CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

NL.IMRO.0917.BP030500W000008-0401_Bijlagen bij de toelichting

Raadsvergadering . (video) 28 juni 2023, gemeente HeerlenBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Cityplan Heerlen -reparatieplan Looierstraat perceel L 420' (naast huisnr. 15)37.296 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

2. 3.

er is sprake van planschadereductie, omdat duidelijk is geregeld wanneer sprake is van voorzienbaarheid. Hierdoor wordt de mogelijkheid om een succesvol verzoek om tegemoetkoming in planschade geminimaliseerd. in de regels kan een dynamische verwijzing naar beleidsregels worden opgenomen, bijvoorbeeld voor toe te voegen woningen en parkeernormen. bij het toevoegen van leisure wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheden om de onderzoeksverplichtingen uit te stellen tot de vergunningverlening voor concrete initiatieven.

Daarnaast wordt door de vaststelling met toepassing van de Crisis- en herstelwet de doorlooptijd van een eventuele beroepsprocedure verkort.

1.6

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 bevat een opsomming van de planologische beleidskaders bestaande uit rijksbeleid, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 3 is het plangebied beschreven. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 beschrijft de juridische opzet van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 6 is een samenvatting van het bestemmingsplan opgenomen en hoofdstuk 7 geeft tot slot een beeld van de doorlopen bestemmingsplanprocedure en het gevoerde overleg.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

7

Hoofdstuk 2

Planologisch beleidskader

In dit hoofdstuk wordt het beleidskader voor het rijksbeleid, het provinciaal en regionaal beleid en het gemeentelijk beleid, van toepassing voor het bestemmingsplan Cityplan Heerlen, toegelicht.

2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Deze opgaven zijn nodig om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt samengewerkt aan de prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Doorwerkingplangebied De NOVI doet geen specifieke uitspraken met betrekking tot het plangebied.

2.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. Deze ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zodat de ruimte in stedelijke gebieden optimaal wordt benut. De ladder is per 1 oktober 2012 verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid Bro). Per 1 juli 2017 is een gewijzigde versie van de ladder van kracht. Het tweede lid van art. 3.1.6 luidt met de inwerkingtreding van de aangepaste ladder als volgt: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." De ladder is van toepassing op stedelijke ontwikkelingen. Hieronder wordt de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen verstaan. Deze laatste categorie is in de handreiking bij de ladder voor duurzame verstedelijking (ministerie van Infrastructuur en Milieu) nader gespecificeerd in accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure.

Voorliggend bestemmingsplan betreft geen stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Doorwerkingplangebied Voorliggend bestemmingsplan betreft een actualisatie van de bestaande planologische en vergunde situatie en maakt in beginsel geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk. De ladder is daarmee

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

8

niet van toepassing.

2.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Ter bescherming van de nationale belangen is door het Rijk het "Besluit algemene regels ruimtelijke ordening" (Barro) opgesteld. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen. In het Barro zijn regels opgenomen voor de volgende nationale belangen: rijksvaarwegen; mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament; grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; defensie; hoofdwegen en landelijke spoorwegen; elektriciteitsvoorziening; buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; ecologische hoofdstructuur; primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedssfeer van reserveringsgebieden, begrenzingen en vrijwaringszones volgend uit het Barro dan wel de ministeriële uitwerking hiervan in het Rarro (Regeling algemene regels ruimtelijke ordening). Het bestemmingsplan Cityplan Heerlen is dan ook in lijn met het gestelde in het Barro/Rarro.

2.2

Provinciaalbeleid

2.2.1

ProvinciaalOmgevingsplan Limburg 2014

Op 12 december 2014 hebben Provinciale Staten het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) 2014, de Omgevingsverordening Limburg 2014 en het Provinciaal Verkeers- en Vervoersprogramma 2014 vastgesteld. Gezamenlijk vormen deze beleidsdocumenten een integrale omgevingsvisie, die vier wettelijke functies vervult: structuurvisie (Wet ruimtelijke ordening), provinciaal milieubeleidsplan (Wet milieubeheer), regionaal waterplan (Waterwet), Provinciaal Verkeer- en Vervoersplan (Planwet verkeer en vervoer). In het POL staan de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat centraal. Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering. De centrale ambitie komt voort uit de Limburgagenda: een voortreffelijk grensoverschrijdend leefen vestigingsklimaat, dat eraan bijdraagt dat burgers en bedrijven kiezen voor Limburg: om er naartoe te gaan en vooral ook om hier te blijven. Verder staat in het POL kwaliteit centraal.

Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto 'meer stad, meer land', het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Algemene principes voor duurzame verstedelijking sluiten hierop aan, zoals de Ladder voor duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen. Visie Zuid-Limburg De aantrekkelijkheid van Zuid-Limburg wordt in sterke mate bepaald door de aanwezigheid van relatief op korte afstand van elkaar gelegen, dichtbevolkte stedelijke gebieden (vergelijkbaar met de dichtheid in de Randstad) en het daartussen gelegen unieke Nationaal Landschap Zuid-Limburg. Dit heuvellandschap geeft samen met de historische binnenstad van Maastricht een bijzondere kwaliteit aan deze regio. In Zuid-Limburg wonen ruim 600.000 mensen, meer dan de helft van alle inwoners

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

9

in Limburg. Het maakt onderdeel uit van een Europese regio met een rijk palet van economische topsectoren. Tegelijkertijd is Zuid-Limburg in economisch opzicht te typeren als een 'tussenregio', tussen de metropoolregio's Randstad, Vlaamse Ruit en Ruhrgebied. Er zijn relatief weinig bereikbare banen binnen de landsgrenzen en daarmee is sprake van een beperkte veerkracht van de regionale en lokale economie. Daarbij kampt Zuid-Limburg met leegstandsproblematiek op het gebied van woningbouw, kantoren, verblijfsrecreatie, bedrijventerreinen en detailhandel: er is van alles teveel, en dat vraagt om een heldere visie en bovenal sturing. Planspecifiekeaspecten Voor het plangebied Cityplan Heerlen zijn de navolgende aspecten uit het POL2014 relevant. Zonering Limburg Op kaart 1: Zonering Limburg is het plangebied grotendeels aangeduid als 'Stedelijk centrum' Het noordelijke deel (omgeving Maankwartier) en het westelijk deel (omgeving 't Loon) zijn aangeduid als 'Overig bebouwd gebied'. De Antwerpseweg-N281 en een klein gedeelte van de Groene Boord worden aangeduid als 'Buitengebied'. Het plangebied ligt in het oosten in de nabijheid van de Bronsgroene landschapszone van het Caumerbeekdal. Over de volledige oostgrens van het plangebied is de Caumerbeek overkluisd. In het westen raakt het plangebied de Bronsgroene landschapszone van de Geleenbeek.

Uitsnede kaart 1 'Zonering Limburg' van het POL 2014 (plangebied aangegeven met blauwe lijn).

