Conceptnotulen raadsvergadering d.d. 24 september 2025
Tekst van het document
Maar ik wilde hem anders aanvliegen, namelijk: waarom gaan wij deze maatregelen invoeren in de gebieden waar het over gaat? Dat is omdat we indicatoren zien – dat zijn die veerkrachtanalyses die als bijlage bij het voorstel zitten – die laten zien dat op overlast en veiligheid en de concentratie van kwetsbare inwoners die gebieden rood en donkerrood om Nederland slecht uitslaan. Dat is de reden dat je het invoert. Als wij – u wierp een termijn op van twee jaar – in twee jaar zouden zien dat we dankzij deze maatregelen en dankzij tal van andere maatregelen die we ook nemen aan interventies een zo danige verbetering zien dat je eigenlijk zegt: dit hebben we helemaal niet meer nodig, want we zijn gewoon voorruit gegaan met sprongen qua leefbaarheid et cetera en dat we dus zo’n avond in De Koffiepot kunnen beleggen en mensen zeggen: dit is helemaal de goede kant op gegaan. In alle eerlijkheid: reguleren moet je nooit doen om te reguleren. Dan heb je dus aanleiding om te zeggen: dan kunnen we gaan afschalen qua regels. Ik hoop dat we zover komen. Ik moet er ook eerlijk bij zeggen dat ik dat niet per se verwacht, want zoals mensen ook terecht in de eerste termijn hebben gesteld, heeft het ook decennia gekost aan toename van kwetsbare verhuizingsbewegingen van buiten Parkstad in een bepaald aantal buurten om bij deze constellatie van meervoudige problematiek te komen.
Dus dat je dat kan afbouwen in een paar jaar acht ik niet heel waarschijnlijk. Lukt dat wel? Dan hebben we een fantastisch feest met elkaar te vieren. Dan staan we open voor ieder scenario. De laatste vraag van de heer Jacobs was of wij ervoor openstaan om die redundante maatregelen, inderdaad overbodig, te dereguleren. Ik gaf het antwoord eigenlijk net al. Reguleren moet je niet doen om te reguleren, maar om grip te krijgen. Ik denk twee dingen. Ten eerste, feitelijk zeggen we met dit voorstel al dat het huidige systeem van de huisvestingsvergunning vervangen gaat worden door een systeem dat hangt aan de tijdelijkheid per definitie van de Wbmgp. Als je dat zo wil zien, dan zou je kunnen zeggen: dat is al een bepaalde vorm van dereguleren. Want dan zeg je dus: in plaats van de bestaande tekortschietende huisvestingsvergunningssystematiek gaan we in ieder geval in die Wbmgpgebieden een huisvestingsvergunningssystematiek invoeren die ook gebonden is aan de termijnen van de Wbmgp.
Dus dat is een eerste beweging Maar daar ik wil aan toevoegen dat daar waar we de afgelopen tijd met elkaar onder de vlag van Grip op Wonen ook maatregelen hebben aangewend – dat hebben we ook openlijk zo met elkaar besproken – om de leefbaarheid te verbeteren, terwijl die maatregelen eigenlijk gericht waren op andere dingen of daar waar we maatregelen hebben getroffen zoals de opkoopbescherming om iets te doen aan de grote instroom van kwetsbare verhuizingen van buiten Parkstad, terwijl die maatregelen zoals opkoopbescherming niet direct daaraan raken,
Pagina 98 van 120
dan kun je stellen: laten we eens kritisch kijken naar of je niet nu een veel effectievere maatregel hebt. Dat is dan bijvoorbeeld opkoopbescherming. Dat gaat over schaarste. Het gaat niet over schaarste van woningen. Het gaat niet over verhuisbewegingen, dus ik vind dat weldegelijk aanleiding om daar kritisch naar te kijken, waarmee ik niet zeg dat ik ze nu al redundant verklaar, maar wel dat we die openheid van geest ook moeten hebben om daarnaar te kijken. De voorzitter Interruptie van de heer Reijnders. De heer Reijnders, SP (interruptie) Met een knipoog: ik heb vandaag gezegd in ons betoog dat het een hele belangrijke dag is. We nemen een belangrijk besluit vandaag. Maar we hebben nu drie antwoorden. Dat heeft best lang geduurd. Ik hoop niet dat ik had moeten zeggen: we hebben morgen een belangrijke dag en we nemen morgen een belangrijk besluit, want dat begint ondertussen wel te … De voorzitter Dank u wel. Gaat u door, dan proberen vandaag dat te besluiten. Bent u het daarmee eens? Ik ben het daar helemaal mee eens. We hebben nog 38 minuten. Wethouder Gelderblom Dat redden we wel. De Partij Hoensbroeks Belang had het over de Gelderblomwet. Veel te veel eer, maar charmant. Inderdaad heel belangrijk: ik denk dat De Koffiepot gisteren heel duidelijk illustreerde waarom het zo belangrijk is dat we vandaag nog die keuze maken. Dan snel door.
