Conceptnotulen raadsvergadering d.d. 27 november 2024
Tekst van het document
Pagina 39 van 72
namelijk in hele prettige huisvesting in een omgeving die meer rust, reinheid en regelmaat kent - ik denk dat dit wel degelijk de afgelopen jaren voorgekomen is en daarom ga ik ook niet in uw veronderstelling mee – dan krijg je ook totaal andere uitkomsten en veel minder druk op de leefbaarheid. Voor een lokale overheid is het niet uit te zoeken welke individuen in de oude situatie terecht zijn gekomen in een slecht kamerverhuurpand en nu in een misschien reguliere voorraad terecht zijn gekomen en zich daardoor opeens ook anders gaan gedragen. Dat is een veel te specifieke vraag. Dus het gaat erover welke dynamiek je wil creëren. De dynamiek die we willen creëren is, om de zin af te maken, er eentje waarbij iedereen een prettig thuis krijgt. Daar werken we in allerlei manieren aan, onder andere door dit keurmerk. De voorzitter Interrruptie van de heer Leers. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik ga een paar stappen terug. In die hele discussie komt naar voren dat arbeidsmigranten slecht worden gehuisvest, worden onderbetaald en noem het maar op. Aan de andere kant wordt gezegd: het beleid werkt, want kijk, een arbeidsmigrant kan een huis kopen in Vrieheide. Ik ken menige Nederlander die ook graag een huis zou willen kopen in Nederland. Die krijgt dat niet voor elkaar. Dat tot daaraan toe. Ik begrijp het verhaal eigenlijk niet.
Want was het een ook gebeurd zonder het ander? Had die arbeidsmigrant niet ook zonder dit beleid dat huis kunnen kopen? Kun je het ook niet zo bekijken? Je kan die discussie natuurlijk van meerdere kanten bezien. Als ik hem zo bekijk, dan denk ik: dat is leuk en aardig, maar die mensen die dan eerst huurden en daar een onderkomen hebben, waar zitten die dan nu? Het roept minimaal net zoveel vragen op als dat het antwoord met mij doet wat u aan ons geeft. Wethouder Gelderblom Ik zit even te denken welke concrete vragen ik kan destilleren uit wat u net heeft gezegd. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Ik wil het wel concreet maken. Had die arbeidsmigrant anders niet ook gewoon een huis gekocht, ook als dat kennelijk vanwege de regels niet op de markt was gekomen? Als de suggestie wordt gewekt dat mensen hier enorm slecht betaald worden en zelfs moderne slaven zijn, hoe kan het dan dat je onder dergelijke omstandigheden in Heerlen gewoon een huis kunt kopen? Wethouder Gelderblom Het is een beetje lastig om hier antwoord op te geven, want als ik in zou moeten gaan op die concrete casus, dan weet ik veel te weing van die persoon om dat invulling te geven. Waar ik aan refereer, is een dynamiek die je wil creëren. Je hebt een oude dynamiek waarin er heel erg veel onwenselijke vormen van kamerverhuur zijn, volgens mij specifiek ook aan short stay arbeidsmigranten.
Dat herkennen we volgens mij allemaal. Daar hebben we in de volle breedte met de hele raad anderhalf jaar geleden al een hele goede gedachtenwisseling over gehad. Dat heeft geleid tot een aantal keuzes die we hebben gemaakt. Wat we nu kunnen constateren, is dat je in die dynamiek in alle voorzichtigheid en in een soort van vroege fase, begint te zien dat de discussie die we hebben gehad en de maatregelen die daaruit zijn voortgekomen, wenselijke effecten beginnen te hebben op de dynamiek. Volgens mij is dat het niveau waarop we de discussie kunnen voeren. Als ik zou meegaan in de vragen over of een concrete Hongaarse meneer al dan niet een huis had kunnen kopen in welke situatie dan ook, dan gaat
Pagina 40 van 72
dat niet. Die discussie kunnen we zo niet voeren. Het gaat er dus om welke dynamiek je wil veranderen en in welke richting je die wil veranderen. Volgens mij kunnen we voorzichtig constateren dat er een juiste dynamiek begint te ontstaan. Er ligt nu een voorstel voor dat bijdraagt aan die verdere dynamiek, waarbij we ook in de volgordelijkheid op een hele gezonde manier zijn begonnen met wat de regels zijn, wat de basis is, wat we minimaal graag zien en wat we kunnen afdwingen. We zetten nu een stap vooruit conform de afspraken die we eerder erover hebben gemaakt met elkaar over dat als u het nou heel goed doet, dat we het dan ook gaan uitlichten. Dan bent u een goed voorbeeld. Daarvoor dient een keurmerk. Ik heb net al gezegd dat de Jongerenpartij een oproep deed die mij uit het hart gegrepen is. Arbeidsmigranten zijn ook Heerlenaren. Dat kan ik alleen maar onderschrijven. Het gaat om de omstandigheden. Het gaat niet om de individuen. Een vraag van de Jongerenpartij was ook: welke gesprekken zijn er over zo’n keurmerk gevoerd en met wie? Die vraag kwam in de commissie al even terug. We hebben toen al aangegeven dat we dat destijds hebben meegenomen in de bredere gesprekken over bijvoorbeeld de woonstandaard. Voor de duidelijkheid, dat is een landelijke standaard waarbij een aantal product-marktcombinaties zoals dat dan heet, uit zijn gedestilleerd.
Het was een positief gesprek met de ontwikkelaars. Ik wil er ook bij zeggen dat je juist hoopt dat je naar aanleiding van zo’n keurmerk ook weer nieuwe gesprekken op gaat doen. Het moet wat los maken. Je probeert een beetje te prikkelen. Nogmaals, we hebben een basis gelegd. We hebben eigenlijk gezegd: dit is het minimum. Dat kunnen we ook afdwingen. Nu zetten we eens een stip aan de horizon waar we graag heen zouden willen. Wat dat betreft is het meest illustratieve voorbeeld dan die slaapruimte. Dat is die 3,5 vierkante meter volgens de SNF-norm. Daarvan kan ieder redelijk mens zeggen: dat is niet uit te leggen in een van de rijkste delen van de wereld. Nogmaals, dat is ongeveer de omvang van de ruimte die ik met de heer De Beer mag lenen. Dat is erg gezellig, maar als we daar zouden moeten slapen en ik zag dat per 1 januari 2025 een slaapruimte met z’n tweeën gedeeld mag worden – stel je eens voor dat dit ook nog eens keer zou moeten – dan is dat geen doen. Dus zeggen we bijvoorbeeld: wij vinden dat een menswaardige slaapruimte minimaal de omvang van een Nederlandse cel zou moeten hebben. Waar hebben we het over? Dat is de stap die we hier zetten. Zullen we daar eens naartoe gaan werken? Dan werd er een concrete vraag gesteld door de Jongerenpartij over hoeveel arbeidsmigranten we eigenlijk zouden willen huisvesten.
Ook dat is natuurlijk een lastige vraag, enerzijds omdat je dan denk ik ook echt een discussie zou moeten hebben die te ver voert voor een huisvestingsvoorstel over welk type economie je wil. Daar hoort ook weer een vraag bij over welk type arbeidsmigranten je wil. Daar pas achter vandaan komt de vraag welk type huisvesting daarbij past. Wat we wel zien en dat werd ook aangehaald, is dat wij inderdaad de grootste huisvester zijn op dit moment van shortstay arbeidsmigranten. Daarvan kun je de vraag stellen in een stad die al heel erg veel aandachtsgroepen huisvest: kan dat niet wat gelijker gespreid worden? Dat is dus een achterhaalde discussie. Daar hebben we in ieder geval al die beleidsregel over vastgesteld over onder andere die draagkrachttoets. Nogmaals, ik zal het zometeen ook in mijn reactie op de vragen van de VVD benadrukken: dit zijn geen als zodanige regels, dit is een keurmerk. Dus het is die wortel waar we het nu over hebben. Dan zou ik zeggen: ongeacht de hoeveelheid arbeidsmigranten in de shortstay categorie die je wil huisvesten, wil je dat dit gewoon menswaardige en nette huisvesting is. Daardoor zetten we een stip aan de horizon. Het idee van het nachtregister is een heel goed idee. Dat hangt ook samen met toerismebelasting aan de inkomstenkant. Dan houdt de maatschappij er nog wat aan over. Volgens mij is dat een ontzettend goede suggestie.
