Conceptnotulen raadsvergadering d.d. 24 september 2025
Tekst van het document
De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Als u aan de kant van de huurders staat, is het dan niet goed als die huurwoningen allemaal de koopmarkt opgaan? Want dan hebben die huurders helemaal geen woning meer. Dan liggen die in de goot in het ergste geval. De voorzitter Dat is een opmerking. Ik ga naar meneer Van den Berg. De heer Van den Berg, VVD (interruptie) Voorzitter, ik zou graag van meneer Reijnders willen weten waar hij die kennis vandaan heeft dat 50 procent van de woningen in het westen van het land flexibele huurwoningen zijn en dat daar kennelijk een soort rechten zijn dat huurbazen die mensen de straat op kunnen schoppen. Daar ben ik toch erg benieuwd naar. De voorzitter De heer Reijnders. De heer Reijnders, SP Ik kom daar graag een keer op terug. Ik zal me iets nuanceren. Ik ken de cijfers van de grote steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. U gaat daarvan schrikken. Ik denk dat u weldegelijk weet dat de Huurwet is geflexibiliseerd in 2016. Volgens mij zaten er een aantal partijen die ook in deze raad zitten, ook in het kabinet. Dat is een feit. Ik wil dat best even voor u uitzoeken, dan stuur ik u dat morgen even toe. Maar volgens mij is deze problematiek
Pagina 81 van 120
glashelder en daar is helemaal geen geheimzinnigheid rond. U kunt het zelf googelen. Dan kunnen we het misschien in deze raadsvergadering al over eens worden. De voorzitter Gaat u verder. De heer Reijnders, SP Dank. Ik wil toch nog wel even memoreren, want waarom doen we dit nu? Ik heb het in de ROLO ook gedaan, maar in tien jaar tijd zijn er 32.000 mensen van buiten de regio naar onze stad gekomen. Er zijn er ook in diezelfde tien jaar weer 32.000 vertrokken. Dat is dan op die populatie van 56.000 mensen. Dat is niet een beetje gek of niet een beetje zorgelijk. Dat is grotesk en bizar, zou ik haast willen zeggen. Daarom moet je dus bijzondere maatregelen nemen. Als je ze niet neemt, dan geef je echt het bouwen van gemeenschap op voor deze stad. De voorzitter Interruptie van de heer Jacobs. Meneer Jacobs, Forum voor Democratie (interruptie) Onze partij zit hier nu de eerste termijn. Volgens mij zit de SP toch al en behoorlijke tijd aan de knoppen te draaien. Als ik gekeken heb, dan zie ik dat die Rotterdamwet bestaat sinds 2006. Waarom heeft de SP in het verleden …? Is dit nu iets van de laatste maanden of van het laatste jaar dat die problemen …? Waarom heeft de SP in het verleden …? Volgens mij hebben ze zelfs een wethouder gehad die over wonen ging. U doet heel lyrisch over die wet.
Mijn concrete vraag is: waarom heeft u dat niet vijf jaar geleden gedaan? Waarom heeft uw partij – u was er toen ook nog niet – dat niet al vijf jaar geleden aangekaart? Want als ik die verhalen hoor, dan is het natuurlijk schrijnend dat er 32.000 verhuisbewegingen zijn van buiten. Maar waarom pas nu dan vanuit de SP? De voorzitter Meneer Reijnders. De heer Reijnders, SP Volgens mij kan niemand de SP verwijten dat wij ons niet al heel lang druk maken over onze volksbuurten, leefomstandigheden en woonomstandigheden van de werkende klasse. Maar om wat specifieker op uw vraag te beantwoorden: ik denk dat er allerlei maatregelen genomen zijn. Dat moet ook. Je kunt niet zomaar met deze zeer stringente wet aan de slag als je niet van alles geprobeerd hebt. Volgens mij is dat al langjarig het geval. Ik kan mij nog herinneren dat aan het einde van de vorige raadsperiode er een verkameringsstop en een huisvestingverordening was. Ook in deze periode hebben we allerlei maatregelen genomen, maar het allerbelangrijkste, denk ik, is dat het Nationaal Programma Heerlen Noord is opgestart en dat daar feitelijke cijfermatige analyses zijn gemaakt van een fenomeen waarvan we vermoeden dat het bestond en wat we ook al wisten, maar wat we niet echt in kaart konden brengen. Dat is nu volledig gedetailleerd in kaart gebracht. Daarmee kun je niet meer onder de waarheid uit.
Dan kun je ook deze onorthodoxe maatregelen nemen. De voorzitter Gaat u verder.
Pagina 82 van 120
De heer Reijnders, SP Vandaag ligt die er dan: het omvangrijke pakket om te investeren in nieuwe en bestaande woningen en de ongewenste instroom van mensen zonder binding met de regio en zonder werk te reguleren. Net als tijdens de ROLO weer complimenten aan onze wethouder. De wethouder heeft dit fantastisch goed gedaan. Dat geldt natuurlijk ook voor het Nationaal Programma Heerlen Noord met hun inzichten. Maar de wethouder is eigenlijk maar op één aspect een beetje tekortgeschoten. Hij komt met een titel voor dit raadsvoorstel waar ik bij wijze van spreken vijf minuten langer spreektijd nodig heb om die voor te lezen, dus dat ik ga ik niet doen. Daardoor zijn we nu ook nog steeds de hele tijd die ongemakkelijke en grote havenstad in Zuid-Holland in de mond aan het nemen. Dan denken we ook nog dat het voor dezelfde toepassing is. Wij hadden de vorige keer al een suggestie. Ik heb hem vandaag gehoord, maar ik wil hem eigenlijk wel even bij de wethouder neerleggen. Ik zag hem net heel erg glunderen bij de Gelderblomwet. Ik ben benieuwd waar u dadelijk mee komt, maar ik ben erg nieuwsgierig naar een suggestie van uw kant. Zoals eerder gesteld in de ROLO gaat de kern van het raadsvoorstel volgens de SP in de kern om reguleren, om het bouwen van stabiele en sterke gemeenschappen. Daarvoor is striktere regulering en handhaving essentieel.
Dan hebben we het over uitzonderingsgevallen. De PVV had het er net ook al over. Daar komt een verordening van. Daar kunnen we misschien niet op voorruit lopen, maar ik zou toch wel willen meegeven dat de SP het echt belangrijk vindt dat we zo min mogelijk of misschien wel geen uitzondering maken. Dat zal waarschijnlijk niet kunnen. Maar volgens mij hebben we hele faire en neutrale criteria geformuleerd. Laten we daar zo min mogelijk mee marchanderen. Ik hoor graag even van de wethouder hoe hij dat denkt te bereiken en waar hij wel een uitzondering zal moeten toestaan. Daarnaast konden we in de krant lezen dat Landgraaf niet meedoet. Dat staat ze natuurlijk vrij, maar het roept bij mij ook wel wat vragen op. Misschien overvraag ik de wethouder, maar welke wijken in Langraaf zouden wel in aanmerking komen? Daar zullen toch ook wijken zijn die rood kleuren op de veerkrachtanalysekaart? Het risico bestaat een beetje dat mocht er een waterbedeffect ontstaan en mocht dat in Landgraaf ontstaan, dan zou ik ze bij wijze van spreken nu al adviseren om misschien toch mee te doen, want achteraf is het dan toch lastig klagen. Tot slot, voorzitter: handhaving. Er is al wat over gezegd. Het is misschien moeilijk om daar nu concreet over te zijn, maar misschien kan de wethouder ons wel even meenemen. Er zijn nog een aantal bouwstenen die nog moeten.