De PVV vroeg: kan de wethouder toezeggen dat we kritisch gaan kijken naar welke regels overbodig worden et cetera. Daar heb ik net iets op gezegd, namelijk: dat kan. Daarmee doe ik geen toezegging, maar ik denk dat je die openheid van geest moet hebben. De tweede vraag was en ik vind het belangrijk om daar toch even bij stil te staan, hoe het nou zit met die statushouders. Die vraag kwam vaker terug: wat is het nou het verband tussen statushouders en de taakstellingen op dat gebied en de Wbmgp? Wat ik heb gezegd gisteren en dat ga ik ook heel precies herhalen, is dat je je kunt afvragen op het moment dat het ministerie of het anders gezegd het Rijk nu zegt: inderdaad, we gaan die Wbmgp-aanvraag goedkeuren en anderzijds dat ze ook een taakstelling hebben dat ik in ieder geval een gesprek de moeite waard vind om te vragen hoe die twee zich nou tot elkaar verhouden. Eerlijk gezegd moet je dat gesprek ook voeren met degene die dan zowel een aanvraag goedkeurt als de taakstelling oplegt. Dus dat heb ik gezegd. Het gesprek is interessant. Alleen ik heb ook gezegd en ik hecht daaraan om dat nog zwaarder te bedrukken – dat heb ik letterlijk gezegd gisteren – is dat statushouders ongelofelijk onderschat worden. Het aantal statushouders dat binnen een jaar nadat ze een status krijgen een baan heeft stijgt al jaren.
Dat betekent dat we ook gewoon aan statushouders versterkende inwoners kunnen hebben en dat je dus die logica zoals we hebben beschreven consistent toepast, namelijk bijvoorbeeld inkomen uit werk, maar er zijn ook een aantal andere criteria die we hebben benoemd in artikel 8, 9 en 10. Nog even los van de discussie die we in december gaan hebben of je dat nou wel of niet moet doen met die uitzonderingscategorieën. Maar als dat de criteria zijn, dan zullen er ook een hele hoop statushouders zijn die je buurten komen verstreken en die misschien in hun land van herkomst inderdaad diploma’s hebben gekregen waar wij enorm om staan te springen. Dus laten we juist vanuit kansen redeneren, naar die mensen kijken en niet naar hun herkomst. Daar kun je dus de consistente logica toepassen en daadwerkelijk waardering hebben voor wat mensen kunnen bijdragen aan een gemeenschap, waar hun wieg ook heeft gestaan.