Daar gaan we zeker ons voordeel mee doen. Hij kan niet een plaats krijgen in het keurmerk. Dat is denk ik niet de geëigende plek,
Pagina 41 van 72
maar in een breder stelsel. In de doorontwikkeling van Grip op Wonen is het zeker een zeer welkome beleidssugestie die we gewoon gaan meenemen. Dan ga ik naar de FVD. Daar zaten een hoop statements in de bijdrage. De concrete vragen die ik heb beluisterd, waren als volgt. Eigenlijk was er een hele concrete vraag en een opmerking. Laat ik met de opmerking beginnen. Dat was namelijk dat er heel veel concrete criteria zijn die we nu opnemen in dat keurmerk die als zodanig bijvoorbeeld niet in een bouwbesluit staan, over het zonoppervlak et cetera. Voor de duidelijkheid, sommige staan overigens wel in het bouwbesluit en ook in de SNF-norm. Maar de vraag was een beetje waarom we dit nou eigenlijk doen. Dat is omdat we toch vinden dat ook huisvesting voor shortstay arbeidsmigranten een stap mag zetten in de richting van reguliere huisvesting. Dat hoeft nooit helemaal te overlappen. Dat gaat ook niet. Als je dat wel zou doen en als je kijkt naar die product-martkcombinatie waar ik het over had, dan is het minimaal 65 vierkante meter buiten het centrum. Dat gaat het niet worden voor deze categorie, maar we willen wel een stap zetten in die richting. Dus daar komen die criteria vandaan. De concrete vraag die gesteld werd was: bij baanverlies naar Valkenburg, moet je dan opeens weg? Ik denk dat die vraag voortkomt uit de 80 procent norm die ook in andere vragen terugkwam.
Ik zie een knik. Voor de duidelijkheid: dat was het criterium dat je eigenlijk wil dat 80 procent van de mensen die gehuisvest worden in arbeidsmigrantenhuisvesting voor die short stay groep, ook in Parkstad werkzaam is. Dat betekent uiteraard niet dat als je dan – want nogmaals: het is een keurmerk – een baan krijgt in Valkenburg, dat je dan onmiddellijk weg zou moeten. Dat is helemaal niet zo. Er zijn allerlei scenario’s denkbaar voor wat er dan zou kunnen gebeuren. Dat is onder andere dat je binnen die 20 procent valt die gewoon wel prima is. Zelfs als dat niet zo zou zijn, dan betekent dat - daar zal ik zometeen op ingaan – helemaal niet dat er iemand komt handhaven en zegt: dan moet u hier weg of et cetera. Als dat bij een aantal mensen in de huisvesting gebeurt, dan zou dat hoogstens kunnen betekenen dat bij de verlenging van het keurmerk wordt gezegd: hier is iets veranderd. Dat is hoogstens. Dus de voorstelling van zaken strookt niet met het voorstel. Dat moet ik echt benadrukken. Ik vond ook de reactie van de OPH wat dat betreft uitstekend. Dat had ik niet beter kunnen zeggen. Zou het zo’n slecht idee zijn als er meer huisvesting was voor deze doelgroep in andere gemeentes? Want daar hebben we het natuurlijk eigenlijk over. Waarom zou je niet als je een baan vindt in Valkenburg, ook wonen in Valkenburg? Het zou helemaal niet zo’n gek idee zijn.
Ik wilde zeggen “om Eijsden-Margraten niet te noemen”, maar door het te benoemen heb ik het toch weer genoemd. Het is dezelfde gedachtegang. Dan naar de VVD. De VVD rept in de bijdrage over regels opstellen en dreigen met maatregelen. Dat is echt een misverstand. Het is een keurmerk. Het is geen regelsysteem. De regels hebben we al vastgesteld eind 2023. Dus de vraag over hoe het college garantie biedt dat handhaving goedkomt, dat is een vraag die relevant is. Die hebben we destijds ook uitgebreid behandeld. Daar kan de burgemeester veel meer over zeggen in het kader van Grip op Wonen. Dus die regels gelden daarvoor. Dit is een keurmerk. Dat betekent dat de bewijslast voor degene die graag in aanmerking wil komen voor het keurmerk, bij de aanvrager ligt. Dat heeft natuurlijk een radicaal dempende werking op de hoeveelheid werk aan de kant van de gemeente, laat staan aan de kant van handhaving. Sterker nog, als iemand hieraan voldoet, dan gaat de handhaving heel snel. Want als je hieraan voldoet, dan voldoe je zeker aan het bouwbesluit. Dat is waar je met name op kunt handhaven en in de tweede instantie onze eigen beleidsregels. Er was een vraag over 80 procent die hier werkzaam zou zijn en hoe we dat kunnen controleren. Dat heb ik net beantwoord. De motie kamerverhuur. Hoe het zit, was eigenlijk de vraag. Daar ben ik ook op ingegaan.
Tot slot wil nog heel even stilstaan bij het gevoel. Dat herkende ik heel erg bij de VVD, omdat ik het zelf ook zo zie. Het gevoel dat iedereen ergens moet wonen. Er zijn op dit moment iets van 800.000 of een miljoen arbeidsmigranten in ons land in die shortstay categorie. Die
Pagina 42 van 72
moeten ook ergens wonen. Daar ben ik het helemaal mee eens. De landelijke overheid heeft in 2022 een goed nationaal programma ontwikkeld, namelijk Een thuis voor iedereen. Dat onderschrijft dat ook helemaal. In het kader of in het verlengde van het landelijk programma Een thuis voer iedereen dat onderdeel uitmaakt van de nationale bouw- en woonagenda, zijn we nu in de afrondende fase voor het opstellen van de regionale toekomstvisie wonen, welzijn en zorg, waarin we ook ingaan op hoe we nu die huisvesting van aandachtsgroepen, waaronder deze, op een regionale manier gaan aanvliegen. Ook daarbij is de leidende gedachte: je moet dat naar veerkracht en draagkracht proberen te spreiden. Dat is het beste voor iedereen. Dat wilde ik nog meegeven. Daarover later meer. D66 benadrukte dat dit voorstel aansluit bij de motie uit 2020. Dat vinden we natuurlijk goed om te horen. We gaan ook vervolgstappen zetten, zoals besproken. D66 roept ook op om proactief te gaan samenwerken met ontwikkelaars en om goed te evalueren na een jaar. Ik vind dat een hele goede oproep. Zoals gezegd: ik hoop ook dat zo’n keurmerk goede gesprekken met ontwikkelaars gaat losmaken. Die komen we uiteraard onder andere bij een woonberaad, maar ook bij andere hoedanigheden tegen. Dan de vragen van GroenLinks. De voorzitter Interruptie van de heer Leers.
De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Dank u wel, meneer de voorzitter. De oproep om goed samen te werken met de ontwikkelaars heb ik min of meer ook gedaan. Het triggerde mij wat de wethouder zei. Het voorbeeld dat ik noemde, pension Mijnzicht, was een ontwikkelaar die daar iets concreets wilde doen met betrekking tot dit onderwerp. Over goed samenwerken gesproken: we zijn jaren verder. Het ligt sleutelklaar. Het is gewoon leeg. Dus hoe werkt u dan goed samen met ontwikkelaars? Zal ik het concreet maken: met hoeveel ontwikkelaars heeft u het afgelopen jaar gesproken over mogelijke initiatieven met betrekking tot dit onderwerp? Is dat met een, twee, tien, honderd of geen? Wethouder Gelderblom Zoals gezegd hebben we bij de vaststelling van het pakket Grip op Wonen ook al de uitgangspunten van het keurmerk besproken. Daar zaten een aantal ontwikkelaars bij aan tafel. In het woonberaad spreken we om de zoveel tijd tientallen ontwikkelaars, ook over dingen die raken aan de regulerende kant van de woningmarktdynamiek. Als het gaat over specifieke projecten, dan is het niet binnen mijn portefeuille om daarop te reageren, dus dat ga ik ook niet doen. Ik denk dat we daar op een ander moment op terug moeten komen, want ik kan daar gewoon vanuit mijn portefeuille niks over zeggen. De voorzitter Interruptie van de heer Jacobs.