Een verordening over uitzonderingsgevallen en handhaving. Wanneer verwacht u daar meer zicht op te hebben of heeft u misschien al zicht? Dan mag u het meteen vertellen. Tot zover. De voorzitter Dank u wel. Interruptie van de heer Van den Berg. De heer Van den Berg, VVD (interruptie) Voorzitter, ik zou graag ook in de richting van de SP willen weten: hoe kijken zij nou aan tegen dat Woonfonds en het investeren in onze stad? Want ook hier is nu weer het verhaal heel erg geënt op de Rotterdamwet daarin. Ik zeg: op zich goed. Dat moeten we ook gewoon gaan doen, maar ik mis de reflectie vanuit het investeren in onze stad, wat keihard nodig is. Daar zou ik graag ook wat over willen weten. De voorzitter
Pagina 83 van 120
Helder. De heer Reijnders, SP (interruptie) Dat is een terechte vraag van de heer Van den Berg. Ja, voor ons gaat dit in de kern om reguleren. Dit gaat in de kern om bouwen aan stabiele en sterke gemeenschappen. Verder denk ik dat het heel goed is dat we investeren in onze stad. Volgens mij doen wet dat nu. Ik vind ook een ambitie om te groeien echt prima, maar dat zou de optelsom moeten zijn van alle goede initiatieven die we in deze stad nemen. Als we groeien, dan zijn hier ook partijen die hier willen investeren. Dus dat betekent dat we op dat moment goed bezig zijn en dat mensen denken dat dat de partijen zijn die hierin willen investeren, omdat ze denken dat het hier goed gaat. Dus volgens mij moeten wij gewoon koersvast zijn en moeten we blijven doorbouwen aan deze stad. Dan komt die groei als het goed is vanzelf. Wij juichen die op zich toe, maar nogmaals: wij willen bouwen aan onze buurten en wij willen bouwen aan de vele uitdagingen in onze stad. Volgens mij, als we dat goed doen, dan komt de rest vanzelf. De voorzitter Dank u wel. We gaan naar de Jongerenpartij. Meneer Hendriks. De heer Hendriks, Jongerenpartij Heerlen Dank u, voorzitter. De Jongerenpartij Heerlen beschouwt dit voorstel als een cruciale vervolgstap in het woonbeleid van onze stad.
Na de vaststelling van de woonvisie, het Woonfundament, de omgevingsvisie, de woonzorgvisie en Grip op Wonen 1.0 en 2.0, vormt dit stuk een noodzakelijke structurele verbetering. Gedurende deze raadsperiode hebben wij als Jongerenpartij Heerlen dit nieuwe beleid consequent gesteund, omdat het een broodnodige ingreep en een belangrijke correctie is op het in het verleden gevoerde beleid. We hebben daarbij steeds benadrukt dat onze ambitie op de groei vooral gericht is op kwalitatieve groei en niet op blinde drang naar meer inwoners. Wie goed kijkt naar de veerkrachtkaarten en de bijbehorende stukken, kan de urgentie van deze ingreep niet negeren. Wij waarderen dat het beleid zich niet alleen richt op het beperken van de instroom, maar ook aandacht heeft voor wie wel voorrang krijgt. Daarnaast wordt ook de nieuwbouw- en herstructureringsopgave van Heerlen specifiek in de betreffende gebieden benoemd. We staan positief tegenover het voorstel. We hebben wel nog enkele verhelderende vragen. Ten eerste, hoe wordt georganiseerd dat particuliere verhuurders zich ook conformeren aan deze maatregelen? Dan, we hebben vandaag de memo ontvangen met de uitvoeringskosten. 10 fte voor een periode van vier jaar is ongeveer een miljoen per jaar. Dat is natuurlijk niet niks. Gelukkig dat bij de Woontop de minister ook geld heeft toegezegd.
Kunt u aangeven of wij als gemeente zelf de regie gaan voeren op dit team en hoe wij als raad ook goed geïnformeerd blijven over de inzet, de voortgang en de resultaten van dit team? Gaat dit team ook buiten de aangewezen gebieden zich houden op woonfraude en woonoverlast om ook daar het waterbedeffect te voorkomen? Dan zijn wij benieuwd hoe wordt omgegaan met specifieke doelgroepen, zoals statushouders en bewoners van intramurale zorginstellingen bijvoorbeeld. Moeten we vervolgens concluderen dat zij alleen nog in de overgebleven Heerlense buurten gehuisvest mogen worden en over welke aantallen per jaar spreken we dan? Dan, zijn blijvende fysieke ingrepen en investeringen in deze buurt bepalend voor structurele verbeteringen? Dat zien we namelijk ook terug in de buurten waar wel ingegrepen is, zoals het Vossepark. Wanneer kunnen wij als raad het lang verwachte plan van het college verwachten
Pagina 84 van 120
waarin duidelijk wordt op welke plekken woningen gebouwd gaan worden, welke types dat zijn en hoe dit aansluit op het Woonfundament? Wij pleiten in ieder geval voor een Masterplan Woningbouw dat ook richting geeft aan nieuwbouw en herstructurering in het gebied. Tot slot onze laatste vraag: hoe gaat u ervoor zorgen dat de betreffende buurten en straten ook in de communicatie naar nieuwe en bestaande inwoners, maar ook voor investeerders en bedrijven, een positiever imago krijgen? Waar is dat voorzien in de uitvoeringskosten? Tot zover. De voorzitter Dank u wel. Meneer Leers. De heer Leers, Hart-Leers Meneer de voorzitter, dank u wel. Zo vaak ik de wethouder in de afgelopen weken gesproken heb en met welke regelmaat, is de afgelopen jaren nog niet voorgekomen. Dat spreekt voor hem. Hij knokte echt voor dit voorstel en hij probeert ook mijn stem binnen te halen. Dat is zijn goed recht. Het was nog even kijken of duidelijk gemaakt zou worden welke kosten hiermee gepaard zouden gaan. Dat is gisteren ook door het college gegaan. Vanmiddag kregen wij deze memo. Het is een memo met als onderwerp de uitvoeringskosten. Daarin worden inderdaad een hele hoop fte’s genoemd, van alles en nog wat. Alleen het bedrag staat er niet bij. Nu is de wethouder zo sportief geweest om dat miljoen wat net genoemd werd ook om en nabij te noemen, dus ik denk dat dit dadelijk wel bevestigd wordt.
Maar ik vraag me alleen af: bij dat stuk waar ik nu naar verwijs, staat bij openbaarheid: maak een keuze. Wat mij betreft is het openbaar. Ik vind het wel dik in orde, maar iemand anders verklaart het dadelijk tot geheim en dan ben ik degene die de gebeten hond is. Dus hoe zit dat hier? Openbaarheid, maak een keuze. Ik neem aan dat het gewoon openbare informatie is waar we het hier over hebben. Tenminste, daar ga ik van uit. Wat het kost, dat miljoen, zie ik dadelijk wel bevestigd worden. Als je Heerlen – dat heb ik al vaker gezegd en dat verhaal doe ik ook vanavond – jarenlang profileert als de sociaalste stad van Nederland, dan denk ik dat dit zijn uitwerking niet mist. Dan denk ik dat mensen ook denken: daar moet ik zijn, daar moet ik wonen en daar word ik geholpen. Ik sluit niet uit dat dat mede de reden ervoor is dat we vanavond hierover praten, want een hele hoop mensen zijn naar onze stad toegekomen zonder dat zij de zaken hadden waar nu van wordt gezegd: dat moet nu minimaal een vereiste zijn om in Heerlen te komen wonen. Als je dan 19 buurten en 44 aanvullende straten gaat aanwijzen, dan is dat een heel groot gedeelte van onze stad.
Het werd al eerder gezegd: als je die buurten allemaal gaat vrijhouden en gaat uitsluiten wat daar klaarblijkelijk en ook wat de praktijk bewijst, op heel veel plekken noodzakelijk is, wat gaat dit dan betekenen voor andere buurten? Want wij willen een hele goede stad overal en niet dat andere buurten achteruitgaan, omdat we proberen het probleem op te lossen. Overal zijn problemen en overal moeten we werken. Op sommige plekken is het erger dan op een andere plek. Letterlijk in dit stuk staat: goedkope verouderde woningen zorgen voor kwetsbare verhuisbewegingen uit heel Nederland naar Heerlen, terwijl veel Heerlenaren die hier geworteld zijn de stad verlaten. Het gevolg is dat we straten krijgen waar bewoners elkaar niet meer kennen, scholen waar kinderen na een paar jaar alweer vertrekken en gemeenschappen die met grote leefbaarheidsproblemen kampen. De insprekers die naar de raadscommissie kwamen, hadden het er ook over. Die vertelden ook – dat vond ik frappant – dat er mensen zijn die helemaal niet participeren in hun buurt en vervolgens vertrekken naar de omgeving
Pagina 85 van 120
waar ze vandaan kwamen. Dan denk ik: wat gek. Ze komen hiernaartoe vanwege goedkope woningen en wellicht andere voorzieningen, maar vervolgens vertrekt men weer terug naar af. Dan vraag ik mij af: hoe zit dat? De voorzitter Interruptie van de heer Reijnders. De heer Reijnders, SP (interruptie) Ik wil wel een suggestie doen. Het zijn misschien twee vragen. Heeft de heer Leers echt de overtuiging dat mensen die in Den Haag wonen en die een hele kleine beurs hebben, dat die studies maken van alle gemeentes waar je een gratis sportpas krijgt en waar je gratis naar de bibliotheek kan. Dan ga ik naar daar verhuizen. Volgens mij werkt de wereld zo niet. Ik denk dat ze vaak niet eens weten waar Heerlen ligt, laat staan dat ze plannen hadden om hiernaartoe te komen. Ze worden er wel toe gestimuleerd. Daar ligt dan misschien ook het antwoord in verscholen van die frappante vaststelling die de heer Leers doet over waarom mensen weer vertrekken. Dat is omdat ze het überhaupt helemaal niet wilden, maar zich min of meer gedwongen voelden en zo gauw als ze de mogelijkheid zagen, weer heel gauw weggingen. Dat lijkt mij een zeer logische verklaring, maar dat begint natuurlijk wel bij de analyse aan de voorkant die wat anders is dan die van de heer Leers.
