Conceptnotulen raadsvergadering d.d. 5 en 6 november 2025
Tekst van het document
Zoals u weet, ligt het hart van PHB in Hoensbroek. De visie ligt er: het centrum als de huiskamer van Gebrook. Maar visie alleen is niet genoeg. Het gaat om doen, om tempo en om doorzettingskracht. Onze inwoners hebben lang geduld gehad – ze willen nu concrete resultaten zien: een levendig, veilig en aantrekkelijk centrum en een Hoofdstraat zonder problemen. Een belangrijke basis voor succes hiervoor is de samenwerking met ondernemers, verenigingen, bewoners en alle betrokken partijen. Natuurlijk zijn we blij met de reservering van vijf miljoen euro voor het centrumplan Hoensbroek – een mooie stap vooruit. Maar maak wel inzichtelijk hoe dat geld per project wordt besteed; dat versterkt het vertrouwen van inwoners en van deze raad. Elke investering in dit gebied moet passen binnen de visie van Hoensbroek Centrum 2034. Dus geen losse ingrepen, maar bouwen aan een stevig fundament voor de toekomst van Os Gebrook. Een mooi voorbeeld is nu het voornemen om ook het Gevelfonds in Hoensbroek te activeren. Dat is iets waar we al heel lang voor geijverd hebben. Voorzitter, een belangrijk onderdeel van dat fundament is veiligheid. Het blijft jammer dat de realisatie van het veiligheidshuis is vertraagd door welgezegd één vleermuis. Hoever kunnen we doorschieten? Pas halverwege 2026 kan men echt aan de slag.
Dat is teleurstellend, want juist dit project is van groot belang voor Hoensbroek en voor de regio. Wij vragen het college om alles op alles te zetten om verdere vertraging te voorkomen en ondertussen de samenwerking tussen partners te versterken, want veiligheid is niet alleen een gebouw – het is vooral een gevoel. Dat gevoel moet er ook zijn vóórdat het veiligheidshuis zijn deuren daadwerkelijk opent. PHB maakt zich ook zorgen over de buurtstichtingen. We zien dat er steeds meer gestopt wordt met buurtstichtingen sinds het beleid is veranderd. De kracht van Heerlen ligt in haar wijken – in mensen die elkaar kennen, helpen en samen iets van hun buurt willen maken. Buurtstichtingen zijn het cement van onze stad. Als ze verdwijnen, verliezen we méér dan een organisatie – dan verliezen we een stukje van de ziel van Heerlen. Wij vragen het college: hoe zorgen we dat deze lokale kracht behouden blijft? Niet alleen met geld, maar met vertrouwen, visie en nabijheid, en vooral: geen doolhof aan regels. Voorzitter, we willen ook benoemen wat goed gaat. We waarderen de rondgangen in de wijken door het college. Dat is precies de betrokkenheid waar PHB al jaren voor pleit: luisteren naar wat er leeft. Maar luisteren is stap één – doen is stap twee. Zorg dat gesprekken met bewoners ook leiden tot daadwerkelijke verbeteringen in de wijk.
Pagina 21 van 195
Daarnaast pleit PHB voor een gemeente die dichtbij is – niet alleen digitaal, maar ook fysiek: met loketten in de buurt en medewerkers die actief meedenken en niet alleen doorverwijzen. Een onderwerp dat PHB al vaker heeft benoemd, is het Lomahuis. Wij en vele omwonenden maken ons zorgen over dit pand. Het is een doorn in het oog van de buurt. Wij vragen het college te onderzoeken of het mogelijk is de rijksmonumentenstatus te verwijderen, zodat er eindelijk iets kan gebeuren, hetzij doorontwikkeling of sloop. Hiervoor dienen wij een motie in. PHB is trots op wat de afgelopen jaren is bereikt samen met de coalitie en soms onder moeilijke omstandigheden, maar we waarderen ook de samenwerking met de oppositie. Nu we het er toch over hebben, zou ik graag vragen aan Jeroen om even te zorgen voor datgene wat we afgesproken hebben. We laten het zo even zien. We verschillen weliswaar soms van mening, maar respect en waardering voor elkaar blijven onze kernwaarden. De casus Zuyderland heeft bewezen dat samenwerking mogelijk is en dat geeft hoop voor de toekomst, maar we zijn er nog niet. Nu is het moment om door te pakken. Niet met nog meer visies, maar met uitvoering van wat er al ligt. Met de aandacht voor het centrum en voor onze wijken. Investeren in wat mensen zien en voelen – daar ligt onze prioriteit. Voorzitter, ik ga langzaam afronden.
Dit jaar is het jaar van het cultureel erfgoed. We zouden geen PHB zijn als we geen aandacht vroegen voor het cultureel erfgoed in Gebrook. Daar komt mijn assistent. Kijk, er is wel samenwerking. Er zijn projecten waarover al vaak is gesproken – door de heemkundevereniging, door ons en ook door collega raadsleden – maar op de één of andere manier blijven die hangen in de afronding. Dat werkt frustrerend en demotiveert de mensen die er veel tijd en energie in steken. Om de voortgang te motiveren, bieden wij de wethouder deze roll banner aan die de projecten in Hoensbroek visualiseert. De bedoeling is dat deze een prominente plaats krijgt in zijn werkkamer, zodat hij dagelijks eraan wordt herinnerd om deze te voltooien. We geven hem dan ook symbolisch een marker om de projecten af te vinken zodra ze gerealiseerd zijn. Dus wethouder, met de volgende beschouwingen hoop ik een heleboel vinkjes te zien. Tot slot, voorzitter: PHB steunt deze begroting, omdat ze in balans is, perspectief biedt voor inwoners en ruimte laat voor onze wijken. Ze doet recht aan wat voor ons het belangrijkste is: een leefbare, veilige en sociale gemeente met oog voor elke buurt, een sterke openbare ruimte en natuurlijk een warm hart voor Hoensbroek.
Ik wil eindigen met een dankwoord aan onze collega-raadsleden, aan het college en natuurlijk aan onze griffie voor hun inzet, ondersteuning en toewijding het hele jaar door. Teun, vanaf deze kant beterschap. Dank u wel en tot zover onze eerste bijdrage. De voorzitter Dank u wel. Vragen? Ik zie meneer Reijnders. Ik begin met mevrouw Géron. De heer Daamen, Partij Hoensbroeks Belang Dat is mooi. De voorzitter Mevrouw Géron. Mevrouw Géron, Partij voor de Dieren Dank u, voorzitter. We kennen PHB echt wel als een redelijke partij en niet zo bloeddorstig. De vleermuizen in het Veiligheidshuis zitten u dwars. Dat snap ik, maar onder de Omgevingswet is het een wettelijk beschermd wezen. Hoe denkt u daar echt over? De heer Daamen, Partij Hoensbroeks Belang
Pagina 22 van 195
Heel eerlijk, mevrouw Géron, ik heb u heel graag, maar ik vind dat we met sommige diertjes echt wel door zijn geslagen. De voorzitter Daar komt de terug liefdesverklaring. Mevrouw Géron, Partij voor de Dieren U hoeft mij niet aardig te vinden, maar die vleermuizen verdienen bescherming en daar zijn genoeg vredelievende oplossingen voor, dus graag aandacht daarvoor. De voorzitter Meneer Verreck. De heer Verreck, Partij van de Arbeid Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik heb nog een heleboel te vragen over die banner, want volgens mij hebben hier de vorige keer van die fantastische vlaggetjes gestaan. Toen brak er vervolgens een enorme discussie uit in de raadszaal en op social media over wat nu de echte vlag van Hoensbroek is. De voorzitter Mensen, het is lastig te horen als we allemaal kletsen. De heer Verreck, Partij van de Arbeid Dus ik weet niet of dit wel de echte vlag van Hoensbroek is die hier staat of toch een andere. Ik zou eerst vragen: ga nu in Hoensbroek vaststellen wat de echte vlag van Hoensbroek is en publiceer die dan, maar zorg wel dat … De heer Daamen, Partij Hoensbroeks Belang Voorzitter, ik denk … De heer Verreck, Partij van de Arbeid Mag ik mijn verhaal afmaken? De heer Daamen, Partij Hoensbroeks Belang Maak af. De heer Verreck, Partij van de Arbeid Dank u wel.