De heer Jacobs, Forum voor Democratie (interruptie) Dank u, voorzitter. U zegt net: een andere portefeuille. Ik vind het wel een belangrijke vraag van de heer Leers. Hoeveel initiatiefnemers zijn nou gekomen met iets? Want ik heb daar ook geen enkel idee bij. Ik weet niet welke portefeuillehouder dat dan is, maar er zal toch iemand moeten weten hoeveel initiatieven of mensen er naar u toe zijn gekomen om daarover te spreken? Dat vind ik wel van belang. De voorzitter
Pagina 43 van 72
Dank u wel. Wethouder Gelderblom Even feedback met het college: op basis op van concrete initiatieven worden altijd gesprekken gevoerd over concrete initiatieven. Als er een vraag is over de kwantiteit en specifieke categoriën, dan kunnen we daar het beste schriftelijk op terugkomen. Ik hoor net dat als het gaat over die specifieke locatie Ganzeweide, dat er op dit moment een andere ontwikkeling gaande is. Ik vind het ongemakkelijk als nu via mij vragen worden gesteld aan het college. Dan moet dat volgens mij via een andere weg. De voorzitter Bovendien gaat het dan wel over een ander onderwerp. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Voorzitter, dan wil ik heel specifiek zijn. Ik begrijp van die specifieke locatie, tot vanmiddag nog aan toe, dat er helemaal aan niks anders qua invulling wordt gewerk en dat op dit moment de eigenaar eigenlijk met de hand in zijn haar zit en zegt: hoe nu verder? Daar kunnen we juist meters maken. Dat begrijp ik dan weer niet. Wethouder Gelderblom Ik snap de aanvechting om daar op door te gaan, maar ik ga wel heel erg mee met de voorzitter dat als we nu deze fuik met z’n allen inzwemmen, we heel erg ver weg drijven van het onderwerp. Volgens mij moeten we dat met elkaar niet willen, want we hebben ook nog andere dingen te bepreken. De voorzitter Meneer Leers, u heeft nu echt de vierde of vijfde interruptie. Dat ga ik niet toestaan.
We hebben antwoord gegeven. U weet wat u in het presidium kunt doen. Dank u wel. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Ik vind het jammer dat het antwoord uitblijft. De voorzitter Nee, ik sta het niet toe. Het is genoeg. Wethouder Gelderblom Dan tot slot de vragen van GroenLinks. Nogmaals: 80 procent moet in Parkstad werken. Hoe gaan we dit handhaven? Volgens mij heb ik dat nu uit en te na toegelicht dat dit berust op een misverstand. Het is ook in de commissie op basis van de vragen van de heer Ermers uitgebreid besproken. Dat geldt ook voor de vraag waarom we ons beperken tot Parkstad. Ik heb die eigenlijk net ook al toegelicht. Ook die vraag was gesteld door de heer Ermers in de commissie. Heel kort: ja, we hebben een regionale economische dynamiek. Maar we zeggen eigenlijk: het is niet de bedoeling dat wij huisvesten voor gemeenten die niet bereid zijn om bepaalde type huisvesting te faciliteren. Daarom moet je op een gegeven moment zeggen: voor die 20 procent is dat prima, maar we gaan ook echt even aan onze eigen woningmarktregio denken. Dat is Parkstad. Dus het is helemaal in lijn met wat de woonvisie zegt over wat onze woningmarktregio is. Daarmee voorzitter, ben ik aan het eind van mijn beantwoording gekomen. De voorzitter
Pagina 44 van 72
Dank u wel. Dat was een zeer uitgebreide eerste ronde van beide kanten met hoofdlijnen en details. Dus ik neem aan dat u eigenlijk geen behoefte heeft aan een tweede termijn, maar toch. Het was een poging waard. Maar helaas, sorry meneer De Groot. Ik heb het echt geprobeerd, want ik vond dat eigenlijk echt wel terecht. Maar meneer Van Zutphen, meneer Leers, meneer Jacobs en meneer Van den Berg. Tweede termijn De heer Van Zutphen, SP Voorzitter, een punt wat in de eerste termijn nog niet aan de orde is gekomen, is het prima feit dat nu in deze voorwaarden staat dat mensen na baanverlies tenminste nog twee maanden hun woonplek mogen behouden. Dat is landelijk een enorm probleem. Mensen worden ontslagen om welke reden dan ook. Bijvoorbeeld omdat ze het wagen iets terug te zeggen tegen hun baas. Dan worden ze binnen de minuut dakloos. Ze belanden dan vervolgens in de daklozenopvang of gewoon op straat. Het is prima dat het college of de raad via dit voorstel daar nu een einde aan maakt. Dan de vraag van een aantal fracties: hoeveel initiatieven zijn er geweest? Ik zou het helemaal niet erg vinden als het nul is. Als als gevolg van deze voorwaarden mensen die geld willen verdienen aan deze vorm van huisvesting zeggen: ik doe het liever in de gemeente x, y of z ... De voorzitter Meneer Van Zutphen, ik zeg net: we gaan het niet meer hebben over die initiatieven.
Als u dat wil met z’n allen, kaart dat dan morgen in het presidium aan. Op deze manier lokken we weer de discussie uit over initiatieven en concrete dingen die niks met het keurmerk te maken hebben. De heer Van Zutphen, SP Goed. Dan een punt over het feit waarom er zo veel arbeidsmigranten zijn. Dat is toch echt gerelateerd aan het agendapunt. Ik heb daar net al een aantal dingen over gezegd. Het is natuurlijk ook zaak om met name vanuit de nationale overheid industriepolitiek te voeren. Welke werkgelegenheid willen wij in ons land hebben? Dan hebben wij natuurlijk ook een geschiedenis in de regio, want wij denken allemaal dat die steenkolenmijnen allemaal arbeidsmigranten waren en dat het allemaal vanzelf kwam. Er is bij de start van de mijnen hier in Limburg onder andere op aandringen van de Katholieke Kerk flink op de rem getrapt, omdat de Kerk vreesde voor zedenloosheid ten gevolge van de abominabele woonomstandigheden. Het was inderdaad destijds kostgangerschap. Er waren drie mensen in een bed die elkaar afwisselden in dat bed. De kerk heeft er toen met succes bij de Rijksoverheid op aangedrongen om de start van de steenkolenmijnbouw geleidelijker te maken.
Met andere woorden, welke industrie willen wij hier in Nederland hebben? Als het industrie is die geen toevoegde waarde heeft en die alleen maar gaat om export, terwijl Nederland sowieso een exportoverschot heeft, dan zou ik zeggen: doe dat vooral niet in ons land en richt de werkgelegenheid op dingen die nodig zijn voor ons land. Tot zover, voorzitter. De voorzitter Dank u wel. Meneer Jacobs. De heer Jacobs, Forum voor Democratie Dank u, voorzitter. Ik ben na de eerste termijn een beetje de weg kwijtgeraakt over dat keurmerk. Stel dat ik twee ontwikkelaars heb die allebei met een initiatief komen: die komt op a en die komt op b. De eerste ontwikkelaar met het initiatief voldoet aan alle voorwaarden
Pagina 45 van 72
voor dat keurmerk. Die krijgt dus een sticker. Die andere voldoet niet aan alle voorwaarden. Maar als ik het goed begrijp, is dat keurmerk alleen een sticker. Dus dat is alleen: u hebt dat keurmerk. Maar op het moment dat ik bijvoorbeeld een ontwikkelaar ben die twintig arbeidsmigranten plaatst en die arbeidsmigranten krijgen een ruimte van 25 vierkante meter. Ik noem maar eens wat. Aan een van de voorwaarden van het keurmerk voldoet die niet. Gelden er dan andere normen voor om dat initiatief goedgekeurd te krijgen? Want dat is mij niet helemaal duidelijk. Ik dacht altijd dat het keurmerk een beetje dwingend recht was, maar als ik u in de eerste termijn goed heb begrepen, dan is dat gewoon regelend recht. Dan hebben dus in principe allebei de initiatiefnemers als die locatie voldoet, evenveel kans om te zeggen: ik wil daar arbeidsmigranten plaatsen. Zo heb ik het op dit moment begrepen. Wellicht dat u dat dadelijk nog verder kunt toelichten. De voorzitter Dank u wel. Meneer Van den Berg. De heer Van den Berg, VVD Voorzitter, het idee dat wij zodanig regels opwerpen dat wij zo veel mogelijk arbeidsmigranten uit onze stad moeten weren, omdat dat dit goed zou zijn voor onze samenleving, dan denk ik dat u niet helemaal bij de les bent. Wij kunnen niet meer zonder die arbeidsmigranten. Dat moeten we ook gewoon goed regelen.
