CConstaterende datHeerlen
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptnotulen raadsvergadering gemeente Heerlen 2 en 3 nov 2022.docx

Raadsvergadering . (video) 15 februari 2023, gemeente HeerlenBij agendapunt: Notulen raadsvergadering d.d. 2 en 3 november 2022 (begroting)61.637 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 7

Maar ook mensen die trauma's hebben vanuit oorlog en vanuit mens-, dier- en milieuaspecten. Dan ga ik heel flauw zijn. U geeft aan: wij willen dat met professionele vuurwerkshow gaan doen. Zijn dat dan geluidsarme vuurwerkshows ofzo? De heer Nefjodov, GroenLinks Geluidsarm, nee. We willen ervoor zorgen dat in ieder geval voor de vuurwerklocatie of locaties - dat moet het college maar bezien - wordt gezocht naar plekken waar minimale schade kan optreden. Zo had ik bijvoorbeeld laatst begrepen van de heer Fred Daamen dat in Hoensbroek bij de Sint Janskerk een geschikte plek kan zijn waar zo'n vuurwerkshow plaatsvindt met minimale schade. Ik roep in principe op dat het college nagaat in hoeverre de vriendelijkere locaties in Heerlen beschikbaar zijn om daar een goede vuurwerkshow te geven in plaats van dat we verschillende mensen laten spelen met vuur die daar niet professioneel toe zijn opgeleid. Daarmee refereer ik met name naar pyrotechnici en dergelijke. De heer Jacobs, Forum voor Democratie (interruptie) Een beetje flauw, maar ik heb een drietal vragen aan de heer Nefjodov. Qua klimaat zit hij ongeveer op een lijn met mevrouw Géron. Ik heb dus de volgende drie vragen aan hem.

Bent u ermee bekend dat sinds 1969 de temperatuur op aarde met 0,5 graad is gestegen? Bent u ermee bekend dat we vanaf 1929 99% minder klimaatdoden hebben? En de derde: kent u de klimaateconoom, meneer Nordhaus, de Nobelprijswinnaar? De voorzitter Ik heb die vragen eerder gehoord. Meneer Nefjodov. De heer Nefjodov, GroenLinks Deze vragen hebben we inderdaad eerder gehoord. Waar wilt u naartoe gaan met dit betoog? De heer Jacobs, Forum voor Democratie (interruptie) Het is geen betoog, ik vraag gewoon om een antwoord. De heer Nefjodov, GroenLinks Ja ...

Pagina 52/198 De heer Jacobs, Forum voor Democratie (interruptie) U mag erop terugkomen, hoor. De heer Nefjodov, GroenLinks Nee, ik kom er niet op terug. U mag ook lid worden van GroenLinks in plaats van de Partij voor de Dieren, wat dat betreft. De voorzitter Volgens mij krijgt u een herkenbaar antwoord. Ik denk dat u met zijn drieën nog een keer wat moet gaan drinken. Ik roep volgens mij wel op voor verkeerde dingen! We gaan naar de laatste spreker voor het diner. De heer Verreck van de PvdA. De heer Verreck, PvdA Uit liefde voor onze stad durven wij als Partij van de Arbeid te kiezen. Geachte voorzitter, college, mede raadsleden, toehoorders op de tribune en via de livestream. In mijn bijdrage wil ik het hebben over een aantal hoofdthema’s: energiearmoede, duurzaamheid, digitalisering en langlopende schulden. Energiearmoede - misschien wel het woord van het jaar 2022 - is een probleem dat iedereen treft. Of je nu in Heerlen Noord woont of in Douve Weien, dat maakt niet uit. Echter de impact is zeer verschillend. Als je in een nieuw, goed geïsoleerd huis woont, heb je effectief minder energiekosten dan in een vochtig huis of een huis met enkel glas waar de wind door de kieren langs de deur blaast. Als je 2x modaal of meer verdient zal het betalen van een hoge energierekening makkelijker op te vangen zijn dan wanneer je moet leven van een uitkering of een minimuminkomen.

Het is daarom goed dat we als gemeente onze verantwoordelijkheid nemen door de ondersteuning die het Rijk geeft tot 120% als Heerlen uit te breiden tot 130% van het bijstandsniveau. Wij als PvdA-fractie hadden dit natuurlijk ook graag uitgebreid tot bijvoorbeeld 150% of misschien zelfs heel veel hoger. Maar we moeten ook als fractie constateren dat Heerlen niet in staat is om alle problemen op dit vlak en van deze omvang op te lossen. De afgelopen tijd heeft nogmaals pijnlijk duidelijk gemaakt dat de markt de burger niet zal helpen in moeilijke tijden, kijk naar de energiemarkt. Grote winsten worden geboekt, zelfs in tijden dat steeds meer mensen het hoofd niet boven water kunnen houden. Daarom zijn we blij dat de gemeente de ambitie heeft om tot oprichting te komen van een sociaal energiebedrijf. Daarnaast is het goed dat we als gemeente de afgelopen jaren stappen hebben gezet op het gebied van het verduurzamen van woningen. Zoals het zonnepanelen project. Ik heb hier een vraag over, namelijk of er nog geld in die pot zit. En zo ja, hoeveel is dat en kunnen wij dit geld gebruiken om een versnelling aan te brengen binnen de verduurzaming van woningen? We zijn een aantal weken geleden gestart met het “verbond tegen energiearmoede”. Binnen dit verbond kunnen inwoners een energiecoach krijgen en kunnen ze voor €250,- besparende energieproducten kopen.

Het goede van dit project is dat het laagdrempelig en snel te realiseren is. Maar met deze stappen zijn we er nog lang niet. Binnen de gemeente hebben wij en de woningbouwcoöperaties een grote opgave rondom het verduurzamen van woningen. De vraag is welke actie heeft de gemeente tot vandaag gedaan om in gesprek te gaan met de woningbouwcorporaties over de verduurzaming van het huidige woningbestand? En kan het college ons een overzicht verstrekken wanneer welke woningen verduurzaamd worden? Het is goed om te lezen dat we binnen Parkstad verschillende onderwerpen met betrekking tot verduurzaming oppakken. Want, zoals we als PvdA-fractie al eerder hebben aangegeven, zijn de problemen die we in Heerlen aantreffen dezelfde problemen die we zien in Kerkrade, Landgraaf en Brunssum. Dat vraagt wat ons betreft ook om een gezamenlijke aanpak. Zoals het aardgasvrij maken van woningen en wijken, de RES (Regionale Energie Transitie) en PALET (Parkstad Limburg Energie Transitie). We hebben het regionale beleid PALET 1.0 naar Heerlen doorvertaald naar het beleid PALET 2.0 tot 2040. Het

Pagina 53/198 uitvoeringsPALET 3.0 had een looptijd van 2016 tot 2020 en zou opgevolgd moeten worden door PALET 3.1 van 2021 tot 2024. We vragen ons daarbij af: hebben we het gestelde doel van 8%, de eerste stap naar de energieneutrale regio 2040 in 2020 gehaald? Gaan we het gestelde doel van 12% in 2024 halen plus het eventuele tekort van PALET 3.0 inhalen? Wanneer kunnen we het gemeentelijk uitvoeringprogramma verwelkomen? Wanneer kunnen we de eerste stappen zien met betrekking tot de proeftuin aardgasvrij en de inrichting van warmtenetten? En hoe worden de burgers die niet computervaardig zijn, laaggeletterd zijn of een andere taal spreken, optimaal bereikt en begeleid in het verduurzamen van hun woning in het kader van de energie armoede? Een andere belangrijke opgave is wat ons betreft digitalisering. Het wordt niet zo vaak genoemd in het MBP/begroting. Maar het is volgens de PvdA-fractie de ruggengraat van de dienstverlening van de gemeente. Binnen de verschillende velden gaan we de digitalisering verbeteren of samenwerken, zoals bijvoorbeeld met Aken, met betrekking tot de Omgevingswet en de informatievoorziening. Aan de hand van het MBP/begroting krijgen wij geen goed beeld van hoe het met de digitalisering gesteld is en of er een achterstand is die om maatregelen vraagt.