Pagina 99 van 120
De SP begon met een kort compliment en schoot toen door naar mijn tekortschieting qua naamgeving. Kunnen we niet iets pakkenders kiezen dan de titel van het document? Ik kan het ook niet reproduceren, dus in die zin kan ik wel meegaan in de opmerking. Wat de revue heeft gepasseerd, was de Passartwet, de Parkstadwet, de Gelderblomwet en zelfs via de OPH de Casperwet. Die laatste twee categorieën geven zoals gezegd veel te veel eer. Bij die eerste twee vond ik het grappig dat als je Passart slecht uitspreekt, dan klink het als Parkstad en andersom. Dus je mag het ook een beetje in het midden laten. Ik zou zeggen dat Parkstadwet heel passend is, omdat wij een in een regionaal verband solidair zijn en samen optrekken. Dan zou dat, denk ik, een hele mooie noemer zijn. De voorzitter Een interruptie om er ons op te wijzen dat het nu … De heer Reijnders, SP (interruptie) Heel kort. Ik wil niet op de stoel van de voorzitter gaan zitten, maar wat mij betreft kunnen we wellicht de Parkstadwet unaniem aannemen met elkaar. Wethouder Gelderblom Ik ga toch door? Over de uitzonderingen heb ik al wat gezegd. Zo min mogelijk uitzonderingen en logica consistent doorvoeren. Daar ben ik het mee eens. Zicht op handhaving heb ik geadresseerd bij de SP.
Een andere vraag van de SP was: welke wijken of buurten in Landgraaf hadden mee kunnen doen en is er risico op het waterbedeffect? Ik ga niet op de stoel van mijn collega zitten. Ik heb enorm veel waardering – u noemde net al regionale solidariteit – voor het feit dat ook het college van Landgraaf z’n steun heeft uitgesproken voor dit traject, constructief heeft meegedacht, betrokken is geweest en zal blijven. Dan niet alleen rondom dit specifieke instrument, maar ook in het bredere traject dat we met de hele regio doorlopen als het gaat over sturingsinstrumenten op onze regionale woningmarkt. Mijn collega in Landgraaf heeft hele goede antwoorden gegeven op de vragen die gesteld zijn vanuit hun raad. Die hebben wij uiteraard ook ontvangen. Als het op prijs wordt gesteld, dan delen we die heel graag. Dan kunt u op die manier kennisnemen van de beantwoording. De Jongerenpartij vroeg naar de handhaving van de wet en de maatregelen voor de particuliere verhuurders. Daar heb ik volgens mij antwoord op gegeven. Hoe houden we als gemeente regie op het team? Dat werd gesteld. Ik denk dat daarmee het IWH-team of het integrale woonhandhavingsteam wordt bedoeld. Het stomme antwoord is: door regie te houden. Wij zijn de gastheer en wij overzien het. Wij zijn degenen die uiteindelijk een vergunning ofwel afgeven ofwel mandateren.
Als het gaat over artikel 10, dan moet de burgemeester een verklaring afgeven op basis van politiedata aan iedere partij dat er al dan niet sprake is van strijdigheid met artikel 10. Dus je houdt eigenlijk per definitie dankzij het ontwerp van de wet grip, maar dat doen we ook door gewoon het geheel van de implementatie te overzien. Dat is dan zowel van de voorbereiding als in de daadwerkelijke uitrol. Fysieke uitdaging vergt fysieke oplossing was mijn samenvatting van een ander gedeelte van de vraagstelling. Daar heb ik net iets over gezegd. Wij kijken niet alleen naar die sociale as, maar ook naar de fysieke as en dus kijken we naar de programmering gespreid over de stad waarbij we willen mengen zonder te verdringen. Een vraag die erachteraan kwam heb ik even bij collega-wethouder Peters gecheckt. Dat masterplan ruimte voor woningbouw komt in het najaar. Overigens voor de duidelijkheid: dat is niet hetzelfde als de woningbouwprogrammering. Dat is dus ruimte voor woningbouw, dus dan krijg je inzicht in het fysieke. Dat moet gematcht worden met de programmering, wat toch een apart bestandsdeel is, maar daar komen we ook binnenkort over naar u toe.
