zullen als gevolg van het bestemmingsplan geen wijzigingen worden doorgevoerd aan de verkeers- of parkeersituatie binnen het plangebied. De parkeerbehoefte behorende bij de functies in het plangebied dient binnen het plangebied te worden gerealiseerd conform de beleidsnota ‘Parkeernota Heerlen’ (vastgesteld d.d. 02.11.2010) of diens rechtsopvolger.

Vanuit de regels zal dynamisch naar deze nota worden verwezen.

2.4.7

Duurzaamheid en energie

In het Meerjarig Bestuurlijk programma 2011-2014 wordt de aandacht gevraagd voor duurzaamheid als leidend principe in herstructurering en integrale afweging van energie, groen, geluid, klimaat en luchtkwaliteit om een aantrekkelijke stad met een eigen karakter te realiseren en behouden. Duurzaamheid betreft een integrale afweging van belangen voor de korte en de lange termijn, voor alle relevante stakeholders in het gebied en binnen de tijdshorizon. Uitgaande van de 'Triple PPP'-benadering (people-planet-prosperity) betekent duurzaamheid voor gebiedsinrichting en herstructurering dat de gebiedsinrichting zelf en het gebruik van het gebied toekomstbestendig moeten zijn. Daarbij dient de balans van voorraadgebruik (materiaal, energie) en belasting van de omgeving (lokaal, klimaat) waarde toe te voegen aan één of meer duurzaamheidsbelangen, rekening houdend met alle relevante stakeholders. De belangrijkste duurzaamheidsbelangen zijn: klimaat en energie (adaptatie en mitigatie); leefomgeving (traditionele milieuthema's, zoals bodem, lucht, geluid, water en groen); duurzaam inkopen;

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

36

duurzame gebiedsinrichting; duurzame mobiliteit; duurzaam bouwen; 'cradle-to-cradle' en economische kringlopen; 'social return on investment'. Er zijn geen normen vastgelegd voor het begrip duurzaamheid. Op enkele genoemde belangen, zoals leefomgeving en duurzaam bouwen, is sectorale wet- en regelgeving van toepassing. Hierin zijn kaders geformuleerd voor de toepassing van het duurzaamheidsprincipe. Energietransitie Het gemeentelijk Klimaatbeleidsplan 2010-2020 gaat in op klimaatmitigatie en bevat naast een algemene ambitie een aanpak voor de thema's gemeentelijke organisatie, wonen, mobiliteit en bedrijven. De algemene ambitie voor 2020 bestaat uit het: terugdringen van de CO2 -uitstoot met minimaal 20% (ten opzichte van 1990); verhogen van de energie-efficiëntie met 20%; inzetten van duurzame energiebronnen met 20%; én door zelf het goede voorbeeld geven en anderen uit te dagen en te stimuleren hier een bijdrage aan te leveren. Het Parkstad Limburg Energietransitie ambitiedocument (PALET) geeft een vooruitblik op de kansen en mogelijkheden voor een energieneutrale regio in 2040. Vanuit ruimtelijke oogpunt worden er gebieden genoemd die potentieel geschikt zouden kunnen zijn voor de opwekking van zonne- en windenergie en gebruik van bodemenergie.

Mijnwater Het mijnwaterproject is een alternatief duurzaam energieconcept, gebaseerd op aardwarmte in combinatie met de bestaande mijngangen. Het is ontwikkeld als experiment onder beheer van de gemeente Heerlen en met steun van de Europese Unie. Het mijnwaternetwerk zal steeds verder worden uitgebreid, waarbij onder andere voor gemeentelijke gebouwen onderzocht zal worden of aansluiting op het netwerk mogelijk en haalbaar is. Het mijnwaterproject is beoogd als aanjager en hefboom voor een grootschalige energietransitie in Heerlen.