De voorzitter Had u ook nog een vraag aan de heer Leers? De heer Reijnders, SP (interruptie) Kan de heer Leers zich er iets bij voorstellen dat als hij aan de voorkant niet redeneert dat mensen op zoek zijn naar de meest sociale stad van Nederland, maar vaak noodgedwongen moeten verhuizen, dat die uitstroom dan eigenlijk volstrekt logisch is? De voorzitter Meneer Leers. De heer Leers, Hart-Leers De mensen worden hier gericht naartoe gestuurd. Dat is tig keren verteld hier in de raad en op allerlei andere momenten. Mensen komen hiernaartoe en vertrekken vervolgens weer terug naar af. Dan moet je je afvragen: waarom zijn ze überhaupt gekomen als dat de waarheid is? Dat werd hier verteld vorige week en ik vraag mij af: hoe zit het dan in elkaar? Want als je ergens geen betaalbare woonruimte en andere voorzieningen kan vinden, maar hier wel en als je dan vervolgens terugverhuist, omdat kennelijk er toch een oplossing is, hoe zit die vork dan in de steel? Ik deel die vraag met u. Ik denk niet dat u het antwoord gaf op die vraag. Tenminste, zo zie ik dat niet. Het lijkt met ook niet helemaal logisch, maar dat tot daaraan toe. In het stuk wordt ook aangegeven dat de ambitie is toe te werken om te groeien naar 100.000 inwoners.
Dat is allemaal leuk en aardig, maar als we om ons heen kijken, dan is het nu al alle hens aan dek en de zeilen bijzetten om op te lossen wat we met 87.000 inwoners nu her en der in de fiets hebben. Dus ik denk niet dat wij een groeiambitie moeten hebben, maar meer een ambitie moeten hebben om dat wat we doen beter te doen of misschien ook wel anders te doen. Dat is misschien niet meer, meer, meer, maar misschien wel hetzelfde, maar dan beter qua aantal inwoners in dat geval. Dan de woningcorporaties. Ik vraag mij af dat als je als woningcorporatie heel veel problemen hebt met huurders, waarom je dan bij de check-in daar geen werk van maakt. Of kan men
Pagina 86 van 120
daar geen werk van maken? Dat is de vraag. Want ik kan me toch heel goed voorstellen … Ik ken de verhalen uit heel veel gebieden van onze stad waar mensen zeiden: “Nog geen paar jaar geleden hadden we hier een leuke buurt of een leuke flat, maar er is zo veel bijgekomen. De hele sfeer is eruit en de problemen zijn torenhoog.” Het is toch die woningbouwcorporatie die aanwijst waar mensen gaan wonen? Dus ik vraag mij echt af wat daar verkeerd gegaan is. Te meer als je dan van Landgraaf hoort: we kennen dat probleem niet, want wij hebben onze woningvoorraad op een hele andere manier op orde gebracht. Dan denk ik: is die sociale woningvoorraad in Landgraaf wellicht een stuk kleiner of wat ligt eraan ten grondslag? Misschien dat daarnaar gekeken is en een antwoord op gegeven kan worden, want ik zou dat heel graag willen weten. Eén van de andere argumenten is argument 1.1. Die geeft aan dat uit diverse onderzoeken blijkt dat Heerlen de hoogste armoedescores van het land kent met buurten waar sociale problematiek zich in extreme mate concentreert. Inderdaad, dat is niet iets wat van vandaag op morgen is gekomen. Daar is een hele hoop tijd en ellende aan vooraf gegaan. Al eerder hebben we het erover gehad en gekeken naar mogelijkheden om problematiek op te lossen. Daarover heeft het voorstel het volgende: 1.4 op pagina 4 van de 7.
Daar staat: eerder ingezette instrumenten zoals verhuurvergunningen en opkoopbeschermingen zijn al toegepast, maar blijken in de praktijk onvoldoende effectief. Dus wie kan mij garanderen en hoe kan dat gegarandeerd worden, dat de stap die nu gezet gaat worden, wel soelaas biedt en dat die wel zoden aan de dijk gaat zetten? Want ik hoor hier net andere sprekers of tenminste één andere spreker zeggen: die Rotterdamwet heeft in Rotterdam gefaald. Misschien dat het een mogelijkheid is om dat – als het nodig is – enigszins te nuanceren waarom en dat het voor Heerlen wel soelaas gaat bieden. Ik heb gevraagd naar wat het kostte. Dat is ook aangegeven, omdat het in de begroting is opgenomen. De wethouder heeft het daar duidelijk over gehad. Nogmaals, ik heb heel veel sympathie voor de inzet, de moeite en de gewenste dadendrang van de wethouder. Dat zijn echt weer een paar plusjes erbij voor hem. Maar ik heb hele grote moeite met wat hier voorligt. Dat is niet vanwege de intentie. Helemaal niet, maar gaan we dat ermee bereiken wat we ermee willen bereiken of wordt het een papieren tijger? Ik ben bang voor het laatste. De voorzitter Dank u wel. Meneer De Groot. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Dank u, voorzitter. Ik ga geen compliment geven over de Casperwet. Dat heb ik al in de commissie gedaan.
Ik ben blij dat in ieder geval de heer Leers een heel belangrijk onderwerp heeft aangehaald. Dat heb ik verder bij niemand in de raad gehoord. Dat heeft met name te maken – ik heb het ook in de commissie al daarover gehad – met het gevaar van het waterbedeffect. Zoals gezegd, een groot deel van Heerlen valt dadelijk onder de nieuwe wetgeving. Prima. Dat is ook hartstikke goed. Daar staan we volledig achter. Die wijken moeten op orde komen. Laat dat duidelijk zijn. Maar als wij meer willen gaan mengen, dan betekent dat dat ook sociale huur dadelijk meer voor gaat komen in het centrum en in zuid. Daar is op zich niks mis mee, maar het mag natuurlijk niet zo zijn dat dadelijk die nu nog gezonde wijken en die dus niet meer onder het nieuwe regime gaan vallen, diezelfde sociale problematiek gaan opbouwen. Mijn vraag aan de wethouder is nogmaals en dat sluit ook een beetje aan bij datgene wat de heer Leers zegt – hij heeft er al antwoord op gegeven, maar die antwoorden waren onbevredigend wat mij betreft – welke instrumenten hij nog ter beschikking heeft om te voorkomen dat we dadelijk in zo’n situatie terechtkomen zoals we nu door gedwongen wetgeving deze buurten op een niveau moeten tillen dat dat dadelijk niet gebeurt
Pagina 87 van 120
in de nu nog gezonde buurten. Dat geldt zowel voor wat betreft de corporaties als ook de vrije verhuur. Dus ik hoor graag van de wethouder hoe hij daarop wil reageren. De voorzitter Interruptie van de heer Reijnders. De heer Reijnders, SP (interruptie) Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat het zeker goed is – het is in de commissie ook voorbijgekomen – om nog even stil te staan bij dat waterbedeffect. Al heb ik ook niet zo’n zorgen. Ik wil toch een reactie van de heer De Groot. Volgens mij is het niet het feit dat als er iemand in een sociale huurwoning woont in jouw buurt, dat er dan problemen op je afkomen. Volgens mij gaat het om de concentratie van kwetsbaarheden en mensen in een kwetsbare situatie. Het gaat om die segregatie en de totale concentratie ervan waardoor dat er leefbaarheidsproblemen ontstaan die toenemen. Het is ook een soort dominoding. Als er eenmaal problemen zijn en die concentraties er zijn, dan wordt dat alleen maar erger. Dus in die zin, herkent de heer De Groot dat en ziet hij dan ook dat dat risico dus wel eens vrij beperkt zou kunnen zijn? De voorzitter Meneer De Groot.