Kunnen wij een overzicht krijgen van de stand van zaken en mogelijke achterstand wat betreft digitalisering? En wat is er nodig is om de digitalisering op een acceptabel niveau te krijgen? Waar we ons als PvdA-fractie verder ook zorgen over maken, is de lange wachttijd bij de aanvragen van bijvoorbeeld de Wmo. Er staat een wettelijke reactietermijn van 8 weken voor. Wij begrijpen dat dit zelden of nooit gehaald wordt. We lezen in het MBP/begroting dat er het komende jaar gewerkt wordt aan een toetsingskader voor kwaliteit en rechtmatigheid. Kan het college zorgdragen voor een overzicht van het aantal aanvragen en doorlooptijden? En kan het college aangeven hoe er wordt omgegaan met urgente aanvragen? Kan het college aangeven hoe we op de lange termijn gaan zorgen voor een goede toegeruste toegang voor de Wmo? Kan het college een toelichting geven op het ontwikkelen van het toetsingskader? En is er dan nu geen toetsingskader? We kunnen nog heel veel vragen stellen over onder andere JENS, aanbesteding HSB, onderwijs naar het centrum, verzuim, het vertrek van Villa Franka, het effect van ledverlichting op het nachtleven van dieren et cetera. Ik heb echter maar 10 minuten en we gaan ervan uit dat deze onderwerpen in de komende periode in de commissie en/of de raad uitgebreid besproken gaan worden.

Voordat ik aan mijn afronding kom, wil ik nog één punt naar voren brengen, namelijk de oplopende rentelasten en schuldpositie van 114,9% van de gemeente. Als fractie maken we ons daar zorgen over. Elke euro die je aan rente betaalt, kan je niet aan andere zaken uitgeven. We snappen echter ook dat, als je wil investeren in de gemeente, dat gefinancierd moet worden. We hebben nu de status ‘kwetsbaar’. Wanneer gaat de gemeente van de status kwetsbaar naar zorgelijk? En wanneer wordt dit een hoofdpijndossier? Ik kom tot een afronding. Eva Rovers, overigens dank voor het boek, zegt in haar boek “Nu is het aan ons” dat je de politiek niet te veel aan politici moet overlaten. Daar zijn onze problemen te complex voor. Ik ben het gedeeltelijk met haar eens. Veel zaken kan je wel vanuit de raad en het college oplossen. Maar goede inbreng vanuit de burger is daarbij onmisbaar. Wij moeten helaas constateren dat de relatie met de inwoners van de gemeente Heerlen ernstig verwaterd is. Het burgerberaad biedt, volgens de PvdA-fractie gelukkig een mogelijkheid om die relatie weer te verstevigen. Want, zoals er staat in de begroting: in het Heerlen van morgen werken we van buiten naar binnen, met de burger als vertrekpunt. Tot zover. De voorzitter Dank u wel. De heer Janssen.

De heer Janssen, Jongerenpartij Heerlen (interruptie) Ik ben blij dat ik de heer Verreck als de enige van de drie kleine linkse partijen ook zijn zorgen hoor uitspreken over de oplopende rentelasten en de schuldpositie van deze gemeente. Uw twee collega's

Pagina 54/198 hebben daar eigenlijk geen woord over verteld. Mijn vraag aan u is: als u al die grote projecten in de gemeente Heerlen hebt gelezen, waar liggen dan voor u wat u betreft de prioriteiten? Denkt u dan aan de basisbehoeften van onze inwoners, zoals de Wmo waar u zonet over hebt gesproken? Of vindt u het net zo belangrijk om al die grote nieuwbouwprojecten door te zetten? Zo ja, wat is wat u betreft een belangrijke volgordelijkheid? De heer Verreck, PvdA Kunt u die laatste zin even herhalen, want die ging me net te snel. De heer Janssen, Jongerenpartij Heerlen (interruptie) We hebben een aantal belangrijke projecten op stapel staan. Daar zijn de nodige miljoenen mee gemoeid. Die hebt u waarschijnlijk ook gelezen. Ik hoor u zeggen dat u zich zorgen maakt over de oplopende rentelast. U hebt waarschijnlijk ook gezien dat de wind een beetje tegenzit en dat de rentelasten oplopen. Op welke projecten liggen voor u de prioriteiten of richt u zich vooral op het verbeteren van de service op de Wmo? Wat vindt u nu echt belangrijk en wat mag wat u betreft ook op de lange baan worden geschoven? De heer Verreck, PvdA Dat is een duivels dilemma, want zoals u weet hebben wij als PvdA-fractie de vorige keer tegen de aanleg van het zwembad in het centrum gestemd. Dat weet u misschien. Maar daar heeft de rest van de raad in meerderheid voor gestemd.

Wij werken zo in een democratie: als de meerderheid voor is, dan ga je daarin mee. Dat zwembad zou wat mij betreft nu opnieuw in discussie kunnen komen. Maar dat is voor mij ook een gepasseerd station. Verder denk ik dat we in deze stad grote uitdagingen hebben, zowel op het gebied van de Wmo, maar ook in het verbeteren van onze stad. Dat zijn twee dingen die we niet los van elkaar kunnen zien. We kunnen niet zeggen: “Hogeschool Zuyd, daar gaan we geen energie in steken. Laat maar daarachter zitten. Of we gaan het Thermenmuseum niet vernieuwen. Laat dat maar gewoon vervallen." Dat zijn dingen die naast elkaar lopen. Aan de ene kant moet je aandacht hebben voor de burger van de stad, maar ook voor de leefbaarheid van de stad. Dat zijn twee dingen die wat mij betreft wel voorop staan. Ik kan nu niet zeggen: laten we dat maar wel doen of laten we dat maar niet doen. Laten we kasteel Hoensbroek maar wat minder onderhoud geven of laten we dat maar wat minder doen. Dat zijn voor mij lastige keuzes om te maken. Ik heb een aantal dingen opgenoemd waarvan ik vind dat we die in de komende periode uitgebreid met elkaar gaan doordiscussiëren. De aanbesteding van Heerlen standby, het verhaal van JENS zullen we nog in de raad krijgen.

We zullen het over een aantal dingen nog gewoon in de raad gaan krijgen, waarvan we per keer met elkaar moeten gaan kijken of we dat nu moeten doen, of we dat misschien een jaar moeten uitstellen of niet. Alleen dat kan ik nu aan de voorkant niet zomaar zeggen: dat kan wel en dat kan niet. Elk onderdeel is met elkaar verweven. De heer Jacobs, Forum voor Democratie (interruptie) U zegt: JENS komt nog in de raad. Maar volgens mij is dat toch lang en breed beslist? De nieuwe aanbesteding ligt er toch al? De heer Verreck, PvdA Volgens mij is de raad het hoogste orgaan in deze gemeente. De wethouder zal een aanbesteding uitschrijven. Daar zal een voorstel uit komen en dit zullen we als raad moeten bekrachtigen. De heer Jacobs, Forum voor Democratie (interruptie) Nee, volgens mij ligt die aanbesteding er vanaf 2023 tot 2027. Ik heb in de commissievergadering ook gevraagd waarom wij daar niet bij betrokken zijn. Die aanbesteding ligt er volgens mij. De heer Verreck, PvdA

Pagina 55/198 Dan hebben we daar een ander beeld bij. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Als ik me goed herinner, had de heer Verreck het aan het begin van zijn betoog over energiearmoede en tochtige huurwoningen, noem maar op en het feit dat daar toch wel iets aan gedaan moet worden. Wat ik dan niet hoor, dat hoor ik wel vaker niet, is dat de sociale woningcorporaties, daar hebben wij er diverse van in onze stad, eigenlijk al jarenlang hebben verzaakt op dat gebied. Bijvoorbeeld wel honderden miljoenen investeren in een stationsomgeving, maar niet investeren in de talloze woningen. Hoe denkt u daarover? Moeten die verhuurders niet ook de hand in eigen boezem steken en net zoals wij nu, dat doen zij al deels, maar op kleinere schaal zorgen voor een tegemoetkoming?. Hoe zit u in dat verhaal? De heer Verreck, PvdA U hebt niet goed geluisterd. Of misschien heb ik het niet duidelijk genoeg verteld. Ik heb vooral ook aan het college gevraagd: neem ons nu mee in het proces dat wij met elkaar afleggen samen met die woningbouwcorporaties. Welke woningen gaan we wanneer doen? Ook in het hele verhaal van de samenwerkingscorporatie met betrekking tot de korte stap, spelen de woningcorporaties een duidelijke rol. Weller heeft bijvoorbeeld een duidelijke rol in dat hele verhaal. Volgens mij hebben alle woningcorporaties dat.