Doorwerkingplangebied Hoewel het bestemmingsplan Cityplan Heerlen een conserverend karakter heeft, bieden de regels voldoende flexibiliteit om rekening te houden met duurzaamheidsaspecten. De opgenomen bestemmingen hebben geen beperkende werking ten aanzien van het duurzaam gebruik van gebouwen. Ook bestaan er voldoende mogelijkheden om hiertoe benodigde ondersteunende, infrastructurele en/of watertechnische werken aan te leggen. Binnen het plangebied is er alleen op de gebouwen voldoende potentie om zonne-energie op te wekken en een matige potentie voor het gebruik van bodemenergie. Uitbreiding van het mijnwater is uiteraard wel goed mogelijk binnen het plangebied. Binnen PALET is binnen het plangebied geen potentie voor de plaatsing van grote windturbines. Daarnaast is de bestaande woningvoorraad uit een periode waarvoor energetische verbeteringen de moeite waard zijn.

2.4.8

Leisure

In het 'Urban Bidboek Heerlen' (vastgesteld juni 2016) is geconstateerd dat Heerlen qua beleving op het terrein van leisure nog achter blijft. Het is wenselijk om initiatieven op dat punt te faciliteren in de binnenstad, omdat leisure makkelijker tot een langere tijdsbesteding en herhaalbezoek kan leiden. Hierbij wordt gedacht aan indooraccomodaties en aan slimme toepassingen in de openbare ruimte, die ook goed passen bij de smart service campus. In het Bidboek wordt de ambitie uitgesproken om 'maximaal leisureconcepten te faciliteren in ons centrum, zowel indoor als op straat'. Op het gebied van leisure zijn de volgende trends en ontwikkelingen te zien: beleving en schaalvergroting: binnen leisure staat de beleving en uniciteit centraal; Ttjdelijk en snel: ontwikkelingen binnen de vraag naar leisure gaan snel (pop-up concepten); compleet aanbod: leisurevoorzieningen vormen vaak geen losstaande belevenissen, maar worden veelvuldig verbonden of geïntegreerd met horeca en/of verblijfsaccommodatie (complete beleving en verlenging van de verblijfsduur).

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

37

Hier volgt uit dat leisurevoorzieningen continue moeten innoveren om relevant te blijven voor consument, waarbij voldoende ruimte moet zijn voor de beleving. De vestigingslocatie en de verbinding met de functies in de omgeving is daarbij een belangrijke troef. Leisure heeft, in vergelijking met dienstverlening, een grotere regionale functie. Voorbeelden van mogelijke leisurevoorzieningen in een centrum zijn: bowlen, amusementshallen, casino, binnenspeeltuin en lasergamen. Maar ook nieuwe concepten zoals escape-rooms, quiz-locaties, indoor skydive, wellness/spacenters. Op dit moment ontbreekt een verdere beleidsmatige uitwerking van deze ambitie uit het Bidboek. Om toch uitvoering te kunnen geven aan deze ambitie is in het Cityplan Heerlen een regeling opgenomen om leisure mogelijk te maken. Daarbij wordt gekozen voor een ruime begripsbepaling, zodat kan worden ingespeeld op de ontwikkelingen van nieuwe leisure concepten. Deze regeling moet wel waarborgen bieden voor een goed woon- en leefklimaat voor de omgeving. Door de grote verscheidenheid in leisure-concepten en de grootte van het gebied waar het bestemmingsplan leisure mogelijk wil maken, is niet vooraf met onderzoek te onderbouwen dat in alle mogelijke gevallen en op alle mogelijke locaties sprake is van een goede ruimtelijke ordening, dan wel een goed woon- en leefklimaat.

Hierdoor is het niet mogelijk om leisure rechtstreeks mogelijk te maken in het Cityplan Heerlen en is gekozen voor een afwijkingsbevoegdheid. Met toepassing van artikel 7c van de Crisis- en herstelwet wordt het mogelijk om deze onderzoeksverplichtingen door te schuiven naar de vergunningverlening voor een leisure-concept. De onderzoeken kunnen dan worden afgestemd op het aangevraagde initiatief en de beoogde locatie. De bevoegdheid om af te kunnen wijken van de gebruiksmogelijkheden t.b.v. leisure-concepten is opgenomen in de bestemmingen Centrum, Gemengd (ook in het Loon en in de Klomp) en Kantoor. Deze bevoegdheid wordt gekoppeld aan een vergunningplicht, waar voorwaarden aan worden verbonden. De vergunning kan worden verleend als door de initiatiefnemer door onderzoek heeft aangetoond dat: er behoefte is aan het te vestigen leisure-concept, en er geen sprake is van overlast ten gevolge van geluid door het initiatief, en er geen of een aanvaardbare toename is van het plaatsgebonden risico en groepsrisico, en er geen significante gevolgen zijn voor een Natura 2000-gebied, en het initiatief kan voldoen aan de parkeernormen (zie art. 26 van de bestemmingsregels). Daarnaast dient afstemming plaats te vinden op regionaal nieveau conform de Visienota Vrijetijdseconomie Zuid-limburg.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