Dat betekent dat de aanleiding van dit stuk gewoon het feit is dat wij zien dat het niet goed geregeld is. Dat betekent aan de kant van het college, dat ze ook het gesprek moeten opzoeken met deze regels of met deze keurmerken in de hand en met enerzijds de verhuurders van die panden, maar ook de partijen die soms wel heel dicht bij het college staan, bijvoorbeeld de corporaties. Zijn mogen ook best wel het initiatief tonen: beste Heerlen, we zien dat er arbeidsmigranten zijn, wij gaan daar onze verantwoordelijkheid in nemen en wij gaan ook zorgen dat wij daar de goede huisvesting voor regelen. We hadden het daarstraks over 3.300 arbeidsmigranten die in onze stad zouden leven. Dan praten we toch al snel over een paar honderd wooneenheden waar vier, vijf, zes of zeven arbeidsmigranten in zouden gaan wonen. Die arbeidsmigranten moeten we ook niet zien als, laat ik het zo zeggen, mensen waar we niks tegen kunnen zeggen. Ik hoorde net de wethouder zeggen: ze weten eigenlijk helemaal niet wat Rd4 is en wanneer je de vuilnis buiten moet zetten. Misschien moeten we wat meer actief de communicatie opzoeken met die arbeidsmigranten die daar in de stad komen wonen. Ik snap dat het lastig is, want eigenlijk hoeven die shortstay arbeidsmigranten zich pas na 4 maanden in te schrijven. Dan heb je daar een beetje beeld op.
Maar ik neem toch aan dat u nu bijna stante pede zou kunnen zeggen: dit zijn de panden in onze stad waar arbeidsmigranten wonen. Ik trek in het kadaster wel even na wie daar eigenaar van is. Ik ga ze overmorgen bellen om hier in het gemeentehuis op gesprek te komen om te zeggen: dit is hoe wij het voor ogen hebben. Oud-wethouder Van Zutphen en tegenwoordig dus raadslid van de SP, haalde net ook de bedrijvigheid aan. Met name, wat voor een soort bedrijven zouden we nou in deze stad willen hebben die arbeidsmigranten inhuren? Ik wijs u op het feit dat de VNG nog niet zo heel lang geleden een effectrapportage heeft geproduceerd waar met name de huisvesting van arbeidsmigranten bij nieuwe bedrijvigheid in gepromoot wordt en dat alles onder het aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten. Er is dus ook regelgeving in ons land beschikbaar als het gaat over hoe we nou die arbeidsmigranten zo goed mogelijk kunnen faciliteren in combinatie met de bedrijvigheid. Laten we nou alsjeblieft daar ook goed naar kijken. Laten we nou zorgen dat we die bedrijvigheid deze kant uit krijgen met de juiste huisvesting van arbeidsmigranten. Als laatste zou ik u ook nog willen oproepen tot het publiceren van wat nou goed is en wat nou niet goed is. We hebben dat al eens eerder in wat vraagstukken gehad: het naming en
Pagina 46 van 72
shaming. Laten we nou niet bang zijn van om alleen slechte voorbeelden te noemen, maar laten we ook goede voorbeelden noemen. Omarm ook initiatieven. Om andere redenen kiezen we niet voor het initiatief dat destijds op de Ganzeweide is geweest. Maar een van de toezeggingen die toen destijds wel is gedaan, is om met de initiatiefnemers het gesprek aan te gaan over: jullie idee is heel erg goed, maar misschien kunnen we dat ergens anders in de stad laten landen. Ik vraag me af of we het gesprek zijn aangegaan met dit soort initatiefnemers die meerdere vastgoed hebben waar arbeidsmigranten wonen en dat goed geregeld hebben met andere gemeentes, om dat misschien wel op andere plaatsen in onze stad te faciliteren. Dank u wel. De voorzitter De heer Janssen. De heer Janssen, Jongerenpartij Heerlen Dank u wel, voorzitter. Ik heb een korte vraag aan de wethouder. Kan hij het rapport waar ik eerder over sprak met de raadsleden delen? Dan hebben we gelijk de ruis van de lijn. Niet alleen de raad heeft dan de juiste kennis, maar ook over de aantallen die in de buurgemeenten werkzaam zijn. Ik denk dat dit helpt. Dan gaf de wethouder in de beantwoording al aan dat Heerlen by far het grootste aandeel shortstay’ers huisvest. Dat doet vermoeden dat hij daar ook cijfers en data over heeft. Die heb ik nog niet gezien. Ik zou hem willen vragen om dat ook met ons te delen.
Dan hebben we dat ook weer scherp. Dan in de doorwerking van Grip op Wonen. Dank aan de wethouder dank voor hetgeen u meeneemt naar de toekomst. Maar u zou ook kunnen zeggen: hebben we bijvoorbeeld als gemeente Heerlen grond in bezit in de buurt van specifieke industriegebieden, bij Avantis en Trilandis, die je kunt oormerken? Als bijvoorbeeld initiatiefnemers zich aandienen, dan ga je over die gebieden met hen in gesprek om te kijken of je daar tot een ontwikkeling kunt komen. Want als je op grond van de huidige bestemmingsplannen als initiatiefnemer ergens moet beginnen, dan wordt het natuurlijk wel een heel lastig verhaal. Als blijkt dat niemand aan het keurmerk kan en wil voldoen en de komende jaren nul initiatieven boven komen drijven, wat doen we dan? Gaan we ons dan herbezinnen of komt u dan even bij ons terug? Ik zou u willen vragen om dan bijvoorbeeld eind volgend jaar bij ons terug te komen om te evalueren van wat het ons nu heeft gebracht. Dat moet u denk ik ook wat tijd geven. Als laatste: we willen graag onze medewerking verlenen aan dat keurmerk. U heeft gehoord dat we een hoop twijfels hebben, maar soms moet je ook een been vooruitzetten en dingen laten gebeuren. Want als er niks gebeurt, dan ga je ook niet vooruit. Dus in die zin willen we dat graag nog even meegeven. De voorzitter Dank u wel. Interruptie van de heer De Groot. Nee? Tweede termijn.
Eerst de heer Leers en dan kom ik bij u. Meneer Leers. De heer Leers, Hart-Leers Voorzitter, dank u wel. Nog niet zo gek lang geleden kreeg de gemeente Heerlen een telefoontje van de gemeente Maastricht. Er waren problemen met de huisvesting van studenten. Ze zeiden dat ze geen plek hebben en dat ze met vertraging zitten. Waar kunnen de mensen naartoe? Heerlen ging in de stad op zoek naar waar we misschien tijdelijk Maastrichtse studenten kunnen huisvesten. Een van die plekken is het Grand Hotel. Daar zaten
Pagina 47 van 72
tot die tijd een heel aantal arbeidsmigranten al jarenlang zonder overlast te veroorzaken en noem het maar op. Lang verhaal kort: die arbeidsmigranten moesten daar vertrekken. De studenten kwamen erin. Waar die arbeidsmigranten nu zijn, weet ik niet. Misschien zijn ze in een aantal huizen ergens in een wijk van onze stad. Dat tot daaraan toe. Ietsje verderop ligt een nieuwe campus. Dat is de Live&be-campus. Studenten van over de hele wereld wonen daar. Die heten we van harte welkom. Maar als iemand vanuit de hele wereld hier wil komen werken, dan stellen we daar paal en perk aan. Dan is dat moeilijk. Dan zeg ik: jongens, daar waar het goed gaat, maken we het initiatief een kopje kleiner. De mensen moeten maar kijken waar ze naartoe kunnen. Over concrete initiatieven om iets op te pakken, zoals bijvoorbeeld het pand op de Ganzeweide, wordt gezegd: dit niet, maar dan wat anders. Er komt helemaal niets anders. Nu wordt er gezegd: we zijn met nieuw beleid bezig en we gaan zien wat ervan gaat komen. Het wordt zeker beter. Ik zie de verbetering nog niet. In de tussentijd blijven de zaken zoals ze zijn. Ik zie in dit stuk dat voor ons ligt geen vooruitgang. Ik beproef in de praktijk nog niet dat we meters maken. Dat is wel bij iedereen de bedoeling.
Als ik dan interrumpeer en zeg: wat gek, iemand die hier als slaaf te werk wordt gesteld volgens sommige mensen, heeft wel de kans om een huis te kopen. Dat krijgt menig Heerlenaar niet voor elkaar, omdat dit financieel gewoon niet lukt en omdat er misschien ook weinig aanbod van huizen is. Dan denk ik: waar hebben we het hier in hemelsnaam over? Ik ben ervan overtuigd dat hetgene wat hier voorligt, geen zoden aan de dijk zet en dat wij als gemeente nog allerminst ver genoeg zijn om hier met een oplossing te komen. We moeten de, door sommigen verguisde, mensen die woningen aanbieden en realiseren veel meer in huis halen en daarmee samenwerken. Ik zei eerder: wat goed, we gaan niet procederen, maar praten en samen kijken om het op te lossen. Ik zie dat nog niet gebeuren. Ik had dat graag ook in dit geval gezien. Als dan door sommige mensen wordt gezegd: er wonen arbeidsmigranten en die kennen onze regels niet, dan kan ik u voorbeelden genoeg geven waarin ik zelf mensen heb aangesproken en heb gezegd: “jongeman, dat hoort niet in de groenbak. Dan moet de GFT-bak niet aan de straat worden gezet, dan die plastic zakken en noem het maar op”. Je kan ook zelf een stap vooruit zetten. We hebben wijkregisseurs, buurtregisseurs, buurtboa’s en noem het maar op. Iedereen weet waar de problemen zitten. Je kan er samen wat aan doen. Ik zie dit nog niet gebeuren.