Ik laat Me daar graag straks door de betreffende wethouder verder over informeren. Die hebben daar een duidelijke rol in. Het is niet zo dat ik nu zeg: Weller doet maar en die hebben geen rol erin. Die hebben er een heel grote rol in, wat ook zij zijn medeverantwoordelijk voor hun eigen woningbestand. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Naar voren kijken is duidelijk. Dan zie je wat er nu zou moeten gebeuren om een betere situatie te creëren. Maar als je terugkijkt, zelfs op de kortere termijn, dan hebben we relatief veel woningen in het sociale segment, waarvan veel te veel tochtig zijn en qua energie armoede juist daar de problemen plaatsvinden. Nu wil ik niet flauw zijn en zeggen: één van uw oud-voorgangers zwaait daar nu de scepter, maar er zijn wel heel grote partijen in onze stad die daar gewoon willens en wetens verzaakt hebben door verkeerde keuzes te maken, nota bene in de sociale woningbouw. De heer Verreck, PvdA Het lastige is dat ik niet weet of dit willens en wetens is gebeurd. U doet het voorkomen alsof zij een bewuste keuze hebben gemaakt. U zou kunnen zeggen: het Rijk heeft in de afgelopen jaren altijd de gelden afgeroomd van de woningbouwcorporaties, waardoor ze veel minder geld te besteden hadden in de broodnodige renovatie van woningen of het opknappen van woning. Daar waar woningcorporaties de kans hebben, denk ik dat ze dat ook best willen doen.

Alleen moet je met elkaar bekijken hoe je dat goed gaat doen. Daar zul je in moeten prioriteren. Daarom moet je kijken welk tempo je nodig hebt in die woningcorporaties om die woningen up to date te krijgen. Bij de ene woning zal dat misschien komend jaar zijn en bij de woning daarna is het misschien pas over twee jaar of drie jaar, maar je zult er wel in moeten. Dat ben ik volstrekt met u eens. De voorzitter Meneer Leers, laatste interruptie. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Als je dan naar de huidige situatie kijkt waar een tekort is aan materialen en als je materialen kunt krijgen, dat ze aan de prijs zijn en je dan van geluk mag spreken als je een aannemer vindt die tot actie kan overgaan, dan is dat een cocktail om in ieder geval op korte termijn niet veel meters te maken. Of zie ik dat dan helemaal verkeerd? De heer Verreck, PvdA

Pagina 56/198 Ik denk dat u dit heel goed ziet, alleen kunnen wij dat probleem hier niet oplossen. Of we moeten u omscholen tot installateur. Dat zou kunnen. Dan kunt u meewerken met een installatiebedrijven of als aannemer, als metselaar. Dat is de mogelijkheid. Als mensen die nu thuis zijn zich even laten omscholen. Nou ja even, u maakt het heel makkelijk, maar dat probleem kunnen we hier niet oplossen. We hebben niet meer handen dan we hebben. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Al laten we iedereen omscholen, als we het materiaal niet hebben dan komen we er toch niet? De voorzitter Meneer Leers, u heeft drie interrupties gehad. Meneer Damen. De heer Damen, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Meneer Verreck, bent u het met mij eens dat er prestatieafspraken tussen de woningcorporaties en de gemeente worden gemaakt waarin deze zaak een zeer hoge prioritering zou moeten hebben? De heer Verreck, PvdA Ik vind het een goede vraag. Ik denk dat de wethouder er misschien straks een antwoord op kan geven. Ik vind het een goede vraag, maar ik ga er niet over. Ik zit niet aan tafel bij de woningcorporaties om die afspraken te maken. Ik vind het dus een goede vraag. Ik wil deze graag doorgeleiden naar het college, zodat zij daar antwoord op geven. De heer Damen, Ouderenpartij Heerlen Nee, ik vraag of u het ermee eens bent. De heer Verreck, PvdA Serieus. Ik vind het een goede vraag.

Misschien zijn die prestatieafspraken er wel tussen de gemeente en de woningcorporaties. De voorzitter Die komen vast in de eerste termijn van de beantwoording vanuit het college. Meneer De Groot nog. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Ik heb een vraag aan de heer Verreck. Meneer Verreck geeft aan het begin van zijn betoog terecht aan dat heel veel mensen in die tochtige woningen zitten. We hebben het er nu uitgebreid over dat er ook bij de corporaties een opgave ligt om de slechte labels zo snel mogelijk aan te pakken. Maar dat gaat niet zomaar van vandaag op morgen. Dat weten we ook. Daar zit natuurlijk een aanpak achter die ook in de tijd gaat zitten. Nadat de overheid maatregelen heeft getroffen met het energieprijsplafond heeft de overheid ook een eenmalige energietoeslag toegekend. Wij hebben daar nog een keer een plusje bovenop gezet richting die 130%. Maar dat zijn tijdelijke maatregelen. De verwachting is natuurlijk dat volgend jaar nog langer heel veel gezinnen in diezelfde tochtige, vochtige woning zullen moeten blijven wonen en dan nog steeds financiële problemen hebben om die energierekening te kunnen betalen. Ik hoor u ook zeggen: "het centrumbad is nu eenmaal een gelopen race. Daar heeft de raad toe besloten." De voorzitter Volgens mij heb ik iets gezegd over interrupties: kort en eindigend met een vraag. Dit is een betoog aan het worden.

De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen

Pagina 57/198 Ik kom tot mijn punt. Dit is wel even belangrijk om zo in te leiden. De heer Verreck zegt: die andere miljoenenprojecten zijn ook allemaal heel belangrijk en moeten ook allemaal gebeuren. Mijn vraag is eigenlijk concreet: als je maar een beperkte zak met centen hebt en met name de mensen die in die woningen wonen, komen financieel maandenlang in de problemen, waar gaat de heer Verreck dan voorrang aan geven voor wat betreft de besteding van de totale zak met geld? De heer Verreck, PvdA Volgens mij was u vorig jaar een grote voorstander van een centrumbad. Volgens mij heeft de OPH daar met zijn allen enthousiast voor gestemd. Dus in die zin kan ik op die vraag geen goed antwoord geven. We hebben natuurlijk als gemeente - daar zijn we als PvdA-fractie erg blij mee - een oplossing gezocht voor de korte termijn. Voor de mensen die in slechte huizen wonen hebben we de middelen van het verbond tegen energiearmoede, in combinatie met een energiecoach en een budget om energiebesparende middelen. Dat zijn de pleisters. Dat ben ik volstrekt met u eens. Alleen kunnen wij op dit moment niet zeggen: we gaan de volledige woningvoorraad van de gemeente Heerlen vernieuwen en verbeteren. Dat kunnen we niet. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Sorry, meneer Verreck, maar dat is mijn vraag niet. Ik zal proberen om mijn vraag nog even kort te herhalen.

Als wij in al die miljoenenprojecten in de komende jaren al investeringen moeten doen en we tegelijkertijd nu al weten dat nog heel veel mensen volgend jaar financieel in grote problemen gaan komen, waar gaat dan uw voorkeur naar uit voor wat betreft de besteding van die grote zak met geld? De heer Verreck, PvdA Als gemeente hebben we extra gelden uitgegeven aan de 10% boven de 120%. Daar hebben we natuurlijk al geld aan uitgegeven. Je kunt als gemeente niet alle problemen oplossen. Dat kan niet. Daar kunnen we het volgens mij met elkaar eens over zijn. Je kunt niet alle problemen oplossen, dus je zult met elkaar moeten kijken naar welke keuzes je dan maakt. Misschien kunnen we de actie die we dit jaar hebben gedaan met de 10% ophoging ons volgend jaar niet meer financieel veroorloven. Maar we zullen ook met elkaar stappen moeten zetten om die stad te blijven vernieuwen, om dingen op het gebied van de sociale dienstverlening te blijven doen en op het gebied van digitalisering te blijven doen. Je zult stappen moeten zetten. Dat zul je moeten doen. De voorzitter Dank u wel, meneer Verreck. Dames en heren, we zijn wat uitgelopen, maar ik ga niet knabbelen aan de tijd van de pauze. Dat heb ik vorig jaar wel gedaan en dat was volgens mij niet helemaal goed bevallen met al dat eten. De raadsleden eten in de kantine van de school.