38

Hoofdstuk 3

Gebiedsbeschrijving

Voor het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangssituatie, de bestaande situatie in het plangebied, goed in beeld wordt gebracht. In dit hoofdstuk is een beschrijving opgenomen van het plangebied Cityplan Heerlen en zijn directe omgeving. Zowel de historie van het plangebied als de huidige ruimtelijke en functionele structuur worden beschreven. In dit hoofdstuk wordt allereerst de historische ontwikkeling van Heerlen in het algemeen en het plangebied in het bijzonder beschreven. Daarna wordt de huidige ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied beschreven. In de beschrijving van de ruimtelijke structuur is aandacht besteed aan de opbouw van het plangebied en de ontsluitings- en groenstructuur. Tevens wordt een beschrijving gegeven van de binnen het plangebied te onderscheiden deelgebieden. In de beschrijving van de functionele structuur wordt nader ingegaan op de diverse functies (wonen, detailhandel, bedrijven enz.) die in het plangebied voorkomen.

3.1

Historie

Het huidige Heerlen is ontstaan en heeft zich ontwikkeld op de nederzetting 'Coriovallum' (Romeinse tijd), op de plaats waar zich twee belangrijke heerbanen kruisten: de weg van Xanten naar Trier en de weg van Boulogne-sur-Mér naar Keulen. Het diende tot halte en wisselstation voor de keizerlijke post. Een granieten zuil op het Raadhuisplein in het stadscentrum markeert de plaats van het kruispunt (zie foto). Dankzij deze strategische ligging veroverde Heerlen al in die tijd een centrumpositie. De aanwezigheid van een romeins badgebouw (Thermae) wijst op die belangrijke functie. Ook de tracés van de Romeinse wegen zijn nog in het stedelijke weefsel terug te vinden.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

39

Granieten zuil markeert 'kruispunt' wegen.

Ontwikkelingvan het centrum De oudste bewoningssporen wijzen op een ontstaan rond het begin van onze jaartelling. Opgravingen hebben aangetoond dat de hele nederzetting het gebied tussen Kruisstraat, Tempsplein, Nobelstraat en Geleenstraat omvat moet hebben. Een ideale plek om te wonen, omdat dit gebied niet zo sterk geaccidenteerd is en tevens omdat water rijkelijk voorhanden was. De rechthoekige stedenbouwkundige structuur van de Romeinse castella (sterkte, fort, verschansing) is nog steeds herkenbaar terug te vinden in het gebied rond het raadhuis. In de tweede helft van de 3e eeuw kwam Heerlen aan de naar het zuiden verplaatste rijksgrens te liggen. Er werd een vesting aangelegd; resten van de spitsgrachten zijn gevonden in de directe omgeving van de St. Pancratiuskerk. In 1244 kwam Heerlen bij Brabant en vulde, als deelgenoot van de door Brabant - Bourgondië opgebouwde frontenlinie, een belangrijke functie als militaire grenspost. Eind 18e eeuw werd het door de Fransen veroverd en sedert 1814 is Heerlen voorgoed Nederlands. In 1896 werd Heerlen aangesloten op het spoorwegnet en legde men een ruitvormig stratenpatroon aan, georiënteerd op het nieuwe station, dat in 1912 werd gebouwd (zie foto). De Honigmannstraat, Saroleastraat en Oranje Nassaustraat waren de belangrijkste noord-zuid straten.