Ik ga ook geen fopspeen ondersteunen, zoals ik dit zie. Dus ik zal hier ook niet mee instemmen. De voorzitter Dank u wel. De heer De Groot. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Dank u, voorzitter. Ik zie het toch anders dan de heer Leers. Ik denk dat het hartstikke mooi zou zijn als er meer mensen waren zoals meneer Leers die mensen zouden aanspreken en dat dit tot gevolg zou hebben dat iedereen conform regelgeving in de stad zou acteren. Maar dat is helaas niet de werkelijkheid. We hebben te maken met een andere werkelijkheid. Ik denk dat het heel goed is dat dit keurmerk er komt, omdat het een hele goede stap in de richting is om een betere invulling te geven aan die problematiek rondom huisvesting van migranten. Ik denk inderdaad, dat is wat de wethouder net ook aangeeft, dat je op zoek bent naar een nieuwe dynamiek. Natuurlijk, dat is niet iets wat van de een op de andere dag zijn beslag krijgt. Daar zal ook enige tijd overheen moeten gaan. Maar ik denk wel dat de insteek zoals die gekozen wordt, wel degelijk zoden aan de dijk gaat zetten. Ik wil ook nog een ander punt maken. Ik had willen interrumperen, maar ik zeg het nu ook even richting de heer Van den Berg. Hij had het over dat we alle migranten moeten omarmen, want dat zorgt voor bedrijvigheid.
Ik wil het ook nog wel eens graag in de commissie hebben over of elke soort bedrijvigheid welkom is en of we daar ook echt wel achter staan. Als wij ’s
Pagina 48 van 72
avonds een bestelling doen op Amazon.com, dan moeten we het ’s morgens om 12 uur al in huis hebben. Is dat hetgene wat we per se willen? Hebben we per se dat soort bedrijvigheid en dus ook veelal waar migranten aan gekoppeld zijn – nodig? De voorzitter Meneer Van den Berg. Dat was te verwachten. De heer Van den Berg, VVD (interruptie) We moeten elkaar niet voor de gek houden. Ja, dat soort bedrijvigheid en arbeidsmigranten hebben we gewoon keihard nodig. De voorzitter Dank u wel. Meneer De Groot. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Dan wil ik daar toch even op doorgaan. Ik heb daar een andere mening over. Daarom is het denk ik goed dat we de discussie voeren in de commissie. Dat gaan we dan ook opvoeren. Ik denk dat de wethouder Economie daar ook wel z’n zegje over zou willen doen. Maar kortom, de OPH is voor dit keurmerk, juist omdat het echt iets teweeg gaat brengen. Nogmaals, het is een stap. Het is niet de heilige graal, maar het gaat wel de goede kant op om in ieder geval ervoor te zorgen dat die mensen die hier nu en zeker op korte termijn komen werken, op een fatsoenlijke manier gehuisvest worden en dat verhuurders ook gedwongen worden. Met name de organisaties die hier grof geld aan verdienen, mogen best wel een beetje inleveren. Dat inleveren moet dan worden gecompenseerd door middel van goede huisvesting. Dus wij staan volledig achter het voorstel.
De voorzitter Interruptie van de heer Leers. De heer Leers, Hart-Leers Meneer de voorzitter, dank u wel. Als meneer De Groot het voorbeeld noemt van pakketjesbezorgers, dan zijn wij daar toch zelf schuld aan? Iedereen die drie paar sokken bestelt en één paar sokken nodig heeft, drie paar schoenen, drie paar jassen en noem het maar op, zorgt ervoor dat andere mensen hier moeten werken. De voorzitter Meneer Leers! Ook hier gaan we weer een discussie voeren die ver voorbij het keurmerk gaat. Ik ga naar meneer Nefjodov. Meneer Leers! De heer Leers, Hart-Leers Ja, zo heet ik. De voorzitter We hebben hier wel te luisteren naar wat we hier afspreken met elkaar. Ja? De heer Leers, Hart-Leers Meneer de voorzitter, ik wil onderstrepen dat hetgene wat ik net zei richting mijn buurman … De voorzitter
Pagina 49 van 72
Ik geef aan dat dit onderwerp niet ter sprake deed in dit onderwerp. Ik ga naar meneer Nefjodov. De heer Leers, Hart-Leers Maar dat is de basis van het probleem! De voorzitter Meneer Leers, en nu is het uit! Klaar. Het is ook een keer over. Ik word echt een keer woest op u. U neemt heel veel tijd in beslag met heel veel interrupties over onderwerpen die niet ter zake doen. U moet ook een keer gewoon de beleefdheid hebben om te accepteren dat anderen aan het woord zijn. Ik ga naar meneer Nefjodov. Meneer Nefjodov, gaat uw gang. De heer Nefjodov, GroenLinks Binnen het kader van het keurmerk snap ik dat Parkstad voor zichzelf moet kiezen als overige gemeentes niet bereid zijn het huisvestingsvraagstuk te dragen. Begrijp ik dan correct dat geen enkele andere gemeente buiten Parkstad zich inspant om arbeidsmigranten te huisvesten, want dat blijkt dus een factor te zijn waarom het keurmerk niet verder wordt uitgebreid binnen Zuid-Limburg voor wat betreft de eis in het keurmerk. Maar het klopt toch niet dat geen enkele andere gemeente buiten Parkstad zich inspant om arbeidsmigranten te huisvesten? Maastricht biedt bijvoorbeeld ook meer huisvesting aan arbeidsmigranten dan dat er arbeidsmigranten zijn in de stad, volgens het CBS. Dus dat als eerste.
Zelfs al zou blijken dat Parkstad de enige binnen Zuid-Limburg is die naar evenredigheid arbeidsmigranten huisvest, wat mij dus vrij onwaarschijnlijk lijkt, in hoeverre heeft Heerlen binnen het kader van dit keurmerk dan gepoogd om andere Zuid-Limburgse gemeentes overstag te halen om ook een deel bij te dragen? Ik zoek daar in ieder geval een beetje mogelijkheden in. De voorzitter Dank u wel. Het woord is aan wethouder Gelderblom. Wethouder Gelderblom Dank u. De FVD vroeg ter verduidelijking wat nou precies de status is van het keurmerk is aan de voorkant, dus bij de indiening van het initiatief voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Als je een initiatief indient, moet je natuurlijk gewoon voldoen aan de eisen die we daadwerkelijk kunnen stellen. De eisen die we daadwerkelijk kunnen stellen, vinden we in het bouwbesluit zoals ik al aangaf. Die vind je in de beleidsregels die we vaststellen et cetera. Dit keurmerk is met name interessant voor mensen die al een verhuurpand hebben en die misschien denken: hoe kan ik nou echt voldoen aan wat de gemeente graag zou willen zien op dit gebied? Dus wat is de status van dit keurmerk aan de voorkant? We zullen het altijd meegeven en mensen aanmoedigen om eraan te voldoen. Maar het is niet afdwingbaar, zoals ik al aangaf. Dus het gaat echt over waar je uiteindelijk heen wil.
In die zin is het dus veel belangrijker dat je voor de panden die al verhuurd zijn – dat zijn er gewoon echt heel veel in Heerlen - met die mensen ook in gesprek komt over als u niet op basis van de vergunningsplicht - die er overigens nu voor de duidelijkheid op basis van Grip op Wonen in de hele stad al is voor arbeidsmigranten – in actie komt, is dit keurmerk dan misschien een gespreksopener? Als u wel in actie wil komen op basis van de vergunningsplicht die is geïntroduceerd en u zich afvraagt hoe wij het graag zouden willen zien, dan is hier het keurmerk. Dat is dus het idee. Dat is dus niet aan de voorkant, maar vooral in de bestaande situatie.