De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Voorzitter, in het begin zal dat zeer zeker vrij beperkt zijn, maar de heer Reijnders geeft eigenlijk al antwoord op z’n eigen vraag dat op het moment dat zich dat ophoopt – laten we wel wezen: dat zijn dus dadelijk mensen die zonder vast werk hiernaartoe komen en met een uitkering zitten. We weten daar allemaal van dat daar ook dikwijls ook veel sociale problematiek aan gekoppeld is. Dat is precies datgene wat in de loop der jaren is opgebouwd in de buurten waar we nu deze wetswijziging op van toepassing laten zijn. Het gevaar is dat je dadelijk in een aantal jaren nieuwe buurten in dat soort situaties brengt. Daar maak ik mij ernstig zorgen om. Natuurlijk, niet per definitie iemand die een sociale huurwoning betrekt, is een probleemgeval. Uiteraard niet, maar we hebben het over precies hetzelfde. De voorzitter Tweede interruptie van de heer Reijnders. De heer Reijnders, SP (interruptie) Tot slot, vergeet ook niet hoe deze stad historisch tot stand is gekomen. In Heerlen Noord zijn wijken vrijwel éénvormig qua dat het allemaal huurwoningen en arbeidswoningen zijn van oudsher vanuit de mijnen en daarna sociale huurwoningen. Dus die samenstelling is zo oud als deze stad oud is.
Dus die problemen zijn daar niet langzaam ontstaan, maar die zijn daar ontstaan na de plotse sluiting van de mijnen en het gebrek aan diversiteit zou je kunnen zeggen. De voorzitter Meneer De Groot nog. Heeft u behoefte aan een reactie? De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Klopt.
Pagina 88 van 120
De voorzitter Interruptie van de heer Van den Berg. De heer Van den Berg, VVD (interruptie) Voorzitter, overigens die Vrieheidewoningen zijn in de zestiger jaren gebouwd. Toen trok heel Heerlen Zuid zo ongeveer naar Heerlen Noord toe, maar dat terzijde. Voorzitter, ik zou ook graag van meneer De Groot willen weten wat hij nou van dat Woonfonds vindt. We hebben telkens de focus op dat wat een bedreiging is, maar ik mis toch ook van een aantal partijen de kijk op de investering daarin en dat zou ik graag van hen willen weten. De voorzitter Uw vraag is helder. Meneer De Groot. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Daar staan wij zeer positief tegenover. De voorzitter Hartstikke mooi. Interruptie van de heer Daamen. De heer Daamen, Partij Hoensbroeks Belang (interruptie) Voorzitter, ik was een beetje verbaasd over de reactie van de heer De Groot dat hij niet zo’n voorstander is van dit verhaal. De OPH was gisteren ook bezig in de Hoofdstraat. De mensen die daar het meeste last van hebben, hadden op een gegeven moment er wel begrip voor en waren zelfs ook blij dat er nu een instrument kwam. Hoe gaat u dat dan uitleggen aan de bewoners van Hoensbroek? De voorzitter De heer De Groot. De heer De Groot, Ouderenpartij Heerlen Dan heeft u mij misschien niet helemaal goed begrepen, meneer Daamen.
Ik heb in het begin en ook in de commissie heel duidelijk mij uitgesproken hoe positief ik sta tegenover dit raadsvoorstel. Daar staan we volledig achter. Ik heb het net ook nog even aangegeven, maar mijn punt is – daar hebben we net even een verbijzondering over gehad – met name het gevaar van het waterbedeffect. Maar de OPH staat harstikke positief tegenover dit raadsvoorstel, omdat het van groot belang is - dat had al veel eerder moeten gebeuren en daar zijn we het allemaal over eens – dat die kwetsbare wijken op niveau moeten worden getrokken. De voorzitter Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Heine. Mevrouw Heine-Van Dartel, CDA Dank u, voorzitter. Soms vraag ik me af of we niet beter de commissies kunnen schrappen en dat we gewoon hier één of twee avonden kunnen gaan zitten, want het wordt allemaal … De voorzitter Ik ben dat met u eens. Natuurlijk hebben we een debat. Daarom laat ik ook heel veel toe. Je zou de opnames terug moeten luisteren. Er zit echt een heel groot herhalingseffect in. Dat is gewoon zo. Mevrouw Heine, gaat uw gang. De heer Van den Berg, VVD (interruptie)
Pagina 89 van 120
Voorzitter, dat ben ik niet met u eens. Ik zal u ook zeggen waarom. De commissie hebben we om ook de vragen te stellen en daar krijgen we de antwoorden. Volgens mij hebben we hier het debat en de meningsvorming vanuit iedere politieke partij. Dat is niet het overdoen van de commissie. Mevrouw Heine-Van Dartel, CDA Niet voor iedereen, maar door heel veel gebeurt dat wel. De voorzitter Gaat uw gang, mevrouw Heine. Mevrouw Heine-Van Dartel, CDA Voorzitter, wij steunen natuurlijk het voorstel, maar we hebben wel een paar vragen. Ten eerste, de uitspraak deze week van de Raad van State. Die voorrang voor statushouders is in strijd met de grondwet. Hoe verhoudt zich dat dadelijk met de wet om mensen met beroepen die nodig zijn in onze stad voorrang te geven? Voorzitter, wij zijn natuurlijk helemaal voor deze wet om ook zo de wijken leefbaarder te maken door mensen die nodig zijn voor onze samenleving hier te vestigen. De rib dat er 10 fte’s komen voor controle is prima, zeker wat betreft de particuliere huur. Alles wat iedereen hier erover vertelt is waar, maar daarmee ban je nog niet die overlast uit die in verschillende van onze wijken erg veel speelt. Het lijkt nou net alsof door invoering van deze wet alles is opgelost. Kijk deze week in de Limburger naar het artikel over de Weggebekker.
Daar is veel meer voor nodig dan het screenen van mensen en het toepassen van deze Rotterdamwet. In de commissie heb ik al duidelijk aangegeven dat er veel meer nodig is om onze wijken te koesteren en te reguleren. Artikel 33 vragen over de overlast in de Weggebekker in deze wijken door onze fractie werden afgedaan met dat er geen meldingen waren. Het artikel over de wijk zegt genoeg. Alleen de kraan dichtdraaien is echt niet genoeg. Naast het invoeren van deze nieuwe wet moeten er op korte termijn ook plannen komen om de overlast en verpaupering met andere middelen tegen te gaan, zodat nieuwe burgers met voorrangberoepen zich ook daadwerkelijk hier in deze wijk willen gaan vestigen. Daarom denken wij ook dat vier jaar voor deze wet veel te kort is en dat er veel langer nodig is om in deze wijken zaken op orde te krijgen. Dank u, voorzitter. De voorzitter Dank u wel. Dan ga ik naar wethouder Gelderblom. Wethouder Gelderblom Voorzitter, we hebben een ontzettend lange reis afgelegd om hier te komen. Dat geldt voor het afgelopen jaar, maar dat geldt ook een beetje voor vanavond. Het is 23.00 uur.