De Dautzenbergstraat, Van der Maessenstraat en de Stationstraat de belangrijkste oost-west straten. Doordat Heerlen excentrisch lag ten opzichte van de oostelijke beekzone van de Caumerbeek en de westelijke beekzone van de Geleenbeek, heeft de stormachtige ontwikkeling na de eeuwwisseling vooral in westelijke richting plaatsgevonden. Het Heerlens stationsplein is verscheidene malen gerenoveerd. Zo vond in 1933 een herinrichting plaats om de tramrails te kunnen verleggen. Tijdens de 2e wereldoorlog, op 17 september 1944, werd het stationsgebouw door de Duitsers bij hun vertrek in brand gestoken. Het gebouw werd grotendeels verwoest, met uitzondering van het torentje. Na de oorlog werd het gebouw hersteld.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

40

Oude station na 1912.

Nieuwe station 1985.

In 1984 werd begonnen met de bouw van een geheel nieuw stationsgebouw, iets ten westen van het oude. Op 11 oktober 1985 werd het nieuwe station officieel geopend. In de jaren vijftig vonden er grote stedenbouwkundige ingrepen plaats, zo werd er een nieuwe as gevormd dwars door de bestaande bebouwing waarmee men de oude Bongerd en het Kerkplein verbond met het Schouwburgplein (Burgemeester van Grunsvenplein).

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

41

Promenade 1964 (nieuwe as, als stedenbouwkundige ingreep). Ten behoeve van dit plan zijn gedeelten van de westelijke straatwand van de Saroleastraat gesloopt. De Promenade-doorbraak oriënteerde vooral de westelijke helft van het centrum op de nieuwe verkeerswegen in het westen en de open terreinen van 'Het Loon'. Latere ontwikkelingen zijn de aanleg van de cityring, de plannen hiervoor werden ontworpen in de jaren zestig. Ten behoeve van deze cirkelvormige route rond het centrum moest het meest noordelijke deel van de eerder genoemde rechthoekige structuur gesloopt worden. De verkeersstromen die voor deze periode via de Parallelweg en Saroleastraat door het hart van de stad moesten, werden afgebogen via de noord-west tangent (O.N.-tunnel) naar de Antwerpseweg - Keulseweg. De Schakelweg werd de nieuwe entree voor het centrum van Heerlen. Met deze ingreep werd het Eikenderveld ruimtelijk gezien afgesneden van het centrum.

Mijnbouwperiode In de historie is de mijnbouwperiode voor heel Limburg, en Heerlen in het bijzonder, voor de stedenbouwkundige ontwikkeling heel bepalend geweest. De stedelijke expansie is door de opkomst van de mijnbouw erg en ingrijpend toegenomen voor Heerlen en haar directe omgeving. In de periode tussen 1890- 1960 vond in Heerlen een grote toename aan industriële activiteiten plaats, de mijnbouw en de toeleveringsbedrijven zorgden in deze periode voor een explosieve bevolkingstoename.

Het gerestaureerde schachtgebouw van de Oranje Nassaumijn is thans in gebruik als mijnmuseum.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

42

In 1896 werd de spoorlijn Sittard-Heerlen-Hezogenrath geopend dwars door het Nederlandse steenkoolgebied. In Heerlen resulteerde de komst van de trein in de aanleg van de Parallelweg, een eenvoudig station en een goederenloods. In korte tijd - zeker na de oprichting van de NV Staatsmijnen in 1900 - bloeide de industrie op, kwam het forensenverkeer op gang, werd de mijnstreek vermaard en ging zij jaren werk bieden aan tienduizenden arbeiders. De mijnindustrie veranderde het landelijke Heerlen in korte tijd in een moderne mijnstad. In dertig jaar tijd vertienvoudigde het inwonertal. Tal van koloniën werden opgericht en tientallen industriële gebouwen bepaalden het silhouet van de streek. De binnenstad werd met het station verbonden door drie nieuwe straten. Vanaf de jaren twintig was het streven erop gericht om het 'landelijke marktdorp' in te ruilen voor een moderne, levendige industriestad. Na 1913 werden op basis van het uitbreidingsplan van J. Stuyt en vanaf 1933 naar de geest van het Eerste Uitbreidingsplan voor Heerlen van J. Klijnen uitbreidingen in gang gezet. Deze plannen streefden naar versterking van natuurlijke en karakteristieke eigenschappen van de stad. In deze periode realiseerde F.P.J. Peutz tal van opmerkelijke gebouwen, zoals Bioscoop Royal (1937) aan het stationsplein.