Pagina 50 van 72
Natuurlijk zou ik zeggen: doe vooral uw voordeel met het keurmerk aan de voorkant, want dan weet u precies wat we willen hebben. Dan vinden we het inderdaad ook menswaardig. Sterker nog, dat is ook een beetje wat de VVD zei. Dan ga ik daar meteen naar over. Dan kunnen we je ook uitlichten als een goed voorbeeld. Dat raakt aan dat namen en shamen. Misschien hebben we specifiek daarover … Het is ook al aangekondigd dat we parallel aan de denktrant voor dit keurmerk werken aan een huurregister. Daarmee kun je inzichtelijk maken wat er zoal aan huurpanden is. Daar wordt nu aan gewerkt in samenhang met een aantal landelijke partijen Dat betekent dat je zodra dat er is veel gemakkelijker in gesprek komt.Want dan doe je gewoon het licht aan en kan iedereen zien welke partijen interessant zijn om mee in gesprek te gaan. Dan helpt het als je een referentiepunt hebt om te zeggen: dit is waarvan wij vinden dat je eraan moet voldoen, zowel aan die wortelkant als aan die stokkant. De Jongerenpartij vroeg of we het rapport kunnen delen. Dat gesprek hebben we ook even bij de commissie gehad. Toen heb ik verwezen naar de bron van de cijfers die ik ken, namelijk Decisio. Ik heb iedereen aangemoedigd om er zelf even heen te gaan. Ik vind het geen enkel probleem en die toezegging doe ik graag om mensen van dienst te zijn om dat rapport even te delen.
We zijn sindsdien erachter gekomen dat er een actuele versie is van het rapport waar ik op dat moment naar verwees. Dus ik denk dat het des te beter is om dat te doen. Ik zeg tegen de griffie dat we dat rapport prima binnen twee weken kunnen doen toekomen. Dat is gewoon het doorzetten van het document. Daarna was er wat verwarring. De vragensteller vanuit de Jongerenpartij vroeg of ik had aangegeven dat Heerlen by far het grootste aandeel huisvest van shortstay arbeidsmigranten. Ik echode wat ik dacht te horen bij de vragensteller. Dus mijn veronderstelling was dat dit was wat werd gesteld op basis van het rapport dat werd aangehaald door de heer Janssen. Het is ook mijn inschatting dat het zo is, maar we gaan het met z’n allen meemaken als we dat pdf’je openen zodra dat gestuurd is naar de raad. De suggestie van de Jongerenpartij rondom de effectenrapportage die de VNG ons aanreikte, nemen we gewoon van harte mee. Dat is denk ik een hele goede. Daar is ook even ambtelijk contact over geweest dat we daarmee doorgaan. En wat – dat is wel een wezelijke vraag – gebeurt er nou als we tot de conclusie komen dat niemand aan dat keurmerk voldoet? Wat zou dan de juiste conclusie moeten zijn? Ik denk dat als je dat huurregister hebt, je ook inzichtelijk kunt maken wie grofweg aan het bouwbesluit voldoet, wie aan de SNF-norm voldoet en wie er voldoet aan dit keurmerk.
Ik zou daar echt open in willen gaan. Het tijdsbestek doet ook wat. Ik denk dat je dan niet hoeft te zeggen dat je ermee moet ophouden. Ik denk dat je dan misschien moet gaan nadenken over of je met de juiste partijen in gesprek bent. Hebben we de corporaties genoeg aangesproken? Dus ik denk dat dit een begin van een gesprek zou zijn, zelfs in die radicale situatie dat niemand voldoet. Nogmaals, volgens mij is veel belangrijker dan het keurmerk dat we richting de juiste dynamiek aan het bewegen zijn. Dan niet zo zeer met het keurmerk, hoewel dit ook belangrijk is, omdat je dan duidelijk neerzet wat je wil, maar ook met de filtering die we nu aan de voorkant van zo’n proces hebben ingesteld dankzij het pakket Grip op Wonen. Dan door naar GroenLinks, want ik heb wel een statememt gehoord bij Hart-Leers, maar niet direct een vraag. Als die alsnog komt, dan graag. Dan ga ik door naar GroenLinks. De voorzitter Er komt een vraag, gaat uw gang. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) U hebt toch hopelijk wel de vraag die ik stelde begrepen of ditgene wat hier voorligt überhaupt wel enige zoden aan de dijk gaat zetten? U zult er ja op zeggen, maar ik denk van niet. Dus hoe denkt u mij alsnog te overtuigen daarin?
Pagina 51 van 72
Wethouder Gelderblom De kansrijkheid van dat scenario … Nee goed, aldoende leert men. Ik sta hier nu 2,5 jaar. De ervaring leert dat dit niet per se van een leien dakje gaat, maar ik blijf dat uiteraard proberen. Volgens mij hebben we ook uitgebreid de gelegenheid gehad om naar het overtuigen van de heer Leers toe te werken in de commissie, vandaag. Het is niet gebeurd. Soms faal je in het leven. Dan moet je dat omarmen en gewoon dapper doorgaan. Het is niet anders. Ik ga dan door naar GroenLinks. Klopt het dat geen enkele gemeente zich inspant voor de huisvesting van arbeidsmigranten? Nee, dat klopt absoluut niet. Het is ook niet gesteld. Waar het om gaat is iets heel anders. De eerste vraag was: klopt het dat geen enkele gemeente zich inspant voor de huisvesting van arbeidsmigranten? Dat klopt sowieso niet. In de tweede vraag was de vraagstelling: klopt het dat geen enkele gemeente zich in haar evenredigheid inzet voor de huisvestinng van arbeidsmigranten? De tweede is natuurlijk super interssant, want dat is precies de kern. Wie huisvest voor welke groepen en is dat een beetje evenredig verdeeld? Die vraag kun je alleen maar met nee beantwoorden. Je ziet gewoon een ongelofelijk duidelijke verdeling van de organisatie van de woningvoorraad in de bredere regio. Dat is dus niet onze woningmarktregio.
Daarin zie je – en dat wordt uit en te na onderstreept door allerlei rapporten, inclusief de meest recente rapporten van het Nationaal Programma Heerlen Noord – dat Heerlen heel erg duidelijk buitenproportioneel veel aandachtsgroepen huisvest, waaronder inderdaad ook kamerverhuur. Binnen kamerverhuur zijn arbeidsmigranten een hele prominente doelgroep. Dus dat is voor de helderheid wat er gesteld wordt. We willen een veel eerlijkere spreiding van dit type huisvesting, want anders kun je nergens werken aan die gezonde bevolkingsopbouw. Het begint bij de sorteermachine van de woningmarkt. De voorzitter Interruptie van de heer Nefjodov. De heer Nefjodov, GroenLinks (interruptie) Ik snap ongetwijfeld dat heel veel gemeentes binnen Zuid-Limburg niet naar evenredigheid voldoen aan het arbeidsmigrantenvraagstuk. Maar bijvoorbeeld de hoofdstad van onze provincie Maastricht, biedt meer huisvestingsmogelijkheden dan dat er arbeidsmigranten zijn. Althans dat zegt het CBS met een onderzoek uit 2022. Dus binnen dat kader vraag ik me af waarom we dan de samenwerking niet opzoeken met bijvoorbeeld Maastricht waar ook heel veel arbeidsmigranten werken. Waarom proberen we ook niet Maastricht te omvatten binnen die Parkstadeis? Waarom proberen we niet te kijken welke andere gemeentes binnen ZuidLimburg ook naar evenredigheid bijdragen? Heerlen is buitenproportioneel bezig.