Volgens mij is iedereen een beetje moe, maar ik wil toch even beginnen door stil te staan bij het feit dat we die lange reis hebben afgelegd en dat er door heel veel mensen ontzettend hard is gewerkt om te komen tot waar we nu staan en dat dit harde werk niet alleen is geleverd door mensen in dit gebouw, maar ook – dat is echt wel bijzonder en dat moeten we met z’n allen ook koesteren – door alle partners van onder andere het Nationaal Programma Heerlen Noord, de woningcorporaties, maar ook de hele breedte van de alliantie, mensen van het ministerie en last, but not least, sterker nog, first, bewoners die decennialang signalen hebben gegeven aan onze voorgangers en ook aan ons college, aan uw raad en uw voorgangers dat de leefbaarheid in te veel buurten in deze mooie stad onder druk stonden. Dat was te lang. Waren die signalen niet zo persistent tot ons doorgedrongen, dan waren we hier nu niet gekomen. Volgens mij is
Pagina 90 van 120
dat precies waartoe wij ter aarde zijn en wat hier met z’n allen doen: de signalen vanuit gemeenschappen omzetten in actie. Daarom ben ik heel erg blij dat er zo veel positiviteit heeft doorgeklonken in alle bijdragen in de eerste termijn. Dat gezegd hebbende, ga ik meteen naar de vragen. De eerste vragen kwamen van de Partij van de Arbeid. Die vroegen: hoe zitten die 11 miljoen van het Woonfonds in elkaar? Die bestaat deels uit middelen uit het Volkshuisvestingsfonds en deels uit middelen van de realisatiestimulans die we via de Woontop hebben gekregen. Hier hebben we profijt van het feit dat we de afgelopen jaren ruim 100 miljoen aan volkshuisvestingsubsidies naar Heerlen hebben getrokken. Een groot gedeelte daarvan is heel duidelijk belegd in bepaalde projecten: de startbouwimpuls en de woningbouwimpuls bijvoorbeeld. Voor het Volkshuisvestingsfonds geldt zoals u weet dat we voor een groot gedeelte daarvan hebben gereserveerd voor het verduurzamingsoffensief, maar er zijn ook potten die iets losser gelabeld zijn. Een gedeelte daarvan is transformatiegeld uit het Volkshuisvestingsfonds. Die zetten we gedeeltelijk door naar het Woonfonds en een gedeelte is inderdaad uit die Woontop die we samen met Mona Keijzer voor de zomer hebben gevierd. In gezamenlijkheid geldt dat respectievelijk 5 en 6 miljoen optelt tot 11 miljoen in het Woonfonds.
Zijn er al afspraken over hoe we dat gaan besteden? In zoverre dat het grove mechanisme – dat gaan we ook uitwerken in gezamenlijkheid met tal van partijen, waar we nu uiteraard mee bezig zijn – tweeledig is. Deels gaat het over het mogelijk maken van de toevoeging van precies de missende segmenten in onze woningvoorraad, waardoor inderdaad dat sociale fundament vaak ontbreekt, bij voorkeur door middel van transformatie of parallel ontwikkelen. Daarmee bedoel ik: daar waar je nu een overtollige voorraad lijkt te hebben door de invoering van deze wetgeving in het allergoedkoopste segment, omdat daar blijkbaar wat minder mensen op af gaan komen en dat gaan we zien met elkaar. Dan willen we met het Woonfonds het mogelijk voor initiatiefnemers – dat mogen corporaties zijn of particuliere partijen – om te zeggen: als daar een overtollige voorraad zit, dan willen we dat transformeren naar een mooie middenhuur woning of een mooie levensloopbestendige woning voor een ouder persoon of juist voor een starterskoppel dat voor het eerst gaat samenwonen. Dus dat type transformatie is interessant, maar dat kan ook parallel ontwikkelen zijn. Het kan dus ook zijn dat je zegt: we willen hier wat weghalen en daar wat nieuws bouwen. Dan ontstaat er een onrendabele top. Dan zeggen wij: klop dan vooral aan bij het Woonfonds.
Het vernieuwende daaraan is dat je dus niet zegt zoals we dat bij de startbouwimpuls en de woningbouwimpuls wel hebben gedaan dat we dat specifiek op een bestaand project labelen en dat we dan eigenlijk als gemeente ten dele een doorgeefluik richting Den Haag zijn, maar juist dat we zeggen: wij organiseren ook ons eigen geluk door aan te geven wat wij precies willen en dat we zonder dat doorgeefluik richting Den Haag, daar heel gericht steun aan kunnen verlenen. De tweede vraag van de Partij van de Arbeid ging over de woningtoewijzing. Hoe gaat het nou gebeuren? Dat is eigenlijk een technische vraag. Hoe ziet dat er nou uit? Het scharnierpunt van de methodiek die we hier introduceren is de huisvestingsvergunning. Dat betekent dat zodra iemand zich wil vestigen in de gebieden waar we de Wbmgp vestigen – dus in die 19 buurten en 44 straten - in een huurwoning, dan is daar een vergunningsplicht aan verbonden als u en de minister daarmee instemmen. Dat betekent dat er dus inderdaad een huisvestingsvergunning nodig is. Dat is het centrale mechanisme. Wij spreken af en ik kom daar later nog op terug, met de corporaties hoe we komen tot die vergunningverlening. Dat is ook waar je op kunt handhaven. Is die vergunning wel of niet verleend? Dus dat is het centrale en technische ankerpunt van dit systeem. Hoe gaan we handhaven en uitvoeren? Daar zei ik net al iets over.
Dat draait dus ook in hoge mate om het nagaan van het voldoen aan een vergunningsplicht en die
Pagina 91 van 120
huisvestingsvergunning. Dat doen we in hoge mate natuurlijk zoals we dat altijd doen. Je kunt bestuursrechtelijke stappen zetten. Je kunt een last onder dwangsom of bestuursdwang of bestuurlijke boetes inzetten. Alle gebruikelijke instrumentaria kunnen we nu gaan inzetten om naleving van de Wbmgp te handhaven. Dat heeft dus onmiddellijk ook repercussies voor de uitvoering, want dat betekent dat je op basis van controles kunt gaan zien of men inderdaad in overtreding is of niet. Dan kun je daar die consequenties aan verbinden. Ik zeg daar wel bij en dat hebben we vaker in deze raad met elkaar gewisseld: op het moment dat je afhankelijk bent van een controle en de constatering dat het in die fase fout is gegaan, dan ben je eigenlijk al te laat. Je wil natuurlijk op basis van goede afspraken – daar zal ik ook nog op terugkomen – aan de voorkant niet alleen woningcorporaties, maar ook zo veel mogelijk particuliere partijen van goede wil zodanig meenemen dat je op zo’n handhavingsmoment het daar niet op aan laat komen. Dan moet je het met elkaar eens zijn dat je dat aan de voorkant gewoon netjes geregeld moet hebben en dat dat ook is wat alle verhuurders graag moeten willen. Dus daar sturen we natuurlijk ook op. Nogmaals, ik zal er later op ingaan.
De laatste vraag van de Partij van de Arbeid was: hoe zit het met uitzonderingen? Daar zijn ook een aantal vragen over gesteld voor in ieder geval één uitzonderingscategorie, dus op dat detailniveau ga ik er later op in. In algemene zin is het zo dat er enerzijds in de wet zelf een aantal uitzonderingen zijn opgenomen. De twee grote categorieën zijn de AOW’ers. Die zijn uitgezonderd van de eis van artikel 8 om inkomen uit werk te hebben. De andere groep zijn de studiefinancieringsmensen. Studenten vallen ook onder zo’n uitzondering. Er zijn nog een aantal dingen die de wet specificeert. De andere categorie is dat het u vrij staat als raad om in de huisvestingsvergunning die straks ten grondslag ligt aan de implementatie, die moet je naar de raad brengen voor de implementatie. Dus dan hebben we het over de raad van december, want we willen in januari beginnen met de implementatie. Je moet daarin op kunnen nemen welke uitzonderingen je nog meer voor ogen hebt. Ik zeg nu alvast – ik zal dat zo meteen herhalen – dat wat ons betreft je één lijn moet trekken qua logica. Die lijn moet de insteek van de wetgeving zijn. Dat betekent: je wil sterke en stabiele gemeenschappen. Daarvoor heb je nodig dat de mensen die er komen wonen, kracht en stabiliteit komen toevoegen.
Dan is dat artikel 8 en artikel 10 en artikel 9 aan de positieve kant waar de heer Van den Berg regelmatig terecht naar verwijst. Dat is een prima uitgangspunt dat we ook moeten willen handhaven voor allerlei categorieën waarvan je ook zou kunnen zeggen: stel je nou toch eens voor. Dus ik deel helemaal de lijn dat we in beginsel uit moeten gaan van het trekken van één lijn over alle uitzonderingscategorieën. Nogmaals, voor de categorie statushouders zal ik er zo meteen met wat meer detail op ingaan. Dan ga ik naar D66. Die vroeg: hoe wordt de uitvoeringscapaciteit gewaarborgd? Gezien het feit dat je uit mag gaan van toch wel aanzienlijke administratieve lasten die hier ook bijvoorbeeld mee gepaard gaan, zijn er wel voldoende medewerkers en systemen? Het ingewikkelde aan dit type werk is af en toe dat je al het antwoord weet, maar het dan nog niet mag geven. In dit geval was dat zo, omdat we met de Wbmgp al in de commissie ROLO zaten en het voorstel voor de begroting als college nog niet hadden vastgeklikt. Dus ik had dat liever natuurlijk aan elkaar gekoppeld, maar dat is nu even uit elkaar getrokken. Gelukkig hebben we u net op tijd kunnen meenemen dankzij het collegevoorstel over de begroting gisteren in wat we daarin opnemen om inderdaad die uitvoeringscapaciteit op peil te brengen.