Dat is de parkeerplaats over en dan naar binnen, maar volgt u alstublieft onze mensen. Dan komt u in ieder geval op de goede plek terecht. Volgens mij was dat vorig jaar ook een zoektocht. Het is nu 17.40 uur. Om 18.55 uur gaan we hier weer verder. Dus dan houd ik vast aan dat uur en een kwartier. De vergadering wordt geschorst van 17.40 tot 18.55 uur. De voorzitter Ik heropen de vergadering. Wethouder De Beer. Wethouder De Beer Voorzitter. Ik begin de beantwoording per fractie. Ik probeer dat enigszins compact te doen. De vraag van de SP was: waarom is de woonlastenstijging voor huurders hoger dan voor woningeigenaren? De systematiek is als volgt. De opbrengst van de totale woonlasten, dus afvalstoffenheffing, riool en ozb gaan we jaarlijks niet meer dan indexeren. Althans, dat is een afspraak die we als lijn proberen vast te houden. Onder die woonlasten gaan dus voor huurders schuil de rioolrechten en de afvalstoffenheffing en voor

Pagina 58/198 woningeigenaren is dat riool, afvalstoffenheffing en de ozb. Als de afvalstoffenheffing als gevolg van gestegen kosten bij de afvalophaaldienst en de rioolrechten stijgen, dan bepaalt dat mede het percentage dat nog overblijft voor de stijging van de ozb om in het totaal niet boven de indexering of het inflatiepercentage uit te komen. Dat heeft er in het verleden overigens toe geleid dat voor mensen met een huurwoning de woonlasten behoorlijk zijn gedaald als we kijken over een periode van de afgelopen tien jaar. Dat had te maken met het feit dat de systematiek van de rioolrechten die is aangepast in die 10 jaar en ook dat de afvalstoffenheffing in een bepaalde periode is kunnen gaan dalen. De heer Reijnders, SP (interruptie) Ik hoor u zeggen dat het altijd in het voordeel van de huurders heeft uitgepakt. Als wij kijken naar het verloop van woonlasten tussen 2019 en 2023. Dat is vijf jaar, u hebt het over 10 jaar, dus dan moet het in de vijf jaar daarvoor feest zijn geweest voor de huurders. Ik zie dat absoluut niet. Ik zie jaar in jaar uit dat de lasten voor huurders procentueel fors hoger zijn dan die van kopers. Ik snap de uitleg dus niet helemaal. Wethouder De Beer Het zit hem inderdaad in de lengte van de periode. Als we kijken over een periode van 10 jaar, dan weten we dat de woonlasten voor woningeigenaren met 20% zijn gestegen en voor huurders met 6%.

Overigens moet er ook bij worden opgemerkt dat als je een kortere periode neemt dat de huiseigenaren de stijging van de afvalstoffenheffing en de rioolrechten natuurlijk ook betalen. Zij betalen die procentuele stijging over een hoger bedrag, want zij betalen ook nog de ozb. Meneer Reijnders zoomt specifiek in op de procentuele stijging. Dan zie je inderdaad de ontwikkeling zoals deze in de begroting is opgenomen. Als de afval- en rioolkosten dus harder stijgen dan de inflatie - dat is in de afgelopen jaren het geval geweest - dan is er dus minder ruimte om de ozb te verhogen. Maar we hebben dus ook jaren gehad waarin dat precies andersom was en waarin we de ozb veel meer hebben verhoogd, omdat er ruimte was vanwege de daling van de rioolrechten en de afvalstoffenheffing. De vraag over het Jongerenloket beantwoordt collega Van Zutphen. De heer Reijnders, SP (interruptie) Dit is een belastingtechnische uitwerking hoe dat werkt. Dat kan ik volgen. Maar vindt u het netto-effect dan rechtvaardig? Vindt u het rechtvaardig dat de woonlasten voor huurders procentueel steeds harder stijgen dan voor kopers? Dat was ook een vraag die ik had. Wethouder De Beer Ik leg alleen de systematiek uit. De systematiek is dus dat we kijken naar de kosten van de afvalstoffenheffing en het ophalen van afval en het verwerken daarvan. Die kosten worden verwerkt in het tarief.

Dat tarief mag niet meer dan kostendekkend zijn. Hetzelfde geldt voor het kostendekkend tarief voor de rioolrechten. Dat zijn de twee posten die we in eerste instantie vaststellen. Vervolgens kijken we wat nog de ruimte is om de ozb te laten stijgen. Als u zegt: ik vind dat eigenaren van woningen procentueel gezien meer zouden moeten betalen dan bijvoorbeeld huurders ... Ik leg alleen de systematiek uit. Ik laat het oordeel verder aan de politiek. De heer Reijnders, SP (interruptie) Ik snap de systematiek, maar soms als je een systematiek hebt waarvan je de uitkomst niet eerlijk of onrechtvaardig vindt, dan moet je wellicht naar de systematiek kijken. Ik zou dus graag iets meer een inhoudelijk oordeel horen over wat de uitkomst is van de systematiek. Ik zeg niet dat de woonlasten van een eigenaar altijd veel hoger moeten zijn, maar ze zouden op zijn minst min of meer gelijk moeten zijn. Dat zou toch wel het minste zijn, in ieder geval wat de SP betreft. Toch iets minder techniek. Hoe beschouwt u nou die uitkomst?

Pagina 59/198

De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Ik heb even een vraag. Op pagina 174 staat bij gemiddelde woonlasten eigenaar voor dit jaar € 824,38, wij woonlasten huurder staat voor dit jaar € 432,69. Dus in de lijn die de heer Reijnders vertelt zou dit totaal niet kloppen. Dan heb je het eigenlijk over het feit dat de woonlasten van de eigenaar bijna het dubbele zijn als van een huurder. Of begrijp ik dan de statistiek op pagina 174 en 175 niet? Wat dat betreft haalt het de hele stelling van de heer Reijnders faliekant onderuit. De heer Reijnders, SP (interruptie) Het voert misschien te ver om nu uitleg te geven over absolute aantallen, relatieve stijgingen en hoe dat iets op een lager bedrag procentueel echt anders uitpakt. Ik heb het hier niet over de bedragen, maar ik heb het over de procentuele kostenstijgingen. Daar zit in ieder geval de verklaring voor uw vraag. Wethouder De Beer Dat is ook zo. Als je van een kleiner bedrag de stijging neemt, dan is dat procentueel natuurlijk meer dan over het grote bedrag dat woningeigenaren betalen. We mij betreft zit de rechtvaardiging in de systematiek in dat de rioolrechten en de afvalstoffenheffing een heffing zijn die we ophalen voor het leveren van de dienst, namelijk de afvalophaal en -verwerking. Datzelfde geldt voor het gebruik van het riool.

De ozb is natuurlijk een veel generiekere belasting, want daar hebben we geen directe link richting een soort tegenprestatie vanuit de overheid. Dat is ook de reden dat de afvalstoffenheffing en de rioolrechten nooit meer dan kostendekkend mogen zijn, omdat het eigenlijk geen generieke belasting is zoals de ozb dat wel is. Daar zit eigenlijk het verschil. De huurder betaalt dus de rioolrechten en de afvalstoffenheffing. Daar krijgt hij ook de dienst voor geleverd. Overigens de woningeigenaar natuurlijk ook. De woningeigenaar betaalt daar bovenop nog de ozb, het eigenaarsdeel. In de systematiek vanuit het principe de totale woonlastenopbrengst hanteren we dat dit niet meer mag zijn dan de indexering. Dat leidt tot deze ontwikkeling. De voorzitter Laatste interruptie van de heer Reijnders op dit punt. De heer Reijnders, SP (interruptie) Ik wil nog wel even toelichten waarom de SP daar ook zo zwaar aan tilt. We weten dat gemiddeld - we hebben het altijd over gemiddeld - voor huurders het deel dat zij aan woonlasten kwijt zijn een heel stuk hoger is. Het is meer dan een derde van hun besteedbaar inkomen. Van kopers weten we dat dit iets minder dan een kwart is van hun besteedbaar inkomen. Dus als wij jaar in jaar uit de huurders zwaarder belasten, dan wordt dat beeld van het besteedbaar inkomen nog negatiever. Ik wil u twee dingen vragen.