Publiceer hem dan en maak hem dan terug met die banner, maar niet met een vlagje die ter discussie staat of die wel of niet echt is. De heer Daamen, Partij Hoensbroeks Belang Voorzitter, de discussie gaat nu niet om de vlag en of die wel of niet goed was. Volgens mij heeft het college daar heel uitgebreid antwoord op gegeven en vooral gemotiveerd met: gebruik ze vooral bij een gemeentehuis en bij een kasteel. Dat is precies datgene waar we voor oproepen. De voorzitter Dank u wel. Meneer Van den Berg.
Pagina 23 van 195
De heer Van den Berg, VVD Voorzitter, ik dank de heer Daamen als voorvechter van Hoensbroek met zijn bijdrage daarin, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat hij toch ook wel bij het schrijven van dit stuk de nodige frustratie heeft over datgene wat hij heeft opgeschreven. Ik duid daarmee op de motie die in maart van dit jaar is aangenomen waarbij we het college opgeroepen hebben om voor de algemene beschouwingen een onderzoek te doen naar de beste locatie van het gemeenschapshuis en het cultuurgebouw en ook voor de algemene beschouwingen de nadere financiële onderbouwing te presenteren voor de plannen van Hoensbroek Centrum. U refereerde daar ook al aan. Wat vindt u ervan dat het college helemaal niks gedaan heeft met een unanieme motie die door deze raad is aangenomen? Overigens niet door u, maar ik kan me voorstellen dat u dat wel vindt. De heer Daamen, Partij Hoensbroeks Belang Dat is ook een oproep als u goed geluisterd heeft, in mijn inbreng. Dat is dat wij heel ijveren op daadwerkelijke uitvoering. Er zijn genoeg plannen gemaakt. We moeten niet blijven onderzoeken om te onderzoeken, maar we moeten het dan vooral concreet oppakken. De voorzitter Dank u wel. Meneer Reijnders. De heer Reijnders, SP Dank u, voorzitter.
Een gloedvol Hoensbroeks betoog waarbij ik één deel een beetje onbevredigend vond eerlijk gezegd, namelijk dat er een aantal prioriteiten wordt gesteld. Hoensbroek Centrum is daar superbelangrijk, ook de Hoofdstraat. Dan vervolgens wordt helemaal uiteengezet hoe belangrijk dat centrum is. Heel goed, maar rond de Hoofdstraat helemaal niet. Vervolgens mij is daar heel veel urgentie en zijn er allerlei bijeenkomsten geweest waar een heel aantal raadsleden bij zijn geweest. Ikzelf niet, maar ik sta hier wel een lans te breken voor de problemen daar. Alleen ik hoor u eigenlijk niet echt vertellen wat u vindt dat er nu zou moeten gebeuren en op welke termijn. De heer Daamen, Partij Hoensbroeks Belang Voorzitter, gelukkig hebben wij nog een tweede termijn, want wij kregen niet alles in de eerste termijn en daar komen we nog heel uitgebreid op terug. Ik denk dat iedereen weet hoe wij in die wedstrijd staan. De voorzitter U heeft maar vijf minuten voor die tweede termijn. De heer Van den Berg, VVD We zitten hier nu. Deze vraag kwam op uit het betoog uit de eerste termijn. Wellicht kunt u alvast een stukje toelichten. De heer Daamen, Partij Hoensbroeks Belang Het stukje waart u naar refereert is heel simpel. Er moet echt wel doorgepakt worden in de problematiek van de Hoofdstraat. Er moet ook echt een afstapeling zijn van de zorg, maar dat zal u niet verbazen.
Daar pleiten we al heel lang voor. Dus daar gaan we zeker naar refereren in de tweede termijn. De voorzitter
Pagina 24 van 195
Dank u wel. Meneer De Groot. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Dank u. Uiteraard is het een gloedvol betoog en met name voor Hoensbroek. Dat is heel begrijpelijk, meneer Daamen. Ik moet ook een compliment geven dat u altijd op een creatieve manier die belangen onder de aandacht brengt. Ik ben ook heel blij met het feit dat u net als wij ook aandacht vraagt voor het op sterkte houden van de buurten en veiligheid natuurlijk, zoals ook diverse sprekers hebben gedaan. Maar wat ik me wel afvraag, is: de checklist cultureel erfgoed Gebrook. Cultureel erfgoed valt ook onder de paraplu van cultuur. Als je kijkt naar het budget dat we nu besteden voor cultuur en je daar nog een aantal dingen extra aan wil gaan toevoegen, zegt u dan: dan moet dat budget maar opgehoogd worden of zegt u: dan moet er misschien toch een herverdeling van prioriteiten plaatsvinden? De heer Daamen, Partij Hoensbroeks Belang Het mooie van dit verhaal is dat er diverse particulieren initiatieven zijn die eigenlijk al bijna met financieren rond zijn om te concretiseren. Dus er zijn particuliere initiatieven die daaraan willen bijdragen om het voor elkaar te krijgen. Het is alleen een kwestie van afronding. Een kwestie waar we tegenaan lopen, is bijvoorbeeld de juiste vergunningen krijgen en dat het ergens geplaatst mag worden. Dat soort zaken is waar men tegenaan loopt. Dus het is een combinatie van.
De voorzitter Dank u wel. Dan bent u bedankt, volgens mij. Dan ga ik naar meneer Hoogers van de PVV. De heer Hoogers, PVV Voorzitter, vandaag beginnen wij met een lach en een traan. Een lach, omdat Heerlenaren onverwoestbare mensen zijn, zelfs na de mijnsluitingen en rampzalig gemeentelijk beleid blijven wij een stad waar veerkracht in de genen van onze inwoners zit. Maar uiteraard ook een traan, want onze weerstand tegen financiële tegenslag kruipt richting een ernstige lastige score. We zijn niet meer tegen het randje failliet, maar wel bijna failliet. Het weerstandsvermogen moet minimaal 0,8 blijven om maar niet om te vallen. Laten we duidelijk zijn, 0,8 is een cijfer waarbij je hoopt dat de docent een goede dag heeft. Het financieel fundament is dus niet sterk. Het bibbert. Voorzitter, terwijl in het land en ook in onze stad de financiële zorgen blijven toenemen, zien onze Heerlenaren de rekening verder oplopen. De woonlasten van onze hardwerkende gezinnen stijgen dit jaar weer met 5 procent. De grafrechten stijgen met 2,6 procent. De horecarechten stijgen met 2,6 procent. De omgevingsvergunningen stijgen met 2,6 procent. De Algemene Dienstverlening stijgt met 2,6 procent.
Alles stijgt en onze inwoners vragen zich af: waar blijft dan die tegenprestatie van de overheid? Wordt mijn wijk eindelijk veiliger? Komen er meer betaalbare huizen? Kan ik makkelijker hulp krijgen als het fout gaat? Wie goed kijkt en praat met mensen in de buurten ziet dat het antwoord helaas vaak nee is. Voorzitter, dan het gemeentelijk apparaat zelf. Wij lezen dat er opnieuw bezuinigingen op het personeel zijn ingeboekt. Maar hoeveel precies? Volgens deze en voorgaande begrotingen wordt er de komende jaren structureel miljoenen gekort op de loonsom en formatie, terwijl de werkdruk binnen de organisatie al fors is. De PVV vraagt daarom: hoeveel fte verdwijnen er concreet? Welke vermindering in externe inhuur is al bereikt? We hebben gelezen over de landelijke norm. Welke afdelingen worden geraakt door robotisering en wat betekent dit voor de dienstverlening aan onze inwoners?
Pagina 25 van 195
Want als de organisatie steeds kleiner wordt, terwijl de taken niet afnemen, dan weet iedereen hoe het afloopt: minder bereikbaarheid, langere wachttijden, meer uitval. Juist dat raakt direct de mensen die juist afhankelijk zijn van onze gemeenten. Bezuinigen op personeel klinkt efficiënt, maar het is vaak uitstel van ellende. De PVV vraagt daarom om transparantie: waar precies wordt gesneden en wat blijft liggen? De PVV is van mening om stil te staan bij de vraag of de wijk eindelijk veiliger wordt. Helaas, ook dat is even zorgelijk. Onze politiebegeleiding is al jaren structureel te laag, terwijl onze veiligheidsopgave extra uitdagend wordt, mede door de opvangcrisis van asielzoekers. Het is tijd dat de gemeente Heerlen nog meer gaat investeren in veiligheid en minder gaat uitgeven aan cultuur, harder optreden waar moet en minder bedekken met de mantel der liefde. De PVV wil vandaag nadrukkelijk stilstaan bij de vraag: worden onze wijken eindelijk veiliger? Maar er is meer, voorzitter.