Pagina 100 van 120
Dan een vraag over de positieve uitstraling voor de stad. Er wordt natuurlijk in een ander register heel hard aan gewerkt met city branding, met een nieuwe directeur et cetera. Natuurlijk moet het één en ander elkaar versterken. Laat dat duidelijk zijn. Voorzitter, een kleine bonusvraag van de JPH had ik nog meegekregen vanuit een eerder agendapunt over Gezondheid nu voor later! Dat doen we nu dus ook later ofwel nu. Dat was namelijk de vraag over dat integrale onderzoek over de link tussen de instroom waar dit voorstel over gaat en anderzijds de gezondheidscijfers. Zijn er nou verbanden daartussen? De vraag was: kunnen we een toezegging doen dat we daarnaar kijken? Het antwoord is dat die toezegging helemaal niet gedaan hoeft te worden, want dat gebeurt al onder de bezielende leiding van de huisprofessor van het Nationaal Programma. Dat is Dennis Martens. Die verzamelt dat allemaal. We hebben onlangs in het New Regional Bauhaus ook aangekondigd dat er onder de vlag van RvO en het Nationaal Programma een experiment gaat worden gedaan naar alle waarschijnlijkheid waarbij we kijken naar de link tussen gezondheid en energiehuishouding anderzijds. Dat illustreert dat je dat alleen kunt doen als je al die data netjes bij elkaar verzamelt. Dat gebeurt dus bij het Nationaal Programma. Dan ga ik naar de vragen van Hart-Leers. Ook daar dank voor de openheid van geest.
Even een vraag – die zat er niet in, maar ik maak hem nu even expliciet – kost die 10 fte uit de memo een kleine miljoen? Ja, dat gaat dus over die 950.000 euro. Dat hebben we in de begroting opgenomen. Openbaarheid, maak een keuze. Ik zag terwijl u dat zei een niet nader te noemen medewerker het gezicht in de handen begraven, want dat is gewoon een kleine omissie geweest. Dat kan gebeuren. Dat is helemaal niet erg. Het is uiteraard openbare informatie, anders hadden we dat niet gestuurd. Dan het risico op het waterbedeffect. Daarbij moet altijd als eerste – dat hebben we ook in de commissie besproken – worden opgemerkt dat het waterbedeffect decennialang in Heerlen terecht is gekomen en dat we nu eindelijk terug gaan duwen naar gemeenten waar men jarenlang maar gewoon honderden inwoners … Bijvoorbeeld in het geval van EijsdenMargraten zijn er in tien jaar tijd 300 inwoners naar Heerlen gegaan, waarvan de helft in een goedkopere huurwoning terecht is gekomen. Dat is het waterbedeffect. Daar gaan we nu eindelijk op terugduwen, maar het risico wat we altijd met elkaar hebben afgesproken in alle visies op dit thema die we afgelopen jaren hebben vastgesteld, ook in de letterlijke formulering, is het bestrijden van die concentratie van armoede. Dat gaat nooit succesvol bereikt worden door zo’n concentratie van locatie A naar B te verplaatsen.
Dat geldt in regionaal verband, dat geldt in lokaal verband en dat geldt ook op sublokaal niveau. Dus in die zin snap ik de vraag heel goed: hoe voorkomen we dat nou? Deels zit hem dat dus in die samenstelling van de woningvoorraad in buurten waar je nu – de heer Reijnders zei dat ook terecht – bijvoorbeeld en die zijn er, 8 procent sociale huur hebt, dan ga je met geen mogelijkheid die concentratie van kwetsbaarheid krijgen, simpelweg omdat je qua aantal beschikbare woningen en dus inwoners nooit daaraan gaat komen. Dat weten we ook zeker, omdat we dankzij Grip op Wonen dingen als woningsplitsing onmogelijk hebben gemaakt. Dus voor het toevoegen op zo’n plek – want dat zou dan nog een manier kunnen zijn waardoor dat zou kunnen gebeuren – die nu nog niet kwetsbaar is, maar het zou kunnen worden door hele goedkope huurhuisvesting waar kwetsbare groepen op af zou kunnen komen, hebben we die pas afgesneden. Die kraan is dichtgedraaid. Dus die toename kan in dat soort buurten niet ontstaan. Dan blijft er een tussencategorie over, namelijk buurten waar die concentratie niet superhoog is, maar ook niet superlaag, maar waarvan het ministerie nu zegt: die buurten komen niet in aanmerking voor de wet, want daar is de problematiek onvoldoende. Daar moet je deels heel strak gaan zitten op dat Grip op Wonen, want dat is daar ook van toepassing.
Ik noem als voorbeeld de verhuurverordening die in de hele stad geldt voor de huisvesting van