Een: kunt u er heel goed naar kijken of die procentuele stijging niet op zijn minst gelijk getrokken kan worden of misschien zelfs een beetje in het voordeel van de huurders? En twee: ik zou heel graag nog wat beter willen begrijpen wat u aan het begin zei over de afgelopen 10 jaar. Kunt u daar misschien een onderbouwing van geven, zodat we daar misschien morgen in de tweede termijn nog bij stil kunnen staan? Wethouder De Beer Op beide vragen kunnen we uiteraard ja antwoorden. De voorzitter Gaat u verder. Wethouder De Beer

Pagina 60/198 Dan kom ik bij de bijdrage van de OPH. U vroeg: bent u bereid om in de primaire begroting extra geld te reserveren voor de behoefte van onze inwoners? In de afgelopen weken hebben we natuurlijk een aantal maatregelen aan u gepresenteerd rondom de energietegemoetkoming. Daar gaan we in de komende tijd ook mee door. We komen in de commissievergadering van 16 december met een zogenaamde energiemaatregelenmatrix waarin we ook nog een aantal extra maatregelen gaan aankondigen. Niet alleen voor huishoudens, maar met name ook richting andere doelgroepen, zoals verenigingen. Dat zal extra geld zijn wat we beschikbaar gaan stellen om tegemoet te komen aan behoeftes. Dat zit met name in de energiebehoefte. Als in 2023 rondom bepaalde doelgroepen extra zaken nodig zijn, dan zullen we daar met elkaar de discussie over moet voeren en moeten kijken of er ruimte te maken is binnen de begroting. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Het is een duidelijk antwoord. Ik heb een aanvullende vraag in dat kader. U hebt het over bepaalde doelgroepen. Dat snap ik. Er wordt ook altijd gekeken naar doelgroepen.

Kunt u zich ook voorstellen dat zich ook individuele situaties kunnen voordoen, waarbij mensen om wat voor reden dan ook tussen wal en schip vallen in de loop van volgend jaar? Zou u dan ook bereid zijn om, uiteraard kijkende naar bepaalde criteria, daar een beweging in te maken om te kijken of een soort noodfonds kan worden gecreëerd voor met name dat soort situaties? Wethouder De Beer Ik denk dat we dan moeten bekijken wat het juiste instrument is gegeven de problematiek die we constateren. Waarom zouden de bestaande instrumenten die we hebben tekortschieten? Ik denk dat we daar goed naar moeten kijken. Volgens mij kent u het college ook als zijnde flexibel en een college dat weet in te spelen op de noden en de actualiteit. Dus als dat aan de orde is, zijn we uiteraard bereid om daar met de raadscommissie of met de raad over van gedachten te wisselen en te komen met eventuele extra maatregelen. De voorzitter De heer Jansen, interruptie. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Mag ik nog heel even, in het verlengde daarvan, als dat mag? De voorzitter Gaat uw gang. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Dat is natuurlijk geen heel concreet antwoord. Natuurlijk verwacht ik altijd van een college dat het flexibel is en ook inspeelt op de actualiteit. Volgende week zitten we rondom het thema weer uitgebreid bij elkaar.

Dan zullen we er zeker nog op terugkomen. De heer Janssen, Jongerenpartij Heerlen (interruptie) Ik vind het natuurlijk hartstikke mooi dat de wethouder samen met zijn collega's op zoek is om nog meer doelgroepen te bedienen, in het verlengde van de e-knip, mag ik even aannemen, of wellicht andere maatregelen die we kunnen nemen. Ik kan me vergissen, maar ik heb niet in de begroting teruggezien dat daar al een reservering voor is opgenomen anders dan de 1,5 miljoen onvoorzien en de algemene reserve die we hebben. Zou dit dan vervolgens ook betekenen dat wat daar dan ook uit moge komen en welk bedrag dat dan ook zou mogen zijn, een verschuiving van de begroting 2023 zou betekenen? Wethouder De Beer

Pagina 61/198 Daar gaan we niet van uit. We komen dus met een pakket maatregelen en een financiële dekking daarvan uit de lopende begroting 2022. We presenteren op niet al te lange tijd ook de novembernota, waarin duidelijk zal worden dat ook financiële ruimte zit om dat dit jaar nog te doen. Dus dit wordt een eenmalig maatregelenpakket met een deel investeringen die ook op de langere termijn voordeel gaan opleveren voor partijen in de stad, waaronder de gemeente zelf ook. Maar de dekking zit in de begroting 2022. De Ouderenpartij vraagt naar de visie op de economische ontwikkeling van de stad en de regio. Wij komen binnenkort met de regiodeal, waarin we heel duidelijk laten zien wat de strategische kansen zijn in de regio en wat ook de noden zijn om de achterstanden verder in te lopen. Daar zit met name die visie achter. Ik denk dat het goed is om op basis van de commissievergadering die we volgende week met elkaar hebben als het gaat over bedrijventerreinenontwikkeling nog een keer scherp te kijken naar wat de prioriteiten zijn voor de komende tijd. Er is overigens een heel aantal vragen gesteld over de inflatie. Is die niet onverantwoord gekozen op een relatief laag getal? Als je het hebt over indicatoren zoals de inflatie, dan denk ik dat het heel erg belangrijk is om elk jaar een vast getal, een moment, een anker, te kiezen om dat op te baseren.

Wij doen dat dus aan de hand van de CPB-berekeningen in het voorjaar. Dit wordt vastgesteld op basis van de inmateriale overheidsconsumptie. Daarmee hebben we dus een getal dat we elk jaar gebruiken voor de indexeringen van onze uitgaves. Om te voorkomen dat de keuze van de inflatie een soort politiek instrument wordt en dan elk jaar te gaan zoeken, zo van: “Wat komt ons nou het beste uit? Is dat de consumentenprijsindex? Dan nemen we die. Of is het misschien het cijfer van het Centraal Planbureau dat ze in september publiceren? Dan nemen we die”. Met andere woorden, dan komen we op een soort slippery slope, zoals dat in het Engels heet, maar een beetje een glijdende schaal, waarbij we elke keer een beetje gaan marchanderen en politiek gaan zoeken wat het cijfer is dat ons het beste uitkomt. Ik denk dat dit niet de bedoeling moet zijn van stabiel en strak begrotingsbeleid. Dit zijn trouwens de cijfers die ook andere gemeenten hanteren bij hun begrotingen. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Het is bekend dat er verschillende cijfers en methodieken worden gebruikt. Dat maakt het natuurlijk niet helderder en overzichtelijker. Maar als je het cijfer dat in deze begroting wordt gebruikt, afzet tegen de andere cijfers die dan rondgaan, dan zie je op zijn minst een behoorlijk verschil.

Dan zou je op zijn minst een reëler cijfer kunnen gebruiken dan het argument "andere gemeenten gebruiken het ook" of "de provincie gaat daar ook mee akkoord". Hoe kijkt u daar tegenaan? Wethouder De Beer Dat is niet het enige argument. Ik noem met name het argument dat we jaarlijks vasthouden aan een vast momentum, een vast anker voor de doorrekening van inflatiecijfers. We constateren daar inderdaad een heel hoge bandbreedte in. We zien natuurlijk ook de actuele ontwikkeling. De vraag is: ga je dan een ander inflatiecijfer kiezen of ga je zomaar wat bijplussen? Of zeg je: de risico's die om het inflatiecijfer heen hangen, gaan we verwerken in de risicosimulatie? Dat hebben we dus gedaan. In de risicosimulatie bij deze begroting hebben we aangegeven dat de risico's veel groter zijn dan dat ze waren en dat dit dus ook noodzaakt dat onze algemene reserve wordt verhoogd. Dus als we volgend jaar een tegenvaller krijgen als gevolg van een hoger inflatiecijfer - wat misschien wel de verwachting is - dan kunnen we dat deels opvangen via de algemene reserve. Datzelfde geldt voor de energieprijzen. We rekenen in de begroting met een verdrievoudiging van de energielasten voor de gemeente Heerlen, maar in de doorrekening van de risicosimulatie gaan we zelfs uit van het 30-voudige.