Aanduiding Stedelijk Centrum Het als Stedelijk Centrum aangeduide gebied, gelegen in de grotere binnensteden, kenmerkt zich door een mix aan functies die deze gebieden een vitaal, stedelijk karakter geeft. Deze gebieden zijn cruciaal voor de aantrekkingskracht en uitstraling van Limburg. De accenten liggen op: de ontwikkeling van een centrum-stedelijk woonmilieu; bovenregionale (verzorgend) centrumvoorzieningen en detailhandel; de multimodale bereikbaarheid; de cultuurhistorie. Het vestigingsklimaat, de kenniseconomie en de inwoners hebben baat bij aantrekkelijke centra met een interessante mix aan kennis, cultuur en voorzieningen, waar men elkaar kan ontmoeten. In deze interactiemilieus draait het om nabijheid, kwaliteit van de openbare ruimte en ‘placemaking’. Voor de regio Zuid-Limburg zijn de binnensteden van Maastricht, Heerlen en Sittard de belangrijkste ontmoetingsplekken waar deze mix kan worden aangetroffen. Maar ook buiten de binnensteden hebben zich levendige ontmoetingsplekken ontwikkeld. Er is een onderscheid te maken tussen 5 verschillende interactiemilieus: stedelijke centra, campussen, overige regionale voorzieningen,

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

10

publiekstrekkers en logistieke knooppunten. Wanneer werk en voorzieningen steeds meer worden gebundeld in een aantal centra en knooppunten, zijn rechtstreekse onderlinge verbindingen en een goede bereikbaarheid vanuit de woongebieden van groot belang. Om de bereikbaarheid (vanwege congestie), maar ook de leefbaarheid en omgevingskwaliteit (vanwege parkeerdruk en milieubelasting) te kunnen garanderen is naast een goede autobereikbaarheid ook een goede bereikbaarheid per regionaal openbaar vervoer noodzakelijk (multimodaliteit). Ontwikkeling centrum-stedelijk woonmilieu De noodzakelijke transformatie kan slechts slagen als de regionale partners gezamenlijk invulling weten te geven aan dynamisch voorraadbeheer. Dat omvat het werken aan de kwaliteit van de bestaande voorraad, door kwaliteitsverbetering, herstructurering en waar nodig sloop. Maar ook het terugdringen van nog niet gerealiseerde plannen die niet bijdragen aan de beoogde vernieuwing. En dynamisch voorraadbeheer betekent ook dat er slechts ruimte is voor nieuwe toevoegingen aan de voorraad als deze echt kwaliteit toevoegen en samengaan met het schrappen van slechte voorraad. Bovenregionaal verzorgend centrum voorzieningen en detailhandel De meeste beslissingen over de ontwikkeling van de winkelvoorzieningen worden op lokaal niveau genomen.

Daarbij gaat het om de vraag hoe we de kwaliteit van de winkelgebieden kunnen behouden of versterken, bijvoorbeeld door verbindingen te leggen met andere functies zoals wonen, werken, cultuur, recreatie en horeca. Er zullen keuzes gemaakt worden over het compacter maken van winkelgebieden. Om te zorgen voor blijvend bloeiende winkelgebieden, is een heldere visie nodig op het toekomstige voorzieningenniveau van dorpen en steden. De aanpak van leegstand vraagt om maatwerk en kan het beste op lokaal niveau opgepakt worden. Multimodaal bereikbaar De bereikbaarheid van Limburg is in het algemeen redelijk op orde. Deze gunstige bereikbaarheid dient in ieder geval behouden te worden. Onbereikbare plekken zijn er niet. Met het realiseren van enkele grote infrastructuurprojecten zijn de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet om knelpunten aan te pakken en ontbrekende schakels te realiseren. De huidige verkeersdruk op de wegen leidt over het algemeen niet tot grootschalige, structurele congestie. Op een aantal punten zijn nog verbeteringen gewenst. Die hebben vooral te maken met het verbeteren van de bereikbaarheid van de economische topsectoren via het hoofdwegennet en de internationale bereikbaarheid via het OV. De logistieke sector vraagt in het bijzonder om een goede bereikbaarheid.

Belangrijke aandachtspunten daarbij voor de korte termijn zijn de spoorverbinding Roermond – Heerlen – Aken en de decentralisatie van de stoptrein-diensten in Zuid-Limburg. Cultuurhistorie Een generieke opgave voor heel Limburg is het behoud, beheer en beleving van de hoofdlijnen van de historische gelaagdheid van het landschap. Van belang is dat ons monumentaal erfgoed zoveel mogelijk (her-)gebruikt wordt, met aandacht voor landschappelijke inbedding.

Aanduiding Overig bebouwd gebied Het overig bebouwd gebied wordt in het POL2014 omschreven als gemengde woon/werkgebieden met voorzieningen, deels met een stedelijk en deels met een dorps karakter. Vanuit het POL2014 worden voor deze gebieden de volgende accenten geformuleerd: - de transformatie van de regionale woningvoorraad; - de bereikbaarheid - een balans tussen voorzieningen en detailhandel - stedelijk groen en water - de kwaliteit van de leefomgeving Transformatie regionale woningvoorraad De Provincie Limburg zet zich samen met gemeenten, woningcorporaties en andere partijen in om ervoor te zorgen dat het woningaanbod aansluit bij de behoeften van de samenleving. Het provinciaal beleid is op hoofdlijnen vastgelegd in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014). Het onderdeel 'wonen' is door de 16 Zuid-Limburgse gemeenten op regionaal niveau uitgewerkt in de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. De provinciale aandachtspunten op het gebied van wonen zijn vastgelegd in de Limburgse Agenda Wonen 2020-2023, vastgesteld door PS op 26 juni 2020. Onze Limburgse ambitie 'De juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment beschikbaar', geldt nog steeds en krijgt met deze Limburgse Agenda Wonen een invulling. Samen met onze partners werken we de komende jaren toe naar een voortreffelijke woon- en leefomgeving, waar

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

11

mensen zich prettig voelen. De focus ligt op de woningmarktsegmenten van sociale huisvesting, middenhuur en goedkope koop (starters) voor de doelgroepen: Senioren (1), Kwetsbaren (2), Starters en 1 en 2 pers.huishoudens (3), Spoedzoekers (4), Internationale werknemers (5), Burgerinitiatieven (6). Voor de uitvoering zijn de volgende instrumenten / actiepunten vastgelegd: 1.

2.

3.

Plancapaciteit afstemmen op de behoefte: Plannen genoemde doelgroepen inventariseren 1 - 6 Plannen versnellen 1 - 6 Plannen omvormen waar nodig Overtollige plannen inruilen Planvoorraad toekomstbestendig maken, adaptief programmeren Woningbouw stimuleren (lening, garantie, subsidie): Subsidiëring projecten 1, 2, 3, 4 Subsidie Procesondersteuning proj. 5, 6 Transformatie bestaand vastgoed Starterslening herzien en koppeling verzilverlening 3 onderzoeken Duurzaamheidslening levensloopbestendig 1, 3, 6 Stimuleren middenhuur 1, 3, 4, 5, 6 Innovatieve projecten, conceptenen bouwmethoden 1 - 6 Transformatie bestaand vastgoed Samenhang: Kwaliteit Limburgse Centra Woningen in centra KLC Sociale Agenda Woningen in wijkenaanpak & projecten zelfredzaamheid Energie & Verduurzaming C8 wijken, gasloze wijken, Regiodeal, duurzaam thuis Circulaire economie Concepten circulair bouwen IntegratieFatsoenlijke huisvesting intern.werknemers (SNF-norm) Veiligheid, Preventie en veilige wijken

Bereikbaarheid Bereikbaarheid en regionale infrastructuur dragen rechtstreeks bij aan de kwaliteit van het vestigingsklimaat van de provincie en daarmee aan de ontwikkelingsmogelijkheden van de regionale economie en het leefklimaat. Het is een belangrijke randvoorwaarde voor bedrijven en burgers om zich hier te (blijven) vestigen. De bereikbaarheid van Limburg is in het algemeen redelijk op orde. Deze gunstige bereikbaarheid dient in ieder geval behouden te blijven. De fiets kent een snel stijgende populariteit. Daarom wordt de compleetheid en samenhang van het utilitaire fietsnetwerk, dit zijn voornamelijk woon-werkverkeer en schoolroutes, in samenwerking met de gemeenten onderzocht en aangepakt. Verder is het de bedoeling om met de ontwikkeling van snelfietsroutes in te spelen op de grotere actieradius en de mogelijkheden van de elektrische fiets. Balans voorzieningen en detailhandel De demografische ontwikkeling, gekoppeld aan trends als schaalvergroting, individualisering, vergroting van de mobiliteit, de opmars van digitale apparaten en interactieve applicaties heeft consequenties voor het voorzieningenniveau.Terwijl het accommodatiebeleid van veel gemeenten in de afgelopen decennia gericht was op het realiseren van een fijnmazig netwerk van maatschappelijke voorzieningen, moet deze koers nu drastisch verlegd worden.