Wij willen inzicht: Hebben we ervaringscijfers over kleine criminaliteit van de afgelopen twee jaar? Hoe ontwikkelt zich het aantal woninginbraken, fietsdiefstallen, vernielingen, winkeldiefstallen enzovoort? En vooral: sturen wij daar actief op? Worden deze cijfers per wijk besproken met handhaving en politie of blijven ze alleen in dashboards en rapporten? Kunt u de PVV garanderen dat er meer handhavers of boa’s worden aangenomen om dit onveiligheidsgevoel te verminderen? Want juist die onveiligheid voelen de Heerlenaren. In de buurt. In de winkel. Op straat. Mensen willen niet leven met angst of overlast en dat mag ook niet het nieuwe normaal worden. We hebben het vandaag over de begroting en dus over de vraag waar Heerlen haar schaarse middelen inzet. Dan moet het sociaal domein ter sprake komen. Want juist daar, in de zorg en bij onze jeugd, lopen de grootste risico’s en juist die risico’s zijn in Heerlen groter dan elders. Recent bracht het RIEC Limburg een alarmerend rapport uit: tot 10 procent van het zorggeld in Limburg verdwijnt naar criminelen. 10 procent! Dat geld is bedoeld voor kwetsbare inwoners, maar belandt in verkeerde handen. Hoewel het rapport over heel Limburg gaat, weten wij allemaal dat Heerlen met haar sociaaleconomische profiel extra kwetsbaar is. We hebben hier meer zorgaanbieders, meer armoede, meer afhankelijkheid van publieke steun.
Juist daar nestelen zich de malafide zorgbureaus en bemiddelaars. Wat doet het college om dit te voorkomen? Hoeveel zorgaanbieders in Heerlen zijn inmiddels Bibob-getoetst? Dan de jeugd. Het RIEC waarschuwt dat bijna in elke klas jongeren worden geronseld door criminelen. In Kerkrade en Roermond loopt inmiddels een preventieprogramma. Maar waar blijft Heerlen? Wij zien dezelfde patronen: jongeren zonder perspectief, die worden verleid met snelle winst. Morele trainingen zijn mooi, maar zonder harde grenzen, toezicht en handhaving helpen ze niet. Voorzitter, we kunnen blijven praten over bewustwording, maar Heerlen heeft geen tijd meer voor bewustwording alleen. We hebben daden nodig. Structurele controles. Een harde aanpak van zorgfraudeurs. Samenwerking tussen sociaal werkers, politie en gemeente dat meer is dan alleen overleg. De PVV roept het college ook op om de RIEC-aanpak eindelijk regionaal te vertalen naar Heerlen: concrete cijfers, Bibob-toepassing in de zorg en een stevige jeugdaanpak die ronselaars direct aanpakt. Want elke euro die verdwijnt naar fraudeurs, is een euro minder voor onze inwoners. Elk kind dat in een crimineel web belandt, is een toekomst die wij verliezen. Waar de PVV Heerlen in het begin van de coalitie voor waarschuwde, dreigt nu werkelijkheid te worden.
Heerlen-Noord, de topprioriteit van dit college, beschreven op slechts anderhalve pagina, waarbij een eigen begroting compleet ontbreekt. De financiële onderbouwing hangt aan rijksregelingen en incidentele gelden. Dat is geen beleid meer, maar dat is slechts hopen dat Den Haag betaalt.
Pagina 26 van 195
Voorzitter, PVV Heerlen heeft aan de wethouder de volgende vragen: als Heerlen Noord echt onze belangrijkste opgave is, waarom ligt er geen aparte begroting voor 2026 - 2029 voor het Nationaal Programma Heerlen-Noord? Voorzitter, waarom wordt deze raad buitenspel gezet bij de aansturing van het Nationaal Programma Heerlen Noord? Waarom mag de raad niet voluit haar sturende en controlerende rol pakken richting het programma dat dagelijks het verschil in onze wijken moet maken? Tot slot voorzitter, onze financiële gezondheid. De PVV Heerlen blijft dit jaar op jaar benadrukken, omdat de financiële gezondheid van onze inwoners ons aan het hart gaan. De netto schuld per inwoner stijgt naar een absurd hoog bedrag van 5.716 euro. Dit is ruim drie keer het landelijke gemiddelde. Onze netto schuldquote gaat naar 94,4 procent, wederom boven de risicogrens van 90 procent waardoor de begroting kwetsbaar is. Dat zijn alarmlampen voorzitter, felrood, want schulden kun je niet eindeloos stapelen zonder dat de toekomst van onze jeugd wordt belast. De PVV vraagt daarom drie hele simpele dingen: Wanneer stopt de schuldgroei? Waar is het plan om reserves echt te gaan versterken? Waarom blijven ambities stijgen, terwijl schulden dat ongelimiteerd ook doen? Voor de PVV is duidelijk: Kies voor wat echt belangrijk is. Voor de veiligheid, voor onze buurten en voor de mensen die hier wonen en werken.
Tot zover ons eerste termijn. De voorzitter Dank u wel. Ik zag meneer Van den Berg al met een vraag, dus daar begin ik maar. De heer Van den Berg, VVD Voorzitter, de PVZ, de Partij Voor De Zwartgalligheid – als ik dat zo mag vertalen – komt met een verhaal wat zuiver negativisme is over deze stad. En ja, we hebben zorgen in deze stad, maar waar ziet de PVZ nou een lichtpuntje waar deze stad naartoe wil gaan? De voorzitter Zullen we de partij gewoon bij hun naam blijven noemen mensen? De heer Van den Berg, VVD Excuseer, PVV. De voorzitter Dank u wel. Meneer Hoogers. De heer Hoogers, PVV De PVV, niet PVZ. Wij zijn realistisch. Waar wij onze lichtpuntjes bijvoorbeeld zien, zijn die 10 procent zorggelden die in de jeugd nu mogelijk verdwijnen bij malafide kantoren. Als we dat geld kunnen reserveren voor bijvoorbeeld de inzet van extra boa’s, dan komen we al een stuk verder, dus we zijn daarin realistisch. De voorzitter Meneer Verreck. De heer Verreck, Partij van de Arbeid Ik zal dat niet de PVZ noemen, maar de PVV. Wat ik mis in uw bijdrage, is het ziekenhuis. Volgens mij heeft de afgelopen anderhalf jaar tot twee jaar een minister van uw partij of in ieder geval van uw vereniging of stichting … We hebben eerder die discussie gehad en ik weet niet precies wat het is. Misschien is het wel een fanclub van Geert Wilders. Daar heeft een
Pagina 27 van 195
mevrouw in de leiding gezeten en Geert heeft hier jaren geleden geroepen: dat ziekenhuis blijft open. Dat heeft volgens mij het Tweede Kamerlid in Landgraaf – meneer Claassen - ook gezegd: dat ziekenhuis blijft open. Maar ik hoor u nu niks meer zeggen over het ziekenhuis. Dat interesseert u niet meer. Laat maar dichtgaan. Ik hoor u er helemaal niks over zeggen. Dan denk ik: die inwoners van Heerlen zijn zo belangrijk voor deze vereniging van fans van Geert Wilders. Dus ik snap niet goed waar het gebleven is. Daarbij, u heeft anderhalf jaar aan het roer gezeten in Den Haag. Heel veel onderwerpen die u benoemt over politie en veiligheid, worden niet lokaal aangestuurd. Deze worden landelijk aangestuurd. Wat heeft uw vereniging daaraan gedaan? Volgens mij nog helemaal niets, behalve chaos en nog wat anders veroorzaakt in Den Haag. Dus ik ben heel benieuwd hoe u daarnaar kijkt: wat u landelijk heeft gedaan om al die problemen in onze wijken op te lossen, want daar is gewoon niks gebeurd. De voorzitter Meneer Hoogers. De heer Hoogers, PVV Dank u, voorzitter. Het is prettig om te horen dat onze partijvorm een ware obsessie voor u is geworden. Dus dat vinden we in ieder geval prettig om te horen. Verder gaat het ziekenhuis ons zeer zeker aan het hart. We zitten bij de alliantie.