Daar zit dan weer een bepaalde kans in, zo van hoe groot is de kans dat dit zich voordoet en wat betekent dit dan voor de algemene reserve die we moeten aanhouden? Als we het hebben over de risico's, dan zitten die allemaal in de risicosimulatie en zijn die vervolgens weer een afspiegeling van de algemene reserve die we dan aanhouden. De heer Janssen, Jongerenpartij Heerlen (interruptie)

Pagina 62/198 Het is helder, meneer De Beer, dat u die risicosimulatie dan in acht hebt genomen, maar dat roept dan gelijk de vraag op: leg het mij maar uit. Wat hebt u dan als cijfers genomen of als percentages waarmee u rekening hebt gehouden? Dat is een. Twee. Ik begrijp de jaarlijkse systematiek, maar volgens mij hebben wij na de oorlog geen tijd meer gekend zoals nu. Ik begrijp dat je vaak een vast ijkmoment neemt, maar bent u het niet met mij eens dat u op zijn minst ook in uw meerjarige begroting meer rekening had kunnen houden door wat duidelijker in te zoomen op de risicosimulatie die u in acht hebt genomen? Wethouder De Beer Ja, die zit in de paragraaf rondom de risico’s. Het is ook altijd in te zien voor raadsleden. De risicosimulatie is een vrij technische exercitie, maar de treasurer zal u graag ontvangen en een nadere toelichting daarop geven. Het is natuurlijk een heel pakket aan risico's. Wij zoomen nu in op de inflatie, de rente, energieprijzen, maar er zitten ook heel veel risico's rondom grondexploitaties. Die lopen soms ook af, worden minder of worden opnieuw gewogen. Naar aanleiding van dat totaalpakket risico's wordt vervolgens gekeken wat nodig is voor het aanhouden van de algemene reserve om uiteindelijk op het minimumgetal uit te komen van 0,8 dat we in termen van weerstandsvermogen aanhouden.

De voorzitter Nog een interruptie van de heer Janssen op dit punt. De heer Janssen, Jongerenpartij Heerlen (interruptie) Mijn laatste vraag. Binnen dat kader hebt u de risico's volledig in kaart gebracht. Vindt u het dan niet opmerkelijk dat u desondanks gewoon uw volledige wensenpakket als volledig college in deze meerjarenbegroting hebt opgenomen? Er zijn geen enkele concessies gedaan. Er wordt geschreven dat er niet wordt bezuinigd. Hoe valt dat te rijmen met hetgeen u hier nu vertelt? Welke maatregelen neemt u dan op het moment dat we onverhoopt in een slecht scenario terechtkomen?

Wethouder De Beer U veronderstelt dat 100% van de collegewensen zijn gehonoreerd. Ik zou bijna zeggen: was dat maar waar. We hebben ons natuurlijk ook gewoon te verhouden tot de financiële kaders. Aan de voorkant hebben we geïnventariseerd wat de beschikbare begrotingsruimte is en wat de wensen zijn op de verschillende domeinen. Ik denk dat ik namens alle collega's spreek, inclusief mijzelf, dat onze wensen ten aanzien van investeringen en snelheid maken voor de stad nog veel groter zijn dan hetgeen in het boekwerk staat. Maar we kunnen niet alles tegelijk. We hebben te maken met financiële kaders en met planning. Hier staat dus wat wij denken dat realistisch is om in de komende jaren met elkaar te gaan doen. De heer Jacobs, Forum voor Democratie (interruptie) De wethouder had het over 30 keer meer energiekosten en dat het in de begroting is opgenomen. Aan welk concreet bedrag moet ik dan denken? Wethouder De Beer In de begroting hebben we gerekend met 1,6 miljoen extra energielasten. Dat was de verdrievoudiging van de energielasten. In de risicosimulatie is gerekend met het 30-voudige daarvan. Dat wordt dan weer vermenigvuldigd met de kans dat dit zich voordoet. Dat maakt het bedrag weer lager. Ik zou zeggen: u kunt het beste de risicosimulatie gaan inzien. Dan kunt u precies alle parameters tot achter de komma bekijken om te zien hoe dat werkt.

Of wellicht kunt u via de commissie WFA een keer om een toelichting vragen. De Jongerenpartij vroeg of er geen prioritering hoeft te komen met betrekking tot de begroting. We hebben het aangegeven dat er een prioritering aan vooraf is gegaan door het college, waarin we hebben gezegd: dit is wat wij verantwoord en wenselijk vinden om te doen in de stad binnen de gegeven tijdsperiode en

Pagina 63/198 binnen de begrotingsruimte. Dus dit is eigenlijk de prioriteitenlijst die wij als college voorleggen aan de raad. U kunt die overnemen, omarmen, vaststellen. Maar u kunt er natuurlijk ook eigen keuzes in maken. Dat is aan uw raad zelf. Partij Hoensbroeks Belang geeft aan: wij zouden eigenlijk willen inzetten op een nullijn, investeringen uitstellen en dan vervolgens de woonlastenontwikkeling op nul zetten. Wij vinden dat niet reëel. Wij hebben qua woonlastenontwikkeling behoorlijk het minimum proberen te zoeken. Het uitstellen van investeringen leidt niet meteen tot financiële ruimte. Heel veel investeringen worden vervolgens pas verwerkt in de begroting na oplevering. Als de investering is gedaan, gaan de kapitaallasten pas lopen in het jaar na oplevering. Met andere woorden, als ze nu zouden uitstellen, dan heeft dat waarschijnlijk pas effect in de Begroting 2024 en niet zozeer in de Begroting 2023. U vroeg ook naar de ontwikkeling van de Aldi op De Dem. Er komt een memo richting uw commissie, waarin we inderdaad bevestigen dat de supermarkt richting de markt gaat. Samen met de eigenaar van de locatie zullen we bezien wat we verder op die locatie kunnen doen, althans wat hij of zij kan doen. Het probleem met Tennet wordt in de begroting geadresseerd.

U vroeg: het was toch opgelost? Ja, op korte termijn lijkt er verlichting te zijn door de administratieve ruimte die op het net is in te zetten voor verdere groei en uitbreiding. Alleen op middellange termijn lopen we wel degelijk aan tegen de beperkingen van de infrastructuur zelf. Die moet worden opgelost door grotere investeringen met name vanuit het Rijk. De PVV vroeg naar het herstelplan met de provincie. Dat is overigens afgerond in december 2021. De essentie van dat herstelplan was dat de algemene reserve weer op het peil moet komen van het weerstandsvermogen van 0,8. Dat hebben we vorig jaar december gehaald. Daarmee is de procedure rondom het herstelplan met de provincie afgerond. Het was overigens niet zo dat we onder curatele stonden of dat een artikel 12 gemeente waren, dat we preventief toezicht hadden en dat we alles aan de voorkant moesten laten goedkeuren. Dus dat was helemaal niet aan de hand. We hebben er een aparte afspraak gehad met de provincie rondom het herstel van de reservepositie. Die hebben we stapsgewijs in goede samenspraak met de provincie afgerond. Wat is de actie om de schuld per inwoner te verminderen? Als je kijkt naar de schuldontwikkeling in de begroting - dat is de paragraaf waar de schuldratio staat, de schuld per inwoner, de schuldquote - dan zie je dat deze inderdaad verder oploopt na 2023 en 2024. Daarna loopt hij weer langzaam af.

Dat heeft te maken met de investeringen die wij in de komende tijd met elkaar gaan doen. Daar ligt natuurlijk ook de vraag aan ten grondslag: is schuld nu per definitie iets slechts? Velen van ons hebben een schuld in de zin van een hypotheek. Die is vaak het veelvoudige van het jaarinkomen. Zo investeert de gemeente ook. Daar staat een bezit tegenover. Met andere woorden, als wij veel investeringen doen in de stad ten gunste van onze inwoners, dan moeten wij dat financieren. Dan doen wij dat voor een deel door vreemd vermogen aan te trekken, net zoals elk ander huishouden en elk ander bedrijf dat ook doet. Als je dus uitkomt op 80% schuldquote dan hebben we het erover dat de schuld ongeveer 80% is van onze begroting. Die schuld hoeft natuurlijk niet in één keer te worden afgelost. Dat gaat geleidelijk via een aflossingsschema. Dat zijn heel veel verschillende leningen met verschillende looptijden die we ook iedere keer weer gaandeweg kunnen en doen herfinancieren. Dan komen we wel op het punt van de oplopende rente. De heer Jacobs, Forum voor Democratie (interruptie) Even kijken of ik het goed volg. De wethouder zegt: op het moment dat ik investeringen doe en ik zet daar schulden tegenover, dan gaat de schuldquote omhoog.