Het uitgangspunt van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’, in iedere wijk of kern dezelfde voorzieningen, is niet langer vol te houden, want het effect hiervan is een versnipperde voorzieningenstructuur met onderlinge concurrentie en met negatieve gevolgen voor de kwaliteit, de functionaliteit en de exploitatie van het maatschappelijk vastgoed. Dit geldt evenzeer voor commerciële voorzieningen. Over de volle breedte van het voorzieningenpalet is een gestaag toenemende leegstand te zien, op de locaties waar het draagvlak in de bevolking te gering is. Multifunctionaliteit van voorzieningen blijft van belang. Financiële overwegingen zullen een nog sterkere rol gaan spelen bij het zoeken naar nieuwe combinaties. Opschaling van bepaalde voorzieningen, zoals sporthallen, cultuur- en onderwijsinstellingen, lijkt onontkoombaar om een verantwoorde exploitatie en kwaliteit te handhaven. Toch blijven lokale voorzieningen cruciaal voor de leefbaarheid. De centrale opgave is dan ook een groei in kwaliteit bij een afnemende kwantiteit. Stedelijk groen en water Afvoer van water uit bebouwd gebied wordt beperkt door het afkoppelen en vervolgens laten infiltreren van regenwater. Gemeenten dienen bij nieuwbouw en herstructurering 100% af te koppelen en bij bestaande bebouwing ‘maximale afkoppeling binnen grenzen van doelmatigheid’ als

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

12

beleidslijn te hanteren. Met doelmatigheid wordt bedoeld dat het afkoppelen bij bestaande bebouwingen wordt uitgevoerd wanneer het eenvoudig te realiseren (bijvoorbeeld veel achterzijden van woningen met een tuin) of te combineren is met andere werkzaamheden in de stedelijke inrichting, zoals riool- en wegenrenovaties. De voorkeursvolgorde is: zoveel mogelijk vasthouden/infiltreren, als dat niet kan dan bergen en pas als laatste optie het afvoeren van het gescheiden regenwater. Gemeentelijke overstorten van het riool op het oppervlaktewater dienen sterk verminderd te worden en op de lange termijn zoveel mogelijk te worden opgeheven om aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water te kunnen voldoen. Dit draagt zowel bij aan een gezonder watersysteem en leefklimaat als ook aan de beperking van wateroverlast. Kwaliteit leefomgeving Met name de demografische veranderingen en de sociaal-economische ontwikkeling kunnen de kwaliteit van de woon- en leefomgeving onder druk zetten, zowel in de stedelijke als in de landelijke gebieden. Leegstand van vastgoed, verpaupering, stagnerende economische bedrijvigheid en een negatieve impact op de sociale infrastructuur vragen om maatregelen op korte en langere termijn.

Aanduiding Buitengebied Het buitengebied vormt één van de vier in het POL2014 onderscheiden landelijke zones. De zone Buitengebied omvat een breed scala aan gebieden variërend van landbouwgebieden in algemene zin, ontwikkelingsgebieden intensieve veehouderij, verblijfsrecreatieve terreinen, standsrandzones tot linten en clusters van bebouwing. Binnen het plangebied beperkt de aanduiding Buitengebied zich tot een hele kleine strook in het oostelijk deel van het plangebied en het tracé van de N281 in het zuid-westelijk deel van het plangebied.

Economie Op kaart 3: Economie is het plangebied grotendeels aangeduid als 'Bovenregionaal verzorgend stedelijk centrum (detailhandel)' en 'Concentratiegebied Kantoren'

Uitsnede kaart 3 'Economie van het POL 2014 (plangebied aangegeven met blauwe lijn).

Aanduiding Bovenregionaal verzorgend stedelijk centrum (detailhandel) Limburg heeft te veel winkels. De verwachting is dat het aantal winkels de komende jaren nog flink gaat teruglopen. Er ligt wél een grote kwalitatieve opgave. Winkels moeten in het snel veranderde winkellandschap inspelen op ontwikkelingen als de razendsnelle groei van het internetwinkelen en de toenemende vraag om beleving. De centrale opgave is dan ook een groei in kwaliteit bij een afnemende kwantiteit. Kortom: het nieuwe groeien. De sleutel ligt in dynamisch voorraadbeheer. Daarbij maken gemeenten en provincie op regionaal niveau afspraken over gezamenlijke ambities en opgaven, gezamenlijke principes en werkwijze, voor sommige onderwerpen ook voor gezamenlijke programmering, soms zelfs voor gezamenlijk beheren van de voorraad. De belangrijke marktpartijen en stakeholders worden hierbij betrokken.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

13

De belangrijkste kwalitatieve uitdagingen voor het plangebied zijn: De kwaliteit van de binnenstad als belangrijke ontmoetingsplaats behouden en waar mogelijk versterken. Daar liggen de grootste kansen voor vernieuwing. Die kwaliteit wordt uiteraard niet alleen bepaald door winkels, maar door de mix daarvan met voorzieningen, cultuurhistorische objecten, kantoren, ambachtelijke bedrijven en binnenstedelijk wonen. Met aantrekkelijke binnensteden kan ook de aantrekkingskracht van Limburg voor grensoverschrijdend kooptoerisme en funshoppen behouden blijven en waar mogelijk worden verhoogd. De aanpak van leegstand vraagt om maatwerk. De meeste beslissingen over de ontwikkeling van de winkelvoorzieningen worden dan ook op lokaal niveau genomen. Daar gaat het om de vraag hoe de kwaliteit van de winkelgebieden behouden of versterkt kan worden, bijvoorbeeld door verbindingen met andere functies zoals wonen, werken, cultuur, recreatie en horeca. Er zullen keuzes gemaakt worden over het compacter maken van winkelgebieden. Er zullen gezamenlijke regionale detailhandelsvisies voor Noord-, Midden- respectievelijk Zuid-Limburg opgesteld én uitgevoerd moeten worden. Ze moeten helder maken wat de perspectiefvolle gebieden zijn waarop de focus ligt (en welke gebieden juist minder kansrijk geacht worden).

Ze maken de positie en profilering van de belangrijkste winkelgebieden duidelijk, ook in relatie tot winkelgebieden in de omliggende gebieden. De visies schetsen ook welke slagen er nodig zijn op het gebied van kwaliteit van de binnensteden en de grootschalige winkelgebieden aan de rand van de steden. Ze omschrijven ook welke stappen er genomen worden om slechte plannen, die niet bijdragen aan de beoogde vernieuwing, waar mogelijk te schrappen. Onderstaande basisprincipes en spelregels zijn het vertrekpunt voor de regionale visievorming: Voor nieuwe winkelgebieden of grotere uitbreidingen van bestaande winkelgebieden met regionale impact is er ruimte als deze aantoonbaar toegevoegde waarde bieden aan de regio, leiden tot versterking van de structuur en de vitaliteit van de binnensteden niet aantasten. Volgens de principes van het dynamisch voorraadbeheer moet de ontwikkeling ervan gepaard gaan met het verdwijnen van bestaande voorraad elders in de regio. Nieuwe ontwikkelingen dienen zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande winkelgebieden. Als er ruimte is voor grotere nieuwe ontwikkelingen, dan heeft vestiging daarvan in de stedelijke centra de voorkeur, eventueel ook in de gebieden die direct daarop aansluiten.