We steunen de alliantie en ons Tweede Kamerlid waar u ook zojuist naartoe refereerde, heeft zich volgens mij ook de blaren van de tong af gepraat om zich daarvoor te blijven inzetten. Alleen wat ik niet vandaag ga doen hier, is op de stoel van Den Haag gaan zitten en verantwoordelijkheid nemen voor het landelijk beleid. Dat is simpelweg m’n taak niet. Ik ben hier voor Heerlen. Ik hoop dat u daar begrip voor heeft. De voorzitter Dank u wel. We interrumperen niet, dus ik ga gewoon naar vragen toe. Sorry. Meneer Daamen. De heer Daamen, Partij Hoensbroeks Belang Voorzitter, ik probeer altijd positief te blijven. Dat wordt met niet makkelijk gemaakt op dit moment, maar het Heerlen Noord verhaal is begonnen met de SPUK-gelden. Dat is een pioniersfunctie die we hadden, dus het is niet raar dat er nog geen structurele gelden zijn. Het feit is – ik hoop dat de heer Hoogers dat kan bevestigen – dat er heel veel gebeurt en dat er ook heel veel bereikt wordt. Natuurlijk, waar we ook steeds voor ijveren, is zorgen dat die gelden structureel worden. Daar zijn we aan toe. Ik hoor u ook zeggen: we moeten controleren. Dat ben ik helemaal met u eens, maar we krijgen de bijdrages die nu aangeleverd worden door Heerlen Noord en de verantwoording hoe zij tot bepaalde conclusies komen met onderbouwing door feiten en cijfers. Er zijn een heleboel raadsleden die hun visie erover bijgesteld hebben.
Dus ik hoop dat u dadelijk ook tot die groep behoort. De voorzitter Behoort u ook tot de groep is de vraag. De heer Hoogers, PVV Dan moet ik heel goed gaan opletten. Nee, voorzitter. Ik heb gehoord wat de heer Daamen zei en het gaat ons nu voornamelijk om het stukje … We hebben het over de begroting. Het gaat over het cijfermatige gedeelte. Ik vind het heel wat dat wat onze grootste opdracht is van onze gemeente en dat de begroting daar dan slechts anderhalve pagina over rept en roert. Ik neem aan dat als ik uw woorden net mag horen, dat u dat ook met mij vindt. De voorzitter
Pagina 28 van 195
Ik ga naar meneer Reijnders en daarna naar meneer De Groot. De heer Reijnders, SP Dank, voorzitter. Ik hoor de heer Hoogers spreken over rampzalig gemeentelijk beleid en vervolgens komt hij dan met de huurverhoging. Daar zijn wij ook erg tegen. Sterker nog, landelijk is beloofd om te zorgen dat er een huurbevriezing kwam en we kregen de grootste huurverhoging ooit onder het bewind van de PVV. Vervolgens gaat het ook over capaciteit van handhaving en wonen. Nu zegt de heer Hoogers: hij hoeft zich niet te verantwoorden voor wat er landelijk wordt gedaan, maar dan zou ik ook de heer Hoogers willen vragen om niet allerlei landelijke ontwikkelingen op het bordje van de gemeenteraad te leggen en dan te zeggen dat dit rampzalig gemeentelijk beleid is, want volgens mij slaat u op die manier de plank toch behoorlijk mis. De voorzitter Bent u het daarmee eens? De heer Hoogers, PVV Voorzitter, daar ben ik het niet mee eens, want volgens mij is veiligheid één van de belangrijkste taken die de gemeente heeft richting haar inwoners. Als dat bijvoorbeeld bewerkstelligd kan worden door het aannemen van extra boa’s of door op andere manieren aan de slag te gaan zoals ook bijvoorbeeld het RIEC-rapport aanbeveelt, dan vind ik dat zeer zeker een taak van ons. De voorzitter Dank u wel. Meneer De Groot. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Dank u, voorzitter.
In positieve zin ben ik blij dat de heer Hoogers ook kritisch is op het financiële beleid en de risico’s die daaraan kleven. Dat onderschrijven wij, maar ten aanzien van het punt ontevredenheid met betrekking tot de hele gang van zaken en het volgen en monitoren van Heerlen Noord … We hebben een voorzitter. Dat is toevallig onze burgemeester. We hebben ook nog een wethouder die aangehaakt is voor Heerlen Noord. Vindt u niet dat als u die mening bent toegedaan, dat u daar dan niet al veel eerder op had kunnen acteren dan dat te bewaren voor deze algemene beschouwingen? De voorzitter Meneer Hoogers. De heer Hoogers, PVV Voorzitter, dank u wel. Volgens mij heb ik namens de PVV al vaker op de trom geslagen van hoe eigenlijk de organisatievorm van het Nationaal Programma Heerlen Noord in elkaar zit. Volgens mij is er nog altijd onduidelijkheid over, want in mijn visie zijn ze aangenomen en hebben ze een programmabureau ondergebracht bij de gemeente Heerlen, dus zouden het onze werknemers zijn of in ieder geval onze ambtenaren zijn. Op dat vlak hebben we ook een sturende taak te pakken. Ik weet niet of ik daarmee uw vraag heb beantwoord. De voorzitter Meneer De Groot. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Niet helemaal, want dat zijn puur technische en ambtelijke zaken die goed geregeld moeten worden.
Dat ben ik met u eens, maar ik neem aan dat u met name op de inhoud van het programma benieuwd bent naar het reilen en zeilen. Toch? Of ziet u dat anders?
Pagina 29 van 195
De heer Hoogers, PVV Voorzitter, daar kan ik het mee eens zijn. Dat klopt. De voorzitter Dank u wel. Ik zie meneer Janssen en mevrouw Heine nog. Meneer Janssen. De heer Janssen, Jongerenpartij Heerlen Dank u wel, voorzitter. De bijdrage van de PVV vereiste wat mij betreft nog wat mentale gymnastiek, dus dat heb ik ook even gedaan. Wat ik hem vooral hoorde zeggen, is dat hij het thema veiligheid heel erg belangrijk vond. Hij had wat vraagtekens over de vorm, organisatie en effectiviteit van het Nationaal Programma. U heeft net in onze bijdrage enkele voorbeelden daarvan gehoord. Daar had u ook kennis van kunnen nemen tijdens de diverse klankboordsessies. Daar heeft u tijdens diverse gelegenheden de afgelopen drie jaar waarin ook de monitor van het Nationaal Programma Heerlen Noord gerijpt is … Dan vroeg ik mijzelf af: heeft u al kennisgenomen van die diverse data die we de afgelopen drie jaar over de bühne hebben gekregen? Bent u zich bewust van de samenwerking tussen gemeenten, het programma, het bureau, al die partners en wat dat tot nu toe voor ons betekent heeft? Als dat niet zo is, dan zou ik via u, voorzitter, aan het college nog een keer willen vragen: als dat nodig is, maak dat dan nog een keer duidelijk. Dat geeft misschien het comfort voor de PVV wat ze op dit moment nodig hebben. De voorzitter Meneer Hoogers.
De heer Hoogers, PVV Voorzitter, op de vraag of ik me daarvan bewust ben: ja. Simpelweg ja. Voor de mentale gymnastiek zoals u die beschreef, vraag ik mij af wat er onduidelijk is. Een ongelimiteerde schuldgroei? De netto schuld per inwoner die ruim drie keer de landelijke norm is. De cijfers die ik heb genoemd. De malafide praktijken in de jeugdzorg waar we allemaal wel weet van hebben en wat ook in onze gemeente speelt. Ik vraag me af wat daar onduidelijk aan is. De voorzitter Dank u wel. Mevrouw Heine. Mevrouw Heine-Van Dartel, CDA Ik vraag mij af: is er nog iets positiefs wat de PVV vindt over wat er het afgelopen jaar is gebeurd of over wat er in de begroting staat? De voorzitter Noemt u eens wat vrolijks, meneer Hoogers. De heer Hoogers, PVV U vraagt het mij, voorzitter. Ik zal het meteen doen: het positieve is dat er onlangs in De Koffiepot een bijeenkomst is geweest over de Hoofdstraat waar ik ook schriftelijke vragen over heb gesteld. Ik blijf positief over de mensen die in die buurten wonen die onlangs alle ellende toch nog de sociale cohesie aan het bewaren zijn. Dus ik blijf heel positief over onze inwoners. De voorzitter Dank u wel. Meneer Leers zag ik nog en dan gaan we naar de volgende. De heer Leers, Hart-Leers
Pagina 30 van 195
Voorzitter, dank u wel. Vorige week tijdens de landelijke verkiezingen bleek dat de PVV in Heerlen de allergrootste is geworden, althans qua ophalen van stemmen. Mocht dat volgend jaar tijdens de gemeenteraadsverkiezingen ook gebeuren, wat bent u dan van plan om als allereerste te gaan doen? Wat heeft dan prioriteit als u hier dan bestuurder bent in het college? De voorzitter Gaat uw gang. De heer Hoogers, PVV Voorzitter, dat is natuurlijk wel heel erg vooruitlopen op de zaken, maar ik denk dat de meeste behoefte is aan het stukje veiligheid en het veiligheidsgevoel van onze inwoners. Dat moet echt het belangrijkste punt worden van de komende verkiezingen. De voorzitter Dank u wel. Dan ga ik naar de VVD met de heer Van den Berg. De heer Van den Berg, VVD Geachte voorzitter, leden van de gemeenteraad, beste Heerlenaren, in deze raadszaal, in de vergaderingen en in de gesprekken die we voeren, komt steeds duidelijker naar voren dat de uitdagingen waarvoor wij staan groot zijn, maar dat zij niet groter zijn dan de kansen die we als stad kunnen grijpen. De keuzes die we vandaag maken, bepalen niet alleen de begroting van 2026, maar leggen ook de basis voor de stad die we willen zijn in de komende decennia. De VVD gelooft dat we deze kans moeten aangrijpen om een stad te bouwen die niet alleen financieel gezond is, maar ook sociaal sterk, innovatief en toekomstbestendig.