Architect Roosenburg ontwierp het moderne hoofdgebouw van Oranje Nassau I uit 1931, dat inmiddels respectvol is gerestaureerd. In deze periode werd in Heerlen de basis gelegd voor een industriestad die na de Tweede Wereldoorlog tot een bloeiende en moderne woonplaats uitgroeide. De positie van steenkool leek onverwoestbaar, maar na 1960 nam het gebruik van aardgas toe. De winning van steenkool werd te duur en in 1965 kondigde het kabinet de sluiting van de mijnen aan. De afbouw van de mijnindustrie leidde tot enorme werkloosheid. De sanering van de mijnterreinen werd voortvarend aangepakt, er werd veel gesloopt, gesloten en afgegraven. Er zijn maar enkele mijngerelateerde gebouwen/ objecten behouden gebleven. Toch is na de herstructureringsoperatie 'van zwart naar groen' sprake van een regio waarin Romeinse tijd, middeleeuwen en de moderne tijd interessante sporen hebben nagelaten.

3.2

Ruimtelijke structuur

Qua invulling en ruimtelijke beleving valt de binnenstad van Heerlen op, enerzijds door zijn grootschaligheid in bouwvolume en open ruimten, anderzijds door de aanwezigheid van oude straatpatronen. Beide verschijningsvormen hebben eenzelfde kenmerk namelijk de aaneengesloten bouwwijze.

Grootschaligheid in bouwvolume.

Oude straatpatronen.

Een gedeelte van het plangebied heeft een spinnenwebstructuur. Het betreft het gebied rondom de Pancratius kerk en de Cityring. Belangrijke ruimtelijke elementen zijn:

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

43

De ligging aan de spoorlijn, waarbij het nieuwe Maankwartier als een van de toegangspoorten van het centrumgebied zal dienen voor reizigers met het openbaar vervoer. De ligging aan diverse hoofdwegen (Antwerpseweg, Keulseweg, N281, via Welterlaan A76 en A79). De Promenade, die als trechtervormige as in west-oostelijke richting de winkelstraten verbindt. Winkelcentrum 't Loon, Corio Center en het voormalige winkelcentrum de Plu, alwaar de ontwikkeling van het Schinkelkwadrant t.z.t. moet gaan plaatsvinden. Beeldbepalende en cultuurhistorische elementen zijn o.a.: de Pancratiuskerk, het Glaspaleis met de muziekschool, de voormalige muziekschool momenteel bekend als het Bètahuis. Verder de Nieuwe Nor met aan de overzijde de Schelmenhof en Schelmentoren, het Savelbergklooster aan de Gasthuisstraat, de Morenhoek met de passage die aansluiting biedt naar het Morenhoekplein en de Plaarstraat, de Luciushof, het stadhuis, de stadsschouwburg, bioscoop Royal, de H. Franciscus van Assisiekerk en voormalig klooster aan de Laanderstraat. Verder zijn er panden en straatwanden die van affectieve waarde voor de stad zijn, waarbij telkens een zorgvuldige afweging zal moeten plaatsvinden aan de Akerstraat, Bongerd en Wilhelminaplein, Dautzenbergstraat, Geerstraat, Geleenstraat, Honingmannstraat en hoek schinkelstraat, Oranje Nassaustraat, dr.

Poelsstraat, Raadhuisplein Saroleastraat en Stationsstraat.

Muziekschool, Pancratiuskerk en glaspaleis.

Bètahuis (voormalige muziekschool).

Het heringerichte Schelmenhof.

De Nieuwe Nor (poppodium).

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

44

Royal bioscoop. De Cityring omsluit een groot deel van het centrumgebied. Daar waar vroeger de Stationsstraat deel uitmaakte van de Cityring, loopt deze bij de ontwikkeling van het Maankwartier over de Spoorsingel.

Cityring Spoorsingel, met zicht op het Maankwartier.