Er blijft ruimte voor verantwoorde doorontwikkeling van bestaande winkelgebieden elders in het bebouwd gebied, zolang deze passen bij (de schaal van) het verzorgingsgebied van het betreffende winkelgebied, de vitaliteit van de binnensteden niet aantasten en passen in de regionale visie. In het landelijk gebied, buiten de (dorps) kernen, zijn nieuwe winkels ongewenst, met uitzondering van kleinschalige boerderijwinkels. Winkels horen in principe niet op bedrijventerreinen thuis, behalve als het gaat om verkoop van goederen die zich bij uitstek lenen voor vestiging op zo’n terrein. Op campussen worden detailhandelsbedrijven zonder inhoudelijke of functionele binding met de site uitgesloten. Ingezet wordt op compactere winkelgebieden en clustering van winkels. Om te voorkomen dat grootschalige winkelgebieden aan de rand van de steden uitgroeien tot ‘nieuwe binnensteden’ wordt in deze gebieden geen ruimte voor winkels uit branches die bij uitstek thuishoren in de stadscentra geboden (zoals: kleding, schoenen). Voor supermarkten die niet (meer) in te passen zijn in binnensteden of de winkelgebieden in wijken en dorpskernen, is in uitzonderingsgevallen vestiging op zo’n terrein mogelijk.

Het vraagt wel om een goede afweging, waarbij de onmogelijkheid voor vestiging in een regulier winkelgebied, de impact op de leefbaarheid en een passende (her)invulling van de vrijvallende locatie betrokken worden. In de regionale visies moet hiervoor een gezamenlijke lijn ontwikkeld worden. Voor initiatieven voor grotere nieuwe winkelgebieden, winkels of uitbreidingen zal steeds bekeken moeten worden of deze passen binnen de regionale visie. Er vindt daarover regionale afstemming plaats. Aan de afweging ligt een ruimtelijk-economische effectenstudie ten grondslag. Bij de afweging speelt ook de ladder voor duurzame verstedelijking een rol. Aanduiding Concentratiegebied Kantoren In het POL zijn de werkwijze, visie op hoofdlijnen, basisprincipes en spelregels die het vertrekpunt vormen voor regionale visies opgenomen. Daarnaast wordt gezorgd voor ondersteuning van regio’s en gemeenten door monitoring van de ontwikkelingen op kantoorgebied (Kantorenmonitor Limburg). Bij de aanpak van de kantorenmarkt ligt de focus op de concentratiegebieden (zie afbeelding uitsnede kaart 3). Deze liggen veelal centraal in het stedelijk gebied met hoogwaardige OV-ontsluiting (centrumgebieden en stationsomgevingen). Ook de campussen met hun

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

14

kantoorachtige gebouwen worden hiertoe gerekend. Hier wil de provincie stimuleren, vernieuwen en voorwaardelijk nieuwbouw toestaan. Voor regio Zuid zijn voor Heerlen aangewezen het Centrum/Stationsgebied en kantorenboulevard. Gezien de huidige leegstand en de structureel lagere vraag naar kantoormeters is het nodig de bestaande reële plancapaciteit (planologisch geregelde kantoorbestemmingen van kavels waarop nog geen kantoren zijn gebouwd) buiten de concentratiegebieden zoveel mogelijk te reduceren, geen uitbreidingsplannen te ontwikkelen en nieuwe kantoren alleen mogelijk te maken via vervangende nieuwbouw.

Basisuitgangspunten voor de kantorenprogrammering in Limburg Ontwikkeling van nieuwe kantoorgebieden niet aan de orde; Nieuwe kantorenplannen/-programma alleen in concentratiegebieden toegestaan; De huidige voorraad wordt per regio begrensd, dat betekent per saldo geen uitbreiding van kantoorvloeroppervlak. Alleen in concentratiegebieden hoeft de saldering in tijd en omvang niet 1-op-1 te geschieden, daarbij zal er op het niveau van stad en regio wel voor gewaakt moeten worden dat het totale kantoorvolume niet of slechts tijdelijk toeneemt. Nieuwe gebouwen met de hoofdfunctie kantoor zijn dus alleen mogelijk als: 1. het gaat om ontwikkeling van nieuwe gebouwen binnen concentratiegebieden of herbouw of verbouw van bestaande kantoren in balansgebieden; en 2. deze passen binnen modern en flexibel gebruik van kantoorruimte en dus een adequate toevoeging zijn voor de kwaliteit van het regionale aanbod; en 3. er gewerkt wordt met voorverhuur of concept-huurovereenkomsten waarbij het merendeel van de meters van een gebouw op voorhand is ingevuld; en 4. er tegelijkertijd elders onbenutte voorraad uit de markt wordt genomen (’nieuw voor oud’) dan wel elders reële plancapaciteit wordt geschrapt. De principes van duurzame verstedelijking worden toegepast, d.w.z.

de ladder voor duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van leegstaande (cultuurhistorische) gebouwen (zie 3.1.5). Middelgrote (500-2.500 m²) en grote kantoren (> 2.500 m²) alleen te vestigen in concentratieen balansgebieden; uitzondering kan zijn als dergelijke kantoren zouden passen binnen de bestaande bebouwing en in een lokale behoefte voorzien. Kleine kantoren (<500 m²) blijven in bebouwd gebied via maatwerk mogelijk. Buiten concentratie- en balansgebieden waar mogelijk schrappen van bestaande plancapaciteit. Buiten concentratiegebieden geen vrijstellingen/afwijkingen of bestemmingswijzigingen ten faveure van de kantorenfunctie. De kwaliteit van de bestaande voorraad Niet alleen nieuwe kantoren, maar ook bestaande kantoren zullen moeten passen (of aangepast worden) bij de kwalitatieve, flexibele trends voor gebruik van gebouw en kantoorruimte, zodat ze toekomstbestendiger (‘herbruikbaar’) worden met oog op transformatie naar ander type bedrijfsvoeringen of andere functies.

Infrastructuuren bereikbaarheid Kaart 4 'Infrastructuur en bereikbaarheid' toont een aantal reserveringszones ter plaatse van het spoorwegtracé en de Provinciale weg N281. De reserveringsstroken worden aan weerszijden gehanteerd, zodat op termijn een verbreding eventueel mogelijk is. De reserveringsstroken zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening Limburg. Het Actieplan omgevingslawaai provinciale wegen - Tweede tranche 2014-2018 en het Nationaal Samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit voorzien in monitoring en het zo nodig treffen van maatregelen voor de luchtkwaliteit en het geluidklimaat langs provinciale wegen. Het vigerende wettelijk kader voor geluid- en luchtkwaliteit waarborgt dat bij nieuwe situaties en aanpassingen van bestaande situaties geen nieuwe normoverschrijdingen ontstaan.