We zijn nu al bezig in een uitbreiding van de uitvoeringscapaciteit aan de gemeentelijke kant in juridische sfeer, want je hebt gewoon juristen nodig om dit netjes in de gaten te kunnen houden en ook om die juridische handhaving goed te kunnen doen. Zoals u heeft kunnen lezen, gaan we dat uitbreiden met 10 fte aan de gemeentezijde. Daar trekken we 950.000 euro - dat is dat miljoen wat eerder voorbijkwam – voor uit.
Pagina 92 van 120
Maar, heel belangrijk, daarmee is niet alles gezegd. In de commissie is uitgebreid aan bod gekomen dat niet alleen wij een capaciteitsuitbreiding gaan doen. Het is niet alleen die 10 fte wat al een kleine revolutie is, maar de woningcorporaties ook met 3,5 fte en de politie op basis van hun eigen berekening van wat zij moeten gaan doen om met name artikel 10 invulling te kunnen geven. Dan is een half fte specifiek voor het Heerlense geval. Als je dat ook in Kerkrade en Brunssum doet, dan komt daar nog wat bij, maar voor nu hebben we dus naar Heerlen gekeken. Dan kom je dus op een totaal van 4 fte bij onze woonpartners. Daarvoor geldt dat het goede nieuws is dat we dat in de Woontop al hadden voorzien en daar ook middelen voor hebben aangevraagd en toegewezen hebben gekregen. Dus in totaal gaat dat echt om een behoorlijke capacitaire uitbreiding in de integraliteit, waarmee we echt nogmaals een kleine revolutie laten voltrekken. Ik denk dat dat hopelijk aan alle vragenstellers, maar ook aan D66 het gevoel van comfort biedt van ‘ik begrijp het’ om hier goed mee te kunnen instemmen, want het is best wel bijzonder dat we dit doen met z’n allen in de breedte van die samenwerkende partijen. De tweede vraag van D66 was: die wet kan ook juridisch-ethische complicaties oproepen, bijvoorbeeld in de discriminatiesfeer.
Hoe kunnen we er nou voor zorgen dat dit op een eerlijke manier wordt geborgd en dat we niet in dat vaarwater komen? Daar is jurisprudentie over. Die hebben we ook in de commissie besproken. Dat was de zaak Garib in Rotterdam. Dat heeft jarenlang z’n weg afgelegd langs alle Nederlandse rechtbanken en vervolgens naar het Europees hof. Het Europese Hof heeft daar een duidelijke uitspraak over gedaan, namelijk zolang – dat was het geval in Rotterdam – de toepassing van de wet zowel proportioneel als subsidiair is en dat staat ook uitgebreid beschreven in de aanvraag en in het voorstel wat we ermee bedoelen, namelijk respectievelijk proportioneel dat er ook voldoende alternatieve huisvesting is en subsidiair dat je deze maatregel inzet, omdat je alle andere opties al uitgeput hebt en de politiek zodanig is, dat dat gelegitimeerd is. Dan is dit ten diepste geen schending van het gelijkheidsbeginsel en het gelijke recht op vrije vestiging. Dus dat is dankzij jurisprudentie al bedisseld. Desondanks kan het zo zijn – dat was de volgende vraag of één van de volgende vragen – dat mensen toch vinden dat er sprake is van ongelijke behandeling of simpelweg, even los van ongelijkheid - gewoon onterechte behandeling.
Iemand zou bijvoorbeeld kunnen zeggen: ik ben op basis van artikel 10 – dat gaat over een recent verleden van woonoverlast, dus in het criminele register – een huisvestingsvergunning geweigerd. Wat gebeurt er dan als iemand zegt: het klopt gewoon niet? Uiteraard moet er dan een bezwaar- en beroepsprocedure zijn. Dat is niet eens afhankelijk van de Wbmgp, maar van de Algemene wet bestuursrecht. We hebben natuurlijk al op vergunningstrajecten bezwaar- en beroepsprocedures en ook deze wet kunnen we inbedden in dat bestaande geheel. Dus wat dat betreft gaan we uiteraard netjes voldoen aan al onze verplichtingen. De vraag die daarop volgt – dat was volgens mij de laatste vraag van D66 – was: hoe gaan we nou de medewerking van particuliere verhuurders borgen en in hoeverre zijn zij verplicht om de criteria van de Wbmgp te volgen en wat gebeurt er als ze zich niet aan de wet houden? Ik heb net al een beetje het instrumentarium dat we altijd hebben geschetst … Dat is nu ook van toepassing. Ik had het al over die dwangsom als mogelijkheid en überhaupt bestuursdwang en een bestuurlijke boete. Dat geldt hier ook, maar ik vond het aardig aan de vraag van D66 dat het niet alleen ging over die handhavingskant, maar ook betrokkenheid. Dat is een mooie term, want zoals ik al zei: je wil liever niet uitkomen bij een keihard handhavingstraject.
Je wil eigenlijk dat partijen het gevoel hebben: dit is ook beter voor de stad als we op onze manier naar onze verhuur kijken. Zoals besproken vind ik het bijzonder lovenswaardig voor de corporaties dat ze dat hebben ingezien en zich achter dit proces hebben geschaard. We hebben ook een heel goed gesprek
Pagina 93 van 120
gevoerd met een vertegenwoordiger van vastgoedbelang die eigenlijk precies hetzelfde in de wedstrijd zit, sterker nog die in zijn persoonlijke onderneming het ook al bij wijze van een soort van test heeft toegepast wat dit zou betekenen en daarover te spreken was. We blijven uiteraard ons in de komende maanden richten op implementatie om dat goede gesprek met dat soort partijen voort te zetten. Tegelijkertijd zeg ik er ook bij: het zou naïef zijn om te denken dat je daarmee dat hele particuliere verhuursegment te pakken hebt. Er zijn ook jongens en meisjes in die wereld die zich een stuk minder gelegen laten liggen aan wat wij hier wenselijk achten. Daar moet je zonder enige reserve met volle assertiviteit je hele instrumentarium tegenaan willen gooien, want je moet het heel duidelijk gaan maken dat deze regels keihard zijn, dat we die serieus nemen en dat er harde consequenties zijn als je je daar niet aan houdt. Dus ook voor het feit dat er particuliere verhuurders van goede wil zijn, koesteren we die, willen we die ontzorgen en willen we hun betrokkenheid koesteren, maar we zijn niet naïef. We weten ook goed dat er een hele hoop malafide figuren zijn die daar absoluut niet aan voldoen. Die zullen we met felle assertiviteit tegemoet blijven treden. Dan ga ik naar de VVD.
De VVD vroeg – dat zal wel vaker nu in mijn beantwoording terugkomen en dat kwam eerder ook al terug – hoe het nou gesteld is met die uitvoerbaarheid. De uitvoerbaarheid – toen volgde een hele rits aan dingen die niet allemaal terugkwamen in de commissie. Ik heb het nog even gecontroleerd. Dit is dus deels een nieuwe vraag, meldpunt slecht verhuurderschap, de verhuurdersvergunning, de leegstandsaanpak, keurmerk, woonkwaliteitseisentoets, opkoopbescherming en het verhuurregister. Het werd allemaal gevraagd. Daar zit natuurlijk rijp en groen door elkaar, dus een gedeelte van die instrumenten is Grip op Wonen 1.0. Een gedeelte van die instrumenten is Grip op Wonen 2.0, dus ik ga ook niet, met het oog op de tijd, dat nu allemaal aflopen. Ik snap ook dat de geest van de vraag is: kunnen we nou iets meer gevoel krijgen bij de voortgang en waar staan we? Voor een deel is dat inmiddels sinds eind 2023 wel netjes ingebed in hoe wij … De voorzitter Interruptie van de heer Oulad. Gaat uw gang. De heer Oulad Lmaroudia, D66 Hij is een beetje laat, maar een paar zinnen terug hadden we het over dat als een persoon zich benadeeld voelt en u had het over jurisprudentie. Dat is allemaal een duidelijk verhaal.