Voorzitter, ik heb een aantal thema’s. Thema 1 dat ik heb is de strategische kracht van onderwijs en innovatie. Eén van de grootste kansen die voor ons ligt, is de strategische positie die Heerlen inneemt binnen het onderwijslandschap in Zuid-Limburg. De aanwezigheid van gerenommeerde instellingen zoals de Open Universiteit, Zuyd Hogeschool, de Universiteit Maastricht en de RWTH is van onschatbare waarde voor onze stad. Deze onderwijsinstellingen richten zich steeds meer op Heerlen, met als gevolg dat er een positieve versnelling van onze lokale economie plaatsvindt. De samenwerking tussen onderwijs, innovatie en het bedrijfsleven is en blijft essentieel. Een stad waarin het onderwijs floreert draagt direct bij aan het thema wonen, werkgelegenheid en ondernemersklimaat. De aanwezigheid, de komst en de groei van deze grote onderwijsinstellingen biedt ons de mogelijkheid om niet alleen onze kenniseconomie te versterken, maar ook om een nationale en internationale aantrekkingskracht uit te oefenen op zowel bedrijven als talenten. Deze synergie tussen onderwijs en de lokale economie kan alleen maar positief doorwerken als we als lokale overheid blijven faciliteren en investeren in de randvoorwaarden die dit succes mogelijk maken.
Daarom moeten we als gemeente niet alleen de samenwerking met deze instellingen blijven versterken, maar ook zorgen voor de juiste infrastructuur en voorzieningen die het mogelijk maken om deze groei verder te ondersteunen. De VVD gelooft dat de gemeente een actieve rol moet spelen in het creëren van een innovatief klimaat waarin bedrijven, onderwijsinstellingen en studenten elkaar kunnen versterken. Als we de kansen die deze samenwerking biedt, optimaal willen benutten, moeten we blijven investeren in onze binnenstad, in het onderwijs en ondernemerschap. Thema 2, voorzitter. Vergijzing is een kans en een uitdaging. De vergrijzing is één van de grootste maatschappelijke uitdagingen waar onze stad en het hele land mee te maken heeft. De VVD erkent dat deze vergrijzing in Heerlen, zoals in veel andere delen van Nederland, een gegeven is. De vergrijzing zal niet vanzelf verdwijnen, maar voor de VVD is het niet alleen een bedreiging; het is een kans. Een kans om onze stad toekomstbestendig te maken en te zorgen voor een samenleving waarin jongeren, jonge gezinnen en ook ouderen goed kunnen wonen, werken en meedoen.
Pagina 31 van 195
De vergrijzing heeft echter wel impact en deze impact moeten we serieus nemen. Naar verwachting zal het aantal ouderen in Heerlen de komende jaren aanzienlijk toenemen. Dat betekent niet alleen meer zorgbehoeften, maar ook dat de bedrijfsvoering voor veel werkgevers en instellingen in de regio voor nieuwe vraagstukken zal komen te staan. De oplossing ligt voor ons in het creëren van een omgeving die niet alleen geschikt is voor ouderen, maar ook aantrekkelijk is voor hen om hier te komen en te blijven wonen. Als VVD willen we daarom investeren of beter gezegd: een hogere prioriteit toekennen in woningbouw voor senioren. We moeten bouwen voor de toekomst. Dat betekent woningen die afgestemd zijn op de wensen en behoeften van senioren, zoals drempelloze grondgebonden woningen, woningen met zorgvoorzieningen binnen handbereik, maar ook sociale woningen die betaalbaar blijven voor de ouderen. Het is niet alleen een financiële noodzaak, maar ook een morele verplichting om zo onze stad in te richten. De vergrijzing biedt namelijk ook een woonkans voor jongere generaties. Vrijgekomen woningen komen beschikbaar voor gezinnen en nieuwe bewoners van Heerlen. Doorstroming bevorderen in combinatie met nieuwbouw is misschien wel het belangrijkste instrument om onze woningmarkt en stad nadrukkelijker op de kaart te zetten.
Deze kansen moeten we omarmen en in onze woningbouwplannen en visies verweven, zodat we zowel nu als in de toekomst een stad hebben die iedereen welkom heet. In dit kader willen we ook de digitale toegankelijkheid van onze stad verbeteren, zodat alle bewoners, inclusief ouderen en mensen met een beperking, actief kunnen deelnemen aan het stadsleven. Hiervoor dienen wij vandaag een motie in die oproept om de gemeentelijke digitale kanalen in 2026 volledig toegankelijk te maken. Dit is niet alleen een kwestie van wetgeving, maar vooral van het bieden van gelijke kansen voor iedereen, inclusief de ouderen die steeds meer afhankelijk zullen zijn van de digitale diensten. Door te investeren in digitale toegankelijkheid, verbeteren we niet alleen de gebruiksvriendelijkheid voor mensen met een beperking, maar ook voor de bredere gemeenschap. Thema 3, voorzitter, woningbouw. Sneller, beter en daadkrachtiger. Als we kijken naar de woningmarkt in Heerlen, dan zien we een duidelijke mismatch tussen vraag en aanbod. Er is te weinig aanbod voor de groeiende bevolking, zowel voor senioren als voor starters en gezinnen. De VVD vindt dat het bouwen van woningen in Heerlen sneller moet. De gemeente heeft al verschillende projecten in gang gezet, maar deze blijven vaak steken in goede voornemens, vertragingen door procedures of langlopende vergunningstrajecten.
Voorzitter, wanneer buigt het college de jarenlange vertragingen door onduidelijke processen en te lange goedkeuringsprocedures nu eens om? De ambitie van de gemeente om 7.000 woningen te realiseren voor 2050 is een stap in de goede richting, maar van de ongeveer 5.600 woningen die in geprioriteerde projecten zijn opgenomen, zijn er tot nu toe slechts 850 vergund. Daar zitten ook de verbeteringen van de volksbuurten bij. 203 van die woningen zitten in de vergunningsprocedure en maar liefst ongeveer 4.600 woningen bevinden zich nog in de fase voor vergunningverlening. Dat betekent dat meer dan 80 procent nog niet eens in de vergunningsmolen zit. Dat is zorgwekkend. Daarom moeten we als gemeente de ambitie durven uitspreken om de procedures te verkorten door bijvoorbeeld vergunningsaanvragen sneller af te handelen en duidelijke tijdslijnen vast te stellen. De VVD pleit voor een prestatieambitiedocument waarin we als Heerlen naar de markt uitspreken en vastleggen dat bij indiening van een complete aanvraag ze binnen tien weken, respectievelijk bij een uitgebreide procedure binnen zeven maanden, een omgevingsvergunning op de mat krijgen. Voorzitter, durft dit college het aan om dit met ons en de markt af te spreken? Tot slot voorzitter over dit onderwerp: woningbouw is niet alleen belangrijk voor onze inwoners, maar zeker ook voor onze werkgevers.