Doorwerkingplangebied Concluderend kan worden geconstateerd dat het bestemmingsplan Cityplan Heerlen in lijn is met de uitgangspunten van het POL2014. Het bestemmingsplan wordt opgesteld met in achtneming van onder andere de volgende punten:

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

15

het bieden van een beheerskader voor het realiseren van een centrumstedelijk woonmilieu; het bieden van een kader ter versterking van de rol die het centrum van Heerlen dient te vervullen als bovenregionaal verzorgingscentrum; de ontwikkeling van kantoren enkel mogelijk maken in het aangewezen concentratiegebied voor kantoren. 2.2.2

OmgevingsverordeningLimburg 2014

De Omgevingsverordening Limburg 2014 bevat de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van het POL2014 juridische binding te geven. Specifiek voor de doorwerking van het ruimtelijk beleid is in de verordening een hoofdstuk Ruimte opgenomen. Dit hoofdstuk bevat uitsluitend instructiebepalingen die zijn gericht tot gemeentebesturen. Zij moeten deze regels in acht nemen bij het vaststellen van bestemmingsplannen, beheersverordeningen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen. In het hoofdstuk Ruimte zijn voor een beperkt aantal onderdelen van het POL-beleid regels opgenomen. Daarnaast zijn regelingen opgenomen die naar de mening van het Rijk door de Provincies nader moeten, dan wel kunnen worden uitgewerkt in een provinciale ruimteverordening. Met name gaat het dan om de regels voor de voormalige ecologische hoofdstructuur, die zijn ondergebracht in het onderdeel Goudgroene natuurzone. In de verordening is onder andere bepaald dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen in beginsel een plaats moeten krijgen binnen het bestaande stedelijk gebied (overeenkomstig de Ladder voor duurzame verstedelijking). Herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen krijgt hierbij bijzondere aandacht.

Verder bevat de Omgevingsverordening de bepaling dat een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg niet voorziet in de toevoeging van nieuwe woningen aan de bestaande planvoorraad (ofwel de woningen die zijn opgenomen in de voor 5 juli 2013 vastgestelde ruimtelijke plannen en die nog niet zijn gerealiseerd). Uitzondering hierop vormt een woningbouwplan dat voldoet aan de Regionale structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. Op basis van de Omgevingsverordening Limburg dienen ook reserveringszones langs spoorwegen en provinciale wegen te worden aangeduid. In deze zones (15 meter gerekend vanaf de kantstreep van de weg of het hart van het spoor) mogen geen bouwwerken worden gebouwd waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in art. 2.1 eerste lid onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) vereist is. Slechts tijdelijke bouwwerken als bedoeld in art. 5.16, eerste lid onder a Besluit omgevingsrecht (Bor) dan wel bijbehorende bouwwerken als bedoeld in bijlage II, artikel 1, eerste lid Bor zijn binnen de reserveringszone toegestaan.

Doorwerkingplangebied Binnen het plangebied is de provinciale weg N281 alsmede een deel van het traject van de spoorlijn Sittard-Herzogenrath gelegen. Voor beide tracés zal rekening worden gehouden met de noodzakelijk aan te duiden reserveringszones. Het plan voorziet niet in een toename van het aantal woningen of andere stedelijke functies ten opzichte van de vigerende planologische regeling. Het plan maakt derhalve geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk. Het bestemmingsplan is daarmee in lijn met de uitgangspunten van de Omgevingsverordening Limburg.

2.3

Regionaal beleid

2.3.1

StructuurvisieParkstad Limburg

De regio Parkstad Limburg heeft een eigen intergemeentelijke structuurvisie vastgesteld: 'Ruimte voor park & stad' (2009). De visie beoogt de missie van de regio, 'het in duurzame samenhang ruimtelijk-economisch ontwikkelen van de regio en het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit', te verwezenlijken. Als alle partijen hun krachten bundelen, moet het mogelijk zijn om in 2030 deze kwaliteiten in Parkstad Limburg te ervaren: Meer en beter bereikbaar groen, meer ecologische kwaliteit en structuur, onder andere door een groter contrast van stad en land; Een sterke economie, voortbouwend op bestaande kwaliteiten en ontwikkelend op o.a. een innovatieve energiesector, toeristische dag- en verblijfsrecreatie, een hoogwaardige

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

16

zorginfrastructuur en dito opleidingsfaciliteiten; Een geherstructureerd stedelijk gebied met Heerlen-Centrum als Parkstad-centrum; een hoogstedelijke kern die hoge, gevarieerde woonkwaliteit met passende voorzieningen biedt voor bestaande én nieuwe kansrijke doelgroepen; Een uitstekende ontsluiting en bereikbaarheid via de Parkstadring en het openbaar vervoer, waardoor Parkstad Limburg ook internationaal een steviger positie verwerft. De intergemeentelijke structuurvisie zet de toekomstlijnen uit voor twee structuurdragers: de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit en de economisch-maatschappelijke ontwikkeling. Deze dragers zijn uitgewerkt door middel van vier hoofdthema's: Ruimtelijke identiteit - regionale ontwikkeling met de natuur als goede buur Natuur en landschap, inclusief het rijke erfgoed, beek- en rivierdalen vormen de basis voor een duurzame versterking van identiteit en vitaliteit. De stad krimpt, verdicht en laat zo de natuur ruimte voor groen en waterstructuren. Economie - meer vitaliteit vanuit historische en huidige kracht Hoofdambitie is economische structuurversterking met als strategie ruimtelijke concentratie en revitaliseren van locaties die niet aan moderne eisen voldoen, onder toepassing van de SER-ladder. Bij revitalisering van bestaande locaties krijgt kleinschalige bedrijvigheid nadrukkelijk de ruimte.

Wonen - meer kwaliteit voor een veranderende bevolking Herstructurering gaat voor uitbreiding: het bedienen van de veranderende wensen van bestaande en nieuwe doelgroepen verloopt dus vooral via een kwalitatieve vervangingsopgave. In principe geen uitbreiding buiten huidige stedelijke contour. Mobiliteit - meer samenhang, betere bereikbaarheid De ambitie is een betere bereikbaarheid via weg en spoor, zowel regionaal als internationaal. De nieuwe ringstructuur ontlast de oude radiale wegenstructuur. Hierbij hoort een heldere, eenduidige categorisering van wegen naar hun functie. Dit is in de structuurvisie vertaald naar een XL t/m S-aanduiding.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

17

Uitsnede visiekaart Structuurvisie Parkstad Limburg (plangebied aangegeven met blauwe lijn).

Doorwerkingplangebied De hiervoor genoemde thema's zijn uitgewerkt binnen de tot de structuurvisie behorende visiekaart. Uit deze visiekaart blijkt dat een groot deel van het plangebied is aangeduid als ontwikkellocatie Parkstad Centrum met ruimte voor toename van retail. Tevens wordt ingezet op een uitbreiding van de dienstverlenende sector en leisure binnen het plangebied. Ook herbergt het plangebied een regionaal mobiliteitsknooppunt met inbedding van een IC station. Voor wat betreft de oostelijke rand van het plangebied wordt ingezet op een versterking en renaturering van de beekdalstructuur. De vier hoofdthema's uit de structuurvisie zijn concreet uitgewerkt in diverse beleidsnota's, op zowel regionaal als gemeentelijk niveau. Deze komen in de volgende paragrafen aan bod, waarbij tevens wordt aangegeven hoe deze hun uitwerking hebben op het bestemmingsplan Cityplan Heerlen.