Dat is zeker waar, maar het is niet de enige die een flinke bijdrage levert. Waarom kunnen we die anderen die ook een flinke bijdrage leveren, dan niet meenemen in het geheel van het vereiste van het keurmerk? Wethouder Gelderblom Dat is omdat we een keurmerk opstellen voor Heerlen, dus niet voor Maastricht. Ik bedoel, dat lijkt me evident. Daarbij nemen we een eis mee van 80%-20%, waarbij we zeggen: 80% is ook werkzaam, in ieder geval bij de vaststelling van het keurmerk, in Parkstad. Van de 20% mag ook een gedeelte in Maastricht. Dus we doen al wat er gevraagd wordt. Belangrijker is natuurlijk dat dit keurmerk een voorbeeld is en dat het niet eens afdwingbaar is. In die zin begrijp ik de geest van de vraag heel goed: moeten we ook niet met Maastricht en al die andere gemeentes in Zuid-Limburg in gesprek over hoe we nou tot een evenredigheid van aandachtsgroephuisvesting komen? Het antwoord daarop is natuurlijk alleen maar ja. Dat
Pagina 52 van 72
gesprek voeren we ook op allerlei manieren: rondom de woondeal, rondom bestuurlijke overleggen Wonen Zuid-Limurg, rondom … Ik kan nog hele lange tijd doorgaan. Het punt is natuurlijk dat je alleen beleidsmatig grip hebt op wat je in je eigen gemeente doet en in tweede instantie wellicht een heel klein beetje op de regionale dynamiek. Nogmaals, de regionale dynamiek is wongingmarktregio Parkstad. Volgens mij is dat de situatie. De voorzitter Dank u wel. Wenst u te stemmen over dit voorstel of wensen de fracties van FVD, PVV en Hart-Leers geacht te worden tegen te hebben gestemd? Kunnen we het daarmee akkoord doen? Ja. Dan is dit voorstel aanvaard. Conform het verzoek van het presidium schors ik nu even voor vijf à zes minuten de vergadering. Schorsing 9. Mobiliteitsfonds Heerlen 2024 De voorzitter We beginnen. Dames en heren, neemt u weer plaats. Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan de heer Leers. Eerste termijn De heer Leers, Hart-Leers Meneer de voorzitter, dank u wel. Nadat we het in de commissie erover gehad hadden, had ik het idee dat het heel sympathiek was. Je kan een plek afkopen en vervolgens kan het bouwen toch doorgaan. Dat is allemaal prima en leuk en aardig. Maar ik heb dat nog eens laten bezinken, zeker toen ik zag waar het geld aan werd uitgegeven.
Het geld wordt niet uitgegeven aan extra parkeerkplekken, maar aan het aanpakken van allerlei verkeersproblematiek, het verbeteren van wegen of het tegengaan van onveiligheid en noem maar op. Nu kan ik me voorstellen dat er iets gebouwd wordt op een plek waar niet genoeg parkeerplekken zijn. Dan wordt dat afgekocht. Dan wordt daar geen extra parkeerruimte van gerealiseerd. Maar die bewoner die daar komt, heeft een auto. In die buurt is al te weinig plek. Daar komt nog een auto bij of er komen twee auto’s bij, terwijl het aantal parkeerplaatsen niet toeneemt. Dan denk ik: doen we hier wel goed aan? Want die buurtbewoner die in dat centrum woont en zegt: ik kon mijn auto niet kwijt, kon die auto daarna nog minder kwijt. Dus ik vraag mij af in hoeverre we het fonds niet moeten gebruiken voor die mobiliteit, voor het onderhoud van die wegen of die veiligheid, maar voor het creëren van meer parkeergelegenheid of het toegankelijk maken van betere parkeergelegenheid. Dat was een punt dat eigenlijk nog bij mij opkwam na de discussie en na het nogmaals lezen van dit stuk. Daar wacht ik op de reactie van het college. De voorzitter Dank u wel. De heer Jacobs. De heer Jacobs, Forum voor Democratie Dank u wel, voorzitter. Mijn probleem zat eigenlijk in iets anders, ook als je vorige week naar de commissie luisterde.
In het raadsvoorstel wordt gezegd dat we die gelden gebruiken voor verkeersveiligheid. In het hele raadsvoorstel gaat het om verkeersveiligheid. Er zijn wat vragen gesteld in de commissie. Dat was volgens mij van Fractie Damen. Daar bevestigde de
Pagina 53 van 72
wethouder ook: het gaat om verkeersveiligheid. In de verordening staat: bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid. Verkeersveiligheid is wat mij betreft heel meetbaar. Dat is als er onveilige situaties zijn, als er ongelukken gebeuren en weet ik wat. Dat is heel meetbaar. Maar wat versta ik onder leefbaarheid? Als ik dan zie hoeveel fondsen wij hier al hebben over de leefbaarheid van wijken, waarom moeten dan leefbaarheid en bereikbaarheid erin staan als het ons om de verkeersveiligheid gaat? Verander de verordening dan ook zo dat je leefbaarheid en bereikbaarheid eruit laat en gewoon zegt: het gaat om de verkeersveiligheid. Dan hebben we ook een hele duidelijke verordening. Dan hoeven we niet achteraf te discussiëren. Leefbaarheid moet dan te maken hebben met verkeersveiligheid. Ik weet het niet. Als je verkeersveiligheid opneemt, dan weet je dat je dat kunt meten: dit is verkeersveilig en dit is verkeersonveilig. Dat is ook de bedoeling. Maar bij een leefbaarheid of een bereikbaarheid zou ik niet weten wat je daar allemaal onder kunt rangschikken. Dus ik zou willen vragen: maak die verordening wat minder breed en beperk het echt tot de verkeersveiligheid. De voorzitter Dank u wel. De heer Damen van de Fractie Damen. De heer Damen, Fractie Damen Voorzitter, ik kan me grotendeels aansluiten bij de woorden van de heer Jacobs. Dat ga ik ook niet herhalen.
Maar als ik dan toch naar de verordening kijk, dan zie ik het woord mobiliteit staan. Als je het woordje mobiliteit opzoekt, wat betekent dat dan eigenlijk? Dan krijg je een omschrijving van dat het een middel of een gereedschap is om in ieder geval de veiligheid te verbeteren in de stad. Dat betekent dat je niet alleen aandacht schenkt aan leefbaarheid. Dat heeft daar verder niks mee te maken, maar wel dat je aandacht schenkt aan het verbeteren van de lokale wegen, reguleren van het verkeer, parkeren fatsoenlijk regelen en bijvoorbeeld het vervoer mogelijk maken waar het problemen oplevert met betrekking tot leerlingen die naar het speciaal onderwijs moeten of mensen die met een beperking de weg op moeten. In de verordening zelf heb ik ook nog een tweetal opmerkingen die mij toch een beetje storen, want ik weet niet wat ik daarmee moet. Er wordt gesproken over een regionaal mobiliteitsplan. Wat betekent dat? Wat is dat? Wie maakt dat? Hoe ziet dat er dan uit? Welke gemeentes gaan er dan regionaal aan meewerken? Op welke wijze worden daar dan de verordeningen van op papier gezet? Als ik naar artikel 10 kijk, dan heeft het college de mogelijkheid, als we dit zo accorderen, om in ieder geval het mobiliteitsplan met nadere regels vast te stellen. Dus er kunnen ook nog andere regels aan toegevoegd worden.
Ik denk dat we toch die andere regels ook graag hier in de raad of in de commissie zouden willen hebben om die te toetsen aan de juistheid en dat die inderdaad passen binnen het plan zoals het wordt ingediend. Daar had ik toch graag wat commentaar op van het college. De voorzitter Dank u wel. Ik geef het woord aan wethouder Peters. Wethouder Peters Voorzitter, dank u wel. Laat ik beginnen bij de discussie die gevoerd werd over de drie begrippen: verkeersveiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid. Die zijn natuurlijk onvermijdelijk met elkaar één. Op het moment dat je investeert in verkeersveiligheid van bijvoorbeeld een risicoweg, dan draagt dat uiteindelijk bij aan de leefbaarheid in een buurt of wijk. Hetzelfde geldt voor bereikbaarheid. Op het moment dat ergens te weinig parkeerplekken zijn en je ziet de mogelijkheid - en dat komt niet heel vaak voor – om parkeerplekken ergens bij te plussen, dan
Pagina 54 van 72
zorg je er uiteindelijk voor dat een wijk bereikbaarder wordt en voor mensen dus ook leefbaarder wordt en sterker wordt. Er is gewoon een hele duidelijke samenhang tussen die drie begrippen. Als u mij dan vraagt waar dit geld naartoe gaat of in ieder geval het potentiële geld dat in dit fonds komt: harde verkeersmaatregelen als het gaat om het verbeteren van verkeersveiligheid. We hebben niet voor niets in het Verkeersveiligheidplan in juni - dat hebben we ook richting u in de raadsinformatiebrief gestuurd hebben - heel duidelijk aangegeven waar onze prioriteiten liggen. We zijn bijvoorbeeld hard bezig met het verbeteren van de verkeersveiligheid rondom scholen en op schoolroutes. We zijn hard bezig met het verbeteren van verkeersveiligheid in 30 kilometer zones. We zijn ook bezig om te kijken welke wegen je bijvoorbeeld kunt afschalen van 50 naar 30 kilometer per uur in woonbuurten om ervoor te zorgen dat het enerzijds verkeersveiliger wordt en het aan de andere kant ook leefbaarder wordt. Ik pak maar even een straat als voorbeeld waar deze maand gewerkt wordt: de Huisbergerstraat. Het is een straat tussen de Beersdalweg en Schelsberg die heel vaak gebruikt wordt door mensen die net iets sneller dan met nog een extra stoplicht op Heerlerheide willen zijn of andersom.