Grote werkgevers zoals Zuyderland, Meander, APG, CBS en Medtronic zien een vergrijzingsgolf op zich afkomen. Willen zij de continuïteit van hun bedrijfsvoering op orde houden, dan moeten ze ten aanzien van hun werving en selectie in heel Nederland en in de Euregio aan de slag. Een belangrijke factor om hierin te kunnen slagen is als Heerlen een aantrekkelijke woonstad is. Het Woonfonds dat nu wordt voorbereid, biedt kansen, zeker als ook werkgevers bijdragen. In het
Pagina 32 van 195
kader daarvan de vraag aan het college: hoe is het hiermee gesteld? Welke private partijen zijn al aangehaakt? Hoe gaat u de rest van Nederland attenderen op deze kansen? Thema 4, voorzitter, het Ondernemershuis. Het is een motor voor de economie. Als we willen dat Heerlen een stad blijft waar mensen willen wonen, werken en ondernemen, dan moeten we ook aandacht besteden aan het ondernemersklimaat. De VVD gelooft dat de stad niet kan groeien zonder een bloeiend bedrijfsleven. Het ondernemershuis, dat in Heerlen al is opgezet, speelt hierbij een cruciale rol. De VVD pleit om dit ondernemershuis nog meer om te bouwen tot dé plek voor ondernemers en initiatiefnemers die zich hier met hun bedrijf willen vestigen. Een inspirerende one-stop-shop waar je eenvoudig met een vaste coach die je vergunningen regelt, slimme subsidie-informatie vindt, kennis deelt en waardevolle connecties legt met andere bedrijven, zowel online als op locatie. Dit actief vermarkten vergroot de kansen voor Heerlen en zet ondernemers aan om hun activiteiten verder te ontwikkelen in onze stad. Kan het college toezeggen of ze dit businessmodel verder willen uitwerken? Thema 5, veiligheid, zichtbaarheid en verbeterde handhaving. Veiligheid is een van de belangrijkste pijlers van een leefbare stad. De Heerlenaren en ondernemers hebben de afgelopen jaren te maken gehad met stijgende cijfers van overlast.
De VVD vindt dat het veiligheidsgevoel van de inwoners en die van ondernemers in Heerlen versterkt moet worden. Dit betekent niet alleen het bestrijden van zware criminaliteit, maar ook het verminderen van de overlast die zoveel mensen in onze stad ervaren. Uit de veiligheidsanalyse van de gemeente blijkt dat er in de periode 2019-2022 een substantiële stijging is van meldingen van overlast, met name door verwarde personen, burengerucht en drank- en drugsoverlast. Dit heeft een grote invloed op het veiligheidsgevoel. Het is van groot belang dat we deze vormen van overlast actief blijven aanpakken. De VVD pleit in dat kader voor een vereenvoudigd meldpunt voor kleinere misdrijven en overlast, zodat bewoners en ondernemers snel en gemakkelijk meldingen kunnen doen. Omdat cijfers leidend zijn voor het maken van beleid, dient de VVD een motie in om in samenspraak met ondernemers een eenvoudig meldpunt te installeren. Daarnaast willen we als VVD dat de zichtbare veiligheid in de stad wordt vergroot. Dit kan door te investeren in een boa-Parkstadpool alsook de uitbreiding van het Heerlens boa-team naar 50 fte. Zichtbaarheid op straat is essentieel zodat er sneller ingegrepen kan worden bij incidenten, maar niet alleen dat voorzitter. Uit het werkveld vernemen we ook dat de communicatie tussen politie en boa’s beter kan. Ook hier dient de VVD een motie over in.
Mijn laatste thema, voorzitter, werkgelegenheid van bijstand naar werk. Dit is het laatste onderwerp in mijn beschouwing. Weliswaar kort, maar wel een belangrijke met een oproep aan het college. Het aantal bijstandsgerechtigden in Heerlen blijft te hoog. Ondanks de inspanningen van de Bovengrondse Vakschool, zien we geen substantiële afname in het aantal bijstandsgerechtigden. De VVD vindt dat hier echt verandering in moet komen. Wij willen dat het aantal bijstandsgerechtigden in Heerlen vanaf 2028 teruggebracht wordt tot maximaal 3.000 en in 2030 tot 2.000. Dit zou in onze ogen meer dan een ambitie moeten zijn voor onze stad. Durft het college het aan om die ambitie keihard uit te spreken naar onze inwoners? Ik dank u voor uw de aandacht in de eerste termijn. De voorzitter Dank u wel. Vragen? Ik zie meneer Reijnders. Gaat uw gang. Sorry. De heer Reijnders, SP Excuus, voorzitter. Ik denk dat iedereen in de raad wel wil dat mensen niet per se afhankelijk hoeven te zijn, maar dat ze zelfstandig zich helemaal kunnen voorzien. Dus daarover geen discussie, maar ik hoor de VVD ook een aantal zaken zeggen die volgens mij niet kloppen. Volgens mij is er wel degelijk een langjarige afname langzaam van dat bijstandsbestand.
Ik zou toch ook wel aandacht willen vragen voor het feit dat het allemaal niet zo simpel is, want er zitten ook heel veel mensen in de bijstand die vroeger in andere regelingen zaten. Ik kan me toch niet onttrekken aan de suggestie die ervan uitgaat dat dit toch een kwestie is van
Pagina 33 van 195
mensen goed motiveren en ze een schop onder de kont geven. Dat dit de visie is die eronder ligt. Volgens mij doet de heer Van den Berg daarmee helemaal geen recht aan die mensen die er nu in zitten en de problemen die daar spelen. Dus hoe kijkt de heer Van den Berg naar die mensen die in de bijstand zitten? De voorzitter Meneer Van den Berg. De heer Van den Berg, VVD Meneer de voorzitter en meneer Reijnders, al jarenlang is dat bijstandsbestand ongeveer 4.000 personen. We hebben allerlei zaken in deze stad ingericht om dat bestand naar beneden te krijgen, maar dat lukt maar op geen enkele wijze. Je kunt er ook op zeggen dat misschien soms enige dwang en soms enige drang wel wat zou kunnen helpen, maar ga uit van de kansen van mensen. Dus kijk naar: wat zijn de omstandigheden van mensen en probeer ze daar zodanig in te coachen. Want de beste weg om uit een sociaal isolement te komen, is toch de weg om bezig te zijn op de arbeidsmarkt. De voorzitter Een aanvullende vraag van de heer Reijnders. De heer Reijnders, SP Dank, voorzitter. Ga dan ook uit van de echte feiten, want ik zie het wel degelijk. Volgens mij zijn wij – ik heb hier de cijfers voor mij liggen – in vier jaar tijd van 3.840 bijstandsgerechtigden naar 3.600 gegaan. Dat is volgens mij een afname van 500.
Dat is ook een forse afname als je dat procentueel zou maken, dus doe een beetje meer recht aan de feiten zou ik dan zeggen. Dan komt u misschien ook tot een andere conclusie over wat er moet gebeuren. De voorzitter Meneer Van den Berg. De heer Van den Berg, VVD Ik kom niet tot een andere conclusie. Het is hoe je er tegenaan kijkt daarin. Ik snap ook wel de vragen en dat u daar zo tegenaan kijkt, maar ik zeg u net dat het heel belangrijk is om mensen te helpen. Dat is de snelste weg uit een sociaal isolement. Soms is de beste weg om mensen richting te geven door juist in die Bovengrondse Vakschool waar we zo veel thema’s hebben om mensen aan het werk te brengen. Dat is dan heel verstandig om te doen. De heer Reijnders, SP Tot slot dan, voorzitter. Volgens mij heeft de heer De Beer als wethouder al heel lang verantwoordelijkheid voor de bijstand. Kennelijk is het niet zo simpel, want ik veronderstel dat hij dezelfde visie erop nahoudt. Iedereen snapt dat het fijner is als mensen zelf en autonoom kunnen functioneren, maar nogmaals: ik wil echt waken voor het feit dat we zeggen: “Hier hebben we 2.000 vacatures hebben en hier hebben we 2.000 mensen. Probleem opgelost.” We hadden het probleem al opgelost als de wereld zo simpel was. Dan hadden we dit al lang weer gefikst onder de bezielende leiding van de wethouder.