2.3.2

StructuurvisieWonen Zuid-Limburg

De Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg (hierna: SVWZL) is gemeentelijk beleid, door de raad vastgesteld. De andere Parkstadgemeenten hebben dit beleid eveneens vastgesteld. Deze structuurvisie betreft de regionale structuurvisie zoals aangehaald onder 2.2.1 Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014. De gemeenteraad heeft op 23 november 2016 de SVWZL vastgesteld. In deze structuurvisie wordt de gewenste ruimtelijke ontwikkelingsrichting ten aanzien van het beleidsveld 'Wonen' in de zestien gemeenten in de regio Zuid-Limburg (Beek, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Beekdaelen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal) vastgelegd. In de SVWZL zijn afspraken vastgelegd over een gezamenlijke aanpak om de kwalitatieve en kwantitatieve disbalans (het tegengaan en voorkomen van overaanbod en het aanbod sluit niet meer aan op de toekomstige vraag als gevolg van vergrijzing) op de woningmarkt in Zuid-Limburg aan te pakken. De structuurvisie geeft richting aan de kwalitatieve en kwantitatieve opgave ten aanzien van het thema wonen en volkshuisvesting waar de zestien gemeenten in de regio Zuid-Limburg zich de komende jaren voor gesteld zien. Daarnaast geeft de structuurvisie richting aan de wijze waarop het aantal woningbouwplannen wordt afgestemd op de (toekomstige) woningbehoefte.

Dit betekent onder meer dat beleidsmatig is vastgelegd hoe de planvoorraad voor woningen in de gemeenten in de regio Zuid-Limburg in overeenstemming wordt gebracht met de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Daarbij zullen delen van de in de bestemmingsplannen opgenomen directe bouwmogelijkheden komen te vervallen. Ook is niet uit te sluiten dat door de gemeente gesloten privaatrechtelijke overeenkomsten om woningbouw mogelijk te maken, worden opengebroken. De structuurvisie heeft overigens geen directe rechtsgevolgen; bestemmingsplannen hebben dat wel.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

18

In de visie wordt op hoofdlijnen de gewenste kwaliteitsslag beschreven die nodig is om het aanbod beter aan te laten sluiten op de vraag. De belangrijkste conclusies hierbij zijn, dat de grootste problemen nu optreden in het particulier bezit en dat er naar verhouding meer huurwoningen gewenst zijn. Kansrijke doelgroepen zijn onder meer jongeren, ouderen en zorgbehoevenden. Het belangrijkste uitgangspunt daarbij is evenwel dat de woningvoorraad in omvang niet meer mag groeien. Dit om te voorkomen dat de leegstand in de toekomst weer toeneemt. Leegstand leidt tot verloedering en ook tot waardedaling. Dit basisprincipe leidt ertoe dat nieuwe toevoegingen aan de woningvoorraad zullen moeten worden gecompenseerd. Naar aanleiding van gewijzigde omstandigheden op de woningmarkt is de SVWZL medio 2020 geëvalueerd. Vanuit diverse stakeholders is verzocht om coulanter om te gaan met de compensatieplicht omdat in sommige marktsegmenten tekorten zijn ontstaan. Om aan deze vraag vanuit de samenleving tegemoet te komen, is het structuurvisiebesluit "Beleidsregel Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021" ontwikkeld. Dit besluit bepaalt dat goede woningbouwplannen waaraan aantoonbaar behoefte is, die leiden tot een maatschappelijke meerwaarde, die planologisch 'aanvaardbaar' zijn en die regionaal zijn afgestemd, niet meer hoeven te worden gecompenseerd.

De raad heeft dit structuurvisiebesluit op 27 januari 2021 vastgesteld. Voor iedere gemeente wordt daarom aan de hand van actuele demografische gegevens en leegstandscijfers een 'transformatieopgave' afgesproken. Dit is de kwantitatieve koers die de gemeente dient te varen. Die kwantitatieve koers moet worden beschouwd als richtinggevend wat betreft het maken van beleidsmatige keuzes en niet als een harde slooptaakstelling. Deze 'transformatieopgave' wordt tweejaarlijks herijkt. Gemeenten worden verplicht een woningbouw-programmering op te stellen, dat is geënt op zowel de kwalitatieve en kwantitatieve woonopgaven. Doorwerkingplangebied Beleidsmatig bestaat de wens om het wonen in het centrum te stimuleren. Om het centrum te versterken en te verlevendigen is het wenselijk dat woningen worden toegevoegd. Hierbij moet wel rekening worden gehouden met de, ook in de toekomst, doorzettende bevolkingsdaling. Het is daarom niet mogelijk om ongelimiteerd woningen toe te voegen. Het is ook belangrijk dat de toe te voegen woningen voorzien in een behoefte. Zo wordt voorkomen dat op termijn nieuwe leegstand ontstaat. Het bestemmingsplan Cityplan Heerlen maakt, ook vanwege het overwegend conserverend karakter en de instructienormen van de provinciale Omgevingsverordening 2014, in planologische zin en feitelijk geen directe uitbreiding van het aantal woningen mogelijk.

In de regels is vastgelegd dat het aantal woningen niet mag toenemen ten opzichte van het aantal legale woningen dat bestond of op grond van een onherroepelijke omgevingsvergunning kon worden gerealiseerd. In Bijlage 5 Bestaande en vergunde woningbouwtitels bij de toelichting is inzichtelijk gemaakt welke woningen dit betreft. Binnen deze regeling kan het verschuiven van woontitels aan de orde zijn. Hierbij moet worden gedacht aan het veranderen van de gebruiksmogelijkheden van panden zonder dat het aantal wooneenheden toeneemt. Bijvoorbeeld door een bestaande woning op de verdieping uit te breiden door de voormalige winkel op de begane grond bij de bovenwoning te betrekken. Of door appartementen op de verdiepingen samen te voegen, waardoor ruimte ontstaat om een leegstaande commerciële ruimte op de begane grond, te verbouwen tot een woning. In de bestemmingsplanregeling is daarnaast de mogelijkheid opgenomen voor het toevoegen van woningen, die passen binnen de geldende beleidskaders. In de bestemmingen die wonen mogelijk maken, is een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen om woningen toe te voegen. Voorwaarde hierbij is dat deze woningen moeten passen binnen het geldende beleid.

Hierbij wordt een dynamische verwijzing opgenomen naar de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg en het structuurvisiebesluit Beleidsregel Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021 en diens rechtsopvolgers. Hierdoor kan bij een aanvraag voor omgevingsvergunning voor het toevoegen van woningen steeds worden getoetst aan het op dat moment geldende regionale woonbeleid. Door deze opbouw van de juridische regeling voor wonen is het mogelijk om uitvoering te geven aan het versterken van de woonfunctie in het centrum, met in achtneming van de kwalitatieve en kwantitatieve opgave voor de regio en de stad.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

19

2.3.3 Regionale Woonvisie Parkstad Limburg, inclusiefhet onderdeel gemeente Heerlen, 2017-2021 Eind juni 2017 zijn de Regionale Woonvisies van alle acht Parkstadgemeenten vastgesteld. Elke gemeente heeft deze regionale visie vertaald naar de lokale situatie. De nieuwe regionale woonvisie met de lokale uitwerking per Parkstadgemeente, vormt het kader om de komende jaren te investeren in onze lokale en regionale woningmarktopgaven. De kwantitatieve opgaven (het terugdringen van onze woningvoorraad en plancapaciteit) waarover in de afgelopen jaren afspraken gemaakt zijn, worden in deze visie ook kwalitatief uitgewerkt. Daarnaast vormt deze woonvisie het integrale beleidsdocument waarin wordt aangegeven hoe we als gemeente en regio, samen met onze partners in het wonen (o.a. woningcorporaties, bewoners, ontwikkelaars, zorg- en welzijnsorganisaties) de opgaven op de woningmarkt gaan aanpakken. Particuliere voorraad Ten gevolge van de huidige marktomstandigheden ligt er een belangrijke opgave in de particuliere voorraad. Economische omstandigheden leiden tot een aanhoudende vraag naar sociale huurwoningen in de regio. De leegstand ten gevolge van de bevolkingsdaling concentreert zich met name in de incourante delen van de particuliere woningvoorraad. Als gevolg hiervan zetten we in op het weg bestemmen van onbenutte plancapaciteit.