Wat voor een gevolgen heeft dat? Dat heeft als gevolg dat mensen die aan de straat wonen waar het dus 50 kilometer per uur was, geconfronteerd werden met heel snel en heel veel verkeer. Op het moment dat je afschaalt naar 30 kilometer per uur, wat we nu dus doen en daarbij de juiste maatregelen neemt, dan neemt niet alleen de snelheid af, maar dan neemt ook de intensiteit af. Dus dan zorgt het er uiteindelijk voor dat er minder verkeer in die straat komt, hetgeen bijdraagt aan de leefbaarheid in die buurt. Dus die drie verschillende begrippen zijn onvermijdelijk gewoon één. De voorzitter Interruptie van de heer Damen. De heer Damen, Fractie Damen (interruptie) Voorzitter, als ik de wethouder goed beluister, dan zegt hij eigenlijk: het fonds is heel duidelijk gericht op de mobiliteit, maar het heeft effecten naar een aantal andere terreinen. Want dat is iets anders dan wat je op dit moment vaststelt. Op dit moment stel je het Mobiliteitsfonds vast. Dat fonds heeft als doel het verbeteren van de mobiliteit. Dat onder mobiliteit verkeersveiligheid valt, ik denk dat we het daarover eens zijn. Dat het straks ook nog andere effecten heeft, is een heel ander verhaal. We stellen niet iets vast wat nu leefbaarder wordt of wat weet ik wat wordt. Nee, we zijn bezig met het vaststellen van een Mobiliteitsfonds.
Dat Mobiliteitsfonds en dat geeft u net zelf ook aan, is heel duidelijk om de verkeersveiligheid te verbeteren. Bent u dat met me eens? Wethouder Peters Ja, voorzitter. Dat is ook de reden waarom dat zo duidelijk in het raadsvoorstel benoemd staat. Wat ons betreft is het het voornaamste doel met de middelen die potentieel in het fonds komen: verkeersveiligheid. Er zijn een aantal vragen gesteld, meneer de voorzitter. De voorzitter Interruptie van de heer Jacobs. De heer Jacobs, Forum voor Democratie (interruptie) Dat zegt u dan denk ik niet helemaal goed. Want als ik u begrijp, is verkeersveiligheid het enige doel. Vanuit dat doel kunnen een aantal subdoelen voortvloeien. Maar dat is mijn enige doel. Zie ik het juist dat het enige doel de verkeersveiligheid is? Dat dat dan ook een positieve invloed heeft op bereikbaarheid, leefbaarheid en wat dan ook, is mooi meegenomen. Zo interpreteer ik uw woorden. Is dat de juiste interpretratie?
Pagina 55 van 72
Wethouder Peters Voorzitter, dat is het hoofddoel. Het effect daarvan is inderdaad dat buurten leefbaarder, bereikbaarder et cetera worden. Er zijn een aantal vragen gesteld. Meneer Damen, u heeft het over nog vast te stellen regels. Dat is echt een onderdeel van de uitvoering. De raad gaat over de verordening. De verdere uitvoering is aan het college. Op dit moment is het niet zo dat er andere regels voorliggen. Dit is de basis. Op het moment dat geld uit dat fonds wordt onttrokken voor een ingreep ... Laat ik bijvoorbeeld zeggen dat er voor een bepaalde straat een ton nodig is om die verkeersveilig te maken. Dat is overigens maar een heel klein bedrag. Maar even ter illustratie. Dan komt er een collegevoorstel waarbij beargumenteerd staat waarom die 100.000 euro aan dat fonds onttrokken wordt. Vervolgens is het aan u en kunt u in de financiële stukken terugzien dat dit ook daadwerkelijk gebeurt. Dus u heeft meerdere mogelijkheden om hier kennis van te nemen en om ons ter verantwoording te kunnen roepen. Dus daarmee beantwoord ik ook een vraag van de heer Jacobs, want hij heeft het daar ook over. Dan is er volgens mij nog één vraag, namelijk van de heer Leers. Voorzitter, natuurlijk kan het zijn dat er door het realiseren van minder parkeerplekken ook meer druk komt in een straat.
Echter is het natuurlijk wel zo dat wij proberen te balanceren tussen het mogelijk maken van ruimtelijke ontwikkelingen en onze mobiliteitsopgaven. Waar je zag dat in bepaalde gedeeltes van de stad die parkeernorm echt het hete hangijzer was, waardoor het dus onmogelijk was om daar ruimtelijke ontwikkeling vlot te trekken, daar bieden wij nu een opening toe. Dus we proberen er op de juiste manier mee om te gaan en we proberen wat anders. Anders komt er op die plekken helemaal niks van de grond, aangezien we dan starre parkeernormen hebben, want dan bent u denk ik ook de eerste - dat zou terecht zijn – die ons zou verwijten dat wij hele starre parkeernormen hebben en niet meedenken. Dus wij proberen te balanceren, waarbij we aandacht hebben voor beide thema’s. De voorzitter Dank u wel. Is er behoefte aan een tweede termijn? Meneer Leers, gaat uw gang. Tweede termijn De heer Leers, Hart-Leers Voorzitter, in de commissie heb ik aangegeven of een alternatief kan zijn dat in plaats van 16.000 of 8.000 euro per parkeerplaats te betalen, aan te geven dat men ergens een plek kan huren. Er werd aangegeven dat dit ook kan. Maar zoals ik het nu hoor, denk ik: dit is een mooie manier voor de gemeente om geld binnen te krijgen om het hoofddoel verkeersveiligheid te bekostigen, terwijl de problematiek die vaak in de wijken speelt het parkeren is.
Natuurlijk, dat ben ik helemaal met de wethouder eens, ben ik er ook voor dat we woningen toevoegen aan onze stad. Maar aan de andere kant moet je dan ook kijken waar we die mensen laten parkeren. Als je dat niet samen laat gaan of gewoon laat opknippen, dan creëer je van de ene kant wat goeds, namelijk extra woonruimte - dat is prima - maar van de andere kant extra druk op de parkeervoorzieningen. Dat kan nooit de bedoeling zijn. Dus ik vind het jammer dat het een en ander losstaat van elkaar. Ik was al gecontenteerd als u bijvoorbeeld de afspraak had gemaakt: “Er mag iets bijgebouwd worden. Eigenlijk kan het niet vanwege het parkeren. Maar we hebben een mooi alternatief. Iemand kan ergens een plek huren of wat dan ook. We hebben verzekerd dat er geen extra druk in de buurt gaat ontstaan.” Zo lossen we dat op, namelijk met een beetje creativiteit. En niet: “Alleen maar als u betaalt. Dan maakt het niet uit of het probleem toeneemt. Wij hebben dan geld voor de verkeersveiligheid.” Als het zo in elkaar zit en dit is de achterliggende gedachte, dan kan ik het voorstel helaas niet steunen.
Pagina 56 van 72
De voorzitter Dank u wel. Meneer Damen. De heer Damen, Fractie Damen Voorzitter, ik heb nog geen antwoord gekregen op het RMP: het Regionaal mobiliteitsplan dat genoemd wordt. Als ik inderdaad het woordje “parkeren” ga gebruiken. We hebben een Parkeernota. Misschien dat die eens een keer inderdaad onder een nieuw licht gehouden moet worden of die parkeernota met betrekking tot de normen die daarin verwoord staan gericht op de verkeersveiligheid in de wijken, eens een keer wordt geüpdatet. Misschien is dat een idee dat de wethouder ook kan meenemen. De voorzitter U krijgt onmiddellijk antwoord van wethouder Peters. Wethouder Peters Ik kom hier met snelle mobiliteit naartoe. Even de heer Leers: die vraag heb ik ook beantwoord in de commissie. Pak pagina 8 van de nieuwe Nota mobiliteitsnormen 2023. Dat is dus ook meteen het antwoord op uw vraag: dat is inderdaad al gebeurd. Op 20 december afgelopen jaar heeft u daar als het goed is mee ingestemd. Daarin staat heel duidelijk op pagina 8 dat in het deelgebied centrum de parkeervraag bij voorkeur opgelost wordt in bestaande parkeergarages. Dus we sturen op die creativiteit. Wij dagen initiatiefnemers en ontwikkelaars juist ook uit om met dit soort creatieve oplossingen te komen, omdat dit natuurlijk enorm bijdraagt aan het centrum als geheel. De voorzitter Interruptie van de heer Leers.