Deelgebieden Het plangebied kan in verschillende stedenbouwkundige deelgebieden worden opgedeeld. Deze deelgebieden hebben onderscheidende stedenbouwkundige kenmerken ten aanzien van de ligging, de ontstaansgeschiedenis, opbouw of de functie. Het ligt voor de hand dat het karakter van een gebied medebepalend is voor de mogelijke ontwikkelingen in het gebied. De gebieden worden met name door de infrastructuur van elkaar gescheiden. In het plangebied zijn de volgende deelgebieden van elkaar te onderscheiden: A. Centrum, B. Overig gebied, C. Het Loon.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

45

Deelgebieden. A. Centrum Het meest centraal gelegen deelgebied van het bestemmingsplan is het Centrum met daarbinnen het Corio Center en het t.z.t. te ontwikkelen Schinkelkwadrant-Zuid. Aan de noordzijde wordt het gebied begrensd door de Parallelweg, Stationsplein, en de Stationstraat. Aan de oostzijde door de Saroleastraat, Bongerd, Emmaplein en Akerstraat. Aan de zuidzijde wordt de grens gevormd door de Dr. Poelsstraat, Raadhuisplein en de Coriovallumstraat. Aan de westzijde wordt het gebied begrensd door de Kruisstraat, Geerstraat Schakelweg en de Looierstraat.

Corio Center.

Te herontwikkelen Schinkelkwadrant.

Zoals eerder aangegeven valt voor wat betreft de invulling en ruimtelijke beleving de binnenstad van Heerlen op, enerzijds door zijn grootschaligheid in bouwvolume en open ruimten, anderzijds door het oude stratenpatroon. Beide verschijningsvormen zijn in dit deelgebied ruimschoots aanwezig, ze hebben eenzelfde kenmerk namelijk de aaneengesloten bouwwijze (zie foto's paragraaf 3.2

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

46

'Ruimtelijke structuur'). Bij het oude stratenpatroon ligt de bebouwing in principe in één lijn direct grenzend aan het openbaar gebied. De rooilijnafstand bedraagt zo'n 12 meter terwijl de stedenbouwkundige 'korrel' gevarieerd is en de bebouwing niet hoger dan 3 á 4 bouwlagen. Veel van de gevels hebben kleinschalige elementen zoals erkers, luifels en dakkapellen er is ook een grote variatie en afwisseling aan dakvormen. Deze bouwwijze is nog het best herkenbaar aanwezig langs de Saroleastraat, Dautzenbergstraat, Honigmannstraat en de Geleenstraat.

Gevarieerde bebouwing aan de Honigmannstraat.

Een tweede ruimtelijk gegeven is de Promenade, die zich als een trechtervorm in west-oostelijke richting manifesteert. De Promenade heeft een vrij grote rooilijnafstand van zo'n 24 meter en wijkt daarmee duidelijk af van het traditionele profiel van bovengenoemde straten. Door het brede profiel zoekt het winkelende publiek hoofdzakelijk zijn weg langs de bebouwing vanwege de etalages en de luifels. De bouwhoogte bestaat hoofdzakelijk uit 4 á 5 bouwlagen (maar hoger komt ook voor) en de bebouwing is vrij strak. Enkele warenhuizen maken met hun bouwmassa's duidelijk dat binnen grote hoeveelheden vierkante meters vloeroppervlakte zijn geconcentreerd. In de openbare ruimte zijn kiosken, bomen, fietsenstallingen en kunstwerken aanwezig. Op dinsdag is er op het oostelijk gedeelte van de Promenade en de Bongerd de weekmarkt.

Promenade (4 tot 8 bouwlagen).

Weekmarkt op dinsdag.

Het in 1998 gerealiseerde Corio Center is een derde ruimtelijk gegeven dat opvalt door zijn grootschaligheid in bouwvolume. Het wordt begrensd door de Stationstraat, Saroleastraat, v.d.Maesenstraat en de Honigmannstraat. Het is een ontwikkeling waar door meervoudig ruimtegebruik condities zijn geschapen voor kwalitatief goede en volledig overdekte winkel- en horecavoorzieningen en een hoogwaardig werk- en woonmilieu, inclusief parkeren voor alle functies.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=a635add5-66a3-4fe6-bf2a-b6cf0c31db72