Samen met woningcorporaties proberen we in te zetten op het aankopen van particuliere woningen ten behoeve van de (sociale) verhuur. Heerlen zet met name in op het versterken van het woonmilieu in het centrum van Heerlen. Dat gaat hand in hand met het versterken van andere sectoren zoals het cultureel aanbod, voorzieningen en de openbare ruimte. Met deze aanpak willen we de ontwikkeling van de campussen ondersteunen en de werkgelegenheid verbeteren. De verdunningsopgave vindt in de omliggende stadsdelen plaats. Betaalbaarheid en beschikbaarheid De komende 5 jaar wordt samen met de woningcorporaties gewerkt aan het verruimen van het aanbod aan betaalbare sociale huurwoningen. We willen die opgave verdelen over de stad, zodat in alle stadsdelen een min of meer gelijke spreiding is van sociale huurwoningen in diverse huurprijsklassen en diverse huishoudenstypen. Wonen en zorg Vanwege de vergrijzing en het langer zelfstandig wonen, verandert ook de opgave op het gebied van wonen en zorg. De woonomgeving en zeker ook de woningvoorraad zal meer toegerust moeten worden op het verlenen van zorg aan huis. Heerlen zet in op het organiseren van zorg op wijkniveau met aandacht voor voldoende zorggeschikte woningen, buurtsteunpunten en een toegankelijke woonomgeving.

Een van de belangrijkste problemen is echter, dat veel mensen met een zorgbehoefte vanwege betaalbaarheidsproblemen niet kunnen verhuizen naar een zorggeschikte woning. Urgente doelgroepen Enerzijds is er een huisvestingsvraagstuk voor diverse kwetsbare doelgroepen zoals mensen in scheiding, slachtoffers van huiselijk geweld, statushouders of mensen met een handicap. Heerlen vervult een centrumfunctie voor huisvesting van GGZ-cliënten. Housing Parkstad en Housing First worden hiertoe voortgezet. Voor statushouders heeft iedere gemeente een afzonderlijke taakstelling. Anderzijds is er een huisvestingsvraagstuk voor kenniswerkers en arbeidsmigranten. Deze groepen vragen om tijdelijke huisvesting, bij voorkeur in of in de nabijheid van de binnenstad. Heerlen wil daarnaast werken aan het verbeteren van het woon- en leefklimaat bij kamerverhuur. Verduurzamen woningvoorraad De ambities op het gebied van duurzaamheid zijn in regioverband vastgelegd in het beleidsstuk Parkstad Limburg Energietransitie (PALET). De ambitie is om als regio in 2040 energieneutraal te zijn. Om dat te halen ligt er een forse opgave in het verbeteren van de woningvoorraad, zowel in de particuliere als in de (sociale) huursector. Bestaande woningen moeten energiezuinig worden gemaakt en er moet een plan van aanpak komen om de stap naar gasloze woningen te kunnen zetten.

Heerlen investeert daarbij onder meer in de toepassing van Mijnwater voor ruimteverwarming. Vrije sectorhuur en koopwoningen Voor een evenwichtige woningmarkt in Parkstad Limburg is het beschikken over voldoende

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

20

aantrekkelijke woningen in de vrije huursector van belang. Qua prijs vormen goedkope koopwoningen een alternatief. Heerlen wil met name in het centrum inzetten op het verruimen van het aanbod in de vrije sectorhuur omdat dit voor kenniswerkers en expats, vanwege de flexibiliteit, een veel aantrekkelijker optie is dan een koopwoning. Leefbaarheid Veel buurten en wijken in Heerlen hebben te maken met leefbaarheidsproblemen. Mensen ervaren overlast door lawaai, stank of rommel en voelen zich onveilig. Dat heeft een negatieve invloed op het wonen in de wijk. Heerlen zet samen met corporaties en andere partners in op het verbeteren van de leefbaarheid in buurten en wijken met als vertrekpunt dat wijken schoon, heel en veilig moeten zijn.

2.3.4

Structuurvisiebesluitwonen

Op 31 oktober 2011 heeft het Parkstadbestuur een structuurvisiebesluit genomen dat ingaat op het thema wonen. Zoals geschetst in het regionale woonbeleid (o.a. Herstructureringsvisie voor de woningvoorraad, Parkstad Limburg) is het, mede uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, gezien de voorziene ontwikkelingen van het aantal huishoudens in Parkstad Limburg, niet gewenst om de regionale woningvoorraad verder te laten toenemen om het (toekomstige) overschot aan woningen niet nog verder te laten toenemen. Wel blijft de noodzaak aanwezig om de samenstelling van de woningvoorraad aan te passen aan de veranderende woonwensen. Daarvoor zullen nieuwe woningen moeten worden gerealiseerd die dienen als vervanging van bestaande voorraad. Geen verdere toename van de omvang van de regionale woningvoorraad betekent dat het wenselijk is dat nog beschikbare vigerende plancapaciteiten die leiden tot een toename van de regionale woningvoorraad niet per definitie moeten worden gerealiseerd en dat in voorbereiding zijnde uitbreidingen van de regionale woningvoorraad niet altijd worden omgezet in daadwerkelijke additionele plancapaciteit. Beleidsbesluit In haar regionaal woonbeleid, gepubliceerd als eigen beleid door de Parkstadgemeenten, geeft de Stadsregio aan wat de opgave in de regionale woningvoorraad t/m 2020 is (regionale kaders).

Uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening dient de woningvoorraad binnen de gemeenten in Parkstad Limburg zich te bewegen binnen deze gestelde kaders. Vigerende woonbestemmingen, waarvan op 1 januari 2013 nog geen gebruik is gemaakt, zullen daartoe bij actualisatie van het bestemmingsplan worden herzien tenzij de locatie is opgenomen en/of past binnen de regionale afsprakenkaders. Voor het plangebied wordt opgemerkt dat dit in het regionale beleid altijd is gezien als een ontwikkellocatie voor woningbouw ter versterking van het centrum van Parkstad in z'n algemeenheid en het centrum van Heerlen in het bijzonder. De verdunningsopgave dient niet hier te landen. Doorwerkingplangebied Het bestemmingsplan Cityplan Heerlen heeft een overwegend conserverend karakter en maakt in geen uitbreiding van het aantal aanwezige woningen mogelijk, buiten de regionale afsprakenkaders. Voor wat betreft de in de programmering opgenomen projecten gelegen binnen het plangebied geldt dat onderhavig bestemmingsplan in beginsel enkel voorziet in de inbedding van die plannen waarvoor reeds separate procedures zijn doorlopen. Plannen opgenomen in de programmering waarvan de haalbaarheid nog niet is aangetoond, zullen geen onderdeel vormen van het bestemmingsplan Cityplan Heerlen. Deze plannen zullen hun beslag krijgen via separate procedures.