Maar als ik voor € 100 investeer en ik ga daar een schuld van € 100 voor aan, dan blijft die schuldquote toch gelijk? Wethouder De Beer De schuldquote die hier in de begroting staat, is het percentage van de begroting. Het is dus eigenlijk de schuld afgezet tegen de exploitatie. Je zou kunnen zeggen dat de begroting, inkomsten en uitgaven, de exploitatie is.

Pagina 64/198 De heer Jacobs, Forum voor Democratie (interruptie) Sorry, ik bedoel de schuldratio. Wethouder De Beer De schuldratio. De heer Jacobs, Forum voor Democratie (interruptie) Met andere woorden, ik investeer voor € 100, ik ga voor € 100 een lening aan, dan blijft volgens mij mijn schuldratio toch gelijk? Wethouder De Beer Ja, op het moment dat je één keer een investering doet. Maar de gemeente is natuurlijk voortdurend aan het investeren. Bepaalde investeringen zijn ook op enig moment afgeschreven, afgelost. De heer Jacobs, Forum voor Democratie (interruptie) Dat ben ik gedeeltelijk met u eens. Maar nogmaals, als ik € 100 investeer en ik ga een schuld voor € 100 aan, verandert mijn schuldquote niet. Als ik voor 1 miljoen investeer en ik ga daar een lening voor 1 miljoen voor aan, verandert mijn schuldquote ook niet. Ik snap dus eerlijk gezegd niet helemaal het verhaal. Wethouder De Beer Ik kom daar in de loop van de eerste of tweede termijn even schriftelijk op terug. Dan zoeken we even de voorbeelden erbij waardoor het wat makkelijker praten wordt. De schuld neemt gaandeweg dus ook wat af, omdat de intensivering van de investering en de financiering met vreemd vermogen in de komende jaren daarna dus ook weer afnemen. De PVV vroeg ook nog naar de financiële mutaties en dat de raad deze moet goedkeuren. Dat klopt. Dat doet u via begrotingswijzigingen.

Soms zijn dat expliciete voorstellen die wij aan u voorleggen. Het is eigenlijk een afwijkingsbesluit op de begroting om een afzonderlijke begrotingswijziging vast te stellen. Maar er zijn ook heel veel begrotingswijzigingen die u voorstelt via de zomer- en de novembernota, in de zogenaamde afwijkingenrapportages. Daarin maken we inzichtelijk waarin de wijzigingen zitten ten opzichte van de primitieve begroting. Die leggen wij dan als een verzamelbesluit aan u voor. De heer Bosch, PVV (interruptie) Begrijp ik het goed dat we iedere wijziging dan toch nog zien of is het zo dat we een bepaalde hoogte van het bedrag niet meer terugzien? Hoe hoog is dan dat bedrag waar u niet voor naar ons komt? Wethouder De Beer Wij komen voor alle bedragen naar u toe.

De heer Bosch, PVV (interruptie) Alle bedragen? Dus groot of klein, het maakt niet uit. U komt voor alle bedragen terug naar de raad. Dat wordt allemaal inzichtelijk gemaakt. Wethouder De Beer Ze worden inzichtelijk gemaakt op het niveau van programma's of kernthema's. De raad stelt de begroting vast op programmaniveau. Ik kijk even naar de griffier of ik het goed zeg. Er zitten subonderdelen in op kernthemaniveau. Omwille van de rechtmatigheid moeten alle mutaties lopen via goedkeuring door de raad. Alleen de momenten en de wijze waarop u dat doet, kunnen dus verschillen. Dat kan zijn bij een afzonderlijk voorstel. Dan is het heel expliciet. Dat kan ook zijn via bijvoorbeeld de Zomernota of dadelijk via de novembernota. Dan worden de afwijkingen per programma ook nader gespecificeerd. Dan nemen

Pagina 65/198 we in één klap het besluit om de begroting bij te stellen. De afwijkingen die daarna vaak komen, worden nog een keer voorgelegd via de jaarrekening. Dan de VVD. Hoe realistisch is de inflatie in deze begroting? Ik heb net aangegeven dat de risico's rondom de inflatie zijn ... De heer Hoogers, PVV (interruptie) Ik heb een kleine vraag. Ik dacht dat de wethouder Economie ook de coördinatie van Heerlen-Noord onder zich had. Gaat u ook nog verder in op Heerlen Noord? Wethouder De Beer Dan stel ik toch voor dat u die vraag nog even herhaalt. De heer Hoogers, PVV (interruptie) Wij hadden de volgende vraag gesteld. We hebben onze zorgen geuit. Als de financiële middelen die de gemeente heeft voorgefinancierd voor Heerlen-Noord uitgeput zijn, waar heeft Heerlen dan in deze begroting middelen gereserveerd om verdere financiering voort te zetten? Of gaat het college een inhaalrace starten op het moment dat het te laat is, zoals dat eerder is gebeurd met het verloederen van onze wijken. Dat waren de vragen. Wethouder De Beer Er zit geen extra geld voor Heerlen-Noord in de begroting, even los van de bedragen die erin genoemd zijn. We hebben wel met elkaar afgesproken dat we op basis van de voorstellen die bijvoorbeeld uit de samenwerking van de alliantie komen, per project gaan kijken hoe wij daar financiering voor aantrekken. Soms is dat een rijkssubsidie.

In het verleden was het ook nogal eens geld vanuit de provincie. Vaak is daar weer cofinanciering voor nodig. Dan kijken we naar onze reguliere budgetten die we in de begroting al hebben staan. In hoeverre kunnen die matchen met extern geld? Dat is wel een continu proces van zoeken hoe we bepaalde voorstellen en plannen in het kader van Heerlen-Noord gefinancierd krijgen. Maar er zitten dus wel degelijk gelden opgenomen in de begroting, bijvoorbeeld het programmabudget van een half miljoen. Er zit geld in rondom sociaal veilig. Er zit geld in rondom het inlopen van achterstanden in het groenonderhoud. Die bedragen zitten er wel in, maar bepaalde ambities rondom Heerlen-Noord zijn veel groter dan dat. Daar zullen we ook weer opnieuw de uitdaging aangaan om daar geld voor te gaan zoeken. De heer Hoogers, PVV (interruptie) Ik vind het een redelijk summier antwoord. Is de wethouder het er niet mee eens dat de aanpak van Heerlen-Noord de grootste opgave is die wij in de komende periode aangaan? Wethouder De Beer Ja, dat lijkt me wel. Het is een aanpak die ongeveer twee derde van de gemeente Heerlen beslaat. Het is een problematiek waar we ook van zeggen dat die zo diepgaand is dat het een aanpak vergt van 25 jaar. Een aanpak die we samen moeten organiseren met een hele waaier aan alliantiepartners, omdat we dit als gemeenten afzonderlijk niet opgelost krijgen.