De vraag voor u is: is het niet interessant om na te denken over als we het hebben over goed bestuur dat er ook een interne klachtencommissie is? Misschien is die er en misschien gaat u zeggen: dat is er. Maar ik kan me voorstellen dat een persoon die in Heerlen wil komen wonen en krijgt te horen dat die er niet mag zijn vanwege reden A, B, C en D dat die denkt: daar ben ik het niet mee eens. Maar om meteen naar de bestuursrechter te gaan is wellicht een hele grote stap. U knikt al nee, dus ik voel het antwoord al aankomen. Om de vraag af te maken: is er dan bijvoorbeeld net zoals wij bij de gemeente hebben een plek waar die bezwaar kan aantekenen? Wethouder Gelderblom Jazeker. Dat heb ik net verteld. Dus ja, inderdaad, er moet zo’n commissie komen. Wat ik had gezegd was: je moet dus een bezwaar- en beroepsroute hebben voor de Wbmgp. Dus even dat scenario van net: een huisvestingsvergunning krijg je niet, want dat is aanleiding om dan in beroep of in bezwaar te gaan. Afhankelijk van wat de precieze reden was voor de weigering zal dat net een andere route zijn, maar die route richting zo’n commissie gaan wij inbedden – dat was mijn verhaal van net – in überhaupt de bezwaar- en beroepscommissies die wij zelf hebben ten aanzien van andere vergunningstrajecten waar je dat natuurlijk ook kunt doen.
Pagina 94 van 120
Dat is inderdaad een voortvloeisel uit de Algemene wet bestuursrecht. Dus dat ging niet over een rechter – misschien zat daar even verwarring – maar over de wettelijke basis voor die commissie en die route. Dan ga ik mijn antwoord op de VVD vervolgen met permissie. Dus inderdaad, in die hele trits aan maatregelen zit Grip op Wonen 1.0, wat we al hebben ingebed, wat wordt uitgevoerd en dit zit een soort van gehusseld met dingen van Grip op Wonen 2.0 waar we nog steeds gedeeltelijk dingen van aan het inregelen zijn. Dat hebben we net pas voor de zomer besloten en dat is dus nog vrij vers. In algemene zin geldt dat je de hele dag bezig kunt zijn. Ik ga ook even herhalen wat onze hardwerkende mensen mij hebben geleerd de afgelopen tijd: je kunt de hele dag bezig zijn met de naleving en handhaving van dit soort maatregelen. Je kunt ook 150 mensen aannemen en dan de hele dag aan gaan bellen. Je kunt ook met een beperkter team handhaven wat we nu doen. De waarheid is dat het heel verstandig is dat we nu die uitbreiding gaan doen, juist omdat je die Wbmgp niet geïsoleerd moet bekijken. Je moet dat in samenhang met al deze maatregelen zien. Dat werd ook terecht door – dat vond ik – Partij Hoensbroeks Belang onder andere gesteld. Dit moet onderdeel zijn van een veel breder verhaal aan interventies. Daarom is het goed dat we die capacitaire uitbreiding gaan doen.
Het is ook goed dat we dit niet alleen aan gemeentezijde doen, maar ook bijvoorbeeld aan de corporatiekant. Vervolgens maakte de VVD – dat vond ik ook heel goed – de sprong naar even los van dat wat je allemaal niet wil naar wat we wel willen. Dat is dat Woonfonds waarbij de heer Van den Berg opmerkte dat de motie onderzoek naar de inrichting van een groeifonds gedeeltelijk terugkomt, maar niet helemaal. Ik kan niet invullen welk gedeelte dan gemist wordt, maar de vraag aan mij was: kan de wethouder reflecteren op de aangenomen motie en hoe we de uitvoering zien? De oprichting van het Woonfonds en het ter beschikking stellen van niet minder dan 11 miljoen lijkt me een behoorlijke stap in die richting. We zullen uiteraard in samenwerking met onze partners spelregels daarover nog verfijnen. We zijn ook in gesprek met een partij die daar de volledige creativiteit in op gaat zoeken. Een aantal voorbeelden: ik noemde er net eentje, maar ik had de tweede nooit genoemd, dus dat doe ik nu. Eentje is inderdaad de wenselijke initiatieven ten bate van mengen zonder te verdringen niet aanmoedigen op basis van projecten waar je dan landelijk subsidie bij zoekt, maar eigenlijk zeggen: er ligt gewoon geld klaar om met initiatieven te komen. Dat is één.
Het tweede is – dat heeft u ook kunnen vernemen via de media – dat we de samenwerking op gaan zoeken met werkgevers om vacatures aan woningen te kunnen koppelen. Dat is een interessante, omdat je daarmee een vraag organiseert die ook weer initiatiefnemers geruststelt qua afzet van de producten die ze realiseren en die je in staat stelt om artikel 9 van de Wbmgp niet passief te gebruiken. Dus we zeggen: als u zich meldt met voorrang, dan gaan we op zoek naar een woning. Maar we geven daar actief invulling aan door te zeggen: we gaan ook zorgen dat we onszelf zo organiseren dat de voorziene tekorten bij bijvoorbeeld het Zuyderlandziekenhuis … We staan dan klaar aan die corporatiekant, maar wat mij betreft ook met welwillende particuliere verhuurders om in ieder geval voor enkele tientallen fte’s – dat hebben we nu afgesproken met het ziekenhuis waar het gaat over verpleegkundigen die we het hardst nodig hebben – om hen daar van een woning te voorzien. Dat gaat ook niet vanzelf. Dat kost wat. Het is een extra bijdrage vanuit bijvoorbeeld een werkgever als het Zuyderland om campagnes op touw te zetten om dat allemaal in goede banen te leiden. Dan doen ze niet altijd, dus dat is een aanvullende bijdrage. Ook dat vind ik een bijdrage aan de bredere systematiek van het Woonfonds. Dat is één voorbeeld, maar dit type creativiteit willen we veel meer gaan uitbouwen.
Hoe kun je nou slimme koppelingen maken, zodat je niet per se alleen maar kunt investeren in die fysieke kant? Dat is dan bijvoorbeeld gewoon een bijdrage van een werkgever aan een professionele woningbouwontwikkeling. Dat mag ook, maar juist veel meer
Pagina 95 van 120
in die matchingskant tussen personeel en woningzoekenden elkaar kunt vinden, wat nogmaals ook middelen vraagt. De vierde vraag van de VVD ging over de kosten van de uitvoering en handhaving van de Wbmgp. Daar heb ik volgens mij antwoord op gegeven. Dat staat ook in dat memo. De laatste vraag van de VVD ging over: hoe voorkomen we dat alle lasten straks bij de gemeente neerkomen, terwijl private partijen onvoldoende bijdragen? Ik ga er even vanuit dat die vraag gericht is op het Woonfonds waarbij het natuurlijk zo is dat je altijd kijkt naar onrendabele toppen die je wil wegnemen. Dat betekent per definitie dat je in ieder geval in dat eerste gedeelte van wat ik net noemde als mogelijke invulling van het Woonfonds, dus het ondersteunen van de wenselijke woningbouwontwikkelingen … In die zin hint die vraag een beetje op een onterechte gedachte, namelijk: uiteraard gaat een private partij met een woningbouwinitiatief altijd het grootste gedeelte van de kosten dragen. Dat is de ondernemer die het risico neemt. Waar wij in kunnen voorzien, is voor een gedeelte van dat risico of in ieder geval iets wat voorzien is als rendabel, tegemoet komen. Dus per definitie zit in die systematiek ingebakken dat de angst van de heer Van den Berg dat alle lasten bij de gemeente neerkomen dat daar geen sprake van is op het moment dat je met zo’n initiatief komt.