2.3.5

StructuurvisieRuimtelijke Economie Zuid-Limburg

Op 20 december 2017 heeft de gemeenteraad van Heerlen de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg (SVREZL) vastgesteld. In de SVREZL is voor heel Zuid-Limburg het aanbod en de verwachte vraag naar winkel-, kantoor- en bedrijfsruimte zo goed mogelijk op elkaar afgestemd. De SVREZL is een uitwerking van het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL), een plan voor de toekomst van Limburg op het gebied van wonen, werken, recreatie en natuur. Zuid-Limburg heeft te maken met een toekomst waarin er een kwantitatief overschot aan winkels, kantoren en bedrijventerreinen is of dreigt. Daarnaast zijn er in alle segmenten kwalitatieve uitdagingen in het versterken van de ruimtelijke deelmarkten en het vernieuwen van de markt voor winkels, kantoren en bedrijventerreinen.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

21

In de SVREZL staan regionale afspraken over winkel- en kantorenlocaties en bedrijventerreinen. Deze zijn nodig om de economische kracht van de regio te verstevigen, verdere leegstand tegen te gaan en de leefbaarheid en het vestigingsklimaat te verbeteren. Immers, ontwikkelingen als internetwinkelen, robotisering en ‘outsourcing’, maar ook lokale demografische veranderingen hebben de winkel-, kantoren- en bedrijventerreinenmarkt stevig veranderd. In de SVREZL is gekozen voor behoud en versterking van de zogenaamde hoofdstructuur: de gewenste winkel-, kantoren- en bedrijventerreinlocaties. Buiten deze hoofdstructuur komen er geen nieuwe vierkante meters meer bij. Dit heeft geen gevolgen voor de zittende ondernemers, maar geldt alleen voor nieuwe plannen. Nadat de gemeenteraden akkoord zijn gegaan met de nieuwe visie, stellen ze samen concrete uitvoeringsprogramma’s op. De kern van de structuurvisie is de versterking van de hoofdstructuur van concentratie- en balansgebieden in de drie vastgoedsegmenten (winkels, kantoren en bedrijventerreinen). Onderstaand wordt kort ingegaan op de voor het plangebied van belang zijnde functies, zijnde winkels en kantoren. Er worden in beginsel alleen toevoegingen in deze segmenten gefaciliteerd in de daartoe afgebakende concentratie- en balansgebieden. In balansgebieden gaat het om kwalitatieve versterkingen.

In concentratiegebieden is in beginsel naast kwalitatieve versterking ook kwantitatieve versterking mogelijk. Winkelgebieden In de SVREZL is ten aanzien van winkelgebieden een onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden en balansgebieden. In de balansgebieden is ruimte voor kwalitatieve versterkingen. In concentratiegebieden is in beginsel naast kwalitatieve versterking ook kwantitatieve versterking mogelijk onder voorwaarde van het principe 'saldo nul, tot aan de frictieleegstand in de winkelmarkt'. Buiten deze gebieden worden mogelijkheden ten aanzien van detailhandel wegbestemd.

Kaart winkelgebieden centrum Heerlen (geel = Balansgebied, groen = Concentratiegebied).

Kantoren In de SVREZL wordt de (voorkeurs)locatie voor kantoren aangegeven. Een groot deel van het plangebied is gelegen binnen het concentratiegebied. Daarnaast is een deel gelegen binnen het balansgebied. Uitsluitend de verkeersassen aan de randen van het plangebied maken geen onderdeel uit van het concentratiegebied of balansgebied voor kantoren. Net als bij de winkelgebieden, is voor de kantorenmarkt in de balansgebieden ruimte voor

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

22

kwalitatieve versterkingen. In concentratiegebieden is in beginsel naast kwalitatieve versterking ook kwantitatieve versterking mogelijk onder voorwaarde van het principe 'saldo nul, tot aan de frictieleegstand in de kantorenmarkt'. Binnen het plangebied wordt in lijn met het algemene beleid met betrekking tot het terugdringen van de planvoorraad en het feit dat sprake is van een overwegend conserverend bestemmingsplan, niet voorzien in nieuwe kantoorruimte. Nieuwe initiatieven kunnen enkel worden gehonoreerd, indien is gebleken dat ze haalbaar zijn. Hierdoor wordt de onbenutte planvoorraad aan kantoorruimte wegbestemd.

Kaart kantoorgebieden centrum Heerlen (geel = Balansgebied, groen = Concentratiegebied).

Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan is in lijn met de uitgangspunten zoals omschreven in de SVREZL. Er wordt een bijdrage geleverd aan het terugdringen van de planvoorraad aan kantoorruimte en er wordt aangesloten bij het uitgangspunt van het instellen van een concentratiegebied en een balansgebied voor winkels. Buiten deze gebieden wordt restrictief omgegaan met winkelfuncties en kantoren.

bestemmingsplan Cityplan Heerlen

23

2.3.6

Structuurvisiebesluitretail

Op 31 oktober 2011 heeft het Parkstadbestuur een structuurvisiebesluit genomen, dat ingaat op het thema retail. Zoals geschetst in het regionale retailbeleid is het, mede uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, gezien de voorziene ontwikkelingen van het aantal huishoudens in Parkstad Limburg en de daarmee samenhangende afname van het bestedingspotentieel, niet gewenst om de regionale retailvoorraad nu verder te laten toenemen om het (toekomstige) overschot aan winkelvloeroppervlak niet nog verder te laten toenemen. Echter, ondanks het teruglopen van het omzetpotentieel dient er wel ruimte geboden te worden aan uitbreiding van winkelaanbod op bepaalde locaties. Door deze structuurbepalende gebieden als uitgangspunt te nemen, wordt uitval aan de onderkant van de markt in werking gezet en ontstaat er zodoende schaarste die noodzakelijk is om wenselijke ontwikkelingen ook op wenselijke locaties te laten plaatsvinden. Geen verdere toename van de omvang van de regionale retailvoorraad betekent dat het wenselijk is dat nog beschikbare vigerende plancapaciteiten die leiden tot een toename van de regionale retailvoorraad niet per definitie moeten worden gerealiseerd en dat in voorbereiding zijnde uitbreidingen van de regionale retailvoorraad niet altijd worden omgezet in daadwerkelijke additionele plancapaciteit.

Beleidsbesluit In haar regionaal retailbeleid, gepubliceerd als eigen beleid door de Parkstadgemeenten, geeft de Stadsregio aan wat de opgave in de regionale winkelvoorraad t/m 2020 is (regionale kaders). Uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening dient de winkelvoorraad binnen de gemeenten in Parkstad Limburg zich te bewegen binnen deze gestelde kaders. Vigerende bestemmingen detailhandel, waarvan op 1 januari 2013 nog geen gebruik is gemaakt, zullen daartoe bij actualisatie van het bestemmingsplan worden herzien tenzij de locatie is opgenomen / past binnen de regionale afsprakenkaders.

Doorwerkingplangebied Voor wat betreft de doorwerking van het structuurvisiebesluit zet onderhavig bestemmingsplan in op het verwijderen van overbodige retailmeters op de buiten voor retail aangewezen locaties. De binnenstad van Heerlen wordt ingevolge het regionale beleid aangemerkt als het stadscentrum voor de hele Parkstadregio. Deze dient te winnen aan aantrekkingskracht en vestigingsmogelijkheden. Retailmeters worden hier dan ook niet zonder meer verwijderd. Dit geldt voor het concentratiegebied, alwaar de nadruk ligt op de vestiging van retail, met de mogelijkheid tot inbedding van grootschalige retailformules, ten behoeve van het funshoppen. In balansgebied ligt de nadruk meer op functiemenging en specifiek voor wat betreft de retail mogen hier geen grootschalige formules landen. Concreet betekent dit dat de (niet benutte) detailhandelsfunctie(s) buiten het concentratiegebied en het balansgebied in principe worden geschrapt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=a635add5-66a3-4fe6-bf2a-b6cf0c31db72