De heer Van den Berg, VVD Als laatste zou ik erop willen reflecteren: dit is mijn algemene beschouwing zoals ik ertegenaan kijk. Mijn oproep naar het college is: durft u de ambitie uit te spreken met de middelen die u hebt om de stip aan de horizon te zetten? In 2028 gaan we ervoor om naar 3.000 bijstandsgerechtigden te gaan en dan in 2030 naar 2.000 daarin. Dan maken we hem hard. Ik verneem graag van het college hoe zij ertegenaan kijken.
Pagina 34 van 195
De voorzitter Mevrouw Heine. Mevrouw Heine-Van Dartel, CDA Voorzitter, dank u. De vraag de over die boa’s: meneer Van den Berg weet dat wij voor die boa-uitbreidingen zijn. Ik denk dat iedereen in deze zaal dat is. Maar waar denkt meneer Van den Berg die uit te gaan betalen? Natuurlijk niet uit de cultuur, want daar zijn we natuurlijk op tegen. Als u een fatsoenlijke dekking vindt, vindt u ons aan uw zijde. Dat is het belangrijkste. De voorzitter Heeft u dekking? De heer Van den Berg, VVD Ja. Laat ik het zo zeggen: persoonlijk vind ik dat de dekking gezocht wordt bij het college, maar ik heb wel een aantal suggesties. Die heb ik hier ook opgeschreven. Daar ga ik u antwoord op geven. De dekking zou kunnen uit de middelen van het Gemeentefonds. In de begroting voor 2026 hebben we een positief saldo van 9,9 miljoen. Een andere wijze van dekking zou een herprioritering kunnen zijn van bestaande uitgaven, de herinrichting van het jeugdbeleid en het vrijvallen van de reserves. We hebben een structurele post van 1,5 miljoen euro opgenomen als vrije reserves, ombuigingen in het sociale domein en een lichte verhoging van de lokale heffingen, want daar hebben we een meevaller van 1,5 miljoen.
Ook de investeringskredieten die wij bijvoorbeeld voor Hoensbroek Centrum hebben om dat anders tegen het licht te houden, dus ik reik een aantal puzzelstukken aan waarvan ik denk: beste college, kijken jullie daar eens naar. Dat zijn de nodige aantal miljoenen die daarin zitten. Biedt dat soelaas in de dekking voor de uitbreiding van de boa’s? De voorzitter Dank u wel. Mevrouw Géron. Mevrouw Géron, Partij voor de Dieren Dank u, voorzitter. Meneer Van den Berg, uitkeringsgerechtigden zijn mensen die zwak en afhankelijk zijn en onze hulp nodig hebben, dus we zijn het daar niet helemaal over eens. Denkt u dat de invoering die er gaat komen van de Parkstadwet enig soelaas gaat bieden en dat het niet alleen ligt aan een gebrek aan uitvoeringskracht van dit college? De voorzitter Meneer Van den Berg. De heer Van den Berg, VVD Ik denk dat u de Rotterdamwet bedoelt. De Parkstadwet ken ik niet, maar ik zie het verband niet met de Rotterdamwet of zoals u zegt: de Parkstadwet in relatie tot de uitkeringen. Dus ik kan het niet helemaal herleiden. Overigens, mensen die in de bijstand zitten, zitten daar niet omdat ze dat zo lekker en leuk vinden. Die mensen zitten in de bijstand, omdat het tijdelijk niet mogelijk is om te kunnen werken of anderszins.
Het ligt aan de verantwoordelijkheid van ons als overheid om die mensen tijdelijk te helpen en misschien permanent de goede richting uit te duwen. Ik denk dat dit onze verantwoording is. Wij zouden geen knip voor de neus waard zijn als wij over de mensen die in de bijstand zitten zouden zeggen: blijf voorlopig maar eens lekker zitten in die bijstand, want daar zit je toch goed. Als je 50 of 100 euro meer kunt gaan verdienen, doe dat dan maar niet. Blijf maar lekker zitten in de bijstand. Als dat de mentaliteit in dit huis zou zijn, dan houd ik me in wat ik daarover zou willen zeggen. De voorzitter
Pagina 35 van 195
Meneer De Groot. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Nog even daarop doorgaand, voorzitter: ik hoor de heer Van den Berg pleiten voor een target, een aantal wat dan omlaag moet. Hij roept het college dan ook op om met de bestaande en beschikbare middelen dat voor elkaar te krijgen. Ik hoor hem daarnaast als enig – misschien heeft hij nog andere instrumenten in gedachten – aanvullend instrument zeggen in mijn eigen woorden: je moet ze maar een beetje pushen en een beetje een trap onder de kont geven. Is dat het enige instrument dat u nog zou willen toevoegen aan het bestaande instrumentarium dat het college voert om die mensen uit de bijstand te krijgen? Ik hoor u ook zeggen: die mensen zitten daar niet voor niks. Die zouden het liefst natuurlijk willen deelnemen aan de maatschappij. Hoe kijkt u daartegenaan? De voorzitter Dank u. Gaat uw gang. De heer Van den Berg, VVD Meneer De Groot, ik zie dat als volgt: ja, wat mij betreft is een schakel in de ketting misschien iets meer dwang en wat meer drang in de richting van de opgaven van dit college om mensen uit die bijstand te krijgen, maar het zit hem ook in het overbrengen van de hulpvraag in mensen die in de bijstand zitten of dat nou de beste plek is waar zij zitten. Het is een tijdelijke plek en situatie waar je nu in zit.
Hoe kan ik jou helpen om uit die situatie te komen? Daar hebben wij bijvoorbeeld de Bovengrondse Vakschool voor ingericht, maar het is ook wederkerig. Het is ook aandragen door te zeggen: dit is wat ik je aanbied. Ga je daar ook in mee? Wat mij betreft zou die opgave van ons als raad in het college misschien wat meer duwend zijn, want we zien – laten we elkaar niet voor de gek houden – dat dat ijzeren bestand van bijstandsgerechtigden maar niet afneemt. We hebben die Bovengrondse Vakschool ook ingericht om juist ook in onze gemeentefinanciën daar meer ruimte in te krijgen voor andere ontwikkelingen. Dat gebeurt nog niet. Mogen we dan niet als raad het college erop aanspreken dat we misschien harde cijfers willen? De voorzitter Dank u wel. Mensen, we zijn op de helft van de eerste termijn van de raad. Ik stel voor dat we even tien minuten schorsen, zodat we even de benen kunnen strekken. Ik schors tot 17.00 uur. Schorsing De voorzitter Ik heropen de vergadering en ook voor de snoepende heren aan de linkerkant is de vergadering heropend. Ik ga naar de heer Jacobs van Forum voor Democratie. Ik vind dat we ook het fatsoen moeten hebben om tien minuten tien minuten te laten zijn, dus ik begin wel. De heer Jacobs, Forum voor Democratie Ik moet altijd kijken of ik de microfoon goed heb, want anders kom ik weer zo schreeuwerig over. Dat is echt niet de bedoeling.
Voorzitter, we bespreken vandaag de begroting 2026, een dik document vol cijfers, ambities en dromen. Maar wie hem leest, merkt al snel: het leest haast als een sprookje. Een sprookje van de gebroeders Grimm: vol goede bedoelingen, een vleugje magie en de stille overtuiging dat het leven en de maatschappij maakbaar zijn. Alsof elk probleem kan worden opgelost met een plan, een project of een subsidie. Het leest prettig en het klinkt hoopvol, maar het is niet echt, want buiten de bladzijden van dit boek wonen geen sprookjesfiguren, maar echte mensen. Mensen die werken, worstelen, sparen en proberen hun leven op te bouwen – vaak
Pagina 36 van 195
ondanks het beleid, niet dankzij. Daar gaat het vandaag om. Niet om de dromen in de begroting, maar om de werkelijkheid daarbuiten. Om de vraag of onze keuzes die werkelijkheid beter maken of slechts mooier beschrijven. De begroting noemt zichzelf structureel sluitend, maar wie de cijfers nauwkeuriger leest, ziet dat dat evenwicht fragiel is. Het rust op incidentele meevallers en optimistische aannames over inkomsten en kostenontwikkeling. Dat lijkt op balans, maar het is balans op papier. Een evenwichtige begroting betekent niet alleen dat de cijfers kloppen, maar dat de keuzes duurzaam zijn. Zolang we afhankelijk blijven van toevallige baten, subsidies of externe bijdragen, is er geen sprake van echte stabiliteit. Laten we daarentegen beter inzetten op structurele versterking van de lokale economie: door minder regeldruk, snellere vergunningverlening, een aantrekkelijker vestigingsklimaat en ondersteuning van ondernemersinitiatieven. Niet door hogere lasten of meer beleid, maar door ruimte te geven aan wie waarde creëert. Voorzitter, ondernemers hebben geen ondernemersfonds nodig om hun zaken goed te regelen of om creatief en productief te zijn. Voorzitter, wat verder opvalt, is de toenemende rol van de gemeente zelf. We spreken over een regiegemeente en over gemeentelijke sturing in bijvoorbeeld de woningbouw, economie en duurzaamheid.