Dus volgens mij hebben we dat op die manier ondervangen. Dan kom ik bij de FVD. Dat vond ik oprecht een heel mooi moment van deze avond. Ik vond het ook grappig dat de heer Jacobs begon met het feit dat het woord reguleren gekriebel opriep. Ik denk dat dit een heel ander soort gekriebel dan wat ik voel in mijn maag als ik het woord reguleren hoor, want dat zijn bij mij vlinders en bij hem, denk ik, vleermuizen. Dat is iets anders wat vandaag terugkomt. Maar desondanks – want dat is eigenlijk wel mooi – kun je dus vanuit totaal verschillende vertrekpunten bij dezelfde conclusie komen. Dat is iets wat we zeker, denk ik – ik bedoel niet al te stichtelijk over te komen – in dit tijdsgewricht moeten koesteren, namelijk dat het mogelijk is om op plekken als deze ook op die manier tot elkaar te kunnen komen. Dus heel veel waardering voor die openheid van geest. De vraag die de heer Van den Berg als eerste stelde, was: wat gaan we hier nou anders doen dan in Rotterdam zodat het hier wel werkt? Sorry, de heer Jacobs. De heer Van den Berg had allemaal andere vragen gesteld. Sorry. Ander gekriebel. Allemaal liberale vrienden, dacht ik. Wat gaan we hier anders doen - dat vroeg de heer Jacobs – dan in Rotterdam zodat het hier wel gaat werken? Die vraag leunt op een premisse dat het in Rotterdam niet heeft gewerkt.
Wat mij opvalt als ik in alle bescheidenheid met een beetje achtergrond in sociale wetenschap naar de rapporten kijk over de effecten van de Wbmgp in Rotterdam, is dat ik dat hele teleurstellende onderzoeken vind. Ze stellen onder andere openlijk en dat siert de wetenschappers, dat ze niet in staat zijn geweest – dit is bijvoorbeeld het rapport van de UvA dat ook veel media-aandacht heeft gekregen – om het individuele effect van de Wbmgp op leefbaarheid en veiligheid te isoleren. Dat is vaak vertaald in media als zijnde te zeggen: het werkt dus niet, maar dat is niet wat dat betekent. Het betekent dat ze niet in staat zijn geweest om het eenduidig in beeld te brengen. Waarom niet, omdat – dat is terecht – in de buurten waar de Wbmgp is toegepast in Rotterdam, er ook heel veel andere interventies hebben plaatsgevonden. Als je niet zozeer kijkt naar correlatie of causatie, maar naar de uitkomst in die gebieden in het tijdsbestek waarin de Wbmgp is toegepast, dan zien we onder andere twee interessante dingen. Dat is namelijk dat criminaliteit is afgenomen en dat het aandeel – dat vind ik nog veel belangrijker – van mensen met inkomen uit werk in de buurten waar de Wbmgp van toepassing was, is toegenomen. Dat is precies waar dit over gaat. Dat is precies wat wij willen.
Dus empirisch wordt aangegeven dat dat effect wel is gesignaleerd, waarbij de vraag of dat nou 100 procent toe te schrijven is aan de Wbmgp natuurlijk minder belangrijk is dan het feit dat dat heeft plaatsgevonden. Maar desondanks – want ik wil ook niet aan cherry picking doen
Pagina 96 van 120
– dus erken ik onmiddellijk dat het feit dat dit heeft plaatsgevonden dus ook niet één op één toe te schrijven is aan die Wbmgp, maar ik wilde beginnen met die premisse een beetje ter discussie te stellen. Het is niet gezegd dat dit niet werkt, maar wat gaan we hier anders doen dan in Rotterdam? Met andere woorden … De voorzitter Interruptie van de heer Leers. Meneer Leers. De heer Leers, Hart-Leers (interruptie) Voorzitter, dank. De wethouder geeft aan: ik heb die onderzoeken bekeken en ik zie minder criminaliteit en meer mensen die inkomen uit arbeid hebben. Dat kan een kleine toename zijn. Het kan een grote toename zijn. Het kan een hele grote toename zijn. Misschien is dit een moeilijke vraag: herinnert u zich nog de percentages? Was dat echt een flinke toename of zegt u: het was een pril begin. Zodat ik het misschien wat beter kan plaatsen. Wethouder Gelderblom Ik ga me niet wagen aan de reproductie van de precieze cijfers. Wat ik wel weet, is dat het significant was, anders was het niet opgedoken in een UvA-onderzoek, want dat gaat altijd over significante resultaten. Wat ook belangrijk is, is dat – dan ga ik er toch eentje noemen – ik me kan herinneren dat het in een bepaalde buurt het ging om rond de 4, 5 of 6 procent in het hele tijdsbestek. Dan kun je denken: dat valt wel tegen, maar wat belangrijk is, is ten eerste dat de mutaties in een buurt altijd beperkt zijn.
Met andere woorden, tegen het aantal verhuizingen in en uit moet je eigenlijk dat percentage afzetten, want een aantal mensen blijft wel op hun plek, hoewel dat in dit soort buurten typisch wat minder is dan elders. Dat is vanwege die doorstroom. Dat is één. Ten tweede, dat waar het natuurlijk ook over gaat, is dat je niet heel veel mensen nodig hebt om de sfeer enorm te verzieken in een bepaalde buurt. Dat is ook zo. Van mensen die heel erg met zichzelf in de knoop zitten hoef je maar een paar van te hebben in een straat om die leefbaarheid echt vol achteruit te doen kachelen. Als je die mensen zogezegd op een andere plek weet te huisvesten met z’n allen en voor hen in de plaats een woning kunt toewijzen aan iemand die wel inkomen uit arbeid heeft, dan heeft dat een enorm effect op die leefbaarheid. Het effect is veel groter dan dat je in dat soort percentagentjes kunt terugzien, omdat het gaat over de alternatieve kosten van de gebruikelijke toewijzing. Met andere woorden, doe je niks, dan laat je de toewijzing zoals die altijd is gebeurd inclusief al die kwetsbaarheid, doorlopen. Dan gaat de leefbaarheid enorm achteruit. Vervang je die mensen door mensen die inderdaad wel stabiliteit komen toevoegen, dan heb je nog niet de problemen opgelost, want er zit nu ook een populatie met veel kwetsbaarheid.
Maar je hebt dan een enorme stap gezet ten opzichte van het allernegatiefste scenario. Dat is natuurlijk wel een beetje de kern. Daarom zijn dit soort percentages soms ook enigszins misleidend, maar is de algemene tendens die we kunnen benoemen, interessant. Maar ik wil nu echt even aankomen op de kern van wat we hier nu anders gaan doen. Dat is met name het feit dat wij dus niet alleen kijken naar wat we niet willen. We kijken niet alleen naar het reguleren, maar we kijken ook heel nadrukkelijk naar wat we wel willen. Dat zit deels op die sociale as van welke groepen je dan wel echt ook een plek wil geven. Hoe zorgen we daarin ook dat we aansluiten bij de economische dynamiek die er is? Dat is bijvoorbeeld los van verpleegkundigen die ik al noemde, juist ook een groeisector als de medische distributie of medische logistiek Medlands. Daarin moeten we ook faciliteren dat hun voorziene personeelsgroei ook juist in onze buurten z’n weerslag kan gaan krijgen in positieve zin. Dat is de sociale kant.
Pagina 97 van 120
Maar het nadrukkelijke wat wij, denk ik, anders doen dan in Rotterdam, is dit pakket aan maatregelen meteen verbinden aan een fysieke agenda. Die fysieke agenda is beter programmeren. Dat is dat mengen zonder te verdringen en zorgen dat daar waar je nu een volledig eenzijdige samenstelling van je woningvoorraad hebt en dus ook een problematische samenstelling van je gemeenschap, ervoor gaat zorgen dat je in nauwe samenhang met partijen die je daarin willen ondersteunen – het maakt niet uit of dat corporaties, particuliere partijen of een combinatie van beide zijn – er niet alleen aan die sociale kant wat gebeurt, maar ook aan die fysieke kant. Die mate van integraliteit leunend op de breedte aan partijen die wij hier hebben betrokken, is fundamenteel anders dan in Rotterdam. Ik denk dat dat het vermelden waard is. De tweede vraag van de heer Jacobs was: staan we open voor tussentijdse terugtrekking? Ik moest er even over nadenken. Ik zou hem als volgt willen beantwoorden: ik weet ten eerste – dat is namelijk de voornaamste reden voor mijn aarzeling – dat als je met het ministerie afspreekt dat die vier jaar geldig is en dat je daarna weer heel goed moet gaan kijken of dat verlengd gaat worden, dat je daar niet aan kunt tornen op het moment dat je die afspraak maakt.