Met andere woorden, dat is een mega ambitie die we hebben neergelegd. Daar moeten we gaandeweg zoeken welke middelen we op welk project het beste voor elkaar kunnen boksen. Soms doen we zelf investeringen rondom de bovengrondse vakschool en soms halen we geld binnen via het Rijk als het gaat over de Rijke Schooldag of over andere projecten. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Wij horen niets van de gelden die wij op bepaalde tijden van het Rijk zouden krijgen. Hoe zit dat in elkaar? Hoe is het overleg met het Rijk over wanneer zij hier instappen en die gelden ter beschikking stellen? Wethouder De Beer

Pagina 66/198 Het liefste hadden wij het antwoord van het Rijk gekregen: wij hebben 200 miljoen of 300 miljoen gereserveerd voor Heerlen-Noord. Dat antwoord hebben we helaas niet gekregen uit Den Haag. Men heeft wel gezegd dat in het regeerakkoord en in de financiële paragraaf van het regeerakkoord zo veel extra middelen zitten die raken aan de opgave van Heerlen-Noord dat er heel veel kans is om geld op te halen in Den Haag. Maar dat moet dan elke keer op basis van een project, een programma of een afzonderlijke aanpak. Dus de ene keer trek je geld weg bij het ministerie van OCW voor de Rijke Schooldag. Dat is recent gebeurd. De andere keer trek je weer geld weg uit het Volkshuisvestingsfonds. De andere keer trek je weer geld weg bij het ministerie van SZW. Soms kun je weer cofinancieren via de regiodeal. Dat zijn we van plan. De regiodeal 2.0. Dat is een ingewikkeld en complex spel dat wij met elkaar aan het spelen zijn om vooral te zoeken naar de beste aanknopingspunten om zo veel mogelijk geld binnen te halen. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Juist omdat het zo complex is en zo'n enorme opgave is en het over zo'n lange periode loopt, en omdat het zo diffuus is uit welke potjes de subsidiegelden komen, Rijk, voorfinanciering en noem maar op.

Zou het dan niet ook aangebracht zijn om met name voor Heerlen-Noord een aparte boekhouding bij te houden en ons daar regelmatig over te informeren als raad? Zodat we in ieder geval ook het overzicht houden. Nu zit het overal een beetje. Je raakt het totale overzicht kwijt. Ik zou graag zeker op zo'n belangrijk onderdeel met name het financiële deel willen volgen. Wethouder De Beer Ik denk dat dit ook niet zo’n probleem hoeft te zijn. Wij zijn als gemeente een van de alliantiepartners. Maar als het gaat over de ambities van Heerlen-Noord, dat is een behoorlijk stevig pakket, maar wel redelijk overzichtelijk. Daar hangen een aantal specifieke projecten onder. Op 17 november hebben we een raadsinformatieavond over Heerlen-Noord. Daar zal de programmadirecteur ook nog een keer toelichten welke projecten er lopen onder de programmalijn. Mij lijkt het een 'koud kunstje' om aan te geven hoeveel geld er nou op zo'n project loopt en wat eventueel de gemeentelijke bijdrage daarin is. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) Dat begrijp ik. Het gaat mij niet alleen om per project, maar ook op het totaal. Hopelijk is het weliswaar een afgebakende kortere periode geweest rondom de coronaproblematiek. Ook daar hebben we een aparte boekhouding bijgehouden.

Ik denk dat het zeker in dit geval aangebracht zal zijn om dat totaaloverzicht en ook het verloop daarvan goed inzichtelijk te houden. Ik zou het op prijs stellen als u daar een toezegging op zou willen doen. Wethouder De Beer Dat is heel ingewikkeld. Als het bijvoorbeeld gaat om een aanpak in een wijk en er komt geld vanuit het volkshuisvestingsfonds, dan zou je kunnen zeggen: we hebben een bepaald project en daar kunnen we Rijksgeld aan labelen. Dat is allemaal prima inzichtelijk te maken. Maar op het moment dat alliantiepartners worden uitgedaagd om daar in het kader van zo'n wijkaanpak vanuit hun reguliere middelen ook weer op aan te sluiten, dan wordt het toch weer wat ingewikkelder. Als het gaat over het onderhoud van de openbare ruimte, veel dingen zitten dan in onze reguliere begroting. Die gaan we dan aan zo'n project haken. Is dat dan het geld van het project? Nee, het is eigenlijk het geld dat in onze reguliere begroting zat. We hadden dat toch uitgevoerd, maar we hebben het misschien een beetje naar voren gehaald in het kader van dat project. Als het gaat over de inzet van Werk voor Heerlen wat onderdeel is van de Bovengrondse Vakschool, haakt dat voor een deel aan op de doelstellingen van Heerlen Noord, maar het is ook weer een afzonderlijk instituut dat ook voor heel Heerlen werkt.

Je moet dus ook uitkijken dat je niet te snel zegt: dat heeft met Heerlen Noord te maken of die zijn daar ook in Heerlen Noord bezig, dus heeft het totale bedrag te maken met het programma Heerlen Noord.

Pagina 67/198 De voorzitter De heer De Groot, derde en laatste interruptie op dit punt. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen (interruptie) U geeft eigenlijk net de argumentatie waarom het dus wel van belang is om de boekhouding zodanig in te richten dat die inzichten helder zijn. Ik snap heel goed dat het ingewikkeld is. Dat begrijp ik heel goed. Als u geen toezegging kan doen, dan overwegen wij toch een motie op dit punt in te dienen. De heer Pauwels, CDA (interruptie) Toen we het project Heerlen Noord aanvlogen, scheen de zon nog. Toen ging het heel voorspoedig, zo werd ons voorgesteld. We hadden niet de eerste de beste als kwartiermaker: Lodewijk Asscher. Je rekende vanuit die positie ook op een flinke pot geld en nu moeten we overal daar wat plukjes halen en daar wat plukjes halen. Heeft dat niet een ernstige rem op de looptijd, ook al is die nogal lang, van het project? Ik ben er wel bang voor dat dit gaat gebeuren. Misschien bent u het niet met mij eens, maar dat hoor ik dan graag. Wethouder De Beer Het heeft voor- en nadelen. Het nadeel is dat je je elke keer moet inspannenom geld op te halen in Den Haag rondom een bepaald project. Aan de andere kant houdt dat de alliantiepartners, inclusief de gemeente, ook scherp om met goede plannen te komen.

Elke keer als je het geld binnenhaalt, of dat nou ging rondom de Rijke Schooldag of rondom volkshuisvestingsfonds of andere, dan kun je elke keer met elkaar dat moment vieren en denken: het is ons weer gelukt en nu gaan we weer verder naar de volgende fase. Als je in een keer een pot geld krijgt dat je kunt verdelen, dan verdeel je dat in één klap en dan is het feestje misschien na een week gevierd. Je zou kunnen zeggen dat dit misschien het voordeel is van deze systematiek. Maar aan de andere kant remt ons dit natuurlijk ook. Je moet elke keer weer zoeken naar partners. Je moet overleggen met een afzonderlijk ministerie dat elke keer nieuwe voorwaarden stelt of andere voorwaarden heeft ten opzichte van een andere regeling. Dat maakt het wel heel erg ingewikkeld. Wij hadden veel liever gewoon een generiek bedrag gelabeld aan Heerlen-Noord en het liefst ook nog meerjarig. De heer Hoogers, PVV (interruptie) Als PVV vinden we het in ieder geval goed om te horen dat het de grootste opgave is dat twee derde van Heerlen beslaat. Wij onderstrepen ook wat de Ouderenpartij net aandraagde, namelijk dat de openheid misschien wel het belangrijkste is voor dat hele project. Maar we zijn bijna een jaar verder. Het blijft te summier allemaal. Hoeveel geld gaat er nu om? Waar komt dat geld vandaan? Wat zijn de bedragen? Het blijft allemaal heel summier.

Wethouder De Beer De bedragen die er nu in omgaan, zijn ook nog redelijk summier. We halen dus geld binnen op bepaalde projecten. We hebben geld gestoken in het programmabureau en hebben daar nu programmabudget aan gelabeld voor een half miljoen voor het komende jaar in 2023. Maar de echt grote uitdaging zit hem inderdaad om dadelijk voor goede plannen, goede projecten gezamenlijk met die alliantie nog veel meer geld binnen te halen. Het is dus gewoon complex. U zegt: transparantie is belangrijk. Wij zijn ook zeker niet tegen transparantie. Natuurlijk zijn wij daar voor. Ik geef alleen maar de waarschuwing af dat bepaalde inzet door de gemeente of door andere alliantiepartners wordt gedaan die ze normaliter ook zouden doen en die soms omgebogen of ingezet worden in het gebied Heerlen-Noord. Dan is de vraag: moet je dat allemaal labelen aan Heerlen-Noord? Of zeg je: vanuit dat programma Heerlen-Noord hebben we een aantal projecten. Wij kunnen precies duiden wat het bedrag is dat aan zo'n project hangt. Ik denk dat dat met name de inzet zou moeten zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Heerlen&id=15cdb57b-22e5-4043-b670-aec321cc7ff5