Die woorden klinken daadkrachtig, maar ze verbergen een risico: dat we te veel verantwoordelijkheid naar ons toe trekken. Een samenleving functioneert het beste wanneer overheid, inwoners en ondernemers ieder hun eigen rol behouden. Wanneer beleid alles wil overzien, raakt het zicht op wat lokaal, kleinschalig en spontaan goed werkt juist verloren. Besturen is niet hetzelfde als beheersen. Beleid maken is niet hetzelfde als leven vormgeven. De begroting benadrukt dat we succesvol zijn in het binnenhalen van SPUK’s, Regiodeals en andere fondsen. Dat verdient een compliment, maar het maakt ons ook afhankelijk van tijdelijke en externe geldstromen. Het risico is dat onze economische ontwikkeling niet voortkomt uit ondernemerschap en innovatie, maar uit projectsubsidies die na een paar jaar verdwijnen. Een gezonde stad groeit niet van programma naar programma, maar van initiatief naar initiatief. Ze groeit, omdat mensen kansen zien, risico’s durven nemen en hun eigen plannen kunnen uitvoeren en niet omdat ze wachten op het volgende fonds. Dan, voorzitter, het fundament van dit alles: onze financiële positie. Want achter de ambities, de programma’s en de plannen, ligt een harde waarheid: een groot deel van wat wij ‘investeren’, doen we met geleend geld. De schuldenlast van onze gemeente is fors en hij groeit.
Ondanks alle praat over bezuinigingen en investeringsluwte, geven we structureel meer uit dan we binnenkrijgen. Sterker nog: ook in 2026 zet het college die lijn gewoon voort. Dat is geen verantwoord begrotingsbeleid. Dat is intergenerationele afwenteling. We schuiven de rekening door naar wie niet aan tafel zit: de volgende generatie Heerlenaren. Waar blijft de verontwaardiging? We horen pleidooien voor klimaatrechtvaardigheid in 2050, maar geen woord over budgetrechtvaardigheid in 2026. Over de jongeren die straks opgroeien in een stad die financieel klemzit, omdat wij nu de moed niet hebben om te matigen. Wat koop je straks voor een duurzame wijk als er geen geld meer is voor veiligheid, onderhoud of onderwijs? Wij zullen daarom kritisch blijven kijken naar investeringen die niet structureel bijdragen aan groei of veiligheid en prioriteit geven aan kerntaken: een solide financiële huishouding, een goed onderhouden stad en een gezond ondernemingsklimaat. Ruim twee derde van onze uitgaven gaat naar het sociaal domein. Dat laat zien dat we een zorgzame stad zijn en dat mag zo blijven, maar we moeten waken dat zorgzaamheid niet verandert in bevoogding. Een stad bloeit pas echt als mensen niet alleen geholpen, maar ook uitgedaagd worden. Als beleid niet alleen ondersteunt, maar ook ruimte laat voor verantwoordelijkheid.
Een samenleving die alleen herverdeelt, vergeet soms dat er ook eerst iets moet worden voortgebracht. We kunnen alleen geven wat we gezamenlijk verdienen. Daarom moeten we niet alleen investeren in zorg en bijstand, maar vooral in het klimaat waarin mensen zelf kunnen bouwen, ondernemen en bijdragen. In de financiële hoofdstukken zien we dat uitgaven zijn geïndexeerd met stijgende lonen en stijgende kosten. Dat lijkt realistisch, maar het verbergt een probleem: we hebben inflatie
Pagina 37 van 195
ingecalculeerd alsof het een natuurwet is. We passen onze uitgaven erop aan, maar we vragen ons nauwelijks af wat dat betekent voor koopkracht, spaargedrag en lokale prijzen. Wanneer geld minder waard wordt, lijken begrotingen vanzelf groter, maar dat is geen echte groei. Het is een verschuiving van waarde, van spaarders naar schuldenaren en van toekomst naar heden. Een duurzame begroting is er één die niet drijft op prijsstijgingen, maar op echte productiviteit en efficiëntie. Voorzitter, alles bij elkaar laat deze begroting zien hoe sterk het geloof in sturing nog altijd is. We willen plannen, regisseren, coördineren en aansturen. Maar een stad is geen machine die je afstelt. Het is een levend geheel van mensen, ideeën en initiatieven en juist daarin schuilt haar kracht. De rol van bestuur is om ruimte te scheppen, niet om alles in te vullen. Om richting te geven waar nodig, maar ook los te laten waar mogelijk. Te vertrouwen op de creativiteit van inwoners in plaats van die te vervangen door beleid. De vrijheid om te ondernemen, om iets te proberen en om zelfs te falen en opnieuw te beginnen. Dat is de motor van vooruitgang. Stel je een begroting voor die niet begint bij wat de overheid doet, maar bij wat inwoners en ondernemers zelf kunnen doen. Waarbij de gemeente zich richt op de basis: veiligheid, infrastructuur en een eerlijke rechtsorde.
Waar we daarnaast bewust kiezen om minder regels, minder loketten en minder afhankelijkheid te creëren. Zo’n koers vraagt niet om meer geld, maar om meer vertrouwen. Om minder beleid en meer partnerschap. Om het lef om te zeggen: de samenleving kan veel zelf en wij staan ernaast in plaats van ervoor. Dat is niet minder ambitieus. Het is juist volwassen bestuur. Voorzitter, de begroting 2026 laat zien dat Heerlen ambitieus is en dat we onze inwoners een sterke toekomst willen bieden. Maar ambitie vraagt soms ook om bescheidenheid en om te durven erkennen dat niet alles maakbaar is. Dat vrijheid en verantwoordelijkheid de beste vorm van sociale zekerheid zijn en dat vertrouwen in de kracht van de samenleving meer oplevert dan welke subsidieregeling dan ook. Als we die les vasthouden, kunnen we een begroting maken die niet alleen klopt op papier, maar ook klopt in de geest. Dat is dan een begroting die niet alleen verdeelt, maar ook laat groeien. Voorzitter, laten we het sprookje verlaten en de werkelijkheid omarmen door een stad die groeit door vrijheid en niet door betovering. Een gezonde stad groeit niet door overheidsplanning, maar door vrijheid, verantwoordelijkheid en ondernemerschap.
Dat is de echte basis van welvaart of zoals Ludwig van Mises het zei, bijna een eeuw geleden, maar vandaag actueler dan ooit: “De keuze is altijd dezelfde: vrijheid en verantwoordelijkheid of planning en afhankelijkheid.” Dank u wel, voorzitter. De voorzitter Dank u wel. Is er behoefte aan een reactie? Meneer Reijnders. De heer Reijnders, SP Dank u wel, voorzitter. Het is altijd een buitengewoon ideologisch betoog. Het is kennelijk een bipolaire keuze: vrijheid en verantwoordelijkheid of plannen en afhankelijkheid. Daarbij is er kennelijk weinig ruimte voor hulp, ondersteuning en naar elkaar omzien. Alleen dat ter zijde. Ik hoor de heer Jacobs vooral iets zeggen over wat we aan een duurzaam huis hebben als we straks onze veiligheid, onderwijs enzovoort niet meer kunnen betalen. Ik denk dat veiligheid en onderwijs in hoge mate ook vanuit het Rijk moeten komen en dat dit niet altijd over betalen gaat. Dat gaat ook over op hoeveel fte’s je recht hebt en hoeveel je er in de praktijk krijgt. Dat terzijde.
Ik zou toch wel iets voor willen houden: als we gaan voor vrijheid en verantwoordelijkheid en je woont in een doortochtwoning, een sociale huurwoning, dan zou je toch willen dat dit huis verduurzaamd wordt, zodat die mensen meer geld in hun portemonnee overhouden? Zo kunnen ze beter invulling geven op een volwaardige manier aan die verantwoordelijkheid en vrijheid die u zo belangrijk vindt. Hoe kijkt u daarnaar? De heer Jacobs, Forum voor Democratie